YT-82812 - Zaag Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-82812 Yato in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over YT-82812 Yato
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-82812 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-82812 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-82812 Yato
Vallende richting van de boom
- motorbehuizing
- zijpaneel
- borgschroef
- kettingspanner
- elektrische schakelaar
- schakelaarvergrendeling
- terugstootrem
- achterste handgreep
- voorste handgreep
- zaagblad
- ketting
- kettingaandrijfwiel
- deksel oliereservoir
- oliepeilindicator
- accu
- laadstation
ES
Gebruik beschermende handschoenen
Draag een veiligheidsbril
Draag gehoorbescherming
Niet blootstellen aan neerslag
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
De kettingzaag wordt alleen gebruikt om hout te zagen. Door de elektrische aandrijving van de zaag is het mogelijk om onder een dak of in de buurt van gebouwen te zagen. Dankzij de oplaadbare voeding kan de zaag werken op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor producten die op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. De zaag kan ook gebruikt worden voor het kappen van bomen, maar vanwege het gevaar is het noodzakelijk dat het kappen door een ervaren gebruiker wordt gedaan. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het gereedschap hangt af van de juiste bediening, daarom:
Lees voordat u met de machine gaat werken de volledige handleiding door en bewaar deze.
Bij alle schade en verwondingen door verkeerd gebruik van het gereedschap, het niet-naleven van de veiligheidsvoorschriften en de aanbevelingen in deze handleiding, is de leverancier is niet aansprakelijk. Productgebruik in strijd met het beoogde doeleinde leidt tevens tot het verlies van de gebruikersrechten op de garantie.
PRODUCTUITRUSTING
De kettingzaag wordt compleet verkocht en moet voor gebruik eerst nog gemonteerd worden.
Samen met de kettingzaag worden geleverd:
- kettinggeleider
- snijketting
- zaagbladafdekking
- accu
- laadstation
TECHNISCHE GEGEVENS
| Parameter Meeteenheid Waarde | ||
| Catalogusnummer YT-82812, YT-82813 | ||
| Nominale spanning [V] 36 d.c. | ||
| Kettingsnelheid [m/s] 8,5 | ||
| Lengte van het zaagblad [mm / °] 355 / 14 | ||
| Kettingverdeling [mm] 9,525 | ||
| Aantal kettingtandwielen en kettingverdeling 6 tanden x | 9,525 mm | |
| Geleidingsgleuf breedte [mm / °] 1,27 / 0,050 | ||
| Inhoud olietank [ml] | 170 | |
| Gewicht (zonder accu, stang en ketting) | [kg] 4,84 | |
| Geluidsniveau | ||
| - L_pA (druk) | [dB] (A) | 81,9 ± 3,0 |
| - L_WA (vermogen) | [dB] (A) | 92,8 ± 2,6 |
| Trillingen a_h (voorste handgreep achterste handgreep) | [m/s2] | 2,57 ± 1,5 / 4,92 ± 1,5 |
| Accutype | Li-ION | |
| Accu capaciteit* | [Ah] | 2 |
| Accu energie | [Wh] | 36 |
| Lader* | ||
| Ingangsspanning | [V~] | 220 - 240 |
| Netwerkfrequentie | [Hz] | 50 / 60 |
| Nominaal vermogen | [W] | 60 |
| Uitgangsspanning | [V] | 21 D.C. |
| Uitgangsstroom [A] | 2,4 | |
| Oplaadtijd** | [h] | 1 |
* alleen op modellen die zijn uitgerust met een accu en een lader
** De opgegeven laadtijd geldt alleen voor de accu met de in de tabel vermelde capaciteit
De opgegeven geluidsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven geluidsemissiewaarde kan worden gebruikt bij de initiele beoordeling van de blootstelling.
De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten met behulp van de standaard testmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven totale trillingswaarde kan worden gebruikt bij de eerste beoordeling
NL
van de blootstelling.
Let op! De trillingsemissie tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.
Let op! Er moeten veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden gespecificeerd, die gebaseerd zijn op een beoordeling van de blootstelling onder reële gebruiksomstandigheden (met inbegrip van alle onderdelen van de bedrijfscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap wordt uitgeschakeld of stationair draait en de activeringstijd).
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID VAN HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAP
Waarschuwing! Lees aandachtig alle waarschuwingen betreffende de veiligheid, illustraties en specificaties die met dit elektrisch toestel / machine werden meegeleverd. Niet-naleving ervan kan tot elektrocutie, brand of ernstige letsels leiden.
Bewaar zorgvuldig alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
Het begrip „elektrotoestel / machine gebruikt in de waarschuwingen verwijst naar alle toestellen / machines elektrisch aangedreven, zowel draad als draadloze toestellen.
Veiligheid op de werkplek
De werkplek dient goed belicht en proper te zijn. Wanorde en een slechte belichting kunnen ongevallen veroorzaken.
Het is verboden om met elektrotoestellen / machines in een omgeving van vergrote ontploffingsgevaar met brandbare vloeistoffen, gassen of dampen te werken. Elektrotoestellen / machines generen vonken en kunnen stof of dampen ontsteken. Laat kinderen en omstanders op de werkplaats niet toe. Concentratieverlies kan tot verlies van controle leiden.
Elektrische veiligheid
De stekker van de voedingskabel moet in de netwerkdoos passen. Het is verboden om de stekker op een om het even welke wijze de modifiëren. Het is verboden om stekkeradapters met geaarde elektrotoestellen / machines te gebruiken. Een niet-gemodifi eerste stekker verkleint het risico op elektrocutie.
Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingstoestellen of koelkasten. Aarding van het lichaam vergroot het risico op elektrocutie. Stel elektrotoestellen / machines niet bloot aan atmosferische neerslag of vocht. Water en vocht die binnen het elektrotoestel / machine raakt, vergroot het risico op elektrocutie.
Overbelast de voedingskabel niet. Gebruik de voedingskabel niet om de stekker van de voedingskabel te dragen, te trekken of de stekker uit de netwerkdoos te ontkoppelen. Vermijd contact van de voedingskabel met warmte, oliën, scherpe randen of bewegende delen. Beschadiging of verstrengeling van de voedingskabel vergroot het risico op elektrocutie. In geval van uitvoering van de werkzaamheden buiten de gesloten ruimte dienen verlengsnoeren bestemd voor werking buiten gesloten ruimtes te worden gebruikt. Gebruik van een verlengsnoer die aangepast is voor buitenwerking verkleint het risico op elektrocutie.
In geval wanneer het gebruik van het elektrotoestel / machine in een vochtig milieu niet kan worden vermeden, dient een aardlekschakelaar (RCD) te worden gebruikt als bescherming tegen de voedingsspanning. Gebruik van RCD verkleint het risico op elektrocutie.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, wees bewust wat er wordt verricht en gebruik gezond verstand tijdens de werking met een elektrotoestel / machine. Gebruik het elektrotoestel / machine niet bij vermoeidheid of onder invloed van drugs of geneesmiddelen.
Zelfs een moment van onoplettendheid kan tot ernstige persoonlijke letsels leiden.
Gebruik persoonslijke beschermingsmidddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Gebruik van persoonlijke beschemringsmiddelen zoals antistofmaskers, anti-slip veiligheidsschoenen, helmen en oorbeschermers verkleint het risico op ernstige letsels.
Zorg ervoor dat het toestel niet toevallig wordt ingeschakeld. Controleer of de elektrische schakelaar in positie „uitgeschakeld” staat alvorens de voeding en/of de accu aan te sluiten of het elektrotoestel / machine op te heffen of te verplaatsen. Verplaatsen van het elektrotoestel / machine met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrotoestel / machine wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ernstige letsels leiden.
Alvorens het elektrotoestel / machine uit te schakelen, verwijder alle sleutels en andere instrumenten die gebruikt werden voor de afstelling. Een achtergelaten sleutel op roterende onderdelen van het elektrotoestel / machine kan ernstige letsels veroorzaken. Reik niet en hel niet te ver over. Neem een stabiele houding gedurende de uitvoering van de werkzaamheden aan. Dit zal een betere controle over het elektrotoestel / machine mogelijk maken tijdens onverwachte situaties.
Draag gepaste kledij. Gebruik geen losse kledij en draag geen juwelen. Houd het haar en de kledij ver van bewegende onderdelen van het elektrotoestel / machine. Losse kledij, juwelen of lang haar kunnen worden vastgegrepen door de bewegende onderdelen.
Indien de toestellen aangepast zijn tot het aansluiten van stofafzuiging-of ophoping, controleer of ze correct aangesloten en gebruikt werden. Gebruik van stofafzuiging verkleint het risico op stofgerelateerde gevaren.
Zorg ervoor dat de verworven ervaring van veelvuldig gebruik van het elektrotoestel / machine er niet toe zal leiden dat de veiligheidsvoorschriften roekeloos worden genegeerd. Roekeloze handelingen kunnen in een fractie van een seconde
NL
ernstige letsels veroorzaken.
Gebruik en zorg voor het elektrotoestel / machine
Overbelast elektrotoestel / machine niet. Gebruik het elektrotoestel / machine bestemd voor de gekozen toepassing. Een geschikt elektrotoestel / machine zal een betere en veilige werking garanderen indien het gebruikt voor de ontwikkelde belasting wordt. Gebruik het elektrotoestel / machine niet indien de elektrische schakelaar het in- en uitschakelen niet mogelijk maakt. Het elektrotoestel / machine dat niet controleerbaar is met behulp van de netwerkschakelaar is gevaarlijk en dient door de technische dienst te worden hersteld. Ontkoppel de stekker van de voedingskabel van de netwerkdoos en/of demonteer de accu, indien hij van het elektrotoestel / machine kan worden ontkoppeld alvorens het elektrotoestel / machine af te stellen, accessiores te vervangen of op te slagen. Zulke voorzorgsmaatregelen zullen ervoor zorgen dat een toevallige inschakeling van het elektrotoestel / machine wordt vermeden.
Bewaar het toestel op een plaats die ontoegankelijk voor kinderen is. Laat personen die niet vertrouwd zijn met de instructie het elektrotoestel / machine niet gebruiken. Elektrotoestellen / machines kunnen in handen van ongeschoolde gebruikers gevaarlijk zijn.
Onderhoud het elektrotoestel / machine en zijn accessoires. Controleer het elektrotoestel / machine op het gebied van slechte aanpassingen of het klem zitten van bewegende onderdelen, beschadiging van onderdelen en om het even welke andere omstandgiheden die de werking van het elektrotoestel / machine kunnen beïnvloeden. Schade dient te worden hersteld alvorens het elektrotoestel / machine te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het elektrotoestel / machine.
Snijdende werktuigen dienen proper en scherp te zijn. Snijdende werktuigen met scherpe randen die goed onderhouden zijn zullen zich minder beklemmen en kunnen tijdens de werking beter worden gecontroleerd.
Gebruik elektrotoestellen / machines, accessoires en aanvullende werktuigen ed. overeenkomstig met deze instructie en houd rekening met hun soort en de arbeidsomstandigheden. Gebruik van toestellen bestemd voor andere werkzaamheden dan hun bestemming kan een gevaarlijke situatie veroorzaken.
Houd het handvat en de oppervlakken bestemd om te worden gegrepen altijd droog, proper en vrij van olie en vet. Gladde handvaten en oppervlakken laten geen veilig gebruik toe en houden het elektrotoestel / machine niet onder controle in gevaarlijke situaties.
Herstellingen
Laat het elektrotoestel / machine herstellen enkel bij de bevoegde technische diensten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zal de gepaste veiligheid van het elektrotoestel garanderen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGEN
Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de ketting bij het gebruik van uw kettingzaag. Zorg ervoor dat de ketting nergens mee in contact komt voordat u de kettingzaag start. Een moment van onoplettendheid bij het bedienen van een kettingzaag kan ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen verstrikt raken in de zaagketting.
Houd de zaag altijd met uw rechterhand achter de achterste handgreep en met uw linkerhand achter de voorste handgreep. De achterkant van de kettingzaag mag nooit worden vastgehouden, omdat dit het risico op letsel verhoogt.
Houd de zaag alleen vast aan de handgrepen met een geïsoleerd oppervlak, omdat de ketting in contact kan komen met een verborgen kabel of met de eigen stroomkabel. De ketting kan, wanneer deze in contact komt met een onder spanning staande kabel, ook metalen onderdelen onder spanning zetten, wat een elektrische schok voor de gebruiker kan veroorzaken.
Draag oogbescherming. Bescherming van het gehoor, het hoofd, de armen, de benen en de voeten is ook aan te bevelen. Passende beschermingsmiddelen verminderen het risico op letsel door contact met afval of onbedoeld contact met de ketting.
Bedien de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, vanaf een dak of op een onstabiele steun. Het werken met de kettingzaag in een boom kan leiden tot letsel.
Houd altijd de juiste houding aan en werk met de kettingzaag terwijl u op een stilstaande, veilige en vlakke ondergrond staat. Een glad of onstabiel oppervlak, zoals een ladder, kan leiden tot balansverlies of verlies van controle over de kettingzaag.
Bij het doorzagen van een opgespannen tak moet men oppassen dat hij niet terugslaat. Als de in de houtvezels opgehoopte spanning vrijkomt, kan de tak de bediener raken en/of hem de controle over de zaag ontnemen.
Speciale aandacht moet worden besteed aan het zagen van struiken en jonge bomen. Slank materiaal kan de ketting grijpen en de ketting zaag naar de bediener toe duwen of ervoor zorgen dat hij uit balans raakt.
Verplaats de kettingzaag door ze bij de voorste handgreep vast te houden, uitgeschakeld en weg van het lichaam. Draag altijd een beschermkap voor de kettinggeleider wanneer u uw kettingzaag vervoert of opbergt. Een correcte grip van de zaag vermindert de kans op onbedoeld contact met bewegende delen van de zaag.
Volg de instructies voor het smeren, het aanspannen van de ketting en het vervangen van accessoires. Een niet goed gespannen of niet goed gesmeerde ketting kan zowel barsten als de kans op een terugslag voor de bediener vergroten.
Zaag enkel hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werk waarvoor hij niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: niet snijden in plastic, beton of niet-houten bouwmaterialen. Het gebruik van een kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor hij bestemd is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
Probeer geen bomen om te hakken totdat u het risico begrijpt en begrijpt hoe u het kunt vermijden. Tijdens het scheren van bomen worden de bestuurder en omstanders blootgesteld aan ernstige verwondingen.
Oorzaken en preventie van terugslag voor de bediener.
NL
Terugslag naar de bediener kan optreden wanneer het uiteinde van de kettinggeleider contact maakt met een voorwerp of wanneer het gezaagde hout vastloopt in de zaagsnede. In sommige gevallen kan het contact tussen het uiteinde van de geleidestang en een voorwerp een gewelddadige reactie veroorzaken die de stang omhoog en naar de bediener toe drijft. Een inklemming van de bovenste rand van de geleidestang in de snede kan de stang plotseling in de richting van de bediener doen bewegen.
Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat men de controle over de kettingzaag verliest en ernstig letsel oploopt. Vertrouw niet alleen op de veiligheidscomponenten die in de zaag zijn ingebouwd. De zaagbediener moet verschillende stappen ondernemen om ongelukken en verwondingen op het werk te voorkomen.
Het terugkaatsen in de richting van de bediener is het resultaat van onjuist gebruik en/of onjuiste procedures of bedrijfsomstandigheden en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen die hieronder worden opgesomd:
Houd beide handen stevig vast met duimen en vingers rond de handgrepen van de kettingzaag, het lichaam en de schouders moeten bestand zijn tegen de krachten die tijdens de terugslag worden opgewekt. Indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen, kunnen de terugslagkrachten door de bediener worden gecontroleerd. Laat de kettingzaag niet vrij bewegen.
Reik niet te ver en snijd niet boven schouderhoogte. Dit helpt onbedoeld contact tussen de uiteinden van de kettinggeleider te voorkomen en maakt een betere controle van de zaag mogelijk in onverwachte situaties.
Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde kettinggeleiders- en kettingen. Een onjuiste vervanging van de kettinggeleider en de ketting kan ertoe leiden dat de ketting breekt en/of terugslaat.
Neem de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de ketting in acht. Het verminderen van de diepte van de kettinggeleidegroef kan de kans op terugslag vergroten.
Het is verboden de zaag bloot te stellen aan neerslag en deze te gebruiken in een atmosfeer met een verhoogde vochtigheid. Het is ook verboden de zaag te gebruiken in een atmosfeer met een verhoogd risico op brand of explosie.
Vermijd tijdens het gebruik contact met geaarde, geleidende en niet-geïsoleerde voorwerpen zoals leidingen, radiatoren of koel-kasten. Wanneer de kettingzaag niet in gebruik is, bewaar hem dan op een droge, gesloten plaats, ontoegankelijk voor buiten-staanders.
Gebruik een zaagketting die is aangepast aan de belasting. Gebruik geen zaagkettingen die bedoeld zijn voor licht werk, voor zwaar werk.
Draag altijd beschermende handschoenen bij het vervangen, repareren en afstellen van de zaagketting.
Zorg er bij het transport van uw kettingzaag voor dat deze van de stroomtoevoer wordt losgekoppeld. Trek de stekker van de met elektriciteit aangedreven kettingzagen uit het stopcontact, bij kettingzagen die zijn aangedreven door een accu, de accu loskoppelen. Op het zaagblad met de ketting moet de hoes worden aangebracht. Verplaats de zaag met het zaagblad naar achteren.
Draag de kettingzaag niet door ze aan het netsnoer vast te houden. Maak de stekker niet los door aan het netsnoer te trekken.
Voorkom dat de kettingzaag per ongeluk wordt ingeschakeld. Wanneer de kettingzaag wordt verplaatst die is aangesloten op het netwerken of die een aangesloten batterij heeft, moeten de vingers ver van de schakelaar worden gehouden.
Draag altijd geschikte beschermende kleding die goed aansluiten op het lichaam.
Werk altijd met beide handen met de zaag. Zet tijdens het gebruik losse stukken hout vast, om te voorkomen dat ze bewegen, bijvoorbeeld door ze in een zaagbok te plaatsen. Vermijd het zagen van hout op de grond. Vermijd het verwerken van hout dat niet beschermd is tegen beweging tijdens het zagen.
Houd de kettingzaag niet boven uw schouders tijdens het werk. Werk niet met de kettingzaag als u op een ladder staat. Neem een zodanige houding aan om te werken, dat u de armen niet over de volle lengte hoeft uit te strekken.
Houd de ketting schoon. De ketting moet worden geslepen en gesmeerd. Dit zal zorgen voor een efficiëntere en veiligere werking.
De ketting kan worden geslepen in een gespecialiseerde dienst. Controleer de toestand van de ketting vóór elk gebruik. Als u scheuren, gebroken tanden of andere beschadigingen vaststelt, moet u, voordat u begint te werken, de ketting vervangen door een nieuwe.
Als er beschadigde of gebroken onderdelen van de zaag worden gevonden. U moet stoppen of niet aan het werk gaan. Beschadigde onderdelen moeten worden vervangen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen.
Gebruik de zaag zoals bedoeld, de zaag dient alleen voor het zagen van hout. Let bij het werken op metalen onderdelen of stenen die in het bewerkte hout kunnen zitten.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Het niet gebruiken van originele reserveonderdelen kan het risico op falen verhogen en leiden tot persoonlijk letsel.
De kettingzaag mag alleen worden gerepareerd door een door de fabrikant geautoriseerd servicecentrum. Door gebruik te maken van originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt het risico op ongelukken en schade aan de apparatuur tot een minimum beperkt.
BEDIENING VAN HET PRODUCT
Voorb ereiding van de kettingzaag op het werk
Let op! Trek de stekker van de zaag uit het stopcontact vóór alle installatie- en afstelwerkzaamheden. Verwijder beide accu's uit het apparaat.
Monteer het zaagblad en de zaagketting vóór het eerste gebruik.
Verwijder de borgschroef van het zijpaneel en draai vervolgens aan de spanknop tot het paneel van de zaag wordt verwijderd (II).
Monteer het zaagblad en de ketting zoals op de foto (III).
NL
Zorg ervoor dat de ketting en het zaagblad in de juiste richting zijn gemonteerd. De vorm en richting van de op de behuizing van de kettingzaag zichtbare schakels moet overeenkomen met de vorm en richting van de ketting. Als er een aanduiding op de kettingschakels zichtbaar is, moet deze dezelfde richting hebben als de aanduiding op de behuizing en het zaagblad.
Span de ketting nog niet, maar zorg ervoor dat de ketting in de zaagbladgroef raakt en de tanden op het aandrijfwiel. Monteer het zijpaneel en draai de vergrendelknop vast. Echter zodanig, om de mogelijkheid voor de beweging van het zaagblad niet te blokkeren. Stel de kettingspanning in door aan de kettingspanningsknop te draaien. Schroef de borgschroef in. Controleer de kettingspanning. Leg hiervoor de kettingzaag neer en til deze op door het middelste deel van de ketting vast te houden (IV). Tijdens
deze test moet de ketting in de houdstand van 3 tot 4 mm boven het zaagblad worden getild. Als de ketting te strak of te zwak is aangespannen, draai dan de vergrendelknop iets los en stel de kettingspanning opnieuw in. De kettingspanning moet ook om de 10 minuten worden gecontroleerd.
Controleer de toestand van uw kettingzaag voordat u deze op de stroomvoorziening aansluit. Als er schade wordt geconstateerd, is het verboden om deze aan te sluiten op de stroomvoorziening voordat de schade wordt verwijderd.
Olie bijvullen (V)
Let op! Trek de stekker van de zaag uit het stopcontact vóór alle installatie- en afstelwerkzaamheden. Trek de stekker van de met elektriciteit aangedreven kettingzagen uit het stopcontact, bij kettingzagen die zijn aangedreven door een accu, de accu loskoppelen.
Gebruik alleen olie voor de smering van de ketting en de mechanismen van uw zaag. Gebruikte motorolie mag niet worden gebruikt voor smering. Ze vervult haar functie niet, wat kan leiden tot schade aan het zaagmechanisme.
Zorg ervoor dat er smeerolie in de container zit. Plaats de zaag op een horizontaal oppervlak, controleer de oliepeilindicator. Het oliepeil mag niet lager zijn dan de aangegeven minimumhoeveelheid. Indien een dergelijke indicator ontbreekt, wordt de onderste rand van de oliehoeveelheid-indicator als referentieniveau genomen.
Het is verboden de zaag te gebruiken zonder een gevulde olietank. Dit kan de ketting, het zaagblad en de mechanismen van de zaag beschadigen. Het is aan te raden om de zaag minstens 3 meter van het bijvulpunt te starten en te bedienen. De olie moet worden bijgevuld uit de buurt van brandhaarden en warmtebronnen.
Om de olie bij te vullen, draait u de tankplug los, giet u olie in het reservoir zodat het oliepeil gelijk is aan de maximale oliepeil-indicator of de bovenste rand van de oliepeilindicator en draait u vervolgens de tankplug stevig en stevig vast. Als er olie wordt gemorst, veeg dan de resterende olie af voordat u de kettingzaag op de stroomvoorziening aansluit.
De voorbereiding van de werkplek
Voordat men begint te zagen met de kettingzaag, moet de werkplek goed voorbereid zijn om het risico van de gevaren in verband met de werking van de kettingzaag, te minimaliseren. Zorg ervoor dat alleen bevoegde personen op de werkplek aanwezig zijn.
Bij het kappen van bomen moeten gevarenzones en vluchtwegen worden aangewezen. Een zone met een straal van 180° rond geplande valvlak van de boom en een zone met een straal van 90° in de tegenovergestelde richting van het geplande valvlak van de boom, worden beschouwd als zijnde gevaarlijke zones. De overige zones vormen vluchtroutes (VI). Men moet ook niet vergeten dat een vallende boom ook andere bomen kan omverwerpen. Daarom mag de volgende werkplek niet dichterbij zijn dan 2,5 keer de hoogte van te vellen boom (VII).
U moet een goed uitzicht hebben vanaf de werkplek, dus u moet bijzonder voorzichtig zijn bij het kappen van bomen in moeilijk terrein, bijvoorbeeld in de bergen.
Begin niet te werken bij neerslag of in geval van een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld bij mist.
Draag beschermende kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.
Voordat met het kappen wordt begonnen, moet het hout onder veilige omstandigheden worden gekapt, bijvoorbeeld gebruik te maken van een zaagbok.
Vermijd het doorzagen van draden, jonge bomen en houten balken.
Ga niet op het gezaagde hout staan.
Aansluiting van de kettingzaag op de stroomvoorziening (VIII)
Het gereedschap wordt gevoed door twee accu's. Het apparaat start niet op als één van de accu's niet op het apparaat is gemonteerd of ontladen is. De accu's in het gereedschap zijn in serie geschakeld, wat betekent dat het gereedschap wordt gevoed met de som van hun nominale spanningen. Het wordt aanbevolen dat beide accu's dezelfde capaciteit hebben en in dezelfde mate worden opgeladen. De accu's die gebruikt worden om het gereedschap te voeden, moeten ook in gelijke mate gebruikt worden. Het is niet aan te raden om een gebruikte accu te gebruiken samen met een nieuwe, ook al zijn beide evenveel opgeladen en hebben ze dezelfde capaciteit. Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen zal leiden tot kortere werktijden en snellere slijtage van de accu's die gebruikt worden om het gereedschap te voeden.
Schuif de accu in een van de contactdozen, zodat de vergrendeling buiten de contactdoos valt. Schuif de accu in de contactdoos tot de vergrendeling vastklikt. Herhaal dit voor de tweede accu. Controleer of de accu's niet losraken tijdens het gebruik. De accu kan worden verwijderd door de vergrendeling in te drukken en vast te houden en vervolgens de accu uit het contactdoos te trekken.
NL
De zaag starten
Zorg ervoor dat de terugstootrem in de achterste stand staat.
Verwijder de hoes van het zaagblad en de ketting.
Pak de voorste handgreep vast met uw linkerhand, pak de achterste handgreep vast met uw rechterhand.
Zorg ervoor dat de stang en de ketting niet in contact komen met een voorwerp of oppervlak.
Druk met uw duim op de vergrendelknop van de schakelaar op de handgreep.
Druk op de schakelaar en houd hem in deze positie ingedrukt. De vergrendelknop kan worden losgelaten.
Voordat u het zagen start, wacht u tot de motor op volle toeren draait en zorgt u ervoor dat de ketting soepel loopt op het zaagblad. Als u verdachte geluiden of trillingen hoort, schakelt u de zaag onmiddellijk uit
door de schakelaar los te laten.
De kettingzaak wordt uitgeschakeld door de schakelaar los te laten.
Het is verboden de zaag uit te schakelen door de terugslagrem in te schakelen.
Trek de stekker uit het stopcontact en onderhoud de zaag wanneer de ketting stopt.
Controleer voor het starten van de motorzaag of het automatische kettingsmeersysteem goed werkt. Om dit te doen, start de zaag, laat deze zijn nominale snelheid bereiken en richt dan het zaagblad naar beneden. Er moeten sporen van olie op de grond aanwezig zijn. Als er geen verschijnen, stop dan de kettingzaag, maak ze los van de stroomvoorziening en controleer of er olie in de tank zit en controleer de toestand van de afdichting en de olieafvoer (aangegeven met een pijl in figuur III). Reinig indien nodig de pakking en het stopcontact. Als de pakking beschadigd of versleten is, moet deze vóór het begin van de werkzaamheden worden vervangen.
Werken met de kettingzaag
Als u van plan bent om voor het eerst met een kettingzaag te werken, moet u advies inwinnen voordat u aan het werk gaat over het werk en de veiligheid van een ervaren bediener van een kettingzaag. En het eerste zaagwerk zou moeten bestaat in het zagen van voorbereide stammen die in een zaagbok worden gelegd.
Tijdens het werk moeten elementaire veiligheidsregels in acht worden genomen. Er moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid van de terugslag van de zaag naar de bediener. De zaag kan naar de gebruiker terug stuiteren als de zaagketting weerstand ondervindt.
Om dit risico te minimaliseren is het noodzakelijk:
Om aandacht te besteden aan de ligging van de top van het zaagblad tijdens het zagen. Zaag niet met het bovenste kwart van de bovenkant van het zaagblad (IX).
Zaag alleen met een ketting die op de bodem van het zaagblad schuift. Bij het zagen van hout kunt u gebruik maken van de onderste bumpertand als draaipunt van de zaag (X).
Plaats op het te verzagen hout, alleen een zaag die al loopt. Start de kettingzaag niet op nadat u deze tegen verwerkt hout heeft geplaatst.
De kettingzaag niet op schouderhoogte of hoger tillen (XI) tijdens het werk.
Ga niet in het snijvlak staan. Dit zal het risico op letsel in geval van terugslag verminderen (XII).
Houd de zaag altijd met beide handen vast tijdens het werken.
Zorg ervoor dat de ketting altijd geslepen en goed gespannen is.
TIPS VOOR HET WERKEN MET EEN KETTINGZAAG
Bij het zagen moet u een comfortabele houding aannemen en zorgen voor volledige bewegingsvrijheid.
Snijd bij het zagen van takken en twijgen niet aan de stam zelf, maar ongeveer 15 cm van de stam. Maak twee inkepingen op een diepte gelijk aan 1/3 van de takdiameter op een afstand van ongeveer 8 cm van elkaar. Een inkeping van onderaf, een tweede van bovenaf. Zaag vervolgens de tak vlak naast de stam tot een diepte van 1/3 van de takdiameter. Werk de snede af door de tak van bovenaf af te snijden. Snij de tak niet van de bodem af (XIII).
Bij het kappen van de boom moet de kaplocatie vooraf worden voorbereid zoals hierboven beschreven. Bovendien is het noodzakelijk om een veilige grond te bereiden voor bij het kappen van de boom. Als een boom valt, sta dan op een veilige afstand van de zijkant tot het valvlak van de boom. Bij de keuze van het valpad voor de boom moet u rekening houden met factoren als het terrein, het zwaartepunt van de boom, de verdeling van de boomkroon en de windrichting. Om de boom goed voor te bereiden op het vellen, maakt u een insnijding in de stam tot een diepte van 1/3 van de stamdiameter aan de kant waar de boom moet vallen, en maakt u vervolgens nog een insnijding onder een hoek van 45 graden ten opzichte van de eerste. Zodanig dat een "wig" uit de stam wordt gesneden. Begin vanaf de andere kant van de stam loodrecht op de as van de stam te snijden, iets hoger (ongeveer 4 cm) dan de basis van de gesneden "wig". Zaag de stam niet door. Laat een stuk met een lengte van ongeveer 1/10 van de stamdiameter achter. Steek vervolgens de wig voor het splijten van de boom in de spleet ontstaan tegenover de geplande valkant van de boom (XIV).
Als de boom tijdens het zaagproces valt, trek dan de zaag uit de stam en ga weg via de voorbereide vluchtroute naar een veilige afstand.
Als de zaag bij het zagen van de stam vast komt te zitten, mag deze nooit met draaiende motor worden achtergelaten in deze positie. Schakel de zaagmotor uit, maak de zaag los van de stroomvoorziening en gebruik wiggen om de zaag uit de stam te verwijderen.
NL
Bij het verdelen van een reeds in stukken gezaagde boom moeten de volgende regels in acht worden genomen. Plaats het hout op een zaagbok of een standaard zodat het zaagstuk vrij op de grond kan vallen zonder dat de zaag vastloopt. Als de zaag vastzit, ga dan te werk zoals hierboven is beschreven. Raak met de kettingzaag de grond niet en laat haar niet vuil worden.
Het gebruik van de kettingzaag om een heg te scheren of om struiken (bij) te snijden is verboden.
Blijf bij het werken op een helling boven het gezaagde hout.
Er moet bijzondere zorg worden besteed aan het doorsnijden van een opgespannen boom en indien mogelijk moet deze activiteit worden toevertrouwd aan een gekwalificeerde houthakker. Bij het zagen van hout dat onder spanning staat en aan beide uiteinden wordt ondersteund, zaagt u het van de bovenkant tot een diepte van 1/3 van de diameter, en dan de snede van onderaf afmaken.
Als het hout slechts aan één uiteinde wordt ondersteund, zaagt u het hout van onderaf tot een diepte van 1/3
diameter en vervolgens de snede af te werken door van bovenaf te snijden (XV).
Dit verkleint het risico dat de zaag tijdens het zagen vastloopt.
Veiligheidsinstructies opladen accu
Let op! Zorg er voorafgaand aan het opladen voor dat de behuizing van de voeding, de kabel en de stekker niet gebarsten of beschadigd zijn. Het is verboden om het oplaadstation of de voeding te gebruiken wanneer deze onjuist werken of beschadigd zijn! Voor het opladen van de accu mogen uitsluitend het bijgeleverde oplaadstation en de bijgeleverde voeding worden gebruikt. Gebruik van een andere voeding kan leiden tot brand of beschadiging van het apparaat. Het opladen van de accu mag uitsluitend plaatsvinden in een gesloten, droge ruimte die is beveiligd tegen toegang van onbevoegden en met name kinderen. Het oplaadstation en de voeding mogen niet worden gebruikt zonder toezicht van een volwassene! Indien de ruimte waarin het opladen plaatsvindt, verlaten moet worden, haal het apparaat dan van de stroom door de voeding uit het stopcontact te trekken. Indien er rook, een vreemde geur o.i.d. uit de oplader komt, trek de stekker van de oplader dan direct uit het stopcontact!
De boormachine wordt geleverd met niet-opgeladen accu. Daarom dient deze voorafgaand aan de werkzaamheden te worden opgeladen conform de procedure die hieronder beschreven is, met behulp van de meegeleverde voeding en het oplaadstation. Li-lon-accu's (lithium-ion) beschikken niet over een 'geheugen', zodat ze op ieder gewenst moment kunnen worden opgeladen. Het is echter aanbevolen om de accu leeg te laten lopen tijdens normaal werk en vervolgens volledig op te laden. Indien dergelijke hantering vanwege het type werk niet altijd mogelijk is, dient deze procedure tenminste eens per 10 à 15 werkcycli te worden herhaald. De accu mag in geen geval worden ontaladen door elektroden aan te sluiten. Dit leidt tot onherstelbare schade! De oplaadstatus van de accu mag ook niet worden nagegaan door een elektrode aan te sluiten en het vonken te controleren.
Bewaren van de accu
Zorg voor de juiste opslagomstandigheden om de levensduur van de accu te verlengen. Deze duurt ongeveer 500 oplaad-ontlaadcycli. Bewaar de accu bij een temperatuur van 0 tot 30 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 50%. Laad de accu op tot ca. 70% wanneer je deze langere tijd wilt opslaan. In geval van langere opslag de accu eens per jaar opladen. Vermijd het overmatig opladen van de accu, daar dit de levensduur verkort en kan leiden tot onherstelbare schade.
De accu zal tijdens opslag langzaam ontladen vanwege lekstroom. Het zelfontladingsproces hangt af van de opslagtemperatuur; hoe hoger deze is, des te sneller is de batterij leeg. In geval van onjuiste opslag van de batterij kan lekkage van het elektrolyt plaatsvinden. In geval van lekkage het elektrolyt verzamelen met een neutraal middelen. De ogen in geval van contact met het elektrolyt grondig uitwassen en vervolgens onmiddellijk een arts raadplegen. Gebruik van het apparaat met beschadigde accu is verboden.
In geval van volledig verbruik van de accu moet deze worden afgegeven bij een gespecialiseerd verzamelpunt voor de verwerking van dergelijk afval.
Accutransport
Lithium-ion-accu's zijn volgens de wet gevaarlijk materiaal. De gebruiker van het apparaat kan apparaten met accu of de accu zelf over land vervoeren. Hierbij hoeft niet te worden voldaan aan aanvullende voorwaarden. In geval van het opdragen van transport aan derden (bijv. verzending door een koerier) dienen de regels voor transport van gevaarlijke materialen te worden nageleefd. Neem voorafgaand aan de verzending contact op met een persoon die over de juiste kwalificaties beschikt.
Het is verboden om beschadigde accu's te vervoeren. Tijdens het transport moeten de gedemonteerde accu's uit het apparaat verwijderd worden en de blootliggende contacten worden beveiligd door ze bijv. met isoleertape af te plakken. Beveilig de accu's zo in de verpakking dat ze zich niet binnenin de verpakking kunnen bewegen tijdens het transport. Leef ook de landelijke voorschriften na op het gebied van transport van gevaarlijke materialen.
Accu opladen (XVI)
Let op! Koppel voor het opladen de stroomtoevoer van het laadstation los van het lichtnet door de stekker uit het stopcontact te halen. Reinig bovendien de accu en de accupolen van vuil en stof met een zachte, droge doek.
De accu heeft een ingebouwde laadindicator. Door op de knop te drukken lichten de LED's op, hoe meer, hoe meer de batterij wordt opgeladen. Als de LED's niet oplichten wanneer de knop wordt ingedrukt, is de accu ontladen.
Sluit de accu aan op het gereedschap.
Schuif de accu in de oplaadbus.
Steek de lader in een stopcontact.
De rode LED zal oplichten, wat het laadproces aangeeft.
NL
Wanneer het opladen voltooid is, gaat de rode LED uit en gaat de groene LED branden om aan te geven dat de accu volledig is opgeladen.
Trek de stekker van de lader uit het stopcontact.
Trek de accu uit het laadstation door op de accuvergrendelingsknop te drukken.
Let op! Als de groene LED oplicht wanneer de lader op het lichtnet is aangesloten, is de accu volledig opgeladen. In dit geval zal de lader het laadproces niet starten.
ONDERHOUD EN OPSLAG VAN HET PRODUCT
Let op! Haal de stekker uit het stopcontact voordat u met één van de hieronder beschreven activiteiten begint. Trek de stekker van de met elektriciteit aangedreven kettingzagen uit het stopcontact, bij kettingzagen die zijn aangedreven door een accu, de accu loskoppelen.
Na elk gebruik moet de toestand van de zaag worden gecontroleerd, met bijzondere aandacht voor de doorgankelijkheid van de ventilatie-openingen.
Controleer de plaatsing van alle zaagelementen. Draai alle losse schroefverbindingen vast. Controleer de kettingspanning en -toestand. Als u merkt dat de ketting beschadigd of versleten is, vervangt u deze door een nieuwe. Het is verboden om de kettingzaag met een versleten ketting te gebruiken!
Een te losse ketting kan van het zaagblad vallen, waardoor de bediener letsel kan oplopen. Ook moet de ketting goed geslepen worden. Omdat dit de juiste ervaring en gereedschappen vereist, is het aan te bevelen om het slijpen door een gespecialiseerde dienst uit te laten voeren. De olie in de tank moet worden bijgevuld. Maak zaagbehuizing schoon met een zachte droge doek. De behuizing moet worden gereinigd van eventueel achtergebleven hout, olie, vet of andere verontreinigingen. Bewaar de zaag in een droge, gesloten ruimte die is afgesloten van de stroomtoevoer.
Let op! Tijdens de opslag kan een kleine hoeveelheid olie uit het kettingsmeersysteem ontsnappen, dit is normaal en heeft geen invloed op het oliepeil in de tank en is geen teken van schade.
Bewaar de zaag op een schaduwrijke, droge plaats met voldoende ventilatie om condensatie te voorkomen. De plaats moet on-toegankelijk zijn voor omstanders, vooral kinderen. Tijdens de opslag moeten het zaagblad en de ketting altijd worden beschermd door een hoes.