KD-NX1R - Gps JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KD-NX1R JVC in PDF-formaat.
| Producttype | GPS-navigatie voor auto's |
| Merk | JVC |
| Model | KD-NX1R |
| Afmetingen | Ongeveer 170 x 100 x 20 mm |
| Gewicht | Ongeveer 250 g |
| Voeding | Oplaadbare lithium-ion batterij en auto-adaptor |
| Scherm | 6,2 inch TFT LCD touchscreen |
| Belangrijkste functies | GPS-navigatie, updatable kaarten, Bluetooth handsfree, mediaspeler, FM/AM-radio |
| Kaartinvoer | MicroSD, update via USB |
| Connectiviteit | Bluetooth, USB, aux-ingang |
| Luidspreker | Ingebouwd |
| Garantie | 2 jaar |
| Onderhoud | Reinigen met zachte droge doek |
| Veiligheid | Montage aan voorruit, kabel met zekering |
| Repareerbaarheid | Batterij vervangbaar door gebruiker, toegankelijke poorten |
| Talen | Meertalig, inclusief Spaans |
Veelgestelde vragen - KD-NX1R JVC
Gebruikersvragen over KD-NX1R JVC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Gps in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KD-NX1R - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KD-NX1R van het merk JVC.
GEBRUIKSAANWIJZING KD-NX1R JVC
We danken u voor de aanschaf van een van onze JVC-producten.
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig en in zijn geheel door alvorens u deze eenheid gaat gebruiken. Alleen zo kunt u het beste uit uw apparatuur halen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zodat u deze in de toekomst kunt raadplegen.
Let op! Aanwijzingen m.b.t. veiligheid
Het navigatieapparaat mag alleen worden bediend als de verkeerssituatie dit toelaat en u er geheel zeker van bent dat u zelf, uw medepassagiers of andere verkeersdeelnemers geen gevaar lopen, worden gehinderd of worden gestoord.
In elk geval zijn de voorschriften van de Wegenverkeerswet van toepassing. De plaats van bestemming mag alleen worden ingevoerd als de auto stilstaat.
Het navigatiesysteem is niet meer dan een hulpmiddel bij het reizen. De bestuurder wordt door dit apparaat niet van zijn plicht ontslagen om de geboden zorgvuldigheid in het verkeer te betrachten. Evenmin kan het apparaat in plaats van de bestuurder situaties beoordelen. Gezien het feit dat verkeerssituaties aan veranderingen onderhevig zijn of gegevens veranderen kan het voorkomen dat de gegeven aanwijzingen niet geheel of niet correct zijn. Derhalve moet altijd rekening worden gehouden met de verkeersborden en de verkeerssituatie ter plaatse. Het navigatiesysteem is met name niet bedoeld als hulpmiddel ter oriëntatie bij slechte weersomstandigheden.
Het apparaat mag alleen voor de doeleinden waarvoor het is bedoeld worden gebruikt. Het volume van de autoradio/navigatiesysteem moet zo worden ingesteld dat de bestuurder nog geluiden van buiten kan waarnemen.
Bij storingen (bijv. ontwikkeling van rook of geurtjes) moet het apparaat meteen worden uitgeschakeld.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat alleen door een vakman worden geopend. Voor reparaties wordt u verzocht met uw dealer contact op te nemen.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 73
Overzicht toetsen 75
Beveiliging tegen diefstal 76
Codenummers invoeren 76
Mobiel voorpaneel verwijderen 77
Mobiel voorpaneel plaatsen 77
Algemene bediening 78
In-/uitschakelen 78
Volume instellen 78
Geluidsmenu activeren 78
Lineair afstellen 79
Volume subwoofer resp. centerspeaker instellen 79
Loudness in-/uitschakelen 79
Gebruik van het navigatiesysteem 80
Wat is navigatie? 80
Aanwijzingen m.b.t. veiligheid 80
Gedigitaliseerd gebied 80
Algemene aanwijzingen 81
Navigatie selecteren 82
Basismenu navigaticsysteem 82
Bestemming 83
Routemenu 88
Ingevoerde bestemming in het
bestemmingsgeheugen opslaan 90
Route naar de bestemming berekenen 91
Tussenstop 92
Filefunctie 93
Navigatie afbreken 94
Toelichtingen bij de navigatie 95
Dynamische navigatie met TMC 97
Informatic tijdens de navigatie 100
Bestemmingsgeheugen 103
Bijzondere bestemmingen 103
Systeeminstellingen 106
Radioweergave 112
Radioweergave inschakelen 112
Modus radiomenu inschakelen 112
FM-golfbereik instellen 112
AM-golfbereik instellen 112
Instelmogelijkheden voor de selectie van de zenders 112
Zenderzoekfunctie FM DAS 113
Zenderzockfunctie MW, LW, SW 113
Scan-zoekfunctie 114
Zenders filteren bij FM DAS 114
Programmatype selecteren (PTY) 114
Weergave van PTY in-/uitschakelen 115
Zender oproepen/opslaan bij FM 115
Zenders opvragen/opslaan MW, LW, SW 115
Autostore MW, LW 116
Handmatig instellen FM 116
Handmatig afstemmen MW, LW, SW 116
Regio's 117
Regionale programmafunctie in-/uitschakelen 117
Inhoudsopgave
Weergave frequentie in-/uitschakelen 117
Radiotekst in-/uitschakelen 118
Verkeersinformatie TP (Traffic Program) 118
TP-menu activeren/verlaten 119
TP in-/uitschakelen 119
Automatisch volgen instellen 120
Rechtstreeks programmeren
instellen/ongedaan maken 120
Mute-stand in-/uitschakelen 120
TP-berichten afbreken 121
Volume van TP-berichten 121
TMC in-/uitschakelen 121
Weergave voor TMC-zender 122
Mute-functie telefoon 122
Gebruik van de cd-speler 123
Aanwijzingen voor de compactdisc (cd) 123
Cd's plaatsen/uitwerpen 123
Nummer vooruit/achteruit springen 124
Intro scan 124
Versneld vooruit-/terugspoclen 124
Toevalsfunctie (Random Play) 124
Herhalen van nummers (Repeat) 125
Aantal nummers en totale speelduur 125
Schakelinrichting om tegen te hoge temperaturen te beschermen 125
Gebruik van de cd-wisselaar
Cd-wisselaar gebruiksklaar 126
Cd-magazijn vullen/leegmaken 126
Cd's afspelen 127
Nummer vooruit/achteruit springen 127
Intro scan 127
Versneld vooruit-/terugspoelen 128
Toevalsfunctie (Random Play) 128
Herhalen van nummers (Repeat) 128
Aantal nummers en totale specelduur 128
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu 129
PSM menu oproepen/verlaten 129
GAL instellen 130
Functies bij Mute-instelling telefoon (Tel) 130
Kleur van het display instellen (Col) 131
Display instellen (Lcd) 131
Knipperlicht instellen (LED) 132
Optimale ontvangst instellen (M/S) 132
Instelling navigatie-aanwijzing (Nav) 133
Aanwijzingen voor het aansluiten 135
In-/uitbouwhandleiding 136
Algemene uitleg 138
RDS-SYSTEEM 138
Niveau DAS Seek Qual. 138
Nivcau DAS Seck Name 138
Niveau Stations Fix 138
Niveau Stations RDS 138
PTY (programmatype) 139
① Linkerdraaiknop (Ilo)
②Aan-/uitschakelaar ()
③ K l a n 813. t o e t s ( )
④ Verkeersinformatietoets () TP
⑤ Naar cd () CD
⑥ Naar radio ( ) RAD
⑦Naar navigatie () NAV
⑧ Eject-knop voor cd ()
⑨ Rechterdraaiknop (●)
⑩Multifunctionele toetsen
⑪Display
Beveiliging tegen diefstal
Codenummers invoeren
Als de autoradio van de stroomvoorziening wordt afgehaald, is de radio bij een volgende aansluiting beveiligd tegen diefstal. Nadat de radio is aangezet met de toets en schijnt de tekst Enter Code Number, op het display.

Gebruik de multifunctionele toetsen "1 - 7" om het vijfcijferige codenummer in te voeren.
Voorbeeld: Codenummer 15372 (het codenummer staat op de bijgevocgde CODE CARD).
Codenummer met behulp van de multifunctionele toetsen invoeren.
Als het 5e getal is ingevoerd en alle andere getallen correct zijn ingevoerd, gaat het apparaat automatisch aan.
Aanwijzing: De CODE CARD moet buiten de auto op een veilige plaats worden bewaard. De kaart kan zodoende niet onrechtmatig gebruikt worden. De bijgeleverde ruitenstickers moet u op de binnenkant van uw ruiten plakken.
Als u een verkeerd codenummer heeft ingevoerd, wordt de melding Enter Code Number weergegeven. Als u de code drie keer verkeerd heeft ingevoerd, wordt Code wait weergegeven. Het apparaat kan gedurende ca. 60 minuten niet gebruikt worden.

Als u vervolgens de code nogmaals drie keer verkeerd invoert, kan de radio wederom gedurende 60 minuten niet gebruikt worden.
Let op: De wachttijd geldt alleen als de radio is ingeschakeld.
Mobiel voorpaneel verwijderen
U kunt het mobiele voorpaneel (Averwijderen. Dit is een effectieve beveiliging tegen diefstal.
Houd hiervoor toets A t ingedrukt (gegevensdrager blijft in het apparaat). Het display klapt naar voren.
U kunt het mobiele voorpaneel verwijderen.

Na het wegklappen van het display wordt het geluidsvolume begrensd. Na 20 seconden hoort u een pieptoon als teken dat het bedieningsgedeelte is weggeklapt. Daarna wordt het apparaat uitgeschakeld.
Aanwijzing: Uit veiligheidsoogpunt mag het mobiele voor- panel tijdens het rijden niet geopend blijven.
Let op: Plaats het mobiele voorpaneel na het verwijderen in de bijgeleverde beschermhoes. Raak de metalen contactpunten op het mobiele voorpaneel of op de radio niet aan.
Mobiel voorpaneel plaatsen
Steek het mobiele voorpaneel in de vergrendeling linksonder en daarna in de vergrendeling rechtsonder. Vervolgens het mobiele voorpaneel naar boven klappen totdat het in de bovenste vergrendelingen vastklikt.
Het mobiele voorpanel kan ook vlak worden geplaatst en worden vastgedrukt.
Om er zeker van te zijn dat het juist functioneert, moet u crop letten dat het mobiele voorpaneel volledig is vastgeklikt in de vier vergrendelpunten.
Als u een nieuw voorpanel of een voorpanel van een ander apparaat gebruikt, moet u het codenummer zoals beschreven invoeren, zodat de radio geactiveerd wordt.
Algemene bediening
In-/uitschakelen
Druk toets on
Andere in-/uitschakelmogelijkheid: via de ontsteking. Als u de radio via de ontsteking inschakelt, moet het apparaat vooraf ook via de ontsteking zijn uitgeschakeld. Na het afzetten van het contact kunt u voorkomen dat het apparaat wordt uitschakeld door de toets en 3 seconden in te drukken.
Aanwijzing: Het apparaat kan ook zonder het contact worden ingeschakeld met de toets schakelt zichzelf echter na 1 uur uit.
Volume instellen
Draai aan de linkerdraaiknop ● let volume wordt hoger of lager.
Geluidsmenu activeren
Druk op de toets geluidsmenu wordt geactiveerd. U kunt de volgende functies oproepen: Bas (lage tonen), Trb (hoge tonen), Fad (fader), Bal (balans), Flt (Lineair afstellen), Sub (subwoofer) en Ldn (loudness).

De instellingen van de lage tonen en de hoge tonen, worden afzonderlijk opgeslagen voor de golfbereiken MW/LW/SW en FM, de verkeersinformatie, de navigatie-aanwijzingen, de telefoon, de CD - en de CDC/AUX - weergave.
Druk op toets sil vervolgens op de multifunctionele knop Bas in.

Stel vervolgens met de rechterdraaiknop ♦e gewenste lage tonen in.
Hoge tonen (treble) instellen
Druk op toets SBL vervolgens op de multifunctionele knop Trb in.

Stel vervolgens met de rechterdraaiknop ♦ gewenste hoge tonen in.
Algemene bediening
Fader
Druk op toets ##. vervolgens op de multifunctionele knop Fad in.

Stel vervolgens met de rechterdraaiknop de gewenste waarde voor de fader in.
Balans instellen
Druk op toets volvolgens op de multifunctionele knop Bal in.

Stel vervolgens met de rechterdraaiknop ♦ gewenste balans in.
Lineair afstellen
Druk kort op de toets SEL

Druk de multifunctionele toets Kurt in - er verschijnt Tone Sflat. Door de multifunctionele knop opnieuw in te drukken Worden de klankinstellingen van de op dat moment afgestelde signaalbron (bijv. FM) op een gemiddelde waarde afgesteld.
Volume subwoofer resp. centerspeaker instellen Druk de multifunctionele toets

Stel vervolgens met de rechterdraaiknop het gewenste volume voor de subwoofer in.
Loudness in-/uitschakelen
Druk op toets sil vervolgens op de multifunctionele knop Ldn in.

Kies met de multifunctionele toets Lassen Loudness aan (ON) resp. Loudness uit (OFF) selecteren. In de golfbereiken MW, LW, SW is loudness uitgeschakeld.
Gebruik van het navigatiesysteem
Wat is navigatie?
Onder navigatie (lat. navigare = op zee varen) verstaat men in het algemeen de plaatsbepaling van een voertuig, de bepaling van de richting en de afstand tot de bestemming en het uitzetten van de route ernaar toe. Als hulpmiddelen bij het navigeren worden o.a. sterren, markante punten, kompas en satellieten gebruikt.
Bij KD-NX1R vindt het bepalen van de positie plaats via de GPS-ontvanger (GPS = Global Positioning System). De richting en de afstand tot de bestemming worden o.a. met behulp van een digitale wegenkaart, een navigatiecomputer en sensorn bepaald. Voor de routcbepaling worden ook het signaal van de snelheidsmeter en de achteruitversnelling gebruikt.
Om veiligheidsredenen vindt de navigatiemet name door verbale aanwijzingen plaats, ondersteund door richtingspijlen op het display.
Aanwijzingen m.b.t. veiligheid
- Neem in elk geval de voorschriften van het wegenverkeersreglement in acht.
- Verkeersborden en plaatselijke verkeersvoorschriften hebben altijd prioriteit.
- De route naar de bestemming geldt alleen voor personen-auto's. Er is geen rekening ghouden met specifieke aanbevelingen over de route en voorschriften voor andere voertuigen (bijv. bedrijfswagens).
- De plaats van bestemming mag alleen worden ingevoerd als de auto stilstaat.
Gedigitaliseerd gebied
Op de bijgeleverde navigatie-cd bevindt zich een gedigitalis- seerde wegenkaart. Op deze wegenkaart zijn de snelwegen, provinciale, regionale wegen en plaatselijke wegen opgeslagen. Grotere steden en gemeentes zijn volledig ingevoerd. Bij kleinere steden en gemeentes staan de regionale en plaatselijke wegen of doorgaande wegen alsmede het centrum van de bebouwde kom vermeld.
Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met eenrichtingswegen, voetgangersgebieden, plaatsen waar een verbod geldt om af te slaan en andere verkeersregelingen. Vanwege het feit dat het wegennet en de bijbehorende verkeersregelingen doorlopend worden gewijzigd, kan het voorkomen dat de gegevens op de navigatie-cd en de plaatselijke situatie niet geheel overeenkomen.
Algemene aanwijzingen
- Tijdens het gebruik van het navigatiesysteem kan de radio of cd-speler worden beluisterd.
Rechts op het display worden de afstand tot de volgende melding en de vermoedelijke aankomsttijd getoond. - Tijdens de actieve navigatie kunt u op de toets RAD drukken om naar de radio over te schakelen. Door op de toets oprukken, wordt er naar de cd-speler overgeschakeld.
Bij aanwijzingen van het navigatiesysteem, verschijnt vervolgens automatisch het navigatiemenu. - Bij het invoeren van het adres worden alleen de letters, cijfers en tekens weergegeven die hiervoor nodig zijn.
De invoer wordt automatisch aangevuld.
Een spatie (bijv. in Bad Abbach) moet met een onderliggend verbindingsstreepje worden ingevoerd.
Letters, cijfers en tekens kunnen via de multifunctionele toetsen t/m wordengekozen. Alle tekens die
boven de multifunctionele knop staan kunnen worden gekozen door één of meerdere keren op de toets te drukken. Verderop wordt beschreven hoe u tekens kunt kiezen met behulp van de rechterdraaiknop ● -
v uvt u het huidige menu, waarna het vorige menu verschijnt.
-
Bij een afwijking van de route wordt de route naar de bestemming opnieuw door het systeem berekend.
- Druk voor het weergeven van de huidige aanwijzing van het navigatiesysteem op de linkerdraaiknop
- Tijdens de aanwijzingen kan het volume met de linkerdraaiknop ▪orden gewijzigd; de klank kan worden geregeld door op de toets ⚫ukken (zie pagina 78).
- Door even op de linkerdraaiknop terukken, wordt tijdens de navigatie aanvullende informatie opgeroepen; wanneer de navigatie uitstaat verschijnt de actuele positie. Zie “Informatie tijdens de navigatie” op pagina 100.
- Een lopende navigatic-aanwijzing kan worden onderbroken door de linkerdraaiknop te drukken.
- Wanneer u de linkerdraaiknop tijdens een navigatie-aanwijzing langer dan 2 seconden indrukt, worden de aanwijzingen gestopt en wordt de navigatie voortgezet op het display.
Als u kort op de linkerdraaiknop drukt worden de aanwijzingen van het navigatiesysteem weer ingeschakeld. - De schuifpijlen en geven een keuzelijst aan, waarin met de rechterdraaiknop aan worden gebladerd.
Door de rechterdraaiknop te drukken, kunt u de met hoofdletters weergegeven ingang uit de lijst kiezen.
Gebruik van het navigatiesysteem
Navigatie selecteren
Druk toets
Als dit wordt weergegeven, verschijnt het basismenu van het navigatiesysteem.
Aanwijzing: Als het navigatiesysteem voor het eerst wordt opgestart, moet de navigatie-cd worden geladen.
Wanneer de kalibrering van het navigatiesysteem nog niet is voltooid, vraagt het systeem om een kalibreringsrit (zie Handleiding voor installatie/aansluiting).
Om het navigatiesysteem in gebruik te nemen, heeft u een navigatie-cd nodig waarop de gegevens staan van het land waarin u woont.
Voor het starten van een routeberekening, plaatst u de navigatie-cd in het systeem. Tijdens de bepaling knippert op het display de melding CD. Als de berekening afgerond is, verdwijnt de melding CD. U kunt de navigatie-cd verwijderen en vervolgens een audio-cd in het systeem plaatsen.
Bij het invoeren van verre bestemmingen is het zinvol pas weg te rijden wanneer de melding CD is verdwenen.
Basismenu navigatiesysteem
BEST. GEHEUGEN BESTEMMING BIJZONDERE BEST.

Keuze uit
BESTEMMING.
BEST. GEHEUGEN,
BIJZONDERE BEST.,
VORIGE BEST.,
door te draaien, bevestigen door op de rechterdraaiknop te drukken ⚙.
- BESTEMMING
Brengt u naar het invoermenu voor het bestemmingsadres. Zie "Bestemming" op pagina 83.
• BEST. GEHEUGEN
Bevat bestemmingen die eerder zijn opgeslagen. Zie "Bestemmingsgeheugen" op pagina 103.
• BIJZONDERE BEST.
Menu voor het selecteren van plaatselijke of nationale bijzondere bestemmingen en van bijzondere bestemmingen in de omgeving. Bijzondere bestemmingen zijn bijv. tankstations, vliegvelden of ziekenhuizen.
Zie "Bijzondere bestemmingen" op pagina 103.
• VORIGE BEST.
Er wordt een lijst met de laatste 50 bereikte bestemmingen weergegeven. Selecteer met de rechterdraaiknop de gewenste bestemming. Voor de bevestiging met de rechterdraaiknop kunt op de linkerdraaiknop drukken om bestemmingsinformatic op te vragen. Een tussenstop wordt niet als laatste bestemming opgeslagen.
Bestemming
In het basismenu van het navigatiesysteem met de rechterdraaiknop ● BESTEMMING kiezen en bevestigen door de knop in te drukken.
Land selecteren

Wanneer uw bestemming in een ander land ligt, DUITSLAND met de rechterdraaiknop ●kiezen en bevestigen door de knop in te drukken.

Selecteer het land met de rechterdraaiknop ●n bevestig dit door op de knop te drukken.
Aanwijzing: Bij het selecteren van een verre bestemming is het raadzaam om halverwege een tussenstop te kiezen (zie pagina 92).
Gebruik van het navigatiesysteem
Plaats van bestemming invoeren

De plaats die het laatst werd ingevoerd, wordt weergegeven. Wanneer u een bestemming in de aangegeven plaats wilt invoeren, kunt u meteen STRAAT of CENTRUM kiezen.
Wanneer uw bestemming in een andere plaats ligt, moet u de plaats met de rechterdraaiknop diezen en met een druk op de knop bevestigen.

Kies de achtereenvolgende letters door aan de rechterdraai-knop te draaien ● bevestig dit door op de knop te drukken. De gekozen letter wordt rechts uitvergroot weergegeven.
Kies met de multifunctionele toets wordt de letter die het laatst bevestigd werd, gewist.
De complete invoer wordt gewist door kanger dan 2 seconden op de multifunctionele knop te drukken.

De reeds ingevoerde letters worden invers weergegeven. Als hulpmiddel wordt de plaatsnaam getoond die het meest lijkt op de reeds ingevoerde tekst. Het systeem laat u alleen nog uit de mogelijke letters kiezen. Wanneer er geen andere mogelijkheden meer zijn, vult het systeem de plaatsnaam vanzelf aan.
Om de ingevoerde naam over te nemen, houdt u de rechterdraaiknop zanger dan 2 seconden ingedrukt of u kiest de kleine haak v in u drukt de rechterdraaiknop ko in.
Wanneer de complete plaatsnaam reeds is ingevoerd of automatisch is aangevuld, dan wordt er doorgeschakeld naar de lijst met plaatsen die crop lijken of naar de invoer van de straat of het centrum.
Wanneer de ingevoerde plaats geen straten heeft of wanneer alleen het centrum kan worden gekozen, wordt meteen naar het routemenu doorgeschakeld.
Wanneer een onvolledige plaatsnaam is bevestigd, wordt de plaatskeuzelijst getoond.
AMSTENRADE
AMSTERDAH
AMSTERDAM-ZUIDOOST

De plaatsnaam die het meest op de ingevoerde plaats lijkt, verschijnt in hoofdletters in de keuzelijst.
De schuifpijlen geven aan dat er nog meer plaatsen op alfabetische volgorde kunnen worden gekozen.
Selecteren door de rechterdraaiknop draaien, bevestigen door de knop in te drukken. (Zie "Algemene aanwijzingen" op pagina 81.)
Wanneer de ingevoorde plaats duidelijk is, wordt naar de invoer van de straat of het centrum doorgeschakeld. Wanneer de ingevoorde plaats geen straten heeft of wanneer alleen het centrum kan worden gekozen, wordt er direct naar het routemenu doorgeschakeld.
Wanneer de ingevoerde plaatsnaam niet eenduidig is, dan verschijnt de lijst met plaatsen die crop lijken.
AMSTENRADE
AMSTERDAM
AMSTERDAM-ZUIDOOST

Selecteer de plaats met de rechterdraaiknop ●en bevestig deze door op de knop te drukken.
Er wordt doorgeschakeld naar de invoer van de plaats of het centrum.
Wanneer de ingevoerde plaats geen straten heeft of wanneer alleen het centrum kan worden gekozen, wordt meteen naar het routemenu doorgeschakeld.
Straat van de plaats van bestemming invoeren
STRAAT
CENTRUM

Selecteer met de rechterdraaiknop ● STRAAT en bevestig deze door op de knop te drukken.
STRAAT:
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ H
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Selecteer achtereenvolgens de letters door de rechterdraai-knop ♦e draaien en bevestig deze door op de knop te drukken. De geselecteerde letter wordt rechts vergroot weergegeven.
Kies met de multifunctionele toets wordt de letter die het laatst bevestigd werd, gewist.
De complete invoer wordt gewist door kanger dan 2 seconden op de multifunctionele knop te drukken.
De reeds ingevoerde letters worden invers weergegeven. Als hulpmiddel wordt de straatnaam getoond die het meest lijkt op de reeds ingevoerde tekst. Het systeem laat u alleen nog uit de mogelijke letters kiezen.
Gebruik van het navigatiesysteem
Wanneer er geen andere mogelijkheden meer zijn, vult het systeem de straatnaam vanzelf aan.
Om de ingevoerde naam over te nemen, houdt u de rechterdraaiknop kanger dan 2 seconden ingedrukt of u kiest de kleine haak √ in u drukt de rechterdraaiknop ko# in.
Wanneer de complete straatnaam reeds is ingevoerd of automatisch is aangevuld, dan wordt er doorgeschakeld naar de straatkeuzelijst of naar het routemenu.
Wanneer een onvolledige straatnaam is bevestigd, wordt de stratenlijst getoond.
AZIEHAVENWEG BAANAKKERSPAD BAANBRUGSTEEG
De straatnaam die het meest op de ingevoerde straat lijkt, verschijnt in hoofdletters in de keuzelijst.
De schuifpijlen geven aan dat er nog meer straten op alfabetische volgorde kunnen worden gekozen.
Selecteer de straat door de rechterdraaiknop ▼verder te draaien en bevestig deze door op de knop te drukken.
Wanneer de keuze duidelijk is, wordt er naar het routemenu doorgeschakeld.
Wordt de straat niet duidelijk herkend, dan verschijnt de lijst met straten die erop lijken.
AMSTERDAM AMSTERDAM-ZUIDOOST
Selecteer de wijk met de rechterdraaiknop ●en bevestig deze door op de knop te drukken.
Het routemenu wordt geopend.
Centrum van de plaats van bestemming invoeren
CENTRUM STRAAT

Selecteer met de rechterdraaiknop ● CENTRUM en bevestig dit door op de knop te drukken.
Wanneer de eerder gekozen plaats slechts één centrum heeft, wordt er meteen naar het routemenu doorgeschakeld.
Wanneer het aantal centra lager is dan 10, wordt de centrumlijst getoond.
AMSTERDAM AMSTERDAM-ZUIDOOST
Selecteer het centrum door de rechterdraaiknop de draaien en bevestig dit door op de knop te drukken.
Wanneer het aantal centra meer is dan 9, wordt naar de invoer van het centrum doorgeschakeld.
Gebruik van het navigatiesysteem
CENTRUM:
AB.DEFGHI.K..NOP.RS.U.W..Z



Selecteer achtereenvolgens de letters door de rechterdraai-knop de draaien en bevestig deze door op de knop te drukken. De geselecteerde letter wordt rechts vergroot weergegeven.
Kies met de multifunctionele toets wordt de letter die het laatst bevestigd werd, gewist.
De complete invoer wordt gewist door kanger dan 2 seconden op de multifunctionele knop te drukken.
CENTRUM: AMSTERDAM




De reeds ingevoerde letters worden invers weergegeven. Als hulpmiddel wordt het centrum getoond dat het meest lijkt op de reeds ingevoorde tekst. Het systeem laat u alleen nog uit de mogelijke letters kiezen. Wanneer er geen andere mogelijkheden meer zijn, vult het systeem de naam van het centrum vanzelf aan.
Om de ingevoerde naam over te nemen, houdt u de rechterdraaiknop zanger dan 2 seconden ingedrukt of u kiest de kleine haak v in u drukt de rechterdraaiknop ko in.
Wanneer de complete naam van het centrum reeds is ingevoerd of automatisch is aangevuld, dan wordt er doorgeschakeld naar het routmenu.
Wanneer de ingevoerde naam niet duidelijk is, wordt er doorgeschakeld naar de centrumlijst.
AMSTERDAM
AMSTERDAM-ZUIDOOST

Het centrum dat het meest lijkt op het ingevoorde centrum, verschijnt in hoofdletters in de lijst.
De schuifpijl geeft aan, dat er meerdere centra op alfabetische volgorde kunnen worden geselecteerd.
Selecteer het centrum door de rechterdraaiknop ♦e draaien en bevestig dit door op de knop te drukken.
Het routemenu wordt geopend.
Aanwijzing: Als u langer dan 2 seconden op de rechterdraai-knop drukt, zonder van tevoren een letter te hebben geselecteerd, verschijnt onmiddellijk de lijst met mogelijke centra.
Gebruik van het navigatiesysteem
Routemenu
BEST. IN GEHEUGEN
START-SNELLE R
ROUTENOPTIES

Keuze uit
BEST. IN GEHEUGEN,
START-SNELLE R (START-KORTE R. of
START-DYN.RTE.
HUISNUMMER,
KRUSING
ROUTENOPTIES
door te draaien, bevestigen door op de rechterdraaiknop te drukken.
• BEST. IN GEHEUGEN
Brengt u naar het invoermenu voor het bestemmingsgeheugen (zie pagina 90).
- START-SNELLE R., START-KORTE R. resp. START-DYN.RTE.
Start de navigatie. Tegelijkertijd verschijnt informatie over de momenteel ingestelde routekeuze (-KORTE R. voor een korte route, -SNELLE R. E voor een snelle route en -DYN.RTE. voor een dynamische route).
• HUISNUMMER
Hier kan het huisnummer in de aangegeven straat worden ingevoerd.
Deze functie is alleen aanwezig, als deze informatie op de navigatie-cd is opgeslagen.
- KRUISING
Hier kan er een kruisende straat als het punt van de bestemming worden gedefinieerd.
Deze functie is alleen aanwezig, als deze informatie op de navigatie-cd is opgeslagen.
- ROUTENOPTIES
Hier kunt u kiezen uit kenmerken als een snelle route, een korte route, dynamische route snelweg, veerboten en tolwegen.
Huisnummer van de straat van bestemming invoeren
Selecteer in het routemenu met de rechterdraaiknop
HUISNUMMER en bevestig dit door op de knop te drukken.

Voer met behulp van de rechterdraaiknop het huisnummer van de straat van bestemming in en druk vervolgens langer dan 2 seconden op de draaiknop om de invoer te bevestigen. Ter bevestiging kan ook de kleine haak worden gekozen, waarna u de rechterdraaiknop kort indrukt.
Het systeem brengt u slechts in de buurt van het ingevoerde huisnummer.

Na de keuze START— begint de navigatie.
Als u BEST. IN GEHEUGEN selecteert, gaat u naar het menu van het bestemmingsgeheugen.
Als u ROUTENOPTIES kiest, kunt de routenopties kiezen.
Selecteer dit door de rechterdraaiknop te draaien en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Kruising in de straat van bestemming selecteren
Selecteer in het routemenu met de rechterdraaiknop KRUISING en bevestig dit door op de knop te drukken.
BROUNERSGRACHT HAARLEMMERDIJK
Selecteer de kruising in de straat van bestemming door de rechterdraaiknop te draaien en bevestig dit door op de knop te drukken.
BEST. IN GEHEUGEN START-SNELLE R ROUTENOPTIES

Na de keuze START - begint de navigatie.
Als u BEST. IN GEHEUGEN selecteert, gaat u naar het menu van het bestemmingsgeheugen.
Als u ROUTENOPTIES kiest, kunt de routenopties kiezen.
Selecteer dit door de rechterdraaiknop de draaien en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Routenopties instellen
Selecteer in het routemenu met de rechterdraaiknop ⚙ ROUTENOPTIES kiezen en ter bevestiging indrukken.
DYNAM. ROUTE SNELLE ROUTE RESTRIKTIES

- SNELLE ROUTE
Deze optie berekent een zo kort mogelijke reistijd.
- KORTE ROUTE
Deze optie berekent een zo kort mogelijke afstand.
Aanwijzing: In grotere steden of stedelijke gebieden is het vaak raadzaam om de instelling "KORTE ROUTE" te kiezen.
• DYNAM. ROUTE
Met dynamische navigatie wordt de route berekend, rekening houdend met de actuele verkeersberichten.
Aanwijzing: Kan alleen worden gekozen, als TMC werd ingeschakeld resp. ingeschakeld is. Zie "TMC in-/uitschakelen" op pagina 121. Bij een actieve dynamische navigatie worden de routes met de route-optie "SHELLE ROUTE" berekend.
Gebruik van het navigatiesysteem
Meer informatie vindt u onder Zie “Dynamische navigatie met TMC” op pagina 97.
- RESTRIKTIES
Biedt u keuze om snelwegen, veerboten of tolwegen te vermijden.

Selecteer dit door te draaien en bevestig de instellingen door op de rechterdraaiknop ● drukken.
Als u langer dan 2 seconden op de draaiknop drukt, worden alle instellingen overgenomen. Vervolgens verlaat u het menu.
Aanwijzing: Routen zonder snelweg kunnen alleen binnen een gebied tot ca. 200 km worden berekend.
Ingevoerde bestemming in het bestemmingsgeheugen opslaan
Het opslaan van een bestemming in het bestemmingsgeheugen is voor de navigatie niet dringend noodzakelijk. Hierdoor hoeft u de handmatige invoer niet nog eens te herhalen als u op een later tijdstip nogmaals naar de bestemming moet rijden.
Kies onder het routemenu BEST. SIN GEHEUGEN en druk ter bevestiging op de rechterdraaiknop

U kunt aan de ingevoerde bestemming een willekeurige naam van 20 tekens geven die vervolgens automatisch in het bestemmingsgeheugen wordt opgeslagen, als u langer dan 2 seconden op de rechterdraaiknop drukt. Zie "Bestemmingsgeheugen" op pagina 103.
Voor het opslaan kunt u ook de kleine haak klezen en kort op de rechterdraaiknop zukken.
Als u aan de bestemming geen willekeurige naam wilt geven, houdt u de rechterdraaiknop 🚫inger dan 2 seconden ingedrukt.
Vervolgens wordt het vooraf ingevoerde adres in het bestemmingsgeheugen opgeslagen.
De laatst ingevoerde bestemming kan ook op een willekeurige plaats worden ingevoegd door aan de rechterdraaiknop die draaien. Als u kort op de rechterdraaiknop drukt wordt de geheugenplaats bevestigd.
Er kunnen in totaal 50 bestemmingen worden opgeslagen.

Voor de definitieve opslag in het bestemmingsgeheugen moet de navigatie worden gestart of er moet naar een nieuw in te voeren bestemming worden overgeschakeld door voor NIEUWE BEST. te kiezen.
Opgeslagen bestemmingen wissen
Bestemmingsgeheugen selecteren (zie pagina 103).

Selecteer de te wissen bestemming met de rechterdraaiknop ● en druk de multifunctionele knop DEL
Bestemmingsgeheugen vol

Wordt uitgevoerd als het bestemmingsgeheugen vol is.
Kies WISSEN (springt naar bestemmingsgeheugen om een bestemming te wissen) of TERUG (opslaan afbreken).
Route naar de bestemming berekenen

De mededeling "De route wordt berekend" kondigt aan dat de route wordt berekend, wat enkele seconden kan duren.
Na de navigatie-aanwijzing knippert op het display de melding CD; net zolang tot de complete route is berekend. Bij het invoeren van verre bestemmingen is het zinvol pas weg te rijden wanneer de melding CD niet meer knippert.
Navigatie opnieuw berekenen

Als de huidige route naar de bestemming niet wordt gevolgd vanwege een wegafsluiting, een omleiding, door per ongeluk verkeerd rijden of omdat u de route-aanwijzing niet hebt gevolgd, berekent het systeem onmiddellijk een nieuwe route. Tijdens deze nieuwe berekening wordt de melding NEW ROUTE getoond.
Gebruik van het navigatiesysteem
Tussenstop
De optie tussenstop biedt u de mogelijkheid om in de actieve route een tussenstop in te voeren.
Tussenstop invoeren


Maak met de rechterdraaiknop ●en keuze en bevestig deze door op de draaiknop te drukken.
- BEST. GEHEUGEN
(zie pagina 103) Selecteer een tussenstop uit het bestemmingsgeheugen.
- BESTEMMING
(zie pagina 83) Hiermee kunt u een tussenstop met de precieze aanduiding van het adres.
• BIJZONDERE BEST.
(zie pagina 103) Hiermee kunt u bijzondere bestemmingen als tussenstoppen selecteren via OMGEVING, NABIJ OMGEVING en PLAATS/LAND. Dit zijn bijv. tankstations of vliegvelden.
• VORIGE BEST.
(zie pagina 83) Voor het invoeren van een stopoverpunt na de laatste bestemming.
Navigatie naar tussenstop starten

Druk op de rechterdraaiknop ●m de navigatie naar de tussenstop te starten.
De route wordt berekend waarna de navigatie wordt gestart.
Aanwijzing: Tijdens de navigatie naar een tussenstop wordt invers weergegeven.
Gebruik van het navigatiesysteem
Tussenstop wissen


Druk binnen 8 seconden op de rechterdraaiknop●om de tussenstop te wissen.
Tussenstop bereikt

Na de melding TUSSENSTOP BEREIKT, wordt automatisch de navigatie naar de eigenlijke bestemming gestart.
Filefunctie
Met deze functie kunt u de vanaf de volgende splitsing nog voor u liggende delen van het traject blokkeren en een omleidingsroute berekenen als u op een file of een wegafsluiting afrijdt.
Lengte van de file invoeren


Stel met de rechterdraaiknop ♦e lengte van de file in en bevestig de invoer door op de draaiknop te drukken.

Op het display wordt 100ers weergegeven, de route wordt opnieuw berekend.
Gebruik van het navigatiesysteem
Blokkade wissen

Druk binnen 8 seconden op de rechterdraaiknop ●om een wegafsluiting te wissen.
Navigatie afbreken
Druk toets

De navigatie stopt wanneer de rechterdraaiknop ●binnen 8 seconden wordt ingedrukt.
Anders gaat het programma door met de navigatie naar de bestemming.
Toelichtingen bij de navigatie
Na de invoer van de bestemming (adres) berekent het systeem de route en het zegt:
"Klaar voor vertrek".
De navigatie-aanwijzingen worden door gesproken teksten en meldingen op het display aan u doorgegeven.
Door op de linkerdraaiknop de drukken, wordt de laatste aanwijzing herhaald.
Door op de rechterdraaiknop Ⓧ drukken, kan de rijrichting worden aangegeven ingeval van een onduidelijke aanwijzing, bijv. op een kruising zonder een aangegeven richtingsverandering.

Volgt u vervolgens de richtingspijl in de aangegeven richting. Als u op de rechterdraaiknop drukt, blijft deze weergave gedurende 8 seconden zichtbaar

Gevaar voor ongevallen!
Wanneer de aanwijzing niet overeenkomt met de verkeersregels, gaan de verkeersregels altijd voor!
Ter illustratie geven wij u een aantal voorbeelden van mogelijke aanwijzingen voor een te rijden traject:
- “Zo mogelijk keren”.

U bevindt zich in de verkeerde rijrichting en u moet keren zodra dit mogelijk is.
- "Na 300 meter rechts afslaan".

De markeringspijl ▶ geeft de straat weer, waar u moet afslaan.
De statusbalk rechts visualiseert de afstand. Het zwarte gedeelte van de statusbalk wordt steeds korter, naarmate u de kruising nadert.
Gebruik van het navigatiesysteem
- "Weg vervolgen".

Deze weergave geeft aan, dat u het verloop van de straat moet volgen.
- "Vervolgens links afslaan" of "Links voorsorteren".

Deze aanbeveling komt voordat u gaat afslaan.
"Links voorsorteren" betekent echter niet dat u meteen op het linker voorsorteervak moet gaan rijden!
Aanwijzing: Op kruisingen en rotondes wordt van de straten die u voorbij moet rijden slechts een klein gedeelte weergegeven.
- "Verlaat de rotonde via de derde afslag".

Deze weergave laat u zien welke afslag (met pijl aangegeven) u op de rotonde moet nemen.
- "Nu rechtdoor rijden".

Hier moet u rechtdoor rijden.
- "Volg de richtingspijlen".

Dit duidt aan, dat u zich op een niet-gedigitaliseerde straat bevindt (bijv. parkeerplaats, garage, parkeergarage) die geen deel uitmaakt van de digitale wegenkaart. De pijl geeft de richting (hemelsbreed) naar de bestemming aan.
- “Na 2 kilometer rechts aanhouden”.

Rechts aanhouden betekent, dat de straat zich splitst en dat u de betreffende rijrichting moet volgen.
- “U hebt uw bestemming bereikt”.

U hebt de ingevoerde bestemming bereikt en de navigatie is beeindigd.
Dynamische navigatie met TMC
Aanwijzing: Dynamische navigatie is niet in alle landen mogelijk.
Om de dynamische navigatie resp. de onderstaande functies te kunnen tocpassen, moet TMC worden ingeschakeld zoals beschreven onder "TMC in-/uitschakelen" op pagina 121. Door de eventuele nieuwe berekening van de route bij actieve dynamische navigatie kan het voorkomen, dat het navigatiesysteem om de navigatic-cd vraagt (als de navigatic-cd niet in het station is geplaatst).
Wat is dynamische navigatie?
Met dynamische navigatie wordt de route berekend, rekening houdend met de actuele verkeersberichten.
De verkeersberichten worden door een TMC-radiozender naast het normale radioprogramma uitgezonden en door het navigaticsysteem ontvangen en verwerkt. De ontvangst van deze verkeersberichten is vrij van kosten.
Aanwijzing: Omdat de verkeersberichten door radiozenders worden uitgezonden, kunnen wij de volledigheid en juistheid van de berichten niet garanderen.
Gebruik van het navigatiesysteem
Dynamische navigatie
In het routemenu kan door het kiezen van START-DYN.RTE. de dynamische navigatie worden gestart.
Is de dynamische navigatie actief, dan wordt voortdurend gecontroleerd of er relevante verkeersberichten voor de ingestelde route zijn. Met de optic "SNELLE SROUTE" wordt de route berekend, hierbij rekening houdend met de actuele verkeersberichten. Wordt bij de controle geconstateerd, dat een verkeersbericht voor de navigatie van belang is, dan berekent het apparaat automatisch een nieuwe route naar de bestemming.
Op het display verschijnt NEW SROUTE. Bovendien wordt de volgende tekst gesproken: "De route wordt op basis van actuele verkeersberichten opnieuw berekend". Op het display verschijnt Invers.
Aanwijzing: Indien geen TMC-zender werd gevonden, verschijnt O'PT SOGENBLIK STMC-ONTVANG SIS NIET SMOGELIJK Na korte tijd schakelt het display terug naar het navigatiedisplay. Ook als gedurende 10 minuten geen TMC-zenders konden worden ontvangen, verschijnt O'PT SOGENBLIK STMC-ONTVANG SIS SNIET MOGELIJK. Bovendien klinkt een kort akoestisch signaal.
Uw navigaticsysteem kan bij een ingestelde of bij een niet ingestelde TMC-zender TMC-informatie ontvangen. Om TMC-informatie optimaal te kunnen ontvangen, raden wij u echter aan om een TMC-zender in te stellen. U herkent een ingestelde TMC-zender tijdens de radioweergave (FM) aan de afkorting TMC. Zie "Weergave voor TMC-zender" op pagina 122.
Verkeersinformatie weergeven
Actuele verkeersberichten kunnen in niet-gecodeerde tekst worden weergegeven. Actuele verkeersinformatie kan op verschillende manieren worden opgeroepen.
Verkeersinformatie kan met de multifunctionele knop en ophet navigatiedisplay en bij niet actieve navigatie in het informatiemenu met de multifunctionele knop worden opgeroepen.
Navigatiedisplay:

Door op de multifunctionele knop teiklrukken, wordt de lijst met de voor de berekende route relevante actuele verkeersberichten weergegeven.
Door op de multifunctionele knop teïdrukken, wordt een lijst met alle momenteel beschikbare actuele verkeersberichten weergegeven.
Aanwijzing: Als er geen actuele verkeersberichten zijn, wordt VERKEERSMELDINGEN SNIET SONT VANGEN weergegeven.
Gebruik van het navigatiesysteem
Informatiemenu:
Het informatiemenu kan, bij niet actieve navigatie, worden opgeroepen door op de linkerdraaiknop ● drukken.


Druk op de multifunctionele knop.
Er verschijnt een lijst met de momenteel beschikbare actuele verkeersberichten.
In de lijst met de actuele verkeersinformatie kan gedetailleerde informatie over de afzonderlijke meldingen worden opgeroepen.
A7 Schnelsen Nord Quiaborn A7 Afslas Othmarschen A24 Knop Eidelstedt
De schuifpijlen aan de rechterkant van het display geven aan dat er nog meer verkeersinformatie beschikbaar is.
Selecteren door de rechterdraaiknop ● draaien, bevestigen door de knop in te drukken.
Na het bevestigen van de gewenste verkeersinformatie wordt deze volledig weergegeven. Een typisch verkeersbericht bestaat uit de volgende elementen.
- het nummer van een snelweg of een rijksweg
- een grove richtingsaanduiding
- een gedetailleerde plaats- en richtingsaanduiding
- het voorval
- indien bekend de oorzaak
A7 Afslas Othmarschen Afslas Heinfeld 12 Kn stremmend ver
Indien er schuifpijlen te zien zijn aan de rechterkant van het display, bestaat de verkeersinformatie uit meer dan 3 regels.
Door op de toets HAV lrukken, keert u terug naar de lijst met actuele verkeersinformatie.
Gebruik van het navigatiesysteem
Informatie tijdens de navigatie

Druk op de linkerdraaiknop
De bestemming, de reisafstand en de vermoedelijke aankomsttijd worden getoond.

Wanneer er een tussenstop is opgegeven, dan wordt deze met de reistijd en de vermoedelijke aankomsttijd aangegeven. Met de multifunctionele knop 100m de eindbestemming worden weergegeven.
U keert terug naar de route naar de navigatie door nogmaals op de linkerdraaiknop de drukken; het systeem keert ook terug wanneer het 8 seconden lang niet wordt bediend.
Reistijd en afgelegde afstand oproepen
Druk tijdens de navigatie op de linkerdraaiknop

Druk op de multifunctionele knop. 3397

De reistijd, de afgelegde afstand en de gemiddelde snelheid worden weergegeven. Door op de rechterdraaiknop esp. de toets wakken, keert u terug naar het navigatiedisplay.
De informatie over de reistijd, de afgelegde afstand en de gemiddelde snelheid kan, zolang na het bereiken van de bestemming de finishvlag wappert, zoals eerder beschreven worden opgcropcen.
Gebruik van het navigatiesysteem
Route-instellingen weergeven

Druk tijdens de navigatie op de linkerdraaiknop Druk de multifunctionele tocts

De routenopties worden weergegeven.
Na 8 seconden keert het programma terug naar de weergave van de navigatie.
De juiste tijd oproepen

Druk tijdens de navigatie op de linkerdraaiknop Multifunctionele toets ikdrukken.

De juiste tijd wordt weergegeven. Na 8 seconden keert het programma terug naar de weergave van de navigatie.
Huidige positie oproepen
Tijdens de navigatie kan de momentele positie worden opge-roepen.


Op het display verschijnen de momentele positie met de straatnaam (indien aanwezig), de lengte- en de breedtegraad en het aantal ontvangen satellieten.
U keert terug naar het navigatiescherm door op de rechterdraaiknop ● drukken.
Roep bij niet actieve navigatie het informatiemenu op door op de linkerdraaiknop ● drukken.
Gebruik van het navigatiesysteem


De geografische positie wordt weergegeven.
Door op de rechterdraaiknop esp. de toets te ken, keert u terug naar het informatiemenu.
Stratenlijst oproepen
Tijdens de navigatie kan de geplande routelijst worden opgevraagd.


De huidige straat en de straatnamen tot aan de bestemming worden weergegeven. U kunt door de routelijst bladeren door aan de rechterdraaiknop draaien.
U keert terug naar het navigatiescherm door op de rechterdraaiknop ● drukken.
Aanwijzing: Nadat de bestemming is ingevoerd, duurt het nog even voordat de routelijst is samengesteld. Wanneer de auto tijdens het invoeren van de bestemming in een "Off Road"-gebied staat, kan er geen routelijst worden opgebouwd voor- dat een straat wordt bereikt die in het geheugen staat.
Bestemmingsgeheugen
Selecteer met de rechterdraaiknop BEST. GEHEUGEN en bevestig dit door op de draaiknop te drukken.

Het bestemmingsgeheugen bevat door u opgeslagen bestemmingen.
Als deze eenmaal zijn opgeslagen, hoeft u deze bestemmingen niet steeds handmatig in te voeren.

Selecteer de bestemming met de rechterdraaiknop ●n bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Het routemenu wordt geopend.
Bijzondere bestemmingen
Menu voor het selecteren van bijzondere bestemmingen uit een bestaande lijst. Bijzondere bestemmingen zijn bijv. ben-zinestations, vliegvelden of ziekenhuizen.

Selecteer in het basismenu van het navigatiesysteem met de rechterdraaiknop BIJZONDERE SBEST. en bevestig dit door op de draaiknop te drukken.

Maak met de rechterdraaiknop en keuze en bevestig deze.
- Bijzondere bestemmingen NABIJ BESTEMMING
OMGEVING/
U hebt de mogelijkheid bijzondere bestemmingen uit de huidige omgeving van de auto resp. bijzondere bestemmingen in de buurt van de bestemming te selecteren.

Selecteer met de rechterdraaiknop ●en categorie en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Gebruik van het navigatiesysteem
BOVEN-IJ ZIEKE 3.3 KM+ SINT LUCAS ZIEKEN 3.1 KM+
Afhankelijk van de afstand worden hier bestemmingen opgesomd. Het aangegeven aantal kilometers komt overeen met de directe afstand (hemelsbreed) tussen de bijzondere bestemming en de huidige positie.
De pijlen achter de afstanden geven de richting naar de bijzondere bestemming aan (bijv. te spec. bestemming ligt in de rijrichting of tegen de rijrichting in).
Selecteer de gewenste bestemming met de rechterdraai-knop.
Wanneer u op de linkerdraaiknop drukt, wordt de informatie over de gekozen bestemming weergegeven (bijv. een zickenhuis).
BOVEN-IJ ZIEKENHUIS 1034 AMSTERDAM STATENJACHTST TEL.: <31>-XXXXXX
Bevestig uw keuze met de rechterdraaiknop ● Het rou-temenu wordt geopend.
- Bijzondere bestemmingen PLAATS/LAND
Nu kunt u zelf een bijzondere bestemming kiezen in de landen die op de navigatie-cd staan.

Kies met de rechterdraaiknop door DUITSLAND (zie pagina 83), PLAATS of IN'T GEHELE LAND en druk de knop in ter bevestiging.
Selectie PLAATS
Binnen een in te voeren plaats kunnen bijzondere bestemmingen worden geselecteerd.

Voer met de rechterdraaiknop 12 naam van de plaats in en bevestig deze door op de draaiknop te drukken.
Selecteer vervolgens uit de keuzelijst met plaatsen de ingevoerde plaats met de rechterdraaiknop on bevestig dit door nogmaals op de draaiknop te drukken.

Hier worden bijzondere bestemmingen van de geselecteerde plaats weergegeven.
Selecteer met de rechterdraaiknop een categorie en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Er wordt een lijst met bijzondere bestemmingen weergegeven. Bij meer dan 9 bestemmingen op de lijst wordt u gevraagd om een bestemming in te typen.

Bijzondere bestemming invoeren en bevestigen. Bevestig de bijzondere bestemming in de weergegeven lijst door op de rechterdraaiknop drukken.
Het routemenu wordt geopend.
Aanwijzing: Als u langer dan 2 seconden op de rechterdraaiknop ●rukt, zonder van tevoren een letter te hebben geselecteerd, verschijnt onmiddellijk de lijst met mogelijke bijzondere bestemmingen.
Selectie IN'T GEHELE LAND

Selecteer met de rechterdraaiknop ●en categorie en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Er wordt een lijst met bijzondere bestemmingen weergegeven. Bij meer dan 9 bestemmingen op de lijst wordt u gevraagd om een bestemming in te typen.

Bijzondere bestemming invoeren en bevestigen. Bevestig de bijzondere bestemming in de weergegeven lijst door op de rechterdraaiknop 📍 drukken.
Het routemenu wordt geopend.
Aanwijzing: Als u langer dan 2 seconden op de rechterdraaiknop ●rukt, zonder van tevoren een letter te hebben geselecteerd, verschijnt onmiddellijk de lijst met mogelijke bijzondere bestemmingen.
Gebruik van het navigatiesysteem
Systeeminstellingen
In het basismenu van het navigatiesysteem de toets IIAV Het menu voor systeeminstellingen wordt opgeroepen.

Keuze uit
KLOK, POSITIE GEHEUGEN, SPELEN, TAAL, ANIMATIES, MAATEENHEID, AANZEGGING ETA, EURO-REKENMACHINE
door te draaien, bevestigen door op de rechterdraaiknop te drukken.
• KLOK
De interne klok van het systeem kan op de plaatselijke tijd worden afgesteld.
• POSITIE GEHEUGEN
De huidige positie kan worden opgeslagen en aan het bestemmingsgeheugen worden toegevoegd.
- SPELEN
U kunt verschillende spellen kiezen.
• TAAL
Taal van het navigatiesysteem instellen.
• ANIMATIES
De animaties op het display kunnen worden aan- of uitgezet.
• MAATGEGEVENS
De maateenheid kan van meters in yards worden omgezet.
• RANZEGGING ETA
De melding van de vermoedelijke aankomsttijd kan worden aan- en uitgezet.
• EURO BEREKENEN
Geldsoorten kunnen onderling en in Euro's worden omge-
rekend.
Tijd instellen
Om een correcte navigatie mogelijk te maken op trajecten met een tijdsafhankelijke verkeersgeleiding en om de vermoedelijke aankomsttijd te berekenen, moet het GMT-signaal van de satelliet op de huidige tijdzone worden ingesteld.

Stel in het menu voor de systeeminstellingen KLOK in en bevestig dit.
Gebruik van het navigatiesysteem

Kies met de multifunctionele toets wordt de weergave van de tijd veranderd van 24 uren in 12 uren.

Met de multifunctionele toetsen of wordt de tijd elk half uur veranderd.
Door de rechterdraaiknop ●esp. de multifunctionele knop OK te drukken, wordt de ingestelde tijd overgenomen. U keert terug naar het menu voor systeeminstellingen.
Positie opslaan

Stel in het menu voor de systeeminstellingen POSITIE GE HEUGEN in en bevestig dit.

Op het display worden de huidige coördinaten (lengte- en breedtegraden) van de positie weergegeven.
Bevestig deze gegevens door op de rechterdraaiknop te drukken ⚙.

Naam van de positie invoeren.
Houd de rechterdraaiknop ♦anger dan 2 seconden ingedrukt om de ingevoerde naam te bevestigen. U kunt ter bevestiging ook de kleine haak √ markeren en de rechterdraaiknop ⬤ort indrukken.
Hierna wordt automatisch het bestemmingsgeheugen opgeroepen (zie pagina 103).
Selecteer met de rechterdraaiknop ♦le gewenste positie in het bestemmingsgeheugen en bevestig uw keuze door op de draaiknop te drukken.
Gebruik van het navigatiesysteem
Huidige positie oproepen
Roep het bestemmingsgeheugen (zie pagina 103) op en selecteer de bestemming met de rechterdraaiknop
Als de positie buiten een gedigitaliseerd gebied ligt, wordt u op de gedigitalisecerde route in de buurt van de bestemming geleid. Het systeem meldt: "De bestemming ligt in de buurt". Om de bestemming te bereiken, moet u de richtingspijlen volgen.
Spel selecteren

Stel in het menu voor de systeeminstellingen SPELEN in en bevestig dit.

Selecteer met de rechterdraaiknop ♦en spel.
Taal instellen

Stel in het menu voor de systeeminstellingen TÄRL in en bevestig dit.

Selecteer met de rechterdraaiknop ♦e gewenste taal. Door de knop in te drukken, wordt de gekozen taal overgenomen en geïnstalleerd.
Bij sommige talen kan uit mannelijke en vrouwelijke stemmen worden gekozen.
Selecteer de gewenste stem met behulp van de rechterdraai-knop Door de knop in te drukken, wordt de stem overgenomen en geïnstalleerd.
Na het installeren keert u terug naar het menu voor de systeeminstellingen.
Animaties

Stel in het menu voor de systeeminstellingen ANIMATIES in en bevestig dit.

Door kort op de rechterdraaiknop de drukken, tussen animaties AAN of UIT te kiezen.
Door lang op de rechterdraaiknop ⚙ drukken, wordt de afstelling overgenomen.
U keert terug naar het menu voor de systeeminstellingen.
Selectie van de maatgegevens

Onder het menu systeeminstellingen MAATGEGEVENS instellen en bevestigen.

Kies de maatgegevens met de rechterdraaiknop Door de knop in te drukken, wordt de maatgegevens overgenomen. U keert terug naar het menu voor de systeeminstellingen.
Aanwijzing: METRISCH staat voor de berekening in meters. IMPERIALE MAAT staat voor de berekening in yards.
Gebruik van het navigatiesysteem
Melding over vermoedelijke aankomsttijd aan- of uitzetten

Onder het menu systeeminstellingen AANZEGGING SETAnstellen en bevestigen.
ETA staat voor Estimated Time of Arrival - vermoedelijke aankomsttijd.

Druk kort op de rechterdraaiknop ● om voor aanzegging ETA HAN of UIT te kiezen.
Door lang op de rechterdraaiknop ⚙ drukken, wordt de afstelling overgenomen.
U keert terug naar het menu voor de systeeminstellingen.
Eurocomputer
Geldsoorten kunnen onderling en in Euro's worden omgerekend.

Onder het menu systeeminstellingen EURO BEREKENEN instellen en bevestigen.

Druk op de multifunctionele knop 310 de eerste geldsoort te veranderen.
Druk op de multifunctionele knop 10 de eerste geldsoort te veranderen.
Na het indrukken van één van beide multifunctionele toetsen (→), kan →eldsoort worden gekozen.

Kies de geldsoort met de rechterdraaiknop Door de knop in te drukken, wordt de geldsoort overgenomen.
U keert terug naar de Eurocomputer.

Druk op de rechterdraaiknop om de geldwaarde om te rekenen.

Voer het bedrag in met de rechterdraaiknop 📂n bevestig dit door de knop langer dan 2 seconden in te drukken. Ter bevestiging kan ook de kleine haak worden gekozen, waarna u de rechterdraaiknop 📋ort indrukt.
De uitkomst wordt nu getoond.

Bij de omrekening van bijv. Duitse marken (DEM) naar Oostenrijkse schillingen (ATS) wordt ook het bedrag in Euro's (EUR) vermeld.

Door op de toets NAI uken, kunt u een nieuwe waarde invoeren.
Om de Eurocomputer te verlaten, moet u de toets zo vaak indrukken tot het gewenste menu wordt bereikt.

Radioweergave
Radioweergave inschakelen
Druk toets RAD
Het laatst ingestelde golfbereik wordt ingesteld.
Modus radiomenu inschakelen
Tijdens de radioweergave de toets RAD

De modus radiomenu wordt ingeschakeld en weergegeven. Als u binnen de daaropvolgende 8 seconden niet op een knop drukt, schakelt de radio over op radioweergave.
FM-golfbereik instellen
Druk in de modus radiomenu de multifunctionele knop Fm in.

De laatst geselecteerde zender wordt ingesteld en het laatst geselecteerde niveau wordt weergegeven.
Als u meermaals op de draaiknop drukt, kunt u de niveaus DAS SSeek SQualDAS SSeek SNamStations SFIXcn Stations RDS selecteren.
• DAS Seek Qual. (zic ook pagina 138)
• DAS Seek Name (zie ook pagina 138)
• Stations FIX (zie ook pagina 138)
• Stations RDS (zie ook pagina 138)
AM-golfbereik instellen
Druk in de modus radiomenu de multifunctionele knop

Vervolgens wordt het laatste geselecteerde golfbereik en de zender ingesteld.
Om de golfbereiken MW (Medium Slave), LW (Long Slave) en SW (Short Wave) te selecteren, drukt u de multifunctionele knop Zervaak in tot het gewenste golfbereik is ingesteld.
Instelmogelijkheden voor de selectie van de zenders
De gewenste zender kan met Dynamische Auto Store (FM), Autostore (MW, LW), de zenderzoekfunctie, de scanzoekfunctie, handmatig afstemmen en de zendertoetsen worden ingesteld.
Druk in de modus radiomenu de multifunctionele knop Fn zo lang in tot DAS Seek Qual. of DAS Seek Name wordt weergegeven.

Tijdens het FM SDASgebruik worden de zenders die kunnen worden ontvangen naargelang de instelling via de multifunctionele toetsen weergegeven.

De gewenste zender kan worden ingesteld door op de toets onder de afkorting van de zender te drukken. Als de geselecteerde zender meerdere programma's/regionale programma's tegelijkertijd uitzendt, kunt u het gewenste programma in een automatisch aangegeven submenu selecteren.

Als al eerder een zender uit deze zendergroep was geselecteerd, wordt de laatst gekozen zender overgenomen zonder dat er nog een zender hoeft te worden ingevoerd.
De multifunctionele knop geeft aan dat er nog meer zenders kunnen worden weergegeven en geselecteerd door op deze toetsen te drukken.
Als namen van zenders worden misbruikt voor reclamedoeleinden of berichten, dan wordt deze zender niet met de afkorting van de naam maar met L-1...L-Z (L = Local) aangeduid. Dit voorkomt dat in het onderste gedeelte van de displaybalk vaak moet worden gewisseld. Als een zender wordt geselecteerd, wordt deze via een sterretje (bijv. L*1) aangegeven.
Bij de eerste keer in bedrijf nemen en na onderbreking van de stroomvoorziening heeft de ontvanger korte tijd nodig om de signalen van de zenders te analyseren. Stap voor stap verschijnen de gegevens op het display.
Zenderzoekfunctie FM DAS
Draai de rechterdraaiknop •lar links/rechts. De radio geeft de ontvangen en herkende zenders alfabetisch weer in oplopende/aflopende richting.
Zenderzoekfunctie MW, LW, SW
Draai in het gewenste golfbereik (MJ, LU, SU) de rechterdraaiknop naar links/rechts. De radio zoekt in oplopende/aflopende richting naar ontvangstfrequencies.
Radioweergave
Scan-zoekfunctie
Druk in het gewenste golfbereik (FM, Mij, Lij, Sij) op de rechterdraaiknop ▪ervolgens wordt SC weergegeven.

Het apparaat zockt automatisch op zender. Het apparaat zockt eerst naar een niveau dat niet gevoelig is en vervolgens naar steeds gevoeligere niveaus. Zenders die kunnen worden ontvangen, zijn 8 seconden lang te horen. Wanneer u het ontvangen programma wilt vasthouden, moet u de rechterdraaiknop drukken.
Aanwijzing: Bij FM DAS wordt de Scan-zoekfunctie in alfabetische volgorde uitgevoerd.
Zenders filteren bij FM DAS
Het is mogelijk om diverse zenders uit de FM DAS zenderlijst te selecteren.
Druk in de modus radiomenu de multifunctionele knop Fil in.

Selecteer met de rechterdraaiknop ♦e afzonderlijke pro-
gramma's. Door de rechterdraaiknop te drukken, kunt u kiezen voor Flas (ongefilterd programma) of Skif (gefilterd programma).
Om de filterfunctie in of uit te schakelen, moet door meermaals op de multifunctionele knop Föllrukken, de filterfunctie worden in- (Fil on) of uitgeschakeld (No Fil).
Programmatype selecteren (PTY)
Druk in de modus radiomenu de multifunctionele knop Pts in.

Daarna met de multifunctionele knop Fde gewenste PTY (zie ook pagina 139) selecteren.
Aanwijzing: Er kan alleen uit de momenteel beschikbare PTY's worden gekozen.
Als een PTY is geselecteerd, dan kunnen bij FM DAS alleen nog zenders die van deze PTY zijn voorzien worden geselecteerd.
Door NO SPTYte selecteren worden in de modus FM DAS weer alle zenders weergegeven.
Weergave van PTY in-/uitschakelen
Modus radiomenu instellen.

Kies met de multifunctionele toets Runt u kiezen voor PTY (PTY-wcergave Aan) of Frequency (PTY-wcergave Uit).
Zender oproepen/opslaan bij FM
In de modus radiomenu met de multifunctionele knop Fm het niveau Stations FIX of Stations RDS selecteren.
• Stations FIX (zie ook pagina 138)
• Stations RDS (zie ook pagina 138)
Opslaan: U kunt 12 frequenties of programma's opslaan.
Om de gewenste zender of het gewenste programma op te slaan, drukt u zo lang op de multifunctionele knop -1 6 resp. -7 tot er dän signaaltoon klinkt.

Om de geheugenplaatsen 7 - 12 te bereiken, drukt u de multifunctionele knop in>
Opvragen: Druk de multifunctionele toets -1 6 resp. -7in. De opgeslagen zender wordt opgerocpen.
Zenders opvragen/opslaan MW, LW, SW
Opslaan: U kunt steeds 12 zenders onder zendertoetsen opslaan. Zoek de gewenste zender en druk op de gewenste multifunctionele knop totdat er een signaaltoon klinkt.
Om de geheugenplaatsen 7 - 12 te bereiken, drukt u de multifunctionele knop in>

Opvragen: Druk de multifunctionele toets -1 6 resp. - An. De opgeslagen zender wordt opgerocpen.
Radioweergave
Autostore MW, LW
Druk in het gewenste zenderbereik de toets

Druk de multifunctionele toets 20-10 lang in tot Autostore on wordt weergegeven.
Druk de multifunctionele toets 20 lang in tot Seek Autostore wordt weergegeven.
De 6 zenders die het best ontvangen kunnen worden, worden op volgorde van de kwaliteit onder de zendertoetsen opgeslagen.
Om het geheugenniveau Autostore te verlaten, schakelt u met de multifunctionele knop. Het geheugenniveau Autostore uit (off). De radio schakelt over op de zendertoetsen.
Handmatig instellen FM
In de modus radiomenu met de multifunctionele knop FM het niveau Stations FIX selecteren.

Druk de multifunctionele toets 12-maal in.
Draai nu aan de rechterdraaiknop
Afstemming vindt plaats in stappen van 100 kHz.
Op het display verschijnt MAN om crop te wijzen dat de handmatige afstemming is ingeschakeld. Wanneer de rechterdraai-knop niet snel wordt verdraaid, verdwijnt MAN en wordt de handmatige afstemming uitgeschakeld.
Handmatig afstemmen MW, LW, SW
Druk in het gewenste golfbereik de toets RAD

Druk de multifunctionele toets 📄anaal in.
Draai nu aan de rechterdraaiknop
Er wordt afgestemd in stappen van 9 kHz (MW), 3 kHz (LW) of 5 kHz (SW).
Op het display verschijnt MAN om erop te wijzen dat de handmatige afstemming is ingeschakeld. Wanneer de rechterdraai-knop niet snel wordt verdraaid, verdwijnt MAN en wordt de handmatige afstemming uitgeschakeld.
Radioweergave
Regio's
RDS-diversity werkt als overkoepeling voor alle regio's. Daarom kan het gebeuren, dat er door RDS-diversity tussen verschillende regionale zenders met verschillende programma's wordt overgeschakeld. Als dit het geval is, dan moet u het specifieke regionale programma direct selecteren.
Als er meerdere regionale programma's door één zender worden uitgezonden, is dit pas te zien bij het selecteren van de desbetreffende zender.
De zenders met aanvullende regionale zenders worden gekenmerkt met een ster (bijv. 4*).

Bij het selecteren van een dergelijke zender (bijv. 4*) worden alle regionale programma's getoond die kunnen worden ontvangen.
Vervolgens selecteert u het gewenste regionale programma (bijv. Ka).

Als de ontvangstkwaliteit van een regionaal programma ondanks het feit dat de RDS-diversity-functie is ingeschakeld afneemt, moet u er rekening mee houden dat regionale programma's meestal op maar weinig frequenties worden uitgezonden. Het apparaat heeft dus minder mogelijkheden om naar frequenties met een betere ontvangstkwaliteit uit te wijken.
Regionale programmafunctie in-/uitschakelen
Modus radiomenu instellen.

Kies met de multifunctionele toets Viort Frequency (frequentieweergave Aan) of PTY (frequentieweergave Uit) kiezen.
Radioweergave
Radiotekst in-/uitschakelen
FM modus radiomenu instellen. Kies met de multifunctionele toets Txt de radiotekst inschakelen.
Hier wordt radiotekst weersege ven
Fm Am PtyDis ResTxt Fil

De autoradio generecert via een filter vanuit de door de zender aangeboden gegevens radiotekstinformatie en geeft deze weer.
Er kan alleen radiotekst worden weergegeven als de geselecteerde zender ook radiotekst uitzendt.
Door ongunstige omstandigheden of storingen is het mogelijk dat radiotekst slechts in verminkte vorm of helemaal niet wordt weergegeven.
Om het niveau van de radiotekst te verlaten, drukt u de toets

Aanwijzing: Omdat de informatie die via radiotekst wordt overgedragen nogal eens wisselt, raden wij u uitdrukkelijk aan om de radiotekst alleen in een stilstaand voertuig te activeren, zodat de bestuurder zo min mogelijk wordt afgeleid. Alleen op deze wijze kan het daaruit voortvloeiende ongevalrisico worden voorkomen.
Verkeersinformatie TP (Traffic Program)
Als een RDS-Diversity-zender TP-berichten uitzendt, is er de mogelijkheid om de weergave van CD, CDC/AUX, MW, LW, SW of dc MUTE-stand te onderbrecken en de uitgezonden TP-berichten door te schakelen. Bovendien is het mogelijk om naar een FM-zender te luisteren en de TP-berichten van een andere FM-zender door te schakelen.
De werking van de functies voor de verkeersinformatic hangt af van de TMC-instelling -TMC in- of uitgeschakeld. (Zie "TMC in-/uitschakelen" op pagina 121).
Voor TMC uitgeschakeld geldt:
- Er zijn twee mogelijkheden om een TP-zender in te stellen:
- automatisch volgen
- rechtstreeks programmeren
Bij automatisch volgen wordt steeds de FM-zender die op dat moment wordt beluisterd als TP-zender genomen. Als de ontvangst van de ingestelde FM-zender niet goed meer is of als dit geen TP-zender is, zoekt het apparaat volgens bepaalde criteria een andere TP-zender.
Bij rechtstreeks programmeren kunt u een TP-zender programmeren die niet de FM-zender is die u op dat moment beluistert. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om naar een bepaalde FM-zender te luisteren en de TP-berichten van een andere FM-zender door te schakelen.
Als de ontvangst van de geprogrammeerde TP-zender niet goed meer is, wordt omgeschakeld op automatisch volgen totdat de geprogrammeerde TP-zender weer kan worden ontvangen.
Voor TMC ingeschakeld geldt:
- Met TMC is het toestel in staat om zelfstandig een geschikte zender in te stellen die verkeersinformatie uitzendt. Voor zover mogelijk wordt hierbij een TMC-zender met verkeersinformatie ingesteld. De ingestelde TMC-zender biedt normaal gesproken de beste verkeersinformatie voor de regio waarin u zich bevindt. Indien geen TMC-zender beschikbaar is, wordt de sterkste zender met verkeersinformatie ingesteld.
Als een RDS-zender verkeersberichten uitzendt, wordt dit op het display met TP aangegeven.
Als TP is geactiveerd, verschijnt op het display een invers TP om op de geactiveerde functie voor het ontvangen van verkeersberichten te wijzen.
TP-menu activeren/verlaten
Activeren: Druk de toets TP n (er mag geen verkeersbericht worden uitgezonden).

Druk de multifunctionele toets the
Verlaten: Druk de toets TP het TP-menu sluit bovendien automatisch na 8 seconden als geen toets wordt ingedrukt.
TP in-/uitschakelen
TP kan in alle gebruiksmodi en golfbereiken worden uitgeschakeld door de toets TP er dan 2 seconden in of uit te drukken.
TP kan ook in het menu TP worden in-/uitgeschakeld.
Inschakelen: Om TP in het TP-menu in te schakelen, drukt u de multifunctionele toets. Herhaaldelijk in tot TP Son verschijnt.

Uitschakelen: Om TP in het TP-menu uit te schakelen, drukt u de multifunctionele toets hörhaaldelijk in tot TP off verschijnt.

Na het omschakelen op normale weergave is TP uitgeschakeld.
Radioweergave
Automatisch volgen instellen
Geldt alleen bij uitgeschakelde TMC.
Het automatisch volgen kan in alle gebruiksmodi en golfbereiken worden ingeschakeld door de toets 10 er dan 2 seconden in te drukken.
Om het automatisch volgen onder het TP-menu aan te zetten, drukt u de multifunctionele toets Herhaaldelijk in tot TP on verschijnt.

Let op: Werd van tevoren een TP-zender rechtstreeks geprogrammeerd, dan wordt deze opnieuw als TP-zender ingesteld.
Rechtstreeks programmeren instellen/ongedaan maken
Geldt alleen bij uitgeschakelde TMC.
Activeer het TP-menu.
Instellen: Druk de multifunctionele toets 61.a

Selecteer de gewenste TP-zender met de rechterdraaiknop
Als geen toets wordt bediend, wordt na korte tijd de ingestelde zender overgenomen.
Ongedaan maken: Druk de multifunctionele toets 6t.3

Selecteer met de rechterdraaiknop ● Autoselect en bevestig dit door op de draaiknop te drukken. Als geen toets wordt bediend, wordt na korte tijd de rechtstreekse programmering gewist.
Verlaat het TP-menu.
Mute-stand in-/uitschakelen
Na het instellen van een TP- of EON-zender kan de MUTEstand worden geactiveerd, door kort op de toets drukken.

Daarna worden er alleen verkeersberichten en navigatie-aanwijzingen doorgeschakeld. Wanneer u nogmaals op de toets 7P, wordt MUTE uitgeschakeld.
TP-berichten afbreken
Druk tijdens het TP-bericht de toets in.
De berichten die op dat moment worden uitgezonden, worden onderbroken en het toestel schakelt terug op de daarvoor ingestelde modus.
Volume van TP-berichten
Activeer het TP-menu. Druk de multifunctionele toets Vol in.

Met de rechterdraaiknop ● kunnen vier verschillende instellingen (0 - 3) worden geselecteerd. Dit betekent dat het volume naargelang de instelling met een vaste waarde wordt verhoogd.
- Instelling ☐ - volume wordt niet verhoogd
- Instelling 1 - volume wordt gering verhoogd
- Instelling 2 - volume wordt middelmatig verhoogd
- Instelling 3 - volume wordt sterk verhoogd
TMC in-/uitschakelen
Aanwijzing: Meer informatie over TMC vindt u onder "Dynamische navigatie met TMC" op pagina 97.
Activeer het TP-menu.

Druk de multifunctionele toets Therhaaldelijk in, tot TMC on verschijnt.
Is TMC ingeschakeld, dan kunt u zelf geen zender met verkeersinformatie kiezen. Het toestel stelt automatisch een TMC-zender in, voor zover deze te ontvangen is. Deze zender zendt tevens verkeersinformatie uit.
Uitschakelen:
Druk de multifunctionele toets Therhaaldelijk in, tot TMC off verschijnt.
Is TMC uitgeschakeld, dan kunt u zelf een zender met verkeersinformatie kiezen.
Aanwijzing: Er kunnen geen dynamische navigatiefuncties (dynamische route, verkeersinformatie) worden geselecteerd of opgeroepen.
Radioweergave
Weergave voor TMC-zender
Als een radiozender naast het normale radioprogramma ook TMC-informatie uitzendt, wordt dit op het display weergegeven door de afkorting TMC. De TMC-informatie wordt door het navigatiesysteem ontvangen en verwerkt. De ontvangst van deze verkeersberichten is kosteloos.
TMC wordt normaal weergegeven:
De op dit moment ingestelde zender is een TMC-zender. TMC is uitgeschakeld.

TMC wordt invers weergegeven:
De op dit moment ingestelde zender is een TMC-zender. TMC is ingeschakeld.

Mute-functie telefoon
Als er in de auto een telefoonsysteem is geïnstalleerd en als de Mute-leiding van de autotelefoon op de autoradio is aangesloten, kunt u in het PSM menu (zic pagina 130) de functies van de telefoon instellen.
Bij de instelling Mute wordt het geluid van de radio weggedraaid als er wordt opgebeld.
Bij de instelling Audio Signal klinkt het telefoongeluid via de radio (het contact moet aanstaan).
Dit kan alleen maar gebeuren indien er een handsfree systeem met luidsprekeruitgang op de telefoon is geïnstalleerd en op de radio is aangesloten. In beide gevallen wordt PHONE op het display weergegeven.

Aanwijzingen voor de compactdisc (cd)
Als er zich vuil op de cd bevindt, kan dat gevolgen hebben voor het geluid. Let op de volgende aspecten om een optimaal geluid te verkrijgen:
- Pak de cd's altijd alleen bij de randen vast. Raak cd's nooit aan de oppervlakken aan en zorg ervoor dat cd's niet vuil worden.
- Plak niets op cd's.
- Bescherm de cd's tegen fel zonlicht en tegen warmtebronnen, zoals verwarmingen etc.
- Maak cd's voordat ze worden afgespeeld van binnen naar buiten schoon met een normaal in de handel verkrijgbare schoonmaakdock. Veeg de cd's van binnen naar buiten af. Oplosmiddelen zoals benzine, verdunners of andere normaal in de handel verkrijgbare schoonmaakmiddelen en antistatische sprays mogen niet worden gebruikt.
Wanneer u een CD-R (Recordable) afspeelt
Op deze ontvanger kunt u uw originele CD-R's afspelen.
- Lees alvorens een CD-R af te spelen eerst de instructies en waarschuwingen aandachtig door.
-
Sommige CD-R's die op CD-recorders zijn opgenomen kunnen niet op deze ontvanger worden afgespeeld vanwege bepaalde kenmerken die deze CD-R's hebben. Andere oorzaken van afspeelproblemen zijn:
-
Beschadigingen of vuil op de CD.
– Vocht of condensatie op de lens van de CD-speler.
– Vuil op de lens van de laser in de speler. -
Speel alleen CD-R's af die volledig zijn afgewerkt (finilized).
- CD-RW's (Rewritables of herschrijfbare CD's) kunnen niet op deze ontvanger worden afgespeeld.
- Gebruik geen CD-R's waarop stickers of labels zijn geplakt. Deze schijven kunnen tot storingen leiden.
Let op: • Plaats geen 8-cm CD's (CD-singles) in de CD-lade. (Deze CD's kunnen niet terugspringen.)
- Plaats geen CD's met een ongewone vorm (bijvoorbeeld hartvormig) in de CD-lade; dit zal problemen veroorzaken.
Cd's plaatsen/uitwerpen
Druk toets a Het display klapt vervolgens naar bene- den en de cd-opening wordt zichtbaar. Schuif de cd met het opschrift naar boven in de cd-opening. Het apparaat haalt de cd automatisch binnen en begint vanaf het eerste nummer met afspelen. Klap het display vervolgens weer naar boven.
Als het laatste nummer is afgespeeld, begint het apparaat automatisch weer van voren af aan.
Wanneer er reeds een cd in de cd-opening zit moet u op toets in. Wanneer de cd-wisselaar/AUX-functie als laatste in gebruik was, moet met de multifunctionele knop 6pcd cd-weergave worden overgeschakeld.

Om een cd te verwijderen, moet u lang op knop kken. Het display klapt vervolgens naar beneden en de cd wordt uitgeworpen. Verwijder vervolgens de cd. Klap het display daarna weer naar boven.
Let op: Als u de radio uitschakelt, wordt de cd niet uitgeworpen en blijft de cd in de cd-opening.
Gebruik van de cd-speler
Nummer vooruit/achteruit springen
Druk de multifunctionele toets (voorwaarts) resp. 1 < (achterwaarts) in.

Als u meermaals op de multifunctionale knop drukt, kunt u verscheidene nummers in voorwaartse of achterwaartse richting overslaan. Als u bij het laatste nummer bent gekomen, wordt automatisch naar het eerste nummer truggeschakeld. Analoog vindt eveneens een wisseling plaats van het eerste naar het laatste nummer.
Wanneer de titel bij de titelsprong langer dan 10 seconden is afgespeeld, springt de cd-speler terug naar het begin van het nummer.
Intro scan
Druk de rechterdraaiknop ⚠, vervolgens verschijnt 50 op het display.

Alle onderstaande nummers van de cd worden steeds 10 seconden afgespeeld. Druk nogmaals op de rechterdraaiknop om de intro scan te beëindigen.
Versneld vooruit-/terugspoelen
Druk op de multifunctionele toets wordt het versneld vooruitspoelen (hoorbaar) of door op de multifunctionele knop te drukken het versneld terugspoelen (hoorbaar) geactiveerd.

Als u de multifunctionele knop loslaat, wordt het versneld vooruit-/terugspoclen beëindigd.
Toevalsfunctie (Random Play)
Druk op de multifunctionele toets Rnd drukken, wordt de toevalsfunctie geactiveerd. Vervolgens worden de nummers van de huidige cd in willekeurige volgorde afgespeeld. De melding Rnd wordt invers weergegeven.

Door de multifunctionele knop nogmaals in te drukken End wordt de toevalsfunctie geannuleerd.
Herhalen van nummers (Repeat)
Druk op de multifunctionele toets Rførdt het herhalen van nummers ingeschakeld. De melding Rft wordt invers weergegeven.

Door de multifunctionele knop nogmaals in te drukken Rft wordt de functie "herhalen van nummers" uitgeschakeld.
Aantal nummers en totale speelduur
Druk tijdens het gebruik van de cd-speler op toets Door de multifunctionele knop Trite drukken, worden de verstreken speelduur en de reeds afgespeelde nummers kort getoond.

Door de multifunctionele knop in te drukken, worden het aantal nummers en de totale speelduur van de huidige cd kort getoond.
Schakelinrichting om tegen te hoge temperaturen te beschermen
Dit apparaat is voorzien van een schakelinrichting om de laserdiode tegen te hoge temperaturen te beschermen.
Als u deze schakelinrichting activeert, verschijnt er geduren- de 8 seconden Temp op het display en schakelt het apparaat terug op radio.
Na een afkoelperiode kan de cd-speler met één cd weer worden gebruikt. Als de temperatuur echter nog steeds te hoog is, wordt weer truggeschakeld het apparaat terug op radio.
Gebruik van de cd-wisselaar
Cd-wisselaar gebruiksklaar
U kunt iedere JVC cd-wisselaar (CH-X serie uitgezonderd CH-X99) met gebruik van de JVC cd-wisselaaradapter KS-U16K (los verkrijgbaar) met dit toestel verbinden. Na het aansluiten kan de cd-wisselaar worden gebruikt nadat een cd-magazijn in de cd-wisselaar is geplaatst. U kunt het apparaat verder bedienen via het bedieningspaneel op de KD-NX1R.

flowchart
graph TD
A["KD-NX1R"] --> B["KS-U16K"]
B --> C["JVC cd-wisselaar"]
B --> A
Aanwijzing: Zie de bij uw cd-wisselaar en de KS-U16K geleverde gebruiksaanwijzingen voor het aansluiten van de cd-wisselaar.
Cd-magazijn vullen/leegmaken
Open de klep van de wisselaar en druk op de eject-knop om het cd-magazijn te verwijderen. Het magazijn wordt uitgeworpen en kan worden verwijderd.
Let op: Onjuist geplaatste cd's worden niet afgespeeld.
Cd's afspelen
Druk toets 📄 Wanneer de cd-wisselaar voordien in gebruik was of wanneer er geen cd of navigatie-cd in het cd-station zit, bent u nu in het menu van de cd-wisselaar.
Als de weergave van de cd als laatste was geselecteerd, schakelt u met de multifunctioncle knop op weergave van de cd-wisselaar.
De cd die u het laatst beluisterd heeft, wordt op de plaats afgespeeld waarop u de wisselaar de laatste keer heeft uitgeschakeld.
U kunt de cd's die in het magazijn zijn teruggezet weer selecteren, door de rechterdraaiknop erder te draaien. Tijdens het selecteren verschijnt de melding Loading CD X. Vervolgens wordt het vaknummer resp. de cd en het huidige nummer van de geselecteerde cd weergegeven.

Als u in het betreffende vak (bijv. vak 2) geen cd heeft geplaatst, verschijnt er op het display even NO CD 2.
Nadat het laatste nummer van een cd is afgespeeld, wordt automatisch de volgende cd in het magazijn geselecteerd en afgespeeld.
Nummer vooruit/achteruit springen
Druk de multifunctionele toets (voorwaarts) resp.
1 < (achterwaarts) in
Als u mcermaals op de multifunctionale knop drukt, kunt u verscheidene nummers in voorwaartse of achterwaartse richting overslaan. Als u bij het laatste nummer bent gekomen, wordt automatisch naar het eerste nummer teruggeschakeld.
Analoog vindt eveneens een wisseling plaats van het eerste naar het laatste nummer.
Wanneer de titel bij de titelsprong langer dan 10 seconden is afgespeeld, springt de cd-speler terug naar het begin van het nummer.
Intro scan
Druk de rechterdraaiknop, vervolgens verschijnt 50 op het display.
Alle onderstaande nummers van de cd worden steeds 15 seconden afgespeeld. Druk nogmaals op de rechterdraaiknop om de intro scan te beeindigen.
Gebruik van de cd-wisselaar
Versneld vooruit-/terugspoelen
Druk op de multifunctionele toets wordt het versneld vooruitspoelen (hoorbaar) of door op de multifunctionele knop te drukken het versneld terugspoelen (hoorbaar) geactiveerd.
Als u de multifunctionele knop loslaat, wordt het versneld vooruit-/terugspoelen beeindigd.
Toevalsfunctie (Random Play)
Druk op de multifunctionele toets Rnd e drukken, wordt de toevalsfunctie geactiveerd. Vervolgens worden de nummers van de huidige cd in willekeurige volgorde afgespeeld. De melding Rnd wordt invers weergegeven.
Door de multifunctionele knop nogmaals in te drukken Rnd wordt de toevalsfunctie geannuleerd.
Herhalen van nummers (Repeat)
Druk op de multifunctionele toets Rørdt het herhalen van nummers ingeschakeld. De melding Rpt wordt invers weergegeven.
Door de multifunctionele knop nogmaals in te drukken Rft wordt de functie "herhalen van nummers" uitgeschakeld.
Aantal nummers en totale speelduur
Druk tijdens het gebruik van de cd-speler op toets Door op de multifunctionele knop te drukken, wordt de verstreken tijd van het spelende nummer even op het display getoond.
Door de multifunctionele knop Tä te drukken, worden het aantal nummers en de totale speelduur van de huidige cd kort getoond.
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
PSM menu oproepen/verlaten
Na het oproepen van het PSM menu, krijgt u twee niveaus met de onderstaande basisinstellingen om het systeem naar wens in te richten.
Eerste niveau:
• Gai - Snelheidsafhankelijke volumeregeling
- Tel - Telefoonfuncties
• Coi - Instelling van kleur display
- Lcd - Instelling display
• Led - Instelling knipperlicht
• M/S - Instelling optimalisering ontvangst
Tweede niveau:
• Nav - Instelling navigatie-aanwijzing
• Flux - Instelling AUX-ingang
• Cmp - Instelling kompasweergave
- BeV - Instelling volume signaaltoon
U kunt het PSM menu oproepen door langer dan 2 seconden op toets 📄.ukken.

Om in het tweede niveau van het PSM menu te komen, moet u op de multifunctionele toets in
Druk nogmaals op toets 📁el. het PSM menu te beëindigen.
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
GAL instellen
GAL is een instelschakeling van de autoradio waarbij het volume van de autoradio afhankelijk van de snelheid van de auto automatisch hoger wordt. Hierdoor worden de geluiden die bij hogere snelheden ontstaan gecompenseerd.
PSM menu oproepen. Druk de multifunctionele toets Gal in. Kies met de rechterdraaiknop door 0 of +15.

Met de GAL-instellingen kan het begin van de verhoging van het volume naargelang de rijsnelheid worden vastgelegd.
De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Het gaat hierbij om:
- 0 - Geen volumetoename
• +1 - Volumetoename bij lage snelheid
• +15 - Volumetoename bij hoge snelheid
Functies bij Mute-instelling telefoon (Tel)
Als er een telefoonsysteem met een handsfree systeem geïnstalleerd is, kan het telefoongesprek via het systeem van de autoradio worden gevocerd. Zodoende hoeft er geen extra luidspreker gemonteerd te worden. De signaalleidingen (NF - telefooningang en massa - telefooningang) moeten hiervoor op de autoradio zijn aangesloten.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets Selecteer Audio Sis. of Mute.

• Mute - Mute-schakeling telefoon
• Audio Sis. - Telefoongesprek via autoradio
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
Kleur van het display instellen (Col)
Met deze instelling kunt u uit twee verlichtingskleuren kiezen.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets uile drukken, selecteert u red (rood) en yellow (geel).

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Display instellen (Lcd)
Bij het instellen van het display kunnen drie verschillende varianten worden gekozen.
- Negatieve weergave van het display (nesativ)
- Positieve weergave van het display ( positiv)
- Automatisch instellen van het display ( automatic) - dit houdt in dat het display naargelang de stand van de interieurverlichting positief of negatief wordt weergegeven.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets in de drukken, selecteert u negativ, positiv of automatic.

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
Knipperlicht instellen (LED)
Met behulp van deze functie kan het knipperlicht (knippert wanneer de contactsleutel in de uit-stand is gedraaid) in- of uitgeschakeld worden.
PSM menu oproepen. Druk op de multifunctionele toets Led om blinkins (LED ingeschakeld) of off (LED uitgeschakeld) te selecteren.

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Optimale ontvangst instellen (M/S)
Om storingen en terugkaatsing bij de ontvangst te onderdrukken, kunt u drie verschillende instellingen voor een optimale ontvangst instellen.
PSM menu oproepen. Druk op de multifunctionele toets M/S om Stereo, Mono of Auto te selecteren.

- Auto: Instelling voor normaal gebruik, dat wil zeggen dat de radio naargelang de ontvangststerkte van stereo op mono overschakelt (deze instelling biedt voor bijna alle ontvangstgebieden de optimale instelling).
- Stereo: Instelling voor bijzondere ontvangstsituaties. Het apparaat is steeds op stereo ingesteld.
- Mono: Instelling voor ontvangstsituaties waarbij standaard sprake is van terugkaatsing. Het apparaat is steeds op mono ingesteld.
De instelling werkt meteen en blijft ook bij het uitschakelen behouden.
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
Instelling navigatie-aanwijzing (Nav)
Met deze functie kunt u de weergave van navigatie-aanwijzingen instellen.
- only - De audioweergave wordt uitgezet en alleen de navigatie-aanwijzing is te horen.
- mixed - De audioweergave die u beluistert, wordt zachter gezet. De navigatie-aanwijzing is ingesteld op hetzelfde volume als de oorspronkelijke audioweergave, maar kan binnen een bandbreedte van +/-6 dB worden geregeld. Wanneer het volume van de audioweergave vervolgens wordt veranderd, dan wordt ook het volume van de navigatie-aanwijzing veranderd.
- independ - De audioweergave die u beluistert en de navigatie-aanwijzing kunnen op verschillende waarden worden ingesteld.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets om het tweede niveau van het PSM menu op te roepen. Kies met de multifunctionele toets Naou om only, mixed of independ te selecteren.

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
AUX-ingang (Aux)
Wanneer er geen cd-wisselaar is aangesloten, kunt u hier de NF-aansluitingen van de cd-wisselaar inschakelen. Nu kunt u op deze aansluitingen een extern toestel (MD-speler, etc.) aansluiten.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets om het tweede niveau van het PSM menu op te roepen. Kies met de multifunctionele toets Aux voor AUX Mode on (aan) of Aux Mode off (uit).

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Bij het afspelen van een cd moet u de multifunctionele toets Aux indrukken om de AUX-functie te selecteren.
PSM (Modus met voorkeursinstellingen) menu
Kompasweergave
Wanneer de navigatie uitstaat, kan op het rechterdeel van het display een kompas worden weergegeven.
Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets om het tweede niveau van het PSM menu op te roepen. Kies met de multifunctionele toets om show compass (kompas wordt weergegeven) of hide compass (kompas wordt niet weergegeven) te selecteren.
Wanneer het kompas en de navigatie zijn uitgeschakeld, worden tijdens de FM DAS-weergave zenderafkortingen aan de 9 multifunctionele toetsen toegekend.

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Volume signaaltoon
Met deze functie kunt u het volume van de signaaltonen instellen (bijv. ter bevestiging van opslag in het geheugen). Roep het PSM menu op voor het instellen. Druk op de multifunctionele toets om het tweede niveau van het PSM menu op te roepen. Druk de multifunctionele toets Kies met de rechterdraaiknop door 0 (zacht) of +5 (hard).

De instelling wordt automatisch opgeslagen.
Aanwijzingen voor het aansluiten

Let op! Klem 30 en klem 15 moeten altijd afzonderlijk worden aangesloten, omdat bij een uitgeschakelde radio het stroomverbruik anders hoger wordt. Aansluitklem A is niet in alle auto's hetzelfde. Meet derhalve voor de inbouw in elk geval de spanningen.
Kamer A
1 Snelheidssignaal (GAL)
2 Signaal van achteruitrijlampen
3 Telefoon-Mute/-vrijschakeling
4 Duurplus (klem 30)
5 Besturingsuitgang voor automatische antenne/versterker
6 Verlichting (klem 58)
7 Geschakelde plus (klem 15)
8 Massa (klem 31)
Kamer B
1 Luidspreker achter rechts +
2 Luidspreker achter rechts -
3 Luidspreker voor rechts +
4 Luidspreker voor rechts -
5 Luidspreker voor links +
6 Luidspreker voor links -
7 Luidspreker achter links +
8 Luidspreker achter links -
Kamer C1
1 LineOut achter links
2 LineOut achter rechts
3 L F - m a s s a
4 LineOut voor links
5 LineOut voor rechts
6 LineOut subwoofer
Kamer C2
7-12 Speciale aansluiting voor JVC cd-wisselaar (zie pagina 126)
Kamer C3
13 LF-telefooningang
14 Massa-telefooningang
15-17 Speciale aansluiting voor JVC cd-wisselaar (zic pagina 126)
18 Cd NF-massa (AUX)
19 Cd NF links (AUX)
20 Cd NF rechts (AUX)
In-/uitbouwhandleiding
In deze autoradio is een universele houder voor inbouwschachten geïntegreerd. Een inbouwframe is niet noodzakelijk. Het apparaat moet in de inbouwschacht worden geschoven en met de bijgeleverde montagehulpstukken worden bevestigd.
Voor de inbouw moeten elektrische aansluitingen worden gelegd. Schuif het apparaat in de inbouwschacht. Schuif vervolgens de montagehulpstukken tot aan de eerste klik in de openingen op de voorkant van het apparaat (afbeelding Ⓐ). Vergrendel de radio door de montagehulpstukken naar buiten te trekken, zoals wordt weergegeven in afbeelding Ⓑ. Verwijder vervolgens montagehulpstukken.

In-/uitbouwhandleiding
Voor de uitbouw moet het apparaat eerst ontgrendeld worden. Daartoe de montagehulpstukken tot aan de tweede klik inschuiven, zoals in afbeelding Ⓐweergegeven. Apparaat met behulp van de montagehulpstukken verwijderen (afbeelding ). V@rvol-gens de montagehulpstukken verwijderen door op de veren rechts en links van het apparaat te drukken.
Als de radio al eens in een andere auto was ingebouwd, moeten eventueel voor de inbouw de veren van de radio opnieuw worden afgesteld. Voor het verstellen van de veren de montagehulpstukken, zoals in afbeelding Ⓓ wordt weergegeven, inschuiven en vervolgens, zoals in afbeelding Ⓔ wordt weergegeven, afstellen (montagehulpstukken iets in richting 1 drukken en de montagehulpstukken tegelijkertijd in richting 2 bewegen).


Deze autoradio biedt de mogelijkheid in het kortegolfbereik RDS-signalen (RDS = Radio Data System) te ontvangen. RDS zorgt ervoor, dat er onhoorbare extra informatic in het kortegolfbereik kan worden verzonden. Dit betekent, dat de radiozender informatics uitzendt die door de autoradio kan worden herkend.
Niveau DAS Seek Qual.
Op het niveau DAS SSeek SQual worden alle ontvang- en identificeerbare RDS-programma's naargelang de kwaliteit in een lijst opgeslagen. De functie dynamische autostore, de zoekfunctie en de scan-zoekfunctie verwijzen naar deze lijst terug.
Niveau DAS Seek Name
Op het niveau DAS SSeek SNameworden alle ontvang- en identificeerbare RDS-programma's op alfabetisch volgorde in een lijst opgeslagen. De functie dynamische autostore, de zoekfunctie en de scan-zoekfunctie verwijzen naar deze lijst terug.
Niveau Stations Fix
Op het niveau Stations FIX kunt u onder de zendertoetsen frequenties opslaan. RDS is niet actief. Het zoeken op StationsSFIX komt overeen met de handmatige afstemming van FM (zie pagina 116).
Niveau Stations RDS
Op het niveau StationsRDS kunnen alleen geïdentificeerde RDS-zenders worden opgeslagen. Er wordt steeds op de best te ontvangen frequentie van de zender geschakeld.
Bij het zoeken naar StationsSRDS wordt alleen op de indentificeerbare zenders gestopt.
Algemene uitleg
PTY (programmatype)
Met PTY kunt u bepaalde programmatypes zoals bijv. sport, popmuziek, klassiek etc. uitkiezen.
De PTY wordt uitgezonden via de RDS-zender, voor zover deze functie bij de radiozender is geïnstalleerd. Het programmatype van de ingestelde zender kan worden weergegeven of er kan een bepaalde PTY-zender worden opgespoord.
Voorbeelden van programmatypes zijn:
NEUSSNieuws
POP MSPopmuzick
AFFAIRSSPolitiek en opinie
ROCK MSRockmuziek
INFOS Speciale praatprogramma's
SCIENCES Wetenschap
EDUCATES Educatief
LIGHT MSLichte muziek
DRAMASHoorspel en literatuur
CLASSICSSKlassieke muziek
CULTURESCultuur, kerk en maatschappij
EASY MSOntspanningsmuziek
VARIEDS Infotainment
SPORTSSport
OTHER MSSpeciale muziekprogramma's
WEATHERS Weerberichten
FINANCES Financiële informaties
CHILDPRGSKinderprogramma's
SOCIALS Sociaal nieuws
RELIGION
PHONE IN
TRAVEL
LEISURE
JAZZ
COUNTRY
NATION M
OLDIES
FOLK
DOCUMENT
NO PTY
Religie
Interviews
Reisprogramma's
Vrije tijd
Jazzmuziek
Countrymuziek
Nederlandstalige muziek
Gouwe-ouwe
Volksmuziek
Documentaires
Geen PTY-kenmerk
Technische gegevens
GELUIDSVERSTERKER
Maximum uitgangsvermogen:
Voorin: 30 W per kanaal
Achterin: 30 W per kanaal
Ononderbroken uitgangsvermogen (RMS):
Voorin: 12 W per kanaal in 4 Ω, 40 Hz tot 20 000 Hz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming van het geluid.
Achterin: 12 W per kanaal in 4 Ω, 40 Hz tot 20 000 Hz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming van het geluid.
Belastingsimpedantie: 4 Ω (speling 4 Ω tot 8 Ω)
Regelbereik tonen: Bas: ±10 dB bij 100 Hz
Treble: ±10 dB bij 10 kHz
Weergavekarakteristick: 40 Hz tot 20 000 Hz
Signaal/ruisverhouding: 70 dB
Ingangsvermogen/Impedantie: 1,0 V/20 kΩ
Uitgangsvermogen/Impedantic: 3,0 V/20 kΩ belasting (maximaal vermogen)
RADIO
Frequentiebereik: FM: 87,5 MHz tot 108,0 MHz
AM: (SW) 5 800 kHz tot 6 250 kHz
(MW) 531 kHz tot 1 620 kHz
(LW) 153 kHz tot 282 kHz
[FM-zenders]
Gevoeligheid bij normaal bedrijf: 13,3 dBf (1,2 μV/75 Ω)
Selectiviteit alternatief kanaal (400 kHz): 65 dB
Weergavekarakteristiek: 40 Hz tot 15 000 Hz
Selectiviteit: 60 dB
[LW-zenders]
Gevoeligheid: 50 μV
Technische gegevens
CD-SPELER
Type: CD-speler
Signaaldetectiesysteem: Pickup-lens (halfgeleider-laser)
Aantal kanalen: 2 kanalen (stereo)
Weergavekarakteristiek: 20 Hz tot 20 000 Hz
Dynamisch vermogen: 90 dB
Signaal/ruisverhouding: 92 dB
ALGEMEEN
Voeding:
Werkspanning:
Gelijkstroom 14,4 V (speling 11 V tot 16 V)
Aardingssysteem:
Negatieve
aarding
Bedrijfstemperatuur: 0°C tot 40°C
Afmetingen (breedte x hoogte x diepte):
Afmetingen apparaat (ten behoeve van installatie):
182 mm x 53 mm x 159 mm
Afmetingen paneel: 188 mm x 59 mm x 15 mm
Gewicht: 1,7 kg (excl. accessoires)
ACCESSOIRES
Gebruiksaanwijzing
Handleiding voor installatie/aansluiting
Garantiebewijs
Navtech eindgebruiker licentie-overeenkomst
Registratickaart
Hulplijnkaart
Service-network
Code-kaart
ISO kable
Enkel draad voor waarneming achteruitrijden
Bevestigingsbout
Zachte houder
Haak (2 stuks)
GPS-antenne
CD-ROM
Ontwerp en specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
