FKT-1 - Verwarming BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FKT-1 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische ventilatorverwarming |
| Merk | Bosch |
| Model | FKT-1 |
| Afmetingen (B x H x D) | 25 x 20 x 15 cm |
| Gewicht | 2 kg |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Vermogen | 2000 W |
| Verwarmingstanden | 2 standen (1000 W / 2000 W) + ventilatiestand |
| Thermostaat | Instelbare thermostaat met automatische uitschakeling |
| Oververhittingsbeveiliging | Ja, automatische uitschakeling bij oververhitting |
| Kantelbeveiliging | Ja, schakelt uit bij omvallen |
| Materiaal | Kunststof behuizing met metalen verwarmingselement |
| Geluidsniveau | Ca. 45 dB |
| Bediening | Draaiknoppen voor aan/uit, stand en thermostaat |
| Veiligheidsklasse | Klasse II (dubbel geïsoleerd) |
| Onderhoud | Regelmatig stof verwijderen van inlaatrooster; filter reinigen met zachte borstel |
| Schoonmaken | Alleen buitenkant met droge doek; geen water of reinigingsmiddelen |
| Reparatie | Alleen door erkende Bosch-service; gebruik originele onderdelen |
| Bijgeleverde accessoires | Geen |
| Garantie | 2 jaar (raadpleeg handleiding voor details) |
Veelgestelde vragen - FKT-1 BOSCH
Gebruikersvragen over FKT-1 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FKT-1 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FKT-1 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING FKT-1 BOSCH
Vlakke collector FKT-1 voor montage in dak


1 Algemeen....3
2 Technische gegevens 4
3 Veiligheid....5
3.1 Voorgeschreven toepassing 6
3.2 Soorten aanwijzingen 7
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht....8
4 Voor de montage 9
4.1 Algemene aanwijzingen 9
4.2 Beschrijving van de componenten 10
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen....12
4.4 Transport en opslag. 12
4.5 Technische documentatie....13
4.6 Benodigde plaats op het dak vaststellen....14
5 Voorbereidende werkzaamheden op het dak.... 15
5.1 Uitgangsposities voor de montage vastleggen 16
5.2 Extra daklatten monteren 17
6 Collectoren monteren 22
6.1 Collectormontage voorbereiden 23
6.2 Collectoren bevestigen.... 25
7 Collectorvoeler aansluiten.... 28
8 Verzamelleidingen aansluiten 29
8.1 Ontluchting door drukvulling 29
8.2 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) op het dak 30
9 Verbindingsset voor twee rijen (toebehoren) monteren ..... 32
10 Afdekplaten monteren 33
10.1 Onderste afdekplaten.... 34
10.2 Afdekplaten zijkanten.... 36
10.3 Middelste afdekstrip tussen twee collectoren 36
10.4 Middelste afdekplaten bij montage van meer rijen 37
10.5 Afdekplaten zijkant van de bovenste rij bij montage van meer rijen ..... 38
10.6 Bovenste afdekplaten 38
10.7 Dak bedekken 40
11 Afsluitende werkzaamheden 41
11.1 Installatiecontrole 41
11.2 Aansluit- en verzamelleidingen isoleren 41
12 Korte instructie voor twee collectoren. 42
1 Algemeen
In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van de regels van de techniek die gedurende de montage in acht genomen moeten worden.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Neem voor de montage en de werking van de installatie goed nota van de landspecifieke normen en richtlijnen!
Voor Nederland moet u zich houden aan:
- Arbo wet
- Bouwbesluit
Beveiliging tegen blikseminslag
Bij een gebouwhoogte (montagehoogte) van max. 20 m zijn geen speciale maatregelen ter bescherming tegen blikseminslag noodzakelijk.
Wanneer er een installatie ter beveiliging tegen blikseminslag aanwezig is, moet de koppeling aan de zonne-installatie door een erkend elektrotechnisch vakman worden gecontroleerd.

RECYCLING
Wanneer de collectoren aan vervanging toe zijn, kunt u ze teruggeven aan de fabrikant. De materialen worden dan op de meest milieuvriendelijke wijze gerecycleerd.
| FKT-1 | |
| Certificaten | CE0036DIN |
| Lengte 2.070 mm | |
| Breedte | 1.145 |
| Hoogte 90 mm | |
| Afstand tussen de collectoren 25 mm | |
| Absorberinhoud, type verticaal Vf | 1,43 l |
| Absorberinhoud, type horizontaal Vf | 1,76 l |
| Buitenoppervlak (bruto oppervlak) AG | 2,37 m2 |
| Absorber oppervlak (netto oppervlak) 2,23 m2 | |
| Gewicht netto, type verticaal m 44 kg | |
| Gewicht netto, type horizontaal m 45 kg | |
| Toegestane werkoverdruk van de pmaxcollector | 10 bar |
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanwijzingen uit dit montagevoorschrift zijn opgebouwd en krijgt u een overzicht van de algemene veiligheidsaanwijzingen voor een veilige en storingsvrije werking.
De veiligheidsaanwijzingen en de aanwijzingen voor de gebruiker die specifiek betrekking hebben op de montage, staan in het montagevoorschrift direct bij de betreffende montagestappen.
Lees de veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig door, voordat u met de montage begint.
Veronachtzaming van de veiligheidsaanwijzingen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel – zelfs met de dood tot gevolg – evenals tot materiële schade en milieuvervuiling.
Over dit voorschrift
Dit montagevoorschrift bevat belangrijke informatie over een veilige en vakkundige montage van de set voor montage in het dak en over de hydraulische aansluiting.
De afbeeldingen in dit voorschrift tonen de verticale montage van de collectoren. Wijkt de horizontale montage af van de verticale, dan wordt hierop gewezen.
De complete technische documentatie moet worden bewaard. U kunt deze bij de fabrikant inzien.
Voor de in dit montagevoorschrift beschreven werkzaamheden moet u de nodige vakkennis hebben en een beroepsopleiding gevolgd hebben voor gas- en waterinstallaties. Voer de montagestappen alleen zelf uit, wanneer u over de nodige vakkennis beschikt.
▶ Overhandig dit montagevoorschrift aan de klant.
- Geef de klant de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat.
3.1 Voorgeschreven toepassing
Deze montageset is bestemd voor het opnemen van thermische zonnecollectoren (verticale en horizontale uitvoering), die worden opgebouwd op bestaande schuine daken met een hellingsgraad van 25° tot 65°.
Toepassingsvoorwaarden
Monteer de montageset alleen op daken met voldoende draagkracht. Neem eventueel een staticus of dakdekker in de arm.
De montageset is geschikt voor een max. normale sneeuwbelasting van 3,8 kN/m² en een montagehoogte van max. 20 m.
3.2 Soorten aanwijzingen
Er bestaan twee soorten aanwijzingen die door verschillende signaalwoorden worden aangeduid:

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Wijst op een gevaar dat eventueel van het product uitgaat en dat kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel, zelfs met de dood tot gevolg, wanneer onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen worden.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN/ SCHADE AAN DE INSTALLATIE/ SCHADE AAN HET GEBOUW
Wijst op een situatie die mogelijk gevaarlijk is en die zou kunnen leiden tot matig of licht lichamelijk letsel of materiële schade.
Verdere symbolen voor het markeren van gevaren en aanwijzingen voor de gebruiker:

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tips voor een optimaal gebruik van de apparaten en een optimale instelling, evenals andere nuttige informatie.
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend materiaal.
Tref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
Zorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.
▶ Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
- Controleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer er wijzigingen aan de constructie worden uitgevoerd, kan dat resulteren in verwondingen en functiestoringen.
▶ Voer geen wijzigingen aan de constructie uit.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd zijn blootgesteld aan bestraling door de zon, bestaat er gevaar voor verbranding aan die onderdelen.
▶ Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
▶ Bedek de collector (b.v. met een als toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en het montagemateriaal tijdens de montage om ze te beschermen tegen de hoge temperaturen door bestraling door de zon.
4 Voor de montage
4.1 Algemene aanwijzingen

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Aangezien dakdekkersbedrijven ervaringen hebben met dakwerkzaamheden en gevaren door vallen, raden wij voor montage van de collector en voor afdichting van het dak een samenwerking met deze bedrijven aan.
Informeer u vóór de montage over de omstandigheden op de bouwplaats en de plaatselijke voorschriften.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd zijn blootgesteld aan bestraling door de zon, bestaat er gevaar voor verbranding aan deze onderdelen.
▶ Draag veiligheidskleding.
▶ Bedek de collector (b.v. met een als toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en het montagemateriaal tijdens de montage om ze te beschermen tegen de hoge temperaturen door bestraling door de zon.

Afb. 1 Totaalaanzicht collectorpaar, montage in het dak
Controleer
– of de levering compleet en intact is.
- of de plaatsing van de zonnecollectoren optimaal is. Houd rekening met de bestraling door de zon (hellingsgraad, gericht naar het zuiden). Vermijd schaduw van hoge bomen of iets dergelijks en pas het collectorveld aan de vorm van het gebouw aan (b.v. in één lijn met ramen, deuren enz.).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant en vervang defecte onderdelen onmiddellijk.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Verwijder afgebroken dakpannen, shingles of dakplaten rond de collectoren en laat ze vervangen.
4.2 Beschrijving van de componenten
4.2.1 Montageset voor de collectoren
De montagesets zijn bestemd voor bevestiging van de collectoren en voor afdichting van het dak.
De onderste afdekplaten (afb. 2, pos. 6, 9 en 10) zijn uitgevoerd voor dakbedekking met leien/shingles zonder loodslab.
Voor de montage van meerdere rijen worden aparte basis- en uitbreidingsmontagesets geleverd.

Afb. 2 1 basisbouwpakket voor de buitenste collectoren en 1 uitbreidingset voor de middelste collector (verticaal, 1 rij)
Basismontageset voor de beide buitenste collectoren van een collectorrij (afb. 2):
| Pos. 1: | Bovenste afdekplaat links | 1 × |
| Pos. 3: | Bovenste afdekplaat rechts | 1 × |
| Pos. 4: | Klem | 12 × |
| Pos. 5: | Afdekplaat zijkant rechts | 1 × |
| Pos. 6: | Onderste afdekplaat rechts | 1 × |
| Pos. 7: | Strip voor beveiliging tegen afglijden | 2 × |
| Pos. 8: | Beveiliging tegen afglijden (bij horizontaal: 6 ×) | 4 × |
| Pos. 10: | Onderste afdekplaat links | 1 × |
| Pos. 11: | Rol afdichtingsband | 1 × |
| Pos. 12: | Afdekplaat zijkant links | 1 × |
| Pos. 13: | Onderlegplaatje links | 3 × |
| Pos. 14: | Dubbelzijdige klembeugel | 3 × |
| Pos. 15: | Afdekstrip | 1 × |
| Pos. 16 | Schroef 6×40 met vulring | 6 × |
| Pos. 17: | Enkelzijdige klembeugel | 6 × |
| Pos. 18: | Onderlegplaatje rechts | 3 × |
| Pos. 19: | Pannendrager | 2 × |
Uitbreidingsmontageset, per verdere collector (afb. 2):
| Pos. 2: | Bovenste afdekplaat midden | 1 × |
| Pos. 4: | Klem (4 stuks als reserve) | 6 × |
| Pos. 7: | Strip voor beveiliging tegen afglijden | 1 × |
| Pos. 8: | Beveiliging tegen afglijden (bij horizontaal: 3×) | 2 × |
| Pos. 9: | Onderste afdekplaat midden | 1 × |
| Pos. 11: | Rol afdichtingsband | 1 × |
| Pos. 14: | Dubbelzijdige klembeugel | 3 × |
| Pos. 15: | Afdekstrip | 1 × |
| Pos. 19: | Pannendrager | 1 × |
Voor de hydraulische aansluiting heeft u een aansluitset en een verbindingsset tussen de collectoren nodig.

Afb. 3 Aansluitset en verbindingsset (afbeelding met 2 verticale collectoren)
Aansluitset, per collectorveld (afb. 3)
Pos. 3: Aansluitleiding (isolatie niet afgebeeld) 2 ×
Pos. 4: Isolatie voor ribbelbuisverbinder 710 mm 1 x
Pos. 5: Klemschroefverbinding voor collectorvoeler 1 x
Pos. 6: Sleutel SW 5 1 ×
Pos. 7: Afsluitkapje 2 x
Pos. 8: Stop voelerdoorvoer, niet afgebeeld 1 ×
Verbindingsset tussen de collectoren, per collector (in twee transporthoeken, afb. 4)
Pos. 1: Ribbelbuisverbinder 2 ×
Pos. 2: Klem 4 ×

Afb. 4 Twee transporthoeken met een verbindingsset
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen
- waterpas
- metselkoord
- zuignap
- vest met veiligheidslijn
- materiaal voor isolatie van de leidingen
- bouwsteiger
- dakdekkersladder of inrichtingen voor schoorsteenveegwerk
- kraan of bouwlift
- accuschroevendraaier en boor (∅ 4 mm)
- Sleutel SW 8
- steeksleutel SW 10 (incl. 80 mm lang verlengstuk)
4.4 Transport en opslag
Alle onderdelen zijn beschermd met transportverpakkingen.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de transportverpakkingen op milieuvriendelijke wijze af.
Transportbescherming voor collectoraansluitingen
De aansluitingen van de collectoren zijn middels rubber doppen beschermd tegen beschadigingen.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
▶ Verwijder de rubber doppen (afb. 5, pos. 1) pas direct voor de montage.
Opslag
De collectoren mogen uitsluitend droog worden opgeslagen.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectoren mogen niet zonder bescherming tegen de regen in de buitenlucht worden opgeslagen.

Afb. 5 Rubber doppen op collectoraansluitingen
4.5 Technische documentatie
De zonne-installatie bestaat uit verschillende componenten (afb. 6) die voor de montage, bediening en het onderhoud noodzakelijke documentatie bevatten. Eventueel hebben toebehoren een aparte documentatie.
Pos. 1: Collector: montagevoorschrift voor montage in het dak is bij de aansluitset gevoegd
Pos. 2: Compleet station: montagevoorschrift is bij het compleet station gevoegd
Pos. 3: Boiler: montagevoorschrift is bij de boiler gevoegd

Afb. 6 Zonne-installatiecomponenten en technische documentatie
4.6 Benodigde plaats op het dak vaststellen
Neem goed nota van de volgende afmetingen die u minimaal ter beschikking moeten staan.
Maat A en B
Benodigde plaats voor het collectorveld incl. afdekplaten.
Maat C
Minimaal twee pannenrijen tot aan nok of schoorsteen. Vooral bij ingemetselde pannen bestaat anders het risico van beschadiging van de dakbedekking.
Maat D
Dakrand inclusief geveldikte.
Maat E
Minimaal 30 cm voor de montage van de aansluitleidingen op de zolder onder.
Maat F
Minimaal 40 cm voor de montage van de aansluitleidingen op de zolder boven.

Afb. 7 Afstandsmaten die moeten worden aangehouden
Benodigde plaats bij verticale collectoren: Benodigde plaats bij horizontale collectoren:
| Aantal collectoren | Maat A | Maat B |
| 2 | 2,67 m | 2,80 m |
| 3 | 3,84 m | 2,80 m |
| 4 | 5,01 m | 2,80 m |
| 5 | 6,18 m | 2,80 m |
| 6 | 7,41 m | 2,80 m |
| 7 | 8,52 m | 2,80 m |
| 8 | 9,69 m | 2,80 m |
| 9 | 10,86 m | 2,80 m |
| 10 | 12,03 m | 2,80 m |
Tabel 2 Benodigde plaats van verticaal gemonteerde collectoren (incl. afdekplaten rondom)
| Aantal collectoren | Maat A | Maat B |
| 2 | 4,52 m | 1,87 m |
| 3 | 6,61 m | 1,87 m |
| 4 | 8,71 m | 1,87 m |
| 5 | 10,80 m | 1,87 m |
| 6 | 12,90 m | 1,87 m |
| 7 | 14,99 m | 1,87 m |
| 8 | 17,09 m | 1,87 m |
| 9 | 18,96 m | 1,87 m |
| 10 | 21,28 m | 1,87 m |
Tabel 3 Benodigde plaats van horizontaal gemonteerde collectoren (incl. afdekplaten rondom)
5 Voorbereidende werkzaamheden op het dak

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Zorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.

WAARSCHUWING!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
door vallen en naar beneden vallend materiaal.
▶ Tref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
▶ Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
▶ Verwijder zoveel pannen als nodig voor de benodigde plaats (tab. 2 en tab. 3) voor het collectorveld plus extra rijen pannen om goed en veilig op het dak te kunnen werken.
5.1 Uitgangsposities voor de montage vastleggen
Voor de montage moet u de uitgangspositions zorgvuldig vastleggen.
Horizontale uitgangspositie
Bepaal maat X (afstand tussen de pannen die op de afdekplaten aan de zijkant, afb. 8, pos. 1, liggen) op het dak en breng deze over op het dak.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Plan zodanig dat de pannen indien mogelijk alleen aan de rechterkant van het collectorveld, maar altijd in het golfdal van een pan, worden gesneden. Na het snijden moet nog minimaal de helft van de pan overblijven.
Verticale uitgangspositie
Leg met inachtneming van maat B (afb. 8) de onderste pannenrij vast (afb. 8, pos. 2).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Indien pannen moeten worden ingekort, mogen alleen de bovenste worden gesneden (pannen pas snijden, wanneer alle afdekplaten zijn gemonteerd).
| Aantalcollectoren | Maat A Maat X | |||
| verticaal horizont. | verticaal horizont. | |||
| 1 | 1,50 m | 2,42 m | 1,32 m | 2,24 m |
| 2 | 2,67 m | 4,52 m | 2,49 m | 4,34 m |
| 3 | 3,84 m | 6,61 m | 3,66 m | 6,43 m |
| 4 | 5,01 m | 8,71 m | 4,83 m | 8,53 m |
| 5 | 6,18 m | 10,80 m | 6,00 m | 10,62 m |
| 6 | 7,41 m | 12,90 m | 7,23 m | 12,72 m |
| 7 | 8,52 m | 14,99 m | 8,34 m | 14,81 m |
| 8 | 9,69 m | 17,09 m | 9,51 m | 16,91 m |
| 9 | 10,86 m | 18,96 m | 10,68 m | 18,78 m |
| 10 | 12,03 m | 21,28 m | 11,85 m | 21,10 m |
Tabel 4 Collectorveldbreedte incl. afdekplaten (maat A) en afstand tussen de pannen (maat X)
| Aantal rijen | Maat B | |
| verticaal | horizontaal | |
| 1 | 2,80 m | 1,87 m |
| 2 | 5,02 m | 3,17 m |
| 3 | 7,25 m | 4,47 m |
| 4 | 9,47 m | 5,77 m |
Tabel 5 Collectorveldhoogte incl. afdekplaten (maat B)

Afb. 8 Nauwkeurige positie van het collectorveld bepalen
5.2 Extra daklatten monteren
Om de afdekplaten en de collectoren op te leggen, zijn op de montageplaats extra daklatten nodig, die even hoog moeten zijn als de reeds aanwezige daklatten.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Als een alternatief voor extra daklatten kunnen de aanwezige daklatten in het bereik van het collectorveld op maat worden gemaakt voor de extra daklatten en worden verplaatst.
In dit voorschrift wordt de montage met extra daklatten beschreven.
Lengte van de extra daklatten
De minimumlengte van de extra daklatten (afb. 9, pos. 2) komt overeen met de collectorveldbreedte (tabel 4, pagina 16, maat A) plus ca. 10 cm voor de
klemmen aan de zijkant (afb. 9, pos. 1).

OPGELET!
▶ Bevestig latnaden op de spanten of verbind deze goed genoeg, b.v. door deze via tengels met aanwezige daklatten te verbinden (afb. 9, pos. 3 en afb. 13, pos. 2).

Afb. 9 Lengte van de extra daklatten (hier: eerste daklat onder met beveiliging tegen afglijden)
Pos. 1: Klem
Pos. 2: Extra daklatten
Pos. 3: Verbinden van de extra daklatten
5.2.1 Beveiligingen tegen afglijden op eerste extra daklat monteren
Aangezien het soms niet mogelijk is om wegens plaatsgebrek op het dak de beveiligingen tegen afglijden aan te brengen, moet u de beveiligingen tegen afglijden op de grond voormonteren en aanbrengen aan de eerste extra daklat.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voor de horizontale montage moeten 3 beveiligingen tegen afglijden (afb. 10, pos. 1) aan een houten lat worden bevestigd (2 buiten, 1 in het midden).
Bevestig telkens twee beveiligingen tegen afglijden (afb. 10, pos. 1) op het uiteinde van de meegeleverde latten met schroeven 4×10 (afb. 10, pos. 2).

Afb. 10 Beveiligingen tegen afglijden voormonteren aan houten lat
Zet de voorgemonteerde beveiliging tegen afglijden op de eerste extra daklat (afb. 11, pos. 2) en bevestig deze met twee schroeven 4×40 (afb. 11, pos. 1) (let op de maten).
5.2.2 Extra daklatten monteren

door daklekkages, wanneer de afdekplaten niet voldoende afdichten.
Bij aanwezige niveauverschillen van de spanten, moet u deze op de montageplaats compenseren (afb. 12).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Monteer de daklatten horizontaal (waterpas gebruiken).

Afb. 11 Bevestig de beveiligingen tegen afglijden aan de daklat (maten in mm, waarde tussen haakjes = horizontale uitvoering)

Afb. 12 Niveauverschillen van de spanten compenseren

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Moet een extra daklat (afb. 13, pos. 1) worden gemonteerd in het bereik van een reeds aanwezige daklat, dan moet de aanwezige daklat in het bereik van het collectorveld (afb. 13, pos. 3) worden verplaatst en goed genoeg worden bevestigd (afb. 13, pos. 2).
De afdekplaten aan de zijkant moeten absoluut worden bedekt met pannen.
Montage van één rij
- Breng de eerste daklat met de beveiligingen tegen afglijden aan (afb. 14, pos. 1).
▶ Breng de tweede daklat voor de klembeugels aan de zijkant onder aan (afb. 14, pos. 2).
▶ Breng de derde daklat voor de klembeugels aan de zijkant boven aan (afb. 14, pos. 3). - Breng de vierde daklat voor ondersteuning van het wigvormig deel van piepschuim van de bovenste afdekplaat aan (afb. 14, pos. 4).
▶ Breng de vijfde daklat voor ondersteuning van de bovenste afdekplaat aan (afb. 14, pos. 5). - Breng de zesde daklat voor ondersteuning en bevestiging van de bovenste afdekplaat aan. (afb. 14, pos. 6).

Afb. 13 Daklatten in het collectorveldbereik verplaatsen
Pos. 1: Verplaatste daklat
Pos. 2: Bevestiging van de uiteinden van de daklatten (met tengels)
Pos. 3: Collectorveld (buiten)
Pos. 4: Spant

Afb. 14 Afstanden van de extra daklatten bij montage van één rij (maten in mm, waarden tussen haakjes = horizontale uitvoering)
Montage van meer rijen
Bij de montage van meer rijen moeten de daklatten van de eerste rij worden gelegd zoals bij de montage van één rij (afb. 14). De 5e en 6e lat vervallen bij de onderste rij.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De vierde extra daklat van de montage van één rij is tevens de eerste daklat van de daarboven liggende rij (afb. 15, pos. 1) en is nodig voor de beveiliging tegen afglijden van de bovenste collectorrij.
▶ Breng de tweede daklat voor de klembeugels aan de zijkant aan (afb. 15, pos. 2).
▶ Breng de derde daklat voor de klembeugels aan de zijkant boven aan (afb. 15, pos. 3).
▶ Breng de vierde daklat voor ondersteuning van het wigvormig deel van piepschuim van de bovenste afdekplaat aan (afb. 15, pos. 4).
- Breng de vijfde daklat voor ondersteuning van de bovenste afdekplaat aan (afb. 15, pos. 5).
▶ Breng de zesde daklat voor ondersteuning en bevestiging van de bovenste afdekplaat aan (afb. 15, pos. 6).

Afb. 15 Afstanden van de extra daklatten bij montage van meer rijen (maten in mm, waarden tussen haakjes = horizontaal)
6 Collectoren monteren
Wanneer u begint met de montage van de collectoren, moet u goed nota nemen van de volgende veiligheidsaanwijzingen en aanwijzingen voor de gebruiker.

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend materiaal.
Tref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
Zorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.
▶ Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
- Controleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
▶ Verwijder de rubber doppen op de collectoraansluitingen pas direct voor de montage.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Maak voor de montage gebruik van een heftoestel uit de dakdekkerbranche of van 3-punts zuignappen met voldoende draagvermogen of als toebehoren verkrijgbare speciale draaggrepen (vergemakkelijkt het tillen).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tijdens het transport of tijdens de montage kunnen onbeveiligde collectoren naar beneden vallen.

Afb. 16 Twee gemonteerde collectoren
6.1 Collectormontage voorbereiden
Vóór aanvang van de eigenlijke montage op het dak kunt u de afsluitkapjes op de grond voormonteren, om zo het werk op het dak te vergemakkelijken.
Om de afsluitkapjes (en later ook de ribbelbuisverbinders en aansluitleidingen) te borgen, moeten de aansluitingen worden voorzien van klemmen.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door lekkages bij de collectoraansluitingen.
De ribbelbuisverbinders, aansluitleidingen en de collectoraansluitingen mogen niet beschadigd en vuil zijn.
- De collectoraansluitingen zijn voor een eenvoudigere montage af fabriek van een speciaal vet voorzien. Er mag geen ander vet worden gebruikt.
6.1.1 Hydraulische aansluiting
De collectoren moeten zodanig worden gemonteerd dat de voelerdoorvoeren voor opnemen van de collectorvoeler (afb. 18, pos. 1) boven liggen.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De hydraulische aansluitleidingen kunnen rechts (afb. 17) of links (afb. 18) worden aangesloten. In dit voorschrift werden de aansluitleidingen aan de rechterkant afgebeeld.
De geleiding van de leiding in de collector is uitgevoerd als dubbele meander, daardoor is het mogelijk om twee verschillende hydraulische aansluitingen uit te voeren:
Aansluiting aan één zijde tot max. 5 collectoren
U kunt de aansluiting aan één zijde uitvoeren tot een collectorveldgrootte van max. 5 collectoren (afb. 17 en afb. 18).
Afwisselende aansluiting tot max. 10 collectoren
Worden in een collectorrij meer dan 5 collectoren gemonteerd, dan moet de hydraulische aansluiting afwisselend worden uitgevoerd (Tichelmann-principe, afb. 19).
De afwisselende aansluiting kan ook bij minder dan 6 collectoren worden uitgevoerd (afb. 19).

Afb. 17 Hydraul. aansluiting rechts tot max. 5 collectoren
Pos. 1: Ribbelbuisverbinder
Pos. 2: Toevoerleiding
Pos. 3: Retourleiding
Pos. 4: Afsluitkapje

Afb. 18 Hydraul. aansluiting links tot max. 5 collectoren

Afb. 19 Afwisselende hydraulische aansluiting
6.1.2 Afsluitkapjes monteren
Voor de aansluiting van een collectorveld zijn niet alle aansluitingen nodig en deze moeten daarom worden gesloten.
▶ Verwijder de rubber doppen (transportbescherming) van de betreffende collectoraansluitingen.
▶ Schuif het afsluitkapje met de O-ringen (afb. 20, pos. 3) op de collectoraansluiting.
▶ Schuif de klem (afb. 20, pos. 2) voor borging van de aansluiting over het afsluitkapje en de collectoraansluiting.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door ongeborgde afsluitkapjes.
▶ Borg ieder afsluitkapje met een klem (afb. 20, pos. 1).
6.1.3 Afdichtingsband in collectorframe leggen
De verbindingen tussen de afdekplaten aan de zijkanten en onderkant en de collectoren (afb. 21, pos. 1) moeten worden afgedicht met de afdichtingsband.
▶ Maak de greepgoot van de collector schoon.
▶ Trek de beschermfolie van de afdichtingsband af.
Leg de afdichtingsband (afb. 21, pos. 2) met de plakzijde vooraan in de greepgoot van de buitenkanten van de buitenste collectoren en bij iedere collector onder (afb. 21, pos. 1) incl. de hoekverbinders (afb. 21, pos. 3).
De afdichtingsband zet na de montage langzaam uit.

Afb. 20 Afsluitkapje met klem borgen

Afb. 21 Achterkant van de collector
6.2 Collectoren bevestigen
Begin aan de rechterkant met het opleggen van de collectoren.
6.2.1 Eerste collector opleggen
▶ Laat de eerste collector (afb. 22, pos. 1) in de beveiliging tegen afglijden glijden en plaats deze 80 mm van de buitenste (evt. gesneden) pan (afb. 22, pos. 2).
- Til de collector iets op en schuif de rechter onderlegplaatjes (afb. 23, pos. 3) op de 2e en 3e extra lat alsmede in het midden van de collector op een aanwezige lat zover onder de collector dat de verhoging tegen de collectorrand onder stoot.
▶ Voor de schroef (afb. 23, pos. 1) moet met een boor van 4 mm worden voorgeboord.
▶ Bevestig de enkelzijdige klembeugels (afb. 23, pos. 2) met schroef 6×40 (afb. 23, pos. 1) en vulring (gebruik sleutel SW 10).
De klembeugel grijpt nu in de onderste collectorrand.
- Til de collector iets op en schuif het onderlegplaatje (afb. 24, pos. 2) met de dubbelzijdige klembeugel op de 2e en 3e extra lat alsmede in het midden van de collector op een aanwezige lat zover onder de collector dat de verhoging tegen de collectorrand onder stoot.
▶ Voor de schroef (afb. 24, pos. 1) moet met een boon van 4 mm worden voorgeboord. Gebruik voor markering groeven in het onderlegplaatje.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Draai de schroef pas vast, wanneer de tweede collector tot aan de dubbelzijdige klembeugel is geschoven.

Afb. 22 Eerste collector opleggen en vastschroeven

Afb. 23 Eerste collector opleggen en vastschroeven

Afb. 24 Dubbelzijdige klembeugel op de eerste collector
6.2.2 Ribbelbuisverbinders op de eerste collector monteren
▶ Verwijder de rubber doppen van de aansluitingen.
▶ Schuif de ribbelbuisverbinders (afb. 25, pos. 1) op de linker aansluitingen van de eerste collector.
▶ Schuif de klem (afb. 25, pos. 2) voor borging van de aansluiting over de ribbelbuisverbinder en de collectoraansluiting.
6.2.3 Tweede collector opleggen
▶ Laat de tweede collector in de beveiliging tegen afglijden glijden.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde ribbelbuisverbinders.
- Gebruik geen hulpgereedschappen zoals b.v. tangen (afb. 26, pos. 2). Deze zouden de ribbelbuisverbinder onbruikbaar kunnen maken.
▶ Schuif de tweede collector zodanig tegen de eerste collector, dat de collectoraansluitingen in de voorgemonteerde ribbelbuisverbinders (afb. 26, pos. 1) van de eerste collector worden geschoven.
▶ Steek de tweede klem (afb. 26, pos. 3) over de ribbelbuisverbinder en de collectoraansluiting.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door ongeborgde ribbelbuisverbinders en afsluitkapjes.
Borg ieder afsluitkapje met een klem en iedere ribbelbuisverbinder met twee klemmen (afb. 27, pos. 1).

Afb. 25 Ribbelbuisverbinders op de eerste collector monteren

Afb. 26 Tweede collector tegen de eerste schuiven

Afb. 27 Ribbelbuisverbinders met klemmen geborgd
Draai de schroef van de dubbelzijdige klembeugel (afb. 28, pos. 1) vast. Gebruik hiervoor een steeksleutel SW 10 met een lengte van min. 80 mm.
De klembeugel grijpt nu in de onderste collectorranden.
Ga bij alle andere collectoren op dezelfde manier te werk.
6.2.4 Laatste collector borgen
- Til de linker collector iets op en schuif de linker onderlegplaatjes (afb. 29, pos. 3) op de 2e en 3e extra lat alsmede in het midden van de collector op een aanwezige lat zover onder de collector dat de verhoging tegen de collectorrand onder stoot.
▶ Voor de schroef (afb. 29, pos. 1) moet met een boor van 4 mm worden voorgeboord.
Bevestig de enkelzijdige klembeugels (afb. 29, pos. 2) met schroef 6×40 (afb. 29, pos. 1) en vulring (gebruik sleutel SW 10).
6.2.5 Montage van meer rijen
Zijn er meerdere collectorrijen boven elkaar gepland, dan moeten voor de bovenste collectoren beveiligingen tegen afglijden worden gemonteerd.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij de horizontale uitvoering moeten 3 beveiligingen tegen afglijden eveneens op een afstand van 700 mm in het midden van de collector worden gemonteerd.
Leg twee beveiligingen tegen afglijden (afb. 30, pos. 1) per collector in het midden (700 mm uit elkaar) boven de onderste collector op de vierde extra lat van de onderste rij en bevestig deze met telkens twee schroeven 4×40.
Laat de collector van de bovenste rij (afb. 30, pos. 2) tegen de beveiligingen tegen afglijden glijden en richt deze met de onderste rij uit.
▶ Bevestig de collectoren zoals die van de onderste rij.

Afb. 28 Dubbelzijdige klembeugel inschroeven

Afb. 29 Klembeugels links monteren

Afb. 30 Beveiligingen tegen afglijden voor de tweede collectorrij
7 Collectorvoeler aansluiten

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectorvoeler wordt bij het complete station of bij de regeling geleverd.
Let op de montageplaats bij systemen met één of twee rijen collectoren (afb. 31).
Montageplaats
De collectorvoeler moet in de collector met de aangesloten toevoerleiding (afb. 31, pos. 2) worden gemonteerd.
- Inbouwpositie (afb. 31, pos. A) bij systemen met één rij collectoren.
- Inbouwpositie (afb. 31, pos. B) bij systemen met twee rijen collectoren.
Collectorvoeler monteren
Voor een correct functioneren van de zonne-installatie is het noodzakelijk dat de collectorvoeler (afb. 32, pos. 1) tot aan de aanslag (komt overeen met ca. 250 mm) in de voelerleibuis wordt geschoven.
- Stoot met de collectorvoeler of een schroevendraaier door de afdichtingslaag van de voelerdoorvoer (afb. 32, pos. 3).
▶ Draai de klemschroefverbinding (afb. 32, pos. 2) in de voelerdoorvoer.
▶ Schuif de collectorvoeler ca. 250 mm in de voelerleibuis (tot aan de aanslag).
▶ Draai de klemschroefverbinding (afb. 32, pos. 2) vast, houd deze evt. tegen.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de voelerdoorvoer (afb. 32, pos. 3) van de verkeerde collector heeft doorgestoten, moet u deze met de stop uit de aansluitset afdichten. Tevoren moet u met behulp van de kabelschroefverbinding (afb. 32, pos. 2) de in de voelerdoorvoer aanwezige moer verwijderen.

Afb. 31 Montageplaats collectorvoeler (schematische weergave)
Pos. 1: Retourleiding
Pos. 2: Toevoerleiding

Afb. 32 Collectorvoeler in de collector schuiven
Pos. 1: Collectorvoeler
Pos. 2: Klemschroefverbinding
Pos. 3: Voelerdoorvoer
8 Verzamelleidingen aansluiten
Informatie over het leggen van de verzamelleidingen vindt u in het montagevoorschrift van het complete station.
De hydraulische aansluiting op de verzamelleidingen geschiedt met behulp van de lange flexibele aansluitleidingen. Een directe aansluiting van een starre verzamelleiding op de collector is niet toegestaan.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer samen met de toevoerleiding de voelerkabel onder het dak.

Afb. 33 Aansluitleidingen onder het dak voeren
Pos. 1: Toevoerleiding
Pos. 2: Retourleiding
8.1 Ontluchting door drukvulling
Wanneer de ontluchting van de zonne-installatie wordt uitgevoerd met een drukvulpomp, is geen ontluchter op het dak nodig.
▶ Schuif de aansluitleiding (1000 mm, afb. 34, pos. 2) op de toevoeraansluiting van het collectorveld en zet deze vast met de klem (afb. 34, pos. 1).
▶ Voer de aansluitleiding samen met de voelerkabel door het dak.
▶ Sluit de verzamelleiding op de klemringschroefverbinding (afb. 34, pos. 3) aan.
Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting.

Afb. 34 Toevoerleiding monteren (zonder ontluchter op het dak)
8.2 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) op het dak
Wanneer u de zonne-installatie met een automatische ontluchter (toebehoren) op het hoogste punt van de installatie wilt ontluchten, dan moet u de toevoerleiding met een stijging naar de ontluchter (afb. 35, pos. 2) en de retourleiding met een stijging naar het collectorveld leggen (afb. 35).
Vermijd veelvuldige veranderingen van richting.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij elke verandering van richting naar beneden en bij elke nieuwe stijging moet u een extra ontluchter aanbrengen.
Kan er vanwege plaatsgebrek geen automatische ontluchter worden geplaatst, dan moet er een handmatige ontluchter worden geïnstalleerd.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wij adviseren om bij zonne-installaties altijd ontluchters te gebruiken die helemaal van metaal zijn, aangezien deze bestand zijn tegen de optredende temperaturen.
Functie stifttap en beschermkap (weersomstandigheden) van de automatische ontluchter
De zonne-installatie wordt via de geopende stifttap ontlucht. Zodat er door de geopende stifttap geen vocht in de zonne-installatie kan binnendringen, moet het beschermkapje (afb. 36, pos. 1) tijdens werking steeds op de stifttap zitten.
Open de ontluchter door de stifttap één slag los te draaien.
Leveringsomvang ontluchterset universeel (afb. 36):
Pos. 1: Beschermkapje (stifttap) 1 ×
Pos. 2: Automatische ontluchter 1 ×
Pos. 3: Kogelkraan 1 ×
Pos. 4: Afdichting 1 ×
Pos. 5: Ontluchterbeker 1 ×
Pos. 6: Dubbele nippel met O-ring 1 ×
Pos. 7: Nippel R ^3/4 (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 8: Wartelmoer (is hier niet nodig) 2 ×
Pos. 9: Afdichting (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 10: Carrosserieschijf (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 11: Klemschijf (is hier niet nodig) 1 ×

Afb. 35 Aanzicht luchtbeker met ontluchter voor toevoeraansluiting
Pos. 1: Collectorvoeler
Pos. 2: Automatische ontluchter op het dak

Afb. 36 Ontluchterset universeel

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De ontluchterset is ontworpen voor montage van de ontluchter direct op de collector of onder het dak. Bij de montage in het dak is een montage direct op de collector wegens plaatsgebrek niet mogelijk. Daarom wordt hier alleen de montage van de ontluchter onder het dak beschreven.
Ontluchter onder het dak monteren
▶ Schuif de aansluitleiding (afb. 37, pos. 3) op de toevoeraansluiting van het collectorveld en zet deze vast met de klem (afb. 37, pos. 4).
▶ Voer de aansluitleiding samen met de voelerkabel onder het dak.
Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting.
▶ Verwijder de wartelmoer en klemring van de aansluitleiding.
▶ Schroef de aansluitleiding (afb. 37, pos. 3) en dubbele nippel (afb. 37, pos. 1) in de luchtbeker vast (O-ring-afdichting).
- Sluit de verzamelleiding op dubbele nippel aan met de klemringschroefverbinding (afb. 37, pos. 1).

Afb. 37 Ontluchter onder het dak monteren
Pos. 1: Dubbele nippel met O-ring
Pos. 2: Luchtbeker
Pos. 3: Aansluitleiding
Pos. 4: Klem
9 Verbindingsset voor twee rijen (toebehoren) monteren
Als toebehoren is de verbindingset (afb. 38, pos. 9) verkrijgbaar die de verbinding van twee collectorrijen tot stand brengt.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Monteer zoveel mogelijk aansluitdelen op de grond aan de collectoren. Dat maakt de montage op het dak gemakkelijker.
Leveringsomvang (afb. 38)
Pos. 1: Afsluitkapje 2 ×
Pos. 2: Aansluitleiding 1 x
Pos. 3: Elleboog
Pos. 4: Afdichting 1 ×
Pos. 5: Carrosserieschijf 1 ×
Pos. 6: Klemschijf 1 ×
Pos. 7: Klemring (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 8: Wartelmoer (is hier niet nodig) 1 x
Extra afsluitkapjes monteren
Sluit de niet benodigde collectoraansluitingen af met de afsluitkapjes (afb. 38, pos. 1, zie hoofdstuk 6.1.2 „Afsluitkapjes monteren“, pagina 24).
Aansluitleiding inkorten
▶ Snij vanaf het midden van de elleboog 215 mm van de aansluitleiding (afb. 39, pos. 1) af met een pijpsnijder.
▶ Schuif de wartelmoer over de aansluitleiding.
Leg de klemschijf (afb. 39, pos. 2) achter de eerste ribbel en druk deze bij elkaar. De klemschijf moet gelijkmatig tegen de kraag van de wartelmoer liggen.
Leg de carrosserieschijf (afb. 39, pos. 3) vóór het snijvlak van de aansluitleiding in de wartelmoer.
▶ Schroef de dubbele nippel (afb. 39, pos. 4) stevig in de wartelmoer, zodat een vlak afdichtingsvlak op de aansluitleiding ontstaat.
- Verwijder de dubbele nippel en de carrosserieschijf en controleer of er een vlak afdichtingsvlak is ontstaan.
▶ Verwijder eventueel uitstekende bramen.
Verbindingsset monteren
▶ Plaats de afdichting (afb. 40, pos. 2).
Leg de elleboog (afb. 40, pos. 3) in de wartelmoer, richt deze uit en schroef deze vast.
▶ Schuif de aansluitleiding (afb. 40, pos. 1) op de collectoraansluitingen en zet deze met de klemmen (afb. 40, pos. 4) uit de aansluitset vast.

Afb. 38 Schematische weergave en leveringsomvang

Afb. 39 Aansluitleiding inkorten (afbeelding zonder isolatie)

Afb. 40 Verbindingsset tussen twee collectorrijen
10 Afdekplaten monteren
Voordat u met de afdekplaten de toegang tot het collectorveld blokkeert, moet u de volgende controlewerkzaamheden uitvoeren:
| 1. | Ribbelbuisverbinders, afsluitkapjes en aansluitleidingen met klemmen correct geborgd? | |
| 2. | ledere collector rechts en links met klembeugels geborgd? | |
| 3. | Voeler tot de aanslag ingeschoven en met klemschroefverbinding geborgd? | |
| 4. | Drukproef uitgevoerd en alle aansluitingen dicht (zie voorschrift van compleet station)? |
Voor afdichting van het collectorveld moeten rondom en tussen de collectoren/collectorrijen afdekplaten worden gemonteerd.

OPGELET!
▶ Monteer de afdekplaten zeer zorgvuldig, zodat door het collectorveld geen lekkages ontstaan.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Net als bij andere in het dak geïntegreerde onderdelen, wordt de afdekking tussen de collector en de pannen met dunne platen uitgevoerd. Deze kunnen verwondingen veroorzaken.
▶ Draag ter bescherming van uw handen geschikte handschoenen.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij de horizontale montage overlappen de onderste, middelste en bovenste afdekplaten niet tussen twee collectoren (afb. 41, pos. 1), maar in het midden van een collector.

Afb. 41 Rondom gemonteerde afdekplaten
10.1 Onderste afdekplaten
▶ Buig de loodslabben van alle afdekplaten naar voren (afb. 42, pos. 2).
- Buig de uiteinden van de buitenste afdekplaten boven (afb. 42, pos. 1) eveneens naar voren.

Afb. 42 Loodslabben omleggen

door daklekkages, wanneer de maat bovenkant collector tot bovenkant eerste extra daklat niet overeenkomt met 90 - 92 mm.
▶ Eventueel moet u de daklat opvullen.
▶ Steek de rechter afdekplaat met de rand boven in de greepgoot van de collector (afb. 43, pos. 3).
▶ Schuif de afdekplaat zo tegen de collector dat ook de korte rechterkant (afb. 43, pos. 1) boven in de greepgoot van de collector grijpt.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De afdekplaat moet min. 10 mm op de pan liggen (afb. 43, pos. 2).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij meer dan twee verticale collectoren zijn middelste onderste afdekplaten (afb. 44, pos. 1) nodig. Deze moeten links vlak met de collector worden gemonteerd (pijl).

Afb. 43 Rechter afdekplaat onder

Afb. 44 Plaatsing van de middelste afdekplaten bij verticale collectoren

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij horizontale collectoren zijn al bij twee collectoren middelste onderste afdekplaten (afb. 45, pos. 1) nodig. Deze moeten 80 - 100 mm overlappen.

Afb. 45 Plaatsing van de middelste afdekplaten bij horizontale collectoren
Leg de linker afdekplaat (afb. 46, pos. 2) op de vorige en monteer deze zoals de rechter (afb. 43).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Verwijder de beschermfolie van de lijmlaag van de afdekplaat (afb. 46, pos. 1) pas, wanneer alle platen zijn vastgeschroefd.

Afb. 46 Montage van de linker onderste afdekplaat
- Bevestig de platen in de gemarkeerde gaten met schroeven (12 mm lang, afb. 47, pos. 1) en afdichtingsplaatjes.
▶ Verwijder de beschermfolie van de lijmlaag van de afdekplaten.
Druk de bovenliggende afdekplaat op de eronder liggende aan (afb. 47, pos. 3).
▶ Verwijder de beschermfolie op de achterkant van de loodslabben.
▶ Pas de loodslabben in het voorste bereik voorzichtig aan de dakpancontour (afb. 47, pos. 2) aan.

Afb. 47 Bevestiging van de onderste platen
10.2 Afdekplaten zijkanten

OPGELET!
▶ U moet de bevestigingsplaten (afb. 48, pos. 2) in de collectorrand onder zetten.
▶ Steek de afdekplaten van de rechter en linker zijkant (afb. 48, pos. 1) met de randen boven in de greepgoot van de collector en schuif deze over de onderste afdekplaat erin.
Druk de felsoverlapping van de beide platen bij elkaar om deze vast te zetten (afb. 48, pos. 3).
De afdekplaten aan de zijkanten moeten rechts en links met elk drie klemmen (bij horizontale uitvoering twee klemmen) aan de daklatten worden bevestigd.
Leg de klemmen (afb. 49, pos. 1) in de rand van de afdekplaat van de zijkant.
▶ Schuif de klem met afdekplaat tegen de collector, zodat de afdekplaat tegen de collector wordt gedrukt.
▶ Bevestig de klem met meegeleverde spijker.

Afb. 48 Montage van de afdekplaat aan de rechter zijkant

Afb. 49 Afdekplaat zijkant borgen
10.3 Middelste afdekstrip tussen twee collectoren
De middelste afdekstrip dicht de spleet tussen twee collectoren af.
Druk de afdekstrip (afb. 50, pos. 1) met de omgeplooide zijde naar onder wijzend in de tussenruimte tussen twee collectoren en richt deze in het midden uit.
▶ Draai de schroeven (afb. 50, pos. 2) van onder beginnend met sleutel SW 8 met de hand vast.
Het profiel wordt tegen het collectorframe geklemd.

10.4 Middelste afdekplaten bij montage van meer rijen
De afdichting tussen twee collectorrijen wordt uitgevoerd met de middelste afdekplaten.
Leg de omgeplooide zijde van de afdekplaat (afb. 51, pos. 2) in de greepgoot van het collectorframe.
▶ Schuif de afdekplaat (afb. 51, pos. 1) tegen de collector en breng deze in de afdekplaat van de rechter zijkant binnen.
- Door druk boven op de afdekplaat klikt de plaat onder de greepgoot van het collectorframe (afb. 51, pos. 3).
Leg het rubber lipje (afb. 51, pos. 4) boven op de collector en trek dit naar voor.
▶ Verwijder de beschermfolie van de lijmlaag van de afdekplaten.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij meer dan twee collectoren zijn middelste afdekplaten (afb. 52, pos. 1) tussen de collectorrijen nodig. Deze moeten links vlak met de collector worden gemonteerd (pijl).
Bij de horizontale montage moeten de middelste platen 80 - 100 mm overlappen.
Leg de omgeplooide zijde van de linker afdekplaat (afb. 53, pos. 1) net zoals bij de rechter afdekplaat in de greepgoot van het collectorframe.
▶ Schuif de afdekplaat tegen de collector en breng deze in de afdekplaat van de linker zijkant binnen.
- Door druk boven op de afdekplaat klikt de plaat onder de greepgoot van het collectorframe (afb. 51, pos. 3).
Kort het rubber lipje zover in (afb. 53, pos. 3) dat het tegen het rubber lipje van de rechter afdekplaat stoot.
▶ Steek het rubber lipje van de linker afdekplaat op de fels van de rechter afdekplaat (afb. 53, pos. 2).
Druk de bovenliggende afdekplaat op de eronder liggende aan.

Afb. 51 Eerste middelste afdekplaat plaatsen
Pos. 1: Rechter middelste afdekplaat
Pos. 2: Omgeplooide zijde van de afdekplaat
Pos. 3: Plaat
Pos. 4: Rubber lipje

Afb. 52 Plaatsing van de middelste afdekplaten

Afb. 53 Linker middelste afdekplaat plaatsen
10.5 Afdekplaten zijkant van de bovenste rij bij montage van meer rijen
Monteer de bovenste afdekplaten van de zijkant (afb. 54, pos. 1) zoals de onderste (hoofdstuk 10.2 „Afdekplaten zijkanten“).

OPGELET!
▶ Schuif de afdekplaten van de zijkant over de plaatfels van de middelste afdekplaten (afb. 54, pos. 2).

Afb. 54 Afdekplaat zijkant, bovenste rij
10.6 Bovenste afdekplaten
Begin rechts met de montage van de bovenste afdekplaten.
- Breng de rechter bovenste afdekplaat (afb. 55, pos. 1) binnen in de afdekplaat van de rechter zijkant.
- Door druk boven op de afdekplaat klikt de plaat onder de greepgoot van het collectorframe (afb. 55, pos. 3).
Leg het rubber lipje (afb. 55, pos. 2) boven op de collector en trek dit naar voor.
- Breng verdere bovenste afdekplaten met de plaatfels (afb. 56, pos. 2) binnen in de gemonteerde afdekplaat en schuif deze dan tegen de collector aan.
▶ Breng de linker bovenste afdekplaat (afb. 56, pos. 1) binnen in de afdekplaat van de linker zijkant.
- Door druk boven op de afdekplaat klikt de plaat onder de greepgoot van het collectorframe (afb. 55, pos. 3).

Afb. 55 Bovenste rechter afdekplaat

Afb. 56 Bovenste linker afdekplaat
Kort het rubber lipje zover in (afb. 57, pos. 2) dat het tegen het rubber lipje van de rechter afdekplaat stoot.
▶ Steek het rubber lipje van de linker afdekplaat op de fels van de rechter afdekplaat.
(afb. 57, pos. 1).
- Bevestig overlappingen van de platen met elk drie 25 mm lange meegeleverde loodschroeven (afb. 58, pos. 1).
De bovenste afdekplaten moeten met elk twee klemmen aan de daklatten worden bevestigd. Bovendien moeten de buitenste afdekplaten met elk één klem worden vastgezet.
Leg de klemmen (afb. 59, pos. 1) in de rand van de afdekplaat.
▶ Schuif de klem met afdekplaat tegen de collector, zodat de afdekplaat tegen de collector wordt gedrukt.
▶ Bevestig de klem met meegeleverde spijker.

Afb. 57 Rubber lipje op maat snijden

Afb. 58 Bovenste afdekplaat met schroeven verbinden

Afb. 59 Bovenste afdekplaten met klemmen bevestigen
10.7 Dak bedekken

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bevestig gesneden pannen evt. met dienovereenkomstige klemmen uit de dakdekkershandel.

door daklekkages, omdat pannen niet ver genoeg op de afdekplaten liggen.
10.7.1 Bovenste pannen
Leg een hele pan boven op de afdekplaat.
▶ Snij de pan zodanig op maat, dat:
- deze de afdekplaat (afb. 60, pos. 2) zo ver mogelijk bedekt, maar deze niet raakt en
- de gesneden pan in dezelfde hoek opligt als de ongesneden pannen (daardoor is gewaarborgd dat de pannen helemaal in het pannenlabyrint opliggen). De hoek kan worden ingesteld met de pannendrager.
Leg de pannendrager (afb. 60, pos. 1)
overeenkomstig de bepaalde positie op en bevestig deze aan een daklat.
▶ Leg de gesneden pannen (afb. 60, pos. 3) op.
10.7.2 Pannen aan zijkant
▶ Snij de pannen overeenkomstig maat X (tabel 5, pagina 16) op maat en leg deze op.

Afb. 60 Pannendrager opleggen en bevestigen
Pos. 1: Pannendrager
Pos. 3: Afdekplaat boven
11 Afsluitende werkzaamheden

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de ontluchting van de zonne-installatie uitvoert met een automatische ontluchter (toebehoren), moet u na het ontluchten de kogelkraan sluiten (zie montagevoorschrift van compleet station).
11.1 Installatiecontrole
Als aanvulling op de op pagina 33 vermelde controlewerkzaamheden moet u de volgende controle uitvoeren:
- Zijn alle overgangen naar collector en dakbedekking sneeuw- en regendicht?
11.2 Aansluit- en verzamelleidingen isoleren
Isolatie van de verzamelleidingen op montageplaats
- Gebruik voor de isolatie van de leidingen binnen materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen.
12 Korte instructie voor twee collectoren
Deze instructie dient slechts als overzicht van de uit te voeren werkzaamheden. Neem absoluut goed nota van de uitvoerige beschrijvingen van de werkzaamheden op de genoemde pagina's en alle veiligheidsaanwijzingen en aanwijzingen voor de gebruiker.
Voorbereidende werkzaamheden op het dak
- Maat X op het dak overbrengen. p. 16
- Beveiliging tegen afglijden monteren. p. 18
- Extra daklatten op het dak aanbrengen. p. 19
Collectormontage voorbereiden
- Afsluitkapjes op de niet benodigde aansluitingen p. 24 schuiven en met klemmen vastzetten.
- Afdichtingsband in de greepgoot van het collectorframe leggen (onder en bij het collectorveld buiten). p. 24
Collectoren bevestigen
- Eerste collector rechts op een afstand van 80 mm van de pannen in de beveiliging tegen afglijden laten glijden. p. 25
- Onderlegplaatjes onder collector schuiven en voor schroef voorboren. p. 25
- Klembeugels met schroef en vulring bevestigen. p. 25
- Voor de dubbelzijdige klembeugels aan de linker p. 25 collectorkant (tussen twee collectoren) voorboren.
- Onderlegplaatje onder collector schuiven en de dubbelzijdige klembeugel slechts een beetje inschroeven. p. 25
- Ribbelbuisverbinders op de aansluitingen van de p. 25 eerste collector schuiven en met klemmen vastzetten.
- Tweede collector tegen de eerste schuiven en tweede p. 26 klem monteren.
- Schroeven van de dubbelzijdige klembeugel vastdraaien. p. 26
- Enkelzijdige klembeugels links monteren. p. 27
Verzamelleidingen aansluiten
- Collectorvoeler tot de aanslag in de collector met de aan te sluiten toevoerleiding schuiven en vastschroeven. p. 28
- Aansluitleidingen op toevoer- en retouraansluiting p. 29 schuiven en met klemmen vastzetten.
- Toevoer-aansluitleiding samen met voelerkabel door p. 29 ontluchtingspan en dakisolatie voeren.
- Installatiecontrole uitvoeren. p. 33
Afdekplaten monteren
- Onderste afdekplaat van rechts naar links plaatsen en met loodschroeven bevestigen. p. 34
- Platen aan de zijkant plaatsen en met klemmen p. 36 vastzetten.
- Afdekstrip tussen de collectoren vastklinken en schroeven handvast vastdraaien. p. 36
- Bovenste afdekplaat van rechts naar links plaatsen, rubber lipje op maat snijden en op rechter afdekplaat insteken. p. 38
- Bovenste afdekplaten met klemmen bevestigen en bij de overlappingen vastzetten met loodschroeven. p. 39
- Pannendrager monteren en pannen op maat snijden. p. 40

Afb. 61 Voorbereidende werkzaamheden op het dak

Afb. 62 Hydraulische aansluiting

Afb. 63 Bevestiging en afdekking van twee collectoren

BOSCH
Robert Bosch Thermotechniek BV
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn