GGS75WAX - Forn GORENJE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GGS75WAX GORENJE in PDF-formaat.
| Producttype | Gasfornuis |
| Merk | Gorenje |
| Model | GGS75WAX |
| Gasvoeding | Aardgas (G20/G25) omzetbaar naar propaan/butaan |
| Aantal branders | 4 (waarvan een wokbrander) |
| Soorten branders | Zachte vlam, normale, krachtige, wokbrander |
| Oven | Ingebouwde gasoven |
| Materiaal kookplaat | Geëmailleerde diepe plaat |
| Bediening | Afneembare draaiknoppen |
| Veiligheid | Kranen met thermische beveiliging |
| Gasconversie | Mogelijk met conversiekit (injectoren en economische schroeven) |
| Reiniging | Uitneembare geëmailleerde diepe plaat voor reiniging |
| Onderhoud | Controle van injectoren en afdichtingen |
| Reserveonderdelen | Injectoren, economische schroeven, afdichtingen, typeplaatjes |
| Repareerbaarheid | Conversie door gekwalificeerde technicus aanbevolen |
| Installatie | Gasaansluiting en elektrische aansluiting, waterpas stellen |
| Afmetingen (ongeveer) | Breedte 60 cm, Diepte 60 cm, Hoogte 85 cm |
| Gewicht (ongeveer) | 50 kg |
| Elektrische voeding | 230 V, 50 Hz |
Veelgestelde vragen - GGS75WAX GORENJE
Gebruikersvragen over GGS75WAX GORENJE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GGS75WAX - GORENJE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GGS75WAX van het merk GORENJE.
GEBRUIKSAANWIJZING GGS75WAX GORENJE
Instellen voor andere gassoort
Ombouwvoorschrift NL 3 - NL 8
EN
Conversion instruction EN 3 - EN 8
FR
Consigne de conversion FR 3 - FR 8
DE
Inleiding (A) 4 Demonteren (B) 5 Ombouwen (C) 5 Controleren op gasdichtheid en werking (D) 6 Afmonteren 7 In gebruik stellen 7 Werking controleren (E) 8

Let op: Het uitvoeren van deze instructie door een niet bevoegd monteur kan leiden tot gevaarlijke situaties.
De leverancier is niet aansprakelijk voor gevolgen (het ontstaan van een gevaarlijke situatie en/of schade aan personen en goederen) ontstaan door het foutief uitvoeren van deze instructie door monteurs die niet in dienst zijn van de leverancier. Gevolgschade ontstaan door ondeskundig uitvoeren van deze instructie wordt niet gehonoreerd. Deze ombouwset bestaat uit originele onderdelen. Originele onderdelen worden gekeurd op geschiktheid en veiligheid tijdens de typekeuring van het toestel. Regelmatig uitgevoerde partijkeuringen garanderen de kwaliteit van originele onderdelen.
De leverancier adviseert het ombouwen van een toestel naar een andere gassoort te laten uitvoeren door een monteur van de leverancier. Bel de servicedienst voor het maken van een afspraak met de servicemonteur.
Zie voor de adresgegevens het garantiebewijs van het toestel.
Inleiding (A)
Met deze ombouwset bouwt u uw gaskookplaat om van aardgas (G20/G25) op propaan-/butaangas. Controleer voordat u met ombouwen begint of uw gaskookplaat daadwerkelijk op aardgas is ingesteld.

7
Gereedschap

4
A. Dop- of pijpsleutel B. Sleufkopschroevendraaier C. Torx-schroevendraaier D. Kruiskopschroevendraaier

T20

P2


7
E. Puntbektang
F. Steeksleutel

G. Lektestspray
Demonteren (B)

Inhoud van de ombouwset:
- Spuitstukken voor de branders (zie afbeelding A1, achterin deze instructie);
- Spaarstandschroeven voor de gaskranen;
- Pakkingringen;
- Drie gegevensplaatjes met de gewijzigde gasinstelling;
- Fiberringen voor geëmailleerde toestellen;
- Siliconen afdichtstoppen.
Let op: maak het toestel spanningsloos voordat de vangschaal verwijderd wordt! Voorkom beschadiging van het werkblad, leg delen van het toestel op een beschermende ondergrond.
- Verwijder de pandragers, branderkoppen en branderkelken. Trek de bedieningsknoppen rechtstandig omhoog en verwijder deze.
- Draai de schroeven van de bevestigingsbeugels aan de onderkant van het toestel los. (zie afbeelding B1, achterin deze instructie)
- Verwijder de schroeven rond de branders. (zie afbeelding B2, achterin deze instructie)
- Til de vangschaal op aan de achterkant en schuif deze daarna naar voren. Als er een aardeverbinding aan de vangschaal zit, maak deze dan los. (zie afbeelding B3, achterin deze instructie)
- Verwijder de vangschaal van het toestel.
Ombouwen (C)
De positie, type brander (hoofdletter) en de kraan (kleine letter) worden schematisch weergegeven op het etiket in de onderbak.
Op de houder van de injector vindt U de hiermee corresponderende letters (zie tabel 1, achterin deze instructie).
De volgende sets kunnen voorkomen:
- Set ‘A-a’ voor de sudderbrander;
- Set 'B-b' voorde normaalbrander;
- Set 'C-c' voor de sterkbrander;
- Stel ‘H1-h’, ‘H2’ en ‘J-j’ in voor de wokbrander.

Het is mogelijk dat niet alle injectoren in de set worden gebruikt voor de conversie van uw kookplaat.
- Vervang de injectoren in de branders. Gebruik voor demontage/montage van de injector een dop- of pijpsleutel 7 (afbeelding C2, achterin deze instructie).
- Vervang de spaarstandschroeven in de kranen. Gebruik voor demontage/montage van de spaarstandschroef een schroevendraaier met bladbreedte 4 mm (zie afbeelding C4, achterin deze instructie) en indien nodig een tang.
- Vervang bij de wokbrander de injector voor de buiten- (H1) en binnenbrander (H2) met een steeksleutel 7. Let op! De injector voor de buitenbrander bevindt zich onderin het branderhuis, de injector voor de binnenbrander zit bovenin (zie afbeelding C3, achterin deze instructie).
- Plaats bij branders van het type A, B of C de bijbehorende afdichtstop in het luchtgat van het branderhuis (afb. C7). Indien van toepassing (zie tabel 1, achterin deze instructie).
- Plak de sticker "H1" in het daarvoor bestemde kader op het bestaande gegevensplaatje (met de gassoort/gasdruk) in de onderbak (zie afbeelding C1, achterin deze instructie).
- Plak de sticker "H2" in het daarvoor bestemde kader op het bestaande gegevensplaatje (met de gassoort/gasdruk) op de onderzijde van de onderbak (zie afbeelding C5, achterin deze instructie).
- Plak de sticker "G2" in het daarvoor bestemde kader op het bestaande gegevensplaatje (met de gassoort/gasdruk) op de achterzijde van de gebruikshandleiding (zie afbeelding C6, achterin deze instructie).
Controleren op gasdichtheid en werking (D)
Als het toestel is aangesloten op de gastoevoer, controleer het toestel op gasdichtheid met lek-testspray.
- Sluit de injector af.
- Open de gaskraan.

Let op; kranen met een thermische beveiliging indrukken, opendraaien en ingedrukt houden!
- Spuit lek-testspray op de verbindingen en controleer deze op gasdichtheid (zie afbeelding D, achterin deze instructie).
- Herhaal dit voor elke brander.
Als het toestel niet is aangesloten op de gastoevoer, controleer de gasdichtheid met een drukpomp.
- Sluit de drukpomp aan op de gasleiding en sluit alle gaskranen.
- Verhoog de druk tot 150 mbar en sluit de kraan tussen drukpomp en drukmeter. Controleer de druk. Het drukverlies mag maximaal 5 mbar per minuut bedragen. Open na controle de kraan tussen drukpomp en drukmeter.

Let op: kranen met een thermische beveiliging indrukken, opendraaien en ingedrukt houden!
- Verhoog de druk tot 150 mbar en sluit opnieuw de kraan tussen drukpomp en drukmeter. Controleer de druk. Het drukverlies mag maximaal 5 mbar per minuut bedragen.
- Herhaal deze test voor alle kranen en injectors.
Afmonteren
- Vervang de pakkingen op de branders.
- Plaats de vangschaal op het toestel. De haakjes aan de voorkant van de vangschaal moeten onder de rand van de onderbak worden geschoven. Vergeet bij geëmailleerde vangschalen niet om de aardedraad aan te sluiten op de vangschaal.
- Monteer de schroeven om de vangschaal vast te zetten! Gebruik nieuwe fiberringen bij geëmailleerde vangschalen.
- Draai de schroeven van de bevestigingsbeugels aan de onderkant van het toestel aan.
In gebruik stellen
- Plaats de knoppen, branderdelen en pandragers.
- Controleer of het toestel is aangesloten op de juiste gassoort en gasdruk.
- Open de gastoevoer en steek de stekker in het stopcontact.
Werking controleren (E)
- Ontsteek de branders.
- Controleer of het vlambeeld over het gehele regelbereik regelmatig en stabiel is (zie afbeeldingen E1, E2 en E3, achterin deze instructie).
Belangrijk hierbij is dat:
- De vlam niet dooft in kleinstand;
- de brander niet 'afblaast' in volstand (te herkennen aan vlammen die ver van de brander afstaan in combinatie met een 'sissend' geluid);
- Er geen lange gele vlammen zichtbaar zijn.