DPB180 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DPB180 MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DPB180 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DPB180 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DPB180 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DPB180 MAKITA
NL Draagbare accubandzaag Gebruiksaanwijzing
NEDERLANDS (Originele instructies)
| Verklaring van het onderdelenoverzicht | ||
| 1. Accu | 11. Opspannen | 21. Zaagbandgeleider |
| 2. Knop | 12. Ontspannen | 22. Groef |
| 3. Rode deel | 13. Uitsteeksel | 23. Schroef |
| 4. Ster-merkteken | 14. Hendel | 24. Aanslagplaat |
| 5. Indicatorlampjes | 15. Zaagband | 25. Snijwas |
| 6. Testknop | 16. Lager | 26. Schijfband |
| 7. Uit-vergrendelknop | 17. Bovenste houder | 27. Lip |
| 8. Aan/uit-schakelaar | 18. Onderste houder | 28. Slijtgrensmarkering |
| 9. Snelheidsregelaar | 19. Schijf | 29. Schroevendraaier |
| 10. Lamp | 20. Drukken | 30. Koolborsteldop |
TECHNISCHE GEGEVENS
| Model DPB180 | ||
| Max. zaagdikte | Rond werkstuk diameter 120 mm | |
| Rechthoekig werkstuk 120 mm x 120 mm | ||
| Zaagbandsnelheid 1,4 - 2,7 m/s | ||
| Afmetingen zaagband | Lengte 1.140 mm | |
| Breedte | 13 mm | |
| Dikte | 0,5 mm | |
| Afmetingen gereedschap (L x B x H) | 523 mm x 231 mm x 313 mm | |
| Netto gewicht | 6,5 kg | |
| Nominale spanning | 18 V gelijkstroom | |
- Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
- Specificaties en accu's kunnen van land tot land verschillen.
• Gewicht, inclusief de accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003
Gebruiksdoeleinden
ENE009-1
Dit gereedschap is bedoeld voor het zagen van hout, kunststof en ferro-materialen.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap GEA010-1

veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN SPECIFIEK VOOR EEN DRAAGBARE ACCUBANDZAAG
GEB065-2
- Houd het elektrisch gereedschap vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het accessoire met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer het zaagaccessoire in aanraking komt met
onder spanning staande draden, zullen de niet- geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Gebruik uitsluitend zaagbanden die worden vermeld onder "TECHNISCHE GEGEVENS".
- Controleer vóór het gebruik de zaagband zorgvuldig op barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of beschadigde zaagband meteen.
-
Klem het werkstuk stevig vast. Als u een bundel losse werkstukken zaagt, zorgt u ervoor dat alle werkstukken stevig samengebonden zijn voordat u begint te zagen.
-
Als u een werkstuk zaagt waarop olie zit, kan de zaagband onverwachts eraf lopen. Veeg alle olie van het werkstuk af voordat u het zaagt.
-
Gebruik nooit snijolie als smeermiddel. Gebruik uitsluitend snijwas van Makita.
-
Draag geen handschoenen tijdens het gebruik.
-
Houd het gereedschap met beide handen stevig vast.
-
Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen.
-
Let bij het zagen van metaal op rondvliegende hete metaaldeeltjes.
-
Laat het gereedschap niet ingeschakeld achter.
-
Raak de zaagband en het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

WAARSCHUWING:
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende product altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet volgen van de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ENC007-9
VOOR ACCU'S
- Alvorens de accu in gebruik te nemen, leest u eerst alle instructies en waarschuwingsopschriften op (1) de acculader, (2) de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordt aangebracht.
- Haal de accu niet uit elkaar.
- Als de gebruikstijd aanzienlijk korter is geworden, stopt u onmiddellijk met het gebruik. Anders kan dit leiden tot kans op oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een explosie.
- Als de elektrolyt in uw ogen komt, wast u deze uit met schoon water en raadpleegt u onmiddellijk een arts. Dit kan leiden tot verlies van gezichtsvermogen.
- Sluit de accu niet kort:
(1) Raak de accupolen niet aan met enig geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet op een plaats waar deze in aanraking kan komen met andere metalen voorwerpen, zoals spijkers, munten, enz.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een hoge stroomsterkte, oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een defect.
- Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
- Werp de accu niet in een vuur, zelfs niet als deze al ernstig beschadigd of helemaal versleten is. De accu kan in een vuur exploderen.
- Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen of ergens tegenaan stoot.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- Neem de plaatselijke regelgeving met betrekking tot het weggooien van de accu in acht.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
Tips voor een lange levensduur van de accu
-
Laad de accu op voordat deze volledig leeg is. Wanneer u merkt dat het gereedschap minder vermogen heeft, stopt u met het gebruik ervan en laadt u eerst de accu op.
-
Laad nooit een volledig opgeladen accu op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot 40 °C. Laat een warme accu eerst afkoelen voordat u deze oplaadt.
- Als de accu gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gebruikt, laadt u deze eerst op alvorens deze te gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
LET OP:
- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de functies van het gereedschap te controleren of af te stellen.
De accu aanbrengen en verwijderen (zie afb. 1)

LET OP:
- Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
- Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en beschadigd raken, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu eraf.
Om de accu aan te brengen, lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk erin tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht.

LET OP:
- Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
- Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk erin kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
De resterende acculading controleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes (zie afb. 2)
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
| Indicatorlampjes | Resterende acculading | ||
| Brandt Uit Knippert | Dwrt1 | Dwrt2 | |
| Dwrt3 | 75% tot 100% | ||
| Dwrt4 | 50% tot 75% | ||
| Dwrt5 | 25% tot 50% | ||
| Dwrt6 | 0% tot 25% | ||
| Dwrt7 | Laad de accu op. | ||
| Dwrt8 | Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | ||
OPMERKING:
- Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
- Het eerste (meest linker) indicatorlampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
Accubeveiligingssysteem (lithiumionaccu met een ster-merkteken) (zie afb. 3)
Lithiumionaccu's met een ster-merkteken zijn uitgerust met een beveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar het gereedschap uit om de levensduur van de accu te verlengen.
Het gereedschap zal tijdens gebruik automatisch stoppen wanneer het gereedschap en/of de accu zich in een van de volgende omstandigheden bevinden:
• Overbelasting:
Het gereedschap wordt gebruikt op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte uit de accu wordt getrokken.
Laat in die situatie de aan/uit-schakelaar van het gereedschap los en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast werd. Knijp daarna opnieuw de aan/uit-schakelaar in om het gereedschap weer in te schakelen.
Als het gereedschap niet wordt ingeschakeld, is de accu oververhit. In die situatie laat u de accu eerst afkoelen voordat u opnieuw de aan/uit-schakelaar inknijpt.
- Lage accuspanning:
De resterende acculading is te laag en het gereedschap wordt niet ingeschakeld. Verwijder in die situatie de accu en laad hem op.
In- en uitschakelen (zie afb. 4)
LET OP:
- Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten.
Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk wordt bediend, is de uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, drukt u vanaf de B-kant op de uit-vergrendelknop in en knijpt u de aan/uit-schakelaar in.
Laat de aan/uit-schakelaar los om het gereedschap te stoppen Na gebruik, vergeet u niet vanaf de A-kant op de uit-vergrendelknop te drukken.
Snelheidsregelaar (zie afb. 5)
Het snelheid van het gereedschap kan traploos worden ingesteld tussen 1,4 m/s en 2,7 m/s met behulp van de snelheidsregelaar. Als u de snelheidsregelaar in de richting van stand 6 draait, wordt de snelheid van het gereedschap hoger. Als u in de richting van stand 1 draait, wordt de snelheid lager.
Kies de juiste snelheid om het werkstuk mee te zagen.
LET OP:
- De snelheidsregelaar kan slechts tot stand 6 worden gedraaid en teruggedraaid tot stand 1. Probeer niet voorbij stand 1 of 6 te draaien omdat hierdoor mogelijk de snelheidsregeling niet meer werkt.
De lamp inschakelen (zie afb. 6)
LET OP:
- Stoot niet tegen de lamp omdat deze hierdoor kan worden beschadigd of de levensduur kan worden verkort.
Knijp de aan/uit-schakelaar in om de lamp op de voorkant in te schakelen. De lamp blijft branden zolang u de aan/uit-schakelaar ingeknepen houdt. De lamp gaat 10 tot 15 seconden nadat u de aan/uit-schakelaar hebt losgelaten uit.
OPMERKING:
- Gebruik een doek om het vuil van de lens van de lamp te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet te bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen.
- Maak de lens van de lamp niet schoon met verdunner of benzine. Dergelijke oplosmiddelen kunnen de lens van de lamp beschadigen.
- Als tijdens gebruik het gereedschap overbelast wordt, begint de lamp te knipperen.
- Als de resterende acculading gering wordt, begint de lamp te knipperen.
ONDERDELEN AANBRENGEN/VERWIJDEREN
LET OP:
- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens enige werkzaamheden aan het gereedschap te verrichten.
De zaagband aanbrengen en verwijderen
LET OP:
- Door olie op de zaagband kan deze slippen of onverwachts eraf lopen. Veeg alle olie met een doek van het werkstuk af voordat u de zaagband aanbrengt.
- Wees voorzichtig wanneer u de zaagband hanteert zodat u zich niet snijdt aan de scherpe rand van de zaagtanden.
Draai de zaagband-spanhendel rechtsom tot deze tegen het uitsteeksel op het gereedschapshuis komt (zie afb. 7). Zorg ervoor dat de pijl op de zaagband in dezelfde richting wijst als de pijl op de schijven (zie afb. 8).
Plaats de zaagband eerst tussen de lagers van de bovenste houder en daarna in de onderste houder. De rug van de zaagband moet de lagers raken in het onderste deel van de bovenste houder en onderste houder. Leg de zaagband rond de schijven en plaats de andere kant van de zaagband in de bovenste en onderste houders totdat de rug van de zaagband tegen de onderkant van de bovenste en onderste houders komt (zie afb. 9 en 10).
Leg de zaagband in de groef van de zaagbandgeleider. Houd de zaagband op zijn plaats en draai de spanhendel linksom tot deze tegen het uitsteeksel op het gereedschapshuis komt. Hierdoor komt de zaagband onder de juiste spanning te staan. Zorg ervoor dat het zaagblad op de juiste plaats binnen de beschermkap en rond de schijven ligt.
Start en stop het gereedschap twee of drie keer om er zeker van de zijn dat de zaagband goed over de schijven loopt.
LET OP:
- Let er tijdens het controleren of de zaagband goed over de schijven loopt, de blootliggende zaagband afgekeerd van uw lichaam.
Om de zaagband te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde.
LET OP:
- Als u de zaagband-spanhendel rechtsom draait om de zaagband te ontspannen, houdt u het gereedschap omlaag gericht omdat de zaagband onverwachts eraf kan lopen.
De aanslagplaat afstellen (zie afb. 11)
Voor normaal gebruik dient de aanslagplaat zo ver mogelijk in de richting van A in de afbeelding te staan. Als de aanslagplaat tegen een obstakel, zoals een muur of iets dergelijks, aankomt bij het eindigen van een zaagsnede, draait u de twee schroeven los en schuift u de aanslagplaat in de richting van B in de afbeelding. Nadat u de aanslagplaat hebt verschoven, zet u deze vast door de twee schroeven stevig aan te draaien.
BEDIENING
Het is belangrijk dat minstens twee zaagtanden in de zaagsnede blijven staan (zie afb. 12).
Kijk naar de afbeelding en kies de juiste zaagpositie voor het werkstuk (zie afb. 13).
Houd het gereedschap met beide handen vast, zoals aangegeven in de afbeelding, met de aanslagplaat in contact met het werkstuk en de zaagband vrij van het werkstuk (zie afb. 14).
Schakel het gereedschap in en wacht totdat de zaagband op volle snelheid draait. Laat de zaagband langzaam zakken in de zaagsnede. Door het gewicht van het gereedschap of door licht op het gereedschap te duwen is er voldoende druk voor het zagen. Duw niet te hard op het gereedschap.
Wanneer u het einde van de zaagsnede bereikt, stopt u met duwen en zonder het gereedschap daadwerkelijk
omhoog te trekken, tilt u het iets op zodat het gereedschap niet op het werkstuk valt.
LET OP:
- Als u een buitensporig grote druk uitoefent op het gereedschap of de zaagband verbuigt, kan een schuine zaagsnede ontstaan of de zaagband beschadigd worden.
- Als u het gereedschap gedurende een lang tijd niet denkt te gaan gebruiken, verwijdert u de zaagband van het gereedschap.
- Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu.
Smeermiddel
Gebruik tijdens het zagen van metaal snijwas van Makita als smeermiddel. Breng de snijwas op de zaagband aan door het gereedschap te starten en in de snijwas te zagen, zoals aangegeven in de afbeelding, nadat u de dop van de snijwas hebt afgehaald (zie afb. 15).
LET OP:
- Gebruik nooit snijolie en breng geen overdadige hoeveelheid snijwas aan op de zaagband. Hierdoor kan de zaagband slippen of onverwachts eraf lopen.
- Bij het zagen van gietijzer, mag u geen snijwas gebruiken.
ONDERHOUD
LET OP:
- Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en de accu is verwijderd, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert.
- Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten.
Schoonmaken
Verwijder na gebruik snijwas, metaaldeeltjes en stof vanaf het gereedschap de schijfbanden en de zaagband.
LET OP:
- Gebruik nooit oplosmiddelen, zoals terpentine, benzine, lak, enz., om de kunststofdelen schoon te maken.
- Snijwas en metaaldeeltjes op de schijfbanden kunnen de zaagband doen slippen en onverwachts eraf doen lopen. Gebruik een droge doek om de snijwas en metaaldeeltjes van de schijfbanden af te vegen.
De banden van de schijven vervangen (zie afb. 16)
Als de zaagband slipt of niet goed aangrijpt vanwege ernstig versleten schijfbanden, of omdat de lip van de schijfband aan de motorzijde beschadigd is, moeten de schijfbanden worden vervangen.
De koolborstels vervangen (zie afb. 17)
Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig. Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide
koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.
Gebruik alleen identieke koolborstels.
Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast (zie afb. 18).
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.
VERKRIJGBARE ACCESSOIRES
LET OP:
- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Zaagbanden
- Inbussleutel 4
- Snijwas
• Originele Makita-accu en -lader
OPMERKING:
- Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Zij kunnen van land tot land verschillen.
Geluid
ENG905-1
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN60745:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 81 dB (A)
Geluidsvermogenniveau ( L_WA ): 92 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Trillingen
ENG900-1
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60745:
Gebruikstoepassing: zagen van metaal Trillingsemissie ( a_h,CM ): 2,5 m/s ^2 of minder Onzekerheid (K): 1,5 m/s ^2
ENG901-1
- De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
- De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
WAARSCHUWING:
- De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
- Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de operator die zijn
gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
EU-verklaring van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als
Bijlage A in deze instructiehandleiding.