PSKT 30 A1 - Elektrische tester PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PSKT 30 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PSKT 30 A1 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische tester in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PSKT 30 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PSKT 30 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PSKT 30 A1 PARKSIDE
Informatie over deze gebruiksaanwijzing.... 1 0 5
Gebruik in overeenstemming met de bestemming ..... 105
Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen 105
Veiligheid 106
Elementaire veiligheidsvoorschriften 106
Bedieningselementen/beschrijving van de onderdelen ..... 109
Ingebruikname 110
Inhoud van het pakket controleren 110
Meetpen aansluiten 110
Apparaat aansluiten op de auto.... 1 1 0
Bediening en gebruik 112
Zelftest 112
Aan-uitknop beschermen....1 1 3
Overbelastingsbeveiliging 113
Testmodi 113
Tests 116
Spanning en polariteit testen 116
Weerstand testen 117
Continuiteit testen 118
Signaalstroomcircuit testen 119
Componenten zonder stroomcircuit testen 120
Aanhangerverlichting testen 122
Componenten in de auto testen 123
Geaarde componenten testen 124
Testen op slechte massacontacten 126
Kortsluitingen opsporen en traceren 126
Leds voor polariteitsindicatie 127
Problemen oplossen 128
Reiniging 128
Opbergen 128
Afvoeren 129
Apparaat afvoeren 129
Verpakking afvoeren 130
Bijlage 131
Informatie over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe apparaat.
U hebt hiermee gekozen voor een hoogwaardig apparaat.
De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van dit apparaat.
Hij bevat belangrijke aanwijzingen voor de veiligheid, het gebruik en het afvoeren van dit product. Lees alle bedienings- en veiligheids-aanwijzingen voordat u het apparaat in gebruik neemt. Gebruik het apparaat uitsluitend op de voorgeschreven wijze en voor de aangegeven doeleinden. Geef alle documenten mee als u het apparaat doorgeeft aan een derde.
Gebruik in overeenstemming met de bestemming
Het apparaat dient uitsluitend voor het testen van elektrische systemen in auto's van 6 tot 30 V. Het apparaat wordt gevoed via het elektrische systeem van de auto. Er is geen aparte stroomvoorziening nodig. Nadat u het apparaat op de auto hebt aangesloten, kunt u de spanning, weerstand en continuïteit meten. Commercieel of industrieel gebruik is niet toegestaan. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor oneigenlijk gebruik. Voor schade ten gevolge van oneigenlijke en verkeerde behandeling, gebruik van geweld en ongeoorloofde modificatie, is de fabrikant evenmin aansprakelijk. Het risico is uitsluitend voor de gebruiker.
Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen
In deze gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het apparaat worden de volgende waarschuwingen en pictogrammen gebruikt:

WAARSCHUWING! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord "WAARSCHUWING" duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie, die fataal of ernstig letsel tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden.
![]() | LET OP! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “LET OP” duidt op een mogelijke situatie die materiële schade tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden. |
![]() | Opmerking: Een opmerking bevat extra informatie die de omgang met het apparaat eenvoudiger maakt. |
![]() | Gelijkstroom/-spanning |
![]() | Wisselstroom/-spanning |
![]() | Dit apparaat is deels gemaakt van gerecycled materiaal. |
Veiligheid
Dit hoofdstuk bevat belangrijke veiligheidsvoorschriften voor de omgang met het apparaat. Dit apparaat voldoet aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften. Verkeerd gebruik kan leiden tot persoonlijk letsel en materiële schade.
Elementaire veiligheidsvoorschriften
⚠ WAARSCHUWING! Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om het apparaat veilig te gebruiken:
■ Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed! Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen.
Elektrische apparaten mogen niet in kinderhanden terechtkomen. Personen met een handicap mogen elektrische apparaten alleen gebruiken binnen hun mogelijkheden. Laat kinderen of personen met een handicap nooit zonder toezicht elektrische apparaten gebruiken. Mogelijk herkennen ze de potentiële gevaren niet.
- Controleer voor elk gebruik of het apparaat zich in onberispelijke toestand bevindt. Inspecteer daarbij de isolatie in de buurt van de aansluitingen en kabels uiterst zorgvuldig. Merkt u schade op, dan mag het apparaat niet meer worden gebruikt.
- Gebruik het apparaat niet op plaatsen waar brandgevaar of explosiegevaar bestaat, bijv. in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.
Bescherm het apparaat tegen vocht en rechtstreeks zonlicht.
Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet langere tijd in de auto liggen. Laat het apparaat bij grotere temperatuurschommelingen eerst acclimatiseren voordat u het gaat gebruiken. Extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kunnen de nauwkeu-righeid van het apparaat beïnvloeden.
Dompel het apparaat niet onder in water of andere vloeistoffen en stel het apparaat niet bloot aan spatwater en/of druipwater.
■ Voorkom heftig schokken van het apparaat en laat het niet vallen.
Schakel het apparaat onmiddellijk uit als u ongewone geluiden, een brandlucht of rookontwikkeling constateert. Laat het apparaat door een gekwalificeerd vakman nakijken voordat u het opnieuw gebruikt.
Houd kleding, haar, handen, gereedschap, testapparatuur enz. uit de buurt van alle bewegende of hete motoronderdelen.
Laat de motor van de auto alleen draaien in een goed geventileerde werkruimte, omdat de uitlaatgassen ongezond zijn.
Brandstof- en accudampen zijn licht ontvlambaar. Rook tijdens het testen niet in de buurt van de auto.
Plaats nooit gereedschap op de accu van een voertuig, omdat dit kan leiden tot kortsluiting tussen de polen. Dit kan het apparaat, het gereedschap of de voertuigaccu beschadigen.
■ Blokkeer altijd de aandrijfwielen. Laat een voertuig tijdens het testen nooit zonder toezicht.
Zet de versnelling in zijn vrij en zorg ervoor dat de handrem is aangetrokken.
Houd een brandblusser voor benzine-, chemicaliën- en elektrische branden binnen handbereik.
Motoronderdelen worden erg heet wanneer de motor draait. Vermijd contact met hete motoronderdelen om ernstige brandwonden te voorkomen.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u bij draaiende motor in de buurt van de bobine, verdelerkap, bougiekabels of bougies werkt. Deze onderdelen staan onder hoogspanning en kunnen een elektrische schok veroorzaken.
Wanneer de motor draait, draaien veel onderdelen (bijv. poelies, koelventilator, riemen enz.) op hoge snelheid. Wees altijd alert en blijf op veilige afstand van deze onderdelen om ernstig letsel te voorkomen.
Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, staat er onmiddellijk spanning/stroom op de meetpen, wat vonken kan veroorzaken als deze in contact komt met massa of bepaalde circuits. Daarom mag het apparaat niet worden gebruikt in de buurt van ontvlamba-re stoffen, zoals benzine of benzinedampen. Door de vonken van een onder spanning staand apparaat kunnen dergelijke dampen ontvlammen.
Sluit het apparaat niet aan wanneer het contact van het voertuig aan staat of als de motor draait. Schakel de motor en het contact eerst uit voordat u het apparaat loskoppelt.
■ Verwijder na het testen de klemmen van de accupolen. Anders kunnen er storingen in het apparaat optreden of kan de accu beschadigd raken.
Zorg ervoor dat er geen motorolie aan de metalen delen van de klemmen blijft hechten. Dat kan leiden tot een slecht contact.
Als de accupolen geoxideerd of sterk gecorrodeerd zijn, is de geleiding slecht.
- Bevestig de klemmen niet rechtstreeks op de stalen schroef die aan de accupolen is bevestigd. Dit kan leiden tot onnauwkeurige meetwaarden of tegenstrijdige resultaten.
■ Verander of repareer het apparaat nooit zelf.
Open nooit de behuizing van het apparaat. In het apparaat bevin- den zich geen onderdelen die de gebruiker zelf kan onderhouden of vervangen. Bovendien vervalt dan de garantie.
Bedieningselementen/beschrijving van de onderdelen
(afbeeldingen: zie uitvouwpagina)
① Beschermkapje meetpen
② Meetpen
③ Led-werklampjes
4 Rode pluspool-led (polariteitsindicatie)
⑤ Groene minpool-led (polariteitsindicatie)
⑥ Display
⑦ Aan-uitknop
⑧ Modusknop
⑨ Luidspreker
⑩ Aardingskabel met klem
⑪ Adapter
⑫ Adapterkabel voor accuklemmen
13 Rode aansluitklem
14 Zwarte aansluitklem
15 Adapter
16 Adapterkabel voor sigarettenaansteker
⑰ Adapter voor sigarettenaansteker
18 Adapter
19 Verlengkabel
20 Adapter
21 Adapter
22 Etui
Ingebruikname
Inhoud van het pakket controleren
Circuittester voor voertuigen
- Meetpen met beschermkapje
- Adapter voor sigarettenaansteker
- Adapter voor accuklemmen
• 10 m verlengkabel
• Etui
- Deze gebruiksaanwijzing
Haal het etui 22 uit de verpakking.
◆ Open het etui 22.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen en verwijder de beschermfolie van het display 6.
① Opmerking: Controleer of de levering compleet is en of er zichtbare schade is. Neem contact op met de servicehelpdesk (zie het hoofdstuk Service) als het pakket niet compleet is of als er sprake is van schade door gebrekkige verpakking of transport.
Meetpen aansluiten
Schroef de meetpen ② met de wijzers van de klok mee in het apparaat.
① Opmerking: Haal het beschermkapje ① pas vlak voor een test van de meetpen ② af. Plaats het beschermkapje ① weer op de meetpen ② als u klaar bent met testen.
Apparaat aansluiten op de auto
U kunt het apparaat op twee verschillende manieren op uw auto aansluiten. U kunt het aansluiten op de accu van de auto of, indien nodig, op de sigarettenaansteker van de auto. Zo nodig kunt u de verlengkabel 19 van 10 m gebruiken.
Aansluitklemmen aansluiten
- Sluit de adapter ⑪ van het apparaat aan op de adapter ⑮ van de adapterkabel voor de accuklemmen ⑫. Let daarbij op de polariteit van de adapters.
- Sluit de rode aansluitklem 13 aan op de pluspool van de auto-accu.
- Sluit de zwarte aansluitklem 14 aan op de minpool van de auto-accu.
① Opmerking: Bij aansluiting van het apparaat op een auto-accu klinkt er een geluidssignaal en licht de polariteitsindicatie ④/⑤ kort op.
Het display ⑥ wordt ingeschakeld en de led-werklampjes ③ branden continu om het werkvlak rond het apparaat te verlichten.
Adapter voor sigarettenaansteker aansluiten
♦ Verbind de adapter ⑪ van het apparaat met de adapter ⑱ van de adapterkabel voor de sigarettenaansteker ⑯.
- Steek de adapter voor de sigarettenaansteker 17 in de 12/24 V-aansluiting van uw auto. Dit is normaliter de sigarettenaansteker (het boordstopcontact) in het dashboard van uw auto. Veel auto's hebben een tweede aansluiting bij de achterbank of in de koffer-bak. 24 volt-accu's worden bijvoorbeeld gebruikt in vrachtwagens en op boten.
① Opmerking: Bij aansluiting van het apparaat op een sigaretten-aansteker klinkt er een geluidssignaal en gaat de polariteitsindicatie ④/⑤ kort branden. Het display ⑥ wordt ingeschakeld en de led-werklampjes ③ branden continu om het werkvlak rond het apparaat te verlichten.
Verlengkabel aansluiten
♦ Verbind de adapter ⑪ van het apparaat met de adapter ⑳ van de verlengkabel ⑲.
♦ Verbind de andere adapter 21 van de verlengkabel 19 met de adapter 15 van de adapterkabel voor de accuklemmen 12 resp. met de adapter 18 van de adapterkabel voor de sigarettenaansteker 16.
Bediening en gebruik
Zelftest
Voordat u een circuit of component test, moet u zich ervan vergewissen dat het apparaat correct werkt. Voer als volgt een korte zelftest uit:
Houd de aan-uitknop ⑦ ingedrukt in de stand “—” om een positieve (+) spanning op de meetpen ② te zetten. De rode pluspool-led ④ gaat branden en de spanning van de auto-accu (spanningsbron) verschijnt op het rood brandende display ⑥. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een snelle reeks signalen.
♦ Laat de aan-uitknop ⑦ los.
Houd de aan-uitknop ⑦ ingedrukt in de stand “=” om een negatieve (–) spanning op de meetpen ② te zetten. De groene minpool-led ⑤ gaat branden en de spanning “0,0 V” (massa) verschijnt op het groen brandende display ⑥. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een langzame reeks signalen. Laat de aan-uitknop ⑦ los.
Het apparaat is nu klaar voor gebruik.
① Opmerking: Als de zelftest niet werkte, probeer het dan opnieuw. Werkt de zelftest nog steeds niet, neem dan contact op met de servicehelpdesk (zie het hoofdstuk Service).
Aan-uitknop beschermen
Bij het testen van elektrische systemen kunt u de levensduur van de aan-uitknop ⑦ van het apparaat verlengen. Druk bij elke test altijd eerst op de aan-uitknop ⑦ voordat u met de meetpen ② de betreffende onderdelen aanraakt. In dat geval vindt de lichtboog plaats op de meetpen ② en niet op de contacten van de aan-uitknop ⑦.
Overbelastingsbeveiliging
Het apparaat is beveiligd tegen kortsluiting en heeft een interne stroomonderbreker. De stroomonderbreker is een veiligheidsmaatregel om het apparaat te beschermen tegen overbelasting. Alle andere functies van het apparaat blijven actief, d.w.z. u kunt doorgaan met het testen van een stroomcircuit en het controleren van de spanningswaarde. Als de stroomonderbreker is geactiveerd, kan het apparaat geen accustroom naar de meetpen ② leiden, ook niet als de aan-uitknop ⑦ is ingedrukt.
Testmodi
Het apparaat heeft vier modi om de elektrische systemen van uw auto te testen. Als optie kunt u het geluid en de taal instellen.
Druk op de modusknop ⑧ om achtereenvolgens naar de volgende modi te gaan:
- Gelijkstroommeting( )
- Wisselspanningsmeting( )
- Weerstandsmeting(1)
- Continuiteitsmeting(1)
- Geluid en taal(1)
Gelijkstroommeting (V)

text_image
0.0VHet apparaat bevindt zich in de modus "Gelijkstroommeting" als op het display 6 het pictogram vis geselecteerd.
Raak met de meetpen ② een stroomcircuit aan. Het display ⑥ geeft de gelijkspanning aan met een resolutie van 0,1 V.
Wisselspanningsmeting ( )

text_image
Max Freq 0.2 V 6 HZ Min Duty 0.0 V ***Het apparaat bevindt zich in de modus "Wisselspanningsmeting" als op het display 6 het pictogram √s geselecteerd.
Raak met de meetpen ② een stroomcircuit aan. Het display ⑥ geeft de maximale en minimale spanning, de frequentie en de inschakelduur aan.
Weerstandsmeting (Ω)

text_image
990ΩHet apparaat bevindt zich in de modus "Weerstandsmeting" als op het display ⑥ het pictogram is geselecteerd.
Raak met de meetpen ② een stroomcircuit aan. Het display ⑥ geeft de weerstand tussen de meetpen ② en de klem van de aardingskabel ⑩ aan.
Continuïteitsmeting (→)

text_image
50ΩHet apparaat bevindt zich in de modus "Continuïteitsmeting (met geluidssignaal)" als op het display ⑥ het pictogram -geselecteerd.
Raak met de meetpen ② een stroomcircuit aan. Bij een weerstand van 0-80 Ω geeft het display ⑥ de gemeten waarde aan. De rode pluspool-led ④ brandt. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een langzame reeks signalen. Bij een weerstand van 80-200 Ω geeft het display ⑥ alleen de gemeten waarde aan. Bij een weerstand van meer dan 200 Ω geeft het display ⑥ “OL” (boven het bereik) aan.
Geluid en taal (..)

text_image
Sound Language Sound OnHet apparaat bevindt zich in de modus Geluid en taal" als op het display ⑥ het pictogram »is geselecteerd.
Druk de aan-uitknop ⑦ kort naar de stand “—” om te wisselen tussen Geluid” en “Taal”.
In het menu "Geluid" kunt u het geluid in- of uitschakelen. Houd de modusknop ⑧ ingedrukt om het geluid uit te zetten resp. weer aan te zetten.
In het menu “Taal” kunt u als taal Engels, Frans, Duits, Spaans of Italiaans selecteren.
- Houd de modusknop ⑧ ingedrukt om naar de taalselectie te gaan.
- Druk op de modusknop ⑧ om van taal te wisselen.
- Houd de modusknop ⑧ ingedrukt om de taalselectie te verlaten.
Tests
Spanning en polariteit testen
Druk op de modusknop 8 tot u de modus "Gelijkstroommeting " hebt bereikt.
Raak met de meetpen ② een pluspool aan. De rode pluspool-led ④ gaat branden en de spanning van het stroomcircuit verschijnt op het rood brandende display ⑥. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een snelle reeks signalen.
Raak met de meetpen ② een minpool aan. De groene minpoolled ⑤ gaat branden en de spanning van het stroomcircuit verschijnt op het groen brandende display ⑥. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een langzame reeks signalen.
① Opmerking: Wanneer de meetpen ② een open stroomcircuit aanraakt, brandt geen van beide polariteitsindicaties ④/⑤.

Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Weerstandsmeting Ω” hebt bereikt.
Raak met de meetpen ② een kabel of een elektrische component aan die op het elektrische systeem van de auto is aangesloten of ervan is losgekoppeld om de weerstand te testen.
Wanneer de meetpen ② een weerstand tussen 0 en 200 kΩ meet, geeft het display ⑥ de gemeten waarde aan. Wanneer de weerstandswaarde groter dan 200 kΩ is, geeft het display ⑥ "OL" (boven het bereik) aan.
Er is nog een manier om de weerstand van een elektrische component te testen. Druk op de aan-uitknop ⑦. Wanneer de interne stroomonderbreker wordt geactiveerd, weet u dat u een goede, solide laagohmige verbinding hebt.
① Opmerking: Met de meetpen ② kunt u door de kunststofisolatie van een kabel heen steken. Op die manier kunt u het stroomcircuit testen zonder dat u complexere handelingen hoeft te verrichten.

Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Continuïteitsmeting ➤” hebt bereikt.
Raak met de meetpen ② een kabel of een elektrische component aan die zich binnen of buiten de auto bevindt om de continuititeit te testen.
Wanneer de meetpen ② een weerstand tussen 0 en 80 Ω meet, geeft het display ⑥ de gemeten waarde aan. De rode pluspool-led ④ brandt. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een langzame reeks signalen.
Wanneer de meetpen ② een weerstand tussen 80 en 200 Ω meet, geeft het display ⑥ alleen de gemeten waarde aan.
Wanneer de meetpen ② een weerstand van meer dan 200 Ω meet, geeft het display ⑥ “OL” (boven het bereik) aan.
Er is nog een manier om de continuïteit van een elektrische component te testen. Druk op de aan-uitknop ⑦. Wanneer de interne stroomonderbreker wordt geactiveerd, weet u dat u een goede verbinding met lage continuïteit hebt.
① Opmerking: Met de meetpen ② kunt u door de kunststofisolatie van een kabel heen steken. Op die manier kunt u het stroomcircuit testen zonder dat u complexere handelingen hoeft te verrichten.
Signaalstroomcircuit testen
Wanneer u een diagnostische foutcode (DTC) hebt ontvangen door het elektrische systeem van uw auto te testen en ziet dat de foutcode in de categorie “Sensorstoring” valt, is er een snelle test die u kunt uitvoeren om de foutcode te controleren.
Als u bijvoorbeeld een probleem met de MAP-sensor vermoedt, volgt u de onderstaande aanwijzingen:
Druk op de modusknop 8 tot u de modus "Wisselspanningsmeting" hebt bereikt.
♦ Sluit een vacuümpomp aan op de MAP-sensor.
Raak met de meetpen ② de pluspool van de MAP-sensor aan en kijk op het display ⑥. Normaliter verschijnt er een sinuscurve.
◆ Creëer een vacuum.
◆ Hef het vacuum op en kijk op het display ⑥.
Als de sinuscurve er ongebruikelijk uitziet, is er een probleem met de MAP-sensor.
Componenten zonder stroomcircuit testen
Druk op de modusknop 8 tot u de modus "Gelijkstroommeting " hebt bereikt.
- Sluit de klem van de aardingskabel 10 aan op de minpool van de te testen component.
Raak met de meetpen ② de pluspool van de component aan. De groene minpool-led ⑤ gaat branden. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een langzame reeks signalen.
Kijk naar de groene minpool-led ⑤ en druk de aan-uitknop ⑦ snel naar de stand “—”. Wanneer de groene minpool-led ⑤ is gedoofd en de rode pluspool-led ④ brandt, kunt u doorgaan met de verde-re activering.
Druk de aan-uitknop ⑦ naar de stand “—” om de component van stroom te voorzien. In deze stand stroomt er stroom van de plus-pool van de accu naar de meetpen ②, verder naar de pluspool van de component, verder naar de klem van de aardingskabel ⑩, terug naar de component en terug naar de massa van de auto-accu. -
Wanneer de groene minpool-led ⑤ op dat moment dooft of de stroomonderbreker is geactiveerd, werd het apparaat overbelast. Dit kan de volgende oorzaken hebben:
-
De component die u test, heeft een geaarde massa of heeft een negatieve spanning.
- De component die u test, is kortgesloten.
- De component is een onderdeel met hoge stroomsterkte (bijvoorbeeld een startmotor).
① Opmerking: Als de stroomonderbreker is geactiveerd, wordt deze na ongeveer 15 seconden automatisch gereset.

Aanhangerverlichting testen
Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Gelijkstroommeting ” hebt bereikt.
- Sluit de klem van de aardingskabel 10 aan op de massa van de aanhanger om de verlichting ervan te testen.
♦ Steek de meetpen ② in de OBD-pen om de spanning aan te geven.
Met deze methode kunt u de werking van de verlichting testen.
① Opmerking: Als de stroomonderbreker is geactiveerd, wordt deze na ongeveer 15 seconden automatisch gereset.

LET OP! Willekeurige toepassing van spanning op bepaalde circuits van uw auto kan leiden tot schade aan de elektronische onderdelen van uw auto. Het verdient daarom sterk aanbeveling om het bedradingsschema en de diagnoseprocedure van de autofabrikant te gebruiken bij het testen.
Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Gelijkstroommeting ” hebt bereikt.
Raak met de meetpen ② de pluspool van de component aan. De groene minpool-led ⑤ gaat branden. Bij ingeschakeld geluids-signaal klinkt er een langzame reeks signalen.
Kijk naar de groene minpool-led ⑤ en druk de aan-uitknop ⑦ snel naar de stand “-”. Wanneer de groene minpool-led ⑤ is gedoofd en de rode pluspool-led ④ brandt, kunt u doorgaan met de verdere activering.
- Wanneer de groene minpool-led ⑤ op dat moment dooft of de stroomonderbreker is geactiveerd, werd het apparaat overbelast. Dit kan de volgende oorzaken hebben:
- De component die u test, heeft een geaarde massa of heeft een negatieve spanning.
- De component die u test, is kortgesloten.
- De component is een onderdeel met hoge stroomsterkte (bijvoorbeeld een startmotor).
① Opmerking: Als de stroomonderbreker is geactiveerd, wordt deze na ongeveer 15 seconden automatisch gereset.

LET OP! Als u massa op een beveiligd stroomcircuit aansluit, kan de zekering in uw auto doorslaan of worden geactiveerd.
Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Gelijkstroommeting ” hebt bereikt.
Raak met de meetpen ② de minpool van de component aan. De rode pluspool-led ④ brandt. Bij ingeschakeld geluidssignaal klinkt er een snelle reeks signalen.
Kijk naar de rode pluspool-led ④ en druk de aan-uitknop ⑦ snel naar de stand “=”. Wanneer de rode pluspool-led ④ is gedoofd en de groene minpool-led ⑤ brandt, kunt u doorgaan met de verdere activering.
- Wanneer de groene minpool-led ⑤ op dat moment dooft of de stroomonderbreker is geactiveerd, werd het apparaat overbelast. Dit kan de volgende oorzaken hebben:
- De component die u test, heeft een geaarde massa of heeft een negatieve spanning.
- De component die u test, is kortgesloten.
- De component is een onderdeel met hoge stroomsterkte (bijvoorbeeld een startmotor).
① Opmerking: Als de stroomonderbreker is geactiveerd, wordt deze na ongeveer 15 seconden automatisch gereset.

Testen op slechte massacontacten
Test de vermoedelijk slechte massakabel of het vermoedelijk slechte contact met de meetpen ②.
Druk op de modusknop ⑧ tot u de modus “Gelijkstroommeting V” hebt bereikt.
Kijk naar de groene minpool-led ⑤ en druk de aan-uitknop ⑦ snel naar de stand “—”. Wanneer de groene minpool-led ⑤ is gedoofd en de rode pluspool-led ④ brandt, gaat het niet om een echte aarding.
① Opmerking: Als de stroomonderbreker is geactiveerd, is dit stroomcircuit waarschijnlijk goed geaard. Vergeet niet dat onderdelen met een hoge stroomsterkte, zoals startmotoren, de stroomonderbreker ook kunnen activeren.
Kortsluitingen opsporen en traceren
In de meeste gevallen wordt kortsluiting aangegeven door het doorslaan van een zekering of activering van een elektrische beveiliging (bijvoorbeeld een stroomonderbreker).
Haal de doorgebrande zekering uit de zekeringkast.
Gebruik de meetpen ② om elk zekeringscontact te activeren en onder spanning te zetten. Het contact dat de stroomonderbreker activeert, is verantwoordelijk voor de kortsluiting. Noteer de identificatiecode of de kleur van deze kabel.
♦ Volg de draad zo ver mogelijk langs de kabelboom. Hier volgt een voorbeeld van deze toepassing.
- Als u een kortsluiting in het remlichtcircuit traceert, weet u wellicht dat de kabel door de kabelboom bij de dorpel moet lopen. Zoek de kleurgecodeerde kabel in de kabelboom en leg deze bloot.
- Steek met de meetpen ② door de isolatie heen en druk de aan-uitknop ⑦ naar de stand “—” om de kabel te activeren en onder spanning te zetten.
- Als de stroomonderbreker is geactiveerd, hebt u kortsluiting geconstateerd. Knip de kabel door en test beide kabeluiteinden met de meetpen ②. Het kabeluiteinde dat de stroomonderbreker opnieuw activeert, veroorzaakt de kortsluiting en leidt u naar de kortgesloten sectie.
- Volg de kabel in de richting van de kortgesloten sectie en herhaal deze procedure tot u de kortsluiting hebt gevonden.
Leds voor polariteitsindicatie
De pluspool-led ④ en de minpool-led ⑤ gaan branden wanneer de spanning van de meetpen ② overeenkomt met de voedingsspanning, met een marge van ±0,8 volt. Dit is aanvullende informatie die belangrijk voor u kan zijn.
Wanneer het geteste stroomcircuit niet binnen een marge van ±0,8 volt overeenkomt met de voedingsspanning, ziet u de spanningswaarde op het display ⑥, maar hoort u geen geluidssignaal en branden de pluspool-led ④ en de minpool-led ⑤ niet. Dit geeft aan dat er een spanningsdaling is van meer dan 0,8 volt ten opzichte van de voedingsspanning of dat u een stroomcircuit test dat een stijging van 0,8 volt of meer heeft ten opzichte van de voedingsspanning.
Om de voedingsspanning vast te stellen, haalt u gewoon de meetpen ② uit het stroomcircuit en drukt u de aan-uitknop ⑦ naar de stand “—”. De voedingsspanning wordt dan aangegeven op het display ⑥. Het verschil tussen de voedingsspanning en wat wordt afgelezen op de schakeling, is ofwel een spanningsdaling ofwel een spanningsstijging. Hierdoor kunt u een spanningsdaling vaststellen zonder dat u de voedingsspanning hoeft te testen. Dit is gewoon nog een tijdbe-sparende functie van het apparaat.
Problemen oplossen
| Probleem Oplossing | |
| De meetpen 2 krijgt geen stroom, hoewel op de aan-uitknop 7 is gedrukt. | De stroomonderbreker is geactiveerd. Wacht ongeveer 15 seconden tot de stroomon-derbreker automatisch wordt gereset. |
Reiniging
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken! Koppel het apparaat los van elk stroomcircuit.
LET OP! Beschadiging van het apparaat! Het apparaat is niet waterdicht. Dompel het apparaat niet onder water en zorg ervoor dat er geen vocht in het apparaat binnendringt tijdens het reinigen, om onherstelbare schade aan het apparaat te voorkomen. Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelhoudende schoonmaakmidde- len. Deze kunnen de oppervlakken van het apparaat aantasten.
♦ Reinig de oppervlakken van het apparaat met een zachte, droge doek.
Opbergen
Bevestig het beschermkapje ① op de meetpen ②.
♦ Schroef de meetpen ② tegen de wijzers van de klok in van het apparaat af.
♦ Berg alle geleverde onderdelen op in het etui 22.
Berg het etui 22 op een schone, droge plaats zonder direct zonlicht op als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
Afvoeren
Geldt alleen voor Frankrijk:

Het product, de verpakking en de gebruiksaanwijzing zijn recycleerbaar, vallen onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en worden geschei-
den ingezameld.
Apparaat afvoeren

Het pictogram hiernaast met een doorgekruiste vuilnisbak geeft aan dat dit apparaat is onderworpen aan de Richtlijn 2012/19/EU. Deze richtlijn stelt dat u dit apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het normale huisvuil mag afvoeren, maar moet inleveren bij speciaal daartoe bestemde inzamelpunten, milieuparken of afvalverwerkingsbedrijven.
Afvoeren is voor u kosteloos. Spaar het milieu en voer producten op een voor het milieu verantwoorde manier af.
Als uw oude apparaat persoonlijke gegevens bevat, bent u er zelf verantwoordelijk voor deze te wissen voordat u het apparaat inlevert.

Informatie over mogelijkheden voor het afvoeren van het afgedankte product krijgt u bij uw gemeentereiniging.
Verpakking afvoeren

De verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu. Ze zijn gekozen op grond van hun milieuvriendelijkheid en zijn recyclebaar. Voer niet meer benodigde verpakkingsmaterialen af conform de plaatselijk geldende voorschriften.

text_image
b aVoer de verpakking af conform de milieuvoorschriften. Let op de aanduiding op de verschillende verpakkingsmateria- alen en voer ze zo nodig gescheiden af. De verpakkings- materialen zijn voorzien van afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis: 1–7: kunststoffen,
20–22: papier en karton, 80–98: composietmaterialen.
Voor Spanje geldt:

De verpakking bevat bestanddelen van papier en/of karton.
Bijlage
Technische gegevens
| Bedrijfsspanning 6-30 V via auto --- | |
| Lcd-display 160 | × 128 dpi |
| Weergavenauwkeurigheid 0,1 V/Ω | |
| Gelijkstroombereik 0-65 V +1 digit | |
| Weerstandbereik 0-200 kΩ | |
| Frequentiebereik van de geluidssignalen | 0 Hz-10 kHz |
| Stroomcircuitvermogen van stroomonderbrekerstroom | 1-10 A |
| Bedrijfstemperatuur 0 °C tot +60 °C | |
| Opslagtemperatuur -40 °C tot +70 °C | |
| Luchtvochtigheid (geen condensatie) | ≤ 75% |
Garantie van Kompernaß Handels GmbH
Geachte klant,
U hebt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Voor zover meegeleverd hebt u op de accupacks van de X12V en de X20V Team-serie eveneens 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. In geval van ge breken in dit product hebt u wettelijke rechten tegenover de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna beschreven garantie niet beperkt.
Garantievoorwaarden
De garantieperiode geldt vanaf de datum van aankoop. Bewaar de kassabon zorgvuldig. U hebt hem nodig als bewijs van aankoop.
Als er binnen drie jaar vanaf de aankoopdatum van dit product een materiaal- of fabricagefout optreedt, wordt - naar onze keuze - het product door ons kosteloos gerepareerd of vervangen of wordt de koopprijs terugbetaald. Voorwaarde voor deze garantie is dat het defecte apparaat en het aankoopbewijs (kassabon) binnen de termijn van drie jaar worden overlegd en dat kort wordt omschreven waaruit het gebrek bestaat en wanneer het is opgetreden.
Wanneer het defect door onze garantie wordt gedekt, krijgt u het gerepareerde product of een nieuw product retour. Met de reparatie of vervanging van het product begint er geen nieuwe garantieperiode.
Garantieperiode en wettelijke aanspraken bij gebreken
De garantieperiode wordt door deze waarborg niet verlengd. Dat geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Eventueel al bij aankoop aanwezige schade en gebreken moeten meteen na het uitpakken worden gemeld. Voor reparaties na afloop van de garantieperiode worden kosten in rekening gebracht.
Garantieomvang
Het apparaat is op basis van strenge kwaliteitsnormen met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd.
De garantie geldt voor materiaal- of fabricagefouten. De garantie geldt niet voor productonderdelen die onderhevig zijn aan normale slijtage en die daarom als slijtonderdelen kunnen worden beschouwd, bijv. zaagbladen, reservemesjes, schuurpapier enz. of voor schade aan breekbare onderdelen zoals schakelaars of onderdelen die van glas zijn gemaakt.
Deze garantie vervalt wanneer het product is beschadigd, ondeskundig is gebruikt of is gerepareerd. Voor deskundig gebruik van het product moeten alle in de gebruiksaanwijzing beschreven aanwijzingen precies worden opgevolgd. Gebruiksdoeleinden en handelingen die in de gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waarvoor wordt gewaarschuwd, moeten beslist worden vermeden.
Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons erkend servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie.
Garantie geldt niet bij
■ normale afname van de accucapaciteit
■ commercieel/bedrijfsmatig gebruik van het product
■ beschadiging of modificatie van het product door de klant
niet-naleving van de veiligheids- en onderhoudsvoorschriften, bedieningsfouten
■ schade door natuurrampen
Afhandeling bij een garantiekwestie
Voor een snelle afhandeling van uw aanvraag neemt u de volgende aanwijzingen in acht:
■ Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (IAN) 488327_2501 als aankoopbewijs bij de hand.
Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje van het product, op het product gegraveerd, op de titelpagina van de gebruiksaanwijzing (linksonder) of op de sticker op de achter- of onderkant van het product.
Als er fouten in de werking of andere gebreken optreden, neemt u eerst telefonisch contact op met de hierna genoemde serviceafdeling. Of gebruik ons contactformulier, dat u op parkside-diy.com in de categorie Service vindt.
Een als defect geregistreerd product kunt u dan zonder portokosten naar het aan u doorgegeven serviceadres sturen. Voeg het aankoopbewijs (kassabon) bij en vermeld waaruit het gebrek bestaat en wanneer het is opgetreden.

text_image
PDF ONLINE parkside-diy.comOp parkside-diy.com kunt u deze en vele andere hand leidingen bekijken en down loaden. Met deze QR-code gaat u rechtstreeks naar parkside-diy.com. Selecteer uw land en zoek via het zoekvenster de gebruiksaanwijzingen op. Door invoer van het artikel-nummer (IAN) 488327_2501 gaat u naar de gebruiksaanwijzing voor uw artikel.
Service
NL Service Nederland
Tel.: 0800 0229556
Contactformulier op parkside-diy.com
BE Service België
Tel.: 0800 12614
Contactformulier op parkside-diy.com
IAN 488327_2501
Importeur
Let op: het volgende adres is geen serviceadres. Neem eerst contact op met het opgegeven service adres.




