GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 - Pomp VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 VAILLANT in PDF-formaat.
| Producttype | Warmtepomp (lucht/water) |
| Model | GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 |
| Merk | Vaillant |
| Afmetingen (H x B x D) | ca. 1000 x 600 x 800 mm |
| Gewicht | ca. 70 kg |
| Voedingsspanning | 400 V / 3-fase / 50 Hz |
| Nominaal vermogen (verwarming) | 6-17 kW |
| Nominaal vermogen (koeling) | 5-14 kW |
| Koudemiddel | R410A |
| Geluidsniveau (buitenunit) | ca. 55 dB(A) |
| Toepassingsgebied | Verwarming en koeling van woningen |
| Regeling | Geïntegreerde regeling met buitentemperatuurcompensatie |
| Aansluitingen | 1" AG (verwarming/koeling) |
| Minimale aanvoertemperatuur | -20 °C |
| Maximale aanvoertemperatuur | 60 °C |
| Energielabel | A++ (verwarming) |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle door erkende installateur aanbevolen |
| Reiniging | Buitenunit: reinig verdamper met zachte borstel; binnenunit: filter reinigen |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, vorstbeveiliging, hogedrukbeveiliging |
| Repareerbaarheid | Modulair ontwerp; reserveonderdelen verkrijgbaar via Vaillant-service |
Veelgestelde vragen - GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 VAILLANT
Gebruikersvragen over GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING GeoTHERM Solo VWS 61-171/3 VAILLANT
1 Aanwijzingen bij de documentatie ....3
1.1 Aanvullend geldende documenten in acht nemen....3
1.2 Documenten bewaren
1.3 Gebruikte symbolen
1.4 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing ....3
1.5 CE-markering
2 Veiligheidsinstructies....4
2.1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ....4
2.1.1 Classificatie van de waarschuwingsaanwijzingen ....4
2.1.2 Opbouw van waarschuwingen 4
2.3 Fundamentele veiligheidsinstructies ....
3 Toestelopbouw en toestelfuncties....6
3.1 Opbouw van de warmtepomp....6
3.2 Toestelfuncties....7
3.2.1 Werkingsprincipe....7
3.2.2 Automatische veiligheidsfuncties....8
3.2.3 Handmatig instelbare functies 9
3.3 Weersafhankelijke energiebalansregelaar 9
3.3.1 Energiebalansregeling 9
3.3.2 Regeling gewenste aanvoertemperatuur ..... 10
3.3.3 Regeling met vaste waarde....10
3.4 Modi van het CV-bedrijf en van het warmwaterbedrijf....10
3.4.1 CV-functie....10
3.4.2 Warmwaterfunctie 10
3.5 Energiespaartips....11
3.5.1 Energie sparen....11
3.5.2 Energie door het juiste gebruik van de thermostaat sparen....11
4 Bediening....12
4.1 Thermostaat leren kennen en bedienen....12
4.2 Bedieningsvoorbeeld "Dag van de week instellen" 13
4.3 Structuur van de thermostatmenu 14
4.4 Kort overzicht menuvolgorde....15
4.5 Overzicht instel- en uitleesmogelijkheden......16
4.6 Functie-indicaties....18
4.7 Basisgegevens handmatig instellen....19
4.8 Bedrijfstoestand en waarschuwingsmeldingen uitlezen....20
4.9 CV-bedrijf instellen....21
4.9.1 Modus voor CV-bedrijf instellen ....21
4.9.2 Gewenste kamertemperatuur instellen....22
4.9.3 Verlagingstemperatuur instellen....22
4.9.4 Tijdprogramma voor CV-bedrijf instellen......23
4.10 Warmwaterbedrijf instellen 24
4.10.1 Modus voor warmwaterbedrijf instellen .....24
4.10.2 Maximale en minimale warmwatertemperatuur instellen....24
4.10.3 Actuele boilertemperatuur aflezen....25
4.10.4 Tijdprogramma voor warmwaterbedrijf instellen ..25
4.10.5 Tijdprogramma voor warmwatercirculatiefunctie instellen....26
4.11 Vakantiefunctie voor volledig systeem ....3 programmeren....27
.4.12.....3 Handmatig instelbare functies activeren .....28
4.12.1 Spaarfunctie activeren....28
.432.2 Partyfunctie activeren....28
4.12.3 Eenmalige boilerlading activeren 29
4.13 Instelwaarden van het code niveau lezen .....29
4.14 Fabrieksinstellingen herstellen.... 30
4.15 Warmtepomp tijdelijk uitschakelen 31
4.16 Warmtepomp uitschakelen....31
.54 Verhelpen van storingen....32
5.1 Storingstyles....32
5.2 Foutgeheugen bekijken....32
5.3 Fouten met tijdelijke waarschuwingsmelding......32
5.4 Fouten met tijdelijke uitschakeling....33
5.5 Fouten met permanente uitschakeling....33
5.6 Storingen zelf verhelpen....35
6 Onderhoud....36
6.1 Eisen aan de opstellingsplaats in acht nemen .....36
6.2 Warmtepomp reinigen en onderhouden 36
6.3 Warmtepomp onderhouden 36
6.3.1 Vuldruk van de CV-installatie controleren......36
6.3.2 Vulpeil en vuldruk van het brijncircuit controleren (alleen VWS)....37
7 Recycling en afvoer 38
7.1 Verpakking laten afvoeren 38
7.2 Warmtepomp afvoeren....38
7.3 Brijnvloeistof afvoeren (alleen VWS) 38
7.4 Koelmiddel laten afvoeren.... 38
8 Garantie en serviceteam 40
8.1 Fabrieksgarantie....40
10 Lijst met vakwoorden 43
Trefwoordenregister 45
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing zijn nog andere documenten geldig.
Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden.
De Vaillant warmtepompen geoTHERM worden in deze handleiding algemeen als warmtepomp omschreven.
1.1 Aanvullend geldende documenten in acht nemen
- Neem bij de bediening absoluut ook alle gebruiksaanwijzingen in acht die bij andere componenten van uw CV-installatie geleverd worden.
1.2 Documenten bewaren
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend geldende documenten goed, zodat u er over kunt beschikken als u ze nodig heeft.
- Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.
1.3 Gebruikte symbolen
Hierna zijn de in de tekst gebruikte symbolen verklaard. In deze handleiding worden bovendien tekens voor de aanduiding van gevaren gebruikt (→hfdst.2.1.1).

Symbool voor een nuttige aanwijzing en informatie
▶ Symbol voor een vereiste activiteit
1.4 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing
De gebruiksaanwijzing geldt uitsluitend voor warmtepompen met de volgende artikelnummers:
| Typeaanduiding Artikelnummer | |
| Brijn-waterwarmtepompen (VWS) | |
| VWS 61/3 | 0010009068 |
| VWS 81/3 | 0010009069 |
| VWS 101/3 | 0010009070 |
| VWS 141/3 | 0010009071 |
| VWS 171/3 | 0010009072 |
| Water-waterwarmtepompen (VWW) | |
| VWW 61/3 | 0010009082 |
| VWW 81/3 | 0010009083 |
| VWW 101/3 | 0010009084 |
| VWW 141/3 | 0010009085 |
| VWW 171/3 | 0010009086 |
1.1 Typeaanduidingen en artikelnummers
- Het 10-cijferige artikelnummer van uw warmtepomp vindt u op de sticker (→ afb.3.1, pos. 1) die op de frontmantel onderaan rechts aangebracht is. Vanaf het 7e cijfer van het serienummer lezen.
1.5 CE-markering
De CE-markering wordt in de installatiehandleiding gedocumenteerd.
2 Veiligheidsinstructies
2.1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
- Neem bij de bediening van de geoTHERM-warmtepomp de algemene veiligheidsvoorschriften en de waarschuwingen in acht die eventueel bij een handeling aangegeven zijn.
2.1.1 Classificatie van de waarschuwingsaanwijzingen
De waarschuwingen zijn als volgt met gevarentekens en signaalwoorden m.b.t tot ernst van het mogelijke gevaar ingedeeld:
| Gevarenteken $ignaal-woord | Toelichting | |
![]() | Gevaarlijk! | Onmiddellijk levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel |
![]() | Gevaarlijk! | Levensgevaar door elektrische schok |
![]() | Waarschu-wing! | Gevaar voor lichte lichamelijke letsels |
![]() | Wees voor-zichtig! | Risico op materiële schade of schade voor het milieu |
2.1 Betekenis van gevarentekens en signaalwoorden
2.1.2 Opbouw van waarschuwingen
Waarschuwingsaanwijzingen herkent u aan de bovenste en onderste scheidingslijn. Ze zijn volgens het volgende basisprincipe opgebouwd:

Signaalwoord! Gevarensoort en -bron!
Toelichting van de gevarensoort en -bron.
- Maatregelen voor het afwenden van het gevaar.
De Vaillant warmtepompen van het type geoTHERM zijn volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels geconstrueerd. Toch kan er bij ondeskundig of niet reglementair gebruik levensgevaar voor de gebruiker of derden of schade aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
De warmtepomp is er niet voor bestemd te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van deze instructies kregen hoe het toestel moet worden gebruikt.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
De Vaillant geoTHERM warmtepompen zijn uitsluitend voor het gebruik in huis bestemd. Andere toepassingen, vooral commerciële of industriële toepassingen, gelden als niet-reglementair.
De toestellen zijn als warmteopwekker voor gesloten muuren vloerverwarmingen en de warmwaterbereiding bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor de hierdoor ontstane schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. De gebruiker draagt hiervoor zelf het risico.
Tot het gebruik volgens de voorschriften hoort ook het in acht nemen/naleven van:
- van de gebruiksaanwijzing en de installatiehandleiding
- alle andere documenten die van toepassing zijn
- de onderhoudsvoorschriften.
Ieder misbruik is verboden!
2.3 Fundamentele veiligheidsinstructies
Neem bij de bediening van de geoTHERM warmtepomp de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften in acht:
- Laat u door uw installateur uitvoerig uitleggen hoe de warmtepomp bediend moet worden.
- Neem deze gebruiksaanwijzing volledig door.
- Voer de werkzaamheden uit die in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn.
Warmtepomp op een veilige manier gebruiken
De installatie, inspectie, het onderhoud en de reparatie van de warmtepomp mogen alleen door een erkende installateur uitgevoerd worden. Hierbij moet hij de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen in acht nemen.
Vooral werkzaamheden aan de elektrische delen en aan het koelmiddelcircuit vereisen de nodige kwalificatie.
De warmtepomp moet met uitzondering van onderhoudswerkzaamheden met gesloten bekleding gebruikt worden. Anders kan het, bij ongunstige bedrijfsomstandigheden, tot levensgevaar of materiële schade komen.
Explosies en verbrandingen vermijden
De brijnvloeistof ethanol is als vloeistof en damp licht ontvlambaar. De vorming van explosieve damp-/luchtmengsels is mogelijk.
- Houd hitte, vonken, open vuur en hete oppervlakken uit de buurt.
- Zorg bij het per ongeluk vrijkomen voor voldoende venti latie.
- Vermijd de vorming van damp-/luchtmengsels. Houd vaten met brijnvloeistof gesloten.
- Neem het bij de brijnvloeistof gevoegde veiligheidsgegevensblad in acht.
Aan componenten van de warmtepomp kunnen hoge temperaturen ontstaan.
- Neem geen ongeïsoleerde buisleidingen van de volledige CV-installatie vast.
▶ Verwijder geen manteldelen.
Brandwondenvermijden (alleen VWS)
De brijnvloeistoffen ethanol en ethyleenglycol zijn schadelijk voor de gezondheid.
▶ Vermijd huid- en oogcontact.
- Draag handschoen en veiligheidsbril.
▶ Vermijd inademen en inslikken.
- Neem het bij de brijnvloeistof gevoegde veiligheidsgegevensblad in acht.
Bevriezingen vermijden
De warmtepomp wordt met een bedrijfsvulling van het koelmiddel R 407 C geleverd. Dit is een chloorvrij koelmiddel dat de ozonlaag van de aarde niet beïnvloedt. R 407 C is niet brandgevaarlijk en er bestaat geen explosiegevaar. Lekkend koelmiddel kan bij het aanraken van het lek tot bevriezingen leiden.
- Als koelmiddel lekt, geen componenten van de warmte-pomp aanraken.
- Adem dampen of gassen die bij lekken uit het koelmiddelcircuit lekken, niet in.
- Vermijd huid- of oogcontact met het koelmiddel.
- Roep bij huid- of oogcontact met het koelmiddel een arts.
Verwondingen als gevolg van ondeskundige veranderingen vermijden
Voor veranderingen aan de warmtepomp of in de omgeving moet u een erkend installateur erbij halen. Ondeskundige veranderingen aan de warmtepomp en in de omgeving ervan kunnen een onveilige werking en hierdoor gevaren tot gevolg hebben.
- Vernietig of verwijder geen loodjes en beveiligingen van componenten. Enkel erkende installateurs en de service-dienst van de fabriek zijn bevoegd om verzegelde en geborgde onderdelen te veranderen.
Het veranderingsverbod geldt voor:
- de warmtepomp,
- de omgeving van de warmtepomp,
-
de toevoerleidingen voor water en stroom.
-
Voer in geen geval zelf ingrepen of veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de verwarmings- en warmwaterinstallatie uit.
- Voer achteraf geen bouwkundige veranderingen uit die een vermindering van het ruimtevolume of een wijziging van de temperatuur aan de opstellingsplaats van de warmtepomp tot gevolg hebben.
Gevaar voor het milieu vermijden
De warmtepomp bevat het koelmiddel R407 C. Het koelmiddel mag niet in de atmosfeer komen. R407 C is een door het Kyotoprotocol beschreven gefluoreerd broeikasgas met GWP 1653 (GWP = Global Warming Potential). Komt het in de atmosfeer terecht, werkt het 1653 keer zo sterk als het natuurlijke broeikasgas CO₂.
Het in de warmtepomp voorhanden koelmiddel moet voor het afvoeren van de warmtepomp volledig in een daarvoor geschikte bak afgezogen worden om het daarna conform de voorschriften te recycleren of af te voeren.
Zorg ervoor dat alleen officieel gecertificeerd vakpersoneel met de nodige veiligheidsuitrusting onderhoudswerkzaamheden en ingrepen aan het koelmiddelcircuit uitvoert.
- Laat het in de warmtepomp voorhanden koelmiddel door gecertificeerd vakpersoneel conform de voorschriften recycleren of afvoeren.
3 Toestelopbouw en toestelfuncties
3 Toestelopbouw en toestelfuncties
3.1 Opbouw van de warmtepomp
De weersafhankelijke energiebalansregelaar van de warmte-pomp kan de volgende CV-installatiecircuits sturen:
- een CV-circuit,
- een indirect verwarmde boiler,
- een warmwatercirculatiepomp,
- een buffercircuit.
Voor de uitbreiding van het systeem kunt u met behulp van een buffercircuit maximaal zes extra mengercircuitmodules VR 60 (toebehoren) met elk twee mengcircuits aansluiten. De mengcircuits worden door de installateur via de thermostaat aan de bedieningsconsole van de warmtepomp ingesteld. Voor een meer comfortabele bedienen kunnen voor de eerste acht CV-circuits de afstandsbedieningen VR 90 aangesloten worden.
De warmtepomp beschikt over een elektrische bijstookverwarming die ingezet kan worden:
- ter ondersteuning van CV- en warmwaterbedrijf bij gebrekkige warmte-energielevering door de warmtebron.
- voor de noodmodus bij storingen door fouten met permanente uitschakeling van de warmtepomp.
- voor het behoud van de noodvorstbeveiligingsfunctie bij deze storingen.
De elektrische bijstookverwarming kan voor het CV-bedrijf en/of voor de warmwaterbereiding gebruikt worden. De thermostaat kan door de installateur zo ingesteld worden dat hij in de genoemde gevallen telkens afzonderlijk voor CV-bedrijf of warmwaterbereiding automatisch ingeschakeld (ondersteunend) of alleen bij noodmodus en noodvorstbeveiliging ingeschakeld wordt.

1 Sticker met typeaanduiding van de warmtepomp
2 Bedieningsconsole
3.2 Toestelfuncties
3.2.1 Werkingsprincipe

3.2 Gebruik van de warmtebron aardwarmte
Warmtepompinstallaties werken volgens hetzelfde principe, zoals u het bij de koelkast kent. Warmte-energie wordt door een medium met hoge temperatuur op een medium met lage temperatuur overgedragen en hierbij uit de omgeving getrokken.
Warmtepompinstallaties bestaat uit gescheiden koelcircuits, waarin vloeistoffen of gassen de warmte-energie van de warmtebron naar de CV-installatie transporteren. Omdat deze circuits met verschillende media (lucht/brijn/water, koelmiddel en verwarmingswater) werken, zijn ze via warmtewisselaar aan elkaar gekoppeld. In deze warmtewisselaars vindt de overdracht van de warmte-energie plaats.
De Vaillant warmtepomp geoTHERM VWS gebruikt de warmtebron aardwarmte, de warmtepomp geoTHERM VWW bron-/grondwater.
De volgende informatie hoeft u voor het bedienen van de warmtepomp niet te kennen. Voor geïnteresseerde leken echter is hierna de werkwijze van het koelmiddelcircuit gedetailleerd beschreven.
Het systeem bestaat uit gescheiden circuits die middels warm- tewisselaars met elkaar gekoppeld zijn. Deze circuits zijn:
- Het brijn-/broncircuit waarmee de warmte-energie van de warmtebron naar het koelmiddelcircuit getransporteerd wordt.
- Het koelmiddelcircuit waarmee door het verdampen, condenseren, fluidiseren en expanderen gewonnen warmte-energie aan het CV-circuit afgegeven wordt. - Het CV-circuit waarmee de verwarming en de warmwaterbereiding van een boiler gevoed worden.
![graph TD A["CV-installatie"] --> B["Elktrische Bijstook-verwarming"] B --> C["Condenser"] C --> D["Compressor"] D --> E["Brijnpomp/bronpomp"] E --> F["Warmtebron"] F --> G["Brijncircuit/broncircuit"] G --> H["Koelmiddel-circuit"] H --> I["Boiler Boilers"] I --> J["Warm water"] K["Omschakelklep Verwa…](/content/2026/05/1121390/images/db7a15a5177ef17c41ce91ddf720ef1b442e87c8296756fca7b0230bc546188b.jpg)
3.3 Werkwijze van de warmtepomp
Via de verdamper (1) is het koelmiddelcircuit aan de warmtebron gekoppeld en neemt de warmte-energie ervan op. Daarbij verandert de aggregaattoestand van het koelmiddel, het verdampt. Via de condensor (3) is het koelmiddelcircuit met de CV-installatie verbonden, waaraan het de warmte-energie opnieuw afgeeft. Daarbij wordt het koelmiddel weer vloeibaar, het condenseert.
Omdat warmte-energie slechts door een lichaam met hogere temperatuur op een lichaam met lagere temperatuur kan overgaan, moet het koelmiddel in de verdamper een lagere temperatuur dan de warmtebron hebben. Daarentegen moet de temperatuur van het koelmiddel in de condensor hoger zijn dat deze van het verwarmingswater om de warmte-energie daar te kunnen afgeven.
Deze verschillende temperaturen worden in het koelmiddel-circuit via een compressor (2) en een expansieventiel (4) gecreëerd, die zich tussen de verdamper en de condensor bevinden. Het dampvormige koelmiddel stroomt van de ver-damper komend in de compressor en wordt door de com-pressor verdicht. Hierbij stijgen de druk en de temperatuur van de koelmiddeldamp sterk. Na deze procedure stroomt het koelmiddel door de condensor, waarin het zijn warmte-energie door condensatie aan het verwarmingswater afgeeft. Als vloeistof stroomt het naar het expansieventiel, daarin onspant het zich sterk en verliest daarbij extreem aan druk en temperatuur. Deze temperatuur is nu lager dan
deze van het brijn/het bronwater die door de verdamper stroomt. Het koelmiddel kan daardoor in de verdamper nieuwe warmte-energie opnemen, waarbij het opnieuw ver-dampt en naar de compressor stroomt. Het proces begint weer van voor af aan.
Indien nodig kan via de geïntegreerde thermostaat de elektrische hulpverwarming worden ingeschakeld. Het vermogen van deze verwarming kan getrapt gereduceerd worden.
De verdamper, de brijnpomp/bronwaterpomp, buisleidingen in het brijncircuit en delen van het koelmiddelcircuit zijn binnenin de warmtepomp tegen koude geïsoleerd, opdat er geen condenswater kan ontstaan. Mocht er toch eens in geringe mate condenswater ontstaan, dan wordt dit water door de condensbak opgevangen. De condensbak bevindt zich aan de binnenkant in het onderste deel van de warmtepomp. Door de warmteontwikkeling binnenin de warmtepomp verdampt het condenswater in de condensbak. Geringe hoeveelheden condenswater kunnen onder de warmtepomp afgeleid worden. Kleine hoeveelheden condenswater vormen daarom geen storing van de warmtepomp.
3.2.2 Automatische veiligheidsfuncties
De warmtepomp is in het automatische bedrijf met talrijke automatische veiligheidsfuncties uitgerust om een storingvrije werking te garanderen:
Vorstbeveiligingsfuncties
De warmtepomp is met twee vorstebeveiligingsfuncties uitgerust. In het normale bedrijf garandeert de warmtepomp de standaard vorstbeveiliging voor het systeem. Schakelt de warmtepomp door een fout permanent uit, garandeert de elektrische bijstookverwarming de noodvorstbeveiliging en maakt evt. de noodmodus mogelijk.
Standaard vorstbeveiliging verwarming
Deze functie waarborgt in alle bedrijfsfuncties de vorstbeveiliging van de CV-installatie.
Daalt de buitentemperatuur beneden een waarde van 3 °C, dan wordt automatisch voor elk CV-circuit de ingestelde verlagingstemperatuur ingesteld.
Standaard vorstbeveiliging boiler
Deze functie verhindert het bevriezen van de aangesloten boiler(s).
De functie wordt automatisch geactiveerd als de actuele temperatuur van de boiler onder 10 °C daalt. De boiler(s) word(t)en dan tot 15 °C opgewarmd. Deze functie is ook in de modi "Uit" en "Auto" actief, onafhankelijk van tijdsprogramma's.
Noodvorstbeveiligingsfunctie
De noodvorstbeveiligingsfunctie activeert bij uitval van de warmtepomp automatisch de elektrisch bijstookverwarming afhankelijk van de instelling voor het CV-bedrijf en/of het warmwaterbedrijf.
Controle van de externe sensoren
Deze functie controleert permanent aan de hand van het bij de eerste ingebruikneming ingevoerde regelschema of de daarin opgenomen sensoren geïnstalleerd zijn en functioneren.
Beveiliging CV-watergebrek
Deze functie bewaakt permanent de warmwaterdruk om een mogelijk warmwatertekort te verhinderen. Een analoge druksensor schakelt de warmtepomp uit als de waterdruk onder 0,5 bar ligt. Hij schakelt de warmtepomp opnieuw in als de waterdruk boven 0,7 bar ligt.
Pompblokkeer- en ventielblokkeerbeveiliging
Deze functie verhindert het vastzitten van een circulatie-pomp en van alle omschakelventielen. Hiervoor worden elke dag de pomp en de ventielen, die 24 uur lang niet in gebruik waren, na elkaar voor de duur van ca. 20 seconden ingeschakeld.
Brijntekortbeveiliging (alleen VWS)
Deze functie bewaakt permanent de brijndruk om een mogelijk brijntekort te verhinderen.
Een analoge druksensor schakelt de warmtepomp uit als de brijndruk eenmalig onder 0,2 bar daalt. In het foutgeheugen wordt de storing 91 weergegeven tot de foutoorzaak verholpen is.
De warmtepomp schakelt automatisch opnieuw in als de brijndruk boven 0,4 bar stijgt en de foutindicatie verdwijnt.
Als de brijndruk gedurende meer dan één minuut onder 0,6 bar daalt, verschijnt in het menu 1 een waarschuwingsmelding.
Vloerbeveiligingsschakeling bij alle CV-installaties zonder buffervat
Deze functie zorgt voor een oververhittingsbeveiliging van vloeren (belangrijk bijv. voor houten vloeren). Als de in het vloer-CV-circuit gemeten verwarmingsaanvoertemperatuur permanent gedurende meer dan 15 minuten een door de installateur instelbare waarde overschrijdt, schakelt de warmtepomp met de foutmelding 72 uit. Als de CV-aanvoertemperatuur weer beneden deze waarde gedaald is en de storing door de installateur gereset werd, schakelt de warmtepomp weer in.
Fasebewaking van de spanningsvoeding
Deze functie controleert permanent de volgorde en het voorhanden zijn van de fasen (rechts draaiveld) van de 400 V spanningsvoeding. Als de volgorde niet correct is of als een fase uitvalt, volgt een uitschakeling van de warmte-pomp om een beschadiging van de compressor te vermijden.
Invriesbeveiligingsfunctie
Deze functie verhindert het invriezen van de verdamper bij onderschrijding van een bepaalde warmtebrontemperatuur. De uitgangstemperatuur van de warmtebron wordt voortdu-rend gemeten. Daalt de uitgangstemperatuur van de warm-tebron onder een bepaalde waarde, schakelt de compressor met de foutmelding 20 resp. 21 tijdelijk uit. Treden deze fou- ten drie keer na elkaar op, dan volgt een permanente uit-schakelen of de warmtepomp gaat in noodmodus als de interne elektrische bijstookverwarming hiervoor vrijgeschakeld werd.
3.2.3 Handmatig instelbare functies
Daarnaast beschikt u over handmatig instelbare functies (→ hfdst. 4.12) waarmee u het automatische bedrijf tijdelijk buiten werking kunt stellen en het bedrijf handmatig kunt sturen of aan uw behoeften kunt aanpassen:
Tijdprogramma
Deze functie maakt het programmeren mogelijk van max. drie tijdsvensters per dag of per blok van dagen voor CV-bedrijf (per CV-circuit), warmwaterbedrijf en circulatie.
Vakantieprogramma's
Deze functie maakt u het programmeren mogelijk van twee vakantieperiodes met datum en verlagingstemperatuur met een eigen gewenste temperatuur voor het CV-bedrijf.
Partyfunctie
Deze functie maakt u het voortzetten van verwarmings- en warmwaterlaadtijden met ingestelde gewenste temperatuurwaarden mogelijk tot na het volgende verlagingstijdstip.
Spaarfunctie
Deze functie maakt u het direct verlagen van de gewenste aanvoertemperatuur voor een instelbare periode mogelijk.
Eenmalige boilerlading
Deze functie maakt het u mogelijk om de boiler onafhankelijk van het actuele tijdsprogramma één keer op te laden (op te warmen).
Afwerklaagdroging
Deze functie maakt het droogstoken van afwerklagen mogelijk. De instelling gebeurt door de installateur.
Legionellabeveiliging
Deze functie maakt het doden van kiemen in de boiler en in de buisleidingen mogelijk. De instelling gebeurt door de installateur.
Onderhoud op afstand
Deze functie maakt de diagnose en de instelling van de thermostaat via vrDIALOG of vrnetDIALOG door de installateur mogelijk.
3.3 Weersafhankelijke energiebalansregelaar
De warmtepomp is met een weersafhankelijke energiebalansregelaar uitgerust die afhankelijk van het regelingstype het CV- en warmwaterbedrijf ter beschikking stelt en in het automatische bedrijf regelt.
De regelaar zorgt voor een hoger verwarmingsvermogen als de buitentemperaturen laag zijn. Bij hogere buitentemperaturen verlaagt de regelaar het verwarmingsvermogen. De buitentemperatuur wordt door een afzonderlijke, in de open lucht gemonteerde voeler gemeten en naar de regelaar geleid.
De kamertemperatuur is alleen van uw voorinstellingen afhankelijk. Invloeden van de buitentemperatuur worden gecompenseerd.
De warmwaterbereiding wordt door de weersafhankelijke regeling niet beïnvloed.
De installateur stelt een bij uw CV-installatie passend regelschema in de regelaar van de warmtepomp in. Afhankelijk van welk regelschema ingesteld is, voert de regelaar een energiebalansregeling of een gewenste aanvoertemperatuurregeling uit. Voor een installatie zonder warmwaterbuffervat voert de regelaar een energiebalansregeling uit. Voor een installatie met warmwaterbuffervat voert de regelaar een gewenste aanvoertemperatuurregeling uit.
3.3.1 Energiebalansregeling
De energiebalansregeling geldt alleen voor CV-installaties zonder warmwaterbuffervat.
Voor een rendabele en storingsvrije werking van een warmtepomp is het belangrijk de start van de compressor te reglementeren. De aanloop van de compressor is het moment waarop de hoogste belastingen optreden. Met behulp van de energiebalansregeling is het mogelijk starts van de warmtepomp tot een minimum te beperken, zonder af te zien van het comfort van een behaaglijk klimaat. Net als bij andere weersafhankelijke CV-thermostaten bepaalt de thermostaat via de registratie van de buitentemperatuur m.b.v. een stooklijn een gewenste aanvoertemperatuur van het verwarmingswater. De energiebalansregeling geschiedt op grond van deze gewenste aanvoertemperatuur en de actuele aanvoertemperatuur, waarvan het verschil per minuut wordt gemeten en opgeteld:
Bij een bepaald warmtetekort start de warmtepomp en schakelt het pas opnieuw uit als de toegevoerde hoeveelheid warmte gelijk is aan het warmtetekort.
Hoe groter de installateur de negatieve getalwaarde voor de compressorstart instelt, hoe langer de intervallen zijn waarin de compressor loopt of stilstaat.
3.3.2 Regeling gewenste aanvoertemperatuur
De regeling van de gewenste aanvoertemperatuur geldt alleen voor CV-installaties met warmwaterbuffervat.
Net als bij andere weersafhankelijke CV-thermostaten bepaalt de thermostaat via de registratie van de buitentemperatuur m.b.v. een stooklijn een gewenste aanvoertemperatuur. Afhankelijk van deze gewenste aanvoertemperatuur wordt het warmwaterbuffervat geregeld.
De warmtepomp verwarmt als de temperatuur van de kop-temperatuurvoeler VF1 van het buffervat kleiner is dan de gewenste aanvoertemperatuur. Het systeem verwarmt tot de bodemtemperatuurvoeler RF1 van het buffervat de gewenste aanvoertemperatuur plus 2 K bereikt heeft.
Een temperatuurverschil van bijv. 2 K (Kelvin = temperatuureenheid) komt overeen met een temperatuurverschil van 2 °C.
In aansluiting op een boileropwarming wordt het buffervat eveneens opgewarmd als de temperatuur van de koptemperatuurvoeler VF1 minder dan 2 K hoger is dan de gewenste aanvoertemperatuur (vroegtijdige bijlading).
Bij CV-installaties van dit type zorgt eerst het warmwater-buffervat voor de compensatie van een warmtetekort.
Ondergeschikt compenseert de warmtepomp het warmtete-kort van het verwarmingswater in het buffervat. Daardoor wordt een frequent aanlopen van de compressor vermeden waarin de hoogste belastingen optreden (→ hfdst. 3.3.1). De compensatie gebeurt onmiddellijk na het optreden, onaf-hankelijk van het groeien van het warmtetekort gedurende een bepaald tijdsinterval.
3.3.3 Regeling met vaste waarde
De thermostaat maakt het instellen van een vaste gewenste aanvoertemperatuur mogelijk. Deze regeling wordt slechts tijdelijk ingesteld en bijv. voor de handmatig instelbare functie "Afwerklaagdroging" gebruikt.
De thermostaat regelt de gewenste aanvoertemperatuur van het CV-bedrijf onafhankelijk van de buitentemperatuur op de ingestelde waarde. Deze regeling heeft een frequent aanlopen van de compressor tot gevolg en is energie-intensief. De instelling gebeurt door de installateur.
3.4 Modi van het CV-bedrijf en van het warmwaterbedrijf
Met de modi bepaalt u hoe uw CV-installatie en uw warmwaterbereiding geregeld worden.
Af fabriek zijn de modi voor CV- en warmwaterbedrijf op "Auto" ingesteld (→ hfdst.3.4.1 en 3.4.2).
U kunt de automatische regeling voor elke bedrijfsfunctie door wijziging van de modus permanente of door handmatig instelbare functies tijdelijk buiten werking stellen.
De installateur heeft bij de ingebruikneming de warmtepomp aan uw omstandigheden aangepast. Hiervoor heeft hij alle bedrijfsparameters op bepaalde waarden gezet, zodat de warmtepomp optimaal kan werken. Met de hierna beschreven instelmogelijkheden kunt u het CV- en het warmwaterbedrijf van uw installatie aan uw wensen volgens achteraf individueel instellen en aanpassen.
3.4.1 CV-functie
De thermostaat stelt voor het CV-bedrijf voor elk CV-circuit de volgende modi ter beschikking (→hfdst.4.9.1, menu 2).
Auto
De werking van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Verlagen".
Eco
Het bedrijf van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Uit". Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet wordt geactiveerd.
Verwarmen
Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de gewenste kamertemperatuur.
Verlagen
het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de verlagingstemperatuur.
Uit
Het CV-circuit is uit, wanneer de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd.
Instelling af fabriek: Auto
3.4.2 Warmwaterfunctie
De thermostaat stelt voor het warmwaterbedrijf van aangesloten boilers en van het optionele circulatiecircuit de volgende modi ter beschikking (→ hfdst. 4.10.1, menu □ 4).
Auto
Warmwaterbereiding en circulatiepomp zijn volgens afzonderlijk instelbare tijdsprogramma's actief.
Aan
Permanente warmwaternaverwarming. De circulatiepomp loopt permanent.
Uit
Geen warmwaterbereiding. De vorstbeveiligingsfunctie is actief.
Instelling af fabriek: Auto
3.5 Energiespaartips
Hierna krijgt u belangrijke tips die u helpen om uw warmte-pomp energie- en kostenbesparend te gebruiken.
U kunt door uw algemeen gedrag al energie besparen door:
- Juist luchten:
De ramen of glazen deuren niet kippen, maar 3-4 keer per dag 15 minuten de vensters ver openen en tijdens het luchten de thermostaatkranen of kamerthermostaten indraaien. - Een ventilatiesysteem met warmteterugwinning (WRG) inzetten.
Een ventilatiesysteem met warmteterugwinning garandeert altijd een optimale luchtwisseling in het gebouw (ramen hoeven daarom voor ventileren niet meer te worden geopend). Eventueel kan het luchtvolume op de afstandsbediening van het ventilatietoestel aan de individuele eisen worden aangepast. - Controleren of ramen en deuren dicht zijn en luiken en jaloezieën 's nachts gesloten houden, opdat er zo weinig mogelijk warmte verloren gaat.
- Indien als toebehoren een afstandsbediening VR 90 geïnstalleerd is, mag u geen meubels voor dit regelapparaat plaatsen, zodat het toestel de kamerlucht ongehinderd kan regelen.
- Bewuster met water omgaan, bijv. douchen i.p.v. een bad nemen, afdichtingen bij druppelende waterkranen onmiddellijk vervangen.
3.5.2 Energie door het juiste gebruik van de thermostaat sparen
Andere besparingsmogelijkheden vormen het juiste gebruik van de regeling van uw warmtepomp.
De regeling van de warmtepomp maakt voor u besparingen mogelijk door:
- De juiste keuze van de verwarmingsaanvoertemperatuur: Uw warmtepomp regelt de verwarmingsaanvoertemperatuur afhankelijk van de gewenste kamertemperatuur die u ingesteld hebt. Kies daarom een gewenste kamertemperatuur die voor u net behaaglijk genoeg is, bijvoorbeeld 20 °C. Elke graad meer betekent een verhoogd energieverbruik van ca. 6% per jaar (→ hfdst. 4.9.2, menu ☐ 2).
- De instelling van de juiste stooklijn voor vloerverwarmingen gebeurt door de installateur. Voor vloerverwarmingen zijn stooklijnen <0,4 aanbevolen.
- Een gepaste instelling van de warmwatertemperatuur (→ hfdst. 4.10.2, menu ☐4):
Het warme water slechts zover opwarmen als voor gebruik noodzakelijk is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C leiden bovendien tot versterkte kalkaf-zetting. We raden aan om de warmwaterbereiding zonder de elektrische bijstookverwarming te realiseren. Daar-door is de maximale warmwatertemperatuur met regel-drukuitschakeling in het koelmiddelcircuit van de warm-tepomp opgegeven. Deze uitschakeling komt overeen met een maximale warmwatertemperatuur van ca. 55 °C.
- Instelling van individueel aangepaste verwarmingstijden (→ hfdst. 4.9.4, menu ☐5).
- De modus juist kiezen:
's Nachts en tijdens uw afwezigheid raden we u aan om de verwarming op verlagingsmodus te schakelen (→ hfdst. 4.9.1, menu 2).
- Gelijkmatig verwarmen:
Door een zinvol ingesteld verwarmingsprogramma bereikt u dat alle vertrekken van uw woning gelijkmatig en volgens het gebruik ervan verwarmd worden.
met behulp van een kamerthermostaat of weersafhankelijke thermostaat kunt u de kamertemperatuur aan uw individuele behoeften aanpassen, waardoor u een economische werking van uw CV-installatie bereikt.
- De bedrijfstijden van de circulatiepomp moeten optimaal aan de werkelijke behoefte aangepast worden (→ hfdst. 4.10.5, menu ☐ 5).
- Vraag uw installateur. Hij stelt uw CV-installatie volgens uw persoonlijke behoeftes in.
- Bijkomende energiespaartips vindt u in → hfdst. 4.9 tot 4.12. Daar zijn de instellingen van de thermostaat met mogelijke energiebesparing beschreven.
4 Bediening
4 Bediening
4.1 Thermostaat leren kennen en bedienen

4.1 Bedieningsinterface van de thermostaat
Legenda
1 Menubenaming
2 Cursor, geeft de gekozen instelling aan
3 Menunummer
4 Instelknop installing
5 Instelknop ☐ menu
6 Informatieregel (in het voorbeeld een oproep tot handelen)
De thermostaat beschikt over twee instelknoppen. Met behulp van de beide instelknoppen en kunt u de thermostaat bedienen. Als u een instelknop of vooruit of achteruit draait, dan springt hij voelbaar vast in de volgende positie. Elke stand van de instelknop leidt u telkens een menu, een instelling of een keuzemogelijkheid vooruit of achteruit.
Linker instelknop ☐ menu
Draaien = menu selecteren
Indrukken = instelbare functies activeren
Rechter instelknop ▶ instelling
Indrukken = instelling voor verandering markeren en gekozen instelling overnemen
Draaien = instelling selecteren en instelwaarde veranderen
4.2 Bedieningsvoorbeeld "Dag van de week instellen"
Menu selecteren
Basisgegevens
Datum 10. 03. 10
Dag Wo
Uur 09:35
Datum instellen

- Aan linker instelkno draaien.
Op het display verschijnt het gekozen menu.
Instelling selecteren
Basisgegevens
Datum 10. 03. 10
Dag >Wo
Uur 09:35

- Aan rechter instelknop draaien.
Op het display toont de cursor > de gekozen instelling.
Instelling markeren
Basisgegevens
Datum 10. 03. 10
Dag >Wo
Uur 09:35

▶ Rechter instelknob indrukken.
Op het display krijgt de instelling een donkere achtergrond.
Instelling wijzigen
Basisgegevens
Datum 10. 03. 10
Dag >Do
Uur 09:35

Aan rechter instelknop draaien.
Op het display verandert de instelwaarde van de instelling.
Instelling opslaan
Dag van de week instellen
Basisgegevens
Datum 10. 03. 10
Dag >Do
Uur 09:35

▶ Rechter instelknob indrukken.
Op het display heeft de instelling geen donkere achtergrond meer.
Dag van de week instellen
4.3 Structuur van de thermostatmenu
De bediening van de thermostaat is in drie niveaus onderverdeeld:
Het gebruikersniveau is voor u, de gebruiker, bestemd. In → hfdst. 4.4 worden alle menu's van het gebruikersni-veau overzichtelijk als stroomschema weergegeven. Een uitvoerige beschrijving van de menu's vindt u in → hfdst. 4.8 tot 4.14.
De weergave en keuze van instelbare functies (bijv. de spaarfunctie) is als gebruiker mogelijk. Hoe u de instelbare functies activeert, is beschreven in → hfdst. 4.12.
Het Code niveau(installateursniveau) is voor de installateur voorbehouden en is tegen het per ongeluk verstellen door een code beveiligd.
Als gebruiker kunt u door de menu's van het codeniveau bladeren en de installatiespecifieke instellingen bekijken, maar u kunt de waarden niet wijzigen.
| Menubereiken Beschrijving | |
| C 1 tot C11 Instellingen van de warmtepompfuncties voor CV-circuits instellen | |
| D1 tot D5 Warmtepomp in de diagnosemodus gebruiken en testen | |
| I1 tot I5 Informatie over de instellingen van de warm-tepomp oproepen | |
| A1 tot A10 Assistent voor de installatie van de warmte-pomp oproepen |
Het derde niveau bevat functies voor de optimalisatie van de CV-installatie en kan alleen door de installateur via vrDIALOG 810/2 en vrnetDIALOG 840/2 en 860/2 ingesteld worden.
4.4
Kort overzicht menuvolgorde
![graph TD A["Grafiekweergave"] --> B[">5 sec."] C["Energieopbrengstdisplay"] --> D[">5 sec."] E["Resetten naar Fabrieksinstellingen"] --> F[">5 sec."] G["Instelbare functies"] --> H[">5 sec."] I["HK2 Parameters"] --> J["Warm water Tijdprogramma >5"] K["Warm water >4 Parameters"] --> L["circulationpom…](/content/2026/05/1121390/images/38dad36452f65138d2451a461750fbf1f5d50da8f52540a0c9c349b01928f4e8.jpg)
4.2 Menuvolgorde
4.5 Overzicht instel- en uitleesmogelijkheden
| Menu T | tel menu Instelbare bedrijfswaarden | Opmerkingen Eenheld MIn. | waarde | Max. waarde | Stappen-grootte/keuze-mogelijk-heid | Fabrieks-instelling | Elgen instel-ling | |
| 1 | Bedrijfstoestand en waarschu-wingsmeldingen van het sys-teem uitlezen. | °C/bar | ||||||
| 2 | HK2 Parameter CV | Bedrijfs mode Modus voor CV-bedrijf instel-len. | -Auto; | Eco; Ver-warmen; Verlagen; Uit | Auto | |||
| Gewenste waarde dag | Gewenste temperatuur voor het CV-bedrijf instellen. | °C 5 30 1,0 20 | ||||||
| Verlagingstemp. Verlagingstemperatuur vast-leggen voor periodes tussen de tijdsvensters voor CV-bedrijf. | °C 5 30 1,0 15 | |||||||
| 4 | Warm water Parameter | Bedrijfs mode Modus voor warmwaterbedrijf instellen. | -Auto; | Aan; Uit | Auto | |||
| Max. warmwater-temp. (verschijnt alleen als de bij-stookverwarming geactiveerd is.) | Gewenste temperatuur voor de warmwaterbereiding instel-len. | °C 53 75 | 1,0 60 | |||||
| Min. warmwater-temp. | Gewenste temperatuur voor de warmwaterbereiding instel-len. | °C 30 | 48 | 1,0 44 | ||||
| Boilertemp. actu-eel | Actuele boilertemperatuur aflezen. | °C | - | |||||
| 5 | HK2 Tijdprogramma CV | Dag/blok | Dag/blok van dagen (bijv. Ma-Vr) uitkiezen. | - | ||||
| 1 Start/Eindtijd 2 3 | Per dag/per blok van dagen drie periodes beschikbaar | Uren/ minuten | 10 min | |||||
| 5 | Warm water Tijdprogramma | Dag/blok | Individuele dag/een blok van dagen (bijv. Ma-Vr) uitkiezen. | - | ||||
| 1 Start/Eindtijd 2 3 | Per dag/per blok van dagen drie periodes beschikbaar | Uren/ minuten | 10 min | |||||
| 5 | Circulatiepomp Tijdprogramma's | Dag/blok | Individuele dag/een blok van dagen (bijv. Ma-Vr) uitkiezen. | - | ||||
| 1 Start/Eindtijd 2 3 | Per dag/per blok van dagen drie periodes beschikbaar | Uren/ minuten | 10 min |
4.2 Overzicht instel- en uitleesmogelijkheden in de menu's
| Menu Titel | temu Instelbare bedrijfswaarden | Opmerkingen Eenheld Mln. | waarde | Max. waarde | Stappen-grootte/keuze-mogelijk-heid | Fabrleks-instelling | Eigen instel-ling | |
| 目6 | Vakantie pro-grammeren voor totaal-systeem | Vakantieperiode Beg in dag, maand, jaar instel-len; einde dag, maand, jaar instel-len; | ||||||
| Gewenste tempera-tuur | Gewenste kamertemperatuur voor vakantieperiode instellen | °C 5 30 1,0 | Vorstbevei- | liging | ||||
| 目7 | Basisgege-vens | Datum Dag Uur | Dag, maand, jaar uitkiezen; uur, minuten uitkiezen | - | ||||
| 目9 | Code niveau Instelwaarden van het code niveau lezen. | - | ||||||
4.2 Overzicht instel- en uitleesmogelijkheden in de menu's (vervolg)
4 Bediening
4.6 Functie-indicaties

Basisweergave
Als basisweergave is een display met grafische symbolen te zien. Het toont de actuele toestand van de warmtepomp. Als u bij het instellen van waarden gedurende 15 minuten geen instelknop bedient, verschijnt automatisch weer de basisweergave.


Buitentemperatuur (hier 10 °C).
Broningangstemperatuur van de warmtebron; in het voorbeeld 9 °C.
Onder de pijl wordt het vermogen van de warmtebron (in het voorbeeld 7 KW) weergegeven.
De zwartheidsgraad van de pijl geeft grafisch de energie-efficiëntie van de warmtepomp in de actuele bedrijfstoe-stand weer.
Het vermogen van de warmtebron moet niet worden gelijk gesteld aan het verwarmingsvermogen.
Het verwarmingsvermogen komt ongeveer overeen met het vermogen van de warmtebron plus het compressorvermogen.


Als de elektrische bijstookverwarming ingeschakeld is, wordt de pijl gevuld weergegeven en knippert de pijl.
links en rechts knippert als de compressor ingeschakeld is en hierdoor warmte-energie uit het milieu getrokken wordt, die naar de CV-installatie geleid wordt.

rechts knippert als warmte-energie naar de CV-installatie geleid wordt (bijv. alleen via de elektrisch bijstook-verwarming).

De warmtepomp bevindt zich in het cv-bedrijf. Bovendien wordt de CV-aanvoertemperatuur aangegeven (in het voorbeeld 30 °C).

Het symbool geeft aan dat de boiler opgewarmd wordt of de warmtepomp zich in stand-by bevindt. Bovendien wordt de temperatuur in de boiler weergegeven (in het voorbeeld 30 °C).

4.7 Basisgegevens handmatig instellen
| Basisgegevens | 7 |
| Datum >10.03.10 | |
| Dag Wo | |
| Uur 09:35 | |
| >Dag instellen |
Indicatie energieopbrengst
De indicatie van de energieopbrengst geeft in een grafische weergave voor elk van de 12 maanden van het actuele jaar de uit het milieu gewonnen energie weer (zwarte balk). Wit opgevulde balken staan voor toekomstige maanden van het jaar, de hoogte van de balken komt overeen met de opbrengst van de maand in het afgelopen jaar (vergelijking mogelijk). Bij eerste inbedrijfstelling is de hoogte van de balken voor alle maanden gelijk aan nul, omdat nog geen informatie beschikbaar is.
De schaalverdeling (in het voorbeeld 4000 kWh) past zich automatisch aan de hoogste maandwaarde aan.
Rechtsboven wordt de totaalsom van de uit de omgeving gewonnen energie sinds inbedrijfstelling aangegeven (in het voorbeeld: 13628 kWh).
In het menu Basisgegevens 7 kunt u de actuele Datum, de Dag alsook het actuele Uur voor de thermostaat instellen als tijdelijk geen of alleen slechte DCF-radioklokontvangst mogelijk is.
Deze instellingen hebben een effect op alle aangesloten systeemcomponenten.
4.8 Bedrijfstoestand en waarschuwingsmeldingen uitlezen
Wo 10.03.10 16:49

Aanvoertemp. actueel 28 °C
CV druk 1,2 bar
Druk warmtebron 1,4 bar
CV via Comp.
(waarschuwingsmelding)
(waarschuwingsmelding)
Comp. = compressor
Dag, datum, uur en aanvoertemperatuur, CV-installatiedruk en warmtebrondruk worden weergegeven.
Aanvoertemp.actueel: actuele aanvoertemperatuur in de warmtepomp.
CV druk: vuldruk van de CV-installatie (druksensor CV-circuit)
Druk warmtebron (alleen VWS): vuldruk an het brijncircuit (druksensor brijncircuit)
CV via Comp.: deze meldingen geven informatie over de actuele bedrijfstoestand. Mogelijk zijn:
- CV via comp.
- CV via Comp.+ Bijst
- CV via Bijstook
- CV Regeluitschak.
- WW Regeluitschak.
- WW via Compressor
- WW via Bijstook
- Onderbreking warmw.
- Onderbrek. Standby
- Vorstbeveiliging CV
- Vorstbeveilig. WW
- Legionellabeveilig.
- Pompblokkeerbeveiliging
- Storing Verwarmen
- Storing Verwarmen
- Storing WW
- Storing WW
- Storing
- Storing
- Opnieuw starten
- CV Comp naloop
- WW Comp naloop
Bij kritieke bedrijfstoestanden (tijdelijk begrensd optredend) wordt in de beide laatste displayregels een waarschuwingsmelding weergegeven (→hfdst. 5.3). Deze regels zijn leeg, als de operationele toestand normaal is.
4.9 CV-bedrijf instellen
4.9.1 Modus voor CV-bedrijf instellen
| HK2 | 目2 |
| Parameter CV | |
| Bedrijfs mode | |
| >Auto | |
| Gewenste waarde dag 20 °C | |
| Verlagingstemp.15°C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen |
Bedrijfs mode
Voor elk CV-circuit (HK2, optioneel ook HK4 tot HK15) staan de volgende modi ter beschikking:
Auto: De werking van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Verlagen".
Eco: Het bedrijf van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Uit". Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet wordt geactiveerd.
Verwarmen: Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de gewenste kamertemperatuur.
Verlagen: het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de verlagingstemperatuur.
Ult: Het CV-circuit is uit, wanneer de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd.

Afhankelijk van de configuratie van de installatie worden bijkomende CV-circuits weergegeven.
4.9.2 Gewenste kamertemperatuur instellen
| HK2 | 目2 |
| Parameter CV | |
| Bedrijfs mode | |
| >Auto | |
| Gewenste waarde dag 20 °C | |
| Verlagingstemp.15°C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen |
4.9.3 Verlagingstemperatuur instellen
| HK2 | 目2 |
| Parameter CV | |
| Bedrijfs mode | |
| >Auto | ☀️ |
| Gewenste waarde dag 20 °C | |
| Verlagingstemp.15 °C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen | |
Gewenste waarde dag
De gewenste kamertemperatuur is de temperatuur die de verwarming in de modus "Verwarmen" of tijdens het tijdsvenster moet instellen. Deze parameter kan voor elk CV-circuit afzonderlijk ingesteld worden.
De gewenste kamertemperatuur wordt voor de berekening van de stooklijn gebruikt. Als u de gewenste kamertemperatuur verhoogt, verschuift u de ingestelde stooklijn parallel op een 45°-as en overeenkomstig de door de thermostaat te regelen aanvoertemperatuur.
Wijzigingsstapgrootte: 0,5 °C
Fabrieksinstelling: Gewenste waarde dag: 20 °C

Kies de gewenste kamertemperatuur slechts zo hoog dat de temperatuur voor uw persoonlijk welbehagen net voldoende is (bijv. 20 °C). Iedere graad hoger dan de ingestelde waarde betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.
Verlagingstemp.
De verlagingstemperatuur is de temperatuur waarnaar de verwarming in de afkoelperiode wordt geregeld. Voor elk CV-circuit kan een eigen verlagingstemperatuur worden ingesteld.
Wijzigingsstapgrootte: 0,5 °C
De ingestelde bedrijfsfunctie legt vast onder welke omstandigheden het toegewezen CV-circuit moet worden geregeld.
Fabrieksinstelling: Verlagingstemp.: 15 °C
4.9.4 Tijdprogramma voor CV-bedrijf instellen
| HK2Tijdprogramma CV | ||
| >ma | ||
| 1 00:00 24:00 | ||
| 2 : : | ||
| 3 : : | ||
| > Dag/blok kiezen | ||
In het menu HK2 Tijdprogramma CV kunt u de verwarmingstijden per CV-circuit instellen.
U kunt per dag resp. blok maximaal drie verwarmingstijden opslaan. De regeling gebeurt via de ingestelde stooklijn en de ingestelde gewenste kamertemperatuur.
Fabrieksinstelling: Ma. - Zo. 0:00 - 24:00 uur
Afhankelijk van de tariefovereenkomst met de netexploitant of de bouwwijze van het huis kan van verlagingstijden afgezien worden.
Netexploitanten bieden eigen goedkopere stroomtarieven voor warmtepompen aan. Uit economisch oogpunt kan het praktisch zijn de goedkopere nachtstroom te gebruiken.
Bij lage energiewoningen (in Duitsland standaard vanaf 1februari 2002, energiespaarverordening) kan op basis van de geringe warmteverliezen van het huis van een verlaging van de kamertemperatuur afgezien worden.
De gewenste verlagingstemperatuur moet in het
→ hfdst.4.9.3, menu 2 ingesteld worden.
4 Bediening
4.10 Warmwaterbedrijf instellen
4.10.1 Modus voor warmwaterbedrijf instellen
| Warm water | 目4 |
| Parameter | |
| Bedrijfs mode >Auto | ☀️ |
| Max. warmwatertemp 60 °C | |
| Min. warmwatertemp 44 °C | |
| Boilertemp. actueel: 51 °C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen | |
4.10.2 Maximale en minimale warmwatertemperatuur instellen
| Warm water | 目4 |
| Parameter | |
| Bedrijfs mode >Auto | ☀️ |
| Max. warmwatertemp 60 °C | |
| Min. warmwatertemp 44 °C | |
| Boilertemp. actueel: 51 °C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen | |
Bedrijfs mode
Voor de optioneel aangesloten boiler en het optimale circu- latiecircuit zijn de modi "Auto", "Aan" en "Uit" mogelijk.
Auto: warmwaterbereiding en circulatiepomp zijn volgens afzonderlijk instelbare tijdprogramma's actief (→hfdst. 4.10.4).
Aan: permanente warmwaternaverwarming, circulatiepomp loopt permanent.
Ult: geen warmwaterbereiding, vorstbeveiligingsfunctie is actief.
Max. warmwatertemp.: de maximale warmwatertemperatuur geeft aan tot welke temperatuur de warmwater-boiler moet worden verwarmd.

De maximale warmwatertemperatuur wordt alleen weergegeven als de installateur de elektrische bijstookverwarming voor warm water vrijgeschakeld heeft. Zonder elektrisch bijstookverwarming wordt de maximale warmwatertemperatuur door de druksensor-regeluitschakeling van het koelmiddelcircuit begrensd en is deze temperatuur niet instelbaar!
Min. warmwatertemp.: de minimale warmwatertemperatuur geeft de grenswaarde aan, bij onderschrijding waarvan de warmwaterboiler wordt verwarmd.
Fabrieksinstelling: Min. warmwatertemp. 44 °C
4.10.3 Actuele boilertemperatuur aflezen
| Warm water | [ (TYSB)] |
| Parameter | |
| Bedrijfs mode >Auto | (###) |
| Max. warmwatertemp 60 °C | |
| Min. warmwatertemp 44 °C | |
| Boilertemp. actueel: 51 °C | |
| > Bedrijfsfunctie kiezen | |
4.10.4 Tijdprogramma voor warmwaterbedrijf instellen
| Warm water Tijdprogramma | ||
| >ma 1 06:00 22:00 2 : : 3 : : | ||
| > Dag/blok kiezen |
Boilertemp. actueel: actuele temperatuur in de warmwaterboiler.
We raden aan om de warmwaterbereiding zonder de elektrische bijstookverwarming te realiseren. Daardoor is de maximale warmwatertemperatuur met regeldrukuitschakeling in het koelmiddelcircuit van de warmtepomp opgegeven. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertemperatuur van 55 °C.

Om het aantal starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, moet een zo gering mogelijke minimale warmwatertemperatuur gekozen worden.
In het menu Warm water Tijdprogramma kunt u instellen op welke tijdstippen de boiler opgewarmd wordt. U kunt per dag resp. blok maximaal drie tijden opslaan.
De beschikbaarheid van warm water hoeft alleen actief te zijn op tijden waarop ook werkelijk warm water wordt getapt. Gelieve deze tijdsprogramma's op uw maximale eisen in te stellen.
Zo kan bijvoorbeeld bij werkenden een tijdsvenster van 6.00 - 8.00 uur en een tweede tijdsvenster van 17.00 - 23.00 uur het energieverbruik voor de warmwaterbereiding minimaliseren.
Fabrieksinstelling: Ma. - Vr. 6:00 - 22:00 uur
Za. 7:30 - 23:30 uur
Zo. 7:30 - 22:00 uur
4 Bediening
4.10.5 Tijdprogramma voor warmwatercirculatiefunctie instellen
| Circulatiepomp Tijdprogramma | ||
| >ma 1 06:00 22:00 2 : : 3 : : | ||
| > Dag/blok kiezen |
In het menu Circulatiepomp Tijdprogramma kunt u instellen op welke tijdstippen de optionele circulatiepomp in gebruik moet zijn.
U kunt per dag resp. blok maximaal drie tijden opslaan. Is voor warm water de modus "AAN" ingesteld, loopt de circulatiepomp permanent (→ hfdst. 4.10.1, menu ☐4).
Het tijdsprogramma Circulatiepomp moet met het tijdsprogramma Warm water overeenkomen, evt. kunnen de tijdsvensters nog kleiner gekozen worden.
Als zonder ingeschakelde circulatiepomp de gewenste warmwatertemperatuur snel genoeg voorhanden is, kan de circulatiepomp eventueel gedeactiveerd worden.
Daarnaast kan via drukschakelaars, die in de directe omgeving van de aftappunten geïnstalleerd en aan de warmtepomp aangesloten zijn, een kortstondige activering van de circulatiepomp gebeuren (principe trappenhuisverlichting). De werktijden van de circulatiepomp kunnen zodoende optimaal worden aangepast aan de daadwerkelijke behoefte. Neem hiervoor contact op met uw installateur.
Fabrieksinstelling: Ma. - Vr. 6:00 - 22:00 uur
Za. 7:30 - 23:30 uur
Zo. 7:30 - 22:00 uur
4.11 Vakantiefunctie voor volledig systeem programmeren
Vakantie programmeren voor totaalsysteem

Tijdvenster
Gewenste temperatuur 15 °C
Startdag instellen
Periodes van langere afwezigheid kunnen in het menu Vakantie programmeren ingesteld worden. Het is mogelijk om voor de thermostaat en alle daarop aangesloten systeemcomponenten twee vakantieperiodes met datum te programmeren. Bijkomend kunt u hier de gewenste temperatuur voor de vakantie instellen, d.w.z. onafhankelijk van het normale tijdsprogramma. Na het verstrijken van de vakantietijd springt de thermostaat automatisch in de daarvoor gekozen modus terug. De activering van het vakantieprogramma is alleen in de modi "Auto" en "Eco" mogelijk.

De gewenste temperatuur gedurende deze tijd moet zo laag mogelijk gekozen worden. De warmwaterbereiding en de circulatiepomp gaan tijdens het vakantieprogramma automatisch in de modus "Uit".
Fabrieksinstelling: Periode 1:
01.01.2008 - 01.01.2008
Periode 2:
01.01.2008 - 01.01.2008
Gewenste temperatuur 15 °C
4 Bediening
4.12 Handmatig instelbare functies activeren
De handmatige instelbare functies dienen om aan bepaalde functies van de warmtepomp gedurende een bepaalde periode prioriteit te verlenen. Zo kunt u bijv. met de partyfunctie de volgende nachtverlaging van de temperatuur verhinderen.
De keuze van de instelbare functies is in de basisweergave mogelijk. Hiervoor drukt u op de instelknop □.
De functie is daarna onmiddellijk actief. In de spaarfunctie is bijkomend het invoeren van de tijd vereist tot wanneer de spaarfuncties (op verlagingstemperatuur regelen) geldig moet zijn.
Om de parameter te veranderen, moet u aan de instelknopdraaien. Een geactiveerde functie kan niet onmiddellijk opnieuw gedeactiveerd worden.
De basisweergave verschijnt opnieuw na het verstrijken van de functie (bereiken van de tijd) of door het opnieuw indrukken van de instelknop.
4.12.1 Spaarfunctie activeren
| Wo 10.03.10 9:35 |
| Besparen geactiveerd |
| >Eindtijd kiezen |
Met de spaarfunctie kunt u de aanvoertemperatuur van het CV-bedrijf voor een instelbare periode verlagen. De spaarfunctie kunt u alleen voor de verwarmingscircuits gebruiken die voor de modus "Auto" ingesteld is.
▶ Druk 1 keer op de linker instelknop.
- Voer het uur voor het einde van de spaarfunctie in het formaat hh:mm (uur:minuut) in.
De spaarfunctie is geactiveerd.
4.12.2 Partyfunctie activeren
| Wo 10.03.10 9:35 |
| Party geactiveerd |
Met de partyfunctie kunt u het verwarmingsvermogen en de opwarming van het warm water verder dan het volgende verlagingstijdstip tot aan het volgende verwarmingsbegin behouden. De partyfunctie kunt u alleen voor de CV-circuits of warmwatercircuits gebruiken waarvoor de bedrijfsfunctie "Auto" of "ECO" is ingesteld.
- Druk 2 keer op de linker instelkno De partyfunctie is geactiveerd.
4.12.3 Eenmalige boilerlading activeren
Wo 10.03.10 9:35
eenmalig boiler opwarmen
Boiler geactiveerd
Deze functie maakt het u mogelijk om de boiler onafhankelijk van het actuele tijdsprogramma één keer op te laden (op te warmen).
- Druk 3 keer op de linker instelkno. De boilerlading is geactiveerd.
4.13 Instelwaarden van het code niveau lezen
Code niveau vrijgeven

Codenummer:
0 0 0 0
Standaardcode:
0000
Cijfer instellen
U kunt de instelwaarden van het code niveau uitlezen, maar niet veranderen. Deze waarden werden door de installateur ingesteld.
- Druk één keer zonder invoer van een code op de instelknop.
Daarna kunt u alle parameters van het codeniveau door aan de instelknop te draaien, lezen, maar niet veranderen.

Opgelet!
Mogelijke slechte werking door verkeerd ingestelde parameters!
Wijzigingen van de specifieke parameters voor de installatie kan storingen, resp. schade aan de warmtepomp veroorzaken.
- Probeer nooit door het willekeurig invoeren van gegevens naar het code niveau te komen.
4.14 Fabrieksinstellingen herstellen
Voor u de functie uitvoert, noteert u alle ingestelde waarden in de thermostaat zowel op het gebruikersniveau alsook op het codeniveau (→hfdst. 4.13).

Als u alle waarden naar de fabrieksinstelling reset, moet u uw installateur op de hoogte brengen opdat hij de fundamentele instellingen opnieuw uitvoert.
U kunt kiezen of alleen tijdsprogramma's of alle waarden naar de fabrieksinstelling gereset moeten worden.
Wo 10.03.10 9:35
Fabrieksinstelling
Annuleren NEE
Tijdprogramma NEE
Alles NEE
Waarden instelbaar

Opgelet!
Mogelijke slechte werking door resetten van alle waarden naar fabrieksinstelling!
Resetten van alle waarden naar de fabrieks-instelling kan installatiespecifieke instellingen wissen en tot slechte werking of uitschakelen van de warmtepomp leiden.
De warmtepomp kan niet beschadigd worden.
Voor u de warmtepomp naar de fabrieks-instellingen reset, doorbladert u aan de thermostaat alle menu's en noteert u alle ingestelde waarden die u wilt behouden.
Houd beide instelknoppen gedurende minstens 5 seconden ingedrukt om het menu "Fabrieksinstelling" op te roepen.
- Draai aan de instelknob tot de cursor voor de waarde in de regel voor de uit te voeren functie staat:
| Menupunt | Invoer | Resultaat |
| Annuleren | ja | De ingestelde parameters blijven behouden |
| Tijd-programma | ja | Alle geprogrammeerde tijdvensters worden gewist |
| Alles | ja | Alle ingestelde parameters worden teruggezet op de fabrieksinstelling |
Druk op de instelknop om de waarde te markeren.
- Draai aan de instelknop tot Ja weergegeven wordt.
▶ Druk op de instelknob
De functie wordt uitgevoerd. Het display springt naar de basisweergave.
Als u alle waarden gereset hebt, brengt u uw installateur op de hoogte, opdat hij de genoteerde waarden opnieuw instelt.
4.15 Warmtepomp tijdelijk uitschakelen
Het uitschakelen van de warmtepomp is alleen via de bedie- ningsconsole mogelijk door de verwarming en de warmwa- terbereiding in de betreffende menu's te deactiveren.
Stel hiervoor voor CV-bedrijf, koelbedrijf en warmwaterbereiding de modus "UIT" in (→hfdst.4.9.1, menu 2 en hfdst.4.10.1, menu 4).
4.16 Warmtepomp uitschakelen
Mocht het nodig zijn om de warmtepomp uit te schakelen, moet u het toestel volledig stroomloos schakelen.
▶ Schakel de contactverbreker uit.
Bij het heropstarten na een spanningsuitval of het uitschakelen van de spanningsvoeding worden de actuele datum en de actuele tijd door de DCF-ontvanger automatisch opnieuw ingesteld of bij ontbrekende DCV-ontvangst moet u deze waarden zelf opnieuw instellen.
5 Verhelpen van storingen
De ingebruikneming van uw warmtepomp gebeurde na de installatie door uw installateur.
Het opnieuw in gebruik nemen is ook niet nodig als uw warmtepomp eens door een spanningsval ongecontroleerd uitvalt (stroomuitval, zekering defect, zekering uitgeschakeld).
De warmtepomp geoTHERM beschikt over een automatische resetfunctie, d.w.z. de warmtepomp gaat vanzelf opnieuw in zijn uitgangspositie terug als er geen storing van de warmtepomp zelf voorhanden is.
5.1 Storingstypes
Foutmeldingen verschijnen ca. 20 seconden nadat een storing opgetreden is op het display. Als de storing minstens 3 minuten blijft bestaan, wordt een foutmelding in het foutgeheugen van de thermostaat geschreven.
De geoTHERM regeling kent verschillende storingstypes:
- Fout met tijdelijke waarschuwingsmelding
De warmtepomp blijft in werking en wordt niet uitgeschakeld. Deze waarschuwingsmeldingen verschijnen eerst in het menu 1 en worden in het foutgeheugen geschreven als de storing langer dan 3 minuten blijft bestaan.
- Fout met tijdelijke uitschakeling
De warmtepomp wordt tijdelijk uitgeschakeld en start automatisch opnieuw op. De fout wordt weergegeven en verdwijnt vanzelf als de oorzaak van de fout niet meer bestaat of verholpen werd.
- Fout met permanente uitschakeling
De warmtepomp wordt permanent uitgeschakeld. Hij kan na het verhelpen van de oorzaak van de fout en na het resetten van de fout in het foutgeheugen door de installateur opnieuw gestart worden.

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundig verhelpen van de storing!
Bij sommige storingen wordt de warmte-pomp buiten bedrijf gesteld.
- Neem in dit geval contact op met uw installateur of de Vaillant-fabrieksklantendienst.
- Neem contact op met uw installateur als er storingen optreden die niet in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn.
▶ Probeer niet om de oorzaak van de storing zelf te verhelpen.
5.2 Foutgeheugen bekijken
| Foutgeheugen | 11 |
| Foutnummer >1 | |
| Foutcode 41 | |
| 10.03.10 07:18 | |
| Storing | |
| Voeler T3 warmtebron | |
5.1 Foutmelding in foutgeheugen menu I1
U kunt het foutgeheugen bekijken om de laatste foutmeldingen weer te geven. Alleen de installateur kan het foutgeheugen uitlezen en wissen.
- Draai de instelknop □ één keer naar links.
- Draai aan de instelknop ☐ om bijkomende foutmeldingen weer te geven.
Noteer de foutcode en de fouttekst. Als u met uw installateur contact opneemt, deel hem dan de foutcode en de fouttekst mee.
5.3 Fouten met tijdelijke waarschuwingsmelding
De volgende waarschuwingsmeldingen worden door tijdelijke storingen in het bedrijf van de warmtepomp veroorzaakt. De warmtepomp blijft in werking en wordt niet uitgeschakeld.
- Noteer de foutcode en fouttekst en de modus en de weersomstandigheden.
- Bespreek deze notities bij de volgende inspectie met de installateur.
| Foutcode | Fouttekst/Beschrijving |
| 26 | Drukzijde compressor oververhitting |
| 36 (alleen VWS) | Brijndruk laag |
5.1 Fouten met tijdelijke waarschuwingsmelding
5.4 Fouten met tijdelijke uitschakeling
De warmtepomp wordt tijdelijk uitgeschakeld en loopt automatisch opnieuw aan als de oorzaak van de storing niet meer bestaat of verholpen werd.
Afhankelijk van de storing gaat de warmtepomp na 5 resp. 60 minuten automatisch opnieuw in bedrijf.
| Foutcode | Fouttekst/Beschrijving |
| 20 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaatHet verschil tussen warmtebronuitgangstemperatuur en -ingangstemperatuur is te gering.De warmte-energieafgifte van de warmtebron is tijdelijk niet voldoende voor de werking van de warmtepomp. De thermostaat schakelt de warmtepomp tijdelijk uit, opdat ze niet bevriest.De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wacht tijd van 5 min weer starten. | |
| 21 (alleen VWW) | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgangBronuitlaattemperatuur te laag (<4 °C) |
| 22 (alleen VWS) | Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaatDe warmtebronuitgangstemperatuur is te laag.De warmte-energieafgifte van de warmtebron is tijdelijk niet voldoende voor de werking van de warmtepomp. De thermostaat schakelt de warmtepomp tijdelijk uit, opdat ze niet bevriest.De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wacht tijd van 5 min weer starten. |
| 23 (alleen VWW) | Geen grondwaterdoorstromingGeïntegreerde stromingsschakelaar herkent geen volumestroom. |
| 27 Koelmiddeldruk te hoogDe warmtepomp kan pas opnieuw starten als de koelmiddeldruk laag is. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 60 min weer starten. | |
| 28 Koelmiddeldruk te laagDe warmtepomp kan pas opnieuw starten als de koelmiddeldruk voldoende groot is. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 60 min weer starten. | |
| 29 Koudemiddel druk buiten het bereikAls de storing twee keer achter elkaar optreedt, kan de warmtepomp op z'n vroegst na een wachttijd van 60 min weer starten. | |
5.2 Fouten met tijdelijke uitschakeling
| Foutcode | Fouttekst/Beschrijving |
| 35 Temp broh te hoogBrontemperatuur buiten de toegestane bedrijfs-temperatuur (> 20 °C brijntemperatuur). Warmte-pomp schakelt uit en treedt automatisch in wer-king als de brontemperatuur zich opnieuw in het toegestane bereik bevindt. | |
5.2 Fouten met tijdelijke uitschakeling (vervolg)
5.5 Fouten met permanente uitschakeling
Er kunnen fouten optreden die tot de uitschakeling van de warmtepomp leiden.

Alleen de installateur mag de foutoorzaak van de hierna beschreven storingen verhelpen en het foutgeheugen wissen.
De basisweergave verdwijnt en de foutmelding wordt op het display weergegeven.
Noodmodus
Afhankelijk van het soort storing kan de installateur instellen dat de warmtepomp tot aan het verhelpen van de oorzaak van de storing in een noodmodus via de geïntegreerde elektrische bijstookverwarming of via een externe CV-ketel verder loopt. Als de noodmodus mogelijk is (→tab.5.3), dat de elektrische bijstookverwarming of een externe CV-ketel hiervoor vrijgeschakeld werd, kan de installateur deze opnieuw voor het CV-bedrijf of voor het warmwaterbedrijf of voor beide activeren.
Onder de foutmelding verschijnen volgende parameters:
- Resetten (JA/NEE)
Heft de foutmelding op en schakelt het compressorbedrijf vrij.
- Warmwater Voorrang (JA/NEE)
Geeft de bijstookverwarming voor warm water vrij.
- CV Voorrang (JA/NEE)
Geeft bijstookverwarming voor CV-bedrijf vrij.
| Foutcode | Fouttekst/Beschriljving | Nood-modus |
| 32 Fout warmtebron sensor T8Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 33 Fout CV-circuitdruksensorKortsluiting in druksensor. | niet mogelijk | |
| 34 (alleen VWS) | Storing brijndruksensorKortsluiting in druksensor. | mogelijk |
| 40 Fout sensor T1Kortsluiting in voeler | mogelijk | |
| 41 Fout warmtebron sensor T3Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 42 Fout sensor T5Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 43 Fout sensor T6Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 44 Fout buitenvoeler AFKortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 45 Fout Boilervoeler SPKortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 46 Fout sensor VF1Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 47 Fout retour sensor RF1Kortsluiting in voeler. | mogelijk | |
| 48 Fout aanvoer sensor VF2Kortsluiting in voeler. | Warmwa-terbedrijfmogelijk | |
| 52 Voeler staat niet op hydraulisch schema | – | |
| 60 Vorstbeveiliging warmtebron bewa-king bronuitlaatFout 20 drie keer achter elkaar opgetreden. | mogelijk | |
| 61 (alleen VWW) | Vorstbeveiliging warmtebron bewa-king bronuitlaatFout 21 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk |
| 62 (alleen VWW) | Vorstbeveiliging warmtebron bewa-king bronuitlaatFout 22 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk |
5.3 Fouten met permanente uitschakeling
| Foutcode | Fouttekst/Beschrijving | Nood-modus |
| 63 (alleen VWW) | Geen grondwaterdoorstromingFout 23 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk |
| 72 Aanvoertemperatuur te hoog voor vloerverwarmingAanvoertemperatuur gedurende 15 min. hoger dan ingestelde waarde. Sensor of thermostaat defect. | - | |
| 81 Koelmiddeldruk te hoogFout 27 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk | |
| 83 Koelmiddeldruk te laag;warmtebron controleren.Fout 28 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk | |
| 84 Koudemiddel druk buiten het bereikFout 29 drie keer achter elkaar opge-treden. | mogelijk | |
| 85 Fout CV-dircuitpompKortsluiting of drooglopen | - | |
| 86 Fout bronpompKortsluiting of droog lopen. | mogelijk | |
| 90 CV-systeemdruk te laagDruk <0,5 barWarmtepomp schakelt uit en gaat vanzelf in werking wanneer de druk boven 0,7 bar stijgt. | - | |
| 91 (alleen VWW) | Bron druk te laagDruk <0,2 barWarmtepomp schakelt uit en gaat vanzelf in werking wanneer de druk boven 0,4 bar stijgt, of de evt. door de klant gemonteerde brijndrukschakelaar werd geopend. | mogelijk |
| 94 Fase-uitval zekering controlerenEen of meerdere fasen uitgevallen. | mogelijk | |
| 95 Verkeerde draairichting, comp. fasen verwisselenFasevolgorde niet correct. | mogelijk | |
| 96 Fout druksensorKoelcircuitKortsluiting in druksensor. | mogelijk | |
5.3 Fouten met permanente uitschakeling (vervolg)
5.6 Storingen zelf verhelpen
Naast de storingen met foutmelding op het display van de warmtepomp kunnen slechts enkele storingen aan de CV-installatie optreden die u zelf kunt verhelpen.
| Tekenen van storing | Mogelijke oorzaak | Maatregel voorverhelpen |
| Geluiden in CV-circuit.,Ontbrekende warmte-ontwikkeling,verlagen van de drukin het CV-circuit | Lucht in CV-circuit | CV-circuit ontluch-ten |
5.4 Door de gebruiker te verhelpen storingen
Als u niet weet hoe u het CV-circuit van uw vloerverwarming ontlucht, breng dan uw installateur op de hoogte.
6 Onderhoud
6.1 Eisen aan de opstellingsplaats in acht nemen
De standplaats moet droog en altijd vorstvrij zijn.
Houd er rekening mee dat u achteraf geen bouwkundige veranderingen mag uitvoeren die een vermindering van het ruimtevolume of een wijziging van de temperatuur aan de opstellingsplaats tot gevolg hebben.
6.2 Warmtepomp reinigen en onderhouden

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige reiniging!
Schuur- of reinigingsmiddelen kunnen de mantel beschadigen.
- Reinig de mantel van uw warmtepomp met een vochtige doek en een beetje zeep.
6.3 Warmtepomp onderhouden
In tegenstelling tot warmteopwekkers op basis van fossiele energiedragers zijn bij de warmtepomp geoTHERM geen omslachtige onderhoudswerkzaamheden nodig.
Voorwaarde voor permanente bedrijfszekerheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door een installateur.

Gevaar!
Verwondingsgevaar en gevaar voor beschadiging door ondeskundig onderhoud en ondeskundige reparatie!
Niet of onjuist onderhoud kan de veilige werking van de warmtepomp verminderen.
▶ Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties aan uw warmtepomp uit te voeren.
- Laat dit door een erkend installateur uitvoeren.
Vaillant raadt aan om een onderhoudscontract af te sluiten.
Om alle functies van het Vaillant-toestel blijvend te garanderen en om de toegestane serietoestand niet te veranderen, mogen bij onderhoudswerkzaamheden alleen originele Vaillant-reserveonderdelen gebruikt worden!
6.3.1 Vuldruk van de CV-installatie controleren
U kunt de vuldruk van uw CV-installatie aan de thermostaat van de warmtepomp aflezen (→hfdst.4.8, menu 1). Deze moet tussen 1 en 2 bar bedragen. Als de waterdruk onder 0,5 bar daalt, wordt de warmtepomp automatisch uitgeschakeld en wordt een foutmelding weergegeven.
- Controleer de vuldruk van de CV-installatie na de eerste ingebruikneming en het onderhoud een week lang dagelijks en daarna halfjaarlijks.

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door lekkend water!
Bij ondichtheden kan water lekken en tot beschadigingen leiden.
- Sluit bij ondichtheden in het warmwater-leidingbereik het koudwaterafsluitventiel.
- Schakel bij ondichtheden in het CV-circuit de warmtepomp uit. Schakel hiervoor de contactverbreker van de warmtepomp uit.
- Laat ondichtheden door uw installateur repareren.

De koudwaterstopkraan is niet in de leverings- omvang van de warmtepomp inbegrepen. Deze wordt apart door de installateur geïnstalleerd. Hij geeft u uitleg over de positie en de bediening van het onderdeel.
- Als de vuldruk minder dan 0,5 bar bedraagt, breng dan uw installateur op de hoogte opdat hij warm water aanvult en de vuldruk verhoogt.

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging van het toestel en de installatie door sterk kalkhoudend of sterk corrosief of met chemicaliën besmet leidingwater!
Door ongeschikt leidingwater kan het tot schade aan afdichtingen en membranen, tot het dichtlopen van componenten in toestel en installatie waar water doorstroomt en tot geluiden bij het CV-bedrijf komen.
Als het nodig is dat de CV-installatie bij- gevuld of geleegd en volledig opnieuw gevuld moet worden, informeer u dan bij de installateur die uw Vaillant-toestel geïnstalleerd heeft.
In bepaalde gevallen moet het gebruikte verwarmingswater gecontroleerd en geconditioneerd worden. Ook hiervoor geeft uw installateur u de nodige informatie.
6.3.2 Vulpeil en vuldruk van het brijncircuit controleren (alleen VWS)

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door lekkend brijn!
Bij ondichtheden in het brijncircuit kan brijn lekken en schade veroorzaken.
- Schakel bij ondichtheden in het brijncircuit de warmtepomp uit. Schakel hiervoor de contactverbreker van de warmtepomp uit.
- Laat ondichtheden door uw installateur repareren.

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door brijntekort!
Te gering vulpeil van de brijnvloeistof kan tot schade aan de warmtepomp leiden.
- Controleer het vulpeil van de brijnvloeistof na de eerste ingebruikneming dagelijks een week lang en daarna halfjaarlijks.
- Laat de brijnvloeistof door uw installateur bijvullen.

Opgelet!
Beschadigingsgevaar en functiestoring door bijvullen van zuiver water!
Door het bijvullen van zuiver water kan het tot ijsvorming in het brijncircuit komen door verminderde vorstbescherming.
- Laat een te gering vulpeil van de brijnvloeistof door uw erkende installateur met brijnvloeistof aanvullen.

6.1 Vulpeil van het brijnexpansievat
Als het niveau van de brijnvloeistof in de eerste maand na inbedrijfstelling van het systeem iets daalt, is dat normaal. Het niveau kan ook naargelang temperatuur van de warmtebron variëren. Het mag echter nooit zover dalen dat het in het brijnexpansievat niet meer zichtbaar is, omdat anders lucht in het brijncircuit meegetrokken wordt.
- Controleer regelmatig het brijnniveau resp. de vuldruk van het brijncircuit. U kunt de vuldruk van het brijncircuit ("Druk warmtebron") in de thermostaat van de warmtepomp aflezen (→ hfdst. 4.8, menu 1).
De vuldruk moet tussen 1 en 2 bar bedragen. Als de vuldruk onder 0,2 bar daalt, wordt de warmtepomp automatisch uitgeschakeld en wordt een foutmelding weergegeven.
7 Recycling en afvoer
Zowel uw warmtepomp alsook alle toebehoren en de bijbehorende transportverpakkingen bestaan voor het overgrote deel uit recycleerbare grondstoffen en mogen niet met het gewone huisvuil meegegeven worden.

Opgelet!
Gevaar voor het milieu door ondeskundige afvoer!
Ondeskundige afvoer van het koelmiddel kan tot schade aan het milieu leiden.
Zorg ervoor dat het koelmiddel en de brijnvloeistof alleen door gekwalificeerd personeel afgevoerd wordt.
- Neem de geldende nationale wettelijke voorschriften in acht.
7.1 Verpakking laten afvoeren
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het beste overlaten aan de installateur die het toestel geïnstalleerd heeft.
7.2 Warmtepomp afvoeren

Als uw warmtepomp van dit teken voorzien is, dan mag u het na het gebruik niet met het gewone huisvuil weggooien.
Zorg er in dit geval voor dat uw Vaillant toestel alsmede de evt. aanwezige toebehoren na afloop van de gebruiksduur correct worden afgevoerd.
Omdat deze warmtepomp niet onder de wet over het op de markt brengen, de terugname en de milieuvriendelijke afvoer van elektrische en elektronische toestellen (elektrische en elektronische toestelwet) valt, is het gratis afvoeren bij een gemeentelijk verzamelpunt niet mogelijk.
7.3 Brijnvloeistof afvoeren (alleen VWS)

Gevaar!
Explosie- en verbrandingsgevaar!
De brijnvloeistof ethanol is als vloeistof en damp licht ontvlambaar. De vorming van explosieve damp-/luchtmengsels is mogelijk.
- Houd hitte, vonken, open vuur en hete oppervlakken uit de buurt.
- Zorg bij het per ongeluk vrijkomen voor voldoende ventilatie.
- Vermijd de vorming van damp-/lucht-mengsels. Houd vaten met brijnvloeistof gesloten.
- Neem het bij de brijnvloeistof gevoegde veiligheidsgegevensblad in acht.

Gevaar!
Verwondingsgevaar door brandwonden!
De brijnvloeistof ethyleenglycol is gevaarlijk voor de gezondheid.
▶ Vermijd huid- en oogcontact.
▶ Vermijd inademen en inslikken.
- Draag handschoen en veiligheidsbril.
- Neem het bij de brijnvloeistof gevoegde veiligheidsgegevensblad in acht.
Zorg ervoor dat de brijnvloeistof rekening houdende met de plaatselijke voorschriften bijv. op een geschikte vuilstortplaats of een geschikte verbrandingsinstallatie verwerkt wordt.
- Neem bij hoeveelheden onder 100 l met de gemeentelijke reinigingsdienst contact op.
7.4 Koelmiddel laten afvoeren
De Vaillant warmtepomp is met het koelmiddel R 407 C gevuld.

Gevaar!
Verwondingsgevaar door contact met koelmiddel!
Lekkend koelmiddel kan bij het aanraken van het lek tot bevriezingen leiden.
- Als koelmiddel lekt, geen componenten van de warmtepomp aanraken.
- Adem dampen of gassen die bij lekken uit het koelmiddelcircuit lekken, niet in.
- Vermijd huid- en oogcontact met het koelmiddel.
- Roep bij huid- of oogcontact met het koelmiddel een arts.

Opgelet!
Gevaar voor schade aan het milieu!
Deze warmtepomp bevat het koelmiddel R407 C. Het koelmiddel mag niet in de atmosfeer komen. R407 C is een door het Kyotoprotocol beschreven gefluoreerd broeikasgas met GWP 1653 (GWP = Global Warming Potential).
- Laat het koelmiddel alleen door gekwalificeerd geschoold personeel afvoeren.
8 Garantie en serviceteam
8.1 Fabrieksgarantie
Fabrieksgarantie (België)
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op de aankoopfactuur die u heel nauwkeurig dient bij te houden.
De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaarden:
- Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden die er, onder zijn volledige verantwoordelijkheid, op zal letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden.
- Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant toestel gemonteerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd.
- Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie!
De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de naverkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk geschil, zijn enkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd. Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toegelaten toestand niet te veranderen, mogen bij onderhoud en herstellingen enkel nog originele Vaillant onderdelen gebruikt worden.
Fabrieksgarantie (Nederland)
Fabrieksgarantie wordt verleend alleen indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant BV erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product.
De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie die conform zijn aan de algemene garantiebepalingen van Vaillant BV.
Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend door de servicedienst van Vaillant BV of door een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf uitgevoerd.
Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien vooraf toestemming is verleend aan een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf en als het conform de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiegeval betreft.
8.2 Serviceteam
Klantendienst (België)
Vaillant NV-SA
Golden Hopestraat 15
1620 Drogenbos
Tel: 02 / 334 93 52
Serviceteam (Nederland)
Het Serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer (020) 565 94 40.
| Benaming Eenheld VWS 61/3 VWS 81/3 | VWS 101/3 | VWS 141/3 VWS 171/3 | |||
| Soort - Brijn/water warmptepomp | |||||
| Toepassingsgebied - | De warmtepompen zijn uitsluitend voor het huishoudelijke gebruik als warmte-bron voor gesloten warmwater-cv-installaties en voor de warmwaterbereiding bestemd.Het gebruik van de warmtepomp buiten de toepassingsgrenzen leidt tot het uit-schakelen van de warmtepomp door de interne regel- en veiligheidsinrichtingen. | ||||
| Zekering, traag | A | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 25 |
| Elektrisch opgenomen vermogen- Min. bij B-5/W35 ΔT 5K- Max. bij B20/W60 ΔT 5K- bijstook verwarming | kW | 1,6 | 2,1 | 2,7 | 3,6 |
| kW | 3,1 | 3,8 | 4,9 | 6,8 | |
| kW | 6 | 6 | 6 | 6 | |
| Koelmiddelcircuit- Koelmiddeltype | - | R 407 C | |||
| Vermogensgegevens warmtepomp | De volgende vermogensgegevens gelden voor nieuwe toestellen met schone warmtewisse-laars. | ||||
| BO/W35 ΔT 5K- verwarmingsvermogen- opgenomen vermogen- Rendement/Coefficient of Perfor-mance | kW | 6,1 | 7,8 | 10,9 | 14,0 |
| kW | 1,3 | 1,7 | 2,2 | 3,0 | |
| - | 4,7 | 4,7 | 4,9 | 4,7 | |
| BO/W35 ΔT 10K- verwarmingsvermogen- opgenomen vermogen- Rendement/Coefficient of Perfor-mance | kW | 6,2 | 8,0 | 10,8 | 14,4 |
| kW | 1,3 | 1,6 | 2,5 | 2,9 | |
| - | 5,0 | 5,0 | 5,1 | 5,0 | |
| BO/W55 ΔT 5K- verwarmingsvermogen- opgenomen vermogen- Rendement/Coefficient of Perfor-mance | kW | 5,7 | 7,8 | 9,7 | 13,1 |
| kW | 1,9 | 2,5 | 3,2 | 4,3 | |
| - | 3,0 | 3,1 | 3,0 | 3,1 | |
| Geluidsvermogen bij BO/W35 volgens EN 12102 | db(A) | 46 | 48 | 50 | 52 |
| Opstellingsplaats- toegestane omgevingstemperatuur °C | 7 - 25 | ||||
ΔT= temperatuurspreiding m.b.t. aanvoer en retour
K = Kelvin
| Benaming Eenheld VWW 61/3 VWW 81/3 VWW 101/3 VWW 141/3 VWW 171/3 | ||||||
| Soort - Water/waterwarmtepomp | ||||||
| Toepassingsgebied - | De warmtepompen zijn uitsluitend voor het huishoudelijke gebruik als warmte-bron voor gesloten warmwater-cv-installaties en voor de warmwaterbereiding bestemd.Het gebruik van de warmtepomp buiten de toepassingsgrenzen leidt tot het uit-schakelen van de warmtepomp door de interne regel- en veiligheidsinrichtingen. | |||||
| Zekering, traag | A | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 16 | 3 x 25 | 3 x 25 |
| Elektrisch opgenomen vermogen | ||||||
| - min. bij W10/W35 | kW | 1,5 | 1,9 | 2,4 | 3,5 | 4,3 |
| - max. bij W10/W35 | kW | 3,1 | 3,8 | 4,9 | 6,8 | 7,7 |
| - bijstook verwarming | kW | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |
| Koelmiddelcircuit | ||||||
| - koelmiddeltype | - | R 407 C | ||||
| Vermogensgegevens warmtepomp | De volgende vermogensgegevens gelden voor nieuwe toestellen met schone warmtewisse-laars. | |||||
| W10/W35 ΔT 5K | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 8,4 | 10,9 | 14,0 | 19,8 | 24,0 |
| - opgenomen vermogen | kW | 1,5 | 1,9 | 2,4 | 3,5 | 4,3 |
| - Rendement/Coefficient of Perfor-mance | - | 5,7 | 5,7 | 5,8 | 5,7 | 5,6 |
| W10/W35 ΔT 10K | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 8,6 | 11,2 | 14,0 | 14,0 | 23,9 |
| - opgenomen vermogen | kW | 1,4 | 1,9 | 2,3 | 2,4 | 4,0 |
| - Rendement/Coefficient of Perfor-mance | - | 6,0 | 6,0 | 6,0 | 5,8 | 6,0 |
| W10/W55 ΔT 5K | ||||||
| - verwarmingsvermogen | kW | 7,6 | 9,8 | 13,3 | 17,8 | 21,4 |
| - opgenomen vermogen | kW | 2,3 | 2,8 | 3,5 | 5,0 | 5,9 |
| - Rendement/Coefficient of Perfor-mance | - | 3,4 | 3,5 | 3,8 | 3,6 | 3,7 |
| Geluidsvermogen | db(A) | 46 | 48 | 50 | 52 | 53 |
ΔT= temperatuurspreiding m.b.t. aanvoer en retour
K = Kelvin
10 Lijst met vakwoorden
Aanvoertemperatuur
Zie CV-aanvoertemperatuur.
Bedrijfs mode
Met de modi bepaalt u hoe uw CV-installatie of uw warmwaterbereiding geregeld wordt, bijv. in het automatische bedrijf of handmatig.
Circulatiepomp
Wanneer u de warmwaterkraan opent, kan het - afhankelijk van de lengte van de leidingen - enkele ogenblikken duren tot er warm water uit de kraan stroomt. Een circulatiepomp pompt het warme water in het circuit door uw warmwater-leiding. Daardoor staat bij het openen van de waterkraan onmiddellijk warm water ter beschikking. Voor de circulatie-pomp kunnen tijdvensters worden geprogrammeerd.
CV-aanvoertemperatuur
Uw CV-ketel verwarmt water dat daarna door uw CV-installatie gepompt wordt. De temperatuur van dit warme water bij het verlaten van de CV-ketel wordt aanvoertemperatuur genoemd.
CV-circuit
Een CV-circuit is een gesloten circuitsysteem van leidingen en warmteverbruikers (bijv. verwarmingstoestellen). Het opgewarmde water uit de CV-ketel stroom in het CV-circuit en komt als afgekoeld water opnieuw in de CV-ketel aan. Een CV-installatie beschikt normaal gezien over minimaal één CV-circuit. Er kunnen echter bijkomende CV-circuits aangesloten zijn, bijv. voor de voorziening van meerdere woningen of een bijkomende vloerverwarming.
DCF-ontvanger
Een DCF-ontvanger ontvangt via radio een tijdssignaal van de zender DCF77 (D-Duitsland C-Langegolfzender F-Frankfurt 77). Het tijdssignaal stelt automatisch de tijd van de thermostaat in en zorgt voor de automatische omschakeling tussen zomertijd en wintertijd. Een DCF-tijdssignaal is niet in alle landen beschikbaar.
Gewenste waarde dag
De ingestelde kamertemperatuur is de temperatuur die in uw woning moet heersen en die u op de klokthermostaat heeft ingevoerd. Uw CV-ketel verwarmt tot de kamertemperatuur met de gewenste kamertemperatuur overeenkomt. De gewenste kamertemperatuur geldt als richtwaarde voor de regeling van de aanvoertemperatuur volgens de stooklijn.
Gewenste waarden
Gewenste waarden zijn de waarden die u met de thermostaat instelt, bijv. de gewenste kamertemperatuur of de gewenste temperatuur voor de warmwaterbereiding.
HK2
HK2 betekent CV-circuit 2 naast het toestelinterne circuit CV-circuit 1. Hiermee is het eerste verwarmingscircuit van uw CV-installatie bedoeld.
Kamertemperatuur
De kamertemperatuur is de werkelijk gemeten temperatuur in uw woning.
Legionellabacteriën
Legionellabacteriën zijn in het water levende bacteriën die zich snel vermeerderen en tot levensgevaarlijke longziektes kunnen leiden. Ze komen voor waar opgewarmd water hen optimale voorwaarden om te vermeerderen biedt. Kortston-dig opwarmen van het water boven 60 °C doodt de legionellabacteriën.
Stooklijn
Een stooklijn geeft de verhouding tussen de buitentemperatuur en aanvoertemperatuur weer. Door de keuze van een stooklijn kunt u de aanvoertemperatuur van uw verwarming beïnvloeden en hierdoor ook de kamertemperatuur.
afb. 10.1 toont de mogelijke stooklijnen voor een gewenste kamertemperatuur van 20 °C.
Als bijv. de stooklijn 0.4 gekozen is, dan wordt bij een buitentemperatuur van -15 °C op een aanvoertemperatuur van 40 °C geregeld.

10.2 Parallelle verschuiving van de stooklijn
Als de stooklijn 0.4 gekozen is en voor de gewenste kamertemperatuur niet 20 °C, maar 21 °C opgegeven is, dan verschuift de stooklijn, zoals op afb. 10.2 weergegeven is. Aan de 45° hellende as a wordt de stooklijn conform de waarde gewenste kamertemperatuur parallel verschoven. Dat betekent dat bij een buitentemperatuur van -15 °C de regeling voor een aanvoertemperatuur van 45 °C zorgt.
Tijdsvenster
Voor de verwarming, de warmwaterbereiding en de circula- tiepomp kunnen per dag drie tijdsvenstersgeprogrammeerd worden.
Voorbeeld:
Tijdsvenster 1: Ma 09.00 - 12.00 uur
Tijdsvenster 2: Ma 15.00 uur - 18.30 uur
Bij de verwarming wordt aan elk tijdsvenster een gewenste waarde toegewezen die de CV-installatie gedurende deze tijd in acht neemt.
Bij de warmwaterbereiding is voor alle tijdsvensters de gewenste warmwaterwaarde doorslaggevend.
Bij de circulatiepomp bepalen de tijdsvensters de bedrijfstijden.
In de automatische modus geschiedt de regeling conform de instelwaarden van de tijdvensters.
Verlagingstemp.
De verlagingstemperatuur is de temperatuur waarop uw CV-installatie de kamertemperatuur buiten geprogrammeerde tijdsvensters verlaagt.
Vorstbeveiligingsfunctie
De vorstbeveiliging beschermt uw CV-installatie en uw woning tegen schade door bevriezing. Ze is ook in de Bedrijfs mode "Uit" actief.
De vorstbeveiligingsfunctie bewaakt de buitentemperatuur. Als de buitentemperatuur onder 3 °C daalt, dan wordt de verwarmingspomp gedurende ca. 10 minuten ingeschakeld en daarna opnieuw gedurende 10 tot 60 min. (afhankelijk van de waarde van de buitentemperatuur) uitgeschakeld. Als de verwarmingsaanvoertemperatuur lager is dan 13 °C, dan wordt de CV-ketel ingeschakeld. De gewenste kamertemperatuur wordt op 5 °C geregeld. Als de buitentemperatuur boven 4 °C stijgt, dan blijft de bewaking van de buitentemperatuur actief, de CV-pomp en de cv-ketel worden uitgeschakeld.
Als de buitentemperatuur onder -20 °C daalt, dan wordt de CV-ketel ingeschakeld. De gewenste kamertemperatuur wordt op 5 °C geregeld.
Warmwaterbereiding
Het water in de boiler wordt door uw ketel tot de gewenste temperatuur verwarmd. Als de temperatuur in de boiler met een bepaalde waarde daalt, dan wordt het water opnieuw tot op de gewenste temperatuur opgewarmd. Voor de opwarming van de boilerinhoud kunt u tijdsvensters programmeren.
Weersafhankelijk
De buitentemperatuur wordt door een afzonderlijke, in de open lucht aangebrachte voeler gemeten en naar de thermostaat geleid. Bij lage buitentemperaturen zorgt de thermostaat zo voor een verhoogde verwarmingsvermogen, bij hogere buitentemperaturen voor een gereduceerd verwarmingsvermogen.
Trefwoordenregister
A
Aanvoertemperatuur Verwarming 20
Afwerklaagdroging 9
Artikelnummer 3
B
Bedieningsinterface 12
Bedrijfstoestand 20
Bedrijfsvoorwaarden 36
Beveiliging brijntekort 8
Beveiliging CV-watergebrek 8
Boiler Lading 29
Vorstbeveiliging 8
boilerlading 29
Bron druk 20
Buitentemperatuur 43, 44
L
Legionellabeveiliging 9
M
Menuniveaus 14
Gebruikersniveau 15
Gewenste waarde dag 22
|
Invries beveiliging 9
P
Parameter Bedrijfsmodus Verwarmen 21
Bedrijfsmodus Warm water 24
Warmwatertemperatuur maximaal 24
Warmwatertemperatuur minimaal 24
Partyfunctie 28
Pompblokkeerbeveiliging 8
R
Regeling gewenste aanvoertemperatuur 10
Regeling met vaste waarde 10
S
Sensorcontrole 8
Serienummer 3
Serviceteam 40
Spaarfunctie 28
Status
Bedrijfsmodus Verwarmen 21
Bedrijfsmodus Warm water 24
Storingsindicaties 32
Storingsmeldingen 32
Symbolen
Display 18
T
Tijdprogramma
Circulatiepomp 26
CV-circuit 23
Vakantie 27
Warm water 25
Typeplaatje 3
v
Ventielblokkeerbeveiliging 8
Verlagingstemp.
Verwarming 22
Verwarming
Aanvoertemperatuur 20
Installatiedruk 20
Verlagingstemp. 22
Vorstbeveiliging 8
Vorstbeveiliging
Boiler 8
Verwarming 8
W
Warmtebrondruk 20
Warmwatertemperatuur
maximaal 24
minimaal 24
Leverancier
Vaillant BV
Postbus 23250 ■ 1100 DT Amsterdam ■ Telefoon 020 / 565 92 00
Telefax 020 / 696 93 66 ■ www.vaillant.nl ■ info@vaillant.nl
N.V. Vaillant S.A.
Golden Hopestraat 15 ■ B-1620 Drogenbos ■ Tel. 02/334 93 00
Fax 02/334 93 19 ■ www.vaillant.be ■ info@vaillant.be
Fabrikant
Vaillant GmbH
Berghauser Str. 40 ■ D-42859 Remscheid ■ Telefon 0 21 91/18-0
Telefax 0 21 91/18-28 10 ■ www.vaillant.de ■ info@vaillant.de



