SC 7026S - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SC 7026S QLIMA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SC 7026S QLIMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC 7026S - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC 7026S van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING SC 7026S QLIMA
In dit gedeelte van de handleiding worden de garantievoorwaarden voor het door u gekochte
apparaat beschreven. Scan de onderstaande QR-code die u naar de volledige informatie en uw rechten met betrekking tot de productgarantie leidt. Lees de informatie op de weblink zorgvuldig door. Als er geen garantieondersteuning voor uw land is, neem dan contact op met uw lokale dealer.

* Het ontwerp en de specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd om dit apparaat te verbeteren. Raadpleeg de dealer of fabrikant voor meer informatie.
* De vorm en positie van knoppen en indicatoren kunnen per apparaat verschillen, maar hun functie zijn hetzelfde
A VEILIGHEIDSZINNEN
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees deze handleiding zorgvuldig door voor het installeren en opereren van het apparaat. Om dood of letsel van de eindgebruiker, andere personen en/of schade aan eigendommen te voorkomen, moeten de volgende instructies worden opgevolgd.
De handleidingen en informatieve documenten maken deel uit van het apparaat. Bewaar de handleidingen ook voor toekomstig gebruik.
Gebruik dit apparaat niet voor andere functies dan beschreven in de gebruiksaanwijzing.
Verklaring van de woorden/symbolen van waarschuwing, voorzichtheid en gevaar:
![]() | WAARSCHUWING | Geeft aan dat onjuist gebruik dramatische gevolgen kan hebben zoals overlij- den, ernstig letsel etc. |
![]() | LET OP | Kan een ernstig probleem veroorzaken, afhankelijk van de omstandigheden.Neem deze voorzorgsmaatregelen zorgvuldig in acht, aangezien dit essentieel is voor de veiligheid. |
![]() | GEVAAR | Geeft aan dat onjuist gebruik kan leiden tot een gevaarlijke / levensbedreigen- de situatie. |
Dit apparaat moet geïnstalleerd en gebruikt worden in overeenstemming met de nationale en lokale wetgeving en de normen van de Europese Unie.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelij- ke, zintuiglijke en/of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis. Tenzij die personen onder toezicht staan of instructies hebben gekregen
over het gebruik van het apparaat van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om er voor te zorgen dat er niet met het apparaat gespeeld word.
- Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, zintuigelijke en/of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis. Als er toezicht is of instructies zijn gegeven om het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de gevaren te begrijpen.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht.
- In de vaste bedrading moet in overeenstemming met de bedradingsvoorschriften voorzieningen aange- bracht worden om de verbinding te verbreken.
- Dit apparaat bevat een UV-C lamp. Lees de onderhoudsinstructies voordat het apparaat geopend wordt.
- Gebruik de UV-C lamp niet buiten het apparaat.
- Apparaten die duidelijk beschadigd zijn, mogen niet meer gebruikt worden.
- Voor reiniging of ander onderhoud moet het apparaat worden losgekopeld van het elektriciteitsnet.
- Onverantwoordelijk gebruik van het apparaat of schade aan de behuizing kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke UV-C straling. UV-C straling kan, ook in kleine dosissen, schade toebrengen aan de ogen en de huid.
- Voordat de UV-C lamp vervangen wordt, moet het apparaat worden losgekoppeld van de elektriciteit
- Voordat deuren en toegangspanelen met het gevarensymbool voor ultraviolette straling voor het gebrui- kersonderhoud geopend worden, wordt het aangeraden om de stroom van het apparaat uit te schakelen.
- UV-C-barrières met het gevarensymbool voor ultraviolette straling mogen niet verwijderd worden.
- Houd batterijen buiten het bereik van kinderen. Inslikken kan leiden tot chemische brandwonden, perforatie van weke delen en de dood. Ernstige brandwonden kunnen binnen 2 uur na inslikken ontstaan. Zoek onmiddellijk medische hulp.
- Niet-oplaadbare batterijen mogen niet opnieuw opgeladen worden.
- Oplaadbare batterijen moeten uit het apparaat worden verwijderd voordat ze worden opgeladen.
- Verschillende soorten batterijen of nieuwe en gebruikte batterijen mogen niet samen worden gebruikt.
- Lege batterijen moeten uit het apparaat worden verwijderd en op een veilige manier worden weggegooid.
- Plaats de batterij altijd volgens de polariteit zoals aangegeven in de batterijhouder.
- Als het apparaat voor langere tijd wordt opgeslagen, moeten de batterijen worden verwijderd.
- Stel het apparaat of de batterij niet bloot aan extreme temperaturen.
- Gebruik geen gewijzigde of beschadigde batterijen.
- Gebruik geen niet-oplaadbare batterijen in plaats van oplaadbare batterijen.
- Houd rekening met het risico dat de polen van het op batterijen werkende apparaat of de batterij worden kortgesloten door metalen voorwerpen.
- Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken dan die aanbevo- len door de fabrikant.
-
Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming).
-
Doorboor of verbrand het apparaat niet.
- Houd er rekening mee dat koelmiddelen mogelijk geen geur bevatten.
- Mechanische verbindingen die binnenshuis worden gebruikt, moeten voldoen aan ISO 14903. Wanneer mechanische verbindingen binnen opnieuw worden gebruikt, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Als wartelverbindingen binnen opnieuw worden gebruikt, moet het wartelgedeelte opnieuw worden gefabriceerd.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onder- houd en reparatie waarvoor de hulp van ander geschoold personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is in het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.
- Voordat met werkzaamheden aan systemen met ontvlambare koelmiddelen wordt begonnen, moeten vei- ligheidscontroles worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking tot een minimum wordt beperkt.
- Het apparaat moet zodanig worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen.
- ledereen die betrokken is bij het werken aan of inbreken in een koudemiddelcircuit moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een door de industrie erkende beoordelingsinstantie, dat hun bekwaam- heid bevestigt om veilig met koudemiddelen om te gaan in overeenstemming met een door de industrie erkende norm.
Voor modellen met koelmiddel R32/R290:
Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan Xm2. Waarbij X het minimale vloeroppervlak
afhankelijk is van de koudemiddelvulling (zie het productclassificatielabel).
| Uitleg van de symbolen afgebeeld op het apparaat (uitsluitend voor apparaten met R32/R290 koudemiddel): | |
![]() | WAARSCHUWING: Dit symbool geeft aan dit apparaat een brandbaar koudemiddel bevat. In geval van lekkage van het koudemiddel en blootstelling ervan aan een externe ontstekingsbron, bestaat er brandgevaar. |
![]() | LET OP: Dit symbool geeft aan dat de gebruikershandleiding aandachtig gelezen moet worden. |
![]() | LET OP: Dit symbool geeft aan dat de installatiehandleiding aandachtig gelezen moet worden. |
![]() | LET OP: Dit symbool geeft aan dat de technische handleiding aandachtig gelezen moet worden. |
Vergewis u ervan dat hantering van het apparaat in geval van transport, etikettering, afvoer en opslag in overeenstemming is met alle landelijke, lokale en Europese normen.
Onderhoudswerkzaamheden in geval van brandbaar koudemiddel
- Omgevingscontroles
Voorafgaand aan werkzaamheden aan systemen die brandbare koudemiddelen bevatten, dienen veilig- heidscontroles uitgevoerd te worden om zeker te weten dat het ontstekingsrisico minimaal is. Bij reparatie van het koelsysteem dienen voorafgaand aan de werkzaamheden aan het systeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht genomen te worden.
- Werkprocedure
De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden onder gecontroleerde omstandigheden, om tijdens het werk het risico op aanwezigheid van een brandbaar/ontvlambaar gas of brandbare/ontvlambare damp zo klein mogelijk te houden.
- Algehele werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de ruimte werken dienen instructies te krijgen over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Werken in een besloten ruimte dient vermeden te worden. De omgeving rond de werkplek dient afgezet te worden. Zorg dat de werkomstandigheden in de ruimte veilig zijn met betrekking tot brandbare materialen.
- Controleren op aanwezigheid van koudemiddel
Voorafgaand en gedurende de werkzaamheden dient de ruimte gecontroleerd te worden met een geschikte koudemiddeldetector, om zeker te weten dat de monteur/technicus zich bewust is van een eventueel ontvlambare atmosfeer. Zorg dat de gebruikte lekdetector geschikt is voor het opsporen van brandbare koudemiddelen, m.a.w. dat het geen vonken afgeeft, adequaat geseald/afgekit is en intrinsiek veilig is.
• Aanwezigheid van blusapparaat
Als er aan de koelkast of bijbehorende onderdelen werkzaamheden worden uitgevoerd met een warm- tebron, dient er een geschikt brandblusapparaat bij de hand te zijn. Zorg dat er in de werkruimte een droogpoeder- of CO2-blusser bij de hand is.
- Geen ontstekingsbronnen
Personen die werkzaamheden uitvoeren aan de koelkast waarbij leidingen worden blootgelegd die een brandbaar koudemiddel bevatten of hadden, mag geen ontstekingsbron gebruiken op een wijze dat er een risico bestaat op brand of explosie. Voor alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van een sigaret, geldt dat er voldoende afstand bewaard moet worden tot de plek van installatie, reparatie, verwijdering of afvoer, aangezien hierbij eventueel brandbaar koudemiddel vrij kan komen in de omringende ruimte. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de omgeving rondom het apparaat geïnspec- teerd te worden om alle risico's op vlammen, vuur of ontsteking uit te sluiten. Er dient een "Niet roken" melding opgehangen te worden.
- Geventileerde ruimte
Zorg dat de ruimte open is of adequaat geventileerd wordt voordat het systeem geopend wordt of vóór er werkzaamheden worden uitgevoerd met een hittebron. De ruimte dient gedurende de hele periode van de werkzaamheden geventileerd te blijven. Er dient voldoende ventilatie te zijn om te zorgen dat eventueel vrijgekomen koudemiddel veilig wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgedreven naar de buitenlucht.
- Controles aan het koelsysteem
Elektrische onderdelen die moeten worden vervangen, dienen geschikt te zijn voor het bestemde doel en over de juiste specificaties beschikken. De richtlijnen van de fabrikant voor onderhoud en werkzaam- heden dienen te allen tijde nageleefd te worden. Neem bij twijfel contact op met de afdeling technische ondersteuning van de fabrikant. De volgende controles dienen uitgevoerd te worden bij het installeren van apparatuur met brandbare koudemiddelen:
- De hoeveelheid koudemiddel is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de onder- delen met koudemiddel worden geplaatst;
- De ventilatieapparatuur en afvoeren ervan werken adequaat en zijn niet afgedicht;
- Bij gebruik van een indirect koelsysteem, dient het secundaire circuit gecontroleerd te worden op aanwezigheid van koudemiddel;
- Labels en etiketten op het apparaat dienen zichtbaar en leesbaar te blijven. Niet leesbare etiketten en tekens/symbolen worden verplaatst;
- De koelleidingen of onderdelen daarvan worden zodanig geïnstalleerd, dat ze in principe niet zijn blootgesteld aan stoffen die corrosie kunnen veroorzaken aan onderdelen die koudemiddel bevatten, tenzij deze onderdelen gemaakt zijn van een materiaal dat resistent is tegen corrosie of afdoende beschermd is om corrosie ervan te voorkomen.
- Controles aan elektrische apparatuur
Reparatie en onderhoud van elektrische onderdelen dienen gepaard te gaan met voorafgaande vei- ligheidscontroles en
inspectie van het betreffende onderdeel. Als er sprake is van een defect dat een veiligheidsrisico kan vormen, mag het apparaat pas aangesloten worden op de netvoeding als dit risico naar tevredenheid is verholpen. Als de fout niet onmiddellijk hersteld kan worden, maar het apparaat ingeschakeld moet blijven, dient er een adequate tijdelijke oplossing gebruikt te worden. Dit dient gemeld te worden aan de eigenaar van het apparaat, zodat alle betrokkenen op de hoogte zijn. De voorafgaande veiligheidscontroles dienen te bevestigen:
- Dat de condensatoren zijn ontladen: dit dient op veilige wijze te worden gedaan om eventuele vonkvorming te voorkomen;
- Dat er geen sprake is van blootliggende elektrische onderdelen of stroomdraden bij vullen, aftappen of spoelen van het systeem;
- Dat er sprake is van continue aardaansluiting.
- Reparaties aan gesealde onderdelen
-
In geval van reparaties aan afgedichte onderdelen dient elke vorm van stroomvoorziening voor het apparaat waaraan gewerkt wordt onderbroken te zijn vóór het verwijderen van afgedichte afdekpla- ten enz. Als het absoluut noodzakelijk is dat de stroomvoorziening van het apparaat tijdens onder- houd intact blijft, moet er op de meest kritische plek een permanent werkende vorm van lekdetectie geplaatst worden om te waarschuwen voor een eventueel riskante situatie.
-
Met name dient men alert te zijn op het volgende om te voorkomen dat door werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing dusdanige wijzigingen ondergaat, dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Dit is inclusief schade aan bedrading, te veel koppelingen, verbindingsklemmen die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificatie, beschadigde verzegeling, wartels die niet goed passen.
Zorg dat de elektrische inrichting veilig wordt vast gemaakt. Zorg dat alle verzegelingen of verzegelmaterialen niet dusdanig versleten zijn dat ze niet langer geschikt zijn om binnendringen van brandbare lucht te voorkomen. Vervangingsonderdelen dienen in overeen- stemming te zijn met de fabrieksspecificaties.
Opmerking: Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van bepaalde vormen van lekdetectie beperken. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven voorafgaand aan werkzaamheden eraan niet geïsoleerd te worden.
- Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen
Pas geen permanente inductieve of lastcapaciteit toe op het circuit zonder zeker te weten dat dit binnen het toegestane spanning- en stroombereik valt van de gebruikte apparatuur. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige onderdelen waaraan in de aanwezigheid van brandbare lucht gewerkt mag worden terwijl het apparaat is aangesloten op de netvoeding. De testapparatuur dient de juiste rating te hebben. Vervang onderdelen uitsluitend met onderdelen zoals gespecificeerd door de fabrikant. Andere onderdelen kunnen resulteren in ontsteking van het koudemiddel vanwege een lekkage.
- Bekabeling
Controleer de bekabeling op sporen van slijtage, corrosie, overmatige druk, vibratie, scherpe randen of andere nadelige omstandigheden in de directe omgeving. In de controle worden tevens de effecten meegenomen van veroudering of continue vibraties van bijvoorbeeld compressoren of ventilatoren.
- Detectie van brandbare koudemiddelen
Onder geen enkele voorwaarde mogen mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van lekkend koudemiddel. Een halide lekzoeklamp (of ander type detector met een open vlam) mag niet gebruikt worden.
- Methodes voor lekdetectie
De volgende lekdetectiemethodes worden geschikt geacht voor systemen met brandbare koudemiddelen. Voor het detecteren van brandbare koudemiddelen worden elektrische lekdetectoren gebruikt, maar deze zijn niet altijd gevoelig genoeg of moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Lekdetectieapparatuur dient gekalibreerd te worden in een koudemiddelvrije omgeving.) Zorg dat de detector geen potentiële ontste- kingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. Lekdetectieapparatuur wordt ingesteld op een percentage van de LFL van het koudemiddel en wordt gekalibreerd op basis van het gebruikte koudemiddel
en het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Bij de meeste koudemiddelen kunnen lekdetectievloeistoffen gebruikt worden, maar het gebruik van ontsmettingsmiddelen die chloor bevatten dient vermeden te worden, aangezien chloor een chemische reactie kan geven met het koude- middel en corrosie van de koperen leidingen. Als er vermoedens zijn van lekkage, dient elke vorm van open vuur verwijderd/gedoofd te worden. Als er sprake is van een koudemiddellek dat verholpen moet worden middels solderen, wordt eerst al het koudemiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd in een deel van het apparaat (door het sluiten van de kleppen) dat voldoende afstand heeft tot het lek. Zowel vóór als tijdens het solderen wordt het systeem gespoeld met zuurstofvrije stikstof (OFN).
- Aftappen en ontluchten
Bij het openen van het koudemiddelcircuit ten behoeve van reparaties - of welk ander doeleinde dan ook - worden de gebruikelijke procedures toegepast. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze ('best practice') wordt gevolgd, omdat er altijd sprake kan zijn van ontsteking. De volgende procedure dient nageleefd te worden:
- Tap het koudemiddel af;
- Spoel het circuit met inert gas;
- Ontlucht;
- Spoel nogmaals met inert gas;
- Open het circuit middels openknippen of solderen.
Het aanwezige koudemiddel wordt opgevangen in de daarvoor bestemde cilinders. Het systeem wordt "gespoeld" met OFN zodat het apparaat veilig is. Deze stap moeten eventueel meerdere malen herhaald worden. Voor deze handeling mogen geen perslucht of zuurstof gebruikt worden. Spoelen wordt bereikt door het vacuum in het systeem te verbreken en net zo lang met OFN te vullen totdat de juiste bedrijfs- druk is bereikt, OFN vervolgens af te voeren naar de buitenlucht en het systeem weer vacuum te trekken. Dit proces wordt net zo lang herhaald totdat alle koudemiddel uit het systeem verwijderd is. Na de laatste spoelbeurt met OFN wordt het systeem gelucht tot het bereiken van de atmosferische druk, waarna de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Deze stap is strikt
noodzakelijk als er aan de leidingen sol- deerwerk uitgevoerd moet worden. Zorg voor voldoende afstand tussen de uitgang van de vacuümpomp en eventuele ontstekingsbronnen en dat de ruimte geventileerd wordt.
- Vulprocedure
Naast de gebruikelijke vulprocedures dienen de volgende instructies gevolgd te worden.
- Zorg dat er bij het gebruik van vulbenodigdheden geen verontreiniging plaatsvindt met andere koudemiddelen.
Slangen of buizen dienen zo kort mogelijk te zijn, zodat er zo weinig mogelijk koudemiddel in achterblijft. - Cilinders moeten rechtop worden gehouden.
- Zorg vóór het vullen van het apparaat met koudemiddel dat het koelsysteem geaard is.
- Voorzie het systeem van een etiket als het vullen voltooid is (als dit nog niet is gebeurd).
- Voorkom te allen tijde dat het koelsysteem met te veel koudemiddel wordt gevuld.
Voorafgaand aan het vullen van het systeem wordt de druk getest met OFN. Na het vullen maar vóór aan- zetten dient het apparaat gecontroleerd te worden op lekkage. Vóór het verlaten van de installatieplek dient het apparaat nogmaals gecontroleerd te worden op lekkage.
- Uit bedrijf nemen
Voordat de technicus/monteur deze handeling uitvoert, is het van essentieel belang dat hij/zij volledig en in alle details bekend is met het apparaat. De goede handelswijze ('good practice') beveelt het veilig verwijderen van alle koudemiddel aan.
Voorafgaand aan deze handeling worden er een olie- en koude-middelmonster afgenomen voor het geval analyse nodig is voordat het koudemiddel weer in het apparaat gebruikt wordt. Het is van essentieel belang dat er vóór aanvang van deze handeling een stroomvoorzie- ning beschikbaar is.
- Zorg dat u bekend bent met het apparaat en de bediening ervan.
- Zorg dat het systeem elektrisch geïsoleerd is.
- Zorg voordat u begint: - dat u alle gereedschap en materialen
bij de hand hebt die eventueel nodig zijn voor het hanteren van de koudemiddelcilinders; dat u alle persoonlijke beschermingsmiddelen bij de hand hebt en dat deze correct gebruikt worden; dat er tijdens het aftappen van het koude-middel voortdurend toezicht is van een vakkundig persoon; dat de gebruikte materialen en cilinders voor het aftappen van het koudemiddel voldoen aan de geldende normen.
-
Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg.
-
Is vacuum trekken niet mogelijk, maak dan gebruik van een verdeelstuk zodat het koudemiddel op meerdere plekken uit het systeem gehaald kan worden.
-
Zorg dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het aftappen wordt gestart.
-
Start het aftapapparaat en bedien het conform de instructies van de fabrikant.
-
Zorg dat de cilinders niet te vol raken. (vul tot maximaal 80% van de inhoud).
-
De maximale bedrijfsdruk van de cilinder niet overschrijden, zelfs niet tijdelijk.
-
Zorg als de cilinders op de juiste wijze zijn gevuld en het proces voltooid is, dat de cilinders en de gebruikte apparatuur direct van de werkplek worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn gesloten.
-
Het opgevangen koudemiddel mag niet gebruikt worden om een andere koelinstallatie te vullen, tenzij het is gereinigd en gecontroleerd.
- Etikettering
Het apparaat wordt voorzien van een etiket dat het uit bedrijf is genomen en dat het koudemiddel is verwijderd. Het etiket is voorzien van een datum en handtekening. Zorg dat het apparaat voorzien is van etiketten die aangeven dat het apparaat brandbaar koudemiddel bevat.
- Opvangen
Bij aftappen van koudemiddel uit het apparaat, of dit nu voor onderhoud is of omdat het apparaat uit bedrijf wordt genomen, luidt de geldende aanbeveling dat alle koudemiddel op veilige wijze wordt verwijderd. Zorg bij het overbrengen van koudemiddel
naar cilinders dat er uitsluitend cilinders gebruikt worden die geschikt zijn voor het opvangen van koudemiddel. Zorg dat u het juiste aantal cilinders bij de hand hebt om al het koudemiddel uit het systeem in op te vangen. Alle cilinders die gebruikt worden zijn specifiek bestemd voor het opgevangen koudemiddel, inclusief etiket voor het specifieke koudemiddel (m.a.w.: speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders zijn voorzien van een goed functionerende overdrukklep en afsluitkleppen. De (nog) lege cilinders worden ontlucht en zo mogelijk gekoeld voordat ze gevuld worden. Het aftapapparaat dient goed te functioneren en geschikt te zijn voor het opvangen van brandbare koudemiddelen, en de gebruiksinstructies ervan zijn ter plekke bij de hand. Ook is er een gekalibreerde en goed functionerende weegschaal bij de hand. Slangen zijn voorzien van lekvrije sluitkoppelingen en zijn in goede staat. Controleer vóór gebruik van het aftapapparaat dat deze inderdaad naar behoren werkt, correct onderhouden is en dat eventuele elektrische onderdelen geseald zijn om in geval van vrijkomen van koudemiddel ontsteking te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het opgevangen koudemiddel gaat in de juiste opvangcilinder retour naar de leverancier van het koudemiddel, inclusief de betreffende documentatie voor afvaloverdracht. Nooit koudemiddelen mengen in de opvangreservoirs en zeker niet in de cilinders. Als de compressors of compressorolie verwijderd moeten worden, zorg dan dat ze tot op een acceptabel niveau ontlucht zijn om zeker te weten dat er geen brandbaar koudemiddel is achtergebleven in het smeermiddel. Het ontluchtingsproces dient uitgevoerd te worden vóór retourzenden van de compressor naar de leverancier. Om dit proces te versnellen mag er voor het compressorhuis alleen een elektrische kachel gebruikt worden. Het legen van olie uit een systeem dient op veilige wijze gedaan te worden.
- Het apparaat met elektrische verwarming wordt op ten minste 1 meter afstand gehouden van ontvlamba-re materialen.
- Dit apparaat is voor de veiligheid uitgerust met een koelmiddellekdetector. Om effectief te zijn, moet het apparaat na installatie altijd elektrisch worden
aangedreven, behalve tijdens onderhoud.
- Dit apparaat is uitgerust met elektrisch aangedreven veiligheidsmaatregelen. Om effectief te zijn, moet dit apparaat na installatie altijd van stroom worden voorzien, behalve tijdens onderhoud.
- Kanalen die zijn aangesloten op een apparaat mogen geen potentiële ontstekingsbron bevatten;
- Houd ventilatieopeningen vrij van obstructies.
- De elektriciteitsvoorziening van het apparaat moet worden gecontroleerd door een erkende vakman.
- Haal de stekker niet uit het stopcontact tijdens het gebruik.
- Open het aanzuigrooster van het apparaat niet tijdens het gebruik.
- Controleer de netspanning. Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen. - aansluitspanning 230 Volt/ \~50 Hz.
- Transporteer of verplaats het apparaat verticaal met geschikte apparatuur en in overeenstemming met de veiligheidswetgeving.
- Installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Onjuist installeren kan waterlekkage, elektrische schok of brand veroorzaken.
- Gebruik alleen de meegeleverde accessoires, onderdelen en gereedschappen die voor de installatie zijn gespecificeerd.
- Uw apparaat moet worden aangesloten op een goed geaarde wandcontactdoos. Als de wandcontactdoos die u wilt gebruiken niet op de juiste wijze is geaard of beschermd door een smeltzekering of een aard-lekschakelaar (welke zekering of aardlekschakelaar nodig is, wordt bepaald door de maximale stroom van het apparaat. De maximale stroom staat vermeld op het productlabel op het apparaat), dan moet u door een erkend elektricien het juiste stopcontact laten
installeren.
- Installeer het apparaat niet op een locatie die kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, aangezien dit brand kan veroorzaken.
- Zorg dat de luchtstroom van het apparaat niet verstoord wordt door andere objecten in de kamer, zoals bijvoorbeeld een gasbrander.
- Laat reparaties en/of onderhoud uitsluitend uitvoeren door een erkende servicemonteur.
- Persoonlijke wijzigingen aan het apparaat resulteren in een defect beveiligingssysteem.
- Installeer het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. Nalaten dit te doen kan resulteren in schade, overmatige geluidsproductie en vibreren.
- Het apparaat moet vrij worden gehouden van obstructies om correct functioneren te waarborgen en veiligheidsrisico's te beperken.
- Wijzig de lengte van de stroomkabel niet en gebruik geen verlengsnoer om het apparaat aan te sluiten.
- Kinderen moeten te allen tijde onder toezicht staan in de buurt van het apparaat.
- Deel geen enkelvoudige contactdoos met andere elektrische apparatuur. Een onjuiste stroomvoorziening kan brand of elektrische schok veroorzaken.
- Het apparaat heeft wieltjes om verplaatsen te vergemakkelijken. Gebruik de wieltjes niet op dik tapijt of om over objecten te rijden, aangezien het apparaat hierdoor zou kunnen omvallen.
- Gebruik het apparaat niet als het gevallen of beschadigd is. Stuur terug naar een goedgekeurd onderhoudsbedrijf voor onderzoek en/of reparatie of voer het apparaat af.
- Als het apparaat tijdens gebruik omvalt of horizontaal wordt gelegd, dient het onmiddellijk uitgeschakeld te worden en losgekoppeld van de stroomvoorziening.
Inspecteer het apparaat om zeker te weten dat het niet is beschadigd en wacht 24 uur. Neem voor ondersteuning contact op met een monteur of met de klantenservice als u vermoedt dat het apparaat is beschadigd.
- Raak het apparaat niet met natte of vochtige handen aan of als u blootsvoets bent.
- Bij onweer moet de stroomvoorziening verbroken worden om beschadiging van de machine als gevolg van bliksem te voorkomen. Het apparaat moet zodanig gebruikt worden, dat het wordt beschermd tegen vocht, zoals condens, spatwater enz. Kies voor het plaatsen of opslaan van uw apparaat geen plek waar het in water of andere vloeistoffen kan vallen of getrokken kan worden. Haal direct de stekker uit het stopcontact als dit toch gebeurt.
- Alle bedrading moet uitgevoerd worden in strikte overeenstemming met het bedradingsschema aan de binnenkant van het apparaat.
- De printplaat van het apparaat (PCB) beschikt over een zekering voor overstroombescherming. De speci- ficaties van de zekering zijn afgebeeld op de printplaat, bijvoorbeeld T3.15A/250V, enz. Wordt de functie waterafvoer niet gebruikt, zorg dan dat de afvoerstoppen boven en onder stevig in het apparaat zitten om verstikkingsgevaar te voorkomen. Leg de ongebruikte afvoerstop op een veilige plek, om verstikkings- gevaar bij kinderen te voorkomen.
- Het water dat uit het apparaat komt niet drinken of gebruiken.
- De netspanning en -frequentie moeten vóór installatie worden gecontroleerd, aangezien het apparaat moet worden geaard en moet voldoen aan de aansluitspanning die op het productplaatje staat vermeld.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en dergelijke om het apparaat te reinigen. Gebruik voor de reiniging een zachte doek.
- De voedingsaansluitingen mogen niet worden kortgesloten.
- Gebruik dit apparaat nooit in een vochtige omgeving.
- Het apparaat moet vóór reiniging of ander onderhoud worden losgekoppeld van de netspanning.
- Dit apparaat heeft een aardeverbinding met een functioneel doel.
- Als het netsnoer beschadigd raakt, moet het om gevaarlijke situaties te voorkomen vervangen worden door de fabrikant, diens servicemonteur of iemand met een gelijkwaardige kwalificatie.
- Steek geen handen, vingers of andere objecten in openingen van het apparaat
- Bedek of blokkeer de aanzuig- en uitblaasroosters niet
- Leg het snoer niet onder vloerbedekking. Bedek het snoer niet met kleedjes, lopers of dergelijke. Leg het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van plaatsen waar veel mensen komen en waar men niet over de kabel kan struikelen.
- Om het risico op brand of elektrische schokken te beperken, mag deze ventilator niet gebruikt worden met een snelheidsregelaar op basis van halfgeleiders.
- Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens nationale bedradingsvoorschriften.
- Schakel het apparaat uit wanneer het niet gebruikt word en trek de stekker uit het stopcontact.
- Druk alleen op de knoppen met je vingers.
- Gebruik of schakel het apparaat niet uit door de stekker uit het stopcontact te steken of er uit te trekken.
- Verplaats het apparaat altijd in vertical positie enga tijdens het gebruik op een stabiele, vlakke onder-
-
grond staan.
-
Haal het waterreservoir er niet uit tijdens het gebruik.
- Het apparaat moet geinstalleerd en onderhouden worden door een erkende installateur.
VEREENVOUDIGDE CE-VERKLARING
- PVG verklaart hierbij dat dit product in overeenstemming is met de volgende
- EG-richtlijnen:
- Richtlijn 2011/65/EU Beperking van gevaarlijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances (RoHS))
- Richtlijn 2014/30/EU Elektromagnetische comptabiliteit (Electromagnetic Comptability (EMC))
- Richtlijn 2009/125/EC Ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (Ecodesign energyrelated products)
- Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU (Low Voltage Directive (LVD))
- Richtlijn 2014/54/EU Radioapparatuur (Radio Equipment Directive (RED))
- Ga voor de volledige conformiteitsverklaring naar https://www.qlima.com/
WEGGOOIEN VAN HET APPARAAT

In de EU duidt dit symbool erop dat dit product volgens de EU-AEEA-richtlijn moet worden afgedankt en afgevoerd. Gooi elektrische apparatuur niet weg met het ongesorteerde huishoudelijke afval; gebruik hiervoor afzonderlijke recycling- en inzamelstations. Neem contact op met uw plaatselijke autoriteiten voor informatie over de beschikbare inzamel- systemen
in uw regio. Als elektrische apparaten worden weggegooid op een vuilstort- plaats, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater terechtkomen en in de voedselketen belanden, met ernstige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Als u een oud apparaat door een nieuw apparaat vervangt, is de verkoper wettelijk verplicht om uw oude appa- raat gratis mee te nemen om te worden afgevoerd. Voer batterijen af volgens de vereisten van de lokale inzamelstations.
MILIEUINFORMATIE:
deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen. Het mag alleen worden onderhouden of gedemonteerd door professioneel opgeleid personeel. Het ventileren van gefluoreerde broeikasgassen in het milieu is strikt verboden door de EU-wetgeving.
Dit product bevat R290-koudemiddel in de hoeveelheid zoals aangegeven op het productplaatje. R290 niet in de buitenlucht laten ontsnappen: R290 is een gefluoreerd broeikasgas met een Aardopwarmingsvermogen (GWP).
B NAAM VAN ONDERDELEN
Binnenunit

text_image
Buitenunit Montageplaat Luchtfilter Luchtinlaat Voorpaneel Noodknop Luchtinlaat Luchtdeflector en klep Koelmiddelverbindingsleiding Buitenunit Luchtinlaat Bedradingsafdekking Luchtuitlaat Afvoerleiding Aansluitingsbedrading Klepbeschermkap Gasventiel (lagedrukventiel) Vloeistofklep (hogedrukklep) Met verwijderde beschermkap
text_image
Binnenunit Montageplaat Luchtfilter Luchtinlaat Luchtdeflector en klep Koelmiddelverbindingsleiding Bedradingsafdekking Buitenunit Luchtinlaat Luchtuitlaat Afvoerleiding Gasventiel (lagedrukventiel) Vloeistofklep (hogedrukklep) Met verwijderde beschermkapOpmerking : Deze afbeelding kan afwijken van het werkelijke apparaat. Neem het laatste als norm.
Functie binnenshuis

| No. LED Functie | |
| 1 Indicator voor timer, temperatuur en foutcodes. | |
| 2 Licht op tijdens timerwerking. | |
| 3 SLEEP-modus |

De vorm en positie van schakelaars en indicatoren kunnen per model verschillen, maar hun functie is hetzelfde.
C BEDIENINGSINSTRUCTIES
Als u het apparaat gebruikt bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik, kan de beveiliging van het apparaat in werking treden, waardoor het apparaat mogelijk niet meer werkt. Probeer het apparaat daarom te gebruiken onder de volgende temperatuuromstandigheden.
Inverter-airconditioner:
| MODETemperatuur | Verwarming Koeling Drogen | |
| Kamertemperatuur 0°C | ~30°C 17°C ~32°C | |
| Buitentemperatuur -20°C | ~30°C -15°C ~53°C |
Sluit de stroomtoevoer aan, start het apparaat opnieuw op na uitschakeling of schakel het over naar een andere modus tijdens het gebruik, dan wordt de beveiliging van het apparaat geactiveerd. De compressor na 3 minuten weer werken.
Kenmerken van de verwarmingsfunctie (van toepassing op warmtepompen)
Voorverwarmen:
Wanneer de verwarmingsfunctie is ingeschakeld, heeft de binnenunit 2 tot 5 minuten nodig om voor te verwarmen, waarna het apparaat begint met verwarmen en warme lucht blaast.
Ontdooien:
Als de buitenunit tijdens het verwarmen bevriest, schakelt het apparaat de automatische ontdooifunctie in om het verwarmingseffect te verbeteren. Tijdens het ontdooien stoppen de binnen- en buitenventilatoren niet meer. Het apparaat hervat automatisch het verwarmen nadat het ontdooien is voltooid.
Noodknop:
Open het paneel en zoek de noodknop op de elektronische schakelkast wanneer de afstandsbediening niet werkt. (Druk altijd met isolatiemateriaal op de noodknop.)
| Huidige status | Werking Reageren Modus invoeren | ||
| Stand-by | Druk één keer op de noodknop | Er klinkt een korte pieptoon. | Koelmodus |
| Stand-by (alleen voor warmtepomp) | Druk twee keer op de noodknop binnen 3 seconden | Er klinkt twee keer een korte pieptoon. | Verwarmingsmodus |
| In werking | Druk één keer op de noodknop | Het blijft een tijdje piepen | Uit-modus |

Afdekking van de bedieningskast

text_image
AAN/UIT(open het paneel van de binnenunit)
D INSTRUCTIES VOOR ONDERHOUD (R32)
Belangrijke overwegingen
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd door professioneel personeel en de installatiehandleiding is alleen voor professioneel installatiepersoneel! De installatiespecificaties zijn onderworpen aan onze voorschriften voor de aftersalesdienst.
- Bij het vullen van het brandbare koelmiddel kan elke onzorgvuldige handeling ernstig letsel, letsel aan mensen en/of schade aan voorwerpen veroorzaken.
- Na voltooiing van de installatie moet een lektest worden uitgevoerd.
- Het is verplicht om een veiligheidsinspectie uit te voeren voordat een apparaat met brandbaar koelmiddel, om ervoor te zorgen dat het brandrisico tot een minimum wordt beperkt.
- Het apparaat moet volgens een gecontroleerde procedure worden bediend om ervoor te zorgen dat risico's als gevolg van brandbaar gas of damp tijdens het gebruik tot een minimum worden beperkt.
- De vereisten voor het totale gewicht van het gevulde koelmiddel en de oppervlakte van een ruimte die met een apparaat (zie de volgende tabellen GG.1 en GG.2)
De maximale vulling en de vereiste minimale vloeroppervlakte
$$ m _ {1} = (4 m ^ {3}) \times L F L, m _ {2} = (2 6 m ^ {3})) \times L F L, m _ {3} = (1 3 0 m ^ {3}) \times L F L $$
Waarbij LFL is de onderste ontvlambaarheidsgrens in kg/ m ^3 ,R32 LFL is 0.306 kg/ m ^3 .
Voor apparaten met een vulhoeveelheid m_1
De maximale vulling in een ruimte moet in overeenstemming zijn met het volgende:
$$
m _ {\max} = 2. 5 \times (\mathrm{LFL}) ^ {(5 / 4)} \times h _ {0} \times (\mathrm{A}) ^ {1 / 2}
$$
De vereiste minimale vloeroppervlakte Amin voor het installeren van een apparaat met een koelmiddelvulling M (kg) moet in overeenstemming zijn met het volgende:
$$
A _ {\min} = (M / (2. 5 \times (L F L) ^ {(5 / 4)} \times h _ {0})) ^ {2}
$$
Waarbij: Table GG.1 - Maximale vulling (kg)
Categorie LFL (kg/m ^3 ) h0(m) Vloeroppervlak ( m^2 ) 4 7 10 15 20 30 50 R32 0.306 1 1.14 1.51 1 8 2.2 2 54 3.12 4.02 1.8 2.05 2.71 3.24 3.9 7 4.58 5.61 7.25 54 2.2 2.5 3.31 3 96 4.85 5.6 6.86 8.85
Table GG.2 - Minimale ruimteoppervlakte (m²)
Categorie LFL (kg/m3) h0(m) Belasting (M) (kg) Minimale ruimteoppervlakte (m2) R32 0.306 1.224kg 1.836kg 2.448kg 3.672kg 4.896kg 6.12kg 7.956kg 0.6 29 51 116 206 321 543 1 10 19 42 74 116 196 1.8 3 6 13 23 36 60 2.2 2 4 9 15 24 40
Veiligheidsprincipes voor installatie
1. Veiligheid op de locatie

Open vuur verboden


text_image
Ventilatie noodzakelijk
2. Veiligheid tijdens gebruik

Let op statische elektriciteit

Draag beschermende kleding en antistatische handschoenen


Gebruik geen mobiele telefoon
3. Veiligheid bij installatie
• Koelmiddellekdetector
• Geschikte installatielocatie

De afbeelding links is een schematisch diagram van een koelmiddellekdetector.
Let op:
1) De installatielocatie moet goed geventileerd zijn.
2) De locaties voor de installatie en het onderhoud van een airconditioner die koelmiddel R32 gebruikt, moeten vrij zijn van open vuur of laswerkzaamheden, roken, droogovens of andere warmtebronnen met een temperatuur hoger dan 548 °C die gemakkelijk open vuur kan veroorzaken.
3) Bij het installeren van een apparaat moeten passende antistatische maatregelen worden genomen, zoals het dragen van antistatische kleding en/of handschoenen.
4) Het is noodzakelijk om een locatie te kiezen die geschikt is voor installatie of onderhoud, waar de luchtinlaten en -uitlaten van de binnen- en buitenunits niet omgeven zijn door obstakels of zich in de buurt bevinden van een warmtebron of brandbare en/ of explosieve omgeving.
5) Als de binnenunit tijdens de installatie een koelmiddellek vertoont, moet u onmiddellijk de klep van de buitenunit sluiten en moet al het personeel de ruimte verlaten totdat het koelmiddellek gedurende 15 minuten volledig is gestopt. Als het apparaat beschadigd is, moet het beschadigde apparaat naar het onderhoudsstation worden gebracht. Het is verboden om de koelmiddelleiding te lassen of andere werkzaamheden uit te voeren op de locatie van de gebruiker.
6) Het is noodzakelijk om een plaats te kiezen waar de inlaat- en uitlaatlucht van de binnenunit gelijkmatig is.
7) Het is noodzakelijk om plaatsen te vermijden waar andere elektrische producten, stekkers en stopcontacten, keukenkasten, bedden, banken en andere waardevolle spullen zich bevinden, direct onder de leidingen aan beide zijden van de binnenunit.
Aanbevolen gereedschap
Gereedschap Afbeelding Gereedschap Afbeelding Standaardsleutel Pijpsnijder 
Verstelbare sleutel / halve maansleutel 
Schroevendraaiers (kruiskop en platte kop) 
Momentopnemer Verde
en meters 
Inbussleutels Waterpas 

Boormachine en boortjes 
Flaringgereedschap 
Gatzaag Klem op am
eter 
Vacuümpomp Werkhand
enen 
Veiligheidsbril Koelmido
gschaal 
Micronmeter 
E VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE INSTALLATIE
Koppelparameters
Leidingdiameter Newtonmeter [N x m] Pond-kracht voet (1bf-ft) Kilogramkrachtmeter (kgf-m) 1/4" (∅ 6.35) 15 -20 11.1 - 14.8 1.5 - 2.0 3/8"( ∅ 9.52) 31 -35 22.9 - 25.8 3.2 - 3.6 1/2" (∅ 12) 45 -50 33.2 - 36.9 4.6 - 5.1 5/8"( ∅ 15.88) 60 -65 44.3 - 48.0 6.1 - 6.6
Speciaal distributieapparaat en kabel voor Enkele modellen
INVERTERTYPE MODEL capaciteit (Btu/h) 9k 12k 18k doorsnede Voedingskabel N 1.5mm ^2 1.5mm^2 1.5mm^2 L 1.5mm ^2 1.5mm^2 1.5mm^2 + 1.5mm^2 1.5mm^2 1.5mm^2 Aansluitkabel N 0.75mm ^2 0.75mm^2 0.75mm^2 L or (L) 0.75mm ^2 0.75mm^2 0.75mm^2 1 0.75mm ^2 0.75mm^2 0.75mm^2 + 0.75mm^2 0.75mm^2 0.75mm^2
Speciaal distributieapparaat en kabel voor Meerdere modellen
INVERTERTYPE MODELcapaciteit (Btu/h) 9kBinnen 12kBinnen 18kBuiten 24kBuiten doorsnede Voedingskabel N 1.5mm ^2 2.5mm ^2 L 1.5mm ^2 2.5mm ^2 1.5mm ^2 2.5mm ^2 Aansluitkabel N 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 L or (L) 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 1 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2 0.75mm ^2

Opmerking: Deze tabel dient alleen ter referentie. De installatie moet voldoen aan de lokale wet- en regelgeving en voorschriften.
Stap 1: Selecteer de installatielocatie
1.1 Zorg ervoor dat de installatie voldoet aan de minimale installatieafmetingen (hieronder gedefinieerd) en voldoet aan de minimale en maximale lengte van de aansluitleidingen en de maximale hoogteverschillen zoals gedefinieerd in het gedeelte Systeemvereisten.
1.2 De luchtinlaat en -uitlaat moeten vrij zijn van obstructies, zodat een goede luchtstroom door de ruimte wordt gegarandeerd.
1.3 Condensaat moet gemakkelijk en veilig kunnen worden afgevoerd.
1.4 Alle aansluitingen moeten eenvoudig gemaakt kunnen worden op de buitenunit.
1.5 De binnenunit moet buiten het bereik van kinderen zijn.
1.6 De montagewand moet sterk genoeg zijn om vier keer het volledige gewicht en de trillingen van het apparaat te kunnen dragen.
1.7 Het filter moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor reiniging.
1.8 Laat voldoende vrije ruimte over voor toegang voor routineonderhoud.
1.9 Installeer het apparaat op minstens 3 m afstand van de antenne van een tv of radio. De werking van het apparaat kan het ontvangst van radio of tv verstoren in gebieden waar het ontvangst zwak is. Een versterker kan nodig zijn voor het betreffende apparaat.
1.10 Installeer het apparaat niet in een wasruimte of bij een zwembad vanwege de corrosieve omgeving.
1.11 Voor ETL-gecertificeerde gebieden, let op: monteer met de laagste bewegende delen op minimaal 2,4 m boven vloer of maaiveld.
Minimale vrije ruimte binnenshuis

text_image
Plafond
≥20cm / 8 in.
≥13cm / 5 in.
≥13cm / 5 in.
≥250cm / 8ft.
Vloer
Stap 2: Bevestigingsplaat installeren
2.1 Neem de montageplaat van de achterkant van de binnenunit.
2.2 Zorg ervoor dat u voldoet aan de minimale installatieafmetingen zoals in stap 1, afhankelijk van de grootte van de montageplaat, bepaal de positie en plak de montageplaat dicht bij de muur.
2.3 Stel de montageplaat horizontaal af met een waterpas en markeer vervolgens de posities van de schroefgaten op de muur.
2.4 Leg de montageplaat neer en boor gaten op de gemarkeerde posities met een boormachine.
2.5 Steek rubberen expansiedoppen in de gaten, hang vervolgens de montageplaat op en zet deze vast met schroeven.

text_image
Waterpas
Bevestigingsplaat

text_image
Referentieposities van de schroeven
Opmerking:
1. Zorg ervoor dat de montageplaat na installatie stevig genoeg is en vlak tegen de muur ligt.
2. Deze afbeelding kan afwijken van het werkelijke object. Neem het laatste als norm.
Stap 3: Boor een gat in de muur
Er moet een gat in de muur worden geboord voor de koelmiddelleidingen, de afvoerleiding en de aansluitkabels.
3.1 Bepaal de locatie van het gat in de muur op basis van de positie van de montageplaat.
3.2 Het gat moet een diameter van minimaal 70 mm hebben en een kleine schuine hoek om de afvoer te vergemakkelijken.
3.3 Boor het gat in de muur met een kernboor van 70 mm en met een kleine schuine hoek die kleiner is dan het binnenste uiteinde van ongeveer 5 mm tot 10 mm.
3.4 Plaats de muurhuls en de muurhulsafdekking (beide zijn optionele onderdelen) om de verbindingsonderdelen te beschermen.
Let op:
Zorg er bij het boren van het gat in de muur voor dat u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijdt.

text_image
70mm
Wandhulsafdekking (optioneel)

Binnen

text_image
Wandhulsafdekking
(optioneel)
Buiten
5-10mm
Kleine bolique-hoek
Stap4: Koelmiddelleiding aansluiten
4.1 Kies de juiste leidingmodus op basis van de positie van het gat in de muur. Er zijn drie optionele leidingmodi voor binnenunits, zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding:
Bij leidingmodus 1 of leidingmodus 3 moet met een schaar een inkeping worden gemaakt in de kunststof plaat van de leidinguitlaat en kabeluitlaat aan de overeenkomstige zijde van de binnenunit.
Opmerking: Bij het afsnijden van de kunststofplaat bij de uitlaat moet de snede

text_image
1
2
3
Leidinguitgang
Kabeluitlaat
4.2 Buig de verbindingsbuizen met de poort naar boven gericht, zoals weergegeven in de afbeelding.

text_image
JA
NEE
4.3 Verwijder de plastic afdekking in de leidingpoorten en verwijder de beschermkap aan het uiteinde van de leidingaansluitingen.
4.4 Controleer of er zich geen vreemde voorwerpen op de poort van de verbindingsleiding bevinden en zorg ervoor dat de poort schoon is.
4.5 Nadat u het midden hebt uitgelijnd, draait u de moer van de verbindingspijp zo strak mogelijk vast met de hand vast te draaien.
4.6 Gebruik een moersleutel om deze vast te draaien volgens de koppelwaarden in de tabel met koppelvereisten; (Raadpleeg de tabel met koppelvereisten in het hoofdstuk VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE)
4.7 Omwikkel de verbinding met de isolatiebuis.


natural_image
Illustration of hands using a tool to interact with a device (no text or symbols visible)
Opmerking: Voor koelmiddel R32 moet de connector buiten worden geplaatst.

text_image
Binnen
Buiten
De connector moet buiten
worden geplaatst
Stap 5: Sluit de afvoerslang aan
5.1 Stel de afvoerslang af (indien van toepassing)
Bij sommige modellen zijn beide zijden van de binnenunit voorzien van afvoerpoorten. U kunt bij een van beide om de afvoerslang aan te sluiten. Sluit de ongebruikte afvoerpoort af met de rubberen die bij een van de poorten is geleverd.

natural_image
Technical line drawing of an internal air conditioner unit with no visible text or symbols
Aftappunten
5.2 Sluit de afvoerslang aan op de afvoerpoort, zorg ervoor dat de verbinding stevig is en dat de afdichting goed is.
5.3 Wikkel de verbinding stevig in met teflontape om lekkage te voorkomen.
Opmerking: Zorg ervoor dat er geen knikken of deuken zijn en dat de leidingen schuin naar beneden worden geplaatst om verstopping te voorkomen en een goede afvoer te garanderen.

text_image
Diagram illustrating four stages of a brick wall installation with arrows indicating movement and failure points.
Stap 6: Leidingen en kabels omwikkelen
Nadat de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang zijn geïnstalleerd, moeten deze, om ruimte ruimte te besparen, te beschermen en te isoleren, moeten ze worden gebundeld met isolatietape voordat ze door het gat in de muur worden gevoerd.
6.1 Leg de leidingen, kabels en afvoerslang slang goed zoals op de volgende afbeelding.

text_image
Aansluitkabels
Isolatietape
Koelmiddelleidingen
Afvoerslang
Opmerking:
a) Zorg ervoor dat de afvoerslang zich onderaan bevindt.
b) Voorkom dat onderdelen elkaar kruisen of buigen.
6.2 Wikkel de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang.

natural_image
Simple line drawing of a mechanical component with a spring and base, no text or symbols present
Stap 7: Binnenunit monteren
7.1 Voer de bundel met de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang langzaam door het gat in de muur.
7.2 Haak de bovenkant van de binnenunit aan de montageplaat.
7.3 Oefen lichte druk uit op de linker- en rechterkant van de binnenunit en zorg ervoor dat de binnenunit stevig vastgehaakt is.
7.4 Druk de onderkant van de binnenunit naar beneden zodat de kliksluitingen op de haken van de montageplaat vastklikken en controleer of deze stevig vastzit.
Als de koelmiddelleidingen al in de muur zijn ingebouwd, of als u de de leidingen en draden aan de muur wilt aansluiten, gaat u als volgt te werk:
(I) Pak beide uiteinden van de bodemplaat vast en oefen een beetje kracht naar buiten uit om de bodemplaat te verwijderen.
(II) Haak de bovenkant van de binnenunit aan de montageplaat zonder leidingen en bedrading.
(III) Til de binnenunit tegenover de muur op, klap de beugel op de montageplaat uit en gebruik deze beugel om de binnenunit te ondersteunen, zodat er voldoende ruimte is om te werken.
(IV) Sluit de koelmiddelleidingen en bedrading aan, sluit de afvoerslang aan en wikkel ze in zoals in stap 4 tot en met 7.
(V) Plaats de beugel van de montageplaat terug.
(VI) Druk de onderkant van de binnenunit naar beneden zodat deze vastklikt op de onderste haken van de montageplaat en zorg ervoor dat deze stevig vastzit.
(VII) Plaats de bodemplaat van de binnenunit terug.

natural_image
Technical line drawing of a mechanical component with no visible text or symbols
Verwijder de bodemplaat

text_image
Technical diagram showing a mechanical assembly before and after transformation, with Chinese labels indicating component names.
KVouw de beugel op de montageplaat uit
G INSTALLATIE VAN BUITENUNIT
Stap 1: Selecteer de installatielocatie
Kies een locatie die aan de volgende eisen voldoet:
1.1 Installeer de buitenunit niet in de buurt van warmtebronnen, stoom of brandbaar gas.
1.2 Installeer het apparaat niet op plaatsen waar veel wind of stof is.
1.3 Installeer het apparaat niet op een plek waar vaak mensen langskomen. Kies een plek waar de luchtstroom en het geluid van de werking de buren niet hindert.
1.4 Installeer het apparaat niet op een plek waar het wordt blootgesteld aan direct zonlicht (gebruik indien nodig een bescherming die de luchtstroom niet belemmert).
1.5 Houd de ruimte vrij zoals aangegeven op de afbeelding, zodat de lucht vrij kan circuleren.
1.6 Installeer de buitenunit op een veilige en stevige plaats.
1.7 Als de buitenunit aan trillingen onderhevig is, plaats dan rubberen matten onder de poten van het apparaat.

text_image
meer dan 50cm/20in.
meer dan 30cm/12in.
meer dan 30cm/12in.
meer dan 200cm/79in.
meer dan 50cm/20in.
Stap2: Installeer de afvoerslang
2.1 Deze stap geldt alleen voor modellen met warmtepomp.
2.2 Steek de afvoeraansluiting in het gat aan de onderkant van de buitenunit.

text_image
AfvoeraansluitingAfvoerslang
2.3 Sluit de afvoerslang aan op de koppeling en zorg ervoor dat de verbinding goed vast is.
Stap 3: Buitenunit bevestigen
3.1 Markeer de installatiepositie voor expansiebouten volgens de installatieafmetingen van de buitenunit
3.2 Boor gaten, verwijder het betonstof en plaats de bouten.
3.3 Installeer indien van toepassing 4 rubberen matten op het gat voordat u de buitenunit plaatst (optioneel). Dit vermindert trillingen en geluid.
3.4 Plaats de basis van de buitenunit op de bouten en de voorgeboorde gaten.
3.5 Gebruik een moersleutel om de buitenunit stevig vast te zetten met bouten.
Opmerking: De buitenunit kan worden bevestigd op een muurbeugel. Volg de instructies van de muurbeugel om de muurbeugel te bevestigen. De muurbeugel moet minimaal 4 keer het gewicht van de buitenunit kunnen dragen.

natural_image
Line drawing of a dual-panel air conditioner unit with fan blades and control panel (no text or symbols)
Installeer 4 rubberen matten (optioneel)
Stap4: Bedrading installeren
4.1 Gebruik een kruiskopschroevendraaier om de bedradingsafdekking los te schroeven, pak deze vast en druk deze voorzichtig naar beneden om deze te verwijderen.
4.2 Schroef de kabelklem los en verwijder deze.
4.3 Sluit de aansluitdraden aan op de overeenkomstige
aansluitklemmen volgens het bedradingsschema dat aan de binnenkant van de bedradingsafdekking is geplakt aan de overeenkomstige aansluitingen en zorg ervoor dat alle aansluitingen stevig en veilig zijn.
4.4 Plaats de kabelklem en de bedradingsafdekking terug.
Opmerking: Bij het aansluiten van de draden van binnen- en buitenunits moet de stroom worden uitgeschakeld.

text_image
Aansluitblok
Kabelklem
Bedradingsafdekking
Bedradingsschema

text_image
Individuele split:
1 N (L) L N
Naar de binnenunit Stroomvoorziening
1-Signaalkabel
N-nul-lijn
(L)-stroomdraad
Voor multi-modellen

text_image
N L
Voeding
1A NA LA
1B NB LB
1 N L
1 N L
Außenbereich
1C NC LC
1 N L
1 D ND LD
1 N L
1 E NE LE
1 N L
Binnen A Binnen B
Binnen C Binnen D
Binnen E
A en B: 2 binnenapparaten
A, B en C: 3 binnenapparaten
A, B, C en D: 4 binnenapparaten
A, B, C, D en E: 5 binnenapparaten
Stap 5: Koelmiddelleiding aansluiten
5.1 Schroef het kleppendeksel los, pak het vast en druk het voorzichtig naar beneden om het te verwijderen (indien van toepassing).
5.2 Verwijder de beschermkappen van het uiteinde van de kleppen.

text_image
De klepdeksel verwijderen
5.3 Verwijder de plastic afdekking in de leidingpoorten en controleer of er geen vuil op de poort van de aansluitleiding en zorg ervoor dat de poort schoon is.

natural_image
Close-up of hands adjusting a metallic pipe fitting inside a white electrical outlet (no visible text or symbols)
5.4 Nadat u het midden hebt uitgelijnd, draait u de flensmoer van de aansluitleiding om de moer zo strak mogelijk vast te draaien met de hand.

natural_image
Close-up of hands holding a metallic pipe fitting with directional arrows indicating assembly (no text or symbols visible)
5.5 Draai bij de gasklep de moer op positie 1 met een steeksleutel naar positie 2. Herhaal deze stap voor de vloeistofklep.
Gebruik de koppelwaarden in de tabel met koppelvereisten. (Raadpleeg de tabel met koppelvereisten in het gedeelte VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE)

natural_image
Close-up of two mechanical pipe fittings with numbered annotations (① and ②) and directional arrows, no readable text or symbols beyond labels.
Opmerking: Volg 5.1 tot 5.5 om alle leidingen voor DUO/MULTI-modellen aan te sluiten.
Stap 6: Controleer op lekkage en open de klep
6.1 Controleer of alle aansluitingen correct zijn afgedicht met behulp van een lekdetector of zeepwater.
6.2 Verwijder het deksel van de klep met een steeksleutel en open de klep met een 5 mm inbussleutel.
Zorg ervoor dat de klep volledig is geopend om storingen en schade te voorkomen.
Schroef de afdekking weer vast en draai deze goed aan om ervoor te zorgen dat deze goed is afgedicht.

natural_image
Close-up of two mechanical pipe fittings with a hand adjusting a valve (no text or symbols visible)
Opmerking: Alle connectoren van DUO/MULTI-modellen moeten worden geopend.
Inspecties vóór de testrun
Voer de volgende controles uit vóór de testrun.
Beschrijving Inspectiemethode Elektrische veiligheidsinspectie Controleer of de voedingsspanning voldoet aan de specificaties.Controleer of er geen verkeerde of ontbrekende aansluitingen zijn tussen de stroomkabels, signaalkabels en aardingskabels.Controleer of de aardingsweerstand en isolatieweerstand voldoen aan vereisten. Veiligheidsinspectie van de installatie Controleer de richting en gladheid van de afvoerleiding. Controleer of de verbinding van de koelmiddelleiding volledig is geïnstalleerd.Controleer de veiligheid van de buitenunit, de montageplaat en de binnenunit.Controleer of de kleppen volledig open staan.Controleer of er geen vreemde voorwerpen of gereedschappen in het apparaat zijn achtergebleven.Voltooi de installatie van het luchtinlaatrooster en het paneel van de binnenunit. Detectie van koelmiddellekkage De leidingverbinding, de connector van de twee kleppen van de buitenunit, de klepspoel, de laspoort, enz., waar lekkage kan optreden.Schuimdetectiemethode:Breng zeepwater of schuim gelijkmatig aan op de onderdelen waar lekkage kan optreden en kijk of er belletjes verschijnen. Als dat niet het geval is, wijst dit erop dat het resultaat van de lekdetectie veilig is.Lekdetectiemethode:Gebruik een professionele lekdetector en lees de gebruiksaanwijzing,detecteer op de plaats waar lekkage kan optreden.De duur van de lekdetectie voor elke positie moet 3 minuten of langer duren; Als uit de test blijkt dat er een lek is, moet de moer worden aangedraaid en opnieuw worden getest totdat er geen lekkage meer is; Nadat de lekdetectie is voltooid, moet de blootliggende pijpverbinding van binnenunit in met thermisch isolatiemateriaal en wikkel deze in met isolatietape.
Instructies voor proefdraaien
1. Schakel de stroomtoevoer in.
2. Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat in te schakelen.
3. Druk op de knop Mode om te schakelen tussen de modi COOL en
HEAT. Stel in elke modus het volgende in:
COOL - Stel de laagste temperatuur in
HEAT - Stel de hoogste temperatuur in
4. Laat het apparaat ongeveer 8 minuten in elke modus draaien en controleer of alle functies correct werken en reageren op de afstandsbediening. Functies controleren zoals aanbevolen:
4.1 Als de uitlaatluchttemperatuur reageert op de koel- en verwarmingsmodus
4.2 Als het water goed wegloopt via de afvoerslang
4.3 Als de lamellen en deflectoren (optioneel) goed draaien
5. Observeer de testrunstatus van het apparaat gedurende ten minste 30 minuten.
6. Na een succesvolle testrun zet u het apparaat terug in de normale stand en drukt u op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat uit te schakelen.
7. Informeer de gebruiker dat hij/zij deze handleiding zorgvuldig moet lezen voor gebruik en laat de gebruiker zien hoe het apparaat, de nodige kennis voor service en onderhoud en de aanwijzingen voor opslag van accessoires.
Opmerking: Als de omgevingstemperatuur buiten het bereik valt, raadpleeg dan het hoofdstuk BEDIENINGSINSTRUCTIES, en het de KOEL- of VERWARMINGSMODUS niet kan worden gebruikt, til dan het voorpaneel op en raadpleeg de bediening van de noodknop om de COOL- en HEAT-modus te gebruiken.
I ONDERHOUD
⚠Waarschuwing Bij het reinigen moet u het apparaat uitschakelen en de stroomtoevoer gedurende meer dan 5 minuten.Het apparaat mag in geen geval met water worden schoongespoeld.Vluchtige vloeistoffen (bijv. thinner of benzine) beschadigen het apparaat. Gebruik daarom alleen een zachte droge doek of een natte doek gedrenkt in een neutraal reinigingsmiddel om het apparaat schoon te maken.Zorg ervoor dat u het filter regelmatig reinigt om te voorkomen dat het filter verstopt raakt door stof, wat de werking van het filterrooster beïnvloedt.Wanneer de gebruiksomgeving stoffig is, moet de reinigingsfrequentie de reinigingsfrequentie dienovereenkomstig worden verhoogd.Raak na het verwijderen van het filterrooster de lamellen van de binnenunit niet aan om krassen te voorkomen krassen te voorkomen. Reinig het apparaat
Wring het droog - Veeg het oppervlak van het apparaat voorzichtig afTip: Veeg het apparaat regelmatig af om het schoon te houden en goed te laten functionerenDemontage en montage van het filter Pak het filter bij het handvat vast en trek het filter in de richting dat deze van het apparaat af wijkt, zodat de bovenrand van het filter loskomt van het apparaat.Het filter kan worden verwijderd door het filter omhoog te tillen.Bij het plaatsen van het filter steekt u eerst het onderste uiteinde van het filtergaas in de overeenkomstige positie van het apparaat en druk vervolgens het bovenste uiteinde van het filter in de overeenkomstige vergrendelingspositie van de behuizing van het apparaat.
Reinig het filter
Haal het filter uit het apparaat Reinig het filter met zeepwater en laat het aan de lucht drogen
Plaats het filter terugTip: Als u stofophoping in het filter constateert, reinig het filter dan tijdig om een schone, gezonde en efficiënte werking van het apparaat te garanderen.Reiniging van het binnenste luchtkanaal Draai eerst de knop in het midden van de lamellen los en buig de lamellen naar buiten om ze te verwijderen.Pak vervolgens beide zijden van de bodemplaat vast en druk deze naar beneden om de bodemplaat te verwijderen.Draai ten slotte de gesp van de deflector los met uw duim en haal deze eruit. Veeg het luchtkanaal en de ventilator schoon met een schone, uitgewrongen natte doek.Reinig de verwijderde onderdelen met zeepwater en laat ze aan de lucht drogen.Plaats na het reinigen de verwijderde onderdelen weer terug.
Service en onderhoud Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, voert u de volgende werkzaamheden uit:Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening en koppel de stroomtoevoer van het apparaat.Wanneer u het apparaat na een lange periode van stilstand weer in gebruik neemt:1. Reinig het apparaat en het filter;2. Controleer of er geen obstakels zijn bij de luchtinlaat en -uitlaat van de binnen- en buitenunits;3. Controleer of de afvoerleiding vrij is;Plaats de batterijen in de afstandsbediening en controleer of het apparaat is ingeschakeld.
- Draai eerst de knop in het midden van de lamellen los en buig de lamellen naar buiten om ze te verwijderen.
- Pak vervolgens beide zijden van de bodemplaat vast en druk deze naar beneden om de bodemplaat te verwijderen.
- Draai ten slotte de gesp van de deflector los met uw duim en haal deze eruit. Veeg het luchtkanaal en de ventilator schoon met een schone, uitgewrongen natte doek.
- Reinig de verwijderde onderdelen met zeepwater en laat ze aan de lucht drogen.
- Plaats na het reinigen de verwijderde onderdelen weer terug.
J TROUBLESHOOTING
STORING MOGELIJKE OORZAKEN Het apparaat werkt niet Stroomstoring / stekker uit het stopcontact getrokken Beschadigde ventilatormotor binnen-/buitenunit Defecte thermomagnetische stroomonderbreker van de compressor Defecte beveiliging of zekeringen Losse aansluitingen of stekker uit het stopcontact getrokken Het apparaat stopt soms met werken om het te beschermen Spanning hoger of lager dan het spanningsbereik Actieve TIMER-ON-functie Beschadigde elektronische besturingskaart Vreemde geur Vervuild luchtfilter Geluid van stromend water Terugstroming van vloeistof in de koelmiddelcirculatie Er komt een fijne nevel uit de luchtuitlaat. Dit gebeurt wanneer de lucht in de kamer erg koud wordt, bijvoorbeeld in de standen "KOELEN" of "ONTVOCHTIGEN/DROGEN". Er is een vreemd geluid hoorbaar. Dit geluid wordt veroorzaakt door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel als gevolg van temperatuurschommelingen en duidt niet op een probleem. Onvoldoende luchtstroom, zowel warm als koud. Ongeschikte temperatuurinstelling. Verstopte in- en uitlaten van het apparaat. Vervuild luchtfilter Ventilatorsnelheid ingesteld op minimum Andere warmtebronnen in de kamer Geen koelmiddel Het apparaat reageert niet op commando's De afstandsbediening bevindt zich niet dicht genoeg bij de binnenunit. De batterijen van de afstandsbediening moeten worden vervangen Er zijn obstakels tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger in de binnenunit Het display is uitgeschakeld Actieve DISPLAY-functie Stroomstoring Schakel het apparaat onmiddellijk uit en schakel de stroomtoevoer uit in geval van Vreemde geluiden tijdens het gebruik Defecte elektronische besturingskaart Defecte zekeringen of schakelaars Water of voorwerpen die in het apparaat worden gespoten Oververhitte kabels of stekkers Er komt een zeer sterke geur uit het apparaat
FOUTCODE OP HET DISPLAY (Voor mono-split-modellen)
In geval van een fout geeft het display van de binnenunit een van de volgende codes weer:
Display Beschrijving van het probleem E1 Storing in de binnensensor voor kamertemperatuur E2 Storing in de buitentemperatuursensor E3 Storing in de buitentemperatuursensor E4 Storing in het koelmiddelsysteem E6 Storing in de ventilatormotor binnenshuis E7 Storing in buitentemperatuursensor E0 Storing in communicatie tussen binnen- en buitenunit E8 Storing in buitentemperatuursensor E9 Storing in de IPM-module buiten ER Storing in stroomdetectie buiten EE Fout in EEPROM van buitenprintplaat EF Fout in ventilatormotor buiten EH Storing buitenzuigtemperatuursensor
FOUTCODE OP HET DISPLAY (Voor duo-/multisplitmodellen)
Display Beschrijving van het probleem E0 Communicatiestoring binnen en buiten E1 Storing binnenshuis temperatuursensor E2 Storing in de temperatuursensor van de binnenleiding E3 Storing buitentemperatuursensor buizen E4 Systeem abnormaal E5 Modelallocatiefout E6 Storing in de motor van de binnenventilator E7 Storing in de buitentemperatuursensor E8 Storing in de uitlaattemperatuursensor E9 Storing in de frequentieomzettingsmodule EA Storing in de stroomsensor EC Storing in de buitencommunicatie EE Storing in de EEPROM binnen of buiten EH Storing in de buitenzuigtemperatuursensor EF Storing van de motor van de buitenventilator EP Storing in de compressortemperatuurschakelaar EU Storing in de spanningssensor Ed Storing in de EEPROM binnen En Storing in de buitentemperatuursensor van de gasleiding Ey Storing in de buitentemperatuursensor van de vloeistofleiding PA Conflict in de binnenbedrijfmodus P0 Modulebeveiliging P1 Bescherming tegen te lage spanning P2 Bescherming tegen te hoge stroomsterkte P4 Bescherming tegen te hoge ontladingstemperatuur P5 Bescherming tegen te lage uitlaattemperatuur bij koeling P6 Bescherming tegen hoge temperaturen bij koeling P7 Bescherming tegen hoge temperaturen bij verwarming P8 Bescherming tegen te hoge of te lage buitentemperaturen P9 Bescherming van de driverkaart
RICHTLIJN VOOR VERWIJDERING
Dit apparaat bevat koelmiddel en andere potentieel gevaarlijke materialen. Bij het afvoeren van dit apparaat is volgens de wet speciale inzameling en behandeling vereist. Voer dit product NIET af als huishoudelijk afval of ongesorteerd gemeentelijk afval.
Bij het afvoeren van dit apparaat hebt u de volgende opties:
- Voer het apparaat af bij een aangewezen gemeentelijke inzamelingsfaciliteit voor elektronisch afval.
- Bij aankoop van een nieuw apparaat neemt de verkoper het oude apparaat gratis terug.
- De verkoper neemt het oude apparaat ook gratis terug.
- Verkoop het apparaat aan gecertificeerde schroothandelaren.
- Het weggooien van dit apparaat in het bos of andere natuurlijke omgevingen brengt uw gezondheid in gevaar en is slecht voor het milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen in het grondwater terechtkomen en in de voedselketen terechtkomen.

natural_image
Symbol of a trash bin crossed with no visible text or labels

text_image
8.0
8.0 h
MODE
TURBO
SWING
FAN
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
Knoppen op de afstandsbediening
NO. Knop Functie 1 Om het apparaat in/uit te schakelen 2 MODE Om de bedrijfsmodus te selecteren: AUTO, KOELEN, DROGEN, VENTILATOR, VERWARMEN 3 (TEMP UP) Om de temperatuur te verhogen of de timer in te stellen 4 (TEMP DN) Om de temperatuur te verlagen of de timer in te stellen 5 TURBO 1) Om de TURBO-functie te activeren.2) Druk vijf seconden lang op “”TURBO”” om te schakelen tussen ‘C en ‘F weergave 6 FAN Om de ventilatorsnelheden te selecteren: auto/mute/laag/midden-laag/midden-hoog/hoog/turbo 7 SWING Om de horizontale kleppen te stoppen of te starten en de gewenste luchtstroomrichting naar links/rechts in te stellen 8 SWING Om de verticale kleppen te stoppen of te starten en de gewenste luchtstroomrichting naar links/rechts in te stellen 9 MUTE Om de MUTE-functie in of uit te schakelen. 10 ECO 1) Om de ECO-functie te activeren/deactiveren.2) Lang indrukken om de 8°C-verwarmingsfunctie te activeren/deactiveren (afhankelijk van het model) 11 TIMER Om de tijd voor de timer aan/uit in te stellen 12 SLEEP Om de functie SLEEP in/uit te schakelen 13 I FEEL Om de functie I FEEL te activeren 14 DISPLAY Om het LED-display in/uit te schakelen 15 SLEEP+DISPLAY Houd, terwijl het apparaat is ingeschakeld, de knoppen "Sleep" en "Display" 3 seconden ingedrukt om de HEALTH-functie in/uit te schakelen. de HEALTH-functie te activeren/deactiveren. 16 MODE+ (TEMP) Houd de knoppen "MODE" en " (TEMP)" gedurende 3 seconden ingedrukt om de WIFI-functie te resetten. 17 SWING +SWING <> Houd, terwijl het apparaat is uitgeschakeld, de knoppen "SWING " en "SWING " gedurende 3 seconden ingedrukt om de SELF-CLEAN-functie in/de SELF-CLEAN-functie te activeren/deactiveren. 18 MODE+ (TEMP) Houd de knoppen "MODE" en " (TEMP)" gedurende 3 seconden ingedrukt om de spraakfunctie in/uit te schakelen. 19 FAN + MUTE Houd, terwijl het apparaat is ingeschakeld en in de modus COOLING staat, beide de knoppen "FAN" en "MUTE" tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt om de GENTLE WIND-functie te activeren/deactiveren. 20 MODE + TIMER Houd de knoppen "MODE" en "TIMER" tegelijkertijd ingedrukt om de KINDERVERGRENDELING te activeren/deactiveren."
⚠️ Het display en sommige functies van de afstandsbediening kunnen per model verschillen.
⚠️ De vorm en positie van knoppen en indicatoren kunnen per model verschillen, maar hun functie is hetzelfde.
⚠ Het apparaat bevestigt de juiste ontvangst van elke druk op een knop met een pieptoon.
⚠ Er kunnen functies zijn die niet werken voor dit apparaat. U hoort een pieptoon wanneer u op deze knoppen drukt.
Afstandsbediening DISPLAY, betekenis van symbolen op het LCD-scherm
NO. Symbolen Betekenis 1 AUTO MODE-indicator 2 COOLING MODE-indicator 3 DRY MODE-indicator 4 FAN MODUS-indicator 5 HEATING MODE-indicator 6 BATTERIJ-indicator 7 INDICATOR VOOR ZACHTE WIND 8 I FEEL-indicator 9 ECO-indicator 10 INDICATOR TEMPERATUUR/KLOK 11 FLAP SWIN (luchroom) indicator 12 MUTE-indicator 13 FA N GPEED-indicator 14 AUTO-VENTILANTUR indicator 15 TURBO-indicator 16 INDICATOR KINERSLOT 17 SLEEP MODE-indicator 18 HEALTH-indicator 19 Anti-schimmel indicator 20 TIMER-indicator 21 DISPLAYVERLICHTING-indicator
Vervanging van batterijen
Verwijder het batterijklepje aan de achterkant van de afstandsbediening door het in de richting van de pijl.
Plaats de batterijen volgens de richting (+ en -) die op de afstandsbediening is aangegeven.
Plaats het batterijklepje terug door het op zijn plaats te schuiven.

text_image
Diagram showing two battery casing configurations with labeled components and directional arrows indicating movement or change.
De afbeelding dient alleen ter referentie; raadpleeg het daadwerkelijke product.
Afvoer van batterijen
Gooi batterijen niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval.
Raadpleeg de lokale wetgeving voor de juiste afvoer van batterijen.
Batterijen kunnen een chemisch symbool hebben onderaan het afvalpictogram.
Dit chemische symbool betekent dat de batterij een bepaald
concentratiegehalte aan zware metalen bevat. Apparaten en gebruikte batterijen moeten worden behandeld in een gespecialiseerde faciliteit voor hergebruik, recycling en terugwinning.

Door ervoor te zorgen dat u batterijen op de juiste manier weggooit, helpt u mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.

- Gebruik 2 LRO 3 AAA (1,5 V) batterijen (deze zijn niet meegeleverd).
- Gebruik geen oplaadbare batterijen.
- Vervang de oude batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type wanneer het display niet meer leesbaar is.
- Gooi batterijen niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval.
- Dit afval moet apart worden ingezameld voor speciale behandeling.
Aanbevelingen voor het plaatsen en gebruiken van de afstandsbedieningshouder (indien aanwezig).
De afstandsbediening moet in een wandhouder worden bewaard.
Opmerking:
1. Richt de afstandsbediening op het apparaat.
2. Controleer of er geen voorwerpen tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger in de binnenunit.
3. Laat de afstandsbediening nooit blootstaan aan zonlicht.
4. Houd de afstandsbediening op een afstand van minimaal 1 meter van de televisie of andere elektrische apparaten.
GEBRUIKSAANWIJZING
Het apparaat in-/uitschakelen
Druk op de knop ⏻ om het apparaat in of uit te schakelen.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
KOELMODUS

Met de koelfunctie kan het apparaat de kamer koelen en tegelijkertijd de luchtvochtigheid te verlagen. Om de koelfunctie (COOL) te activeren, drukt u op de MODE -knop in totdat het symbool ✝ op het display verschijnt.Met de knop √ of ∧stelt u een temperatuur in die lager is dan die van de kamer.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
↓
↓
DROOGMODUS

Deze functie vermindert de luchtvochtigheid van de lucht om de kamer aangenamer te maken comfortabeler te maken. Om de DROOG-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ♘♦ op het display verschijnt. Een automatische functie van voorinstelling geactiveerd.
VERWARMINGSMODUS

Met de verwarmingsfunctie kan het apparaat de kamer verwarmen. Om de verwarmingsfunctie (HEAT) te activeren, drukt u op de MODE-knop ingedrukt totdat het symbool ✝ op het display verschijnt. Met de knop √ of √stelt u een temperatuur in die hoger is dan die van de kamer.
In de modus VERWARMING kan het apparaat automatisch een ontdooicyclus activeren, wat essentieel is om het ijs op de condensor te verwijderen, zodat de warmteuitwisselingsfunctie te herstellen. Deze duurt deze procedure gewoonlijk 2-10 minuten. Tijdens ontdooien stopt de ventilator van de binnenunit. Na het ontdooien wordt de verwarmingsmodus.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
↓
↓
FAN-MODUS (niet de FAN-knop)

Ventilatormodus, alleen luchtventilatie. Om de FAN-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ✿ in het display verschijnt.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
↓
↓
AUTO-MODUS

Automatische modus. Om de AUTO-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ☐ op het display verschijnt.
In de AUTO-modus wordt de bedrijfsmodus automatisch ingesteld op basis van de kamertemperatuur.
TURBO-functie

Om de turbofunctie te activeren, drukt u op de TURBO-knop en perschijnt op het display.
Druk nogmaals op deze knop om deze functie te annuleren. Wanneer u in de modus COOL/HEAT de functie TURBO selecteert, zal het apparaat snel koelen/snel verwarmen met de hoogste ventilatorsnelheid.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
Wijzig de ventilatorsnelheid
Druk op de knop FAN om de snelheid van de ventilator in te stellen. Deze kan worden ingesteld op AUTO/ MUTE/ LOW/ MID-LOW/ MID/MID-HIGH/ HIGH/TURBO.

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B{Flash}
B --> C["End"]
C --> D["Continue"]
D --> E["Next Step"]
E --> F["Next Step"]
F --> G["Next Step"]
G --> H["Next Step"]
H --> I["Next Step"]

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
↓
↓
SWING-functie


1. Druk op de knop SWING om de lamellen te activeren.
1) Druk op SWING om de horizontale kleppen te activeren om van boven naar beneden te laten zwaaien. Dit wordt weergegeven op het display van de afstandsbediening. Druk nogmaals om d zwenkbeweging te stoppen bij de huidig hoek.
2) Druk op SWING <> om de verticale deflectoren te activeren om van links naar rechts te zwenken, verschijnt op het display van de afstandsbediening. Druk nogmaals om de zwenkbeweging te stoppen bij de huidige hoek.
2. Als de verticale deflectoren handmatig zijn geplaatst die onder de kleppen zijn geplaatst, maken ze het mogelijk om de luchtstroom naar rechts of naar links te richten.
3. Bij sommige modellen met inverterverwarming drukt u op de horizontale SWING en verticale SWING tegelijkertijd ingedrukt, wordt de zelfreinigingsfunctie geactiveerd Clean-functie geactiveerd.
⚠️ Deze aanpassing moet worden uitgevoerd terwijl het apparaat is uitgeschakeld.
⚠️ Plaats de “kleppen” nooit handmatig, het delicate mechanisme kan ernstig beschadigd raken!
⚠ Steek nooit vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat- of -uitlaatopeningen. Een dergelijk onbedoeld contact met onder spanning staande onderdelen kan onvoorspelbare schade of letsel veroorzaken.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
MUTE-functie

1. Druk op de -khop om deze functie te activeren. verschijnt op het display van de afstandsbediening. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen.
2. Wanneer de MUTE-functie actief is, werkt de binnenunit op de laagste ventilatorsnelheid werken voor een rustig gevoel te creëren.
3. Wanneer u op de knop FAN / TURB drukt, wordt de MUTE-functie functie geannuleerd. De MUTE-functie kan niet worden in de droogstand worden geactiveerd.
ECO-MODUS

In deze modus stelt het apparaat automatisch in om energie te besparen Druk op de ECO-knop, de ECO-verschijnt op het display en werkt het apparaat in de ECO-modus. Druk nogmaals om deze modus te annuleren.
Opmerking: De ECO-functie is beschikbaar in zowel KOELEN als VERWARMEN.

text_image
MUTE ECO TIMER
SLEEP I FEEL DISPLAY

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
TIMER-functie ---TIMER AAN
TIMER
Om het apparaat automatisch in te schakelen. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, kunt u de TIMER ON instellen. Om de tijd voor het automatisch inschakelen in te stellen, gaat u als volgt te werk:
1. Druk eerst op de TIMER-knop om de schakelaar in te schakelen, en 60h verschijnen op het display van de afstandsbediening en knipperen.
2. Druk op de knop ^ of ∅m de gewenste tijd voor het inschakelen van de timer in te stellen. Elke keer dat u op de knop drukt, wordt de tijd met een half uur tussen 0 en 10 uur en met een half uur tussen 10 en 24 uur.
3. Druk nogmaals op de TIMER-knop om te bevestigen.
4. Stel na het instellen van de timer de gewenste modus in (Koelen/Verwarming/Auto/Ventilator/Droog) door op de MODE -knop te drukken. Stel vervolgens de gewenste ventilatorsnelheid in door op de knop FAN. Druk op of om de gewenste bedrijfstemperatuur in te stellen.
Annuleer door op de TIMER-knop te drukken.

text_image
MODE
TURBO
TEMP
FAN
SWING
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
TIMER-functie --- TIMER UIT
TIMER
Om het apparaat automatisch uit te schakelen.
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u de TIMER UIT instellen. Om de tijd van automatische uitschakeling in te stellen zoals hieronder:
1. Controleer of het apparaat is ingeschakeld.
2. Druk eerst op de TIMER -knop om de uitschakeling in te stellen.
Druk op of om de gewenste timer in te stellen.
3. Druk een tweede keer op de TIMER-knop om te bevestigen.
Annuleer door op de TIMER -knop te drukken.
Opmerking: Alle programmeringen moeten binnen 5 seconden worden uitgevoerd, anders wordt de instelling geannuleerd.

text_image
MODE
TURBO
TEMP
FAN
SWING
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
SLAAPMODUS

Vooraf ingesteld automatisch bedieningsprogramma. Druk op de SLEEP -knop om de SLEEP-functie te activeren. en verschijnt op het display. Druk nogmaals om deze functie te annuleren. Na 10 uur in de slaapstand te hebben gestaan, schakelt het apparaat over naar de vorige instelling.

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
I FEEL-functie (optioneel)

Druk op de knop om de functie te activeren, waarna verschijnt op het display van de afstandsbediening.
Druk nogmaals op de knop om deze functie uit te schakelen. Met deze functie kan de afstandsbediening de temperatuur op de huidige locatie te meten en dit signaal naar het apparaat te sturen om de temperatuur om u heen te optimaliseren en het comfort te waarborgen.
De functie wordt na 8 uur automatisch uitgeschakeld.

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
LED-displayverlichting AAN/UITF
Druk op de DISPLAY-knop om het LED-display op het paneel uit te schakelen. Druk nogmaals om het LED-display weer in te schakelen.

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
Kinderslotfunctie
1. Druk lang op de MODE - en JIMF knoppen tegelijk om deze functie te activeren, en druk nogmaals om deze functie uit te schakelen.
2. Onder deze functie werkt geen enkele knop.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
MUTE
ECO
TIMER
ZELFREINIGINGSFUNCTIE
Alleen optioneel voor sommige warmtepomp-invertertoestellen apparaten.
Om deze functie te activeren, schakelt u eerst de binnenunit uit en druk vervolgens tegelijkertijd gedurende 3 seconden op de SWING ◇ - en SWING ◇ - knop tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt totdat u een pieptoon hoort en "AC" verschijnt op het display van de afstandsbediening en op het LED-display van de binnenunit verschijnt.
1. Deze functie helpt bij het verwijderen van opgehoopt vuil, bacteriën enz. uit de verdamper te verwijderen.
2. Deze functie duurt ongeveer 30 minuten en keert daarna terug naar de vooraf ingestelde modus. U kunt ⏻ op de om deze functie tijdens het proces te annuleren. U hoort 2 piepjes wanneer de functie is voltooid of de functie is geannuleerd.
⚠ Het is normaal dat er tijdens dit proces wat geluid te horen is functie, omdat kunststoffen uitzetten bij warmte uitzetten en bij kou krimpen.
⚠ Wij raden u aan deze functie als volgt te gebruiken om bepaalde veiligheidsrisico's te vermijden.
Binnenunit Temp < 86°F (30°C) Buitenunit 41°F (5°C) < Temp < 86°F (30°C)
⚠ Wij raden aan deze functie eens per drie maanden te gebruiken maanden te gebruiken.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
TEMP
MUTE
ECO
TIMER
8°C verwarmingsfunctie
1. Houd de ECO-knop langer dan 3 seconden ingedrukt om deze functie te activeren. "8°C" ("46°F") verschijnt op het display van de afstandsbediening verschijnen. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen.
2. Deze functie start automatisch de verwarmingsmodus wanneer de kamertemperatuur lager is dan 8°C (46°F) is, en keert terug naar de stand-bymodus als de temperatuur 9°C (48°F) bereikt.
3. Als de kamertemperatuur hoger is dan 18°C(64°F), wordt deze functie automatisch uitgeschakeld automatisch..

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
GEZONDHEID-functie (optioneel)
1. Schakel eerst de binnenunit in en druk vervolgens lang op SLEEP - en DISPLAY -knop tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt om deze functie te activeren, verschijnt op het display. Doe dit nogmaals om de functie uit te schakelen.
2. When the "HEALTH" function is initiated, the Ionizer/ Plasma/ Bipolar Ionizer/ UVC Lights (depending on models) will be energized and running.

text_image
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
Functie 'Zachte wind' (optioneel)

1. Schakel de binnenunit in en schakel over naar de COOL, druk vervolgens 3 seconden lang op de knoppen FAN en te drukken om deze functie te activeren Doe dit nogmaals om de functie uit te schakelen.
2. Deze functie sluit automatisch de verticale kleppen en zorgt voor een aangenaam, zacht briesje.

text_image
MODE
TURBO
SWING
FAN
MUTE
ECO
TIMER
SLEEP
I FEEL
DISPLAY
L GARANTIE VOORWAARDEN

text_image
QR code image containing encoded data, no visible human-readable text
In dit gedeelte van de handleiding worden de garantievoorwaarden voor het door u gekochte apparaat beschreven. Scan de onderstaande QR-code die u naar de volledige informatie en uw rechten met betrekking tot de productgarantie leidt. Lees de informatie op de weblink zorgvuldig door. Als er geen garantieondersteuning voor uw land is, neem
dan contact op met uw lokale dealer.

natural_image
Symbol of a trash bin crossed with a diagonal line, representing no waste or discharge (no text or numbers present)
Verwijder geen elektrische apparaten als ongesorteerd huishoudelijk afval. Gebruik aparte inzamelvoorzieningen. Contacteer uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelvoorzieningen. Wanneer elektrische apparaten achtergelaten worden op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en in de voedingsketen terecht komen, en zo uw welzijn en gezondheid schaden. Bij het vervangen van oude apparaten is de kleinhandelaar wettelijk verplicht uw oude apparaat gratis over te nemen en het te verwijderen. Werp geen batterijen in vuur, waar ze kunnen ontploffen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen vrijgeven. Wanneer u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, verwijder de batterijen dan en gooi ze weg overeenkomstig de geldende regelgeving, omdat ze gevaarlijk voor het milieu kunnen zijn.
Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen, die onder het Kyotoprotocol vallen. Ze mag allen onderhouden of gedemonteerd worden door professioneel, opgeleid personeel. Deze apparatuur bevat R32-koelmiddel, in de mate die in bovenstaande tabel weergegeven wordt. Ontlucht R32 niet naar de atmosfeer: R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een globaal opwarmingspotentieel (GWP) = 675
Internet:
Voor uw gemak kunt de laatste versie van de gebruiks-, installatie- en/ of onderhoudshandleiding downloaden op www.Qlima.com

text_image
Qlima
www.Qlima.com
Distributed in Europe by PVG Holding B.V.
Benötigen Sie weitere Informationen oder treten Probleme auf, besuchen Sie bitte unsere Website www.qlima.com, oder setzen Sie sich mit unserem Kundendienst in Verbindung (T. +31 412 694 694).
For alle yderligere oplysninger eller ved eventuelle problemer med apparatet henvises til www.qlima.com eller det lokale Kundecenter (T: +45 77 34 33 30).
Si necesita información o si tiene algún problema, visite nuestra página Web www.qlima es, o póngase en contacto con el servicio cliente (T: +34 916 113 113).
② Si vous souhaitez obtenir des informations supplémentaires ou si vous rencontrez un problème, rendez-vous sur notre site Web (www.qlima.fr / www.fr.qlima.be) ou contactez notre service client (T : +33 2 32 96 07 47 / +32 (0)3 326 39 39).
Jos haluat huoltoapua, lisätietoja tai laitteen kanssa tulee ongelmia, tutustu verkkosivustoon osoitteessa www.qlima.com tai kysy neuvoa PVG kuluttajapalvelukeskuksesta (T: +45 77 34 33 30).
If you need information or if you have a problem, please visit the our website (www.qlima.com) or contact our sales support (T: +31 412 694 694).
① Per informazioni e in caso di problemi, visitate il sito Web www.qlima.it oppure contattate il Centro Assistenza Clienti (T. +39 0571 628 500).
Hvis du trenger informasjon, eller hvis du har et problem med produktet, kan du gå til nettsidene www.qlima.com. Alternativt kan du kontakte med PVG' forbrukertjeneste (T: +45 77 34 33 30).
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (1 +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).
Se necessitar de informações ou se tiver problemas, visite o Web site www.qlima.es ou contacte o Centro de Assistência (T +34 916 113 113).
W przypadku problemów i w celu uzyskania szczegółowych informacji odwiedź stronę internetową Qlima dostępną pod adresem www.qlima.com lub skontaktuj się z Centrum kontaktów Qlima (T: +48 48 613 00 70)
Om du behöver service eller information eller har problem med apparaten kan du besöka www.qlima.com eller kontakta Qlima kundtjänst (T: +45 77 34 33 30).
© Če želite dodatne informacije, obiščite spletno mesto podjetja na naslovu www.qlima.si ali pokličite na telefonsko (T: +386 (0)41 674 139).

| Categorie | LFL (kg/m ^3 ) | h0(m) | Vloeroppervlak ( m^2 ) | ||||||
| 4 7 | 10 15 20 | 30 50 | |||||||
| R32 0.306 | 1 1.14 | 1.51 1 | 8 2.2 2 | 54 3.12 | 4.02 | ||||
| 1.8 2.05 | 2.71 | 3.24 3.9 | 7 4.58 | 5.61 7.25 | 54 | ||||
| 2.2 2.5 | 3.31 3 | 96 4.85 | 5.6 6.86 | 8.85 | |||||
| Categorie | LFL (kg/m3) | h0(m) | Belasting (M) (kg) Minimale ruimteoppervlakte (m2) | ||||||
| R32 | 0.306 | 1.224kg | 1.836kg | 2.448kg | 3.672kg | 4.896kg | 6.12kg | 7.956kg | |
| 0.6 | 29 | 51 | 116 | 206 | 321 | 543 | |||
| 1 | 10 | 19 | 42 | 74 | 116 | 196 | |||
| 1.8 | 3 | 6 | 13 | 23 | 36 | 60 | |||
| 2.2 | 2 | 4 | 9 | 15 | 24 | 40 | |||
Veiligheidsprincipes voor installatie
1. Veiligheid op de locatie
 Open vuur verboden  text_image
Ventilatie noodzakelijk2. Veiligheid tijdens gebruik
 Let op statische elektriciteit  Draag beschermende kleding en antistatische handschoenen   Gebruik geen mobiele telefoon3. Veiligheid bij installatie
• Koelmiddellekdetector • Geschikte installatielocatie De afbeelding links is een schematisch diagram van een koelmiddellekdetector.
Let op:
1) De installatielocatie moet goed geventileerd zijn. 2) De locaties voor de installatie en het onderhoud van een airconditioner die koelmiddel R32 gebruikt, moeten vrij zijn van open vuur of laswerkzaamheden, roken, droogovens of andere warmtebronnen met een temperatuur hoger dan 548 °C die gemakkelijk open vuur kan veroorzaken. 3) Bij het installeren van een apparaat moeten passende antistatische maatregelen worden genomen, zoals het dragen van antistatische kleding en/of handschoenen. 4) Het is noodzakelijk om een locatie te kiezen die geschikt is voor installatie of onderhoud, waar de luchtinlaten en -uitlaten van de binnen- en buitenunits niet omgeven zijn door obstakels of zich in de buurt bevinden van een warmtebron of brandbare en/ of explosieve omgeving. 5) Als de binnenunit tijdens de installatie een koelmiddellek vertoont, moet u onmiddellijk de klep van de buitenunit sluiten en moet al het personeel de ruimte verlaten totdat het koelmiddellek gedurende 15 minuten volledig is gestopt. Als het apparaat beschadigd is, moet het beschadigde apparaat naar het onderhoudsstation worden gebracht. Het is verboden om de koelmiddelleiding te lassen of andere werkzaamheden uit te voeren op de locatie van de gebruiker. 6) Het is noodzakelijk om een plaats te kiezen waar de inlaat- en uitlaatlucht van de binnenunit gelijkmatig is. 7) Het is noodzakelijk om plaatsen te vermijden waar andere elektrische producten, stekkers en stopcontacten, keukenkasten, bedden, banken en andere waardevolle spullen zich bevinden, direct onder de leidingen aan beide zijden van de binnenunit.Aanbevolen gereedschap
| Gereedschap Afbeelding Gereedschap Afbeelding | |||
| Standaardsleutel Pijpsnijder | ![]() | ||
| Verstelbare sleutel / halve maansleutel | ![]() | Schroevendraaiers (kruiskop en platte kop) | ![]() |
Momentopnemer Verde en meters | ![]() | ||
Inbussleutels Waterpas ![]() | ![]() | ||
| Boormachine en boortjes | ![]() | Flaringgereedschap | ![]() |
Gatzaag Klem op am eter | ![]() | ||
Vacuümpomp Werkhand enen | ![]() | ||
Veiligheidsbril Koelmido gschaal | ![]() | ||
| Micronmeter | ![]() | ||
E VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE INSTALLATIE
Koppelparameters| Leidingdiameter | Newtonmeter [N x m] | Pond-kracht voet (1bf-ft) | Kilogramkrachtmeter (kgf-m) |
| 1/4" (∅ 6.35) 15 | -20 11.1 - 14.8 1.5 - 2.0 | ||
| 3/8"( ∅ 9.52) 31 | -35 22.9 - 25.8 3.2 - 3.6 | ||
| 1/2" (∅ 12) 45 | -50 33.2 - 36.9 4.6 - 5.1 | ||
| 5/8"( ∅ 15.88) 60 | -65 44.3 - 48.0 6.1 - 6.6 |
| INVERTERTYPE MODEL capaciteit (Btu/h) | 9k 12k 18k | |||
| doorsnede | ||||
| Voedingskabel | N 1.5mm | ^2 | 1.5mm^2 | 1.5mm^2 |
| L 1.5mm | ^2 | 1.5mm^2 | 1.5mm^2 | |
| + | 1.5mm^2 | 1.5mm^2 | 1.5mm^2 | |
| Aansluitkabel | N 0.75mm | ^2 | 0.75mm^2 | 0.75mm^2 |
| L or (L) 0.75mm | ^2 | 0.75mm^2 | 0.75mm^2 | |
| 1 0.75mm | ^2 | 0.75mm^2 | 0.75mm^2 | |
| + | 0.75mm^2 | 0.75mm^2 | 0.75mm^2 | |
| INVERTERTYPE MODELcapaciteit (Btu/h) | 9kBinnen | 12kBinnen | 18kBuiten | 24kBuiten | |
| doorsnede | |||||
| Voedingskabel | N 1.5mm | ^2 | 2.5mm ^2 | ||
| L | 1.5mm ^2 | 2.5mm ^2 | |||
| 1.5mm ^2 | 2.5mm ^2 | ||||
| Aansluitkabel | N 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 |
| L or (L) 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | |
| 1 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | |
| 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | 0.75mm ^2 | ||
Stap 1: Selecteer de installatielocatie
1.1 Zorg ervoor dat de installatie voldoet aan de minimale installatieafmetingen (hieronder gedefinieerd) en voldoet aan de minimale en maximale lengte van de aansluitleidingen en de maximale hoogteverschillen zoals gedefinieerd in het gedeelte Systeemvereisten. 1.2 De luchtinlaat en -uitlaat moeten vrij zijn van obstructies, zodat een goede luchtstroom door de ruimte wordt gegarandeerd. 1.3 Condensaat moet gemakkelijk en veilig kunnen worden afgevoerd. 1.4 Alle aansluitingen moeten eenvoudig gemaakt kunnen worden op de buitenunit. 1.5 De binnenunit moet buiten het bereik van kinderen zijn. 1.6 De montagewand moet sterk genoeg zijn om vier keer het volledige gewicht en de trillingen van het apparaat te kunnen dragen. 1.7 Het filter moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor reiniging. 1.8 Laat voldoende vrije ruimte over voor toegang voor routineonderhoud. 1.9 Installeer het apparaat op minstens 3 m afstand van de antenne van een tv of radio. De werking van het apparaat kan het ontvangst van radio of tv verstoren in gebieden waar het ontvangst zwak is. Een versterker kan nodig zijn voor het betreffende apparaat. 1.10 Installeer het apparaat niet in een wasruimte of bij een zwembad vanwege de corrosieve omgeving. 1.11 Voor ETL-gecertificeerde gebieden, let op: monteer met de laagste bewegende delen op minimaal 2,4 m boven vloer of maaiveld.Minimale vrije ruimte binnenshuis
text_image
Plafond ≥20cm / 8 in. ≥13cm / 5 in. ≥13cm / 5 in. ≥250cm / 8ft. VloerStap 2: Bevestigingsplaat installeren
2.1 Neem de montageplaat van de achterkant van de binnenunit. 2.2 Zorg ervoor dat u voldoet aan de minimale installatieafmetingen zoals in stap 1, afhankelijk van de grootte van de montageplaat, bepaal de positie en plak de montageplaat dicht bij de muur. 2.3 Stel de montageplaat horizontaal af met een waterpas en markeer vervolgens de posities van de schroefgaten op de muur. 2.4 Leg de montageplaat neer en boor gaten op de gemarkeerde posities met een boormachine. 2.5 Steek rubberen expansiedoppen in de gaten, hang vervolgens de montageplaat op en zet deze vast met schroeven. text_image
Waterpas Bevestigingsplaattext_image
Referentieposities van de schroevenOpmerking:
1. Zorg ervoor dat de montageplaat na installatie stevig genoeg is en vlak tegen de muur ligt. 2. Deze afbeelding kan afwijken van het werkelijke object. Neem het laatste als norm.Stap 3: Boor een gat in de muur
Er moet een gat in de muur worden geboord voor de koelmiddelleidingen, de afvoerleiding en de aansluitkabels. 3.1 Bepaal de locatie van het gat in de muur op basis van de positie van de montageplaat. 3.2 Het gat moet een diameter van minimaal 70 mm hebben en een kleine schuine hoek om de afvoer te vergemakkelijken. 3.3 Boor het gat in de muur met een kernboor van 70 mm en met een kleine schuine hoek die kleiner is dan het binnenste uiteinde van ongeveer 5 mm tot 10 mm. 3.4 Plaats de muurhuls en de muurhulsafdekking (beide zijn optionele onderdelen) om de verbindingsonderdelen te beschermen.Let op:
Zorg er bij het boren van het gat in de muur voor dat u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijdt. text_image
70mmtext_image
Wandhulsafdekking (optioneel) Buiten 5-10mm Kleine bolique-hoekStap4: Koelmiddelleiding aansluiten
4.1 Kies de juiste leidingmodus op basis van de positie van het gat in de muur. Er zijn drie optionele leidingmodi voor binnenunits, zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding: Bij leidingmodus 1 of leidingmodus 3 moet met een schaar een inkeping worden gemaakt in de kunststof plaat van de leidinguitlaat en kabeluitlaat aan de overeenkomstige zijde van de binnenunit. Opmerking: Bij het afsnijden van de kunststofplaat bij de uitlaat moet de snede text_image
1 2 3 Leidinguitgang Kabeluitlaattext_image
JA NEEnatural_image
Illustration of hands using a tool to interact with a device (no text or symbols visible)text_image
Binnen Buiten De connector moet buiten worden geplaatstStap 5: Sluit de afvoerslang aan
5.1 Stel de afvoerslang af (indien van toepassing) Bij sommige modellen zijn beide zijden van de binnenunit voorzien van afvoerpoorten. U kunt bij een van beide om de afvoerslang aan te sluiten. Sluit de ongebruikte afvoerpoort af met de rubberen die bij een van de poorten is geleverd. natural_image
Technical line drawing of an internal air conditioner unit with no visible text or symbolstext_image
Diagram illustrating four stages of a brick wall installation with arrows indicating movement and failure points.Stap 6: Leidingen en kabels omwikkelen
Nadat de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang zijn geïnstalleerd, moeten deze, om ruimte ruimte te besparen, te beschermen en te isoleren, moeten ze worden gebundeld met isolatietape voordat ze door het gat in de muur worden gevoerd. 6.1 Leg de leidingen, kabels en afvoerslang slang goed zoals op de volgende afbeelding. text_image
Aansluitkabels Isolatietape Koelmiddelleidingen AfvoerslangOpmerking:
a) Zorg ervoor dat de afvoerslang zich onderaan bevindt. b) Voorkom dat onderdelen elkaar kruisen of buigen. 6.2 Wikkel de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang. natural_image
Simple line drawing of a mechanical component with a spring and base, no text or symbols presentStap 7: Binnenunit monteren
7.1 Voer de bundel met de koelmiddelleidingen, aansluitdraden en afvoerslang langzaam door het gat in de muur. 7.2 Haak de bovenkant van de binnenunit aan de montageplaat. 7.3 Oefen lichte druk uit op de linker- en rechterkant van de binnenunit en zorg ervoor dat de binnenunit stevig vastgehaakt is. 7.4 Druk de onderkant van de binnenunit naar beneden zodat de kliksluitingen op de haken van de montageplaat vastklikken en controleer of deze stevig vastzit. Als de koelmiddelleidingen al in de muur zijn ingebouwd, of als u de de leidingen en draden aan de muur wilt aansluiten, gaat u als volgt te werk: (I) Pak beide uiteinden van de bodemplaat vast en oefen een beetje kracht naar buiten uit om de bodemplaat te verwijderen. (II) Haak de bovenkant van de binnenunit aan de montageplaat zonder leidingen en bedrading. (III) Til de binnenunit tegenover de muur op, klap de beugel op de montageplaat uit en gebruik deze beugel om de binnenunit te ondersteunen, zodat er voldoende ruimte is om te werken. (IV) Sluit de koelmiddelleidingen en bedrading aan, sluit de afvoerslang aan en wikkel ze in zoals in stap 4 tot en met 7. (V) Plaats de beugel van de montageplaat terug. (VI) Druk de onderkant van de binnenunit naar beneden zodat deze vastklikt op de onderste haken van de montageplaat en zorg ervoor dat deze stevig vastzit. (VII) Plaats de bodemplaat van de binnenunit terug. natural_image
Technical line drawing of a mechanical component with no visible text or symbolstext_image
Technical diagram showing a mechanical assembly before and after transformation, with Chinese labels indicating component names.G INSTALLATIE VAN BUITENUNIT
Stap 1: Selecteer de installatielocatie
Kies een locatie die aan de volgende eisen voldoet: 1.1 Installeer de buitenunit niet in de buurt van warmtebronnen, stoom of brandbaar gas. 1.2 Installeer het apparaat niet op plaatsen waar veel wind of stof is. 1.3 Installeer het apparaat niet op een plek waar vaak mensen langskomen. Kies een plek waar de luchtstroom en het geluid van de werking de buren niet hindert. 1.4 Installeer het apparaat niet op een plek waar het wordt blootgesteld aan direct zonlicht (gebruik indien nodig een bescherming die de luchtstroom niet belemmert). 1.5 Houd de ruimte vrij zoals aangegeven op de afbeelding, zodat de lucht vrij kan circuleren. 1.6 Installeer de buitenunit op een veilige en stevige plaats. 1.7 Als de buitenunit aan trillingen onderhevig is, plaats dan rubberen matten onder de poten van het apparaat. text_image
meer dan 50cm/20in. meer dan 30cm/12in. meer dan 30cm/12in. meer dan 200cm/79in. meer dan 50cm/20in.Stap2: Installeer de afvoerslang
2.1 Deze stap geldt alleen voor modellen met warmtepomp. 2.2 Steek de afvoeraansluiting in het gat aan de onderkant van de buitenunit. text_image
AfvoeraansluitingAfvoerslangStap 3: Buitenunit bevestigen
3.1 Markeer de installatiepositie voor expansiebouten volgens de installatieafmetingen van de buitenunit 3.2 Boor gaten, verwijder het betonstof en plaats de bouten. 3.3 Installeer indien van toepassing 4 rubberen matten op het gat voordat u de buitenunit plaatst (optioneel). Dit vermindert trillingen en geluid. 3.4 Plaats de basis van de buitenunit op de bouten en de voorgeboorde gaten. 3.5 Gebruik een moersleutel om de buitenunit stevig vast te zetten met bouten. Opmerking: De buitenunit kan worden bevestigd op een muurbeugel. Volg de instructies van de muurbeugel om de muurbeugel te bevestigen. De muurbeugel moet minimaal 4 keer het gewicht van de buitenunit kunnen dragen. natural_image
Line drawing of a dual-panel air conditioner unit with fan blades and control panel (no text or symbols)Stap4: Bedrading installeren
4.1 Gebruik een kruiskopschroevendraaier om de bedradingsafdekking los te schroeven, pak deze vast en druk deze voorzichtig naar beneden om deze te verwijderen. 4.2 Schroef de kabelklem los en verwijder deze. 4.3 Sluit de aansluitdraden aan op de overeenkomstige aansluitklemmen volgens het bedradingsschema dat aan de binnenkant van de bedradingsafdekking is geplakt aan de overeenkomstige aansluitingen en zorg ervoor dat alle aansluitingen stevig en veilig zijn. 4.4 Plaats de kabelklem en de bedradingsafdekking terug. Opmerking: Bij het aansluiten van de draden van binnen- en buitenunits moet de stroom worden uitgeschakeld. text_image
Aansluitblok Kabelklem Bedradingsafdekking Bedradingsschematext_image
Individuele split: 1 N (L) L N Naar de binnenunit Stroomvoorziening 1-Signaalkabel N-nul-lijn (L)-stroomdraadVoor multi-modellen
text_image
N L Voeding 1A NA LA 1B NB LB 1 N L 1 N L Außenbereich 1C NC LC 1 N L 1 D ND LD 1 N L 1 E NE LE 1 N L Binnen A Binnen B Binnen C Binnen D Binnen EStap 5: Koelmiddelleiding aansluiten
5.1 Schroef het kleppendeksel los, pak het vast en druk het voorzichtig naar beneden om het te verwijderen (indien van toepassing). 5.2 Verwijder de beschermkappen van het uiteinde van de kleppen. text_image
De klepdeksel verwijderennatural_image
Close-up of hands adjusting a metallic pipe fitting inside a white electrical outlet (no visible text or symbols)natural_image
Close-up of hands holding a metallic pipe fitting with directional arrows indicating assembly (no text or symbols visible)natural_image
Close-up of two mechanical pipe fittings with numbered annotations (① and ②) and directional arrows, no readable text or symbols beyond labels.Stap 6: Controleer op lekkage en open de klep
6.1 Controleer of alle aansluitingen correct zijn afgedicht met behulp van een lekdetector of zeepwater. 6.2 Verwijder het deksel van de klep met een steeksleutel en open de klep met een 5 mm inbussleutel. Zorg ervoor dat de klep volledig is geopend om storingen en schade te voorkomen. Schroef de afdekking weer vast en draai deze goed aan om ervoor te zorgen dat deze goed is afgedicht. natural_image
Close-up of two mechanical pipe fittings with a hand adjusting a valve (no text or symbols visible)Inspecties vóór de testrun
Voer de volgende controles uit vóór de testrun.| Beschrijving Inspectiemethode | |
| Elektrische veiligheidsinspectie | Controleer of de voedingsspanning voldoet aan de specificaties.Controleer of er geen verkeerde of ontbrekende aansluitingen zijn tussen de stroomkabels, signaalkabels en aardingskabels.Controleer of de aardingsweerstand en isolatieweerstand voldoen aan vereisten. |
| Veiligheidsinspectie van de installatie | Controleer de richting en gladheid van de afvoerleiding. Controleer of de verbinding van de koelmiddelleiding volledig is geïnstalleerd.Controleer de veiligheid van de buitenunit, de montageplaat en de binnenunit.Controleer of de kleppen volledig open staan.Controleer of er geen vreemde voorwerpen of gereedschappen in het apparaat zijn achtergebleven.Voltooi de installatie van het luchtinlaatrooster en het paneel van de binnenunit. |
| Detectie van koelmiddellekkage | De leidingverbinding, de connector van de twee kleppen van de buitenunit, de klepspoel, de laspoort, enz., waar lekkage kan optreden.Schuimdetectiemethode:Breng zeepwater of schuim gelijkmatig aan op de onderdelen waar lekkage kan optreden en kijk of er belletjes verschijnen. Als dat niet het geval is, wijst dit erop dat het resultaat van de lekdetectie veilig is.Lekdetectiemethode:Gebruik een professionele lekdetector en lees de gebruiksaanwijzing,detecteer op de plaats waar lekkage kan optreden.De duur van de lekdetectie voor elke positie moet 3 minuten of langer duren; Als uit de test blijkt dat er een lek is, moet de moer worden aangedraaid en opnieuw worden getest totdat er geen lekkage meer is; Nadat de lekdetectie is voltooid, moet de blootliggende pijpverbinding van binnenunit in met thermisch isolatiemateriaal en wikkel deze in met isolatietape. |
Instructies voor proefdraaien
1. Schakel de stroomtoevoer in. 2. Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat in te schakelen. 3. Druk op de knop Mode om te schakelen tussen de modi COOL en HEAT. Stel in elke modus het volgende in: COOL - Stel de laagste temperatuur in HEAT - Stel de hoogste temperatuur in 4. Laat het apparaat ongeveer 8 minuten in elke modus draaien en controleer of alle functies correct werken en reageren op de afstandsbediening. Functies controleren zoals aanbevolen: 4.1 Als de uitlaatluchttemperatuur reageert op de koel- en verwarmingsmodus 4.2 Als het water goed wegloopt via de afvoerslang 4.3 Als de lamellen en deflectoren (optioneel) goed draaien 5. Observeer de testrunstatus van het apparaat gedurende ten minste 30 minuten. 6. Na een succesvolle testrun zet u het apparaat terug in de normale stand en drukt u op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat uit te schakelen. 7. Informeer de gebruiker dat hij/zij deze handleiding zorgvuldig moet lezen voor gebruik en laat de gebruiker zien hoe het apparaat, de nodige kennis voor service en onderhoud en de aanwijzingen voor opslag van accessoires. Opmerking: Als de omgevingstemperatuur buiten het bereik valt, raadpleeg dan het hoofdstuk BEDIENINGSINSTRUCTIES, en het de KOEL- of VERWARMINGSMODUS niet kan worden gebruikt, til dan het voorpaneel op en raadpleeg de bediening van de noodknop om de COOL- en HEAT-modus te gebruiken.I ONDERHOUD
| ⚠Waarschuwing | Bij het reinigen moet u het apparaat uitschakelen en de stroomtoevoer gedurende meer dan 5 minuten.Het apparaat mag in geen geval met water worden schoongespoeld.Vluchtige vloeistoffen (bijv. thinner of benzine) beschadigen het apparaat. Gebruik daarom alleen een zachte droge doek of een natte doek gedrenkt in een neutraal reinigingsmiddel om het apparaat schoon te maken.Zorg ervoor dat u het filter regelmatig reinigt om te voorkomen dat het filter verstopt raakt door stof, wat de werking van het filterrooster beïnvloedt.Wanneer de gebruiksomgeving stoffig is, moet de reinigingsfrequentie de reinigingsfrequentie dienovereenkomstig worden verhoogd.Raak na het verwijderen van het filterrooster de lamellen van de binnenunit niet aan om krassen te voorkomen krassen te voorkomen. |
| Reinig het apparaat | Wring het droog - Veeg het oppervlak van het apparaat voorzichtig afTip: Veeg het apparaat regelmatig af om het schoon te houden en goed te laten functioneren |
| Demontage en montage van het filter | Pak het filter bij het handvat vast en trek het filter in de richting dat deze van het apparaat af wijkt, zodat de bovenrand van het filter loskomt van het apparaat.Het filter kan worden verwijderd door het filter omhoog te tillen.Bij het plaatsen van het filter steekt u eerst het onderste uiteinde van het filtergaas in de overeenkomstige positie van het apparaat en druk vervolgens het bovenste uiteinde van het filter in de overeenkomstige vergrendelingspositie van de behuizing van het apparaat.![]() |
| Reinig het filter | Haal het filter uit het apparaat Reinig het filter met zeepwater en laat het aan de lucht drogen Plaats het filter terugTip: Als u stofophoping in het filter constateert, reinig het filter dan tijdig om een schone, gezonde en efficiënte werking van het apparaat te garanderen. |
| Reiniging van het binnenste luchtkanaal | Draai eerst de knop in het midden van de lamellen los en buig de lamellen naar buiten om ze te verwijderen.Pak vervolgens beide zijden van de bodemplaat vast en druk deze naar beneden om de bodemplaat te verwijderen.Draai ten slotte de gesp van de deflector los met uw duim en haal deze eruit. Veeg het luchtkanaal en de ventilator schoon met een schone, uitgewrongen natte doek.Reinig de verwijderde onderdelen met zeepwater en laat ze aan de lucht drogen.Plaats na het reinigen de verwijderde onderdelen weer terug.![]() |
| Service en onderhoud | Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, voert u de volgende werkzaamheden uit:Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening en koppel de stroomtoevoer van het apparaat.Wanneer u het apparaat na een lange periode van stilstand weer in gebruik neemt:1. Reinig het apparaat en het filter;2. Controleer of er geen obstakels zijn bij de luchtinlaat en -uitlaat van de binnen- en buitenunits;3. Controleer of de afvoerleiding vrij is;Plaats de batterijen in de afstandsbediening en controleer of het apparaat is ingeschakeld. |
J TROUBLESHOOTING
| STORING MOGELIJKE OORZAKEN | |
| Het apparaat werkt niet | Stroomstoring / stekker uit het stopcontact getrokken |
| Beschadigde ventilatormotor binnen-/buitenunit | |
| Defecte thermomagnetische stroomonderbreker van de compressor | |
| Defecte beveiliging of zekeringen | |
| Losse aansluitingen of stekker uit het stopcontact getrokken | |
| Het apparaat stopt soms met werken om het te beschermen | |
| Spanning hoger of lager dan het spanningsbereik | |
| Actieve TIMER-ON-functie | |
| Beschadigde elektronische besturingskaart | |
| Vreemde geur Vervuild luchtfilter | |
| Geluid van stromend water | Terugstroming van vloeistof in de koelmiddelcirculatie |
| Er komt een fijne nevel uit de luchtuitlaat. | Dit gebeurt wanneer de lucht in de kamer erg koud wordt, bijvoorbeeld in de standen "KOELEN" of "ONTVOCHTIGEN/DROGEN". |
| Er is een vreemd geluid hoorbaar. | Dit geluid wordt veroorzaakt door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel als gevolg van temperatuurschommelingen en duidt niet op een probleem. |
| Onvoldoende luchtstroom, zowel warm als koud. | Ongeschikte temperatuurinstelling. |
| Verstopte in- en uitlaten van het apparaat. | |
| Vervuild luchtfilter | |
| Ventilatorsnelheid ingesteld op minimum | |
| Andere warmtebronnen in de kamer | |
| Geen koelmiddel | |
| Het apparaat reageert niet op commando's | De afstandsbediening bevindt zich niet dicht genoeg bij de binnenunit. |
| De batterijen van de afstandsbediening moeten worden vervangen | |
| Er zijn obstakels tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger in de binnenunit | |
| Het display is uitgeschakeld | Actieve DISPLAY-functie |
| Stroomstoring | |
| Schakel het apparaat onmiddellijk uit en schakel de stroomtoevoer uit in geval van | Vreemde geluiden tijdens het gebruik |
| Defecte elektronische besturingskaart | |
| Defecte zekeringen of schakelaars | |
| Water of voorwerpen die in het apparaat worden gespoten | |
| Oververhitte kabels of stekkers | |
| Er komt een zeer sterke geur uit het apparaat | |
FOUTCODE OP HET DISPLAY (Voor mono-split-modellen)
In geval van een fout geeft het display van de binnenunit een van de volgende codes weer:| Display Beschrijving van het probleem | |
| E1 | Storing in de binnensensor voor kamertemperatuur |
| E2 | Storing in de buitentemperatuursensor |
| E3 | Storing in de buitentemperatuursensor |
| E4 | Storing in het koelmiddelsysteem |
| E6 | Storing in de ventilatormotor binnenshuis |
| E7 | Storing in buitentemperatuursensor |
| E0 | Storing in communicatie tussen binnen- en buitenunit |
| E8 | Storing in buitentemperatuursensor |
| E9 | Storing in de IPM-module buiten |
| ER | Storing in stroomdetectie buiten |
| EE | Fout in EEPROM van buitenprintplaat |
| EF | Fout in ventilatormotor buiten |
| EH | Storing buitenzuigtemperatuursensor |
| Display Beschrijving van het probleem | |
| E0 Communicatiestoring binnen en buiten | |
| E1 Storing binnenshuis temperatuursensor | |
| E2 Storing in de temperatuursensor van de binnenleiding | |
| E3 Storing buitentemperatuursensor buizen | |
| E4 Systeem abnormaal | |
| E5 Modelallocatiefout | |
| E6 Storing in de motor van de binnenventilator | |
| E7 Storing in de buitentemperatuursensor | |
| E8 Storing in de uitlaattemperatuursensor | |
| E9 Storing in de frequentieomzettingsmodule | |
| EA Storing in de stroomsensor | |
| EC Storing in de buitencommunicatie | |
| EE Storing in de EEPROM binnen of buiten | |
| EH Storing in de buitenzuigtemperatuursensor | |
| EF Storing van de motor van de buitenventilator | |
| EP Storing in de compressortemperatuurschakelaar | |
| EU Storing in de spanningssensor | |
| Ed Storing in de EEPROM binnen | |
| En Storing in de buitentemperatuursensor van de gasleiding | |
| Ey Storing in de buitentemperatuursensor van de vloeistofleiding | |
| PA Conflict in de binnenbedrijfmodus | |
| P0 Modulebeveiliging | |
| P1 Bescherming tegen te lage spanning | |
| P2 Bescherming tegen te hoge stroomsterkte | |
| P4 Bescherming tegen te hoge ontladingstemperatuur | |
| P5 Bescherming tegen te lage uitlaattemperatuur bij koeling | |
| P6 Bescherming tegen hoge temperaturen bij koeling | |
| P7 Bescherming tegen hoge temperaturen bij verwarming | |
| P8 Bescherming tegen te hoge of te lage buitentemperaturen | |
| P9 Bescherming van de driverkaart |
RICHTLIJN VOOR VERWIJDERING
Dit apparaat bevat koelmiddel en andere potentieel gevaarlijke materialen. Bij het afvoeren van dit apparaat is volgens de wet speciale inzameling en behandeling vereist. Voer dit product NIET af als huishoudelijk afval of ongesorteerd gemeentelijk afval. Bij het afvoeren van dit apparaat hebt u de volgende opties: - Voer het apparaat af bij een aangewezen gemeentelijke inzamelingsfaciliteit voor elektronisch afval. - Bij aankoop van een nieuw apparaat neemt de verkoper het oude apparaat gratis terug. - De verkoper neemt het oude apparaat ook gratis terug. - Verkoop het apparaat aan gecertificeerde schroothandelaren. - Het weggooien van dit apparaat in het bos of andere natuurlijke omgevingen brengt uw gezondheid in gevaar en is slecht voor het milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen in het grondwater terechtkomen en in de voedselketen terechtkomen. natural_image
Symbol of a trash bin crossed with no visible text or labelstext_image
8.0 8.0 h MODE TURBO SWING FAN MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAY| NO. Knop Functie | ||
| 1 Om | het apparaat in/uit te schakelen | |
| 2 MODE | Om de bedrijfsmodus te selecteren: AUTO, KOELEN, DROGEN, VENTILATOR, VERWARMEN | |
| 3 | (TEMP UP) | Om de temperatuur te verhogen of de timer in te stellen |
| 4 | (TEMP DN) | Om de temperatuur te verlagen of de timer in te stellen |
| 5 TURBO | 1) Om de TURBO-functie te activeren.2) Druk vijf seconden lang op “”TURBO”” om te schakelen tussen ‘C en ‘F weergave | |
| 6 FAN | Om de ventilatorsnelheden te selecteren: auto/mute/laag/midden-laag/midden-hoog/hoog/turbo | |
| 7 | SWING | Om de horizontale kleppen te stoppen of te starten en de gewenste luchtstroomrichting naar links/rechts in te stellen |
| 8 | SWING | Om de verticale kleppen te stoppen of te starten en de gewenste luchtstroomrichting naar links/rechts in te stellen |
| 9 MUTE Om de MUTE-functie in of uit te schakelen. | ||
| 10 ECO | 1) Om de ECO-functie te activeren/deactiveren.2) Lang indrukken om de 8°C-verwarmingsfunctie te activeren/deactiveren (afhankelijk van het model) | |
| 11 TIMER Om de tijd voor de timer aan/uit in te stellen | ||
| 12 SLEEP Om de functie | SLEEP in/uit te schakelen | |
| 13 I FEEL Om de functie | I FEEL te activeren | |
| 14 DISPLAY Om het LED-display in/uit te schakelen | ||
| 15 | SLEEP+DISPLAY | Houd, terwijl het apparaat is ingeschakeld, de knoppen "Sleep" en "Display" 3 seconden ingedrukt om de HEALTH-functie in/uit te schakelen. de HEALTH-functie te activeren/deactiveren. |
| 16 | MODE+ (TEMP) | Houd de knoppen "MODE" en " (TEMP)" gedurende 3 seconden ingedrukt om de WIFI-functie te resetten. |
| 17 | SWING +SWING <> | Houd, terwijl het apparaat is uitgeschakeld, de knoppen "SWING " en "SWING " gedurende 3 seconden ingedrukt om de SELF-CLEAN-functie in/de SELF-CLEAN-functie te activeren/deactiveren. |
| 18 | MODE+ (TEMP) | Houd de knoppen "MODE" en " (TEMP)" gedurende 3 seconden ingedrukt om de spraakfunctie in/uit te schakelen. |
| 19 FAN + MUTE | Houd, terwijl het apparaat is ingeschakeld en in de modus COOLING staat, beide de knoppen "FAN" en "MUTE" tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt om de GENTLE WIND-functie te activeren/deactiveren. | |
| 20 MODE + TIMER | Houd de knoppen "MODE" en "TIMER" tegelijkertijd ingedrukt om de KINDERVERGRENDELING te activeren/deactiveren." | |
Afstandsbediening DISPLAY, betekenis van symbolen op het LCD-scherm
| NO. | Symbolen Betekenis | |
| 1 | AUTO MODE-indicator | |
| 2 | COOLING MODE-indicator | |
| 3 | DRY MODE-indicator | |
| 4 | FAN MODUS-indicator | |
| 5 | HEATING MODE-indicator | |
| 6 | BATTERIJ-indicator | |
| 7 | INDICATOR VOOR ZACHTE WIND | |
| 8 | I FEEL-indicator | |
| 9 | ECO-indicator | |
| 10 | INDICATOR TEMPERATUUR/KLOK | |
| 11 | FLAP SWIN (luchroom) indicator | |
| 12 | MUTE-indicator | |
| 13 | FA N GPEED-indicator | |
| 14 | AUTO-VENTILANTUR indicator | |
| 15 | TURBO-indicator | |
| 16 | INDICATOR KINERSLOT | |
| 17 | SLEEP MODE-indicator | |
| 18 | HEALTH-indicator | |
| 19 | Anti-schimmel indicator | |
| 20 | TIMER-indicator | |
| 21 | DISPLAYVERLICHTING-indicator |
Vervanging van batterijen
Verwijder het batterijklepje aan de achterkant van de afstandsbediening door het in de richting van de pijl. Plaats de batterijen volgens de richting (+ en -) die op de afstandsbediening is aangegeven. Plaats het batterijklepje terug door het op zijn plaats te schuiven. text_image
Diagram showing two battery casing configurations with labeled components and directional arrows indicating movement or change.Afvoer van batterijen
Gooi batterijen niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval. Raadpleeg de lokale wetgeving voor de juiste afvoer van batterijen. Batterijen kunnen een chemisch symbool hebben onderaan het afvalpictogram. Dit chemische symbool betekent dat de batterij een bepaald concentratiegehalte aan zware metalen bevat. Apparaten en gebruikte batterijen moeten worden behandeld in een gespecialiseerde faciliteit voor hergebruik, recycling en terugwinning.  Door ervoor te zorgen dat u batterijen op de juiste manier weggooit, helpt u mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.  - Gebruik 2 LRO 3 AAA (1,5 V) batterijen (deze zijn niet meegeleverd). - Gebruik geen oplaadbare batterijen. - Vervang de oude batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type wanneer het display niet meer leesbaar is. - Gooi batterijen niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval. - Dit afval moet apart worden ingezameld voor speciale behandeling. Aanbevelingen voor het plaatsen en gebruiken van de afstandsbedieningshouder (indien aanwezig). De afstandsbediening moet in een wandhouder worden bewaard.Opmerking:
1. Richt de afstandsbediening op het apparaat. 2. Controleer of er geen voorwerpen tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger in de binnenunit. 3. Laat de afstandsbediening nooit blootstaan aan zonlicht. 4. Houd de afstandsbediening op een afstand van minimaal 1 meter van de televisie of andere elektrische apparaten.GEBRUIKSAANWIJZING
Het apparaat in-/uitschakelen
Druk op de knop ⏻ om het apparaat in of uit te schakelen. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMPKOELMODUS
 Met de koelfunctie kan het apparaat de kamer koelen en tegelijkertijd de luchtvochtigheid te verlagen. Om de koelfunctie (COOL) te activeren, drukt u op de MODE -knop in totdat het symbool ✝ op het display verschijnt.Met de knop √ of ∧stelt u een temperatuur in die lager is dan die van de kamer. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMP ↓ ↓DROOGMODUS
 Deze functie vermindert de luchtvochtigheid van de lucht om de kamer aangenamer te maken comfortabeler te maken. Om de DROOG-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ♘♦ op het display verschijnt. Een automatische functie van voorinstelling geactiveerd.VERWARMINGSMODUS
 Met de verwarmingsfunctie kan het apparaat de kamer verwarmen. Om de verwarmingsfunctie (HEAT) te activeren, drukt u op de MODE-knop ingedrukt totdat het symbool ✝ op het display verschijnt. Met de knop √ of √stelt u een temperatuur in die hoger is dan die van de kamer. In de modus VERWARMING kan het apparaat automatisch een ontdooicyclus activeren, wat essentieel is om het ijs op de condensor te verwijderen, zodat de warmteuitwisselingsfunctie te herstellen. Deze duurt deze procedure gewoonlijk 2-10 minuten. Tijdens ontdooien stopt de ventilator van de binnenunit. Na het ontdooien wordt de verwarmingsmodus. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMP ↓ ↓FAN-MODUS (niet de FAN-knop)
 Ventilatormodus, alleen luchtventilatie. Om de FAN-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ✿ in het display verschijnt. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMP ↓ ↓AUTO-MODUS
 Automatische modus. Om de AUTO-modus in te stellen, drukt u op MODE totdat ☐ op het display verschijnt. In de AUTO-modus wordt de bedrijfsmodus automatisch ingesteld op basis van de kamertemperatuur.TURBO-functie
 Om de turbofunctie te activeren, drukt u op de TURBO-knop en perschijnt op het display. Druk nogmaals op deze knop om deze functie te annuleren. Wanneer u in de modus COOL/HEAT de functie TURBO selecteert, zal het apparaat snel koelen/snel verwarmen met de hoogste ventilatorsnelheid. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMPWijzig de ventilatorsnelheid
Druk op de knop FAN om de snelheid van de ventilator in te stellen. Deze kan worden ingesteld op AUTO/ MUTE/ LOW/ MID-LOW/ MID/MID-HIGH/ HIGH/TURBO. flowchart
graph LR
A["Start"] --> B{Flash}
B --> C["End"]
C --> D["Continue"]
D --> E["Next Step"]
E --> F["Next Step"]
F --> G["Next Step"]
G --> H["Next Step"]
H --> I["Next Step"]
text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMP ↓ ↓SWING-functie
  1. Druk op de knop SWING om de lamellen te activeren. 1) Druk op SWING om de horizontale kleppen te activeren om van boven naar beneden te laten zwaaien. Dit wordt weergegeven op het display van de afstandsbediening. Druk nogmaals om d zwenkbeweging te stoppen bij de huidig hoek. 2) Druk op SWING <> om de verticale deflectoren te activeren om van links naar rechts te zwenken, verschijnt op het display van de afstandsbediening. Druk nogmaals om de zwenkbeweging te stoppen bij de huidige hoek. 2. Als de verticale deflectoren handmatig zijn geplaatst die onder de kleppen zijn geplaatst, maken ze het mogelijk om de luchtstroom naar rechts of naar links te richten. 3. Bij sommige modellen met inverterverwarming drukt u op de horizontale SWING en verticale SWING tegelijkertijd ingedrukt, wordt de zelfreinigingsfunctie geactiveerd Clean-functie geactiveerd. ⚠️ Deze aanpassing moet worden uitgevoerd terwijl het apparaat is uitgeschakeld. ⚠️ Plaats de “kleppen” nooit handmatig, het delicate mechanisme kan ernstig beschadigd raken! ⚠ Steek nooit vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat- of -uitlaatopeningen. Een dergelijk onbedoeld contact met onder spanning staande onderdelen kan onvoorspelbare schade of letsel veroorzaken. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMPMUTE-functie
 1. Druk op de -khop om deze functie te activeren. verschijnt op het display van de afstandsbediening. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen. 2. Wanneer de MUTE-functie actief is, werkt de binnenunit op de laagste ventilatorsnelheid werken voor een rustig gevoel te creëren. 3. Wanneer u op de knop FAN / TURB drukt, wordt de MUTE-functie functie geannuleerd. De MUTE-functie kan niet worden in de droogstand worden geactiveerd.ECO-MODUS
 In deze modus stelt het apparaat automatisch in om energie te besparen Druk op de ECO-knop, de ECO-verschijnt op het display en werkt het apparaat in de ECO-modus. Druk nogmaals om deze modus te annuleren. Opmerking: De ECO-functie is beschikbaar in zowel KOELEN als VERWARMEN. text_image
MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYtext_image
MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYTIMER-functie ---TIMER AAN
TIMER
Om het apparaat automatisch in te schakelen. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, kunt u de TIMER ON instellen. Om de tijd voor het automatisch inschakelen in te stellen, gaat u als volgt te werk: 1. Druk eerst op de TIMER-knop om de schakelaar in te schakelen, en 60h verschijnen op het display van de afstandsbediening en knipperen. 2. Druk op de knop ^ of ∅m de gewenste tijd voor het inschakelen van de timer in te stellen. Elke keer dat u op de knop drukt, wordt de tijd met een half uur tussen 0 en 10 uur en met een half uur tussen 10 en 24 uur. 3. Druk nogmaals op de TIMER-knop om te bevestigen. 4. Stel na het instellen van de timer de gewenste modus in (Koelen/Verwarming/Auto/Ventilator/Droog) door op de MODE -knop te drukken. Stel vervolgens de gewenste ventilatorsnelheid in door op de knop FAN. Druk op of om de gewenste bedrijfstemperatuur in te stellen. Annuleer door op de TIMER-knop te drukken. text_image
MODE TURBO TEMP FAN SWING MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYTIMER-functie --- TIMER UIT
TIMER
Om het apparaat automatisch uit te schakelen. Wanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u de TIMER UIT instellen. Om de tijd van automatische uitschakeling in te stellen zoals hieronder: 1. Controleer of het apparaat is ingeschakeld. 2. Druk eerst op de TIMER -knop om de uitschakeling in te stellen. Druk op of om de gewenste timer in te stellen. 3. Druk een tweede keer op de TIMER-knop om te bevestigen. Annuleer door op de TIMER -knop te drukken. Opmerking: Alle programmeringen moeten binnen 5 seconden worden uitgevoerd, anders wordt de instelling geannuleerd. text_image
MODE TURBO TEMP FAN SWING MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYSLAAPMODUS
 Vooraf ingesteld automatisch bedieningsprogramma. Druk op de SLEEP -knop om de SLEEP-functie te activeren. en verschijnt op het display. Druk nogmaals om deze functie te annuleren. Na 10 uur in de slaapstand te hebben gestaan, schakelt het apparaat over naar de vorige instelling. text_image
MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYI FEEL-functie (optioneel)
 Druk op de knop om de functie te activeren, waarna verschijnt op het display van de afstandsbediening. Druk nogmaals op de knop om deze functie uit te schakelen. Met deze functie kan de afstandsbediening de temperatuur op de huidige locatie te meten en dit signaal naar het apparaat te sturen om de temperatuur om u heen te optimaliseren en het comfort te waarborgen. De functie wordt na 8 uur automatisch uitgeschakeld. text_image
MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYLED-displayverlichting AAN/UITF
Druk op de DISPLAY-knop om het LED-display op het paneel uit te schakelen. Druk nogmaals om het LED-display weer in te schakelen. text_image
MUTE ECO TIMER SLEEP I FEEL DISPLAYKinderslotfunctie
1. Druk lang op de MODE - en JIMF knoppen tegelijk om deze functie te activeren, en druk nogmaals om deze functie uit te schakelen. 2. Onder deze functie werkt geen enkele knop. text_image
MODE TURBO SWING FAN TEMP MUTE ECO TIMERZELFREINIGINGSFUNCTIE
Alleen optioneel voor sommige warmtepomp-invertertoestellen apparaten. Om deze functie te activeren, schakelt u eerst de binnenunit uit en druk vervolgens tegelijkertijd gedurende 3 seconden op de SWING ◇ - en SWING ◇ - knop tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt totdat u een pieptoon hoort en "AC" verschijnt op het display van de afstandsbediening en op het LED-display van de binnenunit verschijnt. 1. Deze functie helpt bij het verwijderen van opgehoopt vuil, bacteriën enz. uit de verdamper te verwijderen. 2. Deze functie duurt ongeveer 30 minuten en keert daarna terug naar de vooraf ingestelde modus. U kunt ⏻ op de om deze functie tijdens het proces te annuleren. U hoort 2 piepjes wanneer de functie is voltooid of de functie is geannuleerd. ⚠ Het is normaal dat er tijdens dit proces wat geluid te horen is functie, omdat kunststoffen uitzetten bij warmte uitzetten en bij kou krimpen. ⚠ Wij raden u aan deze functie als volgt te gebruiken om bepaalde veiligheidsrisico's te vermijden.| Binnenunit Temp < 86°F (30°C) |
| Buitenunit 41°F (5°C) < Temp < 86°F (30°C) |






