ProMax 200 - Lader Xenteq - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProMax 200 Xenteq in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ProMax 200 Xenteq
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProMax 200 - Xenteq en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProMax 200 van het merk Xenteq.
GEBRUIKSAANWIJZING ProMax 200 Xenteq
Gebruiksaanwijzi ing - NL
Blz. 2
Users manual - GB
Page 14
De vermelde spanningen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebasseerd op een 12Volts systeem. De spanningen dienen te worden vermenigvuldigd met: x2 bij 24Volt, x3 bij 36Volt en x4 bij 48Volt. In de bijlagen staan de technische specificaties van de Promax 200.
De Promax 200 is een volledig automatische acculader en druppellader in één en kan daarom permanent aan de netspanning en aan de accu aangesloten blijven. De microprocessor controleert continu de accu en het laadproces zodat een zeer veilig en nauwkeurig laadproces gewaarborgd wordt. De ProMax bevat verschillende laadprogramma's. Door middel van de 'mode' knop aan de voorzijde van de lader wordt het laadprogramma eenvoudig gekozen. De lader kan zo optimaal afgestemd worden op het betreffende accu type en de toepassing. Dit komt uiteraard de capaciteit en levensduur van de accu ten goede.
Het is voor de ProMax 200 geen probleem als er gelijktijdig meerdere voedingsbronnen, zoals een dynamo of zonnepaneel, aangesloten zijn.
Belangrijk
Sluit geen verbruikers rechtstreeks aan op de aansluitbouten van de acculader.
EIGENSCHAPPEN
De ProMax 200 heeft een groot aantal eigenschappen en beveiligingen ter bevordering van de gebruiksvriendelijkheid, maar uiteraard ook om u evan te verzekeren dat het laadproces veilig verloopt.
Ompoling
Bij ompoling zijn de aansluitdraden voor de plus en de min met elkaar verwisseld, op de accu of op de lader. Ompoling wordt aangegeven d.m.v. een error indicatie.
Kortsluiting op de uitgang
De lader is beveiligd tegen kortsluiting als er géén accu op aangesloten is, ook als de lader aan staat (netspanning aanwezig).
Accu's kunnen daarentegen niet tegen kortsluiting!
Maak daarom nooit een kortsluiting op de accu. Maak ook nooit een kortsluiting als de lader is aangesloten op de accu, ongeacht of de netspanning aanwezig is. Als een accu wordt kortgesloten bestaat er de kans dat de accu explodeert!!!
Uitgangsspanning
De lader wordt pas geactiveerd als er een accu aangesloten is. Zonder aanwezigheid van een accu zal er dus geen spanning gemeten worden.
Ingangsspanning
De ingang van de lader is beveiligd d.m.v. een glaszekering. Deze is bereikbaar op de achterzijde van de lader. Bij vervanging dient er altijd een zekering geplaatst te worden met dezelfde waarde. In de technische specificaties in de bijlage kunt u deze waardes opzoeken.
Stroombegrenzing
De lader is voorzien van een stroombegrenzing.
Laadtijd bewaking
Bij de laadprogramma's voor een stand alone toepassing wordt de tijdsduur van het laadprocess gecontroleerd. Duurt de hoofdlading en nalading tesamen meer dan 14 uur, dan wordt het laadproces gestopt. Hiermee kan voorkomen worden dat men een kapotte accu blijft doorladen. Hieruit kan echter ook blijken dat de laadstroom niet in juiste verhouding staat tot de accucapaciteit (accu loopt schade op als het laadproces te lang duurt).
Compensatie spanningsverlies
De acculader compenseert automatisch de spanningsval over de aansluitkabels. Hierdoor is het mogelijk op de aansluitbouten een hogere spanning te meten dan de ingestelde waarde. De juiste spanning is daarom alleen op de accupolen te meten.
Soft start
De Promax 200 bevat een soft start, zodat de lader geen invloed heeft op de, eventueel, aangeschakelde verbruikers. Hierdoor kan pas na 3min de juiste lading waargenomen worden.
Temperatuur
De lader is d.m.v. een ventilator tegen een te hoge interne temperatuur beveiligd. Mocht de koeling van de ventilator nog niet voldoende zijn, dan schakelt de lader zich geheel uit. Deze thermische stop wordt aangegeven d.m.v. een error indicatie. Als de lader weer voldoende is afgekoeld wordt het laadproces automatisch weer vervolgd.
Het verloop van de hierboven genoemde beveiligingen is sterk afhankelijk van de omgevingstemperatuur en manier van montage.
Beschermingsgraad
De aanduiding om beschermingsgraad aan te geven bestaat uit de kenletters 'IP' (International Protection), gevolgd door twee of drie kengetallen die aangeven aan welke voorwaarden er zijn voldaan. Het eerste cijfer heeft betrekking op de beschermingsklasse stofdichtheid, het tweede cijfer op de vloeistofdichtheid en het derde cijfer heeft betrekking op de slagvastheid. Aan de Promax 200 kan IP 205 worden toegekend. Dit betekent:
2 = de lader is beschermd tegen vaste stoffen groter dan 12mm.
0 = de lader heeft geen bescherming tegen water/vloeistof e.d.
5 = de lader kan een slagkracht verdragen van max. 2,00 Joule (2Nm)
Belangrijk
Bescherm de lader voor vocht en vervuiling. Dit kan aangezogen worden door de ventilator en kan intern schade aanbrengen. Eventuele reparatiekosten vallen dan niet onder de garantie.
HET LAADPROGRAMMA INSTELLEN
Met de drukknop 'mode' aan de voorzijde van het apparaat kan het laadprogramma ingesteld kan worden. Stel de ProMax 200 eerst in op het juiste programma voordat u de lader inbouwt. De accu mag reeds aangesloten zijn, maar is geen vereiste.
Het instellen van de lader bestaat uit 3 fases:
→ Allereerst dient de toepassing bepaald te worden, nl. 'on-board' gebruik of 'stand-alone'gebruik (zie onderstaande uitleg).
→ Als tweede stap wordt het type accu bepaald.
→ Als laatste moet worden bepaald of er een temperatuur sensor aanwezig is.
De combinatie van deze 3 instellingen bepaalt het laadprogramma.
Als de lader voor het eerst ingesteld wordt zal een '2' in het display verschijnen en de groene led gaan branden onder 'charge process'. Dit laadprogramma is de fabrieksinstelling.

text_image
8.Belangrijk
Onder geen beding mag het laadprogramma naar eigen inzicht gekozen worden. Dit kan leiden tot onherstelbare schade aan accu en/of gebruikers. Aangezien elk merk en type accu eigen laadvoorschriften heeft, zijn de vermelde laadprogramma's puur advies. Controleer altijd of het geadviseerde laadprogramma overeenkomt met de laadvoorschriften van uw accu. Zie hiervoor de bijlage. Zo niet, neem dan contact op met uw acculeverancier voor een passende instelling.
Gebruikte termen:
- On board
Er zijn verbruikers aanwezig tijdens het laadproces. De lader zal tevens indirect als voeding dienen voor de aangesloten apparatuur. Bij het laden van een (gedeeltelijk) lege accu gaat de stroomafname van de verbruikers dus wel ten koste van de laadstroom voor het laden van de accu.
- Stand alone:
De tegenhanger van on board gebruik. Er zijn geen verbruikers aanwezig tijdens het laadproces. De accu wordt na de ontlading aangesloten op de lader (of lader wordt aangezet) en vol geladen. Als de accu weer gebruikt gaat worden, is de lader afgekoppeld of staat uit.
- Zwaar cyclisch gebruik
Zwaar cylisch gebruik wil dat zeggen dat de accu op regelmatige basis diep ontladen (>30%) en geladen wordt. Omdat er meer sulfatering van de accu plaatsvindt door de diepere ontladingen benodigen sommige accu's een andere lading.
Instelprocedure:
→ Bepaal voordat u de instellingsprocedure start, waar u de lader op in dient te stellen (uw toepassing: on-board of stand-alone, welk accutype u heeft en of er een temp.sensor aanwezig is).
■ Sluit de lader aan op de netspanning.
Druk op de 'mode' knop en schakel de lader gelijktijdig aan d.m.v. de aan/uit schakelaar aan de achterzijde van het apparaat.
Blijf de knop indrukken tot rechtsonder in het display een punt oplicht. Dit wil zeggen dat de lader in de instellingsprocedure staat.
- Vervolg de stappen onder de betreffende toepassing (onboard pag. 5, stand alone pag 6).
ON BOARD (verbruikers aanwezig tijdens laadproces)
Zet de lader in de instellings procedure, zoals eerder omschreven.
Er verschijnt een '0' in het display. D.m.v. het drukken op de 'mode' knop kunt u wisselen tussen de groene en de rode led. Stel de lader in op de groene led (= fabrieks-instelling).

Wacht hierna 10 seconden. Er verschijnt nu een cijfer in het display wat het laadprogramma weer geeft. D.m.v. het herhaaldelijk drukken van de 'mode' knop kunt u het juiste laadprogramma ingeven, behorende bij het accutype.
Accutype Voorgesteld laadprogramma
GEL, AGM ^1

NAT (fabrieksinstelling)

SEMI TRACTIE

VOL-TRACTIE

CALCIUM, AGM ^2 , SPIRAL

Wacht hierna 10 seconden.
Er verschijnt een 't' in het display. Nu kan bepaald worden of de optionele temperatuur sensor aangesloten is. D.m.v. het drukken van de 'mode' knop kunt u wederom wisselen tussen de groene en de rode led.
Temperatuursensor aanwezig opl




Laat de groene led
Temperatuursensor niet aanwezig
(fabrieksinstelling)




Laat de rode led
STAND-ALONE (géén verbruikers aanwezig tijdens laadproces)
Zet de lader in de instellings procedure, zoals eerder omschreven.
Er verschijnt een '0' in het display. D.m.v. het drukken op de 'mode' knop kunt u wisselen tussen de groene en de rode led. Stel de lader in op de rode led.

Wacht hierna 10 seconden. Er verschijnt nu een cijfer in het display wat het laadprogramma weer geeft. D.m.v. het herhaaldelijk drukken van de 'mode' knop kunt u het laadprogramma ingeven.
Accutype Voorgesteld laadprogramma
GEL, AGM ^1
CALCIUM, AGM ^2 , SPIRAL
SEMI-TRACTIE
VOL-TRACTIE
Wacht hierna 10 seconden.
Er verschijnt een 't' in het display. Nu kan bepaald worden of de optionele temperatuur sensor aangesloten is. D.m.v. het drukken van de 'mode' knop kunt u wederom wisselen tussen de groene en de rode led.
Temperatuursensor aanwezig op
oplichten




Laat de groene led
Temperatuursensor niet aanwezig
(fabrieksinstelling)
Laat de rode oplichten






Zwaar cyclisch gebruik?
(comp. fase aan?





Als na het instellen van de temperatuursensor de 'mode' knop voor 10 seconde niet meer is gebruikt, zal de de lader uit de instelmode keren. Indien reeds een accu is aangesloten zal het laadproces beginnen volgens het ingestelde programma. De gekozen instellingen zullen bij het aanzetten van de lader altijd kortstondig oplichten.
In de bijlagen vindt u per laadprogramma een korte opsomming van de laadinstellingen.
Als de netspanning verwijderd wordt, blijft het laatst gekozen laadprogramma in het geheugen van de acculader staan. Gaat de lader echter voor een andere toepassing en/of accutype ingezet worden, dan dient het laadprogramma aangepast te worden.
INSTALLATIE
De laadomgeving
Het laden van de accu moet in een geventileerde ruimte geschieden, daar er explosieve gassen (knalgas) vrij kunnen komen uit de accu. Er dient altijd voldoende vrije ruimte rondom de lader aanwezig te zijn (eventuele ventilatie- openingen mogen niet geblokkeerd zijn). Dit is belangrijk voor voldoende luchtcirculatie, t.b.v. de koeling van de lader en de afvoer van vrij gekomen gassen.
De Promax 200 is niet geschikt voor buitenshuis gebruik.
Belangrijk
Tijdens lekken of verdampen van brandstof niet laden.
Kabeldikte
Om de juiste kabeldikte te bepalen kunt u onderstaande formule aanhouden. Probeer de aansluitkabels zo kort mogelijk te houden. Gebruik bij voorkeur een rode (+) en een zwarte (-) kabel.
$$ \begin{array}{c c c c c} \text {Max. Amp.} & x & \text {afstand} & x & 0, 2 \ \text {accu} & \text {lader} & \leftrightarrow & \end{array} = \text {kabeldikte mmq.} $$
B.v.: een ProMax 212-25 staat 2,5 meter van de accu geplaatst.
25 (max. Amp.) x 2,5 (afstand) x 0,2 =12,5 mmq
Is de uitkomst geen bestaande kabeldikte, neem dan de dichtstbijzijnde bestaande dikte.
Montage
Met de bijgeleverde bevestigingsstrips is montage van de lader op verschillende manieren mogelijk. Plak de bijgeleverde rubberen plakvoetjes aan de onderkant van de behuizing ter bescherming er stabiliteit.

Belangrijk
Als u de lader op een staal of aluminium schip gaat monteren, dient u de lader geïsoleerd op te hangen. Dit wil zeggen, het huis van de lader mag geen contact maken met het schip, om elektrolyse te voorkomen. Een andere mogelijkheid is om een scheidingstrafo te installeren.
Aansluiting
- Monteer een rode draad op de + bout en een zwarte draad op de - bout van de acculader dmv. een kabeloog, afhankelijk van het model is dit M6 of M8.
-
Bevestig eerst de andere zijde van de rode draad op de + pool van de accu (dmv krokodillenklem, accuklem of kabeloog). Monteer daarna de zwarte draad op de - pool van de accu.
-
Steek de netsnoer van de acculader in een werkend, geaard stopcontact en zet de 'power' schakelaar op 'on'. Het laadproces zal gaan beginnen.
Als u de verbinding tussen de accu en de lader wilt verwijderen, dient u eerst de lader uit te schakelen en de lader af te koppelen van de netspanning.
Belangrijk
- De accu aansluiting die niet verbonden is met het chassis, moet als eerste aangesloten worden. De andere verbinding moet gemaakt worden met het chassis.
- Sluit de lader aan op de accu op een afstand van de brandstofinstallatie.
- Controleer of de netspanning van de spanningsbron overeenkomt met de benodig-de netspanning van de lader.
Verder is het bij de montage belangrijk dat u de volgende punten opvolgt:
- Gebruik voor de bevestiging van de kabels en de lader altijd de bijgeleverde moeren en sluitringen (messingnikkel)! Als er een andere materiaalsoort wordt gebruikt kunnen de bouten zo warm worden dat ze uit de print branden.
- Zorg er ook voor dat de aansluiting van de kabel goed contact maakt, anders worden de bouten te warm met kans dat de printplaat verbrandt.
- Draai de moeren niet te vast aan, vast=vast. Als deze te vast aangedraaid worden kunnen de bouten zich losdraaien van de print. De lader zal dan niet meer juist functioneren.
Er wordt geen garantie verleend als de lader defect is geraakt doordat bovenstaande punten niet zijn opgevolgd.
Tip
Als extra beveiliging kunt u een zekering monteren tussen de + van de accu en de + van de lader. Gebruik hiervoor altijd een zekering die zwaarder is dan de laadstroom.
AANSLUITEN VAN EEN LAADSTROOMVERDELER
U kunt twee of drie accusets gelijktijdig laden/onderhouden d.m.v. een laadstroomverdeler. Belangrijk is dan wel dat de D+ aansluiting op de lader aangesloten wordt. Deze D+ aansluiting bevindt zich aan de voorzijde van de lader in de vorm van een schroefverbinding. Wordt deze niet aangesloten, dan zal het geheel niet werken. Verbind de D+ aansluiting van de lader met de D+ aansluiting op de laadstroomverdeler met een dunne kabel (+/- 1,5mmq). Monteer tevens een diode tussen de D+ van de dynamo en de D+ van de laadstroomverdeler. Het aansluitschema is tevens te downloaden op www.xenteq.nl Om een juiste werking te kunnen garanderen adviseren wij de verliesarme DB 180 (2 uitgangen) of DB 270 (3 uitgangen) uit ons assortiment te nemen.
IN GEBRUIK
Bij inschakeling geeft de lader kortstondig het ingestelde laadprogramma weer d.m.v. een cijfer in het display en één of meerdere led's onder 'charge process'. Bij start van het laadproces controleert de ProMax 200 eerst de accuspanning. Mocht de accuspanning niet akkoord zijn dan wordt dit aangegeven met een error indicatie.
Het laadproces bestaat uit max. 5 fases, afhankelijk van het ingestelde laadprogramma. De duur van het totale laadsproces is afhankelijk van de accukwaliteit, accucapaciteit, diepte van ontlading, de aanwezigheid van gebruikers die nog stroom vragen en van het ingestelde laadprogramma. Verder kunnen eventuele foutmeldingen het laadproces vertragen. Een korte beschrijving van elke laadfase:
1. Hoofdlading (boost) = T1
Elke lading begint in deze fase, ongeacht of de accu vol is of niet. De laadstroom bedraagt 100% en de spanning loopt op tot dat de ingestelde waarde is bereikt. De hoofdlading heeft altijd een minimale tijdsduur van 30min. Als een volle accu wordt aangesloten duurt deze fase dan ook maar 30 minuten.
Tijdens deze fase blijft de rode led onder 'charge process' opgelicht.
In deze fase blijft de lader doorladen op de ingestelde waarde. Doordat de accu vol raakt neem de laadstroom af. Het omslagpunt naar de volgende fase is afhankelijk van het laadprogramma. Deze fase heeft echter altijd een maximum tijdsduur van 4 uur. Thermische stops worden hierin niet meegerekend.
Tijdens deze fase blijft de gele led onder 'charge process' opgelicht.
3. Compensatie (compensate) = T3
Dit is een speciale en extra laadfase om het sulvaat af te breken wat ontstaat bij regelmatige (diepe) ontladingen. De spanning loopt hierbij op naar 16Volt. Deze fase komt danook alleen voor bij enkele laadprogramma's onder een stand alone toepassing (geen verbruikers aanwezig tijdens het laadproces). Voor het merendeel van de gesloten, onderhoudsvrije accu's is deze fase niet geschikt. De comp. fase duurt maximaal 4 uur. Thermische stops worden hierin niet meegerekend.
Tijdens deze fase knippert de gele led onder 'charge process'.
4. Druppellading (float) = T4
De accu is vol en wordt in deze fase onderhouden door middel van een lagere, stabiele spanning van 13,5Volt of 13,8Volt, afhankelijk het laadprogramma. In deze fase kan de lader nog zijn maximale stroom leveren zonder dat de lader weer naar de hoofdlading gaat. Hierdoor kan de Promax 200 indirect als voeding dienen voor eventuele gebruikers. Indien de accuspanning voor langere tijd onder 12,65Volt daalt, schakelt de lader automatisch terug op de hoofdlading (T1).
Tijdens deze fase blijft de groene led onder 'charge process' opgelicht.
5. Jogging = T5
Als tijdens de druppellading de laadstroom langer dan 24 uur onder de 10% is gebleven schakelt de lader over naar jogging. D.m.v. deze fase wordt voorkomen dat een accu die lange tijd onder druppellading staat 'lui' wordt. In deze fase wordt er geen laadstroom afgegeven, maar staat de lader in een wacht stand. Als de accuspanning tot 12,65Volt gedaald is, schakelt de lader automatisch terug naar de hoofdlading (T1).
Tijdens deze fase knippert de groene led onder 'charge process'.
Belangrijk
Het is van belang dat een laadproces altijd geheel wordt afgerond. Het laadproces mag daarom alleen gestopt worden als de groene LED onder 'charge process' oplicht of knippert. Indien de lading tussentijds wordt afgebroken is het gevolg dat de accu zijn spanning- en zuur verhouding verliest. Hierdoor kan schade ontstaan aan de accu.
Als de accu losgekoppeld wordt, de netspanning verbroken wordt of als de lader uitgeschakeld wordt, dan zal het huidige laadproces stoppen. Indien er weer een accu aangesloten wordt, de netspanning weer aanwezig is of de lader weer geactiveerd wordt, dan zal in alle gevallen een nieuw laadproces gestart worden.
Mocht er bij de start van of tijdens het laadproces een fout geconstateerd worden, dan zal er in het display het cijfer van de betreffende fout verschijnen. Zie 'weergave laadstatus' en de probleemoplosser.
WEERGAVE LAADSTATUS
| Rode LED | Gele LED Groene LED | Error melding display | ||||
| brandt knippert brandt knippert | ||||||
| Hoofdlading X | ||||||
| Nalading X | ||||||
| Comp. Lading X | ||||||
| Druppellading | X | |||||
| Jogging | X | |||||
| Accupolariteit of Geen accu aanwezig | 1 | |||||
| Te lage accuspanning | 2 | |||||
| 14 uurs limiet | 3 | |||||
| Thermische stop | 4 | |||||
| Accu gesulfateerd | 5 | |||||
| Temp.sensor error | 6 | |||||
Raadpleeg de probleemoplosser bij het verschijnen van een foutmelding.
PROBLEEMOPLOSSER
Probleem (mogelijke) oorzaak Handeling
| Aansluitdraden omgepoold. | Verwijder de verbinding en sluit de kabels op de juiste manier aan. | |
| Error indicatie 1(Wisselt steeds af met het weergeven van het ingestelde laadprogramma) | Geen accuspanning aanwezig. | Controleer de verbinding en de zekeringen tussen accu en lader. |
| Er is een diodebrug aange-sloten die de accuspanning spert waardoor de lader niet kan inschakelen. | Gebruik de D+ aansluiting, zie hoofdstuk 'Het aanslui-ten van een laadstroom-verdeler'. | |
| Error indicatie 2 | De accu heeft een spanning tussen de 1,0-11,0Volt | Deze indicatie blijft gedu-rende 5 min. branden. Geen handeling ondernemen en het laadproces afmaken. Let op! Bij meerdere te diepe ontladingen gaat de accu snel defect. |
| Error indicatie 3 | De boostfase (T1) + de equalizefase (T2) duurt langer dan 14 uur. Het laadproces is gestopt. | Bereken of de lader genoeg laadstroom heeft voor de accu. |
| Er zijn verbruikers aanwezig tijdens het laadproces, terwijl de lader ingesteld staat op 'stand alone. Schakel de verbruikers uit of wijzig het laadprogramma. | ||
| Controleer de accu. | ||
| Error indicatie 4 | Lader staat in een thermische stop. | Het laadproces zal automa-tisch weer vervolgt worden als de lader voldoende is afgekoeld.- probeer de lader in een zo koel mogelijke omgeving te plaatsen.- controleer of de lader genoeg kan ventileren. |
| Error indicatie 5 Accu mogelijk gesulfateerd. | Houdt de error aanduiding bij de volgende ladingen in de gaten. Blijft deze error voorkomen laat dan de accu controleren/vervangen. | |
| Error indicatie 6 | Temp.sensor defect. | Vervang de temperatuur-sensor en reset de lader door de netspanning te verwijderen. |
| Lader staat ingesteld voor een temperatuursensor maar deze is niet aanwezig. | - controleer het ingestelde laadprogramma.- controleer de verbinding. | |
| Lader werkt geheel niet. | Geen netspanning aanwezig. | - Controleer de netspanning, deze dient hoger te zijn als 180VAC (95VAC bij 115VAC input)- controleer de zekering aan de achterzijde van de lader. |
| Het power ledje licht op, maar de lader werkt niet. | Te lage netspanning. | Controleer de netspanning, deze dient hoger te zijn als 180VAC (95VAC bij 115VAC input). |
| De lader geeft de juiste indicatie aan, maar de accu wordt niet bijgeladen.De lader geeft niet de juiste spanning (en stroom) af. | De lader is bezig met de soft start. | 3 minuten na inschakeling van de lader is de juiste lading waar te nemen. |
| Oxidatie van connectors/verbindingen tussen lader en accu. | Controleer de connectors en vervang indien nodig. | |
| Lader levert niet zijn maximale laadstroom. | Te lage netspanning. | Controleer de netspanning.Onder een spanning van 200VAC (100VAC bij 115VAC input) zal de lader niet zijn volledige laad-stroom kunnen leveren. |
| Accu komt niet vol, de rode of gele led blijft, na verloop van tijd, oplichten. | De accu is stuk. | Meet de zuurgraad van alle cellen en vervang de accu indien nodig. |
| Er staan zware verbruikers/belasters aangesloten op de accu. | Schakel zoveel mogelijk verbruikers uit. | |
| De lader is te licht voor de accu. | Raadpleeg uw dealer. | |
| U meet een te hoge spanning op de aansluitbouten | De acculader compenseert automatisch de spanningsval over de aansluitkabels. | Meet de spanning op de accupolen. |
ACCESSOIRES
Temperatuur sensor BTC 100
Meet tijdens het gehele laadproces de temperatuur van de accu. Afhankelijk van de gemeten temperatuur wordt er een compensatie toegepast op de eindspanning. Let op als er gebruik gemaakt wordt van deze temperatuursensor dan dient het laadprogramma hierop ingesteld te worden. Zie hoofdstuk 'Het laadprogramma instellen'.
LCD-monitor PCM 100
Hiermee is het mogelijk om op afstand het laadproces te volgen. Op de monitor kunnen gegevens afgelezen worden zoals accuspanning, laadstroom, ladingsfase en eventuele errors.
T-splitter
Om zowel de BTC 100 als de PCM 100 aan te kunnen sluiten, is det-splitter nodig.
ONDERHOUD
De ProMax acculader behoeft geen specifiek onderhoud. Als u de lader schoon wilt maken, gebruik dan enkel een (droog geknepen) doek. Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik van en omgang met de accu.
WAARSCHUWING: een accu bevat bijtend zwavelzuur.
Belangrijk
- Controleer regelmatig de status van de acculader.
- Controleer regelmatig de kabels en verbinding tussen accu en lader.
- Controleer de ventilator en ventilatie openingen regelmatig.
- Controleer het vloeistofniveau bij een niet onderhoudsvrije accu regelmatig:
GARANTIE EN SERVICE

De ProMax 200 acculaders worden geleverd met het Smart Value Servicelabel van Xenteq. Dit label geeft u extra voordelen en zekerheden op gebied van service. Lees meer hierover op onze website.
Raadplaag altijd eerst de probleemoplosser en de overige uitleg in deze gebruiksaanwijzing voordat u de lader retourneert. Indien een defect/probleem door middel van deze gebruiksaanwijzing opgelost had kunnen worden, dan zijn wij genoodzaakt om de gemaakte kosten door te berekenen.
In geval van een defect kunt u de lader terug brengen naar uw leverancier of rechtstreeks retourneren naar het adres op de achterzijde. De lader dient gefrankeerd op gestuurd te worden. Op de ProMax 200 serie wordt 5 jaar garantie verleend vanaf verkoopdatum en alleen op de onderdelen en arbeidsloon van de reparatie. Garantieduur is alleen van kracht als bij reparatie de (kopie) aankoopbon overhandigd is. De garantie vervalt bij reparatiewerken door derden, alsook door foutief gebruik of aansluiting van de lader. Probeer onder geen geding de lader zelf te repareren.
Het gebruik van deze acculader is de verantwoordelijk van de klant. De fabrikant stelt zich niet aansprakelijk voor de (voorgestelde) laadprogramma's of schade als gevolg van gebruik van de ProMax 200.