DUC305 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC305 MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DUC305 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC305 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC305 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DUC305 MAKITA
| Model: DUC305 DUC355 DUC405 | ||||
| Totale lengte (zonder zaagblad) 443 mm | ||||
| Nominale spanning 36 V gelijkspanning | ||||
| Nettogewicht *1 3,3 kg | ||||
| *2 4,6 - 5,5 kg | ||||
| Standaard zaagbladlengte 300 mm 350 mm 400 mm | ||||
| Aanbevolen zaagbladlengte 300 - 400 mm | ||||
| Toepasselijk type zaagketting(raadpleeg de onderstaande tabel) | 90PX / 91PX / M41 / M43 | |||
| Kettingsnelheid 0 - 20 m/s | (0 - 1.200 m/min) | |||
| Volume kettingolietank 200 cm | ^3 | |||
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
*1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(s).
*2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu('s).
Zaagketting en zaagblad
| Type zaagketting | 90PX / M41 | |||
| Aantal kettingschakels | 46 | 52 | 56 | |
| Zaagblad | Lengte zaagblad | 300 mm | 350 mm | 400 mm |
| Zaaglengte | 275 mm | 330 mm | 370 mm | |
| Steek 3/8" | ||||
| Maat | 1,1 mm | |||
| Type | Tandwielzaagblad | |||
| Type zaagketting | 91PX / M43 | |||
| Aantal kettingschakels | 46 | 52 | 56 | |
| Zaagblad | Lengte zaagblad | 300 mm | 350 mm | 400 mm |
| Zaaglengte | 275 mm | 330 mm | 370 mm | |
| Steek 3/8" | ||||
| Maat | 1,3 mm | |||
| Type | Tandwielzaagblad | |||

WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad en zaagketting. Anders loopt u de kans op amelijk letsel.
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B |
| Lader | DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik eenige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Aanbevolen bekabelde voedingsbron
| Accuadapter BAP182 | |
| Bekabelde accu BL36120A | |
| Draagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200 / PDC1500 |
- De hierboven vermelde bekabelde voedingsbron(nen) is/zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.
- Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.












Ni-MH Li-ion
Alleen voor EU-landen
Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.
Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.
Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.

Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.

Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië
Gebruiksdoeleinden
Deze kettingzaag is bedoeld voor het zagen van hout.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-4-1:
Model DUC305
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 92 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 100 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC355
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 92 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 100 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC405
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 92 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 100 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-1:
Model DUC305
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie ( a_h,w ): 5,3 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s ^2
Model DUC355
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (a _h,w ): 5,3 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
Model DUC405
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie ( a_h,w ): 5,3 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in
Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accukettingzaag
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.
- Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand aan de achterhandgreep en uw linkerhand aan de voorhandgreep. Houd de kettingzaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat dan de kans op lichamelijk letsel groter is.
- Houd de kettingzaag alleen vast aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-ge-isoleerde metalen delen van de kettingzaag onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Draag oogbescherming. Verdere beschermingsmiddelen voor oren, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermingsmiddelen verkleinen de kans op persoonlijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of onbedoelde aanraking van de zaagketting.
- Bedien de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, op het dak of enige instabiele ondergrond. Als de kettingzaag op deze manier wordt bediend, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Zorg altijd voor een stevige stand en bedien de
kettingzaag alleen terwijl u op een vaste, sta- biele en horizontale ondergrond staat. Op een gladde of instabiele ondergrond kunt u uw even- wicht of de controle over de kettingzaag verliezen.
- Bij het afzagen van een tak die onder spanning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneer de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.
- Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van struiken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.
- Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de zaagbladschede om het zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling van de kettingzaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.
- Volg de instructies voor het smeren, ketting spannen en verwisselen van het zaagblad en de zaagketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.
- Zaag uitsluitend hout. Gebruik de kettingzaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
- Probeer niet een boom te vellen voordat u een goed begrip hebt van de risico's en hoe u deze kunt vermijden. Bij het vellen van een boom kan ernstig letsel worden toegebracht aan de operator en/of omstanders.
- Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker hieraan kan doen:
Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstig lichamelijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk van alleen de veiligheidsvoorzieningen die in uw kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder ongelukken of letsel verlopen.
Terugslag is het gevolg van misbruik van de kettingzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:
- Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de kettingzaag, en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Laat de kettingzaag nooit los.
▶ Fig.1
- Reik niet te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
-
Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Het verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.
-
Houd u aan alle instructies bij het verwijderen van vastgelopen materiaal, opbergen of onderhouden van de kettingzaag. Verzeker u ervan dat de schakelaar uit staat en de accu is verwijderd. Onverwachte inschakeling van de kettingzaag tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of uitvoeren van onderhoud, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
-
Alvorens met het werk te beginnen, controleert u of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de veiligheidsregels. Controleer met name of:
-
De kettingrem goed werkt;
- De uitlooprem goed werkt;
- Het zaagblad en de afdekking van het kettingwiel goed zijn gemonteerd;
-
De ketting is geslepen en gespannen overeenkomstig de regels.
-
Start de kettingzaag niet terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordt gestart terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden weggeworpen, waardoor lichamelijk letsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt.
- Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water binnendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.
- Werp de accu('s) niet in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.
- Open of vervorm de accu('s) niet. Het elektrolyt
is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.
- Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats.
Persoonlijke-beschermingsmiddelen
- Kleding moet nauwsluitend zijn, maar de bewegelijkheid niet belemmeren.
-
Draag de volgende beschermende kleding tijdens het werk:
-
een goedgekeurde veiligheidshelm, als er gevaar bestaat voor vallende takken en dergelijke;
- een gezichtsmasker of veiligheidsbril;
- geschikte gehoorbescherming (oorschelpen, of aangepaste of kneedbare oordoppen). octaafbandanalyse is op verzoek beschikbaar;
- stevige, lederen veiligheidshandschoenen;
- een lange broek gemaakt van een sterke stof;
- een veiligheidsoverall van snijbestendige stof;
- veiligheidsschoenen of -laarzen met antislip-zolen, stalen neus en snijbestendige, stoffen voering;
- een mondmasker, indien tijdens het werk stof wordt geproduceerd (bijvoorbeeld bij het zagen van droog hout).
BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko- men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
- Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
- Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan- neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
- Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
- Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brandwonden of persoonlijk letsel kunnen
ontstaan.
-
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
-
Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
ALET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale
levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
▶ Fig.2
| 1 Accu 2 Beschermkap van de | voorhandgreep | 3 Zaagblad | ||
| 4 | Zaagketting | 5 | Bevestigingsmoer | 6 Stelschroef voor de zaagketting |
| 7 | Controleknop | 8 | Ladingindicator | 9 Bedrijfslampje |
| 10 Hoofdschakelaar 11 Uit-vergrendelknop | 12 Achterhandgreep | |||
| 13 Trekkerschakelaar 14 Voorhandgreep | 15 Olietankdop | |||
| 16 | Pijpsleutel | 17 | Kettingvanger | 18 Stelschroef (voor oliepomp) |
| 19 | Zaagbladschede | - | - | - |
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
ALET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
▶ Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
⚠ LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
OPMERKING: Het gereedschap werkt niet met slechts één accu.
OPMERKING: Let op de plaatsing van uw vingers bij het aanbrengen van de accu. De knop kan onbedoeld worden ingedrukt.
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem kan automatisch de stroomtoevoer naar de motor afsluiten om de
levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap zal tijdens gebruik automatisch stoppen wanneer het gereedschap of de accu zich in een van de volgende omstandigheden bevindt: Onder bepaalde omstandigheden gaan de indicatorlampjes branden.
Overbelastingsbeveiliging
Als het gereedschap wordt gebruikt op een manier die een abnormaal hoge stroomsterkte vergt, zal het gereedschap automatisch stoppen en het bedrijfs-lampje gaan knipperen. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om verder te gaan.
Oververhittingsbeveiliging
Als het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert het ladingindicatorlampje zoals aangegeven. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
| Status van de ladingindicator Toestand | |||
| [sevel]Aan Uit | [sevel] | [sevel]Knippert | |
![]() | Oververhit. | ||
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading laag is, stopt het gereedschap automatisch. Als het gereedschap niet werkt, ook niet wanneer de schakelaars worden bediend, verwijdert u de accu's vanaf het gereedschap en laadt u de accu's op.
De resterende acculading controleren
▶ Fig.4: 1. Testknop 2. Ladingindicator
De resterende acculading wordt aangegeven zo lang u de controleknop ingedrukt houdt. De ladingindicators horen bij elke accu.
| Status van de ladingindicator Resterende | acculading | ||
| Aan Uit | Knippert | ||
![]() | 50% tot 100% | ||
![]() | 20% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 20% | ||
![]() | Laad de accu op. | ||
De resterende acculading controleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
▶ Fig.5: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
![]() | / | ||
| Brandt Uit Knippert | |||
![]() | 75% tot 100% | ||
![]() | 50% tot 75% | ||
![]() | 25% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 25% | ||
![]() | Laad de accu op. | ||
![]() | / | Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | |
![]() | |||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicatorlampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
Hoofdschakelaar
⚠ WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdschakelaar uit indien niet in gebruik.
Om de kettingzaag standby te zetten, drukt u op de hoofdschakelaar totdat het bedrijfslampje aan gaat. Om uit te schakelen, drukt u opnieuw op de hoofdschakelaar.
▶ Fig.6: 1. Hoofdschakelaar
OPMERKING: Het bedrijfslampje knippert als de trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. Het lampje knippert als u:
- de hoofdschakelaar inschakelt terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt;
- de trekkerschakelaar inknijpt terwijl de kettingrem is aangetrokken;
- de kettingrem los zet terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt.
OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerschakelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
De trekkerschakelaar gebruiken
⚠ WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren-delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke reparatie ZONDER het verder te gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken.
⚠LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".
KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan.
Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren-delknop ingedrukt en knijpt u de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inklijpt, hoe hoger het toerental van het gereedschap. Laat de trekker-schakelaar los om te stoppen.
▶ Fig.7: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop
De kettingrem controleren
ALET OP: Houd de kettingzaag met beide handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast en de voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp raken.
ALET OP: Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt wanneer deze controle wordt uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen beding worden gebruikt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum.
-
Druk eerst de uit-vergrendelknop in en knijp daarna de trekkerschakelaar in. De zaagketting begint onmiddellijk te draaien.
-
Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar voren met de rug van uw hand. Verzeker u ervan dat de zaagketting onmiddellijk tot stilstand komt.
▶ Fig.8: 1. Beschermkap van de voorhandgreep 2. Vrij gezette stand 3. Vergrendelde stand
De uitlooprem controleren
LET OP: Als de zaagketting bij deze controle niet binnen één seconde tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van de kettingzaag en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum.
Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekkerschakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen één seconde tot stilstand komen.
De kettingsmering afstellen
U kunt de toevoersnelheid van de oliepomp afstellen met behulp van de stelschroef. De hoeveelheid olie kan worden afgesteld met behulp van een universele sleutel.
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
ALET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert.
De zaagketting aanbrengen of verwijderen
LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert.
Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:
- Let op de juiste richting van de zaagketting. Het pijlteken op de ketting geeft de juiste richting aan.
- Leg de ene kant van de zaagketting over de bovenkant van het zaagblad en de andere kant rond het kettingwiel.
▶ Fig.10: 1. Kettingwiel
-
Leg het zaagblad op zijn plaats op de kettingzaag.
-
Plaats de afdekking van het kettingwiel op de kettingzaag zodat de stelpen in het kleine gat in het zaagblad valt.
▶ Fig.11: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Zaagblad 3. Gat 4. Stelpen
- Draai de bevestigingsmoeren vast om de afdekking van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna iets los om de spanning te kunnen afstellen.
(Zie de tekst onder "De kettingspanning afstellen" voor de procedure.)
▶ Fig.12: 1. Bevestigingsmoer
Om de zaagketting te verwijderen, gaat u als volgt te
werk:
- Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
- Draai de stelschroef voor de zaagketting los en draai daarna de bevestigingsmoeren los.
▶ Fig.13: 1. Stelschroef voor de zaagketting
-
Bevestigingsmoer 3. Afdekking van het kettingwiel
-
Verwijder de afdekking van het kettingwiel en verwijder daarna de zaagketting en het zaagblad vanaf de kettingzaag.
De kettingspanning afstellen
ALET OP: Voer de procedure voor het aanbrengen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke.
⚠LET OP: Span de zaagketting niet te strak. Bij een buitensporig hoge spanning op de zaagketting kan de zaagketting breken en het zaagblad slijten.
ALET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken.
De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
- Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
- Draai de bevestigingsmoeren iets los om de afdekking van het kettingwiel iets los te maken.
▶ Fig.14: 1. Bevestigingsmoer
- Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting rechtsom om de zaagketting strakker te zetten en linksom om hem losser te zetten.
Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld.
▶ Fig.15: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting
- Houd het zaagblad licht vast en draai de bevestigingsmoeren vast om de afdekking van het kettingwiel vast te zetten.
▶ Fig.16: 1. Bevestigingsmoer
Verzeker u ervan dat de zaagketting niet los hangt langs de onderrand van het zaagblad, maar strak langs de onderrand loopt.
BEDIENING
Smering
A LET OP: Bedien de kettingzaag niet wanneer de olietank leeg is. Vul tijdig olie bij voordat de olietank leeg is.
LET OP: Voorkom dat de olie op uw huid of in uw ogen komt. Olie in het oog veroorzaakt irritatie. In het geval de olie in het oog komt, moet u het betreffende oog onmiddellijk spoelen met schoon water en direct een huisarts raadplegen.
ALET OP: Gebruik nooit afgewerkte olie. Afvalolie bevat kankerverwekkende bestanddelen. De verontreinigingen in afgewerkte olie veroorzaken een versnelde slijtage van de oliepomp, het zaagblad en de zaagketting. Afgewerkte olie is schadelijk voor het milieu.
De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoeveel olie er nog in de olietank zit.
Om olie bij te vullen, voert u de volgende stappen uit:
- Reinig het gebied rondom de olietankdop zorg-vuldig om te voorkomen dat vuil in de olietank kan komen.
- Leg de kettingzaag op zijn zijkant en verwijder de olietankdop.
- Vul olie bij in de olietank. De correcte hoeveelheid olie is 200 ml.
- Draai de olietankdop stevig terug op zijn plaats.
- Veeg eventueel gemorste zaagkettingolie zorgvuldig af.
▶ Fig.17: 1. Olietankdop 2. Olietank (doorzichtig)
Houd na het bijvullen de kettingzaag uit de buurt van de boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is.
▶ Fig.18
KENNISGEVING: Als de kettingzaag voor het eerst wordt gebruikt, kan het maximaal twee minuten duren voordat de zaagkettingolie het zaagmechanisme begint te smeren. Laat gedurende deze tijd de zaagketting onbelast draaien.
KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie-toevoer gehinderd worden.
KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is verontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie.
KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schadelijk zijn voor bomen.
KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid.
WERKEN MET DE KETTINGZAAG
ALET OP: Als minimale voorbereiding dient een beginnende gebruiker eerst te oefenen door stammen te zagen op een schraag of bok.
▲LET OP: Bij het zagen van losse stukken hout dient u een veilige steun te gebruiken (een schraag of zaagbok). Zet niet uw voet op het werkstuk om dat tegen te houden en vraag ook nooit iemand anders om het vast te houden.
⚠LET OP: Zet ronde stukken zo vast dat ze niet kunnen gaan draaien.
⚠LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait.
▲LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait.
⚠LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt.
KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereedschap en laat het niet vallen.
KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomopeningen van het gereedschap niet af.
Plaats de onderrand van de kettingzaag tegen de af te zagen tak voordat u hem inschakelt. Anders kan het zaagblad gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaag het hout door de kettingzaag met behulp van zijn eigen gewicht omlaag te bewegen.
▶ Fig.19
Als u niet in één keer door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op de handgreep en ga door met zagen, en trek de kettingzaag een stukje terug. Zet de getande kam vervolgens een stukje lager tegen het hout en zaag de rest van de snede door de handgreep
omhoog te brengen.
▶ Fig.20
Afzagen
- Plaats de onderrand van de kettingzaag tegen het te zagen hout.
▶ Fig.21 - Zaag met draaiende zaagketting in het hout en gebruik de achterhandgreep om de kettingzaag omhoog te brengen terwijl u met de voorhandgreep het zagen begeleidt. Gebruik de getande kam als scharnierpunt.
- Vervolg de zaagsnede door licht op de voorhandgreep te drukken en de kettingzaag een stukje terug te trekken. Plaats de getande kam lager tegen het hout en til de voorhandgreep weer op.
KENNISGEVING: Als u meerdere zaagsneden maakt, schakelt u de kettingzaag uit tussen de zaagsneden.
A LET OP: Als de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad wordt gebruikt om te zagen, kan de kettingzaag in uw richting worden bewogen als de ketting klem komt te zitten. Om deze reden moet u met de onderrand van het zaagblad zagen zodat de kettingzaag van uw lichaam af wordt bewogen.
▶ Fig.22
Als het hout onder spanning staat, zaagt u eerst de kant met de drukkracht (A). Maak de eindzaagsnede aan de kant met de trekkracht (B). Hiermee voorkomt u dat het zaagblad bekneld raakt.
▶ Fig.23
Takken afzagen
LET OP: Takken afzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Door het risico van terugslag kan een gevaarlijke situatie ontstaan.
Steun bij het afzagen van takken de kettingzaag zo mogelijk af op de boomstam. Zaag niet met de punt van het zaagblad omdat hierdoor de kans op terugslag ontstaat.
Let met name goed op bij takken die onder spanning staan. Zaag geen takken vanaf de onderkant als deze niet worden ondersteund.
Ga bij het afzagen van takken niet bovenop de omgezaagde boomstam staan.
Inzagen en in de richting van de houtnerf zagen
⚠ LET OP: Inzagen en in de richting van de houtnerf zagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door personen met speciale training. Het risico van terugslag vormt een kans op letsel.
Bij zagen in de richting van de houtnerf houdt u het zaagblad onder een zo klein mogelijke hoek. Voer het zagen extra voorzichtig uit, want de getande kam kan niet worden gebruikt.
Omzagen
ALET OP: Omzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Het werk is gevaarlijk.
Houd u aan de plaatselijke regelgeving als u een boom wilt omzagen.
▶ Fig.25: 1. Werkgebied bij omzagen
— Voordat u met het omzagen begint, controleert u de volgende punten:
- Uitsluitend de personen die betrokken zijn bij het omzagen mogen zich in de buurt bevinden.
- ledere betrokken persoon moet een ongehinderde vluchtroute hebben door een gebied van ongeveer 45° aan weerskanten van de vallijn. Let op het risico van struikelen over elektrische snoeren.
- De voet van de stam moet vrij zijn van vreemde voorwerpen, wortels en takken.
- Binnen een afstand van 2 1/2 keer de lengte van de boom mogen zich geen personen of voorwerpen bevinden in de richting waarin de boom zal vallen.
— Let voor elke boom op de volgende punten:
- Losse of droge takken;
• Hoogte van de boom; - Natuurlijke overhang;
- Of de boom verrot is of niet.
- De richting waarin de boom overhelt;
— Houd rekening met de windsnelheid en -richting. Zaag geen bomen om als er sterke windstoten zijn.
— Afkorten van worteluitwassen: Begin met de grootste uitwassen. Maak eerst de verticale zaagsnede en daarna de horizontale zaagsnede.
— Ga aan de zijkant van de vallende boom staan. Houd aan de achterkant van de vallende boom een gebied vrij met een hoek van 45° aan weerskanten van de vallijn (zie de afbeelding "werkgebied bij omzagen"). Let goed op vallende takken.
— U dient een vluchtroute te plannen en eventueel vrij te maken voordat u met het zagen begint. De vluchtroute moet diagonaal naar achteren lopen weg van de vallijn, zoals aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.26: 1. Valrichting 2. Gevarenzone 3. Vluchtroute
Volg bij het omzagen van bomen de onderstaande procedure:
- Maak een inkeping zo dicht mogelijk bij de grond. Maak eerst de horizontale zaagsnede tot een diepte van 1/5 tot 1/3 van de stamdiameter. Maak de inkeping niet te groot. Maak vervolgens de diagonale zaagsnede.
▶ Fig.27
OPMERKING: De inkeping bepaalt de richting waarin de boom valt en begeleidt de val. De inkeping wordt gemaakt aan de kant waarheen de boom moet vallen.
- Maak de zaagsnede aan de achterkant iets hoger dan de horizontale zaagsnede van de inkeping. De zaagsnede aan de achterkant moet precies horizontaal zijn. Laat ongeveer 1/10 van de stamdiameter over tussen de zaagsnede aan de achterkant en de inkeping. De houtvezels in het niet-doorgezaagde deel van de stam werken als een scharnier. Plaats op tijd wiggen in de zaagsnede aan de achterkant.
▶ Fig.28
⚠ WAARSCHUWING: Zaag onder geen beding de volledige diameter van de stam door. De boom zal dan ongecontroleerd vallen.
KENNISGEVING: Alleen kunststof- of aluminiumwiggen mogen worden gebruikt om de achterkant open te houden. IJzeren wiggen mogen niet worden gebruikt.
Het gereedschap dragen
Alvorens het gereedschap te dragen, trekt u altijd de kettingrem aan en haalt u de accu's van het gereedschap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu.
▶ Fig.29: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
LET OP: Draag bij inspectie- of onderhoudswerkzaamheden altijd handschoenen.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
De zaagketting slijpen
Slijp de zaagketting als:
- Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het zagen van vochtig hout;
- De zaagketting moeizaam in het hout binnendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
- De zaagsnijrand duidelijk beschadigd is;
- De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. (veroorzaakt door een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant)
Slijp de zaagketting veelvuldig, maar iedere keer slechts weinig. Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans voldoende voor regelmatig bijslijpen.
Als de zaagketting meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer slijpen door een in ons erkende servicecentrum.
Criteria bij het slijpen:
⚠ WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler vergroot de kans op terugslag.
▶ Fig.30: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler 3. Minimumlengte van het mes (3 mm)
— Alle messen moeten gelijk van lengte zijn. Door een verschillende lengten van messen kan de zaagketting niet gelijkmatig lopen en kan de zaagketting breken.
— Slijp de zaagketting niet verder als de lengte van de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe.
— De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler (ronde neus).
— De beste zaagresultaten verkrijgt u met de volgende afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43: 0,65 mm
▶ Fig.31
— De slijphoek van 30° moet voor alle messen gelijk zijn. Bij verschillende slijphoeken zal de zaagketting ruw en ongelijkmatig lopen, de slijtage toenemen en de zaagketting kunnen breken.
— Gebruik een geschikte ronde vijl tegen de tanden zodat een correcte slijphoek behouden blijft.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43: 55^
Vijl en vijlbeweging
— Gebruik een speciale ronde zaagkettingvijl (optioneel accessoire) voor het slijpen van de ketting. Een gewone ronde vijl is niet geschikt.
— De doorsnede van de ronde vijl voor elke zaagketting is als volgt:
— De vijl mag het mes alleen in voorwaartse richting raken. Haal de vijl van het mes voor de terugwaartse beweging.
— Slijp eerst het kortste mes. De lengte van dit mes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting.
— Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding.
— De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een vijlhouder (optioneel accessoire) wordt gebruikt. Op de vijlhouder staan merktekens voor de juiste slijphoek van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter).
— Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire).
▶ Fig.34
— Verwijder eventueel uitstekend materiaal, ongeacht hoe klein, met een speciale vlakke vijl (optioneel accessoire).
— Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond.
Het zaagblad schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen en de oliestroom belemmeren. Verwijder de spaanders en het zaagsel elke keer wanneer u de zaagketting slijpt of vervangt.
▶ Fig.35
De afdekking van het kettingwiel schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdekking van het kettingwiel ophopen. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap, en verwijder vervolgens de spaanders en het zaagsel.
▶ Fig.36
De olie-uitstroomopening schoonmaken
Kleine vuil- of stofdeeltjes kunnen zich tijdens gebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stofdeeltjes kunnen het uitstromen van de olie belemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettingolie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.
- Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap.
- Verwijder de kleine vuil- of stofdeeltjes met een platkopschroevendraaier of iets dergelijks.
▶ Fig.37: 1. Platkopschroevendraaier
-
Olie-uitstroomopening
-
Plaats de accu in het gereedschap. Knijp de trekkerschakelaar in om opgehoopte vuil- en stofdeeltjes uit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.
- Verwijder de accu van het gereedschap. Monteer de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap.
Het kettingwiel vervangen
LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen.
Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert.
▶ Fig.38: 1. Kettingwiel 2. Plaatsen die slijten
Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een nieuwe borgring.
▶ Fig.39: 1. Borgring 2. Kettingwiel
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het kettingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding.
Het gereedschap opbergen
- Maak het gereedschap schoon voordat u het opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf
en verwijder alle spaanders en zaagsel vanaf het gereedschap.
- Laat na het schoonmaken het gereedschap onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.
- Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.
- Maak de olietank leeg.
Instructies voor periodiek onderhoud
Om zeker te zijn van een lange levensduur, om schade te voorkomen en om zeker te zijn van de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaanwijzing. Dergelijke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door ons erkende servicecentrum.
| Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik | Elke dag Elke week Elke 3 | maanden | Jaarlijks Vóór opbergen | |
| Kettingzaag Inspecteren. | √ | ---- | ||
| Schoonmaken. | √ | ---- | ||
| Laten contro-leren door een erkend ser-vicecentrum. | ---- | √ | ||
| Zaagketting Inspecteren. ---- | √ | |||
| Slijpen indien nodig. | ---- | |||
| Zaagblad Inspecteren. ---- | √ | √ | ||
| Verwijderen van de kettingzaag. | ---- | |||
| Kettingrem Controleren van de werking. | √ | ---- | ||
| Regelmatig laten inspec-teren bij een erkend ser-vicecentrum. | --- | √ | - | |
| Kettingsmering Controleren van de olietoe-voersnelheid. | √ | ---- | ||
| Trekkerscha-kelaar | Inspecteren. | ---- | ||
| Uit-vergren-delknop | Inspecteren. | ---- | ||
| Olietankdop | Controleren op vastzitten. | ---- | ||
| Kettingvanger | Inspecteren. | -- | √ | --- |
| Bouten en moeren | Inspecteren. | -- | √ | --- |
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demonteren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele
Makita-vervangingsonderdelen.
| Symptoom of storing Oorzaak Handeling | ||
| De kettingzaag start niet. | Er zijn nog niet twee accu's geplaatst. | Plaats twee opgeladen accu's. |
| Probleem met de accu (onvoldoende spanning). | Laad de accu's op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. | |
| De hoofdschakelaar staat uit. De kettingzaag wordt automatisch uitgeschakeld wanneer deze gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in. | ||
| De zaagketting draait niet. De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los. | ||
| De motor slaat al na korte tijd af. | De lading van de accu is bijna op. | Laad de accu's op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. |
| Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. | ||
| De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. | ||
| Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af met behulp van de stelschroef. | ||
| Het maximumtoerental van de kettingzaag wordt niet bereikt. | De accu is verkeerd aangebracht. Plaats de accu zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. | |
| De accuspanning wordt minder. Laad de accu's op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. | ||
| Het aandrijfsysteem werkt niet goed. | Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. | |
| Het bedrijfslampje knippert. | De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. | Knijp de trekkerschakelaar in nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld en de kettingrem is los gezet. |
| De zaagketting stopt niet wanneer de kettingrem wordt aangetrokken:Stop het gereedschap onmiddellijk! | De remband is versleten. | Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. |
| Abnormale trillingen:Stop het gereedschap onmiddellijk! | Losgeraakt zaagblad of zaagketting. | Stel het zaagblad en de kettingspanning af. |
| Het gereedschap is defect. | Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. | |
▲LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Zaagketting
- Zaagblad
• Zaagbladschede
• Vijl
• Gereedschapszak
• Originele Makita-accu en -acculader
⚠ WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaagbladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken.
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES












