FR995 - Friteuse PHILIPS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FR995 PHILIPS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Friteuse in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FR995 - PHILIPS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FR995 van het merk PHILIPS.
GEBRUIKSAANWIJZING FR995 PHILIPS
ALGEMENE INFORMATIE Algemene informatie Inhoud van de doos92 Opstellen 92 Met het oog op het milieu92 Handelsmerk 92 Bedieningsknoppen93 Afstandsbediening Gebruik van de afstandsbediening 94 Toetsen op de afstandsbediening95 Programmeren van de universele afstandsbediening 96 Aansluitbussen 97 Aansluitingen Analoge audio-aansluitingen98 Digitale audioaansluitingen98 Systeembus, CINEMA LINK99 Videoaansluitingen 99 Netaansluiting100 Luidsprekeraansluitingen100 Uw tv als middenluidspreker 100 Antenneaansluitingen100
Installeren van het systeem Opstellen van de luidsprekers 101 Instellen en testen van de luidsprekers 101 Uitgangsvermogen 101 Hoofdtelefoon 101 Onderhoud101 Display102 Menu’s Receiver-menu 103–104 TV-menu 104 Bronkeuze SOURCE SELECT105 6 CHANNEL / DVD INPUT-selectie 105 Een andere ingang toekennen aan een bron105 Dezelfde ingang gebruiken voor twee of meerdere apparaten ....105 De ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT 105 Afspelen, opnemen Afspelen van een bron106 Instellen van het geluid 106 Opnemen van een geluidsbron 106 Opnemen via de digitale uitgang106 Surround Sound Over surround sound107 Inschakelen van het surround-geluid107 Surround sound-instellingen108 Tuner Afstemmen op een radiozender109 Instellen van de FM-gevoeligheid 109 Programmeren van radiozenders 109 Afstemmen op een geprogrammeerde zender 110 Herschikken van de geprogrammeerde zenders 110 Een naam geven aan een zender110 Wissen van een zendernaam110 RDS R111 RDS-nieuwsbericht en -verkeersinformatie 111 Technische gegevens Receiver112 Verhelpen van storingen Waarschuwing 113 Verhelpen van storingen 113
Dit apparaat voldoet aan de radio-ontstoringseisen van de Europese Gemeenschap.
Inhoud van de doos Deze receiver wordt als volgt geleverd: – een universele afstandsbediening – 2 batterijen voor de afstandsbediening, type AA – een coaxiale kabel voor audio-aansluiting op een DVD-speler – een systeembuskabel voor de aansluitbus CINEMA LINK – een raamantenne – een draadantenne – deze gebruiksaanwijzing
Opstellen Als u de verschillende apparaten van uw systeem gestapeld heeft dan moet de receiver bovenop geplaatst worden. Plaats de receiver op een vlakke, harde, stabiele ondergrond. Dek de ventilatieopeningen nooit af en laat 50 cm ventilatieruimte vrij aan de bovenkant en 10 cm links en rechts van de receiver. Voor een goede ontvangst mag de raamantenne niet bovenop of onder een videorecorder, cd-recorder, DVD-speler, tv of een andere stralingsbron geplaatst worden.
Met het oog op het milieu… Wij hebben alle overbodig verpakkingsmateriaal weggelaten en ervoor gezorgd dat de verpakking gemakkelijk in drie materialen te scheiden is: karton (doos), polystyreenschuim (buffer) en polyethyleen (zakken, beschermfolie). Uw systeem bestaat uit materialen die door een gespecialiseerd bedrijf gerecycleerd en hergebruikt kunnen worden. Informeer waar u verpakkingsmateriaal, lege batterijen en oude apparatuur kunt inleveren. Als ENERGY STAR®-partner heeft, Philips vastgesteld dat dit product voldoet aan de ENERGY STAR®-richtlijnen voor efficiënt energiegebruik.
Handelsmerk Vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories. „DOLBY”, „DOLBY DIGITAL”, „PRO LOGIC” en het dubbele D-symbool 2 zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. Vertrouwelijke ongepubliceerde werken. © 1992–1997 Dolby Laboratories. Alle rechten voorbehouden. „DTS” en „DTS Digital Surround” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996 Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden.
1 POWER / STANDBYOm de receiver aan en uit te zetten. 2 CINEMA LINK Om de systeembus tussen de receiver en de tv in en uit te schakelen. 3 Sensor voor de infraroodafstandsbediening. 4 VIRTUALControlelampje voor virtuele surround sound. 5 HALL Controlelampje voor de HALL-functie. 6 Display 7 SOURCE SELECTOm te kiezen tussen de verschillende audio- en videoaansluitingen. 8 VOLUMEOm het volumeniveau hoger of lager in te stellen. 9 FRONT AVOm de ingang FRONT AV / GAME te kiezen (enkel bij FR 995, FR 996). 0 TREBLEOm, indien gebruikt combinatie met VOLUME, de hoge tonen in te stellen. ! BASS Om, indien gebruikt combinatie met VOLUME, de lage tonen in te stellen. @ LOUDNESS Om de LOUDNESS-functie in en uit te schakelen. # NEXT 2 TUNER: om een zender te zoeken. MENU: om naar het volgende menuniveau te gaan. $ ENTER / OKOm de keuzes binnen een menu te bevestigen.
% TUNER PRESET X MENU NAVIGATOR TUNER: om de volgende of vorige geprogrammeerde zender te kiezen. MENU: om naar boven en beneden te lopen in een menu. ^ 1 PREV. / EXIT TUNER: om een zender te zoeken. MENU: om naar het vorige menuniveau te gaan. & SETUP MENU Om het menu te openen en te sluiten. * SENS. Om een hoge of lage afstemgevoeligheid in te stellen. ( NEWS/TAOm de RDS-nieuwsbericht- en RDS-verkeersinformatiefuncties in en uit te schakelen. ) TUNER AM/FM Om het golfgebied van de tuner te kiezen. ¡ RADIO TEXT Om door de verschillende soorten RDS-informatie te lopen. ™ SURR. MODEDoorloopt de verschillende luidsprekerconfiguraties. £ VIRTUAL MODE Doorloopt de verschillende virtuele surround sound modi. ≤ SURROUND ON/OFF Schakelt tussen de laatst geselecteerde surround modus en stereo.
AFSTANDSBEDIENING Gebruik van de afstandsbediening Open het batterijvak van de afstandsbediening en plaats er 2 alkalinebatterijen in, type AA (R06, UM-3). Verwijder de batterijen als ze leeg zijn of als u de afstandsbediening gedurende langere tijd niet zult
MUTE PHONO TUNER CD CDR/TAPE TV VCR SAT DVD
gebruiken. ñ Batterijen niet weggooien, maar inleveren als KCA.
De toetsen op de afstandsbediening hebben dezelfde functie als overeenkomstige toetsen op de receiver.
Belangrijk! Nederlands
U moet gedurende meer dan 1 seconde op een bronknop drukken om de geluidsbron op de receiver te veranderen. Als u minder dan 1 seconde op een bronknop drukt, dan zal de afstandsbediening alleen worden omgeschakeld op gebruik van bedieningsfuncties voor het geselecteerde product.
ON/OFF GUIDE OK MENU De afstandsbediening blijft ingesteld op de gekozen bron totdat u een andere bronkeuzetoets op de afstandsbediening indrukt. Zo kunt u andere bronnen bedienen (bijvoorbeeld een cassette spoelen) zonder dat u de bron op de receiver verandert.
OFF Toetsen op de afstandsbediening H MUTE Om het geluid van de receiver tijdelijk uit te schakelen. 2 Om de receiver stand-by the schakelen. PHONO, TUNER, CD, CDR/TAPE, TV, VCR, SAT, DVDOm de afstandsbediening in te stellen voor het bedienen van de verschillende apparaten. Selecteert de bronnen indien langer dan 1 seconde ingedrukt. SAT werkt enkel bij digitale satellietontvangers. 1–0Om cijfers in te toetsen voor cd-nummers, radiozenders of frequenties. Nummers die uit twee cijfers bestaan, moeten binnen 2 seconden ingetoetst worden. CINEMA LINK ON/OFF...Om de systeembus tussen de receiver en de tv in en uit te schakelen. CABLE BOX Zonder functie. MENU GUIDE TUNER: Schakelt het receivermenu aan en uit. DVD, TV: Schakelt het DVD/TV-menu aan en uit. OK Om de keuzes binnen een menu te bevestigen. PijltjestoetsenTUNER: Om door een menu te lopen. Pijltjes naar rechts/links dienen voor hogere/lagere frequentie. CD, CDR: Pijltjes naar links/rechts dienen voor het zoeken naar een vorige/volgende passage, omhoog/omlaag zijn om naar een vorig/volgend nummer te gaan. +A Om het volume van de receiver harder te zetten. -A Om het volume van de receiver zachter te zetten. NEWS/TA Om NEWS en TRAFFIC ANNOUNCEMENT in en uit te schakelen. TV: Om teletekst in en uit te schakelen. SAT: Om de informatietekst in en uit te schakelen. ÉATV Om het volume van de tv harder te zetten. CD, CDR, VCR, DVD: Om het afspelen te starten. ÇATV Om het volume van de tv zachter te zetten. CD, CDR, VCR, DVD: Om het afspelen te beëindigen. í CHANNEL/TRACK ...Om de vorige geprogrammeerde zender te kiezen. VCR: Om de cassette terug te spoelen. CD, CDR, DVD: Om het vorige nummer te kiezen. TV: Om het vorige kanaal te kiezen.
ë CHANNEL/TRACK ...Om de volgende geprogrammeerde zender te kiezen. VCR: Om de cassette door te spoelen. CD, CDR, DVD: Om het volgende nummer te kiezen. TV: Om het volgende kanaal te kiezen. LOUDNESS Om de LOUDNESS-functie in en uit te schakelen. SUBW. ON/OFF Schakelt de subwoofer aan en uit. REC, DVD AUDIOCDR, VCR: Om het opnemen te starten. DVD: Om een ander audionummer te kiezen. CANCEL, DVD CD, CDR, SAT, VCR: Om een programma te wissen, om een keuze ongedaan te maken. DVD: Om de gezichtshoek te wijzigen. FR.D., DVD Å TUNER: Om FREQUENCY DIRECT te kiezen. CD, CDR, VCR, DVD: Om het afspelen te onderbreken. INDEX, DVD T-CVCR: Om het zoeken in de index in en uit te schakelen. SAT: Om de thema’s in en uit te schakelen. DVD: Om te kiezen tussen titel en hoofdstuk. DISCCD-, CDR-, DVD-wisselaars: Om naar de volgende disk te gaan. NIGHT Om NIGHT MODE in en uit te schakelen. VIRTUAL MODE Doorloopt de verschillende virtuele surround sound modi. SURROUND ON/OFF ....Om SURROUND SOUND in en uit te schakelen. +/- SUBWOOFER...Om het volume van de subwoofer harder/zachter te zetten. +/- REAR Om het volume van de achterluidsprekers harder/zachter te zetten. Als de testtoon aanstaat, kunt u met deze toetsen het volume van de luidsprekers die u hoort harder/zachter zetten. SURROUND MODEOm door de verschillende surroundinstellingen te lopen. TEST TONE Om de testtoon in en uit te schakelen. Als de testtoon aanstaat, kunt u met +/- REAR het volume van de luidsprekers die u hoort harder/zachter zetten.
AFSTANDSBEDIENING AFSTANDSBEDIENING Programmeren van de universele afstandsbediening U herkent de universele afstandsbediening aan het opschrift Multibrand/Universal. Om de codes te gebruiken voor uw apparatuur van verschillende merken dient de universele afstandsbediening geprogrammeerd te worden. U doet dit door de 4-cijferige code in te toetsen of door de codes te scannen tot u de juiste code gevonden heeft. Wij raden u aan het intoetsen van de 4-cijferige code te gebruiken. Dit gaat sneller en is betrouwbaarder. Het scannen van de codes kunt u betere alleen gebruiken als u de code voor één van uw apparaten niet kunt vinden. De codelijst vindt u achterin deze gebruiksaanwijzing.
Belangrijk! Voor het programmeren moet u de toetsen van de afstandsbediening gebruiken, niet de toetsen van de receiver of de andere apparaten.
Als u de codes voor uw verschillende apparaten gevonden en getest heeft dan kunt u ze hier opschrijven.
PHONO TUNER CD CDR/TAPE TV VCR SAT DVD Nederlands
Programmeren met de 4-cijferige code 1 Houd de bronkeuzetoets van het apparaat dat u wilt bedienen en 2 gedurende 3 seconden ingedrukt.
Resetten van de afstandsbediening 1 Houd één van de bronkeuzetoetsen en 2 ingedrukt gedurende 3 seconden.
2 Toets de 4-cijferige code voor het apparaat in (de codelijst vindt u achterin deze gebruiksaanwijzing).
2 Toets de 3-cijferige code 981 in. y Alle oorspronkelijke Philips-codes zijn nu weer teruggezet op de afstandsbediening.
Opmerkingen: – Als u meer dan 4-cijfers intoetst dan herkent de afstands-bediening enkel die, die u het eerst ingetoetst heeft. – Als u 30 seconden lang geen enkele code intoetst dan beëindigt de afstandsbediening het programmeren zonder de code te wijzigen. – Om een nieuw apparaat te programmeren, geeft u gewoon een nieuwe code op die de oude code overschrijft. Scannen van de codes 1 Zet het apparaat aan dat u wilt bedienen. 2 Houd de bronkeuzetoets van het apparaat dat u wilt bedienen en 2 gedurende 3 seconden ingedrukt. 3 Druk op 2 en laat opnieuw los. y De afstandsbediening stuurt de codes voor ‘volgende zender’ of voor ‘stand-by’ (afhankelijk van de gekozen geluidsbron) van het ene merk na het andere. 4 Druk, zodra het apparaat reageert (de volgende zender kiest of stand-by schakelt) op 2 om de code te bevestigen. y De geïdentificeerde code wordt gebruikt. • Als het apparaat gedurende 2 minuten niet reageert dan is de code voor dit apparaat niet opgeslagen in de afstandsbediening. De code van de afstandsbediening blijft ongewijzigd. Opmerking: Als u de batterijen langer dan 1 minuut uit de afstandsbediening haalt dan moeten de codes opnieuw geprogrammeerd worden.
^ % $ # @ ! 09 8 7 6 Aansluitbussen 6,3 mm-hoofdtelefoonbus op de voorkant. Audio- en video-ingangen op de voorkant (enkel bij FR 995, FR 996).
Naam van de aansluitbus Voor het aansluiten van: 1 PHONES Een hoofdtelefoon met 6,3 mm-stekker.
2 FRONT AV / GAME Linker en rechter audio-uitgangen van toestellen zoals videocamera’s en spelconsoles. 3 FRONT AV / GAME Video-uitgangen van toestellen zoals videocamera’s en spelconsoles. FRONT SPEAKERS 4 R, L Een rechter- en linkervoorluidspreker. 5 CENTER Een middenluidspreker. SURROUND SPEAKERS 6 R, L Een rechter- en linker-surround-luidspreker. AUDIO IN/OUT 8 CDR/TAPE OUT De ingang van een cd-recorder of een cassettedeck. 9 CDR/TAPE IN De uitgang van een cd-recorder of een cassettedeck. 0 CD IN De uitgang van een cd-speler. ! SAT IN De uitgang van een satellietsysteem. @ VCR OUT De ingang van een videorecorder. # VCR IN De uitgang van een videorecorder. $ TV IN De uitgang van een tv. % PHONO IN De uitgang van een platenspeler met MM-element. ¡ PHONO GND f De aarddraad van een platenspeler. 6-kanaals ingang ^ 6 CHANNEL /DVD INPUT De 6-kanaalsuitgang van apparaten zoals een DVD- of laserdiskspeler. DIGITAL AUDIO IN/OUT & COAX 1 IN De coax-uitgang van digitale apparatuur (standaardingang voor DVD bron) * COAX 2 IN De coax-uitgang van digitale apparatuur. ( COAX OUT De coax-ingang van digitale apparatuur zoals een cd-recorder of MD-recorder. ) OPTICAL IN De optische uitgang van digitale apparatuur zoals een DVD-speler, cd-speler, cd-recorder of MD-speler (enkel bij FR 985, FR 986). ) OPTICAL 1 (2) IN De optische uitgang van digitale apparatuur zoals een DVD-speler, cd-speler, cd-recorder of MD-speler (enkel bij FR 995, FR 996). VIDEO IN/OUT ™ S-VIDEO S-Video-ingangen/uitgangen van videotoestellen voor betere beeldkwaliteit (alleen FR 995, FR 996). £ DVD IN De uitgang van een DVD-speler. ≤ MON OUT De ingang van een monitor (bijvoorbeeld de tv). § VCR IN De uitgang van een videorecorder. ≥ VCR OUT De ingang van een videorecorder (voor opnames). ª SAT IN De uitgang van een satellietsysteem. Antenneaansluitingen ∞ AM LOOP De bijgeleverde raamantenne. • FM 75 Ω De bijgeleverde draadantenne of buitenantenne. Uitgangen met voorversterking 7 CENTER PRE-OUT De ingang van een tv wanneer deze gebruikt wordt als middenluidspreker (enkel mogelijk wanneer de systeembus CINEMA LINK aangesloten is). º SUBWOOFER PRE-OUT De ingang van een actieve subwoofer. Systeembus ⁄ CINEMA LINK De systeembusaansluitingen van een Philips-tv met CINEMA LINK. Netaansluitingen (niet bij ¤ AC OUTLET Levert dezelfde spanning als het net. Maximaal aan te sluiten alle modellen) vermogen 100 W. Netsnoer ‹ Steek, nadat u alle andere aansluitingen gemaakt heeft, de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
AANSLUITINGEN Analoge audio-aansluitingen Sommige apparaten hebben analoge en digitale aansluitingen. Gebruik waar mogelijk de digitale aansluiting; normaal geeft dit een betere geluidskwaliteit. Zie „Een andere ingang toekennen aan een bron” voor het gebruik van de digitale aansluitingen van de receiver. Vanwege een andere soort uitgangssignaal is bij het gebruik van een Dolby Digital Laserdisk een aparte AC-3 RF-demodulator nodig.
AANSLUITINGEN Systeembus, CINEMA LINK Als de receiver en uw Philips TV (of nog beter met extra Philips VCR of DVD-speler) met CinemaLink worden aangesloten op het CINEMA LINK-systeembussturing, worden enige extra systeemmogelijkheden geboden: – Wanneer u een geluidsbron inschakelt dan schakelt het systeem automatisch naar die ingang. – U kunt het systeem bedienen via het tv-scherm. Afhankelijk van de talen waarover uw tv beschikt, kan dat in een taal naar keuze. – De tv kan dienst doen als middenluidspreker van uw systeem zodat u geen aparte middenluidspreker nodig heeft. (De kabel A moet afzonderlijk worden aangekocht.) – Door op de standby-knop van de afstandsbediening te drukken, kunt u het volledige systeem overschakelen op standby.
AANSLUITINGEN Netaansluiting
Antenneaansluitingen
Het typeplaatje bevindt zich op de achterkant van de receiver.
AM (MW)-antenne De raamantenne is uitsluitend voor gebruik binnenshuis. Plaats de antenne zo ver mogelijk uit de buurt van de receiver, de tv, de kabels, een DVD-speler, een viderecorder of andere stralingsbronnen.
1 Controleer of de netspanning op het typeplaatje overeenkomt met de plaatselijke netspanning. Is dit niet het geval, neem dan contact op met uw leverancier of serviceorganisatie.
1 Sluit de stekker van de raamantenne aan op AM LOOP zoals hieronder aangegeven.
2 Verbind het netsnoer met het stopcontact. Om het toestel volledig van het net te scheiden moet de netstekker uit de muurcontactdoos worden getrokken.
2 Draai de antenne voor een zo goed mogelijke ontvangst.
A ANTENN Luidsprekeraansluitingen Voor de luidsprekers zitten op de receiver een aantal schroefaansluitigen en een aantal klemaansluitingen. Sluit aan zoals hieronder aangegeven. 7m
P AM LOO FM-antenne De bijgeleverde draadantenne dient enkel voor het ontvangen van zenders in de buurt. Voor een betere ontvangst adviseren wij u gebruik te maken van het kabelantennesysteem of van een buitenantenne. 1 Sluit de bijgeleverde draadantenne aan op FM 75 Ω zoals hieronder aangegeven.
1 Sluit altijd de gekleurde (of gemerkte) draad aan op de gekleurde aansluiting en de zwarte (of niet-gemerkte) draad op de zwarte aansluiting. 2 Verbind: – De linkervoorluidspreker met L (rood en zwart) – De rechtervoorluidspreker met R (rood en zwart) – De middenluidspreker met (blauw en zwart) – De linker-surround-luidspreker met SURROUND L (grijs en zwart) – De rechter-surround-luidspreker met SURROUND R (grijs en zwart)
Uw tv als middenluidspreker U kunt uw Philips-tv met CINEMA LINK als middenluidspreker gebruiken. Voor tv’s met een scart-aansluiting heeft u een extra audioverloopkabel (van cinch naar scart) nodig. Voor tv’s met cinch-aansluitingen heeft u extra cinch-kabels nodig. Deze kabels moeten aangesloten worden op de blauwe CENTER PRE-OUT-aansluiting op de achterkant. Kijk in de gebruiksaanwijzing van uw tv om te weten hoe u uw tv als middenluidspreker kunt gebruiken.
2 Zet de antenne in verschillende standen voor een zo goed mogelijke ontvangst. • Als u gebruik maakt van het kabelantennesysteem of van een buitenantenne, sluit deze dan aan op FM 75 Ω in plaats van de draadantenne. FM 75 Ω
INSTALLEREN VAN HET SYSTEEM FR ON T LEFT RIGHT SU BW OO FE R CENTER SURROUND (REAR)
LEFT RIGHT SURROUND (REAR)
Opstellen van de luidsprekers Algemene tips voor het opstellen Plaats uw luidsprekers bij voorkeur niet in een hoek of op de grond, want dan worden de bassen te sterk. Als u de luidsprekers achter een gordijn, meubels enzovoort plaatst dan worden de hoge tonen verzwakt. De luisteraar moet de luidsprekers vanuit de luisterpositie steeds kunnen „zien”. Elke ruimte heeft andere akoestische kenmerken en de mogelijkheden voor het opstellen zijn vaak beperkt. U vindt de beste opstelling voor uw luidsprekers aan de hand van de illustratie hierboven. Voor een goed surround-geluid adviseren wij minimaal 5 luidsprekers (2 voor, één midden, 2 achter). U kunt ook met minder luidsprekers een soort surround-geluid verkrijgen. Dit door de signalen die bestemd zijn voor de ontbrekende luidsprekers naar de bestaande te leiden. Zie „Menu’s” voor het correct installeren van de receiver voor het aantal luidsprekers en de grootte van de gebruikte luidsprekers. Opstellen van de voorluidsprekers De voorluidsprekers moeten links en rechts voor de luisterplek geplaatst worden zoals gewone stereoluidsprekers. Opstellen van de middenluidspreker De centrale luidspreker moet in het midden tussen de twee voorste luidsprekers geplaatst worden bijvoorbeeld onder of op de tv. De beste hoogte voor de middenluidspreker is op oorhoogte (terwijl u zit). Opstellen van de surround-luidsprekers De surround-luidsprekers moeten tegenover elkaar staan en een rechte lijn vormen met de luisterplek, of ietwat achter de luisterplek staan. Opstellen van de subwoofer Met een subwoofer kunt u de weergave van de lage tonen flink versterken. De subwoofer kan overal in de kamer opgesteld worden aangezien het niet mogelijk is te herkennen waar de lage tonen vandaan komen. Maar plaats de subwoofer bij voorkeur niet in het midden van de kamer omdat de lage tonen dan weer verzwakt kunnen worden. Plaats niets op de subwoofer.
Instellen en testen van de luidsprekers Voor een optimaal surround-geluid moet het relatieve volume van de luidsprekers ingesteld worden. Zorg ervoor dat u op de normale luisterplek zit wanneer u het volume van de luidsprekers instelt. Zie „Receiver-menu” voor het installeren van de gebruikte luidsprekers. Als ideale instelling moet het volume in de luistersituatie gelijk zijn uit alle luidsprekers. 1 Druk op POWER / STANDBY om de receiver aan te zetten. 2 Druk op TEST TONE op de afstandsbediening. y U hoort een testtoon afkomstig van de verschillende luidsprekers, behalve de subwoofer. 3 Druk op +/- REAR op de afstandsbediening om het volume van de huidige luidspreker harder/ zachter te zetten. Het beste resultaat krijgt u wanneer het volume alle luidsprekers even hard staat vanaf de luisterplek. 4 Druk op TEST TONE op de afstandsbediening. y De testtoon stopt. Opmerking: Als u niet helemaal tevreden bent met de volumeinstellingen dan kunt u het beste kleine wijzigingen aanbrengen tijdens surround sound-weergave.
Uitgangsvermogen Als de receiver te hard wordt gezet (extreem hoog uitgangsvermogen) dan kunnen er vervormingen optreden die uw luidsprekers ernstig kunnen beschadigen. Als u vervormingen bemerkt, zet het volume en de tonenregeling dan op een zodanig niveau dat het geluid weer goed klinkt. Om oververhitting van het apparaat te voorkomen is een beveiliging ingebouwd. Daardoor kan het heel uitzonderlijk gebeuren dat uw apparaat automatisch uitgeschakeld wordt. Schakel in zo’n geval het apparaat uit en laat het afkoelen voor u het opnieuw gebruikt.
Hoofdtelefoon Als u een hoofdtelefoon aansluit op PHONES dan worden de luidsprekers uitgeschakeld. De receiver gaat over op STEREO en het surround-geluid wordt teruggebracht tot een stereosignaal dat wel weergegeven kan worden door een gewone hoofdtelefoon. Zodra u de stekker van de hoofdtelefoon uit de receiver haalt, worden de luidsprekers weer ingeschakeld. Wilt u opnieuw surround-geluid horen, stel de receiver dan terug in op Surround Sound.
Onderhoud U kunt de receiver schoonmaken met een zachte, licht bevochtigde pluisvrije doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen want die kunnen het apparaat beschadigen. Bescherm de receiver tegen vocht, regen, zand of extreem hoge temperaturen (zoals bij verwarmingsapparatuur of in de felle zon).
NT FRO DISPLAY Statusindicators
Display Het display van de receiver bestaat uit 4 delen, die voor de volgende informatie gebruikt worden: Luidsprekerdiagram
Deze indicators laten u de verschillende receiver-instellingen zien en geven er informatie over. PRESET de
Een rechthoekje met een letter erin geeft aan dat een bepaalde luidspreker gekozen werd in het installatiemenu. De subwoofer-indicatie echter, brandt enkel als er een subwoofer-signaal aanwezig is. Verschijnt alleen een letter dan wordt deze luidspreker niet gebruikt en wordt het geluid ervan weergegeven door de andere luidsprekers. virtuele surround sound sound-weergave DIGITAL SURROUND ....digitale surround sound-weergave L, R linker- en rechtervoorluidspreker C middenluidspreker SL, SR surround-luidsprekers SW subwoofer SURROUNDsurround
Deze indicaties laten u zien of het menu al dan niet geopend is en geven aan in welke richting u kunt gaan. M E N U het
menu is geopend 1u kunt terugkeren naar het vorige onderwerp in het menu met 1 PREV. / EXIT (toets „naar links” op de afstandsbediening) 3 u kunt naar boven lopen binnen een lijst van mogelijkheden met X MENU NAVIGATOR (toets „omhoog” op de afstandsbediening) 4 u kunt naar beneden lopen binnen een lijst van mogelijkheden met X MENU NAVIGATOR (toets „omlaag” op de afstandsbediening) 2u kunt verdergaan naar het volgende onderwerp in het menu met NEXT 2 (toets „naar rechts” op de afstandsbediening) O Kom de weergegeven keuzemogelijkheid te bevestigen ON/OFF
tuner is afgestemd op een geprogrammeerde radiozender SENS HI de tuner is ingesteld op „hoge afstemgevoeligheid” SENS LO de tuner is ingesteld op „lage afstemgevoeligheid” C I N E M A L I N K O N CINEMA LINK is ingeschakeld STEREOer wordt een FM-zender ontvangen in stereo Rer wordt een RDS-zender ontvangen EON er wordt een RDS-zender met EON ontvangen HALL het HALL-effect is ingeschakeld TA RDS-verkeersinformatie is ingeschakeld NEWS RDS-nieuwsberichten is ingeschakeld ANA de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op een analoge ingang N I G H T NIGHT MODE is ingeschakeld COAX 1 de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op de digitale coax-ingang COAX 1 COAX 2 de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op digitale coax-ingang COAX 2 D O W N M I X de inkomende meerkanaalssignalen worden teruggebracht tot een kleiner aantal uitgaande signalen (afhankelijk van het aantal luidsprekers) OPT de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op de digitale optische ingang OPTICAL IN (enkel bij FR 985, FR 986). OPT 1 de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op de digitale optische ingang OPTICAL 1 IN (enkel bij FR 995, FR 996). OPT 2 de geluidsbron die aan het spelen is, is aangesloten op de digitale optische ingang OPTICAL 2 IN (enkel bij FR 995, FR 996). LOUDNESS de LOUDNESS-functie is ingeschakeld
Dit gedeelte wordt gebruikt voor informatie over de receiver, tunerfrequenties, keuzemogelijkheden in een menu, instellingen en lopende tekstboodschappen.
MENU’S De receiver is voorzien van een menusysteem. De verschillende menuopties zijn op een logische manier aan elkaar gerelateerd. Veronderstel dat u geen middenluidspreker aangesloten heeft en dus CENTER SPEAKR (middenluidspreker) op NO (no) gezet heeft. Probeert u vervolgens VOL CENTER (volume midden) te gebruiken dan loopt een boodschap in het display om u te laten weten dat dit niet mogelijk is (INSTALL CENTER SPEAKER - installeer middenluidspreker). Het menu werkt steeds op dezelfde manier. De pijltjes in het display geven aan in welke richting u kunt lopen. 1 Druk op SETUP MENU. y In het display verschijnt MENU, en * EFFECTS. • U kunt het menu op elk moment afsluiten door op SETUP MENU te drukken. 2 Draai X MENU NAVIGATOR tot de gewenste keuzemogelijkheid (of instelling) in het display verschijnt. 3 Druk op NEXT 2 om de keuzemogelijkheid in het display te kiezen (of ENTER / OK om de instelling te bevestigen). • U kunt elke keuzemogelijkheid verlaten (de instellingen blijven dan ongewijzigd) door op 1 PREV. / EXIT te drukken. Menustructuur * EFFECTS (effecten) Inschakelen van geluidseffecten. VIRT SURR virtuele surround: 0…100 % * VOL BALANCE (volume balance) Instellen van de relatieve volumebalans tussen de aangesloten luidsprekers. TEST TONE Testtoon: on/off (aan/uit) VOL FRONT-L Volume linkervoorluidspreker: –50…+50 VOL FRONT-R Volume rechtervoorluidspreker: –50…+50 VOL CENTER Volume middenluidspreker: –50…+50 VOL REAR-L Volume linkerachterluidspreker: –50…+50 VOL REAR-R Volume rechterachterluidspreker: –50…+50 VOL SUBWOOFER Volume subwoofer: –50…+50
Opmerking: Bij gebruik van de 6 CHANNEL / DVD INPUTingang kunnen de onderstaande waarden niet worden gewijzigd. * SPEAKR SETUP (luidsprekeropstelling) Kiezen van de gebruikte luidsprekers. SUBW PRESENT Subwoofer aanwezig: yes/no (ja/neen) CENTER SPEAKR Middenluidspreker aanwezig: yes/no (ja/neen) REAR SPEAKER Achterluidsprekers aanwezig: yes/no (ja/neen) * SPEAKR SIZES (grootte van de luidsprekers) Kiezen van de grootte van de gebruikte luidsprekers, voor een optimale geluidsweergave. LARGE wordt gebruikt voor luidsprekers die frequenties lager dan 50 Hz kunnen weergeven. Als SUBW PRESENT op NO staat dan kan FRONT SIZE enkel op LARGE gezet worden. Als FRONT SIZEop SMALL staat dan kan CENTER SIZE enkel op SMALL gezet worden en dient dus een subwoofer aangesloten te worden. FRONT SIZE Left and right front luidsprekers: small/large (klein/groot) CENTER SIZE Middenluidspreker: small/large (klein/groot) REAR SIZE Achterluidsprekers: small/large (klein/groot) * SPK DISTANCE (afstand tot de luidsprekers) De afstand tussen de normale luisterplek en de luidsprekers. Op die manier wordt de vertragingstijd voor het surroundgeluid bepaald. DISTANCE L/ R Afstand tot de voorluidsprekers: 1…10 m DISTANCE CNTR Afstand tot de middenluidspreker: 1…10 m DISTANCE REAR Afstand tot de achterluidsprekers: 1…10 m
* SELECT INPUT (ingang kiezen) Toekennen van de audio-ingangen aan de diverse bronnen die gekozen worden met SOURCE SELECT (zie „BRONKEUZE” voor meer informatie). COAX1 Digitale coax-ingang 1, COAX 1 IN COAX2 Digitale coax-ingang 2, COAX 2 IN OPT (enkel bij FR 985, FR 986) Digitale optische ingang, OPTICAL IN OPT 1 (enkel bij FR 995, FR 996) Digitale optische ingang, OPTICAL 1 IN OPT 2 (enkel bij FR 995, FR 996) Digitale optische ingang, OPTICAL 2 IN SAT IN Analoge audio-ingang SAT IN VCR IN Analoge audio-ingang VCR IN TV IN Analoge audio-ingang TV IN CDR IN Analoge audio-ingang CDR IN CD IN Analoge audio-ingang CD IN 6 CH IN Analoge audio-ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT * TUNER (tuner) Instellingen voor geprogrammeerde radiozenders (zie „TUNER” voor meer informatie). AUTO INSTALL Automatisch programmeren van radiozenders MAN INSTALL Handmatig programmeren van radiozenders GIVE NAME Geven van een naam aan een geprogrammeerde zender RESHUFFLE Herschikken van de geprogrammeerde zenders
TV-menu Als de receiver aangesloten is op een Philips CINEMA LINK-tv via de systeembusaansluitingen CINEMA LINK (zie „AANSLUITINGEN") dan kunt u het systeem via de tv installeren. Aan het menu wordt dan de keuzemogelijkheid RECEIVER toegevoegd. Als CINEMA LINK ingeschakeld is dan verschijnen de instellingen van de receiver gedurende een paar seconden op het tv-scherm. In de gebruiksaanwijzing van uw tv vindt u hoe u het tv-menu moet gebruiken. De mogelijkheden kunnen per tv-model verschillen. Inschakelen van de aansluiting • Druk op CINEMA LINK om de aansluiting tussen de receiver en de tv in of uit te schakelen. y Als de aansluiting ingeschakeld is dan verschijnt in het display CINEMA LINK ON. Opmerking: We raden u aan CINEMA LINK uit te schakelen wanneer u gaat opnemen. Zo voorkomt u ongewenste onderbrekingen door veranderingen in de tv-instellingen. Als CINEMA LINK ingeschakeld is en het tv-menu is geopend dan verschijnt in het display TV MENU en de menu- en geluidsfuncties op de receiver worden geblokkeerd.
BRONKEUZE Wanneer u een bron kiest door SOURCE SELECT te draaien, worden de audio- en video-ingangen met de bijbehorende naam geactiveerd. Het inkomend signaal wordt weergegeven door alle audio- en – indien de bron ook een videosignaal geeft – videouitgangen van de receiver. Het is ook mogelijk een andere dan deze standaardingangen aan een gekozen bron toe te kennen.
Dezelfde ingang gebruiken voor twee of meerdere apparaten U kunt dezelfde ingang gebruiken voor meerdere bronnen. Dit is handig wanneer verschillende apparaten in een keten met elkaar verbonden zijn. Voorbeeld: Een videorecorder is verbonden met een tv maar alleen de tv is aangesloten op de receiver. Wanneer u met SOURCE SELECT de tv of de videorecorder kiest, moeten deze beiden de ingangen van de tv gebruiken.
Gekozen bronGebruikte aansluitbus DVDDigitale audio-ingang COAX 1 en video-ingang DVD IN PHONOAudio-ingang PHONO IN TUNER Het tuner-gedeelte van de receiver is in gebruik, alle ingangen zijn uitgeschakeld. CD Audio-ingang CD IN CDR/TAPE Audio-ingang CDR/TAPE IN TVAudio-ingang TV IN en geen video-ingang VCR Audio-ingang VCR IN en video-ingang VCR IN SAT Audio-ingang SAT IN en video-ingang SAT IN
2 Draai SOURCE SELECT om de bron te kiezen waaraan u meerdere ingangen wilt toekennen (bijvoorbeeld VCR). y In het display verschijnt de naam van de bron en de indicator die bij de bron hoort, knippert.
6 CHANNEL / DVD INPUT-selectie
5 Vanaf nu wordt de ingestelde audio-ingang gebruikt wanneer u deze bron gekozen wordt (bijvoorbeeld VCR wordt de ingang TV IN gebruikt; wanneer u VCR kiest, verschijnt in het display kort VCR <TV IN>).
De 6 CHANNEL / DVD INPUT-aansluitingen kunnen worden toegewezen aan om het even welke van de beschikbare bronnen (uitgezonderd TUNER en PHONO). De toewijzing kan gebeuren via de * SELECT INPUT optie in het menu. Zie hieronder voor verdere details.
Een andere ingang toekennen aan een bron Wanneer een bron gekozen wordt met SOURCE SELECT dan wordt de standaardaudio-ingang gebruikt. Om dit te wijzigen moet een andere audio-uitgang toegekend worden aan de gekozen bron. Voorbeeld: De digitale audio-ingang COAX 2 IN toekennen aan CD in plaats van CD IN. 1 Kies in het menu * SELECT INPUT en druk op NEXT 2. 2 Draai SOURCE SELECT om de bron te kiezen waaraan u een andere ingang wilt toekennen (bijvoorbeeld CD). y In het display verschijnt de naam van de bron en de indicator die bij de bron hoort, knippert.
1 Kies in het menu * SELECT INPUT en druk op NEXT 2.
3 Draai X MENU NAVIGATOR om de ingang te kiezen die gebruikt moet gaan worden (bijvoorbeeld VCR -> TV IN).
4 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. y In het display verschijnt kort STORED.
De ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT De 6 CHANNEL / DVD INPUT kan worden gebruikt voor aansluiting van een toestel met een ingebouwde meerkanalen-decoder (bijv. Dolby Digital, DTS enz.) en 6-kanalen uitgang, bijv. van een hoogwaardige DVD-speler. Wanneer de audio-ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT gebruikt wordt dan doet de receiver dienst als meerkanaalsversterker. De bron produceert een surround-geluid en stuurt dit naar de receiver verdeeld in de nodige kanalen. Daarom hebben de toetsen SURROUND ON/OFF, HALL en SURR. MODE ook geen effect aangezien het aangeboden signaal reeds meerkanaals is. De bron die aangesloten is op de audio-ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT kan niet opgenomen worden.
3 Draai X MENU NAVIGATOR om de ingang te kiezen die gebruikt moet gaan worden (bijvoorbeeld CD -> COAX2). 4 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. y In het display verschijnt kort STORED. 5 Vanaf nu wordt de ingestelde audio-ingang gebruikt wanneer deze bron gekozen wordt (bijvoorbeeld bij CD wordt de ingang COAX 2 IN gebruikt; wanneer u CD kiest, begint COAX 2 te branden).
AFSPELEN, OPNEMEN Afspelen van een bron
Opnemen van een geluidsbron
1 Druk op POWER / STANDBY om de receiver aan te zetten.
Als u een geluidsbron wilt opnemen dan moet u deze kiezen met SOURCE SELECT. Het inkomende signaal wordt weergegeven door alle audio- en – indien de geluidsbron ook een videosignaal heeft – video-uitgangen van de receiver. De klankinstellingen hebben geen invloed op de opname.
2 Draai SOURCE SELECT om een bron te kiezen. y In het display verschijnt de naam van de bron. • U kunt de ingang FRONT AV / GAME kiezen door op FRONT AV te drukken (enkel bij FR 995, FR 996). 3 Start het afspelen van de bron zoals u dat altijd doet.
Instellen van het geluid • Draai VOLUME om het volume in te stellen. y In het display verschijnt VOLUME en het volumeniveau tussen 0 en 50. 1 Druk op BASS of TREBLE. y In het display verschijnt kort BASS of TREBLE en de huidige instelling. Daarna loopt door het display TURN VOLUME KNOB TO CHANGE.
2 Draai VOLUME om de lage of hoge tonen in te stellen. y In het display verschijnt kort BASS of TREBLE en de huidige instelling. Opmerking: Als VOLUME of een andere knop gedurende 5 seconden niet gebruikt wordt dan wordt het instellen van de lage of hoge tonen afgesloten. • Als een subwoofer is aangesloten, druk dan op SUBW. ON/OFF om de lagetonenweergave te verhogen. Opmerking: Bij digitale surround sound zal alleen een subwoofersignaal beschikbaar zijn indien ondersteund door het bronmateriaal. • Druk op LOUDNESS om de loudness-functie in of uit te schakelen. y Is de loudness-functie ingeschakeld dan verschijnt LOUDNESS in het display.
1 Draai SOURCE SELECT (of druk op FRONT AV – enkel bij FR 995, FR 996) om de geluidsbron te kiezen die u wilt opnemen. y In het display verschijnt de naam van de geluidsbron. 2 Zet het apparaat waarmee u wilt opnemen klaar. Het apparaat moet aangesloten zijn op één van de uitgangen van de receiver. 3 Start de opname op het apparaat waarmee u opneemt. 4 Start het afspelen op de geluidsbron op de gebruikelijke manier. Opmerkingen: – Het audio- en videosignaal van VCR IN wordt niet weergegeven door VCR OUT. Hetzelfde geldt voor het audiosignaal van CDR/TAPE IN door CDR/TAPE OUT. – Wij adviseren u niet de digitale uitgang COAX OUT van de receiver te gebruiken om op te nemen van een analoge geluidsbron. Gebruik in plaats daarvan de analoge uitgang CDR/TAPE. – De bron die aangesloten is op de audio-ingang 6 CHANNEL / DVD INPUT kan niet opgenomen worden.
Opnemen via de digitale uitgang U kunt een digitale recorder aansluiten op de digitale uitgang van de receiver. Zo kunnen alle signalen die binnenkomen langs de digitale ingangen rechtstreeks opgenomen worden op de aangesloten audiorecorder. De receiver zet ook alle signalen van de analoge ingangen om naar de digitale uitgang. De receiver kan gebruikt worden om een meerkanaals surround sound-audiosignaal digitaal op te nemen (Dolby Digital, DTS of MPEG) van, bijvoorbeeld, DVD naar CD-R. De receiver zet het digitale meerkanaals signaal om in een stereosignaal zonder verlies van relevante geluidsinformatie. Opmerkingen: – Bij opname van een Dolby Digital-, DTS- of MPEG-signaal moet elke titel individueel worden opgenomen. – Digitale opname is niet mogelijk als het digitale bronmateriaal tegen kopiëren is beveiligd.
SURROUND SOUND Over surround sound
Inschakelen van het surround-geluid
Surround sound biedt u een compleet nieuwe luisterervaring. U zult het gevoel hebben dat u zich ten midden van de actie bevindt want het geluid komt van overal om u heen. Let op tv-uitzendingen, audio- en videocassettes en cd’s met het logo 3, 1, of deze zijn gecodeerd voor een meerkanaals surround-weergave. U kiest het beste voor Dolby Digital, DTS of MPEG om het maximum uit uw receiver te halen.
Wanneer het surround-geluid ingeschakeld is, kunt u kiezen uit de verschillende surroundinstellingen. De mogelijkheden zijn afhankelijk van de luidsprekeropstelling zoals die gedefinieerd is in het receivermenu.
Merk wel dat DVD-discs niet altijd volwaardige meerkanalen surround bevatten. Informeer bij uw leverancier om zeker te weten of een disk voor meerdere kanalen gecodeerd is. De meest gewone stereocassettes en cd’s geven, als ze met surround-geluid afgespeeld worden, een goed resultaat. Mocht de weergave bij surround-weergave vervormd klinken, schakel dan over op normale stereoweergave. De beschikbaarheid van de verschillende surroundinstellingen die beschreven staan, hangt af van het aantal luidsprekers dat gebruikt wordt en van de inkomende geluidsinformatie.
1 Druk op SURROUND ON/OFF om het surround-geluid in te schakelen. y De gebruikte surround-instelling loopt door het display. 2 Druk herhaaldelijk op SURR. MODE om naar de verschillende (beschikbare) surround-instellingen te luisteren. yDe gekozen instelling en de gebruikte luidsprekers verschijnen in het display. Als de inkomende meerkanaalssignalen teruggebracht worden tot een kleiner aantal uitgaande signalen dan verschijnt in het display DOWNMIX. 3 Druk zo dikwijls als nodig op VIRTUAL MODE om de virtuele surround sound modi te doorlopen: 1 × om 3D SURROUND te activeren 2 × om MULTI FRONT te activeren 3 × om MULTI REAR te activeren 4 × om NATURAL SURROUND te activeren yEen lampje geeft aan of een virtuele surround sound modus is ingeschakeld. -tekens geven aan welke virtuele surround sound modus actief is. 4 Druk op SURROUND ON/OFF om het surround-geluid in of uit te schakelen. y SURROUND OFF loopt door het display.
De FR 985, FR 986, FR 995 en FR 996 zijn in staat om DTS surround sound weer te geven. DTS is een uitmuntend meerkanalen surround soundsysteem dat beschikbaar is op DVD discs, laserdiscs en audio CD’s. Raadpleeg uw softwaredealer in verband met de beschikbaarheid van DTSsoftware in uw regio.
Als een digitaal surroundsignaal wordt gedetecteerd, zal de receiver DOLBY DIGITAL, DTS of MPEG weergeven.
SURROUND SOUND Surround sound-instellingen HALL De geluidsweergave wordt benadrukt en er wordt een lichte echo toegevoegd. U krijgt zo de indruk dat u zich in een grote ruimte bevindt. Kan enkel gebruikt worden bij stereo. SURROUND Met de surround-instelling kunt u een normaal surroundgeluid weergeven via 4 of 5 luidsprekers. Afhankelijk van het bronmateriaal wordt Dolby Surround Pro Logic, Dolby Digital DTS of MPEG weergegeven. PRO LOGIC, DOLBY DIGITAL, DTS, MPEG Behalve SURROUND, wordt ook de gebruikte surround-weergave – afhankelijk van de gebruikte geluidsbron of -drager – in het display weergegeven. In geval van digitale surround sound wordt het soundformaat AC-3 (voor Dolby Digital), DTS of MPEG (voor MPEG 2 Multichannel) weergegeven, gevolgd door de geluidskanalen die op de bron beschikbaar zijn (bijv. DVD).
Voorbeeld: AC-3 3/2.1 Dolby Digital, 3 voorste kanalen, 2 surround-kanalen en een subwoofer-kanaal. MPEG 2/0.0 MPEG meerkanaals, enkel stereogeluid. AC-3 3/1.0 Dolby Digital, 3 voorste kanalen, 1 (mono-) surround-kanaal zonder subwoofer-signaal. DTS 3/2.1 DTS, 3 voorste kanalen, 2 surround-kanalen en een subwoofer-kanaal. FRONT-3 STEREO Het surround-geluid wordt uitgeschakeld. Bij 3 Stereo luistert u naar een surround-geluid zonder de surround-luidsprekers te gebruiken. STEREO Alle geluid wordt weergegeven en afgespeeld via de linkeren rechtervoorluidsprekers. Op die manier is normale stereoweergave mogelijk.
Virtuele surround Uw receiver is in staat om één of meer vormen van virtuele surround sound weer te geven. Virtuele surround geeft een meer realistische klankindruk door schijnluidsprekers te creëren naast of in plaats van echte luidsprekers. De positie van de luisteraar beïnvloedt het surroundeffect. De zone waar het effect het beste te horen is werd grijs gekleurd.
NT FRO LEFT CENTER FR ON T RIGHT Het niveau van het virtuele surround soundeffect kan worden geregeld in het instelmenu. De volgende surround sound modi zijn beschikbaar: 3D SURROUND Hiervoor zijn geen achterluidsprekers vereist. De geluidsweergave van het achterkanaal wordt gesimuleerd door de voorluidsprekers. Surround sound wordt gesimuleerd via de linker en rechter voorluidsprekers en de middenluidspreker. MULTI FRONT Schijnluidsprekers worden gecreëerd naast de linker en rechter voorluidsprekers. MULTI REAR Schijnluidsprekers worden gecreëerd naast de linker en rechter achterluidsprekers. NATURAL SURROUND Schijnluidsprekers worden gecreëerd naast de linker en rechter voor- en achterluidsprekers. Opmerking: De beschikbaarheid van MULTI FRONT en MULTI REAR is afhankelijk van de geluidsweergavekanalen op het bronmateriaal. (enkel met de afstandsbediening) De harde gedeeltes van het geluid worden zachter en de zachte passage worden harder weergegeven. Zo kunt u van een surroundgeluid genieten zonder dat u slapende kinderen of de buren stoort. De nachtstand werkt enkel bij Dolby Digital en MPEG, en op voorwaarde dat de geluidsbron of -drager hiervoor geschikt is. NIGHT MODE
TUNER Afstemmen op een radiozender
Programmeren van radiozenders
U kunt radiozenders zoeken door de frequentieband te scannen. Als u de frequentie van een zender kent, kunt u die ook rechtstreeks intoetsen. Als een FM-zender in stereo uitgezonden en ontvangen wordt dan verschijnt in het display STEREO.
U kunt in het totaal 30 radiozenders programmeren. De receiver kan de zenders automatisch zoeken en programmeren maar u kunt dit ook zelf doen.
2 Druk herhaaldelijk op TUNER AM/FM om het golfgebied te kiezen. y In het display verschijnt het gekozen golfgebied. 3 Houd 1 of 2 ongeveer 1 seconde ingedrukt. y In het display verschijnt SEARCH en de tuner stemt af op een zender van voldoende sterkte. 4 Herhaal deze handelingen tot u de gewenste zender gevonden heeft. • Om af te stemmen op een zwakke zender: druk zo vaak als nodig kort op 1 of 2 tot de ontvangst optimaal is. Afstemmen op een radiozender door de frequentie in te toetsen (enkel met de afstandsbediening) 1 Druk op TUNER. y In het display verschijnt TUNER. 2 Druk op FR. D.. y In het display verschijnt _.
Automatisch programmeren 1 Kies * TUNER uit het menu en druk op NEXT 2. 2 Kies AUTO INSTALL en druk op NEXT 2. y In het display verschijnen het zendernummer waarmee het programmeren begonnen zal worden, het golfgebied en AUTO. 3 Draai TUNER PRESET X om het zendernummer waarmee het programmeren begonnen moet worden te wijzigen. 4 Kies het gewenste golfgebied met TUNER AM/FM. 5 Druk op ENTER / OK om het programmeren te starten. y AUTO INSTALL knippert en alle beschikbare zenders worden geprogrammeerd; dit kan enkele minuten duren. Het programmeren is klaar als AUTO INSTALL ophoudt met knipperen. Handmatig programmeren 1 Kies * TUNER uit het menu en druk op NEXT 2. 2 Kies MAN INSTALL en druk op NEXT 2. y In het display verschijnen een zendernummer, het golfgebied en de frequentie.
3 Toets met 1–0 de frequentie van een radiozender in.
3 Draai TUNER PRESET X om het zendernummer waaronder u de zender wilt opslaan te wijzigen.
Opmerking: Enkel geldige frequenties binnen het bereik van de tuner kunnen ingetoetst worden.
4 Stem af op de gewenste radiozender (zie „Afstemmen op een radiozender”).
Instellen van de FM-gevoeligheid
5 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. y In het display verschijnt kort STORED. De radiozender is nu geprogrammeerd onder het gekozen zendernummer.
U kunt de afstemgevoeligheid van de tuner laag instellen zodat enkel naar zenders met een sterk signaal gezocht wordt (enkel FM). 1 Draai SOURCE SELECT om de tuner te kiezen. y In het display verschijnt TUNER.
6 Kies en programmeer op dezelfde manier alle gewenste zenders.
2 Druk op SENS. op de receiver. y In het display verschijnt gedurende 5 seconden SENS HI of SENS LO. Opmerking: Tijdens het zoeken naar een radiozender ziet u in het display de huidige gevoeligheid. In dit geval betekent SENS LO dat de tuner enkel radiozenders met een sterk signaal zoekt.
Zoeken naar een radiozender 1 Draai SOURCE SELECT om de tuner te kiezen. y In het display verschijnt TUNER.
TUNER Afstemmen op een geprogrammeerde zender
Een naam geven aan een zender
1 Draai SOURCE SELECT op TUNER om de tuner te kiezen. y In het display verschijnt TUNER.
U heeft de mogelijkheid om elke geprogrammeerde radiozender zelf een naam te geven. Ook RDS-zenders kunt u een andere naam geven.
2 Draai TUNER PRESET X om een geprogrammeerde zender te kiezen. y In het display verschijnen PRESET, het zendernummer en de zender.
Herschikken van de geprogrammeerde zenders Het kan zijn dat u na het programmeren de volgorde van de geprogrammeerde zenders wilt wijzigen. Met RESHUFFLE kunt u de zenders van plaats verwisselen.
1 Kies * TUNER uit het menu en druk op NEXT 2. 2 Kies GIVE NAME (naam geven) en druk op NEXT 2. y In het display verschijnt een geprogrammeerde zender. 3 Draai TUNER PRESET X om de zender te kiezen die u een andere naam wilt geven.
1 Kies * TUNER uit het menu en druk op NEXT 2.
4 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. y In het display verschijnt de bestaande naam of ________.
2 Kies RESHUFFLE en druk op NEXT 2. y In het display verschijnen PRESET, een zendernummer en de zender.
5 Draai TUNER PRESET X om een letter te kiezen en NEXT 2 of 1 PREV. om naar de volgende of vorige positie te gaan.
3 Draai TUNER PRESET X om een geprogrammeerde zender te kiezen. 4 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. y In het display verschijnen het gekozen zendernummer SWAP <-> en een tweede zendernummer. 5 Draai TUNER PRESET X om het nieuwe zendernummer te kiezen. 6 Druk op ENTER / OK om het wisselen van plaats te bevestigen. y In het display verschijnt kort RESHUFFLED en de twee zenders zijn van plaats gewisseld.
6 Druk, nadat u de hele naam ingegeven heeft, op ENTER / OK om te bevestigen. y In het display verschijnt STORED en de naam is opgeslagen. Opmerking: Wilt u opnieuw de RDS-zendernaam gebruiken, wis dan de naam die u zelf gegeven heeft.
Wissen van een zendernaam 1 Kies uit het menu * TUNER, en kies GIVE NAME. y In het display verschijnt een geprogrammeerde zender. 2 Draai X MENU NAVIGATOR om de naam te kiezen die u wil wissen. 3 Druk op ENTER / OK om uw keuze te bevestigen. 4 Druk op 1 PREV. terwijl de eerste letter knippert. y CL knippert links van de zendernaam. 5 Druk op ENTER / OK om de zendernaam te wissen. Of, als u van gedachte verandert, druk op 1 PREV. om de zendernaam te laten staan.
TUNER RDS R RDS-nieuwsbericht en -verkeersinformatie
Radio Data System is een dienst van de zendstations waarbij FM-zenders extra informatie uitzenden. Als u en RDS-zender ontvangt dan verschijnen in het display R en de zendernaam.
U kunt de tuner zo instellen dat het geluid onderbroken wordt wanneer een RDS-zender een nieuwsbericht of verkeersinformatie verstuurt. Deze functies werken enkel indien de vereiste RDS-signalen uitgezonden worden.
Opmerking: Het tijdssignaal dat door bepaalde RDS-zenders uitgestuurd wordt, is niet altjid even nauwkeurig.
Als een RDS-zender tevens een EON-signaal (Enhanced Other Networks) meestuurt dan verschijnt in het display EON. Dit signaal stelt de tuner in staat niet alleen bij de gekozen RDSzender, maar over het hele golfbereik van de EON-zender op zoek te gaan naar nieuwsberichten en verkeersinformatie. 1 Stem af op de gewenste RDS-zender. 2 Druk op NEWS/TA: Eenmaal zodat NEWS in het display verschijnt; hiermee wordt de nieuwsberichtfunctie ingeschakeld. Tweemaal zodat TA in het display verschijnt; hiermee wordt de verkeersinformatiefunctie ingeschakeld. Driemaal zodat TA en NEWS in het display verschijnen; hiermee worden beide berichtenfuncties ingeschakeld. 3 Zet een van de geluidsbronnen aan op de normale manier. y Terwijl een nieuwsbericht of verkeersinformatie uitgezonden wordt, schakelt de receiver over op de tuner en in het display knippert NEWS of TA. 4 Druk op NEWS/TA tot de indicatie uit het display verdwijnt om de functie(s) uit te schakelen. of Druk op NEWS/TA tijdens een bericht om de functie(s) uit te schakelen. Opmerking: Let erop dat u de nieuwsbericht- en verkeersinformatiefunctie uitschakelt als u gaat opnemen want anders worden deze berichten ook opgenomen.
De verschillende soorten RDS-informatie • Druk herhaaldelijk op RADIO TEXT op de receiver om de volgende soorten informatie in het display te laten verschijnen (indien beschikbaar): – Tekstboodschappen – De RDS-tijd – De frequentie – De zendernaam
TECHNISCHE GEGEVENS Receiver
Wijzigingen voorbehouden zonder kennisgeving. Algemeen Stroomverbruik (FR 985, FR 986) 210 W Stroomverbruik (FR 995, FR 996) 255 W Stroomverbruik in stand-by < 2 W Afmetingen, b × h × d 435 × 135 × 350 mm Gewicht (FR 985, FR 986)8,6 kg Gewicht (FR 995, FR 996)9,4 kg Versterkergedeelte (0,7 % THD, 6 Ω, 1 kHz) Uitgangsvermogen, bij stereo (FR 985, FR 986) (DIN) 2 × 60 W Uitgangsvermogen, bij surround (FR 985, FR 986) Voor 2 × 60 W Midden60 W Surround2 × 60 W Uitgangsvermogen, bij stereo (FR 995, FR 996) (DIN) 2 × 100 W Uitgangsvermogen, bij surround (FR 995, FR 996) Voor 2 × 100 W Midden100 W Surround2 × 100 W Lage tonen ±9 dB bij 100 Hz Hoge tonen±9 dB bij 10 kHz Loudness...+6 dB bij 100 Hz (-30 dB); +3 dB bij 10 kHz (-30 dB) Totale harmonische vervorming0,05 % bij 1 kHz, 5 W Frequentiebereik 20–20 000 Hz, ±1 dB Signaal/ruis-verhouding ≥ 82 dB Kanaalscheiding (1 kHz)≥ 45 dB Overspraak (1 kHz) ≤ -65 dB Ingangen Lijningangen 250 mV/47 kΩ 6 CH 250 mV/40 kΩ Front AV (enkel FR 995, FR 996) 250 mV/22 kΩ Phono 5 mV/47 kΩ Digitaal, coax 75 Ω volgens IEC 958 Digitaal optischToslink Digitale bemonsteringsfrequentie (FR 985, FR 986) 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz Digitale bemonsteringsfrequentie (FR 995, FR 996) 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz, 96 kHz Uitgangen Netuitgangen (geschakeld) totaal max. 100 W Lijnuitgangen 250 mV/1 kΩ Digitaal coax 75 Ω volgens IEC 958 Digitale uitgang-samplingfrequenties Analoog in uit 48 kHz Digitaal in 32 kHz uit 32 kHz Digitaal in 44,1 kHz uit 44,1 kHz Digitaal in 48 kHz uit 48 kHz Digitaal in 96 kHz (enkel bij FR 995, FR 996)uit 48 kHz Subwoofer pre-out0,8 V/1 kΩ Center pre-out0,8 V/1 kΩ Hoofdtelefoon8–600 Ω (3 V e.m.f., 60 Ω) Luidsprekers≥ 6 Ω
Tuner Golfbereik FM87,5–108,0 MHz MW531–1 602 kHz LW153–279 kHz Gevoeligheid Stereo FM 41 dBf Mono FM15 dBf Totale harmonische vervorming Stereo FM 0,3 % Mono FM0,85 % Frequentiebereik 63–12 500 Hz ±1 dB Signaal/ruis-verhouding Stereo FM55 dB Mono FM60 dB Kanaalscheiding 35 dB bij 1 kHz
VERHELPEN VAN STORINGEN WAARSCHUWING Probeer in geen geval zelf iets te repareren want dan vervalt de garantie. Maak het apparaat niet open want dan loopt u het risico een elektrische schok te krijgen.
Als zich een probleem voordoet, controleer dan eerst de punten op de onderstaande lijst voor u het systeem in reparatie geeft. Kunt u het probleem niet oplossen aan de hand van deze aanwijzingen, raadpleeg dan uw leverancier of serviceorganisatie.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING Geen geluid
Het VOLUME staat te zacht.
De hoofdtelefoon is aangesloten.
Maak de hoofdtelefoon los.
U heeft de verkeerde bron gekozen.
Draai SOURCE SELECT om de juiste bron te kiezen.
Eén van de luidsprekers is verkeerd aangesloten. Sluit de luidspreker goed aan. Eén van de luidsprekerkabels is beschadigd.
Vervang de luidsprekerkabel.
De volumebalans in het receiver-menu is verkeerd ingesteld.
Stel VOL FRONT-L en VOL FRONT-R in in het receiver-menu.
Zwak of geen geluid uit de De SURROUND-functie is niet ingeschakeld. midden- of de surround -luidsprekers De surround- en/of middenluidsprekers zijn niet (goed) aangesloten.
Druk op SURROUND ON/OFF om het surroundgeluid in te schakelen.
Geen geluid van links of van rechts
Sluit de luidsprekers goed aan.
De surround- en/of middenluidsprekers zijn uitgeschakeld in SPEAKR SETUP menu.
Kies YES voor de aanwezige luisprekers.
Eén van de luidsprekerkabels is beschadigd.
Vervang de luidsprekerkabel.
De luidsprekers zijn niet in fase aangesloten.
Sluit de gekleurde (of gemerkte) draden aan op de gekleurde aansluitingen en de zwarte (of niet gemerkte) draden op de zwarte aansluitingen.
De instellingen zijn niet geschikt voor het type Wijzig de klankinstellingen op de receiver. muziek of geluid.
Het surround-geluidsniveau Het niveau van het surround-geluid is te laag of te hoog is niet goed ingesteld.
Stel het niveau van het surround-geluid in op de receiver.
Het middengeluidsniveau Het geluidsniveau van het middenkanaal is is te laag of te hoog niet goed ingesteld.
Stel het niveau van het middenkanaal in op de receiver.
U hoort bij Dolby Surround Het signaal wordt mono weergegeven. Pro Logic enkel de middenluidspreker
Kies een andere geluidsbron of schakel het surround-geluid uit.
Slechte radio-ontvangst, De receiver of de antenne bevindt zich te het automatisch dicht bij een stralingsbron zoals een tv, programmeren werkt niet cd-speler, cd-recorder, DVD-speler enzovoort. correct
Zet het apparaat dat storing veroorzaakt op een andere plek of zet het uit.
Geen digitale opname mogelijk via digitale uitgang.
De samplingfrequentie wordt niet aanvaard door de digitale recorder.
Ga na of de digitale recorder samplingfrequenties van 32 kHz tot 48 kHz wel kan verwerken of maak de opname via analoge uitgang.
De volledige opname verschijnt als één titel bij opname van DVD.
De DVD-speler verstrekt geen titelinformatie.
Neem elke titel afzonderlijk op of gebruik de „manuele titelverhoging”-functie op de recorder.
Notice-Facile