R 200iX AWD - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R 200iX AWD HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over R 200iX AWD HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R 200iX AWD - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R 200iX AWD van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING R 200iX AWD HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 97-141
SL Navodila za uporabo 142-185
Inhalt
| Inleiding | 97 |
| Veiligheid | 103 |
| Montage | 110 |
| Werking | 111 |
| Onderhoud | 119 |
| Probleemoplossing | 127 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 134 |
| Technische gegevens | 136 |
| Service | 139 |
| Verklaring van overeenstemming | 140 |
| Geregistreerde handelsmerken | 141 |
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie Husqvarna servicedealer: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
Productbeschrijving
Het product is een zitmaaier. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid moeiteloos aanpassen. Het product heeft vierwielaandrijving (AWD) en wordt gebruikt met 2-in-1-maaidekken met mulchplug.
Gebruik
Het product is gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen.
Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Hefhendel voor het maaidek
- Maaihoogtehendel
- Knop om terug te gaan in het menu
- Rijmodusknop
- Startknop
- Aan/uitschakelaar
- Draaiwiel
- Vergrendeling voor het accudeksel
-
Accudeksel
-
Rails
- Contact voor de acculader
- Maaidek
- Display
- Stuurwiel
- Stoelverstelling
- Handgreep voor het in- of uitschakelen van het elektrische parkeerremsysteem
- Stoel
- Acculader
- Trekhaak
Overzicht display
Op het display wordt de status van het product weergegeven. Er zijn 5 soorten meldingen op het display, zie Soorten meldingen op pagina 100.

text_image
1 3 4 14:52 AUTO 60 % 60 min 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 18 19- Indicator automatische parkeerrem. De indicator gaat branden wanneer de automatische parkeerrem is ingeschakeld.
- Indicator werklamp of koplamp
- Klok
- Indicator Bluetooth ^ . De indicator gaat branden wanneer een Bluetooth ^ apparaat is aangesloten op het product.
- Onderhoudsherinnering
- Indicator voor de aandrijfmotor/de aandrijfmotorregeling
- Indicator voor de maaidekmotor / de regelaar voor de maaidekmotor
- Accu-indicator
-
Indicator rijmodus. SavE-rijmodus is ingeschakeld. Zie Een rijmodus selecteren op pagina 118.
-
Indicator rijmodus. Modus voor verminderde prestaties is ingeschakeld. Zie Display-indicatormeldingen op pagina 130.
- Accuniveau, in minuten bedrijfstijd
- e-PTO (elektrische aftakas) ^15 indicator. Maaistand en ingeschakeld / Maaistand en uitgeschakeld / Transportstand en uitgeschakeld.
- Het midden van het display. Zie Displaymodi op pagina 100.
- Indicator accuniveau, %
- Indicator accuniveau
- Indicator lage temperatuur. Als de indicator lage temperatuur op het display verschijnt, raadpleegt u Gebruik in de winter op pagina 117 en Display - Probleemoplossing op pagina 130.
-
Indicator hoge temperatuur. Als de indicator hoge temperatuur op het display verschijnt, moet het product worden gestopt en moet worden gekeken naar Display - Probleemoplossing op pagina 130.
-
Waarschuwingsindicator. Als het waarschuwingslampje op het display gaat branden, stopt u het product en raadpleegt u Display - Probleemoplossing op pagina 130.
- Dodemansregeling (OPC). De indicator gaat branden wanneer de gebruiker niet op de stoel zit.
Soorten meldingen
Er kunnen 5 soorten meldingen op het display worden weergegeven.
| Type melding Beschrijving | |
| Display-indicatormelding Indicators | symbolen op het display geven een ingeschakelde functie of informatie over de staat van het product weer. Wanneer er een display-indicatormelding wordt weergegeven, kan het product meestal werken, maar er zijn aanbevolen acties. Zie Overzicht display op pagina 99 en Display-indicatormeldingen op pagina 130. |
| Waarschuwingsmelding Een combinatie van gele symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven. Geeft een onjuiste conditie aan. Wanneer er een waarschuwingsmelding wordt weergegeven, kan het product meestal werken, maar het is langzamer dan normaal. Zie Waarschuwingsmeldingen op het display op pagina 131. | |
| Foutmelding Een combinatie van rode symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven. Geeft een veiligheidswaarschuwing of een probleem met het product weer. Wanneer er een fout optreedt, wordt het product meestal in de stationaire modus gezet en kan het niet worden gestart totdat de fout is verdwenen. Zie Foutmeldingen op het display op pagina 132. | |
| Start verhinderd Eén groot symbol op het display dat een toestand aangeeft die het starten van het product verhindert. Zie Meldingen wanneer starten wordt verhinderd op pagina 133. | |
| Waarschuwingsmelding winter- gebruik | Een combinatie van witte of gele symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven. Geeft aan dat de accutemperatuur laag of te laag is. Zie Gebruik in de winter op pagina 117 en Waarschuwingsmel-dingen op het display op pagina 131. |
Displaymodi

text_image
A 0000 h B km/h CHet midden van het display geeft verschillende informatie in de verschillende displaymodi weer.
- De stationaire modus (A) wordt weergegeven wanneer de aan/uit-schakelaar in de stand "1" staat. In de stationaire modus geeft het display de totale bedrijfstijd weer.
- De rijmodus met maaidek in transportstand (B) geeft aan wanneer het product wordt gestart. In de rijmodus met het maaidek in de transportstand geeft het display de huidige snelheid in km/h weer.
- De rijmodus met maaidek in maaistand (C) geeft aan wanneer het maaidek of een ander accessoire is ingeschakeld. Wanneer alleen de groene indicatoren branden, is het stroomverbruik van het maaidek of accessoire zoals aanbevolen. Als de gele of rode indicatoren branden, is het stroomverbruik hoger dan aanbevolen en neemt de bedrijfstijd af.
Laadweergave

Wanneer een lader is aangesloten op het product en de aan/uit-schakelaar in de stand "1" staat, wordt in het midden van het display de laadweergave weergegeven.
(A): In de laadweergave wordt de laadstatus in % weergegeven. Het laadsymbool (B) verschijnt wanneer het product wordt opgeladen. Het laadsymbool (B) verdwijnt wanneer de oplader is aangesloten, maar niet oplaadt.
Start verhinderd
Voordat het product kan worden gestart, moeten de bedrijfsomstandigheden in acht worden genomen. Raadpleeg Meldingen wanneer starten wordt verhinderd op pagina 133. Als de startknop wordt ingedrukt terwijl de bedrijfsomstandigheden niet in acht worden genomen, wordt op het display een symbool voor verhinderde start weergegeven. Raadpleeg Meldingen wanneer starten wordt verhinderd op pagina 133.
Dodemansregeling (OPC)
De OPC zet het product in de veilige modus wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De motor stopt en de maaimotoren stoppen als de bladen ingeschakeld zijn. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 108.
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product stopt wanneer de pedalen worden losgelaten.

text_image
A BMaaidek
De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip. BioClip maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip worden gebruikt. Zonder BioClip wordt het gras naar achteren uitgeworpen.
Husqvarna Connect
Het product heeft draadloze Bluetooth®technologie en kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de Husqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreide functies voor uw Husqvarna-product:
- Uitgebreide productinformatie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende bladen.

Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende delen.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Houd omstanders uit de buurt.

Stop het product voordat u onderhoud uitvoert.

De max. toegestane verticale kracht van de trekstang staat gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 136 en op het label.

De max. toegestane horizontale kracht van de trekstang staat gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 136 en op het label.

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Maai geen gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 107.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Het product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen.

Beschermd tegen spatwater.

Kijk niet in de werklamp (indien aanwezig).

Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 136en op het label.

Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Onderhoudsstand van het maaidek.

Werkstand van het maaidek.

Maaihoogte.

Onderhoudsstand voor de maaihoogtehendel.

De messen zijn uitgeschakeld.

De messen zijn ingeschakeld.








Probeer de accu niet te repareren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer.
Zet de aan/uit-schakelaar in de stand "0" voordat u het maaidek bevestigt of verwijdert.
Schakel het elektrische parkeerremsysteem in of uit.

Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur.
yyyywwxxxx Het serienummer staat op
het productplaatje. yyyy is het productiejaar en ww is de productieweek.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten.
Schade aan het product
We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Ondersteuning
Voor ondersteuning over het product gaat u naar het gedeelte Ondersteuning op voor instructies, handleidingen voor probleemoplossing of om de Husqvarna Self-service en de Productzoeker te gebruiken (indien beschikbaar in uw markt). Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer voor ondersteuning met betrekking tot het product.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene productveiligheidswaarschuwingen

WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die worden meegeleverd met dit product. Het niet opvolgen van ieder van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik. De term "product" in de waarschuwingen verwijst zowel naar producten die op het lichtnet
(met snoer) werken als producten die met een accu (snoerloos) werken.
Veiligheid van het werkgebied
- Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
- Gebruik het product niet in een explosiegevaarlijke omgeving, bijv. in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Het product creëert vonken waardoor het stof of de dampen kunnen ontbranden.
- Houd kinderen en omstanders op afstand wanneer u het product gebruikt. U kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt.
Elektrische veiligheid
- Productstekkers moeten geschikt zijn voor het betreffende stopcontact. Wijzig nooit de stekker. Gebruik nooit een adapterstekker in combinatie met geaarde producten. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
- Stel de producten niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Water dat in een product binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Gebruik de kabel niet voor oneigenlijke doeleinden. Gebruik de kabel nooit om het product te dragen, te trekken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen.
Beschadigde of in de knoop geraakte kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
- Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis wanneer u buiten werkt met een product. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
- Als gebruik van een product in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, gebruik dan een netvoeding met aardlekschakelaar (RCD). Gebruik van een RCD vermindert het risico op elektrische schokken.
Persoonlijke veiligheid
- Wees altijd alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u het product gebruikt. Gebruik het product niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van producten kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
- Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming in relevante werkomstandigheden beperken letsel.
- Voorkom een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de stand OFF staat voordat u het product aansluit op een spanningsbron en/of accupack, oppakt of draagt. Het dragen van producten met uw vinger op de schakelaar of het onder spanning zetten van producten waarvan de schakelaar op aan staat, kan makkelijk leiden tot ongelukken.
- Verwijder eventuele (instel)sleutels voordat u het product inschakelt. Een sleutel die is bevestigd aan een draaiend onderdeel van het product kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
- Voorkom overstrekken. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Hierdoor hebt u een betere controle over het product in onverwachte situaties.
- Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
- Als de mogelijkheid bestaat voor het opvangen van stof moet u ervoor zorgen dat deze is aangesloten en op de juiste wijze wordt gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde gevaren beperken.
- Laat de vertrouwdheid met de door u gebruikte producten door het frequente gebruik ervan niet toe leiden dat u de veiligheidsprincipes negeert. Een onzorgvuldige handeling kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
Gebruik en onderhoud van het product
- Forceer het product niet. Gebruik het juiste product voor de toepassing. Het juiste product voert de
werkzaamheden waarvoor het is ontworpen beter en veiliger uit.
- Gebruik het product niet als de On/Off-schakelaar niet werkt. Producten die niet bediend kunnen worden met de schakelaar zijn gevaarlijk en moeten gerepareerd worden.
- Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder het accupack, indien verwijderbaar, van het product voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of producten opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen het risico op het onbedoeld starten van het product.
- Berg producten die u niet nodig hebt op buiten het bereik van kinderen en laat personen die onbekend zijn met het product of deze instructies niet werken met het product. Producten zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
- Onderhoud de producten en de accessoires. Controleer het apparaat op verkeerde uitlijning of bevestiging van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere condities die de werking van het product negatief kunnen beïnvloeden. Als het product is beschadigd, moet u het laten repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden producten.
- Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
- Gebruik het product, de accessoires, gereedschapsbits en dergelijke in overeenstemming met deze instructies en houd hierbij rekening met de werkomstandigheden en het type klus dat moet worden uitgevoerd. Als u het product voor andere toepassingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
- Houd de handgrepen en grijpoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als handgrepen en grijpoppervlakken glad zijn, kan dit ervoor zorgen dat het product in onverwachte situaties niet veilig kan worden gehanteerd en bediend.
Gebruik en onderhoud van gereedschap met accu
- Laad het gereedschap alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
- Gebruik producten enkel met de specifiek hiervoor bedoelde accupacks. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
-
Als het accupack niet gebruikt wordt, houd hem dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee klemmen kunnen maken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
-
Als het accupack verkeerd wordt gebruikt, kan er vloeistof uit de accu komen; zorg dat u deze niet aanraakt. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als er vloeistof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof die uit de accu komt kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
- Gebruik geen accupack of product dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
- Stel het accupack of product niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kan een explosie veroorzaken.
- Volg alle oplaadinstructies op en laad de accu of het product niet op bij temperaturen die buiten het in de instructies gespecificeerde bereik vallen. Door onjuist opladen of opladen bij temperaturen die buiten het gespecificeerde bereik liggen, kan de accu beschadigd raken en neemt het risico op brand toe.
Service
- Laat uw product onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudsmonteur met gebruikmaking van uitsluitend identieke vervangende onderdelen. Hierdoor blijft de veiligheid van het product gehandhaafd.
- Voer nooit onderhoud uit aan beschadigde accupacks. Onderhoud aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden wij personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en
de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
• Vervang beschadigde of ontbrekende veiligheidsstickers door nieuwe. - Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten, moet u altijd de bladen stoppen, controleren of de parkeerrem is ingeschakeld, de motor stoppen en de sleutel uit de aan/uit-schakelaar verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond en schakel deze uit.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Algemeen:
- Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
- Het product kan worden uitgerust met een extra accu. Laat installatie en reparaties uitsluitend door uw geautoriseerde servicedealer uitvoeren. Probeer nooit de accu's te installeren of te repareren.
- Controleer regelmatig of de accu's intact zijn. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel. Beschadigde accu's mogen nooit worden gerepareerd of geopend.
- Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, gebruik het product dan niet langer en neem contact op met een erkende Husqvarna-servicedealer.
• Demonteer, open of vernietig accu's niet. - Stel accu's niet bloot aan mechanische schokken.
- Stel cellen of accu's niet bloot aan hitte of vuur. Zet een accu niet in direct zonlicht.
- Sluit accu's niet kort. Berg accu's niet in een opslagplaats op waar ze onderling kortsluiting kunnen veroorzaken of waar kortsluiting door andere metalen voorwerpen kan ontstaan.
- Zorg ervoor dat accu-inhoud niet in contact komt met de huid of ogen. Spoel bij contact het betreffende gebied met ruime hoeveelheden water af en raadpleeg een arts.
- Gebruik nooit een accu die niet is bedoeld voor gebruik met het apparaat.
- Combineer geen cellen van verschillende fabrikanten, capaciteit, afmetingen of types in het apparaat.
- Houd cellen of accu's buiten het bereik van kinderen.
- Hou de accu schoon en droog.
- Gebruik de accu alleen voor de toepassing waarvoor hij is bedoeld.
48 V-accu's:
- De Husqvarna 48 V-accu's worden uitsluitend gebruikt als voeding voor de Husqvarna accuaangedreven zitproducten. Om letsel te voorkomen, mag de accu niet worden gebruikt als voedingsbron voor andere apparaten.
- Gebruik nooit defecte, aangepaste of beschadigde accu's of apparaten.
- Probeer de apparaten of accu's nooit aan te passen of te repareren. Laat alle reparaties uitsluitend door uw geautoriseerde servicedealer uitvoeren.
Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Gebruik het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden niet om op een helling te blijven. Dit zal het systeem oververhitten.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 136.

text_image
KG- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.

- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken.
- Verwijder geen veiligheidsvoorzieningen en voer er geen veranderingen aan uit.
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn of niet goed werken, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer.
Aan/uit-schakelaar controleren
• Koppel de acculaadkabel los.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "1". Controleer of het display wordt ingeschakeld.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0". Controleer of het product onmiddellijk stopt en het display wordt uitgeschakeld.
De bedrijfsvoorwaarden controleren
Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.
- Controleer of u de rijmodus niet kunt starten wanneer het maaidek in de maaistand staat.
- Controleer of u de rijmodus niet kunt starten wanneer u de pedalen intrapt.
- Controleer of u de rijmodus niet kunt starten wanneer u van de stoel opstaat.
-
Controleer of u de rijmodus niet kunt starten wanneer de lader op het product is aangesloten.
-
Controleer of u de rijmodus niet kunt starten wanneer het elektrische parkeerremsysteem is uitgeschakeld.
-
Controleer of het product stopt als de maaidekmotoren ingeschakeld zijn en u opstaat van de stoel.
Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren
- Start het product en schakel de rijmodus in.
- Zorg dat de pedaal voor vooruit rijden en de pedaal voor achteruit rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
-
Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
-
Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Druk het andere pedaal in voor meer remkracht wanneer u de snelheid verlaagt.
- Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor achteruit rijden.
- Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controleren op pagina 123.
Waarschuwingsindicator op het display

OPGELET: Als de waarschuwingsindicator op het display verschijnt, moet het product worden gestopt en moet worden gekeken naar Display - Probleemoplossing op pagina 130.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan het product en het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De aan/uit-schakelaar is in de stand "0" gezet en de sleutel voor de aan/uit-schakelaar is verwijderd.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De kabel voor de acculader is losgekoppeld.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren we u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 119.
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Voer geen onderhoud aan de accu uit. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer geen functietest met uw vingers uit.
- Start het product niet indien de beschermkappen verwijderd zijn. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u er onderhoud aan uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- De trillingen in het product tijdens het bedrijf kunnen anders zijn dan de opgegeven trillingswaarde in Technische gegevens op pagina 136. Het verschil wordt veroorzaakt door variaties in productgebruik. Als u het product regelmatig of gedurende langere tijd gebruikt, moet u regelmatig onderbrekingen inlassen om letsel door trillingen te voorkomen.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.
- Vervang beschadigde, versleten of defecte onderdelen.
Montage
Inleiding
Instructies voor het verwijderen en bevestigen van het maaidek vindt u ook op een label aan de binnenkant van de voorste kap.
Verwijderen en bevestigen van het maaidek

OPGELET: Zorg ervoor dat de aan/uit- schakelaar in de stand "0" staat voordat u het maaidek verwijdert of bevestigt. Risico op beschadiging van elektrische componenten.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0" haal de sleutel uit het contact.
- Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
- Maak de klem op de voorste kap los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal de kap eraf.

- Til de beugel voor de maaihoogteafstelling omhoog en plaats hem in de houder.

- Koppel de kabel los van het maaidek.

- Maak de vergrendeling van het maaidek met uw linkerhand los. Trek het maaidek eruit met uw rechterhand.

- Plaats een houten blok tussen de apparatuur en het chassis. Zo zorgt u ervoor dat het maaidek niet terugspringt wanneer het wordt verwijderd.

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig. Er is een kans op letsel als uw hand tussen het frame van de uitrusting en het chassis bekneld raakt.
- Verwijder de 2 schroeven van het frame van de uitrusting.

- Pak de voorkant van het maaidek vast en trek het maaidek eruit.

- Verwijder het houten blok.

- Bevestig het maaidek in omgekeerde volgorde.
Werking
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Display
Het displaymenu gebruiken
- Druk op het draaiwiel (A) om het displaymenu weer te geven.

text_image
A B-
Draai aan het draaiwiel (A) om door de beschikbare menu's te bladeren.
-
Druk op het draaiwiel (A) om een menu te selecteren.
-
Druk op de knop (B) om terug te gaan en het displaymenu te sluiten.
Let op: De meeste menu's zijn alleen beschikbaar in de stationaire modus of wanneer het product stilstaat. Raadpleeg Displaymodi op pagina 100. Het menu wordt automatisch gesloten wanneer u op de startknop drukt of de pedalen intrapt.
Snelheid accessoire

bar
| Time | RPM | |---|---| | 15:40 | (bar height) |Het accessoiremenu is alleen beschikbaar als uw product een accessoire met instelbare snelheid heeft. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor het accessoire. Neem contact op met uw Husqvarna dealer voor meer informatie over beschikbare accessoires voor het product.
Het menu Lamp op ON zetten
Let op: Lamp is een optionele accessoire. Neem contact op met uw Husqvarna dealer voor meer informatie over beschikbare accessoires voor het product.
Let op: Voordat u de lamp kunt bedienen en aanpassen, moet het menu Lamp op ON zijn gezet.
-
Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
-
Selecteer het menu Instellingen.

- Blader naar het menu Lamp.

- Druk op het draaiwiel om het menu Lamp op ON te zetten.

Let op: Het menu Lamp is ingesteld op ON wanneer u het product de volgende keer start.
De lampen aanpassen
Let op: Het menu Lamp moet worden ingesteld op ON nadat de lampen zijn aangebracht. Raadpleeg Het menu Lamp op ON zetten op pagina 112.
-
Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
-
Scroll naar het symbool voor lampen uit.

- Druk op het draaiwiel om de werklampen op ON te zetten.

- Druk op het draaiwiel om de werklampen en koplampen op ON te zetten.

Systeeminformatie lezen
- Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
- Selecteer het informatiesymbool.

- Draai aan het draaiwiel om tussen de 4 weergaven met systeeminformatie te bladeren
Weergaven met systeeminformatie
Let op: Er kan een tweede accu in het product worden geïnstalleerd. Neem voor installatie contact op met uw Husqvarna-dealer.

WAARSCHUWING: Risico van elektrische schok. Probeer de accu's niet te installeren of repareren. Laat installaties en reparaties alleen uitvoeren door een erkende servicedealer.
Totale inschakeltijd in rijmodus.
Totale tractietijd.
Totale tijd met maaidek, bezem of zonder accessoire aan de voorzijde.
Aantal geïnstalleerde accu's.

text_image
0342 0299 0226 0000 h h 1 2De onderhoudsherinnering resetten
- Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
- Selecteer het menu Instellingen.

- Selecteer het onderhoudsherinneringssymbool.

- Selecteer het symbool voor het resetten van de onderhoudsherinnering.

text_image
15:40 ×De tijd op het display instellen
- Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
- Selecteer het menu Instellingen.

- Selecteer het kloksymbool.

- Draai aan het draaiwiel en druk het in om de uren, minuten en tijdnotatie (24 uur / 12 uur) in te stellen.

Het geluid in- of uitschakelen
Let op: Wanneer het geluid is uitgeschakeld, hoort u geen meldingsgeluiden voor waarschuwingen, fouten of start.
- Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
- Selecteer het menu Instellingen.

- Selecteer het luidsprekersymbool.

- Druk op het draaiwiel om het geluid in of uit te schakelen.
Foutmeldingen lezen
Let op: Een foutmelding is een combinatie van symbolen. Raadpleeg Foutmeldingen op het display op pagina 132.
- Druk op het draaiwiel om het displaymenu weer te geven.
- Selecteer het waarschuwingen-symbol in het displaymenu.

Let op: Het foutmenu geeft maximaal
3 foutmeldingen weer. Als er meer dan 3 foutmeldingen zijn, toont het foutmenu de eerste 3 foutmeldingen.
Let op: Wanneer een fout uit het systeem is verdwenen, wordt de foutmelding niet opgeslagen in het foutmenu.
- Raadpleeg Foutmeldingen op het display op pagina 132 voor meer informatie en instructies.
Husqvarna Connect gebruiken
- Download de Husqvarna Connect-app op uw mobiele apparaat.
- Registreer in de Husqvarna Connect-app.
- Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app om verbinding te maken met het product en dit te registreren.
Accu-indicatie wanneer het product is ingeschakeld

bar
| Category | Value (%) | |---|---| | Item 1 | 60 |Het display geeft de laadstatus in % weer wanneer het product is ingeschakeld. Elke groene indicator is een laadstatus van 20%. Wanneer de laadstatus 20% of lager is, is de indicator helemaal links geel. Wanneer de laadstatus 5% of lager is, is de indicator helemaal links rood. Wanneer de accu leeg is, is de indicator helemaal links grijs.

text_image
! 0 % minDe accu opladen

WAARSCHUWING: Een verkeerd gebruikte of beschadigde acculader kan een elektrische schok, acculekkage of te hoge temperaturen veroorzaken. Controleer de acculader en de accu regelmatig op schade.

OPGELET: Laad de accu volledig op voordat u deze voor het eerst gebruikt. Een nieuwe accu is niet helemaal opgeladen.

OPGELET: Gebruik alleen goedgekeurde laders. Zie Goedgekeurde acculaders op pagina 138.

OPGELET: Laad de accu op in omstandigheden met temperaturen tussen 0 °C en 40 °C 0°C– +40°C.

OPGELET: Het laadproces is mogelijk als de temperatuur van de accu binnen het toegestane laadtemperatuurbereik +5°C–+40°C ligt. Het opladen begint niet wanneer de temperatuur van de accu hoger of lager is dan het toegestane laadtemperatuurbereik. Wanneer de temperatuur van de accu binnen het toegestane laadtemperatuurbereik ligt, wordt het laden automatisch gestart.

OPGELET: Gebruik het product enkel bij omgevingstemperaturen tussen -15°C- +40°C. De interne temperatuur van de accu moet hoger zijn dan 0°C om het volledige vermogen van het product te kunnen gebruiken. Zie Gebruik in de winter op pagina 117.

OPGELET: Plaats de acculader niet op warmtegevoelige oppervlakken.
Let op: De temperatuur van de acculader neemt toe wanneer de accu wordt opgeladen.
Let op: De accu kan in de slaapstand gaan wanneer het product in opslag is of wanneer de accu bijna leeg is. Om de accu te starten, drukt u 2 seconden op de startknop. Als de accu niet start, laad de accu dan ononderbroken op totdat deze volledig is opgeladen. De oplaadtijd is langer wanneer de accu in de slaapstand staat.
- Sluit de acculader aan op een geaard stopcontact en op het product.

- Zet de ON/OFF-schakelaar van de lader op ON.
- Zet de ON/OFF-schakelaar van de lader op OFF voordat u de lader loskoppelt.
Let op: Er kan een tweede accu in het product worden geïnstalleerd. Neem voor installatie contact op met uw Husqvarna-dealer.
Accu-indicatie wanneer de accu wordt opgeladen
Wanneer een lader is aangesloten op het product en de aan/uit-schakelaar in de stand "1" staat, geeft het display de laadweergave weer. Zie Laadweergave op pagina 101.
Wanneer een lader is aangesloten, geven 4 leds onder de aansluiting voor de acculader de laadstatus weer.

Let op: Alle 4 leds gaan even branden wanneer de acculader wordt aangesloten.

OPGELET: Als er geen leds gaan branden of als de rode leds knipperen wanneer de acculader wordt aangesloten, is er sprake van een fout. Let op waarschuwingssymbolen of een foutmelding op het display. Koppel de lader los en zie Probleemoplossing op pagina 127.
Wanneer de accu is volledig opgeladen branden alle 4 leds.

OPGELET: Als de lader is aangesloten en de ON/OFF-schakelaar van de lader op OFF wordt gezet, gaan alle laadindicatoren uit. Zorg dat u de lader loskoppelt voordat u het product gebruikt.
| Leds Laadstatus | |
| Alle 4 leds branden. De accu is 76% - 100% opgeladen. | |
| Leds 1-3 branden. De accu is 51% - 75% op-geladen. | |
| Leds 1-2 branden. De accu is 26% - 50% op-geladen. | |
| Leds Laadstatus | |
| Led 1 brandt. De accu is 0% - 25% op-geladen. | |
Let op: Het opladen begint niet wanneer de temperatuur van de accu hoger of lager is dan het toegestane laadtemperatuurbereik. Gele leds geven de laadstatus weer. Wanneer de temperatuur van de accu binnen het toegestane laadtemperatuurbereik ligt, wordt het laden automatisch gestart.
Let op: Als u het product bij lage temperaturen gebruikt, kan de gebruikstijd afnemen.
De acculader loskoppelen
Let op: Het is niet mogelijk om het product te starten wanneer de acculader is aangesloten.
- Zet de ON/OFF-schakelaar van de lader op OFF.
- Draai de stekker van de lader om de lader los te koppelen.

De stoel kan voorover gekanteld worden. De stoel is ook naar voren of naar achteren verstelbaar. Draai de handgrepen onder de stoel los om de stoel naar voren of achteren te schuiven.

De hoogte van het stuurwiel aanpassen

WAARSCHUWING: Pas de hoogte van het stuurwiel niet aan tijdens het gebruik van het product.
- Draai de knop linksom om hem los te draaien.

-
Pas de hoogte van het stuurwiel aan.
-
Draai de knop rechtsom om hem vast te draaien.

OPGELET: Zorg dat de lange kant van de knop omhoog wijst.

Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten
- Om het maaidek omhoog te zetten naar de transportstand, trekt u de hefhendel naar achteren. Als de rijmodus is ingeschakeld, stoppen de bladen automatisch met draaien.

- Om het maaidek omlaag te zetten naar de maaistand, drukt u op de vergrendelknop en beweegt u de hefhendel naar voren. Als de rijmodus is ingeschakeld, beginnen de bladen automatisch te draaien.

De parkeerrem is elektrisch. De parkeerrem wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product stilstaat en wordt vrijgegeven wanneer u de pedalen intrapt. Er wordt een parkeerremsymbol weergegeven op het display wanneer de parkeerrem is ingeschakeld.

Product handmatig verplaatsen

WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, moet u controleren of het elektrische parkeerremsysteem is ingeschakeld.

OPGELET: Duw het product niet langer dan nodig of met een snelheid hoger dan 6 km/h.
Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor moet het elektrische parkeerremsysteem uitgeschakeld zijn. De hendel voor het elektrische parkeerremsysteem bevindt zich achter het linker voorwiel.
- Beweeg de hendel omlaag om het elektrische parkeerremsysteem uit te schakelen.

- Beweeg de hendel omhoog om het elektrische parkeerremsysteem in te schakelen.
Product starten
- Koppel de kabel naar de acculader los.
- Ga op de stoel zitten.
- Zet het maaidek omhoog in de transportstand. Raadpleeg Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten op pagina 116.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "1" (A). Het product staat in de stationaire modus.

- Zorg ervoor dat u de pedalen niet intrapt.
- Druk op de startknop (B) tot u een geluid hoort en de displayweergave verandert. Dit geeft aan dat de rijmodus is ingeschakeld.

text_image
1400 km/hLet op: U hoort het geluid niet als het geluid is uitgeschakeld. Raadpleeg Het geluid in- of uitschakelen op pagina 113.
Let op: De accu kan in de slaapstand gaan wanneer het product in opslag is of wanneer de accu bijna leeg is. Om de accu te starten, drukt u 2 seconden op de startknop. Als de accu niet start, laad de accu dan ononderbroken op totdat deze volledig is opgeladen. De oplaadtijd is langer wanneer de accu in de slaapstand staat.
Gebruik in de winter
Het product kan worden gebruikt in winterse omstandigheden bij temperaturen tot -15°C.

OPGELET: De interne temperatuur van de accu moet hoger zijn dan 0°C om het volledige vermogen van het product te kunnen gebruiken.

Als de interne temperatuur van de accu laag is, wordt er een waarschu- wingsmelding weergegeven op het display.
Blijf het product normaal gebruiken en parkeer het product alleen bij omgevingstemperaturen hoger dan 0°C. Als u het product bij lagere temperaturen parkeert, wordt de interne temperatuur in de accu's kouder dan 0°C. Het product schakelt dan over naar de modus voor verminderde prestaties of wordt te koud om te starten.
![]() | Als de interne temperatuur van de accu lager is dan 0°C, wordt er een waarschuwingsmelding weergegeven op het display en wordt het product automatisch ingesteld op de modus voor verminderde prestaties.Gebruik het product in de modus voor verminderde prestaties totdat u het product kunt stoppen bij omgevingstemperaturen hoger dan 0°C. Stop het product en wacht tot de temperatuur van de accu stijgt om het volledige vermogen van het product te krijgen. |
![]() | Als de interne temperatuur van de accu te laag is om het product te kunnen gebruiken, wordt er een foutmelding weergegeven op het display en stopt het product.Verplaats het product handmatig naar een gebied met een omgevings-temperatuur hoger dan 0°C en wacht tot de temperatuur van de accu stijgt. Zie Product handmatig verplaatsen op pagina 116. |
Het product gebruiken
- Start het product. Raadpleeg Product starten op pagina 117.
- Trap 1 pedaal voorzichtig in. Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B) voor achteruit rijden. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt.

text_image
A BLet op: De parkeerrem wordt automatisch vrijgegeven wanneer u een pedaal intrapt.
- Laat het pedaal los om de remmen te bedienen.
- Selecteer de maaihoogte (1-10) met behulp van de maaihoogtehendel.

- Druk op de vergrendelknop op de hefhendel voor het maaidek en zet het maaidek omlaag naar de maaistand.

Een rijmodus selecteren
U kunt het product in twee verschillende rijmodi zetten: Standaard rijmodus of een accubesparingsfunctie, SavE. De SavE-functie zorgt voor een langere bedrijfstijd. De SavE-functie verlaagt de snelheid van het product en de snelheid van de bladen.
- Zet de aan/uit-schakelaar (A) in stand "1". Het display gaat aan.
- Druk op de rijmodusknop (B) om de rijmodus te wijzigen.

text_image
B ALet op: De indicator rijmodus op het display geeft aan welke rijmodus is ingeschakeld. Raadpleeg Overzicht display op pagina 99.
Let op: Als de indicator voor rijmodus Accu bijna leeg verschijnt, zie Display-indicatormeldingen op pagina 130.
Product stoppen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond. De parkeerrem wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product stilstaat.
- Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren om het maaidek te heffen in de transportstand.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0".
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht resultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Gebruik de standaard rijmodus voor het beste resultaat. Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en te dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Voor het beste resultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de mulchfunctie. Raadpleeg Verwijder de BioClip-plug en bevestig deze op het maaidek op pagina 126
Lading aan de rails bevestigen
Het product heeft rails en railbeugels op het accudeksel om lading te bevestigen.
- Stel de railbeugels af op de lading.
a) Draai de schroef los en verplaats de railbeugel naar voren of naar achteren op de rail.

b) Draai de schroef vast.
- Steek een riem door het gat in de railbeugel (A).

text_image
A B- Steek de riem door de railbeugel (B) aan de andere kant.
- Gebruik de railbeugels om de lading met riemen te bevestigen.

OPGELET: Overbelast de rails niet. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 136.
Onderhoud
Inleiding
begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en
Onderhoudsschema
| Dagelijks onderhoud voorafgaand aan het gebruik |
| Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. |
| Reinig het product en het binnenoppervlak van het maaidek. |
| Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. |
| Inspecteer de stuurkabels. |
| Inspecteer de messen in het maaidek. |
| Zorg voor de juiste bandenspanning. |
X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding.
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat het onderhoud uitvoeren door een Husqvarna servicedealer.
| Onderhoud | Om de 50 uur of jaarlijks |
| Reinig de luchtinlaten op de regeleenheden voor de aandrijfmotoren. X | |
| Reinig de luchtinlaten op de regeleenheden voor de maaidekmotoren. X | |
| Reinig het buiten- en binnenoppervlak van het maaidek. Reinig onder de kap van het maaidek en rondom de bladen. | X |
| Zorg voor de juiste bandenspanning. X | |
| Sluit het product aan op Husqvarna Service Hub (HSH) en voer indien nodig een update van de firmware en een kalibratie uit. | O |
| Laad de accu op tot minimaal 80%. O | |
| Zorg ervoor dat moeren en schroeven met het juiste aanhaalmoment worden vastgedraaid. O | |
| Inspecteer en smeer alle kabels en stel ze af. O | |
| Controleer de stuurketting aan de binnenkant van de frametunnel. O | |
| Smeer de pedalen aan de binnenkant van de frametunnel. O | |
| Smeer de stelschroeven voor de stoel. O | |
| Verwijder de aandrijfwielen en smeer de assen in met vet. O | |
| Smeer het frame van het maaidek en het hefhendelmechanisme. O | |
| Smeer de draaiwielen op het maaidek. O | |
| Controleer de bladen. Slijp en balanceer de messen indien nodig. O | |
| Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd en stel het af. X | |
| Controleer de schakelaar op de maaideklift. O | |
| Controleer de bladinschakeling en de OPC-schakelaar. O | |
| Controleer vooruit- en achteruitrijden op verschillende snelheden. O |
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen
hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig eerst met een borstel voordat u reinigt met een natte doek. Verwijder grasresten en vuil op en rond de aandrijvingseenheid en de inlaat naar de koelventilator van de motor.
- Gebruik een natte doek om het product te reinigen.
- Gebruik geen water bij elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Zorg ervoor dat accu en acculader schoon zijn voordat de acculader wordt aangesloten op het product.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten. Zorg ervoor dat de aan/uit-schakelaar in de stand "0" staat.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
- Reinig de luchtinlaat voor de koelventilator van de regeleenheden voor de aandrijfmotoren. Zie De luchtinlaten op de regeleenheid voor de achterste aandrijfmotor reinigen op pagina 121 en De luchtinlaten op de regeleenheid voor de voorste aandrijfmotor reinigen op pagina 121.
- Reinig de luchtinlaat voor de koelventilator van de regeleenheden voor de maaidekmotoren. Zie De luchtinlaten op de regeleenheden voor de maaidekmotoren reinigen op pagina 121.
De luchtinlaten op de regeleenheid voor de achterste aandrijfmotor reinigen
- Controleer of de lader is losgekoppeld van het product. Zie De acculader loskoppelen op pagina 115
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0" haal de sleutel uit het contact.
- Open het accudeksel. Zie Het accudeksel openen en sluiten op pagina 122.

- Reinig de luchtinlaten met perslucht of een zachte borstel.

OPGELET: Gebruik geen water of reinigingsmiddel. Water of reinigingsmiddel kan leiden tot schade aan de elektrische componenten.
De luchtinlaten op de regeleenheid voor de voorste aandrijfmotor reinigen
- Controleer of de lader is losgekoppeld van het product. Zie De acculader loskoppelen op pagina 115.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0" haal de sleutel uit het contact.
- Verwijder met uw hand gras en vuil van de regeleenheid voor de voorste aandrijfmotor. Zorg ervoor dat er geen gras of vuil op de koelventilator van de regeleenheid voor de voorste aandrijfmotor zit.

Let op: Gebruik indien nodig een borstel of perslucht.
De luchtinlaten op de regeleenheden voor de maaidekmotoren reinigen
-
Controleer of de lader is losgekoppeld van het product. Zie De acculader loskoppelen op pagina 115.
-
Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0" haal de sleutel uit het contact.
- Maak de klem op de afdekking van het maaidek los.

- Verwijder de afdekking van het maaidek.
- Verwijder het maaidek. Zie Verwijderen en bevestigen van het maaidek op pagina 110.

OPGELET: Zorg ervoor dat de aan/uit-schakelaar in de stand "0" staat voordat u het maaidek verwijdert of bevestigt. Risico op beschadiging van elektrische componenten.
- Verwijder de onderste afdekkingen van het maaidek.

- Gebruik perslucht of een zachte borstel om de luchtinlaten op de 3 regeleenheden voor de maaidekmotoren te reinigen.

OPGELET: Gebruik geen water of reinigingsmiddel. Water of reinigingsmiddel kan leiden tot schade aan de elektrische componenten.
De kappen verwijderen
Het accudeksel openen en sluiten

OPGELET: Verwijder de lading die aan de rails is bevestigd voordat u het accudeksel opent.
- Maak de 2 klemmen aan de voorkant van het accudeksel los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Til de voorkant van het accudeksel omhoog en kantel dit naar achteren.

- Sluit in omgekeerde volgorde.
De afdekking van het maaidek verwijderen en monteren
- Maak de klem op de afdekking van het maaidek los.

-
Verwijder de afdekking van het maaidek.
-
Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Let op: Controleer of de flens (C) in de juiste stand staat.
De frame-afdekking verwijderen en monteren
-
Kantel de stoel naar voren.
-
Verwijder de 3 schroeven.

- Duw de framekap naar achteren en breng de framekap omhoog.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De stuurkabels inspecteren
Na verloop van tijd kan de spanning van de stuurkabels afnemen. Hierdoor verandert de afstelling van de besturing.
U moet de besturing als volgt inspecteren en afstellen:
- De kabels hebben de juiste spanning wanneer u ze met de hand 5 mm omhoog of omlaag in de groef op de stuurbeugel kunt bewegen.

- Als de kabels te slap zijn gespannen, moet u ze door een Husqvarna servicedealer laten afstellen.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die maximaal 10° afloopt. Houd het product ingeschakeld.

WAARSCHUWING: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
Let op: De parkeerrem is elektrisch. De parkeerrem wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product stilstaat.
- Controleer of het parkeerremsymbool op het display wordt weergegeven en of het product niet beweegt. Indien het product beweegt, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer.
De zekering voor de connectorkaart vervangen
Een defecte zekering voor de connectorkaarteenheid is te herkennen aan een doorgebrande zekeringdraad.
-
Zorg ervoor dat de ON/OFF-schakelaar van de lader op OFF staat en dat de lader is losgekoppeld van het product. Zie De acculader loskoppelen op pagina 115.
-
Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0" haal de sleutel uit het contact.
-
Verwijder de frame-afdekking. Zie De frame-afdekking verwijderen en monteren op pagina 123.
-
Druk de 4 klemmen in en verwijder de kap van de connectorkaart.

- Trek de zekering voor de connectorkaart uit de houder.

- Vervang de defecte zekering voor de connectorkaart door een nieuwe zekering van hetzelfde type. Zie Technische gegevens op pagina 136.
Let op: Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer als de zekering voor de connectorkaart weer binnen korte tijd doorbrandt nadat u deze hebt vervangen.
Bandenspanning
Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben. Zie Technische gegevens op pagina 136.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
-
Voer stap 1-7 uit in Verwijderen en bevestigen van het maaidek op pagina 110.
-
Til het maaidek op tot het verticaal staat en een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.

Het maaidek in de maaistand zetten
-
Houd de voorkant van het maaidek vast met uw linkerhand.
-
Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.

- Klap het maaidek omlaag en druk het naar binnen tot de aanslag.

- Sluit de kabel aan op het maaidek.

- Til de beugel voor maaihoogteafstelling uit zijn houder en plaats deze in de uitsparing.

- Bevestig de voorste afdekking.
- Zet de maaihoogtehendel van de onderhoudsstand naar een van de standen met een nummer.
Bodemdruk van maaidek controleren en aanpassen
Een juiste bodemdruk zorgt ervoor dat het maaidek boven de bodem beweegt, maar er niet hard tegenaan drukt.
- Verifieer of de banden een spanning hebben van 60 kPa (0,6 bar / 9,0 psi).
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Plaats een personenweegschaal onder de voorkant van het maaidek.

- Plaats een blok tussen het frame en de weegschaal om er zeker van te zijn dat de steunwielen geen gewicht dragen.
-
Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de stelschroeven achter beide voorwielen.
-
Draai de bouten rechts- of linksom totdat de bodemdruk tussen 12 en 15 kg ligt (26.5-33 lb).

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Zorg ervoor dat de bandenspanning in de banden correct is. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 136.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogtehendel in de middelste stand.
- Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 4-6 mm (1/5 inch) hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen
-
Verwijder het voorblad.
-
Draai de moeren op de hefsteun los.

- Draai aan de hefsteun om deze langer of korter te maken. Maak de hefsteun langer om de achterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de hefsteun korter om de achterkant van het voorblad omlaag te zetten.

-
Draai de moeren op de hefsteun na het afstellen vast.
-
Controleer de uitlijning. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 125.
-
Bevestig de voorste afdekking.
Verwijderen van de BioClip-plug
- Verwijder de BioClip-plug om het Combi-maaidek om te schakelen van BioClip naar uitworp aan de achterzijde.
Verwijder de BioClip-plug en bevestig deze op het maaidek
-
Zet het maaidek in de onderhoudsstand. Zie Het maaidek in de onderhoudsstand zetten op pagina 124.
-
Verwijder de 3 schroeven die de BioClip-plug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

- Breng 1 M8x15 mm schroef aan in de bovenste schroefopening voor de BioClip-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Zet het maaidek in de maaistand.
- Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om de BioClip-plug te bevestigen.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een Husqvarna servicedealer.
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment van 25 Nm.
Messen vervangen
-
Verwijder het maaidek. Raadpleeg Verwijderen en bevestigen van het maaidek op pagina 110.
-
Zet het mes vast met een houten blok.

- Maak de bladbout (A), de sluitringen (B), het blad (C) en de bladsteun (D) los en verwijder deze.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen. Monteer het nieuwe blad met de gebogen uiteinden in de richting van het maaidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 136.
Probleemoplossing
Inleiding
Als u in deze bedieningshandleiding geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer.
Let op: Zorg ervoor dat de accu is opgeladen voordat u probleemoplossing op het product uitvoert. Raadpleeg De accu opladen op pagina 114.
Probleemoplossingsschema
| Probleem Oorzaak Actie | ||
| Het display start niet als de aan/uit-schakelaar op "1" wordt gezet. | De accu is leeg. Zie De accu op-laden op pagina 114. | Laad de accu op. |
| De accu staat in de slaapstand. O | m de accu te starten, drukt u 2 seconden op de startknop. Als de accu niet start, laad de accu dan ononderbroken op totdat deze volledig is opgeladen. De oplaadtijd is langer wanneer de accu in de slaapstand staat. | |
| De zekering voor de connector-kaart is defect. | Vervang de zekering voor de connectorkaart, zie De zekering voor de connectorkaart vervangen op pagina 123. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| Het display of de kabel naar de displayeenheid is defect. | Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer. | |
| De aan/uit-schakelaar is defect. | ||
| De rijmodus start niet wanneer u op de startknop drukt. | Onjuiste startprocedure. Zie | Product starten op pagina 117 en Start verhinderd op pagina 101. |
| De startknop wordt korter dan 1 seconde ingedrukt. | Druk 1 seconde op de startknop. Een geluid en/of een verandering op het display geeft aan dat de rijmodus is ingeschakeld. Wanneer het geluid is uitgeschakeld, hoort u het meldingsgeluid voor starten niet. Zie Het geluid in- of uitschakelen op pagina 113. | |
| Het bedieningspaneel is defect. Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer. | ||
| De maaidekmotoren starten niet op. | Het maaidek staat niet in de maaistand. | Zet het maaidek in de maaistand, raadpleeg Het maaidek in de maaistand zetten op pagina 124. |
| De kabel naar het maaidek is niet correct aangesloten. | Sluit het maaidek op het product aan, raadpleeg Verwijderen en bevestigen van het maaidek op pagina 110. | |
| Het maaidek zit vol gras. Reinig het maaidek, zie Product reinigen op pagina 120. | ||
| Het gras is te lang. Pas de maaihoogte aan de grasomstandigheden aan. | ||
| De temperatuur van de bedieningselementen voor de maaidekmotoren is te hoog. | Stop het product en wacht tot de temperatuur is gedaald. Start na 20 minuten opnieuw op. | |
| De maaidekmotoren zijn defect. Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer. | ||
| De bedieningselementen voor de maaidekmotoren zijn defect. | ||
| Er is geen voeding in de kabel naar het maaidek. | ||
| De accu laadt niet. De leds onder de aansluiting voor de acculader gaan niet branden. | De acculader is niet goed op het stopcontact of het product aan-gesloten. | Zie De accu opladen op pagina 114. |
| Zet de schakelaar ON/OFF van de lader op OFF. | Zet de ON/OFF-schakelaar van de lader op ON. | |
| De acculader is defect. Koppel de er is een interne fout. | acculader los en neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |
| Het stopcontact is defect. Sluit de | acculader aan op een stopcontact waarvan de spanning en frequentie overeen-komen met de specificaties op het product-plaatje. | |
| De accu laadt niet. De leds onder de aansluiting voor de acculader branden rood. | De temperatuur ligt niet binnen het laadtemperatuurbereik. | Wacht tot de accutemperatuur zich in het toegestane laadtemperatuurbereik bevindt (+5°C- +40°C). Zoek naar foutmeldingen of waarschuwingssymbolen op het display. Zie Waarschuwingsmeldingen op het display op pagina 131en Foutmeldingen op het display op pagina 132. |
| De accu is defect. Koppel de accu er is een interne fout. | ader los en neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |
| De accu laadt niet. De leds onder de aansluiting voor de batterijla-der geven de laadstatus in geel aan. | De accutemperatuur is hoger dan het toegestane laadtemperatuurbereik (+5°C- +40°C). | Zorg ervoor dat de accutemperatuur zich in het toegestane laadtemperatuurbereik bevindt (+5°C- +40°C). Als de lader wordt aangesloten, start het opladen automatisch wanneer de temperatuur van de accu binnen het toegestane laadbereik ligt. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicedealer. |
| De bedrijfstijd wordt niet verlengd nadat een tweede accu is geïnstalleerd. | De tweede accu is niet op de juiste wijze geïnstalleerd. | Controleer of de tweede accu wordt weergegeven op het display. Zie Weergaven met systeeminformatie op pagina 112. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer als er slechts 1 accusymbool op het display wordt weergegeven of als het probleem aan-houdt. |
| Het product trilt tijdens de maai-modus. | De bladen zitten los/zijn beschadigd. | Voer een visuele inspectie uit. Zie De messen inspecteren op pagina 126. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. |
| Eén of meer bladen zijn niet goed uitgebalanceerd. | ||
| De maaidekmotor zit los. | ||
| Het product trilt tijdens de transportmodus. | Een of meer wielen zitten los. Voer | een visuele inspectie uit. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. |
| Het product heeft een lekke band. | ||
| Er zitten losse schroeven in het product. | ||
| De aandrijfmotor zit los. | ||
| Het maairesultaat is onvoldoende. | De messen zijn bot. Zie | De messen inspecteren op pagina 126. |
| Het gras is lang of nat. Zie | Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 119. | |
| Het maaidek staat niet parallel ten opzichte van de grond. | Zie Controleren of het maaidek correct is uit-gelijnd op pagina 125. | |
| Gras verstopt het maaidek. Zie | Product reinigen op pagina 120. | |
| De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. | Zie Bandenspanning op pagina 124. | |
| Het product rijdt met te hoge snelheid. | Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer. | |
| Het motortoerental is te laag. Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer. | ||
Display - Probleemoplossing
Display-indicatormeldingen
Display-indicatorsymbolen geven een ingeschakelde functie of informatie over de staat van het product weer. Zie Overzicht display op pagina 99. Een of meer displayindicatoren verschijnen. Wanneer er een display-indicatormelding wordt weergegeven, kan het product nog steeds werken, maar er zijn aanbevolen acties.
| Symbolen Naam Oorzaak / actie | ||
![]() | Systeemfout Er is een systeemfout opgetreden op het product. Stop het product en zet de aan/uit-schakelaar in de stand "0". Wacht 5 minuten. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
![]() | Fout in accu Er is sprake van een accufout. Stop het product en zet de aan/uit-schakelaar in de stand "0". Wacht 5 minuten voordat u start. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
![]() | Waarschuwing aandrijfmotor | De aandrijfmotor is afgeslagen. Mogelijk omdat het product op een helling werkt waar het benodigde vermogen te hoog is. Gebruik de machine niet in omstandigheden die ervoor zorgen dat de aandrijfmotor stopt. |
![]() | Hoge temperatuur-fout | Er is sprake van een hoge temperatuur-fout. Raadpleeg de combinatie van symbolen voor meer informatie. |
![]() | Lage temperatuur-fout | De interne temperatuur van de accu is laag. Raadpleeg de combinatie van symbolen voor meer informatie. |
![]() | Modus voor verminderde prestaties, laag laadni-veau | Modus voor verminderde prestaties is ingeschakeld. De modus voor verminderde prestaties wordt automatisch ingesteld wanneer het laadniveau laag is. Laad het product op en gebruik het niet op een helling.Als er andere symbolen worden weergegeven, raadpleegt u de combinatie van symbolen voor meer informatie. |
![]() | Modus voor verminderde prestaties | Het product wordt automatisch ingesteld op de modus voor verminderde prestaties. Het laadniveau is laag en/of de temperatuur in de accu, de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor is te hoog. In deze rijmodus worden de bladen uitgeschakeld en neemt de snelheid geleidelijk af. Raadpleeg de combinatie van symbolen voor meer informatie. |
Waarschuwingsmeldingen wintergebruik op het display
Een waarschuwingsmelding is een combinatie van witte of gele symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven.
| Symbolen Naam Oorzaak / actie | ||
![]() | Waarschuwing voor lage temperatuur van de accu | De interne temperatuur van de accu is laag.Blijf het product normaal gebruiken en parkeer het product alleen bij omgevingstemperaturen hoger dan 0°C. Als u het product bij lagere temperaturen parkeert, wordt de interne temperatuur in de accu's kouder dan 0°C. Het product schakelt dan over naar de modus voor verminderde prestaties of wordt te koud om te starten. |
![]() | Modus voor verminderde prestaties, lage accu-temperatuur | Als de interne temperatuur van de accu lager is dan 0°C, wordt het product automatisch ingesteld op de modus voor verminderde prestaties.Gebruik het product in de modus voor verminderde prestaties totdat u het product kunt stoppen bij omgevingstemperaturen hoger dan 0°C. Stop het product en wacht tot de temperatuur van de accu stijgt om het volledige vermogen van het product te krijgen. |
Waarschuwingsmeldingen op het display
Een waarschuwingsmelding is een combinatie van gele symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven. Wanneer er een waarschuwing is, kan het product wel werken, maar is het langzamer dan normaal. Om fouten te voorkomen, stopt u het product en wacht u tot de waarschuwingssymbolen verdwijnen. Als het product is gestopt, kan het pas weer worden gestart nadat de waarschuwingsmelding is verdwenen.
Let op: Bij waarschuwingen over de maaidekmotor/motorregelaar zet u het maaidek/accessoire in de transportstand voor opnieuw opstarten of bedienen.
| Symbolen Naam Oorzaak / actie | ||
![]() | Waarschuwing ho-ge accutemperatuur | De accutemperatuur is hoger dan aanbevolen. Het product werkt langzamer dan normaal totdat de temperatuur is gedaald. Stop het product en wacht tot de accutemperatuur is gedaald voordat u start. |
![]() | Hoge temperatuur-waar-schuwing voor de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor | De temperatuur in de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor is hoger dan aanbevolen. Het product werkt langzamer dan normaal totdat de temperatuur is gedaald. Stop het product en wacht tot de temperatuur van de aan-drijfmotor is gedaald voordat u start. |
![]() | Hoge temperatuur-waar-schuwing voor de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotor | De temperatuur in de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotor is hoger dan aanbevolen. Het product werkt langzamer dan normaal totdat de temperatuur is gedaald. Zet het maaidek/de voorste accessoires in de trans-portstand en wacht tot de temperatuur is gedaald voordat u start. |
Foutmeldingen op het display
Een foutmelding is een combinatie van rode symbolen die eerst als grote symbolen in het midden van het display worden weergegeven. Wanneer er een fout optreedt, wordt het product automatisch in de stationaire modus gezet en kan het niet worden gestart totdat de fout is verdwenen. U kunt foutmeldingen in het foutmenu zien. Zie Foutmeldingen lezen op pagina 113.
Let op: Bij fouten over de maaidekmotor/motorregelaar zet u het maaidek/accessoire in de transportstand voor opnieuw opstarten of bedienen.
| Symbolen Naam Oorzaak / actie | ||
![]() | Hoge accu-temperatuur-fout | De accutemperatuur is te hoog. Wacht tot de accu-temperatuur is gedaald. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aan-houdt. |
![]() | Tempera-tuurfout voor de aandrijf-motor of de regelaar van de aandrijf-motor | De temperatuur in de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor is te hoog. Wacht tot de temperatuur in de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmo-tor is gedaald. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. |
![]() ![]() | Tempera-tuurfout voor de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotorFout in de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor | De temperatuur van de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotor is te hoog. Zet het maaidek of de voorste accessoires in de transportstand en wacht tot de temperatuur is gedaald. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aan-houdt.Er is een fout in de aandrijfmotor of de regelaar van de aandrijfmotor. Stop het product en zet de aan/uit-schakelaar in de stand "0". Wacht 5 minuten voordat u start. Neem contact op met uw Husqvarna service-dealer indien het probleem aanhoudt. |
![]() | Fout in de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotor | Er is een fout in de maaidekmotor of de regelaar voor de maaidekmotor. Zet het maaidek of een andere voorste accessoire in de transportstand. Als het probleem zich blijft voordoen, stopt u het product en wacht u 5 minuten voordat u start. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. |
![]() | Fout: accu leeg | De accu is leeg. Laad de accu op. |
![]() | Lage accu-temperatuurfout | De interne temperatuur van de accu is te laag om het product te kunnen gebruiken.Verplaats het product handmatig naar een gebied met een omgevingstemperatuur hoger dan 0°C en wacht tot de temperatuur van de accu stijgt. Zie Product handmatig verplaatsen op pagina 116. |
Meldingen wanneer starten wordt verhinderd
Symbolen voor starten verhinderen geven aan wanneer de voorwaarden voor starten niet worden nageleefd. Het symbool voor starten verhinderen blijft op het display staan totdat aan de voorwaarden voor starten wordt voldaan. Zie De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 108.
![]() | |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat het maaidek in de maaistand staat. | Zet het maaidek voor het starten omhoog in de transportstand. Zie Maai-dek omhoog zetten en omlaag zetten op pagina 116. |
![]() | |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat de pedalen worden ingetrapt. | Trap de pedalen niet in wanneer het product start. |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat de gebruiker van de stoel is opgestaan. | De gebruiker moet op de stoel zitten wanneer het product start. Zie Dode- mansregeling (OPC) op pagina 101. |
| ! AUTO | |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat het elektrische par- keerremsysteem is uitge- schakeld. | Schakel voor het starten het elektrische parkeer- remsysteem in. Zie Pro- duct handmatig verplaat- sen op pagina 116 |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat de lader is aange- sloten. | Koppel de lader voor het starten los van het pro- duct. Zie De acculader loskoppelen op pagina 115. |
| Beschrijving Actie | |
| Starten wordt verhinderd omdat er een tempera- tuurfout is. | Zie Display - Probleemop- lossing op pagina 130. |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product slepen
Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor moet het elektrische parkeerremsysteem uitgeschakeld zijn.
- Schakel het elektrische parkeerremsysteem uit. Raadpleeg Product handmatig verplaatsen op pagina 116.
- Sleep het product alleen met lage snelheid en over korte afstanden.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens
transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de aanhangwagen.
Uitrusting: 2 goedgekeurde spanbanden en 4 wigvormige wielkeggen.
- Bevestig de spanbanden rond het frame of de achterkant van het onderstel.
- Zet de spanbanden vast in de richting van de achterkant en de voorkant van de aanhangwagen om het product in lengterichting te zekeren.
- Plaats de wielkeggen voor en achter de achterwielen.
- De meegeleverde V-accu's voldoen aan de vereisten van de wetgeving inzake gevaarlijke goederen.
- Neem de bijzondere voorschriften in acht voor verpakking en labels voor commercieel transport door derden en expediteurs.
- Neem contact op met een persoon die gespecialiseerd is op het gebied van gevaarlijke stoffen voordat u het product verzendt. Neem alle van toepassing zijnde nationale voorschriften in acht.
- Breng tape aan op blootliggende aansluitingen wanneer u de accu in een pakket plaatst. Plaats de accu in een nauwsluitende verpakking om beweging te voorkomen.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand "0".
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 120. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Laad de accu voorafgaand aan opslag volledig op. Zorg ervoor dat de accu's voor 50% of meer geladen zijn gedurende de tijd dat het product is opgeslagen.
Let op: De accu kan in de slaapstand gaan wanneer het product in opslag is of wanneer de accu bijna leeg is. Om de accu te starten, drukt u 2 seconden op de startknop. Als de accu niet start, laad de accu dan ononderbroken op totdat deze volledig is opgeladen. De oplaadtijd is langer wanneer de accu in de slaapstand staat.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Bewaar het product in een schone en droge ruimte. Plaats een beschermkap op het product.
Let op: Een beschermhoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
- Bewaar het product en de voeding in een droge en vorstvrije ruimte.
- Als u het product gaat gebruiken, bewaar het dan op een plaats waar de omgevingstemperatuur tussen 0°C– +50°C ligt. Als u het product niet gaat gebruiken, kunt u het op een plaats bewaren waar de omgevingstemperatuur tussen -20°C– +50°C ligt.
• Houd het product uit het zonlicht. - Bewaar het product niet op plaatsen waar zich statische elektriciteit kan voordoen.
Afvoeren van de accu en acculader
Symbolen op het product of op de verpakking geven aan dat dit product niet beschouwd kan worden als huishoudelijk afval. Het moet worden ingeleverd bij een geschikt inzamelstation voor het terugwinnen van elektrische en elektronische apparatuur.
Als u ervoor zorgt dat dit product goed wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en mensen door verkeerd afvalbeheer van dit product tegen te gaan. Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar u het product hebt gekocht.

- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie en de accu kunnen negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Neem de plaatselijk geldende weten regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicedealer of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| Afmetingen | |
| Lengte zonder maaidek, mm 1999 | |
| Breedte zonder maaidek, mm 883 | |
| Lengte met maaidek, mm^16 | 2296 |
| Hoogte, mm 1128 | |
| Gewicht zonder maaidek (incl. 1 accu), kg 203 | |
| Gewicht zonder maaidek (incl. 2 accu's), kg 221 | |
| Wielbasis, mm 907 | |
| Bandenmaat 170/60-8 | |
| Bandenspanning, achter – voor, kPa / bar / PSI 60 / 0,6 / 8,7 | |
| Max. helling, graden ° 10 | |
| Max. ongeremde apparatuur gewicht, bij 10° graden, kg 110 | |
| Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak, N / kg 250 / 25 | |
| Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak, N / kg 250 / 25 | |
| Max. belasting op het accudeksel, kg 25 | |
| Aandrijfmotor | |
| Motortype Borstelloze DC-motor | |
| Spanning, V 48 | |
| Nominaal motorvermogen, kW 1,5 | |
| Max. motortoerental, tpm 3500/min | |
| Transmissie | |
| Olie | SAE 10W40 |
| Oliehoeveelheid, ml | 110±10 |
| Aantal versnellingen vooruit | – |
| Aantal versnellingen achteruit – | |
| Max. snelheid vooruit, km/h | 9,5 |
| Max. snelheid achteruit, km/h | 5 |
| Max. snelheid vooruit, SavE, km/u | 8 |
| Max. snelheid achteruit, SavE, km/u | 5 |
| Elektrisch systeem | |
| Type | 48 V, DC, negatief geaard |
| Zekering rijaandrijving vóór en maaidek, A 125 | |
| Zekering rijaandrijving achter, A 80 | |
| Zekering voor de connectorkaart, A 3 | |
| Geluidsemissies ^17 | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 94 | |
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) 97 | |
| Geluidsniveaus ^18 | |
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) 78 | |
| Trillingsniveau ^19 | |
| Totale trillingswaarde, m/s^2 | 0,5 |
| Maaidek | |
| Type Combi 94i | |
| Combi 103i | |
| Maaidek Combi 94i Combi 103i | ||
| Maaibreedte, mm 940 1030 | ||
| Breedte, mm 994 1081 | ||
| Gewicht, kg 39 45.5 | ||
| Maaidek-motortoerental, tpm 3800/min 3700/min | ||
| Maaidek-motortoerental, SavE, tpm | 3500/min 3400/min | |
| Maaihoogte, 10 standen, mm | 25-75 | 25-75 |
| Bladlengte, mm | 359 389 | |
| Mes | ||
| Artikelnummer | 598 88 55-10 | 536 15 76-10 |

WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten
veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze bedieningshandleiding.
Radiofrequentiegegevens
| R 200iX AWD | |
| Frequentiebereik, MHz 2402–2480 | |
| Uitgangsvermogen ^20 , dBm 0.3 |
Goedgekeurde accu's
Gebruik uitsluitend originele -accu's voor dit product.
| Accu EM-5240Li EM-5239Li | ||
| Artikelnummer 598 84 43-01 546 33 10-02 | ||
| Type Lithium-ion Lithium-ion | ||
| Accucapaciteit, Ah 38,5 39,2 | ||
| Nominale spanning, V 50,4 50,4 | ||
| Gewicht, kg/lb 17/38 15/33 |
Goedgekeurde acculaders
| Acculader PS300C PS900C | ||
| Ingangsspanning, V 220–240 220–240 | ||
| Ingangsstroom, A | 1,8 | 4,5 |
| Frequentie, Hz | 50–60 | 50–60 |
| Vermogen, W | 300 | 900 |
| Uitgangsspanning, V | 58 | 58 |
| Uitgangsstroom, A | 5,3 | 15,5 |
Acculaadtijden
| Geschatte laadtijd, min^21 | ||||
| PS300C | PS900C | |||
| Laadstatus | Een accu | Twee accu's | Een accu | Twee accu's |
| 0%-80% 278 | 556 | 96 | 192 | |
| 0%-100% | 355 | 710 | 122 | 244 |
| 20%-80% | 210 | 420 | 72 | 144 |
Service
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,
Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze
alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type/model R 200iX AWD | |
| Identificatie Serienummers vanaf 2024 en verder | |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro-nische apparatuur" |
en dat de volgende normen en/of technische
specificaties zijn toegepast: EN ISO 12100:2010, EN ISO 5395-1:2013/A1:2018, EN ISO
5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, EN 62841-1:2015/
AC:2015/A11:2022, EN 55014-1:2017/A11:2020,
EN 55014-2:1997/AC:1997/A1:2001/A2:2008, EN
61000-3-2:2014, EN IEC 61000-3-3:2013, ETSI EN
300 328 V2.2.2, ETSI EN 301 489-1 V1.9.2, ETSI
EN 301 489-17 V3.2.4, EN IEC 62311:2008, EN
IEC63000:2018.
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå,
Sweden heeft ook de conformiteit geverifieerd met
bijlage VI van de richtlijn 2000/14/EG van de Raad.
Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 136.
Huskvarna, 2025-02-03
$$ \Delta \cdot 2 m $$
Verantwoordelijk voor technische documentatie

Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila






















