GeoTHERM VWS 220-460/2 - Pomp VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GeoTHERM VWS 220-460/2 VAILLANT in PDF-formaat.
| Type product | Warmtepomp (pekel-water) |
| Model | Vaillant GeoTHERM VWS 220-460/2 |
| Afmetingen (h x b x d zonder kolom) | 1200 mm x 760 mm x 900 mm |
| Afmetingen met kolom (diepte) | 1100 mm |
| Gewicht (zonder verpakking) | 326 - 387 kg (afhankelijk van type) |
| Elektrische aansluiting compressor | 3/N/PE 400 V 50 Hz |
| Vermogen verwarming (B0/W35) | 21,6 - 45,9 kW |
| Koudemiddel | R 407 C, hoeveelheid 4,1 - 8,6 kg |
| Werkingsprincipe | Aardwarmte of grondwater als warmtebron |
| Functies | Verwarming, koeling (optioneel), warmwaterbereiding |
| Regeling | Weersafhankelijk met energiebalansregeling |
| Automatische functies | Vorstbeveiliging, fasebewaking, pompblokkeerbeveiliging |
| CV-circuit max. werkdruk | 0,3 MPa (3 bar) |
| Warmtebroncircuit max. werkdruk | 0,3 MPa (3 bar) |
| Bediening | Grafisch display met draaiknoppen |
| Onderhoud | Jaarlijkse inspectie door vakman; gebruiker controleert waterdruk |
| Veiligheid | CE-markering, VDE-keur, beschermklasse IP20 |
| Garantie | Fabrieksgarantie volgens algemene bepalingen |
| Geluidsvermogen binnen | 63 dB(A) (VWS 220-380), 65 dB(A) (VWS 460) |
| Energiebesparing | Tips voor stooklijn, warmwatertemperatuur, tijdprogramma's |
Veelgestelde vragen - GeoTHERM VWS 220-460/2 VAILLANT
Gebruikersvragen over GeoTHERM VWS 220-460/2 VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GeoTHERM VWS 220-460/2 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GeoTHERM VWS 220-460/2 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING GeoTHERM VWS 220-460/2 VAILLANT
1 Opmerkingen bij deze handleiding 3
1.1 Aanvullend geldende documenten .....
1.2 Documenten bewaren
1.3 Gebruikte symbolen
1.4 Geldigheid van de handleiding.... 4
2 Veiligheidsaanwijzingen ....
2.1 Koudemiddel
2.2 Veranderingsverbod
3 Toestel- en functieomschrijving.... 5
3.1 Werkingsprincipe
3.2 Werkingwijze van het koudemiddelcircuit...... 6
3.3 Automatische extra functies.... 6
3.4 Opbouw van de warmtepomp 7
4 Opmerkingen over de installatie
en de werking 8
4.1 Gebruik volgens de voorschriften.... 8
4.2 Eisen aan de standplaats 9
4.3 Condensaat (condenswater) 9
4.4 Energiespaartips 9
4.4.1 Algemene energiespaartips.... 9
4.4.2 Spaarmogelijkheden door juiste gebruik van de regeling.... 10
5 Bediening......
5.1 De regeling kennen leren en bedienen.... 11
5.2 Menu's en parameters instellen.... 12
5.3 Thermostaatbeschrijving 12
5.3.1 Mogelijke systeemcircuits.... 12
5.3.2 Energiebalansregeling 13
5.3.3 Laadprincipe bufferboiler 13
5.3.4 Naar fabrieksinstellingen resetten.... 13
5.3.5 Thermostaatstructuur 13
5.3.6 Energiesparende functies instellen.... 13
5.4 Procesdiagram.... 14
5.5 Displays van het gebruikersniveau.... 15
5.6 Speciale functies 21
5.7 Inbedrijfstelling van de warmtepomp 23
5.8 Buiten bedrijf nemen van de warmtepomp...... 23
5.9 Inspectie door de vakman.... 23
5.10 Inspectie door de gebruiker 23
5.10.1 Vuldruk van de CV-installatie controleren ..... 23
5.10.2 Vulpeil en waterdruk van het brijncircuit controleren.... 24
5.11 Reiniging en onderhoud 24
5.12 Verhelpen van storingen en diagnose.... 25
5.12.1 Storingsmeldingen op regeling 25
5.12.2 Noodbedrijf activeren 25
5.12.3 Fouten/storingen die u kunt oplossen.... 25
5.12.4. Waarschuwingen 25
5.12.5 Tijdelijke storingen 26
5.12.64Uitschakeling door storing.... 26
6 Garantie en serviceteam.... 27
41 Fabrieksgarantie (Nederland) 27
6.2 4 Fabrieksgarantie (België).... 27
6.35 Serviceteam (Nederland) 28
6.4 Klantendienst (België)......
7 5 Bijlage.... 29
De Vaillant warmtepompen geoTHERM worden in deze handleiding algemeen warmtepompen genoemd. Deze gebruiksaanwijzing is voor volgende varianten geldig:
| Typeaanduiding Artikelnummer | |
| Pekel-water-warmtepompen | |
| VWS 220/2 0010002797 | |
| VWS 300/2 0010002798 | |
| VWS 380/2 0010002799 | |
| VWS 460/2 0010002800 | |
| Water-water-warmtepompen | |
| VWW 220/2 0010002801 | |
| VWW 300/2 | 0010002802 |
| VWW 380/2 | 0010002803 |
| VWW 460/2 | 0010002804 |
Tabel 0.1 Typeaanduiding en artikelnummers

De warmtepompen zijn gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften.
De conformiteit met de betreffende normen werd bewezen.
VDE en gekeurde veiligheid

Met de CE-markering bevestigen wij als producent van de toestellen, dat de toestellen van de serie geoTHERM voldoen aan de eisen van de Richtlijn betreffende de elektromagnetische compatibiliteit (Richtlijn 89/336/EG van de Raad). De toestellen voldoen aan de vereisten van de laagspanningsrichtlijnen (Richtlijn 73/23/EWG van de Raad).
Verder voldoen de toestellen aan de eisen van de norm EN 14511 (warmtepompen met elektrisch aangedreven compressors, verwarmen, eisen aan toestellen voor het verwarmen van ruimten en drinkwater) en de norm EN 378 (veiligheidstechnische en milieu-relevante eisen aan koelinstallaties en warmtepompen).
Typeplaatje
Bij de warmtepomp geoTHERM is boven op de voorzijde van de elektroplaat een typeplaatje aangebracht. Een typeaanduiding bevindt zich boven op de frontmantel (zie tevens afb. 3.3, pos. 1). In hoofd. 7.3, bijlage, bevindt zich voor de technisch geïntereserde klanten een afbeelding van het typeplaatje en een tabel ter toelichting van de afgebeelde typeplaatjesymbolen.
1 Opmerkingen bij deze handleiding
Deze handleiding bevat belangrijke informatie over de veilige en deskundige bediening van de werking van uw warmtepomp.
1.1 Aanvullend geldende documenten
Aanvullend geldende documenten zijn alle handleidingen, die de bediening van de warmtepomp beschrijven en tevens overige handleidingen van alle gebruikte toebehoordelen.
1.2 Documenten bewaren
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend geldende documenten goed, zodat u er over kunt beschikken als u ze nodig heeft.
U kunt de documenten bewaren in de kolomafdekking. Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de opvolger.

Afb. 1.1 Kolomafdekking verwijderen
1 Opmerkingen bij deze handleiding
2 Veiligheidsaanwijzingen
1.3 Gebruikte symbolen
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt voor de classificatie van gevaar, voor aanwijzingen, activiteiten en tips voor energiebesparing.

Gevaar!
Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven!

Gevaar!
Gevaar voor verbranding en brandwon- den!

Attentie!
Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of milieu!

Aanwijzing!
Nuttige informatie en instructies.

Dit symbool wijst u op tips voor energiebesparing. Deze instelling kunt u o.a. via de regeling van uw warmte-pomp realiseren.
- Symbool voor een noodzakelijke handeling
1.4 Geldigheid van de handleiding
Deze handleiding geldt uitsluitend voor warmptepompen waarvan de typeaanduidingen in tab. 0.1 zijn vermeld.
2 Veiligheidsaanwijzingen
Neem bij de bediening van de warmtepomp de volgende veiligheidsaanwijzingen en voorschriften in acht:
- Vraag uw installateur om uitgebreide instructies over de bediening van de warmtepomp.
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Voer uitsluitend activiteiten uit die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven.

Gevaar!
Verbrandingsgevaar door contact met componenten van de warmtepomp!
Aan componenten van de warmtepomp kunnen hoge temperaturen ontstaan.
Raak geen ongeïsoleerde leidingen van de warmtepomp aan.
Verwijder geen delen van de mantel (uitgezonderd kolomafdekking, zie hoofd. 1.2).
2.1 Koudemiddel
De warmtepomp wordt met een bedrijfsvulling van koudemiddel R 407 C geleverd. Dit is een chloorvrij koudemiddel el dat de ozonlaag van de aarde niet aantast. R 407 C is niet brandgevaarlijk en er bestaat ook geen explosiegevaar.

Gevaar!
Schadelijk voor het milieu!
Dit toestel bevat het koudemiddel
R 407 C. Het koudemiddel mag niet in de atmosfeer komen. R 407 C is een in het Protocol van Kyoto opgenomen chloor-vrij broeikasgas met GWP 1653 (GWP = Global Warming Potential).
Het in het toestel aanwezige koudemiddel moet voor de afvoer van het toestel volledig in hiervoor geschikte opvangreservoirs worden afgetapt om het vervolgens volgens de voorschriften te recyclen of af te voeren.
De desbetreffende werkzaamheden met het koudemiddel mogen uitsluitend door officieel gecertificeerd personeel uitgevoerd worden.

Gevaar!
Verwondingsgevaar door bevriezingen bij contact met koudemiddel R 407 C!
Lekkend koudemiddel kan bij het aanraken van het uitstroompunt bevriezingen tot gevolg hebben:
Bij lekkages in het koudemiddelcircuit gassen en dampen niet inademen.
Contact met huid en ogen vermijden.

Aanwijzing!
Bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden levert het koudemiddel R 407 C geen gevaar op. Ondeskundig gebruik kan echter verwondingen en schade tot gevolg hebben.
Als in uw toestel een externe passieve koeling is geïnstalleerd:

Attentie!
Gevaar voor temperatuurdaling onder het dauwpunt en voor condensvorming! De cv-aanvoertemperatuur mag in het koelbedrijf niet te laag worden ingesteld. Ook bij een aanvoertemperatuur van 20 °C is gegarandeerd dat de koelfunctie voldoende is.

Attentie!
Beperking van de koelfunctie door gesloten thermostatische radiatorkranen! In het koelbedrijf moeten de thermostatische radiatorkranen op "open" geschakeld zijn om een ongestoorde circulatie van het gekoelde cv-water in het vloercircuit te kunnen garanderen.
2.2 Veranderingsverbod

Gevaar!
Verwondingsgevaar door ondeskundige veranderingen!
Voer nooit zelf ingrepen of veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de cv- en warmwaterinstallatie uit.
Het veranderingsverbod geldt voor:
- de warmtepomp,
- de omgeving van de warmtepomp,
- de toevoerleidingen voor water en elektriciteit.
Voor veranderingen aan de warmtepomp of in de omgeving ervan moet u een beroep doen op een erkend installateur.
- Vernietig of verwijder geen verzegelingen en zekeringen van componenten. Alleen erkende installateurs en de servicedienst van de fabriek zijn bevoegd om gelode en gezekerde componenten te veranderen.
3 Toestel- en functieomschrijving
3.1 Werkingsprincipe
Warmtepompsystemen bestaan uit gescheiden circuits waarin vloeistoffen of gassen de warmte van de warmtebron naar het CV-systeem transporteren. Omdat deze circuits met verschillende media (pekel/water, koude-middel en CV-water) werken, zijn ze via warmtewisselaars aan elkaar gekoppeld. In deze warmtewisselaars gaat warmte van een medium met een hoge temperatuur over naar een medium met een lage temperatuur.
De Vaillant warmtepomp geoTHERM wordt met de warmtebron aardwarmte of grondwater gevoed.

Afb. 3.1 Gebruik van de warmtebron aardwarmte of grondwater
Het systeem bestaat uit gescheiden circuits die d.m.v. warmtewisselaars aan elkaar zijn gekoppeld. Deze circuits zijn:
- Het warmtebroncircuit waarmee de energie van de warmtebron naar het koudemiddelcircuit wordt getransporteerd.
- Het koudemiddelcircuit waarmee door verdampen, comprimeren, condenseren en uitzetten warmte aan het CV-watercircuit wordt afgegeven.
- Het CV-watercircuit waarmee de CV en de warmwaterbereiding van de warmwaterboiler worden gevoed.
3.2 Werkingwijze van het koudemiddelcircuit
![graph TD A["Warmtesysteem"] --> B["Extra verwarming"] B --> C["CV-watercircuit"] C --> D["Koud waterboiler"] D --> E["Warm water"] C --> F["Condensor"] F --> G["Expansieklep"] G --> H["Verdamper"] H --> I["Pekelpomp"] I --> J["Warmtebron"] C --> K["Compressor"] K --> L["Koudemiddelcircuit"] L --> M[…](/content/2026/06/1159962/images/c0a33aa9c9f756dae2a35535bd77ddd3b422a15728f24d5fa1ae9cb830e5b22d.jpg)
Afb. 3.2 Werkwijze van de warmtepomp
Via de verdamper (1) is het koudemiddelcircuit aan de omgevingswarmtebron gekoppeld en neemt de warmte-energie ervan op. Daarbij verandert de aggregatietoe-stand van het koudemiddel, het verdampt. Via de condensor (3) is het koudemiddelcircuit met het CV-systeem verbonden, waaraan het de warmte weer afgeeft. Daarbij wordt het koudemiddel weer vloeibaar: het condenseert.
Aangezien warmte-energie alleen van een element met hogere temperatuur kan overgaan naar een element met lagere temperatuur, moet het koudemiddel in de verdamper een lagere temperatuur hebben dan de omgevingswarmtebron. Daarentegen moet de temperatuur van het koudemiddel in de condensor hoger zijn dan die van het CV-water, om de warmte daar te kunnen afgeven.
Deze verschillende temperaturen worden in het koudemiddelcircuit via een compressor (2) en een expansieklep (4) opgewekt, die zich tussen de verdamper en de condensor bevinden. Het dampvormige koudemiddel stroomt van de verdamper komend in de compressor en wordt door deze verdicht (gecomprimeerd). Daarbij stijgen de druk en de temperatuur van de koudemiddeldamp sterk. Na dit proces stroomt het door de condensor, waarin het zijn warmte door condensatie afgeeft aan het CV-water. Als vloeistof stroomt het naar de expansieklep, daarin onspant het sterk en verliest daarbij extreem aan druk en temperatuur. Deze temperatuur is nu lager dan die van het pekel dat door de verdamper stroomt. Het koudemiddel kan daardoor in de verdamper nieuwe warmte opnemen, waarbij het weer verdampt en naar de compressor stroomt. De kringloop begint weer van voren af aan.
Indien nodig kan via de geïntegreerde regeling de elektrische hulpverwarming worden ingeschakeld.
Om het ontstaan van condenswater binnenin het toestel te verhinderen, zijn de leidingen van het warmtebroncircuit en het koudemiddelcircuit tegen kou geïsoleerd. Indien er toch condens optreedt, wordt het in een condensbak verzameld en onder het toestel geleid, waar zich een condensafloop dient te bevinden.
3.3 Automatische extra functies
Vorstbeveiliging
De regeling is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie. Deze functie waarborgt in alle bedrijfsfuncties de vorstbeveiliging van de CV-installatie.
Daalt de buitentemperatuur beneden een waarde van 3 °C, dan wordt automatisch voor elk CV-circuit de ingestelde verlagingstemperatuur ingesteld.
Vorstbeveiliging van de boiler
Deze functie start automatisch, als de werkelijke boiler-temperatuur beneden 10 °C daalt. De boiler wordt dan tot 15 °C verwarmd. Deze functie is ook in de bedrijfs-functies "Uit" en "Auto" actief, onafhankelijk van tijd-programma's.
Controle van de externe sensoren
Op basis van de door u bij de eerste inbedrijfstelling opgegeven hydraulische basisschakeling zijn de noodzakelijke sensoren vastgelegd. De warmtepomp controleert continu automatisch of alle sensoren geïnstalleerd zijn en goed werken.
Beveiliging CV-watergebrek
Een druksensor bewaakt een mogelijk watergebrek en schakelt de warmtepomp uit, wanneer de waterdruk beneden 0,5 bar manometerdruk ligt, en weer in, wanneer de waterdruk boven 0,7 bar manometerdruk ligt.
Pompblokkeer- en klepblokkeerbeveiliging
Om te voorkomen dat een CV-, circulatie-, pekelpomp of de omschakelklep warmwater UV1 vast gaat zitten, worden elke dag de pompen en de klep die 24 uur lang niet in werking waren, achtereenvolgens gedurende ca. 20 sec. ingeschakeld.
Beveiliging pekeltekort (alleen VWS)
Een druksensor bewaakt een mogelijk pekelgebrek en schakelt de warmtepomp uit, wanneer de pekeldruk eenmalig beneden 0,2 bar manometerdruk daalt en in het storingsgeheugen wordt de fout 91 weergegeven. De warmtepomp schakelt automatisch weer in, als de pekeldruk boven 0,4 bar manometerdruk stijgt.
Als de pekeldruk gedurende meer dan een minuut beneden 0,6 bar manometerdruk daalt, verschijnt in het menu ☐ 1 een waarschuwing.
Vloerbeveiligingsschakeling bij alle hydraulische schema's zonder bufferboiler (b.v. bij hydraulisch schema 1 en 3)
Als de in het vloerverwarmingscircuit gemeten cv-aanvoertemperatuur continu gedurende meer dan 15 minuten een waarde overschrijdt, schakelt de warmtepomp met de foutmelding 72 uit. Als de CV-aanvoertemperatuur weer beneden deze waarde gedaald is en de storing gereset werd, schakelt de warmtepomp weer in.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging van de vloer! Stel de waarde voor de vloerbeveiligings- schakeling slechts zo hoog in dat ver- warmde vloeren niet worden beschadigd door te hoge temperaturen.
Fasebewaking
De volgorde en de aanwezigheid van de fasen (rechtsdraaiend veld) van de 400 V voedingsspanning worden bij de eerste inbedrijfstelling en tijdens werking continu gecontroleerd. Als de volgorde niet correct is of een fase uitvalt, dan vindt een uitschakeling door storing van de warmtepomp plaats, om een beschadiging van de compressor te vermijden.
Antibevriezingsfunctie
De uitgangstemperatuur van de warmtebron wordt voortdurend gemeten. Daalt de uitgangstemperatuur van de warmtebron beneden een bepaalde waarde, dan schakelt de compressor met de storingsmelding 20 of 21 tijdelijk uit. Als deze fouten driemaal opeenvolgend optreden, wordt een storingsuitschakeling uitgevoerd. Voor de geoTHERM VWS warmtepompen kunt u de waarde (fabrieksinstelling -10 °C) voor de bevriezingsbeveiliging in de installatieassistent A4 instellen. Voor de geoTHERM VWW warmtepompen is in de fabriek een waarde van +4 °C ingesteld, deze waarde kan niet worden gewijzigd.
3.4 Opbouw van de warmtepomp
De warmtepomp is in de hieronder vermelde types leverbaar. De warmtepomptypes verschillen vooral qua vermogen.
| Typeaanduiding Verwarmingsvermogen (kW) | |
| Pekel-water-warmtepompen (BO/W35)1) | |
| VWS 220/2 21,6 | |
| VWS 300/2 29,9 | |
| VWS 380/2 38,3 | |
| VWS 460/2 45,9 | |
| Water-water-warmtepompen (W10/W35)2) | |
| VWW 220/2 29,9 | |
| VWW 300/2 41,6 | |
| VWW 380/2 52,6 | |
| VWW 460/2 63,6 | |
Tabel 3.1 Typeoverzicht
1 Verwarmingsvermogen thermisch bij pekeltemperatuur 0 °C en CV-aanvoertemperatuur 35 °C
2) Verwarmingsvermogen thermisch bij pekeltemperatuur 10 °C en CV-aanvoertemperatuur 35 °C

Afb. 3.3 Vooraanzicht VWS/VWW
Legenda bij afb. 3.3
1 Sticker met typeaanduiding van de warmtepomp
2 Bedieningsconsole
3 Serienummer
3 Toestel- en functieomschrijving
4 Opmerkingen over de installatie en de werking

Afb. 3.4 Achteraanzicht VWS/VWW
Legenda bij afb. 3.4
1 Kabeldoorvoer elektrische aansluiting
2 Warmtebron van warmtepomp
3 Warmtebron naar warmtepomp
4 CV-retourleiding
5 CV-aanvoerleiding
4 Opmerkingen over de installatie en de werking

Gevaar!
Levensgevaar door niet-gekwalificeerd! De installatie, inspectie en reparatie mogen alleen door een installateur worden uitgevoerd. Met name werkzaamheden aan de elektrische delen en aan het koudemiddelcircuit vereisen een passende kwalificatie.
4.1 Gebruik volgens de voorschriften
De Vaillant warmtepomp van het type geoTHERM is gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kunnen er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik (levens)gevaarlijke situaties voor de gebruiker of derden resp. beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is niet bedoeld om door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen in het gebruik van het toestel geïnstrueerd heeft.
Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen.
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekkers voor gesloten warmwater-cv-installaties, voor het koelbedrijf en voor de warmwaterfunctie. Een ander of afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk.
Bij het gebruik volgens de bestemming hoort ook het in acht nemen van:
- de gebruiksaanwijzing en de installatiehandleiding
- alle aanvullend geldende documenten
- de inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.

Gevaar!
Levensgevaar door ondeskundig gebruik van de installatie.
Toch kunnen er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik (levens)gevaarlijke situaties voor de gebruiker of derden resp. beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
4.2 Eisen aan de standplaats
De installatieplaats moet zodanig bemeten zijn dat de warmtepomp volgens de voorschriften kan worden geïnstalleerd en onderhouden.
- Vraag uw installateur welke geldende nationale bouwrechtelijke voorschriften in acht genomen moeten worden.
De installatieplaats moet droog en permanent vorstvrij zijn.
4.3 Condensaat (condenswater)
De verdamper, de brijnpompen, de buisleidingen in het warmtebroncircuit evenals delen van het koudemiddel-circuit zijn in de binnenkant van de warmtepomp geïsoleerd, zodat er geen condenswater kan ontstaan. Indien er toch eens in geringe mate condenswater ontstaat, wordt dit door de condensbak opgevangen, die zich in de binnenkant van het onderste deel van de warmtepomp bevindt. Door de warmteontwikkeling in de binnenkant van de warmtepomp verdampt het ontstane condenswater in de condensbak. Geringe hoeveelheden van het ontstane condenswater kunnen onder de warmtepomp worden afgevoerd Condenswater dat in geringe hoeveelheden ontstaat, is daarom geen storing van de warmtepomp.
Als in uw toestel een externe passieve koeling is geïnstalleerd:

Attentie!
Gevaar voor temperatuurdaling onder het dauwpunt en voor condensvorming! De cv-aanvoertemperatuur mag in het koelbedrijf niet te laag worden ingesteld. Ook bij een aanvoertemperatuur van 20 °C is gegarandeerd dat de koelfunctie voldoende is.
4.4 Energiespaartips
Hierna volgen belangrijke tips die u helpen om uw warmtepompinstallatie energie- en kostenbesparend te gebruiken.

4.4.1 Algemene energiespaartips
U kunt door uw algemene gedrag al energie besparen door:
- Juist te ventileren:
De ramen of stolpdeuren niet kantelen, maar de ramen 3-4 keer per dag 15 minuten lang ver openen en tijdens het ventileren de thermostatische radiatorkranen of kamer(klok)regeling omlaagdraaien.
- De radiatoren niet dichtzetten:
Zodat de verwarmde lucht in de ruimte kan circuleren.
- Een ventilatie-installatie met warmteterugwinning (WTW) gebruiken:
Door een ventilatie-installatie met warmteterugwinning (WTW) wordt continu de optimale ventilatie in het gebouw gegarandeerd (ramen hoeven daarom voor het ventileren niet te worden geopend). Eventueel kan de luchthoeveelheid aan de afstandsbediening van het ventilatietoestel aan de individuele eisen worden aangepast.
- Controleer of ramen en deuren dicht zijn:
Houd luiken en jaloezieën's nachts gesloten, zodat er zo weinig mogelijk warmte verloren gaat.
- Regeling niet afdekken:
Indien als garnituur een afstandsbediening VR 90 is geïnstalleerd, versper dit regeltoestel dan niet door meubels enz., zodat de circulerende kamerlucht ongehinderd kan worden gedetecteerd.
- Bewuster met water omgaan:
Bijv. douchen in plaats het nemen van een bad, afdichtingen bij druipende waterkranen onmiddellijk vervangen.

4.4.2 Spaarmogelijkheden door juiste gebruik van de regeling
Meer besparingsmogelijkheden ontstaan door het juiste gebruik van de regeling van uw warmtepomp.
Met de regeling van de warmtepomp zijn besparingen mogelijk door:
- De juiste keuze van de cv-aanvoertemperatuur:
Uw warmtepomp regelt de cv-aanvoertemperatuur afhankelijk van de gewenste kamertemperatuur die u hebt ingesteld. Kies daarom een kamertemperatuur die net voldoende is om u comfortabel te voelen, bijvoorbeeld 20 °C. ledere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.
- De juiste stooklijnen kiezen:
Als uw warmtepomp vloerverwarming gebruikt, stel dan een stooklijn in die kleiner is dan 0,4. Verwarmingen door middel van radiatoren dienen zodanig te zijn ontworpen dat bij de laagste buitentemperatuur een maximale aanvoertemperatuur van 50 °C voldoende is; dit komt overeen met stooklijnen < 0,7.
- Een passende instelling van de warmwatertemperatuur:
Het warme water slechts zo sterk verwarmen als voor het gebruik noodzakelijk is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag. Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren; daardoor is de maximale warmwatertemperatuur door de hogedrukuitschakeling in het koudecircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van ca. 58 °C.
- Instelling van individueel aangepaste verwarmings- tijden.
Gebruik de tijdprogramma's voor CV en warm water. Stel de tijden zo in, zoals overeenkomt met uw typische dagverloop en de hiervan afhankelijke warmtevraag.
- De bedrijfsfunctie juist kiezen:
Tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent, raden wij u aan om de verwarming in de afkoelfunctie te schakelen.
- Gelijkmatig verwarmen:
Door een zinvol vormgegeven verwarmingsprogramma worden alle kamers van uw woning gelijkmatig en overeenkomstig hun gebruik verwarmd.
- Thermostaatkranen gebruiken:
Met behulp van thermostaatkranen in combinatie met een kamer(klok)regeling (of weersafhankelijke regeling) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw cv-installatie.
- Gebruik van de circulatiepomp optimaliseren:
De schakeltijden van de circulatiepomp dienen optimaal aan de werkelijke behoefte te worden aangepast.
- Vraag uw installateur:
Hij stelt uw cv-installatie conform uw persoonlijke behoeftes in.
Deze en meer tips voor energiebesparing vindt u in hoofdstuk 5.5. In dat hoofdstuk zijn de instellingen van de regelaar met de mogelijke energiebesparing beschreven.
5 Bediening
5.1 De regeling kennen leren en bedienen
De volledige programmering van de warmtepomp gebeurt via de twee instelknoppen (☐ en ☐) van de regeling.
Daarbij dient de instelknop ☐ voor de selectie van de parameter (door in te drukken) en voor het wijzigen van de parameters (door te draaien). De regeling ☐ dient voor de selectie van het menu (door te draaien) en voor de activering van speciale functies (door in te drukken).

Afb. 5.1 Bedieningsoverzicht
Legenda
1 Menunaam
2 Cursor, geeft de gekozen parameter aan
3 Menunummer
4 Instelknop ☐
Parameter instellen (draaien), parameter kiezen (indrukken)
5 Instelknop ☐
Menu kiezen (draaien), speciale bedrijfsfunctie activeren (drukken)
6 Informatieregel (in het voorbeeld een verzoek tot handeling)
Typische bediening (gebruikersniveau)

- Draai de instelknop tot u het noodzakelijke menu heeft ge-selecteerd.

- Draai de instelknop: tot u de te wijzigen parameter heeft geselecteerd.

- Druk op de instelknop ☐ om de te wijzigen parameter te markeren. De parameter krijgt een donkere achtergrond.

- Draai de instelknop, om de instelwaarde van de parameter te wijzigen.

- Druk op de instelknop om de gewijzigde instelwaarde over te nemen.
5.2 Menu's en parameters instellen
| Instelling tot dusver Gewijzigde Instelling | ||
| Vakantle programmerenvoor totaalsysteemTijdvenster:1 > 06.01.08 08.01.082 14.01.08 30.01.08Gewenste temperatuur 12 °C>Startdag instellen | Menu selecteren: Instelknopdraai:Menu selecteren,bijv. van menu 6 tot 7. | BasisgegevensDatum > 21.04.08Dag MaUur 09:35>Dag instellen |
| BasisgegevensDatum > 21.04.08Dag MaUur 09:35>Dag instellen | Parameter selecteren:Aan de instelknopdraaien: selecteer de parameter die u wilt wijzigen, bijv. van regel 1 Dagtot regel 2 weekdag (indit voorbeeld 3 punten doordraaien). | BasisgegevensDatum 21.04.08Dag > maUur 09:35>Weekdag instellen |
| BasisgegevensDatum 21.04.08Dag > maUur 09:35>Weekdag instellen | Parameter weekend van maandag wijzigen in dinsdag:Instelknopindrukken: Parameter selecterenInstelknopdraai: Parameter wijzigen,Instelknopindrukken: Wijziging overnemen. | BasisgegevensDatum 21.04.08Dag > DiUur 09:35>Weekdag instellen |
5.3 Thermostaatbeschrijving
De installateur heeft bij de inbedrijfname alle bedrijfsparameters op voorgeprogrammeerde waarden gezet, zodat de warmtepomp optimaal kan werken. U kunt achteraf de bedrijfsfuncties en functies nog individueel instellen en aanpassen.
5.3.1 Mogelijke systeemcircuits
De regeling kan de volgende systeemcircuits regelen:
- een CV-circuit,
- een indirect verwarmde warmwaterboiler,
- een warmwater-circulatiepomp,
- een buffercircuit.
Voor uitbreiding van het systeem kunt u met behulp van een buffercircuit maximaal zes extra mengcircuitmodules VR 60 (toebehoren) met elk twee mengcircuits aansluiten.
De mengcircuits worden geprogrammeerd via de regeling op de bedieningsconsole van de warmtepomp.
Voor een comfortabelere bediening kunt u voor de eerste acht CV-circuits de afstandsbedieningen VR 90 aansluiten.
5.3.2 Energiebalansregeling
De energiebalasregeling geldt alleen voor hydraulisch systemen zonder bufferboiler.
Voor een rendabele en storingsvrije werking van een warmtepomp is het belangrijk de start van de compressor te reglementeren. De aanloop van de compressor is het moment waarop de hoogste belastingen optreden. Met behulp van de energiebalansregeling is het mogelijk om de starts van de warmtepomp te minimaliseren zonder dat het comfort van een aangenaam kamerklimaat wordt verminderd.
Net als bij andere weersafhankelijke thermostaten bepaalt de regeling via de registratie van de buitentemperatuur door middel van een stooklijn een gewenste aanvoertemperatuur. De energiebalansberekening geschiedt op grond van deze gewenste aanvoertemperatuur en de actuele aanvoertemperatuur, waarvan het verschil per minuut wordt gemeten en opgeteld:
1 graadminuut [°min] = 1 K temperatuurverschil in het verloop van 1 minuut (K = Kelvin)
Bij een bepaald warmtetekort (in de regelaar vrij instelbaar) start de warmtepomp en schakelt pas weer uit als de toegevoerde warmtehoeveelheid gelijk is aan het warmtetekort.
Hoe groter de ingestelde negatieve getallenwaarde is, des te langer zijn de intervallen waarin de compressor loopt of stilstaat.
5.3.3 Laadprincipe bufferboiler
De bufferboiler wordt afhankelijk van de gewenste aanvoertemperatuur geregeld. De warmtepomp verwarmt, als de temperatuur van de temperatuurvoeler bovenin VF1 van de bufferboiler lager is dan de gewenste temperatuur. De pomp verwarmt zo lang tot de temperatuurvoeler onderin RF1 van de bufferboiler de gewenste temperatuur plus 2 K heeft bereikt.
Aansluitend op een lading van de warmwaterboiler wordt de bufferboiler eveneens geladen, als de temperatuur van de temperatuurvoeler bovenin VF1 minder dan 2 K hoger is dan de gewenste temperatuur (vroegtijdige nalading): VF1 < gewenste aanv.T + 2 K.
5.3.4 Naar fabrieksinstellingen resetten

Attentie!
Per ongeluk wissen van de specifieke instellingen!
Als u de regeling naar de fabrieksinstelling reset, kunnen specifieke instellingen van het systeem worden gewist en het systeem kan uitschakelen. Het systeem kan niet worden beschadigd.
- In de basisweergave van het grafisch display de twee instelknoppen tegelijkertijd gedurende min. 5 sec indrukken.
Daarna kunt u selecteren of alleen tijdprogramma's of alle waarden naar fabrieksinstelling moeten worden gereset.
5.3.5 Thermostaatstructuur
Als basisweergave is een grafisch display te zien. Deze is het uitgangspunt voor alle aanwezige displays. Als u bij het instellen van waarden gedurende een langere periode geen instelknop bedient, verschijnt automatisch weer deze weergave.
De bediening van de regeling is in vier niveaus onderverdeeld:
Het bedienersniveau is bestemd voor de gebruiker. In het procesdiagram in hoofdstuk 5.4 ziet u alle displays van de regelaar in een overzicht. Een beschrijving van de afzonderlijke displays vindt u in de daarop volgende hoofdstukken 5.5.
Het codeniveau (menu C1 - C9, D1 - D5, I1 - I5 en A1 - A9) is uitsluitend bestemd voor de installateur en is door code-invoer beveiligd tegen abusievelijk verstellen.
Als gebruiker kunt u door de menu's van het codeniveau bladeren en de instellingsparameters voor de installatie bekijken, maar de waarden niet veranderen.
In de menu's C1 tot C9 stelt de installateur specifieke parameters voor de installatie in.
Met de menu's D1 tot D5 kan de installateur de warmtepomp in diagnosemodus gebruiken en testen.
In de menu's 11 tot 15 krijgt u algemene informatie over de instellingen van de warmtepomp.
De menu's A1 tot A9 geleiden de installateur door het installatiemenu om de warmtepomp in bedrijf te nemen.
De weergave en selectie van speciale functies (bijv. de spaarfunctie) is tevens voor de gebruiker mogelijk. Hoe u de speciale functies activeert is omschreven in hoofdstuk 5.6.
Het vierde niveau bevat functies voor optimalisatie van het systeem en kan door de installateur alleen via vrDIALOG 810/2 worden ingesteld.
5.3.6 Energiesparende functies instellen
In hoofdstuk 5.5 worden ook instellingen van de waterpomp beschreven, die kunnen leiden tot een verlaging van uw energiekosten. Dit wordt door een optimale instelling van de weersafhankelijke regelaar van de energiebalans van de warmtepomp bereikt.

Dit symbool wijst u op deze tips voor energiebesparing.
5.4 Procesdiagram

Afb. 5.2 Displays in het gebruikersniveau
*) grijs weergegeven displays zijn afhankelijk van het ingestelde hydraulische schema
5.5 Displays van het gebruikersniveau
Hierna worden de afzonderlijke displays van de bedie- ningsconsole beschreven en toegelicht.
| Weergegeven display Beschrijving | ||
![]() | Grafische weergave (basisdisplay)In deze weergave kunt u de huidige toestand van het systeem aflezen. Deze verschijnt altijd als u bij weergave van een ander display gedurende langere tijd geen instelknop heeft bediend. | |
| Buitentemperatuur (hier 10 °C). | ||
Broningangstemperatuur: temperatuursensor; in het voorbeeld 9 °C. | ||
Onder de pijl wordt het vermogen van de warmtebron (in het voorbeeld 10 KW) aangegeven.De mate van zwartheid van de pijl geeft grafisch de energie-efficiëntie van de warmtepomp onder de gegeven operationele toestand weer. | ||
| Het vermogen van de warmtebron moet niet worden gelijk gesteld aan het verwarmingsvermogen. Het verwarmingsvermogen komt ongeveer overeen met het vermogen van de warmtebron + compressorvermogen. | ||
| Als de compressor of de extra elektrische verwarming is ingeschakeld, wordt de pijl gevuld weergegeven. | ||
>>> links en rechts knippert, als de compressor is ingeschakeld en daardoor bij de omgeving energie wordt ontnomen die naar het CV-systeem wordt geleid. | ||
>>> rechts knippert, als energie naar het CV-systeem wordt geleid (b.v. alleen via elektrische hulpverwarming). | ||
Warmtepomp bevindt zich in CV-functie. Bovendien wordt de CV-aanvoertemperatuur aangegeven (in het voorbeeld 30 °C). | ||
Symbool geeft aan dat de warmwaterboiler verwarmd wordt of de warmtepomp stand-by is. Bovendien wordt de temperatuur in de warmwaterboiler aangegeven. | ||
Alleen als de koeling is geïnstalleerd en door de installateur is ingesteld op de regeling van de warmtepomp:Symbool geeft aan dat de warmtepomp bezig is met koelen. Onder het symbool wordt de actuele CV-aanvoertemperatuur aangegeven (in het voorbeeld 20 °C).![]() | ||
| Energie-opbrengstdisplayGeeft voor elk van de 12 maanden van het huidige jaar de uit de omgeving gewonnen energie aan (zwarte balk). Wit opgevulde balken staan voor toekomstige maanden van het jaar, de hoogte van de balken komt overeen met de opbrengst van de maand in het afgelopen jaar (vergelijking mogelijk). Bij eerste inbedrijfstelling is de hoogte van de balken voor alle maanden gelijk aan nul, omdat nog geen informatie beschikbaar is.De schaalverdeling (in het voorbeeld 4000 kWh) past zich automatisch aan de maximale waarde van de maand aan.Rechtsboven wordt de totaalsom van de uit de omgeving gewonnen energie sinds inbedrijfstelling aangegeven (in het voorbeeld: 13628 kWh). | ||
| Ma 21.04.08 16:49 1Aanvoertemp. actueel: 28 °CCV druk 1,2 barDruk warmtebron 1,4 barCV via comp.WaarschuwingWaarschuwing | Dag, datum, tijd alsmede aanvoertemperatuur, CV-systeemdruk en warmtebrondruk worden aangegeven.Voorlooptemp.IS:actuele aanvoertemperatuur in het toestel.CV-druk:bruksensor CV-circuit.Drukwarmtebron:druk van de warmtebron (druksensor, warmtebroncircuit; bron druk)CV via comp.: deze statusmelding geeft informatie over de actuele operationele status. Mogelijk zijn:CV via comp.CV via comp. & bijstCV via bijstookCV regeluitschak.WW regeluitschak.WW via compressorWW via bijstookOnderbreking warmw.Onderbrek. standbySnel testVorstbeveilig. CVVorstbeveilig. WWLegionellabeveilig.Pomp blokkeerbeveil.AfwerklaagdrogingOntluchtingsmodeStoring: CVStoring: CVStoring: WWStoring: WWStoringOpnieuw startenCV comp naloopWW comp naloopKoeling & WarmwaterRetourtemp. te hoogBij kritische operationele toestanden wordt in de twee onderste displayregels een waarschuwing aangegeven. Deze regels zijn leeg, als de operationele toestand normaal is. | |
| Weergegeven display Beschrijving Fabrleksinstelling | ||
| HK2 Parameter [4XXX]Bedrijfsfunctie verwarmen >AutoGewenste waarde dag 22 °CVerlagingstemp. 15 °C>Bedrijfsfunctie kiezen | DeGewenste waarde dagis de temperatuur waar- naar de CV in de bedrijfsfunctie "Verwarmen" of tij- dens het tijdvenster moet regelen. Aanwijzing: kies de gewenste kamertemperatuur slechts zo hoog dat de temperatuur voor uw per- soonlijk comfort precies voldoende is (bijv. 20 °C). ledere graad hoger dan de ingestelde waarde bete- kent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.DeVerlagingstemp.is de temperatuur waarnaar de CV in de afkoelperiode wordt geregeld. Voor elk CV-circuit kan een eigen v verlagingstemperatuur worden ingesteld.De ingestelde bedrijfsfunctie legt vast onder welke omstandigheden het toegewezen CV-circuit resp. warmwatercircuit moet worden geregeld.Voor CV-circuits staan de volgende bedrijfsfuncties ter beschikking:Auto:De werking van het CV-circuit wisselt volgens een instelbaar tijdprogramma tussen de bedrijfsfunc- ties "Verwarmen" en "Verlagen".Eco:De werking van het CV-circuit wisselt volgens een instelbaar tijdprogramma tussen de bedrijfsfunc- ties "Verwarmen" en "Uit". Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buiten- temperatuur) niet wordt geactiveerd.Verwarmen:Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de gewenste ka- mertemperatuur.Verlagen:Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de verlagingstem- peratuur.Uit:Het CV-circuit is uit, wanneer de vorstbeveili- gingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd.Aanwijzing:Naargelang systeemconfiguratie worden extra CV-circuits weergegeven. | Gewenste waarde dag: 20 °CVerlagingstemp.: 15 °C |
Warm water Parameter Bedrijfsfunctie WW AutoMax. warmwatertemp 60 °CMin. warmwatertemp 44 °CBoilertemp. actueel 51 °C>Gewenste temp. instellen | Voor aangesloten warmwaterboilers en het circula-tiecircuit zijn de bedrijfsfuncties Auto, Aan en Uit mogelijk.De maximale warmwatertemperatuur geeft aan tot welke temperatuur de warmwaterboiler moet wor-den verwarmd.De minimale warmwatertemperatuur geeft aan bijwelke grenswaarde de warmwaterboiler wordt ver-warmd als de temperatuur onder deze waarde daalt.Aanwijzing:De maximale warmwatertemperatuurwordt alleen weergegeven als de elektrische hulp-verwarming voor warm water is vrijgeschakeld (zie menu C7).Zonder elektrische hulpverwarming wordt de eind-temperatuur van het warme water door de regeluit-schakeling van de druksensor van het koelcircuit be-grensd en kan niet worden ingesteld!Boilertemp. actueel:actuele temperatuur in de warmwaterboiler Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren; daardoor is de maximale warmwatertemperatuur door de ho-gedrukuitschakeling in het koudemiddelcircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van ca. 58 °C. Om het aantal starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, dient een zo laag mo-gelijke warmwatertemperatuur te worden gekozen. | Min. warmwa-tertemp. 44 °C |
HK2 Tijdprogramma >ma1 00:00 24:002 : :3 : :>Weekdag/blok selecteren | In het menu HK2-tijdprogramma kunt u de verwar-mingstijden per CV-circuit instellen.U kunt per dag resp. blok maximaal drie verwar-mingstijden opslaan. De regeling gebeurt via de inge-stelde stooklijn en de ingestelde gewenste kamer-temperatuur. Afhankelijk van het contract met de exploitant van het elektriciteitsnet of de bouwwijze van het huis zijn afkoeltijden al dan niet nodig.Exploitanten van het elektriciteitsnet bieden eigen, goedkopere stroomtarieven voor warmtepompen aan. Vanuit het oogpunt van rendament kan het zin-vol zijn om de voordeliger nachtstroom te gebruiken.Bij laagenergiewoningen is vanwege het geringe warmteverlies van de woning een verlaging van de kamertemperatuur niet nodig.De gewenste afkoeltemperatuur moet in menu 2 worden ingesteld. | Ma. - Zo.0:00 - 24:00 uur |
| Weergegeven display Beschrijving Fabrleksinstelling | ||
| Warm waterTijdprogramma>ma106:00 22:002 : :3 : :Weekdag/blok selecteren | In het menuWarmwater-tijdprogrammakunt u instellen op welke tijden de warmwaterboiler wordt verwarmd.U kunt per dag resp. blok max. drie tijden opslaan. De beschikbaarstelling van warm water moet alleen op tijden actief zijn waarop ook daadwerkelijk warm water wordt getapt. Stel deze tijdprogramma's in op uw minimale eisen.Bij mensen met een baan buitenshuis kan bijvoorbeeld een tijdvenster van 6.00 - 8.00 uur en een tweede tijdvenster van 17.00 - 23.00 uur het energieverbruik via de warmwaterfunctie minimaliseren. | Ma. - Vr.6:00 - 22:00 uurZa.7:30 - 23:30 uurZo.7:30 - 22:00 uur |
| CirculatiepompTijdprogramma>ma106:00 22:002 : :3 : :Weekdag/blok selecteren | In het menuTijdprogramma voor circulatiepompkunt u instellen op welke tijden de circulatiepomp in werking moet zijn.U kunt per dag resp. blok max. drie tijden opslaan.AIs de bedrijfsfunctie voor warm water (zie menu [3] op "AAN" is gezet, loopt de circulatiepomp continu. Het tijdprogrammacirculatiepompdient overeen te komen met het tijdprogrammawarm water, evt. kunnen de tijdvensters nog strikter worden gekozen. Indien zonder ingeschakelde circulatiepomp de gewenste warmwatertemperatuur snel genoeg bereikt wordt, kan de circulatiepomp eventueel worden ge- deactiveerd.Bovendien kan via elektronische sensorschakelaars, die direct in de buurt van aftappunten geïnstalleerd en op de warmtepomp zijn aangesloten, een korte activering van de circulatiepomp plaatsvinden (principe trappenhuisverlichting). De schakeltijden van de circulatiepomp kunnen daardoor optimaal aan de werkelijke behoefte worden aangepast.Neem daarvoor contact op met uw installateur. | Ma. - Vr.6:00 - 22:00 uurZa.7:30 - 23:30 uurZo.7:30 - 22:00 uur |
| Weergegeven display Beschriljving FabrieksInstelling | ||
| Vakantie programmeren voor totaalsysteem [2TDX] Tijdvenster:1>06.01.08 08.01.082 14.01.08 30.01.08Gewenste temperatuur 12 °C>Startdag instellen | Voor de regeling en alle daarop aangesloten systeemcomponenten is het mogelijk twee vakantieperiodes met vermelding van datum te programmeren.Bovendien kunt u hier de gewenste kamertemperatuur voor de vakantie, d.w.z. onafhankelijk van het ingestelde tijdprogramma instellen. Na afloop van de vakantieperiode springt de regeling automatisch terug naar de daarvoor gekozen bedrijfsfunctie. De activering van het vakantieprogramma is alleen in de bedrijfsfuncties Auto en Eco mogelijk.Aangesloten boilerlaadcircuits of circulatiepompcircuits gaan tijdens het vakantieprogramma automatisch naar de bedrijfsfunctie UIT. Aangesloten boilerlaadcircuits of circulatiepompcircuits gaan tijdens het vakantieprogramma automatisch naar de bedrijfsfunctie UIT.Periodes van langere afwezigheid kunnen in het display "Vakanties programmeren" worden ingesteld.De gewenste temperatuur tijdens deze periode moet zo laag mogelijk worden gekozen.De warmwaterfunctie is in deze periode niet in bedrijf. | Periode 1:01.01.2003 -01.01.2003Periode 2:01.01.2003 -01.01.2003Gewenste temp.15 °C |
| Basisgegevens [7] Datum 21.04.08Dag MaUur 09:35>Waarden instelbaar | In het menu Basisgegevens kunt u de huidige datum, de dag en, indien geen radiogestuurde DCF-ontvangst mogelijk is, de actuele voor de regeling instellen.Deze instellingen zijn van invloed op alle aangesloten systeemcomponenten. | |
| Code niveau [8] Codenummer:>0 0 0 0>Cijfer instellen | Om bij het codeniveau (installateurniveau) te komen, moet de betreffende code worden ingevoerd.Om instelparameters zonder invoer van de code te kunnen lezen, moet u de instelknop € een keer in-drukken. Daarna kunt u alle parameters van het co-deniveau lezen door de instelknop € te draaien, maar kunt u deze niet veranderen. Als gebruiker kunt u zonder invoeren van de codes alle menu's van het codeniveau zien, maar niet veranderen.Attentie! Probeer nooit door het willekeurig invoeren van gegevens naar het codeniveau te komen. Abusievelijke wijzigingen van de specifieke parameters voor de installatie kan storingen, resp. schade aan de warmtepomp veroorzaken. | |
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
Tabel 5.1 In het gebruikersniveau instelbare parameters (vervolg)
5.6 Speciale functies
De keuze van de speciale functies is vanuit de basis-weergave mogelijk. Hiervoor drukt u op de linker instel-knop.
Om de parameter te veranderen, moet u de instelknop draaien. U kunt de volgende speciale functies selecteren:
- Spaarfunctie: 1 x op de instelknop ☐ drukken.
- Partyfunctie: 2 x op de instelknop 📄drukken.
- Eenmalige boilerlading: 3 x op de instelknop ☐ drukken.
- Koelbedrijf: 4 x op de instelknop ⏰ drukken.
Om een van de functies te activeren, hoeft u deze slechts te selecteren. In de spaarfunctie moet bovendien het tijdstip worden ingevoerd tot wanneer de spaarfunctie (naar verlagingstemperatuur regelen) geldig moet zijn.
De basisweergave verschijnt ofwel na afloop van de functie (bereiken van het tijdstip) of door opnieuw indrukken van de instelknop.
| Weergegeven display Beschrijving | |
| Wo 16.02.08 9:35Besparen geactiveerd>Eindtijd kiezen | Spaarfunctie:met de spaarfunctie kunt u de verwarmingstijden voor een instelbare periode verlagen.Tijd voor het einde van de spaarfunctie invoeren in het formaat hh:mm (uur:minuut). |
| Wo 16.02.08 9:35Party geactiveerd | Partyfunctie:Met de partyfunctie kunt u de verwarmings- en warmwatertijden langer dan het volgende uitschakeltijdstip tot aan het volgende verwarmingsbegin laten duren. De partyfunctie kunt u alleen voor de CV-circuits of warmwatercircuits gebruiken waarvoor de bedrijfsfunc-tie "Auto" of "ECO" is ingesteld. |
| Wo 16.02.08 9:35Eenmalige boiler geactiveerd | Eenmalige boilerlading:deze functie stelt u in staat de warmwaterboiler onafhankelijk van het actuele tijdprogramma één keer op te laden. |
| Wo 16.02.08 9:35 | Alleen als de koeling is geïnstalleerd en door de installateur is inge-steld op de regeling van de warmtepomp:Koelduur: UIT/1 tot 99 dagen.Als de koelfunctie actief is,- verschijnt in de grafische weergave het symbool van een ijskristal. |
| Koelfunctie actief voor > 3 dagen |
Tabel 5.2 Speciale functies
Tabel 5.2 Speciale functies (vervolg)
- Naar fabrieksinstelling resetten: Instelknop □en instelknop □langer dan 5 seconden tegelijkertijd ingedrukt houden. Daarna kunt u selecteren of alleen tijdprogramma's of alle waarden naar fabrieksinstelling moeten worden gereset.
| Weergegeven display Beschrijving | |
| Wo 21.04.08 9:35 | De fabrieksinstellingen worden weer tot stand gebracht. |
| FabrieksinstellingAnnuleren Nee/JaTijdprogramma Nee/JaAlles Nee/Ja | Attentie! Laat het resetten naar de fabrieksinstelling over aan de installateur. De installatiespecifieke instellingen worden gereset. Het systeem kan buiten werking worden gesteld. Het systeem kan niet worden beschadigd. |
| >Waarden instelbaar | Druk beide instelknoppen ten minste 5 seconden in, om het menu Fabrieksinstelling op te vragen. |
Tabel 5.3 Fabrieksinstelling weer tot stand brengen
5.7 Inbedrijfstelling van de warmtepomp
De inbedrijfname van uw warmptepomp is na de installatie door uw installateur uitgevoerd.
Ook als uw warmtepomp eens door een spanningsdaling ongecontroleerd van het elektriciteitsnet wordt gescheiden (stroomuitval, zekering defect, zekering gedeactiveerd) is het niet noodzakelijk om de warmtepomp opnieuw in bedrijf te nemen). Uw Vaillant warmtepomp beschikt over een automatische resetfunctie, d.w.z. dat de warmtepomp automatisch weer naar de uitgangspositie terugkeert voor zover er geen sprake is van een storing aan de warmtepomp zelf. Hoe u in geval van een storing reageert, leest u in hoofdstuk vorliegt 5.12.
5.8 Buiten bedrijf nemen van de warmtepomp
Het uitschakelen van de warmtepomp is alleen via de bedieningsconsole mogelijk, doordat verwarming en warmwaterfunctie in de betreffende menu's worden ge- deactiveerd (bedrijfsfunctie "Uit").
| HK2 |
| Parameter |
| Bedrijfsfunctie verwarmen |
| >Uit |
| Gewenste waarde dag 22 °C |
| Verlagingstemp. 15 °C |
| >Bedrijfsfunctie kiezen |
Afb. 5.3 CV-functie uitschakelen
| Warm water |
| Parameter |
| Bedrijfsfunctie WW >Uit |
| Max. warmwatertemp 60 °C 60 °C |
| Min. warmwatertemp 44 °C 44 °C |
| Boilertemp. actueel 51 °C 51 °C |
| >Gewenste temp. instellen |
Afb. 5.4 warmwaterbereiding uitschakelen

Aanwijzing! Indien het noodzakelijk is om de warmte- pompinstallatie compleet stroomloos te schakelen, schakel dan de zekering van uw verwarmingsinstallatie uit.
5.9 Inspectie door de vakman
In tegenstelling tot warmteopwekkers op basis van fossiele energiedragers zijn bij de Vaillant warmtepomp geoTHERM geen intensieve onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk. Voorwaarde voor de continue gebruiksveiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is echter een jaarlijkse inspectie van het systeem door de vakman.

Gevaar!
Niet-uitgevoerde inspectiewerkzaamheden kunnen leiden tot materiële schade en lichamelijk letsel.
Laat inspectie en reparaties alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd.

Aanwijzing!
Laat inspectie, onderhoud en reparaties alleen door een erkend installateur uitvoeren, zodat een economische werking van uw warmtepomp kan worden gegarandeerd.
5.10 Inspectie door de gebruiker
Naast de jaarlijkse inspectie door de vakman zijn enkele inspectiewerkzaamheden door de gebruikers uit te voeren.
5.10.1 Vuldruk van de CV-installatie controleren
Controleer regelmatig de waterdruk van de cv-installatie.
| Ma 21.04.08 16:49 | 1 | ☐ |
| Aanvoertemp. actueel: | 28 °C | |
| CV druk | 1,2 bar | |
| Druk warmtebron | 1,4 bar | |
| CV via comp. | ||
| Waarschuwing | ||
| Waarschuwing |
Afb. 5.5 Waterdruk controleren
- U kunt de waterdruk van uw cv-installatie aan de regelaar van de warmtepomp aflezen (zie afb. 5.5). De druk dient tussen 1 en 2 bar te liggen. Als de waterdruk onder 0,5 bar daalt, wordt de waterpomp automatisch uitgeschakeld en een storingsmelding weergegeven.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door wegstromend water bij lekkage aan de installatie.
Sluit bij lekkages in de warmwaterleidingen meteen de koudwaterstopkraan. Schakel bij lekkages in de cv-installatie de warmtepomp uit om verder wegstromen te verhinderen (zekering uit). Laat de lekkages door een installateur verhelpen.

Aanwijzing!
De koudwaterstopkraan is niet bij de levering van de warmtepomp inbegrepen. Deze wordt apart door de installateur geïnstalleerd. Deze geeft u uitleg over de positie en de bediening van dit component.
5.10.2 Vulpeil en waterdruk van het brijncircuit controleren
Controleer regelmatig het brijnpeil resp. de brijndruk van het brijncircuit.
- U kunt de waterdruk van het brijncircuit (Druk warmtebron) aan de regelaar van de warmtepomp aflezen (zie afb. 5.5).
De druk dient tussen 1 en 2 bar te liggen. Als de brijndruk gedurende 2 min. onder 0,6 bar daalt of eenmalig onder 0,2 bar, wordt de waterpomp automatisch uitgeschakeld en een storingsmelding weergegeven (zie hoofdst. 3.3 "brijnvloeistoftekort-zekering").

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door wegstro- mende brijnvloeistof bij lekkage aan de installatie.
Schakel bij lekkages in het brijncircuit de warmtepomp uit om verder wegstromen te verhinderen (zekering uit).
Laat de lekkages door een installateur verhelpen.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging.
Het brijncircuit moet met de juiste vloeistofhoeveelheid zijn gevuld, anders kan de installatie beschadigd worden. Controleer regelmatig het vulpeil van het brijncircuit en informeer uw installateur als het vulpeil in het compensatiereservoir voor brijn te laag is. Het vullen van het brijncircuit van uw warmtepompinstallatie mag alleen door erkende installateurs worden uitgevoerd.
Als het vulpeil van de brijnvloeistof zo ver is gedaald dat deze in het compensatiereservoir voor brijn niet meer zichtbaar is, moet u brijnvloeistof bijvullen.

Afb. 5.6 Niveau van het pekelreservoir
Legenda bij afb. 5.5
1 Niveau te laag
2 Niveau correct
Als het vulpeil van de brijnvloeistof in de eerst maand na inbedrijfname van de installatie iets daalt, is dat normaal. Het vulpeil kan ook afhankelijk van de temperatuur van de warmtebron variëren. Deze mag echter nooit zo ver dalen dat hij in het compensatiereservoir voor brijn niet meer zichtbaar is.
5.11 Reiniging en onderhoud
Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de man- tel kunnen beschadigen.

Aanwijzing!
Reinig de mantel van uw warmtepomp met een vochtige doek en zeep.
5.12 Verhelpen van storingen en diagnose
5.12.1 Storingsmeldingen op regeling
Storingsmeldingen verschijnen ca. 20 sec. nadat de storing is opgetreden op het display en worden in het storingsgeheugen van de regeling geschreven, wanneer de storing ca. 3 min. actief is, hier kan de vakman ze later oproepen.
| Storings geheugen | 11 |
| Storingsnummer > 1 | |
| Storingscode 41 | |
| 16.02.08 07:18 | |
| Fout | |
| Voeler T3 warmtebron | |
Afb. 5.7 Storingsmelding in storingsgeheugen menu I1
De geoTHERM regeling kent verschillende storingstypes:
- Storing van componenten die via eBus zijn aangesloten.
- Tijdelijke uitschakeling
De warmtepomp blijft in werking. De storing wordt weergegeven en verdwijnt automatisch als de oorzaak van de storing is verholpen.
- Uitschakeling door storing
De warmtepomp wordt uitgeschakeld. Deze kan na op- lossing van de storingsoorzaak door de installateur en na terugzetten van de fout opnieuw worden gestart.
- Bovendien kunnen bij het toestel of het systeem Ove-rige fouten/storingen optreden.

Attentie!
Storing aan de warmtepomp!
Neem onmiddellijk contact op met uw installateur als er storingsmeldingen op het display van de bedieningsconsole worden weergegeven die niet in de tabellen 5.4 tot 5.7 worden vermeld. Probeer de storingsbron niet zelf te ver- helpen.

Aanwijzing!
Niet alle hierna vermelde storingen moe- ten per se door een erkend installateur worden verholpen.
Als u er niet zeker van bent of u de storingsoorzaak zelf kunt verhelpen of de fout zich meerdere keren herhaalt, neem dan contact op met uw installateur of met de Vaillant servicedienst.
5.12.2 Noodbedrijf activeren
Afhankelijk van het type storing kan de vakman instellen, dat de warmtepomp tot het verhelpen van de oorzaak van de storing in een noodmodus (via de geïntegreerde elektrische hulpverwarming) verder werkt, en wel voor CV-functie (weergave "CV voorrang"), voor warmwaterfunctie (weergave "Warm water voorrang") of voor beide (weergave "CV voorrang/warm water voorrang"), zie volgende tabellen, kolom "Noodmodus".
5.12.3 Fouten/storingen die u kunt oplossen
| Storingsaanduiding Mogelijke oorzaak | Maatregel voorverhelpen |
| Geluiden in CV-circuit. Vervuilingen in het CV-circuit. | CV-circuit ontluch-ten. |
| Pomp defect. | |
| Lucht in CV-cir-cuit. |
Tabel 5.4 Overige storingen
5.12.4 Waarschuwingen
De volgende waarschuwingen veroorzaken geen storing van de warmtepompfunctie. De warmtepomp wordt niet uitgeschakeld.
Noteer de storingscode en storingstekst en bespreek deze bij de volgende inspectie met de installateur.
| Storingscode Storingstekst/Beschrijving | |
| 26 Drukzijde compressor oververhitting | |
| 36 | Brijnvloeistofdruk laag |
Tabel 5.5 Waarschuwingen, geen uitschakeling
5.12.5 Tijdelijke storingen
De warmtepomp wordt tijdelijk uitgeschakeld en start weer automatisch als de storingsoorzaak is verholpen. Afhankelijk van de storing gaat de warmtepomp na 5 resp. 60 minuten automatisch weer in bedrijf. Noteer de storingscode en storingstekst en bespreek deze bij de volgende inspectie met de installateur.
| Storingscode | Storlingstekst/Beschrijving |
| 20 Vorstbeve | liging warmtebron bewaking bronuitgangTemperatuurspreiding van de warmtebron > ingestelde waarde "Toegest. temp.-spreiding"Deze storingsmelding is standaard gedeactiveerd en kan alleen via vrDIALOG parameter "Toegest. temp.-spreiding" worden geactiveerd (20 K spreiding betekent gedeactiveerd). |
| 21 (alleen VWW) | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangBronuitgangstemperatuur te laag (< 4 °C) |
| 22 (alleen VWS) | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangBronuitgangstemperatuur te laag (< parameter be-vriezingsbeveiliging in menu A4) |
| 23 (alleen VWW) | Geen grondwaterdoorstromingGeïntegreerde stromingsschakelaar herkent geen volumestroom |
| 27 Koudemiddel druk te hoogDe geïntegreerde hogedrukschakelaar is bij 30 bar (g) geactiveerd.De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wacht-tijd van 60 min weer starten | |
| 28 Koudemiddel druk te laagDe geïntegreerde lagedrukschakelaar is bij 1,25 bar (g) geactiveerd. | |
| 29 Koudemiddel druk buiten het bereikAls de storing twee keer achter elkaar optreedt, kan de warmtepomp op z'n vroegst na een wacht-tijd van 60 min weer starten. | |
Tabel 5.6 Tijdelijke storingen
5.12.6 Uitschakeling door storing
Er kunnen storingen optreden, die leiden tot het uitschakelen van de warmtepomp.
| Storings-code | Storingstekst/Beschrijving | Noodmodus |
| 32 Fout warmtebron sensor T8Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 33 Fout CV-circuitdruksensorKortsluiting in druksensor | ||
| 34 Fout pekelduksensorKortsluiting in druksensor | mogelijk | |
| 40 Fout sensor T1Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 41 Fout warmtebron sensor T3Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 42 Fout sensor T5Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 43 Fout sensor T6Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 44 Fout buitenvoeler AFKortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 45 Fout boilervoeler SPKortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 46 Fout sensor VF1Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 47 Fout retour sensor..... RF1Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 48 Fout aanvoer sensor..... VF2Kortsluiting in voeler | WW-functiemogelijk | |
| 52 Voeler staat niet op hydraulisch schema | - | |
| 60 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangStoring 20 drie keer achter elkaar opgetreden | mogelijk | |
| 61 alleen VWW | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangStoring 21 drie keer achter elkaar opgetreden | mogelijk |
| 62 alleen VWS | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangStoring 22 drie keer achter elkaar opgetreden | mogelijk |
| 63 alleen VWW | Geen grondwaterdoorstromingStoring 23 drie keer achter elkaar opge-treden | mogelijk |
| 72 Aanvoertemperatuur te hoog voor vloerverwarmingAanvoertemperatuur gedurende 15 min hoger dan een ingestelde waarde is (max. HK-temp. + compr.- hysterese + 2 K). | - | |
| 81 Koudemiddel druk te hoogStoring 27 drie keer achter elkaar opge-treden | mogelijk | |
| 83 Koudemiddel druk te laag warmtebron controlerenStoring 28 drie keer achter elkaar opge-treden | mogelijk | |
| 84 Koudemiddel druk buiten het bereikStoring 29 drie keer achter elkaar opge-treden | mogelijk | |
| 90 CV-druk te laagDruk < 0,5 barWarmtepomp schakelt uit en gaat van-zelf in werking wanneer de druk boven 0,7 bar stijgt | - | |
Tabel 5.7 Uitschakeling door storing
- Neem contact op met uw installateur.
Tabel 5.7 Uitschakeling door storing (vervolg)

Aanwijzing!
Alleen een installateur mag de storings- oorzaak oplossen en de storingscode te- rugzetten.
Als de installateur de foutoorzaak heeft opgelost en de storing heeft teruggezet, kan hij de waterpomp weer in bedrijf nemen.
6 Garantie en serviceteam
6.1 Fabrieksgarantie (Nederland)
Fabrieksgarantie wordt verleend alleen indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant BV erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product.
De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie die conform zijn aan de algemene garantiebepalingen van Vaillant BV. Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend door de servicedienst Vaillant BV of door een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf uitgevoerd.
Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien vooraf toestemming is verleend aan een door
Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf en als het conform de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiegeval betreft.
6.2 Fabrieksgarantie (België)
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op het aankoopfactuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden.
De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaarden :
- Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden, onder zijn volledige verantwoordelijkheid, en zal erop letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden.
- Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant-toestel gemonteerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd.
- Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie!
De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de na-verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde
6 Garantie en serviceteam
persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt.
Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het dis- trict waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd.
Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toegelaten toestand niet te veranderen, mag bij onderhoud en herstellingen enkel nog originele Vaillant onderdelen gebruikt worden.
6.3 Serviceteam (Nederland)
Het Serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer (020) 565 94 40.
6.4 Klantendienst (België)
Vaillant NV-SA
Rue Golden Hopestraat 15
1620 Drogenbos
Tel:02/3349352
7 Bijlage
| Benaming Eenheid VWS 220/2 VWS 300/2 | VWS 380/2 VWS 460/2 | ||||
| Artikelnummer - | 010002797 | 001000 | 2798 | 0010002799 | 0010002800 |
| Hoogte zonder aansluitingen | mm | 1200 | |||
| Breedte | mm | 760 | |||
| Diepte zonder kolom | mm | 900 | |||
| Diepte met kolom | mm | 1100 | |||
| Gewicht | |||||
| - met verpakking | kg | 356 | 370 | 394 | 417 |
| - zonder verpakking | kg | 326 | 340 | 364 | 387 |
| - gereed voor gebruik | kg | 341 | 359 | 386 | 414 |
| Nominale spanning | |||||
| - Compressor | - | 3/N/PE 400 V 50 Hz | |||
| - Brijnpomp | 1/N/PE 230 V 50 Hz 3/N/PE 400 V 50 Hz | ||||
| - CV-pomp | 1/N/PE 230 V 50 Hz (max. 1 x 2 A)1/N/PE 230 V 50 Hz | ||||
| - regelkring | 1/N/PE 230 V 50 Hz | ||||
| - Extra verwarming | 3/N/PE 400 V 50 Hz (max. 3 x 13 A) | ||||
| Zekering, traag A 20 25 32 40 | |||||
| Aanloopstroom | |||||
| - zonder aanloopstroombegrenzer | A | 99 | 127 | 167 | 198 |
| - met aanloopstroombegrenzer | A | 44 | 65 | 85 | 110 |
| Elektrisch opgenomen vermogen/toegekend vermogen | |||||
| - min. bij B-5W35 | kW | 4,9 | 6,6 | 8,5 | 10,2 |
| - max. bij B20W60 | kW | 10,0 | 12,0 | 16,0 | 18,0 |
| - Fasenverschuifhoek cos phi | - | 0,7-0,84 | 0,72-0,83 | 0,76-0,86 | 0,75-0,86 |
| - Extra verwarming | kW | 3 x 3 (3 x 13 A) | |||
| Beschermklasse EN 60529 - | IP 20 | ||||
| Hydraulische aansluiting | |||||
| - CV aanvoer en retour | mm | G 1 1/2" | |||
| - warmtebron aanvoer en retour | mm | G 1 1/2" | |||
| Warmtebroncircuit (pekelcircuit) | |||||
| - type pekel | - | ethyleenglycol 30 % | |||
| - max. werkdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | |||
| - min. ingangstemperatuur | °C | -10 | |||
| - max. ingangstemperatuur | °C | 20 | |||
| - nominale volumestroom dT 3K | I/h | 4858 | 6660 | 8640 | 9840 |
| - restopvoerhoogte dT 3K | mbar | 324 | 275 | 431 | 379 |
| - nominale volumestroom dT 4K | I/h | 3644 | 4995 | 6480 | 7380 |
| - restopvoerhoogte dT 4K | mbar | 468 | 439 | 655 | 626 |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | 390 | 390 | 585 | 585 |
| CV-circuit | |||||
| - max. werkdruk | MPa (bar) | 0,3 (3) | |||
| - min. aanvoertemperatuur | °C | 25 | |||
| - max. aanvoertemperatuur | °C | 62 | |||
| - nominale volumestroom dT 5K | I/h | 3726 | 5160 | 6600 | 7680 |
| - drukverlies dT 5K | mbar | 72 | 87 | 132 | 173 |
| - nominale volumestroom dT 10K | I/h | 1902 | 2580 | 3336 | 3900 |
| - drukverlies dT 10K | mbar | 23 | 25 | 40 | 53 |
| - elektrisch opgenomen vermogen pomp | W | ||||
| Koelcircuit | |||||
| - koudemiddeltype | - | R 407 C | |||
| - hoeveelheid | kg | 4,1 5,99 6,7 | 8,6 | ||
| - toegestane werkoverdruk | MPa (bar) | 2,9 (29) | |||
| - compressortype | - | Scroll | |||
| - olie | - | ester | |||
| - olievulhoeveelheid | I | 4 | 4 | 4,14 | 4,14 |
| Benaming Eenheld VWS 220/2 VWS 300/2 | VWS 380/2 VWS 460/2 | |||
| Vermogensgegevens warmtepompBOW35 dT5- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COPBOW35 dT10- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COP | kWkW- kWkW- | 21,65,14,322,14,94,5 | 29,96,84,430,56,54,7 | 38,38,84,438,78,44,6 |
| Vermogensgegevens warmtepomp (vervolg) B5W55- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COP | - kWkW- | 23,07,03,3 | 31,59,63,3 | 41,112,33,4 |
| Geluidsvermogen binnen dbA 63 63 63 65 | ||||
| Voldoet aan veiligheidsvoorschriften - CE 1027 | Symbool | Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG EMC-richtlijn 89/336/EEG EN 60335 ISO 5149 Richtlijn drukapparatuur 97/23/EG categorie II | ||
Tabel 7.1 Technische gegevens VWS (vervolg)
| Benaming Eenheld VWW 220/2 VWW 300/2 VWW 380/2 VWW 460/2 | |||||
| Artikelnummer - 0010002801 | 0010002802 | 0010002803 | 0010002804 | ||
| Hoogte zonder aansluitingen | mm | 1200 | |||
| Breedte | mm | 760 | |||
| Diepte zonder kolom | mm | 900 | |||
| Diepte met kolom | mm | 1100 | |||
| Gewicht | |||||
| - Met verpakking | kg | 340 | 354 | 374 | 397 |
| - Zonder verpakking | kg | 310 | 324 | 344 | 367 |
| - Gereed voor gebruik | kg | 325 | 343 | 366 | 394 |
| Nominale spanning | - | 3/N/PE 400 V 50 Hz | |||
| - Compressor | 3/N/PE 400 V 50 Hz (max. 3 x 5 A) | 3/N/PE 400 V 50 Hz(max. 3 x 8,5 A) | |||
| - Bronpomp extern | 1/N/PE 230 V 50 Hz (max. 1 x 2 A) | ||||
| - CV-pomp extern | 1/N/PE 230 V 50 Hz | ||||
| - Regelkring | 3/N/PE 400 V 50 Hz (max. 3 x 13 A) | ||||
| - Extra verwarming | |||||
| Zekering, traag | A | 20 | 25 | 32 | 40 |
| Aanloopstroom | |||||
| - Zonder aanloopstroombegrenzer | A | 99 | 127 | 167 | 198 |
| - Met aanloopstroombegrenzer | A | 44 | 65 | 85 | 110 |
| Elektrisch opgenomen vermogen/toegekend vermogen | |||||
| - Min. bij B-5W35 | kW | 4,9 | 6,6 | 8,5 | 10,2 |
| - Max. bij B20W60 | kW | 10,0 | 12,0 | 16,0 | 18,0 |
| - Fasenverschuifhoek cos phi | - | 0,7-0,84 | 0,72-0,83 | 0,76-0,86 | 0,75-0,86 |
| - Extra verwarming | kW | 3 x 3 (3 x 13 A) | |||
| Beschermklasse EN 60529 | - | IP 20 | |||
| Benaming Eenheld VWW 220/2 VWW 300/2 VWW 380/2 VWW 460/2 | |||||
| Hydraulische aansluiting- CV aanvoer en retour- Warmtebron aanvoer en retour | mm | G 11/2" | |||
| mm | G 11/2" | ||||
| Warmtebroncircuit- Max. werkdruk- Min. ingangstemperatuur- Max. ingangstemperatuur | MPa (bar)°C°C | " - " | |||
| " - " | |||||
| " - " | |||||
| - Nominale volumestroom dT 3K- Restopvoerhoogte dT 3K- Nominale volumestroom dT 4K- Restopvoerhoogte dT 4K- Elektrisch opgenomen vermogen pomp | l/hmbarl/hmbarW | 6417" - "4813" - " " - " | 8760" - "6570" - " " - " | 10800" - "8100" - " " - " | 13080" - "9810" - " " - " |
| CV-circuit- Max. werkdruk- Min. aanvoertemperatuur- Max. aanvoertemperatuur | MPa (bar)°C°C | 0,3 (3)2562 | |||
| - Nominale volumestroom dT 5 K- Restopvoerhoogte dT 5 K- Nominale volumestroom dT 10 K- Restopvoerhoogte dT 10 K- Elektrisch opgenomen vermogen pomp | l/hmbarl/hmbarW | 5099106260331" - " | 6960152360045" - " | 8700198450058" - " | 10440251552076" - " |
| Koelcircuit- Koudemiddeltype - R 407 C | |||||
| - Hoeveelheid kg 4,3 5,99 6,7 8,6 | |||||
| - Toegestane werkoverdruk- Compressortype- Olie- Olievulhoeveelheid | MPa (bar)-I | 2,9 (29)Scrollester | |||
| 4 4 4,14 4,14 | |||||
| Vermogensgegevens warmtepompW10W35 dT5- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COPW10W35 dT10- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COPW10W55- Verwarmingsvermogen- Opgenomen vermogen- Prestatiecoëfficiënt/COP | kWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWk WkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWkWk | 29,95,85,230,25,55,530,25,55,530,25,55,526,97,63,5 | 41,67,85,342,47,55,737,210,43,6 | 52,69,85,352,39,45,547,412,93,6 | 63,612,45,164,712,05,457,315,83,6 |
| Geluidsvermogen binnen dbA 63 63 63 65 | |||||
| Voldoet aan veiligheidsvoorschriften | - | CE 1027-symbolLaagspanningsrichtlijn 73/23/EEGEMC-richtlijn 89/336/EEGEN 60335ISO 5149Richtlijn drukapparatuur 97/23/EG categorie II | |||
Tab. 7.2 Technische gegevens VWW (vervolg)
7.3 Typeplaatje
Bij de warmtepomp geoTHERM is binnen op de bodemplaat een typeplaatje aangebracht. Een typeaanduiding bevindt zich boven op de frontmantel (zie afb. 3.3, pos. 2).

Afb. 7.1 Voorbeeld voor een typeplaatje
Verklaring van symbolen voor het typeplaatje
| Ontwerpspanning compressor | ||
![]() | Ontwerpspanning regeling + CV-pomp | |
![]() | Ontwerpspanning extra verwar- ming | |
![]() | Ontwerpvermogen max. | |
![]() | Ontwerpvermogen compressor, pompen en regeling | |
![]() | Ontwerpvermogen extra verwar- ming | |
| ### | Aanloopstroom zonder aanloop- stroombegrenzer | |
![]() | Aanloopstroom incl. aanloop- stroombegrenzer | |
![]() | Koudemiddel type | |
| Vulhoeveelheid | ||
| Toegelaten ontwerpoverdruk | ||
![]() | B0/W35 | Vermogenswaarde bij pekeltempe- ratuur 0 °C en CV-aanvoertempe- ratuur 35 °C |
![]() | B5/W55 | Vermogenswaarde bij pekeltempe- ratuur 5 °C en CV-aanvoertempe- ratuur 55 °C |
![]() | B0/W35 | Verwarmingsvermogen thermisch bij pekeltemperatuur 0 °C en CV-aanvoertemperatuur 35 °C |
| B5/W55 | Verwarmingsvermogen thermisch bij pekeltemperatuur 5 °C en CV-aanvoertemperatuur 55 °C | |
![]() | .1027 CE-symbol | |
![]() | VDE-/GS-keurmerk VDE-EMV-teken | |
![]() | Gebruiksaanwijzing en installatie- handleiding lezen! | |
| ### | Beschermklasse voor vocht | |
![]() | Na afloop van de gebruiksduur zor- gen voor een correcte afvoer (geen huisvuil) | |
| [STCa8] | Serienummer (Serial Number) | |
Tabel 7.3 Verklaring van symbolen
N.V. Vaillant S.A.
Rue Golden Hopestraat 15 ■ B·1620 Drogenbos ■ Tel. 02/334 93 00
Fax 02/334 93 19 ■ www.vaillant.be ■ info@vaillant.be
Vaillant BV
Postbus 23250 ■ 1100 DT Amsterdam ■ Telefoon 020 / 565 92 00
Telefax 020 / 696 93 66 www.vaillant.nl info@vaillant.nl
Instelknopdraai:Menu selecteren,bijv. van menu 6 tot 7.
Broningangstemperatuur: temperatuursensor; in het voorbeeld 9 °C.
Onder de pijl wordt het vermogen van de warmtebron (in het voorbeeld 10 KW) aangegeven.De mate van zwartheid van de pijl geeft grafisch de energie-efficiëntie van de warmtepomp onder de gegeven operationele toestand weer.
>>> links en rechts knippert, als de compressor is ingeschakeld en daardoor bij de omgeving energie wordt ontnomen die naar het CV-systeem wordt geleid.
>>> rechts knippert, als energie naar het CV-systeem wordt geleid (b.v. alleen via elektrische hulpverwarming).
Warmtepomp bevindt zich in CV-functie. Bovendien wordt de CV-aanvoertemperatuur aangegeven (in het voorbeeld 30 °C).
Symbool geeft aan dat de warmwaterboiler verwarmd wordt of de warmtepomp stand-by is. Bovendien wordt de temperatuur in de warmwaterboiler aangegeven.
Alleen als de koeling is geïnstalleerd en door de installateur is ingesteld op de regeling van de warmtepomp:Symbool geeft aan dat de warmtepomp bezig is met koelen. Onder het symbool wordt de actuele CV-aanvoertemperatuur aangegeven (in het voorbeeld 20 °C).
Aanwijzing: kies de gewenste kamertemperatuur slechts zo hoog dat de temperatuur voor uw per- soonlijk comfort precies voldoende is (bijv. 20 °C). ledere graad hoger dan de ingestelde waarde bete- kent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.DeVerlagingstemp.is de temperatuur waarnaar de CV in de afkoelperiode wordt geregeld. Voor elk CV-circuit kan een eigen v verlagingstemperatuur worden ingesteld.De ingestelde bedrijfsfunctie legt vast onder welke omstandigheden het toegewezen CV-circuit resp. warmwatercircuit moet worden geregeld.Voor CV-circuits staan de volgende bedrijfsfuncties ter beschikking:Auto:De werking van het CV-circuit wisselt volgens een instelbaar tijdprogramma tussen de bedrijfsfunc- ties "Verwarmen" en "Verlagen".Eco:De werking van het CV-circuit wisselt volgens een instelbaar tijdprogramma tussen de bedrijfsfunc- ties "Verwarmen" en "Uit". Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buiten- temperatuur) niet wordt geactiveerd.Verwarmen:Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de gewenste ka- mertemperatuur.Verlagen:Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de verlagingstem- peratuur.Uit:Het CV-circuit is uit, wanneer de vorstbeveili- gingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd.Aanwijzing:Naargelang systeemconfiguratie worden extra CV-circuits weergegeven.
Bedrijfsfunctie WW AutoMax. warmwatertemp 60 °CMin. warmwatertemp 44 °CBoilertemp. actueel 51 °C>Gewenste temp. instellen
Wij raden aan om de warmwaterfunctie zonder de extra elektrische verwarming te realiseren; daardoor is de maximale warmwatertemperatuur door de ho-gedrukuitschakeling in het koudemiddelcircuit van de warmtepomp ingesteld. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van ca. 58 °C. Om het aantal starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, dient een zo laag mo-gelijke warmwatertemperatuur te worden gekozen.
Tijdprogramma >ma1 00:00 24:002 : :3 : :>Weekdag/blok selecteren
Afhankelijk van het contract met de exploitant van het elektriciteitsnet of de bouwwijze van het huis zijn afkoeltijden al dan niet nodig.Exploitanten van het elektriciteitsnet bieden eigen, goedkopere stroomtarieven voor warmtepompen aan. Vanuit het oogpunt van rendament kan het zin-vol zijn om de voordeliger nachtstroom te gebruiken.Bij laagenergiewoningen is vanwege het geringe warmteverlies van de woning een verlaging van de kamertemperatuur niet nodig.De gewenste afkoeltemperatuur moet in menu 2 worden ingesteld.
De beschikbaarstelling van warm water moet alleen op tijden actief zijn waarop ook daadwerkelijk warm water wordt getapt. Stel deze tijdprogramma's in op uw minimale eisen.Bij mensen met een baan buitenshuis kan bijvoorbeeld een tijdvenster van 6.00 - 8.00 uur en een tweede tijdvenster van 17.00 - 23.00 uur het energieverbruik via de warmwaterfunctie minimaliseren.
Het tijdprogrammacirculatiepompdient overeen te komen met het tijdprogrammawarm water, evt. kunnen de tijdvensters nog strikter worden gekozen. Indien zonder ingeschakelde circulatiepomp de gewenste warmwatertemperatuur snel genoeg bereikt wordt, kan de circulatiepomp eventueel worden ge- deactiveerd.Bovendien kan via elektronische sensorschakelaars, die direct in de buurt van aftappunten geïnstalleerd en op de warmtepomp zijn aangesloten, een korte activering van de circulatiepomp plaatsvinden (principe trappenhuisverlichting). De schakeltijden van de circulatiepomp kunnen daardoor optimaal aan de werkelijke behoefte worden aangepast.Neem daarvoor contact op met uw installateur.
Aangesloten boilerlaadcircuits of circulatiepompcircuits gaan tijdens het vakantieprogramma automatisch naar de bedrijfsfunctie UIT.Periodes van langere afwezigheid kunnen in het display "Vakanties programmeren" worden ingesteld.De gewenste temperatuur tijdens deze periode moet zo laag mogelijk worden gekozen.De warmwaterfunctie is in deze periode niet in bedrijf.












