KD8178BD - Koelkast Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KD8178BD Atag in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KD8178BD Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KD8178BD - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KD8178BD van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING KD8178BD Atag
Gebruiks- en montagehandleiding
Koel-vriescombinatie, integreerbaar, Deur-op-deur
1 Het apparaat in vogelvlucht.... 2
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht.... 2
1.2 Toepassingen van het apparaat.... 2
1.3 Conformiteit.... 3
1.4 Energie sparen....3
2 Algemene veiligheidsvoorschriften.... 3
3 Bedienings- en controle-elementen.... 4
3.1 Bedienings- en controle-elementen.... 4
3.2 Temperatuurdisplay 4
4 In gebruik nemen.... 4
4.1 Apparaat transporteren.... 4
4.2 Apparaat opstellen.... 4
4.3 Deurdraairichting veranderen.... 5
4.4 Inbouw....5
4.5 Afvalverwerking van de verpakking....9
4.6 Apparaat aansluiten....9
4.7 Apparaat inschakelen....9
5 Bediening.... 9
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay.... 9
5.2 Kinderbeveiliging....9
5.3 Deuralarm....10
5.4 Temperatuuralarm.... 10
5.5 Koelgedeelte 10
5.6 Vriesgedeelte.... 11
6 Onderhoud.... 12
6.1 Ontdooien met NoFrost.... 12
6.2 Apparaat reinigen.... 12
6.3 Technische Dienst.... 13
7 Storingen.... 13
8 Afzetten.... 14
8.1 Apparaat uitschakelen.... 14
8.2 Buiten werking stellen.... 14
9 Apparaat afdanken.... 14
De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.
Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b.
De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).
Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ▶, gebruiksresultaten met een ▷
1 Het apparaat in vogelvlucht
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht
Aanwijzing
▶ Levensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.
▶ Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.

(1) Bedienings- en contro-
lepaneel
(2) Boter- en kaasvak
(3) Ventilator (12) Groentelade
(4) Plateaus, verplaatsbaar
(5) Conservenrek
(6) Plateaus, deelbaar
(7) Binnenverlichting
(8) Deurvakken
(9) Deurvak voor hoge flessen
(10) Flessenhouder
(11) Koudste zone
•
(13) Afvoeropening
(14) Typeplaatje
(15) Invriesvak
(16) Koudeaccu
(17) Info-systeem
(18) VarioSpace*
1.2 Toepassingen van het apparaat
Het apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmiddelen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeld het gebruik
- in personeelskeukens, bed and breakfasts,
- door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onderkomens.
- voor catering en soortgelijke diensten in de groothandel
Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Het apparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen en producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulpmiddelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot
schade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje.
Aanwijzing
▶ Respecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zoniet vermindert de koelprestatie.
| Klimaat-klasse | voor omgevingstemperaturen van |
| SN 10 °C tot 32 °C | |
| N 16 °C tot 32 °C | |
| ST 16 °C tot 38 °C | |
| T 16 °C tot 43 °C |
1.3 Conformiteit
Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het apparaat voldoet in de inbouwstaat aan de van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen evenals de EG-richtlijnen 2006/95/EG en 2004/108/EG.
1.4 Energie sparen
- Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventilatieopeningen resp. -roosters niet afdekken.
- Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden.
- Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke.
- Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandigheden b.v. de omgevingstemperatuur (zie 1.2).
- Open het apparaat zo kort mogelijk.
- Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is het energieverbruik.
- Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat in vogelvlucht).
- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden.
- Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het apparaat laten staat, zodat ze niet te warm worden.
- Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamertemperatuur.
- Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien.
- Bij langere vakanties koelgedeelte legen en uitschakelen.
2 Algemene veiligheidsvoorschriften
Gevaren voor de gebruiker:
- Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken (daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen.
-
Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door de Technische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel.
-
Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.
- Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren en aansluiten.
- Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door.
- De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte te verlichten en niet geschikt als kamerverlichting.
Brandgevaar:
- Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken.
- Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.).
- Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst.
- Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensymbool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrische componenten vlam vatten.
- Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand opslaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrische componenten vlam vatten.
Gevaar voor vallen en omkiepen:
- Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.
Gevaar voor voedselvergiftiging:
- Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen.
Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:
- Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veiligheidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koud consumeren.
Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofdstukken in acht:
| GEVAAR | duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| WAAR-SCHUWING | duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| VOOR-ZICHTIG | duidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| LET OP | duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| Aanwijzing | geeft aan dat praktische aanwijzingen en tips gegeven worden. |
3 Bedienings- en controle-elementen
3.1 Bedienings- en controle-elementen

text_image
⑦ FAN FAST-CDOL ON/OFF + △ ▼ - ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ⑴ ⑵ ⑶ ⑷ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ㉑ ㉒ ㉓ ㉔ ㉕ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉞ ㉟ ㉳ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ 5 ° -18 + -Fig. 2
(1) Toets Alarm (8) Symbool Kinderbeveiling
(2) Toets Fast-Freeze (9) Insteltoets - koelgedeelte
(3) Toets On/Off vriesge-
deelte
(10) Insteltoets + koelgedeelte
(4) Insteltoets - vriesge-
deelte
(11) Toets On/Off koelgedeelte
(5) Insteltoets + vriesge-deelte (12) Toets Fast-Cool
(6) Temperatuurdisplay vriesgedeelte (13) Toets Fan
(7) Temperatuurdisplay
koelgedeelte
3.2 Temperatuurdisplay
Bij normale werking wordt aangegeven:
- de warmste vriestemperatuur
- de gemiddelde koeltemperatuur
De temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:
- de temperatuurinstelling wordt gewijzigd
- na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koud
- de temperatuur is verschillende graden gestegen
Op de display knipperen streepjes:
- de vriestemperatuur is hoger dan 0 °C.
De volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijke oorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen).
- nA
- F0 tot F5
4 In gebruik nemen
4.1 Apparaat transporteren

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport!
▶ Het apparaat verpakt transporteren.
▶ Het apparaat overeind transporteren.
▶ Het apparaat niet alleen transporteren.
4.2 Apparaat opstellen
Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voor het aansluiten - contact op met de leverancier.
De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlak zijn.
Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke.
Stel het apparaat niet op zonder hulp.
De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m ^3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-luchtmengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Het apparaat alleen inbouwen in een stabiel meubel.
Respecteer altijd de afstanden voor ventilatie:
□ de ventilatieruimte aan de achterkant van het meubel moet minstens 38 mm diep zijn.
□ Voor de aan- en afvoer van lucht in de sokkel en meubelombouw is minstens 200 cm² vereist.
In principe geldt het volgende: hoe meer ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het apparaat werkt.

WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen.

WAARSCHUWING
Brandgevaar door koelmiddel!
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
▶ De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging!
▶ Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron, toaster enz. op het apparaat!
Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgeluiden ontstaan!
na de inbouw:
▶ Trek de beschermfolie van de sierlijsten en van de ladefronten.
▶ Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.
▶ Rode transportbeveiliging losschroeven. Vrijgekomen bevestigingsgat met stop (60) afdichten.

text_image
Torx® 15 60▶ Doe de verpakking weg (zie 4.5).
Aanwijzing
▶ Apparaat reinigen (zie 6.2) .
Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.
Zorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaatsingsruimte.
4.3 Deurdraairichting veranderen
LET OP
Gevaar voor beschadigingen aan Side-by-Side apparaten door condenswater!
Wanneer een Side-by-Side apparaat (S...) samen met een tweede apparaat wordt gemonteerd (als SBS-combinatie) moet de scharnierkant blijven zoals hij werd aangeleverd.
▶ Wissel de scharnierkant niet.
Zorg ervoor dat volgend gereedschap klaarligt:
□ Zeskantsleutel 13
□ Accuschroevendraaier Torx® 15, 20, 25, 30
Het apparaat voor 2/3 in de nis schuiven.
Stekker uit het stopcontact trekken.
Deuren openen.
4.3.1 Deurdraairichting veranderen

▶ Afdekkingen Fig. 3 (5,6,7,8) met een schroevendraaier naar voor trekken en afnemen.
▶ Schroeven Fig. 3 (9) boven en onder aan het apparaat alleen losser draaien.
▶ Deuren naar buiten schuiven en loshaken.
▶ Schroeven Fig. 3 (9) aan de andere kant aanbrengen, kort inschroeven.
▶ Schroeven Fig. 3 (10) losdraaien en de scharnieren diagonaal omklappen.
De schroeven Fig. 3 (10) zijn zelfsnijdend: accuschroeven-draaier gebruiken.
▶ De scharnieren goed met 4 Nm vastschroeven.
▶ Met stoppen Fig. 3 (12) om de vrijgekomen bevestigingsgaten te dichten.
▶ Deuren in de voorgemonteerde schroeven Fig. 3 (9) hangen en schroeven met 4 Nm goed aandraaien.

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door eruit vallende deur!
Als de bevestigingsonderdelen niet vast genoeg zijn aangeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goed koelt.
▶ De scharnieren goed (met 4 Nm) vastschroeven.
▶ Alle schroeven controleren en evt. aandraaien.
4.4 Inbouw
Alle bevestigingselementen zijn bij het apparaat gevoegd.

Zorg er voor dat het volgende gereedschap klaar ligt:
□ Accuschroevendraaier Torx 15. 20. 25
Schroevendraaier
□ Zeskantsleutel | 13, Waterpas
De horizontale vlakken moeten haaks op de zijwanden staan. Zet de meubelkast waterpas en lijn hem uit. Gebruik indien nodig onderlegplaatjes.
Het apparaat kan ook in een normale keukenkast worden ingebouwd. In dit geval het beslag van het kastdeurtje en de nis verwijderen. Dat is niet meer nodig, omdat het kastdeurtje op de deur van het apparaat wordt gemonteerd.
Aanwijzing
▶ Voor montage van de meubeldeur zeker stellen, dat het toegestane gewicht van de meubeldeur niet wordt overschreden.
▶ Beschadigingen van de scharnieren en daaruitvolgende functiebeperkingen kunnen anders niet worden uitgesloten.
| Maximaal gewicht van de kastdeur | |
| Deur van het vriesgedeelte 14 kg | |
| Deur van het vriesgedeelte 12 kg |
De inbouwmaten controleren:
| A B C | ||
| 1772 mm - 1778 mm 17 | 69,5 mm 695 | mm |

text_image
110 min.200 cm² min.550 min. 38 560-570 max. 2100 A min. 38 90° 559 min. 200 cm² B 15 C 545 [mm]Fig. 5
4.4.1 Apparaat installeren

Fig. 6
▶ Verwijder de aansluitkabel van de achterzijde van het apparaat. Neem hierbij de kabelhouder weg, omdat er anders trillingsgeluiden optreden!
Leg de aansluitkabel met behulp van een touw zodanig dat het apparaat na de inbouw eenvoudig aangesloten kan worden.
▶ Het apparaat voor 3/4 in de nis schuiven.
▶ Afdekkingen Fig. 6 (5,6,7) afnemen.


Fig. 7
▶ Opvulstrook Fig. 8 (20) in het midden op het apparaat monteren: in de opname schuiven en in de sleutelgaten inhaken.
▶ Alle bevestigings-hoeken Fig. 9 (34) met zeskantbout Fig. 9 (35) in de voorgeboorde gaten van de deur an het apparaat draaien.

▶ Afstandhouder Fig. 10 (23) op de bovenste en afstandhouder Fig. 6 (24) op de onderste scharnieren vastklikken.
▶ Afdekking Fig. 11 (53) en afdekking Fig. 11 (50) boven en beneden op de bevestigingshoeken teken.
▶ De bevestigingshoeken
Fig. 11 (50) boven met schroeven en beneden met schroeven Fig. 11 (51) zodanig vastzetten dat de hoek nog iets naar links en rechts bewogen kan worden.
▶ Beschermfolie van de afdekrail
Fig. 12 (22) trekken.Afdekrail Fig. 12 (22)
aan de kant van de handgreep en sluitend
met de voorkant aan de neus van de
afdekking Fig. 11 (53) plaatsen en aan de
zijwand van het apparaat plakken.
▶ Afdekrail Fig. 12 (22) indien nodig van onderen inkorten: De afdekrail Fig. 12 (22) moet 3 mm boven de bovenrand van de onderste bevestigingshoek Fig. 6 (50) eindigen.
Apparaat inschuiven en uitlijnen:
▶ Apparaat inschuiven tot de afdekkingen Fig. 11 (53) de meubelzijwand raken Fig. 11.
▶ Stelvoet uitdraaien.
Bij 16 mm dikke meubel- wanden= 568 mm brede nis:
▶ De afstandhouders de meubelzijwand laten raken.
Bij 19 mm dikke meubel- wanden= 562 mm brede nis:
▶ De voorkanten van de scharnieren sluitend met de meubelzijwand uitlijnen.

Fig. 13

Fig. 14
Bij meubelen (16 mm en 19 mm) met deuraanslagonderdelen (noppen, afdichtstroken enz.):
Houd rekening met de opbouwafmeting (diepte van de deuraanlsagonderdelen): Scharnieren en afdekkingen Fig. 11 (53) met de opbouwafmeting uit laten steken.
Apparaat via destelpootjes Fig. 6 (25) met de bijgesloten gaffelsleutel Fig. 6 (26) recht uitlijnen.
Het apparaat is nu qua diepte juist gepositioneerd. De afstand tussen de voorrand van de meubelzijwand t.o.v het apparaat op zich bedraagt rondom 42 mm. (Houd rekening met deuraanslagonderdelen als noppen en afdichtstroken.)
Aanwijzing
Functiestoring door verkeerde montage!
Wanneer de afstandsmaat niet wordt aangehouden, sluit de deur evt. niet juist. Dit kan ijsvorming, condenswatervorming en functiestoringen veroorzaken.
▶ Afstandmaat rondom van 42 mm in ieder geval aanhouden. (Houd rekening met deuraanslagonderdelen als noppen en afdichtstroken.)
Schroef het apparaat in de nis vast:
▶ aan beide deuren met spaanplaatschroeven Fig. 15 (28) zowel boven als onder door de scharnierstrip schroeven.


Fig. 15
Aan de kant van de handgreep boven:
▶ Schroeven Fig. 16 (51) iets losdraaien.
▶ Bovenste bevestigingshoek Fig. 16 (50) met spaanderplaatschroef Fig. 16 (29) ø4x19 aan de meubelwand vastdraaien.
▶ Het uitstekende uiteinde van de afdekking
Fig. 16 (53) afbreken.
▶ Schroeven Fig. 16 (51) aandraaien.
▶ Afdekking Fig. 16 (53) plaatsen.
Aan de kant van de handgreep beneden:
▶ Schroeven Fig. 17 (51)iets losdraaien.
▶ Onderstebevestigingshoek Fig. 17 (50) met spaanderplaatschroef Fig. 17 (29) ø4x19 aan de meubelwand vastdraaien.
▶ Het uitstekende uiteinde van de afdekking Fig. 17 (53) afbreken. Dit is niet meer nodig.
▶ Schroeven Fig. 17 (51) aandraaien.
▶ Afdekking Fig. 17 (54) op de onderste bevestigingshoek Fig. 17 (50) plaatsen.
▶ Deur van het apparaat sluiten.
4.4.2 Kastdeuren monteren

text_image
50 51 29 53Fig. 16

De montagehulpmiddelen Fig. 18 (30) worden voor beide deuren benodigd. Monteer de kastdeuren na elkaar.
In gebruik nemen
▶ Controleer de voorinstelling van 8 mm (afstand tussen de deur van het apparaat en de onderkant van de strip).
▶ Montagehulpstukken Fig. 18 (30) op kastdeurhoogte omhoog schuiven. Onderste aanslagkant ▲ van het montagehulpstuk = onderkant van de aan te brengen kastdeur.
▶ Bevestigingsdwars-strip Fig. 19 (31) via de contramoeren Fig. 19 (32) losdraaien.
▶ Bevestigingsdwarsstrip Fig. 19 (31) met de montage-hulpstukken
Fig. 19 (30) aan de binnenkant van de kastdeur hangen.
bij 600 mm brede nis:
Bevestigingsdwarsstrip Fig. 19 (31) centrisch uitlijnen: korte middenlijn op de kastdeur aangeven en daar overheen pijlpunt van de dwarsstrip aanbrengen.
Afstanden tot de buitenkant zijn links en rechts even groot. Voor spaanplaatdeuren:
▶ Bevestigingsdwarssstrip Fig. 19 (31) met ten minste 6 schroeven Fig. 19 (41) vastdraaien.
Voor cassettedeuren:
▶ Bevestigingsdwarsstrip Fig. 19 (31) met 4 schroeven Fig. 19 (41) aan de rand vastdraaien.
▶ Trek demontagehulpstukken Fig. 19 (30) naar boven eruit en schuif ze gedraaid in de ernaast gelegen opnameopeningen.

De kastdeur op de stelbouten Fig. 20 (33) inhangen en contramoeren Fig. 20 (32) losjes op de afstelbouten draaien.
▶ Sluit de deur.
▶ Controleer de afstand van de deur t.o.v. de aangrenzende kastdeurtjes.
Kastdeur opzij uitlijnen: Kastdeur in X richting verschuiven.
Kastdeur in de hoogte en de hoek opzij uitlijnen: Stelbouter
Fig. 20 (33) met een schroevendraaier afstellen.
De kastdeur ligt op één lijn met de aangrenzende kastdeur- tjes.
▶ Contramoeren Fig. 20 (32) vastdraaien.
Let erop dat de beide metalen kanten uitgelijnd zijn, symbool //:
Bevestigingsgaten in de kastdeur voorboren (evtl. met een graveerstift voorsteken).

text_image
Torx 15 41 34 62 6Fig. 21
▶ Deur van het apparaat met schroeven Fig. 21 (41) door de bevestigingshoek Fig. 21 (34) op de kastdeur vast-schroeven.

Lijn het kastdeurtje in de diepte Z uit: boven schroeven Fig. 22 (36), onder zeskantschroeven Fig. 22 (35) met bijgesloten ringsleutel Fig. 22 (37) losdraaien, dan deurtje verschuiven.
▶ Laat de noppen en afdichtstroken niet aanslaan - ze zijn belangrijk voor de functie!
▶ Stel tussen het kastdeurtje en de ombouwkast een luchtspleet van ca. 2 mm in.

text_image
Ca. 2mmVoor grote kastdeuren:
▶ een 3e paar bevestigingshoeken Fig. 9 (34) monteren.
▶ Daarvoor de voorgeboorde gaten bij de deurgreep gebruiken.

Juiste
montage van de deur controleren en evt. bijstellen.
▶ Draai alle schroeven vast.

Contramoeren Fig. 23 (32) met de ringssleutel Fig. 23 (37) vastdraaien, daarbij stelbouten Fig. 23 (33) met een schroevendraaier tegenhouden.
▶ Bovenste afdekking
Fig. 24 (38) plaatsen en
vastklikken.
▶ Afdekking aan de zijkant Fig. 24 (39) plaatsen, tot aan de aanslag schuiven, dan de afdekking vastdrukken tot die hoorbaar vastklikt.
▶ Afdekkingen
Fig. 24 (40) opzij erop schuiven, dan met een schroevendraaier naar voren trekken, zodat ze vastklikken.

▶ Afdekkingen Fig. 6 (5,6,7) plaatsen en vastklikken.
De vering van de eindaanslag van de deur kan indien nodig met de bijgesloten inbussleutel worden afgesteld:
▶ sterkere veerkracht: in de richting van de wijzers van de klok draaien.
zwakke veerkracht (leveringstoestand): tegen de richting van de wijzers van de klok draaien.
▶ Resterende afdekkingen op de scharnieren steken.

Controleer de volgende punten om na te gaan of het apparaat juist is gemonteerd. Anders kunnen er ijsvorming, condenswatervorming en functiestoringen optreden:
▷ De deur moet goed sluiten
▷ De kastdeur mag de ombouwkast niet raken
De afdichting aan de bovenste hoek aan de kant van de handgreep moet stevig aanliggen. Controleer dit door het vertrek de verdonkeren, een zaklamp in het apparaat te leggen en de deur te sluiten. Wanneer er licht uit schijnt, moet de montage gecontroleerd worden.
4.5 Afvalverwerking van de verpakking

WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
▶ Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton
- Onderdelen uit geschuimd polystyreen
- Folies en zakken uit polyetheen
- Spanbanden uit polypropeen
- Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
▶ Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4.6 Apparaat aansluiten
LET OP
Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten!
- Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker.

WAARSCHUWING
Brand- en oververhittingsgevaar!
▶ Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informatie op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het apparaat alleen aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn.
Het moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het apparaat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorziening gescheiden kan worden. Het stopcontact mag zich niet achter het apparaat bevinden.
▶ Elektrische aansluiting controleren.


▶ Steek de stekker in het stopcontact.
4.7 Apparaat inschakelen
Aanwijzing
▶ Om het volledige apparaat in te schakelen, moet u alleen het vriesgedeelte inschakelen.
Schakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerst diepvriesproducten in legt.
Leg er pas diepvriesproducten in wanneer het temperatuurdisplay -18 °C aangeeft.
4.7.1 Vriesgedeelte inschakelen
▶ Toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3) indrukken.
▷ Het temperatuurdisplay koelgedeelte toont de ingestelde temperatuur.
Het temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert tot de temperatuur voldoende koud is. Als de temperatuur boven 0 °C ligt knipperen streepjes, is de temperatuur lager, knippert de ingestelde temperatuur.
4.7.2 Koelgedeelte inschakelen
▶ Toets On/Off koelgedeelte Fig. 2 (11) indrukken.
De binnenverlichting brandt wanneer de deur open is.
▷ Het temperatuurdisplay brandt. Het koelgedeelte is ingeschakeld.
5 Bediening
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay
U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aan het omgevingslicht.
5.1.1 Helderheid instellen
De helderheid is instelbaar tussen h1 (minimale lichtintensiteit) en h5 (maximale lichtintensiteit).
▶ Instelmodus activeren: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) ca. 5 s indrukken.
De toets Fast-Freeze knippert. Op het display wordt c aangegeven.
▶ Met insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) en insteltoets “-” vriesgedeelte Fig. 2 (4)h kiezen.
▶ Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) kort indrukken.
▶ Display lichter instellen: insteltoets “+” vriesge-deelte indrukken Fig. 2 (5).
▶ Display donkerder instellen: insteltoets “-” vriesge-deelte indrukken Fig. 2 (4).
▶ Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) indrukken.
De helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld.
Instelmodus deactiveren: toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3) indrukken.
-of-
▶ 5 min. wachten.
▷ Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.2 Kinderbeveiliging
Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen.

5.2.1 Kinderbeveiliging instellen
▶ Instelmodus activeren: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2)ca. 5 s indrukken.
De toets Fast-Freeze knippert. Op het display wordt c aangegeven.
▶ De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) kort indrukken, om te bevestigen.
▶ Inschakelen: met insteltoets “+” vriesgedeelte
Fig. 2 (5) of insteltoets “-” vriesgedeelte
Fig. 2 (4)c1 kiezen.
▶ Uitschakelen: met insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) of insteltoets “-” vriesgedeelte Fig. 2 (4)c0 kiezen.
▶ Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) indrukken.
▷ Wanneer het symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (8) verlicht is, is de kinderbeveiliging ingeschakeld.
▶ Instelmodus deactiveren: toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3) indrukken.
-of-
▶ 5 min. wachten.
▷ Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.3 Deuralarm
Voor koel- en diepvriesgedeelte
Wanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoestisch alarm af.
Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur gesloten wordt.
5.3.1 Deuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgeschakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat.
▶ Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
▷ Het akoestisch alarm gaat uit.
5.4 Temperatuuralarm
Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat het akoestisch alarm af.
Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay.
De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:
- warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer gelegd
- bij het herindelen en verwijderen van levensmiddelen is teveel warme kamerlucht naar binnen gestroomd.
- de stroom is voor langere tijd uitgevallen
- het apparaat is defect
Het akoestisch alarm stopt automatisch en de temperatuurdisplay houdt op met knipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is.
Wanneer het alarm niet uitgaat: (zie Storingen).
Aanwijzing
Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levensmiddelen bederven.
▶ De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen.
5.4.1 Temperatuuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief.
▶ Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
▷ Het akoestisch alarm is gedeactiveerd.

5.5 Koelgedeelte
Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte worden verschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven de groentelades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het het warmste.
5.5.1 Levensmiddelen koelen
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
▶ Ventilatieluchtspleten altijd vrijlaten.
▶ Bederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vleeswaren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelte en in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht)
▶ Gebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof, metaal, aluminium, glas en vershoudfolie.
▶ het gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeelte alleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet laten liggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achter worden geschoven of omvallen.
Leg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
▶ Flessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouder verschuiven.
5.5.2 Temperatuur instellen
De temperatuur is instelbaar van 11 °C tot 2 °C, empfohlen sind 5 °C.
▶ Temperatuur hoger instellen: insteltoets "+" koelgedeelte Fig. 2 (10)indrukken.
▶ Temperatuur lager instellen: insteltoets "-" koelgedeelte Fig. 2 (9) indrukken.
Bij de eerste keer indrukken geeft de temperatuurdisplay van het koelgedeelte de tot dusver ingestelde waarde aan.
▶ Temperatuur in 1 °C -stappen veranderen: toets kort indrukken.
▶ Temperatuur blijvend veranderen: toets ingedrukt houden.
▷ Tijdens het instellen wordt de temperatuur knipperend aangegeven.
Ca. 5 s na het indrukken van de toets wordt de daadwerkelijke temperatuur aangegeven. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.5.3 Fast-Cool
Met Fast-Cool schakelt u het hoogste koelvermogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik Fast-Cool om grote hoeveelheden levensmiddelen snel af te koelen.
Fast-Cool heeft een iets hoger energieverbruik.
Met Fast-Cool koelen
▶ Toets Fast-Freeze Fig. 2 (12) kort indrukken.
▷ De toets Fast-Cool Fig. 2 (12) brandt.
▷ De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. FastCool is ingeschakeld.
▷ Fast-Cool schakelt na ca. 6 h automatisch uit. Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
Fast-Cool voortijdig uitschakelen
▶ Toets Fast-Freeze Fig. 2 (12) kort indrukken.
▷ De toets Fast-Cool Fig. 2 (12) gaat uit.
▷ Fast-Cool is uitgeschakeld.
5.5.4 Ventilator
Met de ventilator kunt u grote hoeveelheden verse levensmiddelen snel afkoelen of een relatief gelijkmatige temperatuurverdeling op alle schappen bereiken.
De circulatiekoeling is aan te bevelen:
- bij hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C)
- bij hoge luchtvochtigheid
De circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Om energie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur automatisch uit.
Ventilator inschakelen
▶ Toets Fan Fig. 2 (13) kort indrukken.
▷ De toets Fan is verlicht, de ventilator is ingeschakeld.
Ventilator uitschakelen
▶ Toets Fan Fig. 2 (13) kort indrukken.
De toets Fan gaat uit, de ventilator is uitgeschakeld.
5.5.5 Draagplateaus verplaatsen
De plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.
▶ Til het draagplateau op en trek het naar voren uit.

▶ Draagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzend inschuiven.
▷ De levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.
5.5.6 Deelbare draagplateaus gebruiken

▶ De glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.
5.5.7 Opbergvakken in de deur verplaatsen
▶ Vakken uitnemen volgens de afbeelding.

Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.
▶ Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.

5.5.8 Flessenhouder uitnemen
▶ Flessenhouder volgens afbeelding uitnemen.

5.6 Vriesgedeelte
In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.
5.6.1 Levensmiddelen invriezen
U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" is aangegeven.
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuum. Na het sluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijker te openen.

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
▶ Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente max. 1 kg
- vlees max. 2,5 kg
▶ Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium.
5.6.2 Levensmiddelen ontdooien
- in het koelgedeelte
- bij kamertemperatuur
- in een magnetron
- in een oven/heteluchtoven
▶ Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen.
5.6.3 Temperatuur instellen in het vriesge- deelte
Het apparaat is standaard ingesteld voor een normale werking. De temperatuur is instelbaar tussen -16 °C en -26 °C, aanbevolen wordt -18 °C.
▶ Temperatuur hoger instellen: insteltoets “+” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (5).
▶ Temperatuur lager instellen: insteltoets “-” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (4).
De eerste keer dat u drukt toont het temperatuurdisplay vriesgedeelte de huidige waarde.
▶ Temperatuur laten verspringen in stapjes van 1 °C: toets kort indrukken.
-of-
▶ Temperatuur doorlopend veranderen: toets ingedrukt houden.
▷ Tijdens het instellen knippert de waarde.
Ca. 5 sec. na de laatste druk op toets wordt de daadwerkelijke temperatuur getoond. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.6.4 Fast-Freeze
Met deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luider zijn.
U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/
24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat.
Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet FastFreeze bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.
Fast-Freeze hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:
- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt
- bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelen per dag
Met Fast-Freeze invriezen
▶ Toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) eenmaal kort indrukken.
▷ De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is verlicht.
De vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maximaal koelvermogen.
Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
▶ ca. 6 u wachten.
▶ De nieuwe levensmiddelen in de bovenste vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
▶ ca. 24 u wachten.
▶ verpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggen en eerst na het invriezen in de schuifladen leggen.
Fast-Freeze schakelt automatisch uit. Naargelang hoeveelheid nieuwe levensmiddelen op zijn vroegst na 30 h uiterlijk na 65 h.
▷ Het invriezen is afgesloten.
▷ De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is donker.
▷ Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
5.6.5 Laden
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
Bij apparaten met NoFrost:
▶ Laat de onderste schuiflade in het apparaat zitten!
Houd de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij!

▶ Om diepvriesgoed direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit.
5.6.6 Plateaus
Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken.
▶ Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven.

5.6.7 VarioSpace
Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt.
▶ De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.

(1) Kant-en-klare gerechten, ijs
(2) Varkensvlees, vis
(3) Fruit, groenten
(4) Vleeswaren, brood
(5) Wild, paddestoelen
(6) Gevogelte, rund-/kalfsvlees
De getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren levensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden.
5.6.9 Koudeaccu's
De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de temperatuur te snel stijgt.
Koudeaccu's gebruiken
▶ De koudeaccu's ruimtebesparend in het bovenste vriesvak leggen.
▶ De bevroren koudeaccu's boven in het voorste vriesgedeelte op de ingevroren levensmiddelen leggen.

6.1 Ontdooien met NoFrost
Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch.
Koelgedeelte:
Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing.
▶ Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kan weglopen (zie 6.2).
Vriesgedeelte:
Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt dan.
▶ U hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien.
6.2 Apparaat reinigen
Voor het reinigen:

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken.
▶ Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!
▶ Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm.
▶ Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol.
▶ Gebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemicaliën of zuren bevatten.
▶ Gebruik geen chemische oplosmiddelen.
▶ Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst.
▶ Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen.
▶ Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatier-oosters en elektrische delen terecht kommen.
▶ Apparaat leegmaken.
▶ Trek de stekker uit.
- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.
- Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.
Interieur:
Buiten- en binnenkant van kunststof reinigen:
▶ Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen.
▶ Afvoeropening reinigen: vuil met een dun hulpmiddeltje, bijv. een wattenstaafje, verwijderen.

▶ Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen.
- Om schoon te maken de geleiders voor de halve glasplaten afnemen.
Na het reinigen:
▶ Apparaat en onderdelen droogwrijven.
▶ Apparaat weer aansluiten en inschakelen.
▶ Fast-Freeze inschakelen (zie 5.6.4).
Wanneer de temperatuur voldoende koud is:
▶ de levensmiddelen er weer in leggen.
Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!
▶ Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onderhoud), uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
Apparaataanduiding Fig. 27 (1), servicenr. Fig. 27 (2) en serie-nr. Fig. 27 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat.

text_image
Index Service-Nr./No. Service ① ② Hellen-1200 Class 1 Class Ap-Tgt: AP-Type AP-Type: AP-Type Buchtwerten - Glucose Capacity Vitral Type: Carbonated Solvent Durchwertigten: Prenatal Capacity Produkt für Divergen Capacitivitäts kg / kg/24 m Nauflattet: 100 g Til: 100 g Volumen-3000 Tilt: 100 g Capex: 100 g R 6000: 800 g R 500 g R 400 g R 300 g R 200 g R 100 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g R 20 g R 10 g R 50 g Societal-No. ③Fig. 27
▶ Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 27 (1), service-nr. Fig. 27 (2) en serie-nr. Fig. 27 (3) mededelen.
Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.
▶ Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt.
De levensmiddelen blijven langer koel.
▶ Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 Storingen
Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:
Het apparaat functioneert niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
▶ Apparaat inschakelen.
→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.
▶ Stekker controleren.
→ De zekering in het stopcontact is niet in orde.
▶ Zekering controleren.
De compressor blijft lopen.
→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.
▶ Dat is bij energiebesparende modellen normaal.
→ Fast-Freeze is ingeschakeld.
▶ Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
→ Fast-Cool is ingeschakeld.
▶ Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden\*.
→ De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd.
▶ Het knipperen is normaal.
Geluiden zijn te luid.
→ Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.
▶ Het geluid is normaal.
Een borrelen en klateren
→ Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.
▶ Het geluid is normaal.
Een zacht klikken
→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van de koelaggregaat (de motor).
▶ Het geluid is normaal.
Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→ Bij ingeschakelde Fast-Freeze, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
▶ Het geluid is normaal.
→ Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
▶ Het geluid is normaal.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
▶ Oplossing: (zie 1.2)
Een lage bromtoon.
→ Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van de ventilator.
▶ Het geluid is normaal.
Vibratiegeluiden.
→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de lopende koelaggregaat in vibratie gezet.
▶ Flessen en containers uit elkaar zetten.
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.
→ Het betreft een storing.
▶ Contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: nA
→ De vriestemperatuur was door stroomuitval of een stroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaat weer verder met de laatste temperatuurinstelling.
▶ Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
In de temperatuurdisplay wordt voor ca. 60 s de warmste temperatuur aangegeven, die tijdens de stroomuitval werd bereikt. Daarna geeft de elektronica weer de daadwerkelijke vriestemperatuur aan.
▶ Aanduiding van de warmste temperatuur voortijdig wissen: toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmiddelen niet meer opnieuw invriezen.
Temperatuur is niet laag genoeg.
→ De deur is niet goed gesloten.
▶ Deur van het apparaat sluiten.
→ Niet voldoende be- en ontluchting.
▶ Luchtrooster schoonmaken.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
▶ Oplossing: (zie 1.2) .
→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
▶ Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud).
→ U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder FastFreeze opgeslagen.
▶ Oplossing: (zie 5.6.4)
→ De temperatuur is verkeerd ingesteld.
▶ Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u.
→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.
▶ Oplossing: (zie In gebruik nemen).
→ Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd.
▶ Controleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deur goed sluit.
De binnenverlichting brandt niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
▶ Apparaat inschakelen.
→ De deur was langer dan 15 min. open.
▶ De binnenverlichting schakelt bij geopende deur na ca. 15 min. automatisch uit.
→ De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door een elektrische schok! Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.
▶ LED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienst of daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repareren.

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M.
Kijk niet naar binnen als de afdekking open is.
8 Afzetten
8.1 Apparaat uitschakelen
Aanwijzing
▶ Om het volledige apparaat uit te schakelen, moet u alleen het vriesgedeelte uitschakelen.
8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelen
▶ Toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3)ca. 2 sec. indrukken.
De temperatuurdisplays zijn uit. Het apparaat is uitgeschakeld.
8.1.2 Koelgedeelte uitschakelen
Aanwijzing
Indien nodig kan het koelgedeelte apart worden uitgeschakeld.
▶ Toets On/Off koelgedeelte Fig. 2 (11) ca. 2 sec. indrukken.
▷ Het temperatuurdisplay koelgedeelte Fig. 2 (7) is uit. Het koelgedeelte is uitgeschakeld.
8.2 Buiten werking stellen
▶ Apparaat leegmaken.
▶ Stekker uittrekken.
▶ Apparaat reinigen (zie 6.2) .

▶ Laat de deur wat open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij- komen.
▶ Apparaat onbruikbaar maken.
▶ Trek de stekker uit.
▶ Snijd het aansluitsnoer door.