YT-84877 - Zaag Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-84877 Yato in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over YT-84877 Yato
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-84877 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-84877 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-84877 Yato
-
kettingzaag
-
zijpaneel
-
vergrendelingsknop
-
terugstootrem
-
elektrische schakelaar
-
schakelaarvergrendeling
-
hoofdhandgreep
-
bijkomende handgreep
-
kettinggeleider
-
ketting
-
kettingaandrijfwiel
-
handvatverlenging
-
hulpriem
RU
- пила
2.боковая панель
Draag een veiligheidsbril
Draag gehoorbescherming
Draag veiligheidsschoenen
Purtati haine de protectie
Use ropa protectora
Draag beschermende kleding
Purtați cască de protectie.
Draag een veiligheidshelm
Gebruik beschermende handschoenen
Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast
Niet blootstellen aan neerslag
Houd een afstand van minstens 10 meter van elektrische leidingen
Pas op dat de zaag niet naar de bediener stuitert en vermijd contact met de punt van de geleider
Tweede klasse elektrische veiligheid
Alvorens af te stellen of te reinigen, in geval van kabelvlechtwerk of schade, schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
De kettingzaag wordt alleen gebruikt om hout te zagen. Door de elektrische aandrijving van de zaag is het mogelijk om onder een dak of in de buurt van gebouwen te zagen. De zaag wordt geleverd met een verlengstuk waarmee u deze kunt omzetten in een snoeischaar voor het snoeien van takken. De zaag wordt gebruikt voor het zagen van takken, het snoeien van struiken en heesters. De zaag kan ook gebruikt worden voor het kappen van bomen, maar vanwege het gevaar is het noodzakelijk dat het kappen door een ervaren gebruiker wordt gedaan. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het gereedschap hangt af van de juiste bediening, daarom:
Lees voordat u met het apparaat gaat werken de volledige handleiding door en bewaar deze.
Bij alle schade en verwondingen door verkeerd gebruik van het gereedschap, het niet-naleven van de veiligheidsvoorschriften en de aanbevelingen in deze handleiding, is de leverancier is niet aansprakelijk. Productgebruik in strijd met het beoogde doeleinde leidt tevens tot het verlies van de rechten van de gebruiker op de garantie.
PRODUCTUITRUSTING
De kettingzaag wordt compleet verkocht en moet voor gebruik eerst nog gemonteerd worden. Een kettinggeleider, zaagketting, kettinggeleiderbeschermer en handgreepverlenging worden bij de zaag geleverd.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Parameter Meeteenheid Waarde | ||
| Catalogusnummer YT-84877 | ||
| Nominale spanning [V~] 230 - 240 | ||
| Nominale frequentie [Hz] 50 | ||
| Nominaal vermogen [W] 750 | ||
| Kettingsnelheid [m/s] 12 | ||
| Snijlengte [mm / “] 235 / 10 | ||
| Kettingverdeling [mm / “] 9,52 / 3/8 | ||
| Aantal kettingtandwielen en kettingverdeling 6 tanden x 9,52 mm | ||
| Geleidingsgleuf breedte | [mm / “] | 1,1 / 0,043 |
| Elektrische veiligheidsklasse | II | |
| Gewicht (zonder stang en ketting) | [kg] | 4,1 |
| Geluidsniveau | ||
| - L_dA (druk) [dB] (A) | 89,5 ± 3,0 | |
| - L_wA (vermogen) [dB] (A) | 102,7 ± 2,47 | |
| Trillingen a_h (voorst handgreep / achterste handgreep) | [m/s2] | 2,67 ± 1,5 / 3,32 ± 1,5 |
De opgegeven geluidsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven geluidsemissiewaarde kan worden gebruikt bij de initiele beoordeling van de blootstelling.
De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten met behulp van de standaard testmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven totale trillingswaarde kan worden gebruikt bij de eerste beoordeling van de blootstelling.
Let op! De trillingsemissie tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.
Let op! Er moeten veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden gespecificeerd, die gebaseerd zijn op een beoordeling van de blootstelling onder reële gebruiksomstandigheden (met inbegrip van alle onderdelen van de bedrijfscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap wordt uitgeschakeld of stationair draait en de activeringstijd).
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID VAN HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAP
Waarschuwing! Lees aandachtig alle waarschuwingen betreffende de veiligheid, illustraties en specificaties die met dit elektrisch toestel / machine werden meegeleverd. Niet-naleving ervan kan tot elektrocutie, brand of ernstige letsels leiden.
Bewaar zorgvuldig alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
Het begrip „elektrotoestel / machine gebruikt in de waarschuwingen verwijst naar alle toestellen / machines elektrisch aangedreven, zowel draad als draadloze toestellen.
NL
Veiligheid op de werkplek
De werkplek dient goed belicht en proper te zijn. Wanorde en een slechte belichting kunnen ongevallen veroorzaken.
Het is verboden om met elektrotoestellen / machines in een omgeving van vergrote ontploffingsgevaar met brandbare vloeistoffen, gassen of dampen te werken. Elektrotoestellen / machines generen vonken en kunnen stof of dampen ontsteken.
Laat kinderen en omstanders op de werkplaats niet toe. Concentratieverlies kan tot verlies van controle leiden.
Elektrische veiligheid
De stekker van de voedingskabel moet in de netwerkdoos passen. Het is verboden om de stekker op een om het even welke wijze de modifiëren. Het is verboden om stekkeradapters met geaarde elektrotoestellen / machines te gebruiken.
Een niet-gemodifi eerste stekker verkleint het risico op elektrocutie.
Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingstoestellen of koelkasten. Aarding van het lichaam vergroot het risico op elektrocutie. Stel elektrotoestellen / machines niet bloot aan atmosferische neerslag of vocht. Water en vocht die binnen het elektrotoestel / machine raakt, vergroot het risico op elektrocutie.
Overbelast de voedingskabel niet. Gebruik de voedingskabel niet om de stekker van de voedingskabel te dragen, te trekken of de stekker uit de netwerkdoos te ontkoppelen. Vermijd contact van de voedingskabel met warmte, oliën, scherpe randen of bewegende delen. Beschadiging of verstrengeling van de voedingskabel vergroot het risico op elektrocutie.
In geval van uitvoering van de werkzaamheden buiten de gesloten ruimte dienen verlengsnoeren bestemd voor werking buiten gesloten ruimtes te worden gebruikt. Gebruik van een verlengsnoer die aangepast is voor buitenwerking verkleint het risico op elektrocutie.
In geval wanneer het gebruik van het elektrotoestel / machine in een vochtig milieu niet kan worden vermeden, dient een aardlekschakelaar (RCD) te worden gebruikt als bescherming tegen de voedingsspanning. Gebruik van RCD verkleint het risico op elektrocutie.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, wees bewust wat er wordt verricht en gebruik gezond verstand tijdens de werking met een elektrotoestel / machine. Gebruik het elektrotoestel / machine niet bij vermoeidheid of onder invloed van drugs of geneesmiddelen.
Zelfs een moment van onoplettendheid kan tot ernstige persoonlijke letsels leiden.
Gebruik persoonslijke beschermingsmidddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Gebruik van persoonlijke beschemringsmiddelen zoals antistofmaskers, anti-slip veiligheidsschoenen, helmen en oorbeschermers verkleint het risico op ernstige letsels.
Zorg ervoor dat het toestel niet toevallig wordt ingeschakeld. Controleer of de elektrische schakelaar in positie „uitgeschakeld” staat alvorens de voeding en/of de accu aan te sluiten of het elektrotoestel / machine op te heffen of te verplaatsen. Verplaatsen van het elektrotoestel / machine met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrotoestel / machine wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ernstige letsels leiden.
Alvorens het elektrotoestel / machine uit te schakelen, verwijder alle sleutels en andere instrumenten die gebruikt werden voor de afstelling. Een achtergelaten sleutel op roterende onderdelen van het elektrotoestel / machine kan ernstige letsels veroorzaken. Reik niet en hel niet te ver over. Neem een stabiele houding gedurende de uitvoering van de werkzaamheden aan. Dit zal een betere controle over het elektrotoestel / machine mogelijk maken tijdens onverwachte situaties.
Draag gepaste kledij. Gebruik geen losse kledij en draag geen juwelen. Houd het haar en de kledij ver van bewegende onderdelen van het elektrotoestel / machine. Losse kledij, juwelen of lang haar kunnen worden vastgegrepen door de bewegende onderdelen.
Indien de toestellen aangepast zijn tot het aansluiten van stofafzuiging-of ophoping, controleer of ze correct aangesloten en gebruikt werden. Gebruik van stofafzuiging verkleint het risico op stofgerelateerde gevaren.
Zorg ervoor dat de verworven ervaring van veelvuldig gebruik van het elektrotoestel / machine er niet toe zal leiden dat de veiligheidsvoorschriften roekeloos worden genegeerd. Roekeloze handelingen kunnen in een fractie van een seconde ernstige letsels veroorzaken.
Gebruik en zorg voor het elektrotoestel / machine
Overbelast elektrotoestel / machine niet. Gebruik het elektrotoestel / machine bestemd voor de gekozen toepassing. Een geschikt elektrotoestel / machine zal een betere en veilige werking garanderen indien het gebruikt voor de ontwikkelde belasting wordt.
Gebruik het elektrotoestel / machine niet indien de elektrische schakelaar het in- en uitschakelen niet mogelijk maakt. Het elektrotoestel / machine dat niet controleerbaar is met behulp van de netwerkschakelaar is gevaarlijk en dient door de technische dienst te worden hersteld. Ontkoppel de stekker van de voedingskabel van de netwerkdoos en/of demonteer de accu, indien hij van het elektrotoestel / machine kan worden ontkoppeld alvorens het elektrotoestel / machine af te stellen, accessiores te vervangen of op te slagen. Zulke voorzorgsmaatregelen zullen ervoor zorgen dat een toevallige inschakeling van het elektrotoestel / machine wordt vermeden.
Bewaar het toestel op een plaats die ontoegankelijk voor kinderen is. Laat personen die niet vertrouwd zijn met de instructie het elektrotoestel / machine niet gebruiken. Elektrotoestellen / machines kunnen in handen van ongeschoolde gebruikers gevaarlijk zijn.
Onderhoud het elektrotoestel / machine en zijn accessoires. Controleer het elektrotoestel / machine op het gebied van slechte aanpassingen of het klem zitten van bewegende onderdelen, beschadiging van onderdelen en om het even welke andere omstandgiheden die de werking van het elektrotoestel / machine kunnen beïnvloeden. Schade dient te worden hersteld alvorens het elektrotoestel / machine te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het elektrotoestel / machine.
NL
Snijdende werktuigen dienen proper en scherp te zijn. Snijdende werktuigen met scherpe randen die goed onderhouden zijn zullen zich minder beklemmen en kunnen tijdens de werking beter worden gecontroleerd.
Gebruik elektrotoestellen / machines, accessoires en aanvullende werktuigen ed. overeenkomstig met deze instructie en houd rekening met hun soort en de arbeidsomstandigheden. Gebruik van toestellen bestemd voor andere werkzaamheden dan hun bestemming kan een gevaarlijke situatie veroorzaken.
Houd het handvat en de oppervlakken bestemd om te worden gegrepen altijd droog, proper en vrij van olie en vet. Gladde handvaten en oppervlakken laten geen veilig gebruik toe en houden het elektrotoestel / machine niet onder controle in gevaarlijke situaties.
Herstellingen
Laat het elektrotoestel / machine herstellen enkel bij de bevoegde technische diensten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zal de gepaste veiligheid van het elektrotoestel garanderen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGEN
Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de ketting bij het gebruik van uw kettingzaag. Zorg ervoor dat de ketting nergens mee in contact komt voordat u de kettingzaag start. Een moment van onoplettendheid bij het bedienen van een kettingzaag kan ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen verstrikt raken in de zaagketting.
Houd de zaag altijd met uw rechterhand achter de achterste handgreep en met uw linkerhand achter de voorste handgreep. De achterkant van de kettingzaag mag nooit worden vastgehouden, omdat dit het risico op letsel verhoogt.
Houd de zaag alleen vast aan de handgrepen met een geïsoleerd oppervlak, omdat de ketting in contact kan komen met een verborgen snoer of zijn eigen netsnoer. De ketting kan, wanneer deze in contact komt met een onder spanning staande draad, ook metalen onderdelen onder spanning zetten, wat een elektrische schok voor de gebruiker kan veroorzaken.
Draag oogbescherming. Het wordt aanbevolen om ook hoofd, armen, benen en voeten te beschermen. Passende beschermende kleding vermindert het risico op letsel door contact met afval of onbedoeld contact met de ketting.
Bedien de zaag niet aan een boom, op een ladder, vanaf een dak of op een onstabiele steun. Het werken met de kettingzaag in een boom kan leiden tot letsel.
Houd altijd de juiste houding aan en werk met de kettingzaag terwijl u op een stilstaande, veilige en vlakke ondergrond staat. Een glad of onstabiel oppervlak, zoals een ladder, kan leiden tot balansverlies of verlies van controle over de kettingzaag.
Bij het doorzagen van een opgespannen tak moet men oppassen dat hij niet terugslaat. Als de in de houtvezels opgehoopte spanning vrijkomt, kan de tak de bediener raken en/of hem de controle over de zaag ontnemen.
Speciale aandacht moet worden besteed aan het zagen van struiken en jonge bomen. Slank materiaal kan de ketting grijpen en de ketting zaag naar de bediener toe duwen of ervoor zorgen dat hij uit balans raakt.
Verplaats de kettingzaag door ze bij de voorste handgreep vast te houden, uitgeschakeld en weg van het lichaam. Draag altijd een beschermkap voor de kettinggeleider wanneer u uw kettingzaag vervoert of opbergt. Een correcte grip van de zaag vermindert de kans op onbedoeld contact met bewegende delen van de zaag.
Volg de instructies voor het smeren, het aanspannen van de ketting en het vervangen van accessoires. Een niet goed gespannen of niet goed gesmeerde ketting kan zowel barsten als de kans op een terugslag voor de bediener vergroten.
Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van vet en olie. Vette of ingevette handgrepen zijn glad en zorgen ervoor dat u de controle over uw kettingzaag verliest.
Zaag enkel hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werk waarvoor hij niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: niet snijden in plastic, beton of niet-houten bouwmaterialen. Het gebruik van een kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor hij bestemd is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
Deze zaag is niet bedoeld voor Het gebruik van de zaag voor andere werkzaamheden dan bedoeld kan ernstig letsel veroorzaken aan de bediener en omstanders.
Neem alle instructies in acht bij het reinigen van vastgelopen materialen en het opslaan of onderhouden van de zaag.
Zorg ervoor dat de schakelaar in de UIT-stand staat en dat de accu losgekoppeld is van het apparaat. Onverwachte werking van de zaag tijdens het reinigen van vastgelopen materiaal of onderhoud kan leiden tot ernstig letsel.
Oorzaken en preventie van terugslag voor de bediener.
Terugslag naar de bediener kan optreden wanneer het uiteinde van de kettinggeleider contact maakt met een voorwerp of wanneer het gezaagde hout vastloopt in de zaagsnede. In sommige gevallen kan het contact tussen het uiteinde van de geleidestang en een voorwerp een gewelddadige reactie veroorzaken die de stang omhoog en naar de bediener toe drijft. Een inklemming van de bovenste rand van de geleidestang in de snede kan de stang plotseling in de richting van de bediener doen bewegen.
Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat men de controle over de kettingzaag verliest en ernstig letsel oploopt. Vertrouw niet alleen op de veiligheidscomponenten die in de zaag zijn ingebouwd. De zaagbediener moet verschillende stappen ondernemen om ongelukken en verwondingen op het werk te voorkomen.
Het terugkaatsen in de richting van de bediener is het resultaat van onjuist gebruik en/of onjuiste procedures of bedrijfsomstandigheden en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen die hieronder worden opgesomd:
Houd beide handen stevig vast met duimen en vingers rond de handgrepen van de kettingzaag, het lichaam en de schouders moeten bestand zijn tegen de krachten die tijdens de terugslag worden opgewekt. Indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen, kunnen de terugslagkrachten door de bediener worden gecontroleerd. Laat de kettingzaag niet
NL
vrij bewegen.
Reik niet te ver en snijd niet boven schouderhoogte. Dit helpt onbedoeld contact tussen de uiteinden van de kettinggeleider te voorkomen en maakt een betere controle van de zaag mogelijk in onverwachte situaties.
Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde kettinggeleiders- en kettingen. Een onjuiste vervanging van de kettinggeleider en de ketting kan ertoe leiden dat de ketting breekt en/of terugslaat.
Neem de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de ketting in acht. Het verminderen van de diepte van de kettinggeleidegroef kan de kans op terugslag vergroten.
Andere veiligheidsinstructies
Het is verboden de zaag bloot te stellen aan neerslag en deze te gebruiken in een atmosfeer met een verhoogde Het is ook verboden de zaag te gebruiken in een atmosfeer met een verhoogd risico op brand of explosie.
Vermijd tijdens het gebruik contact met geaarde, geleidende en niet-geïsoleerde voorwerpen zoals leidingen, Wanneer de kettingzaag niet in gebruik is, bewaar hem dan op een droge, gesloten plaats,
Gebruik een zaagketting die is aangepast aan de belasting. Gebruik geen snijkettingen die ontworpen zijn voor licht gebruik, voor zwaar gebruik.
Draag altijd beschermende handschoenen bij het vervangen, repareren en afstellen van de zaagketting.
Zorg er bij het transport van uw kettingzaag voor dat deze van de stroomtoevoer wordt losgekoppeld. Trek de stekker van de met elektriciteit aangedreven kettingzagen uit het stopcontact, bij kettingzagen die zijn aangedreven door een accu, de accu los-koppelen. Met de zaagketting moet een beschermkap op de geleiding worden aangebracht. Verplaats de zaag met het zaagblad naar achteren.
Draag de kettingzaag niet door ze aan het netsnoer vast te houden. Maak de stekker niet los door aan het netsnoer te trekken.
Voorkom dat de kettingzaag per ongeluk wordt ingeschakeld. Wanneer de kettingzaag wordt verplaatst die is aangesloten op het netwerken of die een aangesloten batterij heeft, moeten de vingers ver van de schakelaar worden gehouden.
Draag altijd geschikte beschermende kleding die goed aansluit op het lichaam.
Als de zaag met twee handgrepen is uitgerust, moet u de zaag altijd met beide handen bedienen. Zet tijdens het gebruik losse stukken hout vast, zodat ze niet kunnen bewegen, bijvoorbeeld door ze in een geit te plaatsen. Vermijd het zagen van hout op de grond. het verwerken van hout dat niet beschermd is tegen beweging tijdens het zagen.
Degenen die de zaag voor het eerst gaan zagen, moeten ten minste oefenen met het zagen van de boomstammen die op de sprinkhanen of geiten zijn geplaatst.
Houd de kettingzaag niet boven uw schouders tijdens het werk. Werk niet met de kettingzaag als u op een ladder staat. om te werken, dat u de armen niet over de volle lengte hoeft uit te strekken.
Houd de ketting schoon. De ketting moet worden geslepen en gesmeerd. Dit zal zorgen voor een efficiëntere en veiligere De ketting kan worden geslepen in een gespecialiseerde dienst. Controleer de toestand van de ketting vóór elk gebruik. u scheuren, gebroken tanden of andere beschadigingen vaststelt, moet u, voordat u begint
Als er beschadigde of gebroken onderdelen van de zaag worden gevonden. moet men stoppen of niet er niet mee aan het werk gaan. Beschadigde onderdelen moeten worden vervangen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen.
Gebruik de zaag zoals bedoeld, de zaag dient alleen voor het zagen van hout. metalen onderdelen of stenen die in het bewerkte hout kunnen zitten.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Het niet gebruiken van originele reserveonderdelen kan het risico op falen verhogen en leiden tot persoonlijk letsel.
De kettingzaag mag alleen worden gerepareerd door een door de fabrikant geautoriseerd servicecentrum. Door gebruik te maken van originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt het risico op ongelukken en schade aan de apparatuur tot een minimum beperkt.
BEDIENING VAN HET PRODUCT
Waarschuwing! Trek de stekker van de zaag uit het stopcontact vóór alle installatie- en afstelwerkzaamheden. De stekker van het netsnoer moet uit het stopcontact getrokken worden.
Voorbereiding van de kettingzaag op het werk
Monteer de kettinggeleider en de snijketting vóór het eerste gebruik.
Draai de vergrendelknop in de richting van de pijl die is gemarkeerd met een open hangslotsymbool en verwijder het zijpaneel.
Monteer de kettinggeleider en de ketting zoals op de foto (II).
Zorg ervoor dat de ketting en de kettinggeleider in de juiste richting zijn gemonteerd. De richting van de ketting is zichtbaar op de behuizing wanneer het zijpaneel wordt verwijderd. De bladen op de kettingschakels moeten in dezelfde richting wijzen als de schakel die zichtbaar is op de zaagbehuizing.
Breng het zijpaneel aan en draai de vergrendelknop in de richting van de pijl die is gemarkeerd met het gesloten hangslotsymbool (III). Dit zal het zijpaneel bevestigen en de ketting opspannen.
Controleer de kettingspanning. Daartoe trekt u de ketting weg van de geleider (IV). deze test moet de ketting in de houdstand van 3 tot 4 mm boven het zaagblad worden getild. Als de ketting te strak wordt getrokken of te zwak is, draait u de vergrendelknop in de richting die wordt aangegeven door de pijl die is gemarkeerd met een gesloten hangslotsymbool. De kettingspanning moet ook om de 10 minuten worden gecontroleerd.
NL
Controleer de technische toestand van uw kettingzaag voordat u deze op de stroom aansluit. Als er schade wordt geconstateerd, is het verboden om deze aan te sluiten op de stroomvoorziening voordat de schade wordt verwijderd.
Installatie van de kettingzaag
De zaag is in twee uitvoeringen te monteren met een verlengstuk van de handgreep en met een gewone handgreep.
Open de vergrendeling op de zaagbehuizing en plaats de handgreep (V) zodanig dat de randen van de handgreep en de behuizing over de hele omtrek op elkaar aansluiten. Zet vervolgens de verbinding vast door de vergrendeling (VI) te sluiten.
Als de handgreepverlenging is geïnstalleerd, moet deze tussen de handgreep en de behuizing worden geïnstalleerd. Open de vergrendelingen op de zaagbehuizing en op het verlengstuk. Steek het verlengstuk in de behuizing en zet deze vast met de vergrendeling (VII), en steek de handgreep in de verlenging en zet deze ook vast met de vergrendeling (VIII).
Kettingsmering (IX)
De zaag heeft een kettingsmeeroliereservoir. Schroef het tankdeksel los en giet de olie in de tank. Het oliepeil moet tussen de minimum peilmarkering met het opschrift "OIL min" en de bovenrand van het inspectievenster van de olietank staan. Het oliepeil moet tijdens het gebruik regelmatig worden gecontroleerd. Gebruik alleen olie voor de smering van de ketting en de mechanismen van uw zaag. Gebruikte motorolie mag niet worden gebruikt voor smering. Ze vervult haar functie niet, wat kan leiden tot schade aan het zaagmechanisme.
Instellen van de hoek van de snijkop
Als een handgreepverlenging wordt gebruikt, kan de zaag schuin staan ten opzichte van het handvat. De hoekverstelling is bedoeld om het afsnijden van takken met het verlengstuk gemakkelijker en veiliger te maken. Hoekverstelling kan zowel rond de verlengingsas als dwars op de verlengingsas gebeuren.
Om de hoek rond de verlengas in te stellen, beweegt u in de richting van de pijl en houdt u de vergrendelingspal (X) in deze stand, dan draait u de zaag. Het is mogelijk om 180 graden met de klok mee en 90 graden tegen de klok in te draaien. Na het loslaten van de vergrendeling moet deze terugkeren naar de oorspronkelijke positie, alleen dan wordt de zaag vergrendeld onder de ingestelde hoek. De zaag kan slechts in enkele standen worden vergrendeld.
Om de hoek over de verlengas aan te passen, houdt u de vergrendeling in het scharnier (XI) ingedrukt en draait u de zaag. Het is mogelijk om tot 60 graden naar boven en naar beneden te draaien tot 20 graden ten opzichte van de neutrale positie (0 graden). Zodra de hoek is ingesteld, moet de vergrendelknop automatisch terugkeren naar de rustpositie. Het is mogelijk om de kop slechts in een paar hoeken op de scharnierbehuizing te vergrendelen.
Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of de zaag onder de ingestelde hoek is vergrendeld en de instelling niet automatisch wijzigt tijdens de werkzaamheden.
Instellen van de uitschuifl engte
Het verlengstuk is in lengte verstelbaar. Draai de borgring in de richting van de pijl die is gemarkeerd met het open hangslotsymbool (XII) en pas vervolgens de lengte aan door het verlengstuk telescopisch uit- of in te schuiven. Draai na het aanpassen van de geselecteerde lengte de borgring stevig vast in de richting die wordt aangegeven door de pijl die is gemarkeerd met een gesloten hangslotsymbool. Zorg ervoor dat de borgring stevig vastzit, zodat de verlenging niet automatisch verandert tijdens het gebruik.
De voorbereiding van de werkplek
Voordat men begint te zagen met de kettingzaag, moet de werkplek goed voorbereid zijn om het risico van Zorg ervoor dat alleen bevoegde personen op de werkplek aanwezig zijn.
Bij het kappen van bomen moeten gevarenzones en vluchtwegen worden aangewezen. Een zone met een straal van 180° rond het geplande valvlak van de boom en een zone met een straal van 90° in de tegenovergestelde richting van het geplande valvlak van de boom worden behandeld als gevarenzones. De overige zones vormen vluchtroutes (XVI). Men moet ook niet vergeten dat een vallende boom ook over andere bomen kan omvallen. Daarom mag de volgende werkplek niet dichterbij zijn dan 2,5 keer de hoogte van te vellen boom (XVII).
U moet een goed uitzicht hebben vanaf de werkplek, dus u moet bijzonder voorzichtig zijn bij het kappen van bomen in bijvoorbeeld de bergen.
Begin niet te werken bij neerslag of in geval van een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld bij mist.
Draag beschermende kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.
Voordat met het kappen wordt begonnen, moet het hout onder veilige omstandigheden worden gekapt, bijvoorbeeld gebruik te maken
Vermijd het doorzagen van draden, jonge bomen en houten balken.
Ga niet op het gezaagde hout staan.
In het geval van het zagen van boomtakken moet de werkplek zo worden gepland dat vallende takken geen bedreiging vormen voor de operator en de omstanders. Een zone van ten minste 15 meter van de werkplek moet zodanig worden aangewezen en gemarkeerd dat het gevaar duidelijk wordt aangegeven.
Zorg ervoor dat er geen elektrische of andere draden in de takken zitten. Er moet een afstand van minstens 10 meter zijn tussen de doorzaagplaats van de takken en de elektrische kabels.
NL
Aansluiting op de stroomvoorziening
Het apparaat heeft slechts een korte kabel afgesloten met een stekker. Gebruik een elektrisch verlengsnoer voor de voeding. Gebruik, gezien de aard van de werking van de machine, altijd kabels die geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. De stroomkabel moet een enkele aansluiting hebben die overeenkomt met de stekker van de machine. Het is verboden om de stekker of het stopcontact op enigerlei wijze te wijzigen om deze in elkaar te laten passen. De elektrische parameters van de voedingskabel moeten overeenkomen met de elektrische parameters van de apparatuur zoals vermeld op het typeplaatje. Houd er rekening mee dat de doorsnede van de voedingskabel afhankelijk is van de lengte van de kabel. Neem de volgende richtlijnen in acht voor de doorsnede van de netsnoerdraden:
- 1,5 mm2 – kabellengte niet meer dan 40 m.
- 2,5 mm2 – kabellengte niet groter dan 60 m,
Let op de voedingskabel bij de voorbereiding op het werk en tijdens het gebruik. Bescherm de voedingskabel tegen water, vocht, oliën, warmtebronnen en scherpe voorwerpen. Plaats de kabel zodanig dat deze niet wordt doorgesneden. Het doorsnijden van de kabel kan leiden tot een elektrische schok, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Zorg ervoor dat u niet verstrikt raakt in de kabel. Dit kan leiden tot een val en ernstige verwondingen.
Overbelast de voedingskabel niet, maak de kabel niet te strak. Trek niet aan de kabel tijdens het verplaatsen van het apparaat.
Haal altijd de stekker uit het stopcontact door aan de behuizing van het stopcontact te trekken, trek nooit aan de kabel.
De machine heeft een speciale haak waaraan het verlengsnoer (XIII) gehaakt moet worden. Deze verbinding voorkomt dat het netsnoer uitgetrokken wordt in geval van een plotselinge ruk.
De zaag starten
Verwijder de hoes van de kettinggeleider en de ketting.
Zorg ervoor dat de terugstootrem in de achterste stand staat.
Pak de hoofdhandgreep vast met de rechterhand en de extra handgreep met de linkerhand.
Zorg ervoor dat de stang en de ketting niet in contact komen met een voorwerp of oppervlak.
Druk met uw duim op de schakelaarvergrendelknop op de handgreep en houd deze in deze positie (XIV).
Druk op de schakelaar en houd hem in deze positie ingedrukt (XV). Wanneer de zaag opstart, kan de vergrendelknop worden losgelaten.
Voordat u het zagen start, wacht u tot de motor op volle toeren draait en zorgt u ervoor dat de ketting soepel loopt op het Als u verdachte geluiden of trillingen hoort, schakelt u de zaag onmiddellijk uit
De kettingzaak wordt uitgeschakeld door de schakelaar los te laten.
Trek de stekker uit het stopcontact en onderhoud de zaag wanneer de ketting stopt.
Werken met de kettingzaag
Als u van plan bent om voor het eerst met een kettingzaag te werken, moet u advies inwinnen voordat u aan het werk gaat En het eerste werk met de zaag zou moeten bestaan in het zagen van de voorbereide stammen die in de geit worden gelegd.
Tijdens het werk moeten elementaire veiligheidsregels in acht worden genomen. Er moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid van terugslag van de zaag naar de bediener. De zaag kan naar de gebruiker terug stuiteren als de zaagketting weerstand ondervindt.
Om dit risico te minimaliseren is het noodzakelijk:
Aandacht te besteden aan de ligging van de top van de kettinggeleider tijdens het zagen. Zaag niet met het bovenste kwart van de bovenkant van de kettinggeleider (XVIII).
Zaag alleen met de ketting die over het onderste deel van de kettinggeleider schuift. De onderste bumperpen moet worden gebruikt als de draaiingsas van de zaag bij het zagen.
Plaats op het te verzagen hout, alleen een zaag die al loopt. Start de kettingzaag niet op nadat u deze tegen
De kettingzaag niet op schouderhoogte of hoger tillen (XX) tijdens het werk.
Ga niet in het snijvlak staan. Dit zal het risico op letsel in geval van terugslag verminderen (XXI)
Houd de zaag altijd met beide handen vast tijdens het werken.
Zorg ervoor dat de ketting altijd geslepen en goed gespannen is.
TIPS VOOR HET WERKEN MET EEN KETTINGZAAG
Bij het zagen moet u een comfortabele houding aannemen en zorgen voor volledige bewegingsvrijheid.
Snijd bij het zagen van takken en twijgen niet aan de stam zelf, maar ongeveer 15 cm van de stam. twee inkepingen op een diepte gelijk aan 1/3 van de takdiameter op een afstand van ongeveer 8 cm van elkaar. Een inkeping van onderaf, een tweede van bovenaf. Zaag vervolgens de tak vlak naast de stam tot een diepte van 1/3 van de takdiameter. Werk de snede af door de tak van bovenaf af te snijden. Snij de tak niet van de bodem af (XXII).
Bij het kappen van de boom moet de kaplocatie vooraf worden voorbereid zoals hierboven beschreven. een veilige grond te bereiden voor bij het kappen van de boom. Als een boom valt, sta dan op een veilige afstand van de zijkant tot het valvlak van de boom. Bij de keuze van het valpad voor de boom moet u rekening houden met factoren als het terrein, het zwaartepunt van de boom, de verdeling van de boomkroon en de windrichting. Om de boom goed voor te bereiden op het vellen, maakt u een insnijding in de stam tot een diepte van 1/3 van de stamdiameter aan de kant waar de boom moet vallen, en maakt u vervolgens nog een insnijding onder een hoek van 45 graden ten opzichte van de eerste. Zodanig dat een "wig" uit de stam wordt gesneden.
NL
Begin vanaf de andere kant van de stam loodrecht op de as van de stam te snijden, iets hoger (ongeveer 4 cm) dan de basis van de gesneden "wig". Zaag de stam niet door. Laat een stuk met een lengte van ongeveer 1/10 van de stamdiameter achter. Steek vervolgens de wig voor het splijten van de boom in de spleet ontstaan tegenover de geplande valkant van de boom (XXIII). Als de boom tijdens het zaagproces valt, trek dan de zaag uit de stam en ga weg via de voorbereide vluchtroute naar
Als de zaag tijdens het zagen vast komt te zitten, laat ze dan nooit met draaiende motor in deze stand staan. Schakel de zaagmotor uit, maak de zaag los van de stroomvoorziening en gebruik wiggen om de zaag uit de stam te verwijderen.
Bij het verdelen van een reeds in stukken gezaagde boom moeten de volgende regels in acht worden genomen. Plaats het hout op een zaagbok of een standaard zodat het zaagstuk vrij op de grond kan vallen zonder dat de zaag vastloopt. Als de zaag vastzit, ga dan te werk zoals hierboven is beschreven. Raak met de kettingzaag de grond niet en laat haar niet vuil worden.
Blijf bij het werken op een helling boven het gezaagde hout.
Er moet bijzondere zorg worden besteed aan het doorsnijden van een opgespannen boom en indien mogelijk moet deze activiteit worden toevertrouwd aan Bij het zagen van hout dat aan beide uiteinden wordt gespannen en ondersteund, zaagt u het van bovenaf tot een diepte van 1/3 van de diameter en zaagt u het van onderaf.
Als het hout slechts aan één kant ondersteund wordt, zaagt u het hout vanaf de onderkant in tot een diepte gelijk aan 1/3 van de diameter en voltooit u het zagen door vanaf de bovenkant in te zagen (XXIII). Dit verkleint het risico dat de zaag tijdens het zagen vastloopt.
De takken moeten altijd worden gesneden door het hout aan de bovenkant te zagen. Snij de takken niet door het hout aan de onderkant te zagen.
Bij het afsnijden van grotere takken snijdt u eerst alle kleinere takken van de tak af en vervolgens pas een grotere tak.
Langere takken moeten geleidelijk worden ingekort. Zaag lange takken niet in één keer voor de lengte helemaal door. Het is gemakkelijker om het pad van de val van een kortere tak te voorspellen.
Bij het snijden van takken, snijd ze van de onderkant van de boom naar boven.
Gebruik altijd een extra riem bij het werken met het verlengstuk. De operator moet de riem diagonaal over de borst plaatsen, zodat het bevestigingspunt van de riem zich aan de rechterkant van de riem bevindt. De lengte van de riem kan worden aangepast met de gespen.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN HET PRODUCT
Waarschuwing! Haal de stekker uit het stopcontact voordat u met één van de hieronder beschreven activiteiten begint. Trek de stekker van de met elektriciteit aangedreven kettingzagen uit het stopcontact, bij kettingzagen die zijn aangedreven door een accu, de accu loskoppelen.
Na elk gebruik moet de toestand van de zaag worden gecontroleerd, met bijzondere aandacht voor de doorgankelijkheid van de ventilatie-openingen.
Controleer de plaatsing van alle zaagelementen. Draai alle losse schroefverbindingen vast. Controleer de kettingspanning en -toestand. Als u merkt dat de ketting beschadigd of versleten is, vervangt u deze door een nieuwe. Het is verboden om de kettingzaag met een versleten ketting te gebruiken!
Een te losse ketting kan van de kettinggeleider vallen, waardoor de bediener van de zaag letsel kan oplopen. Ook moet de ketting goed geslepen worden. Omdat dit de juiste ervaring en gereedschappen vereist, is het aan te bevelen om het slijpen door een gespecialiseerde dienst uit te laten voeren. Maak zaagbehuizing schoon met een zachte droge doek. De behuizing moet worden gereinigd van eventueel achtergebleven hout, olie, vet of andere verontreinigingen. Bedek de ketting met een dun laagje olie of conserveringsmiddel. Bewaar de zaag in een droge, gesloten ruimte die is afgesloten van de stroomtoevoer.
Bewaar de zaag op een schaduwrijke, droge plaats met voldoende ventilatie om condensatie te voorkomen. De plaats moet ontoegankelijk zijn voor omstanders, vooral kinderen. Tijdens de opslag moeten de kettinggeleider en de ketting altijd worden beschermd door een hoes.
Tijdens de opslag kan er een lichte olielekkage zijn vanuit de ketting of de kettinggeleider.