BOSCH AGS 50 - Verwarming

AGS 50 - Verwarming BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AGS 50 BOSCH in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH AGS 50 - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type productZonnestation voor zonne-energiesystemen
MerkBosch
ModelAGS 50
Afmetingen (H×B×D)355 × 290 × 235 mm
Gewichtcirca 12 kg (schatting)
Voeding230 V AC, 50-60 Hz
Max. stroomverbruik pomp1,01 A
Aansluitingen aanvoer/retour28 mm klemringkoppelingen
Aantal collectoren (max.)21-50
Toegestane temperatuur aanvoer130 °C
Toegestane temperatuur retour110 °C
Aanspreekdruk veiligheidsventiel6 bar
Veiligheidsventiel aansluitingDN 20, 1"
Geschikt mediumPropyleenglycol-mengsel (Tyfocor L of LS)
FunctiesCirculatie, ontluchting, drukbewaking, temperatuurmeting
OnderhoudControleer jaarlijks druk, vorstbescherming en ontluchting
ReinigingSolarvulpomp reinigen met water na gebruik
VeiligheidVeiligheidsgroep met manometer en overdrukventiel
ReserveonderdelenPompen, sensoren, afdichtingen, kogelkranen
ReparatieAlleen door erkende installateur
GarantieRaadpleeg Bosch-vertegenwoordiger
IngebruiknameVullen en ontluchten met solarvloeistof

Veelgestelde vragen - AGS 50 BOSCH

Welke solarvloeistof moet ik gebruiken?
Gebruik uitsluitend propyleenglycol-mengsel zoals Tyfocor L of Tyfocor LS. Geen andere vloeistoffen toegestaan.
Hoe stel ik de bedrijfsdruk in?
De bedrijfsdruk moet 0,7 bar hoger zijn dan de statische druk. Bijvoorbeeld: bij 10 m hoogte = 1,0 bar + 0,7 bar = 1,7 bar.
Wat moet ik doen als de pomp niet draait?
Controleer of de pomp vastzit draai de gleufschroef los met een schroevendraaier. Als dat niet helpt, vervang de pomp.
Hoe ontlucht ik het systeem?
Schakel de zonnepomp in op de hoogste stand en open de luchtafscheider op het zonnestation. Herhaal dit na enkele uren bedrijf.
Hoe vaak moet ik de vorstbescherming controleren?
Minimaal elke 2 jaar. Gebruik een vorstbeveiligingsmeetinstrument en zorg voor bescherming tot minimaal -25 °C.
Wat is de maximale temperatuur in het zonnecircuit?
De aanvoertemperatuur mag maximaal 130 °C zijn, de retourtemperatuur 110 °C (pomp). Gebruik hittebestendige materialen.
Hoge druk na vullen: wat nu?
Controleer de voordruk van het expansievat en de bedrijfsdruk. Als het veiligheidsventiel opent, is de druk te hoog; pomp dan wat vloeistof af.
Kan ik zelf onderhoud uitvoeren?
Alleen erkende installateurs mogen het zonnestation openen. U kunt wel de druk en vorstbescherming controleren.
Waarom hoor ik geluiden in het collectorveld?
Geluid wijst op lucht in het systeem of waterslag. Ontlucht de installatie en controleer de leidingen op verval.
Hoe reinig ik de collectoren?
Reinig de collectoren indien nodig met water en een glasreiniger zonder aceton. Gebruik geen schurende middelen.

Gebruikersvragen over AGS 50 BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AGS 50 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AGS 50 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING AGS 50 BOSCH

nl Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur

Inhaltsverzeichnis

1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen 3

1.1 Algemene veiligheidsinstructies 3
1.2 Verklaring symbolen 3

2 Gegevens betreffende het toestel 4

2.1 EG-conformiteitsverklaring 4
2.2 Voorgeschreven toepassing 4
2.3 Leveringsomvang 4
2.4 Productbeschrijving 4
2.5 Technische gegevens en uitvoeringen 5
2.6 Toepassingsvoorbeelden 6

3 Voorschriften

4 Leidingen installeren 8

4.1 Algemeen over het leidingwerk 8
4.2 Leiding leggen 9

5 Zonnestation installeren 10

5.1 Plaatsing in opstellingsruimte 10
5.2 Zonnestation bevestigen 10
5.3 Elektrische aansluiting 10
5.4 Veiligheidsgroep monteren 11
5.5 Expansievat en voorschakelvat aansluiten 11
5.5.1 Voorschakelvat bij vacuümcollectoren monteren (accessoire) 11
5.5.2 Expansievat (accessoire) monteren 12
5.5.3 Voordruk van het expansievat aanpassen 12
5.6 Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten 13
5.7 Temperatuursensor monteren 13
5.7.1 Collectortemperatuursensor 13
5.7.2 Boilertemperatuursensor 13

6 Inbedrijfstelling

6.1 Gebruik van solarvloeistof 14
6.2 Spoelen en vullen met de solar-vulpomp (persvulling) 14
6.2.1 Technische gegevens 15
6.2.2 Speciale hydraulica 15
6.2.3 Filter monteren (accessoire) 15
6.2.4 Solarvulpomp op het zonnesysteem aansluiten 16
6.2.5 Voorbereidende werkzaamheden uitvoeren 16
6.2.6 Zonnesysteem luchtvrij spoelen 17
6.2.7 Het vullen afsluiten en bedrijfsdruk instellen 17
6.2.8 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht 18
6.2.9 Solarvulpomp dæmonteren 18
6.2.10 Solarvulpomp reinigen 19
6.3 Spoelen en vullen met handpomp (ontluchting op het dak) 19
6.3.1 Leidingen spoelen 19
6.3.2 Drukproof met water uitvoeren 20
6.3.3 Water vervangen door solarvloeistof 20
6.3.4 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht 21
6.3.5 Bedrijfsdruk bepalen 21
6.3.6 Vorstbeschermingstemperatuur bepalen 21
6.3.7 Vorstbescherming corrigeren 21
6.4 Doorstroomhoeveelheid instellen 22

7 Inbedrijfname-, inspectie- en onderhoudsprotocol 24

8 Storingen 26

1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen

1.1 Algemene veiligheidsinstructies

Met betrekking tot deze handleiding

Dit voorschrift bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige montage en onderhoud van het zonnestation.

Deze handleiding is bestemd voor de vakman.

De afbeeldingen in dit voorschrift tonen een 2-weg zonnestation met externe regelaar.

▶Deze handleiding aan de klant geven. Geef de klant de nodige uitleg over de werking en bediening van het apparaat.

Neem deze aanwijzingen in acht

▶Lees deze handleiding zorgvuldig door.
▶Houdt de veiligheidsinstructies aan om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen.
▶Alle werkzaamheden, waarvoor het zonnestation moet worden geopend, mogen uitsluitend door een erkend installateur worden uitgevoerd.
▶De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkende installateur worden uitgevoerd.
▶Maak het Zonnestation spanningsloos door de netvoedings-stekker uit de wandcontactdoos te nemen.
▶Om de taptemperatuur tot max. 60 °C te kunnen begrenzen: thermostatisch mengventiel inbouwen.
▶Voer geen veranderingen uit aan de constructie.
- Gebruik alleen materialen, die tegen de mogelijke temperaturen tot maximaal 150 °C bestand zijn.
▶Spoel en vul het zonnesysteem alleen dan, wanneer de zon niet op de collectoren schijnt en er geen vorst (bij spoelen met water) wordt verwacht.

1.2 Verklaring symbolen

BOSCH AGS 50 - Verklaring symbolen - 1

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een geva-rendriehoek aangeduid.

Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.

  • Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
  • Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
  • Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

BOSCH AGS 50 - Verklaring symbolen - 2

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aan- gegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.

Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.

2 Gegevens betreffende het toestel

2.1 EG-conformiteitsverklaring

Dit product voldoet qua constructie en werking aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen alsmede aan eventueel aanvullende nationale eisen. De overeenstemming is aangetoond.

2.2 Voorgeschreven toepassing

De zonnestations AGS mogen alleen voor bedrijf van zonnesystemen in combinatie met geschikte regelaars van de leverancier worden gebruikt.

De zonnestations AGS mogen uitsluitend worden gebruikt bij zonnesystemen met propyleenglycol-mengsel (Tyfocor L of Tyfocor LS). Er mag geen andere medium gebruikt worden.

2.3 Leveringsomvang
① ② 7747006489.04-1.SD

Afb. 1 Verpakkingseenheid - zonnestation met regelaar

1 Zonnestation (1- of 2-weg zonnestation met/zonder regelaar)
2 Veiligheidsgroep (veiligheidsventiel, manometer, vul- en aftapkraan)

bovendien

Bevestigingsmateriaal (niet weergegeven)

2.4 Productbeschrijving

BOSCH AGS 50 - Productbeschrijving - 1

Bij het gebruik van de AGS 50 is naast de ontluchting in het station een automatische ontluchting per collectorveld nodig.

BOSCH AGS 50 - Productbeschrijving - 2

Afb. 2 Zonnestations zonder isolatiedeel op het front en zonder geïntegreerde regelaar

1 Kogelkraan met thermometer (rood = aanvoer 1), blauw = retour) en geïntegreerde terugslagklep:
- 0°=terugslagklep bedrijfsgereed,
- 45°=terugslagklep handmatig open

2 Knelkoppeling

3 Veiligheidsklep

4 Manometer

5 Aansluiting voor expansievat

6 Vul- en aftapkraan

7 Zonnepomp

8 Doorstromingsindicatie

9 Luchtafscheider 1)

10 Regel-/afsluitklep

1) Niet bij 1-weg zonnestations

2.5 Technische gegevens en uitvoeringen

AGS 5 AGS 5 E
Toegestane temperatuur°CAanvoer: 130 / retour: 110 (pomp)
Aanspreekdruk veiligheidsventiel bar 66
Veiligheidsklep-DN 15, aansluiting 34" DN 15, aansluiting 34"
Netspanning – 230V AC, 50 - 60 Hz 230V AC, 50 - 60 Hz
Max. stroomverbruik per pompA0,250,25
Afmetingen (H×B ×D)mm355×290×235355×185×180
Aanvoer- en retouraansluitingen (klemringkoppelingen)mm1515
Aantal collectoren-1 - 51 - 5
AGS 10AGS 10 E
Toegestane temperatuur°CAanvoer: 130 / retour: 110 (pomp)
Aanspreekdruk veiligheidsventiel bar 66
Veiligheidsklep-DN 15, aansluiting 34" DN 15, aansluiting 34"
Netspanning - 230V AC, 50 - 60 Hz 230V AC, 50 - 60 Hz
Max. stroomverbruik per pompA0,540,54
Afmetingen (H×B×D)mm355×290×235355×185×180
Aanvoer- en retouraansluitingen (klemringkoppelingen)mm2222
Aantal collectoren-6 - 106 - 10
AGS 20AGS 50
Toegestane temperatuur°CAanvoer: 130 / retour: 110 (pomp)
Aanspreekdruk veiligheidsventiel bar 66
Veiligheidsklep-DN 15, aansluiting 34" DN 20, aansluiting 1"
Netspanning - 230V AC, 50 - 60 Hz 230V AC, 50 - 60 Hz
Max. stroomverbruik per pompA0,851,01
Afmetingen (H×B×D)mm355×290×235355×290×235
Aanvoer- en retouraansluitingen (klemringkoppelingen)mm2828
Aantal collectoren-11 - 2021 - 50

2.6 Toepassingsvoorbeelden

BOSCH AGS 50 - Toepassingsvoorbeelden - 1

flowchart
graph TD
    A["Feed Tank"] --> B["Pump"]
    B --> C["Control Unit"]
    C --> D["Outlet"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style D fill:#ccf,stroke:#333

BOSCH AGS 50 - Toepassingsvoorbeelden - 2

flowchart
graph TD
    A["Fluid Cylinder"] --> B["Valve"]
    B --> C["Pump"]
    C --> D["Pressure Gauge"]
    D --> E["Directional Control Valve"]
    E --> F["Return Line"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333

BOSCH AGS 50 - Toepassingsvoorbeelden - 3

flowchart
graph TD
    A["Feed Tank"] --> B["Pump"]
    B --> C{Flow Direction}
    C -->|Downward Arrow| D["Reactor"]
    C -->|Upward Arrow| E["Pressure Gauge"]
    D --> F["Outlet"]
    E --> G["Outlet"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style F fill:#ccf,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333

BOSCH AGS 50 - Toepassingsvoorbeelden - 4

flowchart
graph TD
    A["Material Input"] --> B["Processing Unit"]
    B --> C{Feedback Loop}
    C -->|Yes| D["Output"]
    C -->|No| E["Feedback Loop"]
    E --> B
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333

Afb. 3 Verschillende hydraulische toepassingen

1 Standaard systeem met 2-weg zonnestation
2 Twee collectorvelden (oost/west) met 1- en 2-weg zonnestation
3 Installatie met 2 verbruikers met 1- en 2-weg zonnestation
4 Standaard systeem met 1-weg zonnestation en ontluchting boven op het dak

3 Voorschriften

Houdt bij de montage en het gebruik van de installatie de nationale en lokale normen en richtlijnen aan.

De volgende Nederlandse regels zijn van toepassing:

  • NEN 1006 Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties AVWI.
  • NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
    • NEN 3215 Binnenriolering
  • VEWIN-werkbladen
  • Bouwbesluit.
  • Plaatselijk geldende voorschriften van Brandweer, Nutsbedrijven en Gemeente.

4 Leidingen installeren

4.1 Algemeen over het leidingwerk

BOSCH AGS 50 - Algemeen over het leidingwerk - 1

Voorzichtig: Schade aan de installatie door gebruik kunststof leidingen (bijv. PE-buis)!

▶Gebruik alleen materialen die bestand zijn tegen de temperaturen, max. 150 °C die optreden in zonnesystemen.

De collectoren, het zonnestation en de zonneboiler worden met elkaar verbonden door leidingen.

Leg de leidingen stijgend van de boiler naar de collector om luchtinsluitingen te voorkomen.

BOSCH AGS 50 - Algemeen over het leidingwerk - 2

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["2"]
    B --> C["3"]
    C --> D["4"]
    D --> E["5"]
    E --> F["6"]
    F --> G["7747006489-05.1SD"]

Afb. 4 Leidingwerk van het zonnesysteem

1 Leiding naar collectortemperatuursensor
2 Collectoren
3 Zonnestation
4 Zonneboiler

Verbinding van de leidingen

BOSCH AGS 50 - Verbinding van de leidingen - 1

Voorzichtig: Schade aan de installatie door hitteontwikkeling bij het hard solderen.

▶Soldeer nooit in de buurt van vacuum-buiscollectoren.

▶De koperen leidingen bij zonnesystemen alleen hard-solderen.

Als alternatief voor het solderen, kunt u ook met knel-koppelingen of met persfittingen werken, mits die glycol- en temperatuurbestendig (150 °C) zijn.

BOSCH AGS 50 - Verbinding van de leidingen - 2

Het verdient aanbeveling de leidingen via een leidingnetberekening te dimensioneren. Tabel 4 maakt een geschatte dimensionering mogelijk.

In het geval dat er veel extra weerstanden zijn (bochten, armaturen enz.) moet eventueel een leiding met een grote diameter worden gekozen.

enkelvou-dige lei-dinglengteAantal collectoren
max. 5 max. 10 max. 15 max. 20
max. 6 m Dubbele pijp 15 ∅ 15 mm (DN12)∅ 18 mm (DN15)∅ 22 mm (DN20)∅ 22 mm (DN20)
max. 10 m Dubbele pijp 15 ∅ 15 mm (DN12)∅ 22 mm (DN20)∅ 22 mm (DN20)∅ 28 mm (DN25)
max. 15 m Dubbele pijp 15 ∅ 15 mm (DN12)∅ 22 mm (DN20)∅ 28 mm (DN25)∅ 28 mm (DN25)
max. 20 m ∅ 18 mm (DN15)∅ 22 mm (DN20)∅ 28 mm (DN25)∅ 28 mm (DN25)
max. 25 m ∅ 18 mm (DN15)∅ 28 mm (DN25)∅ 28 mm (DN25)∅ 35mm (DN32)

Tabel 4 Dimensionering van de leidingen

BOSCH AGS 50 - Verbinding van de leidingen - 3

Wanneer schroefdraadkoppelingen worden afgedicht met hennep:

▶Een tot 150 °C temperatuurbestendige schroefdraadafdichtpasta gebruiken.

4.2 Leiding leggen

Leidingen aarden

De werkzaamheden moeten door een erkende installateur worden uitgevoerd.

▶Breng een aardklem aan op de aanvoer- en retourleiding (willekeurige positie).
▶Aardklemmen via potentiaalvereffeningskabel (mini-maal 6 mm ^2 ) op de potentiaalvereffening van het gebouw aansluiten.

Leidingen leggen bij gebruik van een automatische ont- luchting op het dak (accessoire)

▶Leidingen stijgend naar de ontluchting leggen. Bij iedere richtingsverandering naar beneden toe is een extra ontluchting nodig (temperatuurbestendigheid (150 °C).

BOSCH AGS 50 - Leidingen leggen bij gebruik van een automatische ont- luchting op het dak (accessoire) - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["Valve"]
    B --> C["Control Unit"]
    C --> D["Storage Tank"]
    D --> E["Reactor"]
    E --> F["Outlet"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style F fill:#bbf,stroke:#333

Afb. 5 Positie van de automatische ontluchting

▶Gebruik voor de isolatie van de leidingen buiten UV-bestendige materialen en materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen (150 °C).
▶Gebruik voor de isolatie van de leidingen binnen materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen (150 °C).

5 Zonnestation installeren

5.1 Plaatsing in opstellingsruimte

BOSCH AGS 50 - Plaatsing in opstellingsruimte - 1

Voorzichtig: Beschadiging van het zonne- station door warmtestuwing!

Zorg ervoor, dat de ventilatiegleuven bovenaan en onderaan in de isolatie geopend zijn.

▶Om de temperatuursensor gemakkelijker te kunnen aansluiten moet het zonnestation (2) in de directe nabijheid van de zonneboiler (1) worden gemonteerd.
Zorg voor voldoende ruimte voor het expansievat (3) en het opvangvat (4).

① 300 - 600 ② 1600 - 1700 ④ ③ 7747006489.07.1.SD

Afb. 6 Aanbevolen opstelling (maten in mm)

1 Zonneboiler
2 Zonnestation
3 Expansievat
4 Opvangvat

5.2 Zonnestation bevestigen

1-weg zonnestation

▶Gat (2) boren en zonnestation met meegeleverde plug en schroef bevestigen.

2-weg zonnestation

▶Op een afstand van 60 mm gaten (1) boren en zonne-station met meegeleverde pluggen en schroeven bevestigen.

60mm 10 mm 10 mm 8 mm 7747006489.08-1.SD

Afb. 7 Montage station

1 Bevestiging bij 2-weg zonnestation
2 Bevestiging bij 1-weg zonnestation

5.3 Elektrische aansluiting

De elektrische aansluiting moet door een erkende installateur worden uitgevoerd rekening houdend met de lokale voorschriften.

BOSCH AGS 50 - Elektrische aansluiting - 1

Voorzichtig: Schade aan de pomp!

▶Let erop dat de pomp pas in bedrijf wordt genomen, wanneer het leidingsysteem is gevuld. Anders kan de pomp beschadigd raken.

▶De kabels van de pompen en temperatuursensorn conform de montagehandleiding van de regelaar op de regelaar aansluiten.

5.4 Veiligheidsgroep monteren

BOSCH AGS 50 - Veiligheidsgroep monteren - 1

Bij 1-weg zonnestation

▶Veiligheidsgroep links monteren.

▶Veiligheidsgroep met meegeleverde afdichting (1) op het zonnestation monteren.

7747006489.13-1.SD

Afb. 8 Veiligheidsgroep monteren

1 Afdichting (21×30×2)

5.5 Expansievat en voorschakelvat aan- sluiten

BOSCH AGS 50 - Expansievat en voorschakelvat aan- sluiten - 1

Het voorschakelvat (indien aanwezig) en het expansievat evenals de aangesloten leidingen tot aan de veiligheidsgroep mogen niet geïsoleerd worden.

5.5.1 Voorschakelvat bij vacuümcollectoren monteren (accessoire)

Bij vacuümcollectoren is een voorschakelvat nodig, wanneer:

  • de installatie voor verwarmingsondersteuning is bedoeld.
  • bij installaties voor drinkwateropwarming de dekkingsgraad meer dan 60 % bedraagt.

Het voorschakelvat beschermt het expansievat voor ontoelaatbaar hoge temperaturen.

5 liter 12 liter
Hoogte 270 mm 270 mm
Diameter 160 mm 270 mm
Aansluiting 2 x R 34 " 2 x R 34 "
Max. bedrijfsdruk10 bar10 bar

Tabel 5 Technische gegevens voorschakelvat

Voorschakelvat aansluiten

Wanneer de leiding naar het expansievat stijgend moet worden gelegd, dan moet een extra ontluchting worden ingebouwd.

▶Ter bescherming van het veiligheidsventiel tegen te hoge temperaturen: voorschakel- en expansievat met een T-stuk (G ^3/4 A buiten met vlakke pakking) 20 tot 30 cm boven het zonnestation in de retour installeren.
▶Bevestig de leidingen van en naar het voorschakelvat met leidingbeugels (4). Het voorschakelvat moet in verticale positie gemonteerd worden.
▶Expansievat (5) met een koperen leiding op het voorschakelvat aansluiten.
▶Aansluiting op veiligheidsventiel met dop 34 " (2) lokaal afsluiten.

20-30 cm ① ② ③ ④ ⑤ 7747006489.14-1.SD

Afb. 9 Montage van het voorschakelvat

1 RVS-ribbelslang uit aansluitset voor het expansievat (accessoire)
2 Blindstop op aansluiting van de veiligheidsgroep (niet mee-geleverd)
3 Voorschakelvat
4 Leidingbeugel
5 Expansievat

5.5.2 Expansievat (accessoire) monteren

  • Expansievat met bijbehorend bevestigingsmateriaal monteren.
    ▶Expansievat (3) in de retour op de veiligheidsgroep van het zonnestation aansluiten.

① ② ③ 7747006489.16-1.SD

Afb. 10 Expansievat aansluiten

1 Veiligheidsklep
2 RVS-ribbelslang uit aansluitset voor het expansievat (accessoire)
3 Expansievat

5.5.3 Voordruk van het expansievat aanpassen

BOSCH AGS 50 - Voordruk van het expansievat aanpassen - 1

De voordruk van het expansievat wordt berekend op basis van de statische installatiehoogte plus 0,4 bar (1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar).

▶Stel de voordruk in wanneer het vat onbelast is (zonder vloeistofdruk), om het maximum bruikbare volume ter beschikking te stellen.
▶Wanneer de berekende voordruk hoger of lager is dan de in de fabriek ingestelde voordruk moet u de voordruk overeenkomstig corrigeren.

5.6 Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten

BOSCH AGS 50 - Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten - 1

Gevaar: Persoonlijke letsel en schade aan de installatie door verkeerd gemonteerde overstortleiding!

▶Voer de overstortleiding uit in de afmetingen van de uitlaat van het overstort (max. lengte = 2 m en max. 2 bochten).

Kort de leidingen zodanig in, dat deze tot aan de aanslag in de klemringkoppeling (1) kunnen worden geschoven.
▶Overstortleiding (2) zichtbaar in het opvangvat (4) laten uitmonden en vastzetten met een leidingbeugel (3).

BOSCH AGS 50 - Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten - 2

Afb. 11 Aansluiting op het zonnestation

1 Knelkoppeling
2 Overstortleiding (niet meegeleverd)
3 Leidingbeugel
4 Leeg vat (opvangvat)

Monteer de vul- en aftapkraan.

▶Monteer in de retourleiding op het laagste punt van het zonnesysteem een inrichting voor het aftappen van het zonnesysteem (T-stuk met vul- en aftapkraan → afb. 12, (4)).

5.7 Temperatuursensor monteren

De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden door een geautoriseerde vakman.

De temperatuursensoren zijn beveiligd tegen ompolen.

5.7.1 Collectortemperatuursensor

Gebruik een waterdichte aansluitdoos wanneer de kabel van de collectortemperatuursensor op een vochtgevaar- lijke locatie moet worden aangesloten.

▶Verleng de sensorkabel met een tweeaderige kabel (3).
▶Bescherm de verbindingen (2) boven en onder eventueel met een aansluitdoos.

BOSCH AGS 50 - Collectortemperatuursensor - 1

flowchart
graph TD
    A["①"] --> B["②"]
    B --> C["③"]
    C --> D["④"]
    D --> E["⑤"]
    E --> F["②"]
    F --> G["④"]
    G --> H["⑤"]
    H --> I["②"]
    I --> J["④"]
    J --> K["⑤"]
    K --> L["②"]
    L --> M["④"]
    M --> N["⑤"]
    N --> O["②"]
    O --> P["④"]
    P --> Q["⑤"]
    Q --> R["②"]
    R --> S["④"]
    S --> T["⑤"]
    T --> U["②"]
    U --> V["④"]
    V --> W["⑤"]
    W --> X["②"]
    X --> Y["④"]
    Y --> Z["⑤"]
    Z --> AA["②"]
    AA --> AB["④"]
    AB --> AC["⑤"]
    AC --> AD["②"]
    AD --> AE["④"]
    AE --> AF["⑤"]
    AF --> AG["②"]
    AG --> AH["④"]
    AH --> AI["⑤"]
    AI --> AJ["②"]

Afb. 12 Collector- en boilertemperatuursensor op zonne-station met geïntegreerde regelaar

1 Collectortemperatuursensor
2 Verbinding
3 Tweeaderige kabel (2 x 0,75 mm ^2 tot max. lengte 50 m, niet meegeleverd)
4 Vul- en aftapkraan voor aftappen (niet meegeleverd)
5 Boilertemperatuursensor

5.7.2 Boilertemperatuursensor

De montageinstructies en -gegevens kunt u in de installatiehandleidingen voor boiler en regelaar vinden.

6 Inbedrijfstelling

BOSCH AGS 50 - Inbedrijfstelling - 1

Voorzichtig: Schade aan de installatie door bevroren water of door verdamping in de zonnecircuit.

▶Spoel en vul het zonnesysteem alleen dan, wanneer de zon niet op de collectoren schijnt en er geen vorst (bij spoelen met water) wordt verwacht.

BOSCH AGS 50 - Inbedrijfstelling - 2

Houdt bij het vullen van de solarvloeistof rekening met het extra volume van het voorschakelvat (mits geïnstalleerd).

Het voorschakelvat en het expansievat moe- ten voldoende worden ontlucht.

6.1 Gebruik van solarvloeistof

BOSCH AGS 50 - Gebruik van solarvloeistof - 1

Voorzichtig: Gevaar voor letsel door contact met solarvloeistof

▶Draag bij de omgang met solarvloeistof handschoenen en een veiligheidsbril.

▶Wanneer solarvloeistof op de huid komt: solarvloeistof met water en zeep afwassen.

▶Wanneer er solarvloeistof in uw ogen komt, moet u uw ogen, met opengesperde oogleden, meteen grondig onder stromend water uitspoelen.

De solarvloeistof is gebruiksklaar gemengd. Zo wordt er een veilige werking gegarandeerd binnen het aangegeven temperatuurbereik, is de installatie beschermd tegen vorst en wordt er een hoge bescherming tegen verdamping geboden.

De vloeistof is biologisch afbreekbaar. Een veiligheids-specificatieblad met meer informatie over de solarvloeistof kan bij de leverancier worden aangevraagd.

De collectoren mogen enkel met solarvloeistof gevuld worden.

6.2 Spoelen en vullen met de solar-vulpomp (persvulling)

De solarvulpomp genereert tijdens het vullen met solarvloeistof een zo hoge stroomsnelheid, dat de lucht die zich in de installatie bevindt in het vat wordt gedrukt (geen ontluchter op het dak nodig).

Restlucht, die zich nog in de solarvloeistof bevindt, wordt via de ontluchting van het solarstation afgescheiden.

① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ 7747006489.26-1.SD ⑩ ⑪ ⑫ ⑫

Afb. 13 Solarvulpomp

1 Aansluiting 1"
2 Inhoudsindicatie (6-25 liter)
3 Uitneembaar vat
4 Kogelkraan in aanzuigleiding
5 Aansluiting (3/4") voor persslang
6 Solarvulpomp
7 Bedrijfsschakelaar solarvulpomp
8 Vul- en aftapkraan voor legen van de pomp
9 Opvangbak
10 Retourslang 3/4"
11 Perslang 12 "
12 Aanzuigslang

Solarvulpomp
Netspanning V 230
Frequentie Hz 50 - 60
Max. vermogensopname W 775
Toegestane mediumtemperatuur voor pomp°C 0 - 55
Toegestaan bedrijfsmediumWater, propyleen-glycol-watermeng-sel max. 50/50 %
Maximale opvoerhoogte bij:
• Solarvloeistofm36
• Waterm40
Max. doorstroming bij solar-vloeistof m^3/h 3,0
Max. doorstroming bij water m^3/h 3,6
Containerinhoud1 30
Totaal gewicht (leeg)kg34

Tabel 6 Technische gegevens solarvulpomp

6.2.2 Speciale hydraulica

  • Bij parallel geschakelde collectorvelden moet ieder afzonderlijk collectorveld worden gespoeld. Hiervoor in de aanvoerleidingen glycol- en temperatuurbestendige afsluitarmaturen monteren.
  • Bij installaties met twee collectorvelden (b.v. oost/ west) moet ieder afzonderlijk veld via de eigen retour worden gespoeld.
  • Bij installations met twee boilers, die via twee pompen worden bediend, moet iedere afzonderlijke verbruiker via de eigen retour worden gespoeld.
  • Bij installaties met twee boilers, die via één pomp en één omschakelventiel worden bediend, moet iedere afzonderlijke verbruiker opeenvolgend worden gespoeld. Hiervoor het omschakelventiel overeenkomstig schakelen

6.2.3 Filter monteren (accessoire)

Om nog beter te waarborgen dat er geen grove vuildeeltjes in de solarvulpomp terecht komen, kan een filter worden gemonteerd.

▶Buisklem (2) op het gat van de solarvulpomp bevestigen.
▶Filter (1) op de buisklem monteren. Daarbij moet de bediening van de kogelkraan aan de voorzijde mogelijk zijn.
▶Meegeleverde slang (3) tussen het filter en de bovenste containeraansluiting monteren.
▶Retourslang 34 " (4) tussen het filter en de door-stroombegrenzer van het zonnestation monteren.

BOSCH AGS 50 - Filter monteren (accessoire) - 1

Afb. 14 Filter op de solarvulpomp monteren.

1 Filter
2 leidingklem
3 Slang naar filter
4 Retourslang 34 "
5 Perslang 12 "

6.2.4 Solarvulpomp op het zonnesysteem aansluiten

  • Sluit de persslang 12 " met het T-stuk (1) op de vul- en aftapkraan van de veiligheidsgroep en op de pomp (4) aan.
    ▶Sluit de retourslang 3/4" met kogelkraan tussen door-stroombegrenzer (2) en container boven (3) aan.

7747006489.28-1.SD

Afb. 15 Pers- en retourslang aansluiten

1 Persslang
2 Retourslang
3 Container boven
4 Aansluiting op pomp

6.2.5 Voorbereidende werkzaamheden uitvoeren

▶Vul- en aftapkraan (2) op de pomp sluiten
▶ Voldoende solarvloeistof in de container van de solar-vulpomp vullen.

Naast het installatievolume is hier ca. 10 liter nodig voor de pomp, de slangen, enz.

▶Om de pomp met solarvloeistof te vullen: open de kogelkraan op de aanzuigslang (3) van de pomp en de vul- en aftapkraan (1) in de aftakking van het T-stuk.

▶Sluit de vul- en aftapkraan (1) op het T-stuk, wanneer de pomp is volgelopen.

7747006489.29-1.SD

Afb. 16

1 Vul- en aftapkraan op de aftakking van het T-stuk van de pers-slang
2 Vul- en aftapkraan op de pomp
3 Vul- en aftapkraan op de aanzuigslang
▶Sluit de rechter kogelkraan (5) van het zonnestation en open de linker kogelkraan (6) helemaal.
▶Doorstroombegrenzer (3) met inbussleutel SW4 geheel openen.
▶Open de vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep (1), op het uiteinde van de persslang (2) en op de doorstroombegrenzer (4).

7747006489.30-1.SD

Afb. 17

1 Vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep
2 Vul- en aftapkraan op de persslang
3 Instelschroef op de doorstroombegrenzer
4 Vul- en aftapkraan op de doorstroombegrenzer
5 Kogelkraan op de rechter thermometer gesloten (90°)
6 Kogelkraan op de linker thermometer geheel open (0°)

6.2.6 Zonnesysteem luchtvrij spoelen

▶ Pomp inschakelen ( afb. 18, (3)).

BOSCH AGS 50 - Zonnesysteem luchtvrij spoelen - 1

Voorzichtig: Schade aan de pomp!

▶De pomp mag slechts kortstondig (max. 1 minuut) tegen een gesloten afsluiter draaien.

BOSCH AGS 50 - Zonnesysteem luchtvrij spoelen - 2

Het minimale niveau in de container van de solarvulpomp van 6 liter mag niet worden onderschreden (indicatie „Min“).

▶Spoel de leidingen ca. 10 minuten, tot de solarvloeistof (2) in de slangen en in de container vrij is van luchtbellen.
▶Tijdens het spoelen de vul- en aftapkraan meerdere malen kortstondig smoren en daarna snel geheel openen, om opgehoopte lucht in de leiding los te maken.
▶Het bypass-traject via de doorstroombegrenzer door tijdelijk schuin draaien van de rechter kogelkraan (45°, terugslagklep handmatig open) luchtvrij spoelen (1).
▶Drukproef uitvoeren - daarbij moet er rekening gehouden worden met de toegestane druk voor alle componenten.

BOSCH AGS 50 - Zonnesysteem luchtvrij spoelen - 3

Afb. 18 Pomp inschakelen en de afwezigheid van lucht controleren

1 Rechter kogelkraan en terugslagklep op rechter thermometer geopend (45°-stand)
2 Solarvloeistof
3 Pomp ingeschakeld

6.2.7 Het vullen afsluiten en bedrijfsdruk instellen

Bij de inbedrijfstelling moet de bedrijfsdruk 0,7 bar hoger liggen dan de statische druk (1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar).

Voorbeeld: 10 m statische hoogte komt overeen met 1,0 bar plus 0,7 bar = 1,7 bar bedrijfsdruk.

  • Sluit de vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep (2), op de doorstroombegrenzer (4) en op de retourslang (3).
    ▶Na het inschakelen van de pomp: vul- en aftapkraan (2) op de veiligheidsgroep langzaam openen, tot de benodigde bedrijfsdruk is bereikt.
    ▶Pomp uitschakelen.
    Kogelkraan (1) op de thermometer op 0° instellen (terugslagklep bedrijfsgereed).
    Zonnepomp op de hoogste snelheid instellen en minimaal 15 minuten laten draaien, zodat de nog resterende lucht zich in de luchtafscheider kan verzamelen.
    ▶Luchtafscheider (5) ontluchten en evt. de bedrijfsdruk corrigeren.

BOSCH AGS 50 - Het vullen afsluiten en bedrijfsdruk instellen - 1

Afb. 19 Vul- en aftapkraan sluiten en openen

1 Kogelkraan op de thermometer op 0° instellen (terugslag-klep bedrijfsgereed)
2 Vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep
3 Vul- en aftapkraan op retourslang
4 Vul- en aftapkraan op de doorstroombegrenzer
5 Ontluchtingsschroef op de ontluchting

6.2.8 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht

BOSCH AGS 50 - Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht - 1

Wanneer de zwarte wijzer van de manometer (1) bij het in- en uitschakelen van de zonne-pomp drukvariaties aangeeft, dan moet het zonnesysteem verder worden ontlucht.

▶Zonnepomp(en) handmatig in- en uitschakelen.
▶Controleer tijdens het schakelen de zwarte wijzer van de manometer (1) op de veiligheidsgroep.

7747006489.33-1.SD

Afb. 20 Manometeraanwijzing controleren

1 Manometer

6.2.9 Solarvulpomp demonteren

▶Vul- en aftapkraan (2) op de aftakking van het T-stuk van de persslang openen.
▶Voor het legen van de solarvulpomp de kogelkraan (4) op de aanzuigslang sluiten.
▶Vul- en aftapkraan (5) van de pomp openen en de persslang leeg laten lopen (in opvangbak).
▶Vul- en aftapkraan (5) sluiten

BOSCH AGS 50 - Solarvulpomp demonteren - 1

Laat de solarvloeistof in een opvangbak lo- pen, om deze daarna in de container van de solarvulpomp of in een vat op te slaan.

  • Sluit beide vul- en aftapkranen (1, 2) op het T-stuk van de persslang en demonteer de persslang.
    ▶Sluit de vul- en aftapkraan (6) op de doorstroombegrenzer en maak de retourslang los.
    ▶Retourslang (3) leeg laten lopen en van de container afschroeven.

7747006489.34-1.SD

Afb. 21 Slang legen en solarvulpomp demonteren

1 Vul- en aftapkraan op de persslang
2 Vul- en aftapkraan op de aftakking van het T-stuk van de pers-slang
3 Retourslang
4 Kogelkraan op aanzuigslang
5 Vul- en aftapkraan van de pomp
6 Vul- en aftapkraan op de doorstroombegrenzer

▶Resterende solarvloeistof in het vat opvangen.

▶De lege container weer in de solarvulpomp plaatsen en de retour- en persslang monteren.

6.2.10 Solarvulpomp reinigen

Om de pomp, slangen en container tegen slijtage te beschermen, moeten deze worden gereinigd.

BOSCH AGS 50 - Solarvulpomp reinigen - 1

Voorzichtig: Vorstschade!

▶Let erop dat er geen water in de pomp achterblijft.

▶Retourslang op waterkraan aansluiten en de container vullen met ca 25 liter water.
▶Persslang uit laten lopen in een afvoer.
▶Open de kogelkraan op de aanzuigslang (→ afb. 22, (1)) en wacht tot de pomp is volgelopen.
▶Schakel de pomp in om de onderdelen te reinigen.
▶Schakel de pomp uit, wanneer het niveau "Min." is bereikt.
▶Netstekker losmaken en de pomp via de vul- en aftapkraan (2) leeg laten lopen.

7747006489.35-1.SD

Afb. 22 Pomp en container reinigen

1 Kogelkraan op aanzuigslang
2 Vul- en aftapkraan van de pomp
▶Container afzonderlijk reinigen.

6.3 Spoelen en vullen met handpomp (ont-luchting op het dak)

BOSCH AGS 50 - Spoelen en vullen met handpomp (ont-luchting op het dak) - 1

Voorzichtig: Schade aan de collector!

▶Bij vacuümbuiscollectoren uitsluitend met persvulling (par. 6.2) werken, omdat de collectoren niet met water gevuld mo-gen worden.

6.3.1 Leidingen spoelen

BOSCH AGS 50 - Leidingen spoelen - 1

Wanneer een voorschakelvat is gemonteerd:

▶voorschakelvat tijdens de spoeling van het zonnecircuit losgekoppelen, zodat het eventueel in het voorschakelvat resteren-de water zich niet met de solarvloeistof kan vermengen.

▶Sluit op de vul- en aftapkraan van de veiligheidsgroep een slang (1) aan, die verbonden is met het waterleidingnet.
▶Op de vul- en aftapkraan van de doorstroombegrenzer een slang (2) aansluiten, die het water afvoert.

7747008488-21.1SD ① ②

Afb. 23 Solarstation met kogelkranen en terugslagkleppen in de thermometers

1 Slang voor watertoevoer
2 Slang voor waterafvoer

▶Alle afsluiters openen.

▶ Sluit de rechter kogelkraan (2) op het solarstation en de kogelkraan op de ontluchter (→ fig. 25, (3)).
▶Spoel het leidingsysteem en waarborg daarbij, dat de maximale bedrijfsdruk hierbij niet wordt overschreden.
▶Watertoevoer sluiten.

▶Vul- en aftapkraan (3) in het zonnestation sluiten.

BOSCH AGS 50 - Wanneer een voorschakelvat is gemonteerd: - 2

1 Linker kogelkraan geheel geopend (0°)
2 Rechter kogelkraan gesloten (90°)
3 Vul- en aftapkraan in het zonnestation

6.3.2 Drukproof met water uitvoeren

Het zonnesysteem wordt ontlucht via de geopende afsluitschroef (2) van de automatische ontluchting. Om te waarborgen dat tijdens normaal bedrijf geen vocht de ontluchting binnen kan dringen, moet de weerbeschermkap (1) altijd op de afsluitschroef zijn geplaatst.

▶Kogelkraan (3) openen.
▶Afsluitschroef (2) een slag uitdraaien.

① ② ③ 7747006489-22.1SD

Afb. 25 Ontluchting openen

1 Beschermkapje (weersomstandigheden)
2 Afsluitschroef
3 Kogelkraan

Kogelkraan (1) op de thermometers op 45° instellen en de doorstroombegrenzer (2) en andere afsluitinrichtingen openen.

BOSCH AGS 50 - Drukproof met water uitvoeren - 2

Afb. 26 Geopende afsluitinrichtingen

1 Kogelkraan en terugslagklep op thermometer geopend (45°-stand)
2 Doorstroombegrenzer geopend
▶Drukproef uitvoeren - daarbij moet er rekening gehouden worden met de toegestane druk voor alle componenten.
▶Na de drukproef het water aflaten en de automatische ontluchting reinigen.

6.3.3 Water vervangen door solarvloeistof

BOSCH AGS 50 - Water vervangen door solarvloeistof - 1

De leidingen moeten volledig worden geleegd, omdat er anders vermenging met de solarvloeistof optreedt.

Voor het vullen kunt u gebruik maken van elektrische pompen, handpompen of boormachinepompen, die tenminste een druk van 2 bar kunnen genereren.

▶Vul het zonnesysteem met behulp van een pomp via een van de vul- en aftapkranen (1) in het zonnestation.

7747006489.36-1.SD

Afb. 27 Vullen via vul- en aftapkraan

1 Vul- en aftapkranen

Kogelkraan (→ fig. 26, (1)) op de thermometers op 45° instellen en de doorstroombegrenzer (→ fig. 26, (2)) en andere afsluitinrichtingen openen.
Zorg ervoor, dat het zonnesysteem langzaam gevuld wordt, zodat er zich geen luchtbellen kunnen vormen.
▶Daarna de kogelkranen op de thermometers zodanig instellen, dat de terugslagkleppen bedrijfsgereed zijn (0°-stand).

6.3.4 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht

BOSCH AGS 50 - Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht - 1

Wanneer de zwarte wijzer van de manometer (1) bij het in- en uitschakelen van de zonne-pomp drukvariaties aangeeft, dan moet het zonnesysteem verder worden ontlucht.

▶Zonnepomp(en) handmatig in- en uitschakelen.
- Controleer tijdens het schakelen de zwarte wijzer van de manometer (1) op de veiligheidsgroep.

7747006489.33-1.SD

Afb. 28 Manometeraanwijzing controleren

1 Manometer

6.3.5 Bedrijfsdruk bepalen

Bij de inbedrijfstelling moet de bedrijfsdruk 0,7 bar hoger liggen dan de statische druk (1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar).

Voorbeeld: 10 m statische hoogte komt overeen met 1,0 bar plus 0,7 bar = 1,7 bar bedrijfsdruk.

▶Bij ontbrekende druk solarvloeistof bijpompen.
▶Na het beëindigen van de ontluchting moet de kogelkraan van de ontluchter gesloten worden.

Alleen bij een gesloten ontluchting zal bij de verdamping van solarvloeistof in de collector de druk via het expansievat gecompenseerd worden.

6.3.6 Vorstbeschermingstemperatuur bepalen

Om de vorstbeschermingstemperatuur te bepalen, verdient het aanbeveling bij de eerste inbedrijfname de vorstbeveiliging van de solarvloeistof te controleren met een vorstbeveiligingsmeetinstrument (Glykomat of refractometer). De meting moet met regelmatige tussenpozen worden herhaald (minimaal iedere twee jaar).

De gewone uitvoeringen voor de CFK-koelvloeistof zijn hiervoor niet geschikt. Een geschikt instrument kan afzonderlijk besteld worden.

Bij gebruik van de installatie met Tyfocor LS

Wanneer het zonnesysteem met Tyfocor LS wordt gebruikt, moet de waarde aan de hand van tabel 7 worden omgerekend.

Afgelezen waarde bij Tyfocor L (concentratie)Komt overeen met vorstbescherming bij Tyfocor LS
-23 °C (39 %) -28 °C
-20 °C (36 %) -25 °C
-18 °C (34 %) -23 °C
-16 °C (31 %) -21 °C
-14 °C (29 %) -19 °C
-11 °C (24 %) -16 °C
-10 °C (23 %) -15 °C
-8 °C (19 %) -13 °C
-6 °C (15 %) -11 °C
-5 °C (13 %) -10 °C
-3 °C (8 %) -8 °C

Tabel 7 Vorstbescherming voor Tyfocor LS omrekenen

Voorzichtig: Vorstschade

▶Controleer iedere 2 jaar of de benodigde vorstbescherming tot minimaal -25 °C (bij prefab mengsel 30/70 tot - 14 °C) is gewaarborgd.

Wanneer de minimale vorstbescherming niet wordt gehaald, dan moet solarvloeistofconcentraat worden bijgevuld.

▶Bepaal het installatievolume met behulp van de tabel 8, om het precieze volume te bepalen (komt overeen met de hoeveelheid vloeistof die eerst moet worden afgetapt).

Installatieonderdeel Vulvolume

1 FKC-collector verticaal 0,86 l
1 FKC-collector horizontaal 1,25 l
1 FKT-collector verticaal 1,43 l
1 FKT-collector horizontaal 1,76 l
1 Een-weg zonnestation 0,20 l
1 Twee-weg zonnestation0,50 l
1 warmtewisselaar in de zonneboilerZie ontwerpdocu-mentatie
1 m koperleiding ∅ 15 mm0,13 l
1 m koperleiding ∅ 18 mm0,20 l
1 m koperleiding ∅ 22 mm0,31 l
1 m koperleiding ∅ 28 mm0,53 l
1 m Cu-leiding ∅ 35 mm0,86 l
1 m koperleiding ∅ 42 mm1,26 l
1 m stalen leiding R 34 0,37 l
1 m stalen leiding R 10,58 l
1 m stalen leiding R 114 1,01 l
1 m stalen leiding R 112 1,37 l

Tabel 8 Vulvolume van de afzonderlijke installatieonderde- len

▶Navulhoeveelheid (V _Verversen ) van het concentraat bij prefab mengsel solarvloeistof 45/55 met volgende formule bepalen:

$$ \mathrm{V} _ {\text { Verversen }} = \mathrm{V} _ {\text { tot }} \times \frac {4 5 - \mathrm{C} _ {\text { Concentratie }}}{1 0 0 - \mathrm{C} _ {\text { Concentratie }}} $$

Afb. 29 Formule voor de berekening van de te vervangen vulling bij solarvloeistof met 45% glycolaandeel (bij 30% glycolaandeel in de formule 28 in plaats van 45 gebruiken)

Voorbeeld voor Tyfocor L met 45% glycolaandeel:

• Installatievolume (V tot ): 22 l
• Vortsbeveiliging (afgelezen waarde): -14 °C
- Komt overeen met concentratie (→ tab. 7): 30 % (C = 30)
- Resultaat: V
Verversen = 4,7 liter
▶Berekende navulhoeveelheid (V Verversen) aftappen en concentraat bijvullen.

6.4 Doorstroomhoeveelheid instellen

De doorstroomhoeveelheid wordt in koude toestand (30 - 40 °C) ingesteld.

  • Wanneer de zonnepomp toerentalgeregeld wordt gebruikt, bepaalt de regelaar afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden de doorstroomhoeveelheid.
  • Wanneer de regelaar niet met een toerentalregeling is uitgerust of wanneer deze is uitgeschakeld, dan moet de doorstroomhoeveelheid op een vaste volumestroom worden ingesteld.

Kogelkraan (1) op 0° instellen (terugslagklep bedrijfsgereed).
▶Doorstroombegrenzer (2) met inbussleutel SW4 geheel openen.
▶Op de regelaar de bedrijfsstand "handbedrijf AAN" kiezen (→ handleiding regelaar).

BOSCH AGS 50 - Doorstroomhoeveelheid instellen - 1

1 Terugslagklep bedrijfsgereed
2 Instelschroef op de doorstroombegrenzer
3 Afleeszijde voor de doorstroomhoeveelheid
4 Pompschakelaar op de zonnepomp

- Benodigde doorstroomhoeveelheid uit tabel 9 aflezen.

BOSCH AGS 50 - Doorstroomhoeveelheid instellen - 2

De specificaties in tab. 9 gelden voor eenrijige of parallel geschakelde meerrijige collectorvelden. In serie geschakelde collectorvelden moeten via de te bepalen totale volumestroom worden ingesteld.

▶In het venster van de doorstroombegrenzer de doorstroomhoeveelheid controleren (→ fig. 30, (3)).

Stel als voorinstelling van de doorstroomhoeveelheid de stappenschakelaar van de zonnepomp (→fig. 30, (4)) zodanig in, dat de benodigde doorstroomhoeveelheid bij de zo laag mogelijke pompstand wordt bereikt.

BOSCH AGS 50 - Doorstroomhoeveelheid instellen - 3

Bij toerentalgeregelde zonnepompen mag de stappenschakelaar van de pomp niet op 1 staan.

BOSCH AGS 50 - Doorstroomhoeveelheid instellen - 4

Wanneer de gegeven doorstroomhoeveelheid bij de hoogste pompstand van de pomp niet wordt bereikt:

▶Controleer de toegestane leidinglengte en dimensionering (→ hoofdstuk 4.1).
▶Pas indien nodig een krachtiger pomp toe.

Doorstroomhoeveelheid l/min(bij 30 - 40 °C in retour)
Aantalcollectoren(volumestrooml/h)l/minAantalcollectoren(volumestrooml/h)l/min
1 (50) 1 11 (550)8 - 11
2 (100) 1,5 - 212 (600)10 - 12
3 (150) 2,5 - 313 (650)10,5 - 13
4 (200) 3 - 414 (700)11,5 - 14
5 (250) 4 - 515 (750)12,5 - 15
6 (300) 5 - 616 (800)13 - 16
7 (350) 5,5 - 717 (850)14 - 17
8 (400) 7 - 818 (900)15 - 18
9 (450) 7,5 - 919 (950)15,5 - 19
10 (500) 8 - 1020 (1000)16,5 - 20

Tabel 9 Overzicht doorstroomhoeveelheden

Toerentalgeregelde zonnepomp

Kies op de regelaar de bedrijfsstand "Auto". De doorstroomhoeveelheid wordt afhankelijk van de bedrijfstoestand via het toerental van de zonnepomp geregeld.

Niet toerentalgeregelde zonnepomp

▶Sluit de instelschroef van de doorstroombegrenzer (→ fig. 30, (2)) zover tot in het venster de rand van de vlotter (→ fig. 30, (3)) de aanbevolen doorstroomhoeveelheid aanwijst.

Na de inbedrijfname

Door de viscositeit van de solarvloeistof wordt de lucht wezenlijk sterker vastgehouden dan in schoon water.

Zonnesysteem via luchtafscheider in het zonnestation en via de ontluchter op het dak (indien aanwezig) na een aantal uren bedrijf van de zonnepomp ontluchten.

7 Inbedrijfname-, inspectie- en onderhoudsprotocol

Het verdient aanbeveling na ca. 500 bedrijfsuren de eerste inspectie of onderhoud uit te voeren, daarna met een interval van 2 - 3 jaar.

▶Protocol invullen en de uitgevoerde werkzaamheden afvinken.

Gebruiker: Plaats:

Tabel 10

Inbedrijfname-, inspectie- en onderhoudswerkzaamheden PaginaInbedrijfstellingInspectie/Onderhoud
1. 2. 3.
Datum:
Algemene inbedrijfstelling
1.Aanvoer- en retourleidingen geinstalleerd en geaard?9---
2.Druktest uitgevoerd?17, 20---
3.Ontluchter gesloten?21---
4.Voordruk van het expansievat gecontroleerd?12_ bar---
5.Luchtophopingen in het zonnesysteem gecheckt?18---
6.pH-waarde van de solarvloeistof gecontroleerd? De solar-vloeistof vervangen wanneer de waarde ≤ 7 is (solarvloeistof bruin gekleurd, sterke geur). 1)-☐ ☐ ☐
7.Vorstbeveiliging tot _ °C gecontroleerd en geanaly-seerd?21_ °C_ °C_ °C_ °C
Vorstbeveiliging gewaarborgd tot _ (maand/jaar)(a.u.b. vorstbeveiliging iedere twee jaar controleren!)
zonnecircuit
1.Bedrijfsdruk in koude installatietoestand meten en invul-len. Installatietemperatuur aan retourthermometer?17, 21_ bar_ °C_ bar_ °C_ bar_ °C_ bar_ °C
2.Volumestroom (doorstroomhoeveelheid) in koude installatietoestand gecontroleerd en ingevuld?22_ l/min_ l/min_ l/min_ l/min
Instelling van de zonnepomp (1/2/3)?
3.Terugslagkleppen bedrijfsgereed (gesloten)?22
4.Thermostatisch warmwatermengventiel in bedrijf (indien aanwezig)?☐ ☐ ☐
Collectorveld
1.Visuele controle van de collectoren uitgevoerd?2)☐3)☐3)☐3)
2.Collectortemperatuursensor juist gepositioneerd en tot aan de aanslag in de dompelbuis geschoven en met de schroefdraadkoppeling vastgezet.☐3)☐3)☐3)
3.Visuele controle van het montagesysteem uitgevoerd?☐3)☐3)☐3)
4.Visuele inspectie van de overgangen tussen het montage-systeem en de dakbedekking op lekdichtheid uitgevoerd?☐3)☐3)☐3)
5.Visuele inspectie van de leidingisolatie uitgevoerd?☐3)☐3)☐3)
6.Natte reiniging van de collectoren (indien nodig) zonder reinigingsmiddelen is uitgevoerd?☐3)☐3)☐3)☐3)
Inbedrijfname-, inspectie- en onderhoudswerkzaamheden PaginaInbedrijf-stellingInspectie/Onderhoud
1. 2. 3.
Zonneboiler
1.Onderhoud aan zonneboiler uitgevoerd?2)- □ □ □
Regeling
1.Bedrijfsuren van de zonnepomp P1: tijdsperiode van _tot / _h2)_ - _ _ h_ - _ _ h_ - _ _ h_ - _ _ h
Bedrijfsuren van de zonnepomp P2: Tijdsperiode van _tot / _h (per jaar draait een installatie ca. 1200-2500 uur)4)_ - _ _ h_ - _ _ h_ - _ _ h_ - _ _ h
2.Werking van de pompen in de posities (aan/uit/auto) getest?□ □ □ □
3.In-/uitschakeltemperatuurverschil van de zonnepomp ΔT pomp 1 gecontroleerd en ingevuld?_ K/_ K_ K/_ K_ K/_ K_ K/_ K
In-/uitschakeltemperatuurverschil van de zonnepomp ΔT pomp 2 gecontroleerd en ingevuld?_ K/_ K_ K/_ K_ K/_ K_ K/_ K
4.Temperatuuraanwijzing van alle temperatuursensoren (weerstandswaarde gecontroleerd)?□ □ □ □
5.Temperatuursensor correct gepositioneerd, geïsoleerd en aangesloten?□ □ □ □
6.Maximumtemperatuur van de boiler Tmax voor zonneboiler 1 nagegaan en ingevuld?_ °C _°C _ °C _°C
Maximumtemperatuur van de boiler Tmax voor zonneboiler 2 nagegaan en ingevuld?_ °C _°C _ °C _°C
7.Naverwarming in staat te functioneren? □ □ □ □
8.Wordt de gewenste temperatuur (naverwarming) van de regeling gehaald?□ □ □ □
Warmtehoeveelheidsteller
1.Tijdsperiode van _tot / _ kWh2)_ - _ _ kWh_ - _ _ kWh_ - _ _ kWh_ - _ _ kWh
2.Temperatuursensor correct gepositioneerd, geïsoleerd en aangesloten?□ □ □ □
Opmerkingen
Het zonnesysteem werd conform dit voorschrift gemonteerd en in bedrijf genomen, geïnspecteerd en onderhouden.□ □ □ □
Firmastempel/datum/handtekening

Tabel 11

Tabel 11

1) pH-meetstaafje via apotheek of uit servicekoffer beschikbaar.

2) Zie handleiding onderdeel

3) Indien nodig.

4) Afhankelijk van specifieke installatiedata

8 Storingen

Informatie over storingen vindt u ook in de installatiehandleidingen van de regelaar.

Soort storing
Effect Mogelijke oorzaken Oplossing
De pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan.

De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie.De pomp is defect. Pomp controleren, eventueel vervangen.
De pomp zit vast als gevolg van een mecha-nische blokkade.De gleufschroef op de pompkop losdraaien en de pompas met een schroevendraaier los-draaien. Niet tegen de pompas slaan!
De pomp wordt via de regelaar niet direct aangestuurd.Zie handleiding regelaar.
Pomp schakelt constant aan en uit.
Opbrengst zonne-energie te laagTe klein verschil bij in- en uitschakeltempe-ratuur regelaar.Instellingen regelaar controleren.
Volumestroom te hoog.Doorstroomhoeveelheid controleren en instel-len.
Positie temperatuursensor of -aansluiting onjuist.Controleer de positie van de temperatuursen-sor.
Pomp schakelt niet uit.
Warmte wordt uit de boiler getranspor-teerd.Temperatuursensor defect of op verkeerde positie.Positie, montage en karakteristiek van de tem- peratuursensor controleren.
Regelaar defect.Opmerking: toerentalgeregelde pompen scha-kelen niet direct af, maar pas na het bereiken van het laagste toerental.
Te heet tapwater.
Gevaar voor brand-wondenDe begrenzing van de boilertemperatuur en de mengkraan is te hoog ingesteld.De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan lager instellen.
Te koud tapwater (of te geringe hoeveelheid warm tapwater).
De temperatuurregelaar voor warm water op de ketel, de thermostaat of de meng-kraan is te laag ingesteld.Stel de temperatuur in conform de bijbeho-rende handleiding (max. 60 °C).Werking van de naverwarming controleren.
Temperatuurverschil in het zonnecircuit te hoog / te hoge aanvoertemperatuur / te snel hoge collectortempera-tuur
Opbrengst zonne-energie te laag of schade aan installatie.Defecte temperatuursensor of regelaarfunc-tie.Instellingen temperatuursensor en regelaar controleren.
Lucht in systeem.Installatie ontluchten.
Volumestroom te klein.Doorstroomhoeveelheid controleren / instellen.
Verstopte leiding. Leidingen controleren / spoelen.
Collectorvelden niet hydraulisch ingeregeld.Hydraulische inregeling uitvoeren.
Drukverlies in de installatie.
Opbrengst zonne-energie te laagVerlies van solarvloeistof op de verbindin-gen.Lekkende plaatsen hardsolderen. Afdichtingen vervangen. Koppelingen natrekken.
Verlies van solarvloeistof door geopend vei-ligheidsventiel.Expansievat, voordruk en grootte controleren.
Stoom door geopende ontluchter ontweken (normaal bedrijf).Onluchter na het ontluchten sluiten.
Vorstschade.Vorstbeveiliging controleren.

Tabel 12

Soort storing
Effect Mogelijke oorzaken Oplossing
Geen volumestroom zichtbaar op doorstroomindicatie ondanks draaiende pomp.

Opbrengst zonne-energie te laagAfsluiters zijn gesloten. Afsluiters openen.
Lucht in systeem.Installatie ontluchten.
Aanwijzer op doorstroombegrenzer zit vast.Doorstroombegrenzer reinigen.

Geluid in collectorveld bij sterke zonnestralen (waterslag).

Lekkage in zonnecircuit.Geen homogene doorstroming van de collectorvelden mogelijk.Leidingwerk controleren.
Expansievat te klein of defect.Dimensionering en voordruk van het expansievat en de werkdruk controleren.
Pompcapaciteit te laag.Pomp controleren, eventueel vervangen.
Collector met collectortemperatuursensor in de schaduw.Schaduw wegnemen.
Lucht in systeem.Installatie ontluchten en leidingen op verval controleren.

Zonneboiler koelt sterk af.

Hoge warmteverliezen.Boilerisolatie defect of niet correct gemon-teerd.Isolatie controleren. Boileraansluitingen isole-ren.
Regelaarinstelling naverwarming onjuist.Instellingen ketelregelaar controleren.
Eenpijpcirculatie (microcirculatie in de lei-dingen).Warmteisolatielus uitvoeren.
Circulatie t.g.v. thermosifonwerking via het collectorveld of de circulatieleiding of naver-verwarming.Terugslagkleppen controleren.
Warmwatercirculatie draait te vaak en/of 's nachts.Schakeltijden en intervalbedrijf controleren.

Bij instraling beslaan van collector gedurende langere tijd.

Condenswater in collectorVentilatie van de collector (bij beluchte collectoren) onvoldoende.Ventilatieopeningen reinigen.

Te lage installatiecapaciteit.

Opbrengst zonne-energie te laagCollectoren in de schaduw. Schaduw wegnemen.
Lucht in de installatie. Installatie ontluchten.
Pomp draait met verminderd vermogen.Pomp controleren.
Warmtewisselaar vervuild / verkalkt.Warmtewisselaar spoelen / ontkalken.
Sterke vervuiling op de collectorvensters.Collectorvensters met glasreiniger (geen aceton) reinigen.

Naverwarming draait ondanks goede zonne-instraling.

Opbrengst zonne-energie te laag.Boilertemperatuursensor naverwarming defect of verkeerd gepositioneerd.Positie, montage en karakteristiek van de boilertemperatuursensor controleren.
Circulatie verkeerd aangesloten of te lang ingeschakeld.Controleer de circulatieaansluiting en eventueel de inschakelduur van de circulatie.
Naverwarmingstemperatuur te hoog ingesteld.Instellingen controleren.
Lucht in de installatie.Installatie ontluchten.
Regelaar defect. Regelaar controleren, eventueel vervangen.

Tabel 12

Bosch Thermotechniek B.V.

Postbus 379

7300 AJ Apeldoorn

Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43

Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44

www.boschsupportline.nl

infott@nl.bosch.com

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : AGS 50

Categorie : Verwarming