GM-X354 - Audioversterker PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GM-X354 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GM-X354 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audioversterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GM-X354 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GM-X354 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING GM-X354 PIONEER
Instellen van dit toestel 3
Versterkingsregelaar 3
Ingangskeuzeschakelaar 3
Spanningsindicator 4
Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC) 4
LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF (hoge- doorlaatfilter)-keuzeschakelaar .... 4
Aansluiten van het toestel 5
Aansluitschema 6
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ...... 7
Verbinden van de luidspreker- uitgangsaansluitingen 7
Het gebruik van luidsprekeringang 8
Aansluiten van de luidsprekerdraden 9
Installatie 11
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis .... 11
Dit product voldoet aan de eisen m.b.t. elektromagnetisme (89/336/EEC, 92/31/EEC) en CE marking richtlijnen (93/68/EEC).
Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiks-aanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt.
Bij problemen
Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER service-centrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert.
WAARSCHUWING
- Gebruik altijd het los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraad [RD-223]. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- Raak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is.
- Voor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen.
- Controleer de verbindingen van de spanningsto-evoer en luidsprekers inden de zekering van het los verkrijgbare accudraad of de zekering van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampèrage.
- Om een onjuiste werking van de versterker en luidsprekers te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het probleem op.
- Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden.
- Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (-) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
- Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
Versterkingsregelaar
U kunt de versterkingsregelaars A en B instellen in overeenstemming met de uitgangssignalen van de auto-stereo naar de Pioneer versterker. Zet de schakelaar normaliter in de “NORMAL” stand. Indien de weergave te zacht klinkt, zelfs met het volume van de auto-stereo verhoogd, moet u deze regelaars naar rechts draaien. Draai deze regelaars naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume van de auto-stereo wordt verhoogd.
- Wanneer u slechts één ingang verbindt, moet u de versterkingsregelaars voor luidsprekeruitgangen A en B in dezelfde stand draaien.
- Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de auto-stereo.
- Wanneer u te veel ruis hoort bij het gebruik van de luidsprekeringangsaansluitingen, moet u de versterkingsregelaar naar links draaien.
Ingangskeuzeschakelaar
Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor invoer vanuit vier kanalen.

text_image
PioneerSpanningsindicator
De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld.

Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC)
Als u een slag of dreun hoort bij het luisteren naar een MW/LW (MG/LG)-uitzending op uw autostereo, kunt u de stand van de BFC-schakelaar wijzigen met een kleine schroevedraaier met platte kop.
LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar
Stel de LPF/HPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem:
LPF/HPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingen schakelaar audio frequentiebereik luidspreker
LPF (links) Zeer laag frequentiebereik Subwoofer Sluit een subwoofer aan.
Uitgeschakeld (OFF) Full range Full range (midden)
HPF (rechts) Laag frequentiebereik tot Full range Als u het zeer lage hoog frequentiebereik frequentiebereik wil
afsnijden, omdat het niet nodig is voor de luidspreker die u gebruikt.
WAARSCHUWING
- Voorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupool van het voertuig.
- Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-of plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af te dekken.
-
Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
-
Zorg dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert.
- Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid zou moeten functioneren.
- Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg.
Om beschadiging te voorkomen
- Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor verschillende luidsprekers.
- Dit toestel is ontworpen voor auto's met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
- De accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-stereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-stereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Luidsprekers die op de versterker worden aangesloten moeten overeenstemmen met de hieronder vermelde normen. Indien dat niet het geval is, kan dit leiden tot brand of beschadiging van de luidspreker. Gebruik luidsprekers met een impedantie van 2 t/m 8 ohm. In geval van twee-kanaals en andere brugverbindingen moet de luidspreker-impedantie 4 t/m 8 ohm zijn.
- Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.
- Snoeren voor dit toestel en overeenkomende snoeren voor andere toestellen hebben mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit toestel met een ander toestel daarom de installatiehandleiding van beide toestellen en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.
Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen
| Vier kanalen | Subwoofer Nominale ingang: min. 45 W |
| Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 70 W | |
| Twee kanalen | Subwoofer Nominale ingang: min. 125 W |
| Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 140 W | |
| Drie kanalen Subwoofer | Nominale ingang: min. 45 W |
| Luidsprekeruitgang A | Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 70 W |
| Drie kanalen Subwoofer | Nominale ingang: min. 125 W |
| Luidsprekeruitgang B | Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 140 W |
Aansluitschema

flowchart
graph TD
A["Doorvoerbuisje"] --> B["Zekering (30 A)"]
A --> C["Zekering (30 A)"]
B --> D["Aardingssnoer (zwart) [RD-223"] (los verkrijgbaar) Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.]
C --> E["Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)."]
E --> F["Externe uitgang Als enkel een ingangspenstekker wordt gebruikt, sluit dan niets aan op RCA-ingangsaansluiting B."]
F --> G["Luidsprekeringangs-aansluitpunt Zie “Het gebruik van luidsprekeringang” afdeling."]
G --> H["RCA-ingang"]
H --> I["Versterker met RCA-ingangspenaansluitingen"]
H --> J["Autostereo met RCA-uitgangspenaansluitingen"]
H --> K["Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)."]
K --> L["Achterzijde"]
L --> M["Zekering (25 A)"]
M --> N["Pioneer GM-X354"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#cfc,stroke:#333
style E fill:#fcc,stroke:#333
style F fill:#cff,stroke:#333
style G fill:#ffc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#fcc,stroke:#333
style L fill:#cff,stroke:#333
style M fill:#ffc,stroke:#333
style N fill:#fcc,stroke:#333
Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk "Aansluiten van de luidsprekerdraden" voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers.
Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar) Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeema- afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt
- Gebruik altijd het los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraad [RD-223]. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
1. Trek het accudraad van het motorgedeelte naar de cabine van de auto.
- Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

text_image
Zekering (30 A) Motor- compartment Interieur van het voertuig Zekering (30 A) Positieve aansluiting Steek het rubberen O- vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Boor een gat van 14 mm in de car- rosserie van de auto.2. Draai het accudraad, aardedraad en systeemafstandsbedieningsdraad ineen.

text_image
Ineendraaien3. Bevestig verbindingsstukjes aan de uiteinden van de draden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.
- Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

text_image
Verbindingsstukje Aardingssnoer Verbindingsstukje Accudraad4. Sluit de draden aan.
- Zet de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast.

text_image
Spannings- aansluitpunt (POWER) GND aarde-aansluiting Aansluiting voor systeemaftstandsbediening Draad voor systeemaftstands- bediening Aardingssnoer AccudraadVerbinden van de luidspreker- uitgangsaansluitingen
- Verwijder ongeveer 10 mm isolatie van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een tang, en draai de draadstrengen ineen.

text_image
Ineendraaien 10 mm- Bevestig verbindingsstukjes aan de uiteinden van de luidsprekerdraden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.
- Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

text_image
Verbindingsstukje Luidsprekerdraad3. Verbind de luidsprekerdraden met de luidsprekeruitgangsaansluiting.
- Haal de draden door de aansluitingafdekking en verbind de luidsprekerdraden.
- Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast.

text_image
Aansluitpuntschroef Luidspreker- uitgangsaansluiting Aansluiting- afdekking Luidsprekerdraad4. Druk op de aansluitingafdekking.

Het gebruik van luidsprekeringang
Verbinden de autostereo luidspreker uit-gaan met de versterker door Gebruiken de geleverent spreker ingaan verbinding. • Maak niet tegelijk met de RCA ingang en de luidsprekeringang een verbinding.
■In geval van Luidsprekeringangs de verbinding gebruiken

flowchart
graph TD
A["Autostereo"] --> B["Luidspreker uitgaan"]
B --> C["Wit/zwart: Links ⊖"]
B --> D["Grijs/zwart: Rechts ⊖"]
C --> E["Wit: Links ⊕"]
D --> F["Grijs: Rechts ⊕"]
Luidspreker ingaan verbinding Naar luidsprekeringangs- aansluitpunt van dit apparaat.
Aansluiten van de luidsprekerdraden
De luidsprekeruitgangsstand kan voor vier, drie (stereo + mono) of twee kanalen (stereo, mono) zijn. Sluit de luidsprekersnoercn aan overeenkomstig de gewenste functie zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.
- Bij verbinding met de RCA ingang of de luidsprekeringang zal de RCA uitgang functioneren. Maak niet tegelijk met de RCA ingang en de luidsprekeringang een verbinding.
Vier-kanalen functie

text_image
Ingangskeuzeschakelaar Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor invoer vanuit vier kanalen. Luidspreker ingang aansluiting A Luidspreker ingang aansluiting B Luidspreker ingaan verbinding (Links) Luidsprekeruitgang A (Rechts) Luidspreker uitgang aansluiting (Rechts) Luidsprekeruitgang B (Links)Drie-kanalen functie

text_image
Ingangskeuzeschakelaar Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor invoer vanuit vier kanalen. Luidspreker ingang aansluiting A Luidspreker ingang aansluiting B (Links) Luidsprekeruitgang A (Rechts) Luidspreker uitgang aansluiting Luidsprekeruitgang B (Mono) Luidspreker ingaan verbindingTwee-kanalen functie (stereo)

text_image
Ingangskeuzeschakelaar Schuif deze schakelaar naar links. Luidspreker ingang aansluiting A Luidspreker ingaan verbinding Luidspreker (Links) Luidspreker uitgang aansluiting Luidspreker (Rechts)Twee-kanalen functie (mono)

text_image
Ingangskeuzeschakelaar Schuif deze schakelaar naar links. Luidspreker ingang aansluiting A Luidspreker ingaan verbinding Luidspreker (Mono) Luidspreker uitgang aansluiting Luidspreker (Mono)WAARSCHUWING
- Niet installeren op:
—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt.
—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel. - Kontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken.
- Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- Plaats lapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg.
- Voorkom een elektrische schok en installeer de versterker niet op plaatsen die mogelijk nat worden.
- Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt.
Om slechte werking te voorkomen
- Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren.
—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is. —Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed.
- Installeer de versterker niet naast een portier, waar hij nat kan worden door regen.
- Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
- De beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats.
- Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken.
- Na het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis
-
Zet de versterker op de plaats waar hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 × 18 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen.
-
Boor gaten met een diameter van 2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis.

text_image
Tapschroeven (4 × 18 mm) Vloermat of chassisBoor een gat met een diameter van 2,5 mm
Technische gegevens
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 — 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatieve klem aan massa
Stroomverbruik 18,1 A (met continu spanning, 4 Ω)
Gemiddeld stroomverbruik* 6,6 A (4 Ω voor vier kanalen)
9,0 A (4 Ω voor twee kanalen)
Zekering 25 A
Afmetingen 279 (B) × 58 (H) × 237 (D) mm
Gewicht 3,6 kg (Excl. bedrading)
Maximale spanningsuitvoer 70 W × 4 / 140 W × 2
Contiunue uitgangsvermogen 45 W × 4 / 100 W × 2 (DIN45324, +B = 14,4 V)
Aansluitimpedantie .... 4 Ω (2 — 8 Ω toelaatbaar)
(Geschakelde verbinding: 4 — 8 Ω toelaatbaar)
Frequentieweergave 10 — 50.000 Hz (+0 dB, -1 dB)
Signaal/ruisverhouding 100 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming 0,008% (10 W, 1 kHz)
Scheiding 65 dB (1 kHz)
Laag-doorlaatfilter ...... Afsnijfrequentie: 80 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Hoog-doorlaatfilter ...... Afsnijfrequentie: 80 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Maximale ingangsniveau/-impedantie RCA: 6,5 V/22 kΩ (0,4 — 6,5 V)
Luidspreker: 26 V/40 kΩ (1,6 — 26 V)
Opmerking:
- Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar.
\*Gemiddeld stroomverbruik
- Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.