GEBRUIKSAANWIJZING WIDL 126 INDESIT
Uitpakken en waterpas zetten, 50
Water- en elektrische aansluiting, 50-51
Eerste wasprogramma, 51
Beschrijving van de wasdroog-machine, 52-53
Bedieningspaneel, 52
Controleampjes, 53
Start en programma's, 54
In het kort: een programma starten, 54
Tabel van de programma's, 54
WIDL 126
Persoonlijk instellen, 55
Instellen van de temperatuur, 55
Instellen van het drogen, 55
Functies, 55
Wasmiddel en wasgoed, 56
Wasmiddellaatje, 56
Prepareren van het wasgoed, 56
Speciale stukken, 56
Voorzorgsmaatregelen en raadgevingen, 57
Algemene veiligheid, 57
Het afvoeren, 57
Bezuinigingen en bescherming van het milieu, 57
Onderhoud, 58
Afsluiten van water en stroom, 58
Schoonmaken van de wasdroogmachine, 58
Het wasmiddellaatje schoonmaken, 58
Reinigen van deur en trommel, 58
Reinigen van de pomp, 58
Controleer de slang van de watertoevoer, 58
Storingen en oplossingen, 59
Service, 60
Voordat u de installateur erbij haalt, 60

INDESIT
! Het is belangrijk dit boekje te bewaren zodat u het kunt raadplegen wanneer u maar wilt. In het geval dat u de machine verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij de machine blijven zodat de nieuwe gebruiker de functies en betreffende raadgevingen kan leren kennen. ! Lees de instructies met aandacht: u vindt er belangrijke informatie betreffende het installeren, gebruik en veiligheid.
Uitpakken en waterpas zetten
Uitpakken
- Pak de wasdroogmachine UIT.
- Controleer of de wasdroogmachine geen schade heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel het geval is moet hij niet worden aangesloten en moet u contact opnemen met de handelaar.

- Verwijder de vier transportbouten met de rubberen ring en bijbehorende afstandstukken die zich aan de achterkant bevinden (zie afbeelding).
- Sluit de gaten af met de bijgeleverde plastic doppen.
- Bewaar alle stukken: mocht de wasdroogmachine ooit worden vervoerd, dan moeten deze weer worden aangebracht.
! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen.
Waterpassen
- Installeer de wasdroogmachine op een rechte en stevige vloer en laat hem niet leunen tegen een muur, meubel of dergelijke.

- Als de vloer niet perfect horizontaal is, kunt u de onregelmatigheid opheffen door de stelvoetjes aan de voorkant in- of uit te schroeven (zie afbeelding); de hoek, gemeten ten opzichte van de aanrecht, mag de 2° niet overschrijden.
Een correcte waterpas geeft de machine stabiliteit en vermijdt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen gedurende het functioneren van de machine. In het geval van vaste vloerbedekking of een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat onder de wasdroogmachine genoeg plaats is voor ventilatie.
Water- en elektrische aansluiting
Aansluiting van de watertoevoerslang

- Plaats de pakking A op het uiteinde van de waterslang en schroef hem op een koudwaterkraan met een mondstuk met schroefdraad van 3/4 gas (zie afbeelding). Voordat u hem aansluit, moet u het water laten lopen totdat het helder is.

- Verbind de slang aan de wasdroogmachine door hem op de betreffende watertoevoer aan te schroeven, rechtsboven aan de achterkant (zie afbeelding).
- Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de slang zijn.
! De waterdruk van de kraan moet binnen de waarden van de tabel Technische Gegevens liggen (zie bladzijde hiernaast). ! Als de slang niet lang genoeg is, moet u zich wenden tot een gespecialiseerde handelaar of een bevoegde installateur.
Aansluiting van de afvoerbuis

Verbind de buis, zonder hem te buigen, aan een afvoerleiding of aan een afvoer in de muur tussen 65 en 100 cm van de grond af;

of hang hem op de rand van een wasbak of bad, en bind de bijgeleverde leiding aan de kraan (zie afbeelding). Het uiteinde van de afvoerslang mag niet onder water hangen.
! Gebruik geen verlengstuk voor de slang; indien dit niet te vermijden is, moet het verlengstuk dezelfde doorsnee hebben als de originele slang en hij mag niet langer zijn dan 150 cm.
Elektrische aansluiting
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, moet u zich ervan verzekeren dat:
- het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen;
- het stopcontact het maximum vermogen van de machine kan verdragen, zoals aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);
- het voltage overeenkomt met de waarden die zijn aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);
- het stopcontact geschikt is voor de stekker van de machine. Indien dit niet zo is, moet de stekker of het stopcontact vervangen worden.
! De wasdroogmachine mag niet buiten worden geïnstalleerd, ook niet op een plaats die beschut is, aangezien het gevaarlijk is hem aan regen en onweer bloot te stellen.
! Als de wasdroogmachine is geïnstalleerd, moet het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.
! Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers. ! Het snoer mag niet in bochten of geknikt liggen. ! De voedingskabel mag alleen door een bevoegde installateur worden vervangen. Belangrijk! De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer deze normen niet gerespecteerd zijn.
Eerste wasprogramma
Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u hem een wascyclus laten uitvoeren met wasmiddel maar zonder wasgoed, met het programma van 90° met voorwassen.
| Technische gegevens |
| Model | WIDL 126 |
| Afmetingen | breedte cm 59,5
hoogte cm 85
diepte cm 53,5 |
| Vermogen | van 1 tot 5 kg voor het wassen;
van 1 tot 4 kg voor het drogen |
| Elektrische
aansluitingen | spanning 220/230 Volt 50 Hz
max. aansluitwaarde 1850 W |
| Aansluiting
waterleiding | max. druk 1 MPa (10 bar)
min. druk 0,05 MPa (0,5 bar)
Inhoud trommel 46 liters |
| Snelheid
centrifuge | tot 1200 toeren per minuut |
| Controle-program-
ma's volgens de
norm IEC456 | wassen: programme 2; temperatuur
60°C; uitgevoerd met 5 kg lading.
drogen: eerste droging uitgevoerd
met 1 kg lading en een tijd van 40
min;
tweede droging uitgevoerd met 4 kg
lading en de DROOG-knop op |
| CE | Deze apparatuur voldoet aan de
volgende EEC voorschriften:
-73/23/EEC van 19/02/73
(Laagspanning) en successievelijke
modificaties
-89/336/EEC van 03/05/89
(Elektromagnetische compatibilititeit)
en successievelijke modificaties
-2002/96/CE |
Beschrijving van de wasdroogmachine
NL
Bedieningspaneel
Wasmiddellaatje: voor wasmiddel en verdere toevoegingen (zie blz. 56).
Controlelampjes: voor het volgen van het verloop van het wasprogramma.
Als de functie Delay Timer is ingesteld, worden de resterende tijd aangegeven tot het starten van het programma (zie blz. 53).
DROOG-knop: voor het instellen van de gewenste droging (zie blz. 55).
FUNCTIE knoppen: voor het kiezen van de functies. De knop van de gekozen functie blijft verlicht.
TEMPERATUUR knop: voor het instellen van de temperatuur of koud wassen (zie blz. 55).
START/RESET knop: voor het starten van de programma's of voor het annuleren als u per ongeluk verkeerd heeft ingesteld.
Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD: geeft aan of de wasdroogmachine aan is en of de deur geopend kan worden (zie blz. 53).
AAN/UIT knop: voor het in- en uitschakelen van de wasdroogmachine.
PROGRAMMA knop: voor het kiezen van de programma's. Gedurende het programma blijft de knop stilstaan.
Controlelampjes
De controlelampjes geven belangrijke informatie. Ze geven aan:
Uitgestelde start ingesteld:
Als de functie Delay Timer is geactiveerd (zie blz. 55), nadat het programma is gestart, gaat het controlelampje dat bij de uitgestelde start hoort knipperen:




Naar gelang de terugloop van de tijd worden, met het knipperen van het betreffende controlelampje, de resterende tijd aangegeven:




Als de gekozen wachtijd is afgelopen, gaat het knipperende controlelampje uit en begint het ingestelde programma te lopen.
Fase die bezig is:
Gedurende het verloop van het wasprogramma gaan de controlelampjes een voor een aan om aan te tonen met welk programmaonderdeel de machine bezig is.




N.B.:
- Gedurende het afpompen gaat het controlelampje dat bij de fase Centrifugeren hoort branden.
- Aan het einde van de droogcyclus gaat het controlelampje van de fase - knipperen om aan te duiden dat de DROOG-knop op 0 moet worden gezet.
Functieknoppen
De FUNCTIEKNOPPEN dienen ook als controlelampjes.
Als u een functie kiest, wordt de bijbehorende knop verlicht.
Als de gekozen functie niet bij het ingestelde programma hoort, gaat de knop knipperen en wordt de functie niet geactiveerd.
Als een functie wordt ingesteld die niet past bij een andere eerder ingestelde functie, dan blijft alleen de laatste keuze actief.
[1] Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD:
Als het controlelampje brandt, betekent dit dat de deur geblokkeerd is. Dit om te voorkomen dat hij per ongeluk geopend zou worden; om schade te voorkomen moet u wachten tot het controlelampje knippert. Dan pas kunt u de deur opentrekken.
! Als het controlelampje van AAN/DEUR GEBLOKKEERD snel knippert tegelijkertijd met minstens één ander controlelampje, dan betekent dit dat er een storing is. Bel de installateur.
In het kort: een programma starten
- Schakel de wasdroogmachine in met de knop (1). Alle controlelampjes branden gedurende enkele seconden, gaan vervolgens uit en het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD gaat knipperen.
- Laad het wasgoed in en sluit de deur.
- Stel het gewenste programma in met de knop PROGRAMMA'S.
- Stel de wastemperatuur in (zie blz. 55).
- Stel indien nodig het drogen in (zie blz. 55).
- Giet het wasmiddel en verdere toevoegingen in het wasmiddellade (zie blz. 56).
- Start het programma met de START/RESET knop. Voor het annuleren houdt u de START/RESET knop minstens 2 seconden ingedrukt.
- Aan het einde van het programma gaat het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD knipperen, wat betekent dat de deur geopend kan worden. Haal het wasgoed eruit en laat de deur op een kier staan zodat de trommel kan drogen. Schakel de wasdroogmachine uit met de knop (1).
Tabel van de programma's
| Soort stof en vuil | Programma's | Tempe-ratuur | Drog-en | Wasmiddel | Wasverz-acher | Duur van het wasprogramma (min.) | Beschrijving wasprogramma |
| voor-was | Hoof-dwas |
| Standaard |
| Zeer vuile witte was(lakens, tafellakens enz.) | 1 | 90°C | ● | ● | ● | ● | 135 | Voorwas, hoofdwas, spoelingen,tussen - en eindhoven |
| Zeer vuile witte was(lakens, tafellakens enz.) | 2 | 90°C | ● | | ● | ● | 125 | Hoofdwas, spoelingen,tussen - en eindhoven |
| Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed | 2 | 60°C | ● | | ● | ● | 110 | Hoofdwas, spoelingen,tussen - en eindhoven |
| Zeer vuile witte en gekleurd fijn was | 2 | 40°C | ● | | ● | ● | 105 | Hoofdwas, spoelingen,tussen - en eindhoven |
| Weinig vuil wit wasgoed en fjir gekleurdwasgoed (overhemden, truien enz.) | 3 | 40°C | ● | | ● | ● | 70 | Hoofdwas, spoelingen,tussen - en eindhoven |
| Zeer vuile kleurvaste toffen(babygoed enz.) | 4 | 60°C | ● | | ● | ● | 75 | Hoofdwas, spoelingen, kreukvrijof delicate centrifuge |
| Zeer vuile kleurvaste toffen(babygoed enz.) | 4 | 40°C | ● | | ● | ● | 60 | Hoofdwas, spoelingen, kreukvrijof delicate centrifuge |
| wol | 5 | 40°C | | | ● | ● | 50 | Hoofdwas, spoelingen, kreukvrijen delicate centrifuge |
| Special fijn toffen(gordijnen, zijde, viscose enz.) | 6 | 30°C | | | ● | ● | 45 | Hoofdwas, spoelingen, kreukvrijof afpompen |
| Drogen van katoenen toffen | 7 | | ● | | | | | |
| Drogen van fijn toffen | 8 | | ● | | | | | |
| Time 4 U |
| Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed | 9 | 60°C | | | ● | ● | 60 | Hoofdwas, spoelingen,tussen-eindcentrifuge. |
| Licht gekleurdtoffen (ieder soortweinig vuil wasgoed) | 10 | 40°C | | | ● | ● | 40 | Hoofdwas, spoelingen endelicate centrifuge |
| Licht gekleurdtoffen (ieder soortweinig vuil wasgoed) | 11 | 30°C | ● | | ● | ● | 30 | Hoofdwas, spoelingen endelicate centrifuge |
| Sport |
| Sportschoenen (MAX. 2 paar.) | 12 | 30°C | | | ● | ● | 50 | Koude was (zonder wasmiddel),wassen, spoelen en delicatecentrifuge |
| Stoffen voor sportkleding(jogginpakken, shorts enz.) | 13 | 30°C | | | ● | ● | 60 | Hoofdwas, spoelingen,tussen -en eindcentrifuge |
| PROGRAMMA ONDERDELEN |
| Spoelen | | | ● | | | ● | | Spoelingen en centrifuge |
| Centrifugeren | | | ● | | | | | Afpompen en centrifuge |
| Afpompen | | | | | | | | Afpompen |
Opmerking
- Bij programma 9 is het beter de machine met niet meer dan 3,5 kg wasgoed te beladen. - Bij programma 13 raden wij aan een lading van niet meer dan 2 kg te wassen. - Kijk voor de beschrijving van kreukvrij: zie Minder Strijken, bladzijde hiernaast. De gegevens in de tabel hebben een indicatieve waarde.
Speciaal programma
Dagelijkse was (programma 11 voor synthetische stoffen) is bedoeld voor het snel wassen van kledingstukken die weinig vuil zijn: het duurt slechts 30 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. Met programma 11 (met 30°C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen (behalve zijde en wol) met een lading van max. 3 kg. Het beste is om hierbij vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Instellen van de temperatuur
Door aan de TEMPERATUUR-knop te draaien stelt u de temperatuur van het wassen in (zie Tabel van de programma's op blz. 54).
De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud ().

Instellen van het drogen
Door aan de DROOG-knop te draaien stelt u het gewenste soort drogen in. Er zijn twee mogelijkheden:
A - Gebaseerd op de tijdsduur: Van 40 tot 150 minuten.
B - Gebaseerd op de vochtigheidsgraad van het wasgoed: Strijkdroog: wasgoed enigszins vochtig, gemakkelijk te strijken.
Drogen en ophangen: wasgoed droog en klaar voor in de kast. Kastdroog: heel droog wasgoed, aangeraden voor handdoeken en badjassen.
Aan het einde van de droogprogramma is er een afkoelperiode.
Tabel droogtijden: de waarden in de tabel zijn een indicatie.
| Soort stof | Soort lading | Max. lading (kg) | Kast-droog | Drogen en ophangen | Strijk-droog |
| Katoen, linnen | Wasgoed van versch. grootte | 4 | 130 | 120 | 110 |
| Katoen | Handdoeken | 4 | 130 | 120 | 110 |
| Terital, katoen | Lakens, overhemden | 2,5 | 90 | 80 | 70 |
| Acrylic | Pyjama's, Sokken enz. | 1 | 65 | 60 | 60 |
| Nylon | Ondergoed, kousen enz. | 1 | 65 | 60 | 60 |
Als in een uitzonderlijk geval de lading wasgoed voor wassen en drogen meer is dan het toegestane maximum (zie tabel hiernaast), dan voert u eerst het wassen uit; aan het einde hiervan verwijdert u de lading en laadt u een gedeelte in de trommel. Volg nu de aanwijzingen voor het uitvoeren van alleen drogen. Doe hetzelfde met de rest van de lading.
Alleen drogen
Draai de PROGRAMMA-knop naar een van de droogstanden (7-8), gebaseerd op het soort stof, en kies vervolgens het soort drogen dat gewenst is met de DROOG-knop.
Belangrijk: - Gedurende het drogen wordt een centrifuge uitgevoerd indien u een van de katoenprogramma's en een van de droogstadia (Kastdroog, Drogen en ophangen, Strijkdroog) heeft ingesteld.
- Voor katoen wasgoed minder dan 1 kg gebruikt u het droogprogramma voor fijne stoffen.
Functies
De verschillende functies van de wasdroogmachine zorgen voor een heldere en witte was zoals door u gewenst. Voor het activeren van de functies:
- druk op de knop die bij de gewenste functie hoort, volgens de hiervolgende tabel;
- het oplichten van de betreffende knop geeft aan dat de functie actief is.
N.B.: Snel knipperen van de knop geeft aan dat de bijbehorende functie van het ingestelde programma niet gekozen kan worden.
| Functies | Effect | Notities voor het gebruik | Actief bij deprogramma's: |
| Delay Timer | Stelt de start van de machine uit tot aan 9 uren. | Druk meerere malen op de knop totdat het controelampje dat bij de gewenste uitgestelde start hoor verlicht worden. Bij de vijfde druk op de knop worden de functie gedeactiveerd. N.B.: Als de Start/Reset knop eenmaal ingedrukt is dan kan de uitgesteldeijd alleen verkort worden. | Allen |
| Minder strijken | Vermindert het kreuken van de stoffen en vergemakkelijk het strijken. | Door deze functie in te stellen worden de programme's 4, 5, 6 onderbroken, (wasgoed blijft in water=spoelstop) (Kreukvrij), en het controelampje van de fase Spoelen gaat knipperen: - voor het afmaken van de cycle drukt u op de START/RESET knop - voor alleen waterafvoer zet u de knop op het symbool en drukt u op de START/RESET knop. | 3, 4, 5, 6, 9, 10, Spoelen. |
| Extra Spoeling | Vermeererdert het resultaat van het spoelen. | Aangeraden voor volle lading wasgoed of met extra veel wasmiddel. | 1, 2, 3, 4, 9, 10, 12, 13, Spoelen. |
| 1200 600 | Vermindert de slelheid van de centrifuge. | | Alle programme's behalte 6 en afpompen. |
Wasmiddellaatje
Een goed resultaat van de was hangt ook af van een juiste dosis wasmiddel: te veel maakt het wassen niet beter en blijft in het wasgoed hangen terwijl het slecht is voor het milieu.

Trek het staatje naar voren en giet het wasmiddel en/of de verdere toevoegingen erin als volgt.
bakje 1: voorwasmiddel (poeder)
bakje 2: wasmiddel (poeder of vloeibaar)
Het vloeibare wasmiddel wordt erin gegoten vlak voor de start.
bakje 3: toevoegingen (wasverzachter enz.)
De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen.
! Gebruik nooit middelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen.
Prepareren van het wasgoed
- Verdeel het wasgoed volgens:
- het soort stof / het symbool op het etiket.
- de kleuren: scheid gekleurd goed van de witte was. Maak de zakken leeg en controleer de knopen.
- Ga niet boven het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed:
stevige stoffen: max 5 kg
Hoeveel weegt het wasgoed?
1 t-shirt 400-500 gr. 1 sloop 150-200 gr. 1 tafelkleed 400-500 gr. 1 badjas 900-1200 gr. 1 handdoek 150-200 gr.
Speciale stukken
Gordijnen: vouw de gordijnen nauwkeurig en doe ze in een kussensloop of net. Was ze apart zonder ooit de halve lading te overschrijden. Gebruik programma 6 dat automatisch de centrifuge uitsluit.
Donzen dekbedden en met dons gevulde
windjacks: als de vulling uit ganzenveren of eenden-dons bestaat, kunt u ze wassen in de wasdroogmachine. Keer de stukken binnenste buiten en ga niet boven een max. lading van 2-3 kg; herhaal de spoeling een of twee keer en gebruik de delicate centrifuge.
Wol: Gebruik voor de beste resultaten een wasmiddel dat speciaal voor wol is bestemd en laad niet meer dan 1 kg wollen goed in de machine.
! De wasdroogmachine is ontworpen en geproduceerd volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen worden voor uw eigen veiligheid gegeven en moeten met aandacht worden gelezen.
Algemene veiligheid
- Dit apparaat is gemaakt voor huishoudelijk gebruik, niet-professioneel, en zijn functies mogen niet veranderd worden.
- De wasdroogmachine mag alleen door volwassen personen en volgens de instructies in dit boekje worden gebruikt.
- Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten.
- Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar altijd door de stekker aan te pakken.
- Open het wasmiddellaatje niet terwijl de machine in werking is.
- Raak het afvoerwater niet aan, aangezien het nogal warm kan zijn.
- Forceer nooit de deur: het veiligheidsmechanisme, dat tegen per ongeluk openen beschermt, kan beschadigd worden.
- Probeer in geval van storingen nooit de interne mechanismen van de machine te repareren.
- Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machine komen als die in werking is.
- De glazen deur kan heet worden.
- Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met twee of drie personen en met grote voorzichtigheid. Nooit alleen, want de machine is zwaar.
- Voordat u het wasgoed in de machine laadt, controleer dat hij leeg is.
- De glazen ruit wordt warm gedurende het drogen.
- Droog geen wasgoed dat met ontvlambare oplosmiddelen is gewassen (bijv. trieline).
- Droog geen schuimrubber of elastomeren of kledingstukken met rubberen opschriften e.d.
- Controleer dat gedurende het drogen de waterkraan open is.
- Deze wasdroogmachine mag alleen worden gebruikt voor het drogen van wasgoed dat in water is gewassen.
Het afvoeren
- Het afvoeren van het verpakkingsmateriaal: houd u zich aan de plaatselijke normen zodat het materiaal gerecycled kan worden.
- De Europese Richtlijn 2002/96/EC over vernietiging van elektrische en elektronische apparatuur vereist dat oude huishoudelijke elektrische apparaten niet mogen worden vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten
moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting dat, wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de lokale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat.
Bezuiniging en bescherming van het milieu
Maximale reiniging
Als er weinig water door de glazen deur te zien is, komt dat doordat met de nieuwe Indesit technologie minder dan de helft water voldoende is voor maximale reinheid van de was: een doel dat is bereikt ten gunste van de milieubescherming.
Bezuinigen op wasmiddel, water, energie en tijd
- Teneinde geen energiebronnen te verkwisten moet de machine altijd met maximale lading worden gebruikt. U spaart 50% energie met een volle lading i.p.v. twee halfvolle ladingen.
- Voorwassen is alleen nodig voor erg vuil wasgoed. Door dit te vermijden bespaart u wasmiddel, tijd, water en ongeveer 5 tot 15% energie.
- Door vlekken met een ontvlekkingmiddel te behandelen of in de week te zetten kunt u met minder hoge temperaturen wassen. Een programma op 60°C in plaats van op 90°C of op 40°C in plaats van 60°C zorgt voor een besparing van 50% aan energie.
- Doseer het wasmiddel op basis van de hardheid van het water, de vuilheidsgraad en de hoeveelheid wasgoed, zo vermijdt u onnodig energieverbruik en beschermt u het milieu. Ook al zijn de wasmiddelen biologisch afbreekbaar, toch bevatten ze elementen die het evenwicht in de natuur verstoren. Bovendien moet u zoveel mogelijk wasverzachters vermijden.
- Door zoveel mogelijk te wassen met goedkope stroomtarieven ('s nachts) werkt u mee aan het reduceren van de belasting van de elektrische centrale.
De optie Delay Timer (zie blz. 55) is van groot belang voor de uitvoering van het wasprogramma gedurende de NIGHT.
- Als u na het wassen het wasgoed in een droger wilt drogen, kies dan een hoge centrifugeersnelheid. Weinig water in het wasgoed spaart tijd en energie bij het droogprogramma.
Afsluiten van water en stroom
- Doe de kraan dicht na iedere wasbeurt. Hiermee reduceert u de kans op lekkage.
- Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de wasdroogmachine gaat schoonmaken en gedurende onderhoudswerkzaamheden.
Schoonmaken van de wasdroogmachine
De buitenkant en de rubber onderdelen kunnen met een spons en lauw sopje worden schoongemaakt. Nooit schuurmiddelen of oplosmiddelen gebruiken!
Het wasmiddellaatje schoonmaken

Verwijder het laatje door het op te lichten en naar voren te trekken (zie afbeelding). Was het onder stromend water: dit moet u regelmatig doen.
Reinigen van deur en trommel
- Laat de deur altijd op een kier staan om muffe lucht te vermijden.
Reinigen van de pomp
De wasdroogmachine is voorzien van een zelfreinigende pomp en hoeft dus niet te worden schoongemaakt. Het kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (geldstukken, knopen) in het voorvakje terechtkomen dat de pomp beschermt en zich aan de onderkant bevindt.
! Verzeker u ervan dat het wasprogramma klaar is en trek de stekker uit het stopcontact.
Toegang tot het paneel:

- Verwijder het paneeltje aan de voorkant van de wasdroogmachine met behulp van een schroevendraaier (zie afbeelding);

- Draai de deksel eraf, tegen de klok in draaiend (zie afbeelding): het is normaal dat er een beetje water uit komt;
- Maak de binnenkant goed schoon;
- Schroef de deksel er weer op;
- Monteer het paneeltje weer, met de haakjes in de betreffende openingen voordat u het paneeltje tegen de machine aan drukt.
Controleer de slang van de watertoevoer
Controleer minstens eens per jaar de slang van de watertoevoer. Als er barstjes in zitten moet hij vervangen worden: gedurende het wassen kan de hoge waterdruk onverwachte scheurtjes veroorzaken.
! Nooit reeds eerder gebruikte slangen gebruiken.
Het kan gebeuren dat de machine niet werkt. Voordat u de installateur opbelt (zie blz. 60), controleert u of het een storing betreft die gemakkelijk te verhelpen is met behulp van de volgende lijst.
Storingen:
De wasdroogmachine gaat niet aan.
Het wasprogramma start niet.
De wasdroogmachine neemt geen water.
De wasdroogmachine blijft water aan- en afvoeren.
De wasdroogmachine pompt het water niet af of centrifugeert niet.
De machine trilt erg tijdens het centrifugeren.
De wasdroogmachine lekt.
Het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD knippert snel tegelijkertijd met minstens een ander controlelampje.
Er ontstaat te veel schuim.
De wasdroogmachine droogt niet.
Mogelijke oorzaken / Oplossing:
- De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om contact te maken.
- Er is geen stroom.
- De deur is niet goed DICHT.
- De knop (1) is niet ingedrukt.
- De START/RESET knop is niet ingedrukt.
- De waterkraan is niet open.
- Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 55).
- De watertoevoerslang is niet aangesloten aan de kraan.
- De slang ligt gekneld.
- De kraan is niet open.
- In de leiding mankeert het water.
- Er is geen voldoende druk.
- De START/RESET knop is niet ingedrukt.
- De afvoerslang is niet geïnstalleerd op 65 tot 100 cm afstand van de grond (zie blz. 51).
- Het uiteinde van de afvoerslang ligt onder water (zie blz. 51).
- De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.
Als na deze controle het probleem niet is opgelost, doet u de waterkraan dicht, de machine uit en belt u de installateur. Als u op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont, kan zich een probleem met het hevelen voordoen, waarbij de machine voortdurend water aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen bestaan er speciale, in de handel verkrijgbare ventielen.
- Het programma voorziet niet in afvoer: bij enkele programma's moet dit met de hand worden gestart (zie blz. 54).
- De optie 'Minder strijken' is actief: voor het afmaken van het programma drukt u op de START/RESET knop (zie blz. 55).
- De afvoerslang ligt gekneld (zie blz. 51).
- De afvoerleiding is verstopt.
- De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze ontgrendeld (zie blz. 50).
- De wasdroogmachine staat niet recht (zie blz. 50).
- De wasdroogmachine staat te nauw tussen meubel en muur (zie blz. 50).
- De slang van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie blz. 50).
- Het wasmiddellaatje is verstopt (voor schoonmaken zie blz. 58).
- De afvoerslang is niet goed bevestigd (zie blz. 51).
- Bel de installateur, want dit geeft een storing aan.
- Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasmachines (er moet "voor wasmachine", "handwas en wasmachine", of dergelijke op staan).
- De dosering is te veel.
- De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om contact te maken.
- Er is geen stroom.
- De deur is niet goed dicht.
- Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 55).
- De DROOG-knop staat op 0.
Voordat u er de installateur bijhaalt:
- Kijk eerst even of u het probleem zelf kunt oplossen (zie blz. 59);
- Start het programma om te controleren of de storing is verholpen;
- Is dit niet het geval, dan neemt u contact op met de bevoegde dichtstbijzijnde Technische Dienst via het telefoonnummer dat op het garantiebewijs/gebruiksaanwijzing staat.
! Nooit een niet-bevoegde installateur erbij halen.
Vermeld:
- het soort storing;
- het model van de machine (Mod.);
- het serienummer (S/N).
Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasdroogmachine.
