PS2600 - Zaag Powertec - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PS2600 Powertec in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PS2600 Powertec
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PS2600 - Powertec en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PS2600 van het merk Powertec.
GEBRUIKSAANWIJZING PS2600 Powertec
Inhoudsopgave: Pagina:
- Inleiding 51
- Technische gegevens 51
- Levering omvat 51
- Gebruik volgens de voorschriften 51
- Veiligheidsvoorschriften 52
- Technische gegevens 55
- Montage en bediening 55
- Ingebruikname 56
- Aanwijzingen voor het werk 57
- Onderhoud 60
-
Opslag 61
-
Elektrische aansluiting 61
-
Afvalverwijdering en recyclage 61
-
Foutenherstel 62
-
Conformiteitsverklaring 93
-
Garantie 94
Verklaring van de symbolen op het instrument
![]() | NL | Waarschuwing! mogelijke niet-naleving Levensgevaar, letsel of schade aan de machine |
![]() | NL | Lees voordat u de handleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | NL | Draag altijd een veiligheidsbril, gehoorbescherming en een veiligheidshelm. |
![]() | NL | Werkhandschoenen bij gebruik van de inrichting. |
![]() | NL | Voer als u het apparaat niet-glijdende veiligheidsschoenen te gebruiken met snijbescherming |
![]() | NL | Het is belangrijk om beschermende kleding te dragen voor de voeten, benen, handen en onderarmen. |
![]() | NL | Als het netsnoer is beschadigd of gebroken, moet worden losgekoppeld van de stroomvoorziening. |
![]() | NL | beschermingsklasse II |
![]() | NL | Waarschuwing! Risico van niet-return (kickback). Pas voorkomen dat tegen terugslag van de kettingzaag en neem contact op met de bar tip. |
![]() | NL | Gebruik het apparaat niet te gebruiken met één hand. |
![]() | NL | Gebruik het apparaat altijd met beide handen. |
![]() | NL | Stel de machine niet bloot aan vocht. De machine mag noch vochtig zijn noch in vochtige omg-ving gebruikt worden. |
1. Inleiding
Fabrikant:
scheppach
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Advies:
- Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- Onjuist gebruik,
- Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
- Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.
De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke
gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.
Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.
- Handgreep achter
- Handgreep voor
- Voorste handbescherming / kettingrem
- Zaagketting
- Borgmoer / SDS-systeem
- Tandwielafdekking
- Zwaard (geleidingsrail)
- Achterste handbescherming
- Stroomkabel
- Klauwaanslag
- Inschakelblokkering
- Trekontlasting
- Aan-/uit-schakelaar
- Afsluitdop olietank
- Oliepeilindicator
- Tandwiel
- Boutgeleider
- Bedienings- / overbelastingsindicator
3. Levering omvat
Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver- strijken van de garantietijd.
Let op
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
• Elektrische kettingzaag
- Gebruiksaanwijzing
- 2 Ketting
• Zwaard (kettinggeleider)
- Beschermhoes voor zwaard
4. Gebruik volgens de voorschriften
De machine voldoet aan de geldige EG-machine-richtlijn.
Voor werkbegin moeten alle beschermings- en veiligheidsinrichtingen aan de machine zijn gemonteerd.
- De bedienende persoon is op de werkplek verantwoordelijk tegenover derden.
- De machine is ontworpen om door één persoon te worden bediend.
- Alle veiligheids- en gevaarinstructies aan de machine naleven.
-
Alle veiligheids- en gevaarinstructies aan de machine voltallig in leesbare toestand houden.
-
Machine alleen in technisch perfecte staat en doelmatig, veiligheids- en gevaarbewust onder naleving van de gebruiksaanwijzing gebruiken!
- Vooral storingen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid, per omgaande (laten) verhelpen!
- De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant, alsmede de in de technische gegevens vermelde afmetingen, moeten worden nageleefd.
- De van toepassing zijnde ongevalpreventievoorschriften en de overige algemeen erkende veiligheidstechnische regels moeten worden nageleefd.
- De machine mag alleen door deskundige personen worden gebruikt, onderhouden of gerepareerd, die daarmee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn. Eigenmachtige veranderingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor de daaruit resulterende schade uit.
- De machine mag alleen worden gebruikt met origine-le accessoires en gereedschappen van de fabrikant.
- Elk ander gebruik wordt beschouwd als ondoelmatig. Voor de daaruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk, het risico daarvoor draagt enkel de gebruiker.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik.
- Wanneer u niet zeker bent of een werkvoorwaarde veilig of onveilig is, werk niet met de machine.
- De kettingzaag is ontworpen voor het snijden van hout en kleinere bomen, met een diameter niet groter dan de kettingzwaardlengte.
Waarschuwing!
Lees a.u.b. voor ingebruikname van het apparaat voor uw eigen veiligheid deze handleiding en de algemene veiligheidsinstructies grondig. Wanneer u het apparaat aan derden overlaat, leg deze gebruiksaanwijzing altijd bij.
5. Veiligheidsvoorschriften
Lees a.u.b. alle instructies voordat u met dit gereedschap begint te werken.
Waarschuwing: Wanneer u elektrogereedschappen gebruikt, dient u onderstaande fundamentele veiligheidsvoorzieningen na te leven, om zo het risico op brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken.
Lees a.u.b. alle instructies en waarschuwingen nauwkeurig. Het niet naleven van instructies en waarschuwingen kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar a.u.b. de instructies en de waarschuwingen goed. Onder de term "apparaat" worden hier elektrisch aangedreven apparaten verstaan, ofwel met netvoeding (met stroomkabel) of met accuvoeding (zonder stroomkabel).
Algemene veiligheidsrichtlijnen
- Maakt u zich vooraleer u met de elektronische kettingzaag gaat werken met alle onderdelen vertrouwd.
- Oefen het hanteren van de zaag (doorzagen van rond hout op een zaagbok) en vraag uitleg aan een ervaren gebruiker of een vakman i.v.m.het functioneren, werkwijze en zaagtechnieken.
- Neem de plaatselijke voorschriften m.b.t. houtkappen in acht.
- Lokale voorschriften kunnen een kwalificerend examen vereisen. Neem contact op met de bosadministratie.
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
1. Veiligheid.op.de.werkplaats:
- Houd uw werkterrein netjes en goed.verlicht. Wanorde of onverlichte werkterreinen kunnen tot ongevallen leiden.
- Werk met de elektrische kettingzaag niet in een explosieve omgeving, waarin er zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken.
- Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van de elektrische kettingzaag op een veilige afstand. Bij afleiding kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische.veiligheid:
- De aansluitstekker van de elektrische kettingzaag moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstekkers samen met elektrisch gereedschap met randaarde. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verlagen het risico op een elektrische schok.
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals van buizen, verwarmingsinstallaties, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
- Houd de elektrische kettingzaag op een veilige afstand van regen of nattigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap verhoogt het risico op een elektrische schok.
- Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doeleinde om de elektrische kettingzaag te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel op een veilige afstand van hitte, olie, scherpe kanten of bewegende apparaatonderdelen. Beschadigde of verstrikt geraakte kabels verhogen het risico op een elektrische schok.
- Als u met de elektrische kettingzaag in de open lucht werkt, gebruikt u enkel verlengsnoeren, die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer verlaagt het risico op een elektrische schok.
- Indien de werking van de elektrische kettingzaag in een vochtige omgeving niet vermijdbaar is, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verlaagt het risico op een elektrische schok. Maak
gebruik van een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder.
- Wees aandacht, let erop wat u doet en ga met verstand aan het werk met de elektrische kettingzaag Gebruik de elektrische kettingzaag niet wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat.
Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van de elektrische kettingzaag kan tot ernstige verwondingen leiden.
- Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een beschermbril.
Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting, zoals slipvrije veiligheidsschoenen, beschermende helm of gehoorbescherming, verlaagt het risico op verwondingen.
- Vermijd een onopzettelijke ingebruikname.Vergewis u dat de elektrische kettingzaag uitgeschakeld is voordat u ze op de stroomvoorziening aansluit, opraapt of draagt.
Indien u bij het dragen van de elektrische kettingzaag uw vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de stroomvoorziening aan-sluit, kan dit tot ongevallen leiden.
- Verwijder het instellingsgereedschap of schroefsleutels voordat u de elektrische kettingzaag inschakelt.
Gereedschap of een sleutel, die zich in een draai-end apparaatonderdeel bevindt, kan tot verwondingen leiden.
- Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een veilige stand en houd te allen tijde het evenwicht.
Daardoor kunt u de elektrische kettingzaag in onverwachte situaties beter controleren.
- Draag geschikte kledij. Draag geen wijde kle- ding of sieraden. Houd haar, kledij en hand- schoenen op een veilige afstand van bewegen- de onderdelen.
Loszittende kledij, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden.
- Als stofopvangapparaten en stofinzamelapparaten geïnstalleerd kunnen worden, moet u ervoor zorgen dat ze zijn aangesloten en correct gebruikt. Gebruik van stofafzuiginstallatie kan het risico op stof verminderen.
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
4. Gebruik.en.behandeling van.de.elektrische.kettingzaag:
• Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap.
Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensgebied.
- Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is.
Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u apparaatinstellingen doorvoert, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt.
Deze voorzorgsmaatregel voorkomt een onopzet- telijke start van de elektrische kettingzaag.
- Bewaar de ongebruikte elektrische kettingzaag buiten het bereik van kinderen. Laat personen, die met het apparaat niet vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet gelezen hebben, het.apparaat niet gebruiken.
Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als het door onervaren personen gebruikt wordt.
- Onderhoud de elektrische kettingzaag met zorg. Controleer, of beweegbare onderdelen foutloos functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat de werking van de elektrische kettingzaag in negatieve zin beïnvloed wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat repareren.
Tal van ongevallen zijn aan slecht onderhouden elektrisch gereedschap te wijten.
- Houd snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig onderhouden snoeigereedschap met scherpe snoeikanten gaat minder klemmen en is gemakkelijker te bedienen.
- Gebruik de elektrische kettingzaag, toebehoren, inzetgereedschap, enz in overeenstemming met deze aanwijzingen. Neem daarbij de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheid in acht.
Het gebruik van de elektrische kettingzaag voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Service:
- Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd, vakkundig geschoold personeel en uitsluitend met originele reserveonderdelen repareren.
Daardoor wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap gehandhaafd blijft.
Veiligheidsinstructies voor kettingzagen:
- Houd bij een draaiende zaag alle lichaamsdelen op een veilige afstand van de zaagketting. Vergewis u vóór de start van de zaag dat de zaagketting niets raakt.
Bij het werken met een kettingzaag kan één moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting vastgegrepen worden.
- Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep vast.
Het vasthouden van de kettingzaak in een omgekeerde arbeidshouding verhoogt het risico op verwondingen en mag niet toegepast worden.
- Het elektrisch apparaat alleen bij de geïsoleerde handgrepen houden, omdat de zaagketting verborgen leidingen zou kunnen raken.
Wanneer het snijgereedschap een onder stroom staande leiding raakt, kan dit ertoe leiden dat de vrijliggende metalen delen van het apparaat onder spanning worden gezet, wat wederom bij de gebruiker een elektrische schok veroorzaken kan.
- Draag beschermbril en gehoorbescherming. Een bijkomende beschermingsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen.
Passende beschermende kledij vermindert het gevaar voor verwondingen door rondvliegend spaanmateriaal en een toevallige aanraking van de zaagketting.
- Werk met de kettingzaag niet op een boom Bij de werking van een kettingzaag op een boom bestaat er gevaar voor verwondingen.
- Let altijd op een vaste stand en gebruik de kettingzaag enkel wanneer u op een vaste, veilige en effen grond staat.
Een glibberige ondergrond of instabiele standvlakken, zoals op een ladder, kunnen tot het verlies van het evenwicht of tot het verlies van de controle over de kettingzaag leiden.
- Houd er bij het snoeien van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert.
Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de operator raken en/ of de kettingzaag doen verliezen.
- Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van onderhout en jonge bomen.
Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt geraken en op u slaan of u uit uw evenwicht brengen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep in een uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw. lichaam afgewend. Bij transport of bewaring van de kettingzaag steeds de beschermende afdekking opzetten.
Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag verlaagt de waarschijnlijkheid dat er per vergissing contact met de draaiende zaagketting plaatsvindt.
- Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en de wissel van toebehoren op.
Een onoordeelkundig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel breken, ofwel het risico op terugslag verhogen.
- Houd handgrepen droog, netjes en vrij van olie en vet.
Vettige, olieachtige handgrepen zijn glibberig en leiden tot het verlies van de controle.
- Enkel hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamheden, waarvoor ze niet bestemd is - voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen, die niet van hout zijn.
Het gebruik van de kettingzaag voor niet reglementair voorgeschreven werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Veiligheidsmaatregelen tegen terugslag Opgepast terugslag!
- Terugslag kan zich voordoen wanneer het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout kromt en de kettingzaag in de snede vastklemt.
- Een aanraking met het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een onverwachte, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail opwaarts en in de richting van de met de bediening belaste persoon geslagen wordt.
- Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail fel in de richting van de operator terugstoten.
- ledere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkkerwijs ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen.
- Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om vrij van gevaar voor ongevallen en verwondingen te kunnen werken.
- Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of ontbrekend gebruik van het elektrische gereedschap. De terugslag kan door gepaste voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, verkomen worden:
- Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vinger de handgrepen van de kettingzaag omsluiten (Abb. L). Breng uw lichaam en armen in een positie, waarin u tegen de terugslagkrachten bestand kunt zijn.
- Als er gepaste maatregelen getroffen worden, kan de met de bediening belaste persoon de terugslagkrachten meester zijn. Noot de kettingzaag loslaten.
- Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte.
- Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Gebruik steeds door de fabrikant voorgeschreven reserverails en zaagkettingen.
- Verkeerde reserverails en zaagkettingen kunnen tot een scheur van de ketting en/of tot een terugslag leiden.
- Houd u aan de aanwijzingen vanwege de fabrikant voor het scherpen en het onderhouden van de zaagketting.
- Te lage dieptebeperkers verhogen de neiging om terug te keren.
Aanvullende veiligheidsinstructies
- Wanneer de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd raakt, moet zij worden vervangen door een speciale aansluitleiding, die verkrijgbaar is bij de fabrikant of bij uw klantenservice.
- Gebruik een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder.
- Volg zorgvuldig de onderhouds-, controle- en service-instructies in deze gebruiksaanwijzing op.
- Beschadigde beschermingsvoorzieningen en onderdelen moeten vakkundig door ons service-center worden gerepareerd of vervangen, tenzij anders vermeld in de gebruiksaanwijzing.
- Voordat u met de elektrokettingzaag begint te werken, maak u goed vertrouwd met alle bediendelen. Oefen de omgang met de zaag (rondhout op een zaagblok op maat snijden) en laat u zich functie, werking, zaagtechnieken en personenbeschermingsuitrusting door een ervaren gebruiker of deskundige uitleggen.
| Technische gegevens | |
| Snijgegevens kettingzaag | |
| Snijlengte cm 45,5 | |
| Zwaardlengte cm 45,7 | |
| Olietankcapaciteit I 0,125 | |
| Type olie Kettingzaagolie | |
| Zaagkettingafdeling 3/8" | |
| Schakel de linkdikte 1,27mm | |
| Zaagketting type Oregon | |
| 91PX062X | |
| Tandhoogte van de aandrijving | 6 |
| Tandwielaandrijving tandwiel | 3/8" |
| Kettingrem | en |
| Gids bar type | Oregon |
| 180SDEA041 | |
| Aandrijving | |
| Motor V / Hz | 230-240V / 50 Hz |
| Maximaal nominaal | 2400 |
| nettovermogen W | |
| Snijsnelheid max. m/s | 14 |
| Gewicht kg | 5,5 |
| Gewicht zonder ketting en | 4,8 |
| zwaard kg | |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Informatie over de geluidsontwikkeling volgens de relevante normen gemeten:
Geluidsdruk LpA = 93 dB(A)
Geluidsvermogen LWA = 104,6 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau LWA = 106 dB(A)
Meetonzekerheid KPA = 3 dB(A)
Draag gehoorbescherming.
De blootstelling aan lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
Vibratie Ahv (handgreep voor) = 7,5 m/s2
Vibratie Ahv (handgreep achter) = 7,5 m/s2
Meetonzekerheid KPA = 1,5 m/s2
- De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testmethode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden.
- De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden.
Waarschuwing:
- Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het effectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen.
- De noodzaak bestaat, veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de effectieve gebruiksomstandigheden gebaseerd zijn (hierbij moet er met alle aandelen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting functioneert).
7. Montage en bediening
Waarschuwing!
Draag altijd een veiligheidsbril, oorkappen, veiligheidshandschoenen en stevige werkkleding!
De kettingzaag alleen gebruiken met goedgekeurde verlengkabels (met rubberen ommanteling), de voorgeschreven sterkte en met voor het buitenbereik goedgekeurde aansluitingen, die bij de stekker van de zaag passen.
De kettingzaag is voorzien van een veiligheidsschakeling. De zaag werkt alleen als u met één hand schakelaar 11 en 13 tegelijk bediend.
Wanneer de kettingzaag niet draait, moet de kettingrem met de voorste handbescherming (3) worden vrijgegeven.
Aanzetten
- De kettingrem (3) losmaken, de inschakelblokke-ring (11) drukken en de aan-/uit-schakelaar (13) drukken.
- De onderste klauw van de klauwaanslag (afb. 2, J) op het hout zetten. De kettingzaag aan de achterste handgreep (1) tillen en in het hout zagen. De kettingzaag iets naar achteren bewegen en dan de klauwaanslag iets dieper aanzetten.
- Wees voorzichtig met gespleten hout, omdat stukken hout af kunnen breken.
Let op!
Na het inschakelen draait de kettingzaag onmiddellijk op volle snelheid.
Uitzetten
- Voor het uitzetten moet de aan-/uit-schakelaar (13) aan de achterste handgreep worden losgemaakt.
- Bij het uitschakelen met de aan-/uit-schakelaar stopt de kettingzaag binnen 1 seconde, met hevige vonk-vorming. Dit is echter heel normaal, en het doet geen afbreuk aan de goede werking van de kettingzaag.
- Na het werk met de kettingzaag: altijd de zaagketting en het zwaard reinigen en de kettingbescherming weer aanbrengen.
- Bij het bedienen van de kettingrem wordt de kettingzaag onmiddellijk gedeactiveerd.
Verklaring van de bediening/overbelastingsindicator (Figuur 2, 18):
Groene LED:
De groene LED brandt wanneer het apparaat in gebruik is.
Rode LED:
De rode LED brandt als het apparaat overbelast is. Het gaat niet uit totdat het apparaat is uitgeschakeld en weer in gebruik.
8. Ingebruikname
De spanning en de aard van de stroomverzorging moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
Voor aanvang van de werkzaamheden moet altijd de goede en veilige werking van de kettingzaag worden gecontroleerd.
Controleer ook of de ketting goed gesmeerd wordt, en of het oliepeil voldoende hoog is (zie afb. 4). Wanneer het oliepeil ongeveer 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld. Wanneer het oliepeil hoger is, kunt u beginnen te werken.
- De kettingzaag aanzetten en boven de grond houden. De kettingzaag mag de grond niet raken. Om veiligheidsredenen moet hier een minimale afstand van 20 cm in acht worden genomen. Wanneer u toenemende oliesporen ontdekt, betekent dit dat het smeersysteem voor de ketting goed werkt. Wanneer u geen tekenen van olie kunt vaststellen, reinig eerst de olie-uitlaat (afb. 2, C), het bovenste boorgat van de kettingspanner (afb. 3, E) en de olieleiding. Raadpleeg indien nodig een gespecialiseerd bedrijf. (Lees a.u.b. echter van tevoren de overeenkomstige instructies in paragraaf „Kettingsmeerolie bijvullen“).
- Controleer ook indien nodig de kettingspanning en de speling (zie paragraaf „Zaagketting spannen“).
- Controleer de goede werking van de kettingrem (zie ook paragraaf „Kettingrem vrijgeven“).
Montage
Geleidingsrail en ketting aanbrengen (afb. 1, 2, 3).
Waarschuwing: wanneer de zaag reeds is aangesloten aan de stroomverzorging: altijd eerst het apparaat loskoppelen van het stroomnet. Bij alle werkzaamheden met/aan de zaag beschermhandschoenen dragen.
Belangrijke opmerking: De voorste handbescherming (3) moet altijd in de bovenste (verticale) positie zijn (afb. 5).
De geleidingsrail en de zaagketting worden afzonderlijk, dus niet gemonteerd geleverd. Bij de montage eerst de borgmoer (SDS-systeem/5) losmaken en dan de afdekking van het tandwiel (6) verwijderen.
De boutgeleider (17) moet zich in het midden van de geleiding bevinden.
Indien nodig de kettingspanning met het instelwiel (5a/afb. 3) bijstellen.
Waarschuwing! Om letsel door de scherpe randen te voorkomen, moeten bij de montage, het spannen en controleren van de ketting altijd beschermhandschoenen gedragen worden!
Voor de montage van de geleidingsrail met de zaagketting de snijrichting van de tanden controleren! De looprichting wordt aangegeven met een pijl op de afdekking van het tandwiel (6). Om de richting van het snijden vast te leggen kan het nodig zijn de zaagketting (4) om te draaien.
Houd de geleidingsrail (7) verticaal met de punt naar boven en breng de zaagketting (4) aan; begin aan het uiteinde van de geleidingsrail. Aansluitend wordt de geleidingsrail met de zaagketting als volgt gemonteerd:
- De geleidingsrail met de zaagketting aan het tandwiel (16) en boutgeleider (17) aanbrengen. Let op dat de justeerplaat (7a/afb. 3) naar u wijst!
- De zaagketting om het tandwiel (16) geleiden en controleren of zij correct ligt (zie afb. 3).
- De verstelplaat (7a) is met de schroef F aan de geleidingsrail (7) bevestigd.
- De afdekking van het tandwiel (6) boven aanbrengen en voorzichtig met de borgmoer (5) vastmaken.
Nu moet de zaagketting nog juist worden gespannen.
Zaagketting spannen
Waarschuwing!
Bij alle werkzaamheden aan de kettingzaag het apparaat altijd van tevoren loskoppelen van het stroomnet! Bij alle werkzaamheden aan de ketting altijd beschermhandschoenen dragen!
- De zaagketting (4) moet per se in de geleidingsrail (7) liggen!
- De buitenste knop rechtsom draaien (5a/afb. 3) tot de zaagketting goed is gespannen, dan de binnenste knop (van 5) draaien om de geleidingsrail in deze positie vast te maken.
- Terwijl de binnenste knop vastgedraaid wordt, moet de geleidingsrail omhoog worden geduwd.
- Controleer dan de spanning van de zaagketting opnieuw. De ketting mag niet te strak zijn gespannen. Bij koud weer moet het mogelijk zijn, de ketting in het midden van de geleidingsrail ongeveer 5 mm op te tillen.
- De borgmoer (5) stevig vastdraaien.
- Bij warm weer breidt de ketting zich uit en zit dan soepeler. Hier bestaat dan het gevaar dat de ket-
ting van de geleidingsrail afloopt.
- Daarommoetzijindiennodigoptijdwordenvastgezet. Wanneer een verwarmde zaagketting werd vastgezet, moet zij aan het einde van het werk weer los worden gemaakt. Anders zou de kettingspanning bij het afkoelen en het daarmee verbonden inkrimpen van de zaagketting te groot worden.
- Een nieuwe zaagketting moet ongeveer 5 minuten inlopen. Hier is de smering van de ketting bijzonders belangrijk.
- Na het inlopen moet de kettingspanning worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld.
9. Aanwijzingen voor het werk
Vervoer van de kettingzaag
Voordat de kettingzaag mag worden vervoerd, altijd de stekker uit het stopcontact trekken en de kettingbescherming over de rail en ketting aanbrengen. Wanneer met de kettingzaag meerdere sneden dienen te worden uitgevoerd, moet de zaag tussen de sneden worden uitgeschakeld.
Verlengkabel
Er mogen alleen verlengkabels worden gebruikt die voor buitenshuis gebruik zijn ontworpen. De kabeldoorsnede (max. lengte van de verlengkabel: 75 m) moet minstens 2,5 mm² bedragen. De verlengkabel moet voor de veiligheid in een lus eindigen die door de trekontlasting aan de behuizing wordt gevoerd (afb. M).
Verlengkabels van meer dan 30 m lengte hebben een nadelig effect op het vermogen van de kettingzaag.
Smeren van de ketting
Ter bescherming tegen overmatige slijtage moeten zaagketting en geleidingsrail tijdens het gebruik gelijkmatig worden gesmeerd. De smering gebeurt automatisch. Nooit zonder kettingsmering werken. Wanneer de ketting droog loopt, wordt de gehele snij- voorziening binnen korte tijd sterk beschadigd.
Daarom voor elk werkbegin de kettingsmering en het oliepeil controleren (afb. 4).
De zaag niet in gebruik nemen wanneer het oliepeil onder de markering "Min." ligt.
- Min.: Wanneer het oliepeil op de display (15) nog maar 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld.
- Max.: Met olie aanvullen tot de hoogste stand op de display (15) bereikt is.
Kettingsmeermiddel
De houdbaarheid van zaagketting en geleidings-rail wordt grotendeels ook bepaald door de kwaliteit van het gebruikte smeermiddel. Geen afgewerkte olie gebruiken! Alleen milieuvriendelijk smeermiddel gebruiken. Het kettingsmeermiddel mag alleen in opbergboxen worden bewaard die aan de relevante voorschriften voldoen.
Zwaard
Het zwaard (7) wordt bijzonders op de punt (neus) en beneden zwaar belast. Om een eenzijdige slijtage te vermijden, draai de geleidingsrail om wanneer u de ketting slijpt.
Tandwiel
Het tandwiel (16) wordt bijzonders hoog belast. Wanneer u aan de tanden diepe slijtagesporen vindt, moet het tandwiel worden vervangen. Een versleten tandwiel verkort de houdbaarheid van de zaagketting. Het vervangen van het tandwiel moet bij de vakhandel of door een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd.
Kettingbescherming
De kettingbescherming moet onmiddellijk na het einde van het werk en bij vervoer over de ketting en geleidingsrail worden aangebracht.
Kettingrem
Bij een terugslag van de zaag wordt de kettingrem in werking gesteld (3) over de voorste handbescherming (3). De voorste handbescherming (3) wordt met de handrug naar voren gedrukt. Daardoor wordt door de kettingrem de kettingzaag, ofwel de motor binnen 0,15 sec. tot stilstand gebracht. (afb. 5, H).
Kettingrem vrijgeven (afb. 5)
Om de zaag weer gebruiksklaar te maken, moet de blokkering van de zaagketting weer worden losge- maakt. Daarvoor eerst de kettingzaag uitschakelen. Dan de voorste handbescherming (3) in zijn verticale uitgangspositie terugklappen, totdat hij vastklikt (afb. 5, I). Daarmee is de kettingrem weer volledig functi- oneel.
Bescherming van de kettingzaag
De kettingzaag mag niet bij regen of onder vochtige omstandigheden worden gebruikt.
Waarschuwing: Wanneer het verlengkabel beschadigd is, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Er mag niet worden gewerkt met een beschadigde kabel.
- Controleer de kettingzaag op schade. Voor hergebruik van het apparaat de beschermvoorzieningen of eventuele licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun perfecte en doelmatige functie controleren.
- Controleer de beweegbare onderdelen op goede werking.
- Alle onderdelen moeten juist zijn gemonteerd en aan alle voorwaarden voldoen, om de perfecte werking van de kettingzaag te garanderen.
- Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en -onderdelen moeten door een gespecialiseerd bedrijf volgens de voorschriften worden gerepareerd of vervangen; tenzij andersluidende bepalingen kunnen worden gevonden in deze gebruiksaanwijzing.
Informatie voor praktisch gebruik Terugslag
U voorkomt zaagongelukken wanneer u niet met de punt van de geleidingsrail zaagt, omdat de zaag dan plotseling omhoog en terug kan slaan.
Bij het werken met de zaag altijd de complete beschermuitrusting en stevige werkkleding dragen.
Een terugslag is een opwaartse en/of achterwaartse beweging van de geleidingsrail, die optreden kan wanneer de zaagketting op het punt van het zwaard op een obstakel (voorwerp) stuit.
Beveilig uw werkstuk altijd goed. Gebruik spanvoorzieningen om het werkstuk vast te houden. Dit vergemakkelijkt de veilige bediening van de kettingzaag met beide handen.
Een terugslag veroorzaakt een ongecontroleerd gedrag van de zaag, dit gevaar bestaat bijzonders bij een soepele of stompe zaagketting. Een onvoldoende geslepen ketting verhoogt het terugslaggevaar. Nooit boven schouderhoogte zagen.
Tips voor praktisch gebruik van de zaag Belangrijke instructies
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van hout. Bewerk geen metaal, plastic, muurwerk, bouwmateriaal dat niet uit hout bestaat enz.
- Zet de motor af wanneer de zaag in contact komt met een vreemd voorwerp. Controleer de zaag en repareer ze indien nodig.
- Bescherm de ketting tegen vuil en zand. Zelfs kleine hoeveelheden vuil kunnen de ketting snel afstompen en het risico op een terugslagreactie verhogen.
- Begin ter oefening met het zagen van kleinere boomstammen, om een gevoel voor uw apparaat te krijgen, voordat u moeilijkere taken aanpakt.
- Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de boomstam, wanneer u met het zagen begint.
- Laat de zaag voor u werken. Oefen slechts lichte druk naar beneden uit.
- Om na de uittreding van de ketting uit het hout niet de controle over het apparaat te verliezen, dient u aan het einde van de snede geen druk op de zaag uit te oefenen.
Bomen kappen – alleen met dienovereenkomstige opleiding
Let op!: Let op gebroken of afgestorven takken die tijdens het zagen naar beneden vallen en ernstig letsel kunnen veroorzaken. Zaag niet in de buurt van gebouwen of stroomleidingen, als u niet weet in welke richting de gekapte boom valt. Werk niet s' nachts, omdat u dan slechter ziet, of bij regen, sneeuw of storm, omdat de richting van de val van de boom onvoorspelbaar is.
- Plan uw werk met de kettingzaag vooruit.
- De werkomgeving om de boom dient vrij te zijn, zo- dat u een veilige stand heeft.
- Bij zaagwerkzaamheden op een helling dient de machinevoerder zich altijd op het hoger gelegen
niveau van de werkomgeving op te houden, omdat de boom na het kappen vermoedelijk naar beneden rolt ofwel glijdt.
- Let op afgebroken of dode takken die naar beneden vallen en zwaar letsel veroorzaken kunnen.
De volgende voorwaarden kunnen de richting van de val van een boom beïnvloeden: - Windrichting en -snelheid.
- Neiging van de boom. De neiging is op grond van oneffen of hellend terrein niet altijd herkenbaar. Bepaal de neiging van de boom met behulp van een lood of een waterpas.
- Takkengroei (en dus gewicht) aan slechts één kant.
- Omringende bomen of obstakels.
Wordt door twee of meer personen tegelijk bijgesneden en gekapt, dan dient de afstand tussen de kappende en bijsnijdende personen minstens de dubbele hoogte van de te kappen boom bedragen. Bij het kappen van bomen is erop te letten dat andere personen niet worden blootgesteld aan gevaar, geen verzorgingsleidingen getroffen en geen materiele schade veroorzaakt worden. Wanneer een boom in contact komt met een verzorgingsleiding, dan is het verzorgingsbedrijf onmiddellijk in te lichten.
Let op vernielde en verrotte boomdelen. Wanneer de stam verrot is, kan hij plotseling breken en op u vallen. Zorg ervoor dat voldoende plaats voor de vallen-de boom voorhanden is. Houd een afstand van 2 1/2 boomlengten tot de volgende persoon ofwel andere objecten. Motorlawaai kan boven waarschuwroepen uitkomen.
Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de zaagplek.
Houd een vluchtweg vrij (afb. A)
Voor het kappen dient een vluchtweg te worden gepland en indien nodig vrijgemaakt. De vluchtweg dient vanuit de verwachte vallijn schuin naar achteren weg te voeren (afb. A).
Positie 1: Vluchtweg
Positie 2: Richting van de val van de boom
Kappen van grote bomen – alleen met dienovereenkomstige opleiding (vanaf 15 cm doorsnede)
Voor het kappen van grote bomen gebruikt men de ondersnijmethode. Daarbij wordt zijdelings een wig uit de boom gesneden, overeenkomstig de gewenste richting van de val. Nadat de valsnede aan de andere kant van de boom werd verricht, valt de boom in de richting van de wig.
Let op: Wanneer de boom grote steunwortels vertoont, dienen deze te worden verwijderd, voordat de kerf ingesneden wordt. Indien de zaag voor de verwijdering van de steunwortels gebruikt wordt, dient de zaagketting niet de grond te raken, zodat de ketting niet stomp wordt.
Ondersnede en kappen van de boom (afb. B-C)
- Zaag loodrecht op de richting van de val een kerf met een diepte van 1/3 van de boomdoorsnede.
Eerst de onderste horizontale kerfsnede (afb. B, pos. 1) doorvoeren. Daardoor wordt het inklemmen van de zaagketting of geleidingsrail bij het zetten van de tweede kerfsnede (afb. B, pos. 2) verme- den. Verwijder nu de uitgesneden wig.
- Aansluitend kunt u op de tegenoverliggende boomkant de valsnede (afb. B, pos. 3) uitvoeren. Zet daarvoor ongeveer 5 cm boven het midden van de kerf aan. De valsnede parallel met de horizontale kerfsnede uitvoeren. De valsnede (pos. 3) maar zo diep inzagen, dat nog een verbindingsstuk (pos. 4) (valrand) staan blijft die als scharnier kan fungeren. Het verbindingsstuk voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk niet door.
Let op: Bij het naderen van de valsnede naar het verbindingsstuk dient de boom beginnen te vallen. Wanneer blijkt dat de boom mogelijk niet in de gewenste richting valt of terughelt en de zaagketting vastklemt, de valsnede onderbreken en voor de opening van de snede en voor het vellen van de boom in de gewenste vallijn wiggen uit hout, kunststof of aluminium gebruiken.
Wanneer de boom begint te vallen, de kettingzaag uit de snede halen, uitschakelen, afleggen en de gevarenzone via de geplande vluchtweg verlaten. Op vallende takken letten en niet struikelen.
- Let op signalen die aantonen dat de boom begint te vallen: krakende geluiden, een groter wordende valsnede of bewegingen in de bovenste takken.
- Snijd geen deels gekapte bomen met uw zaag, om letsel te vermijden. Let bijzonders op deels gekapte bomen die niet gesteund zijn. Wanneer een boom niet helemaal valt, leg de zaag neer en gebruik een lier, een takel of een tractor als hulp.
Zagen van een gekapte boom (stamsplitsing)
De term "stamsplitsing" duidt op het splitsen van een gekapte boom in stammen met de telkens gewenste lengte.
Let op!: Ga niet op de stam staan die u net snijdt. De stam zou kunnen wegrollen en u verliest uw stand en de controle over het apparaat. Voer de zaagwerkzaamheden nooit op hellende grond uit. Let op uw veilige stand en de gelijkmatige verdeling van uw lichaamsgewicht op beide voeten. Indien mogelijk dient de stam door takken, balken of wiggen ondersteund en gesteund te worden.
Belangrijke instructies
- Zaag altijd maar één stam of tak.
- Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. U zou door scherpe stukjes hout kunnen worden getroffen.
- Snijd kleine stammen of takken op een zaagblok. Bij het snijden van stammen mag geen andere persoon de stam vasthouden. Beveilig de stam ook niet met uw been of voet.
- Gebruik de zaag niet voor plekken, waarin stammen, wortels en andere boomdelen met elkaar zijn
verbonden. Trek de stammen naar een vrije plek en neem daarbij het eerst de vrijgelegde stammen.
Verschillende sneden voor stamsplitsing (afb.D) m Let op!: Indien de zaag in een stam ingeklemd wordt, trek ze niet met geweld eruit. U kunt de controle over het apparaat verliezen en daarbij ernstig gewond raken en/of de zaag beschadigen. Houd de zaag stil en drijf een wig van plastic of hout in de snede, totdat de zaag zich er gemakkelijk uit laat trekken. Zet de zaag weer aan en zet de snede voorzichtig weer aan. Start de zaag nooit wanneer ze is ingeklemd in een stam.
Bovensnede (afb. E, Pos.1)
Zet voor de bovensnede aan de bovenkant van de stam aan en houd daarbij de zaag tegen de stam. Oefen bij de bovensnede slechts lichte druk uit naar beneden.
Ondersnede (afb. E, Pos.2)
Zet voor de ondersnede aan de onderkant van de stam aan en houd daarbij de bovenkant van de zaag tegen de stam. Oefen bij de ondersnede slechts lichte spanning uit naar boven. Houd de zaag goed vast om het apparaat te kunnen controleren. De zaag drukt naar achteren (uw kant op).
m Let op!: Houd de zaag voor een ondersnede nooit verkeerd om. In deze positie heeft u geen controle over het apparaat. Voer de eerste snede altijd uit op de compressiekant van de stam. De compressiekant van een stam is daar waar zich de druk van het stamgewicht concentreert.
Stamsplitsing zonder steunen (afb. F)
- Wanneer de gehele lengte van de boomstam gelijkmatig ligt, wordt van bovenaf gezaagd (pos. 1).
- Let erop niet in de grond te zagen.
Stamsplitsing eenzijdig liggend (afb. G)
- Wanneer de boomstam op één einde ligt, de eerste snede (pos. 1) van onderen zagen (1/3 van de stamdoorsnede), om splinteren te vermijden.
- De tweede snede van boven (2/3 doorsnede) op hoogte van de eerste snede, om inklemmen te vermijden.
Stamsplitsing tweezijdig liggend (afb. H)
- Wanneer de boomstam op beide einden ligt, de eerste snede (pos. 1) van bovenaf zagen (1/3 van de stamdoorsnede), om splinteren te vermijden.
- De tweede snede van beneden (2/3 doorsnede) op hoogte van de eerste snede, om inklemmen te vermijden.
Snoeien1 en aftoppen
Let op!: Kijk altijd uit en bescherm uzelf tegen terugslag. De draaiende ketting op de punt van de geleidingsrail bij het snoeien of het aftoppen van takken nooit met andere takken of objecten in contact laten komen. Een dergelijk contact kan ernstig letsel veroorzaken.
Let op!: Stap voor het snoeien of aftoppen nooit in de boom. Ga niet op ladders, voetstukken enz. staan. U zou uw evenwicht en de controle over het apparaat kunnen verliezen.
Belangrijke instructies
- Werk langzaam en houd de zaag met beide handen vast. Let op een veilig staande positie en evenwicht.
- Let op terugschietende boomdelen. Wees bij het snijden van kleine boomdelen extreem voorzichtig. Buigzaam materiaal kan in de zaagketting vastra-ken en u tegemoet schieten of u uit het evenwicht brengen.
- Let op terugschietende boomdelen. Dit geldt bijzonders voor gebogen of belaste takken. Vermijd met de tak of zaag in contact te komen, wanneer de spanning van het hout nageeft.
- Houd uw werkomgeving vrij. Ruim de weg vrij van takken om niet over ze te struikelen.
Snoeien (afb. J)
- Snoeien betekent het afscheiden van de takken van de gekapte boom.
- Laat de grotere takken onder de gekapte boom liggen en gebruik ze als steun, terwijl u doorwerkt.
- Begin aan de voet van de gekapte boom en werk naar de punt toe. Verwijder kleinere boomdelen met een snede in de groeirichting (pijlen afb. J).
- Let daarbij op, de boom altijd tussen u en de zaag te laten.
- Verwijder grotere, steunende takken met de methods in paragraaf "Stamsplitsing zonder steunen".
- Takken die onder spanning staan, altijd van beneden naar boven zagen om vastklemmen van de zaag te voorkomen.
- Verwijder kleine vrijhangende boomdelen altijd met een bovensnede. Door een ondersnede zouden ze in de zaag kunnen vallen ofwel deze inklemmen.
Aftoppen (afb. I)
Let op!: Top alleen takken af onder ofwel gelijk aan schouderhoogte. Snijd nooit takken boven schouderhoogte. Laat zulke werkzaamheden over aan een deskundige. - Snijd bij de eerste snede (pos. 1) 1/3 in het onderste takdeel. - Snijd dan met de tweede snede (pos. 2) helemaal door de tak heen. De derde snede (pos. 3) is een bovensnede, waarmee u de tak tot op 2,5 tot 5 cm van de stam scheidt.
Zagen op de helling (afb. K)
Bij zaagwerkzaamheden op de helling steeds boven de boomstam staan (afb. K). Om op het moment van het „doorzagen“ de volle controle te behouden, tegen het einde van de snede de aanligdruk verlagen, zonder de vaste greep aan de handgrepen van de kettingzaag los te maken.
Let op!:De zaagketting mag de grond niet raken. Na voltooiing van de snede de stilstand van de zaagketting afwachten, voordat men de kettingzaag daar verwijdert. De motor van de kettingzaag altijd afzetten voordat men van boom tot boom wisselt.
10. Onderhoud
Waarschuwing! Voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag moet het apparaat van tevoren altijd worden losgekoppeld van de stroomverzorging!
- De ventilatiesleuven op de motorbehuizing altijd schoon en vrij houden.
•
- Alleen de in deze gebruiksaanwijzing beschreven onderhoudswerkzaamheden mogen zelf worden uitgevoerd. Alle andere onderhoudstaken moeten door onze klantenservice worden doorgevoerd.
- De zaag mag op geen enkele manier worden aangepast, omdat dan de veiligheid van het apparaat niet meer gewaarborgd is.
- Wanneer de kettingzaag ondanks zorgvuldige verzorging en onderhoud toch eenmaal niet goed werkt, laat deze a.u.b. door een gespecialiseerd bedrijf repareren.
Kettingsmeerolie bijvullen
De afsluitdop van de olietank (14) voor het openen reinigen, zodat geen vuil in de tank kan komen. Bij het werken met de zaag de inhoud van de olietank met behulp van de oliepeilindicator (15) controleren. De afsluitdop (14) daarna weer goed sluiten en eventueel gemorste olie afvegen.
Zaagketting slijpen
Uw zaagketting wordt bij de vakhandel snel en vak-kundig bijgeslepen. U verkrijgt bij de vakhandel ook voorzieningen voor het slijpen van de ketting, waarmee u zelf uw zaagketting slijpen kunt. Let a.u.b. op de betreffende gebruiksaanwijzing. Onderhoud uw apparatuur met zorg. Houd uw gereedschap scherp en schoon, om goed en veilig te kunnen werken. Leef de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het vervangen van gereedschap na.
Service-informatie
U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*:
- Zaagketting
- Geleidingsrail
- Kettingsmeerolie
- Koolborstels
- Klauwaanslag
* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
11. Opslag
- Bevestig de kettingbescherming vóór elk vervoer en elke opslag.
- Sla het apparaat op een droge plek op buiten het bereik van kinderen.
- Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, sla het zodanig op, dat het niet door onbevoegde personen kan worden gestart.
WAARSCHUWING!
Bewaar het apparaat niet onbeschermd buiten of in een vochtige omgeving.
12. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
Versleten plekken, als aansluitkabels door vensterof deuropeningen worden geleid.
Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
Snijplekken omdat over de aansluitkabel is ger den. Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitka - bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Wisselstroommotor
De netspanning moet 230 VAC zijn
Uitbreidingskabels tot 25 m lengte moeten een dwarsdoorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter, meer dan 25 vierkante meter, minstens 2,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
13. Afvalverwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden.
Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Gooi ze niet in het vuur of in het water. Batterijen moeten worden ingezameld, gerecycleerd of milieuvriendelijk verwijderd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onder delen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur!
Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid!
Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkingsstation.
14. Foutenherstel
| Storing Mogelijke oorzaak | Oplossing | |
| Motor loopt niet Geen stroom | KettingremKoolborstels versleten | Stopcontact, kabels en stekkers van de stroomverzorging controlerenKabel beschadigd: moet door een gespecialiseerd bedrijf gerepareerd worden. Provisorische reparatie (isolatieband enz.) is streng verboden.Schakelaar beschadigd: moet door een gespecialiseerd bedrijf gerepareerd worden.Zie paragraaf "Kettingrem" en "Kettingrem vrijgeven".Koolborstels door een gespecialiseerd bedrijf laten vervangen. |
| Ketting beweegt zich niet Kettingrem Kettingrem controleren en indien nodig vrijgeven. | ||
| Onvoldoende snijvermogen | Ketting stompKettingspanningKetting ligt niet goed in de geleiding | Ketting slijpenKetting juist spannenKetting juist aanbrengen |
| Zagen moeilijkKetting springt van het zwaard | Kettingspanning Ketting juist spannen | |
| Zaagketting draait heet Kettingsmering Oliepeil controleren en indien nodig olie bijvullen. | ||
Indice: Pagina:
Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper elk recht op aanspraak voor dergelijke gebreken. Bij een juiste behandeling van onze machines en gedurende de wettelijke garantietermijn vanaf de aflevering bieden wij garantie door elk machineonderdeel, dat tijdens deze periode door materiaal- of productiefouten onbruikbaar zou worden, gratis te vervangen. Voor onderdelen die wij niet zelf
produceren, bieden wij enkel garantie in de mate die de toeleveranciers ons bieden. De kosten voor de plaatsing van de nieuwe onderdelen draagt de koper. Aanspraken voor wijzigingen, waardevermindering en overige schadeloosstelling zijn uitgesloten.











