MAKITA EG321AE - Generator

EG321AE - Generator MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EG321AE MAKITA in PDF-formaat.

📄 49 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MAKITA EG321AE - page 29
Bekijk de handleiding : English EN Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Soort product Generator
Merk Makita
Model EG321AE
Nominaal vermogen 3.2 kVA
Maximaal vermogen 3.8 kVA
Motortype 4-takt, luchtgekoeld
Brandstoftype Benzine (loodvrij)
Tankinhoud 12 L
Afmetingen (L x B x H) 670 x 490 x 560 mm
Gewicht 45 kg
Startsysteem Trekstarter + elektrische starter
Uitgangsspanning 230 V AC / 12 V DC
Frequentie 50 Hz
Geluidsniveau 96 dB(A)
Bescherming Overbelastingsbeveiliging, automatische uitschakeling bij lage olie
Aansluitingstype 2x 230V stopcontacten, 1x 12V DC aansluiting
Onderhoud Olie controleren elke 8 uur, luchtfilter reinigen elke 50 uur
Brandstofverbruik 1.5 L/u bij 75% belasting

Veelgestelde vragen - EG321AE MAKITA

Welk type olie moet ik gebruiken voor de Makita EG321AE generator?
Gebruik een hoogwaardige 10W-30 motorolie voor algemene omstandigheden. Controleer het oliepeil voor elk gebruik.
Hoe vaak moet ik de motorolie verversen?
Ververs de motorolie na de eerste 20 uur gebruik, daarna elke 100 uur of minstens eenmaal per seizoen.
Kan ik de generator in de regen gebruiken?
Nee, gebruik de generator nooit in regen of natte omstandigheden. Houd hem in een droge, goed geventileerde ruimte om elektrische schokken te voorkomen.
Wat is de aanbevolen brandstof voor de EG321AE?
Gebruik loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 91. Gebruik geen ethanolmengsels boven E10.
Hoe start ik de generator?
Zorg dat de brandstofkraan open is, zet de ontstekingsschakelaar op AAN, sluit de choke als de motor koud is, en trek aan de trekstarter of gebruik de elektrische startknop.
Waarom produceert de generator geen stroom?
Controleer de stroomonderbreker en reset deze indien uitgeschakeld. Controleer ook of de motor op de juiste snelheid draait en of het aangesloten apparaat niet defect is.
Wat doet de automatische uitschakeling bij lage olie?
De generator stopt automatisch als het oliepeil te laag is om motorschade te voorkomen. Vul olie bij tot het juiste peil voordat u opnieuw start.
Kan ik de generator aansluiten op mijn elektriciteitspaneel thuis?
Alleen een gekwalificeerde elektricien mag een generator aansluiten op een huisinstallatie met behulp van een omschakelschakelaar om terugvoeding en gevaar voor nutsmedewerkers te voorkomen.
Hoe reinig ik het luchtfilter?
Verwijder het deksel van het luchtfilter, neem het schuimelement eruit, was het in zeepwater, droog het grondig en plaats het terug. Vervang het indien beschadigd. Reinig elke 50 uur.
Wat is de aanbevolen opslagprocedure?
Tap de brandstoftank en carburateur af, ververs de olie, reinig het apparaat en bewaar het op een droge plaats. Laat de motor draaien tot hij stopt om brandstof uit het systeem te verwijderen.

Gebruikersvragen over EG321AE MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EG321AE - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EG321AE van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING EG321AE MAKITA

Instructies voor afvalverwerking

Wanneer u dit product weggooit, moet u ervoor zorgen dat alle brandstof en olie uit de motor verwijderd is en dient u zich te houden aan de ter plaatse geldende regelgeving.

ES

[anexo]

Etiket voor CE-symbolen

Ondergetekende, T. Kato, in zijn hoedanigheid als vertegenwoordiger van de fabrikant, verklaart hierbij dat het product voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in de volgende EU richtlijnen

Overige gebruikte nationale standaarden of specificaties:

Hartelijk bedankt voor de aanschaf van deze MAKITA GENERATOR.

Deze handleiding beschrijft het onderhoud en de bediening van deze MAKITA GENERATOR.

Deze MAKITA GENERATOR kan als wisselstroombron worden gebruikt voor algemene elektrische apparatuur, toestellen, lampen en gereedschappen. Wat gelijkstroom betreft, kunnen de aansluitingen uitsluitend worden gebruikt om een 12 Volt accu op te laden.

Gebruik deze generator in geen geval voor enig ander doel.

Neem alstublieft even de tijd om vertrouwd te raken met de juiste procedures voor de bediening en het onderhoud om een veilig en doelmatig gebruik van dit product te kunnen waarborgen.

Houd dit instructieboekje bij de hand zodat u er indien noodzakelijk iets in kunt opzoeken.

Vanwege het feit dat wij te allen tijde proberen onze producten te verbeteren, kunnen bepaalde procedures en specificaties zonder kennisgeving vooraf gewijzigd worden.

Als u onderdelen bestelt, geef dan altijd het MODEL, het PRODUCTIENUMMER en het SERIENUMMER van uw product op.

Hieronder kunt u het productienummer en serienummer zoals vermeld op het product zelf invullen.

(De plaats van het label verschilt afhankelijk van de het model.)

MAKITA EG321AE - [anexo] - 1

Raadpleegt u alstublieft de afbeeldingen binnenin de voor- of achterf1 ap waar in de tekst verwezen wordt naar Afb. 1 t/m 6.

1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN

U dient al deze veiligheidsinstructies zorgvuldig te lezen en in acht te nemen.

Let in het bijzonder op de gedeeltes die voorafgegaan worden door de volgende aanduidingen.

MAKITA EG321AE - VEILIGHEIDSMAATREGELEN - 1

WAARSCHUWING

"WAARSCHUWING" geeft aan dat dat er groot gevaar bestaat voor ernstig persoonlijk letsel of zelfs levensgevaar als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

PAS OP

"PAS OP" geeft aan dat er gevaar bestaat voor persoonlijk letsel of beschadiging van de apparatuur als de aanwijzingen niet worden opgevolgd

MAKITA EG321AE - PAS OP - 1

WAARSCHUWING

Stel de generator niet in werking in de buurt van benzine of andere vloeibare of gasvormige brandstoffen, daar dit explosie- of brandgevaar oplevert.

Vul de brandstoftank niet wanneer de motor aan staat. Rook niet in de buurt van de brandstoftank en gebruik geen open vuur. Let op dat tijdens het vullen geen brandstof wordt gemorst. Als er brandstof gemorst wordt, dient u deze te verwijderen en op te laten drogen alvorens de motor te starten.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

NL

MAKITA EG321AE - NL - 1

WAARSCHUWING

Plaats geen brandbare stoffen in de buurt van de generator.

Let op dat er zich geen brandstof, lucifers, buskruit, lappen met olie, stro, afval of andere brandbare stoffen in de buurt van de generator bevinden.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Laat de generator niet werken in een vertrek, grot, tunnel, of andere ruimte die onvoldoende geventileerd is.

Gebruik het toestel altijd in een goed geventileerde omgeving, want anders kan de motor oververhit raken en kan het giftige koolmonoxide, een geurloos, kleurloos en giftig uitlaatgas menselijke levens in gevaar brengen.

Gebruik de generator alleen buiten en uit de buurt van open ramen en deuren, ventilatie-openingen en andere openingen.

Houdt tijdens het gebruik de generator tenminste 1 meter (3 feet) verwijderd van een constructie of gebouw.

1m 1m

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 3

WAARSCHUWING

Bouw de generator niet in en plaats hem niet in een kist. De generator heeft een ingebouwd geforceerd luchtkoelsysteem en kan oververhit raken als hij wordt ingesloten. Als de generator bedekt is ter bescherming tegen weersinvloeden wanneer hij niet wordt gebruikt, dient u er voor te zorgen dat de afdekking uit de omgeving wordt verwijderd wanneer de generator wel gebruikt wordt.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Laat de generator werken op een vlakke ondergrond. Het is niet noodzakelijk een speciale grondplaat voor de generator te vervaardigen. Op een ongelijke ondergrond zal de generator echter gaan trillen, dus u dient een vlakke ondergrond te kiezen, zonder onregelmatigheden in het oppervlak.

Als de generator schuin staat of verplaatst wordt wanneer hij in bedrijf is, kan brandstof geknoeid worden en/of kan de generator omvallen, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.

U kunt niet verwachten dat de generator goed wordt doorgesmeerd als de generator in werking wordt gesteld op een steile glooiing of helling. De zuigers kunnen dan vastlopen, zelfs als het oliepeil boven het hoogste niveau ligt.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Let op de bedrading of de verlengsnoeren van de generator naar het aangesloten apparaat. Als de draad onder de generator ligt of in contact komt met een trillend gedeelte, kan de draad breken of brand veroorzaken, de generator kan doorbranden, of een elektrische schok veroorzaken. Vervang beschadigde of versleten snoeren onmiddellijk.Replace damaged or worn cords immediately.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Stel de generator niet in bedrijf in de regen, onder natte of vochtige omstandigheden, of met natte handen. De gebruiker kan een ernstige elektrische schok krijgen als de generator te nat is ten gevolge van regen of sneeuw.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Als de generator nat is, dient u hem goed af te drogen alvorens hem in werking te stellen. U mag nooit water over de generator gieten of met water afwassen.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Let op dat bij elk gebruik alle noodzakelijke procedures voor het aarden van elektrische apparatuur worden opgevolgd. Het nalaten hiervan kan fataal zijn.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Sluit de generator niet aan op een normale commerciële elektriciteitsleiding daar een dergelijke aansluiting de generator kan kortsluiten en vernietigen of elektrische schokken kan veroorzaken. Gebruik de transferschakelaar voor de aansluiting op het gewone elektriciteitsnet.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Rook niet wanneer u met de accu bezig bent. De accu geeft brandbaar waterstofgas af dat kan ontploffen wanneer het wordt blootgesteld aan elektrische vonken of een open vuur. Zorg voor een goede ventilatie in het vertrek en houdt open vuur/vonken uit de buurt wanneer u met de accu bezig bent.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

De motor wordt ontzettend heet tijdens het gebruik en blijft dit nog geruime tijd daarna. Houdt brandbaar materiaal uit de buurt van de generator. Zorg er voor geen delen van de hete motor aan te raken, vooral het gedeelte met de knaldemper, daar u anders ernstige brandwonden kunt oplopen.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Houd kinderen en toeschouwers op een veilige afstand van het werkgebied.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Het is van wezenlijk belang dat u bekend bent met het veilig en juist gebruik van het elektrische gereedschap of apparaat dat u gaat gebruiken. Alle gebruikers dienen de handleiding van het gereedschap of apparaat te lezen, te begrijpen en op te volgen. De toepassingen en grenzen van het gereedschap of apparaat moeten bekend zijn. Volg alle aanwijzingen op die op labels en in waarschuwingen gegeven worden. Bewaar alle instructiehandleidingen op een veilige plaats voor latere raadpleging.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend "ERKENDE" verlengsnoeren. Wanneer een gereedschap of apparaat buiten wordt gebruikt, dienen slechts verlengsnoeren gebruikt te worden waarop staat aangegeven "Geschikt voor gebruik buiten". Wanneer de verlengsnoeren niet gebruikt worden, dienen ze in een droge en goed geventileerde omgeving te worden bewaard.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Als de generator niet gebruikt wordt, dient u deze uit te schakelen met de wisselstroomonderbreker; ook moeten gereedschap en apparaten worden uitgeschakeld en losgekoppeld voordat ze worden schoongemaakt of afgesteld, of wanneer accessoires of hulpstukken worden aangebracht.

MAKITA EG321AE - WAARSCHUWING - 1

PAS OP

Zorg ervoor dat de motor gestopt is voor u onderhoud, service of reparaties gaat uitvoeren. Zorg ervoor dat onderhoud en reparatie aan de generator uitsluitend wordt uitgevoerd door daartoe bevoegd personeel.

Symbolen en Betekenis

In overeenstemming met de Europese eisen (EU Richtlijnen), worden de in de volgende tabel gespecificeerde symbolen gebruikt voor de producten in kwestie en voor deze handleiding.

MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 1Lees de handleiding.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 2Brand, open vuur en roken ten strengste verboden
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 3Raak geen hete delen aan.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 4Sluit de generator niet aan op het openbare net.
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 5Uitlaatgassen zijn giftig. Niet gebruiken in ongeventileerde ruimte.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 6Niet gebruiken in regen of sneeuw.
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 7Voor brandstof tanken de motor stoppen.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 8Verzoek om service.
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 9Pas op, kans op elektrische schok.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 10Droog houden.
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 11HEET, raak hete plekken niet aan.
Aan (spanning en motor)MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 12IN-positie van een bistabiele drukregelaarMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 13Motor starten (Elektrisch starten)
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 14Uit (spanning en motor)MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 15AardeMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 16Motor stop
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 17WisselstroomMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 18ZekeringMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 19Benzine
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 20GelijkstroomMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 21MotorolieMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 22Snel
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 23Plus; positieve polariteitMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 24Vul olie bij.MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 25Langzaam
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 26Min; negatieve polariteitMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 27Laadtoestand accuMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 28Brandstof aan / Lopen
MAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 29UIT-positie van een bistabiele drukregelaarMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 30Choke; hulp bij koude startMAKITA EG321AE - Symbolen en Betekenis - 31Brandstof uit / Stoppen
Pr Nominaal vermogen (kW)COPDoorlopend vermogen COSr Nominale vermogensfactor
fr Nominale frequentie (Hz) Ur Nominale spanning (V) Ir Nominale stroomsterkte (A)
Hmax Maximale hoogte van terrein boven zeeniveau (m) Tmax Maximale omgeving-stemperatuur (°C )mGewicht (kg)

2. COMPONENTEN 3. CONTROLES VOOR HET IN

(Zie Afb. 1)

OPMERKING

Raadpleegt u alstublieft de afbeeldingen binnenin de voor- of achtern ap waar in de tekst verwezen wordt naar Afb. 1 t/m 6.

EG241A, EG321A, EG321AE,

EG441A, EG441AE (Zie Afb. 1-①)

① TREKSTARTER
② HANDGREEP TREKSTARTER
③ BRANDSTOFFILTER (BRANDSTOFKRAAN)
④ BRANDSTOFTANK
⑤ MOTORSCHAKELAAR
⑥ BEDIENINGSPANEEEL
⑦ OLIEPEILSTOK (OLIE-VULOPENING)
⑧ OLIE-AFTAPPLUG
9 BRANDSTOFMETER
⑩ TANKDOP
11 BOUGIEDOP
12 CHOKEHENDEL
⑬ UCHTFILTER
14 UITLAAT
15 KAP KNALDEMPER

EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE

(Zie Afb. 1-2)

① TREKSTARTER
② HANDGREEP TREKSTARTER
③ BRANDSTOFFILTER (BRANDSTOFKRAAN)
4 TANKDOP
⑤ MOTORSCHAKELAAR
6 BEDIENINGSPANEEEL
⑦ OLIEPEILSTOK (OLIE-VULOPENING)
⑧ OLIE-AFTAPPLUG
9 BRANDSTOFTANK
10 BRANDSTOFMETER
⑪ CHOKEHENDEL
⑫ BOUGIEDOP
⑬ UCHTFILTER
14 KNALDEMPER
⑮ UITLAAT

WERKING STELLEN

(Zie Afb. 2)

1. HET CONTROLLEREN VAN DE MOTOROLIE (Zie Afb. 2-①,②)

Voordat de olie wordt gecontroleerd of bijgevuld, dient u er voor te zorgen dat de generator op een stabiele en vlakke ondergrond staat en dat de motor is afgezet.

Verwijder de olievuldop en controleer het peil van de motorolie. (Zie Afb.2-①)

① OLIEPEILSTOK

② OLIE-VULOPENING

③ HOOGSTE PEIL

④ LAAGSTE PEIL

Als het oliepeil beneden het laagste niveau ligt, dient met geschikte olie (zie tabel) te worden bijgevuld tot het streepje dat het bovenste niveau aangeeft. Draai de olievuldop niet in tijdens het controlleren van het oliepeil. (Zie Afb.2-②)

① HOOGSTE PEIL

② LAAGSTE PEIL

Vervang de olie wanneer deze vervuild is. (Zie het gedeelte over Zelf uit te voeren onderhoud.)

Olie-inhoud (Bij Hoogste niveau) : (L)
EG241A0,6
EG321A, EG321AE0,6
EG441A, EG441AE1,0
EG601A, EG601AE1,2
EG671A, EG671AE1,2

Aanbevolen motorolie:

Gebruik zelfreinigende 4-takt olie voor automobielen van API klasse SE, of een olie van een hogere klasse (SG, SH of SJ wordt aanbevolen).

SAE 10W-30 of 10W-40 wordt aangeraden voor algemeen gebruik bij alle temperaturen. Als olie met enkele viscositeit wordt gebruikt, dient de juiste viscositeit voor de gemiddelde temperatuur in uw omgeving gekozen te worden.

MAKITA EG321AE - Aanbevolen motorolie: - 1

bar | Category | Single grade | Multigrade | |---|---|---| | Temperature Range (°C) | 5W | 10W-30 | | Temperature Range (°C) | 10W | 10W-40 | | Temperature Range (°C) | 20W #20 | | | Temperature Range (°C) | #30 | | | Temperature Range (°C) | #40 | | | Temperature Range (°C) | -4 | 14 | | Temperature Range (°C) | 32 | 50 | | Temperature Range (°C) | 68 | 86 | | Temperature Range (°C) | 40°C | 104°F |

2. CONTROLEER DE BRANDSTOF VAN DE MOTOR (Zie Afb. 2-3,4)

WAARSCHUWING

Vul nooit bij met brandstof terwijl u rookt of u in de buurt bevindt van een open vuur of in andere omstandigheden die brand kunnen veroorzaken.

-ontroleer het brandstofpeil op de meter voor het brandstofpeil. (Zie Afb.2-3)
Als het brandstofpeil laag is, dient te worden bijgevuld met loodvrije benzine.
Plaats het brandstoffi Iterscherm op de brandstofffilternek. (Zie Afb.2-4)
① NIVEAU
② DOP BRANDSTOFTANK
③ BRANDSTOFFILTERSCHERM

Brandstofhoeveelheid tot het "NIVEAU": (L)

EG241A12,8
EG321A, EG321AE12,8
EG441A, EG441AE12,8
EG601A, EG601AE22,0
EG671A, EG671AE22,0

WAARSCHUWING

Zorg er voor dat u alle waarschuwingen naleest om brandgevaar te voorkomen.

-ul de tank niet wanneer de motor loopt of heet is.
Sluit de brandstofkraan voordat de brandstof wordt bijgevuld.
- het op dat er geen stof, vuil, water of andere vreemde stoffen in de brandstof terecht kommen.
-veeg gemorste brandstof goed af alvorens de motor te starten.
Houdt open vuur uit de buurt.

3. HET CONTROLEREN VAN COMPONENTEN

Controleer het onderstaande alvorens de motor te starten:

■Lekkage van brandstof uit de brandstof1 eiding, enz.
■itten bouten en moeren vast?
Schade of breuk van onderdelen.
Of de generator niet op of tegen enige bedrading rust.

4. CONTROLEER DE OMGEVING VAN DE GENERATOR

WAARSCHUWING

Zorg er voor dat u alle waarschuwingen naleest, om brandgevaar te voorkomen.

Houdt de omgeving vrij van brandbaar of ander gevaarlijk materiaal.
Houdt de generator tenminste 1 meter verwijderd van gebouwen of andere constructies.
Laat de generator slechts werken in een droge, goed geventileerde omgeving.
Houdt de uitlaatpijp vrij van vreemde voorwerpen.
Houdt de generator weg van open vuur. Niet roken!
Plaats de generator op een vlakke en stabiele ondergrond.
■Blokkeer geen luchtkanalen van de generator met papier of ander materiaal.

5. HET AARDEN VAN DE GENERATOR

■Om de generator te aarden dient het aansluitpunt voor het aarden van de generator verbonden te worden met een aardepen die in de aarde wordt gestoken of met een geleider die reeds geaard is. (Zie Afb.2-⑤)
① AARDEPEN
Als een dergelijke aardegeleider of -elektrode niet voorhanden is, dient het aansluitpunt voor het aarden van de generator verbonden te worden met de aansluitklem voor het aarden van het gebruikte elektrisch gereedschap of apparaat. (Zie Afb.2-6)
① AARD-AANSLUITING

6. INSTALLATIE VAN DE ACCU (Zie Afb. 2-⑦ (Model met elektrische startmotor)

Aanbevolen accu

Type ; Loodzwavelzuuraccu

Capaciteit

Overlijden, persoonlijk letsel en/of zaakschade kunnen het gevolg zijn wanneer de aanwijzingen niet zorgvuldig worden opgevolgd.

- gebruik uitsluitend een accu met het aanbevolen vermogen.

Draai de startschakelaar naar de “O” (STOPPEN) stand voor u de accu monteert of verwijdert. Bij het monteren of aanbrengen van de accu moet u eerst de positieve (+) kabel aansluiten op de accu en daarna pas de negatieve (-) kabel. Wees voorzichtig dat er geen kortsluiting ontstaat tussen de kabels. Bij het verwijderen van de accu moet de negatieve kabel (-) eerst losgekoppeld worden.

RODE KABEL: Naar de positieve (+) aansluiting

ZWARTE KABEL: Naar de negatieve (-) aansluiting

Als de aansluiting niet op de juiste manier wordt gemaakt, zal de generator kapot gaan.

Draai de bouten en moeren van de aansluitingen goed vast zodat ze niet los kunnen trillen.

Koppel de accu los van andere apparatuur wanneer de accu moet worden opgeladen.

4. BEDIENINGSPROCEDURES

(Zie Afb. 3)

1. HET STARTEN VAN DE GENERATOR

! PAS OP

Controleer het oliepeil voor u de machine gaat gebruiken zoals beschreven in het hoofdstuk "HET CONTROLEREN VAN DE MOTOROLIE".

(a) Zet de motorschakelaar op de stand “I” (AAN). (Zie Afb.3-①)

① “ | ” (AAN)

② “O” (UIT)

(b) Open de brandstofkraan. (Zie Afb.3-②)

① OPEN

② DICHT

(c) Zet de chokehendel dicht als de motor koud is. (Zie Afb.3-③)

① CHOKEHENDEL

② DICHT

③ OPEN

Trek zachtjes aan de handgreep van de starter totdat u weerstand voelt (dit is de compressie). Laat de handgreep terugkeren naar de uitgangspositie en trek dan krachtig. (Zie Afb.3-④)

① KRACHTIG TREKKEN

Als de motor ook na een paar keer proberen niet wil starten, dient u de bovenstaande procedure opnieuw te volgen met de chokehendel open.

Trek de starter niet volledig uit.

Laat de handgreep van de starter terugkeren in zijn oorspronkelijke stand wanneer de motor eenmaal draait, maar laat de handgreep hierbij niet los.

(e) [Model met elektrische startmotor]

Doe de sleutel in het contactslot en draai deze met de klok mee naar " I " (ANN).

. Draai vervolgens het contact verder naar " ⚙ ” (START).

De startmotor zal gaan draaien om de motor te starten. (Zie Afb.3-⑤)

① "O" (STOPPEN)

② “ | ” (ANN)

③ “ 🔍 ” (START)

! PAS OP

- gebruik de startmotor niet langer dan 5 seconden achter elkaar.

Draai de sleutel weer naar de “ | ” (ANN) stand en wacht 10 seconden alvorens opnieuw te starten.

Draai de sleutel niet naar “ ⚙ ” (START) position when the engine is running to wanneer de motor draait om schade aan de startmotor te voorkomen.

Draai de sleutel naar " | " (ANN) voor het starten van de motor met de trekstarter en trek vervolgens aan de handgreep.

(f) Wanneer de motor eenmaal draait kunt u de chokehendel geleidelijk terugzetten in de "OPEN" stand. (Zie Afb.3-6)

① CHOKEHENDEL

② DICHT

③ OPEN

(g) Laat de motor een paar minuten onbelast warmdraaien.

■Controleer of de apparatuur UIT (OFF) staat voor u deze aansluit op de generator.
■Verplaats of beweeg de generator niet terwijl deze loopt.
■U moet de generator te aarden als de aangesloten apparatuur geaard is.
Als u de machine niet aardt, kunt u een elektrische schok oplopen.

BEDIENINGSPANEEEL

(EG241A, EG321A, EG321AE)

NL

EG241A, EG321A, EG321AE) [Model met elektrische startmotor] Contactslot Motorschakelaar Wisselstroom- aansluitingen 20A Voltmeter Wisselstroom- onderbreker Gelijkstroom- onderbreker Aardaansluiting Gelijkstroom- aansluitingen

(EG441A, EG441AE, EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE)
[Model met elektrische startmotor] Contactslot Motorschakelaar Wisselstroom- aansluitingen 20A Wisselstroom- onderbreker Voltmeter Gelijkstroom- onderbreker Aardaansluiting Gelijkstroom- aansluitingen

(1) WISSELSTROOM GEBRUIK

(a) Controleer het juiste voltage met behulp van de voltmeter. (Zie Afb.4-①)

Deze generator is in de fabriek zorgvuldig getest en afgesteld.

Als de generator de gespecifi ceerde spanning niet produceert, neem dan onmiddellijk contact op met uw dichtstbijzijnde Makita vertegenwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur.

(b) Zet de schakelaar(s) van de elektrische apparatuur uit voordat ze op de generator worden aangesloten.

(c) Steek de stekker(s) van de elektrische apparatuur in de aansluiting(en).

MAKITA EG321AE - WISSELSTROOM GEBRUIK - 1

Controleer het amperage van de aansluitingen. Zorg ervoor dat de stroomsterkte niet boven het aangegeven amperage kan komen.

Zorg ervoor dat het totale vermogen van alle apparaten het nominale vermogen van de generator niet overschrijdt.

! PAS OP

Steek geen vreemde voorwerpen in de stopcontacten of andere aansluitingen.

MAKITA EG321AE - ! PAS OP - 1

Zorg ervoor de generator te aarden als de aangesloten elektrische apparatuur geaard is.

OPMERKING

Wanneer de wisselstroomonderbreker afslaat terwijl het apparaat in bedrijf is, is de generator overbelast, of is de aangesloten apparatuur defect.

Stop de generator onmiddellijk, controleer de apparatuur en / of de generator op overbelasting en laat indien nodig reparaties uitvoeren door uw Makita vertegenwoordiger of erkende onderhoudsmonteur.

(e) Zet de aangesloten apparatuur aan met de eigen hoofdschakelaar.

(2) GELIJKSTROOMAPPLICATIE (Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu)

Gelijkstroomaansluiting (Alleen voor het opladen van een 12 Volt accu) (Zie Afb.4-3)

① RODE KABEL

② ZWARTE KABEL

Voor het opladen van een 12 Volt accu, kan er maximaal een stroom van 12 V-8,3 A (100 W) worden afgetakt via de gelijkstroomaansluiting door middel van de speciale gelijkstroomkabel. (Zie Afb.4-④)

Deze speciale gelijkstroomkabel wordt meegeleverd met uw generator (bevindt zich in de verpakking). (Zie Afb.4-5).

Gelijkstroomonderbreker

De gelijkstroomonderbreker schakelt de gelijkstroomvoorziening uit wanneer de gelijkstroom te hoog oploopt, of wanneer de accu defect is.

Controleer de generator en/of de accu op overladen of defecten en schakel de gelijkstroomonderbreker weer in als u geen problemen en defecten kunt vinden.

Aansluiten van de speciale gelijkstroomkabel :

Verbindt de positieve aansluitklem (rood) op de generator met de positieve aansluitklem (+) op de accu.

Verbindt de negatieve aansluitklem (zwart) op de generator met de negatieve aansluitklem (-) op de accu.

Procedure voor het opladen van de accu:

1) Stop de motor.
2) Verwijder alle aansluitingen van de accu.
3) Steek de stekker van de speciale gelijkstroomkabel in de gelijkstroomaansluiting.
4) Verbind de positieve (rode) klem van de gelijkstroomkabel met de positieve (+) aansluiting van de accu en verbind daarna de negatieve (zwarte) klem van de gelijkstroomkabel met de negatieve (-) aansluiting van de accu.
5) Verwijder alle doppen van de vulopeningen voor de accuvloeistof (elektrolyt).
6) Controleer het peil van de accuvloeistof (elektrolyt) en vul indien nodig bij met gedestilleerd water.
7) Start de motor.
8) Kijk of het controlelampje inderdaad gaat branden.
9) Controleer of de gelijkstroomonderbreker AAN staat.
10) De accu wordt nu geladen.

PAS OP

Gebruik de uitgangsaansluitingen voor wisselstroom en gelijkstroom in geen geval tegelijk.

Bevestig de positieve (rode) en negatieve (zwarte) kabels aan de juiste polen van de accu.

- Sluit de gelijkstroomkabel aan en koppel deze weer los wanneer de motor gestopt is.

Tijdens het laden ontwijkt er ontplofbaar waterstofgas via de ontluchtingsopeningen in de accu.

Zorg er daarom voor dat er tijdens het laden geen vonken of open vuur voorkomen in de buurt van de generator.

De accuvloeistof (elektrolyt) bevat zwavelzuur, een bijtende vloeistof die uw ogen en kleding kan aantasten. Wees zeer voorzichtig en vermijd contact te allen tijde. In geval van verwonding dient u het lichaamsdeel in kwestie onmiddellijk af te spoelen met grote hoeveelheden water en dient u een arts te raadplegen.

De oplaadtijd hangt mede af van het soort accu en hoe leeg de accu is. Meet tijdens het laden om het uur de relatieve dichtheid van de accuvloeistof met een hydrometer. Controleer of de gelijkstroomonderbreker niet uit staat.

De accu is volledig opgeladen wanneer de relatieve dichtheid zich tussen 1,26 en 1,28 bevindt.

3. HET STOPZETTEN VAN DE GENERATOR

(a) Zet de aangesloten elektrische apparatuur uit en haal de stekkers uit de stopcontacten (aansluitingen) op de generator.
(b) Laat de motor zonder belasting ongeveer 3 minuten afkoelen voordat hij wordt stopgezet.

(c) [Model met trekstarter]

Zet de motorschakelaar op "O" (UIT).

(Zie Afb.4-6)

① “ | ” (AAN)

② “O” (UIT)

[Model met elektrische startmotor]

Draai het contactslot naar STOPPEN stand. (Zie Afb.4-7)

① “O” (STOPPEN)

② “ | ” (ANN)

③ “ ” (START)

(a) De oliesensor neemt de verlaging van het oliepeil waar in het carter en zet de motor automatisch stop als het oliepeil beneden een van te voren bepaald niveau komt.
(b) Wanneer de motor automatisch gestopt is, moet u de wisselstroomonderbreker van de generator uitschakelen en het oliepeil controleren.
Vul olie bij tot het hoogste peil zoals aangegeven op bladzijde 5 en start de motor opnieuw op.
(c) Als de motor niet start met behulp van de normale startprocedure, moet het oliepeil worden

5. INFORMATIE OVER HET VERMOGEN

Sommige apparaten hebben een piekstroom nodig om te kunnen starten. Dit betekent dat de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om het apparaat te starten groter kan zijn dan de hoeveelheid die nodig is om het apparaat te laten draaien. Elektrische apparaten en gereedschappen hebben normaal gesproken een label waarop hun spanning, cycli/Hz, stroomsterkte in ampère en elektrisch vermogen staat aangegeven die nodig zijn om het apparaat of gereedschap te laten werken. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde dealer of servicedienst als u vragen heeft die betrekking hebben op de piekstroom van bepaalde apparaten of elektrisch gereedschap.

■Elektrische belastingen zoals gloeilampen en warmhoudplaten hebben dezelfde stroomsterkte nodig tijdens het opstarten als in het gebruik.
De belasting van bijvoorbeeld een TL-lamp is 1,2 tot 2 keer de aangegeven hoeveelheid Watt tijdens het starten.
De belasting voor kwiklampen is 2 tot 3 keer de aangegeven hoeveelheid Watt tijdens het starten.
Elektrische motoren vereisen een grote hoeveelheid stroom bij het opstarten. Het benodigde vermogen is afhankelijk van het soort motor en het gebruik van die motor.

Zodra genoeg "piekstroom" is bereikt om de motor te starten, heeft het apparaat nog slechts 50% tot 30% van de stroomsterkte nodig om te blijven lopen.

■De meeste elektrische apparaten hebben 1,2 tot 3 keer zoveel stroom nodig om tijdens gebruik onder belasting te lopen. Zo gerekend kan een generator van 5.000 Watt stroom leveren voor elektrisch gereedschap van 1.800 tot 4.000 watt.

■Apparaten zoals onderwaterpompen en luchtcompressoren vereisen een zeer grote kracht om te starten. Zij hebben 3 tot 5 keer de normale stroomsterkte nodig om te kunnen starten. Een generator van 5.000 watt kan op zo'n manier bijvoorbeeld slechts een pomp van 1.000 tot 1.700 watt aandrijven.

OPMERKING

De volgende tabel met stroomsterkten is slechts een algemene richtlijn. Bekijk uw apparaat voor de correcte stroomsterkte.

Om de totale stroomsterkte te kunnen bepalen die nodig is om een bepaald elektrisch apparaat of gereedschap te laten werken, dient het getal van de spanning van het apparaat / gereedschap vermenigvuldigd te worden met het ampèregetal (amp) van datzelfde apparaat / gereedschap. De spanning en ampères (amp) kunnen gevonden worden op een plaatje dat gewoonlijk op elektrische apparaten en gereedschap is aangebracht.

ToepassingenVereiste vermogen (ca. W)
EG241AEG321A EG321AEEG441A EG441AEEG601A EG601AEEG671A EG671AE
Gloeilamp, verwarmingselement 20002400 36004600 5500
TL-lampen, Elektrisch gereedschap1100 1300 20002550 3050
Kwiklamp 800 950 1450 1850 2200
Pomp, compressor 500 600 900 1150 1400

VOLTAGE VERMINDERING DOOR VERLENGKABELS

Wanneer er een lang verlengsnoer of lange kabel wordt gebruikt om een apparaat of een stuk gereedschap aan te sluiten op de generator zal er in dat snoer een voltageverlies optreden zodat de effectieve spanning voor het apparaat of gereedschap lager is dan wat de generator produceert.

In de tabel hieronder is te zien wat een verlengkabel van 100 m voor invloed heeft op de spanning voor het aangesloten apparaat of gereedschap.

Diameter v/d binnenkabelA.W.G.Toegestaan amperageAantal draden / diameter dradenWeerstandStroom in ampères
mm2 No. A No./mmΩ /100m 1A 3A5A 8A10A 12A 15AVermindering v/h Voltage
0,7518730/0,182,4772,5V8V12,5V
1,27161250/0,161,4861,5V5V7,5V12V15V18V
2,0141737/0,260,9521V3V5V8V10V12V15V
3,512 tot 102345/0,320,5171,5V2,5V4V5V6,5V7,5V
5,510 tot 83570/0,320,3321V 2V2,5V3,5V4V5V

6. VONKENVANGER

In een droge of beboste omgeving verdient het aanbeveling dit product te gebruiken met een vonkenvanger. In sommige gebieden is het gebruik van een vonkenvanger verplicht. Controleer de regelgeving die geldt op de plek waar u de machine wilt gebruiken voor u begint.

De vonkenvanger moet regelmatig schoongemaakt worden om ervoor te zorgen dat deze naar behoren functioneert.

Een verstopte vonkenvanger:

  • Belemmert de uitstroom van uitlaatgassen.
  • Verlaagt het vermogen van de motor.
  • Verhoogt het brandstofverbruik.
  • Maakt het starten moeilijker.

Als de motor gelopen heeft, zullen de knaldemper en de vonkenvanger zeer heet zijn. Laat de uitlaat afkoelen voor u de vonkenvanger gaat schoonmaken.

Verwijderen van de vonkenvanger

NL

  1. Verwijder de fl ensbouten van de afdekking van de uitlaat en verwijder de afdekking van de uitlaat.
  2. Verwijder de speciale schroef van de vonkenvanger en verwijder de vonkenvanger van de knaldemper.

EG601A, EG601AE EG671A, EG671AE
Knaldemper Schroef Scherm vonkenvanger

Reinig het scherm van de vonkenvanger

Gebruik een borstel om koolafzetting van het scherm van de vonkenvanger te verwijderen.

Wees voorzichtig dat u het scherm niet beschadigt.

De vonkenvanger moet vrij zijn van breuken en gaten. Vervang de vonkenvanger indien deze beschadigd is.

Installeer de vonkenvanger en de bescherming van de knaldemper in de omgekeerde volgorde van demontage.

EG601A, EG601AE EG671A, EG671AE
Scherm vonkenvanger
MAKITA EG321AE - Reinig het scherm van de vonkenvanger - 1

DAGELIJKSControleer oliepeilControleer alle componenten, aangegeven in “CONTROLES VOOR HET IN WERKING STELLEN”
IEDERE50 UURWas het filterelement - vaker als dit in een vuile of stoffige omgeving wordt gebruikt.Controleer de bougie, reinig indien noodzakelijk.
IEDERE100 UURVervang de motorolie * - vaker als de motor in een vuile of stoffige omgeving wordt gebruikt.Maak de vonkenvanger schoon.
IEDERE200 UURStel de afstand van de bougie-elektroden in.Maak het brandstoffiiter schoon.
IEDERE500 UURVervang bougie en fi lterelement.Reinig carburateur, kleppenspeling, klepzitting en cilinderkop en stel opnieuw af.Controleer en, indien nodig, vervang de koolborstels.
IEDERE1.000 UUR(24 MAANDEN)Controleer de onderdelen van het bedieningspaneel.Controleer de rotor en de starter.Vervang het rubberen montageblok van de motor.Geef de motor een onderhoudsbeurt.Vervang de brandstoffeiding.

OPMERKING : (\*)

■De olie dient voor de eerste keer te worden ververst na twintig (20) uur gebruik. Daarna dient olie verversen elke 100 uur plaats te vinden.
■Voordat de olie wordt ververst, moet een geschikte manier worden gevonden om de afgewerkte olie weg te gooien. Gooi deze niet in de afvoer, in de tuin of in open water.

Uw plaatselijke bestemmings- of milieuregels geven hieromtrent gedetailleerde instructies.

8. ZELF UIT TE VOEREN ONDERHOUD

! PAS OP

Zorg ervoor dat de motor gestopt is voor u onderhoud, service of reparaties gaat uitvoeren.

OPMERKING

Het verdient aanbeveling gehoorbescherming te dragen wanneer u de generator gebruikt, of er onderhoud of reparaties aan uitvoert.

VERVERSEN VAN MOTOROLIE

(Zie Afb. 5-①)

NL

■Ververs de motorolie elke 100 uur. (Bij een nieuwe motor dient de olie na 20 uur te worden ververst).

(a) Laat de olie weglopen door de aftapplug en de olievuldop te verwijderen terwijl de motor warm is.

① OLIE-AFTAPPLUG

(b) Doe de aftapplug terug en vul de motor met olie totdat het maximum niveau op de olievuldop is bereikt.

Gebruik verse motorolie van hoge kwaliteit tot het gespecifi ceerde niveau zoals aangegeven op blz. 5. Als vervuilde olie of olie van een mindere kwaliteit wordt gebruikt of als de hoeveelheid motorolie niet voldoende is, wordt de motor beschadigd en wordt de levensduur aanzienlijk verkort.

SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER

(Zie Afb. 5-② t/m ④)

Het is erg belangrijk het luchtfi Iter netjes te houden. Vuil dat binnen kan komen door slordig geïnstalleerde, slecht onderhouden of versleten luchtfi Iter-elementen kan de motor beschadigen en sneller doen slijten. Houd daarom het luchtfi Iter te allen tijde schoon.

① BASIS
② ELEMENT
③ AFDEKKING LUCHTFILTER
4 BOUT

(a) Verwijder de bout van de afdekking van het luchtfi Iter. (EG601A, EG601AE, EG671A, EG671AE) (Zie Afb.5-④)

Verwijder de afdekking van het luchtfi Iter en het fi Iterelement.

(b) Urethaanschuim: Was het urethaanschuim-element uit in schone kerosine of diesel.

Laat vervolgens een mengsel van 3 delen kerosine of dieselolie en 1 deel motorolie in het element trekken.

Knijp het element uit om dit mengsel te verwijderen en doe het terug in het luchtfi Iter.

OPMERKING

In plaats van met schone olie (kerosine) kunt u het urethaan schuimelement ook wassen in een oplossing van een mild wasmiddel en warm water (een sopje). Spoel het element vervolgens grondig uit met schoon water. Laat het element heel goed drogen. Drenk het element in schone motorolie en knijp het teveel aan olie eruit.

HET SCHOONMAKEN EN AFSTELLEN VAN DE BOUGIE (Zie Afb. 5-⑤)

(a) Als de bougie vervuild is met koolstof, dient u dit te verwijderen met behulp van een schoonmaakmiddel voor bougies of een staalborstel.
(b) Stel de afstand tussen de elektroden in op 0,6 tot 0,7 mm.

Vuil en water in de brandstof worden verwijderd door het brandstoffe liter.

(a) Verwijder de kom van het fi lter en gooi water en vuil weg.
(b) Reinig het roostertje en de kom van het filter met benzine.
(c) Bevestig de kom stevig op de behuizing en zorg er voor dat er geen brandstof lekt.

CONTROLEREN VAN DE KOOLBORSTELS

Onderhoudsgegevens koolborstels (Effectieve lengte)

Het oppervlak van de koolborstel waar deze de sleepring raakt moet netjes glad zijn.

Is dat niet het geval, dan is het mogelijk dat er stof o.i.d. tussen de koolborstel en de sleepring komt te zitten.

Dit moet met schuurpapier o.i.d. worden weggehaald, want dit kan gevaarlijk zijn.

De bruikbare lengte van de borstel is 5\~11mm, dus vervang de borstel door een nieuwe wanneer deze 5 mm of korter is. (Zie Afb.5-⑦)

① NIEUWLENGTE
② BRUIKBARE KOOLBORSTELLENGTE

De reden hiervoor is dat de als de borstel nog korter zou zijn, de contactdruk op de sleepring minder zou worden, met als gevolg een vermindering van de effi ciëntie van de generator en van het uitgangsvoltage.

Controleer de lengte van de koolborstels elke 500 bedrijfsuren.

Controleer de lengte van de koolborstels ook wanneer de generator storingen vertoont, bijvoorbeeld wanneer er geen stroom geproduceerd wordt, of wanneer het voltage te laag is.

Onderhoudsgegevens koolborstels (Demontage en montage) (Zie Afb. 5-8)

① BORSTEL
② SLEEPRING
③ BORSTELHOUDER
④ FLENSBOUTEN
⑤ AFDEKKING BEUGEL
⑥ FLENSBOUTEN

Demontage

  1. Verwijder de twee fl ensbouten (M5 x 20) en verwijder vervolgens de afdekking van de beugel.
  2. Verwijder de twee fl ensbouten (M5 x 16) en verwijder vervolgens de koolborstel.

Montage

  1. Druk de koolborstel tegen de sleepring en zet hem vast (1,5\~2N•m) met de twee fl ensbouten (M5 x 16). Blijf terwijl u dit doet controleren of de koolborstel zich in de juiste positie ten opzichte van de sleepring bevindt.
  2. Zet de afdekking van de beugel vast (3\~4N•m) door de twee fl ensbouten (M5 × 20) aan te draaien.

9. PERIODIEKE HANDELINGEN EN INSPECTIES

Wanneer u de generator gebruikt als nood- stroomvoorziening, is het nodig de machine periodiek te laten draaien en te controleren.

Brandstof (benzine) en motorolie zullen slechter worden na verloop van tijd, waardoor de motor moeilijk zal starten en met als uiteindelijk resultaat storingen aan de motor en defecten.

! PAS OP

Omdat de brandstof (benzine) mettertijd slechter zal worden, dient u de brandstof (benzine) regelmatig door verse te vervangen; we raden u aan dit één keer per drie (3) maanden te doen.

(a) Controleer de brandstof (benzine), de motorolie en het luchtfi Iter.
(b) Start de motor.
(c) Laat de motor tenminste tien minuten lopen met ingeschakelde apparatuur, bijvoorbeeld verlichting.
(d) Controleer de volgende punten:

■oopt de motor naar behoren.

Is het geproduceerde vermogen voldoende en brandt het indicatorlampje correct.

Werkt de motorschakelaar naar behoren.

Geen lekkage van motorolie en brandstof (benzine)

10. VERVOER

Wanneer de generator vervoerd moet worden, moet u ervoor zorgen dat de brandstof (benzine) volledig uit de tank wordt afgetapt.

WAARSCHUWING

Om morsen van brandstof door trillingen en schokken te voorkomen, mag u de generator nooit vervoeren wanneer er nog brandstof (benzine) in de tank zit.

Doe de tankdop goed vast.

Om het brandrisico dat samengaat met het gebruik van benzine te voorkomen, mag u de generator nooit lang in de zon laten staan.

Dewaar tijdens vervoer de brandstof (benzine) in een uitsluitend voor de opslag van benzine bedoelde stalen tank.

(a) Zet de motorschakelaar op de (STOPPEN) stand.
(b) Tap de brandstof uit de tank af.
(c) Doe de tankdop weer vast.

! PAS OP

Plaats geen zware dingen op de generator.

Kies de juiste plek en plaats de generator op de juiste positie in het transportvoertuig zodat de generator niet kan bewegen of vallen.

Zet de generator indien nodig met touwen e.d. vast.

Onderstaande procedures dienen gevolgd te worden voordat uw generator wordt opgeslagen voor een periode van 6 maanden of langer.

■aat de brandstof voorzichtig uit de tank lopen door de brandstoefeiding los te koppelen. Benzine die achterblijft in de tank zal na een tijdje achteruit gaan in kwaliteit en het moeilijk maken de motor te starten.
Verwijder de aftapschroef van de vlotterkamer van de carburateur en tap de brandstof af. (Zie Afb. 6-①)

① AFTAPSCHROEF

■Ververs de motorolie.
Controleer of er bouten en schroeven zijn losgeraakt, schroef deze vast als dit nodig is.
Reinig de generator grondig met behulp van een doek met olie. Spuit met een beschermingsmiddel indien dit voorhanden is. GEBRUIK NOOIT WATER OM DE GENERATOR TE REINIGEN!
Trek aan de handgreep van de starter totdat u weerstand voelt en laat de handgreep in die positie staan.
Bewaar de generator in een goed geventileerde, niet te vochtige ruimte.

12. OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

Als de motor van de generator na verscheidene pogingen weigert te starten of als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aansluitingen, dient u onderstaande tabel te raadplegen. Als uw generator vervolgens nog steeds niet start of geen elektriciteit opwekt, Neem contact op met de dichtstbijzijnde Makita vertegenwoordiger of een erkende onderhoudsmonteur voor meer informatie of maatregelen om het probleem te verhelpen.

Controleer of de chokehendel in de juiste stand staat.MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 1Zet de chokehendel “DICHT”.
Controleer of de brandstofkraan open staat.Open de brandstofkraan als deze dicht staat.
Controleer het brandstofpeil.Vul de tank als deze leeg is, zorg er voor niet te ver te vullen.
Controleer of de motorschakelaar niet op “UIT” staat.Zet de motorschakelaar op “AAN”.
Controleer of de generator niet aan een apparaat is aangesloten.MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 2Zet de stroomschakelaar van een eventueel aangesloten apparaat uit en trek de stekker uit de aansluiting.
Controleer de bougie op losse bougiedop.Duw de bougiedop op zijn plaats als deze los zit.
Controleer de bougie op vuil.Verwijder de bougie en maak de elektroden schoon.

Als er geen elektriciteit geproduceerd wordt via de aansluitingen:

Controleer of de wisselstroomonderbreker op “AAN” staat.MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 3Nadat u heeft gecontroleerd dat het totale wattage van de aangesloten elektrische apparatuur binnen de toegestane grenzen valt en de apparatuur niet defect is, kunt u de wisselstroomonderbreker op “AAN” zetten.Als er zekeringen blijven doorslaan, moet u contact opnemen met uw dichtstbijzijnde dealer.
Controleer het wisselstroom stopcontact en de gelijkstroom aansluitingen op losse contacten.MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 4Zet indien nodig de aansluitingen goed vast.
Ga na of het starten van de motor werd geprobeerd terwijl er reeds apparaten waren aangesloten.Zet de schakelaar op het aangesloten apparaat uit en trek de stekker uit de aansluiting. Doe de stekker weer terug in het stopcontact nadat de generator goed gestart is.
Te laag vermogen. De koolborstel is versleten.
MODEL EG241AEG321AEG321AEEG441AEG441AEEG601AEG601AEEG671AEG671AE
WisselstroomgeneratorType Borstel, zelfbekrachtigend, 2-polig, enkele fase
Regelsysteem voor het voltage Automatische voltage-regelaar (AVR)
WisselstroomuitgangNominaal voltage-Frequentie V-Hz 230 - 50
Nominale stroomsterkte A 8,7 10,415,7 20,0 23,9
Nominaal uitgangsvermogen VA (W)2000 2400 3600 4600 5500
Maximum uitgangsvermogen VA (W)2400 3200 4400 6000 6700
Nominale vermogensfactor 1,0
Type beveiliging Zekeringloze onderbreker
GelijkstroomuitgangNominaal voltage V 12
Nominale stroomsterkte A 8,3
Type beveiliging Zekeringloze onderbreker
MotorModel EX17D EX21D EX30D EX35D EX40D
TypeRobin Geforceerd luchtgekoelde, Viertakt, Benzinemotor met bovenliggende nokkenas
Cilinderinhoud mL 169 211 287404
Brandstof Ongelode benzine voor automobielen
Benzinetankcapaciteit L12,822,0
Oliecapaciteit motor L0,61,01,2
Nominale constante werking H10,59,05,67,56,6
BougieBR-6HS (NGK)
StartsysteemTrekstarterElektrische startmotor / Trekstarter
3/4 belasting brandstofverbruik L/H1,01,31,92,72,9
DraairichtingTegen de klok in
AfmetingenLengte mm600620(870)*1675(925)*1725(975)*1
Breedte mm420 450510530
Hoogte mm500 500540580
Netto gewicht kg4751(56)*267(77)*286(96)*288(98)*2
BrutogewichtkgGewicht volgens de EPTA-procedure 01/20035761(66)*278(88)*2104(114)*2106(116)*2

Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.

*1: ( ) toont de afmetingen inclusief het accuframe.
*2: ( ) toont het gewicht inclusief de elektrische starter.

EG241A, EG321A (50Hz-230V) [Model met trekstarter]
MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 5

flowchart
graph TD
    subgraph MOTOR
        A["Blk"] --> B["Onstekingsspoel"]
        B --> C["Org"]
        C --> D["Y/R"]
        D --> E["Oliensensorchakelaar"]
        E --> F["Blk"]
        F --> G["Oliensensoreenheid"]
    end

    subgraph GENERATOR
        H["Stator"] --> I["Wisselstroom wikkeling 1"]
        I --> J["Gry"]
        J --> K["R"]
        K --> L["Ruisfilter"]
        L --> M["Wisselstroom-onderbreker"]
        M --> N["Voltmeter"]
        N --> O["Wisselstroom stopcontact"]
        O --> P["Wisselstroom stopcontact"]
    end

    subgraph GEDIENINGSPANEEL
        Q["Motorschakelaar"] --> R["Blk"]
        R --> S["Gm"]
    end

    subgraph AVR eenheid
        T["AVR eenheid"] --> U["Gelijktstroom wikkeling"]
        U --> V["Brugdiode"]
        V --> W["W"]
        W --> X["W"]
        X --> Y["Blik"]
        Y --> Z["BC"]
        Z --> AA["DC12V"]
    end

    subgraph GEBIENINGSPANEEL
        AB["Blk"] --> AC["Motorschakelaar"]
    end

    subgraph GEBIENINGSPANEEL
        AD["Rotator"] --> AE["Sleepring"]
        AE --> AF["Blu"]
        AF --> AG["Autres"]
        AG --> AH["BRn"]
        AH --> AI["Blu"]
        AI --> AJ["AVR eenheid"]
    end

    subgraph GEBIENINGSPANEEL
        AK["Grelijkstroom-onderbreker"] --> AL["W"]
        AL --> AM["DC12V"]
    end

    subgraph GEBIENINGSPANEEL
        AN["Gelijktstroom stopcontact"] --> AO["DC12V"]
    end

    style MOTOR fill:#f9f,stroke:#333
    style GENERATOR fill:#ccf,stroke:#333
    style GEBIENINGSPANEEL fill:#cfc,stroke:#333

Kleurcode bedrading

Blk : Zwart

Blk/W : Zwart/Wit

Blu : Blauw

LBlu : Licht blauw

Brn : Bruin

Brn/W : Bruin/Wit

Grn : Groer

Grn/W: Groen/Wit

Org : Oranje

Gry : Grijs

R : Rood

W : Wit

Y : Geel

W/Blk : Wit/Zwart

Grn/Y : Groen/Geel

Pur : Paars

EG321AE (50Hz-230V) [Model met elektrische startmotor]
MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 6

flowchart
graph TD
    subgraph MOTOR
        A["Blk"] --> B["R"]
        C["Accu"] --> D["Blk"]
        D --> E["Blk"]
        E --> F["Org"]
        F --> G["Olesensoreenheid"]
        G --> H["Y/R"]
        H --> I["Olesensoreenheid"]
        I --> J["Elektrische startmotor"]
        J --> K["Magnetische schakelaar"]
        K --> L["Laadspoel"]
    end

    subgraph GENERATOR
        M["ROTOR"] --> N["Sleeping"]
        N --> O["Stator"]
        O --> P["Wisselstroom wikkeling 1"]
        P --> Q["Gry"]
        Q --> R["Org"]
        R --> S["Wisselstroom wikkeling 2"]
        S --> T["Blu"]
        T --> U["Grn"]
        U --> V["Gren"]
        V --> W["Wisselstroom-wikkeling"]
        W --> X["Avr eenheid"]
        X --> Y["Brn"]
        Y --> Z["Blu"]
        Z --> AA["Secundaire spoel"]
        AA --> AB["Y/Y"]
        AB --> AC["Brn Brugdiode"]
        AC --> AD["W"]
        AD --> AE["Blk"]
        AE --> AF["Grn/Y"]

    subgraph BEDIENINGSPANEEL
        AG["Zekering"] --> AH["Org"]
        AI["Gry IG"] --> AJ["ST M+"]
        AK["Grn"] --> AL["B"]
        AM["Gry"] --> AN["Grn"]
        AO["Grn"] --> AP["Grn"]
        AQ["R"] --> AR["Blk"]
        AS["Gry"] --> AT["Grn"]
        AU["Gry"] --> AV["Grn"]
        AW["Gry"] --> AX["Grn"]
        AY["Gry"] --> AZ["Grn"]
        BA["Gry"] --> BB["Grn"]
        BC["Gry"] --> BD["Grn"]
        BE["Gry"] --> BF["Grn"]
        BG["Gry"] --> BH["Grn"]
        BI["Gry"] --> BJ["Grn"]
        BK["Gry"] --> BL["Grn"]
        BM["Gry"] --> BN["Grn"]
        BO["Gry"] --> BP["Grn"]
        BQ["Gry"] --> BR["Grn"]
        BS["Gry"] --> BT["Grn"]
        BU["Gry"] --> BV["Grn"]
        BW["Gry"] --> BX["Grn"]
        BY["Gry"] --> BZ["Grn"]
        CA["Gry"] --> CB["Grn"]
        CC["Gry"] --> CD["Grn"]
        CE["Gry"] --> CF["Grn"]
        GD["Gry"] --> DH["Grn"]
        DI["Gry"] --> DJ["Grn"]
        DK["Gry"] --> DL["Grn"]
    end

    subgraph GEDIENINGSPANEEL
        E
        AF
        AG
        AH
        AI
        AJ
        AK
        AL
        AM
        AN
        AO
        AP
        AQ
        AR
        AS
        AT
        AU
        AV
        AW
        AX
        AZ
        BA
        BB
        BC
        DA
        AE
        AF
        AG
        AH
        AI
        AJ
        AK
        AL
        AM
        AN
        AO
        AP
        AQ
        AR
        AS
        AT
        AU
        AV
    end

    %% Note: The diagram shows connections between motor, generator, and control points for each component. The labels on the components are in English and Spanish.

EG441A, EG601A, EG671A (50Hz-230V) [Model met trekstarter]
MAKITA EG321AE - OPLOSSEN VAN PROBLEMEN - 7

flowchart
graph TD
    subgraph BEDIENINGSPANELMOTOR
        direction TB
        A["Generator"] --> B["Blk"]
        B --> C["Olliesensorshakelaar"]
        C --> D["Org"]
        D --> E["Blk"]
        E --> F["Y/B"]
        F --> G["Oliensensorshakelaar"]
        G --> H["Blk"]
        H --> I["Blk"]
        I --> J["Blk"]
        J --> K["Blk"]
        K --> L["Blk"]
        L --> M["Blk"]
        M --> N["Blk"]
        N --> O["Blk"]
        O --> P["Blk"]
        P --> Q["Blk"]
        Q --> R["Blk"]
        R --> S["Blk"]
        S --> T["Blk"]
        T --> U["Blk"]
        U --> V["Blk"]
        V --> W["Blk"]
        W --> X["Blk"]
        X --> Y["Blk"]
        Y --> Z["Blk"]
        Z --> AA["Blk"]
        AA --> AB["Blk"]
        AB --> AC["Blk"]
        AC --> AD["Blk"]
        AD --> AE["Blk"]
        AE --> AF["Blk"]
        AF --> AG["Blk"]
        AG --> AH["Blk"]
        AH --> AI["Blk"]
        AI --> AJ["Blk"]
        AJ --> AK["Blk"]
        AK --> AL["Blk"]
        AL --> AM["Blk"]
        AM --> AN["Blk"]
        AN --> AO["Blk"]
        AO --> AP["Blk"]
        AP --> AQ["Blk"]
        AQ --> AR["Blk"]
        AR --> AS["Blk"]
        AS --> AT["Blk"]
        AT --> AU["Blk"]
        AU --> AV["Blk"]
        AV --> AW["Blk"]
        AW --> AX["Blk"]
        AX --> AY["Blk"]
        AY --> AZ["Blk"]
        AZ --> BA["Blk"]
        BA --> BB["Blk"]
        BB --> BC["Blk"]
        BC --> BD["Blk"]
        BD --> BE["Blk"]
        BE --> BF["Blk"]
        BF --> BG["Blk"]
        BG --> BH["Blk"]
        BH --> BI["Blk"]
        BI --> BJ["Blk"]
        BJ --> BK["Blk"]
        BK --> BL["Blk"]
        BL --> BM["Blk"]
        BM --> BN["Blk"]
        BN --> BO["Blk"]
        BO --> BP["Blk"]
        BP --> BQ["Blk"]
        BQ --> BR["Blk"]
        BR --> BS["Blk"]
        BS --> BT["Blk"]
        BT --> BU["Blk"]
        BU --> BV["Blk"]
        BV --> BW["Blk"]
        BW --> BX["Blk"]
        BX --> BY["Blk"]
        BY --> BZ["Gelijkstroom-onderbreker"]
    end

    subgraph GENERATOR
        direction LR
        A1["Rotor STATOR"] --> A2["Sleepring"] --> A3["W"] & A4["R"] & A5["Gry"] & A6["Wisselstroom wikkeling 1"] & A7["Wisselstroom wikkeling 2"] & A8["Wisselstroom wikkeling 3"] & A9["Wisselstroom wikkeling 4"] & A10["Wisselstroom wikkeling 5"] & A11["Wisselstroom wikkeling 6"] & A12["Wisselstroom wikkeling 7"] & A13["Wisselstroom wikkeling 8"] & A14["Wisselstroom wikkeling 9"] & A15["Wisselstroom wikkeling 10"] & A16["Wisselstroom wikkeling 11"] & A17["Wisselstroom wikkeling 12"] & A18["Wisselstroom wikkeling 13"] & A19["Wisselstroom wikkeling 14"] & A20["Wisselstroom wikkeling 15"] & A21["Wisselstroom wikkeling 16"] & A22["Wisselstroom wikkeling 17"] & A23["Wisselstroom wikkeling 18"] & A24["Wisselstroom wikkeling 19"] & A25["Wisselstroom wikkeling 20"] & A26["Wisselstroom wikkeling 21"] & A27["Wisselstroom wikkeling 22"] & A28["Wisselstroom wikkeling 23"] & A29["Wisselstroom wikkeling 24"] & A30["Wisselstroom wikkeling 25"] & A31["Wisselstroom wikkeling 26"] & A32["Wisselstroom wikkeling 27"] & A33["Wisselstroom wikkeling 28"] & A34["Wisselstroom wikkeling 29"] & A35["Wisselstroom wikkeling 30"] & A36["Wisselstroom wikkeling 31"] & A37["Wisselstroom wikkeling 32"] & A38["Wisselstroom wikkeling 33"] & A39["Wisselstroom wikkeling 34"] & A40["Wisselstroom wikkeling 35"] & A41["Wisselstroom wikkeling 36"] & A42["Wisselstroom wikkeling 37"] & A43["Wisselstroom wikkeling 38"] & A44["Wisselstroom wikkeling 39"] & A45["Wisselstroom wikkeling 40"] & A46["Wisselstroom wikkeling 41"] & A47["Wisselstroom wikkeling 42"] & A48["Wisselstroom wikkeling 43"] & A49["Wisselstroom wikkeling 44"] & A50["Wisselstroom wikkeling 45"] & A51["Wisselstroom wikkeling 46"] & A52["Wisselstroom wikkeling 47"] & A53["Wisselstroom wikkeling 48"] & A54["Wisselstroom wikkeling 49"] & A55["Wisselstroom wikkeling 50"] & A56["Wisselstroom wikkeling 51"] & A57["Wisselstroom wikkeling 52"] & A58["Wisselstroom wikkeling 53"] & A59["Wisselstroom wikkeling 54"] & A60["Wisselstroom wikkeling 55"] & A61["Wisselstroom wikkeling 56"] & A62["Wisselstroom wikkeling 57"] & A63["Wisselstroom wikkeling 58"] & A64["Wisselstroom wikkeling 59"] & A65["Wisselstroom wikkeling 60"] & A66["Wisselstroom wikkeling 61"] & A67["Wisselstroom wikkeling 62"] & A68["Wisselstroom wikkeling 63"] & A69["Wisselstroom wikkeling 64"] & A70["Wisselstroom wikkeling 65"] & A71["Wisselstroom wikkeling 66"] & A72["Wisselstroom wikkeling 67"] & A73["Wisselstroom wikkeling 68"] & A74["Wisselstroom wikkeling 69"] & A75["Wisselstroom wikkeling 70"] & A76["Wisselstroom wikkeling 71"] & A77["Wisselstroom wikkeling 72"] & A78["Wisselstroom wikkeling 73"] & A79["Wisselstroom wikkeling 74"] & A80["Wisselstroom wikkeling 75"] & A81["Wisselstroom wikkeling 76"] & A82["Wisselstroom wikkeling 77"] & A83["Wisselstroom wikkeling 78"] & A84["Wisselstroom wikkeling 79"] & A85["Wisselstroom wikkeling 80"] & A86["Wisselstroom wikkeling 81"] & A87["Wisselstroom wikkeling 82"] & A88["Wisselstroom wikkeling 83"] & A89["Wisselstroom wikkeling 84"] & A90["Wisselstroom wikkeling 85"] & A91["Wisselstroom wikkeling 86"] & A92["Wisselstroom wikkeling 87"] & A93["Wisselstroom wikkeling 88"] & A94["Wisselstroom wikkeling 89"] & A95["Wisselstroom wikkeling 90"] & A96["Wisselstroom wikkeling 91"] & A97["Gelijkstroom-onderbreker"] & A98["Gelijkstroom-stopcontact"] & A99["Gelijkstroom-stopcontact"] & B00["Gelijkstroom-stopcontact"] & DC12V["Gelijkstroom-stopcontact"]

Kleurcode bedrading

Installatie van de wielenkit

(1) Controleer de meegeleverde accessoires.
(2) Voorbereiden van het benodigde gereedschap

■raan of hefboom (doorsnee ongeveer 100 mm x 100 mm)

Tang

2 sleutels (12 mm)

(3) Installatieprocedure

A) Gebruik de kraan of de hefboom om de generator ongeveer 100 mm van de grond te tillen.
B) Installeer het wiel en de stopper aan de as.

Installeer de as ⑤ in de rem of stopper ① zodat het wiel ② in de rem zit en zet het geheel vast met de splitpen ③. Zet vervolgens de as ⑤ en de stopper ① vast met de moeren ④.

NL

Installeer het wiel ② en de ring ⑧ op de as ⑤ en zet het geheel vast met de splitpen ③.

C) Controleer of de wielen soepel kunnen draaien.
D) Draai de stelmoer ⑨ en stelbout ⑩ voor de as ⑤ los, breng de gaten in het frame in lijn met de bevestigingsgaten voor de as ⑤ en gebruik de boten ⑥ en moeren ⑦ om de as aan het frame vast te zetten.

Aanhaalkoppel: 20 - 25 Nm (2,0 - 2,5 kgm)

E) Draai de stelmoer ⑨ en stelbout ⑩ aan om de lengte van de as ⑤ te bepalen.

MAKITA EG321AE - NL - 1

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : EG321AE

Categorie : Generator