GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 - Pomp VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 VAILLANT in PDF-formaat.
| Producttype | Warmtepomp |
| Merk | Vaillant |
| Model | GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 |
| Categorie | Geothermische warmtepomp |
| Vermogen (verwarming) | 61 - 171 kW |
| Elektrische voeding | 400 V 3N~ 50 Hz |
| Koelmiddel | R410A |
| Geluidsniveau | < 50 dB(A) |
| Gewicht | ca. 300 kg |
| Afmetingen (H x B x D) | 1200 x 800 x 800 mm |
| Aansluitingen | 2" |
| Toepassing | Verwarming en koeling |
| Regeling | Digitaal |
| Certificering | CE, EN 14511 |
| Garantie | 2 jaar |
| Geschikt voor | Vloerverwarming, radiatoren, koeling |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C tot +45°C |
| Onderhoud | Jaarlijkse inspectie aanbevolen |
| Reparatie | Gecertificeerde installateur vereist |
Veelgestelde vragen - GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 VAILLANT
Gebruikersvragen over GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING GeoTHERM Solo VWS 61-171/2 VAILLANT
1 Aanwijzingen bij deze handleiding ....3
1.1 Aanvullend geldende documenten
1.2 Bewaren van de documenten ....3
1.3 Gebruikte symbolen
1.4 Geldigheid van de handleiding ....4
6 Bijlage 26
2 Veiligheidsvoorschriften 4
2.1 Koudemiddel 4
2.2 Veranderingsverbod 4
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik .....5
3.1 Gebruik volgens de bestemming ....5
3.2 Vereisten aan de installatieplaats ....5
3.3 Reiniging en onderhoud 5
3.4 Bedrijfstoestand van de warmtepomp controleren....5
3.4.1 Waterdruk van de cv-installatie ....5
3.4.2 Vulpeil en waterdruk van het brijncircuit......6
3.4.3 Ontstaan van condens (condenswater)......6
3.5 Tips voor energiebesparing....7
3.5.1 Algemene tips voor energiebesparing......7
3.5.2 Besparingsmogelijkheden door het juiste gebruik van de regeling ....7
3.6 Recycling en afvoer....8
3.6.1 Toestel 8
3.6.2 Verpakking....8
3.6.3 Koudemiddel....8
4 Toestel- en functiebeschrijving .....9
4.1 Werkingsprincipe....9
4.2 Werkwijze van het koudemiddelcircuit ......9
4.3 Automatische extra functies....10
4.4 Opbouw van de warmtepomp geoTHERM.....10
5 Bediening....12
5.1 De regelaar leren kennen en bedienen .....12
5.2 Bedieningselementen gebruikersniveau......12
5.3 Beschrijving regelaar....13
5.3.1 Energiebalansregeling ....13
5.3.2 Op fabrieksinstellingen resetten....13
5.3.3 Kinderslot....13
5.3.4 Regelaarstructuur....13
5.3.5 Energiebesparingsfuncties instellen ....13
5.4 Procesdiagram....14
5.5 Displays op het gebruikersniveau....15
5.6 Speciale functies....22
5.7 Inbedrijfname van de warmtepomp .....23
5.8 Buitenbedrijfstelling van de warmtepomp .....23
5.9 Inspectie 23
5.10 Verhelpen van storingen en diagnose .....23
5.10.1 Storingsmeldingen aan de regelaar....23
5.10.2 Storingsmeldingen resetten....24
5.10.3 Noodbedrijf activeren 24
Algemeen
De Vaillant warmtepompen geoTHERM worden in deze handleiding algemeen als warmtepompen aangeduid en zijn in de volgende varianten verkrijgbaar:
| Typeaanduilding Artikelnummer | |
| Brijn-water-warmtepompen (VWS) | |
| VWS 61/2 0010002778 | |
| VWS 81/2 0010002779 | |
| VWS 101/2 0010002780 | |
| VWS 141/2 0010002781 | |
| VWS 171/2 0010002782 | |
| Water-water-warmtepompen (VWW) | |
| VWW 61/2 0010002789 | |
| VWW 81/2 0010002790 | |
| VWW 101/2 0010002791 | |
| VWW 141/2 0010002792 | |
| VWW 171/2 0010002793 | |
Tabel 0.1 Typeaanduidingen en artikelnummers

De warmtepompen zijn gebouwd volgens de laatste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels.
De conformiteit met de betreffende normen is aangetoond.

DACH-kwaliteitszegel (voor warmtepompen, DACH = Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland)

VDE-zegel en veiligheidskeurmerk
Met de CE-markering bevestigen wij als toestelfabrikant dat de toestellen van de serie geoTHERM voldoen aan de vereisten van de richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit (richtlijn 89/336/EEG van de Raad). De toestellen voldoen aan de fundamentele vereisten van de laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad).
Verder voldoen de toestellen aan de vereisten van EN 14511 (warmtepompen met elektrisch aangedreven compressors, verwarmen, vereisten aan toestellen voor de ruimteverwarming en voor het verwarmen van drinkwater) evenals de EN 378 (veiligheidstechnische en milieu-relevante vereisten aan koelinstallaties en warmtepompen).
Typeplaatje
Bij de warmtepomp geoTHERM is binnen op de bodemplaat een typeplaatje aangebracht. Een typeaanduiding bevindt zich boven op het grijze frame van de kolom (zie ook hoofdstuk 4.4, afb. 4.3). In hoofdstuk 6.3 en 6.4, bijlage, vinden de technisch geïnteresseerde klanten een afbeelding van een typeplaatje en een tabel voor de toelichting van de afgebeelde symbolen op het typeplaatje.
1 Aanwijzingen bij deze handleiding
Deze handleiding bevat belangrijke informatie voor de veilige en deskundige bediening bij het gebruik van uw warmtepomp.
1.1 Aanvullend geldende documenten
Aanvullend geldende documenten zijn alle handleidingen voor de bediening van de warmtepomp alsmede overige handleidingen van alle gebruikte garnituren.
1.2 Bewaren van de documenten
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend geldende documenten goed, zodat ze indien nodig ter beschikking staan.
U kunt de documenten binnen de kolomafdekking bewaren.
Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.

Afb. 1.1 Kolomafdekking verwijderen
1 Aanwijzingen bij deze handleiding
2 Veiligheidsvoorschriften
1.3 Gebruikte symbolen
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt voor de classificatie van gevaar, voor aanwijzingen, activiteiten en tips voor energiebesparing.

Gevaarlijk!
Onmiddellijk gevaar voor lichamelijk letsel!

Gevaarlijk!
Verbrandingsgevaar!

Attentie!
Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu!

Aanwijzing!
Nuttige informatie en aanwijzingen.

Dit symbool wijst u op tips voor energiebesparing. Deze instelling kunt u o.a. via de regeling van uw warmte-pomp realiseren.
- Symbool voor een vereiste activiteit
1.4 Geldigheid van de handleiding
Deze handleiding geldt uitsluitend voor warmptepompen waarvan de typeaanduidingen in tab. 0.1 zijn opgesomd.
2 Veiligheidsvoorschriften
Neem bij de bediening van de warmtepomp de volgende veiligheidsaanwijzingen en voorschriften in acht:
- Vraag uw installateur om uitgebreide instructies over de bediening van de warmtepomp.
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Voer uitsluitend activiteiten uit die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven.

Gevaarlijk!
Verbrandingsgevaar door contact met componenten van de warmtepomp! Aan componenten van de warmtepomp kunnen hoge temperaturen ontstaan.
Raak geen ongeïsoleerde leidingen van de warmtepomp aan.
Verwijder geen delen van de mantel (behalve kolomafdekking, zie hoofdstuk 1.2).
2.1 Koudemiddel
De warmtepomp wordt met een bedrijfsvulling van koudemiddel R 407 C geleverd. Dit is een chloorvrij koudemiddel dat de ozonlaag van de aarde niet aantast.
R 407 C is niet brandgevaarlijk en er bestaat ook geen explosiegevaar.

Gevaarlijk!
Verwondingsgevaar door bevriezingen bij contact met koudemiddel R 407 C!
Lekkend koudemiddel kan bij het aanra- ken van het uitstroompunt bevriezingen tot gevolg hebben:
bij lekkages in het koudemiddelcircuit geen gassen en dampen inademen.
Huid- en oogcontact vermijden.

Aanwijzing!
Bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden levert het koudemiddel R 407 C geen gevaar op. Ondeskundig gebruik kan echter verwondingen en schade tot gevolg hebben.
2.2 Veranderingsverbod

Gevaarlijk!
Verwondingsgevaar door ondeskundige veranderingen!
Voer nooit zelf ingrepen of veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de cv- en warmwaterinstallatie uit.
Het veranderingsverbod geldt voor:
- de geoTHERM warmtepompen,
- de omgeving van de geoTHERM warmtepompen,
- de toevoerleidingen voor water en elektriciteit.
Voor veranderingen aan de warmtepomp of in de omgeving ervan moet u een beroep doen op een erkend installateur.
- Vernietig of verwijder geen verzegelingen en zekeringen van componenten. Enkel erkende installateurs en de servicedienst van de fabriek zijn bevoegd om gelode en gezekerde componenten te veranderen.
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik
De Vaillant warmtepompen van het type geoTHERM zijn volgens de laatste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels gebouwd en moeten door een gekwalificeerde installateur met inachtneming van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen worden geïnstalleerd.

Gevaarlijk!
Levensgevaar door niet-gekwalificeerd personeel!
De installatie, inspectie en reparatie mogen alleen door een installateur worden uitgevoerd. Met name werkzaamheden aan de elektrische delen en aan het koudemiddelcircuit vereisen een passende kwalificatie.
3.1 Gebruik volgens de bestemming
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekkers voor gesloten warmwater-cv-installaties en de warmwater-functie. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet conform de voorschriften. Voor de hierdoor ontstane schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor ver-antwoordelijk.
Bij het gebruik volgens de bestemming hoort ook het in acht nemen van:
- de gebruiksaanwijzing en de installatiehandleiding
- alle aanvullend geldende documenten
- de inspectie- en onderhoudsvoorwaarden

Gevaarlijk!
Levensgevaar door ondeskundig gebruik van de installatie.
Bij ondeskundig gebruik of gebruik dat niet conform de voorschriften is, kunnen (levens)gevaarlijke situaties ontstaan voor de gebruiker, zijn goederen of derden, alsmede beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen.
3.2 Vereisten aan de installatieplaats
De installatieplaats moet zodanig bemeten zijn dat de warmtepomp volgens de voorschriften kan worden geïnstalleerd en onderhouden.
- Vraag uw installateur welke geldende nationale bouwrechtelijke voorschriften in acht genomen moeten worden.
De installatieplaats moet droog en permanent vorstvrij zijn.
3.3 Reiniging en onderhoud
Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de man- tel kunnen beschadigen.

Aanwijzing!
Reinig de mantel van uw warmtepomp met een vochtige doek en een beetje zeep.
3.4 Bedrijfstoestand van de warmtepomp controleren
In tegenstelling tot warmteopwekkers op basis van fossiele energiedragers zijn bij de Vaillant warmtepomp geoTHERM geen intensieve onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk.

Aanwijzing!
Laat uw installatie door een installateur regelmatig controleren om een efficiënt gebruik van uw warmtepomp te garanderen.
3.4.1 Waterdruk van de cv-installatie
Controleer regelmatig de waterdruk van de cv-installatie. U kunt de waterdruk van uw cv-installatie aan de regelaar van de warmtepomp aflezen (zie hoofdstuk 5.5), deze dient tussen 1 en 2 te liggen. Als de waterdruk onder 0,5 bar daalt, wordt de waterpomp automatisch uitgeschakeld en een storingsmelding weergegeven.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door wegstromend water bij lekkage aan de installatie.
Sluit bij lekkages in de warmwaterleiding onmiddellijk de koudwaterstopkraan.
Schakel bij lekkages in de cv-installatie de warmtepomp uit om verder wegstromen te verhinderen.
Laat de lekkages door een installateur verhelpen.

Aanwijzing!
De koudwaterstopkraan is niet bij de levering van de warmtepomp inbegrepen. Deze wordt apart door de installateur geïnstalleerd. Deze geeft u uitleg over de positie en de bediening van de component.
3.4.2 Vulpeil en waterdruk van het brijncircuit
Controleer regelmatig het brijnpeil resp. de brijndruk van het brijncircuit. U kunt de waterdruk van het brijncircuit („Druk warmtebron“) aan de regelaar van de warmtepomp aflezen (zie hoofdstuk 5.5), deze dient tussen 1 en 2 te liggen. Als de brijndruk onder 0,5 bar daalt, wordt de waterpomp automatisch uitgeschakeld en een storingsmelding weergegeven.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door wegstromende brijnvloeistof bij lekkage aan de installatie.
Schakel bij lekkages in het brijncircuit de warmtepomp uit om verder wegstromen te verhinderen.
Laat de lekkages door een installateur verhelpen.

Attentie!
Het brijncircuit moet met de juiste vloeistofhoeveelheid gevuld zijn, anders kan de installatie beschadigd worden.
Als het vulpeil van de brijnvloeistof zo ver is gedaald dat deze in het brijn-expansievat niet meer zichtbaar is, moet u brijnvloeistof bijvullen.

Afb. 3.1 Vulpeil van het compensatiereservoir voor brijn
Als het vulpeil van de brijnvloeistof in de eerst maand na inbedrijfname van de installatie iets daalt, is dat normaal. Het vulpeil kan ook afhankelijk van de de temperatuur van de warmtebron variëren. Deze mag echter nooit zo ver dalen dat hij in het brijn-expansievat niet meer zichtbaar is.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging
Het vullen van het brijncircuit van uw warmtepompinstallatie mag alleen door erkende installateurs worden uitgevoerd. Controleer regelmatig het vulpeil van het brijncircuit en informeer uw installateur als het vulpeil in het brijn-expansievat te laag is.
3.4.3 Ontstaan van condens (condenswater)
De verdamper, de brijnpompen, de buisleidingen in het warmtebroncircuit evenals delen van het koudemiddel-circuit zijn in de binnenkant van de warmtepomp geïso-leerd, zodat er geen condenswater kan ontstaan. Indien er toch eens in geringe mate condenswater ontstaat, wordt dit door de condensbak opgevangen. De condens-bak bevindt zich in de binnenkant van het onderste deel van de warmtepomp. Door de warmteontwikkeling in de binnenkant van de warmtepomp verdampt het ontstane condenswater in de condensbak. Geringe hoeveelheden van het ontstane condenswater kunnen onder de warm-tepomp worden afgevoerd. Condenswater dat in geringe hoeveelheden ontstaat, is geen storing van de warmtepomp.
3.5 Tips voor energiebesparing
Hierna volgen belangrijke tips die u helpen om uw warmtepompinstallatie energie- en kostenbesparend te gebruiken.

3.5.1 Algemene tips voor energiebesparing
U kunt door uw algemene gedrag al energie besparen door:
- Juist te ventileren: de ramen of stolpdeuren niet kantelen, maar de ramen 3-4 keer per dag 15 minuten lang ver openen en tijdens het ventileren de thermostatische radiatorkranen of kamer(klok)thermostaat omlaagdraaien.
- De radiatoren niet dichtzetten, zodat de verwarmde lucht in de ruimte kan circuleren.
- Een ventilatie-installatie met warmteterugwinning (WTW) gebruiken.
Door een ventilatie-installatie met warmteterugwinning (WTW) wordt continu de optimale ventilatie in het gebouw gegarandeerd (ramen hoeven daarom voor het ventileren niet te worden geopend). Eventueel kan de luchthoeveelheid aan de afstandsbediening van het ventilatietoestel aan de individuele eisen worden aangepast. - Controleer of ramen en deuren dicht zijn. Luiken en jaloezieën 's nachts gesloten houden, zodat er zo weinig mogelijk warmte verloren gaat.
- Indien als garnituur een afstandsbediening VR 90 is geïnstalleerd, versper dit regeltoestel dan niet door meubels enz., zodat de circulerende kamerlucht ongehinderd kan worden gedetecteerd.
- Bewuster met water omgaan, bijv.douchen in plaats het nemen van een bad, afdichtingen bij druipende waterkranen onmiddellijk vervangen.

3.5.2 Besparingsmogelijkheden door het juiste gebruik van de regeling
Meer besparingsmogelijkheden ontstaan door het juiste gebruik van de regeling van uw warmtepomp.
Met de regeling van de warmtepomp zijn besparingen mogelijk door:
- De juiste keuze van de cv-aanvoertemperatuur: uw warmtepomp regelt de cv-aanvoertemperatuur afhankelijk van de kamertemperatuur die u hebt ingesteld. Kies daarom een kamertemperatuur die net voldoende is om u comfortabel te voelen, bijvoorbeeld 20 °C. ledere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.
- Voor vloerverwarmingen dienen stooklijnen < 0,4 te worden gebruikt. Verwarmingen door middel van radiatoren dienen zodanig te zijn ontworpen dat bij de laagste buitentemperatuur een maximale aanvoertem peratuur van 50 °C voldoende is; dit komt overeen met stooklijnen < 0,7.
- Een passende instelling van de warmwatertemperatuur:
het warme water slechts zo sterk verwarmen als voor het gebruik noodzakelijk is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag. Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren; daardoor is de maximale warmwatertemperatuur door de hogedrukuitschakeling in het koudecircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van ca. 58 °C.
- Instelling van individueel aangepaste verwarmingstijden.
- De bedrijfsfunctie juist kiezen: tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent, raden wij u aan om de verwarming in de afkoelfunctie te schakelen.
- Gelijkmatig verwarmen: door een zinvol vormgegeven verwarmingsprogramma worden alle kamers van uw woning gelijkmatig en overeenkomstig hun gebruik verwarmd.
- Thermostatische radiatorkranen inzetten: met behulp van thermostatische radiatorkranen in combinatie met een kamer(klok)thermostaat (of weersafhankelijke regeling) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw cv-installatie.
- De schakeltijden van de circulatiepomp dienen optimaal aan de werkelijke behoefte te worden aangepast.
- Vraag uw installateur. Hij stelt uw cv-installatie conform uw persoonlijke behoeftes in.
- Deze en meer tips voor energiebesparing vindt u in hoofdstuk 5.5. In dat hoofdstuk zijn de instellingen van de regelaar met de mogelijke energiebesparing beschreven.
3.6 Recycling en afvoer
Zowel uw warmtepomp als alle garnituren en de bijbehorende transportverpakkingen bestaan voor verreweg het grootste deel uit recyclebaar materiaal en horen niet in het huishoudelijke afval thuis.

Aanwijzing!
U dient de toepasselijke nationale wette- lijke voorschriften in acht te nemen. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele garnituren op een verantwoor- de manier worden afgevoerd.

Attentie!
Milieuschade door niet-deskundige af- voer!
Laat het koudemiddel door gekwalificeerde installateurs afvoeren.
3.6.1 Toestel

Als uw warmtepomp met dit symbool is gekenmerkt, dan mag deze na afloop van de gebruiksduur niet met het huisvuil worden meegegeven.
Aangezien deze warmtepomp niet onder de wet voor het in de handel brengen, de terugname en de milieuvriendelijke afvoer van elektro- en elektronicatoestellen (wet op gebruikte elektrische apparatuur) valt, is een kosteloze afvoer bij een gemeentelijk verzamelpunt niet mogelijk.
3.6.2 Verpakking
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïnstalleerd heeft.
3.6.3 Koudemiddel
De Vaillant warmtepomp is met het koudemiddel R 407 C gevuld.

Gevaarlijk!
Verwondingsgevaar door bevriezingen bij contact met koudemiddel R 407 C!
Lekkend koudemiddel kan bij het aanra- ken van het uitstroompunt bevriezingen tot gevolg hebben.
Bij lekkages in het koudemiddelcircuit geen gassen en dampen inademen.
Huid- en oogcontact vermijden.
Het koudemiddel uitsluitend door gekwalificeerde installateurs laten afvoeren.

Aanwijzing!
Bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden levert het koudemiddel R 407 C geen gevaar op. Ondeskundig gebruik kan echter verwondingen en schade tot gevolg hebben.
4 Toestel- en functiebeschrijving
4.1 Werkingsprincipe
Warmtepompinstallaties bestaan uit gescheiden circuits waarin vloeistoffen of gassen de warmte van de warmtebron naar het verwarmingssysteem transporteren. Omdat deze circuits met verschillende media (brijn/water, koudemiddel en cv-water) werken, zijn ze via warmtewisselaars aan elkaar gekoppeld. In deze warmtewisselaars gaat warmte van een medium met een hoge temperatuur over naar een medium met een lage temperatuur.
De Vaillant warmtepomp geoTHERM wordt met de warmtebron aardwarmte gevoed.

Afb. 4.1 Gebruik van de warmtebron aardwarmte
![graph TD A["Warmtesysteem"] --> B["Extra verwarming"] B --> C["Cv-watercircuit"] C --> D["Condensor"] D --> E["Compressor"] E --> F["Koudemiddelcircuit"] F --> G["Warmtebroncircuit"] G --> H["Warmtebron"] I["Koud water"] --> J["Warmwaterboiler"] K["Omschakelventiel"] --> L["Cv-pomp"] M["Brijnpomp"]…](/content/2026/05/866019/images/3d6c7492cf1f054c3792f0dac493553fb5a7dedf08c79ce0b44a32f5475471d9.jpg)
Afb. 4.2 Werkwijze van de warmtepomp
Het systeem bestaat uit gescheiden circuits die d.m.v. warmtewisselaars aan elkaar zijn gekoppeld. Deze cir- cuits zijn:
- het warmtebroncircuit waarmee de energie van de warmtebron naar het koudemiddelcircuit wordt getransporteerd.
- het koudemiddelcircuit waarmee door verdampen, verdichten, vloeibaar worden en uitzetten warmte aan het cv-watercircuit wordt afgegeven.
- het cv-watercircuit waarmee de verwarming en de warmwaterfunctie in de warmwaterboiler worden gevoed.
4.2 Werkwijze van het koudemiddelcircuit
Via de verdamper (1) is het koudemiddelcircuit met de aardwarmtebron verbonden en neemt de warmte-energie ervan op. Daarbij verandert de aggregaattoestand van het koudemiddel, het verdampt. Via de condensor (3) is het koudemiddelcircuit met het cv-systeem verbonden, waaraan het de warmte weer afgeeft. Daarbij wordt het koudemiddel weer vloeibaar, het condenseert. Omdat warmte-energie slechts van één stof met een hogere temperatuur naar één stof met een lagere temperatuur kan overgaan, moet het koudemiddel in de verdamper een lagere temperatuur hebben dan de aardwarmtebron. De temperatuur van het koudemiddel in de condensor moet echter hoger zijn dan die van het cv-water om de warmte daar te kunnen afgeven.
Deze verschillende temperaturen worden in het koudemiddelcircuit via een compressor (2) en een expansieventiel (4) opgewekt, die zich tussen de verdamper (1) en de condensor bevinden. Het dampvormige koudemiddel stroomt vanaf de verdamper (1) naar de compressor en wordt door deze verdicht. Daarbij stijgen de druk en de temperatuur van de koudemiddeldamp sterk. Na deze procedure stroomt het door de condensor, waarin het zijn warmte door condensatie aan het cv-water afgeeft. Als vloeistof stroomt het naar het expansieventiel, daarin ontpant het sterk en verliest daarbij extreem aan druk en temperatuur. Deze temperatuur is nu lager dan die van het brijn resp. van het water dat door de verdamper (1) stroomt. Het koudemiddel kan daardoor in de verdamper (1) nieuwe warmte opnemen, waarbij het weer verdampt en naar de compressor stroomt. De kringloop begint weer van voren af aan. Indien nodig kan via de geïntegreerde regelaar de extra elektrische verwarming worden ingeschakeld. Om het ontstaan van condens binnenin het toestel te verhinderen, zijn de leidingen van het warmtebroncircuit en het koudemiddelcircuit tegen koude geïsoleerd. Indien er toch condens optreedt, wordt het in een condensbak verzameld en onder het toestel geleid. Druppelvorming onder het toestel is dus mogelijk.
4.3 Automatische extra functies
Vorstbeveiliging
Uw regeltoestel is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie. Deze functie garandeert in alle bedrijfsfuncties de vorstbeveiliging van uw cv-installatie.
Daalt de buitentemperatuur onder een waarde van +3 °C, dan wordt automatisch voor ieder cv-circuit een minimale temperatuur van 5 °C ingesteld.
Vorstbeveiliging van de boiler
Deze functie start automatisch als de actuele boilertemperatuur onder 10 °C daalt. De boiler wordt dan tot 15 °C verwarmd. Deze functie is ook in de bedrijfsfuncties „Uit“ en „Auto“ actief, onafhankelijk van tijdprogramma's.
Controle van de externe sensoren
Door de bij de eerste inbedrijfname opgegeven hydraulische basisschakeling zijn de noodzakelijke sensoren vastgelegd. De warmtepomp controleert continu automatisch of alle sensoren geïnstalleerd zijn en goed werken.
Beveiliging cv-watertekort
Een analoge druksensor herkent een mogelijk watertekort en schakelt de warmtepomp uit als de waterdruk onder een manometerdruk van 0,5 bar ligt. De druksensor schakelt de warmtepomp weer in als de waterdruk boven een manometerdruk van 0,7 bar ligt.
Beveiliging brijntekort
Een analoge druksensor herkent een mogelijk brijntekort en schakelt de warmtepomp uit als de brijndruk onder een manometerdruk van 0,5 bar ligt. De druksensor schakelt de warmtepomp weer in als de brijndruk boven een manometerdruk van 0,7 bar ligt.
Schakeling voor vloerbescherming
Als de in het vloerverwarmingscircuit met de sensor VF2 gemeten cv-aanvoertemperatuur continu voor meer dan twee minuten de 50 °C overschrijdt, schakelt de warmtepomp uit. Als de cv-aanvoertemperatuur weer onder 50 °C daalt, schakelt de warmtepomp automatisch weer in.
Herkenning wateroverdruk
Als de gemeten waterdruk in het cv-circuit hoger is dan 2,9 bar, verschijnt er een storingsmelding aan de regelaar (er vindt geen automatische uitschakeling plaats). De storingsmelding verdwijnt als de druk onder 2,7 bar is gedaald.
Pompblokkeerbeveiliging
Pompen die 24 h lang niet in bedrijf waren, worden dagelijks na elkaar voor ca. 20 s ingeschakeld. Daarmee wordt voorkomen dat de cv-, de circulatie- of de brijnpomp vastloopt.
Fasebewaking
De volgorde en de aanwezigheid van de fasen (rechts draaiveld) van de 400 V voedingsspanning wordt bij de eerste inbedrijfname en tijdens het bedrijf continu gecontroleerd. Als de volgorde niet correct is of er een fase uitvalt, vindt er een storingsuitschakeling van de warmtepomp plaats om een beschadiging van de compressor te vermijden. De storing wordt in het display weergegeven.
4.4 Opbouw van de warmtepomp geoTHERM
De warmtepomp is in de volgende types leverbaar. De warmtepomptypes verschillen vooral in het vermogen.
| Typeaanduiding Verwarm | ngsvermogen (kW) |
| Brijn-water-warmtepompen (S0/W35) | |
| VWS 61/2 5,9 | |
| VWS 81/2 8,0 | |
| VWS 101/2 10,4 | |
| VWS 141/2 13,8 | |
| VWS 171/2 17,3 | |
| Water-water-warmtepompen (W10/W35) | |
| VWW 61/2 8,2 | |
| VWW 81/2 11,6 | |
| VWW 101/2 13,9 | |
| VWW 141/2 19,6 | |
| VWW 171/2 24,3 | |
Tabel 4.1 VWS-/VWW-typeoverzicht

Afb. 4.3 Vooraanzicht VWS/VWW
Legenda bij afb. 4.3
1 Sticker met typeaanduiding van de warmtepomp
2 Bedieningsconsole

Afb. 4.4 Achteraanzicht VWS/VWW
Legenda bij afb. 4.4
1 Retour warmwaterboiler
2 Koudedrager naar de warmtepomp
3 Koudedrager van warmtepomp
4 Transport-komgrepen
5 Kabeldoorvoer elektrische aansluiting
6 Cv-retourleiding
7 Cv-aanvoerleiding
5 Bediening
5.1 De regelaar leren kennen en bedienen
De volledige programmering van de warmtepomp gebeurt via de twee instelknoppen (☐ en ☐ van de regelaar.
Daarbij dient de instelknop ☐ voor de selectie van de parameter (door in te drukken) en voor het wijzigen van de parameters (door te draaien). De instelknop ☐ dient voor de selectie van het menu (door te draaien) en voor de activering van speciale functies (door in te drukken).

Afb. 5.1 Bediening van de regelaar
5.2 Bedieningselementen gebruikersniveau
- Instelknop □ draaien: naar menukeuze, bijv. van menu 3 naar 4.
- Instelknop Eindrukken: voor de wijziging van de geselecteerde parameter, bijv. van regel 1 Taal naar regel 2 Datum.
- Instelknop Draaien: voor de selectie van de parameter die gewijzigd moet worden, bijv. stooklijn van 0,3 naar 0,5.









5.3 Beschrijving regelaar
De installateur heeft bij de inbedrijfname alle bedrijfsparameters op voorgeprogrammeerde waarden gezet, zodat de warmtepomp optimaal kan werken. U kunt achteraf de bedrijfsfuncties en functies nog individueel instellen en aanpassen.
5.3.1 Energiebalansregeling
Voor een efficiënte en storingsvrije werking van een warmtepomp is het belangrijk om de start van de compressor te reglementeren. De start van de compressor is het tijdstip waarop zich de hoogste belastingen voordoen. Met behulp van de energiebalansregeling is het mogelijk om de starts van de warmtepomp te minimaliseren zonder dat het comfort van een aangenaam kamerklimaat wordt verminderd.
Net als bij andere weersafhankelijke thermostaten bepaalt de regelaar de registratie van de buitentemperatuur door middel van een stooklijn met de gewenste aanvoertemperatuur. De berekening van de energiebalans gebeurt op basis van deze gewenste aanvoertemperatuur en de actuele aanvoertemperatuur, waartussen het verschil per minuut wordt gemeten en opgeteld:
1 graadminuut [°min] = 1 K temperatuurverschil in 1 minuut
Bij een bepaald warmtetekort (in de regelaar vrij instelbaar) start de warmtepomp en schakelt pas weer uit als de toegevoerde warmtehoeveelheid gelijk is aan het warmtetekort.
Hoe groter de ingestelde negatieve getalwaarde, des te langer zijn de intervallen waarin de compressor draait resp. stilstaat.
Neem voor een optimale instelling van de energiebalansregeling contact op met uw installateur.
5.3.2 Op fabrieksinstellingen resetten
- Instelknop F en E in de basisweergave (grafisch display) tegelijkertijd voor 5 s indrukken Daarna kunt u selecteren of alleen tijdprogramma's of alles op de fabrieksinstellingen moet worden gereset.
5.3.3 Kinderslot
Het bedieningspaneel van de regelaar kan tegen onbedoelde verkeerde bediening (bijv. door kinderen) worden beschermd. Dan kunt u weliswaar alle menu's en instellingen bekijken, maar geen veranderingen uitvoeren zo- lang het kinderslot actief is. U kunt het kinderslot tijdelijk (voor het wijzigen van een waarde) of permanent de- activeren.
Als u het kinderslot tijdelijk deactiveert, wordt deze na het verstrijken van 15 min automatisch opnieuw ingeschakeld. Deze is in de fabriek gedeactiveerd.
Tijdelijke deactivering van het kinderslot:
- Selecteer de gewenste parameter.
De cursor voor het wijzigen van de waarde is niet zichtbaar omdat het kinderslot nog actief is. - Linker instelknop indrukken.
Er verschijnt een vraag: „Kinderslot? >JA”.
- Linker instelknop draaien, zodat „NEE“ verschijnt. Nu kunt u de gewenste parameter wijzigen.
De permanente (de-)activering van het kinderslot kan slechts op het codeniveau (installateursniveau) worden uitgevoerd.
5.3.4 Regelaarstructuur
In het procesdiagram in hoofdstuk 5.4 ziet u alle displays van de regelaar in een overzicht. Een beschrijving van de afzonderlijke displays vindt u in de daarop volgende hoofdstukken.

Aanwijzing!
De bediening van de regelaar is in twee niveaus onderverdeeld:
- gebruikersniveau -> voor de gebruiker
- codeniveau -> voor de installateur
Het codeniveau (menu C1 tot C17) is voorbehouden aan de installateur en tegen onbedoeld wijzigen door een code-invoer beschermd.
Als er geen code wordt ingevoerd, d.w.z. dat er geen vrijgave van het codeniveau plaatsvindt, dan kunnen de volgende parameters in de afzonderlijke menu's weliswaar worden weergegeven, maar is het wijzigen van de waarden niet mogelijk.
Verder is de weergave en selectie van speciale functies zoals spaarfunctie mogelijk. Druk daarvoor een, twee, drie of vier keer op de instelknop □ vanuit het basisdisplay.
Als basisweergave is een grafisch display te zien. Deze is het uitgangspunt voor alle voorhanden displays. Als u bij het instellen van waarden gedurende langere tijd geen instelknop indrukt, verschijnt automatisch weer deze weergave.
5.3.5 Energiebesparingsfuncties instellen
In hoofdstuk 5.5 worden ook instellingen van de warmtepomp beschreven die leiden tot een daling van uw energiekosten. Dit wordt door een optimale instelling van de weersafhankelijke regelaar van de energiebalans van de warmtepomp bereikt.

Dit symbool wijst u op deze tips voor energiebesparing.
5.4 Procesdiagram

Afb. 5.2 Displays op het gebruikersniveau
5.5 Displays op het gebruikersniveau
Hierna worden de afzonderlijke displays van de bedie- ningsconsole beschreven en toegelicht.
| Weergegeven display Beschrijving | |
Grafische weergave (basisdisplay)In deze weergave kunt u de huidige toestand van het systeem aflezen. De grafische weergave wordt altijd weergegeven als u bij weergave van een ander display voor langere tijd geen instelknop hebt ingedrukt.Buitentemperatuur (hier 10 °C) Warmtebrontemperatuur naar de warmtepomp (hier 9 °C) De graad van zwartheid van de pijl is afhankelijk van de actuele opbrengsthoeveelheid, d.w.z. dat er schattingsgewijs wordt weergegeven hoeveel warmte er momenteel aan de warmtebron wordt ontnomen.[3K00]Als de compressor of de extra elektrische verwarming is ingeschakeld, wordt de pijl gevuld weergegeven. Symbool geeft weer dat de warmwaterboiler verwarmd wordt of dat de warmtepomp stand-by is. Bovendien wordt de temperatuur in de warmwaterboiler weergegeven. Warmtepomp is in cv-functie. Bovendien wordt de cv-aanvoertemperatuur weergegeven. >>> Links en rechts knippert, als de compressor is ingeschakeld en daardoor aan de omgeving energie wordt ontnomen die naar het cv-systeem wordt toegevoerd. >>> Rechts knippert als er energie naar het cv-systeem wordt toegevoerd (bijv. alleen via extra elektrische verwarming). | |
| Display voor energieopbrengstGeeft voor elk van de 12 maanden van het actuele jaar de uit de omgeving gewonnen energie weer (zwarte balk). Wit gemarkeerde balken staan voor toekomstige maanden van het jaar, de balkhoogte komt overeen met de opbrengst van de maand in het afgelopen jaar (vergelijking mogelijk). Bij de eerste inbedrijfname is de balkhoogte voor alle maanden gelijk aan nul omdat er nog geen informatie beschikbaar is.De schaalverdeling (in het voorbeeld 4000 kWh) past zich automatisch aan de maximale waarde van de maand aan.Rechtsboven kan de totale som (hier 13628 kWh) worden afgelezen. | |
| Dag, datum, tijd en buitentemperatuur worden weergegeven. | |
| Wo 16.02.05 9:35Status cv-functieAanvoertemp. actueel 28 °CCv-druk 1,2 barDruk warmtebron 1,4 bar | Bovendien wordt weergegeven in welke huidige bedrijfstoestand de warmtepomp zich bevindt:- stand-by (er is geen warmtevraag)- cv-functie- warmwaterfunctie- elektriciteitsmaatschappij-wachttijd (De elektriciteitsvoorziening van de compres-sor of de extra verwarming is door de exploitant van het elektriciteitsnet geblok-keerd.)Bovendien wordt de aanvoertemperatuur, de cv-druk en de druk van de warmte-bron weergegeven. |
| Wo | 16.02.05 | 9:35 |
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters
| Weergegeven display Beschrijving Fabrieksinstelling | |||
| Wo 16.02.05 9:35Kamertemperatuur 21 °C | In de overzichtsweergave wordt de actuele dag, de datum, de tijd en de buitentemperatuur weergegeven. Bij gebruik van de afstandsbediening VR 90 en geactiveerde kamercompensatie wordt bovendien de actuele kamertemperatuur onder de buitentemperatuur weergegeven (hier grijs weergegeven). Boven-dien wordt extra informatie weergegeven, zoals de op het mo-ment actuele bedrijfsfunctie en de aan het cv-circuit toegewe-zen gewenste kamertemperatuur. Met de instelling van de be-drijfsfunctie meldt u de regelaar onder welke voorwaarden het toegewezen cv-circuit resp. warmwatercircuit moet worden geregeld.Aanwijzing: afhankelijk van de configuratie van de installatie worden extra cv-circuits weergegeven.Cv-functie, Afkoelen, UitVoor cv-circuits staan de bedrijfsfuncties Verwarmen, Afkoel- len, Auto, Eco, Uit ter beschikking:Auto: het cv-circuit wisselt volgens een ingesteld tijdprogramma tussen de bedrijfsfuncties Verwarmen Afkoelen .Eco: het cv-circuit wisselt volgens een ingesteld tijdprogramma tussen de bedrijfsfuncties Verwarmen Uit. Hierbij wordt het cv-circuit in de afkoeltijd uitgeschakeld, voor zover de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet geactiveerd wordt.Verwarmen: het cv-circuit werkt onafhankelijk van een inge-steld tijdprogramma volgens de gewenste kamertemperatuur overdagAfkoelen: het cv-circuit wordt onafhankelijk van een ingesteld tijdprogramma volgens de afkoeltemperatuur geregeld.Ult: het cv-circuit is uit, voor zover de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd. | CV2: Auto 20 °CBoiler: Auto | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen | |||
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
| Weergegeven display Beschrijving Fabrleksinstelling | ||
| Vervolg van „Overzichtsweergave“Wo 16.02.05 9:35Kamertemperatuur 21 °CCV2 > Verwarmen 2 °CBoiler Auto> Bedrijfsfunctie kiezen | Voor de aangesloten warmwaterboiler en het circulatiecircuit staan de bedrijfsfuncties Auto, Aan en Uit ter beschikking:[IMAGE]Auto:de boilerlading resp. de vrijgave voor de circulatiepomp wordt volgens een ingesteld tijdprogramma verleend:boilerlading vrijgegeven,boilerlading niet vrijgegeven.Aan:de boilerlading is permanent vrijgegeven, d.w.z.dat de boiler indien nodig onmiddellijk wordt naverwarmd, de circula-tiepomp is permanent in bedrijfUlt:de boiler wordt niet verwarmd, de circulatiepomp is bui-ten bedrijf. Alleen als de boilertemperatuur onder 10 °C daalt, wordt de boiler om redenen van vorstbeveiliging tot 15 °C na-verwarmd.Een andere regelbare parameter is de gewenste kamertempe-ratuur die eveneens voor ieder cv-circuit apart kan worden ingesteld. Bij de berekening van de stooklijn wordt rekening ge-houden met de gewenste kamertemperatuur. Als u de ge-wenste kamertemperatuur wilt verhogen, verschuift u de in-gestelde stooklijn parallel via een 45°-as en daarmee ook de door de klokthermostaat te regelen aanvoertemperatuur. Aan de hand van de onderstaande grafiek kunt u het verband tus-sen gewenste kamertemperatuur en stooklijn herkennen.[IMAGE]Aanwijzing:kies de gewenste kamertemperatuur slechts zo hoog dat de temperatuur voor uw persoonlijk comfort precies voldoende is (bijv. 20 °C). ledere graad hoger dan de ingestel-de waarde betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6% per jaar.[IMAGE] | CV2: Auto 20 °CBoiler: Auto |
| Weergegeven display Beschrijving Fabrieksinstelling | ||
| BasisgegevensTaal > NL NederlandsDatum 16.02.05Dag woUur 09.35> Taal kiezen | In het display „Basisgegevens“ kunt u de displaytaal, de huidige datum, de dag en de actuele tijd voor de regelaar instellen, indien er geen radiogestuurde DCF-ontvangst mogelijk is. Als de regelaar het DCF-signaal ontvangt, knipperen de punten tussen uur- en minutenweergave.Deze instellingen zijn van invloed op alle aangesloten systeemcomponenten. | Taal: NL |
| CV2 Tijdprogramma> Ma1 00:00 24:002 : :3 : :> Dag/blok kiezen | In het menu3CV2-tijdprogramma's" kunt u de verwarmingstijden per cv-circuit instellen.U kunt per dag resp. blok max. drie verwarmingstijden opslaan. De regeling gebeurt via de ingestelde stooklijn en de ingestelde gewenste kamertemperatuur.Afhankelijk van het contract met de exploitant van het elektriciteitsnet of de bouwwijze van het huis zijn afkoeltijden al dan niet nodig.Exploitanten van het elektriciteitsnet bieden eigen goedkopere stroomtarieven voor warmtepompen aan. Vanuit het oogpunt van rendament kan het zinvol zijn om de voordeligere nachtstroom te gebruiken.Bij laagenergiewoningen (in Duitsland standaard vanaf 1 februari 2002 Verordening inzake energiebesparing) is vanwege het geringe warmteverlies van de woning een verlaging van de kamertemperatuur niet nodig.De gewenste afkoeltemperatuur moet in menu 5 worden ingesteld. | ma. - zo.0:00 - 24:00 uur |
| Warm water Tijdprogramma> Ma1 06:00 22:002 : :3 : :> Dag/blok kiezen | In het menu „Warmwater-tijdprogramma's" kunt u instellen op welke tijden de warmwaterboiler wordt verwarmd.U kunt per dag resp. blok max. drie tijden opslaan.De beschikbaarstelling van warm water moet alleen op tijden actief zijn waarop ook daadwerkelijk warm water wordt getapt. Stel deze tijdprogramma's in op uw minimale eisen.Bij mensen met een baan buitenshuis kan bijvoorbeeld een tijdvenster van 6.00 - 8.00 uur en een tweede tijdvenster van 17.00 - 23.00 uur het energieverbruik via de warmwaterfunctie mini-maliseren. | ma. - vr.6:00 - 22:00 uurza.7:30 - 23:30 uurzo.7:30 - 22:00 uur |
| CirculatiepompTijdprogramma> Ma1 06:002 : :3 : :> Dag/blok kiezen | In het menu „Tijdprogramma's circulatiepomp" kunt u instellen op welke tijden de circulatiepomp in bedrijf moet zijn.U kunt per dag resp. blok max. drie tijden opslaan. Het tijdprogramma „Circulatiepomp" moet overeenkomen met het tijdprogramma „Warm water", evt. kunnen de tijdvensters nog strikter worden gekozen.Indien zonder ingeschakelde circulatiepomp de gewenste warmwatertemperatuur snel genoeg bereikt wordt, kan de circulatiepomp eventueel worden gedeactiveerd.Bovendien kan via elektronische sensorschakelaars, die direct in de buurt van aftappunten geïnstalleerd en op de warmte-pomp zijn aangesloten, een korte activering van de circulatie-pomp plaatsvinden (principe trappenhuisverlichting). De scha-keltijden van de circulatiepomp kunnen daardoor optimaal aan de werkelijke behoefte worden aangepast.Neem daarvoor contact op met uw installateur. | ma. - vr.6:00 - 22:00 uur za.7:30 - 23:30 uur zo.7:30 - 22:00 uur |
| Vakantie programmerenvoor totaalsysteemTijdvenster:1 > 06.01.05 08.01.052 14.01.05 30.01.05Gewenste temperatuur 12 °C> Startdag instellen | Voor de regelaar en alle daarop aangesloten systeemcompo-nenten is het mogelijk om twee vakantieperiodes met datu-mopgave te programmeren. Bovendien kunt u hier de gewens-te afkoeltemperatuur, d.w.z. onafhankelijk van het ingestelde tijdprogramma, instellen. Na het verstrijken van de vakantie-tijd springt de regelaar automatisch terug naar de daarvoor gekozen bedrijfsfunctie. De activering van het vakantiepro-gramma is alleen in de bedrijfsfuncties Auto en Eco mogelijk.Aangesloten boilerlaadcircuits resp. circulatiepompcircuits schakelen automatisch tijdens het vakantietijdprogramma in de bedrijfsfunctie UIT.Periodes van langere afwezigheid kunnen in het display „Va-kanties programmeren" worden ingesteld. De gewenste tem-peratuur tijdens deze periode moet zo laag mogelijk worden gekozen.De warmwaterfunctie is in deze periode niet in bedrijf. | Periode 1:01.01.2003 -01.01.2003Periode 2:01.01.2003 -01.01.2003Gewenste tempe-ratuur 15 °C |
| CV2ParameterVerlagingstemp. Stooklijn> Gewenste kamertemp. kiezen | In het menu „CV2-parameter“ is de instelling van de afkoel-temperatuur en stooklijn mogelijk.De afkoeltemperatuur is de temperatuur volgens welke de verwarming in de afkoeltijd wordt geregeld. Deze is voor ieder cv-circuit apart instelbaar.De stooklijn geeft de verhouding tussen buitentemperatuur en gewenste aanvoertemperatuur weer. De instelling gebeurt voor ieder cv-circuit apart.Het rendament en comfort van uw installatie zijn in hoge mate afhankelijk van de keuze van de juiste stooklijn. Een te hoog gekozen stooklijn betekent te hoge temperaturen in het systeem en dit heeft een hoger energieverbruik tot gevolg. Indien de stooklijn te laag is gekozen, dan kan het zijn dat het gewenste temperatuurniveau pas na lange tijd of helemaal niet wordt bereikt.![]() De stooklijn moet aan het aanwezige cv-systeem en de kenmerken van het gebouw worden aangepast.Voor vloerverwarmingen moeten stooklijnen < 0,4 worden gebruikt.Verwarmingen door middel van radiatoren dienen zodanig te zijn ontworpen dat bij de laagste buitentemperatuur een max. aanvoertemperatuur van 50 °C voldoende is; dit komt overeen met stooklijnen < 0,7 (zie afb. stooklijn hierboven). | Afkoeltemperatuur 15 °CStooklijn 0,3 |
| Warm water ParameterMax. warmwatertemp. >60 °CMin. warmwatertemp. 44 °CBoilertemp. actueel 51 °C> Gewenste temp. instellenNaamwijzigenCV2:> Kiezen | ![]() Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren. Daardoor is de maximale warmwatertemperatuur d.m.v. de hogedrukuitschakeling in het koudemiddelcircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van 58 °C. Om de starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, dient de min. warmwatertemperatuur zo laag mogelijk te worden gekozen.U kunt ieder cv-circuit in uw installatie individueel benoemen. Daarvoor staan per cv-circuit max. 10 letters ter beschikking. De gekozen aanduidingen worden automatisch overgenomen en in de betreffende displayindicaties weergegeven.Afhankelijk van de configuratie van de installatie verschijnen de namen van andere cv-circuits op het display. | Min. ww-temp. 44 °CCV 2 |
| CodeniveauCodenummer:> 0 0 0 0Standaardcode:1 0 0 0> Cijfer instellen | Om bij het codeniveau (installateurniveau) te komen, moet de betreffende code worden ingevoerd.Om instelparameters zonder invoer van de code te kunnen lezen, moet u de instelknop een keer indrukken. Daarna kunt u alle parameters van het codeniveau lezen door aan de instelknop te draaien, maar niet wijzigen. | |
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau Instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 Op het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
5.6 Speciale functies
De keuze van de speciale functies is vanuit de basis-weergave mogelijk. Druk daarvoor op de instelknop Om de parameter te wijzigen, moet u aan de instelknop draaien. U kunt de volgende speciale functies selecteren:
- spaarfunctie: 1 x op de instelknop ⏰ drukken
- partyfunctie: 2 x op de instelknop ☐drukken
- eenmalige boilerlading: 3 x op de instelknop ☐ drukken
| Weergegeven display Beschrijving | |
| Wo 16.02.05 9:35Besparen geactiveerdBesparen actief tot 16:30>Eindtijd kiezen | Spaarfunctie: deze stelt u in staat om de verwarmingstijden voor een instelbare periode te verlagen.Eindtijd van de spaarfunctie invoeren in het formaat hh:mm (uur:minuut) D.m.v. de spaarfunctie kunt u de afkoeltijd gedurende een instelbare periode acti- veren.Zo kan bijvoorbeeld bij een dagje uit de kamertemperatuur gemakkelijk en snel binnen een gewenste periode worden verlaagd. |
| Wo 16.02.05 9:35 2 °CParty geactiveerd | Partyfunctie: deze stelt u in staat om de verwarmings- en warmwatertijden langer dan het volgende uitschakelmoment tot aan het volgende verwarmingsbegin te laten duren. Bij de partyfunctie gaat het alleen om de cv-circuits resp. warmwater- circuits die in de bedrijfsfunctie „Auto" of „ECO" ingesteld zijn. |
| Wo 16.02.05 9:35 2 °CEenmalig boiler opwarmenBoiler geactiveerd | Eenmalige boilerlading: deze functie stelt u in staat om de warmwaterboiler onaf- hankelijk van het actuele tijdprogramma een keer op te laden. |
Tabel 5.2 Speciale functies
Om één van de speciale functies te activeren, hoeft u deze slechts te selecteren. Alleen in de spaarfunctie moet de tijd nog eens worden ingevoerd tot welke de spaarfunctie (regelen volgens afkoeltemperatuur) geldig moet zijn. De basisweergave verschijnt na het aflopen van de functie (bereiken van de tijd) of door het opnieuw indrukken van de instelknop.
5.7 Inbedrijfname van de warmtepomp
De inbedrijfname van uw warmptepomp is na de installatie door uw installateur uitgevoerd.
Ook als uw warmtepomp eens door een spanningsdaling ongecontroleerd van het elektriciteitsnet wordt gescheiden (stroomuitval, zekering defect, zekering gedeactiveerd) is het niet noodzakelijk om de warmtepomp opnieuw in bedrijf te nemen. De warmtepomp geoTHERM beschikt over een automatische resetfunctie, d.w.z. dat de warmtepomp automatisch naar de uitgangstoestand terugkeert voor zover er geen sprake is van een storing aan de warmtepomp zelf. Hoe u in geval van een storing reageert, leest u in hoofdstuk 5.10.
5.8 Buitenbedrijfstelling van de warmtepomp
Het uitschakelen van de warmtepomp is alleen via de bedieningsconsole mogelijk, doordat verwarming en warmwaterfunctie in de betreffende menu's worden ge- deactiveerd (zie hoofdstuk 5.4, Displays op het gebruikersniveau).

Aanwijzing!
Indien het noodzakelijk is om de warmte-pompinstallatie compleet stroomloos te schakelen, schakel dan de zekering van uw verwarmingsinstallatie uit.
5.9 Inspectie
Voorwaarde voor een permanente bedrijfsveiligheid, betrouwbaarheid en een hoge levensduur is een jaarlijkse inspectie / een jaarlijks onderhoud van het toestel door de installateur.

Gevaarlijk!
Niet-uitgevoerde inspectie- en onderhoudswerkzaamheden kunnen leiden tot materiële schade en lichamelijk letsel. Laat inspectie, onderhoud en reparaties alleen door een erkend installateur uitvoeren.
Om alle functies van het Vaillant toestel voor lange duur te garanderen en om de toegestane seriestand niet te veranderen, mogen bij onderhoudszaamheden enkel originele Vaillant onderdelen gebruikt worden! Een opsomming van eventueel benodigde onderdelen vindt u in de geldige Vaillant onderdelencatalogi. Informatie krijgt u bij alle Vaillant servicewerkplaatsen.
5.10 Verhelpen van storingen en diagnose
5.10.1 Storingsmeldingen aan de regelaar
Storingsmeldingen verschijnen onmiddellijk op het display als de fout optreedt en worden ook naar het storingsgeheugen van de regelaar geschreven waar de installateur ze later kan oproepen.
| Storing | nr: 94 |
| Fase-uitval | |
| Beveiliging controleren | |
| Resetten? | > NEE |
| Warm water voorrang | NEE |
| Cv voorrang NEE | |
| >Kiezen | |
Afb. 5.3 Storingsmelding, direct weergegeven
Er zijn zes verschillende storingstypes:
- storing van componenten die via eBUS zijn aangesloten
- Weergave alleen in het storingsgeheugen, geen uitschakeling.
- tijdelijke storingen
De warmtepomp blijft in bedrijf. De fout wordt weergegeven en verdwijnt automatisch als de storingsoorzaak is verholpen. - algemene storingen
De warmtepomp wordt uitgeschakeld en start weer automatisch als de storingsoorzaak is verholpen. - storingsuitschakeling
De warmtepomp wordt uitgeschakeld. Deze kan na het verhelpen van de storingsoorzaak alleen door een foutreset opnieuw worden gestart. - overige storingen

Aanwijzing!
Niet alle hierna vermelde storingen moeten per se door een installateur worden verholpen.
Als u er niet zeker van bent of u de storingsoorzaak zelf kunt verhelpen of de fout zich meerdere keren herhaalt, neem dan contact op met uw installateur of met de Vaillant servicedienst.
5.10.2 Storingsmeldingen resetten
Als de storingsoorzaak is verholpen, kunt u de storingsmelding wissen doordat u de in het display (afb. 5.3) weergegeven parameter „Resetten?” op „JA” instelt door aan de linker instelknop te draaien.
5.10.3 Noodbedrijf activeren
Afhankelijk van het type storing kan de installateur instellen dat de warmtepomp tot het verhelpen van de storingsoorzaak in noodbedrijf (via de geïntegreerde extra elektrische verwarming) verder werkt, en wel voor cv-functie (weergave „Verwarming voorrang”), voor warmwaterfunctie (weergave „Warm water voorrang”) of voor beide (weergave „Verwarming voorrang/warm water voorrang”), zie volgende tabellen, kolom „Noodbedrijf”.
5.10.4 Algemene storingen
De warmtepomp wordt uitgeschakeld en start weer automatisch als de storingsoorzaak is verholpen.
| Storingscode | Storlngstekst/beschrij-ving | Noodbedrijf Mogel | Jke oorzaak Maatregel voor oplossing |
| 72 Aanvoerte | mperatuur CV2 te hoog. | - | Stooklijn te hoog ingesteld. Stooklijn lager instellen. |
| Aanvoersensor VF2 is defect. Installateur informeren en bevindingen meedelen. |
Tabel 5.3 Algemene storingen
5.10.5 Overige fouten/storingen
| Storingsaanduiding Mogelijke oorzaak Maatregel voor oplossing | |
| Geluiden in het cv-circuit. Vervuilingen in het cv-circuit. Cv-circuit ontluchten. | |
| Pomp defect. | |
| Lucht in het cv-circuit. |
Tabel 5.4 Overige storingen

Attentie!
Gevaar voor beschadiging van uw warmtepomp!
Neem onmiddellijk contact op met uw installateur als er storingsmeldingen op het display van de bedieningsconsole worden weergegeven die niet in de tabelen 5.3 en 5.4 zijn vermeld.
Probeer de storingsbron niet zelf te ver- helpen.
5.11 Garantie en serviceteam
5.11.1 Fabrieksgarantie
Fabrieksgarantie wordt alleen verleend indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant BV erkend installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product.
De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie conform de algemene garantiebepalingen van Vaillant BV. Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend uitgevoerd door de Servicedienst Vaillant BV of door een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf.
Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien vooraf toestemming is verleend aan een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf, en als het conform de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiegeval betreft.
5.11.2 Serviceteam
Het serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer (020) 565 94 40.
6 Bijlage
| Benaming Eenheld VWS 61/2 VWS 81/2 | VWS 101/2 VWS 141/2 VWS 171/2 | |||||
| Artikelnummer - 0010 | 002778 | 0010002779 | 0010002780 | 0010002781 | 0010002782 | |
| Hoogte zonder aansluitingen | mm | 1200 | ||||
| Breedte | mm | 600 | ||||
| Diepte zonder kolom | mm | 650 | ||||
| Diepte met kolom | mm | 840 | ||||
| Totaal gewicht | ||||||
| - met verpakking | kg | 156 | 163 | 167 | 187 | 194 |
| - zonder verpakking | kg | 141 | 148 | 152 | 172 | 179 |
| - bedrijfsklaar | kg | 147 | 155 | 160 | 182 | 191 |
| Nominale spanning | ||||||
| - cv-circuit/compressor | - | 3/N/PE 400 V 50 Hz | ||||
| - stuurkring | 1/N/PE 230 V 50 Hz | |||||
| - extra verwarming | 3/N/PE 400 V 50 Hz | |||||
| Zekering, traag A 3 x 16 3 x 16 3 x 16 3 x 25 3 x 25 | ||||||
| Aanloopstroom | ||||||
| - zonder aanloopstroombegrenzer | A | 26 | 40 | 46 | 64 | 74 |
| - met aanloopstroombegrenzer | A | <16 | <16 | <16 | <25 | <25 |
| Elektrisch opgenomen vermogen | ||||||
| - min. bij B-5W35 | kW | 1,3 | 1,8 | 2,3 | 3,1 | 3,9 |
| - max. bij B20W60 | kW | 3,1 | 3,8 | 4,9 | 6,8 | 7,7 |
| - extra verwarming | kW | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |
| Beschermingsklasse EN 60529 - | IP 20 | |||||
| Hydraulische aansluiting | ||||||
| - verwarming aanvoer en retour | mm | G 11/4", diameter 28 | ||||
| - warmtebron aanvoer en retour | mm | G 11/4", diameter 28 | ||||
| Warmtebroncircuit (brijncircuit) | ||||||
| - type brijn | - | Ethyleneglykol 30 % | ||||
| - max. bedrijfsdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | ||||
| - min. inlaattemperatuur | °C | -10 | ||||
| - max. inlaattemperatuur | °C | 20 | ||||
| - nominale volumestroom dT 3K | l/h | 1431 | 1959 | 2484 | 3334 | 3939 |
| - restopvoerhoogte dT 3K | mbar | 386 | 327 | 272 | 252 | 277 |
| - nominale volumestroom dT 4K | l/h | 1073 | 1469 | 1863 | 2501 | 2954 |
| - restopvoerhoogte dT 4K | mbar | 464 | 426 | 386 | 428 | 487 |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | 132 | 132 | 132 | 205 | 210 |
| Cv-circuit | ||||||
| - max. bedrijfsdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | ||||
| - min. aanvoertemperatuur | °C | 25 | ||||
| - max. aanvoertemperatuur | °C | 62 | ||||
| - nominale volumestroom dT 5K | l/h | 1019 | 1373 | 1787 | 2371 | 2973 |
| - restopvoerhoogte dT 5K | mbar | 391 | 340 | 258 | 345 | 313 |
| - nominale volumestroom dT 10K | l/h | 504 | 698 | 902 | 1187 | 1538 |
| - restopvoerhoogte dT 10K | mbar | 488 | 468 | 442 | 551 | 603 |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | 93 | 93 | 93 | 132 | 205 |
| Koudecircuit | ||||||
| - koudemiddeltype | - | R 407 C | ||||
| - hoeveelheid | kg | 1,9 | 2,2 | 2,05 | 2,9 | 3,05 |
| - aantal slagen EX-ventiel | - | 7,50 | 7,75 | 5,00 | 8,75 | 9,00 |
| - toegestane bedrijfsoverdruk | MPa (bar) | 2,9 (29) | ||||
| - compressortype | - | Scroll | ||||
| - olie | - | Ester | ||||
| Vermogensgegevens warmtepomp | ||||||
| BOW35 dT5 | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 5,9 | 8,0 | 10,4 | 13,8 | 17,3 |
| - opgenomen vermogen | kW | 1,4 | 1,9 | 2,4 | 3,2 | 4,1 |
| - prestatiecoefficiënt/COP | - | 4,3 | 4,3 | 4,4 | 4,3 | 4,3 |
| BOW35 dT10 | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 5,9 | 8,1 | 10,5 | 13,8 | 17,9 |
| - opgenomen vermogen | kW | 1,4 | 1,8 | 2,3 | 3,1 | 3,9 |
| - prestatiecoefficiënt/COP | - | 4,3 | 4,5 | 4,8 | 4,5 | 4,6 |
| B5W55 | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 6,4 | 8,5 | 11,0 | 15,2 | 18,6 |
| - opgenomen vermogen | kW | 2,2 | 2,7 | 3,4 | 4,7 | 5,8 |
| - prestatiecoefficiënt/COP | - | 2,9 | 3,1 | 3,2 | 3,2 | 3,2 |
| Benaming Eenheld VWS 61/2 VWS 81/2 VWS 101/2 VWS 141/2 VWS 171/2 | |||||
| Geluidsvermogen binnen dbA 46 48 50 $2 53 | |||||
| Conform veiligheidsbepalingen - CE-markering | Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEGEMC-richtlijn 89/336/EEGEN 60335ISO 5149 | ||||
Tabel 6.1 Technische gegevens VWS (vervolg)

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
R 407 C is een chloorvrij koudemiddel dat de ozonlaag niet aantast.
Laat servicewerkzaamheden aan het koudecircuit echter alleen door erkende installateurs uitvoeren.
| Benaming | Eenheld | VWW 61/2 | VWW 81/2 | VWW 101/2 | VWW 141/2 | VWW 171/2 |
| Artikelnummer | - | 0010002789 | 0010002790 | 0010002791 | 0010002792 | 0010002793 |
| Hoogte zonder aansluitingen | mm | 1200 | ||||
| Breedte | mm | 600 | ||||
| Diepte zonder kolom | mm | 650 | ||||
| Diepte met kolom | mm | 840 | ||||
| Gewicht | ||||||
| - met verpakking | kg | 154 | 161 | 164 | 182 | 189 |
| - zonder verpakking | kg | 139 | 146 | 149 | 174 | 174 |
| - bedrijfsklaar | kg | 145 | 153 | 157 | 186 | 186 |
| Nominale spanning | - | 3/N/PE 400 V 50 Hz | ||||
| - cv-circuit/compressor | ||||||
| - stuurkring | ||||||
| - extra verwarming | ||||||
| Zekering, traag | A | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 25 | 3 x 25 |
| Aanloopstroom | ||||||
| - zonder aanloopstroombegrenzer | A | 26 | 40 | 46 | 64 | 74 |
| - met aanloopstroombegrenzer | A | <16 | <16 | <16 | <25 | <25 |
| Elektrisch opgenomen vermogen | ||||||
| - min. bij W10W35 | kW | 1,5 | 2,1 | 2,5 | 3,5 | 4,3 |
| - max. bij W20W60 | kW | 3,1 | 3,8 | 4,9 | 6,8 | 7,7 |
| - extra verwarming | kW | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |
| Beschermingsklasse EN 60529 | - | IP 20 | ||||
| Hydraulische aansluiting | ||||||
| - verwarming aanvoer en retour | mm | G 11/4", diameter 28 | ||||
| - warmtebron aanvoer en retour | mm | G 11/4", diameter 28 | ||||
| Warmtebroncircuit | ||||||
| - max. bedrijfsdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | ||||
| - min. inlaattemperatuur | °C | 4 | ||||
| - max. inlaattemperatuur | °C | 20 | ||||
| - nominale volumestroom dT 3K | l/h | 1816 | 2604 | 3045 | 4267 | 4983 |
| - restopvoerhoogte dT 3K | mbar | - | - | - | - | - |
| - nominale volumestroom dT 4K | l/h | 1362 | 1953 | 2284 | 3200 | 3737 |
| - restopvoerhoogte dT 4K | mbar | - | - | - | - | - |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | - | - | - | - | - |
| Cv-circuit | ||||||
| - max. bedrijfsdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | ||||
| - min. aanvoertemperatuur | °C | 25 | ||||
| - max. aanvoertemperatuur | °C | 62 | ||||
| - nominale volumestroom dT 5K | l/h | 1404 | 1998 | 2371 | 3370 | 4173 |
| - restopvoerhoogte dT 5K | mbar | 297 | 180 | 97 | 92 | 0 |
| - nominale volumestroom dT 10K | l/h | 728 | 993 | 1229 | 1724 | 2050 |
| - restopvoerhoogte dT 10K | mbar | 450 | 418 | 382 | 469 | 516 |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | 93 | 93 | 93 | 132 | 205 |
Tabel 6.2 Technische gegevens VWW (vervolg)
6.3 Typeplaatje

Afb. 6.1 Voorbeeld van een typeplaatje
Symboolverklaring voor het typeplaatje
| Toegekende spanning compressor | ||
![]() | Toegekende spanning pompen + regelaar | |
![]() | Toegekende spanning extra ver-warming | |
![]() | Toegekend vermogen max. | |
![]() | Toegekend vermogen compressor, pompen en regelaar | |
![]() | Toegekend vermogen extra verwar-ming | |
| Aanloopstroom zonder aanloop-stroombegrenzer | ||
![]() | Aanloopstroom incl. aanloop-stroombegrenzer | |
![]() | Inhoud boiler voor bedrijfswater | |
| Toegestane toegekende overdruk | ||
![]() | Koudemiddeltype | |
| Vulhoeveelheid | ||
| Toegest. toegekende overdruk | ||
![]() | B0/W35 | Prestatiecoëfficiënt bij brijntempe-ratuur 0 °C en cv-aanvoertempera-tuur 35 °C |
| [CZ40] | B5/W55 | Prestatiecoëfficiënt bij brijntempe-ratuur 5 °C en cv-aanvoertempera-tuur 55 °C |
![]() | B0/W35 | Verwarmingsvermogen thermisch bij brijntemperatuur 0 °C en cv-aanvoertemperatuur 35 °C |
| B5/W55 | Verwarmingsvermogen thermisch bij brijntemperatuur 5 °C en cv-aanvoertemperatuur 55 °C | |
![]() | CE-markering | |
![]() | VDE-/GS-keurmerk | |
![]() | Gebruiksaanwijzing en installatie-handleiding lezen! | |
| Beschermingsklasse voor vocht | ||
| Na het verstrijken van de gebruik-s-duur op een verantwoorde wijze af-voeren (geen huisvuil) | ||
![]() | Serienummer (serial number) | |
Tabel 6.3 Symboolverklaring
Vaillant BV
Postbus 23250 ■ 1100 DT Amsterdam ■ Telefoon 020 / 565 92 00
Telefax 020 / 696 93 66 || www.vaillant.nl || info@vaillant.nl
Vaillant A/S
Drejergangen 3 A ■ DK-2690 Karislunde ■ Telefon +45 46 16 02 00
Telefax +45 46 16 02 20 ■ www.vaillant.dk ■ salg@vaillant.dk
Warmtebrontemperatuur naar de warmtepomp (hier 9 °C)
De graad van zwartheid van de pijl is afhankelijk van de actuele opbrengsthoeveelheid, d.w.z. dat er schattingsgewijs wordt weergegeven hoeveel warmte er momenteel aan de warmtebron wordt ontnomen.[3K00]Als de compressor of de extra elektrische verwarming is ingeschakeld, wordt de pijl gevuld weergegeven.
Symbool geeft weer dat de warmwaterboiler verwarmd wordt of dat de warmtepomp stand-by is. Bovendien wordt de temperatuur in de warmwaterboiler weergegeven.
Warmtepomp is in cv-functie. Bovendien wordt de cv-aanvoertemperatuur weergegeven.
>>> Links en rechts knippert, als de compressor is ingeschakeld en daardoor aan de omgeving energie wordt ontnomen die naar het cv-systeem wordt toegevoerd.
>>> Rechts knippert als er energie naar het cv-systeem wordt toegevoerd (bijv. alleen via extra elektrische verwarming).
Het tijdprogramma „Circulatiepomp" moet overeenkomen met het tijdprogramma „Warm water", evt. kunnen de tijdvensters nog strikter worden gekozen.Indien zonder ingeschakelde circulatiepomp de gewenste warmwatertemperatuur snel genoeg bereikt wordt, kan de circulatiepomp eventueel worden gedeactiveerd.Bovendien kan via elektronische sensorschakelaars, die direct in de buurt van aftappunten geïnstalleerd en op de warmte-pomp zijn aangesloten, een korte activering van de circulatie-pomp plaatsvinden (principe trappenhuisverlichting). De scha-keltijden van de circulatiepomp kunnen daardoor optimaal aan de werkelijke behoefte worden aangepast.Neem daarvoor contact op met uw installateur.
De stooklijn moet aan het aanwezige cv-systeem en de kenmerken van het gebouw worden aangepast.Voor vloerverwarmingen moeten stooklijnen < 0,4 worden gebruikt.Verwarmingen door middel van radiatoren dienen zodanig te zijn ontworpen dat bij de laagste buitentemperatuur een max. aanvoertemperatuur van 50 °C voldoende is; dit komt overeen met stooklijnen < 0,7 (zie afb. stooklijn hierboven).
Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren. Daardoor is de maximale warmwatertemperatuur d.m.v. de hogedrukuitschakeling in het koudemiddelcircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van 58 °C. Om de starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, dient de min. warmwatertemperatuur zo laag mogelijk te worden gekozen.U kunt ieder cv-circuit in uw installatie individueel benoemen. Daarvoor staan per cv-circuit max. 10 letters ter beschikking. De gekozen aanduidingen worden automatisch overgenomen en in de betreffende displayindicaties weergegeven.Afhankelijk van de configuratie van de installatie verschijnen de namen van andere cv-circuits op het display.
D.m.v. de spaarfunctie kunt u de afkoeltijd gedurende een instelbare periode acti- veren.Zo kan bijvoorbeeld bij een dagje uit de kamertemperatuur gemakkelijk en snel binnen een gewenste periode worden verlaagd.












