EG241A - Generator MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EG241A MAKITA in PDF-formaat.
| Product Type | Draagbare generator |
| Merk | Makita |
| Model | EG241A |
| AC-uitgang - Nominaal vermogen | 2000 W (VA) |
| AC-uitgang - Maximaal vermogen | 2400 W (VA) |
| AC-uitgang - Nominale spanning | 230 V |
| AC-uitgang - Nominale frequentie | 50 Hz |
| AC-uitgang - Nominale stroom | 8,7 A |
| DC-uitgang | 12 V, 8,3 A (100 W) |
| Motortype | Robin EX17D, luchtgekoeld, 4-takt, OHC, benzine |
| Motorinhoud | 169 mL |
| Brandstoftype | Loodvrije benzine voor auto's |
| Brandstoftankinhoud | 12,8 L |
| Motorolie-inhoud | 0,6 L |
| Startsysteem | Terugslagstarter |
| Afmetingen (L x B x H) | 650 x 420 x 500 mm |
| Droog gewicht | 47 kg |
| Nominale continue bedrijfstijd | 10,5 uur |
| Brandstofverbruik bij 3/4 belasting | 1,0 L/u |
| Bougie | BR-6HS (NGK) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Oliesensor, AC- en DC-vermogenschakelaars |
| Aardingsaansluiting | Ja |
| Garantie (referentie) | Raadpleeg de handleiding |
Veelgestelde vragen - EG241A MAKITA
Gebruikersvragen over EG241A MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EG241A - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EG241A van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EG241A MAKITA
NL GEBRUIKSAANWIJZING
Beschrijving van de apparatuur
Ondergelekingde, T. Kats in zijn houdanigheid als veregenworbiger van de afrikaant, verkaam hierbij dat het product verbaan aan de eisen zoals opformuleerd in de wijgende EU richtlinen
Hartelijk bedankt voor de aanschat van deze MAKITA GENERATOR.
Deze handleiding beschrijft het onderhoud en de bediening van deze MAKITA GENERATOR.
Deze MAKITA GENERATOR kan als wisselstroombron worden gebruikt voor algemene
elektrische apparatuur, toestellen. lampen en gereedschappen. Wat gelijkatroom betreft, kunnen de aaseluitzaan viteluitand worden asprivelt om een 12% uit gesu en te laden.
de kansluidingen blijendel worden gebruikt bij een 12 volt Gebruik deze generator in geen geval voor enig ander doel.
Neem alstubieft even de tijd om vertrouwd te raken met de juiste procedures voor de bediening
en het onderhoud om een veilig en doelmatig gebruik van dit product te kunnen waarborgen.
Houd dit instructieboekje bij de hand zodat u er indien noodzakelijk iets in kunt opzoeken.
Vanwege het feit dat wij te allen tijde proberen onze producten te verbeteren, kunnen bepaalde
procedures en specifcalies zonder kennisgeving vooraf gewijzigd worden.
Als u onderdelen bestell, geel dan alijd het MODEL, het PRODUCTIENUMMER en het
SERIENOMMER van uw product op.
Hieronder kunt u het productienummer en serienummer zoals vermeid op het product zelf invullen.
(De plaats van het label verschilt afhankelijk van de het model.)


U dient al deze veiligheidsinstructies zorgvuldig te lezen en in acht te nemen.
Lat in het bijzonder op de gedeeltes die vooralgegaan worden door de volgende sanduidingen.
WAARSCHUWING
"WAARSCHUWING" geeft aan dat dat er groot gevaar bestaat voor ernstig
PAS OP
“PAS OP” geeft aan dat er gevaar bestaat voor persoonlijk letsel of beschadiging van de apparatuur als de aanwijzingen niet worden opgevolgd
WAARSCHUWING
Stel de generator niet in werking in de buurt van benzine of andere vloelbere of gasvormige brandstoffen, daar dit explosie- of brandgevaar oplovert.
Vul de brandstoftank niet wanneer de motor aan staat. Rock niet in de buurt van de brandstoftank en gebruik geen open vuur. Let op dat tijdens het vullen geen brandstof wordt gemorst. Als er brandstof gemorst wordt, dient u deze te verwijderen en op te laten drogen alvorens de motor te starten.


NL
WAARSCHUWING
Plaste geen brandbare stoffen in de buurt van de generator.
Let op dat er zich geen brandstof, lucifera, buskruit, leppen met ollo, stro, afval of andere brandbare stoffen in de buurt van de generator bevinden.
⚠️ V
AARSCHUWING
Laat de generator niet werken in een vertrek, grot. tunnel, af andere ruimte die onvoldende geventileerd is.
Gebruik het toestel altijd in een goed geventileerde omgeving, want anders kan de motor oververhit raken en kan het giftige koolmonoxide, een geurloos, kleurloos en giftig uitsaatgas menselijke levens in gevaar brengen.
Gebruik de generator alleen buiten en uit de buurt van open ramen en deuren, ventilatie-openingen en andere openingen.
Houdt tijols het gebruik de generator tenminste 1 meter (3 feet) verwijderd van een constructie of gebouw.


⚠️ V
AARSCHUWING
Bouw de generator niet in en plaats hem niet in een kist. De generator heeft een ingebouwd geforceerd luchtkoelsystem en kan oververhit raken als hij wordt ingesloten. Als de generator bedekt is ter bescherming tegen weersinvlosden wanneer hij niet wordt gebruikt, dienl u er voor te zorgen dat de afdekking uit de omgeving wordt verwijderd wanneer de generator wel gebruikt wordt.
⚠️ V
AARSCHUWING
Last de generator worken op een vlakke ondergrond. Het is niet noodzakelijk een speciais grondplaat voor de generator te vervaardigen. Op een angelijke ondergrond zal de generator echter gaan trilen, dus u dient een vlakke ondergrond te kiezen, zonder onregelmatigheden in het oppervlak.
Als de generator schuin staat of verplaatst wordt wanneer hij in bedrijf is, kan brandstof geknoeid worden envof kan de generator omvalen, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.
U kunt niet verwachten dat de generator goed wordt doorgesmoerd als de generator in working wordt gesteld op
WAARSCHUWING
Stel de generator niet in bedrijf in de regen, onder nalle of vochtige omstandigheden, of met nalle handen. De gebruiker kan een ernstige elektrische schok krijgen als de generator le nat is ten gevolge van regen of sneeuw.
WAARSCHUWING
Als de generator nat is, dient u hem good af to drogen alvorons hem in working to stellen. U mag nopt water over de generator gielen of met water alwassen.
WAARSCHUWING
Let op dat bij elk gebruik alle noodzakelijk procedures voor het aarden van elektrische apparatuur worden opgevolgd. Het nalaton hiervan kan fataal zijn.
WAARSCHUWING
Sluit de generator niet aan op een normale commercielle elektricileitsleiding daar een dergelijke aansluiting de generator kan kortsluiten en vernietigen of elektrische schokken kan veroorzaken. Gebruik de transferschakolaar voor de aansluiting op het gewone elektriciteitsnet.
WAARSCHUWING
Rock niet wanneer u met de accu bezig bent. De accu geell brandbaar waterstolgas af dat kan ontprollen wanneer het wordt blootgesteld aan elektrische vonken of een open vuur. Zorg voor een goede ventilatie in het vertrek en houdt open vuur/vonken uit de buurt wanneer u met de accu bezig bent.
WAARSCHUWING
De motor wordt ontzeltend heet tijdens het gebruik en blijft dit nog geruime tijd daarna Houdt brandbaar malersaal uit de buurt van de generaler. Zorg er voor geen delen van de hete motor aan te raken, vooral het gedeelte met de knakompor, daar u anders omsbge brandwonden kunt oplopon.
WAARSCHUWING
Houd kinderen en loeschouwers op een veilige afstand van het werkgebied.
WAARSCHUWING
Het is van wezenlijk belang dat u bekond bent mot het vollig en just gebruik van het cloktreische geroedschap of apparaat dat u gaat gebruiken. Alle gebruikers dieren de handleiding van het gereedschap of apparaat le lezen, te begrijpen en op te volgen. De toepassingen en grenzen van het gereedschap of apparaat moeten bekend zijn. Vog alle aanwijzingen op die op labels en in waarschwingen gageven worden. Bower als instructohandlicdien op een volige plaats voor latere raadploging.
WAARSCHUWING
Gebruik uilslulend "EPXENDE" verlengenoenen. Warmeer een gereedschap of apparast buiten wordt gebruikt, dienen slechts verlengenoenen gebruikt te worden waarop staat aangegeven "Geschikt voor gebruik buiten". Warmeer de verlengenoenen niet gebruikt worden, dienen ze in een droge en goed geventieerde omgeving te worden bewaard.
WAARSCHUWING

NL


Symbolen en Betekenis
In overeenstemming met de Europese eisen (EU Richtlijnen), worden de in de volgende tabel gespecificeerde symbolen gebruikt voor de producten in kwestie en voor deze handleiding.
| Lees de handleiding. | Brand, open vuur en roken ten strengete verboden | ||
| Raak geen hete delen aan. | Sluit de generator niet aan op het openbare net. | ||
| Uitlaatpassen zijn gittig. Niet gebruiken in ongeventileerde ruimte. | Niet gebruiken in regen of sneeuw. | ||
| Voor brandstof tanken de motor stoppen. | Verzoek om service. | ||
| Pas op, kans op elektrische schok. | Droog houden. | ||
| HEET, raak hele plekken niet aan. |
| Aan (spanning en motor) | Ili-positie van een bistabile drukregelaar | Motor starten (Elektrisch starten) | |||
| Uit (spanning en motor) | Aarde | Motor stop | |||
| Wisselstroom | Zekering | Benzine | |||
| Gelijkstroom | Motorolie | Snel | |||
| Plus: positieve polariteit | Vul olle bij. | Langzaam | |||
| Min: negatieve polariteit | Laadtoestand accu | Brandstof aan / Lopen | |||
| UIT-positie van een bistabile drukregelaar | Choke: hulp bij koude start | Brandstof uit / Stoppen |
| P_r | Nominaal vermogen (kW) | COP | Doorlopend vermogen | _r | Nominalevermoegaenfactor |
2. COMPONENTEN 3. CONTROLES VOOR HET IN
(Zie Afb. 1)
WERKING STELLEN
OPMERKING
Raadpleegt u alstublieft de afbeeldingen binnenin de voor- of achtern ap waar in de tekst verwezen wordt naar Afb. 1 t'm [6].
EG241A, EG321A, EG321AE,
EG441A, EG441AE (Zle Afb. 1-①)
TREKSTARTER
HANDGREEP TREKSTARTER
⑨ BRANDSTOFFILTER (BRANDSTOFKRAAN)
BRANDSTOFTANK
⑤ MOTORSCHAKELAAR
BEDIENINGSPANEEL
⑦ OLIEPEILSTOK (OLIE-VULOPENING)
OLIE-AFTAPPLUG
⑨ BRANDSTOFMETER
TANKDOP
⑪ BOUGIEDOP
CHOKEHENDEL
UCHTFILTER
UITLAAT
KAP KNALDEMPER
EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE
(Zle Afb. 1-2)
TREKSTARTER
② HANDGREEP TREKSTARTER
③ BRANDSTOFFILTER (BRANDSTOFKRAAN)
TANKDOP
MOTORSHAKELAAR
BEDIENINGSPANEEEL
OLIEPEILSTOK (OLIE-VULOPENING)
⑧ OLIE-AFTAPPLUG
⑨ BRANDSTOFTANK
BRANDSTOFMETER
⑪ CHOKEHENDEL
BOUGIEDOP
LIGHTFILTER
(Zie Afb. 2)
1. HET CONTROLLEREN VAN DE MOTOROLIE (Zie Afb. 2-①,②)
Voordat de olle wordt gecontroleerd of bijgevuld, client u or voor te zorgen dat de generator op een stabicle en vlakke ondergrond staat en dat de motor is afgezet.
Verwijder de alievuldop en controleer het peil van de motorolie. (Zie Alb.[2]–[1])
OLIEPEILSTOK
2 OLIE-VULOPENING
① HODGSTE PEIL ② LACSTE PEIL
- EARNINGS
Als het oliepell beneden het lasgste niveau ligt. dicht met geschikte olic (zic tabol) to worden bijgevuld tot het streepje dat het bovensle niveau aangeeft. Draai de olievuldop niet in tijdens het controloen van het oliepell. (Zie Afb. 2-3)
HOGSTE PEIL
② LAAGSTE PEIL
Vervang de cile wanneer deze vervuild is. (Zie het gedeelte over Zelf uit te voeren onderhoud.)
| Olle-Inhoud (BI) Hoogste niveau) : (L) | |
| EG241A | 0,6 |
| EG321A, EG321AE | 0,6 |
| EG441A, EG441AE | 1,0 |
| EG601A, EG601AE | 1,2 |
| EG671A, EG671AE | 1,2 |
Aanbevolen motorolie:
Gebruik zellreinigende 4 lakt olie voor automobielen van API klasse SE, of een olie van een hogere klasse (SG, SH of SJ wordt aanbevolen).
SAE 10W-30 of 10W-40 wordt aangersden voor algemoon gebruik bij alle temperaturen. Als ole mot enkole viscositeit wordt gebruikt, dient de juiste viscositeit voor de gemiddelde temperatuur in uw omgeving gekazen te worden.

2. CONTROLEER DE BRANDSTOF VAN DE MOTOR (Zie Afb. 2-3,4)
WAARSCHUWING
Vul noolt bij met brandstof terwijl u rookt of u in de buurt bevindt van een open vuur of in andere omstandigheden die brand kunnen veroorzaken.
-ontroleer het brandstofpeil op de meter voor het brandstofpeil. (Zic Alb.[2]-[3])
Als het brandstofpcil laag is, dient to worden bijgevuld met loodvrije benzine.
■leats het brandstof: iterscherm op de brandstof:ittermck. (Zic Afb.2-4)
① NIVEAU
② DOP BRANDSTOFTANK
⑤ BRANDSTOFFILTERSCHERM
Brandstofhoeveelheid tot het "NIVEAU": (L)
| EG241A | 12,8 |
| EG321A, EG321AE | 12,8 |
| EG441A, EG441AE | 12,8 |
| EG601A, EG601AE | 22,0 |
| EG671A, EG671AE | 22,0 |
WAARSCHUWING
Zorg er voor dat u alle waarschuwingen naleest om brandgevaar te voorkomen.
Wul de tank niet wanneer de motor loopt of heet is.
Sluit de brandstofkraan voordat de brandstof wordt bijgevuld.
Net op dat er geen stof, vuil, water of andere vreemde stoffen in de brandstof terecht kommen. Veeg gemorste brandstof goed af alvorens de motor te starten.
Moudt open vuur uit de buurt.
3. HET CONTROLLEREN VAN COMPONENTEN
Controleer het ondersteande alvorens de motor te starten:
4. CONTROLEER DE OMGEVING VAN DE GENERATOR
⚠ WAARSCHUWING
Zorg er voor dat u alle waarschuwingen naleest, om brandgevaar te voorkomen.
•Houdt de omgeving vrij van brandbaar of ander gevaarlijk materlaal.
Houdi de generator lenminste 1 meter verwijderd van gebouwen of andere constructies.
Laat de generator slechts werken in een droge, goed geventileerde omgeving.
Houdt de uitlastplijp vrij van vreemde voorwerpen. Houdt de generator weg van open vuur. Niet roken!
Plaats de generator op een vlakke en stabiele ondergrond.
- Blokkeer geen luchtkanalen van de generator met papier of ander materiaal.
5. HET AARDEN VAN DE GENERATOR
- Om de generator le aarden dient het aansluitpunt voor het aarden van de generator verboonden to worden met een aardopen die in de aarde wordt gestoken of mel een geleider die reeds gesard is. (Zie Alb.[2]–[5])
① AARDEPEN
Als een dergelijke aandegeleider of -elektrode niet voorhanden is, client het aansluitpunt voor het aardon van de gorenator verbonden to worden mot de aansluitklem voor het aarden van het gebruikte elektrisch gereedschap of apparaal. (Zie Afo. 2-6)
① AARD-AANSLUITING
6. INSTALLATIE VAN DE ACCU (Zle Afb. 2)-7
(Model met elektrische startmotor)
Aanbevolen accu
Type : Loodzwavelzuuraccu
Capacitelt
Overlijden, persoonlijk letsel en/of zaakschade kunnen het gevolg zijn wanneer de aanwijzingen niet zorgvuldig worden opgevolgd.
-Debruik uitsluitend een accu met het aanbevolen vermogen.
Maal de startschakelaar naar de "O" (STOPPEN) stand voor u de accu monteert of verwijdert. Bij het monteren of aanbrengen van de accu moet u eerst de positieve (+) kabel aansluiten op de accu en daarna pas de negatieve (-) kabel. Wees voorzichtig dat er geen kortsluiting ontstaat tussen de kabels. Bij het verwijderen van de accu moet de negatieve kabel (-) eerst losgekoppeld worden.
RODE KABEL: Naar de positieve (+) aansluiting ZWARTE KABEL: Naar de negatieve (-) aansluiting
Als de aansluiting niet op de juiste manier wordt gemaakt, zal de generator kapot gaan.
Draai de bouten en moeren van de aansluitingen goed vast zodat ze niet los kunnen trillen.
Hoppel de accu los van andere apparatuur wanneer de accu moet worden opgeladen.
Controleer het ollepell voor u de machine gaat gebruiken zoals beschreven in het hoofdstuk "HET CONTROLEREN VAN DE MOTOROLIE".
(a) Zet de motorschakelsar op de stand * I * (AAN). /Zie Ath 3-(1):
(c) Zel de chokehendel dicht als de motor koud is. (Zie Ath. 31-32)
① CHOKEHENDEL
Trek zachljes aan de handgreep van de starter toldal u weerstand voelt (dit is de compressie). Laat de handgreep terugkeren naar de uitgangapositie en trok dan krachtig. (Zio Atb. 3-4)
① KRACHTIG TREKKEN
Als de motor ook na een paar keer proberen niet wil starten, dient u de bovenstaande procedure opnieuw te volgen met de chokehendel open.
Trek de starter niet vollecig uit.
laat de handgreep van de starter terugkeren in zijn oorspronkelijke stand wanneer do motor ocnmaal draait, maar laat de handgreep hierbij niet los.
(e) [Model met elektrische startmotor]
Doe de sloutel in het contactslot en draal deze met de klok mee naar * I " (ANN).
. Draai vervolgens het contact verder naar " (START).
De startmotor zal gaan draaien om de motor te starlen. (Zie Alb.[3]–[5])
① O (STOPPEN)
② 1 (ANN)
(START)
PAS OP
Gebruik de startmotor niet langer dan 5 seconden achter elkaar. Draai de sleutel weer naar de " | " (ANN) stand en wacht 10 seconden alvorens opnieuw te starten.
Draai de sleutel niet naar " ⚙" (START) position when the engine is running to wanneer de motor draait om schade aan de startmotor te voorkomen.
Braai de sleutel naar " | " (ANN) voor het starten van de motor met de trekstarter en trek vervolgens aan de handgreep.
(I) Wanneer de motor eenmaal draait kunt u de chokehendel geleidelijk terugzellen in de "OPEN" stand. (Zie Alb.3)-(6)
① CHOKEHENDEL
② DIGHT ③ OPEN
NL
■Controleer of de apparatuur UIT (OFF) staat voor u deze aansluit op de generator.
Verplaats of beweeg de generator niet terwijl deze loopt.
U moet de generator te aarden als de aangesloten apparatuur geaard is.
Als u de machine niet aardt, kunt u een elektrische schok oplopen.
BEDIENINGSPANEEEL
(EG241A, EG321A, EG321AE)
Wisselstroom-
aansluitingen 20A
Voltmeter
NL
![[Model met elektrische startmotor] Contactslot Motorschakelaar Wisselstroom-onderbreker Aardaansluiting Gelijkstroom-onderbreker Gelijkstroom-aansluitingen](/content/2026/05/924927/images/b838b4b88880efce8dfee1e0dbd0fabbea31cdff86dcd60e02f31802e20a04c1.jpg)
(EG441A, EG441AE, EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE)
![[Model met elektrische startmotor] Contactslot Motorschakelaar Wisselstroom-aansluitingen 20A Wisselstroom-onderbreker Voltmeter Gelljkstroom-onderbreker Aardaansluiting Gelljkstroom-](/content/2026/05/924927/images/9ce48d5305844285874f13204c48e1ecab7ad63263b812b7aef183d1fe07bf67.jpg)
(1) WISSELSTROOM GEBRUIK
(a) Controeder het juiste voltage mel behulp van de voltmeter. (Zie Alb. 4) ①
Deze generator is in de fabrick zorgvuldig getest en afgesteld. Als de generator de gespecit oederde spanning nie produceert, neem den onmiddeelijk contact op met uw dichtsibijzijnde Makita vertegenwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur.
(b) Zot de schekolaar(s) van de oloktrische apparatuur uit voordat ze op de generator worden aangosloten.
(c) Steek de slekker(s) van de elektrische apparatuur in de aansluiting(en).

- Controleer het amperage van de aansluitingen. Zorg ervoor dat de stroomsterkte niet boven het aangogzvan amperago kan komon.
Zorg ervoor dat het totale vermogen van alle apparalen het nominale vermogen van de gonator niet overschrijdt.
PAS OP
Steek geen vreemde voorwerpen in de stopcontacten of andere aansluitingen.


WAARSCHUWING
Zorg ervoor de generator te aarden als de aangesloten elektrische apparatuur geaard is.
OPMERKING
Wanneer de wisselstroomonderbreker alslaat terwijl het apparaat in bedrijl is, is de generator overbelast, of is de aangesloten apparatuur defect.
Stop de generator anmiddelijk, controleer de apparatuur en / of de generator op overbelasting en laat indien nodig reparaties uitvoeren door uw Makila vertagenwoordiger of erkende onderhoudsmonteur.
(e) Zet de aangesloten apparatuur aan met de eigen hoofdschakelaar.
(2) GELIJKSTROOMAPPLICATIE
(Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu)
Gelijkstroomansluiting (Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu) (Zie Alb.4)-3)
① RODE KABEL
ZWARTE KABEL
Voor het opladen van een 12 Volt accu, kan er maximaal een stroom van 12 V-8.3 A (100 W) worden algetakt via de gelijkstroomaansluiting door middel van de speciale gelijkstroomkabel. (Zie Atb. 4)-9)
Deze speciale gelijksroomkabel wordt meegeleverd met uw generator (bevindt zich in de verpakking). (Zie Alb.4-5).
Gelijkstroomonderbreker
De gelijkstroomonderbreker schakelt de gelijkstroomvoorziening uit wanneer de gelijkstroom te hoop oploopt, af wanneer de accu defect is.
Controleer de generator en/of de accu op overladen of detecten en schakol de gelijkstroomonderbroker weer in als u geen problemen en detecten kunt vinden.

Procedure voor het opladen van de accu:
11 Stop de motor.
2) Verwijder alle aansluitingen van de accu.
3) Steck de stokker van de speciale gelijkstroomkabel in de gelijkstroomaansluiting.
4) Verbind de positieve (rode) klem van de gelijkstroomkabel met de positieve (-) aansluiting van de accu en verbind daarna de negatieve (zwarte) klem van de gelijkstroomkabel met de negatieve (-) aansluiting van de accu.
5) Vorrider alle doppen van de vulopeningen voor de accuvlocistof (ciektrolyt).
6) Controleer het peil van de accuvloelstof (elektrolyf) en val indien nodig bij met gedesllleerd water. 7) Start do motor
8) Kijk of het controlelampje inderdaad gaat branden.
9) Controicer of de gelijkstroemonderbrecker AAN staat.
10) De accu wordt nu geleden.
PAS OP
-Gebruik de uitgangsaansluitingen voor wisselstroom en gelijkstroom in geen geval tegelijk.
Bevestig de positieve (rode) en negatieve (zwarte) kabels aan de juiste polen van de accu.
Sluit de gelijkstroomkabel aan en koppel deze weer los wanneer de motor gestopt is.
■ijdens het laden ontwijkt er ontplofbaar waterstofgas via de ontluchtingsopeningen in de accu.
Zorg er daarom voor dat er tijdens het laden geen vonken of open vuur voorkomen in de buurt van de generator.
De accuvloeistof (elektrolyt) bevat zwavelzuur, een bijtende vloecistof die uw ogen en kleding kan aantasten. Wees zeer voorzichtig en vermijd contact te allen tijde. In geval van verwonding dient u het lichaamsdeel in kwestle onmiddellijk af te spoelen met grote hoeveelheden water en dient u een arls te raadplegen.
De oplaadtijd hangt mede af van het soort accu en hoe leeg de accu is. Meet tijdens het laden om het uur de relatieve dichtheid van
3. HET STOPZETTEN VAN DE GENERATOR
(a) Zel de aangesloten elektrische apparatuur uit en haal de stokdore uit de stopcontacten (aansluitingen) op de generator.
(b) Laat de motor zonder belasting ongeveer 3 minuten alkoelen voordat hij wordt stopgezet
(c) [Model met trekstarter]
Zei de motorschakelaar op "O" (UIT).
(Zie Alb.4 ⑤)
① | AAN
② "O" (UIT)
[Model met elektrische startmotor]
Draai het contactslot naar STOPPEN stand
(Ze Alb, 4)(7)
① "O" (STOPPEN)
② | (ANN)
3 | START
(a) De oiesensor neeml de verlaging van het olepeil waar in het carter en zet de motor automatisch stop als het olepeil beneden een van te voren bepaald niveau komt.
(b) Wanneer de motor automatisch gestopt is, moet u de wisslostroomonderbreker van de generator uitschakolen en het olepel controlleren. Vul olie bij tot het hoogste peil zoals aangegeven op bladzijde 5 en start de motor opnieuw op.
(c) Als de motor niet start met behulp van de normale startprocedure, moet het oliepell worden
5. INFORMATIE OVER HET VERMOGEN
Sommige apparaten hebben een plekstroom nodig om te kunnen starten. Dit betekent dat de hoeveelheid elektricltelt die nodig is om het apparaat te starten groter ken zijn dan de hoeveelheid die nodig is om het apparaat te laten draaien. Elektrische apparaten en gereedschappen hebben normaal gesproken om label waarop hun spanning, cyclHz, stroomsterkte in ampère en elektrisch vermogen staat aangegeven die nodig zijn om het apparaat of gereedschap te laten werken. Neem contact op met uw dichtsibijrjnde dealer of servicedienst als u vragen heeft die betrekking hebben op de plekstroom van bepaalde apparalen of elektrisch gereedschap.
Eicktrische belastingen zoals gloelampon en warmhoudplaten hebben dezelfde stroomsterkte nodig tijekens het opslarten als in het gebruik.
Be belasting van bijvoorboeld een TL-lamp is 1,2 tot 2 keer de aanggeven hoecvoelheid Watt tijdens het starten.
De belasting voor kwklampen is 2 tot 3 keer de aangegeven hoeveelheid Watt tijdens het starten.
Elektrische moloren vereisen een grote hoeveelheid stroom bij het opstarten. Het benodigde vermogen is
anhankelijk van het soon motor en het gebruik van die motor.
Zodra genoeg "piekstroom" is bereikt om de motor te starten, heeft het apparaat nog slechts 50% tot 30% van de stroomsterkte nodig om te blijven lopen.
De meesle elektrische apparaten hebben 1,2 tot 3 keer zoveel stroom nadig om lijdens gebruik onder belasting te lopen. Zo gerekend kan een generator van 5.000 Watt stroom leveren voor elektrisch gereedschap van 1.800 tot 4.000 watt.
-eparaten zoals onderwaterpompen en luchtocompressoren vereisen een zeer grote kracht om te starten. Zij hebben 3 tot 5 keer de normale stroomsterkte nodig om te kunnen starten. Een generator van 5.000 watt kan op zo'n manier bijvoorbeeld slechts een pomp van 1.000 tot 1.700 watt aandrijven.
OPMERKING
| De volgende tabel met stroomsterkten is slechts een algemene richtlijn.Bekijk uw apparaat voor de correcte stroomsterkle. |
Om de totale stroomstorkte to kunnen bopalon die nodig is om een bopaeld dloktrisch apparaat of gereedschap to laten werken, dient het getal van de spanning van het apparaat / gereedschap vormonigvuldigd te worden met het ampèregetal (amp) van datzelde apparaat / gereedschap. De spanning en ampères (amp) kunnen gevonden worden op een plaatje dat gewoonlijk op elektrische apparaaten en gereedschap is aangebracht.
| Toepassingen | Vereiste vermogen (ca. W) | ||||
| EG241A | EG321A EG321AE | EG441A EG441AE | EG601A EG601AE | EG671A EG671AE | |
| Gloellamp, verwarmingselement 200 | 0 2400 3600 | 4600 5500 | |||
| TL-lampen, Elektrisch gereedschap | 100 1300 200 | 2550 3050 | |||
| Kwiklamp 800 950 1450 1850 2200 | |||||
| Pomp, compressor 500 600 900 | 150 1400 | ||||
VOLTAGE VERMINDERING DOOR VERLENGKABELS
Wanneer er een lang verlengsnoor of lange kabel wordt gebruikt om een apparaat of een stuk geredschap aan to sluiten op de generator zal er in dat snoer een voltagoverlies optreden zodat de effectieve spanning voor het apparaat of geredschap lager is dan wat de generator produceert.
In de tabel hieronder is te zien wat een verlengkabel van 100 m voor invioed heeft op de spanning voor het aangesloten apparaal of gereedschap.
| Diameter v/d binnenkabel | A.W.G. | Toogestaan amperage | Aantal draden / diameter draden | Weerstand | Stroom in ampères | ||||||
6. VONKENVANGER
In een droge of bebaste omgeving verdient het aanbeveling dit product te gebruiken met een vonkenvanger. In sommige gebieden is het gebruik van een vonkenvanger verplicht. Controleer de regelgeving die geldt op de plek waar u de machine will gebruiken voor u begint.
De vorkenvanger moet regelmatig schoongemaakt worden om ervoor te zorgen dat deze naar behoren functionoort.
Een verstopte vonkenvanger:
- Belemmert de uitsroom van uitlaalgassen.
- Verlaagt het vermogen van de motor.
- Verhoogt het brandstpiverbruik.
- Maakt het sterten moeilijker.
Als de motor gelopen heeft, zullen de knaidemper en de vonkenvanger zeer heet zijn. Last de uitlaat alkoelen voor u de vonkenvanger gaat schoonmaken.
Verwijderen van de vonkenvanger

. Verwijder de 1 ensbouten van de afdekking van de uitlaat en verwijder de afdekking van de uitlaat.
- Vervijder de speciale schraef van de vonkenvanger en verwijder de vonkenvanger van de knaldemper.

Reinig het scherm van de vonkenvanger
Gebruik een barslel om koolafzetting van het
schem van de vonkenvanger te verwijderen.
Wees voorzichtig dat u het scherm niet beschadigt.
De vonkenvanger moet vrij zijn van breuken en
gaten. Vervang de vonkenvanger indien deze
beschadigol is.
Installeer de vonkenvanger en de bescherming van
de knaldemper in de omgekeerde volgorde van
dementage.

- ONDERHOUDSSCHEMA
| DAGELIJKS | ●Controleer oliseuil●Controloer alle componenten, aangegeven in "CONTROLES VOOR HET IN WERKING STELLEN" |
| IEDERE 50 UUR | ■Was het literelement - vaker als dit in een vuile of stoflige omgeving wordt gebruikt.■ Controleer de bougie, reinig indien noodzakelijk. |
| IEDERE 100 UUR | ■Vervang de motorolle * - vaker als de motor in een vuile of stoflige omgeving wordt gebruikt.■Maak de vonkenwanger schoon. |
| IEDERE 200 UUR | ■ Stel de afstand van de bougie elektroden in.■ Maak het brandstofizitor schoon. |
| IEDERE 500 UUR | ■ Vervang bougie en * literelement.■Reinig carburateur, kloppenspoling, klopziting en cilinderkop on stol opneuw af.●Controloer en, indien nodig, vervang de koolborstols. |
| IEDERE 1.000 UUR (24 MAANDEN) | ■ Controloer de onderdolen van het bodliningscanool.■ Controleer de rotor en de starter.■ Vervang het rubberen montageblok van de motor.■ Geef de motor een onderhoudsbourt.■ Vervang de brandstof oiding. |
NL
OPMERKING : (\*)
■De olie dient voor de eerste keer te worden ververst na twinlig (20) uur gebruik. Daarna dient olie verversen ook 100 uur plaats to vinden.
■Voordat de olie wordt ververst, moet een geschikte manier worden gevonden om de afgewerkte olie weg te goolen. Gool deze niet in de afvoor, in de tuin of in open water.
Uw plaatselijke bestemmings- of milieuregels geven hieromtrent gedetailleerde instructies.
8. ZELF UIT TE VOEREN ONDERHOUD
PAS OP
Zorg ervoor dat de motor gestopt is voor u onderhoud, service of reparaties gaat uitvoeren.
OPMERKING
Het verdient aanbeveling gehoorbescherming te dragen wanneer u de generator gebruikt, of er onderhoud of reparaties aan uitvoert.
VERVERSEN VAN MOTOROLIE (Zie Afb. 5-①)
■wervers de motorelle elke 100 uur. (BI) een nieuwe
motor dient de olic na 20 uur to worden ververs).
(a) Laat de olie weglopen door de aftapplug en de olievuldop te verwijderen terwijl de motor warm is.
① OLIE-AFTAPPLUG
(b) Doe de aftapplug terug en vul de motor met olio totdat het maximum niveau op de olievuldop is bereikt.
- Esbruik verse motorolie van hoge kwaliteit tot het gespecti ceerde niveau zoals aangegeven op blz. 5. Als voorvulcio olle of olle van een mindere kwaliteit wordt gebruikt of als de hoeveelheid motorolie niet voldende is, wordt de motor boschadigd en wordt de levensduur aanzionlijk vorkort.
SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER (Zie Afb. 5-② t/m ④)
Het is erg belangrijk het luchti liter netjes te houden. Vuil dat binnen kan komen door stordig geinstalleerde, slecht onderhouden of vorsloten luchti liter-clemonton kan do motor boschadigon on snolor doen slitjon. Houd daarom het luchti liter te allen tijde schoon.
① BASIS
ELEMENT
3 AFDEKKING LUCHTFILTER
BOUT
(a) Verwijder de bout van de atdekking van het luchtlijter. (EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE) (Zie Alb.[5]-8)
Verwijder de afdekking van het luchti liter en het e itarelement
OPMERKING
In plasts van met schone olie (kerosine) kunt u het ursthaan schuimelement ook wassen in een oplossing van een mild wasmiddel en warm water (een sopjo). Spool het element vorvolgens grondig uit met schoon water. Laat het element heel good drogen. Drenk het element in schone motorolie en knijp het teveel aan olie eruit.
HET SCHOONMAKEN EN AFSTELLEN VAN DE BOUGIE (Zle Afb. 5-5)
(a) Als de bougie vervuld is met koolstof, dient u dit te verwijderen met behulp van een
schoonmaakmiddel voor bougies of een
staalborstel.
(b) Stel de afstand tussen de elektroden in op 0,6 tot 0,7 mm.
Vull on water in de brandstof worden verwijderd door het brandstofii liter.
(a) Verwijder de kom van het n. Iter en gooi water en vuil weg.
(b) Reinig het roostertje en de kom van het 5 liter met benzine.
(c) Bevestig de kom stevig op de behuizing en zorgi er voor dat er geen brandstof lekt.
CONTROLLEREN VAN DE KOOLBORSTELS Onderhoudsgegevens koolborstels (Effectieve lengte)
Het oppervlak van de koolborstel waar deze de sleeping raakt moet netjes glad zijn.
la dat niet het geval, dan is het mogelijk dat er stof o.i.d. tussen de koolborstel en de sleepring komt to zitten.
Dit moet met schuurpapier o.i.d. worden weggehaald, want dit kan navaarlik zin
De reden hiervoor is dat de als de borstel nog korter zou zijn, de contactdruk op de sleepring minder zou worden, met als gevoig een vermindering van de efti cliëntie van de generator en van het uitgangsvoltage.
Controleer de lengte van de kaalborsteis elke 500 bedrijfsuren.
Controleer de lengte van de koolborstels ook wanneer de generator storingen vertoont, bijvoorbeeld wanneer er geen stroom goproduccerd wordt, of wanneer het voltagte te laag is.
Onderhoudsgegevens koolborstels (Demontage en montage) (Zie Afb. 5-8)
① BORSTEL
② SLEEPRING
③ BORSTELHOUDER
6 FLENSBOUTEN
⑧ AFDEKKING BEUGEL
B FLENSBOUTEN
Demontage
-
Verwijder de twee 1 enabouten (M5 x 20) en verwijder vervolgens de afdekking van de beugel.
-
Verwijder de twee 3 ensbouten (M5 x 16) en verwijder vervolgens de koolborstel.
Montage
-
Druk de koolborstel tegen de sleeping en zet hem vast (1,5-2N·m) met de twee 1 ensbauten (M5 x 16) Blijf lerwijl u dit doet controleren of de koolborstel zich in de juiste positie ten opzichte van de sleeping bevindt.
-
Zel de afdekking van de beugel vast (3×4N·m) door de twee it ensbouten (M5 × 20) aan te draalen.
9. PERIODIEKE HANDELINGEN EN INSPECTIES
Wanneer u de generator gebruikt als nood- stroomvoorziening, is het nodig de machine periodiek te laten draaien en te controleren.
Brandslof (benzine) en motorolie zullen slechter worden na verloop van tijd, waardoor de motor moeilijk zal starten en met als uitindellik resultaat storkingen.
(a) Controleer de brandstof (benzine), de motorolie en het luchtailter.
(b) Start de motor
(c) Last de motor tenminste tien minuten lopen met ingeschekelde apparatuur, bijvoorbeeld verlichting.
(d) Contraleer de volgende punten:
■opt de motor naar behoren.
■ het geproduoerde vermogen voldoende en brandt het indicatorlampje correct.
Werkt de motorschakelaar naar behoren.
Geen lekkage van motorolie en brandstof (benzine)

10. VERVOER
Wanneer de generator vervoerd moet worden, moet u ervoor zorgen dat de brandstof (benzine) volledig uit de tank wordt algotapt.
WAARSCHUWING
- Om morsen van brandstof door trillingen en schokken te voorkomen, mag u de generator nooit vervoeren wanneer er nog brandstof (benzine) in de tank zit.
Doe de tankdop goed vast.
- Om het brandrisico dat samengaat met het gebruik van benzine te voorkomen, mag u de generator nooit lang in de zon laten staan.
■ewaar tijdens vervoer de brandstof (benzine) in een uitsluitend voor de opslag van benzine bedoelde stalen tank.
(a) Zet de motorschakelaar op de (STOPPEN) stand.
(b) Tap de brandstof uit de tank af.
(c) Doe de tankdop weer vast.
PAS OP
Blats son turno dinoon en do agorator
Onderstaande procedures dienen gevolgd te worden voordat uw generator wordt opgeslagen voor een periode van 6 maanden of langer.
aat de brandstof voorzichtig uit de tank lopen door de brandstoeiding los te koppelen. Benzine die achterblijft in de tank zal na een tijdje achteruit gaan in kwaliteit en het moeilijk maken de motor te starten.
Vorwijder de aftapschroof van de vlotterkamer van de carburatour en tap de brandstof af. (Zie Afo. 6-(1))
① AFTAPSCHROEF
Wervers de motorolie
- Controleer of er bouten en schroeven zijn losgerakt, schroef deze vast als dit nodig is
Reinig de generator grondig met behulp van een dook met olio. Spuit met een beschermingsmiddel indien dit voorhanden is. GEBRUIK NOOIT WATER OM DE GENERATOR TE REINIGEN!
Trok aan de handgroep van de starter totdat u weerstand voelt en laat de handgroep in die positie staan.
- Gewaar de generator in een goed geventilleerde, niet te vochtige ruimte.
12. OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Als de motor van de generator na verscheidene pogening weiger te starten of als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aamalitingen, dient u onderlaande label te raadplegen. Als uw generator vervolgens nog steeds niet start of geen elektriciteit opwekt. Neem contact op met de dichstbijzijnde Makita vertepanwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur voor meer informatie of maatregelen om het probleem te verholpen.
| Controïer of de chokehendel in de julste stand staat. | Zet do chokehendel "DICH". |
| Controïer of de brandstafkraan open staat. | Open de brandstafkraan als deze dicht staat. |
| Controïer het brandstofpoli. | Vul de tank als deze leeg is, zorg er voor niet te ver to vullen. |
| Controïer of de motorschakelaar niet op "UIT" staat. | Zet de motorschakelaar op "AAN". |
| Controïer of de gonator niet aan een apparat is aangesloten. | Zet de stroomsehakelaar van een eventuoi aangesloten apparat uit on trok de stokker uit de samluiting. |
| Controïer de bougie op losse bougiedop. | Duw de bougie op zijn plaats als deze los all. |
| Controïer de bougie op vuil. | Vorwijder de bougie en maak de elektroden schoon. |
Als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aansluitingen:
| Controller of de wisselstroomonderbreker op "AAN" stasi. | Nadat u heeft gecontroleerd dat het totalevallage van de aangesloten elektrischeasperatuur bijmon de toogestane pronzen valten de apparatuur niet defect is, kunt u dewisselstroomonderbreker op "AAN" zellen.Ais or zekeromen blijven doorlean, moet ucontact opemen met uw dichtsbijrjinde dealer. |
- TECHNISCHE GEGEVENS
| MODEL EG241A | EG321A EG321AE | EG441A EG441AE | EG601A EG601AE | EG671A EG671AE | ||
| Wisselstroomuitgang | Type Borstel, zollbokrachtigond, 2-polig enkole fasc | |||||
| Regelsystem voor het voltage Automatische voltage-regelsar (AVR) | ||||||
| Wisselstroomuitgang | ||||||
| Nominal voltage Frequenie V.Hz 200 - 50 | ||||||
| Nominal stroomsterkle A 8,7 10,4 | 45,7 20,0 23,9 | |||||
| Nominal uigangsvermogen VA (W) | 2000 2400 360 | 00 4600 5500 | ||||
| Maximum uigangsvermenger VA (W) | 2400 3200 440 | 00 6000 6700 | ||||
| Nominalu vermogensfactor 1,0 | ||||||
| Type beveiliging Zekeringloze onderbreker | ||||||
| Gelijksroomuitgang | ||||||
| Nominalu voltage V 12 | ||||||
| Nominalu stroomsterkle A 8,3 | ||||||
| Type beveiliging Zekeringloze onderbreker | ||||||
| Motor | Model EX17D EX21D EX30D EX35D EX40D | |||||
| Type | Robin Geforceerd luchtgekoede, Viensakt, Benzinemotor met beverliggende riskenas | |||||
| Cilindermhoud mL 169 211 287 | 404 | |||||
| Brandstot Ongolode benzino voor automobloten | ||||||
| Benzinstankcapaciteit L | 12,8 | 22,0 | ||||
| Olicopacitolt motor L | 0,6 | 1,0 | 1,2 | |||
| Nominale constante working H | 10,5 | 9,0 | 5,6 | 7,5 | 6,6 | |
| Bougie | BR-6HS (NGK) | |||||
| Startsystoom | Trakstarter | Elektrische startmotor / Trakstarter | ||||
| 3/4 belasting brandstolverbruik L/H | 1,0 | 1,3 | 1,9 | 2,7 | 2,9 | |
| Draairichting | Togon do klok in | |||||
| Almingen | Lengte mm | 600 | 620(870)*1 | 675(925)*1 | 725(975)*1 | |
| Breedte mm | 430 450 | 510 | 530 | |||
| Hoogle mm | 500 500 | 540 | 580 | |||
| Netto gewicht kg | 47 | 51(56)*2 | 67(77)*2 | 86(96)*2 | 88(98)*2 | |
NL
14. BEDRADINGSSCHEMA
EG241A, EG321A (50Hz-230V) [Model met trekstarter]

flowchart
graph TD
A["Generator"] --> B["Motor"]
B --> C["STEATOR"]
C --> D["Generation"]
D --> E["Motor"]
E --> F["Power Supply"]
F --> G["AC/DC"]
G --> H["AC/DC"]
H --> I["AC/DC"]
I --> J["AC/DC"]
J --> K["AC/DC"]
K --> L["AC/DC"]
L --> M["AC/DC"]
M --> N["AC/DC"]
N --> O["AC/DC"]
O --> P["AC/DC"]
P --> Q["AC/DC"]
Q --> R["AC/DC"]
R --> S["AC/DC"]
S --> T["AC/DC"]
T --> U["AC/DC"]
U --> V["AC/DC"]
V --> W["AC/DC"]
W --> X["AC/DC"]
X --> Y["AC/DC"]
Y --> Z["AC/DC"]
Z --> AA["AC/DC"]
AA --> AB["AC/DC"]
AB --> AC["AC/DC"]
AC --> AD["AC/DC"]
AD --> AE["AC/DC"]
AE --> AF["AC/DC"]
AF --> AG["AC/DC"]
AG --> AH["AC/DC"]
AH --> AI["AC/DC"]
AI --> AJ["AC/DC"]
AJ --> AK["AC/DC"]
AK --> AL["AC/DC"]
AL --> AM["AC/DC"]
AM --> AN["AC/DC"]
AN --> AO["AC/DC"]
AO --> AP["AC/DC"]
AP --> AQ["AC/DC"]
AQ --> AR["AC/DC"]
AR --> AS["AC/DC"]
AS --> AT["AC/DC"]
AT --> AU["AC/DC"]
AU --> AV["AC/DC"]
AV --> AW["AC/DC"]
AW --> AX["AC/DC"]
AX --> AY["AC/DC"]
Kleurcode bedrading
B: Zwai
IIIc4W : Δαπλλ
- : 3720
[1] [Lett]
am E/m 2019. 2019
Shv. Bus.
am G-4M 6mW GreenBU
Cer. Corte
50
B Fused
W: 47
Y
A13c: 1757241
GmY, GreenGo
Par Pass
EG321AE (50Hz-230V) [Model met elektrische startmotor]

flowchart
graph TD
A["Motor"] --> B["Generator"]
B --> C["Bediening Panel"]
C --> D["Power"]
C --> E["Current"]
C --> F["Voltage"]
D --> G["Capacitor"]
E --> H["Capacitor"]
F --> I["Capacitor"]
G --> J["Ground"]
H --> K["Ground"]
I --> L["Ground"]
EG441A, EG601A, EG671A (50Hz-230V) [Model met trekstarter]

flowchart
graph TD
A["GENERATOR FOR OF 3701R"] --> B["ANDER"]
B --> C["CONVER"]
C --> D["CONVER"]
D --> E["CONVER"]
E --> F["CONVER"]
F --> G["BEDIENINGSPANEELMOTOR"]
G --> H["Motor/Forward"]
G --> I["Wind Turbine"]
G --> J["Wind Turbine"]
G --> K["Wind Turbine"]
G --> L["Wind Turbine"]
G --> M["Wind Turbine"]
G --> N["Wind Turbine"]
G --> O["Wind Turbine"]
G --> P["Wind Turbine"]
G --> Q["Wind Turbine"]
G --> R["Wind Turbine"]
G --> S["Wind Turbine"]
G --> T["Wind Turbine"]
G --> U["BMI Control"]
G --> V["BMI Control"]
G --> W["BMI Control"]
G --> X["BMI Control"]
G --> Y["BMI Control"]
G --> Z["BMI Control"]
G --> AA["BMI Control"]
G --> AB["BMI Control"]
G --> AC["BMI Control"]
G --> AD["BMI Control"]
G --> AE["BMI Control"]
G --> AF["BMI Control"]
G --> AG["BMI Control"]
G --> AH["BMI Control"]
G --> AI["BMI Control"]
G --> AJ["BMI Control"]
G --> AK["BMI Control"]
G --> AL["BMI Control"]
G --> AM["BMI Control"]
G --> AN["BMI Control"]
G --> AO["BMI Control"]
G --> AP["BMI Control"]
G --> AQ["BMI Control"]
G --> AR["BMI Control"]
G --> AS["BMI Control"]
G --> AT["BMI Control"]
G --> AU["BMI Control"]
G --> AV["BMI Control"]
G --> AW["BMI Control"]
G --> AX["BMI Control"]
G --> AY["BMI Control"]
G --> AZ["BMI Control"]
G --> BA["BMI Control"]
G --> BB["BMI Control"]
G --> BC["BMI Control"]
G --> BD["BMI Control"]
G --> BE["BMI Control"]
G --> BF["BMI Control"]
G --> BG["BMI Control"]
G --> BH["BMI Control"]
G --> BI["BMI Control"]
G --> BJ["BMI Control"]
G --> BK["BMI Control"]
G --> BL["BMI Control"]
G --> BM["BMI Control"]
G --> BN["BMI Control"]
G --> BO["BMI Control"]
G --> BP["BMI Control"]
G --> BQ["BMI Control"]
G --> BR["BMI Control"]
G --> BS["BMI Control"]
G --> BT["BMI Control"]
G --> BU["BMI Control"]
G --> BV["BMI Control"]
G --> BW["BMI Control"]
G --> BX["BMI Control"]
G --> BY["BMI Control"]
G --> BZ["BMI Control"]
Klourcode bedrading
Elk 7607
BOW. ZMELAY
Pb: Pb,
LSU. Don: 2004
Fig. 11: Frie 2014
E-mail: EIRKM
Gri: Green
C
C# C#
B : Bcod
24 251
Y: Goal
WEI: '2022met
Gum : GreenGeel
Pur : P02/5

EG441AE, EG601AE, EG671AE (50Hz-230V) [Model met elektrische startmotor]

flowchart
graph TD
A["MOTOR"] --> B["Generator"]
B --> C["Rediening/panfeel"]
C --> D["Motor"]
D --> E["Generation"]
E --> F["Rediening/panfeel"]
F --> G["Motor"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
15. OPTIONELE ONDERDELEN
Installatie van de wielenkit
(1) Controleer de meegeleverde accessoires.
(2) Voorberelden van het benodigde gereedschap
Mraan of helboom (doorsnee ongeveer 100 mm x 100 mm)
Ting
sleutels (12 mm)
(3) Installatieprocedure
A) Gebruik de krasan of de hetboom om de generator ongeveer 100 mm van de grond te tillen.
B) Installeer het wiel en de stopper aan de as.
Installeer de as ⑤ in de rem of stopper ① zodat het wiel ② in de rem zit en zet het geheel vast met de
splitpen (3). Zet vervolgens de as (5) en de stopper (1) vast met de moeren (4).
NL
Installeer het wiel ② en de ring ⑨ op de as ⑤ en zet het geheel vast met de splitpen ③
C) Controleer of de wielen soepel kunnen draalen
D) Draai de stelmoer (8) en stelbout (9) voor de as (5) los, breng de gaten in het frame in lijn met de
bevestigingsgaten voor de as ⑤ en gebruik de balen ⑩ en inoeren ⑦ om de as aan het frame vast te zellen.
Aanhaalkoppel: 20 - 25 Nm (2,0 - 2,5 kgm)
E) Draai de steimcer ③ en stelbout ④ aan om de lengte van de as ⑤ te bepalen.
