WO3111MBF - Fornuis Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WO3111MBF Atag in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WO3111MBF Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WO3111MBF - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WO3111MBF van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING WO3111MBF Atag
Gaskookplaat ....NL 4
Inductiekookplaat ....NL 15
Installatievoorschrift
Gaskookplaat ....NL 32
Inductiekookplaat ....NL 40
FR
In deze handleiding staat beschreven hoe u de kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. De handleiding is als volgt opgebouwd: in het eerste deel wordt aandacht besteed aan de 2 pits gaskookplaat en wok gaskookplaat. Daarna komt de inductiekookplaat aan bod. U vindt in deze GBA informatie over bediening, geschikte pannen en achtergrondinformatie over de werking van het toestel. Daarnaast zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.
De veiligheidsvoorschriften die van belang zijn tijdens de installatie, zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Installatie'. Hierin wordt eerst de gas kookplaat behandeld en vervolgens de inductiekookplaat.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat een eventuele volgende gebruiker er ook zijn voordeel mee kan doen.

De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Indien van toepassing, moet hier ook het gegevensplaatje geplakt worden dat bij een ombouwset wordt geleverd. De gegevensplaatjes bevatten alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Gebruikte pictogrammen

belangrijk om te weten

tip
HG3111M

Deze gaskookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber.
De verschillen in brandercapaciteit zorgen ervoor dat u ieder gerecht kunt bereiden. Dankzij de in de knoppen geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt èn bedient u de branders met één hand.
Dit toestel voldoet aan alle eisen die gelden voor het Kookkeurmerk. Dit betekent dat de gaskookplaat hoog rendement koppelt aan een minimum aan onvolledige verbrandingsgassen. Hiermee beschikt u over een toestel met korte aankooktijden, terwijl er ook uitstekend op gesudderd kan worden.
De HG3111M en WO3111M zijn voorzien van een vlambeveiliging die ervoor zorgt dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de gaskookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die u van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat een eventuele volgende gebruiker er ook zijn voordeel mee kan doen.
Gaskookplaat

Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik
- Houd natuurlijke ventilatieopeningen open.
- Bij langdurig gebruik van de kookplaat is extra ventilatie noodzakelijk. Zet bijvoorbeeld een raam open of installeer een mechanische ventilator.
Gebruik de kookplaat alleen voor het bereiden van gerechten
- Het toestel is niet geschikt om ruimtes te verwarmen.
Flambeer nooit onder een afzuigkap
- Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde ventilator.
De branderdelen zijn heet tijdens en direct na het gebruik
- Vermijd directe aanraking en contact met niet-hittebestendige materialen.
- Dompel hete branderdoppen en pandragers nooit onder in koud water. Door de snelle afkoeling kan het emaille beschadigen.
De afstand van de pan tot een knop of niet-hittebestendige wand moet altijd groter zijn dan twee centimeter
- Bij kleinere afstanden kunnen door de hoge temperatuur de knoppen of de wand verkleuren en/of vervormen.
Gebruik altijd de pandragers en geschikt kookgerei
- Plaats de pan altijd op de pandrager. Het plaatsen van de pan direct op de branderdop kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- Aluminium bakjes of folie zijn niet geschikt als kookgerei. Ze kunnen inbranden op de branderdoppen en pandragers.
Plaatsen van branderdelen en pandragers
- De kookplaat kan alleen goed functioneren wanneer de branderdelen via de geleidingsnokken in elkaar zijn gezet.
- Zorg ervoor dat de pandragers recht tegen elkaar en vlak op de glasplaat liggen. Alleen op deze manier kunnen de pannen stabiel geplaatst worden.
Gaskookplaat
Elke brander kan traploos worden geregeld tussen vol- en kleinstand.
Normaal- en sterkbrander

text_image
0-stand branderaanduiding volstand kleinstandWokbrander

text_image
0-stand branderaanduiding volstand kleinstand buitenring wok kleinstandBediening
Druk de bedieningsknop in en draai hem linksom.
De brander ontsteekt.

Voor de toestellen met vlambeveiliging moet u de bedieningsknop een aantal seconden ingedrukt houden om de vlambeveiliging in te schakelen.
Gaskookplaat

- Zorg er altijd voor dat de vlammen onder de pan blijven. Als vlammen om de pan heen spelen, gaat veel energie verloren. Bovendien kunnen de handgrepen dan te heet worden.
Gebruik geen pannen met een kleinere bodemdiameter dan 12 cm. Kleinere pannen staan niet stabiel.

- (Roer)bakken, doorkoken van grote hoeveelheden en frituren kunt u (indien van toepassing) het beste doen op de sterk- of wokbrander. Sau zen berei den, sudderen en door ko ken kunt u het beste doen op de kleinstand van de normaal- of wokbrander. Op de vol-open stand is deze bran der groot genoeg voor het door ko ken.
- Kook met het deksel op de pan. U bespaart dan tot 50% energie.
- Gebruik pannen met een vlakke, schone en droge bodem. Pannen met een vlakke bodem staan stabiel en pannen met een schone bodem dragen de warmte beter over naar het gerecht.
Gaskookplaat
Wokbrander (WO3111M)

Met de wokbrander kunt u gerechten op een zeer hoge temperatuur bereiden. Het is hierbij van belang dat u:
- van te voren de ingrediënten in reepjes, plakjes of stukjes snijdt;
- bij het roerbakken olie van goede kwaliteit gebruikt, zoals olijf-, maïs-, zonnebloem- of arachide olie. Een klein beetje is al genoeg. Boter en margarine verbranden door de grote hitte;
- de gerechten met de langste bereidingstijd het eerst in de pan doet, zo- dat aan het eind van de bereidingstijd alle ingrediënten tegelijk (beet) gaar zijn.
Gebruik van het wok-hulprooster
Het hulprooster, dat ten behoeve van de wokbrander is meegeleverd of als accessoire verkrijgbaar is, zorgt voor extra stabiliteit bij een wok met een ronde bodem.
Plaats het hulprooster volgens de illustratie op het wokrooster.

Gebruik van verkleinrooster
Het verkleinrooster, dat is meegeleverd of als accessoire verkrijgbaar is, zorgt ervoor dat u extra kleine pannen kunt gebruiken.

Uw toestel is vervaardigd uit hoogwaardige materialen, die u eenvoudig reinigt.

- Branderdelen mogen niet in de vaatwasser gereinigd worden.
De onderdelen kunnen door het vaatwasmiddel aangetast worden! Gebruik niet te veel vocht, aangezien dit de bran der of ven ti la tie o peningenkanbinnendringen.
- Reinig de ontstekingsbougies bij voorkeur met een doekje. Betracht hierbij wel enige voorzichtigheid. Bij een te zware belasting kan de afstand van de bougiepunt tot aan de brander wijzigen, waardoor de brander slechter of niet ontsteekt. De bougie werkt alleen goed in een droge omgeving. Bij zware vervuiling kunt u de punt met een fijn borsteltje reinigen.

- Plaats de pandragers rechtstandig naar beneden, zonder over de glasplaat te schuiven.
Zet de branderdelen in elkaar met behulp van de geleidingsnokken.

text_image
Branderkop Branderkelk Bougie ThermokoppelGaskookplaat

text_image
Branderdeksel Branderdeksel Positioneringsnok Luchtring Branderkop Thermokoppel BougieGaskookplaat
Algemeen

- Regelmatig onder houd direct na gebruik voor komt dat over ge kookt voed sel lange tijd kan inwer ken en hard nek ki ge, moei lijk te ver wij de ren vlekken ver oor zaakt. Gebruik hiervoor een mild reinigingsmiddel.
- Reinig eerst de bedieningsknoppen, branders en pandragers en dan pas de glasplaat. Hiermee voorkomt u dat de glasplaat tijdens het reinigen opnieuw vuil wordt.
Hardnekkige vlekken op emaille (pandragers, branderdoppen)

Hardnekkige vlekken kunt u het beste ver wij de ren met een vloei baar reinigingsmiddel of een kunststof schuursponsje. Gebruik nooit schuurpoeders, schuurpads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
Hardnekkige vlekken de glasplaat
Maak de glasplaat schoon met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische kookplaten. Waterkringen of kalkresten reinigt u het makkelijkst met behulp van schoonmaakazijn.
Reinigen verwijderbare branderdelen
De verwijderbare branderdelen (inclusief wok) kunt u het beste reinigen met een mild schoonmaakmiddel en een zachte doek.
Bij hardnekkige vlekken kunt u de delen laten weken in een sopje.
Gebruik nooit schuurpoeders, pads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
Messing wokbranderdelen
Enkele delen van de wokbrander zijn vervaardigd uit messing. Het is normaal dat de kleur van het messing verandert als gevolg van de hoge temperaturen die tijdens het wokken ontstaan.
Gaskookplaat
Keradur ^® branderkelken
De branderkelken zijn voorzien van een unieke Keradur® toplaag. De speciale vuilafstotende lak is voorzien van een keramische vulling die het schoonmaken vergemakkelijkt en de duurzaamheid van de branders sterk verbetert. De branderkelken kunt u het beste reinigen met een mild schoonmaakmiddel en een zachte doek.
ATAG Shine
Atag heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam ATAG Shine.
Deze zijn te verkrijgen via de website www.hps.nl.
Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikstips.
Gaskookplaat
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw kookplaat betekent dit niet automatisch dat deze defect is.
Controleer in elk geval de volgende punten:
| storing | oorzaak | oplossing |
| Het ruikt naar gas in de omgeving van het toestel. | - Er is een brander ingeschakeld, maar niet ontstoken.- De koppeling van een flessengas toestel is losgeschoten. | - Sluit de kraan en wacht enkele minuten met opnieuw ontsteken.- Zet de koppeling vast. |
| Een brander ontsteekt niet. | - Stekker niet in stopcontact.- Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld.- Bougie vervuild/vochtig.- Branderdelen niet juist geplaatst.- Branderdelen vervuild/vochtig.- Hoofdgaskraan gesloten.- Storing aan het gasnet.- Gasfles of -tank is leeg.- Verkeerde soort gas gebruikt (bij flessengastoepassing).- Bedieningsknop niet lang of diep genoeg ingedrukt. | - Steek de stekker in het stopcontact.- Monteer een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in.- Reinig/droog de bougie.- Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.- Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroom gaten open zijn.- Open de hoofdgaskraan.- Informeer bij uw gasleverancier.- Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen.- Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel.- Houd de bedieningsknop lang genoeg en voldoende diep ingedrukt tussen vol- en kleinstand. |
| De brander brandt niet egaal. | - Branderdelen niet juist geplaatst.- Branderdelen vervuild/vochtig.- Verkeerde soort gas gebruikt (bij flessengastoepassing). | - Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.- Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn.- Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. |
| De brander dooft na ontsteken. | - Bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt bij beveiligde toestellen. | - Houd de bedieningsknop minimaal 5 seconden ingedrukt. |

text_image
indicatielampje kinderslot kookzone-indicatie voorste kookzone achterste kookzone AFSPelen kookprogramma opnemen kookprogramma REAR PLAY FRONT RECORD 88 0 - + 888 0 - + M display kookstanden aan-/uittoets display kookwekker kookwekkertoets kookstanden 'memory' toets tijdinstellingWerking inductie

De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
Comfortabel en snel
Koken op een inductiekookplaat is comfortabel. De zones hebben een hoog regelbereik en zijn nauwkeurig instelbaar. Op de laagste stand kunt u chocolade direct in de pan smelten. Het hoge vermogen zorgt ervoor dat het aan de kook brengen extra snel gaat.
Veilig en schoon
Bij inductiekoken wordt de warmte direct opgewekt in de panbodem. De glasplaat wordt daarom nooit warmer dan de panbodem. Dit is niet alleen veiliger dan een gas of keramische kookplaat, maar ook makkelijker schoonmaken omdat voedselresten niet inbranden.
Pannen
Niet iedere pan is geschikt voor inductiekoken. Omdat inductiekoken gebruik maakt van een magnetisch veld om warmte op te wekken moet de panbodem ijzer bevatten. Gebruik pannen die geschikt zijn voor inductiekoken, voorzien van het "Class Induction" keurmerk. (Zie ook blz. 26)
Inductiekookplaat
Inductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen, zoals restwarmtesignalering en kookduurbegrenzing. Toch zijn er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.
Aansluiten en reparatie
- Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten.
- Open de behuizing van het toestel nooit. Alleen een servicetechnicus mag het toestel openen.
- Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de toevoerleiding op nul te zetten bij een vaste aansluiting.
- Gebruik het toestel niet beneden 5 °C.
Tijdens gebruik

- Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. Wanneer een programma is ingesteld (aankookautomaat) zal deze automatisch terugschakelen in vermogen.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd natuurlijke ventilatieopeningen open.
- Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie.
Inductiekookplaat
- Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats.
- Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de kookplaat en de inhoud van de lade.
- Leg geen brandbare voorwerpen in de lade onder de kookplaat.
- Zorg ervoor dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer, niet in aanraking komen met de hete kookzone.
- De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.
- Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
- Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap.
- De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan.
- Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.
- Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.
- Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen (creditcards, bankpasjes, diskettes e.d.) uit de buurt van het toestel. Wij advise ren pacemaker-dragers om eerst de hartspecialist te raadplegen.
- Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het reinigen van de kookplaat.
Inductiekookplaat
Inschakelen

- Zet een pan op een kookzone.
- Druk op de aan/uit toets.
In het display verschijnt een liggend streepje. Indien na het inschakelen van de zone geen kookstand wordt gekozen schakelt de zone terug naar 'standby'.
Vermogen instellen

text_image
- +- Druk op de + of - toets.
De kookplaat stelt zich direct in op stand 6.
- Stel een hogere of lagere stand in door nog een keer op de + of - toetsen te drukken.
Uitschakelen

text_image
H ①Druk nog een keer op de aan/uit toets.
Het toestel schakelt uit.
Eventueel blijft de restwarmte-indicatie aangeven dat de zone nog warm is.
Restwarmte-indicatie

text_image
HNa intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone warm is, blijft er een "H" in het display staan.
Speciale standen

text_image
11Stand 11 (wokstand)
Deze stand is uitermate geschikt om vlees te bakken of wokgerechten te bereiden.

text_image
6Stand b (boost)
De booststand is bedoeld voor het snel aan de kook brengen van water. Deze stand is te hoog voor het verhitten van boter of melk.
Inductiekookplaat
Kookwekker

text_image
REAR FRONT 359 - +Het toestel is voorzien van een klok die als kookwekker kan worden gebruikt. Deze kookwekker staat dan op zichzelf en heeft geen invloed op de instellingen van de kookzones.
- Schakel de kookwekker in door één keer op de toets te drukken.
- Kies de gewenste tijd (max. 3.59 uur) door de + en - toetsen in te drukken. Door deze toetsen langer vast te houden zal de tijd is steeds grote stappen op- of aflopen. In het display wordt de gekozen tijd weergegeven.
- Wanneer de gekozen tijd verstreken is, begint de kookplaat te piepen. Deze pieptoon kan worden uitgeschakeld door op de toets Ⓞ te drukken. U kunt weer een nieuwe tijd instellen door meteen de + toets te bedienen. U hoeft de timer niet eerst uit te schakelen.
U kunt een kookzone door de kookwekker laten uitschakelen. De kookwekker werkt voor beide kookzones.
Timerfunctie

text_image
REAR FRONT 359 - +- Zet een pan op een kookzone.
- Schakel de kookzone in.
Het toestel begint te werken. - Schakel de kookwekker in met de toets Ⓞ.
Druk nogmaals op de toets voor de timerfunctie.
Het lampje naast 'FRONT' (voor de voorste zone) of 'REAR' (voor de achterste zone) licht op. Met de + en - toetsen wordt de kooktijd ingesteld (max. 3.59 uur). In het display wordt het gekozen aantal minuten weergegeven.
Inductiekookplaat
Inschakelen
Door de Ⓐtoets meerdere keren in te drukken wordt steeds het volgende rijtje afgelopen:
Indien een kookzone niet ingeschakeld is, is deze ook niet te selecteren om uitgeschakeld te worden door de timer en wordt deze overgeslagen in bovenstaande tabel.
aantal keren Ⓞ ingedrukt reactie
| 0 Klok is uit; displays zijn donker | |
| 1 Klok als kookwekker | |
| 2 Klok schakelt de voorste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld) | |
| 3 Klok schakelt de achterste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld) | |
| 4 Klok is uit; displays zijn donker | |
| Enzovoort |
Indien beide kookzones zijn ingeschakeld kan door nogmaals op de Ⓞ toets te drukken gekozen worden tussen de voorste of achterste kookzone. Aan het einde van de bereidingstijd hoort u een pieptoon. De zone schakelt uit.
Schakel aan het einde van de bereidingstijd de pieptoon uit door op de Ⓞ toets van de kookwekker te drukken.
Als u de pieptoon niet uitschakelt, stopt deze vanzelf na 30 minuten.
Kinderslot

Met het kinderslot kunt u de uitgeschakelde kookplaat vergrendelen. Onbedoeld inschakelen tijdens onderhoud of door kinderen kunt u hiermee voorkomen.
In- en uitschakelen
Leg uw vinger 3 seconden op de toets. Wanneer het lampje boven de toets oplicht, is het kinderslot ingeschakeld.
Tijdens het koken kunt u het kinderslot niet inschakelen. U kunt de kookwekker wel gebruiken wanneer de kookplaat op slot staat.
Inductiekookplaat
Geheugenfunctie

text_image
REAR PLAY FRONT RECORD L - + MHet toestel is voorzien van een geheugenfunctie. Deze functie geeft u de mogelijkheid per kookzone kookstanden en bijbehorende kooktijden te programmeren
Geheugenfunctie inschakelen (play)
-
Druk kort op de M toets. Het lampje naast 'PLAY' licht op. De lampjes naast 'REAR' en 'FRONT' gaan knipperen.
-
Schakel een kookzone in. De kookzone schakelt in op de geprogrammeerde kookstand. Als er geen programma aanwezig is, schakelt de zone na enkele seconden weer uit.
Schakel de zone uit met de aan/uittoets of de M toets.
Als tijdens het afspelen van een programma een hoog vermogen gekozen wordt, terwijl een andere zone handmatig op een hoge stand is ingesteld, zal de andere zone een lager vermogen af gaan geven. De instellingen van het programma zijn dus dominant. Wanneer het programma de zone op een lager vermogen instelt, gaat de andere zone niet weer naar het hoge vermogen terug.
Inductiekookplaat
Geheugenfunctie

text_image
REAR PLAY FRONT RECORD L - + MGeheugenfunctie programmeren (record)
- Druk op de 'memory' toets M totdat het lampje naast 'RECORD' oplicht. De lampjes naast 'REAR' en 'FRONT' gaan knipperen en het klokdisplay geeft aan.
- Schakel de kookzone in die opgenomen moet worden.
- Stel een kookstand in met de + of - toetsen. De gekozen kookstand en de kookduur worden nu opgenomen. Meerdere kookstanden kunnen na elkaar worden gekozen (max. 38).
Wanneer tijdens een opname reeds 38 standen zijn opgenomen, zal de volgende stap die wordt vastgelegd automatisch het opname-einde zijn.
- Beëindig de opname met de aan/uittoets of de 'memory' toets M.
Wanneer een nieuwe opname wordt vastgelegd, wordt de eventueel bestaande opname gewist.
De gekozen kookstanden en de kookduur staan in het geheugen. Deze opname is met de 'PLAY' functie (geheugen inschakelen) te activeren.
Per zone kan maximaal 1 opname worden gemaakt.
Inductiekookplaat
Memory koken

text_image
PLAY RECORD MDe linker en de beide rechter kookzones hebben een geheugen waarmee u voor elke zone een eigen kookprogramma kunt opnemen. Tijdens het opnemen worden de door u gekozen standen en tijden auto matisch bewaard. Een programma kan maximaal 4 uur duren.

text_image
PLAY ● RECORD r E M ① - +Met memorykoken kunt u voor elke zone apart een kookprogramma opnemen en afspelen.
Programma opnemen
- Zet een pan met inhoud op de kookzone.
- Druk op de memorytoets “M” tot het signaallampje “record” knippert.
- Schakel de kookzone in op de gewenste stand.
Het signaallampje “record” brandt continu. In het display ziet u na enkele seconden afwisselend de ingestelde stand en “rE”. De kooktijden en standen worden tijdens het koken automatisch bewaard. - Met de +/- toets kunt u tijdens het koken het vermogen regelen.
- Druk aan het einde van het kookproces op de aan/uit toets of de memorytoets om het koken en het opnemen te stoppen.

text_image
PLAY RECORD PL M ① - +Programma afspelen
- Zet een pan met inhoud op de juiste kookzone.
- Druk op de memorytoets “M” tot het signaallampje “play” knippert.
- Schakel de kookzone in met de aan/uit toets.
Het signaallampje “play” brandt continu. In het display ziet u na enkele seconden afwisselend de ingestelde stand en “PL”. - Het programma volgt automatische de opgeslagen kooktijden en standen.
- Druk op de aan/uit toets om het programma te stoppen.
Inductiekookplaat
Uitschakelen geluidsignaal
U kunt het signaal, dat klinkt wanneer u een toets bedient, als volgt uitschakelen:
- Schakel de kookzone voor in en weer uit.
- Druk binnen 3 seconden tegelijk op beide '-' toetsen van de beide zones.
Een signaal bevestigt de wijziging. U kunt het signaal weer inschakelen door de procedure te herhalen.
Synchrocontrol
Uw kookplaat is uitgerust met synchrocontrol. Wanneer er een ATAG afzuigkap type WS411S boven de kookplaat is geïnstalleerd, zal deze automatisch met de kookplaat mee in- en uitschakelen.
Een zone voor en achter tegelijk gebruiken

Twee achter elkaar liggende kookzones worden bestuurd door één generator. De generator verdeelt het vermogen over beide zones. Tot en met stand 6 heeft dit geen consequenties. Vanaf stand 7 wordt de andere kookzone automatisch begrensd. U hoort dit aan het "tikken" van het toestel. Wilt u een van beide zones op hogere stand instellen, dan moet u eerst de andere zone lager zetten.
| 1e Zone | 6 | 7 | 10 | 11 b(oost) | |
| 2e Zone | b(oost) | 11 10 7 6 |
Inductiekookplaat


Geen warmteverlies en de hand- grepen blijven koud bij inductie- koken.
Inductiekoken is snel
In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.
Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.
Mimimale pandiameter
De minimum pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.


Til pannen altijd op; schuif er nooit mee.
Let op
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
Inductiekookplaat

Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen. Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
Gebruik alleen pannen geschikt voor elektrisch en inductie koken met:
- een dikke bodem van minimaal 2,25 mm;
- een vlakke bodem.
Het beste zijn pannen met het "Class Induction" keurmerk. Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken is de pan geschikt.
| Geschikt | Ongeschikt |
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |

Let op
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen:
- Op een hoge stand kan het email er afspringen wanneer de pan te droog is;
- Door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.

Let op
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten.
Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkook pannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt stopt het kookproces direct.
Inductiekookplaat
De onderstaande tabel is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
Gebruik de hoogste stand voor:
- snel aan de kook brengen;
- slinken van bladgroenten;
- blancheren van groenten;
- verhitten van olie en vet;
- bakken van biefstuk (saignant, rood);
- onder druk brengen van een snelkookpan;
- koken van glad gebonden pudding en vla.
Gebruik een iets lagere stand voor:
- aanbraden van vlees;
- bakken van platvis, dunne moten of filet;
- bakken van gekookte aardappelen;
- bereiden van glad gebonden soepen en sauzen;
- bakken van omeletten;
- bakken van biefstuk (medium, rozerood);
- frituren (afhankelijk van de temperatuur en de hoeveelheid).
Gebruik een stand iets boven de middelste stand voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dik, gepaneerd vlees;
- gaar bakken van dun vlees;
- doorbraden van groot vlees;
- uitbakken van spek of bacon;
- bakken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis;
- bakken van dun, gepanceerd vlees;
- bakken van omeletten.
Gebruik de middelste standen voor:
- doorkoken van grote hoeveelheden;
- ontdooien van harde groenten, bijvoorbeeld sperziebonen.
Gebruik de laagste standen voor:
- trekken van bouillon;
- rood koken van stoofperen;
- bereiden van stoofvlees;
- doorkoken van gerechten;
- smoren van groenten.
Inductiekookplaat
Dagelijkse reiniging
Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken
Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigings middel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen.
Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.
Nooit gebruiken
Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin kalk en vuil zich ophopen.
Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.

ATAG heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam Atag Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website www.hps.nl
Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikstips.
Inductiekookplaat

Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op www.hps.nl
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de toevoerleiding op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
Geluid in de bodem van de pan
Tijdens het koken kunt u een ratelend geluid horen in de bodem van de pan. Dit is onschuldig. Het geluid wordt veroorzaakt doordat het hoge vermogen van de kookzone inwerkt op de panbodem.
Verminder het ratelende geluid eventueel door een lagere stand te kiezen.
Inductiekookplaat
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Bij het in werking stellen verschijnt er tekst in de displays. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Dit wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling van de voorste en de achterste zone. Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan, zie blz. 26. |
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en u hoort een signaal. | De ingestelde tijd op de timer is voorbij. | Schakel het signaal uit met de + of – toets van de timer. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| Foutcode F00, F01....F11. | Een toets wordt te lang bediend of er ligt een voorwerp op de toets. | Voorwerp verwijderen. Kookplaat opnieuw inschakelen. |
| Foutcode FA. | De kookplaat is verkeerd aangesloten of de netspanning is te laag. | Aansluiting controleren. Neem contact op met uw energieleverancier als het probleem blijft bestaan. |
| Foutcode F0 - F6. | Generator defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
| Foutcode F8. | Kookplaat oververhit. | De kookplaat is uitgeschakeld door over verhitting. Laat de kookplaat af koelen en gebruik een lagere kookstand. |
| Foutcode F99. | U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend. | Bedien maar 1 toets tegelijk. |
| Continu geluidssignaal. | De kookplaat is verkeerd aangesloten of de netspanning is te hoog. | Laat uw aansluiting wijzigen. |
Gaskookplaat
Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten.

Let op
De gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.
Dit is een klasse 3 toestel.
Gasaansluiting
De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Wij adviseren de kookplaat aan te sluiten met een vaste leiding. Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan
Achter een oven moet een volledig metalen slang worden gebruikt.

Let op
Een veiligheidsslang mag niet worden geknikt en niet in aanraking komen met bewegende delen van het keukenmeubel.
In alle gevallen moet er voor het toestel een aansluitkraan geplaatst worden op een makkelijk bereikbare plaats.
Voordat u het toestel in gebruik neemt, moet u de aansluitingen met zeepsop controleren op gasdichtheid.
Gaskookplaat
Elektrische aansluiting
230 V - 50 Hz - 0,6 VA
De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.

Let op
Dit toestel moet altijd geaard zijn.
Indien de aansluitkabel beschadigd is mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn serviceorganisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Gaskookplaat
Kookplaat voorbereiden

Monteer de bijgeleverde
knie op de gasaansluiting van het toestel.

Verwijder de beschermfolie van het afdichtband (A) en plak het band in de groef van de aluminium profielen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.
Gaskookplaat
Uitsparing in werkblad zagen
Zaag de uitsparing in het werkblad. Doe dit zeer nauwkeurig (zie inbouw- maten).
Als het werkblad van hout is, behandel dan de kopse kanten van het werkblad met afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
Bevestigingspunten montagebeugels

text_image
Draadgat schroef werkblad
text_image
Dunne werkbladen Dikke werkblak
text_image
Gasaansluiting 330 522 47 min.50 490 Voorzijde 290 Voorzijde 1* 1* 1* 480 1* 1* G1/2" 280Gaskookplaat
Inbouwmaten WO3111M

Gaskookplaat
Benodigde vrije ruimte rondom
Een gaskookplaat ontwikkelt warmte. Laat voldoende ruimte vrij tot niet hittebestendige materialen. Let ook op bij materialen die kunnen verkleuren (zoals roestvaststaal).

text_image
aantal modulos x 330 mm min 650 mm min 450 mm min 100 mm min 100 mmDe kookplaat mag naast slechts één verticale wand ingebouwd worden.

Let op
De onderzijde van de kookplaat wordt heet. Leg geen brandbare spullen in een lade wanneer deze direct onder de kookplaat is gemonteerd.
Toestel plaatsen en aansluitingen maken
Plaats het toestel in het werkblad en zet het vast met de bijgeleverde montagebeugels en schroeven.
Maak de gasaansluiting.
Controleer de aansluiting met zeepsop op gasdichtheid.
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet.
Gaskookplaat
| G25/25 mbar | G20/20 mbar | G25/20 mbar | G30/29 mbar | G31/29 mbar | G31/37 mbar | G30/50 mbar | G31/50 mbar | |
| brandertype (kW) (kW) (kW) | (kW / g/h) (kW / g/h) | (kW / g/h) (kW / g/h) | (kW / g/h) (kW / g/h) | (kW / g/h) (kW / g/h) | ||||
| normaal 2.00 2.00 1.80 1.60 / | 115 1.41 / 101 | 1.60 / 115 2.00 / | 144 1.76 / 127 | |||||
| sterk | 3.00 3.00 | 2.70 2.30 / 166 | 2.02 / 146 2.30 / | 166 2.70 / 194 | 2.38 / 171 | |||
| wok | 5.70 5.70 | 5.00 5.00 / 360 | 4.40 / 317 5.00 / 360 | 5.50 / 396 | 4.75 / 342 |
Alleen de HG3111M is om te bouwen
Dit toestel is ingesteld voor aardgas. Het toestel kan door middel van een ombouwset ingesteld worden voor andere gassoorten en -drukken. U kunt de set bestellen bij de verkoop- en serviceorganisatie.
Het ombouwvoorschrift wordt met de set meegeleverd.
Inductiekookplaat
Elektrische aansluiting
230 V - 50 Hz - 2800 W
De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
Let op
Dit toestel moet altijd geaard zijn.
Indien de aansluitkabel beschadigd is mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn serviceorganisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Inbouwmaten HI3171M

text_image
330 522 47 min.50 490 290 Voorzijde Voorzijde 480 56 280Alle toestellen
Inbouwsituatie met tussenruimte

text_image
min. 10 mm X mm min.50 490 290 50 mm X mm + 50 mmAlle toestellen
Koppelen voorbeeld 1

text_image
TY3011M WO3111M HG3111M HI3171M FR3111M 330 330 330 330 330 490 300 290 290 290 300 35 40 40 35 Koppelprofil *Alle toestellen
Koppelen voorbeeld 2

text_image
HG3111M WO3111M TY3011M FR3111M HI3171M 330 330 330 330 330 490 290 290 300 300 290 40 35 30 35 Koppelprofil *Inductiekookplaat

text_image
28 - 50 mm 290 490- Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.

-
Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
-
Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.

- Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profielen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.
Inductiekookplaat
- Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.

-
Zet de kookplaat vast met behulp van de bijgeleverde klemmen. Bij werkbladen die dunner zijn dan 40 mm moet er een opvulblokje tussen de klemmen en het werkblad worden gebruikt. De schroeven moeten in de doorgedrukte gaten geschroefd worden.
-
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel zal een kort signaal geven en alle displays zullen even oplichten. Het toestel is nu gebruiksklaar.

Direct na het inschakelen zal de ventilator even inschakelen. Het toestel controleert zichzelf nu gedurende een aantal seconden.
Inductiekookplaat
Beluchting

De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatieopeningen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.
Inbouwen boven een oven of lade

Het toestel moet voldoende geventileerd worden.

Inbouwen boven een oven of lade
Er is een bepaalde nismaat nodig wanneer de kookplaat boven een oven wordt geplaatst. Deze benodigde nismaat is afhankelijk van het volgende:
- werkbladdikte;
- inbouwhoogte van de kookplaat (zie tabel);
- grootste hoogte van de oven (bedieninspaneel niet meegeteld).
De benodigde nismaat is de grootste hoogte van de oven plus de inbouwhoogte van de kookplaat minus de werkbladdikte.

text_image
werkbladdikte inbouwhoogte kookplaat grootste hoogte oven
text_image
nismaatVeiligheid inductie kookplaat
-
Een sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de onderdelen van de kookplaat. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookplaat automatisch verlaagd.
-
Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
-
Elke kookzone is voorzien van een sensor die ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan controleert om elk risico op oververhitting bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan te vermijden.
-
Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. Het display van de zone knippert "0" en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.
Kookduurbegrenzing
Kookduurbegrenzing is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze stopfunctie wordt automatisch ingeschakeld indien u uw kookplaat na een bereiding vergeet uit te zetten.
| Kookstand De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: | |
| 1 en 2 9 uur | |
| 3, 4 en 5 5 uur | |
| 6, 7 en 8 4 uur | |
| 9 | 3 uur |
| 10 | 2 uur |
| 11 en b(oost) 1 uur | |
Alle toestellen
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- papier;
• polyethyleenfolie (PE);
• CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim);
• polypropyleenband (PP).
Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.
Op het typeplaatje is het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht:
Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet

bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd, maar naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente moet worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat, zoals deze kookplaat, voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huis-houdelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.
FR
Mode d'emploi
Gebruiksaanwijzing ....NL 4 – 49
text_image
indicatielampje kinderslot kookzone-indicatie voorste kookzone achterste kookzone afspelen kookprogramma opnemen kookprogramma REAR PLAY FRONT RECORD 88 ① - + 888 - + M display kookstanden aan-/uittoets display kookwekker kookwekkertoets kookstanden 'memory' toets tijdinstellingtext_image
werkbladdikte inbouwhoogte kookplaat grootste hoogte oven
text_image
nismaatHoud, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, de productiecode (PCODE) en het volledige itemnummer (ITEMNR) bij de hand.
En cas de contact avec le service après-vente, ayez auprès de vous le code de production (CODEP) et le numéro complet de l'article (ARTICLENO). Halten Sie den Produktionscode (PCODE) und die vollständige Itemnummer (ITEMNR) bereit, wenn Sie mit der Kundendienstabteilung Kontakt aufnehmen. When contacting the service department, have the production code (PCODE) and complete item number (ITEMNR) to hand.