HP003G - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HP003G MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HP003G MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HP003G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HP003G van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING HP003G MAKITA
| Model: HP003G | ||
| Boorcapaciteiten Metselwerk 20 mm | ||
| Staal 20 mm | ||
| Hout Spiraalbit: 50 mm | ||
| Zelftappend bit: 92 mmGatenzaag: 152 mm | ||
| Bevestigingscapaciteiten Houtschroef 10 mm x 90 mm | ||
| Kolomschroef M6 | ||
| Nullasttoerental (t/min) Hoog (3) | 0 - 2.400 min | -1 |
| Gemiddeld (2) 0 - 1.800 min | -1 | |
| Laag (1) 0 - 650 min | -1 | |
| Slagen per minuut Hoog (3) 0 - 36.000 min | -1 | |
| Gemiddeld (2) | ||
| Laag (1) | ||
| Totale lengte | 197 mm | |
| Nominale spanning | Maximaal 36 V - 40 V gelijkspanning | |
| Nettogewicht | 2,8 - 4,0 kg | |
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. - De waarde van het nettogewicht is inclusief de lichtste en zwaarste combinatie van het/de hulpmiddel(en) voor normaal en veilig gebruik en de accu('s), zoals opgegeven in de gebruiksaanwijzing.
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL4020 / BL4025 / BL4040 / BL4040F* / BL4050F* / BL4080F*: Aanbevolen accu |
| Lader | DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA / BCC01 / BCC02 |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik eenige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld voor slagboren in bakstenen, muren en metselwerk. Het is ook geschikt voor schroeven en boren zonder slagwerking in hout, metaal, keramisch materiaal en kunststof.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-1:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 88 dB (A)
Geluidsvermogenniveau ( L_WA ): 96 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven totale waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De continue totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld conform EN62841-2-1:
Gebruikstoepassing: slagboren in steen/cement
Trillingsemissie (ah, ID): 6,8 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s ^2
Gebruikstoepassing: boren in metaal
Trillingsemissie ( a_h,D ): 2,5 m/s ^2 of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven totale waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accuklopboor/-schroefmachine
Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden
- Draag gehoorbescherming tijdens het klopbo- ren. Blootstelling aan het lawaai kan uw gehoor aantasten.
- Gebruik de hulphandgreep (hulphandgrepen). Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.
- Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire of de bevestigingsmiddelen in aanraking kunnen komen met verborgen bedrading. Wanneer accessoires of bevestigingsmiddelen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Zorg ook altijd dat u stevig op een solide bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.
- Houd het gereedschap stevig vast.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen.
- Laat het gereedschap niet draaiend achter. Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.
- Raak direct na uw werk het boorbit of het werkstuk niet aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
-
Bepaalde materialen kunnen giftige chemicaliën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.
-
Als het boorbit niet kan worden losgemaakt ondanks dat de klauwen geopend zijn, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. In dat geval kan met de hand eruit trekken leiden tot letsel vanwege zijn scherpe rand.
- Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitskabels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap.
Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boorbits
- Gebruik nooit op een hoger toerental dan het maximale nominale toerental van het boorbit. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijk verbuigen als het vrij ronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan.
- Begin altijd te boren op een laag toerental en terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijk verbuigen als het vrij ronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan.
- Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen waardoor ze kunnen breken of u de controle kunt verliezen, met persoonlijk letsel tot gevolg.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals
spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
- Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
- Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan- neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
- Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
- Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
- Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in
de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
ALET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
KENNISGEVING: Makita is niet verantwoordelijk voor enig ongeval voortvloeiend uit het gebruik van niet-originele Makita-accu's of accu's die zijn gewijzigd. Originele Makita-accu's zijn streng gecontroleerd op compatibiliteit met Makita-gereedschappen en -acculaders, en voldoen aan de toepasselijke regelgeving en veiligheidsnormen.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
▲LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
⚠LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
▶ Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
ALET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
⚠ LET OP: Breng de accu niet met kracht aan.
Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
De resterende acculading controleren
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
▶ Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
| Brandt Uit | Knippert | ||
| 75% tot 100% | |||
| 50% tot 75% | |||
| 25% tot 50% | |||
| 0% tot 25% | |||
| Laad de accu op. | |||
| Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | |||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur
van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert de lamp. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereedschap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op.
Beveiliging tegen andere oorzaken
Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heffen, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.
- Schakel het gereedschap uit en schakel het daarna weer in om het opnieuw te starten.
- Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een) opgeladen accu('s).
- Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.
Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum.
Elektrische rem
Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stopt met werken nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum.
De trekkerschakelaar gebruiken
ALET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".
Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inknijpt, hoe sneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.
▶ Fig.3: 1. Trekkerschakelaar
OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt.
De lamp op de voorkant gebruiken
ALET OP: Kijk niet in de lamp en kijk niet rechtstreeks naar de lichtbron.
Knijp de trekkerschakelaar in om de lamp op de voorkant in te schakelen. De lamp op de voorkant blijft branden zolang de trekkerschakelaar ingeknepen wordt gehouden. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp op de voorkant uit.
▶ Fig.4: 1. Trekkerschakelaar 2. Lamp op de voorkant
Lampfunctie
Druk lang op de knop om de lampfunctie te activeren. In de lampfunctie blijft de lamp op de voorkant gedurende 1 uur branden. De lamp op de voorkant wordt automatisch na 1 uur uitgeschakeld. Om de lamp op de voorkant handmatig uit te schakelen, houdt u de knop ingedrukt.
▶ Fig.5: 1. Knop 2. Lamp op de voorkant
OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en begint de lamp op de voorkant te knipperen. Laat in dat geval de trekkerschakelaar los. De lamp op de voorkant gaat na één minuut uit.
OPMERKING: Gebruik een droge doek om het vuil van de lens van de lamp op de voorkant af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp op de voorkant niet bekrast omdat de verlichting dan minder wordt.
OPMERKING: De lamp op de voorkant brandt feller in de lampfunctie dan tijdens normale bediening.
De omkeerschakelaar bedienen
ALET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te gebruiken.
⚠ LET OP: Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
ALET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschakelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de middenstand staat, kunt u de trekkerschakelaar niet inknijpen.
▶ Fig.6: 1. Omkeerschakelaar
Snelheidskeuze
ALET OP: Zet de snelheidskeuzeknop altijd volledig in de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop geplaatst tussen de standen "1" en "2", of "2" en "3", kan het gereedschap beschadigd worden.
ALET OP: Verander de instelling van de snel-heidskeuzeknop niet terwijl het gereedschap draait. Dat kan het gereedschap beschadigen.
Dit gereedschap heeft een snelheidskeuzeknop. Om de snelheid te veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit, verschuift u vervolgens de snelheidskeuzeknop naar de stand "1" voor een lage snelheid, "2" voor een gemiddelde snelheid of "3" voor een hoge snelheid. Verzeker u ervan dat de snelheidskeuzeknop in de juiste stand staat voordat u het gereedschap bedient. Selecteer de geschikte snelheid voor uw toepassing. Als de snelheid van het gereedschap aanzienlijk afneemt in de snelheidsinstelling Hoog of Gemiddeld, stelt u de snelheidskeuzeknop één stand lager in en hervat u de bediening.
| Afgebeeldnummer | Snelheid | Koppel Toepassing |
| 1 Laag Hoog Zware belasting | ||
| 2 Gemiddeld | Gemiddeld | Gemiddelde belasting |
| 3 Hoog Laag Lichte belasting | ||
▶ Fig.7: 1. Snelheidskeuzeknop
OPMERKING: Als het moeilijk is om de snelheidskeuzeknop te verschuiven, zet u de snelheidskeuzeknop terug in zijn vorige stand, knijpt u de trekkerschakelaar kort in en verschuift u de snelheidskeuzeknop opnieuw.
De werkingsfunctie kiezen
KENNISGEVING: Zorg dat de ring precies staat ingesteld op de gewenste functiemarkering. Als u het gereedschap gebruikt met de ring halverwege tussen de functiemarkeringen, kan het gereedschap beschadigd worden.
KENNISGEVING: Verander de werkingsfunctie niet terwijl het gereedschap draait.
Dit gereedschap heeft drie werkingsfuncties.
• Boorfunctie (alleen draaien)
• T Klopboorfunctie (draaien met kloppen)
• Schroevendraaierfunctie (draaien met koppeling)
Selecteer een functie die geschikt is voor uw werk. Draai de werkingsfunctiekeuzering en lijn de gewenste markering uit met het pijlteken op het gereedschapshuis.
▶ Fig.8: 1. Werkingsfunctiekeuzering 2. Markering 3. Pijlteken
Het aandraaikoppel instellen
ALET OP: Zorg ervoor dat de instelknop schoon is. Afhankelijk van de werkomgeving kunnen vreemde stoffen, zoals metaalvijlsel of spaanders aan de instelknop blijven kleven en tot persoonlijk letsel leiden.
Het aandraaikoppel kan worden ingesteld op 41 niveaus bij lage snelheid, op 30 niveaus bij gemiddelde snelheid, en op 25 niveaus bij hoge snelheid.
- Lijn de markering 📁 uit met de pijl op het gereedschapshuis door de werkingsfunctiekeuzering te draaien.
- Knijp de trekkerschakelaar in en laat hem los (of druk op de knop) zodat de indicator gaat branden.
- Druk op de knop waarna het groene lampje gaat knipperen.
- Draai de instelknop en stel het koppelniveau in terwijl het groene lampje knippert.
- Druk op de knop om de waarde in te stellen.
▶ Fig.9: 1. Instelknop 2. Indicator 3. Knop 4. Groene lampje
Om een geschikt koppelniveau te krijgen, draait u eerst een testschroef in een werkstuk van hetzelfde materiaal als waarin u wilt schroeven.
Hieronder volgt een grove richtlijn voor de relatie tussen de schroefmaat en de koppelaanduiding.
Lage snelheid
| Koppelniveau | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | |
| Kolomschroef | M4 | M5 | M6 | - | ||||||||||||||||||
| Hout-schroef | Zacht-hout (bijv. naald-hout) | 3,5 × 22 | 4,1 × 38 | - | 5,1 × 50 | - | 6,2 × 63 | - | ||||||||||||||
| Hard-hout (bijv. meranti) | - | 3,5 × 22 | 4,1 × 38 | - | 5,1 × 50 | - | 6,2 × 63 | - | ||||||||||||||
| Koppelniveau 22 23 | 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 | |||||||||||||||
| Kolomschroef – | ||||||||||||||||
| Hout-schroef | Zacht-hout(bijv.naald-hout) | - ø9 x 75 - ø10 x 90 – | ||||||||||||||
| Hard-hout(bijv.meranti) | - ø9 x 75 - ø10 x 90 – | |||||||||||||||
Gemiddelde snelheid
| Koppelniveau | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | |
| Kolomschroef | M4 | M5 M6 | - | |||||||||||||||||||
| Hout-schroef | Zacht-hout(bijv.naald-hout) | 3,5 × 22 | 4,1 × 38 | - | 5,1 × 50 | - | 6,2 × 63 | - | ||||||||||||||
| Hard-hout(bijv.meranti) | - | 3,5 × 22 | 4,1 × 38 | - | 5,1 × 50 | - | 6,2 × 63 | - | ||||||||||||||
| Koppelniveau | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |
| Kolomschroef – | ||||||||||
| Hout-schroef | Zacht-hout(bijv.naald-hout) | – | 9 × 75 | |||||||
| Hard-hout(bijv.meranti) | – | |||||||||
Hoge snelheid
| Koppelniveau | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | |
| Kolomschroef | M4 | M5 M6 | - | |||||||||||||||||||
| Hout-schroef | Zacht-hout(bijv.naald-hout) | ø3,5 x 22 | ø4,1 x 38 | - | ø5,1 x 50 | - | ø6,2 x 63 | - | ||||||||||||||
| Hard-hout(bijv.meranti) | - | ø3,5x 22 | ø4,1 x 38 | - | ø5,1 x 50 | - | ø6,2 x 63 | - | ||||||||||||||
| Koppelniveau | 22 | 23 | 24 | 25 | |
| Kolomschroef – | |||||
| Hout-schroef | Zacht-hout(bijv.naald-hout) | – | |||
| Hard-hout(bijv.meranti) | – | ||||
OPMERKING: Nadat u in stap 5 op de knop hebt gedrukt, gaat het groene lampje uit. Als u het koppelniveau opnieuw wilt instellen, begint u opnieuw bij stap 3.
OPMERKING: Als u het groene lampje enige tijd laat knipperen, stopt hij met knipperen en wordt de waarde opgeslagen die op de indicator wordt weergegeven.
OPMERKING: U kunt het aandraaikoppel instellen op drie niveaus: hoge snelheid, gemiddelde snelheid en lage snelheid.
Als de knop op "1" staat, kan het koppelniveau voor lage snelheid worden ingesteld. Als de knop op "2" staat, kan het koppelniveau voor gemiddelde snelheid worden ingesteld. Als de knop op "3" staat, kan het koppelniveau voor hoge snelheid worden ingesteld.
Wanneer u de snelheid verandert met behulp van de snelheidskeuzeknop, knippert het indicatorlampje drie keer. Draai daarna een testschroef erin om de snelheid en het koppelniveau te controleren.
OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar inknijpt terwijl het groene lampje knippert, gaat het groene lampje uit en kunt u het koppelniveau niet instellen. Om het koppelniveau opnieuw in te stellen, laat u de trekkerschakelaar los en draait u de instelknop terwijl het groene lampje knippert.
OPMERKING: Als u de werkingsfunctiekeuzering draait terwijl het groene lampje knippert, gaat het groene lampje uit en kunt u het koppelniveau niet instellen. Om het koppelniveau opnieuw in te stellen, begint u opnieuw bij stap 1
Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
• Actieve Feedback detectietechnologie
Als tijdens gebruik met het gereedschap wordt gezwaaid met een vooraf bepaalde versnelling, wordt de motor geforceerd gestopt om de belasting op de pols te verminderen.
KENNISGEVING: Houd het gereedschap stevig vast tijdens gebruik.
KENNISGEVING: Als een storing optreedt in de elektronische functie, knippert het lampje 3 seconden en gaat vervolgens uit. In dat geval vraagt u een erkend Makita-servicecentrum of het Makita-fabrieksservicecentrum het gereedschap te repareren.
OPMERKING: Deze functie werkt niet als de versnel- ling niet het vooraf bepaalde niveau bereikt wanneer met het gereedschap wordt gezwaaid.
OPMERKING: Als het gereedschap met kracht wordt gestopt, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u daarna de trekkerschakelaar weer in om het gereedschap weer te starten.
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Het schroefbit/boorbit aanbrengen of verwijderen
Optioneel accessoire
Draai de klembus linksom los om de klauwen te openen. Plaats het schroefbit/boorbit zo ver mogelijk in de spankop. Draai de klembus rechtsom om het bit in de spankop vast te zetten. Om het schroefbit/boorbit te verwijderen, draait u de klembus linksom.
▶ Fig.10: 1. Bus 2. Dicht 3. Open
De zijhandgreep (hulphandgreep) aanbrengen
Gebruik altijd de zijhandgreep om verzekerd te zijn van een veilig gebruik.
Breng de zijhandgreep zodanig aan dat de uitsteeksels op de handgreepvoet en stalen band in de groeven in de schacht van het gereedschap vallen. Zet vervolgens de handgreep vast door deze rechtsom te draaien.
Afhankelijk van uw toepassing kan de zijhandgreep recht omhoog of aan de linker- of rechterkant van het gereedschap worden aangebracht.
▶ Fig.11: 1. Zijhandgreep 2. Stalen band 3. Uitsteeksel 4. Groef 5. Open 6. Dicht
Verstelbare dieptegeleider
De verstelbare dieptegeleider is nuttig voor het boren van gaten van gelijke diepte. Draai de klemschroef los, stel de dieptegeleider in de gewenste stand en draai daarna de klemschroef vast.
▶ Fig.12: 1. Dieptegeleider 2. Klemschroef
De haak aanbrengen
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgordel tussen werkzaamheden of tijdens pauzes.
⚠ WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat u de haak niet overbelast aangezien een te grote kracht of onregelmatige overbelasting schade aan het gereedschap kan veroorzaken, wat kan leiden tot persoonlijk letsel.
LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als de haak niet stevig is bevestigd, kan de haak losraken van het gereedschap en persoonlijk letsel veroorzaken.
ALET OP: Verzeker u ervan dat het gereedschap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschap eraf vallen en persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. De haak kan aan iedere zijkant van het gereedschap worden bevestigd. Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een gleuf op een zijkant en zet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf.
▶ Fig.13: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef
Het gat gebruiken
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik het ophanggat nooit voor enig ander doel dan waarvoor het is bedoeld, bijvoorbeeld om het gereedschap mee vast te binden op een hoge plaats. Stuikdruk in een zwaar belast gat kan het gat beschadigen, waardoor letsel kan ontstaan bij u of mensen rondom of onder u.
Gebruik het ophanggat achteraan de onderkant van het gereedschap om het gereedschap aan een muur te hangen met behulp van een ophangkoord of soortgelijk touw.
▶ Fig.14: 1. Ophanggat
De schroefbithouder aanbrengen
Optioneel accessoire
Pas de schroefbithouder op de uitstekende nok aan de voet van het gereedschapshuis, links of rechts naar keuze, en zet de bithouder vast met een schroef. Wanneer u het schroefbit niet gebruikt, kunt u het in de schroefbithouders opbergen. Schroefbits van 45 mm lengte kunnen hier worden bewaard.
⚠LET OP: Schakel het gereedschap onmiddel- lijk uit wanneer een storing optreedt, vreemde materialen terechtkomen in het gereedschap, of abnormale geluiden hoorbaar zijn. Neem contact op met Makita-servicecentrum of uw plaatselijke dealer om het gereedschap te late onderhouden of repareren.
Houd het gereedschap stevig vast met één hand aan de handgreep en de andere aan de zijhandgreep om wringkrachten goed te kunnen beheersen.
▶ Fig.16
KENNISGEVING: Wanneer de snelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd.
KENNISGEVING: Bedek de ventilatieopeningen niet omdat anders het gereedschap oververhit en beschadigd kan raken.
Gebruik als schroevendraaier
KENNISGEVING: Stel de instelknop in op het juiste koppel voor uw werkstuk.
KENNISGEVING: Zorg dat het schroefbit recht in de schroefkop steekt, anders kunnen de schroef en/of het schroefbit beschadigd worden.
Draai eerst de werkingsfunctiekeuzering zodat de pijl op het gereedschapshuis naar de markering wijst, en stel het koppelniveau in.
Plaats de punt van het schroefbit in de schroefkop en oefen wat druk uit op het gereedschap. Start het gereedschap langzaam en verhoog dan geleidelijk de snelheid. Laat de trekkerschakelaar los zodra het gereedschap automatisch stopt met draaien en het groene lampje gedurende 5 seconden brandt.
OPMERKING: Voor het vastdraaien van een hout-schroef dient u een boorgat van 2/3 de diameter van de schroef voor te boren. Dit vergemakkelijkt het indraaien en voorkomt dat het werkstuk splijt.
OPMERKING: In een koude omgeving kan het gereedschap stoppen op een lager koppelniveau, afhankelijk van de omstandigheden.
Gebruik als klopboor
ALET OP: Op het moment dat het boorgat doorbreekt, het boorgat verstopt raakt met schilfertjes of metaaldeeltjes, of de klopboor de bewapening in het steen raakt, wordt een plotselinge en enorme torsiekracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit.
Draai eerst de werkingsfunctiekeuzering zodat het pijlteken op het gereedschapshuis naar de markering wijst.
Gebruik vooral een boorbit met een hardmetalen punt. Plaats de punt van het boorbit op de plaats waar u een gat wilt boren en knijp dan de trekkerschakelaar in. Forceer het gereedschap niet. Een lichte druk geeft de beste resultaten. Houd het gereedschap zorgvuldig op zijn plaats en zorg dat het niet uit het boorgat raakt. Oefen niet méér druk uit wanneer het boorgat verstopt raakt met schilfertjes of boorgruis. Laat daarentegen het gereedschap "stationair" draaien en trek het boorbit gedeeltelijk terug uit het boorgat. Door dit enkele malen te herhalen, kunt u het boorgat gruisvrij maken, zodat u het normale boren kunt hervatten.
Luchtblazer
Optioneel accessoire
Nadat het gat geboord is, gebruikt u een luchtblazer om het stof uit het gat te blazen.
▶ Fig.18: 1. Luchtblazer
Gebruik als boormachine
Draai eerst de werkingsfunctiekeuzering zodat het pijlteken naar de markering wijst. Ga daarna als volgt te werk.
Boren in hout
Bij het boren in hout verkrijgt u de beste resultaten met houtboortjes voorzien van een geleideschroefpunt. Deze geleideschroefpunt vergemakkelijkt het boren, door het boorbit het werkstuk in te trekken.
Boren in metaal
Om te voorkomen dat het boorbit bij het begin van het boren zijdelings wegglijdt, maakt u met een hamer en een centerpons een putje precies op de plaats waar u wilt boren. Plaats dan de punt van het boorbit in het putje en begin met boren.
Gebruik bij het boren in metaal een smeermiddel. Sommige soorten ijzer en messing zijn uitzonderingen en moeten droog worden geboord.
ALET OP: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zal dergelijk hard drukken alleen maar leiden tot beschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap.
ALET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boorgat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit.
ALET OP: Een vastgelopen boorbit kan eenvoudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag.
ALET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening.
ALET OP: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu.
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makitagereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik een accessoire of hulpstuk uitsluitend voor het aangegeven doeleinde.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Boorbits
- Schroefbits
- Boorbit met een hardmetalen punt
• Luchtblazer
• Schroefbithouder
Haak - Originele Makita accu's en acculaders
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES