IGM Module - Verwarming BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IGM Module BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | IGM-module (Intelligent Gateway Module) |
| Merk | Bosch |
| Categorie | Verwarming |
| Gewicht (zonder verpakking) | 0,8 kg |
| Nominale spanning IGM | 230 VAC |
| Frequentie | 50 ... 60 Hz |
| Maximale zekering aan de installatiezijde | 16 A |
| Vermogensverlies IGM | 5 W |
| Nominale spanning BUS | 15 VDC |
| Interne zekering van het apparaat | 5 AT, keramisch, zandgevuld |
| Meetbereik aanvoertemperatuursensor | 0 ... 100 °C |
| Meetbereik buitentemperatuursensor | -40 ... 50 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur IGM | 0 ... 50 °C |
| Beschermingsgraad | IPX4D |
| Conformiteit | CE |
| Aansluitingen | 230 VAC (ingang/uitgang), 2-draads BUS, sensoren (aanvoer, buiten, buffervat), 0-10V, 1,2,4-interface, potentiaalvrij contact |
| Functies | Regeling van externe verwarmingsapparaten, cascaderegeling, vorstbeveiliging, communicatie met verwarmingsregelaar (FWx) |
| Leveringsomvang | 1 IGM, 3 schroeven, 3 pluggen, 4 trekontlastingen, 8 schroeven, 1 draadbrug, 1 aanvoertemperatuursensor, installatiehandleiding |
| Reiniging | Afvegen met een vochtige doek; geen scherpe of bijtende reinigingsmiddelen |
| Montage | Wandmontage of op DIN-rail (35 mm) |
| Bediening | Via display (afbeelding 9) en draaiknop (selectie) en toets (Mode) |
Veelgestelde vragen - IGM Module BOSCH
Gebruikersvragen over IGM Module BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IGM Module - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IGM Module van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING IGM Module BOSCH
nl Installatie-instructie 29
Inhaltsverzeichnis
1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen ....30
1.1 Veiligheidsaanwijzingen ..... 30
1.2 Verklaring symbolen .... 30
2 Gegevens toebehoren .... 31
2.1 Voorgeschreven toepassing ..... 31
2.2 Leveringsomvang .... 31
2.3 Toebehoren 31
2.4 Reiniging 31
2.5.2 Meetwaarde aanvoertemperatuurvoeler 32
2.5.3 Meetwaarde buitentemperatuurvoeler 33
2.5.4 Kenmerken van de elektrische aansluiting 33
2.6 Systeemintegratie van de IGM .... 34
2.6.1 Overzicht configuraties ..... 34
2.6.2 CV-regeling bij IGM-cascade-systemen 34
2.6.3 Interne vorstbeveiligingsfunctie ... 34
2.6.4 Principe van de cascaderegeling .. 35
2.6.5 Principe van een buffervat met 2 voelers (boven en onder) ..... 35
2.6.6 Overzicht van de systeemvarianten 36
2.6.7 Aansluiting van andere module bij regelaars met 2-draads BUS-aansturing ....37
2.7 Overzicht van het hoofdstuk Aanhangsel ....37
3 Installatie 40
3.1 Montage 40
3.2 Elektrische aansluiting ..... 40
3.2.1 Aansluiten laagspanningsgedeelte met BUS-verbindingen ..... 40
3.2.2 Aansluiting 230 VAC ..... 41
3.2.3 Functie van de stekker B, C ..... 41
3.2.4 Elektrische aansluiting van de buitentemperatuurvoeler ..... 42
3.2.5 Afval 42
3.3 Montage van aanvullende toebehoren 42
4 Inbedrijfstelling en buitenbedrijfstelling 43
4.1 Configuratie 43
4.2 Inbedrijfstelling 43
4.3 Reset van de configuratie ..... 44
4.4 Buiten bedrijf stellen 44
5 Bedrijfs- en storingsmeldingen ..... 45
5.1 Via het display van het CV-toestel 45
5.2 Service Key 45
5.3 Via de regelaar 45
5.4 Via de LED's op de module IGM .. 46
5.5 Via de interne weergave. ..... 49
5.5.1 Display 49
5.5.2 Bediening 49
5.5.3 Foutencodes 49
5.6 Parameter 51
5.6.1 Commando's 51
5.6.2 Systeemparameter ..... 51
5.6.3 Parameters externe CV-toestel ... 52
5.6.4 Cascadeparameters 52
5.6.5 Algemene parameters ..... 53
5.7 Vervangen van de zekering ..... 53
6 Milieubescherming 54
Bijlage 55
Informatie betreffende de documentatie
Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.

Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden.
1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de sym- bolen
1.1 Veiligheidsaanwijzingen
▶Neem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.
▶Monteer en neem het CV-toestel en andere toebehoren in gebruik overeenkomstig de bijbehorende handleidingen.
▶Laat het toebehoren door een erkende installateur monteren.
▶Gebruik dit toebehoren uitsluitend in combinatie met de genoemde regelaars en CV-ketels. Neem het aansluitschema in acht!
▶Dit toebehoren heeft verschillende spanningen nodig. Laagspanningszijde niet op het 230V net aansluiten en omgekeerd.
▶Voor de montage van dit toebehoren:
voedingsspanning (230 VAC) naar CV-toestel
en alle andere BUS-deelnemers onderbreken.
▶Dit toebehoren niet in vochtige ruimtes monteren.
1.2 Verklaring symbolen

Waarschuwing: Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek en grijs geaccentueerd.
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.
- Opgelet betekent, dat lichte materiële schade kan ontstaan.
- Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
2 Gegevens toebehoren
2.1 Voorgeschreven toepassing
De module IGM (Intelligent Gateway Module) is bedoeld voor het regelen van een extern verwarmingstoestel zonder 2-draads bus. Als optie kan een CV-toestel met Heatronic3 worden uitgebreid, om een cascadesysteem met twee toestellen op te bouwen. Een cascadesysteem is een verwarmingssysteem waarbij meerdere kleine CV-toestellen parallel worden geschakeld om een groter CV-vermogen te realiseren.
De module IGM beschikt over vier uitgangen voor externe warmteproducenten (→ afb. 14, pagina 58): 1,2,4-interface [D2], 0 - 10 V-interface [D3] of potentiaalvrij met 2-puntsregeling (naar keuze 230 VAC of laagspanning) [B, D1].
De module IGM kan slechts één extern CV-toestel aansturen.
2.2 Leveringsomvang
(→ afb. 1, pagina 55)
1 IGM
2 Plastic zakje met 3 x schroeven, 3 x pluggen, 4 x trekontlastingen, 8 x schroeven, 1 x draadbrug
3 Voeler aanvoertemperatuur
4 Installatiehandleiding
Hier vindt u een lijst met mogelijke toebehoren. Om een volledig overzicht van alle leverbare toebehoren te krijgen, moet u contact opnemen met uw leverancier.
- Buitentemperatuurvoeler voor aansluiting op de klemmen F:
- behoort tot de leveringsomvang van de regelaar FWx of
- toebehoren buitentemperatuurvoeler AF 2.
- Aanvoertemperatuurvoeler voor aansluiting op de klemmen E:
- systeemtemperatuurvoeler compleet met dompelhuls behoort tot de leveringsomvang van de hydraulische open verdeler of - Toebehoren contactvoeler VF.
- HW ...: hydraulische open verdeler met systeemaanvoervoeler voor de aansluiting op de klemmen E.
- FWx: weersafhankelijke regelaar met display met normale tekst voor de regeling van een CV-installatie met gemengde of niet-gemengde CV-circuits.
- FR x: kamerthermostaat van een CV-circuit.
- IPM (Intelligent Power Module): module voor aansturing van de CV-circuits
2.4 Reiniging
Wrijf het oppervlak van de IGM schoon, indien nodig, met een vochtige doek. Gebruik daarbij geen scherpe of etsende reinigingsmiddelen.
| Benaming Eenheid Waarde | ||
| leveringsomvang | (→ afb. 1, pagina 55) | |
| afmetingen | mm | (→ afb. 2, pagina 55) |
| gewicht (zonder verpakking) kg 0,8 | ||
| nominale spanning IGM VAC 230 | ||
| frequentie | Hz | 50 ... 60 |
| maximale afzekering van de stroomvoorziening A 16 | ||
| opgenomen elektrisch vermogen IGM | W | 5 |
| nominale spanning BUS | VDC | 15 |
| interne toestelzekering | 5 AT, keramisch, met zand gevuld | |
| meetbereik aanvoertemperatuurvoeler | °C | 0 ... 100 |
| meetbereik buitentemperatuurvoeler | °C | -40 ... 50 |
| toegestane omgevingstemperatuur IGM | °C | 0 ... 50 |
| toegestane omgevingstemperatuur aanvoertemperatuur-voeler | °C | 0 ... 100 |
| toegestane omgevingstemperatuur buitentemperatuur-voeler | °C | -40 ... 50 |
| maximale kabellengte 2-draads BUS-verbindingen | m | (→ tabel 10, pagina 13) |
| maximale kabellengte voelerkabels | m | (→ tabel 11, pagina 14) |
| EMC-ontstoring conform | EN 60730 | |
| beveiliging | IPX4D | |
| conformiteit | CE | |
Tabel 1
2.5.2 Meetwaarde aanvoertemperatuurvoeler
| °C | _VF | °C | _VF |
| 20 | 14772 | 56 | 3723 |
| 26 | 11500 | 62 | 3032 |
| 32 | 9043 | 68 | 2488 |
| 38 | 7174 | 74 | 2053 |
| 44 | 5730 | 80 | 1704 |
| 50 | 4608 | 86 | 1421 |
Tabel 2
2.5.3 Meetwaarde buitentemperatuurvoeler
| °C | _AF | °C | _AF |
| -20 2392 4 984 | |||
| -16 2088 8 842 | |||
| -12 1811 12 720 | |||
| -8 1562 16 616 | |||
| -4 1342 20 528 | |||
| 0 1149 24 454 |
Tabel 3
2.5.4 Kenmerken van de elektrische aansluiting
| Pos.1) Aansluiting Benaming Waarde | |||
| hoogspanning | A ingang | voeding van het net of ICM2) | 230 VAC, max. 16 A |
| B uitgang | naar CV-toestel | 230VAC, max. 5A | |
| C ingang | veiligheidsthermostaat | 230VAC, max. 5A | |
| laagspanning | D1 uitgang | naar CV-toestel (potentiaalvrij contact met 2-puntsregeling) | 24 VDC |
| E ingang | aanvoertemperatuurvoeler (VF) | NTC (→tabel 2, pagina 32) | |
| F ingang | buitenvoeler | NTC (→tabel 3, pagina 33) | |
| G ingang | voeler buffervat bovenaan | NTC (→tabel 2, pagina 32) | |
| H ingang | voeler buffervat onder | NTC (→tabel 2, pagina 32) | |
| I ingang | CV-regeling (potentiaalvrij contact met 2-puntsregeling) | 24 VDC | |
| J 2-draads BUS | ingang digitale modulerende weersafhankelijk-ke regelaar | - | |
| K 2-draads BUS | mogelijkheid om aanvullende 2-draads bus-deelnemers aan te sluiten. Identiek aan posi-tie J. | - | |
| L 2-draads BUS | uitgang naar Heatronic3 CV-toestel | - | |
| D2 1,2,4 | uitgang naar CV-toestel | - | |
| D3 0 - 10V | 0 - 10V uitgang naar CV-toestel | 0 - 10VDC | |
Tabel 4
1) → afb. 14, pagina 58
2) De module ICM heeft geen hoofdschakelaar en geen uitgang voor de voeding van de module IGM.
2.6 Systeemintegratie van de IGM
2.6.1 Overzicht configuraties
Er zijn vier mogelijke configuraties (→ afb. 13, pagina 57):
▶Configuratie I: op module IGM is een CV-toestel met Heatronic3 en een extern CV-toestel aangesloten.
▶Configuratie II: op module IGM is alleen een extern CV-toestel aangesloten.
▶Configuratie III: op module IGM is een extern CV-toestel aangesloten. De module IGM is op een module ICM (Intelligent Cascade Module) aangesloten. Op module ICM is bovendien (minimaal) een CV-toestel met Heatronic3 aangesloten.
▶Configuratie IV: twee modules IGM met ieder een externe warmteproducent zijn op een module ICM aangesloten. Op module ICM kunnen nog één of twee CV-toestellen met Heatronic3 zijn aangesloten.
2.6.2 CV-regeling bij IGM-cascadesystemen
De module IGM stuurt de CV-toestellen aan volgens een door een regelaar berekende warmtebehoefte. Hiervoor is het dus noodzakelijk, dat de module IGM altijd in combinatie met een regelaar (→ afb. 14, pagina 58, klemmen I, J of K) geïnstalleerd wordt. Afhankelijk van de toegepaste regelaar zijn er twee systeemvarianten mogelijk (→ tabel 5, pagina 36).

Houd er rekening mee, dat voor een correcte werking slechts één regelaar/gebouwbeheersysteem (GBS) aangesloten mag zijn.
Vanuit één module IGM kunnen maximaal twee CV-toestellen worden geregeld: een CV-toestel met Heatronic3 en een extern CV-toestel ^1) .
Wanneer een module IGM op een module ICM wordt aangesloten, dan neemt de module ICM de besturing van de cascade over.

Meer informatie vindt u in de installatiehandleiding van de ICM.

De verschillende systeemvarianten vragen om de aansluiting van be-paalde toebehoren (temperatuur-voeler VF en AF2 en CV-regelaar) (→ tabel 5, pagina 36)).
▶Deze toebehoren worden uitsluitend op de module IGM aangesloten.
De module IGM regelt het complete warmteop-wekkingscircuit (primaire zijde inclusief hydraulische open verdeler). Alle overige onderdelen van de CV-installatie (secundaire zijde van de open verdeler zoals b.v. verwarmingscircuits, tapwatergroepen) kunnen door een weersafhankelijke regelaar met 2-draads BUS-aansluiting en andere modules (→ hoofdstuk 2.3, pagina 4) worden aangestuurd. Neem contact op met de leverancier voor meer informatie. Zie voor het adres de achterzijde van dit document.
2.6.3 Interne vorstbeveiligingsfunctie
De module is uitgevoerd met een interne vorstbeveiligingsfunctie: daalt de aanvoertemperatuur tot onder 7 °C dan wordt een CV-toestel gestart en draait het net zo lang tot een aanvoertemperatuur van 15 °C is bereikt.
▶Systeemaanvoervoeler op de module IGM aan-sluiten als de interne vorstbeveiligingsfunctie moet worden toegepast.

Een uitgebreidere vorstbeveiliging van de CV-installatie kan worden gerealiseerd door het toepassen van een regelaar met 2-draads BUS-aansluiting. Daarvoor is de aansluiting van een buitentemperatuurvoeler noodzakelijk.
2.6.4 Principe van de cascaderegeling
Bij een CV-warmtevraag door de regelaar (→ tabel 5, pagina 36) wordt eerst één CV-toestel gestart en indien nodig wordt de capaciteit tot het maximale nominale vermogen verhoogd. Pas dan wordt een volgend CV-toestel gestart.
Als er te veel warmte wordt geproduceerd, worden de CV-toestellen zonder wachttijd één voor één tot het minimale nominale vermogen verlaagd of uitgeschakeld, totdat de warmtevraag en warmteproductie overeenkomen.
De schakelvolgorde van de CV-toestellen wordt automatisch door de IGM-module bepaald. De module IGM zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de bedrijfsuren over alle CV-toestellen. Daarbij wordt zowel rekening met het aantal bedrijfsuren voor CV-bedrijf als voor tapwaterbedrijf gehouden. Dat verhoogt de levensduur van de CV-toestellen. Bij een spanningsonderbreking naar de IGM-module worden de bedrijfsurentellers in de IGM-module op nul gezet.
Zodra een CV-toestel niet meer inzetbaar is (bereiding van warm water voor rechtstreeks aangesloten boilers, storing van het CV-toestel, storing in de communicatie naar de IGM-module) wordt automatisch een volgend CV-toestel ingeschakeld om aan de warmtebehoefte te voldoen.
In de cascadeschakeling kunnen CV-toestellen met een willekeurig vermogen worden aangesloten.
2.6.5 Principe van een buffervat met 2 voelers (boven en onder)
Wanneer een extern CV-toestel (b.v. warmte-pomp of ketel voor vaste brandstof) wordt gebruikt, die lange bedrijfstijden heeft of niet door de module IGM geregeld kan worden, dan wordt een buffervat in het CV-systeem opgenomen. De buffervat neemt de opgegeven warmte op. Wanneer de bovenste buffervatvoeler te koud is, wordt een warmtevraag aan het externe CV-toestel actief. Pas, wanneer de onderste buffervatvoeler de gewenste aanvoertemperatuur heeft bereikt, komt de warmtevraag weer te vervallen. De hysteresse kan worden ingesteld met de parameters 2A en 2b (→ tabel 18, pagina 51).
2.6.6 Overzicht van de systeemvarianten
| System varianten | ![]() | CV-regelaar op IGM Type | Noodzakelijke toebehoren met aansluiting op de IGM (→ afb. 14, pagina 58) | |
| 1 mod | ![]() | weersaf-hankelijke regelaar met 2-draads BUS-aanstu-ring | FWx | Buitentemperatuurvoeler op de klemmen F.De buitentemperatuurvoeler vervalt wanneer een ka-merthermostaat FRx wordt gebruikt (of een kamer-regelsysteem).Gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E |
| 2 pote | ![]() | contact met 2-puntsregeling | willekeurig | Gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E (alleen voor interne vorstbeveiligings functie) |
Tabel 5
Systeemvariant 1: modulerende (weersafhankelijke) regelaar met 2-draads BUS-aansturing
Als fabrikant van de modernste verwarmingstechniek hechten wij grote waarde aan de ontwikkeling en productie van zuinige en schone CV-toestellen. Om dat te garanderen zijn onze CV-toestellen uitgerust met een modulerende brander. Voor een optimaal gebruik van deze brandereigenschap moeten regelaars met de 2-draads bus-aansturing worden gebruikt.
Een ander voordeel van deze systeemvariant is de communicatiemogelijkheid tussen modules voor de aansturing van de verwarmingcircuits (IPM) met de module IGM d.m.v. de gemeenschappelijke bus parallel met aansluiting J op module IGM (→ afb. 14 op pagina 58). Hierdoor is een optimale aanpassing van de geproduceerde hoeveelheid warmte met de daadwerkelijke hoeveelheid opgenomen warmte gegarandeerd. Bij deze systeemvariant biedt de CV-installatie optimaal comfort bij maximale energiebesparing.
Systeemvariant 2: CV-regeling met potential-vrij contact met 2-puntsregeling
In combinatie met een regeling met potentiaalvrij contact met 2-puntsregeling regelt de module IGM het vermogen van de cascade na het sluiten van het contact constant tot het maximale vermogen, door het ene na het andere toestel in te schakelen. Bij het openen van het contact worden alle CV-toestellen gelijktijdig uitgeschakeld.
2.6.7 Aansluiting van andere module bij regelaars met 2-draads BUS-aansturing
Eventueel aanwezige andere modules, zoals b.v. de module IPM (→ afb. 14, [2], pagina 58), moeten op de BUS van de regelaar (parallel met aansluiting J op module IGM) worden aangesloten.
Om contactproblemen aan de klemmen in de module IGM te voorkomen, wordt een verdeeldoos aanbevolen (→ afb. 14, [1], pagina 58).
2.7 Overzicht van het hoofdstuk Aanhangsel
Legenda ( afb. 9, pagina 56)
| Benaming Betekenis |
| 1 zekering |
| 2 reservezekering |
| 3 keuzeknop |
| 4 toets |
| 5 display |
| 6 aansluiting service key |
Tabel 6
Legenda (→ afb. 10 en 11, pagina 57)
| Benaming Symbol Eenheid Betekenis | |||
| U VDC uitgangsspanning | |||
| VT °C | 0 aanvoertemperatuur | ||
| P | % | uitgangsmodulatie | |
| 1 | curve 1, 0%-vermogen | ||
| 2 | curve 2, minimale brandervermogen | ||
| 3 | curve 3, minimale vermogen | ||
Tabel 7
Legenda (→ afb. 12, pagina 57)
| Benaming Symbol Betekenis | |
1 netspanning ![]() | |
2 communisatie met het Fx-systeem ![]() | |
3 storingsinatie ![]() | |
| 4 extern CV-estel [insol] | |
| 5 CV-toestel et Heatronic3 [twavol] +T | |
Tabel 8
Legenda (→ afb. 14, pagina 58)
| Benaming | Klemmen-benaming | ![]() |
| 1 verdeeldoos | ||
| 2 overige gebruikers van de bus van de regelaar (b.v. IPM) | ||
| 3 vervangingszekering 5 AT | ||
| 4 zekering voor aansluiting extern CV-toestel | ||
| 5 steekbrug | ||
| A netaansluiting 230V ↑ | ||
| B | ![]() | standaard stekker voor branderautomaten (warmtevraag, storing, vlamsignaal) |
| C potentiaalvrije in [artent] ing van aan-/uit-temperatuurregelaar | ||
| D1 1-2-3 | ![]() | uitgang naar extern CV-toestel: potentiaalvrij contact met 2-puntsregeling |
| E 4-5 aanvoerter | [6444] | uurvoeler (VF) |
| F 6-7 buitentem | [6444] | urvoeler (AF 2) |
| G 8-9 buffervat | [6444] | roven |
| H 10-11 bufferva | [6444] | r onder |
| [2014] | [2015] | [2016] |
| bool Functie | ||
| I 12-13 ingang potentialvrij contact met 2-puntsregeling | ||
| J 14-15 | ![]() | 2-draads bus naar CV-regelaar |
| K 16-17 | ||
| L 18-19 2-draads bu van naar CV-toestel met Heatronic3 | ||
![]() | ||
![]() | ||
Tabel 9
Tabel 9
3 Installatie
3.1 Montage

Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
▶Onderbreek voorafgaand aan het elektrisch aansluiten de voedingsspanning naar de CV-toe-stellen en naar alle andere BUS-deelnemers.
3.1.1 Wandmontage
(→ afb. 2 tot 5, pagina 55)
▶Bepaal overeenkomstig de maten van de module IGM de plaats voor bevestiging aan de wand.
▶Draai twee schroeven onder aan de module IGM los, trek het deksel naar voren en verwijder het deksel naar boven.
▶Boor voor de bovenste bevestigingsschroef een gat van ∅ 6 mm, breng de plug aan en draai de schroef er tot 1,5 mm in.
▶Maak aan de achterkant van de module IGM op de daarvoor bedoelde plaatsen twee openingen voor de onderste bevestigingsschroeven.
▶Hang de module IGM aan de bovenste bevestigingsschroef in.
▶Markeer de boorgaten via de openingen in de wand.
▶Verwijder de module IGM.
▶ Boor gaten van ∅ 6 mm en breng pluggen aan.
▶Hang de module IGM aan de bovenste bevestigingsschroef in en bevestig deze met de onderste schroeven aan de wand.
3.1.2 Montage op de montagerail 35 mm (DIN-rail 46277 of EN 60 715-TH 35-7,5)
(→ afb. 6, pagina 56)
3.2 Elektrische aansluiting
(→ afb. 14, pagina 58)
-Gebruik met inachtneming van de geldende voorschriften voor de aansluiting minstens een elektrische kabel vanhet type H05VV-... (NYM-...).
▶Geleid de leidingen in verband met de bescherming tegen waterdruppels in elk geval door de voorgemonteerde tules en monteer de bijgeleverde trekontlastingen.
- Gebruik voor de aansluiting bij voorkeur kabels met massieve aders. Wanneer gevlochten draad (flexibele draad) wordt gebruikt, dienen deze draden van adereindhulzen te worden voorzien.
▶Voor het aansluiten van de kabel en de schroefklemmen kunnen deze worden losgetrokken van de contactstrip. Door de verschillende kleuren en mechanische codering kunnen de kabelklemmen niet worden verwisseld.
3.2.1 Aansluiten laagspanningsgedeelte met BUS-verbindingen
De juiste kabeldoorsnede resulteert uit de lengte van de kabel:
| Lengte van de kabel Minimale doorsnede | |
| < 80 m | 0,40 mm^2 |
| 80 - 100 m | 0,50 mm^2 |
| 100 - 150 m | 0,75 mm^2 |
| 150 - 200 m | 1,00 mm^2 |
| 200 - 300 m | 1,50 mm^2 |
Tabel 10 Minimaal toegestane doorsnede van de 2-draads BUS-verbinding
▶Om inductieve invloeden te vermijden: alle laagspanningskabels gescheiden installeren van 230 VAC of 400 VAC kabels (min. afstand 100 mm).
▶Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen worden afgeschermd.
Daardoor worden de leidingen beschermd tegen externe invloeden zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen,
transformatorstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.
▶Bij verlenging van de bedrading van de voeler moeten de volgende draaddiameters worden gebruikt:
| Lengte van de kabel | Minimale doorsnede |
| < 20 m | 0,75 mm^2 |
| 20 - 30 m | 1,00 mm^2 |
Tabel 11 Verlenging van de voelerkabel

l.v.m. de spatwaterbescherming (IPX4D): kabel zo leggen, dat de kabelmantel ten minste 20 mm in de kabeldoorvoer steekt (→ afb. 8, pagina 56).

Voorzichtig: Gevaar voor ompolen.
Functiestoring door omgepoolde aansluiting op de 0 - 10V-aansluiting.
▶Let op correcte aansluiting van de polen (23 = minus, 24 = plus).
3.2.2 Aansluiting 230 VAC

Voorzichtig: De ingang van de IGM-module heeft geen zekering.
Bij overbelasting van de uitgangen kunnen de IGM-modules beschadigd raken.
▶Beveilig de voedingsspanning naar de module IGM met een zekering van maximaal 16 A.
▶Uitgang C (extern toestel) van de module IGM mag met maximaal 500 W worden belast.
-Gebruik alleen elektriciteitskabels van dezelfde kwaliteit.
3.2.3 Functie van de stekker B, C
| Stekker Klem Functie | ||
| B 8-12 vlamsignaal van extern CV-toestel. | ||
| B 9-12 stoorsignaal van extern CV-toestel. | ||
| B 10-11 warmtevraag aan extern CV-toestel. | ||
| C | 15-16 | veiligheidstemperatuurbegrenzer (bij gebruik van stekker B als branderstekker) |
| C | 15-16 | 2-puntsregeling of steekbrug [5] (stekker B mag niet als branderstekker worden gebruikt, omdat er geen veiligheidsfuncties mogelijk zijn!) |
Tabel 12

Voorzichtig: De module IGM ondersteunt zelf geen veiligheidsrelevante functies!
▶Alle veiligheidsrelevante maatregelen moeten bouwzijdig worden genomen. Deze moeten in het veiligheidscircuit op stekker C (→ afb. 14, pagina 58) in het 230 VAC-bereik worden opgenomen. Daarvoor moet de steekbrug [5] worden verwijderd.
▶Stekker B mag alleen direct op een ontstekingsautomaat worden aangesloten, wanneer op stekker C (klemmen 15-16) een toegelaten veiligheidstemperatuurbegrenzer is aangesloten. De steekbrug mag niet worden geplaatst.
▶De steekbrug moet bouwzijdig worden toegepast, wanneer de veiligheidsfuncties door het externe CV-toestel worden overgenomen.
3.2.4 Elektrische aansluiting van de buiten- temperatuurvoeler
Sluit in combinatie met een regelaar met 2-draads BUS-aansturing de buitentemperatuur-voeler AF 2 absoluut op de module IGM aan (→ afb. 14, pagina 58) en niet op het CV-toestel. In combinatie met de module ICM moet de voeler op ICM worden aangesloten.
3.2.5 Afval
▶Voer verpakking op milieuvriendelijke wijze af.
▶Bij vervangen van een component: oude componenten op een milieuvriendelijke manier verwerken.
3.3 Montage van aanvullende toebehoren
▶Monteer het aanvullende toebehoren overeenkomstig de wettelijke voorschriften en de bijgeleverde installatiehandleiding.
4 Inbedrijfstelling en buitenbedrijfstelling
4.1 Configuratie
Bij de configuratie wordt het regelgedrag van de module IGM aan de specifieke CV-installatie aangepast.
De configuratie van de IGM-module eindigt automatisch:
- bij de eerste inbedrijfstelling van een module IGM;
- bij het opnieuw in bedrijf stellen na een reset van de configuratie (→ hoofdstuk 4.3, pagina 17).
De opgeslagen configuratie blijft ook bij een onderbreking van de stroomvoorziening behouden.
Als na de configuratie tijdens de werking een CV-toestel tijdelijk wordt uitgeschakeld (bijv. i.v.m. onderhoud), dan begint de bij dit CV-toestel behorende LED of de LED voor de weergave van de BUS-communicatie te knipperen. Na het opnieuw inschakelen wordt het CV-toestel weer herkend en de bijbehorende LED knippert niet meer.
De configuratie ontvangt de detectie van een CV-toestel met Heatronic3 en de voelerconfiguratie (aanvoer- en beide buffervatvoelers).

Stemt de opgeslagen configuratie niet overeen met de daadwerkelijke configuratie van de CV-installatie, wordt het opsporen van een storing bemoeilijkt.
▶Voer na iedere verandering van de configuratie van de installatie een reset van de configuratie conform (→ hoofdstuk 4.3, pagina 17). Daardoor wordt de nieuwe installatieconfiguratie in de module IGM opgeslagen.
4.2 Inbedrijfstelling

Bij de eerste inbedrijfstelling of na een reset wordt de configuratie van de cascade ingesteld (→ hoofdstuk 4.1, pagina 16).
▶Tijdens de configuratie de LED's in de gaten houden om kabelbreuk of bedradingsfouten te kunnen constateren.

Bij de inbedrijfstelling moet de gebruikte veiligheidstemperatuurbegrenzer (STB) worden gecontroleerd op goede werking.
Zorg voor een correcte aansluiting van alle componenten van de CV-installatie.
▶Controleer, of ten minste een aanvoertemperatuurvoeler is aangesloten.
▶Schakel de voeding (230 V AC) voor alle componenten van de CV-installatie, behalve voor de module IGM, in.
▶Stel alle CV-toestellen in bedrijf (inschakelen)
▶Schakel de stroomvoorziening via de netstekker van de module IGM in.
De configuratie van de module IGM verloopt automatisch: Dit duurt minder dan 5 minuten.
▶Voer bij de afzonderlijke BUS-gebruikers de noodzakelijke instellingen overeenkomstig de bijgevoegde documentatie uit.
4.3 Reset van de configuratie

De configuratie van de CV-installatie is opgeslagen in de module IGM.
Bij een reset van de configuratie wordt een in de IGM-module opgeslagen installatieconfiguratie gewist. Bij de volgende inbedrijfstelling wordt dan de actuele installatieconfiguratie opgeslagen in de IGM-module.
▶Onderbreek de stroomvoorziening op de module IGM.
▶Open de behuizing van de module IGM (→ afb. 3, pagina 55).
▶ Reset de module IGM met commando 5b (→ tab. 17, pagina 25)
▶Zorg voor een correcte aansluiting van alle componenten van de CV-installatie.
▶Schakel de voeding (230 V AC) voor alle componenten van de CV-installatie, behalve voor de module IGM, in.
▶Stel alle CV-toestellen in bedrijf (inschakelen)
▶Schakel de stroomvoorziening via de netstekker van de module IGM in.
▶ Sluit behuizing van de module IGM ( afb. 3, pagina 55).
4.4 Buiten bedrijf stellen

Waarschuwing: Schade aan de installatie door vorst.
▶Wanneer de CV-installatie langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld, let dan op de vorstbeveiliging (→ handleiding CV-toestellen).
Om de CV-installatie buiten bedrijf te stellen:
▶Stroomvoorziening van alle modules (IGM, ICM, IPM, ...) en alle CV-toestellen onderbreken.
5 Bedrijfs- en storingsmeldingen
Er zijn vijf mogelijkheden voor het weergeven van de bedrijfstoestand of een storing:
• via het display van het CV-toestel;
- via de Service-Key;
- via de regelaar (bijv. FW x);
• via de LED's op de module IGM;
• via de interne weergave.
5.1 Via het display van het CV-toe- stel
Via het display van het CV-toestel kunnen de bedrijfs- en storingsmeldingen van ieder CV-toestel worden afgelezen. (→ documentatie CV-toestel).
5.2 Service Key
De IGM ondersteunt het gebruik van de Service Key (→ afb. 9, [6], pagina 56).

De Service Key is een werktuig, via welke een diagnose van onze producten kan worden uitgevoerd.
5.3 Via de regelaar
Op de regelaar met 2-draads bus-aansturing, b.v. Fx, kunnen de bedrijfs- of storingsmeldingen van alle CV-toestellen en de module IGM worden afgelezen.
De betekenis van de displaymeldingen van de desbetreffende modules IGM zijn in tabel 12 opgenomen. De betekenis van de overige displaymeldingen is in de documentatie van de regelaar c.q. de CV-toestellen opgenomen.
| Display Beschrijving Verhelpen | |
| A8 BUS-communicatie onderbroken. | Verbindingskabel tussen CV-toestel en IGM-module contro-leren.Vervang IGM-module. |
| E2 Aanvoertemperatuurvoeler defect. | Controleer de gebruikte temperatuurvoeler op de module IGM en de aansluitkabel.Controleer of een CV-toestel deze storing veroorzaakt (zie installatiehandleiding van het CV-toestel).Vervang IGM-module. |
| b4 EEPROM-datafout: algeme-ne parameter | Wanneer de fout op één van de CV-toestellen wordt ge-toond: printplaat van het betreffende CV-toestel vervangen.Wanneer de storing niet op één van de CV-toestellen wordt getoond: IGM vervangen. |
Tabel 13 Storingsmeldingen op de regelaar
Andere regelaars kunnen geen bedrijfs- of storingsmeldingen van de module IGM of de daarop aangesloten CV-toestellen weergeven.
5.4 Via de LED's op de module IGM
In principe kan onderscheid tussen drie verschillende toestanden van de complete installatie worden gemaakt:
- Configuratie (bij de eerste inbedrijfstelling of na een reset)
- Normaal bedrijf;
- Storing.
Afhankelijk van de toestand van de complete installatie geven de LED's op de module IGM (→ afb. 12, pagina 57) aanwijzingen over de bedrijfs- of storingstoestand van afzonderlijke componenten en maken zo het doelgericht opsporen van storingen mogelijk (→ tab. 14, pagina 20).
| LED Uit Aan Knippert | ||||||
| Getal/ functie/ kleur/ symbool | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing |
1 Net-span-ning groen![]() | Storing: geen netspanning aanwezig. | Controleer de voeding.Vervang IGM-module. | Bedrijf: norma-le werking. | - | ||
2 Commu-nicatie groen![]() | Bedrijf: geen communicatie tussen IGM en ICM c.q. de re-gelaar (2-draads BUS). | Normale Be-drijfsstand bij IGM zonder ICM en zonder 2-draads bus-regelaar. | Bedrijf: geen communicatie tussen IGM en de regelaar (2-draads BUS). | - | ||
| Storing: geen communicatie tussen IGM en ICM c.q. de re-gelaar (2-draads BUS), alhoe-wel deze com-ponent nog beschikbaar is. | Controleer be-treffende ver-bindingskabel.Vervang IGM-module of rege-laar. | |||||
| Storing: geen communicatie tussen IGM en de regelaar (2-draads BUS), omdat dit component met opzet werd verwijderd. | Voer reset van de configuratie door ( hoofd-stuk 4.3, pagina 17). | |||||
| 3 Stor-rings-indica-tie rood | Bedrijf: schakel-contact niet ge-activeerd, er is geen storing aanwezig. | - Storing: | CV-toestel op IGM geeft een storing. | Verhelp storing(en) van CV-toe-stel(len). | ||
| Storing:systeemdruk te laag. | Vul water bij. | |||||
| 4 Extern CV-toe-stel groen | Bedrijf: geen warmtevraag aan CV-toestel, CV-toestel is be-drijfsklaar | - Bedrijf: warm-tevraag aan CV-toestel, CV-toestel in bedrijf | - | |||
| Bedrijf: geen CV-toestel aan-gesloten | - | |||||
| Configuratie/ storing: geen communicatie tussen de modu-le IGM en dit CV-toestel, al-hoewel deze wel beschikbaar is. | Controleer be-treffende ver-bindingskabel.Verhelp storing aan het CV-toe-stel.Vervang IGM-module. | |||||
| 5 CV-toe-stel met Heatro-nic3 groen | Bedrijf: geen warmtevraag aan CV-toestel, CV-toestel is bedrijfsklaar | - Bedrijf: warm-tevraag aan CV-toestel, CV-toestel in bedrijf | - | |||
| Bedrijf: geen CV-toestel aan-gesloten | - Storing: storing | CV-toestel ^1) . | Verhelp storing aan het CV-toe-stel. | |||
| Configuratie/ storing: geen communicatie tussen de modu-le IGM en dit CV-toestel, alhoe-wel deze wel be-schikbaar is. | Controleer be-treffende ver-bindingskabel.Verhelp storing aan het CV-toe-stel.Vervang IGM-module. | Storing: geen communicatie tussen de mo-dule IGM en dit CV-toestel, om-dat dit CV-toe-stel met opzet werd verwij-derd. | Voer reset van de configuratie door ( hoofd-stuk 4.3, pagina 17). | |||
| Storing: communicatiesto-ring tussen module IGM en CV-toestel ^1) . | Controleer be-treffende ver-bindingskabel.Vervang IGM-module. | |||||
Tabel 14 Bedrijfs- en storingsmeldingen op de IGM-module
Tabel 14 Bedrijfs- en storingsmeldingen op de IGM-module
1) Bij een warmtevraag wordt automatisch een ander CV-toestel geactiveerd
5.5 Via de interne weergave.
▶Open de behuizing van de module IGM (→ afb. 3, pagina 43).
De interne werking bestaat uit een display (→ afb. 9, [5], pagina 56) en bedieningselementen (→ afb. 9, [3] en [4], pagina 56).
5.5.1 Display
Het rechter deel van het display toont:
▶ de letter C (Command) na het nummer van een commando;
▶ de letter E (Error) na een foutcode;
▶ de letter P (Parameter) na het nummer van een parameter;
▶de eenheid behorende bij een waarde;
▶aanvullende informatie.
Het linker deel van het display toont:
▶de ingestelde waarde;
▶het ingestelde nummer van een commando of parameter;
▶de foutcode.
5.5.2 Bediening
Bedieningselementen ( afb. 9, pagina 56)
| 3 | Keuzeknop- draaien =waarde instellen- indrukken =instelling/waarde bevestigen |
| 4 | Toets modus:- indrukken =naar hoger niveau terug-keren |
Tabel 15 Bediening
Kies eerst het gewenste nummer door verdraaien van knop 3.
▶Druk op knop 3 om een commando uit te voeren of een parameter te veranderen. Bij parameters verschijnt de actuele waarde.
▶Druk op toets 4 wanneer de waarde niet veranderd moet worden. Het nummer van de parameter verschijnt weer.
▶Verdraai knop 3, om de gewenste waarde in te stellen.
▶Druk op toets 4, wanneer de gewijzigde waarde niet moet worden overgenomen. De laatst opgeslagen waarde verschijnt weer.
▶Druk op toets 3, wanneer de gewijzigde waarde moet worden overgenomen. Het nummer van de parameter verschijnt weer.
▶Kies het volgende nummer.
5.5.3 Foutencodes
De storingen, die door de module IGM worden gemeld, hebben drie hoofdoorzaken: interne IGM-storing, storing extern CV-toestel en storing CV-toestel met Heatronic3. Interne IGM-storingen en storingen externe CV-toestellen genereren een fout- en oorzakencode; storingen CV-toestel met Heatronic3 genereren niet altijd een oorzakencode.
De fout- en, indien aanwezig, oorzakencodes worden naar de Fx-regelaar gestuurd.
| IGM | Extern CV-toestel | CV-toestel met Heatronic3 | Aanduiding LED Foutmelding Foutcode Oorzaakcode | |||
| x | Aan ![]() | Aanvoertemperatuurvoeler kortgesloten. | E2 222 | |||
| x Aanvoertemperatuurvoeler onderbro-ken. | E2 223 | |||||
| x Voeler buffervat boven kortgesloten 92 84 | ||||||
| x Voeler buffervat boven onderbro-ken. 92 85 | ||||||
| x Voeler buffervat onder kortgesloten. 93 86 | ||||||
| x Voeler buffervat onder onderbroken. 93 87 | ||||||
| x | EEPROM storing (interne fout). | b4 | 254 | |||
| x Uit | ![]() | Geen communicatie met CV-toestel en Heatronic3. | A8 310 | |||
| x CV-toestel met Knippert | Heatronic3 meldt een storing. | Fout CV-toestel met Heatronic3 wordt ge-toond. | ||||
| x | Uit ![]() | Storing in extern CV-toestel. 95 88 | ||||
| x | CV-toestel met 1,2,4-interface meldt storing. | 96 89 | ||||
| x | Knippert | Extern CV-toestel meldt vergrendelen-de storing. | 97 90 | |||
| x | Geen vlamsignaalmelding van extern CV-toestel. | 98 91 | ||||
| x Uit | ![]() | Geen communicatie met Fx. | Geen | Geen | ||
| Uit ↓↑ | ||||||
| x x | Aan ![]() | Beide CV-toestellen melden een storing. | Fout van het externe CV-toestel wordt ge-toond. | |||
| x x | x Beide CV-toestellen melden een storing, interne IGM-storing inbegrepen. | Fout van de IGM wordt getoond | ||||
Tabel 16 Foutencodes IGM
5.6 Parameter
5.6.1 Commando's
| Parameter Bereik 1) | Eenheid Opmerking | |
| 5A 0 = geen instelling1 = gas2 = olie3 = pellets4 = hout5 = warmtepomp[0] | - | Keuze van het brandstoftype van het externe CV-toestel. Bij iedere verandering van de parameter worden de vooringestelde waarden voor de parameters 1A - 4E geactiveerd. Voor de fijninregeling van de installatie kunnen aansluitend afzonderlijke parameters worden aangepast. |
| 5b 0 = geen reset1 = resetten van de parameters naar de fabrieksinstelling (na succesvol resetten van de parameters verschijnt weer de waarde 0) | - | Resetten van alle parameters (behalve 5A) naar de fabrieksinstelling. Opmerking: omdat eventueel de CV-installatie individueel werd geconfigureerd, kan met het resetten van de parameters ook het gedrag verslechte-ren, omdat de fabrieksinstellingen zeker niet altijd ideaal zijn. |
Tabel 17 Commandoparameter
1) Standaard waarden zijn tussen rechte haakjes aangegeven; [x] →Uitlevering op waarde x.
5.6.2 Systeemparameter
| Parameter Bereik 1) | Eenheid Opmerking | |
| 1A 0 > extern CV-toestel (bij voorkeur bij gebruik van de 0 - 10V met aanvoerregeling) (→ parameter 1b).1 > IGM (bij voorkeur bij vermogensregeling en externe CV-toestellen zonder eigen regeling).[1] | - | Instelling, wie de temperatuurregeling van het externe CV-toestel in het systeem uitvoert. |
| 1b 0 > instelling aanvoergewenste aanvoertemperatuur,1 > instelling vermogen.[0] | - | Instelling, hoe de 0-10 V interface op het externe CV-toestel wordt gedefinieerd. |
| 1C 0 > 0V komt overeen met 0%-vermogen (→afb. 11 [curve 1], pagina 57),1 > 0V komt overeen met minimale brandervermogen (→afb. 11 [curve 2], pagina 57).[0] | - | Instelling, hoe de vermogensregeling via de 0-10V interface moet worden uitgevoerd; alleen indien parameter 1b = 1 |
| 1E 30 - 90[85] | °C Instelling van de maximaal gewenste aanvoertemperatuur van het externe CV-toestel. Deze waarde is op de Fx-regelaar nodig. | |
Tabel 18 Systeemparameter
1) Standaard waarden zijn tussen rechte haakjes aangegeven; [x] →Uitlevering op waarde x.
5.6.3 Parameters externe CV-toestel
| Parameter Bereik 1) | Eenheid Opmerking | |
| 2A | -2--15[-6] | °C Instelling van de inschakeltemperatuurhysterese. Deze waarde bepaalt, bij welk temperatuurverschil onder de gewenste aanvoertemperatuur van de branderauto-maat, deze op z'n vroegst weer mag worden gestart. (→ parameter 2d). |
| 2b 2 - 15[6] | °C Instelling van de uitschakeltemperatuurhysterese. Deze waarde bepaalt, bij welk temperatuurverschil boven de gewenste aanvoertemperatuur van de branderauto-maat, deze op z'n vroegst wordt uitgeschakeld. (→ parameter 2C). | |
| 2C 0 - 127[3] | Min. Instelling van de minnimale branderlooptijd. Deze waarde bepaalt, na welke bran-derduur de branderauto-maat op z'n vroegst mag uitschakelen. (→ parameter 2b). | |
| 2d 0 - 60[10] | Min. Instellen van de schakelblokkering. Deze waarde bepaalt, na welke tijd de bran-derautomaat op z'n vroegst weer mag starten. (→ parameter 2A). | |
| 2E 0 - 90[30] | °C Instelling van de minimale uitschakeltemperatuur van de brander. Deze waarde bepaalt, wanneer de branderauto-maat op z'n vroegst mag uitschakelen. Deze pa-rameter heeft geen invloed op de externe pompen. Deze waarde moet altijd gro-ter zijn dan of gelijk zijn aan parameter 4E. | |
| 2F 0 - 127[0] | kW Instelling van het nominale vermogen van het externe CV-toestel. Deze waarde is voor de temperatuurregeling nodig. Ook moet deze parameters voor de cascade-regeling absoluut worden ingesteld. | |
| 2n 0 - 100[40] | % Instelling van het minimale vermogen van het externe CV-toestel. Deze waarde is voor de temperatuurregeling nodig en geeft het modulatiebereik. | |
Tabel 19 Parameters externe CV-toestel
1) Standaard waarden zijn tussen rechte haakjes aangegeven; [x] →Uitlevering op waarde x.
5.6.4 Cascadeparameters
| Parameter Bereik 1) | Eenheid Opmerking | |
| 3A 0 > extern CV-toestel start eerst.1 > CV-toestel met Heatronic3 start eerst.[0] | - | Instelling, welk van de beide CV-toestellen op IGM eerst moet starten. Hiermee kunnen de brandstofkosten en de systeemkosten worden geop-timaliseerd. In geval van storing start altijd het beschikbare toestel. |
| 3b 0 - 127[3] | min | Instelling van de tijdvertraging tot het bijschakelen van het tweede toestel. |
| 3C 0 - 127[20] | % | Instelling van de rendementsklasse van het externe CV-toestel op IGM. Deze waarde is alleen bij gebruik van een module ICM nodig. Toestellen met Heatronic3 moeten in dit geval op de module ICM wor-den aangesloten. |
Tabel 20 Cascadeparameters
1) Standaard waarden zijn tussen rechte haakjes aangegeven; [x] →Uitlevering op waarde x.
5.6.5 Algemene parameters
| Parameter Bereik 1) | Een-heid Opmerking |
| 4A 4 - 75[16] | K^2 sec Instelling van de bovengrens van de integraal van de temperatuurregelaar in IGM voor het inschakelen van de brander. Daarmee kan worden voorkomen, dat het externe CV-toestel te laat weer inschakelt en te sterk afkoelt. Deze parameter is vooral belangrijk bij een dubbele cascade op de IGM en bij gebruik van een extern CV-toestel zonder eigen regeling (2-punts toestel).Kleine waarde: CV-toestel schakelt vroeger in.Grote waarde: CV-toestel schakelt later in.Afhankelijk van het type brandstof en de hydraulische opstelling moet via deze parameter eventueel een fijninregeling worden uitgevoerd. |
| 4E 0 - 80[0] | °CInstelling van de bedrijfstemperatuur voor het externe CV-toestel. Deze functie ondersteunt, dat het externe CV-toestel na het starten snel het condensaatbereik kan verlaten, doordat de externe pompen op de module IPM worden uitgeschakeld.Beneden deze temperatuur worden de externe pompen uitgeschakeld. De waarde 0 heeft tot gevolg, dat deze functie niet actief is. Deze waarde moet altijd kleiner zijn dan of gelijk zijn aan parameter 2E. |
Tabel 21 Algemene parameters
1) Standaard waarden zijn tussen rechte haakjes aangegeven; [x] →Uitlevering op waarde x.
5.7 Vervangen van de zekering
▶Onderbreek de stroomvoorziening.
▶Open de behuizing van de module IGM (→ afb. 3, pagina 55).
▶Vervang zekering door een van hetzelfde type (5 AT, keramisch, met zand gevuld) (→ afb. 9, [1], pagina 56). Op het deksel in de module IGM is een reservezekering [2] aanwezig.
▶ Sluit behuizing van de module IGM ( afb. 3, pagina 55).
6 Milieubescherming
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch groep. Kwaliteit van de producten, rentabiliteit en milieubescherming zijn voor ons doelstellingen met dezelfde waarde. Wetten en voorschriften op het gebied van de milieubescherming worden strikt gerespecteerd. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met economische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Verpakking
Bij de verpakking nemen wij deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en herbruikbaar.
Oud toestel
Oude toestellen bevatten waardevolle materialen, die kunnen worden hergebruikt. De modules kunnen eenvoudig worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende modules worden gesorteerd, gerecycled of als afval worden afgevoerd.
Anhang/Bijlage

14 Schaltplan / Aansluitschema


















