VC891 - Meetinstrumenten VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC891 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC891 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC891 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC891 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC891 VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
Digitale multimeter VC891
Pagina
Item No. 2576866
148 - 193
CE
2 Inleiding 150
3 Bedoeld gebruik....151
4 Beschrijving van de onderdelen....153
5 Leveringsomvang 155
6 Nieuwste productinformatie 155
7 Verklaring van symbolen....155
8 Veiligheidsinstructies ....156
8.1 Algemeen....156
8.2 Hanteren....157
8.3 Gebruiksomgeving....157
8.4 Gebruik 158
9 Productbeschrijving 159
10 Aanduidingen en symbolen op het display 161
11 Meten....162
11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten....163
11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus....163
11.3 Meten van gelijkspanning "V---" 164
11.4 Meten van wisselspanning "V \~"....165
11.5 LoZ-spanningsmeting 166
11.6 Stroommeting....166
11.7 Frequentiemeting/Duty Cycle in %....168
11.8 Meten van weerstand 169
11.9 Diodetest....170
11.10 Continuiteitstest 171
11.11 Capaciteitsmeting....172
11.12 Temperatuurmeting 173
12 Extra functies....174
12.1 RANGE....174
12.2 MAX/MIN-functie....174
12.3 REL-functie....174
12.4 HOLD-functie....175
12.5 Auto power-off functie....175
12.6 SELECT-functie ....175
12.7 SETUP-functie....175
12.8 Zaklantaarnfunctie ....176
12.9 Bluetooth®-functie "BLE" 177
13 Problemen oplossen....178
14 Reiniging en onderhoud....179
14.1 Algemeen....179
14.2 Reiniging....179
14.3 Batterij- en zekeringvak openen ....180
14.4 De zekering vervangen....181
14.5 Plaatsen en vervangen van de batterij ....181
15 Verwijdering....183
15.1 Product 183
15.2 Batterijen/accu's ....184
16 Conformiteitsverklaring (DOC)....184
17.1 Stroomvoorziening....185
17.2 Omgevingsvoorwaarden....185
17.3 Apparaat ....185
17.4 Radiomodule....185
17.5 Meettoleranties....186
2 Inleiding
Geachte klant,
Met dit Voltcraft®-product hebt u een hele goede beslissing genomen, waar- voor we u van harte willen bedanken.
U hebt een hoogwaardig product uit de merkenfamilie gekocht dat zich onderscheidt op het gebied van de meet-, laad- en netwerktechnologieën door hun buitengewone vakkundigheid en permanente innovatie.
Met Voltcraft® kan zowel de kieskeurige hobbyist als de professionele gebruiker zelfs de moeilijkste taken probleemloos uitvoeren. Voltcraft ® biedt u betrouwbare technologie met een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding.
We zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
3 Bedoeld gebruik
- Meting en weergave van elektrische grootheden in het bereik van meetcategorie CAT III tot max. 1000 V of CAT IV tot max. 600V tegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1 en alle lagere categorieën.
- Meten van gelijkspanning tot max. 1000 V
- Meten van wisselspanning tot max. 1000 V
- Meten van gelijkstroom en wisselstroom tot max. 10 A.
– Frequentiemeting van 10 Hz tot 10 MHz (max. 20 Vrms)
– Weergave van pulsverhouding (Duty Cycle) in % - Meten van capaciteiten tot 60 mF
- Weerstandsmetingen tot 60 MΩ
- Meten van temperatuur van -40 tot +1000 °C
- Continuïteitstest (<50 Ω akoestisch)
- Diodetest
De meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. Het meetbereik wordt in veel meetbereiken automatisch geselecteerd (behalve continuïteitstest, diodetest en stroommeetbereiken).
In het AC-spannings- en AC-stroommeetbereik worden echte effectieve meetwaarden (True RMS) weergegeven tot een frequentie van 1 kHz. Dit maakt de exacte meting van sinusoïde en niet-sinusoïde meetwaarden (spanning/stroom) mogelijk.
De polariteit wordt bij negatieve meetwaarden automatisch met het teken (-) weergegeven.
Een lage impedantie (LoZ)-functie maakt spanningsmeting mogelijk met verminderde interne weerstand. Dit onderdrukt fantoomspanningen die kunnen optreden in hoogohmige metingen. Metingen met verminderde impedantie zijn toegestaan in meetcircuits tot maximaal 1000 V en maximaal 3 sec.
Beide stroommeetingangen zijn beveiligd tegen overbelasting met keramische hoogvermogenzekeringen. De spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet overschrijden.
De multimeter wordt gevoed door drie standaard micro-batterijen (type AAA). Gebruik het apparaat alleen met het aangegeven batterijtype. Accu's zijn vanwege de lagere celspanning niet toegestaan.
Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat na een vooraf ingestelde tijd uit als er geen knop op het apparaat wordt ingedrukt. Dit voorkomt voortijdige ontlading van de batterij. Deze functie kan worden uitgeschakeld.
Aan de voorkant en aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een schakelbare LED-lamp die als zaklantaarn kan worden gebruikt.
Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een uitklapbare standaard. Hier-mee kan het meetapparaat zo worden neergezet dat het beter kan worden afgele-zen. Aan de achterkant is ook een statiefschroefdraad geïntegreerd.
Gebruik de multimeter niet wanneer de behuizing of het batterijvak open is of als het batterijdeksel ontbreekt. Een beschermingsmechanisme voorkomt dat het batterijvak wordt geopend wanneer de meetsnoeren zijn aangesloten.
Metingen in explosiegevaarlijke omgevingen of vochtige ruimtes, bijvoorbeeld onder ongunstige omgevingsomstandigheden, zijn niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, onweer of soortgelijke omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden enz.
Gebruik voor de metingen alleen meetsnoeren en -accessoires die op de specificaties van de multimeter zijn afgestemd.
De multimeter mag alleen worden gebruikt door personen die vertrouwd zijn met de geldende meetvoorschriften en alle mogelijke gevaren. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen wordt aanbevolen.
Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere gevaren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok enz. Het gehele product mag niet worden gewijzigd of worden omgebouwd!
Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze om later nogmaals te kunnen raadplegen.
De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen!
4 Beschrijving van de onderdelen

text_image
A B VOLTCAFT. VC891 60003 Counts True RMS Digital Multimeter F1 F2 F3 F4 RESET RESET < * Lat D E F 10A mAμA COM CHINQ + - + Hz% °C+F mV ACDC VE OFF mA AN OFF
text_image
A J G H BATTERY COVER OPEN. 15V AAA X3 LN103 I
text_image
C 1 2 3 5 4 14 AUTO REC MAX/MIN HOLD Δ100.00mV 120.00 mV Lox Loz 13 12 RANGE MAX/MIN REL HOLD 6 7 8 9 10 11A Led-zaklantaarn
B Optische bedieningscontrole
C Display, grafisch geschikt, gekleurd
(1) Systeemsymbolen (van batterijniveau links, APO, geluid, zaklantaarn, flits voor gevaarlijke spanning)
(2) MAX-MIN-weergave actief
(3) HOLD-weergave actief
(4) Weergave relatieve waarde
(5) Weergave voor gelijk-/wisselstroom
(6) Weergave van de meetwaarden
(7) Weergave van de meeteenheid
(8) Weergave van staafdiagram
(9) LoZ lage impedantie actief
(10) Functies voor de knoppen F1 tot F4
(11) MAX/MIN-enAUTO-Range-functie
D Functieknoppen
E Draaiknop voor het kiezen van de gewenste meetfunctie
F Meetbussen
G Statief-verbindingsdraad
H Uitklapbare standaard
I Schroef voor batterij- en zekeringvak
J Magnetische meetpenhouder voor de meegeleverde meetpennen

Opgelet, sterke magneet! Houd het apparaat uit de buurt van pacemakers, defibrillators of bankkaarten. .
5 Leveringsomvang
Digitale multimeter
2x veiligheidsmeetkabels met CAT III/CAT IV-beschermkappen
Draadtemperatuursensor, type K (-20 bis +230 °C)
3x microbatterijen (AAA)
Gebruiksaanwijzing
6 Nieuwste productinformatie
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via onderstaande link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeel-de QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.

7 Verklaring van symbolen
De volgende symbolen zijn te vinden op het product/apparaat of in de tekst:

Het symbool waarschuwt voor gevaren die tot letsel kunnen leiden.

Het symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning, die tot letsel als gevolg van een elektrische schok kan leiden.

Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie)
CAT I
Meetcategorie I voor het meten van elektrische en elektronische apparaten die niet direct op de voeding zijn aangesloten (bijv. op batterijen werkende apparaten, extra lage veiligheidsspanning, signaal- en stuurspanning, etc.)
| CAT II | Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die met behulp van een stekker direct zijn aangesloten op het elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). |
| CAT III | Meetcategorie III voor metingen aan installaties in gebouwen (bijv. stopcontacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijvoorbeeld CAT II voor metingen aan elektrische apparaten). Het uitvoeren van metingen in CAT III is alleen toegestaan met behulp van meetpennen met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpennen met afdekdoppen. |
| CAT IV | Meetcategorie IV voor het meten aan de bron van laagspanningsinstallaties (bijv. hoofdverdeling, huisdistributiepunten van de energieverzorger, etc.) en buitenshuis (bijv. werk aan aardkabels, vrije leidingen, enz.). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën. Het uitvoeren van metingen in CAT IV is alleen toegestaan met behulp van meetpunten met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpunten met afdekdoppen. |

Aardpotentiaal
8 Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en informatie voor correct gebruik in deze handleiding niet in acht neemt, dan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor letsel of materiële schade. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie.
8.1 Algemeen
Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Laat het verpakkingsmateriaal niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
Als u vragen hebt die niet met dit document kunnen worden beantwoord, neem dan contact op met onze technische klantenservice of ander gespecialiseerd personeel.
Laat onderhouds-, aanpassings- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door een vakman of een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.
8.2 Hanteren
Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of vallen van kleine hoogte kunnen het product beschadigen.
Om een elektrische schok te vermijden, dient u erop te letten, dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt. Pak de meetpunten tijdens het meten niet vast boven de voelbare handgreepmarkeringen.
8.3 Gebruiksomgeving
Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
Bescherm het product tegen extreme temperaturen, sterke schokken, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
Bescherm het product tegen hoge vochtigheid en nattigheid.
Bescherm het product tegen direct zonlicht.
Zet het product nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condens die hierbij ontstaat kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat de oplader eerst op kamertemperatuur komen, voordat u hem in gebruik neemt.
Gebruik het apparaat niet kort voor, tijdens of direct na onweer (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Let erop dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en schakelcomponenten enz. altijd droog zijn.
Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Anders bestaat de mogelijkheid dat het product niet naar behoren functioneert.
8.4 Gebruik
Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.
Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht.
In scholen en opleidingsinstituten, hobby- en werkplaatsen, evenals bij mensen met beperkte lichamelijke en geestelijke vaardigheden moet werken met meet-apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.
Controleer voor elke meting of het meetapparaat op de juiste meetfunctie is ingesteld.
Verwijder de meetkabels altijd van het te meten object voordat u het meetbereik wijzigt.
Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadigingen. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, losgetrokken enzovoort). De meegeleverde meetkabels zijn voorzien van een slijtage-indicator. Bij beschadiging wordt er een tweede isolatielaag met een andere kleur zichtbaar. De meetapparatuur mag dan niet langer worden gebruikt en moet worden vervangen.
De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en de aardpotenti-aal mag niet hoger zijn dan 1000 V DC/AC in CAT III of 600 V DC/AC in CAT IV.
Wees bijzonder voorzichtig tijdens de omgang met spanningen >33 V wissel-spanning (AC) en >70 V gelijkspanning (DC)! Bij deze spanningen kunt u in geval van contact met een elektrische kabel een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen.
Bij het gebruik van meetpennen zonder afdekkappen mogen metingen tussen het meetapparaat en aardpotentiaal niet boven de meetcategorie CAT II uitgevoerd worden.
Bij metingen vanaf de meetcategorie CAT III moeten meetpennen met afdekkappen (max. 4 mm vrije con-

text_image
CAT I CAT II CAT III CAT IVtactlengte) worden gebruikt, om onbedoelde kortsluiting tijdens de meting te voorkomen. Deze zijn bij de levering inbegrepen of reeds op de meetpennen gemonteerd.
Als het niet langer mogelijk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Zie er ABSOLUUT vanaf het product zelf te repareren. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product:
– zichtbaar is beschadigd,
- niet meer naar behoren werkt,
– gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen of
- onderhevig is geweest aan ernstige transportgerelateerde belastingen.
9 Productbeschrijving
De gemeten waarden worden weergegeven op de multimeter (hierna DMM genoemd) op een digitaal display. De weergave van de meetwaarden van de DMM bevat 6000 counts (count = kleinste weergavewaarde). De juiste bustoewijzing wordt bewaakt door de DMM. Als de bustoewijzing niet juist is, klinkt er een waarschuwingstoon en verschijnt er een waarschuwingsmelding op het display. Dit verhoogt de bedrijfszekerheid van het meetapparaat voor de gebruiker.
Als de DMM langere tijd niet wordt gebruikt, schakelt het apparaat automatisch uit. De batterijen worden hierdoor bespaard en het maakt een langere gebruiksperiode mogelijk. De automatische uitschakeling kan vooraf worden ingesteld en kan handmatig worden gedeactiveerd.
Het meetapparaat kan zowel in de hobby als in het professionele veld worden gebruikt tot de meetcategorie CAT III 1000 V/CAT IV 600 V.
De DMM kan met de beugel aan de achterzijde zo worden neergezet dat deze beter kan worden afgelezen.
Het batterij- en zekeringvak kan alleen worden geopend als alle meetkabels van het meetapparaat zijn verwijderd. Als het batterij- en zekeringvak is geopend, is het niet mogelijk de meetkabels in de meetbussen te steken. Dit verhoogt de veiligheid voor de gebruiker.
Draaiknop (E)
De verschillende meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. In de mees- te meetfuncties is de automatische bereikselectie "Autorange" actief. Hierbij wo altijd het desbetreffende geschikte meetbereik ingesteld. De stroom-meetbereike moeten handmatig worden ingesteld. Begin de stroommetingen altijd op het ho ste meetbereik en schakel indien nodig om naar een lager meetbereik.
Op de draaiknop zit een indicatielampje om de instelpositie duidelijk aan te ge Met de knop "SELECT" schakelt u naar een subfunctie als een meetfunctie dubbel bezet is (bijv. omschakelen weerstandsmeting - diodetest en continuïteitstest of DC-omschakeling). Met elke keer drukken schakelt u de functie om.
Het meetapparaat is uitgeschakeld wanneer de schakelaar op "OFF" staat. Zet het meetapparaataltijduitwanneeruhetnietgebruikt.
10 Aanduidingen en symbolen op het display
De volgende symbolen en aanduidingen zijn zichtbaar op het apparaat of op het display. Er kunnen andere symbolen op het display aanwezig zijn (displaytest). Deze hebben echter geen functie.
TrueRMS Echte effectieve-waardemeting
Δ Deltasymbool voor relatieve waardemeting (=referentiewaardemeting)
M Symbool voor mega (exp.6)
k Symbool voor kilo (macht 3)
Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand)
Hz Hertz (eenheid van frequentie)
n Symbool voor nano (macht -9)
μ Symbool voor micro (macht -6)
m Symbool voor milli (macht -3)
V Volt (eenheid van elektrische spanning)
A Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte)
F Farad (eenheid van elektrische capaciteit)
°C/°F graden Celsius/graden Fahrenheit (eenheid van temperatuur)
REL Knop voor meting van relatieve waarden (=referentiewaarden)
SELECT Knop voor omschakeling van de subfuncties
HOLD Knop voor het vasthouden van de huidige meetwaarde.
OL Overload = overbelasting; het meetbereik is overschreden
Check input Waarschuwingsmelding "Verkeerde selectie keuze van de bus"
OFF Schakelaarstand "Meetapparaat uit"
Symbool voor de diodetest
•) Symbol voor de akoestische continuïteitsmeting
Symbool voor het capaciteitsmeetbereik
\~ Symbool voor wisselstroom
--- Symbool voor gelijkstroom
COM Meetaansluiting referentiepotentiaal
11 Meten

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kunnen voorkomen! Levensgevaar!

Het meten is alleen mogelijk als het batterij- en zekeringvak gesloten is. Als het vak open is, zijn alle meetbussen mechanisch tegen insteken beveiligd.
Controleer voor het begin van de metingen de aangesloten meet-kabels op beschadigingen zoals bijv. sneden, scheuren of geplette segmenten. Defecte meetkabels mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaar!
Pak de meetpunten tijdens het meten niet vast boven de voelbare handgreepmarkeringen.
Er mogen altijd alleen de twee voor het meten benodigde meet-kabels op het meetapparaat aangesloten zijn. Verwijder om veilig-heidsredenen alle ongebruikte meetsnoeren van het meetapparaat.
Het meten van stroomkringen > 33 V/AC en > 70 V/DC mag alleen worden uitgevoerd door een vakman en door personen die vertrouwd zijn met de geldende voorschriften en alle daaruit voortvloeiende mogelijke gevaren.
Controleer voor elke meting het meetapparaat op correcte werking met behulp van een bekende meetgrootheid. Een onjuist testresultaat duidt op een mogelijke storing. Het meetapparaat moet gecontroleerd worden.
Zodra "OL" (voor overload = overbelast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.
11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten
Draai de draaiknop (E) in de overeenkomstige meetfunctie.
De meetbereiken worden behalve bij de stroommeetbereiken automatisch op het beste weergavebereik ingesteld. Begin bij het meten van de stroom altijd met het hoogste meetbereik en schakel eventueel over naar een lager meetbereik. Verwijder voor het omschakelen altijd de meetkabels van het te meten object.
Zet de draaiknop op "OFF" om het apparaat uit te schakelen. Zet het meetapparaat altijd uit wanneer u het niet gebruikt.
Sluit de meetkabels bij opslag bij voorkeur aan op de hoogohmige meetbussen COM en V. Dit kan een eventuele verkeerde bediening voorkomen wanneer het apparaat later weer wordt gebruikt.

De meetkabelstekkers zijn bij levering voorzien van beschermende transportkappen. Verwijder deze voordat u ze in de meetbussen steekt.
Vóór ingebruikname van het meetapparaat moeten eerst de meegeleverde batterijen worden geplaatst. Raadpleeg het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud" om de batterij op een juiste manier te plaatsen of te vervangen.
11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus
De DMM is voorzien van een meetbuscontrole. Bij een verkeerde aansluiting, die voor de gebruiker en de DMM gevaar kan opleveren, geeft de DMM een hoorbare en zichtbare waarschuwing weer.
Zodra de meetkabels in de stroommeetbussen zitten en er naar een andere meetfunctie (behalve stroommeting) omgeschakeld wordt, laat de DMM nadrukkelijk een waarschuwing horen en zien. Dit is ook het geval als de meetingang tussen de 10A-meetbus en de mA/μA-meetbus verwisseld is.
Klinkt het alarm en wordt op het display "Check InPut" (gevolgd door de betreffende bus) weergegeven, controleer dan direct de keuze van de meetbus of de ingestelde meetfunctie.

Onderbreek bij een waarschuwing onmiddellijk de meetprocedure en controleer of de meetfunctie en aansluitingen correct ingesteld zijn.
11.3 Meten van gelijkspanning "V"
Ga voor het meten van gelijkspanning als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "V". Op het display verschijnt "--en de eenheid "V". Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik "mV".
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.
Sluit nu de beide meetpennen par-
allel aan op het te meten object
(batterij, schakeling enz.). Het rode
meetpunt staat voor de pluspool,
het zwarte meetpunt staat voor de
minpool.
De betrokken polariteit van de
meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weergegeven.

text_image
MULTICRAFT. V1250 MCCDC Cuater Tube RMS Digital Ultrameter F1 F2 F3 F4## ### 100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
10
2
### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ###### ##### # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # N##
## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## ## //>
Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een "-" (min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning negatief (of zijn de meetkabels verwisseld).
Het spanningsbereik "V DC" toont een ingangsweerstand van ≥10 MOhm, het meetbereik "mV DC" ≥10 MOhm.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
11.4 Meten van wisselspanning "V\~
Ga voor het meten van wisselspanning als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "V".Druk op de knop "SELECT" om over te schakelen naar het AC-bereik. Op het display verschijnt " " en de eenheid "V".
Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik "mV"
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.
Sluit nu de beide meetpennen parallel aan op het te meten object (generator, schakeling enz.).
De meetwaarde wordt op het display weergegeven.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
Het spanningsbereik "V/AC" heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Daardoor wordt de schakeling bijna niet belast.

Met de LoZ-meetfunctie kunt u gelijk- en wisselspanning meten met een lagere impedantie (ong. 400 kΩ). De lagere interne weerstand van het meetapparaat reduceert het verkeerd meten van lek- en fantoomspanningen. Het meetcircuit wordt echter sterker belast dan bij de standaard meetfunctie.
Om de LoZ-meetfunctie te gebruiken, drukt u tijdens de spanningsmeting op de knop "LoZ". De meetimpedantie wordt verlaagd zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. Tijdens de LoZ-meetfunctie klinkt een akoestisch signaal en licht de indicator (B) op.
In het display verschijnt het symbool "Loz" (C9).

De LoZ-meetfunctie mag alleen worden gebruikt tot een maximale spanning van 1000 V. De LoZ-meting mag maximaal 3 seconden duren.
Na het gebruik van de LoZ-functie is een hersteltijd van 1 minuut nodig.
11.6 Stroommeting

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kunnen voorkomen! Levensgevaar!
De maximaal toelaatbare spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet overschrijden.
Metingen aan de 10A-meetingang mogen maximaal 10 seconden en alleen met tussenpozen van 10 minuten worden uitgevoerd.
Begin de stroommeting altijd op het hoogste meetbereik en schakel indien nodig naar een lager meetbereik. Zet voordat u het meetapparaat verbindt of wisselt van meetbereik altijd de stroom op de schakeling uit. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting.
Meet op het bereik A in geen geval stromen van meer dan 10 A resp. in het mA/μA-gebied stromen groter dan 600 mA: anders spreken de zekeringen aan.
Voer de stroommeting zo snel mogelijk uit. Continue metingen moeten worden vermeden.
Als het meetbereik wordt overschreden, wordt een optisch en akoestisch alarm weergegeven.
Voer de volgende procedure uit om gelijkstroom (A) te meten:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "10A", mA, of μA".
De tabel toont de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de bijbehorende meetbussen.
| Meetfunctie Meetbereik Meetbussen | |
| A < 6000 A COM + mA A | |
| mA 6 mA – 600 mA COM + mA A | |
| 10A 600 mA – 10 A COM + 10A |
Steek de rode meetkabel in de mAμA- of 10A-testaansluiting. Steek de zwarte meetkabel in de COM-meetbus.
Sluit nu in stroomloze toestand de beide meetpennen in serie met het te meten object (batterij, schakeling enz.). De betreffende schakeling moet hiervoor worden onderbroken.
Nadat de aansluiting tot stand is gebracht, neemt u de stroomkring in bedrijf. De meetwaarde wordt op het display weergegeven.
Zet na de meting de stroom in de schakeling weer uit en verwijder vervolgens de meet-kabels van het gemeten object. Zet de DMM uit.

text_image
BOLUCHEATE VL851 Molecular Source Trus/ML Signal/Autrode + - A - - -Voer de volgende procedure uit om wisselstroom (A) te meten
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "10A", mA, of μA". Druk op de knop "SELECT" om naar het AC-meetbereik te schakelen. Het display geeft " weer. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer teruggeschakeld enz.
Sluit het meetapparaat aan op de bijbehorende meetingangen en het meetcircuit zoals beschreven onder "Gelijkstroommeting" en volg de verdere beschreven stappen.
11.7 Frequentiemeting/Duty Cycle in %
De DMM kan de frequentie van een signaalspanning van 10 Hz - 10 MHz meten en weergeven. Het maximale ingangsbereik bedraagt 20 Vrms. Deze meetfunctie is niet geschikt voor netspanningmetingen. Houd rekening voor de ingangswaarden in de technische gegevens.
Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "Hz". Op het display verschijnt "Hz".
Steek de rode meetkabel in de Hz-meetbus, de zwarte meetkabel in de COM-meetbus
Sluit nu de beide meetennen aan op het te meten object (signaalgenerator, schakeling enz.).
De frequentie wordt in het hoofd-display weergegeven met de bijbehorende eenheid. De pulsverhouding van de positieve halve golf verschijnt in % in het subdisplay.
Door te drukken op de knop "SELECT" kan de weergave "Hz/%" worden verwisseld.

text_image
VLC501 60000/Source Trans-Cell Diagonal Alveater + H20A 37F MΩ DC11 MΩ HFF 30A mUgA CUM G y.Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
11.8 Meten van weerstand

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanning-sloos en ontladen zijn.
Ga voor het meten van de weerstand als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "Ω".
Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
Controleer de meetkabels op geleiding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Er wordt een weerstand weergegeven van ca. 0 - 0,5 Ω (de eigen weerstand van de meetkabels).
Voor metingen met lage weerstand <600 Ω drukt u met kortgesloten meetpunten kort op de knop F3 "REL", om te voorkomen dat de
eigen weerstand van de meetkabels wordt opgenomen in de volgende weerstandsmeting. Het display geeft 0 Ω weer.

text_image
INTEGRAF VCT911 20000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 P1 P2 P3 P4 SELECT + - Let + 1875 16.5V mA mA A GFP 1AA mA COM TRUO Ω R enVerbind nu de beide meetpennen met het meetobject. Als het gemeten object geen hoge weerstand heeft of onderbroken is, dan verschijnt de meetwaarde op het display. Wacht totdat de waarde op het display zich heeft gestabiliseerd. Bij weerstanden van >1 MΩ kan dit enkele seconden duren.
Het meetbereik is overschreden of de stroomkring is onderbroken als het display "OL" (voor overload = overbelast) weergeeft.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u erop te letten, dat de meetpunten, die u met de meetpennen voor het meten aanraakt, vrij zijn van verontreinigingen, olie, soldeerlak of soortgelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat beïnvloeden.
De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd.
11.9 Diodetest

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings-loos en ontladen zijn.
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie
Druk 2x op de toets "SELECT" om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het diodesymbool en de eenheid Volt (V). Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door naar de volgende meetfunctie, etc.
Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
- Controleer de meetkabels op geleiding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Vervolgens moet zich een meetwaarde van ca. 0,000 V instellen.

Sluit de beide meetpennen aan op het meetobject (diode). Verbind de rode meetkabel met de anode (+) en de zwarte meetkabel met de kathode (-).
Het display toont de doorlaatspanning "UF" in Volt (V). Als het display "OL" weergeeft, wordt de diode verkeerd om (UR) gemeten of is de diode defect (onderbroken). Voer ter controle nog een meting met omgekeerde polen uit.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
11.10 Continuïteitstest

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn.
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie •••••.
Druk 1x op de knop "SELECT" om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het symbool voor de continuïteitstest en het symbool voor de eenheid "Ω". Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door naar de volgende meetfunctie, etc.
Steek de rode meetkabel in de Ω-meetaansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
Een vooraf ingestelde meetwaarde van ≤50 Ω wordt herkend als con-
tinuïteit en er klinkt een pieptoon. Vanaf >50 Ω is er geen pieptoon meer. Het meetbereik loopt tot 600 Ω.
Het meetbereik is overschreden of de stroomkring is onderbroken als het display "OL" (voor overload = overbelast) weergeeft.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.

text_image
10 OL VCCDC VCCDC 1000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12.5A 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12.11.11 Capaciteitsmeting

Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn.
Houd bij elektrolytische condensatoren absoluut rekening met de juiste polariteit.
Schakel de DMM in en kies het meetbereik
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM-aansluiting.
Het display toont de eenheid "nF".
Verbind vervolgens beide meetpennen (rood = positieve pool/ zwart = negatieve pool) met het meetobject (condensator). Het display geeft na een korte periode de capaciteit weer. Wacht totdat de waarde op het display zich heeft gestabiliseerd. Bij capaciteiten >60 μF kan dit enkele seconden duren.
Zodra "OL" (voor overload = overbelast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit.
Op basis van de gevoelige meetingang kan bij "open" meetkabels een weergave op het display verschijnen. Druk voor het meten van kleine capaciteiten (<600 nF) op de knop "REL". Hierbij wordt het display gereset op "0". De Auto-range-functie wordt daarbij echter gedeactiveerd.

text_image
PACTILEATE VCR81 CCDCu#e Tce 5000 Digital In. Boxer + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + -11.12 Temperatuurmeting

Tijdens het meten van de temperatuur mag enkel de temperatuursensor aan de te meten temperatuur onderhevig worden gesteld. Over- of onderschrijd de bedrijfstemperatuur van de DMM niet om foutieve metingen te vermijden.
De contact-temperatuursensor mag alleen op spanningsvrije oppervlakken worden gebruikt.
Alle temperatuursensoren van het type K kunnen worden gebruikt om de temperatuur te meten. De temperatuur kan in °C of °F worden weergegeven. De meegeleverde draadsensor is geschikt voor het bereik van -20 tot +230°C. Met een optionele sensor kan het gehele meetbereik (-40 tot +1000 °C) worden gebruikt.
Schakel de DMM in en selecteer de meetfunctie "°C°F".
Steek de meegeleverde draad-temperatuursensor met de juiste polariteit in de °C (+) en COM (-) meetbus.
Op het display wordt de temper- atuurwaarde met de bijbehorende eenheid weergegeven.
Het omschakelen van °C naar °F gebeurt met de toets "SELECT".
Zodra "OL" (voor overload = overbelast) wordt weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.
Als er geen sensor is aangesloten, wordt de apparaattemperatuur weergegeven via de interne sensor.
Verwijder na het meten de sensor van het te meten object en zet de DMM uit.

text_image
°C°F MOLTCAFT. VCRSI 60000 Counts Test 1988 Digital ML Emitter P5 P2 P3 P4 SELECT > + - + - + - + - + - + - I/O M/R/A COM COM + -12 Extra functies
Met de functieknoppen (F1 - F4) kunnen verschillende extra functies worden geactiveerd. Bij elke druk op de knop hoort u een akoestisch signaal ter bevestiging. Sommige extra functies zijn niet beschikbaar in sommige meetfuncties. Deze worden dan donkergrijs weergegeven en kunnen niet worden geactiveerd.
12.1 RANGE
Met de knop RANGE kan handmatig een vast meetbereik worden ingesteld. De Autorange-functie wordt daarbij gedeactiveerd. Elke druk op de knop gaat éér meetbereik verder. Om de AUTO-functie weer te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt. Er klinkt een pieptoon en "AUTO" verschijnt op het display.
12.2 MAX/MIN-functie
De MAX/MIN-functie maakt het mogelijk om meetwaarden uit een reeks metingen voor korte tijd op te slaan. Het geselecteerde bereik (MAX of MIN) wordt v gehouden en weergegeven. Met elke keer drukken schakelt u de functie om. Om de MAX/MIN-functie weer te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt. Er klinkt een pieptoon en "AUTO" verschijnt op het display.
12.3 REL-functie
De REL-functie maakt een referentiewaarde mogelijk, om eventueel prestatieverlies zoals bijvoorbeeld bij weerstandsmetingen te vermijden. De actueel weergegeven waarde wordt daarbij op nul gezet. Er is nu een nieuwe referentiewaarde ingesteld.
Om deze functie te activeren, drukt u op de knop "REL". Op het display verschijnt "Δ" en de meetweergave wordt op nul gezet. De automatische meetbereikkeuze wordt hierbij gedeactiveerd.
Om deze functie uit te schakelen, schakelt u om naar een andere meetfunctie of houdt u de knop nogmaals ongeveer 1 seconde ingedrukt.

De REL-functie is niet actief in de meetfunctie "Continuiteitstest".
De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd.
12.4 HOLD-functie
De Hold-functie houdt de momenteel weergegeven meetwaarde op het display vast, om deze in alle rust te kunnen lezen en opschrijven.

Controleer bij de controle van spanningvoerende leidingen of deze functie aan het begin van de test is uitgeschakeld. Dit zou anders tot verkeerde metingen kunnen leiden!
Om de Hold-functie in te schakelen, drukt u kort op de knop "HOLD"; een pieptoon bevestigt deze actie en "HOLD" wordt weergegeven op het display.
Om de Hold-functie uit te schakelen, drukt u opnieuw op de knop "HOLD" of verandert u de meetfunctie.
12.5 Auto power-off functie
De DMM schakelt automatisch uit na een vooraf ingestelde tijd als er geen knop of de draaiknop wordt ingedrukt. Deze functie beschermt en spaart de batterij en verlengt de gebruiksduur. De actieve functie wordt aangegeven door het tijdsymbool linksboven in het display.
De DMM geeft een korte pieptoon ongeveer 1 minuut voordat hij uitschakelt. Het uitschakelen wordt aangegeven met een lang geluidssignaal. Deze uitschakelprocedure kan worden onderbroken door op een willekeurige knop of de draaiknop te drukken.
Om de DMM weer aan te zetten na een automatische uitschakeling, zet u de draai-knop in de stand "OFF" of drukt u op de knop "SELECT".
De automatische uitschakeling kan via de Setup-functie worden ingesteld en handmatig worden uitgeschakeld.
12.6 SELECT-functie
Meerdere meetfuncties zijn voorzien van subfuncties. De subfuncties zijn in het draaibereik grijs gemarkeerd. Druk op de knop "SELECT" om dit te selecteren. Met elke keer drukken schakelt u een subfunctie verder.
12.7 SETUP-functie
Via het Setup-menu kunnen verschillende systeeminstellingen naar wens worden ingesteld. Druk op de knop "SETUP" om het instellingenmenu te openen. De functieknoppen "F1" en "F2" dienen als navigatieknoppen.
De menupunten kunnen worden geselecteerd.
Met de functieknoppen "F3" en "F4" kan de waarde kunnen worden gewijzigd. Druk op de knop "SETUP" om het Setup-menu te verlaten.
Auto Power Off Automatische uitschakeling (MAX = uitgeschakeld)
Brightness Displayverlichting
Sound Knoptonen
Color Mode Weergaveschema (licht/donker)
Key Light Positieverlichting op de draaiknop
Device Info Weergave systeeminformatie
Torch Light Uitschakeltijd zaklantaarn (MAX = uitgeschakeld)
Factory Reset Terugzetten naar fabrieksinstellingen
12.8 Zaklantaarnfunctie
De DMM heeft twee witte LED-lampjes geïntegreerd. Deze kunnen als zaklantaarn worden gebruikt.
Druk op de knop met het zaklantaarnsymbool om de zaklantaarn-functie te activeren. De functieknoppen "F1" tot "F4" zijn nu toegewezen aan functies voor lampbediening.
F1 TORCH De boven- en achterzaklampen gelijktijdig in- of uitschakelen
F2 FRONT Activeert de LED aan de voorkant
F3 BACK Activeert de LED aan de achterkant
F4 EXIT Het lampmenu verlaten
12.9 Bluetooth®-functie "BLE"
Het meetapparaat kan via de geïntegreerde Bluetooth®-interface meetgegevens naar een smartphone of tablet sturen en kan van daaruit beperkt worden aangestuurd.
Voor de interfacebediening is een smartphone of tablet met een Bluetooth® LE 4.0-interface vereist. De app “Voltcraft VC800-Series” is gratis verkrijgbaar bij “Google Play” of Apple’s “App Store”. en moet voor gebruik worden geïnstalleerd.
Installeer de app op uw smartphone of tablet.
Activeer de Bluetooth®-functie op uw smartphone of tablet.
Activeer de Bluetooth®-functie op het meetapparaat. Houd hiervoor de toets "BLE" ong. 2 seconden ingedrukt. De geactiveerde interface wordt aangegeven met een pieptoon en het Bluetooth®-symbool links op de bovenste regel van het display.
Open de app op uw smartphone of tablet en maak een nieuw project aan met het grote "plusteken" in het midden van het scherm. Selecteer uw meetapparaat "VC871" uit de lijst met beschikbare apparaten. Zodra het meetapparaat en de app zijn verbonden, verschijnt er op het meetapparaat een kettingsymbool naast het interfacesymbool. De dataverbinding is tot stand gebracht. Het meetapparaat geeft de meetgegevens door aan de app en kan er beperkt mee worden aangestuurd. De draaischakelaarfunctie kan niet worden bediend!
Voor de bediening en configuratie in de app wordt verwezen naar de aparte bedieningshandleiding van de app.
Deze is beschikbaar op de URL vermeld in het hoofdstuk „Nieuwste productinformatie“.
13 Problemen oplossen
| Probleem Reden Oplossing | ||
| De multimeter werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer de batterijstatus. Batterij vervangen. | ||
| Geen verandering van meetwaarde. | Is er een verkeerde meetfunctie ingesteld (AC/DC)? | Controleer het display (AC/DC) en schakel zo nodig om naar een andere functie. |
| Zijn de verkeerde meetbussen gebruikt? | Controleer of de meetkabels goed zijn aangesloten en vastzitten. | |
| Is de Hold-functie geactiveerd? | Schakel de Hold-functie uit. | |
| Geen meting mogelijk in het 10A-meetbereik | Is de zekering in het 10A-meetbereik defect? | Controleer de 10 A zekering |
| Geen meting mogelijk in het mA/μA-meetbereik | Is de zekering in het mAμA-meetbereik defect? | Controleer de 1 A zekering |
| Geen Bluetooth®-verbinding met de smartphone | Is de Bluetooth®-functie op beide apparaten geactiveerd? | Controleer of de Bluetooth®-functie is geactiveerd op de meter en op de smartphone/tablet. |
14 Reiniging en onderhoud
Belangrijk:
- Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische oplosmiddelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen en ervoor zorgen dat het product niet goed werkt.
– Dompel het product niet onder in water.
14.1 Algemeen
Om de nauwkeurigheid van de multimeter gedurende een lange periode te garanderen, moet deze eenmaal per jaar worden gekalibreerd.
Het meetapparaat is onderhoudsvrij met uitzondering van incidentele reiniging, evenals vervanging van batterijen en zekeringen.
Het vervangen van de batterij en de zekeringen vindt u verderop in de gebruik-saanwijzing.

Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnoeren, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de snoeren.
14.2 Reiniging
Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsinstructies in acht te nemen:

Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalve als dit met de hand mogelijk is, kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden.
Voor een reiniging of reparatie moeten de aangesloten kabels van de meetapparatuur en van alle meetobjecten worden gescheiden. Zet de DMM uit.
Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijke. Daardoor wordt het oppervlak van het meetinstrument aangetast. De dampen zijn bovendien schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap zoals schroevendraaiers of staalborstels e.d.
Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetsnoeren een schone, pluisvrije, antistatische en enigszins vochtige doek. Laat het apparaat compleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt.
14.3 Batterij- en zekeringvak openen
Om veiligheidsredenen mogen de batterij en de zekeringen alleen worden vervangen als alle meetkabels van het meetapparaat zijn verwijderd. Het batterij- en zekeringvak (I) kan niet worden geopend als de meetkabels zijn aangesloten.
Bovendien worden bij het openen alle meetbussen mechanisch geblokkeerd om te voorkomen dat de meetkabels later worden aangesloten wanneer de behuizing open is. De vergrendeling wordt automatisch ontgrendeld zodra het batterij- en zekeringvak weer dicht is.
De behuizing is zo ontworpen dat, wanneer het batterij- en zekeringvak open staat, men alleen toegang heeft tot de batterij en de zekeringen. De behuizing hoeft niet volledig te worden geopend en gedemonteerd.
Deze maatregelen verhogen de veiligheid en het bedieningsgemak voor de gebruiker.
Ga voor het openen als volgt te werk:
Koppel alle meetsnoeren van het meetapparaat los en schakel het uit.
Klap de achterste standaard uit.
Draai de achterste schroef uit het batterijvak (I) los en verwijder deze.
Schuif het deksel van het batterij- en zekeringvak (P) omhoog en til het van het meetapparaat. Het deksel kan alleen worden verwijderd als alle meetkabels van de meter zijn verwijderd.
De zekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk.
Sluit de behuizing in omgekeerde volgorde en draai het batterij- en zekeringvak vast.
Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik.

text_image
600mA 10A14.4 De zekering vervangen
Beide stroomingangen zijn beveiligd met keramische hoogvermogenzekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen.
Voor het vervangen gaat u als volgt te werk:
Ontkoppel de aangesloten meetkabels van de te meten stroomkring en uw meetapparaat. Zet de DMM uit.
Open de behuizing zoals beschreven in het hoofdstuk "Meetapparaat openen".
Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekeringen hebben de volgende waarden:
Keramisch supersnel 10 A/1000 V, 10 kA scheidingsvermogen
Afmetingen 37 mm x 10 mm
Keramisch supersnel 1 A/1000 V, 6FA
Afmetingen 32 mm x 6,4 mm
Sluit de behuizing weer zorgvuldig.

Om veiligheidsredenen is het gebruik van gerepareerde zekeringen of het kortsluiten van de zekeringhouder niet toegestaan. Dit kan brand of een explosie tot gevolg hebben. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand.
14.5 Plaatsen en vervangen van de batterij
Er zijn drie microbatterijen (AAA) nodig om het meetapparaat te laten werken. Bij de eerste ingebruikname of wanneer het rode batterijsymbool op het display verschijnt, moeten drie nieuwe, volledig opgeladen batterijen worden geplaatst.
Ga voor het plaatsen of vervangen van de batterij als volgt te werk:
Koppel het meetapparaat en de aangesloten meetkabels los van alle meetcircuits. Verwijder alle meetkabels van het meetapparaat. Zet de DMM uit.
Open de behuizing zoals beschreven in het hoofdstuk "Batterij- en zekeringvak openen".
Vervang de gebruikte batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak. Let op de polariteitsaanduiding in het batterijvak.
Sluit de behuizing weer zorgvuldig.

Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR!
Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbestendige batterijen kunnen gaan roesten, waardoor er chemicaliën uit kunnen lekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het apparaat kunnen beschadigen.
Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er een batterij is ingeslikt.
Haal om lekkage te voorkomen de batterijen uit het apparaat wanneer het langere tijd niet wordt gebruikt.
Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwon- den veroorzaken als deze met uw huid in aanraking komen. Draag daarom geschikte handschoenen als u dergelijke batterijen aan- raakt.
Zorg ervoor dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi batterijen niet in het vuur.
Normale batterijen mogen niet opgeladen of uit elkaar gehaald worden. Er bestaat dan explosiegevaar.
U kunt geschikte alkalische batterijen bestellen met gebruik van het volgend bestelnummer:
Bestelnr. 65 22 78 (gelieve 3x te bestellen).
Gebruik alleen alkalinebatterijen omdat deze krachtig zijn en lang meegaan.
15 Verwijdering
15.1 Product

Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden gebracht, moeten van dit symbool zijn voorzien. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval moet worden afgevoerd.
Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval af te voeren. De eindgebruikers zijn verplicht om gebruikte batterijen en accu's die niet door het oude apparaat zijn omsloten, net als lampen die zonder het oude apparaat te vernietigen kunnen worden verwijderd, voor afgifte bij een inzamelingspunt te verwijderen.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermogelijkheden (meer informatie op onze website):
In onze Conrad-filialen
bij de door Conrad gecreëerde inzamelpunten
Bij de verzamelplaatsen van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de door fabrikanten en verkopers in de zin van de ElektroG ingestelde recy-clingsysteem
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonlijke gegevens op het te verwijderen oude apparaat.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland eventueel andere verplichtingen kunnen gelden voor het retourneren en de recycling van oude apparatuur.
15.2 Batterijen/accu's
Verwijder batterijen/accu's die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevo- erd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu's, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
U kunt verbruikte batterijen/accu's gratis bij de inzamelingspunten van uw gemeente, onze filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu's leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
16 Conformiteitsverklaring (DOC)
Hiermee verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau dat het product voldoet aan richtlijn 2014/53/EU.
■De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.conrad.com/downloads.
Voer het bestelnummer van het product in het zoekveld in; vervolgens kunt u de EU-conformiteitsverklaring downloaden in de beschikbare talen.
17.1 Stroomvoorziening
Bedrijfsspanning....3 microbatterijen (3x 1,5 V, type AAA)
17.2 Omgevingsvoorwaarden
Gebruikstemperatuur......0 tot +40 °C
Bedrijfsvochtigheid ....≤80% RV (niet-condenserend)
Opslagtemperatuur......-10 tot +60 °C
Opslagvochtigheid .... ≤80 % RV (niet-condenserend)
Gebruikshoogte .... max. 2000 m boven NAP
Andere
Afmetingen .... (L x B x H) 200 x 91 x 43 mm
Gewicht......430 g
17.3 Apparaat
Weergave 6000 Counts (cijfers), TFT
Meetsnelheid ...... ong. 3 metingen/seconde
Meetprocedure AC......True RMS, AC-gekoppeld
Lengte meetkabels .... elk ca. 120 cm
Meetimpedantie......≥10 MΩ/10 pF (V-bereik)
Afstand meetbussen....19 mm (COM-V)
Automatische uitschakeling...... 5/10/15/30 minuten, continubedrijf
Meetcategorie....CAT III 1000 V, CAT IV 600 V
Verontreinigingsgraad......2
Veiligheid volgens......EN61010-1
17.4 Radiomodule
Interface......Bluetooth® LE 4.0
Opgave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing + weergavefout in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid is geldig voor één jaar bij een temperatuur van +23 °C (± 5°C) bij een relatieve luchtvochtigheid van kleiner dan 80% niet condenserend. Buiten dit temperatuurbereik geldt een temperatuurcoëfficiënt: +0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C.
De meting kan worden beïnvloed als het apparaat binnen een hoogfrequente elektromagnetische veldsterkte wordt gebruikt.
Gelijkspanning V/DC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 60,000 mV* 0,001 mV ±(0,15% + 8) | ||
| 600,00 mV* 0,01 mV ±(0,03% + 5) | ||
| 6,0000 V 0,0001 V ±(0,03% + 8) | ||
| 60,000 V 0,001 V ±(0,03% + 8) | ||
| 600,00 V 0,01 V ±(0,05% + 10) | ||
| 1000,0 V 0,1 V ±(0,05% + 10) | ||
| *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaarGespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereikOverbelastingsbeveiliging 1000 V; impedantie: ≥10 MΩBij een kortgesloten meetingang is een weergave van ≤10 counts mogelijk. | ||
Wisselspanning V/AC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,00 mV* 0,01 m | V 45 Hz -1 kHz | ± (0,4% + 40) >1 kHz - 10 kHz ± (1,2% + 40) >10 kHz - 20 kHz ± niet gespecificeerd >20 kHz - 100 kHz ± niet gespecificeerd |
| 6,0000 V 0,0001 V | 45 Hz -1 kHz ± (0,4% + 40) >1 kHz - 10 kHz ± (1,2% + 40) >10 kHz - 20 kHz ± (2,5% + 40) >20 kHz - 100 kHz ± (4% + 40) | |
| 60,000 V 0,001 V | 45 Hz -1 kHz ± (0,4% + 40) >1 kHz - 10 kHz ± (1,2% + 40) >10 kHz - 20 kHz ± (2,5% + 40) >20 kWh - 100 kWh ± (5% + 40) | |
| 600,00 V 0,01 V 45 | Hz -1 kHz ± (0,4% + 40) >1 kHz - 10 kHz ± (1,2% + 40) >10 kHz - 20 kHz ± (2,5% + 40) >20 kWh - 100 kHz niet gespecificeerd | |
| 1000,0 V 0,1 V 45 | Hz -1 kHz ± (0,8% + 40) >1 kHz - 10 kHz ± (2,5% + 40) >10 kHz - 20 kHz ± (5% + 40) >20 kWh - 100 kWh niet gespecificeerd | |
| *alleen via de meetfunctie “mV” beschikbaarGespecificeerd meetbereik: 10 - 100% van het meetbereikOverbelastingsbeveiliging 1000 V; impedantie: ≥ 10 M Bij een kortgesloten meetingang is een weergave van 10 counts mogelijkTrueRMS piekwaarde (Crest Factor (CF)) 6 V tot 600 V1 kHz laagdoorlaatfilter in het meetbereik 6 V - 1000 V inschakelbaar | ||
TrueRMS piekwaarde voor niet-sinusvormige signalen plus tolerantie:
$$ \begin{array}{l} \mathrm{CF} > 1, 0 - 2, 0 \quad + 3 \% \ \mathrm{CF} > 2, 0 - 2, 5 \quad + 5 \% \ \mathrm{CF} > 2, 5 - 3, 0 \quad + 7 \% \ \end{array} $$
LoZ lage impedantiemeting
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6 - 1000 V 0,1 V ±(2% + 3) | ||
| DC of 45 Hz - 1 kHzOverbelastingsbeveiliging 1000 V; impedantie: 400 KΩ | ||
Mengspanning V/AC+DC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6,0000 V 0,0001 V | 45 Hz -1 kHz ±(0,8% + 70) | >1 kHz - 10 kHz ±(2,4% + 70) |
| >10 kHz -35 kHz ±(5% + 70) | ||
| 60,000 V 0,001 V | 45 Hz -1 kHz ±(0,8% + 70) | >1 kHz - 10 kHz ±(2,4% + 70) |
| >10 kHz -35 kHz ±(5% + 70) | ||
| 600,00 V 0,01 V | 45 Hz -1 kHz ±(0,8% + 70) | >1 kHz - 10 kHz ±(2,4% + 70) |
| >10 kHz -35 kHz niet gespecificeerd | ||
| 1000,0 V 0,1 V | 45 Hz -1 kHz ±(0,8% + 70) | >1 kHz - 10 kHz ±(2,4% + 70) |
| >10 kHz -35 kHz niet gespecificeerd | ||
Gelijkstroom A/DC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 600,00 μA 0,01 μA ±(0,2% + 10) | |
| 6000,0 μA 0,1 μA ±(0,2% + 5) | |
| 60,000 mA 0,001 mA ±(0,2% + 10) | |
| 600,00 mA 0,01 mA ±(0,2% + 5) | |
| 6,0000 A 0,0001 A ±(0,8% + 10) | |
| 10,000 A 0,001 A ±(1,0% + 10) | |
| Overbelastingsbeveiliging: ZekeringZekeringen: μA/mA = keramische high-performance zekering 600mA 1000V10 A = keramische hoogvermogenzekering F10AH1000VMeetduur 10 A-ingang: 10 sec. met meetpauze van 10 minuten | |
Wisselstroom A/AC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,00 μA 0,01 μA 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% | + 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| 6000,0 μA 0,1 μA 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% + | 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| 60,000 mA 0,001 mA 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% | + 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| 600,00 mA 0,01 mA 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% | + 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| 6,0000 A 0,0001 A 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% + | 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| 10,000 A 0,001 A 45 Hz | - 1 kHz ±(0,5% + | 30) >1 kHz - 10 kHz ±(1,0% + 30) |
| Overbelastingsbeveiliging: Zekering Gespecificeerd meetbereik: 10 - 100% van het meetbereik Zekeringen: μA/mA = keramische hoogvermogenzekering F600mAh1000V 10 A = keramische hoogvermogenzekering F10AH1000V Meetduur 10 A-ingang: 10 sec. met meetpauze van 15 minuten | ||
| TrueRMS piekwaarde (Crest Factor (CF)) ≤3 CF over het gehele bereik TrueRMS piekwaarde voor niet-sinusvormige signalen plus tolerantie: CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7% | ||
Weerstand
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,00 Ω* 0,01 Ω ±(0,1% + 10) | ||
| 6,0000 kΩ* 0,0001 kΩ ±(0,15% + 5) | ||
| 60,000 kΩ 0,001 kΩ ±(0,15% + 5) | ||
| 600,00 kΩ 0,01 kΩ ±(0,2% + 5) | ||
| 6,0000 MΩ 0,0001 MΩ ±(0,4% + 10) | ||
| 60,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,2% + 5) | ||
| Beveiliging tegen overbelasting 1000 VMeetspanning: ong. 1 V, meetstroom ong. 0,5 mA*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤600 Ω na aftrek van de meetsnoerweerstand via REL-functie | ||
Capaciteit
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 60,000 nF* 0,001 nF ±(2,5% + 20) | ||
| 600,00 nF* 0,01 nF ±(2,0% + 20) | ||
| 6,0000 μF* 0,0001 μF | ±(2,0% + 20) | |
| 60,000 μF | 0,001 μF | ±(2,0% + 20) |
| 600,00 μF | 0,01 μF | ±(2,0% + 20) |
| 6000,0 μF | 0,1 μF ±(4,0% + 20) | |
| 60,000 mF | 0,001 mF | ±(5,0% + 20) |
| Beveiliging tegen overbelasting 1000 V*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤ 600 nF alleen geldig met toegepaste REL-functie | ||
Akoestische continuiïteitstester
| Meetbereik Resolutie | |
| 1000,0 Ω 0,1 Ω | |
| De weerstandsdrempel kan op 1~1000 Ω worden ingesteld.Overbelastingsbeveiliging: 1000 VTestspanning ca. 1 VTeststroom 0,5 mA | |
Temperatuur
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid* | |
| -40 tot <+40 °C 0,1 °C ±(2,0% + 30) | |
| +40 tot <+100 °C 0,1 °C ±(1,0% + 20) | |
| +100 tot +1000 °C 0,1 °C ±(2 5%) | |
| -40 tot <+32 °F 0,2 °F ±(2,5% + 40) | |
| +32 tot <+210 °F 0,2 °F ±(1,5% + 40) | |
| +210 tot +1832 °F 0,2 °F ±(2,5%) | |
| Beveiliging tegen overbelasting 1000 V*plus. Tolerantie van de temperatuursensor | |

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, omdat hier spanningen hoger dan 33 V/ACrms 70 V/DC op kunnen staan! Levensgevaar!

Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.