MAKITA UC030G - Zaag

UC030G - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis UC030G MAKITA in PDF-formaat.

📄 160 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAKITA UC030G - page 76
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over UC030G MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UC030G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UC030G van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING UC030G MAKITA

Model: UC030G
Totale lengte (zonder zaagketting en zaagblad)449 mm
Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning
Nettogewicht *1 4,5 kg
*2 6,6 - 8,0 kg
Standaard zaagbladlengte 500 mm / 400 mm*3 Aanpasbaar
Aanbevolen zaagbladlengte 95TXXL 400 mm / 450 mm / 500 mm
22BPX 500 mm
Kettingsnelheid Laag (ECO) 0 -20,0 m/s(0 - 1.200 m/min)
Gemiddeld 0 - 24,5 m/s(0 - 1.470 m/min)
Hoog0 - 29,0 m/s(0 - 1.740 m/min)
Volume kettingolietank 260 cm^3
BeschermingsklasseIPX4
  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
    • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.

*1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(s).

*2: De waarde van het nettogewicht is inclusief de lichtste en zwaarste combinatie met het/de hulpstuk(ken) en de accu('s) die wordt vermeld in de gebruiksaanwijzing.

*3: De standaard zaagbladlengte verschilt afhankelijk van het land.

Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel

Type zaagketting95TXL
Aantal kettingschakels677482
ZaagbladLengte zaagblad400 mm450 mm500 mm
Zaaglengte382 mm439 mm505 mm
Steek0,325"
Maat1,3 mm
TypeTandwielzaagblad
KettingwielAantal tanden8
Steek0,325"
Type zaagketting22BPX
Aantal kettingschakels82
ZaagbladLengte zaagblad500 mm
Zaaglengte496 mm
Steek0,325"
Maat1,6 mm
TypeTandwielzaagblad
KettingwielAantal tanden8
Steek0,325"

⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad en zaagketting. Anders loopt u de kans op lichamelijk letsel.

Toepasselijke accu's en laders

Accu BL4040F / BL4050F / BL4080F / BL4080H**: Aanbevolen accu
Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA / BCC01 / BCC02

- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

⚠ WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.

Symbolen

Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.

Lees de gebruiksaanwijzing.
Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming.
Maximaal toegestane zaaglengte
Gebruik altijd twee handen om de kettingzaag te bedienen.
Wees bedacht op terugslag van de kettingzaag en vermijd zagen met de punt van het zaagblad.
Draairichting van de ketting
Afstelling voor zaagkettingolie
Ni-MH Li-ionAlleen voor EU-landenAls gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's niet met het huisvuil weg!In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.

MAKITA UC030G - Symbolen - 1

Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië

Gebruiksdoeleinden

Deze kettingzaag is bedoeld voor het zagen van hout.

Geluidsniveau

De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-4-1:

Ketting: 95TXL

Zaagblad: Zaagbladkop met kettingwiel van 500 mm

Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 95 dB (A)

Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)

Onzekerheid (K): 3 dB (A)

Ketting: 22BPX

Zaagblad: Zaagbladkop met kettingwiel van 500 mm

Geluidsdrukniveau (LpA): 96 dB (A)

Geluidsvermogenniveau (LWA): 104 dB (A)

Onzekerheid (K): 3 dB (A)

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven totale waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.

⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

Trilling

De continue totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld conform EN62841-4-1:

Ketting: 95TXL

Zaagblad: Zaagbladkop met kettingwiel van 500 mm

Gebruikstoepassing: zagen van hout

Trillingsemissie ( a_h,w ): 4,1 m/s ^2

Onzekerheid (K): 1,5 m/s²

Ketting: 22BPX

Zaagblad: Zaagbladkop met kettingwiel van 500 mm

Gebruikstoepassing: zagen van hout

Trillingsemissie ( a_h,w ): 3,7 m/s ^2

Onzekerheid (K): 1,5 m/s²

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.

OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven totale waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

Verklaringen van conformiteit

Alleen voor Europese landen

De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.

Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap

⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.

Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.

De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).

Algemene veiligheidswaarschuwingen voor een kettingzaag

  1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.
  2. Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand aan de achterhandgreep en uw linkerhand aan de voorhandgreep. Houd de kettingzaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat

dan de kans op lichamelijk letsel groter is.

  1. Houd de kettingzaag alleen vast aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-ge-isoleerde metalen delen van de kettingzaag onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

  2. Draag oogbescherming. Verdere beschermingsmiddelen voor oren, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afoende beschermingsmiddelen verkleinen de kans op persoonlijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of onbedoelde aanraking van de zaagketting.

  3. Bedien de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, op het dak of enige instabiele ondergrond. Als de kettingzaag op deze manier wordt bediend, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

  4. Zorg altijd voor een stevige stand en bedien de kettingzaag alleen terwijl u op een vaste, stabiele en horizontale ondergrond staat. Op een gladde of instabiele ondergrond kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen.

  5. Bij het afzagen van een tak die onder spanning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneer de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.

  6. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van struiken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.

  7. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de zaagbladschede om het zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling van de kettingzaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.

  8. Volg de instructies voor het smeren, ketting spannen en verwisselen van het zaagblad en de zaagketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.

  9. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de kettingzaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.

  10. Probeer niet een boom te vellen voordat u een goed begrip hebt van de risico's en hoe u deze kunt vermijden. Bij het vellen van een boom kan ernstig letsel worden toegebracht aan de operator en/of omstanders.

  11. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker hieraan kan doen:

Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt.

Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker.

Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker.

Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstig lichamelijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk van alleen de veiligheidsvoorzieningen die in uw kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder ongelukken of letsel verlopen.

Terugslag is het gevolg van misbruik van de kettingzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:

- Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de kettingzaag, en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Laat de kettingzaag nooit los.

▶ Fig.1

  • Reik niet te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
  • Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
  • Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Het verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.

  • Houd u aan alle instructies bij het verwijderen van vastgelopen materiaal, opbergen of onderhouden van de kettingzaag. Verzeker u ervan dat de schakelaar uit staat en de accu is verwijderd. Onverwachte inschakeling van de kettingzaag tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of uitvoeren van onderhoud, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

Aanvullende veiligheidsinstructies

Persoonlijke-beschermingsmiddelen

  1. Kleding moet nauwsluitend zijn, maar de bewegelijkheid niet belemmeren.

  2. Draag de volgende beschermende kleding tijdens het werk:

  3. een goedgekeurde veiligheidshelm, als er gevaar bestaat voor vallende takken en dergelijke;
    • een gezichtsmasker of veiligheidsbril;

  4. geschikte gehoorbescherming (oorschelpen, of aangepaste of kneedbare oordoppen). octaafbandanalyse is op verzoek beschikbaar;
    • stevige, lederen veiligheidshandschoenen;
  5. een lange broek gemaakt van een sterke stof;
  6. een veiligheidsoverall van snijbestendige stof;
  7. veiligheidsschoenen of -laarzen met antislip-zolen, stalen neus en snijbestendige, stoffen voering;
  8. een mondmasker, indien tijdens het werk stof wordt geproduceerd (bijvoorbeeld bij het zagen van droog hout).

Bediening

  1. Alvorens met het werk te beginnen, controleert u of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de veiligheidsregels. Controleer met name of:

• De kettingrem goed werkt;
• De uitlooprem goed werkt;
- Het zaagblad en de afdekking van het kettingwiel goed zijn gemonteerd;
- De ketting is geslepen en gespannen overeenkomstig de regels.

  1. Start de kettingzaag niet terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordt gestart terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden weggeworpen, waardoor lichamelijk letsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt.
  2. Trek altijd de kettingrem aan wanneer het gereedschap niet in gebruik is of u het draagt.

Elektrische veiligheid en accu

  1. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water binnendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.
  2. Werp de accu(s) niet in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.
  3. Open of vervorm de accu('s) niet. Het elektrolyt is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.
  4. Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats.
  5. Laad de accu niet buitenshuis op.
  6. Raak de lader, inclusief de stekker en de contacten van de lader, niet met natte handen aan.
  7. Vervang de accu niet met natte handen.
  8. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op.

  9. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

  10. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.
  11. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt.

Onderhoud en opslag

  1. Wanneer u het gereedschap opbergt, vermijdt u direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt.

BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING.

⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel.

Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

  1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
  2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
  3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
  4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
  5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.

  1. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

  2. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan- neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.

  3. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
  4. Gebruik nooit een beschadigde accu.
  5. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.

Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.

Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving.

Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

  1. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
  2. Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
  3. Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
  4. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
  5. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

  6. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.

  7. Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
  8. Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.

KENNISGEVING: Makita is niet verantwoordelijk voor enig ongeval voortvloeiend uit het gebruik van niet-originele Makita-accu's of accu's die zijn gewijzigd. Originele Makita-accu's zijn streng gecontroleerd op compatibiliteit met Makita-gereedschappen en -acculaders, en voldoen aan de toepasselijke regelgeving en veiligheidsnormen.

Tips voor een maximale levensduur van de accu

  1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
  2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
  3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
  4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
  5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

▶ Fig.2

1Achterhandgreep2Accu3Voorhandgreep
4Beschermkap van de voorhandgreep5Zaagblad 6 Zaagketting
7Bevestigingsmoer8Stelschroef voor de zaagketting9Zaagbladschede
10Kettingremlampje11Waarschuwingslampje12Acculampje
13Functielampjes14Functiekeuzeknop15Hoofdschakelaar
16Uit-vergrendelknop17Trekkerschakelaar18Stofbeschermkap
19Olietankdop20Stelschroef (voor oliepomp)21Kettingvanger

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES

ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.

De accu aanbrengen en verwijderen

ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.

ALET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.

Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.

Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.

▶ Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu

ALET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.

⚠LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.

De resterende acculading controleren

Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.

▶ Fig.4: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop

Indicatorlampjes Resterendeacculading
Brandt UitKnippert
75% tot 100%
50% tot 75%
25% tot 50%
0% tot 25%
Indicatorlampjes Resterendeacculading
Brandt UitKnippert
MAKITA UC030G - De resterende acculading controleren - 1Laad de accu op.
Er kan een storing zijn opgetreden in de accu.

OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.

OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.

Gereedschap-/accubeveiligingssysteem

Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:

Overbelastingsbeveiliging

Als het gereedschap/de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch en knippert het waarschuwingslampje rood. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om verder te gaan.

▶ Fig.5: 1. Waarschuwingslampje

Oververhittingsbeveiliging

Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat het waarschuwingslampje rood branden. Laat in dat geval het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt.

Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat het bedrijfslampje rood branden. In dat geval laat u het gereedschap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.

▶ Fig.6: 1. Waarschuwingslampje 2. Acculampje

OPMERKING: In een omgeving met een hoge temperatuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller in werking waardoor het gereedschap automatisch stopt.

Beveiliging tegen te ver ontladen

Wanneer de acculading laag wordt, gaat het accu-lampje rood knipperen om u te waarschuwen. Door de resterende acculading verder te verbruiken, zal de accu

te ver worden ontladen, waardoor het gereedschap stopt en het acculampje rood gaat branden. In dergelijke gevallen verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op.

▶ Fig.7: 1. Acculampje

Beveiliging tegen andere oorzaken

Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heffen, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.

  1. Schakel het gereedschap uit en schakel het daarna weer in om het opnieuw te starten.
  2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een) opgeladen accu('s).
  3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum.

KENNISGEVING: Als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk Problemen oplossen.

Hoofdschakelaars

⚠ WAARSCHUWING: Schakel het gereedschap altijd uit als u het niet gebruikt.

OPMERKING: Het gereedschap wordt ingeschakeld in de functie die u het laatst hebt gebruikt.

Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar. Hert functielampje gaat groen branden. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar.

▶ Fig.8: 1. Hoofdschakelaar 2. Functiekeuzeknop 3. Functielampjes

De zaagketting kan met behulp van de functieknop worden ingesteld op drie snelheden. Selecteer een van de drie bedieningsfuncties aan de hand van de vereisten van uw werkzaamheden.

Druk op de functiekeuzeknop om de bedieningsfunctie te selecteren uit de drie beschikbare mogelijkheden totdat de functielampjes de gewenste functie aangeven.

▶ Fig.9

Tabel met instellingen van de bedieningsfunctie

Functie-lampjeFunctieKettings-nelheidEigenschappen / Toepassingen
MAKITA UC030G - Hoofdschakelaars - 1Hoog0 - 29,0 m/s(0 - 1.740 m/min)De ketting bereikt de maximale snelheid en kan optimaal en snel worden afgestemd op een verscheidenheid van zaagwerkzaamheden.
Bomen snoeien en vellen. Stammen doorzagen.
[xdWK]Gemid-deld0 - 24,5 m/s(0 - 1.470 m/min)De ketting handhaaft een gemiddelde snelheid en biedt goede controlepres-taties voor het snel vellen van bomen en afkorten van stammen.
Bomen vellen. Stammen doorzagen.
MAKITA UC030G - Hoofdschakelaars - 2Laag (ECO)0 - 20,0 m/s(0 - 1.200 m/min)De kettingsnelheid is lager en de aandrijving van de ketting wordt gelijk-matig gehouden om de gebruiktijd te verlengen bij het zagen op een lager vermogen.
Takken en stammen met een kleinere diameter doorzagen.

OPMERKING: Het waarschuwingslampje knippert rood als u op de hoofdschakelaar drukt terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar inknijpt.

OPMERKING: Het kettingremlampje knippert rood wanneer de beschermkap van de voorhandgreep onder een hoek staat en de kettingrem is ingeschakeld.

OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. De hoofdschakelaar wordt automatisch uitgeschakeld nadat het gereedschap gedurende ongeveer 5 minuten niet is bediend.

OPMERKING: De automatische uitschakelfunctie kan in werking treden nadat het gereedschap is gestopt doordat een beveiligingsfunctie is geactiveerd. De hoofdschakelaar zal automatisch worden uitgeschakeld ongeveer 5 minuten nadat de motor automatisch is gestopt en geen corrigerende handeling is uitgevoerd naar aanleiding van de beveiliging van het gereedschap.

OPMERKING: Wanneer de kettingrem is aangetrokken, wordt de hoofdschakelaar na ongeveer 30 minuten uitgeschakeld.

De trekkerschakelaar gebruiken

⚠ WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergrendelschakelaar die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke reparatie ZONDER het verder te gebruiken.

⚠ WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken.

⚠LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".

KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan.

OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar ingeknepen houdt wanneer het gereedschap bijna niet wordt belast, neemt het toerental van het gereedschap af en knippert het waarschuwingslampje rood. Laat in dat geval de trekkerschakelaar los en knijp daarna de trekkerschakelaar weer in.

Voor de veiligheid is een dubbele uit-vergrendelschakelaar aanwezig om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen.

Om het gereedschap te starten, duwt u de vergrendel-hendel naar voren en omlaag tot voorbij zijn normale stand met behulp van de huidplooi tussen uw duim en wijsvinger, en drukt u de uit-vergrendelknop in met uw handpalm. Terwijl de uit-vergrendelknop ingedrukt wordt gehouden, knijpt u de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inknijpt, hoe hoger het toerental van het gereedschap.

Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen.

▶ Fig.10: 1. Vergrendelhendel 2. Uit-vergrendelknop 3. Trekkerschakelaar

De kettingrem controleren

⚠ WAARSCHUWING: Zaagsel en afval dat zich tijdens het zagen heeft opgehoopt, kunnen het soepel vooruit en achteruit bewegen van de beschermkap van de voorhandgreep verhinderen. Neem contact op met uw erkende servicecentrum voor advies in het geval de beschermkap van de voorhandgreep zwaar beweegt.

⚠ WAARSCHUWING: Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt wanneer deze controle wordt uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen beding worden gebruikt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum.

⚠ LET OP: Houd de kettingzaag met beide handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast en de voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp raken.

  1. Druk eerst de uit-vergrendelknop in en knijp daarna de trekkerschakelaar in.

De zaagketting begint onmiddellijk te draaien.

  1. Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar voren met de rug van uw hand.

Verzeker u ervan dat de zaagketting onmiddellijk tot stilstand komt.

▶ Fig.11: 1. Vrij gezette stand 2. Vergrendelde stand 3. Beschermkap van de voorhandgreep

OPMERKING: Het kettingremlampje knippert rood zolang de kettingrem is ingeschakeld.

De uitlooprem controleren

LET OP: Als de zaagketting bij deze controle niet binnen 2 seconden tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van de kettingzaag en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum.

Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekkerschakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen 2 seconden tot stilstand komen.

De kettingsmering afstellen

Het debiet van de oliepomp kan worden veranderd door de stelschroef voor de olietoevoer te draaien. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af met behulp van de punt van de pijpsleutel.

▶ Fig.12: 1. Stelschroef voor de olietoevoer

MONTAGE

ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.

⚠ LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert.

De zaagketting aanbrengen en verwijderen

ALET OP: Breng de zaagketting stevig en veilig aan zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing.
ALET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert.
ALET OP: Voer de procedure voor het aanbrengen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke.

De zaagketting aanbrengen

Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:

  1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
  2. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en draai daarna de bevestigingsmoeren los.

▶ Fig.13: 1. Stelschroef voor de zaagketting 2. Bevestigingsmoeren 3. Afdekking van het kettingwiel

  1. Verwijder de afdekking van het kettingwiel.
  2. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het kettingzaaghuis.

▶ Fig.14: 1. Markering op de behuizing van de kettingzaag

  1. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant van het zaagblad.
  2. Leg de andere kant van de zaagketting rond het kettingwiel, en bevestig daarna het zaagblad aan het kettingzaaghuis, waarbij het gat in het zaagblad moet zijn uitgelijnd met de pen op het kettingzaaghuis.
  1. Plaats de afdekking van het kettingwiel zodanig op de behuizing van de kettingzaag dat de bouten op de behuizing van de kettingzaag in de gaten van de afdekking van het kettingwiel vallen.
    ▶ Fig.16: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Gat 3. Bout
  2. Draai de bevestigingsmoeren vast om de afdekking van het kettingwiel te bevestigen.
    ▶ Fig.17: 1. Bevestigingsmoeren

Na het aanbrengen van de zaagketting, stelt u de kettingspanning af door het tekstdeel over het afstellen van de kettingspanning te raadplegen.

Het zaagketting verwijderen

Om de zaagketting te verwijderen, gaat u als volgt te werk:

  1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
  2. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en draai daarna de bevestigingsmoeren los.

▶ Fig.18: 1. Stelschroef voor de zaagketting 2. Bevestigingsmoeren 3. Afdekking van het kettingwiel

  1. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en verwijder daarna de zaagketting en het zaagblad vanaf de kettingzaag.

De kettingspanning afstellen

ALET OP: Voer de procedure voor het aanbrengen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke.
ALET OP: Span de zaagketting niet te strak. Bij een buitensporig hoge spanning op de zaagketting kan de zaagketting breken en het zaagblad slijten.
ALET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken.

De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.

  1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
  2. Draai de bevestigingsmoeren iets los om de afdekking van het kettingwiel iets los te maken.

▶ Fig.19: 1. Bevestigingsmoeren

  1. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting rechtsom om de zaagketting strakker te zetten en linksom om hem losser te zetten.
    Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld.
    ▶ Fig.20: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting
  2. Houd het zaagblad licht vast, waarbij u ervoor zorgt dat de onderrand van de zaagketting niet doorhangt, en draai de bevestigingsmoeren vast om de afdekking van het kettingwiel vast te zetten.

Verzeker u ervan dat de zaagketting strak langs de onderrand van het zaagblad loopt.

▶ Fig.21: 1. Bevestigingsmoeren

BEDIENING

Smering

ALET OP: Bedien de kettingzaag niet wanneer de olietank leeg is. Vul tijdig olie bij voordat de olietank leeg is.
LET OP: Voorkom dat de olie op uw huid of in uw ogen komt. Olie in het oog veroorzaakt irritatie. In het geval de olie in het oog komt, moet u het betreffende oog onmiddellijk spoelen met schoon water en direct een huisarts raadplegen.
ALET OP: Gebruik nooit afgewerkte olie. Afgewerkte olie bevat kankerverwekkende bestanddelen. De verontreinigingen in afgewerkte olie veroorzaken een versnelde slijtage van de oliepomp, het zaagblad en de zaagketting. Afgewerkte olie is schadelijk voor het milieu.

KENNISGEVING: Als de kettingzaag voor het eerst wordt gebruikt, kan het maximaal twee minuten duren voordat de zaagkettingolie het zaagmechanisme begint te smeren. Laat gedurende deze tijd de zaagketting onbelast draaien.

KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie-toevoer gehinderd worden.

KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie.

KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is verontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie.

KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schadelijk zijn voor bomen.

KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid.

De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoeveel olie er nog in de olietank zit door het oliepeilglas.

▶ Fig.22: 1. Olietankdop 2. Oliepeilglas

Om olie bij te vullen, voert u de volgende stappen uit:

  1. Reinig het gebied rondom de olietankdop zorgvuldig om te voorkomen dat vuil in de olietank kan komen.
  2. Leg de kettingzaag op zijn zijkant.
  3. Duw op de knop van de olietankdop zodat de knop aan de ander kant omhoog gaat staan, en verwijder de olietankdop door deze te draaien.

▶ Fig.23: 1. Olietankdop 2. Vastdraaien 3. Losdraaien

  1. Vul olie bij in de olietank. De correcte hoeveelheid olie is 260 cm ^3 .
  2. Draai de olietankdop stevig terug op zijn plaats.
  3. Veeg eventueel gemorste zaagkettingolie zorgvul-dig af.

OPMERKING: Als het moeilijk is om de olietankdop te verwijderen, steekt u het uiteinde van de pijpsleutel in de gleuf van de olietankdop en verwijdert u de olietankdop door hem linksom te draaien.

▶ Fig.24: 1. Gleuf 2. Pijpsleutel

Houd na het bijvullen de kettingzaag uit de buurt van de boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is.

▶ Fig.25

Werken met de kettingzaag

⚠ LET OP: Als minimale voorbereiding dient een beginnende gebruiker eerst te oefenen door stammen te zagen op een schraag of bok.
▲LET OP: Bij het zagen van losse stukken hout dient u een veilige steun te gebruiken (een schraag of zaagbok). Zet niet uw voet op het werkstuk om dat tegen te houden en vraag ook nooit iemand anders om het vast te houden.
▲LET OP: Zet ronde stukken zo vast dat ze niet kunnen gaan draaien.
A LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait.
⚠ LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait.
⚠ LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt.
▲LET OP: Wees erg voorzichtig wanneer u de bovenrand van het zaagblad gebruikt om te zagen aangezien de kettingzaag in uw richting geduwd kan worden in het geval de zaagketting vastloopt.
LET OP: Bedek de ventilatieopeningen niet met uw handen tijdens het zagen. Als u dit doet kunnen tijdens de zaagwerkzaamheden oververhitting, brand en elektrische gevaren ontstaan.

KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereedschap en laat het niet vallen.

KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomopeningen van het gereedschap niet af.

KENNISGEVING: Als u meerdere zaagsneden maakt, schakelt u de kettingzaag uit tussen de zaagsneden.

Plaats de onderhoek van de getande kam tegen de tak die u gaat afzagen voordat u de kettingzaag inschakelt. Anders kan het zaagblad gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaag het hout door de kettingzaag met behulp van zijn eigen gewicht omlaag te bewegen.

▶ Fig.26

Als u niet in één keer door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op de handgreep en ga door met zagen, en trek de kettingzaag een stukje terug. Zet de getande kam vervolgens een stukje lager tegen het hout en zaag de rest van de snede door de achterhandgreep omhoog te brengen.

▶ Fig.27

Een boom omzagen

⚠ LET OP: Omzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Het werk is gevaarlijk.

Wanneer twee of meer personen tegelijkertijd werkzaamheden met doorzagen/afkorten of omzagen uitvoeren, moeten de werkzaamheden met omzagen worden uitgevoerd op een afstand tot de werkzaamheden

met doorzagen/afkorten van minstens twee keer de hoogte van de boom die wordt omgezaagd. Bomen mogen niet worden omgezaagd op een manier die gevaar oplevert voor enige persoon, enige nutsleiding beschadigt of enige schade aan eigendommen toebrengt. Als de boom enige nutsleiding raakt, dient het nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht.

De gebruiker van de kettingzaag dient heuvelopwaarts ten opzichte van de boom te blijven aangezien de boom na het omzagen waarschijnlijk heuvelafwaarts rolt of glijdt.

U dient een vluchtroute te plannen en eventueel vrij te maken voordat u met het zagen begint. De vluchtroute moet diagonaal naar achteren lopen weg van de vallijn, zoals aangegeven.

▶ Fig.28: 1. Valrichting 2. Gevarenzone 3. Vluchtroute

Voordat u begint met omzagen, houdt u rekening met eventueel overhellen van de boom, de positie van grotere takken en de windrichting om te bepalen naar welke kant de boom zal vallen.

Verwijder grond, stenen, loszittende bast, spijkers, krammen en draad vanaf de boom.

Valkerf en velsnede zagen

ALET OP: Onder geen beding mag de breuklijst worden doorgezaagd. De boom kan onverwacht vallen.

KENNISGEVING: Gebruik kunststof of aluminium spieën om de velsnede open te houden. Gebruik geen ijzeren spieën.

▶ Fig.29: 1. 50 mm 2. Velsnede 3. Breuklijst 4. Valkerf 5. Valrichting

De valkerf moet 1/3 van de boomdiameter diep zijn en haaks op de valrichting staan, zoals afgebeeld. Zaag eerst de onderste, horizontale snede van de valkerf. Dit helpt te voorkomen dat de zaagketting of het zaagblad wordt vastgeklemd tijdens het zagen van de schuine snede van de valkerf.

Zaag de velsnede minstens 50 mm hoger dan de onderste, horizontale snede van de valkerf. Zorg ervoor dat de velsnede parallel wordt gezaagd aan de horizontale snede van de valkerf. Zaag de velsnede zodanig dat voldoende hout overblijft om als breuklijst te fungeren. De breuklijst zorgt ervoor dat de boom tijdens het vallen niet verdraait en in de verkeerde richting valt. Zaag de breuklijst niet door.

Wanneer de velsnede dicht bij de breuklijst komt, zal de boom langzaam beginnen te vallen. Als er enige kans is dat de boom niet in de gewenste richting valt of achterover helt en de zaagketting vastklemt, stopt u met zagen voordat de velsnede voltooid is en gebruikt u spieën van hout, kunststof of aluminium om de velsnede open te houden en de boom in de gewenste richting te laten vallen.

Wanneer de boom begint te vallen, haalt u de kettingzaag uit de velsnede, zet u de motor uit, zet u de kettingzaag op de grond en loopt u weg langs de geplande vluchtroute. Wees bedacht op vallende takken van bovenaf en let goed op waar u uw voeten neerzet.

Takken van een boom snoeien

LET OP: Takken afzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Door het risico van terugslag kan een gevaarlijke situatie ontstaan.

Snoeien is het verwijderen van takken nadat een boom is gevallen. Laat tijdens het snoeien grotere takken aan de onderkant zitten zodat deze de stam van de grond af houden. Verwijder de kleine takken met één snede, zoals afgebeeld. Takken die onder spanning staan, dienen vanaf de onderkant omhoog te worden gezaagd om te voorkomen dat de kettingzaag wordt vastgeklemd.

▶ Fig.30: 1. Takken snoeien

Een stam doorzagen/afkorten

Doorzagen/afkorten is een stam in stukken zagen. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat u stevig staat en uw gewicht gelijkmatig is verdeeld over beide voeten. Zo mogelijk moet de stam boven de grond worden ondersteund door takken, stammen of blokken. Volg e eenvoudige aanwijzingen voor gemakkelijk zagen.

Wanneer de stam over zijn hele lengte wordt ondersteund zoals afgebeeld, wordt deze vanaf de bovenkant doorgezaagd.

▶ Fig.31

Wanneer de stam aan één uiteinde wordt ondersteund, zoals afgebeeld, zaagt u vanaf de onderkant tot 1/3 van de diameter van de stam. Zaag vervolgens vanaf de bovenkant de rest van de stam door tot aan de eerst snede.

▶ Fig.32: 1. Eerste snede 2. Tweede snede

Wanneer de stam aan beide uiteinde wordt ondersteund, zoals afgebeeld, zaagt u vanaf de bovenkant tot 1/3 van de diameter van de stam. Zaag vervolgens vanaf de onderkant 2/3 van de stam door tot aan de eerst snede.

▶ Fig.33: 1. Eerste snede 2. Tweede snede

Ga bij het doorzagen/afkorten op een helling altijd hellingopwaarts staan van de stam, zoals afgebeeld. Bij doorzagen vermindert u, voor een goede controle, de zaagdruk vlak voor het einde van de snede, zonder dat u uw grip op de handgrepen van de kettingzaag ontpant. Voorkom dat de zaagketting de grond raakt. Nadat de snede voltooid is, wacht u tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u de kettingzaag verwijdert. Zet de moor altijd uit voordat u van de ene boom naar de andere loopt.

▶ Fig.34

In de richting van de houtnerf zagen

▲LET OP: In de richting van de houtnerf zagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Het risico van terugslag vormt een kans op letsel.

Bij zagen in de richting van de houtnerf houdt u het zaagblad onder een zo klein mogelijke hoek.

▶ Fig.35

Het gereedschap dragen

Alvorens het gereedschap te dragen, trekt u altijd de kettingrem aan en haalt u de accu van het gereedschap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu.

▶ Fig.36: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel

ONDERHOUD

ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.

ALET OP: Draag bij inspectie- of onderhoudswerkzaamheden altijd handschoenen.

KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.

De zaagketting slijpen

Slijp de zaagketting als:

  • Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het zagen van vochtig hout;
  • De zaagketting moeizaam in het hout binnendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
  • De zaagsnijrand duidelijk beschadigd is;
  • De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. (veroorzaakt door een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant)

Slijp de zaagketting veelvuldig, maar iedere keer slechts weinig. Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans voldoende voor regelmatig bijslijpen. Als de zaagketting meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer slijpen door een in ons erkende servicecentrum.

Criteria bij het slijpen:

⚠ WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler vergroot de kans op terugslag.

▶ Fig.37: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler 3. Minimumlengte van het mes (3 mm)
— Alle messen moeten gelijk van lengte zijn. Door een verschillende lengten van messen kan de zaagketting niet gelijkmatig lopen en kan de zaagketting breken.
— Slijp de zaagketting niet verder als de lengte van de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe.

— De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler (ronde neus).
— De beste zaagresultaten verkrijgt u met de volgende afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler.
• Kettingmes 95TXL: 0,64 mm
• Kettingmes 22BPX: 0,64 mm

▶ Fig.38

— De slijphoek van 30° moet voor alle messen gelijk zijn. Bij verschillende slijphoeken zal de zaagketting ruw en ongelijkmatig lopen, de slijtage toenemen en de zaagketting kunnen breken.
— Gebruik een geschikte ronde vijl tegen de tanden zodat een correcte slijphoek behouden blijft.

• Kettingmes 95TXL: 70°

• Kettingmes 22BPX: 70°

Vijl en vijlbeweging

— Gebruik een speciale ronde zaagkettingvijl (optioneel accessoire) voor het slijpen van de ketting. Een gewone ronde vijl is niet geschikt.
— De doorsnede van de ronde vijl voor elke zaagketting is als volgt:
• Kettingmes 95TXL: 4,8 mm
• Kettingmes 22BPX: 4,8 mm
— De vijl mag het mes alleen in voorwaartse richting raken. Haal de vijl van het mes voor de terug-waartse beweging.
— Slijp eerst het kortste mes. De lengte van dit mes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting.
— Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding.

— De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een vijlhouder (optioneel accessoire) wordt gebruikt. Op de vijlhouder staan merktekens voor de juiste slijphoek van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter).

▶ Fig.40: 1. Vijlhouder

— Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire).

▶ Fig.41

— Verwijder eventueel uitstekend materiaal, ongeacht hoe klein, met een speciale vlakke vijl (optioneel accessoire).

— Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond.

Het zaagblad schoonmaken

Spaanders, zaagsel en verbruikte olie hoopt zich op rond de onderdelen van het zaagblad. Deze kunnen de kettingoliegaten en de groef van het zaagblad verstoppen en zo verhinderen dat de olie naar de zaagketting stroomt. Verwijder de spaanders, het zaagsel en de verbruikte olie elke keer wanneer u de zaagketting slijpt of vervangt.

Maak de kettingoliegaten regelmatig schoon om te voorkomen dat deze verstopt raken. Zorg ervoor dat de kettingoliegaten altijd open zijn.

▶ Fig.42: 1. Kettingoliegat

Maak de groef van het zaagblad schoon met behulp van een puntig handgereedschap of iets dergelijks om onderin de groef te komen en verwijder al het vuil. Met een schone groef van het zaagblad kan de olie gemakkelijk langs het zaagblad stromen.

▶ Fig.43

Inspecteer zorgvuldig of het kettingwiel in de zaagblad-kop soepel draait. Zo niet, verwijder al het zaagsel en vuil dat soepel draaien van de zaagbladkop met ketting-wiel voorkomt.

▶ Fig.44: 1. Zaagbladkop met kettingwiel

De afdekking van het kettingwiel schoonmaken

Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdekking van het kettingwiel ophopen. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap, en verwijder vervolgens de spaanders en het zaagsel.

▶ Fig.45

De olie-uitstroomopening schoonmaken

Kleine vuil- of stofdeeltjes kunnen zich tijdens gebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stofdeeltjes kunnen het uitstromen van de olie belemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettingolie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.

  1. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap.
  2. Verwijder de kleine vuil- of stofdeeltjes met een platkopschroevendraaier of iets dergelijks.

▶ Fig.46: 1. Platkopschroevendraaier

  1. Olie-uitstroomopening

  2. Plaats de accu in het gereedschap. Knijp de trekkerschakelaar in om opgehoopte vuil- en stofdeeltjes uit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.

  3. Verwijder de accu van het gereedschap. Monteer de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap.

De ventilatieopeningen reinigen

Houd de ventilatieopening schoon voor een soepelere luchtcirculatie en betere prestaties van het gereedschap.

Wanneer de stofbeschermkap verstopt begint te raken met spaanders en zaagsel, verwijdert u de stofbeschermkap vanaf de luchtinlaatopening en maakt u hen schoon.

  1. Til de achterrand van de stofbeschermkap omhoog.
  2. Schuif de stofbeschermkap van de luchtinlaatopening af.

▶ Fig.47: 1. Stofbeschermkap 2. Luchtinlaatopening

  1. Verwijder het stof vanaf de stofbeschermkap.
    ▶ Fig.48

Na het schoonmaken, plaatst u de stofbeschermkap terug op het gereedschap.

  1. Steek de 2 uitsteeksels op de voorrand van de stofbeschermkap in de uitsparingen van de luchtinlaatopening.
  2. Duw de stofbeschermkap terug op zijn plaats.

▶ Fig.49: 1. Uitsteeksels

Het kettingwiel vervangen

▲LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen.

Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert.

▶ Fig.50: 1. Kettingwiel 2. Plaatsen die slijten
Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een nieuwe borgring.
▶ Fig.51: 1. Borgring 2. Kettingwiel

KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het kettingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding.

Het gereedschap opbergen

  1. Maak het gereedschap schoon voordat u het opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf en verwijder alle spaanders en zaagsel vanaf het gereedschap.
  2. Laat na het schoonmaken het gereedschap onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.
  3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.
  4. Maak de olietank leeg.

Instructies voor periodiek onderhoud

Om zeker te zijn van een lange levensduur, om schade te voorkomen en om zeker te zijn van de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaanwijzing. Dergelijke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door ons erkende servicecentrum.

Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruikElke dag Elke week Elke 3maandenJaarlijks Vóór opbergen
Kettingzaag Inspecteren.----
Schoonmaken.----
Laten contro-leren door een erkend ser-vicecentrum.----
Zaagketting Inspecteren. ----
Slijpen indien nodig.----
Zaagblad Inspecteren. ----
Verwijderen van de kettingzaag.----
Kettingrem Controleren van de werking.----
Regelmatig laten inspec-teren bij een erkend ser-vicecentrum.---
KettingsmeringControleren van de olietoe-voersnelheid.----
Trekkerscha-kelaarInspecteren.----
Uit-vergren-delknopInspecteren.----
Olietankdop Controleren op vastzitten.----
KettingvangerInspecteren.-----
Bouten en moerenInspecteren.-----
Stofbe-schermkapSchoonmaken.----

PROBLEMEN OPLOSSEN

Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demonteren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen.

Symptoom of storing Oorzaak Handeling
De kettingzaag start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu.
Probleem met de accu (onvoldoende spanning).
De hoofdschakelaar staat uit. De kettingzaag wordt automatisch uit-geschakeld wanneer deze gedurende 5 minuten niet wordt bediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in.
De zaagketting draait niet. De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los.
De motor stopt met draaien na kort gebruik en het acculampje brandt rood.De lading van de accu is bijna op. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe.
Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank.
De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon.
Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toe gevoerde olie af met behulp van de stelschroef voor de olietoevoer.
Het maximumtoerental van de kettingzaag wordt niet bereikt.De accu is verkeerd aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding.
De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe.
Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren.
Het kettingremlampje knippert rood.De kettingrem is aangetrokken.Zet de kettingrem los.
Het waarschuwingslampje knippert rood.De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is.Laat de trekkerschakelaar los. Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Knijp daarna de trekkerschakelaar weer in.
Het acculampje knippert rood.De acculading is bijna op.Laad de accu op of vervang hem door een opgeladen accu.
De zaagketting stopt niet wanneer de kettingrem wordt aangetrokken:Schakel onmiddellijk het gereedschap uit!De remband is versleten. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren.
Abnormale trillingen:Schakel onmiddellijk het gereedschap uit!Losgeraakt zaagblad of zaagketting.Stel het zaagblad en de kettingspanning af.
Het gereedschap is defect.Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren.
De zaagketting kan niet worden aangebracht.De combinatie van zaagketting en ketting-wiel is niet juist.Gebruik de juiste combinatie van zaagket-ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen.

ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.

Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Zaagketting
  • Zaagblad
    • Zaagbladschede
  • Kettingwiel
    • Vijl
  • Kettingolie

- Originele Makita-accu en -acculader

⚠ WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaagbladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken.

OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.

ESPECIFICACIONES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : UC030G

Categorie : Zaag