GKE 35 BCE - Kettingzaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GKE 35 BCE BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GKE 35 BCE BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GKE 35 BCE - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GKE 35 BCE van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GKE 35 BCE BOSCH
Veiligheidsvoorschriften
Let op! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Wanneer de volgende voorschriften niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar deze veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed voor later gebruik.
Het hierna gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op uw elektrische gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer). De gebruiker wordt geadviseerd, zich voor het eerste gebruik door een ervaren vakman te laten instrueren over de bediening van de kettingzaag en het gebruik van beschermende uitrusting, aan de hand van praktische voorbeelden. Als eerste oefening dient het zagen van boomstammen op een zaagbok of onderstel plaats te vinden.
Verklaring van de pictogrammen:

Lees de gebruiksaanwijzing.

Bescherm de machine tegen regen.

Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor instellings- en onderhoudswerkzaamheden en altijd onmiddellijk wanneer de stroomkabel beschadigd of doorgesneden wordt.

Draag bij het gebruik van het elektrische gereedschap altijd een gehoorbescherming en een veiligheidsbril.

De terugslagrem en de uitlooprem stoppen de zaagketting binnen korte tijd.
Werkomgeving
■ Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
■ Werk met het gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
■ Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
■ Kinderen en jongeren, met uitzondering van jongeren in opleiding van 16 jaar en ouder onder toezicht, mogen de kettingzaag niet bedienen. Hetzelfde geldt voor personen die niet of onvoldoende vertrouwd zijn met de omgang met de kettingzaag. De gebruiksaanwijzing moet altijd binnen handbereik zijn. Personen die oververmoeid of niet lichamelijk belastbaar zijn, mogen de kettingzaag niet bedienen.
Elektrische veiligheid
De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
■ Voorkom aanraking van het lichaam met ge-aarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
■ Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
■ Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
■ Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
Veiligheid van personen
■ Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
■ Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van beschermende uitrusting, zoals een stofmasker, slipvaste schoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de werkomgeving, vermindert het verwondingsgevaar.
■ Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Wanneer u bij het dragen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
■ Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden.
■ Overschat uzelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
■ Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen.
■ Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van deze voorzieningen beperkt het gevaar door stof.
Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen
■ Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
■ Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
■ Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het gereedschap.
■ Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt.
Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
■ Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
■ Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen en zoals voor dit speciale gereedschapstype voorgeschreven. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Service
■ Laat het gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
Waarschuwingen voor kettingzagen:
■ Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige beschermende uitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt geadviseerd. Passende beschermende kleding vermindert het verwondingsgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting.
■ Houd bij een lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag dat de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden meegenomen.
■ Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij gebruik van een kettingzaag op een boom bestaat verwondingsgevaar.
■ Zet het zaagmateriaal vast. Bedien de kettingzaag veilig met beide handen. Zet losse stammen en takken vast met klemmen, een zaagbok of een geschikt hulpmiddel.
■ Houd er bij het afzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de bediener raken, of kan deze de bediener de controle over de kettingzaag doen verliezen.
■ Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van laag houtgewas en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting blijven hangen en op u slaan of u uit het evenwicht brengen.
■ Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep met stilstaande zaagketting en naar achteren wijzende geleidingsrail. Breng altijd de veiligheidsafscherming aan voordat u de kettingzaag vervoert of opbergt. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de kans op per ongeluk aanraken van de lopende zaagketting.
■ Volg de aanwijzingen voor het smeren, de kettingspanning en het wisselen van toebehoren op. Een onjuist gespannen of gesmeerde ketting kan breken of het terugslagrisico verhogen.
■ Houd handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige grepen met olie zijn glad en leiden tot het verlies van de controle over de kettingzaag.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag alleen voor werkzaamheden waarvoor deze bestemd is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaamheden waarvoor deze niet bestemd is, kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Oorzaken en voorkoming van een terugslag:
- Terugslag kan optreden als de punt van de geleidingsrail een voorwerp raakt of als het hout buigt en de zaagketting in de groef wordt vastgeklemd.
- Een aanraking met de punt van de geleidingsrail kan in veel gevallen tot een onverwachte en naar achteren gerichte actie leiden, waarbij de geleidingsrail omhoog en in de richting van de bediener wordt geslagen.
- Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van de geleidingsrail kan de geleidingrail snel in de richting van de bediener terugstoten.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijk ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzie-
ningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om zonder ongevallen en zonder verwondingen te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereedschap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven:
■ Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vinger de grepen van de kettingzaag omsluiten. Neem een zodanige lichaamshouding in en houd uw armen in een zodanige positie, dat u stand kunt houden ten opzichte van de terugslagkrachten. Als geschikte maatregelen worden getroffen, kan de bediener de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt per ongeluk aanraken met punt van de kettinggeleider voorkomen en kan de kettingzaag in onverwachte situaties beter onder controle worden gehouden.
■ Gebruik altijd de door de fabrikant voorgeschreven vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen. Verkeerde vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen kunnen tot kettingbreuk en terugslag leiden.
■ Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag.
Technische gegevens
| Kettingzaag | GKE 35 BCE PROFESSIONAL | GKE 40 BCE PROFESSIONAL | |
| Bestelnummer | 0 601 597 6.. | 0 601 597 7.. | |
| Spannen van de ketting zonder hulpgereedschap (SDS) | ● | ● | |
| Opgenomen vermogen | [W] | 2 100 | 2 100 |
| Kettingsnelheid (bij onbelast lopen)* | [m/s] | 12 | 12 |
| Zwaardlengte | [cm] | 35 | 40 |
| Remtijd van de kettingrem | [s] | < 0,1 | < 0,1 |
| Remtijd van de snelstop | [s] | < 1 | < 1 |
| Kettingsteek | 3/8" | 3/8" | |
| Kettingschakeldikte | [mm] | 1,3 | 1,3 |
| Aantal kettingschakels | 52 | 57 | |
| Inhoud olievoorraadreservoir | [ml] | 200 | 200 |
| Automatische kettingsmering | ● | ● | |
| Gewicht zonder netsnoer, ca. ** | [kg] | 4,6 | 4,8 |
| Veiligheidsklasse | ☐ / II | ☐ / II |
* begrensd door elektronica
** gemeten met rail en ketting
Opmerking: Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het gereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke gereedschappen kunnen afwijken.





Gebruik volgens bestemming
Het gereedschap is bestemd voor het zagen van hout, bijvoorbeeld houten balken, planken, takken en stammen en voor het vellen van bomen. Het kan worden gebruikt voor schulpen (in de lengte van de nerf) en afkorten (dwars op de nerf). Deze machine is niet geschikt voor het zagen van minerale materialen.
Inleiding
Dit handboek bevat voorschriften over de juiste montage en het veilig gebruik van uw kettingzaag. Het is belangrijk dat u deze aanwijzingen zorgvuldig leest.
Meegeleverd
Neem alle delen van de machine voorzichtig uit de verpakking en controleer deze op volledigheid:
- Kettingzaag
- Afscherming
- Zaagketting
- Zwaard
- Kettingbescherming
- Gebruiksaanwijzing
Neem contact op met uw leverancier wanneer onderdelen ontbreken of beschadigd zijn.
Bestanddelen van de machine
De onderdelen van de machine zijn genummerd zoals op de afbeelding van de machine op de pagina met afbeeldingen.
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het gereedschap open en laat deze pagina openge-vouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
1 Achterste handgreep
2 Inschakelblokkering
3 Aan/uitschakelaar
4 Olietankdop
5 Activering van kettingrem (handbescherming)
6 Voorste handgreep
7 Markering „Kettingrem vrij”
8 Omkeerster
9 Kettingbescherming
10 Zaagketting
11 Zwaard
12 Klauwaanslag
13 Kettingspanring, rood
14 Spangreep
15 Afscherming
16 Serienummer
17 Kettingspannok
18 Bevestigingsbout
19 Zwaardgeleidingsbrug
20 Oliesproeier
21 Looprichting- en snijrichtingsymbool
22 Kettingwiel
23 Kettingvangbout
24 Oliepeilindicatie
25 Resetknop voor thermische schakelaar
26 Ventilatieopeningen
27 Toestandindicatie voor kettingrem (rode punt)
28 Stofbeschermingsdeksel
In de gebruiksaanwijzing afgebeeld en beschreven toebehoren wordt niet altijd standaard meegeleverd.

Voor uw veiligheid
Let op! Schakel de kettingzaag uit en trek de stekker uit het stopcontact voor onderhoudsen reinigingswerkzaamheden en wanneer de kabel doorgesneden, beschadigd of in de war is.
Voorzichtig! Raak de ronddraaiende ketting niet aan.
Gebruik de kettingzaag in geen geval in de buurt van personen, kinderen of dieren en evenmin na het gebruik van alcohol, drugs of verdovende medicijnen.
Elektrische veiligheid
Uw machine is voor extra veiligheid geïsoleerd en heeft geen aarding nodig. De bedrijfsspanning bedraagt 230 V AC, 50 Hz (voor niet-EU-landen 220 V of 240 V, afhankelijk van de uitvoering). Gebruik alleen goedgekeurde verlengkabels. Er mogen alleen verlengkabels van het type H07-F of IEC (60227 IEC 53) worden gebruikt.
Als u verlengkabels voor het gereedschap gebruikt, moeten dat kabels met de volgende aderdiameters zijn:
- 1,0 mm ^2 : maximale lengte 40 m
- 1,5 mm ^2 : maximale lengte 60 m
- 2,5 mm ^2 : maximale lengte 100 m
Voor nog meer veiligheid wordt het gebruik van een foutstroomschakelaar (reststroomapparaat) met een afslagstroom van maximaal 30 mA geadviseerd. De foutstroomschakelaar moet voor elk gebruik worden gecontroleerd.
De stekker van de verlengkabel moet tegen spatwater bestemd zijn en uit rubber bestaan of met rubber bekleed zijn.
De verlengkabel moet met een trekontlasting worden gebruikt.
De aansluitkabel moet regelmatig op beschadigingen worden gecontroleerd en mag alleen in een goede toestand worden gebruikt.
Wanneer de aansluitkabel beschadigd is, mag deze alleen door een erkende Bosch-werkplaats worden gerepareerd.
Montage en zaagketting spannen (zie afbeelding A)

Sluit de kettingzaag pas na volledige montage aan op het stroomnet.
■ Draag altijd werkhandschoenen bij de omgang met de zaagketting.
Montage van zwaard en zaagketting
- Pak alle delen voorzichtig uit.
- Breng de twee pijlen ▶ op de kettingspanring 13 en de afscherming 15 met elkaar in overeenstemming.

text_image
15 13- Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.

Er mogen alleen zaagkettingen met een aan- drijfschakeldikte (groefbreedte) van 1,3 mm worden gebruikt.
- Leg de zaagketting 10 in de rondlopende sleuf van het zwaard 11. Let op de juiste looprichting. Vergelijk de ketting met het looprichtingsymbol 21. Controleer dat de kettingspannok 17 naar buiten wijst.

text_image
10 17 11- Leg de kettingschakels om het kettingwiel 22 en plaats het zwaard 11 zo dat de voor en achter de bevestigingsbout 18 liggende zwaardgeleidingsbruggen 19 in het langgat van het zwaard 11 grijpen.

text_image
21 22 18 19 11- Controleer of alle delen goed geplaatst zijn en houd het zwaard met de ketting in deze stand. Schuif het zwaard 11 helemaal naar voren.

- Breng de afscherming nauwkeurig aan en controleer dat de kettingvangbout 23 in de daarvoor voorziene geleidingssleuf van de afscherming 15 komt te liggen.

text_image
15 23- Draai de afscherming 15 met de spangreep 14 losjes vast.


De zaagketting is nog niet gespannen. Het spannen van de zaagketting gebeurt zoals beschreven in punt 1–7 van „Spannen van de zaagketting”.
Zaagketting spannen
Controleer de kettingspanning voor het begin van de werkzaamheden, na de eerste keren zagen en tijdens het zagen regelmatig elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaagkettingen moet in het begin met verslapping worden gerekend.
De levensduur van de zaagketting is in grote mate afhankelijk van voldoende smering en juiste spanning.
Span de zaagketting niet wanneer deze zeer heet is, omdat de ketting na het afkoelen samentrekt en dan te strak op het zwaard ligt.
- Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.
- Draai de spangreep 14 ca. 1 tot 3 slagen tegen de wijzers van de klok in los om de zwaardvast-zetting los te maken.
- Controleer of de kettingschakels goed in de geleidingssleuf van het zwaard 11 en op het kettingwiel 22 liggen.


- Draai de rode kettingspanring 13 klikkend met de wijzers van de klok mee tot de juiste kettingspanning is bereikt. Het klikmechanisme voorkomt dat de kettingspanning losraakt. Wanneer de kettingspanring 13 slechts moeilijk kan worden gedraaid, moet de spangreep 14 verder tegen de wijzers van de klok in worden losgedraaid. De spangreep 14 mag meedraaien wanneer de kettingspanring 13 wordt ingesteld.
- De zaagketting 10 is correct gespannen wanneer deze in het midden ca. 3–4 mm kan worden opgetild. Dit moet met één hand gebeuren door het omhoogtrekken van de zaagketting tegen het eigen gewicht van de machine.

-
Wanneer de zaagketting 10 te sterk is gespannen, moet de kettingspanring 13 tegen de wijzers van de klok in los worden gedraaid.
-
Klem bij optimaal gespannen zaagketting 10 het zwaard 11 met de spangreep 14 rechtsomdraaiend vast. Gebruik geen gereedschap.

text_image
14Kettingsmering (zie afbeelding B)

Belangrijk: De kettingzaag wordt niet met zaagkettinghechtolie gevuld geleverd. Het is belangrijk om de kettingzaag voor gebruik met olie te vullen. Het gebruik van de kettingzaag zonder zaagkettinghechtolie of bij een oliepeil onder de minimummarkering leidt tot beschadiging van de kettingzaag.
De levensduur en de snijcapaciteit van de ketting hangt af van de optimale smering. Daarom wordt tijdens het gebruik de zaagketting door middel van de oliesproeier 20 automatisch met zaagkettinghechtolie gesmeerd.
Olietank vullen:
- Plaats de kettingzaag met de olietankdop 4 naar boven op een geschikte ondergrond.
- Maak met een doek de omgeving van de olietankdop 4 schoon, schroef de dop los en verwijder deze.
- Verwijder het filterinzetstuk niet voor het vullen.
- Vul de olietank met biologisch afbreekbare Bosch-zaagkettinghechtolie.
- Let erop dat er geen vuil in de olietank terechtkomt. Breng de olietankdop 4 weer aan en sluit af.

Belangrijk: Om de luchtuitwisseling tussen olietank en omgeving mogelijk te maken, zijn er tussen de zeef en de olietankdop vier kleine compensatiekanalen aanwezig. Hierdoor kan afhankelijk van de functie in geringe mate olie naar buiten komen. Let erop dat de zaag altijd horizontaal (olietankdop 4 naar boven) wordt neergezet.
Gebruik uitsluitend de geadviseerde, biologisch afbreekbare hechtolie om beschadiging van de kettingzaag te voorkomen. Gebruik nooit gerecyclede olie of oude olie. Bij gebruik van niet-toegelaten olie vervalt de garantie.
Ingebruikneming
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Met 230 V aangeduide machines kunnen ook worden gebruikt met een spanning van 220 V.
In- en uitschakelen
Houdt de kettingzaag vast zoals beschreven bij „Werkzaamheden met de kettingzaag”.
Als u de machine wilt inschakelen, drukt u op de inschakelblokkering 2, vervolgens drukt u de aan/uitschakelaar 3 helemaal in en houdt u de schakelaar in deze stand vast. De inschakelblokkering 2 kunt u nu loslaten.
Als u de machine wilt uitschakelen, laat u de aan/uit-schakelaar 3 los.
Na het zagen mag de kettingzaag niet worden gestopt door het bedienen van de voorste handbescherming (activeren van de terugslagrem).
Thermische beveiliging (temperatuurafhankelijke beveiliging tegen overbelasting)
Bij overbelasting van de machine, bijvoorbeeld bij een stompe ketting, kan de motor door het activeren van de thermische beveiliging tot stilstand komen. U kunt de beveiliging resetten door het indrukken van de resetknop voor de thermische beveiliging 25. Vervolgens moet de kettingzaag ongeveer een minuut onbelast worden gebruikt.
Aanloopstroombegrenzing
Dankzij het zacht en schokvrij op gang komen van de machine is een zekering van 16 A voldoende.
Terugslagrem en kettingrem
De kettingzaag is voorzien van twee beschermings- voorzieningen:
De motorrem remt de ketting na het loslaten van de aan/uit-schakelaar 3 af.
De kettingrem is een beschermingsmechanisme dat bij terugslag van de machine wordt geactiveerd door het naar voren duwen van handbescherming 5. De ketting stopt na hoogstens 0,1 seconde.
Voer van tijd tot tijd een functietest uit. Duw de voorste handbescherming 5 naar voren (stand ②) zodat de rode punt 27 onder de markering 7 zichtbaar wordt en schakel vervolgens de kettingzaag kort in. De ketting mag niet aanlopen. Als u de kettingrem weer wilt ontgrendelen, dient u de voorste handbescherming 5 terug te trekken (stand ①), zodat de rode punt 27 onder de markering 7 wordt bedekt (zie afbeelding D).
Werkzaamheden met de kettingzaag
Voor het zagen
Voor de ingebruikneming en regelmatig tijdens het zagen moeten de volgende controles worden uitgevoerd:
- Verkeert de kettingzaag in een functieveilige toestand?
- Is de olietank gevuld? Controleer de oliepeilaanduiding 24 voor de werkzaamheden en regelmatig tijdens de werkzaamheden. Vul olie bij wanneer het oliepeil de onderkant van het peilglas bereikt heeft. De vulling is voldoende voor ca. 15 minuten, afhankelijk van de pauzes en de intensiteit van de werkzaamheden.
- Is de ketting juist gespannen en scherp genoeg? Controleer de kettingspanning tijdens het zagen elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaagkettingen moet met vergroting worden gerekend. De toestand van de zaagketting beïnvloedt de zaagcapaciteit in belangrijke mate. Alleen scherpe kettingen beschermen tegen overbelasting.
- Is de kettingrem ontgrendeld en haar werking gewaarborgd?
- Draagt u de vereiste beschermende uitrusting? Gebruik een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige beschermende uitrusting voor uw hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Geschikte beschermende kleding vermindert het verwondingsgevaar van wegvliegend materiaal en het onbedoeld aanraken van de zaagketting.
Terugslag van de zaag (zie afbeelding D)
Terugslag van de zaag is het plotseling omhoog- of terugslaan van de lopende kettingzaag, dat kan optreden bij aanraking van de zwaardpunt met het zaagmateriaal of bij een vastklemmende ketting.
Wanneer zaagterugslag optreedt, reageert de machine op onoverzienbare wijze en kan deze ernstige verwondingen veroorzaken bij de bediener of bij personen in de werkomgeving.
Zijwaarts zagen, schuin zagen en in de lengte zagen moet met bijzondere voorzichtigheid gebeuren omdat de klauwaanslag 12 hierbij niet kan worden toegepast.
Ter voorkoming van zaagterugslag:
- Zet de kettingzaag zo vlak mogelijk aan.
- Werk nooit met een losse, verslapte of sterk versleten zaagketting.
- Scherp de zaagketting zoals voorgeschreven.
- Zaag nooit boven schouderhoogte.
- Zaag nooit met de punt van het zwaard.
- Houd de kettingzaag altijd stevig met beide handen vast.
- Gebruik altijd een terugslagremmende Boschzaagketting.
- Gebruik de klauwaanslag 12 als hefboom.
- Let op de juiste kettingspanning.
Algemene werkwijze
Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast. Houd uw linkerhand vast aan de voorste handgreep en uw rechterhand aan de achterste handgreep. Omsluit de grepen altijd met duim en vingers. Zaag nooit eenhandig. Geleid de stroomkabel altijd naar achteren en houd deze buiten het bereik van de zaagketting en het zaagmateriaal. Positioneer de stroomkabel zo, dat deze zich niet in grote of kleine takken kan vastgrijpen (zie afbeelding D).
Gebruik de kettingzaag alleen wanneer u stevig staat. Houd de kettingzaag iets rechts van het eigen lichaam (zie afbeelding E).
De ketting moet voor het contact met het hout op volle snelheid zijn. Gebruik daarbij de klauwaanslag 12 voor het vastzetten van de kettingzaag op het hout. Gebruik de klauwaanslag tijdens het zagen als hefboom (zie afbeelding F).
Zet bij het zagen van dikke takken of stammen de klauwaanslag op een lager punt neer. Trek daarvoor de kettingzaag terug om de klauwaanslag los te maken en deze opnieuw lager aan te zetten. Haal de zaag daarbij niet uit de inzaging.
Druk bij het zagen niet met kracht op de zaagketting, maar zorg met de klauwaanslag 12 voor een lichte hefboomdruk.
Gebruik de kettingzaag nooit met gestrekte armen. Probeer niet op moeilijk bereikbare plaatsen te zagen, of staand op een ladder. Zaag nooit boven schouderhoogte (zie afbeelding G).
De beste zaagresultaten worden bereikt wanneer de kettingsnelheid niet door overbelasting daalt.
Voorzichtig aan het einde van de inzaging. Zodra de zaag loskomt, verandert de gewichtskracht onverwacht. Er bestaat kans op ongevallen voor benen en voeten.
Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit de inzaging.
Boomstammen zagen (zie afbeeldingen E+H)
Let op de volgende veiligheidsvoorschriften:
Leg de stam neer zoals op de afbeelding weergegeven en ondersteun deze zo dat de inzaging niet sluit en de zaagketting niet vastklemt.
Stel korte houtstukken in en klem deze vast voor het zagen.
Zaag alleen voorwerpen van hout. Voorkom het aanraken van stenen en spijkers, omdat deze omhoog geslingerd kunnen worden, de zaagketting kunnen beschadigen of ernstige verwondingen bij de gebruiker of omstanders kunnen veroorzaken.
Raak met de lopende zaag geen draadafrasteringen of de vloer aan.
De zaag is niet geschikt voor het snoeien van dunne takken.
Zagen in lengterichting dient met bijzondere zorgvuldigheid te gebeuren, omdat de klauwaanslag 12 dan niet kan worden gebruikt. Houd de zaag in een vlakke hoek om terugslag van de zaag te voorkomen.
Bewerk bij zaagwerkzaamheden op een helling altijd stammen van bovenaf of opzij staand of liggend zaagmateriaal.
Let wegens gevaar voor struikelen op boomstronken, takken, wortels en dergelijke.
Zagen van hout onder spanning (zie afbeelding H)
Bij het zagen van onder spanning staand hout en onder spanning staande takken en bomen bestaat een verhoogde kans op ongevallen. Hier is uiterste voorzichtigheid geboden. Zulke werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman.
Wanneer hout aan beide zijden wordt ondersteund, eerst van boven (Y) een derde gedeelte van de diameter door de stam zagen en vervolgens van onderen (Z) op dezelfde plaats de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorkomen. Voorkom daarbij contact van de zaagketting met de grond. Wanneer hout slechts aan één zijde wordt ondersteund, eerst van onderen (Y) een derde van de diameter naar boven zagen en vervolgens op dezelfde plaats van boven (Z) de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorkomen.
Bomen vellen (zie afbeelding 1)

Draag altijd een helm om beschermd te zijn tegen vallende takken.
Met de kettingzaag mogen alleen bomen worden geveld waarvan de stamdiameter kleiner is dan de lengte van het zwaard.
① Scherm de werkomgeving af. Let erop dat zich geen personen of dieren ophouden in de buurt waar de boom valt.
Probeer nooit om een vastgeklemde zaag met een lopende motor vrij te krijgen. Gebruik houten spieën om de zaagketting te bevrijden.
Als u met twee of meer personen tegelijkertijd zaagt en velt, houd dan als afstand tussen de vellende en de zagende personen minstens de dubbele hoogte aan van de te vellen boom. Let er bij het vellen van bomen op, dat u andere personen niet blootstelt aan gevaar, u geen leidingen raakt en geen materiële schade veroorzaakt. Als een boom met een stroom-leiding in aanraking komt, breng dan direct de energiemaatschappij hiervan op de hoogte.
Stel u als bediener van de kettingzaag, bij zaagwerkzaamheden op een helling, boven de te vellen boom op, omdat de boom na de val waarschijnlijk bergaf zal rollen of glijden.
② Voor het vellen dient een vluchtweg te worden gepland en wanneer nodig vrijgemaakt te worden. De vluchtweg dient van de te verwachten vallijn schuin naar achteren weg te leiden.
③ Houd voor het vellen rekening met de natuurlijke helling van de boom, de plaats van grote takken en de windrichting, om de valrichting van de boom te kunnen beoordelen. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de boom.
Inkepingen zagen: Zaag haaks op de valrichting een kerf (X - W) met een diepte van 1/3 van de boomdiameter. Zaag eerst de onderste horizontale inkeping. Hierdoor voorkomt u het vastklemmen van de kettingzaag of van de geleidingsrails bij het zagen van de tweede inkeping.
Inkeping voor het vellen van de boom zagen: Zaag de inkeping (Y) voor het vellen van de boom minstens 50 mm boven de horizontale inkeping. Zaag de inkeping voor het vellen van de boom parallel aan de horizontale inkeping. Zaag de inkeping slechts zo diep in, dat er nog een verbindingsstuk (valrand) blijft staan, dat als scharnier kan werken. Het verbindingsstuk verhindert, dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk niet door.
Als de inkeping voor het vellen van de boom in de buurt van het verbindingsstuk komt, moet de boom met vallen beginnen. Als het erop lijkt, dat de boom mogelijkerwijs niet in de gewenste richting valt of terugbuigt en de zaagketting vastklemt, onderbreekt u het zagen van de inkeping voor het vellen van de boom en gebruikt u een spie van hout, kunststof of aluminium om de inkeping te openen en om de boom in de gewenste valrichting te doen omslaan.
Als de boom begint te vallen, verwijdert u de kettingzaag uit de inkeping, schakelt u de zaag uit, legt u deze neer en verlaat u het gevarenbereik via de geplande vluchtroute. Let op naar beneden vallende takken en struikel niet.
Door het indrijven van een spie (Z) in de zaaglijn moet de boom nu ten val worden gebracht.
Onderhoud en reiniging

Trek altijd voor onderhoudswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact.
Opmerking: Voer de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit zodat u verzekerd bent van een lang en probleemloos gebruik.
Controleer de kettingzaag regelmatig op klaarblijke- lijke gebreken, zoals een losse, versleten of beschadigde zaagketting, losse bevestiging of versleten of beschadigde onderdelen.
Bij de demontage van de zaagketting moet erop worden gelet dat deze eerst met de kettingspanring 13 wordt ontspannen. Wanneer het ontspannen wordt nagelaten, kunnen defecten in de SDS-groep optreden.
Controleer of de afschermingen en veiligheidsvoorzieningen intact en correct gemonteerd zijn. Noodzakelijke reparaties en onderhoudswerkzaamheden moeten voor het gebruik van de kettingzaag worden uitgevoerd.
Wanneer de kettingzaag ondanks zorgvuldige productie- en testprocédés toch defect raakt, moet de reparatie door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen worden uitgevoerd.
Maak voor verzending van een kettingzaag altijd de olietank leeg. Neem daarvoor de zeef uit de tank en breng deze vervolgens weer aan.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het bestelnummer van 10 cijfers van de machine.
Zaagketting en zwaard vervangen of keren
Controleer de zaagketting en het zwaard volgens het gedeelte „Zaagketting spannen”.
De geleidingssleuf van het zwaard verslijt in de loop van de tijd. Draai bij het vervangen van de zaagketting het zwaard 180° om de slijtage over beide zijden te verdelen.
Monteer de kettingspannok 17 op het zwaard opnieuw.
Controleer het kettingwiel 22. Wanneer het wiel door de grote belasting versleten of beschadigd is, moet het door een klantenservicewerkplaats vervangen worden.
Slijpen van de zaagketting
De zaagketting kan bij elke erkende klantenservice-werkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen op vakkundige wijze worden geslepen. Met de Bosch-kettingslijpvoorziening of de Dremel-Multi met slijptoebehoren 1453 kunt u de ketting ook zelf slijpen. Neem de bijgeleverde gebruiksaanwijzing voor het slijpen in acht.
U kunt de werking van de automatische kettingsmering controleren door de zaag in te schakelen en deze met de punt vlakbij een stuk karton of papier op de vloer te houden. Let op, raak de vloer niet aan met de ketting. Neem een veiligheidsafstand van 20 cm in acht. Wanneer hierbij een toenemend oliespoor zichtbaar wordt, werkt de automatische smering correct. Wanneer ondanks een volle olietank geen oliespoor zichtbaar wordt, dient u het ge-deelte „Problemen oplossen" te lezen of contact op te nemen met de Bosch-klantenservice.
Toebehoren
Zaagketting
voor zwaard 350 mm....2 604 730 000
voor zwaard 400 mm....2 604 730 001
Zwaard DOUBLE GUARD
350 mm 2 602 317 050
400 mm 2 602 317 051
Overig toebehoren
Kettingslijp- en reinigingsset.... 2 607 000 180
Kettingzaagolie, biologisch afbreekbaar
1 | 2 607 000 181
Veiligheidsbril....2 607 990 041
Veiligheidsbril voor brildragers ...... 2 607 990 037
Reinigen/bewaren
Reinig het kunststofhuis van de kettingzaag met behulp van een zachte borstel en een schone doek. Gebruik geen water, oplosmiddel of polijstmiddel. Verwijder alle verontreinigingen, in het bijzonder van de ventilatieopeningen 26 van de motor.
Demonteer na een gebruiksduur van 1 tot 3 uur de afscherming 15, het zwaard en de ketting en reinig deze met een borstel.
Verwijder met een borstel al het vastzittende materiaal onder de afscherming 15, het kettingwiel 22 en de zwaardbevestiging. Reinig de oliesproeier 20 met een schone doek.
Als het kettingspanmechanisme in de afscherming 15 moeilijk loopt, verwijdert u de stofbeschermdeksel 28 en verdraait u de spangreep 14 en de kettingspanring 13 ten opzichte van elkaar, zodat vastzittend vuil binnenin het mechanisme losraakt en naar buiten kan vallen. Klop de afscherming 15 licht uit en reinig het mechanisme met een zachte borstel of perslucht wanneer het erg vuil is. Gebruik hiervoor in geen geval ander gereedschap (zie afbeelding K).
Wanneer de kettingzaag langdurig moet worden opgeborgen, moeten zaagketting en zwaard eerst worden gereinigd.
Bewaar de kettingzaag op een veilige plaats droog en buiten bereik van kinderen.
Voorkom lekkage door te controleren dat het gereedschap in horizontale positie wordt weggelegd (olievuldop 4 naar boven gericht).
Als het gereedschap in de verkoopverpakking wordt bewaard, moet de olietank zonder rest worden leeggemaakt.
Problemen oplossen
De volgende tabel geeft een overzicht van storingsverschijnselen en geeft aan hoe u problemen kunt oplossen wanneer uw machine niet goed werkt. Neem contact op met uw servicewerkplaats wanneer u het probleem niet zelf kunt verhelpen.
Let op: Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u op zoek gaat naar de fout.
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| De kettingzaag werkt niet | Terugslagrem geactiveerdGeen stroomStopcontact defectStroomkabel beschadigdZekering defectDe thermische beveiliging is geacti-veerd | Trek de handbescherming 5 in stand 1 zo terug dat de rode punt bedekt wordtControleer de stroomvoorzieningControleer de stroombron en probeer eventueel een andereControleer de kabel en probeer even-tueel een andereVervang de zekeringDruk op de resetknop voor de thermi-sche beveiliging 25 en laat de ketting-zaag ongeveer een minuut onbelast lopen |
| Kettingzaag werkt met onderbrekingen | Stroomkabel beschadigdExtern los contactIntern los contactAan/uit-schakelaar defect | Controleer de kabel en probeer even-tueel een andereBreng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaatsBreng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaatsBreng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats |
| Zaagketting droog | Geen olie in de olietankOntluchting in olietankdop verstoptOlieafvoerkanaal verstopt | Vul olie bijReinig de olietankdopMaak het olieafvoerkanaal vrij |
| De motorrem of ket-tingrem werkt niet. De ketting wordt niet geremd. | Breng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats | |
| Ketting of geleidingsralheet | Geen olie in de olietankOntluchting in olietankdop verstoptOlieafvoerkanaal verstoptKettingspanning te hoogKetting bot | Vul olie bijReinig de olietankdopMaak het olieafvoerkanaal vrijStel de kettingspanning inSlijp de ketting of vervang deze |
| Kettingzaag trekt, trilt of zaagt niet goed | Kettingspanning te losKetting botKetting versletenZaagtanden wijzen in de verkeerde richting | Stel de kettingspanning inSlijp de ketting of vervang dezeVervang de kettingMonteer de zaagketting opnieuw met de tanden in de juiste richting |
Afvalverwijdering
Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal
recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Klantenservice
Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com
Nederland
📞 +31 (0)76 / 5 79 54 54
Fax ....+31 (0)76 / 5 79 54 94
E-Mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
📞 +32 (0)70 / 22 55 65
Fax ...... +32 (0)70 / 22 55 75
E-Mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden vastgesteld volgens 2000/14/EG en EN 50144.
Het A-gewogen geluidsdrukniveau van de machine bedraagt kenmerkend: geluidsdrukniveau 90 dB (A); geluidsvermogenniveau 103 dB (A).
Draag oorbeschermers.
De kenmerkende gewogen versnelling bedraagt 6 m/s ^2 .
(€ Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 50144 volgens de bepalingen van de richtlijnen 89/336/EEG, 98/37/EG en 2000/14/EG.
EG-bouwtypecontrole nr. 206 00 86 door genotificeerde testinstantie nr. 0344.
2000/14/EG: Het gegarandeerde geluidsvermogen-niveau L _WA is lager dan 105 dB (A). Waarderings-methode van de conformiteit volgens aanhangsel V.
Wijzigingen voorbehouden
