TEKTRONIX TICP025 - Elektrisch meetinstrument

TICP025 - Elektrisch meetinstrument TEKTRONIX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TICP025 TEKTRONIX in PDF-formaat.

📄 453 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice TEKTRONIX TICP025 - page 349
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over TICP025 TEKTRONIX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Elektrisch meetinstrument in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TICP025 - TEKTRONIX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TICP025 van het merk TEKTRONIX.

GEBRUIKSAANWIJZING TICP025 TEKTRONIX

Actieve geïsoleerde stroomshuntsondes

TICP-serie

Register now

Belangrijke veiligheidsinformatie....7

Samenvatting algemene veiligheid....7

Brand of persoonlijk letsel vermijden....7

Sondes en testkabels....8

Termen in deze handleiding en op het product....9

Symbolen op het product....10

Naleving van veiligheidsvoorschriften....13

Elektrische specificaties....14

Naleving van milieuvoorschriften....14

Hoofdstuk 1: Voorwoord....15

Belangrijke prestatie-specificaties en kenmerken 15

Modeloverzicht....16

Standaardaccessoires....16

Aanbevolen accessoires....17

Hoofdstuk 2: Operationele informatie....18

Blokschema TICP 18

Beste methoden voor hantering van meetsystemen....19

Omgevingsvereisten....19

Besturingselementen en indicatoren....20

Kabelmarkeringen....20

Sondepunten....21

Ferrietklem aanbrengen....21

Aansluiten op een circuit....22

Installatie statiefadapter....23

Bevestiging op een tweepootstatief....24

De SMA-adapter aansluiten....26

De sondepuntadapters installeren....27

De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat....28

Zelfkalibratie 30

AutoZero....31

Auto Range....31

Bereiken....31

Een sondepunt selecteren....32

Scheefstand 32

Offset invoer....33

Spanningsbereik....33

Common mode-spanningsbereik....33

Spanningsbereik voor offset.... 33

Maximaal niet-destructief differentieel spanningsbereik....33

Hoofdstuk 3: Specifications....34

Overzicht sondes en punten....34

Toepassingsvoorbeelden....37

Elektrische specificaties....38

Naleving van regelgeving....39

Afmetingen sonde....40

Hoofdstuk 4: Procedures voor prestatieverificatie....41

Vereiste apparatuur....41

RMS-ruis systeem....41

Testregistratie RMS-ruis systeem....42

Nauwkeurigheid DC-versterking....43

Testregistratie Nauwkeurigheid DC-versterking 44

DC-balans....45

Testregistratie DC-balans....46

Nauwkeurigheid offset-versterking....47

Testregistratie Nauwkeurigheid offset-versterking 47

Hoofdstuk 5: Onderhoud....49

Serviceaanbod....49

Reiniging....49

Storingzoeken en foutcondities....49

Het meetsysteem opnieuw verpakken voor verzending.... 50

Hoofdstuk 6: Programmeren op afstand....51

Lijst met commando's....51

TEKTRONIX END USER LICENSE AGREEMENT

Belangrijke veiligheidsinformatie

Deze handleiding bevat informatie en waarschuwingen die door de gebruiker moeten worden opgevolgd voor veilig gebruik en om het product in een veilige toestand te houden.

Voor het veilig uitvoeren van onderhoud aan dit product, zie de Samenvatting onderhoudsveiligheid die volgt op de Samenvatting algemene veiligheid.

Samenvatting algemene veiligheid

Gebruik het product uitsluitend zoals gespecificeerd. Lees de onderstaande veiligheidsmaatregelen om letsel te vermijden en schade aan dit product of de producten die hiermee zijn verbonden te voorkomen. Lees alle instructies zorgvuldig door. Bewaar deze instructies voor toekomstige raadpleging.

Dit product moet worden gebruikt in overeenstemming met de lokale en nationale codes.

Voor een juiste en veilige werking van het product is het van essentieel belang dat u de algemeen aanvaarde veiligheidsprocedures opvolgt, naast de veiligheidsmaatregelen die in deze handleiding zijn gespecificeerd.

Het product is uitsluitend ontworpen voor gebruik door getraind personeel.

Alleen gekwalificeerd personeel dat zich bewust is van de gevaren mag de afdekking verwijderen voor reparatie, onderhoud of aanpassing.

Controleer het product vóór gebruik altijd met een bekende bron om er zeker van te zijn dat het correct functioneert.

Dit product is niet bedoeld om gevaarlijke spanningen te detecteren.

Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen om schokken en letsel door vlambogen te voorkomen wanneer gevaarlijke, onder spanning staande geleiders zijn blootgelegd.

Tijdens gebruik van dit product moet u zich mogelijk toegang verschaffen tot andere onderdelen van een groter systeem. Lees de veiligheidssecties van de handleidingen van de andere componenten voor waarschuwingen en aanwijzingen voor de bediening van het systeem.

Wanneer deze apparatuur in een systeem wordt geïntegreerd, is de veiligheid van dat systeem de verantwoordelijkheid van de monteur van het systeem.

Brand of persoonlijk letsel vermijden

De nominale waarden van alle aansluitklemmen in acht nemen

Om het gevaar van brand of een schok te vermijden, dient u alle nominale waarden en markeringen op het product in acht te nemen. Raadpleeg de producthandleiding voor meer informatie over de nominale waarden voordat u de aansluitingen naar het product tot stand brengt.

Zorg dat u de certificering van de meetcategorie (CAT) en de nominale spannings- of stroomwaarden van de individuele component met de laagste nominale waarde van een product, sonde of accessoire niet overschrijdt.

Pas geen potentiaal toe op een aansluitklem, waaronder de algemene aansluiting, die de maximale nominale waarde van die aansluitklem overschrijdt.

De meetklemmen op dit product zijn niet gecertificeerd voor aansluiting op circuits van categorie IV.

Sluit geen stroomsondes aan op bedradingen met een spanning boven de nominale spanning van de stroomsonde.

Niet bedienen zonder afdekkingen

Bedien dit product niet als de afdekkingen of panelen zijn verwijderd, of wanneer de behuizing is geopend. Blootstelling aan gevaarlijke spanning is mogelijk.

Blootgelegde circuits vermijden

Raak de blootgelegde aansluitingen en componenten niet aan wanneer er netspanning aanwezig is.

Niet bedienen met vermoede storingen

Als u vermoedt dat dit product beschadigd is, laat het inspecteren door gekwalificeerd onderhoudspersoneel.

Schakel het product uit als het beschadigd is. Gebruik het product niet als het beschadigd is of incorrect functioneert. Als u twijfelt over de veiligheid van het product, schakel het dan uit. Breng een duidelijke markering aan op het product om verder gebruik te voorkomen.

Inspecteer vóór gebruik de spanningssondes, testkabels en accessoires op mechanische schade en vervang ze wanneer deze beschadigd zijn. Gebruik de sondes of testkabels niet als deze beschadigd zijn, als er blootgelegd metaal zichtbaar is of als er tekenen van slijtage aanwezig zijn.

Inspecteer de buitenkant van het product voordat u het gaat gebruiken. Controleer op scheuren of ontbrekende onderdelen.

Gebruik alleen gespecificeerde vervangingsonderdelen.

Niet bedienen in natte/vochtige omstandigheden

Houd er rekening mee dat condensatie kan optreden wanneer een unit van een koude naar een warme omgeving wordt verplaatst.

Niet bedienen in een explosieve atmosfeer

Productoppervlakken schoon en droog houden

Verwijderd de ingangssignalen voordat u het product reinigt.

Vermijd het gebruik van chemische producten bij de sonde en sondetips, omdat dergelijke producten tijdelijke of permanente schade kunnen veroorzaken en de goede werking van de sonde kunnen aantasten. Voor de reiniging wordt het gebruik van perslucht aangeraden.

Een veilige werkomgeving bieden

Plaats het product altijd op een locatie die geschikt is voor het aflezen van het display en de indicatoren.

Vermijd onjuist of langdurig gebruik van toetsenborden, pointers en toetsen. Onjuist of langdurig gebruik van een toetsenbord of pointer kan leiden tot ernstig letsel.

Zorg dat uw werkgebied voldoet aan de toepasselijke ergonomische normen. Raadpleeg een professional op het gebied van ergonomie om stressgerelateerd letsel te vermijden.

Sondes en testkabels

TEKTRONIX TICP025 - Sondes en testkabels - 1

Attentie: Houd de sondedraad zo ver mogelijk uit de buurt van de tip en de hoogspanningscircuits om elektrische schokken te voorkomen. De spanningswaarde van de sondedraad is lager dan de spanningswaarde van de sondetip. Zodoende biedt de sondedraad mogelijk onvoldoende bescherming.

TEKTRONIX TICP025 - Sondes en testkabels - 2

Attentie: Gebruik de sonde nooit als de slijtage-indicator op de kabel zichtbaar wordt, om elektrische schokken te voorkomen. Neem contact op met Tektronix via tek.com voor een vervangend onderdeel.

Oppassen voor hoge spanningen

Zorg ervoor dat u de nominale spanningswaarden van de sonde die u gebruikt begrijpt en overschrijd deze nominale waarden niet. Twee nominale waarden zijn belangrijk om het volgende te weten en te begrijpen:

  • De maximale meetspanning van de sondepunt naar de referentiekabel van de sonde.
  • De maximale zwevende spanning van de referentiekabel van de sonde naar het aardingspunt.

Deze twee nominale spanningswaarden zijn afhankelijk van de sonde en uw toepassing. Raadpleeg de sectie Specificaties van de handleiding voor meer informatie.

TEKTRONIX TICP025 - Oppassen voor hoge spanningen - 1

Attentie: Om een elektrische schok te voorkomen, mag de maximale meting of de maximale zwevende spanning van de oscilloscoop-ingang van de BNC-aansluiting, de sondepunt of de referentiekabel van de sonde niet worden overschreden.

Op de juiste manier aansluiten en loskoppelen.

Sluit geen sondes of testkabels aan of ontkoppel deze niet wanneer ze zijn aangesloten op een spanningsbron.

Gebruik alleen geïsoleerde spanningssondes, testkabels en adapters die bij het product worden geleverd of die door Tektronix worden aangegeven als geschikt voor het product.

Maak het te testen circuit spanningsloos voordat de stroomsonde wordt aangesloten of losgekoppeld.

Sluit geen stroomsondes aan op kabels met een spanning of frequentie die hoger is dan de spanningswaarde van de stroomshunt

De sonde en accessoires inspecteren

Inspecteer de sonde en accessoires vóór elk gebruik op schade (insnijdingen, scheuren of defecten in de sondebehuizing, accessoires of kabelmantel). Niet gebruiken indien beschadigd.

Gebruik van zwevende metingen

Laat de referentiekabel van deze sonde niet boven de nominale zwevende spanning zweven.

De sonde en accessoires onderhouden

Ga naar tek.com/support voor meer informatie over hoe u contact kunt opnemen met Tektronix Service Support.

Termen in deze handleiding en op het product

Deze termen kunnen in deze handleiding voorkomen:

TEKTRONIX TICP025 - Termen in deze handleiding en op het product - 1

Attentie: Waarschuwingen betreffen condities of werkwijzen die zouden kunnen leiden tot letsel of de dood.

TEKTRONIX TICP025 - Termen in deze handleiding en op het product - 2

Let op!: Let op-meldingen betreffen condities of werkwijzen die zouden kunnen leiden tot schade aan dit product of andere eigendommen.

Deze termen kunnen op het product voorkomen:

  • GEVAAR betekent risico op letsel dat onmiddellijk kan optreden zodra u de markering leest.
  • WAARSCHUWING betekent risico op letsel dat niet onmiddellijk kan optreden zodra u de markering leest.
  • LET OP betekent een gevaar voor eigendommen, met inbegrip van het product.

Symbolen op het product

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 1

Wanneer dit symbool op het product is aangebracht, moet u de handleiding raadplegen om de aard van de mogelijke gevaren op te zoeken en welke eventuele acties moeten worden ondernomen om deze gevaren te vermijden. (Dit symbool kan ook worden gebruikt om de gebruiker te verwijzen naar de certificeringen in de handleiding.)

Op het product kunnen een of meerdere van de volgende symbolen voorkomen.

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 2

LET OP: Raadpleeg de handleiding Beschermende aardingsklem Aardingsklem

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 3

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 4

WAARSCHUWING: Hoogspanning Aansluiting op en loskoppeling van gevaarlijke niet-geïsoleerde bedrading toegestaan.

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 5

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 6

WAARSCHUWING: Heet oppervlak

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 7

TEKTRONIX TICP025 - Symbolen op het product - 8

Niet aansluiten op of verwijderen van een niet-geïsoleerde geleider die ONDER SPANNING GEVAARLIJK is.

Afstandsvereisten

Dankzij het unieke common mode-spanningsbereik van het meetsysteem kan het in de buurt van common mode-signalen met een hoge frequentie/een hoge spanning worden gebruikt. Het is belangrijk dat alle voorzorgsmaatregelen worden opgevolgd tijdens het gebruik van dit product.

TEKTRONIX TICP025 - Afstandsvereisten - 1

Attentie: Er is een risico van elektrische schokken tijdens het gebruik van dit meetsysteem. Het systeem is bedoeld om de gebruiker te isoleren van gevaarlijke ingangsspanningen (common mode-spanningen); de kunststof behuizing van de sondekop en de afscherming op de sondepunt leveren geen veilige isolatie. Houd een veilige afstand tot de sondekop en de sondepunt zolang het meetsysteem is aangesloten op het spanningvoerende circuit, zoals aanbevolen in dit document. Blijf uit de buurt van de gevarenzone voor verbranding door radiofrequentie tijdens het verrichten van metingen op een spanningvoerend circuit.

De volgende afbeelding toont de onderdelen van het meetsysteem en de gevarenzone voor RF-brandwonden bij het werken met gevaarlijke spanningen. De gevarenzone voor RF-brandwonden van 1 m (40 inch) wordt aangegeven met de stippellijnen rondom de sondekop.

TEKTRONIX TICP025 - Afstandsvereisten - 2

Figuur 1: Gevarenzone voor RF-brandwonden rond de sondekop
TEKTRONIX TICP025 - Afstandsvereisten - 3

Attentie: Risico op RF-brandwonden. Raadpleeg de volgende vermogensafnamecurve om de gevarenzones te identificeren. Gebruik de sonde niet binnen de grenzen van het grijs gearceerde gebied in de grafiek om RF-brandwonden te voorkomen.

TEKTRONIX TICP025 - Afstandsvereisten - 4

Attentie: Er is een risico van verbranding door verhoogde temperaturen van de punt bij continuous-wave signalen of common-mode signalen met een hoge burst-inschakelduur tussen ca. 10 MHz en 50 MHz. Hierdoor dissiperen de ferrieten van de punt een aanzienlijk vermogen bij spanningen lager dan die worden vermeld in de volgende grafiek. Om het risico van verbranding te vermijden, moet u de temperatuur van de punt beperken tot 85°C (185°F) of lager, door de toegepaste common-mode spanning en/of inschakelduur te beperken, de omgevingstemperatuur te verlagen en/of een geforceerde convectie-luchtstroom toe te passen.

TEKTRONIX TICP025 - Afstandsvereisten - 5

Figuur 2: Maximale veilige hanteringslimieten voor common-mode-spanningen.

Nalevingsinformatie

Deze sectie bevat de veiligheids- en milieunormen waaraan het instrument voldoet. Dit product is uitsluitend bedoeld voor gebruik door professionals en getraind personeel; het is niet bedoeld voor huishoudelijk gebruik of gebruik door kinderen.

Vragen ten aanzien van de naleving kunnen rechtstreeks worden gericht aan het volgende adres:

Tektronix, Inc.

PO Box 500, MS 19-045

Naleving van veiligheidsvoorschriften

Deze sectie bevat de veiligheidsnormen waaraan het product voldoet en andere informatie over de naleving van veiligheidsvoorschriften.

EU-verklaring van overeenstemming - laagspanning

Naleving met de volgende specificatie werd aangetoond, zoals aangegeven in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Richtlijn inzake laagspanning 2014/35/EU.

• EN 61010-1. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 1: Algemene eisen
- EN 61010-2-030. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 2-030: Bijzondere eisen voor het beproeven en meten van circuits

Overzicht van in de VS nationaal erkende testlaboratoria

  • UL 61010-1. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 1: Algemene eisen
  • UL 61010-2-030. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 2-030: Bijzondere eisen voor het beproeven en meten van circuits

• CAN/CSA-C22.2 nr. 61010-1. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 1: Algemene eisen
- CAN/CSA-C22.2 nr. 61010-2-030. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 2-030: Bijzondere eisen voor het beproeven en meten van circuits

Aanvullende nalevingen

  • IEC 61010-1. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 1: Algemene eisen
  • IEC 61010-2-030. Veiligheidseisen voor elektrisch materieel voor meet- en regeltechniek en laboratoriumgebruik - Deel 2-030: Bijzondere eisen voor het beproeven en meten van circuits

Type apparatuur

Test- en meetapparatuur

Beschrijving van vervuilingsgraad

Een meting van de verontreinigingen die zouden kunnen optreden in de omgeving rond en in een product. Gewoonlijk wordt de interne omgeving binnenin een product beschouwd als dezelfde als de externe omgeving. Producten mogen alleen worden gebruikt in de omgeving waarvoor deze zijn gecertificeerd.

  • Vervuilingsgraad 1. Geen vervuiling of alleen droge, niet-geleidende vervuiling. Producten in deze categorie zijn gewoonlijk ingekapseld, hermetisch afgesloten of geplaatst in cleanrooms.
  • Vervuilingsgraad 2. Gewoonlijk alleen droge, niet-geleidende vervuiling. Incidenteel moet een tijdelijke geleiding veroorzaakt door condensatie worden verwacht. Deze locatie is een typische kantoor-/thuisomgeving. Tijdelijke condensatie treedt alleen op als het product buiten gebruik is.
  • Vervuilingsgraad 3. Geleidende vervuiling of droge, niet-geleidende vervuiling die als gevolg van condensatie geleidend wordt. Dit zijn beschutte locaties waarin de temperatuur en de luchtvochtigheid niet worden geregeld. Het gebied is beschermd tegen direct zonlicht, directe regen of wind.
  • Vervuilingsgraad 4. Vervuiling die aanhoudende geleiding genereert door middel van geleidende stof, regen of sneeuw. Gewoonlijk buitenlocaties.

IP-certificering

IPx0 (zoals gedefinieerd in IEC 60529).

Elektrische specificaties

Elektrische specificaties TICP025: Stroom 20mA, 250 MHz

TICP050: Stroom 20mA, 500 MHz

TICP100: Stroom 20mA, 1 GHz

Max. spanning naar aarde 1300 V; Vervuilingsgraad 2; Max met transientenniveau mag 5kV _pk niet overschrijden

1800 V; Voor gebruik in een omgeving met vervuilingsgraad 1800; max. met transientenniveau mag 5 kV _pk niet overschrijden

600 V voor CAT III; Vervuilingsgraad 2

1000 V voor CAT II; Vervuilingsgraad 2

Naleving van milieuvoorschriften

In deze sectie vindt u informatie over de impact van het product op het milieu.

Behandeling van producten aan het einde van de levensduur

Neem de volgende richtlijnen in acht bij het recyclen van een instrument of component:

Recyclen van apparatuur

De productie van deze apparatuur vereist de winning en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De apparatuur kan stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu of de menselijke gezondheid indien deze aan het einde van de levensduur van het product niet op de juiste manier worden behandeld. Om het vrijkomen van deze stoffen in het milieu te voorkomen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te verminderen, moedigen we u aan dit product in een daarvoor geschikt systeem te recyclen waardoor de meeste materialen zullen worden hergebruikt of op de juiste wijze worden gerecycled.

TEKTRONIX TICP025 - Recyclen van apparatuur - 1

Dit symbool geeft aan dat dit product voldoet aan de toepasselijke voorschriften van de Europese Unie volgens Richtlijnen 2012/19/EU en 2006/66/EG inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE) en accu's. Voor informatie over recyclingopties, raadpleegt u de Tektronix-website (www.tek.com/productrecycling).

Voorwoord

Dit document bevat informatie over het installeren en gebruiken van de actieve geïsoleerde stroomshuntsondes uit de Tektronix TICP-serie.

De sonde biedt een ongeëvenaarde bandbreedte, nauwkeurigheid, gebruiksgemak en isolatie op het gebied van stroomshuntmetingen.

TEKTRONIX TICP025 - Voorwoord - 1

De TekVPI-compensatiebox (comp) verbindt het meetsysteem met een van de ingangskanalen op de oscilloscoop. Het meetsysteem wordt van stroom voorzien via de TekVPI-interface van de oscilloscoop. Met behulp van de leds op de compbox wordt de algehele status van de sonde aangegeven.

Sondekop

De sondekop vormt een interface tussen het te testen apparaat (DUT - device-under-test) en de compensatiebox. De sondekop bevat de isolatiebarrière die het DUT scheidt van de aarde.

Sondepunten

Er zijn sondepuntopties beschikbaar om de sondekop op het DUT aan te sluiten.

Belangrijke prestatie-specificaties en kenmerken

  • Galvanische isolatie tussen de sondepunt en de oscilloscoop
  • Verkrijgbaar in drie bandbreedtes: 1 GHz, 500 MHz en 250 MHz
  • Brede reikwijdte voor stroommeting, bepaald door de shunt die wordt gebruikt met 1X, 10X of 100X sondepunten
    • Ruis <4,70 nV / √Hz (<21 μV RMS bij 20 MHz)

• Tot 90 dB CMRR bij 1 MHz
- Maximale common mode-spanning: 1,8 kV; Voor gebruik in een omgeving met vervuilingsgraad 1; transientenniveau mag 5 kV _pk niet overschrijden
• 1,5% nauwkeurigheid DC-versterking
- Compatibel met de MSO-instrumenten uit de 4-, 5- en 6-serie, inclusief de nieuwste B-modellen
- TekVPI™-interface maakt besturing en sondeconfiguratie mogelijk vanaf het voorpaneel van de oscilloscoop of de programmeerinterface

Modeloverzicht

Model Beschrijving
TICP025 250 MHz Tektronix geïsoleerde stroomsonde
TICP050 500 MHz Tektronix geïsoleerde stroomsonde
TICP100 1 GHz Tektronix geïsoleerde stroomsonde

Standaardaccessoires

In de volgende tabel worden de accessoires vermeld die met de sonde worden meegeleverd.

Accessoire Beschrijving Onderdeelnummer
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 11X sondepunkabel met MMCX-connector TICPMM1
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 210X sondepunkabel met MMCX-connector TICPMM10
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 3SMA-puntadapter TICPSMA
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 4Ferriet klemfilter common mode 276-0905-XX
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 5Statief wordt gebruikt om de sonde vast te houden. 020-3210-XX
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 6Statiefadapter voor 1⁄4 in - 20 UNC schroefdraadaccessoires. 103-0508-XX
TEKTRONIX TICP025 - Standaardaccessoires - 7Sondepuntadapter. Hiermee kan een MMCX IsoVu-punt worden gebruikt op standaard vierkante pinnen van 0,100 inch, 0,025 inch.131-9717-XX

table-continued

Accessoire Beschrijving Onderdeelnummer
TEKTRONIX TICP025 - table-continued - 1Zachte draagtas met schuiminzetstuk. 016-2147-XX

Aanbevolen accessoires

De volgende tabel geeft een overzicht van de optionele accessoires.

Accessoire Beschrijving Onderdeelnummer
TEKTRONIX TICP025 - Aanbevolen accessoires - 1Sondepunt 100X met MMCX-connector TICPMM100
TEKTRONIX TICP025 - Aanbevolen accessoires - 2Vierkante pin voor MMCX-adapter, 0.062" afstand 131-9677-XX
TEKTRONIX TICP025 - Aanbevolen accessoires - 3MMCX voor IC grijperkabel 196-3546-XX
TEKTRONIX TICP025 - Aanbevolen accessoires - 4Vierkante pin voor IC grijperkabel 196-3547-XX
TEKTRONIX TICP025 - Aanbevolen accessoires - 5MicroCKT-grijpers 206-0569-XX

Operationele informatie

Gebruik dit gedeelte om u te helpen de sonde veilig en effectief te gebruiken. Lees alle veiligheidsinformatie voordat u uw meetsysteem installeert, zodat u op de hoogte bent van de operationele en afstandsvereisten, inclusief mogelijke gevaarlijke gebieden wanneer het meetsysteem is aangesloten op het DUT.

Blokschema TICP

De volgende afbeelding toont een blokschema van de actieve geïsoleerde stroomshuntsonde van Tektronix.

TEKTRONIX TICP025 - Blokschema TICP - 1

flowchart
graph LR
    A["Common-mode voltage"] --> B["Differential voltage"]
    B --> C["Probe tip"]
    C --> D["Probe head"]
    D --> E["Isolation barrier"]
    E --> F["20 pf common-mode bridging capacitance"]
    F --> G["Infinite resistance"]
    G --> H["Comp box"]
    H --> I["Oscilloscope"]
    J["Probe tip cable"] --> D
    K["2 m probe cable"] --> H

De common mode-weerstand en capaciteit naar aarde wordt weergegeven in de afbeelding. De common mode-weerstand wordt bij de sonde als oneindig weergegeven, omdat deze galvanisch geïsoleerd is en kan worden genegeerd. De capaciteit van de common mode-koppeling naar de aarde en het omliggende circuit wordt weergegeven als de overbruggingscapaciteit. Deze capaciteit zal ongeveer 20 pF bedragen wanneer de sondekop 6 inch (15,25 cm) boven een grondvlak wordt geplaatst.

Om de effecten van common mode capacitieve belasting te minimaliseren, kunt u het volgende overwegen:

  • Kies indien mogelijk een referentiepunt in het te testen apparaat (DUT) met een statisch potentieel ten opzichte van de aarding.
  • Sluit de coaxiale (gemeenschappelijke) afscherming van de sondepunt aan op het laagste impedantiepunt van het circuit.
  • Het vergroten van de fysieke afstand tussen de sondekop en een geleidend oppervlak zal de capaciteit verminderen.
  • Wanneer u meerdere TICP-sondes gebruikt om verschillende punten in het circuit te meten die niet dezelfde common mode-spanningen hebben, houd dan de sondekoppen gescheiden om de capacitieve koppeling te minimaliseren.

Beste methoden voor hantering van meetsystemen

Het meetsysteem bestaat uit kwaliteitsonderdelen en moet met zorg worden behandeld om schade of verslechtering van de prestaties als gevolg van verkeerd gebruik te voorkomen. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het hanteren van de sonde en de punten.

  • De sondekabel niet pletten, krimpen of knikken..
  • Verdraai de kabel niet.
  • Laat geen knikken of knopen in de sondekabel ontstaan.
  • Oefen geen trekkracht uit op de sondekabel.

- Trek niet aan de kabel, zeker niet als er knikken of knopen aanwezig zijn.

- Laat de sondekop of de compbox niet vallen. Dit kan leiden tot schade en verkeerde uitlijning van de interne componenten.

- Vermijd het te ver buigen van de sondepunten; overschrijd de minimale buigradius van 5,1 cm (2,0 inch) niet.

- Voorkom dat de kabels geplet worden door per ongeluk met het wiel van een stoel over de kabel te rijden of door een zwaar voorwerp op de kabel te laten vallen.

- Bewaar het meetsysteem in de meegeleverde draagtas wanneer het niet in gebruik is.

Omgevingsvereisten

Kenmerk Component Operationeel Niet operationeel
Temperatuur Compensatieboxen sondekop 0°C tot +50°C -20°Ctot +70°C
Puntkabels en adapters -40°C tot +85°C -40°C tot +85°C
Vochtigheid Compensatieboxen sondekop 5% tot 85% relatievevochtigheid5% tot 85% relatieve vochtigheid
tot +40°C, 5% tot 45%tot +40°C, 5% tot 45%
Puntkabels en adaptersrelatieve vochtigheid tot +50°C,niet-condenserendrelatieve vochtigheid tot +70°C,niet-condenserend
Hoogte Alle componenten Tot3.000 meter (9.842 voet) Tot 12.000meter (39370 voet)

Besturingselementen en indicatoren

Een beschrijving van de besturingslementen en indicatoren op de compensatiebox.

TEKTRONIX TICP025 - Besturingselementen en indicatoren - 1

text_image Tektronix TICP100 ISOLATED CURRENT PROBE STATUS An ISOVUTM PRODUCT 1 2 STATUS -
  1. Ontgrendelingsknop. Om de compensatiebox (comp) los te koppelen van de oscilloscoop, drukt u op de ontgrendelingsknop en trekt u de box weg van het instrument.
  2. STATUS-indicatoren. Ledlampjes die de status van de sonde aangeven. Er bevindt zich een statusindicator aan de boven- en achterkant van de compbox. Zie Table 1 voor meer informatie over de status van de led.

Kabelmarkeringen

De markering op de kabel waarschuwt voor mogelijk gevaar door RF-brandwonden.

TEKTRONIX TICP025 - Kabelmarkeringen - 1

text_image WARNING Potential RF burn hazard or electrical shock hazard. Maintain safe clearance while connected to the energized circuit. Be sure to read manual. AVERTISSEMENT Risque de brûlure RF ou de choc électrique. Observez une distance de sécurité durant la connexion au circuit sous tension. Lisez le manual. RF burn area of tim (40in) 1844-922

Sondepunten

Elke sondepunt heeft een label waarop het maximale dynamische bereik en de dempingsfactor worden vermeld.

TEKTRONIX TICP025 - Sondepunten - 1

TEKTRONIX TICP025 - Sondepunten - 2

TEKTRONIX TICP025 - Sondepunten - 3

TEKTRONIX TICP025 - Sondepunten - 4

1844-001

Ferrietklem aanbrengen

In de volgende stappen wordt het aanbrengen van de common mode-ferrietklem op de sondekabel beschreven.

Procedure

TEKTRONIX TICP025 - Procedure - 1

text_image STATUS ① ② 1944-018
  1. Plaats de common mode-ferrietklem binnen 0,25 inch van de trekontlasting van de compensatiebox.
  2. Leg de kabel vijf maal in een lus om de open ferrietklem en sluit de klem.

Zorg ervoor dat de lussen zo klein mogelijk zijn om de effectiviteit van het ferriet te maximaliseren.

Volgende stappen

Om de ferrietklem van de sondekabel te verwijderen, steekt u een platte schroevendraaier in de opening tussen de vergrendelingen van de klem en tilt u deze omhoog.

Aansluiten op een circuit

De volgende stappen beschrijven het proces voor het aansluiten van de sonde van de TICP-serie op een oscilloscoop en het te testen apparaat (DUT).

Voordat u begint

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 1

Attentie: Sluit het meetsysteem niet aan op een spanningvoerend circuit, om het risico op een elektrische schok te vermijden. Haal altijd eerst de spanning van het te testen circuit voordat u de kabel van de punt koppelt aan of ontkoppelt van het te testen circuit. De kunststof behuizing van de sondekop en de sondepunt van de sondekabel zorgen niet voor de isolatie.

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 2

Attentie: Om het gevaar voor elektrische schokken of RF-brandwonden te voorkomen terwijl het DUT onder spanning staat, mag u de sondekop of de sondepunt niet aanraken tijdens het uitvoeren van metingen. Houd altijd 1 m (40 in.) afstand van de sondekop tijdens het meten. Zie Figure 1.

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 3

Attentie: Om te voorkomen dat er een vlamboog ontstaat die door een ander potentiaal wordt veroorzaakt, mag u de sondekop of de sondepunt niet koppelen met een circuit dat een andere spanning heeft.

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 4

Let op!: Om mogelijke schade aan de apparatuur te voorkomen, mag u de coaxiale (gemeenschappelijke) afscherming van de sondepunt of SMA-ingang niet aansluiten op het hoge-impedantiegedeelte van een circuit. De extra capaciteit kan circuitschade veroorzaken. Sluit de coaxiale (gemeenschappelijke) afscherming aan op het lage-impedantiegedeelte van het circuit.

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 5

Opmerking: Het aanraken van de sondekop of de kabel van de sondepunt bij het meten van een hoogfrequent common mode-signaal vergroot de capacitieve koppeling en kan de common mode-belasting op het te testen circuit verslechteren.

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 6

Opmerking: Voorkom onnauwkeurige metingen als gevolg van het stapelen van afzonderlijke sondekoppen. Houd mobiele telefoons op minstens een meter afstand tijdens het uitvoeren van metingen.

Over deze taak

Controleer of het DUT niet is aangesloten op een spanningvoerend circuit. Voor een zo nauwkeurig mogelijke meting laat u de sonde 5 minuten opwarmen.

Procedure

  1. Sluit de compensatiebox aan op een beschikbaar kanaal op de oscilloscoop.

TEKTRONIX TICP025 - Procedure - 1

  1. Lijn de IsoConnect™-connectoren van de sondepunt en de sondekop met elkaar uit. Zorg ervoor dat u tijdens dit proces de sondepunt niet buigt of verdraait.

  2. Koppel de sondepunt met de sondekop.

TEKTRONIX TICP025 - Procedure - 2

Opmerking: Bevestig de sondekop op een tweepoot- of driepootstatief (met adapter) of een soortgelijke steun. Door gebruik van een steun blijft de sondekop stabiel, waardoor potentiële mechanische spanningen op het elektrische aansluitpunt van het DUT worden verminderd. De steun houdt de sondekop ook uit de buurt van omringende circuits en geleidende objecten om de parasitaire capacitieve koppeling met deze omgeving te minimaliseren. De meegeleverde statiefadapter is vereist om sondes van de TICP-serie op een statief te bevestigen.

  1. Sluit de sondepunt aan op het DUT.

Als u een MMCX-punt gebruikt, sluit u de punt aan op een MMCX-connector of op een adapter met vierkante pin voordat u deze aansluit op het DUT. De adapters worden aangesloten op vierkante pinnen met een tussenruimte van 0,100 inch (2,54 mm) of 0,062 inch (1,57 mm).

  1. Stel de besturingsselementen op de oscilloscoop in.
  2. Schakel het DUT in om de meting uit te voeren.

Installatie statiefadapter

In de volgende stappen wordt de installatie beschreven van de statiefadapter op de sondekop en het bevestigen ervan op een statief.

Procedure
TEKTRONIX TICP025 - Installatie statiefadapter - 1

  1. Bevestig de adapter op een compatibel statief.

De schroefdraad in de adapter is UNC ^1/4 -20. Zorg ervoor dat de schroefdraad van het statief ook UNC ^1/4 -20 is.

  1. Open de klem op de statiefadapter en bevestig deze op de sondekop.

Bevestiging op een tweepootstatief

In de volgende stappen wordt beschreven hoe de sondekop kan worden bevestigd op een tweepootstatief.

Procedure

TEKTRONIX TICP025 - Procedure - 1

  1. Knijp de handgrepen van het tweepootstatief samen om de klem te openen.
  2. Plaats de sondekop in de klem en laat de hendel los, zodat de sonde de hoek heeft die nodig is om verbinding te maken met het DUT.

De SMA-adapter aansluiten

De volgende stappen beschrijven het proces voor het aansluiten van de TICPSMA SMA-puntadapter op de sondekop en de SMA-kabel.

Voordat u begint

TEKTRONIX TICP025 - Voordat u begint - 1

Opmerking: Het wordt aanbevolen om eerst de SMA-kabel op de SMA-adapter aan te sluiten en vervolgens de SMA-adapter op de sondekop aan te sluiten.

Procedure

TEKTRONIX TICP025 - Procedure - 1

  1. Sluit een SMA-kabel aan op de SMA-adapter.
    Gebruik een SMA-sleutel om de SMA-kabel vast te draaien tot 8 in lbs.
  2. Sluit de SMA-adapter aan op de sondekop.

De sondepuntadapters installeren

Er zijn twee Tektronix-sondepuntadapters waarmee u de MMCX-sondepunten kunt aansluiten op pinnen op de printplaat. De pitchadapter MMCX-op-0,1-inch (2,54 mm) en de pitchadapter MMCX-op-0,062-inch (1,57 mm).

Eén uiteinde van elke adapter heeft een MMCX-poort voor aansluiting op een IsoVu MMCX-punkkabel. Het andere uiteinde van de adapter heeft een centrale pin-poort en vier gemeenschappelijke (afgeschermde) poorten rond de buitenkant van de adapter. Inkepingen op de adapters kunnen worden gebruikt om de afgeschermde poorten te lokaliseren. De procedure voor het installeren van deze adapters is hetzelfde, het belangrijkste verschil is de afstand tussen de pinnen op de printplaat.

Om de adapters op de vierkante pinnen aan te brengen, lijnt u het midden van de adapter uit met de signaalbronpin op de printplaat. Gebruik de inkeping op de adapter om een van de afgeschermde poorten uit te lijnen met de gemeenschappelijke pin op de printplaat. De volgende afbeeldingen tonen voorbeelden van het uitlijnen van de adapters op de printplaat.

Om de beste elektrische prestaties te bereiken, in het bijzonder de CMRR-prestaties en EMI-gevoeligheid, plaatst u de sondepuntadapter zo dicht mogelijk bij de printplaat.

TEKTRONIX TICP025 - De sondepuntadapters installeren - 1

Figuur 3: De MMCX-op-0,1-inch (2,54 mm) adapter op de printplaat uitlijnen

TEKTRONIX TICP025 - De sondepuntadapters installeren - 2

Figuur 4: De MMCX-op-0,062-inch (1,57 mm) adapter op de printplaat uitlijnen

Nadat u de adapters hebt uitgelijnd, drukt u de adapter voorzichtig omlaag om deze op zijn plaats op de printplaat te plaatsen.

TEKTRONIX TICP025 - De sondepuntadapters installeren - 3

Figuur 5: De MMCX-op-0,1-inch (2,54 mm) adapter op zijn plaats duwen

TEKTRONIX TICP025 - De sondepuntadapters installeren - 4

Figuur 6: De MMCX-op-0,062-inch (1,57 mm) adapter op zijn plaats duwen

De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat

De volgende afbeelding en tabel tonen de aanbevolen afstandsvereisten voor het aansluiten van de adapters op de vierkante pinnen op de printplaat. De onderkanten van de adapters worden bovenaan weergegeven.

TEKTRONIX TICP025 - De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat - 1

Referentie afbeeldingSondepuntadapter, MMCX op 0,1” pitch vk. pin 0,635 mm (0,025 in) vk. pinnenSondepuntadapter, MMCX op 0,062” pitch vk. pin 0,406 mm (0,016 in) vk. pinnen
1 Aanbevolen maximale pinlengte 6,00 mm (0,235 in) Aanbevolen maximale pinlengte 4,40 mm (0,170 in)
2 Ruimte tussen adapter en printplaat minimaliseren
3 Veiligheidsruimte (diameter van iedere adapter)
4 Vermijd of minimaliseer aanwezigheid van componenten binnen de veiligheidsruimte

De vierkante pinnen van 0,025 inch (0,635 mm) moeten zich al op de printplaat bevinden. Bij sommige vierkante pinnen zijn mogelijk headers op de printplaat geïnstalleerd. Tektronix raadt aan om het plastic afstandsstuk van de vierkante pinnen te verwijderen om beter

toegang te krijgen tot de printplaat, zoals weergegeven in de volgende afbeelding, om de beste elektrische prestaties te bereiken, in het bijzonder CMRR. Mogelijk moet u een pincet gebruiken om het afstandsstuk te verwijderen, zoals weergegeven op de afbeelding.

TEKTRONIX TICP025 - De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat - 2

text_image Remote INS COLD INES MODER P LINS

Figuur 8: Het verwijderen van de header van de vierkante pinnen op de printplaat

Tektronix levert een set soldeerpinnen (0,018 inch (0,46 mm) diameter) om op de printplaat te installeren voor gebruik met de adapter MMCX op 0,062 inch (1,57 mm). Gebruik het soldeerhulpgereedschap (Tektronix onderdeelnummer, 003-1946-xx) om deze pinnen op de printplaat te installeren.

De soldeerpinnen zijn extreem klein en kunnen lastig te hanteren zijn. Tektronix raadt aan een pincet en een vergrootinstrument te gebruiken bij het installeren van de pinnen op de printplaat.

De soldeerpinnen kunnen rond een op het oppervlak gemonteerd onderdeel op de printplaat worden geïnstalleerd, maar er moet voldoende ruimte vrij blijven voor een goede elektrische verbinding met de adapter. Figuur 7 op pagina 28

TEKTRONIX TICP025 - De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat - 3

Opmerking: De coaxiale (gemeenschappelijke) afscherming van de sondepunt en puntadapters moet altijd worden aangesloten op het laagste impedantiepunt (meestal een gemeenschappelijk circuit- of voedingsrail) in het te testen circuit (ten opzichte van de sondepunkabel/centrale geleider) om de meest nauwkeurige golfvorm te verkrijgen.

Gebruik de volgende stappen om de soldeerpinnen met behulp van de soldeerhulp op de printplaat aan te brengen:

  1. Steek de soldeerpinnen voorzichtig in de soldeerhulp, zoals weergegeven in de volgende afbeelding.

TEKTRONIX TICP025 - De vierkante pinnen aanbrengen op de printplaat - 4

Figuur 9: Gebruik van de soldeerhulp om de vierkante pinnen op de printplaat aan te brengen

  1. Gebruik de soldeerhulp om de vierkante pinnen op hun plaats te houden terwijl u de vierkante pinnen op de printplaat soldeert.
  2. Breng indien nodig een kleine hoeveelheid lijm aan om de aansluiting op de printplaat verder te versterken. Breng de lijm echter zo laag mogelijk aan voor een goed elektrisch contact voor de adapter. Figuur 7 op pagina 28

Gebruik het menu 'Probe Setup' (Sondeconfiguratie) om informatie over de sonde te bekijken, zelfkalibratie (SelfCal) uit te voeren, AutoZero uit te voeren, de bereikmodus te wijzigen en het bereik in te stellen.

Om toegang te krijgen tot het menu voor sondeconfiguratie op de oscilloscoop, tikt u twee keer op de bijbehorende analoge kanaal-badge op de instellingenbalk en tikt u vervolgens op Probe Setup (Sondeconfiguratie).

U ontvangt een waarschuwingsbericht als u de sonde op de oscilloscoop aansluit zonder dat een sondepunt is aangebracht. De volgende afbeeldingen tonen het menu met en zonder de waarschuwing voor de punt.

TEKTRONIX TICP025 - Menu Probe Setup (Sondeconfiguratie) - 1

text_image CHANNEL 1 VERTICAL SETTINGS PROBE SETUP Probe Information Probe Type: TICP050 Serial Number: QU300009 Version: 1.6 Propagation Delay: 12.063 ns Probe Tip: TICPSMA Serial Number: QU200093 SelfCal Status: SelfCal AutoZero Range Mode Range Auto Manual 500 mV SPECTRUM VIEW > OTHER > Ch 1 100 mV/div 50 Ω 500 MHz %

TEKTRONIX TICP025 - Menu Probe Setup (Sondeconfiguratie) - 2

text_image CHANNEL 1 VERTICAL SETTINGS PROBE SETUP Probe Information Probe Type: TICP050 Serial Number: QU300009 Version: 1.6 Propagation Delay: 11.903 ns Probe Tip: N/A Serial Number: N/A Error Information No probe tip detected. Please install a compatible probe tip. SelfCal Status: SelfCal AutoZero Range Mode Auto Manual Range 500 mV SPECTRUM VIEW > OTHER > Ch 1 No Tip 100 mV/div 50 Ω 500 MHz °

Zelfkalibratie

De zelfkalibratiefunctie (SelfCal) die de versterkingsnauwkeurigheid en de DC-offset corrigeert. Deze parameters veranderen tijdens het opwarmen van de sonde tot de bedrijfstemperatuur en blijven constant nadat de temperatuur een stabiele toestand heeft bereikt.

Controleer de SelfCal Status (Status Zelfkalibratie) in het menu Probe Setup (Sondeconfiguratie). De status geeft aan wanneer SelfCal is Passed (Geslaagd) of Failed (Mislukt) en wanneer het wordt Recommended (Aanbevolen) om SelfCal uit te voeren.

Om de status van de SelfCal op afstand te controlleren, gebruikt u het commando SELFCAL: STATE? PI om vast te stellen of zelfkalibratie is RECOMMENDED (Aanbevolen), RUNNING (In uitvoering) of PASSED (Geslaagd).

Het wordt aanbevolen om SelfCal opnieuw uit te voeren wanneer er een verandering van 10°C in de omgevingstemperatuur is of wanneer de status Recommended (Aanbevolen) is. Voer de volgende stappen uit om een zelfkalibratie uit te voeren:

  1. Tik op de kanaal-badge die overeenkomt met het kanaal waarop u de sonde hebt aangesloten.

  2. Klap in het menu van het kanaal het tabblad Probe Setup (Sondeconfiguratie) open.

  3. Tik op de knop SelfCal.

Gebruik om de zelfkalibratie op afstand uit te voeren het commando CH: PROBE: SELFCAL EXECUTE PI. Het aangesloten kanaal wordt aangegeven met "x".

TEKTRONIX TICP025 - Zelfkalibratie - 1

Opmerking: Voor de beste resultaten voert u zelfkalibratie uit terwijl de sonde is aangesloten op de uitgeschakelde DUT.

Bij gebruik van verticale schalen van 10 mV/div of minder moet de zelfkalibratie van de sonde worden uitgevoerd terwijl de sondepunt nog is bevestigd en zonder dat er een signaal op de sondepunt wordt toegepast. Daarnaast wordt voor de punten TICPSMA en TICPMX1X aanbevolen om tijdens de zelfkalibratie een representatieve drive-impedantie (een uitgeschakeld DUT) aangesloten te laten op de sondepunt.

Op hogere verticale schalen, of in het specifieke geval van een TICPSMA- of TICPMX1X-punt die wordt aangedreven door een zeer lage impedantie (een shuntweerstand ≤5 Ω), kan een alternatieve benadering worden gebruikt om de punt los te koppelen van de sondekop, om er zeker van te zijn dat er geen signaal wordt toegepast tijdens zelfkalibratie.

Het duurt 5 minuten voordat de sonde van de TICP-serie is opgewarmd en het uitvoeren van de zelfkalibratie duurt minder dan twee minuten. De SelfCal Status (Status Zelfkalibratie) verandert in Passed (Geslaagd) of Failed (Mislukt).

AutoZero

AutoZero en zelfkalibratie werken op verschillende delen van het meetsysteem. Zelfkalibratie optimaliseert metingen door aanpassingen van parameters in de sonde. AutoZero is een oscilloscoopfunctie en wordt gebruikt wanneer een weergegeven golfvorm niet correct is gecentreerd (bijvoorbeeld vanwege een kleine DC-offsetfout). AutoZero wordt automatisch uitgevoerd na zelfkalibratie.

Het is belangrijk om het DUT uit te schakelen of uw sonde los te koppelen van het DUT voordat u AutoZero uitvoert.

Auto Range

De Range Mode (Modus Bereik) kan worden ingesteld op Auto (Automatisch) of Manual (Handmatig). Wanneer de Range Mode (Modus Bereik) is ingesteld op Auto (Automatisch), wordt het sondebereik automatisch geselecteerd wanneer aan de V/div-knop op de oscilloscoop wordt gedraaid. De relatie tussen het sondebereik en de V/div-instelling is zoals te zien in de tabel Bereiken en 4/5/6-serie MSO Volts/div-instellingen.

Bereiken

Het meetsysteem heeft verschillende bereiken waaruit u kunt kiezen, ongeacht of de sonde met of zonder punt wordt gebruikt. Hierdoor kunnen afwegingen worden gemaakt tussen ruis en dynamisch bereik, afhankelijk van de vereisten van de meting die wordt uitgevoerd.

TEKTRONIX TICP025 - Bereiken - 1

Let op!: Om schade aan de sonde te voorkomen, mag u de piekspanning voor een bepaalde punt of sondekop niet overschrijden. De maximale niet-destructieve spanningslimiet (piekspanning) mag niet stijgen wanneer de sondebereiken worden gewijzigd.

Bij MSO-instrumenten uit de 4-, 5- en 6-serie kunnen de bereiken worden geselecteerd wanneerRange Mode (Modus bereik) is ingesteld op Manual (Handmatig). De aanbevolen V/div-instellingen worden weergegeven in de onderstaande tabel. De weergegeven bereiken gelden voor de SMA-ingang van de sonde en de 1X-punt. Vermenigvuldig het bereik en de V/div-instelling met de puntdemping om de waarden voor een sondepunt te verkrijgen.

Tabel 1: Bereiken en Volt/div-instellingen voor MSO's van de 4/5/6-serie

Bereiken MSO-sondes van de 4/5/6-serie Aanbevolen instellingenV/div
20 mV 2 mV/div
30 mV 5 mV/div
#table-continued
45 mV 5 mV/div
65 mV 10 mV/div
90 mV 10 mV/div
125 mV 20 mV/div
175 mV 20 mV/div
250 mV 20 mV/div
350 mV 50 mV/div
500 mV 100 mV/div

Wanneer u een punt gebruikt, toont het label van elke sondepunt het maximale dynamische bereik en de dempingsfactor. Wanneer gevoeligere bereiken worden geselecteerd, is het dynamische bereik beperkt. Raadpleeg het lineaire differentiële ingangsspanningsbereik in de specificatietabel voor meer informatie.

Een sondepunt selecteren

TEKTRONIX TICP025 - Een sondepunt selecteren - 1

Let op!: Vermijd overspanningsomstandigheden die de ingangsafsluiting van de sondekop kunnen beschadigen of aantasten door de juiste sondepunt te selecteren. Het selecteren van de juiste verzwakkingsfactor voor de sondepunt is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de ingangsafsluiting van de sondekop niet wordt aangetast of beschadigd door overspanning. Selecteer de sondepunt die de laagst mogelijke demping biedt voor het signaal dat wordt gemeten.

Houd bij het selecteren van een sondepunt voor een bepaalde toepassing rekening met de volgende vragen:

- Wat is de maximale RMS/piekspanning op het testpunt dat wordt gemeten (bijvoorbeeld bij een storing)?

- Wat is de minimale single-ended ingangsweerstand die mijn circuit kan verdragen?

- Hoe groot is het signaal dat ik in één keer op de oscilloscoop wil weergeven?

- Welke gevoeligheid heb ik nodig (bijvoorbeeld de minimale V/div-instelling)?

De volgende tabel helpt u bij het selecteren van de juiste sondepunt. Begin bovenaan de tabel en werk naar beneden. Kies de eerste punt die aan al uw criteria voldoet.

Tabel 2: Selectie van sondepunt

SondepuntGevoeligste V/div-instelling Dynamisch bereikMaximale niet-destructieve spanning (DC + pk AC)Single-ended ingangsweerstand
TICPSMA 1 mV ±0,5 V ±3 V 50 Ω
TICPMM1 1 mV ±0,5 V ±3 V 50 Ω
TICPMM10 10 mV ±5V ±15 V 500 Ω
TICPMM100100 mV±50 V±60 V 5000 Ω

Voor maximale niet-destructieve spanning, raadpleeg de Maximum differential input voltage vs frequency derating graphs.

Scheefstand

Elke sonde wordt geleverd met nominale propagatievertragingswaarden die automatisch kunnen worden toegepast via het menu Vertical (Verticaal) op de oscilloscoop. De nauwkeurigheid van de scheefstand kan worden verbeterd met behulp van een bekend signaal en een

scheefstandopstelling. Wanneer de timingrelaties tussen golfvormen van cruciaal belang zijn, moet u uw testsysteem altijd rechtzetten met bekende apparatuur.

Offset invoer

Het meetsysteem biedt een instelbare invoer-gerelateerde offsetspanning.

Dit maakt het mogelijk om een gedeelte van het signaal dat buiten het scherm valt te bekijken, of om gevoelig gedrag te onderzoeken dat zich voordoet bovenop een grotere differentiële spanning. Bijvoorbeeld, een stap van 0 V naar 0,6 V zou normaal gezien een invoerbereik van ±0,5 V overschrijden. Door een offset van 250 mV toe te passen, wordt de 600 mV stap binnen het dynamische bereik van de sonde gebracht en kan deze nauwkeurig worden weergegeven. De offset wordt toegepast door de sonde.

Spanningsbereik

De sonde is ontworpen om karakterisering mogelijk te maken van hoogfrequente circuits met een breed scala aan differentiële spanningen in de aanwezigheid van common mode-spanningen. Het begrijpen van de limieten en verschillen tussen de spanningswaarden, zoals besproken in deze sectie, is essentieel om de signaalbetrouwbaarheid en meetnauwkeurigheid te optimaliseren.

Hoewel het common mode-spanningsbereik van de sonde erg groot is (1000 V CATII), is het differentiële ingangsbereik beperkt en hangt af van de puntdemping, het geselecteerde versterkingsbereik en de toegepaste offset.

De ingangsspanningsomstandigheden zijn onderverdeeld in verschillende ingangsbereiken.

Common mode-spanningsbereik

De sondekop wordt geïsoleerd van de massa, waardoor het common mode-invoerbereik 1000 V CATII wordt. Het differentiële ingangsbereik is beperkter en heeft betrekking op het signaal dat over de sondepunt kan worden toegepast, ongeacht de common mode-spanning.

Het differentiële spanningsbereik verwijst naar de daadwerkelijke meting die op het oscilloscoopscherm verschijnt bij gebruik van IsoVu™. Voor nauwkeurige resultaten moet de meting binnen het bereik van een eventuele toegepaste offset ±V diff bereik van de punt vallen.V meas =V offset ±V diff

Spanningsbereik voor offset

Offset-spanning kan worden toegepast via de instellingen van het menu Vertical (Verticaal) van de oscilloscoop. Het ingangs-offsetvermogen van de sonde reikt van ±0,5 V tot ±50 V, afhankelijk van de gebruikte punt. Deze offset wordt toegepast op de sondekop en kan nuttig zijn om toegepaste signalen binnen het dynamische bereik (V _diff ) van de sonde te brengen.

Maximaal niet-destructief differentieel spanningsbereik

Het maximale niet-destructieve differentiële ingangsbereik is de grootste differentiële spanning die op de ingang kan worden toegepast zonder schade aan de sonde te veroorzaken. Dit is een DC + piek AC-classificatie (geen enkel deel van het differentiële ingangssignaal mag deze waarde overschrijden). De maximale niet-destructieve differentiële spanning varieert van ±3 V tot ±60 V, afhankelijk van de gebruikte sondepunt. Het overschrijden van deze niveaus zal permanente schade aan de componenten van de sondekop veroorzaken.

Specifications

Dit hoofdstuk bevat specificaties voor het instrument. Alle specificaties gelden voor de meeste apparaten, behalve waar ze zijn aangemerkt als gegarandeerd. Specificaties voor de meeste apparaten worden voor uw gemak verstrekt, maar zijn niet gegarandeerd. Specificaties die zijn voorzien van het √-symbool zijn gegarandeerd en gecontroleerd in de prestatieverificatie.

Alle specificaties gelden voor de meeste apparaten en zijn van toepassing op alle modellen, tenzij anders vermeld.

Om aan de specificaties te voldoen, moet eerst aan deze voorwaarden zijn voldaan:

  • Het instrument moet werken binnen de omgevingslimieten die in deze handleiding zijn beschreven.
  • Het instrument moet gedurende ten minste vijf minuten continu in bedrijf zijn geweest binnen het gespecificeerde bedrijfstemperatuurbereik.
  • Het meetsysteem wordt gevoed door een TekVPI-compatibele oscilloscoop.

Gegarandeerde specificaties beschrijven gegarandeerde prestaties met tolerantielimieten of bepaalde type-geteste vereisten.

Overzicht sondes en punten

Sondes TICP100 TICP0550 TICP025
Bandbreedte 1 GHz 500 MHz 250 MHz
Stijgtijd 400 ps 700 ps 1,4 ns
Nauwkeurigheid DC-versterking±1,5%
Maximale common mode-spanning1800 V; Voor gebruik in een omgeving met vervuilingsgraad 1800; max. met transiëntenniveau mag 5 kV_pk niet overschrijden
1300 V; Vervuilingsgraad 2; Max met transiëntenniveau mag 5kV_pk niet overschrijden
600 V voor CAT III; Vervuilingsgraad 2
1000 V voor CAT II; Vervuilingsgraad 2
Spectrale dichtheid RMS-ruis4,70 nV / (<21 V_RMS bij 20 MHz)
Lengte sondekabel 2 meter (78 inch)

Ingangsspanningsbereik, ingangsimpendantie

Het differentiële ingangsspanningsbereik + offsetbereik mag de maximale meetbare ingangsspanning niet overschrijden. Bijvoorbeeld, de offset is beperkt tot ±0,15 V in het ±0,5 V-bereik van de TICPSMA. Het volledige ±0,5 V-offset is beschikbaar in het ±0,125 V-bereik van de sonde uit de TICP-serie.

Sondepunten Differentieel ingangsspanningsbereikOffsetbereik Maximaal meetbare ingangsspanning (Vpk)Maximaal niet-destructief differentièle spanningIngangsimpedantie
TICPSMA ±0,5 V ±0,5 V 0,65 V ±3 V; 3 VRMS50 Ω || n.v.t.
TICPMM1±0,5 V ±0,5 V 0,65 V ±3 V; 3 VRMS
TICPMM10±5 V±15 V; 15 VRMS500 Ω || <3 pF
TICPMM100±50 V±60 V; 60 VRMS5000 Ω || <3 pF

TEKTRONIX TICP025 - Ingangsspanningsbereik, ingangsimpendantie - 1

Figuur 10: Differentieel ingangsspanningsbereik

Ruisvloer (A RMS)

$$ \text { Noise Floor } (A R M S) = \frac {4 . 7 0 \frac {n V}{\sqrt {H z}} \times \sqrt {\text { Bandwidth }}}{R _ {\text { shunt }}} $$

Shuntselectie 20 MHz 250 MHz 1 GHz
50 Ω TICP als shunt 420 nA 1,5 μA 3,0 μA
5 Ω shunt 4,2 μA 14,9 μA 29,7 μA
1 Ω shunt 21 μA 74,3 μA 149 μA
500 mΩ shunt 42 μA 149 μA 297 μA
50 mΩ shunt 420 μA 1,5 mA 3,0 mA
5 mΩ shunt 4,2 mA 14,9 mA 29,7 mA
500 μΩ shunt 42 mA 149 mA 297 mA
50 μΩ shunt 420 mA 1,5 A 3,0 A
15 μΩ shunt 1,4 A 5,0 A 9,9 A

Maximaal meetbare stroom

Maximum is afhankelijk van shuntvermogen.

ShuntselectieTICPMM1TICPSMATICPMM10TICPMM100
50 Ω TICP als shunt13 mA--
5 Ω shunt130 mA1,3 A10 A
1 Ω shunt650 mA6,5 A50 A

table-continued

Shuntselectie TICPMM1 TICPSMATICPMM10 TICPMM100
500 mΩ shunt 1,3 A 13 A 100 A
50 mΩ shunt 13 A 130 A 1,0 kA
5 mΩ shunt 130 A 1,3 kA 10 kA
500 μΩ shunt 1,3 kA 13 kA 100 kA
50 μΩ shunt 13 kA130 kA1000 kA
15 μΩ shunt 43,3 kA433,3 kA3300 kA

Sondebereiken

De gepubliceerde cijfers gelden voor de punten TICPSMA en TICPMM1. Vermenigvuldig respectievelijk met 10 of 100 voor punten van 10X of 100X.

IngangsbereikOffsetbereikSpectrale dichtheid RMS-ruis (VRMS)Ruisvloer bij 20 MHz (VRMS)
±0,5 V±0,15 V22,9 nV / √Hz102,5 μVRMS
±0,35 V±0,30 V17,4 nV / √Hz77,8 μVRMS
±0,25 V±0,40 V15,0 nV / √Hz67,2 μVRMS
±0,175 V±0,475 V9,5 nV / √Hz42,4 μVRMS
±0,125 V±0,5 V8,7 nV / √Hz38,9 μVRMS
±0,09 V±0,5 V6,3 nV / √Hz28,3 μVRMS
±0,065 V±0,5 V5,5 nV / √Hz24,7 μVRMS
±0,045 V±0,5 V4,7 nV / √Hz21,2 μVRMS
±0,03 V±0,5 V4,7 nV / √Hz21,2 μVRMS
±0,02 V±0,5 V4,7 nV / √Hz21,2 μVRMS

Afwijzingsverhouding common mode (CMRR)

SondepuntDC1 MHz100 MHz250 MHz500 MHz1 GHz
TICPSMA195 dB90 dB75 dB50 dB45 dB35 dB
TICPMM1140 dB90 dB80 dB70 dB70 dB50 dB
TICPMM10160 dB70 dB60 dB60 dB40 dB20 dB
TICPMM100145 dB50 dB45 dB30 dB20 dB6 dB

Toepassingsvoorbeelden

Toepassingsvoorbeelden voor Wide Bandgap- (WBG) en PMIC-stroomintegriteit.

Voorbeeld WBG (800V, gewoonlijk 40 A; 0,125 Ω shunt)

In een SiC-circuit van 800 V dat schakelt bij 40 A, zal een shunt van 125 mΩ een signaal van 5 V produceren. Om dit te meten met behulp van de TICP, moet de 10X-punt worden gebruikt. Pas in het bereik van ±3,5 V een offset toe van 0,3 V.

Het meetbare stroombereik gaat van 52 A tot -4 A. Bij deze instellingen is de RMS-ruisvloer 2,2 mA RMS bij een bandbreedte van 250 MHz

TEKTRONIX TICP025 - Voorbeeld WBG (800V, gewoonlijk 40 A; 0,125 Ω shunt) - 1

PMIC-stroomintegriteit (48 V, gewoonlijk 3 mA; 1 Ω shunt)

Op een 48 V PMIC-bus zal de stand-bystroom van 3 mA een signaal van 3 mV produceren op een shunt van 1 Ω. Gebruik de 1X-punt in het meest gevoelige ±20 mV-bereik, pas offset toe om de 3mA-stroom te bekijken en transiënten van 0 A tot 40 mA vast te leggen met een RMS-ruisvloer van 21,2 μA

TEKTRONIX TICP025 - PMIC-stroomintegriteit (48 V, gewoonlijk 3 mA; 1 Ω shunt) - 1

Lineariteit Afwijking van een beste lijn is < ±2% van piek-FS

Maximale afwijking van lineaire regressie, uitgedrukt als percentage van het gespecificeerde dynamische bereik.

Ingangsimpedantie

Sondepunt Ingangsweerstand Ingangsvermogen
TICPMM1 50 ± 0,5%, 49,75 tot 50,25
TICMM10 500 ± 2%, 490 tot 510 <3 pF
TICPMM100 5000 ± 2%, 4900 tot 5100 <3 pF

Impedantie van geïsoleerde >120 MΩ, \~17 pF beveiligingslijn (naar aarding)

Nauwkeurigheid offset-versterking ±0,5%

Lineariteit offset ±0,1%

Ingangsbereik ±0,65 V maximum differentieel bedrijfsspanning

Ingangskoppeling DC

DC-balans < 0,1 divs

Operationele willekeurige 0,31 GRMS, 5-500 Hz, 10 minuten per as, 3 assen (30 minuten in totaal) trillingen

Frequentieresponsgrafiek

De volgende grafiek toont de frequentierespons voor elke sonde.

TEKTRONIX TICP025 - Frequentieresponsgrafiek - 1

Naleving van regelgeving

EMC Voldoet aan de EMC-richtlijn van de Europese Unie (CE-markering)

Veiligheid Voldoet aan de laagspanningsrichtlijn van de Europese Unie (CE-markering)

Voldoet aan ANSI/UL61010-1 (CSA-markering)

Voldoet aan ANSI/UL61010-2-030 (CSA-markering)

Voldoet aan CAN/CSA C22.2 No.61010-1 (CSA-markering)

Voldoet aan CAN/CSA C22.2 No.61010-2-030 (CSA-markering)

RoHS Voldoet aan de beperkingen van de Europese Unie voor gevaarlijke stoffen (CE-markering)

Afmetingen sonde
TEKTRONIX TICP025 - Naleving van regelgeving - 1

text_image 229.29 mm (9.03 in) 193.70 mm (7.63 in) 36.07 mm (1.42 in) 26.92 mm (1.06 in) 1844-008

Figuur 11: Sondekop

TEKTRONIX TICP025 - Naleving van regelgeving - 2

text_image 14.79 mm (0.58 in) 21.03 mm (0.83 in) 195.29 mm (7.69 in) 43.69 mm (1.72 in) 21.03 mm (0.83 in) 12.19 mm (0.48 in) 1844-009

Figuur 12: Sondepunten

TEKTRONIX TICP025 - Naleving van regelgeving - 3

text_image 30.48 mm (1.20 in) 48.47 mm (1.91 in) 122.73 mm (4.83 in) 87.68 mm (3.45 in) STATUS TEKTRONIX STATUS STATUS 1844-010

Figuur 13: Compensatiebox

Procedures voor prestatieverificatie

Gebruik de volgende procedures om de prestaties van het IsoVu-meetsysteem te verifiëren. Voordat u met de procedures begint, kopieert u de testregistratie en gebruikt u deze om de prestatieresultaten vast te leggen. Test record

Vereiste apparatuur

De apparatuur die nodig is om de prestatieverificatieprocedures uit te voeren, wordt weergegeven in de volgende tabel.

Tabel 3: Vereiste apparatuur voor prestatieverificatie

Beschrijving Minimale vereisten Voorbeeldproduct
Ondersteunde oscilloscoop met TekVPI-interfaceOndersteuning voor 50 Ω-ingang, volledig compatibel met TekVPI-interfaceTektronix 5-serie B MSO
DC-spanningsbron 3 mV tot 4 V, ±0,1% nauwkeurigheid Fluke 9500B oscilloscoopkalibrator met een Fluke 9500 Active Head
SMA mannelijke kortsluitconnectordop (optioneel)Intern kortgesloten, verkoperd contact Fairview Microwave SC2135
Digitale multimeter (DMM) 0,1% nauwkeurigheid of beter Tektronix DMM6500
Eén 50 Ω-weerstand Impedantie 50 Ω; connectors: vrouwelijke BNC-ingang, mannelijke BNC-uitgangTektronix onderdeelnummer 011-0049-XX
Precisieweerstand meetopstelling Tektronix onderdeelnummer 067-3281-XX
Meetopstelling prestatieverificatie TekVPI-kalibratieTektronix onderdeelnummer 067-1701-XX

RMS-ruis systeem

Deze procedure verifieert of de sondes uit de TICP-serie werken en voldoen aan de gegarandeerde ruisspecificatie. De ruis wordt gemeten zonder ingangssignaal op het meest gevoelige bereik.

Voordat u begint

  1. Schakel de TekVPI-oscilloscoop in.
  2. Sluit de TICP-sonde aan op de oscilloscoop op kanaal 1 en verwijder de TICP-sondepunt (indien bevestigd).
  3. Laat de testapparatuur 30 minuten opwarmen bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 20 °C (68 °F).

Over deze taak

Deze procedure is geldig voor alle versies van de sonde van de TICP-serie.

Procedure

  1. Tik op File > Default Setup (Bestand > Standaardconfiguratie).
  2. Voer Signal Path Compensation (Compensatie signaalpad) uit, indien aanbevolen in Utility > Calibration... (Hulpprogramma > Kalibratie...)
  3. Voer zelfkalibratie uit (Self-calibration).
  4. Sluit de TICPSMA-sondepunt aan op de TICP-sonde.
  5. Sluit de SMA kortsluitconnectordop aan op de TICPSMA.

  6. Schakel het TICP-kanaal in en gebruik de volgende instelling voor het menu Vertical (Verticaal):

a) Vertical Scale: 1 mV/div (Verticale schaal: 1 mV/div)

  1. Bewerk de instellingen van het menu

Trigger als volgt:

a) Type: Edge (Type: Edge)
b) Source: AC Line (Bron: AC-lijn)
c) Slope: Rising (Helling: stijgend)
d) Level: 0 V (Niveau: 0 V)
e) Coupling: DC (Koppeling: DC)

  1. Bewerk de instellingen van het menu

Horizontal (Horizontaal) als volgt:

a) Horizontal Scale: 100 μs/div (Horizontale schaal: 100 μs/div)
b) Record Length: 6.25 M (Opnamelengte: 6,25 m)

  1. Bewerk de volgende instelling van het menu Acquisition (Verwerving):

a) Single Sequence Stop After: 1 Acquisitions (Stop enkele sequentie na: 1 Verwervingen)

  1. Voeg een meting toe met de volgende instellingen:

a) Amplitude Measurement: AC RMS (Meting amplitude: AC RMS)
b) Source: CH 1 Bron (kanaal 1)

  1. Druk op de knop Single / Seq om de meting uit te voeren.

  2. Noteer het AC RMS-meetresultaat in de testregistratietabel.

Testregistratie RMS-ruis systeem

Gebruik de testregistratietabel voor het registreren van de resultaten van de prestatieverificatieprocedure van de RMS-ruis.

Tabel 4: Testregistratietabel

Modelnummer:Procedure uitgevoerd door:
Serienummer:Datum:
Sonde Maximale ruis Gemeten ruis
TICP025 75 μVrms
TICP050 125 μVrms
TICP100 155 μVrms

Nauwkeurigheid DC-versterking

Deze procedure verifieert of de sondes uit de TICP-serie werken en voldoen aan de gegarandeerde DC-versterkingsnauwkeurigheid.

Voordat u begint

  1. Schakel de TekVPI-oscilloscoop in.
  2. Sluit een 067-3281-XX 50 Ω precisieweerstand aan op de uitgang van de 067-1701-XX meetopstelling.
  3. Sluit een DMM aan op de 50 Ω precisie-uitgang met een BNC-T-stuk.
  4. Sluit een BNC-kabel vanaf het T-stuk, dat zich bevindt aan de uitgang van de 50 Ω-precisieaansluiting, aan op een ander oscilloscoopkanaal. Controleer of het kanaal in 1 MΩ-modus en 200 mV/div staat. Dit wordt alleen gebruikt voor een goede aarding.
  5. Sluit de meetopstelling 067-1701-XX aan op kanaal 1 van de oscilloscoop.
  6. Sluit de sonde van de TICP-serie aan op de meetopstelling 067-1701-XX.
  7. Schakel de Fluke 9500B oscilloscoopkalibrator in.
  8. Sluit de Fluke 9530 Active Head aan op de Fluke 9500B op kanaal 1.
  9. Laat de testapparatuur 30 minuten opwarmen bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 20 °C (68 °F).

Over deze taak

Deze procedure is geldig voor alle versies van de sonde van de TICP-serie.

Procedure

  1. Tik op File > Default Setup (Bestand > Standaardconfiguratie).
  2. Voer Signal Path Compensation (Compensatie signaalpad) uit, indien aanbevolen in Utility > Calibration... (Hulpprogramma > Kalibratie...)
  3. Voer zelfkalibratie uit (Self-calibration).
  4. Sluit de TICPSMA-sondepunt aan op de TICP-sonde.
  5. Sluit de TICPSMA aan op de Fluke 9500 Active Head.
  6. Schakel het TICP-kanaal in en gebruik de volgende instelling voor het menu Vertical (Verticaal):
    a) Range mode (Modus bereik): Manual (Handmatig)
    b) Range (Bereik): 500 mV
    c) Offset: 0 V

  7. Selecteer Mode: Manual Waveform (Modus: Handmatige golfvorm) op de Fluke 9500B, met de volgende instellingen:

a) Selecteer Waveform: DC (Golfvorm: DC)
b) Selecteer 400 mV/div
c) Zet de uitvoer op ON (AAN)

  1. Druk op de knop Single / Seq om de meting uit te voeren.

  2. Registreer de DC-spanning op de precisieweerstand van 50 Ω in de tabel.

  3. Druk op de knop Invert voltage (+/-) (Spanning omkeren) op de Fluke 9500B om -400 mV toe te passen op de sonde en registreer de uitgangsspanning in de tabel.

  4. Herhaal de gehele procedure voor de resterende bereiken en noteer de waarden in de testregistratietabel.

Testregistratie Nauwkeurigheid DC-versterking

Gebruik de testregistratietabel voor het registreren van de resultaten van de prestatieverificatieprocedure van de nauwkeurigheid van de DC-versterking.

Tabel 5: Testregistratietabel

Modelnummer:Procedure uitgevoerd door:
Serienummer:Datum:

Sondeversterking wordt gedefinieerd als de verandering in uitvoer gedeeld door de verandering in invoer.

Met deze procedure wordt geverifieerd of de sondes uit de TICP-serie werken en voldoen aan de gegarandeerde resterende offset wanneer de invoer nul is en de offset nul is.

Voordat u begint

  1. Schakel de TekVPI-oscilloscoop in.
  2. Sluit een 067-3281-XX 50 Ω precisieweerstand aan op de uitgang van de 067-1701-XX meetopstelling.
  3. Sluit een DMM aan op de 50 Ω precisie-uitgang met een BNC-T-stuk.
  4. Sluit een BNC-kabel vanaf het T-stuk, dat zich bevindt aan de uitgang van de 50 Ω-precisieaansluiting, aan op een ander oscilloscoopkanaal. Controleer of het kanaal in 1 MΩ-modus en 200 mV/div staat. Dit wordt alleen gebruikt voor een goede aarding.
  5. Sluit de meetopstelling 067-1701-XX aan op kanaal 1 van de oscilloscoop.
  6. Sluit de sonde van de TICP-serie aan op de meetopstelling 067-1701-XX.
  7. Laat de testapparatuur 30 minuten opwarmen bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 20 °C (68 °F).

Over deze taak

Deze procedure is geldig voor alle versies van de sonde van de TICP-serie.

Procedure

  1. Tik op File > Default Setup (Bestand > Standaardconfiguratie).
  2. Voer Signal Path Compensation (Compensatie signaalpad) uit, indien aanbevolen in Utility > Calibration... (Hulpprogramma > Kalibratie...)
  3. Voer zelfkalibratie uit (Self-calibration).
  4. Bevestig de TICPSMA-sondepunt aan op de TICP-sonde.
  5. Schakel het TICP-kanaal in en gebruik de volgende instelling voor het menu Vertical (Verticaal):
    a) Range mode (Modus bereik): Manual (Handmatig)
    b) Probe range (Bereik sonde): 500 mV
  6. Druk op de knop Single / Seq om de meting uit te voeren.
    a) Meet de spanning aan de uitgangszijde van de precisieweerstand van 50 Ω met de DMM.
  7. Herhaal de gehele procedure voor de resterende bereiken en noteer de waarden in de testregistratietabel.

Testregistratie DC-balans

Gebruik de testregistratietabel voor het registreren van de resultaten van de prestatieverificatieprocedure van de DC-balans.

Tabel 6: Testregistratietabel

Modelnummer:Procedure uitgevoerd door:
Serienummer:Datum:

De restuitvoer voor elk bereik moet minder dan ±10 mV zijn.

Bereik Grenswaarde Gemeten
500 mV ±10 mV
350 mV ±10 mV
250 mV ±10 mV
175 mV ±10 mV
125 mV ±10 mV
90 mV ±10 mV
65 mV ±10 mV
45 mV ±10 mV
30 mV ±10 mV
20 mV ±10 mV

Nauwkeurigheid offset-versterking

Deze procedure verifieert of de sondes uit de TICP-serie werken en voldoen aan de gegarandeerde offset-versterkingsnauwkeurigheid.

Voordat u begint

  1. Schakel de TekVPI-oscilloscoop in.
  2. Sluit een 067-3281-XX 50 Ω precisieweerstand aan op de uitgang van de 067-1701-XX meetopstelling.
  3. Sluit een DMM aan op de 50 Ω precisie-uitgang met een BNC-T-stuk.
  4. Sluit een BNC-kabel vanaf het T-stuk, dat zich bevindt aan de uitgang van de 50 Ω-precisieaansluiting, aan op een ander oscilloscoopkanaal. Controleer of het kanaal in 1 MΩ-modus en 200 mV/div staat. Dit wordt alleen gebruikt voor een goede aarding.
  5. Sluit de meetopstelling 067-1701-XX aan op kanaal 1 van de oscilloscoop.
  6. Sluit de sonde van de TICP-serie aan op de meetopstelling 067-1701-XX.
  7. Laat de testapparatuur 30 minuten opwarmen bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 20 °C (68 °F).

Over deze taak

Deze procedure is geldig voor alle versies van de sonde van de TICP-serie.

Procedure

  1. Tik op File > Default Setup (Bestand > Standaardconfiguratie).
  2. Voer Signal Path Compensation (Compensatie signaalpad) uit, indien aanbevolen in Utility > Calibration... (Hulpprogramma > Kalibratie...)
  3. Voer zelfkalibratie uit (Self-calibration).
  4. Bevestig de TICPSMA-sondepunt aan op de TICP-sonde.
  5. Bevestig de TICPSMA aan de Fluke 9500 Active Head.

  6. Schakel het TICP-kanaal in en gebruik de volgende instelling voor het menu Vertical (Verticaal):

  1. Selecteer Mode: Manual Waveform (Modus: Handmatige golfvorm) op de Fluke 9500B, met de volgende instellingen:

a) Selecteer Waveform: DC (Golfvorm: DC)
b) Selecteer 20 mV/div
c) Zet de uitvoer op ON (AAN)

  1. Druk op de knop Single / Seq om de meting uit te voeren.

a) Voeg de offset toe met de waarde gemeten op de DMM.

  1. Herhaal de hele procedure met alle volgende instellingen voor oscilloscoop-offset en Fluke-ingangsspanning: 0,25 V, 0 V, -0,25 V en -0,5 V.

Testregistratie Nauwkeurigheid offset-versterking

Gebruik de testregistratietabel voor het registreren van de resultaten van de prestatieverificatieprocedure van de nauwkeurigheid van de offset-versterking.

Tabel 7: Testregistratietabel

Modelnummer:Procedure uitgevoerd door:
Serienummer:Datum:
  1. Voer de offsetspanningen en de bijbehorende gemeten gemiddelde resultaten in Excel in.
  2. Maak een spreidingsplot van de gegevens, met de offsetspanningen op de Y-as en de gemiddelde spanningen op de X-as.
  3. Voeg een trendlijn toe aan de plot en kies de optie om de vergelijking weer te geven.

De beste benadering van de gegevens zou een helling tussen 0,995 en 1,005 moeten hebben om een nauwkeurigheid van 1% te behalen.

Bereik Meting 500 mV Meting 250 mV Meting 0 mV Meting -250mVMeting -500mVGrenswaardenBerekend
20 mV 0,995 < x<1,005

Onderhoud

Informatie om mogelijke storingen te isoleren en procedures voor het onderhoud van uw sonde.

Serviceaanbod

Tektronix biedt service voor reparaties onder garantie en andere diensten speciaal om te voldoen aan uw specifieke servicebehoeften.

De servicetechnici van Tektronix zijn goed uitgerust om uw sonde te onderhouden. Diensten worden geleverd bij Tektronix Servicecentra en op locatie bij uw faciliteit, afhankelijk van uw locatie. Ga naar tek.com/service om alle beschikbare diensten te bekijken. Controleer de status van uw garantie op tek.com/warranty-status-search.

Reiniging

TEKTRONIX TICP025 - Reiniging - 1

Let op!: Om schade aan het meetsysteem te voorkomen, mag u het niet blootstellen aan sprays, vloeistoffen of oplosmiddelen. Voorkom dat er vocht in de compbox of sensorkop terechtkomt wanneer u de buitenkant reinigt.

Behoud de integriteit van de connectoren door ze vrij van verontreinigingen te houden. Verwijder eventueel vuil van de connectoren met behulp van schone, droge perslucht onder lage druk.

Storingzoeken en foutcondities

Hieronder wordt de status van elke led beschreven en mogelijke problemen die u kunt tegenkomen bij het uitvoeren van metingen met de sonde. Gebruik dit als snelle referentie voor het oplossen van problemen voordat u contact opneemt met Tektronix voor service.

Tabel 8: Beschrijvingen statusled

Led Status Actie
TEKTRONIX TICP025 - Storingzoeken en foutcondities - 1Groen(ononderbroken)Normaal bedrijf -
TEKTRONIX TICP025 - Storingzoeken en foutcondities - 2Groen (knipperend)Bulkstroomstoring Haal de stekker uit hetstopcontact en sluit weer aan. Inspecteerde interface van de sonde/oscilloscoop. Mogelijk is onderhoud nodigaan de sonde.
TEKTRONIX TICP025 - Storingzoeken en foutcondities - 3Rood(ononderbroken)Storing in sondetoepassing Haal de stekker uit het stopcontact en sluit weer aan. Mogelijk isonderhoud nodig aan de sonde.
[Za27]Rood (knipperend)Storing in sondetoepassing enbulkstroomstoringHaal de stekker uit het stopcontact en sluit weer aan. Inspecteerde interface van de sonde/oscilloscoop. Mogelijk is onderhoud nodigaan de sonde en/of oscilloscoop.
TEKTRONIX TICP025 - Storingzoeken en foutcondities - 4Rood (knipperend •– )Geen voeding naar geïsoleerde zijdevan de sondeHaal de stekker uit het stopcontact en sluit weer aan. Mogelijk isonderhoud nodig aan de sonde.

Tabel 9: Meetproblemen en mogelijke oplossingen

Probleem Oplossing
DC-offset is aanwezig in signaal• Voer zelfkalibratie uit• Zorg ervoor dat het ingangssignaal binnen het geselecteerde dynamische bereik van de geselecteerde punt ligt

table-continued

Probleem Oplossing
De flank van de blokgolf lijkt 'verzacht', afgerond of ongecompenseerd• Voer zelfkalibratie uit• Zorg ervoor dat het bandbreedtefilter van de oscilloscoop is ingesteld op volledige bandbreedte• Zorg ervoor dat het ingangssignaal de sonde-ingang niet overstuurt
De gemeten amplitude is kleiner dan verwacht• Het ingangssignaal kan 'vastgelopen' zijn• Zorg ervoor dat het ingangssignaal binnen het dynamische bereik van de geselecteerde sondepunt ligt.• Pas een offset toe om het ingangssignaal binnen het dynamische bereik van de geselecteerde sondepunt te brengen
Onnauwkeurigheid bij DC-metingen• Voer zelfkalibratie uit• Stel de opnamelengte in op minimaal 200 μs (langer is beter)
Er is te veel ruis en kleine signalen kunnen niet nauwkeurig worden gemeten• Selecteer een punt met lagere demping• Stel de verticale schaal van de oscilloscoop in op een kleinere waarde• Kies handmatig een lagere bereikinstelling om de ruis te verminderen
Er wordt geen signaal gedetecteerd; de golfvorm is een vlakke lijn• Verwijder de punt en controleer de continuitteit ervan, aan de hand van de ingangsimpedantietabel
De sondekop verliest af en toe stroom• Zorg ervoor dat de sondekop binnen zijn bedrijfstemperatuurbereik blijft• Voeg externe koeling toe, zoals een kleine bureauventilator.
Er is te veel common mode-ruis• Verwijder accessoires, losse kabels of blootliggende kabels tussen het testpunt en de sondepunt• Gebruik een MMCX-punt met een MMCX-testpunt, dat ofwel in het ontwerp van de printplaat is opgenomen of als een onverwacht testpunt dient
Waarschuwing Geen punt gedetecteerd• Maak de punt los en bevestig deze weer

Het meetsysteem opnieuw verpakken voor verzending

Als u het meetsysteem ter reparatie naar Tektronix moet retourneren, gebruik dan de originele verpakking. Als deze niet beschikbaar is of niet geschikt is voor gebruik, neem dan contact op met uw Tektronix-vertegenwoordiger voor een nieuwe verpakking.

Wanneer u het meetsysteem aan Tektronix retourneert, dient u een label te bevestigen waarop de volgende informatie staat:

  • Naam van de eigenaar van het product
  • Adres van de eigenaar
  • Serienummer van het instrument
  • Een beschrijving van de ondervonden problemen en/of vereiste service

Programmeren op afstand

In dit gedeelte worden commando's en query's behandeld die naar de sensorkop kunnen worden verzonden wanneer deze is aangesloten op een Tektronix-oscilloscoop. Trefwoorden in lange vorm en korte vorm worden aangegeven met hoofdletters/kleine letters. De commando's en query's worden door de meeste oscilloscopen ondersteund; eventuele verschillen in ondersteunende oscilloscopen worden beschreven bij de commando's.

Raadpleeg voor aanvullende informatie de documentatie voor programmeurs van uw oscilloscoop.

Lijst met commando's

De commando's en query's worden door de meeste oscilloscopen ondersteund; eventuele verschillen in ondersteunende oscilloscopen worden beschreven bij de commando's. Raadpleeg voor aanvullende informatie de documentatie voor programmeurs van uw oscilloscoop.

Dit query only-commando retourneert alle informatie over de sonde die aan het opgegeven kanaal is gekoppeld. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis CH:PRObe?

Voorbeelden CH2: PROBE? retourneert mogelijk 1.0000E-01; RESISTANCE 1.0000E+07; UNITS "V"; ID: TYPE "10X"' SERNUMBER "N/A" voor een 10X-sonde, wat aangeeft dat (naast andere parameters) de dempingsfactor voor de sonde die is aangesloten op kanaal 2 100,0 mV is (ervan uitgaande dat sonde-eenheden zijn ingesteld op volt).

Met deze opdracht wordt de AutoZero-functie uitgevoerd. De handeling wordt volledig uitgevoerd door de oscilloscoop. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Raadpleeg de zelfkalibratieprocedure voor informatie over het uitvoeren van de zelfkalibratie. Self-calibration

Syntaxis CH:PRObe:AUTOZero EXECute

Argumenten EXECute stelt de sonde die is aangesloten op het opgegeven kanaal in op AutoZero.

Voorbeelden CH1: PROBE: AUTOZERO EXECUTE stelt de sonde die is aangesloten op kanaal 1 in op AutoZero.

Het commando selecteert het dynamische bereik van de sonde(1 of 9) in +/-V. Dit is afhankelijk van de bevestigde sondepunt. Het kanaal wordt aangegeven met x. Het commando mag alleen worden gebruikt wanneer CH: PROBECONTROL is ingesteld op MANUAL.

De query retourneert het dynamische bereik van de sondepunt in +/-V.

SyntaxisCH2:PRObe:FORCEDRange <NR3>
CH2:PRObe:FORCEDRange?

Argumenten specificeert het dynamische bereik van de sonde

VoorbeeldenAls er een stroomsonde is aangesloten op de ingang van kanaal 1, stelt CH1: PROBE: FORCEDRANGE 5.0 de aangesloten sonde in op het 5 V-bereik.CH3: PROBE: FORCEDRANGE? retourneert mogelijk 5.0000, wat aangeeft dat het bereik van de sonde die is aangesloten op kanaal 3 is ingesteld op 5 V.

Het commando retourneert de versterkingsfactor van het momenteel geselecteerde bereik (omgekeerd van demping). Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis CH:PRObe:GAIN?

Voorbeelden CH2 : PROBE : GAIN? retourneert mogelijk 100.0000E-3, wat aangeeft dat de aangesloten 10X-sonde 0,1 V levert aan de BNC van kanaal 2 voor elke 1,0 V die wordt toegepast op de sonde-ingang.

Dit query only-commando retourneert het type en het serienummer van de sonde die aan het opgegeven kanaal is aangesloten. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis CH:PRObe:ID?

Voorbeelden CH2: PROBE: ID? retourneert mogelijk "B010289"; "TICP100", wat aangeeft dat een TICP100-sonde met serienummer B010289 is aangesloten op kanaal 2.

Dit query only-commando retourneert het serienummer van de sonde die is aangesloten op het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x.

TEKTRONIX TICP025 - Lijst met commando's - 1

Opmerking: Voor sondes van niveau 0 en 1 is het serienummer "N/A".

Syntaxis

CH1: PROBE: ID: SERNUMBER? retourneert mogelijk "B010289", wat aangeeft dat het serienummer van de sonde die is aangesloten op kanaal 1 B010289 is.

Dit query only-commando retourneert het serienummer van de sonde die is aangesloten op het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH:PRObe:ID:TYPE?

Voorbeelden

CH1: PROBE: ID: TYPE? retourneert mogelijk "TICP100", wat aangeeft dat een TICP100-sonde is aangesloten op kanaal 1.

Dit query only-commando retourneert de zelfkalibratiestatus RECOMMENDED, RUNNING of PASSED (AANBEVOLEN, IN UITVOERING of GESLAAGD). Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH1: PRObe: SELFCal: State? kan RUNNING retourneren, wat aangeeft dat de sonde van kanaal 1 op dit moment een zelfkalibratie aan het uitvoeren is.

CH:PRObe:SELFCal

Dit query only-commando start de zelfkalibratie op de sonde. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH1:PRObe:SELFCal EXECUTE voert zelfkalibratie uit op de sonde van kanaal 1.

Met dit commando wordt de foutwaarde van het ongetekende gehele getal van de sonde opgevraagd. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Voorwaarden Vereist een sonde die de relevante foutmeldingen ondersteunt.

Syntaxis

CH:PRObe:STATus?

Retourneert

Retourneert een geheel getal dat de som van de binaire foutbits B0 – B15 vertegenwoordigt. De foutbits worden niet weergegeven; ze worden samengevoegd tot de gehele waarde. Hieronder volgt een lijst met de fouten voor elke bit.

• B0 – Sonde uitgeschakeld

• B1 – Klembekken open
• B2 – Buiten bereik
• B3 – Temperatuur sonde buiten limietwaarden
• B4 – Degauss nodig
• B5 – Sondepunt ontbreekt
• B6 – Storing sondepunt
• B7 – Sondepunt niet ondersteund
• B8 – Zelfkalibratie is nodig of aanbevolen (de query retourneert 256 in decimaal formaat)
• B9 tot B15 – Gereserveerd

Voorbeelden

CH4 : PROBE : STATus? kan 2 retourneren, wat aangeeft dat de sonde een fout m.b.t. open klembekken meldt.

Dit query only-commando retourneert een tekenreeks die de meeteenheden beschrijft voor de sonde die aangesloten is op het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH:PRObe:UNIts?

Voorbeelden

CH4: PROBE: UNITS? kan "V" retourneren, wat aangeeft dat de meeteenheid voor de sonde die is aangesloten op kanaal 4 Volt is.

CH:PROBECControl

Met dit commando wordt de voorkeur voor het bereikregelbeleid van de multirange sonde die op kanaal is aangesloten, ingesteld of opgevraagd. Het kanaalnummer wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH:PROBECControl {AUTO|MANual}

CH:PROBECControl?

Argumenten

AUTO (Automatisch) stelt de waarden in. Het sondebereik wordt automatisch berekend.

Met MANual (Handmatig) kunt u verschillende geldige waarden selecteren voor de sonde die op een bepaald kanaal is aangesloten.

Voorbeelden

CH2: PROBECONTROL AUTO stelt de waarden in en het sondebereik wordt automatisch berekend.

CH2: PROBECONTROL? kan MANUAL retourneren, wat aangeeft dat u verschillende geldige waarden kunt selecteren voor de sonde die is aangesloten op kanaal 2.

CH:PROBEFunc:EXTAtten

Dit commando wordt gebruikt om de dempingswaarde te specificeren als een vermenigvuldiger voor de gegeven schaalfactor op het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Het queryformulier van dit commando retourneert de door de gebruiker opgegeven demping.

Syntaxis

Argumenten is de dempingswaarde, die is gespecificeerd als een vermenigvuldiger in het bereik van 1.00E-10 tot 1.00E+10.
VoorbeeldenCH1:PROBEFUNC:EXTATTEN 167.00E-3 specificeert een externe demping, die is aangesloten tussen uw ingangssignaal en de ingang van de sonde die is aangesloten op kanaal 1.CH2:PROBEFUNC:EXTATTEN? kan 1.0000E+00 retourneren, wat aangeeft dat de sonde die is aangesloten op kanaal 2 rechtstreeks is gekoppeld aan het signaal van de gebruiker.

CH:PROBEFunc:EXTDBatten

Met dit commando wordt de ingang-uitgang-verhouding (uitgedrukt in decibeleenheden) van externe demping of versterking tussen het signaal en de ingangskanalen van het instrument ingesteld of opgevraagd. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Het queryformulier van dit commando retourneert de door de gebruiker opgegeven demping in decibellen.

SyntaxisCH :PROBEFunc:EXTDBatten
CH :PROBEFunc:EXTDBatten?
Argumenten is de dempingswaarde, die is gespecificeerd in het bereik van -200,00 dB tot 200,00 dB.
VoorbeeldenCH3:PROBEFUNC:EXTDBATTEN 2.5 specificeert een externe demper van 2,5 dB op kanaal 3.
CH1:PROBEFUNC:EXTDBATTEN? kan 2.5000E+00 retourneren, wat aangeeft dat de demping voor kanaal 1 gelijk is aan 2,5 dB.

CH:PROBEFunc:EXTUnits

Met dit commando stelt u de meeteenheid in voor de externe demper van het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x. De alternatieve eenheden worden gebruikt als ze zijn ingeschakeld. Gebruik het commando CH: PROBEFunc:EXTUnits:STATE om de alternatieve eenheden in of uit te schakelen.

SyntaxisCH:PROBEFunc:EXTUnits
CH:PROBEFunc:EXTUnits?
Argumenten<QString> geeft de dempingseenheid aan voor het opgegeven kanaal.
VoorbeeldenCH4:PROBEFUNC:EXTUNITS "Pascals" stelt de meeteenheid in voor de externe demper van kanaal 4.
CH2:PROBEFUNC:EXTUNITS? kan "Pascals" retourneren, wat aangeeft dat de meeteenheid van de externe demper van kanaal 2 Pascal is.

CH:PROBEFunc:EXTUnits:STATE

Met dit commando wordt de inschakelstatus van aangepaste eenheden voor het opgegeven kanaal ingesteld of opgevraagd. Het kanaal wordt aangegeven met x.

SyntaxisCH< x>:PROBEFunc:EXTUnits:STATE {ON|OFF|<NR1>}
CH< x>:PROBEFunc:EXTUnits:STATE?

Argumenten Argument OFF schakelt de externe eenheden uit.

Argument ON schakelt de externe eenheden in.

= 0 schakelt externe eenheden uit; andere waarden schakelen externe eenheden in.

Voorbeelden

CH2:PROBEFunc:EXTUnits:STATE ON schakelt externe eenheden in.

CH2: PROBEFunc: EXTUnits: STATE? kan 0 retourneren, wat aangeeft dat externe eenheden uitgeschakeld zijn voor het opgegeven kanaal.

Dit commando vraagt het dynamische bereik op van de sonde die is aangesloten op het opgegeven kanaal. Het kanaal wordt aangegeven met x.

Syntaxis

CH: PROBE: DYNAMICRANGE?

Retourneert

De geretourneerde waarde is de delta tussen het huidige minimum- en maximumbereik, met enige tolerantie. Het is ook de delta tussen de indicatoren voor het sondebereik (indien momenteel weergegeven).

Voorbeelden

CH1: PROBE: DYNAMICRANGE? kan 1.3056 retourneren, wat aangeeft dat het dynamische bereik van de sonde die op kanaal 1 is aangesloten is ingesteld op 1.3056 V.

TICP 系列

有源隔离电流分流器探头

用户手册

立即注册!

点击如下链接以保护您的产品。

tek.com/register

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : TEKTRONIX

Model : TICP025

Categorie : Elektrisch meetinstrument