EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - Robotmaaier

FREELEXO 750 LCD BT+ - Robotmaaier EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FREELEXO 750 LCD BT+ EINHELL in PDF-formaat.

📄 150 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - page 78
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL Português PT
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over FREELEXO 750 LCD BT+ EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FREELEXO 750 LCD BT+ - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FREELEXO 750 LCD BT+ van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING FREELEXO 750 LCD BT+ EINHELL

  1. Veiligheidsaanwijzingen
  2. Beschrijving van het apparatus en omvang van de levering
  3. Reglementair gebruik
  4. Technische gegevens
  5. Inbedrijfstelling
  6. Bediening
  7. Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen
  8. Opslag
  9. Transport
  10. Verwerking en recycling
  11. Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten
  12. Indicatie van de maairobot en verhopen van fouten
  13. Indicatie lader

EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - 1

Gevaar! - Handleiding lezen on het letselrisico te verminderen.

Dit apparaat mag Niet door kinderen worden gebruikt. Dit apparaat kan door Personen met verminderde fysiieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits deze onder toezicht staan of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat geinstruerd werden en begrijpen welke bevaren van het apparaat kutnen uitgaan. Kinderenogeniet met het apparaat spelen.

Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen Niet door kinderen worden UITgevoerd.

NL

Gevaar!

Bij het gebruik van toestellen dieren enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees waarom deze handleiding /veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgenve, gelieve dan deze handleiding /veiligheidsinstructies mee te given. Wij zich Niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten+zijn aan Niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

1. Veiligheidsaanwijzingen

De overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure.

Waarschuwing!

Lees alle veiligheidsinstrumenties, aanwijzingen,plaatjes en technische gegevens, waarvan dit elektrisch gereedschap is voorzien.

Nalatigheden bij de inachtneming van de vol-gende instructies hunnen een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen verooorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstrumente en aanwij-zingen voor de toekomst.

Verklaring van de gezebuike symbolen (zie afbeeling 14)

A. WAARSCHUWING - Vór inzet van de machine de handleiding doorlezen!
B. WAARSCHUWING - Tijdens de inzet van de machine voldoende veiligheidsafstand bewaren!
C. WAARSCHUWING - Vóor de uitvoering van werkzaamheden aan de machine of alvorens deze op te tilen de blokkeerinrichting activeren! OPGELET - Roterende messen Niet aanraken!
D. WAARSCHUWING - Niet meerijden op de machine! OPGELET - Roterende messen nicht aanraken!
E. Beschermklasse II (dubbele isolatie)
F. Opslag van de accu's alleen in droge ruimtes met een omgevingstemperatuur van +10^ tot +40^ . De accu's alleen in geladen toe-stand opbergen (min. 40% geladen).
G. Beschermklasse III
H. Trage zekering 2 A
1. Alleen voor gebruik in droge ruimtes.

Opgelet!

Trekijdens een onweer de netstekkeruit het stopcontact en isoleer de begrenzingsdraad van het laadstation.

2. Beschrijving van het apparaat en omvang van de levering

2.1 Beschrijving van het apparaat (afbeelding 1/2)

  1. Maiarobot
  2. Bedieningsveld
  3. STOP-toets / Ontgrendelingstoets van de afdekking van het display
  4. Maahoogteverstelling
  5. Regensensor
  6. Draaggreep
  7. Hoofdschakelaar
  8. Achterwiel
  9. Deksel accuvak
  10. Klingen
  11. Messenschijf
  12. Voorwiel
  13. Voedingseenheid(-kabel)
  14. Bevestigingshaak
  15. Bevestigingsschoef
  16. Kabelverbinder
  17. Reserve klingen
  18. Begrenzingsdraad
  19. Laadstation
  20. Laadpen
  21. LED-indication
    22.Accu
  22. Lader
  23. Zeskantsleutel
  24. Afdekking van het display
  25. USB-aansluiting
  26. Liniaal (om eruit te trekken)

2.2 Omvang van de levering en uitpakken

Gelieve de volledigheid van het artikel te controlen aan de hand van de beschrenen omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdaten na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt wa u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve waarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in ache te nemen.

  • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtiguit de verpakking.
    Verwijder het verpakkingsmaterialial alsmede

NL

verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).

  • Controller of de leveringsomvang compleet is.
  • Controller het toestel en de accessoires op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien möglichk tot het verloop van de garantieperiode.

Gevaar!

Het toestel en het verpakkingsmaterialaal zich geen spellegood voor kinderen! Kinderen mo-gen Niet met plastic zakken, folies enkleine stukken spelien! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

Omvang van de levering, montagemateriaal en toebehoren (deels Niet meegeleverd)

Gelieve de omvang van de levering af te leiden uithet bijgevoegde informatieblad.

Maairobot
Voedingseenheid(-kabel)
- Laadstation
Bevestigingssschroeven (4 stuks)
Reserveklingen
Bevestigingshaak
Begrenzingsdraad
Kabelverbinder
Zeskantsleutel
Accu
Lader
Linial (om eruit te trekken)
Originelehandleiding
Veiligheidsinstructies

Benodigde hulpmiddelen (niet meegeleverd)

Hamer
Tang
Isolatietang
Waterpas(optioneel)

De maiarobot is geschikt voor particulier gebruik in huis- en hobbytuin en uitsluitend voor het maaien van gazons.

De machine mag alleen doelmatig worden ingezet. Elk.daarboven uitgaand gebruik is niedoelmatig.Voor waaruit voortvloeije schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener aansprakelijk, en Niet de fabrikant.

Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun doelmatig gebruik Niet zich ontworpen voor commerciele, ambachtelijkke of industrielleinzet. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, indien het apparaat in ambachtelijkke of industriellebedrijven van voor的那一aan gelijk te stellen activiteiten worden ingezet.

Onzekerheid K 3 dB (A)

Geluidsdrukniveau L_WA 62 dB (A)

Onzekerheid K 3 dB (A)

Maahoogteverstelling 20-60 mm; traploos

Toegelaten lenght van

de begrenzingsdraad max. 250 m

Voedingseenheid

Ingangsspanning: 100-240 V ~ 50/60 Hz
Uitgangsspanning: 24 V DC
Uitgangsstroom: 1,5 A
Beschermklasse: II/回

De geluidswaarden werden vastgesteld conform de normen EN ISO 3744:1995 en ISO 11094: 1991.

Waarschuwing!

Dit apparatus genereert tijdens het bedrivij een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden een nadelige invloed hebben op actieve of passieve medische implantaten. Om het gevaar van ernstige of dodelijkke verwondingen te verminderen raden wij Personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen, voordat het apparaat worden bediend.

NL

5. Inbedrijfstelling

Lees de hele handleiding, voordat u begint met de installmentie van de maairobot. Hoe goed de maairobot later werkt is afhankelijk van de kwaliteit van de installmentie.

5.1 Werkingsprinciple

De maairobot kiest zichnrichting bij toeval.Detuin wordt waarbij volledig gemaaid,doordat demairobot alle delen binnen het door de begrenzingsdraad (18) ingesloten vlak bewerkt.Zodrade maairobot een correct geinstalleerde begrenzingsdraad (18) herkent, draait hij zich om en rijdt in een andere richting binnen het vlak. Alle delen die u binnen het vlak wilt beschermen - bijv. tuinvijvers, bomen, meubels of bloembedden -moeten eveneens met de begrenzingsdraad (18) worden afgeschermd.De begrenzingsdraad (18) moet een gesloten cirkel vormen.Indien de maairobot binnen het maaigebied op een hindernis stuit,dan rijdt hij terug en maait verder in een andere Richting (afbeelding 3).

5.2 Sensoren

De maiarobot is uitgerust met meerdere veiligheidssensoren.

Hef sensor:

Indien de maairobot vanchtermeer dan 30^ van de grond wordt opgetild of een voorwiel (12) het contact met de grond verliest, dan wordt de robot en de rotatie van de klingen (10) meteen gestopt.

  • Hellingsensor:

Indien de maairobot sterk in een richting helt, dan wordt de robot en de rotatie van de klin-gen (10) meteen gestopt.

Hindernissensor:

De maairobot herkent hindernissen op zich pad. Wanneer de maairobot op een hindernis stuit, dan worden de robot en de rotatie van de klingen meteen gestopt en rijdt hij terug weg van de hindernis.

Regensensor:

De maairobot is uitergerust met een regensensor (5) om te verhinderen dat de robot in de regen werkdt. De maairobot keert'erug aan het laadstation (19) wonneer er regen worden herkend, en wordt waar compleet opgeladen. Nadat de regensensor (5) weeis gedroogd, blijft de robot nog twee uur in het laadstation (19). Pas daarna hervat hij het werk weeer, mits hij zich nog in een actiefijdvenster bevindt. Als de regensensor (5) is geactiveerd

(aanbevolen om het gazon te ontzien), dan is in het display (50) een lichte wolk te zien. Als de sensor heeft gereageerd, dan verschijt er een donkere wolk met regendruppels. Sluit de beiden metaalsensoren Niet kort met metaal of een ander geleidend materiaal. Hierdoor wordt de correcte werkung van de maairobot negatief beinvloed.

5.3 Voorbereiding

Maak eerst een schets van uw gazon. Teken ook hinderissen mee in en werk een plan uit hoe u deze wilt beschermen. Daardoor wordt het eenvoudiger om een goede plaats voor het laadstation (19) te vinden en de begrenzingsdraad (18) rond struiken, bloembedden enz. te leggen (afbeelding 4). Als het gras hoger is dan 60~mm dan要去 het worden gekort om de maairobot Niet overmatig te belasten en de effi cientre Niet te verlagen. Gebruik waarvoor een conventionele grasmaier of een trimmer.

Haal alle losse voorwerpen die door de maairobot hun den worden beschadigd of die de robot kunnen beschadigden,weg van het gras.

Houd de volgende gereedschappen bij de hand: hamer, tang, isolatietang en waterpas (optioneel).

Montage van de accu

Open het deksel van het accuvak (9). Druk op de grendeilknop van de accu (22) en schuif de accu (22) in de daartoe voorziene houder. Sluit het deksel van het accuvak (9) en let erop dat dit correct vastklikt (afbeelding 10).

5.4 Laadstation

5.4.1 Standplaats van het laadstation

Zoek eerst de Besteplaats voor het laadstation (19). Er is een contactdoos voor buiuten nodig die permanent stroom levert, opdat de maairobot al-tijd functioneert. Het laadstation (19) moet op een vlokke ondergrund op de hoogte van de grasnerf worden geplaatst. Zorg ervoor dat de omgeveing vlak en droog is. Kies eenplaats in de schaduw, aangezien de accu (22) het best worden geladen in een koele omgeving. Zorg er bovendien voor dat de begrenzingsdraad minstens 2 m voor het laadstation (19)recht worden gelegd (afbeelding 5a). Bochten vlak voor het laadstation (19) kunnen tot mootelijkheden leiden bij het aandokken om te laden.

5.4.2 Lokalisering van het laadstation

Wonneer de accu (22) bijna leeg is, dan keert de maairobot terug hier het laadstation (19) door de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in te volgen

NL

tot aan het station (19). Let er.daarom op dat het laadstation (19) correct uitergericht worden geplaatst (afbeelding 5b).

5.4.3 Aansluiting van het laadstation aan de voedingseenheid

  1. Voordat u het laadstation (19) verbindt met de stroomtoevoer要去 u controlleden of de net-spanning 100-240 V bij 50 / 60Hz bedraagt.
  2. Verbind de voedingseenheid (13) reckstreeks met een contactdoos. Gebruik de kabel voor geen enkele andere toepassing.
  3. Gebruik geen beschadigde voedingseenheid (13). Wend u bij schade aan kabels of aan de voedingseenheid (13) voor verrangige me-teen tot een erkende vakman.
  4. Laad de maairobot Niet op in een vochtige omgeving. Laad de maairobot Niet op bij temperaturen hoger dan 40^ of lager dan 5^ .
  5. Houd de maairobot en de voedingseenheid (13)uit de buurt van water, warmtebronnen en chemicalien. Houd de kabel van de voedingseenheid (13) om schade te vermijden weg van scherpe randen.
  6. Verbind de voedingseenheid (13) met het laadstation (19) (afbeelding 5c).

Om de accu (22) van de maairobot al tijdens de installment te laden schakelt u de robot eerst via de hoofdschakelaar (7) in enplaatst u deze in het laadstation (19).

5.4.4 Informatie over het laadproces

De maiarobot keert in een van de volgende situatuies terug maar het laadstation (19):

U stuart de maiarobot handmatig terug.
- De laadtoestand van de accu daalt onder 30% .
- De dagelijkse werklijk is verstreken.
- De regensensor—heeft gereageerd.
- De maairobot is oververhit.
- De modus 'Randmaaien' resp. 'Spot Mowing' werd gestart buiuten het ingestelde werkvensster en door de maairobot afgesloten.

Daar bij rijdt de maairobot lungs de begrenzingsdraad (18) automatisch tot aan het laadstation (19).

Wonneer de maiarobot terug hier het laadstation (19) rijdt, dan zoekt hij zich de begrenzingsdraad (18) en rijdt gegen de klok in hierlangs (18).

Tijdens het laden van de accu (22) brandt de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) rood.

Als de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, dan geeft dit aan dat de accu (22)

volledig is geladen. Nadat de accu volledig is op-geladen hervat de maairobot het werk越, of hij blijft tot aan het volgende werktijd venster in het laadstation (19).

Als er zich bij het terugrijden aan het laadstation (19) een hindernis bevindt op de begrenzingsdraad (18), dan blijft de maairobot na meerdere pogingen voor de hindernis staan en kan deze Niet terugkeren aan het laadstation (19). Verwijder alle hinderissen op de begrenzingsdraad (18).

Indien de temperatuur van de accu (22) 45^ overschrijdt, dan worden het laadproces afgebrozen om schade aan de accu te vermijden. Nadat de temperatuur wee is gedaald, worden het laadproces automatisch voortgezet.

Indien de temperatuur van de besturing van de maairobot 65^ overschrijdt, keert de maairobot terug maar het laadstation (19). Nadat de temperatuur weer is gedaald, worden het werk waar hervat overeenkomstig de instelleningen.

Indien de accu (22) leeg raakt voordat de maairobot terugkeert maar het laadstation (19), dan kan de robot Niet meer worden gestart. Breng de maairobot terug maar het laadstation (19) en waar de hoofdschakelaar (7) ingeschakeld. De maairobot worden automatisch opgeladen.

5.5 Begrenzingsdraad

OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdra- den en gevolgschade vallen nicht onder de garantie!

5.5.1 Leggen van de begrenzingsdraad

De begrenzingsdraad (18) kan zowel op de grond als in de grond worden gelegd. Bij harde of droge grond kuren de bevestigingshaken (14) bij het inslaan breken. Bevochtig het gras voor het aanbrengen van de begrenzingsdraad als de grond erg droog is.

Installatie op de grond

Leg de begrenzingsdraad (18) vast op de grond en bevestig hem met de meegeleverde bevestigingshaken (14), wanner u het gazon later Niet wilt verticuteren of verluchten. De positie van de begrenzingsdraad kunt u in de eerste weken van de inzet van de maairobot nog aanpassen. Na enigeijd za het gras darüber over de begrenzingsdraad zich gegroeid en deze Niet meer te zien zijn. Installeer de begrenzingsdraad met een maximale afstand van 1 mussen de bevestigingshaken (14). Verkort de afstandussen de bevestigingshaken op oneffen plekken van

NL

het gazon. Vermijd situatuies waar bij de draad Niet op de grond rust. Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad Niet door de maairobot kan worden doorgesneden.

Installatie in de grond

Graaf de begrenzingsdraad tot 5 cm diep in. Daardoor wordt het beschaden van de draad (18) bijvoorbeeld bij het verticuteren of verluchten verhinderd.

Aanwijzing!

Laat 1 m draad aan het achechterste uiteinde van het laadstation over om later correcties te kunnen uityoeren.

5.5.2 Nauwe punten

Indien het gazon een nauw punt bezit, dan kan uw maairobotaarin werken, zolang de doorgang en bredte van minstens 1,4 m (80 cmussen de begrenzingsdraden) en een lenghte van max. 8 m heeft (afbeelding 3).

5.5.3 Afstand tot de grens van de tuin

Wonneer de maairobot een begrenzingsdraad (18) nadert, dan wordt dit herkend door de sensoren voor in de robot. Voordat de maairobot om draaait, rijdt hij echter tot wel 30~cm over de draad (18). Houd hier rekening mee bij de planning van het maiagebied (afbeeding 6a).

5.5.4 Leggen van de draad in hoeken

Leg de begrenzingsdraad (18) in de hoeken nicht in een rechte hoek (90^) . Om te garanderen dat de maairobot Niet te ver over de begrenzingsdraad (18)—heen rijdt, moet u de draad (18) leggen zoals Voorgesteld in afbeeling 6b.

5.5.5 Berekening van de helling van het gazon

De maairobot kan hellingen tot maximaal 35% aan. Vermijd waarom steilere hellingen. De helling kan met de overwonnen hoogte aan de hand van de afstand worden vastgesteld (afbeelding 6c).

Voorbeeld: a/b = 35 cm/100 cm = 35%

5.5.6 Installatie van de begrenzingsdraad op hellingen

Op hellingen kan de maairobot, vooral door nat gras, gaan glijden en daardoor over de begrenzingsdraad (18) heen rijden. Daarom worden aanbevolen om op de volgende punten te letten (afbeelding 6d):

Aan het bovenste deel van een glooijing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden gein

stalleerd op hellingen steiler dan 35% . Houd hier de afstand van 30 cm tot hindernissen en randen van het gazon aan.

Aan het onderste deel van een glooing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden geinstalleerd op hellingen steiler dan 17% Houd hier de afstand van 40 cm tot hindernissen en randen van het gazon aan.

5.5.7 Rijwegen en bestratePADEN

Scheid verhoogde paden, vlakken met grind of schorsmulch, lager gelegen bloembedden en dergelijkvevlakken af. Leg de begrenzingsdraad (18) op een afstand van minstens 30 cm (afbeeling 6e en 6g).
- Met de grasnerf vlak lopende padsen hoeven Niet te worden afgeschieten, aangezien de maairobot hier gewoon overheen kan rijden. De begrenzingsdraad (18) mag ook over pa-den worden gelegd (afbeelding 6f en 6g).

Beschem hindernissen in het maaigebied door begrenzingseilanden aan te leggen. Daardoor kan een botsing met gevoelige objeuten, tuinvijvers, bomen, meubels, bloembedden enz., worden verhinder (afbeelding 6h en 6i).

  • Rol de begrenzingsdraad (18)uit van deranden tot aan de te beschermen objecten.
    Fixeer de begrenzingsdraad (18) met bevestigingshaken (14) met de klok mee rond het te beschemen object.
  • Omhein de begrenzingseilanden compleet en leid de begrenzingsdraad (18) terug maar het punt waar u de rand van het gazon heeft verlaten.
  • De afstand:tussen begrenzingseilanden moet minstens 0.8m bedragen.Verbind de objecten anders tot een gemeinschappelijk begrenzungseiland (afbeelding 6h).
  • De begrenzingsdraden (18) het begrenzingseiland toe en waarvan weg要去en parallen erg zicht bij elkaar worden gelegd. - Opgelet! Begrenzingsdraden (18)月至eiknaar Niet kruisen! - Fixeerঠaalvoord de parallelle begrenzingsdraden (18) samen met bezelfde bevestigingshaken (14) op de grond (afbeelding 6i).
  • De maairobot zar in het maaigebied over de beiden parallelle begrenzingsdraden (18) rijden, maar aan enkel gelegde draden (18) stoppen.

NL

5.5.9 Hindernissen

  • Hindernissen met een hoogte van meer dan 10cm (afbeelding 6j) Vastehindnissen hoger dan 10cm , bijv. bomen, muren, hekken, tuinmeubels enz., worden herkend door de collisiesensoren. Als de maairobot op een hindnis stuit, dan stopt hij, schakelt het maaiwerk uit, rijdt terug en draait, om het maaien in een andererichting voort te zetten. Zachte, instabiele en waardevolle hindnissen要去en worden beschermd door een eiland van begrenzingsdraad.

Stenen, rotsen en hindernissen lager dan 10 cm in het maaigebied moeten worden beschermd, aangezien de maairobot er anders overheen kan rijden. Daardoor kan de maairobot beschadigd raken en blokkeren.

Bomen (afbeelding 6k)

Bomen worden door de maairobot beschouwd als hinderissen. Als er darüber boomwortels met een hoogte van minder dan 10 cm uit de grond steken, dan moet deze zone worden beschermd. Dit voorkomt schade aan de wortels en aan de maairobot. Houdussen de begrenzingsdraad (18) en de hindernis een afstand van minstens 30 cm aan.

5.5.10 Hoofd-en nevenvlak (afbeelding 6l)

Met nevenvlak (B) worden een werkterrein aangeduid, dat Niet rechtsstreeks met het hoofdvlak (A), bijv. via een gazon of een weg, is verbonden. Om een apart nevenvlak (B) aan te leggen leegt u de begrenzingsdraad (18) van het hoofdvlak (A) maar het nevenvlak (B) en weer terug. De begrenzingsdraad (18) maar het nevenvlak (B) toe en waarvanweg要去 parallel en erg dicht bij elkaar worden gelegd. -Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen elkaar Niet kruisen! -Fixeerঀoor de parallelle begrenzingsdraden (18) semen metdezelfde bevestigingshaken (14) op de grond. Om het nevenvlak (B) te kuren maaien要去 u de maairobot met de hand daarnaartoe (B) dragen. Startaar het gewenste maaiprogramma en selecteer in het submenu 'Nevenvlak' (zie instelleningen van de maairobot).De maairobot za in het nevenvlak (B) Niet proberen om de begrenzingsdraad (18) te volgen in de richting van het laadstation (19), wonneer de laadtoestand van de accu laag is.

5.6 Verbinden van het laadstation

Sluit het leggen van de complete begrenzingsdraad (18) af, voordat u deze verbindt met het laadstation. Laat aan beiden uiteinden 1 m extra begrenzingsdraad (18) over om latere aanpassingen te konnen uitvoeren.

Isoleer de begrenzingsdraad (18) aan de uiteinden voor de aansluiting aan het laadstation (19) met een isolatietang op een lenghte van 10 tot 15 mm.

Trek de netstekkeruit,voordat u de begrenzingsdraad (18) aansluit aan het laadstation (19).De aan de voorkant van het laadstation (19) gelegde begrenzingsdraad (18) moet via de kabelhoulders aan de onderkant van het station (19)aar acheer worden gelegd.Verbind deze begrenzingsdraad 18 met de linker,zwarte aansluiting.Vervolgens leidt u de acheerste begrenzingsdraad (18) door het gat (trekontlasting) in de buurt van de aansluiting en verbindt u deze met de rechter, rode aansluiting (afbeeling 7a).

Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen el-kaar nicht kuisen!

Maak verrolgens de verbinding met de stroomtoevoer. De LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) moet na correcte installment constant groen branden. Wanner de LED Niet brandt, controller dan eerst de aansluitingen. Indien de LED weliswaar brandt, maar Niet constant groen, lees dan de tabel 'Indicatie laadstation en verhelpen van fouten' aan het einde van deze handleiding.

5.7 Inschakelen en controlleren van de installmentatie

Zodra de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, is het maaigebied voorbereid voor de maairobot. Controleer eerst of de bevestigingshaken (14) aan de begrenzingsdraad (18) goed in de grond+zijn geslagen. Zet de maairobot ca. 3 m achter het laadstation (19) voor de begrenzingsdraad (18). Daar bij moet de maairobot in een hoek van 90^ maar de begrenzingsdraad (18) toegewend staan (afbeelding 7b). Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON) (afbeelding 8). Deblokker de maairobot met behulp van de PIN (zie hooftstuk 'Blokkearinrichting / PIN'). Druk op de toets MODE'52). Kieservoigens met de navigatietaetsen (55) het punt Naar het laadstation en bevestig met de toets OK'56. Druk op de toets START'53 en sluit daarna de afdekking van het display (25). Nu volgt de maairobot de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in. Observer de maairobotijdens de hele rit langs

NL

de begrenzingsdraad (18), tot deze weer in het laadstation (19) staat. Als de maairobot op sommige punten op problemen stuit, corrigeer dan eventuele de begrenzingsdraad (18) en herhaal de procedure. De accu (22) van de maairobot wordt nu volledig geladen. Indien er problemen optreten bij het aandokken, dan kan het zich dat u het laadstation (19) zijdelings opnieuw moet positioneren, tot het aandokken zonder problemen functioneert.

Met de rode STOP-toets (3)kest u de maiarobot op elk moment stoppen. Na het activeren van de STOP-toets (3) wordt de maiarobot gestopt en wacht hij op verdere commando's.

5.8 Bevestiging van het laadstation

Nadat de werkking zoals voorgeschreven van de maairobot is verzekerd en er een geschiktte plek voor het laadstation (19) ward verwonden, moet het station (19) met de bevestigingschroeven (15) worden gefi xeer. Draai de bevestigingsschroeven (15) met de zeskantsleutel (24) helemaal in de grond (afbeelding 7c).

5.9 Accu-capaciteitsindicatie

Druk op de schakelaar voor accu-capaciteitsindicatie. De accu-capaciteitsindicatie signaleert u de laadtoestand van de accu aan de hand van 3 LEDs (afbeelding 13b).

De accu werk diep ontladen en is defect. Een defekte accu mag Niet meer gebruikt en geladen worden!

Opgelet!

Wonneer u een multi-Ah pack (bjv. 4-6Ah) inzet, stel deze dan alsijd in op de hogere capacititeit. Dankzij de spaarzame lading en ontlading bij de maairobot is het Nietoodzakelijk om de lagere capacititeit te gebruiken om de levensduur te verlungen.

5.10 Laden van de accu met de lader

  1. Vergelijk of de netspanning vermeld op het typeplaatje overeenstem met de beschikkare netspanning. Steek de netstekker van de lader (23) in het stopcontact. De groene LED begint te knipperen.
  2. Steek de accu (22) op de lader (23) (afbeeling 13a).
  3. Onder punt 'Indicatie lader' vindt u een tabel met de betekenissen van de LED-indicatie aan de lader.

Tijdens het laden kan de accu iets warm worden.
Dit isECHTER normal.

Mocht het laden van de accupack zich möglichzijn, controller dan

of aan het stopcontact de netspanning voorhanden is,
- of een foulloos contact aan de laadcontacten voorhanden is.

Indien het laden van de accupack nog altijd nicht möglich is, dan verzoeken wij u

delader

en de accupack

op te sturen aan once klantendienst.

Voor een deskundige verzending verzoeken wij u contact op te nemen met once klantendienst of het verkooppunt waar u het apparaat haeft aangekocht.

Zorg er bij de verzending of verwerking van accu's resp. het accu apparaat voor dat deze afzonderlijk worden verpakt in plastic zakken, om kortsluitingen en brand te vermijden!

In het belang van een lange levensduur van de accapack is het raadzaam om opijd voor het herladen van de accapack te zorgen. Dit is in elk gevaloodzakelijk, wanner u vaststelt dat het vermogen van het aparaat afneemt. Ontlaad de accapack nooit hebmaal. Dat leidt tot een defect van de accapack!

NL

6. Bediening

6.1 Hoofdschakelaar

De maairobot is uitgerust met een hoofdschakelaar (7). Schakel de maairobot met de hoofdschakelaar (7) in (ON) enuit (OFF) (afbeeling 8). Na het inschakelen van de maairobot worden deze met de PIN vergrendeld.

6.2 Bedieningsveld

De maairobot werden reeds in de fabriek geprogrammeerd en standard instelleningen.daaraan zich uitgevoerd. Deze können indien nodig darüber worden verandered. Ook al zich de fabrieksinstellen-gen geschikt voor de meeste tuinen, u要去 zich toch vertrouwd makemet de beschikkbare opties.

Verklaring van het bedieningsveld met LCDdisplay (afbeeling 9a)

  1. LCD-display
  2. Toets 'SET' - Instellings-toets
  3. Toets 'MODE' - Maaiprogramma-toets
    53.ToetsSTART-Start-toets
  4. Toets 'BACK' - Terug-toets
  5. Navigatietoetsen
  6. Toets 'OK' -Bevestigings-toets

6.3 Maahoogteverstelling

Opgelet! Het verstellen van de maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde maairobot. Druk waaroor op de STOP-toets (3). De maairobot蚂akt via de maaihoogteverstelling (4) een traploze aanpassing van de maaihoogteussen 20 en 60~mm maybeik, die op de schaal kan worden afgelezen.

Als het gras hoger is dan 60~mm dan要去 het tot minstens 60~mm worden gekort om de maiarobot Niet overmatig te belasten en de effi cientsie nicht te verlagen. Gebruik waaroor een conventionele grasmaier of een trimmer.

Na aflsuiting van de installmentie kan de maaihoogte via de verstelling (4) worden aangepast. Begin al-tijd met een hogere maaihoogte en verlaag.Deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte.

6.4 Blokkerinrichting / PIN

De blokkeerinrichting verhindert een Niet toegestane inzet van de maairobot zonder een geldige code. Daarvoor moet u een persoonlijke veiligheidscode invoeren die bestaat UIT vier tekens.

Ontgrendeling

Voordat u de maairobot in bedrijf neemt要去 de correcte PIN invoeren (standaard PIN: 0-0-0- 0'). Voer de PIN in met behulp van de navigatiotoetsen (55).

Standaard PIN: Nieuwe PIN:

0000

PIN wijzigen

Om de PIN te wijzigen gaat u als volgt te werk: 1. Ontgrendel het bedieningsveld.
2. Druk eerst op de toets 'SET' (51) om instellen-gen uit te voeren.
3. Navigeer in het menu van het LCD-display (50) met de navigatietoetsen (55) maar het punt 'Algemeen' enervoigensaar PINcode'.
4. Voer eerst de huidige PIN (standaard PIN 0-0-0-0) in met behulp van de navigatietoeten (55).
5. Vervolgens voert u met behulp van de navigatietaotoetsen (55) uw persoonlijke PIN in.
6. Bevestig de uitgevoerde instelleningen.
7. Herhaal stap 5. en 6. om de nouvelle PIN te bevestigen.
8. Opgelet! Noteer de nouvelle PIN!

PIN aanvragen bij verlies

Houd de kwitantie en het serienummer van de maairobot bij de hand. Deze heeft u nodig om uw PIN te ontvangen!

Variant A:

  1. Druk in de vergrendelde status 6 seconden op de toets 'SET' (51).
  2. De PUK worden nu weergegeven in het display (50).
  3. Wend u tot de klantendienst om uw PIN te ontvangen.

Variant B:

  1. Sluit op de USB-aansluiting (26) zoals afgebeeld een lege USB-stick aan (afbeelding 11).
  2. Schakel de hoofschakelaar (7) in (ON).
  3. De maairobot slaat de PUK automatisch op op uw USB-stick en beeindigt het proces met een pieptoon.
  4. Trek de USB-stick eruit. Lees de gevevens op de USB-stick uit op een computer. Door de maiarobot werden een tekstbestand (.txt) aangemaaakt. Dit bestand bevat een PUK, een persoonlijke code. Wend u tot de klantendienst om uw PIN te ontvangen.

NL

6.5 Instellingen van de maairobot

In het hoofdmenu van het LCD-display (50) vindt u de huidige datum- en tijdinstellenen van de maairobot, en de huidige laadtostand. De status van de regensensor, het draadsignaal en van het geseleeteerde maaiprogramma worden eveneens weergegeven in de symboolbalk. Via het bedieningsveld heeft u de opties om met de toets 'SET' (51) instellenen aan de maairobotuit te voeren en om met de toets MODE' (52) de maairobot met verschillende maaiprogramma's te starten. Ga met de navigatietoetsen (55) maar het gewenste punt om instellenen uit te voeren. Druk op de BACK-toets (54) om het betreffende menu te verlaten.

Installingen-Toets SET51

Met de toets 'SET' (51) kut u defundamentele instellenen aan uw mairobot uitovoeren. Ga met de navigatietoetsen (55) maar het gewenste punt en bevestig of verwerp de uitgevoerde instellenen verrolgens met de toets OK (56) of de Back'-toets (54).

Tijdschema

Ga met de navigatietoetsen (55) maar de betreffende weekdag, waaroor u instellenen wilt uityoeren. De maairobot zar in de normale bedrijfsmodus automatisch op de betreffende weekdag en op het ingestelde moment uw gazon beginnen te maaien. Voor deinsteling van de maaitijd worden als richtwaarde 8 uur per dag bij 500m^2 aanbevolen. Al naargelang de groote en complexiteit van de tuin moet de gekozen werkelijk worden aangepast.

Zone

Bij tuinen met allerlei hoeken kan de maairobot problemen hebben om elke zone te bereiken en het gazon volledig te maaien. In dit geval kuren meerere startpunten op de begrenzingsdraad (18) worden gekozen. Zo kan de maairobot ook moeilijk toegankelijke delen van uw tut bereiken. De maairobot zal de gekoen afstand aan de begrenzingsdraad (18) afleggen en in dit deed beginnen te maaien (afbeelding 6m). Ga met behulp van de navigatietoetsen (55) maar de waarde die u wilt wijdigen, en stel de gewenste afstand en freqente in. - Het laadstation (19) worden automatisch gedefinieree als startpunt 1. De twee verdere startpunten+kennen vrij worden gekoen. Meet hiervoor de afstand+tussen laadstation (19) en startpunt met de klok mee langs de begrenzingsdraad (18). Via de freqente legt u vast hoe vaak de maairobot vanuit het laadstation (19), of vanuit een van

de betreffende startpunten, zich werk start.

- Randmaaien

De maiarobot maait eenmaal per week aan het begin van zich werkvenster de rand van het gazon en begintervolgens te maaien.De standaard instelling af fabriek is Aan'.

Foutgeheugen

U krijgt informatie over de hetIRST opgetreden fouten van uw maairobot.

Regensensor

De regensensor (5) kan via deze instelling in- en uitgeschakeld worden. De standarda fabrieksinstellung voor de sensor is Aan'. - Een gedetailleerde beschrijving van de regensensor kan worden nagelezen in Inbedrijstelling' onder 'Sensoren'.

Algemeen

  • PIN-code: U kurz de PIN van de maairobot wijzigen en uw personlijke PIN gebruiken. Ga waaroor te werk zoals beschreiben in het hoofdstuk 'Blokkeerinrichting / PIN'. Opgelet! Noteer de neue PIN.
  • Datum & Tijd: Ga met behulp van de navigatietoetsen (55) maar het betreffende punt en voer de gewenste instellenen UIT.
    -Taal: Ga met behulp van de navigatietoetsen (55)aar de gewenste taal.
  • Softwareversie: Hier is de actuèle softwareversie van de maairobot vermeld.

Maaiprogramma's-Toets'MODE' (52)

Ga met de navigatietoetsen (55) maar het gewenste maaiprogramma om dit te starten. U heeft telkens de keuze tussen het primaire vlak / hoofdvlak en het secundaire vlak / nevenvlak. Meer informatie over de beiden vlakken vindt u in het hoofdstuk 'Inbedrijfstelling' onder het punt Begrenzingsdraad'.

Maaien

Start de maairobot om het gazon te maieren en de maairobot schakelt aan de hand van het ingestelde tjdschema om in de normale bedrijfsmodus.

- Randmaaien

Zet de maairobot in de buurt van de begrenzingsdraad (18) of start hem terwijl hij zich in het laadstation (19) bevindt. De maairobot volgt de begrenzingsdraad (18) met ingeschakeld maaiwerk met de klok mee tot aan de achterkant van het laadstation (19). Vervolgens keert de maairobot terug maar het laadstation (19), mits er geen werkvenster actief is.

NL

- Spot Mowing

Het kan voorkomen dat uw maairobot sommige plekken Niet voldoende grondig maait. Zet de maairobot op een gewenstelek en start hem.De maairobot zal beginnen het gazon in spiraalvorm te maaien, tot hij op een hindernis of bebegrenzingsdraad (18) stuit. Vervolgens keert de maairobot terug maar het laadstation (19), mits er geen werkvenster actief is.

- Naar het laadstation

Stuur uw maairobot terug hier het laadstation (19). De maairobot gezelt de begrenzingsdraad (18) en volgt deze gegen de klok in hier het laadstation (19). Hier valt de optie van het secundaire vlak / nevenvlak weg.

6.6. Besturing van de maairobot

Starten

  1. Druk op de STOP-toets (3) en open de afdekking van het display (25) volledig.
  2. Ontgrendel het bedieningsveld (2).
  3. Kies via de toets 'MODE' (52) het gewenste maaiprogramma en het werkvlak.
  4. Druk op de toets 'START' (53).
  5. Sluit de afdekking van het display (25).

De maairobot werknt nu overeenkomstig de instelling van de maaitijd. Tijdens de werkelijk wordt de laadtoestand van de accu bewaakt en weergegeven op het LCD-display (50). Zodra de laadtoestand daalt tot 30% keert de maairobot automatisch terug maar het laadstation (19).

Afbreken van het maaien

  1. Druk op de STOP-toets (3) om de maairobot meteen te stoppen.
  2. Open de afdekking van het display (25) volledig.
  3. Ontgrendel het bedieningsveld (2).
  4. Druk op de toets 'MODE' (52) en kies 'Naar het laadstation' om de maairobot langus de begrenzingsdraad (18) terug te sturen maar het laadstation (19).
    5.Druk op de toets START' (53).
  5. Sluit de afdekking van het display (25).

6.7 Besturing van de maairobot met behulp van de app

Alle instelligen die via het bedieningsveld kunnen worden uitgevoerd,+kennen eveneens gebeuren via de app. Download erst de Einhell app voor maairobots op uw smartphone.De Einhell app kan worden gedownload via de volgende link en QR-code:

iOS: http://qr.einhell.com/12e103ce

EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - Besturing van de maairobot met behulp van de app - 1

EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - Besturing van de maairobot met behulp van de app - 2
Android: http://qr.einhell.com/176c0443

Verbind met behulp van een Bluetooth verbinding de maiarobot met uw smartphone en volg de aangegeven stappen.

Informatie over de Bluetooth verbinding:

Maak verbinding met de maairobot in de Einhell app, nadat u zich als gebruiker aange-meld en het apparatusaat geregisteerd heeft.
- Bij Android apparaten要去 de standplaats voor de Einhell app worden vrijgeveen om gebruik te+kunnen make van de Bluetooth verbinding.
Koppel de maairobotuitsluitend binnen de Einhell app van uw smartphone.
Maak verbinding met de maairobot in de Einhell app.
- De actieradius van een Bluetooth verbinding is beperkt. Blijf waarom om de maairobot aan te sturen in de buurtaarvan.
Op hetzelfde moment kan de maairobot altijd maar een verbinding met een smartphone make.
- Onderbreek de Bluetooth verbinding, nadat u alle instellingen aan de maairobot heeft UITgevoerd.

NL

7. Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen

Gevaar!

Vór alle reinigings- en onderhoudswerkzaam-heden要去 het apparaat spanningsvrij worden geschakeld, waarvoor u de netstekker uit de contactdoos要去 trekken en het apparaat via de hoofdschakelaar (7) uitschakelt (OFF) (afbeeling 8). Neem boendien de accu (22) uit de maairobot.

Voorzichtig! Werkhandsohen dragen!

7.1 Reiniging

Houd de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo Veel möglichk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- De maairobot mag nicht met stromend water, vooral nicht onder hoge druk, worden gereignid.
Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat smeerzeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen, odomat deze de kunststof delen van het apparaat zouden kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnenin het apparaat verecht kan komen.
Maak de maairobot indien möglichk schoon met een borstel of doeK.
- Controller de beweeglijkheid van de klingen (10) en van de messenschijf (11)
- Gebruik voor de reiniging van de laadcontacten aan de maairobot (1) en het laadstation (19) reinigingsmiddel voor metaal of zeer+fijn schuurpapier. Maak deze schoon om een efficiert laadproces te garanderen.

7.2 Onderhoud

  • Versleten of beschadigde klingen (10) en bevestigingschroeven要去en algid per set worden verrangen.
    Vervang versleten of beschadigde delen.
    Voor een lange levensduur要去en alle schroefdelen en de wieren en assen schoongemaaakt enervoigens met olie gesmeerd worden.
  • De regelmatie verzorging van de maairobot verzekert Niet alleen een lange levensduur en goede prestaties, maar draagt er ook toe bij dat uw gazon zorgvuldig en eenvoudig worden gemaaid.
  • De het sterkest aan slijtage onderhevige componenten zijn de klingen (10). Controller

regelmatig de toestand van de klingen (10) en de bevestiging waarvan. Als er overmatige trillingen optreden aan de maairobot, dan kan dit erop duiden dat de klingen (10) beschadigd zijn resp. door stoten werden verrormd. Als de klingen (10) zich versleten of beschadigd, dan要去 den ze meteen worden verrangen.

  • Controller regelmatig het maaipatroon van het gazon. Door onscherpe klingen worden de grashalmen Niet zuiver afgeseden. Daardoor kan het gras aan het oppervlaklicht uitdrogen en verdort het.Vervang daarom de klingen regelmatig, opdat u een zuiver enrecht maairesultaat verkrijgt.
  • Controller de onderkant van de maairobot regelmatig op verruilingen. Reinig de maairobot regelmatig. Verwijder sterkere verontreinigin-gen onmiddelijk.
    In de eerste weken na de inbedrijfstelling en als waaroor met een conventionele grasmaier ward gemaaid, kan uw maairobot sterk verontreinigd raken. Controlleraarom de onderkant van uw maairobot gedurende dezeperiode vaker.
    Verkort het gras om een sterke verontreiniging te vermijden slechts inkleine stappen.
  • Binnenin het apparaat zijn er geen andere te onderhonden onderdelen.

7.2.1 Vervangen van de klingen

Gebruik alleen originele klingen, aangezien anders functies en verilgheid Niet zich garandeerd. De maairobot is uitgerust met drie aan een messenschijf (11) gemonteerde klingen (10). Deze klingen (10) hebden een levensduur van maximaal 3 maanden (wanner er geen hindernissen worden getroff en). Vervang alle drie klingen (10) gliktijdig om uit te sluiten dat de effiients en balans van uw apparataq negatif worden beinvloed.

Om de klingen (10) te verrangen gaat u als volgt te werk (afbeelding 12)-Opgelet! - Handschoenen dragen:

  1. Blokker met een schroevendraier de rota-tie van de messchijf (11). Steek hiervoord schroevendraier door de Voorziene gaten in de messchijf (11) en de beschemkam.

  2. Draai de bevestigingschroeven los.

  3. Neem de klingen (10) eraf en verrang deze door neue. Vervang alle drie klingen (10).altijd per set.
  4. Daarna draait u de bevestigingschroeven weer vast. Let erop dat de neue klingen (10) vrij+kunnen worden gedraaid.

NL

Voer regelmatig een algemene controle van de maairobot uij en verzamel alle opgezamelde resten. Vór elk begin van een seizedoen de toestand de klingen (10) absolut controlleren. Wend u bij reparations tot once klantendienst. Gebruik alleen originele onderden.

7.2.2 Software update

Wonneer u de software wilt updater, kopier dan de neue software op een lege USB-stick (eventuel de USB-stick eerst formatteren). Zorg ervoor dat de accu volledig is geladen, voordat u de volgende stappen utvoert.

  1. Zet de maiarobot op het te maaien terrein. De maiarobot mag zich bij de software update niet in het laadstation bevinden.
  2. Sluit aan de USB-aansluiting zoals afgebeeld een USB-stick aan (afbeelding 11).
  3. Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON).
  4. De maairobot start nu de update van de software en geeft waar bij de huidige status aan. Nadat de neue software volledig is gekopiererd, gaat de maairobot in de normale bedriifstoestand.
  5. Als het update proces is afgesloten, trek dan de USB-stick eruit en sluit de afdekking.

7.2.3 Reparatie van de begrenzingsdraad

Als de begrenzingsdraad (18) op een bepaald punct worden doorgesneden, gebruik dan voor de reparatie de meegeleverde kabelverblinker (16). Daarvoort steekt u beiden uiteinden van de doorgesneden begrenzingsdraad (18) in de kabelverblinker (16) en drukt u deze met behulp van een tang samen. Steek de netstekker in de contactdoos. Controleerervoigens aan de hand van de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) de werking.

7.3 Bestelling van onderden:

Bij de bestelling van onderdelen moeten de vol-gende gegevens worden vermeld:

Type van het apparatus
Artikelnummer van het apparatus
- Ident.-nummer van het apparatus
- Onderdeelnummer van het benodigde onder-deel

Actuelle prijzen en info vindt u terug onder www.Einhell-Service.com

Reserve klingen art.-nr.: 34.140.20

NL

10. Verwerking en recycling

Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te verhinderen. Deze verpakking is een grondstof en dus herbrulkbaar of kan worden teruggevoerd in de grondstoffkringloop. Het apparaat en zich toebehoren bestaan uit diverse materialien, zoals bijv. metaal en kunststof. Defecte apparaten horen nicht bij het huisvuil. Voor deskundige verworking moet het apparaat bij een waarvoort bestemdeinzamelplaats worden afgegeven. Indien u geen izamelpunt kent,gelieve dan bij de gemeente te informeren.

EINHELL FREELEXO 750 LCD BT+ - Verwerking en recycling - 1
Enkel voor EU-landen

Elektrisch gereedschap hoor nicht bij het huisvuil thuis!

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestellen en omzetting in nationaalrecht dienen afgedankte elektrische gereedschappen afzonderlijk te worden verzameld en milieuvriendelijk te worden gerecycleerd.

Recyclagealternatif i.p.v. het toestel terug te sturen: De eigenaar van het elektrische toestel is alternatief verplicht, i.p.v. het toestel terug te sturen, mede te werken bij de behoorlijke recyclage in geval hij zich van het eigendom ontdoet. Het afgedankte toestel kan hiervoor ook bij een verzamelplaats worden afgegeven die voor een verwijdering als bedoeld in de wetgeving in zakte recyclage en afvalverwerking zorgt. Hieronder vallen nicht bij de afgedankte toestellen gevoegde accessiores en hulpmiddelen zonder elektrische componenten.

Nadruk of andere reproductie van documentationie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeelrijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van Einhell Germany AG.

Technische wijzigingen voorbehonden

NL

11. Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten

LED-indicatie (21)Beschrijving Oplossing
Uit - Geen stroomtoevoer - Controller de stroomtoevoer
Brandt groen - Klaarom te maaien- Accu (22) volledig geladen-Begrenzingsdraad (18) aan-gesloten
Knippert groen - Begrenzingsdraad (18) door-gesneden- Onderzoek de begrenzingsdraad (18) op een breuk
Brandt rood - Accu (22) worden geladen - Wacht tot de accu (22) volledig is geladen

12. Indicatie van de maairobot en verhelpen van fouten

Foutmelding van de maairobot in het LCD-display (50)

Fout Mogelijk oorzaak Verhopen
Geen signalaal - Begrenzungsdraad verkeerd aangesloten- Geen stroomtoevoer - Begrenzungsdraad (18) door-gesnedenController of de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt. - Zorg ervoor dat de begrenzungsdraad (18) correct en in het midden onder het laad-station (19) is gelegd. - Controller de positie van het laadstation (19).
Buiten gebied- Begrenzungsdraad verkeerd aangesloten - Maairobot buiten het maai-gebied- Zorg ervoor dat de begrenzungsdraad (18) correct en in het midden onder het laad-station (19) is gelegd. - Zorg ervoor dat de maairobot zich in het maaigebied bevindt.
Batterijfout- Er is een accufout opgetre-den bij de maairobot. - De accu (22) kan nicht wor-den geladen. - De accu (22) heeft het einde van+zijn levensduur bereikt.- Controller of de accu (22) juist werd ge-monteerd. - Controller of de hoofdschakelaar (7) is ingeschakeld (ON), verwijl de maairobot zich in het laadstation (19) bevindt. - Controller de positie van het laadstation (19). Vervang indien nodig de accu (22).

NL

Fout Mogelijk teoorzaak Verhelpen
Batt. temp. fout Te hoge/lage accutemperatuur resp. overtemperatuur van de besturing - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 65 °C keert de maairobot terug maar het laadstation (19). - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 45 °C of lager dan 0 °C wordt het laadproces gestopt en wacht de maairobot aan het laadstation (19).- Kies de werklijk in de zomer in de vroege ochtenduren en vermijd de inzet van de maairobot tijdens de hete uren van de dag. - Na het afkoelen van de accu resp. de besturing tot binnen het toegelaten tem-peratuurbereik keert de maairobot auto-matisch terug maar het geprogrammeerde bedrijf.
Maaier opgetild - Hef sensor heeft continu 10 seconden lang gereageerd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdekking van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Indien deze fout vaker optreedit, controller dan het maaigebied op hindernissen met een hoogte van meer dan 10 cm en ver-wijder.Deze, of scherm de hindernissen met de begrenzingsdraad (18) af van het maaigebied.
Maaier geblokkeerd - Hindernissensor binnen een minuut meermaals geactiveerd - Hindernissensor 10 secon-den ononderbroken geactiveerd - Hindernissensor tijdens de rit terug maar het laadstation (19) driemaal geactiveerdDruk op de STOP-toets (3) om de afdekking van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Controller of de maairobot door een hindernis geblokkeerd ofussen bomen, struiken enz. ingeklemd is. Eliminee derhindernis of vermijd deze zone. - Indien deze bout vaker opttreedit, controller dan of de begrenzingsdraad (18) goed is gelegd. Let met name op nauwe hoeken, doorgangen, hekken, rotsen enz., en pas de layout van de begrenzingsdraad (18) indien nodig aan. - Controller of het gras te hoog is en de maairobot worden geblokkeerd. Maai het gras in dit geval tot onder 60 mm.

NL

Fout Mogelijk teoorzaak Verhelpen
Te zich bij station -Maairobot werden te zich bij het laadstation (19) terug-gestuurd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - De maairobot要去 met een minimum afstand van 2 m terug�at het laadstation (19) worden gestuurd.
Omgevallen - Maairobot werden 10 seconden continu gekanteld. - Maairobot is gedurende langere tijd in een richting geheld.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Zet de maairobot op een vlakte onder-grond en start hem opnieuw. - Indien de maairobot vanwege een steile helling in het maalgebied is gekanteld, pas de begrenzingsdraad (18) dan zo aan, dat sterke hellingen worden verme-den.
Wielfout - Achterwieten (8) werden op-getild door een hindernis. - Achterwieten (8) können zich door oneff en gazon vrij draai-en.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Zet de maairobot op een vlakte onder-grond en start hem opnieuw.
STOP-knop - fout De afdekking van het display (25) is geopend, maar de STOP-toets (3) werk Niet geac-tiveerd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (25) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Controller of de afdekking van het display (25) met de STOP-toets (3) vrij kan worden geopend en gesloten. - Controller de functionaliteit van de STOP-toets (3).

NL

Fout Mogelijk teoorzaak Verhelpen
PCB overtempe-ratuurTe hoge/lage accutemperatuur resp. overtemperatuur van de besturing - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 65 °C keert de maairobot terug maar het laadstation (19). - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 45 °C of lager dan 0 °C wordt het laadproces gestopt en wacht de maairobot aan het laadstation (19).- Kies de werklijk in de zomer in de vroege ochtenduren en vermijd de inzet van de maairobot tijdens de hete uren van de dag. - Na het afkoelen van de accu resp. de besturing tot binnen het toegelaten tem-peratuurbereik keert de maairobot automatisch terug maar het geprogrammeerde bedrijf.
Regen - De regensensor (5) heeft gereageerd.- Wacht tot de maairobot droog is. - Een gedetailleerde beschrijving van de sensor kan worden nagelezen in hoofdstuk 5.2.
Sensorfout - De maairobot ward gestopt op grond van een sensorfout.Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten.
Motorfout / Overstroom- De maairobot is op grond van een overstroom in de motor of een motorfout gestopt.Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten. - Controller de hoogte van het gras in het maagebied en maai indien nodig met een conventionele grasmaaier het gras tot kor-ter dan 60 mm. - Verhoog de snijhoogte. Begin alsijd met een hogere maaihoogte en verlaag deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte. - Onderzoek de messenschijven (11) en wie-len op verruiling en reinig deze grondig. - Controller de weiterwilen en de messenschij op blokkades. Indien u deze blokkades nicht kunt elimineren, fend u dan tot de bevoegde klantendienst.
Bedrijsfout - De maairobot ward gestopt op grond van een bedrijfs-fout.Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten.

NL

Foutopsoring

Fout Mogelijk teoorzaak Verhelpen
De maairobot staat in het maaigebied De maairobot kan Niet worden ingeschakeld- Accuspanning te laag - Fout aan de stroomkring of de elektronica
De maairobot kan Niet in het laadstati-on rijden- Laadstation (19) Niet correct geinstalleer
De maairobot stopr. rijdt ongecon-troleer in de buurt van begrenzingsei-landen.- Begrenzingsdraad (18) Niet juist geinstalleer rond de begrenzingseilanden
De maairobot maakt veil lawaai- Klingen (10) beschadigd - Aan de klingen (10) hechten velk vremde materialen - Maairobot te zich bij hinder-nissen gestart - Mesaandrijving of aandrijf-motor beschadigd - Andere delen van de maairobot beschadigd
De maairobot blijft in het laadstation De maairobot keert steeds wee terug�at het laadstation- Verkeerde instelleningen van de werktijd - Accu (22) leeg - Regensensor gereageerd - Verhoogde accutemperatuur
De maairobot blijft op de begrenzings-draad staan en kan het laadstation Niet bereiken.- Accu (22) leeg. - De lengte van de begren-zingsdraad (18) en daardoor de weg maar het laadstation (19) is te lang voor de gebru-ekte accu (22).

OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdraden en gevolgschade vallen nicht onder de garantie!

NL

13. Indicatie lader

IndicatiestatusBetekenis en maatregel
Rode LEDGroene LED
Uit KnippertOperationaliteitDe lader is aangesloten aan het net en operationeel; de accu zit nicht in de lader.
Aan Uit LadenDe lader laadt de accu in de snelle laadmodus. De laadduur vindt u direct aan de lader.Aanwijzing! Al naargelang de acculading kan de laadduur ie's afwijken van de vermeldeijdden.
Uit Aan De accu is opgeladen en operationeel.Daarna worden tot aan de volledige lading omgeschakeld op een bufferla-ding.Laat de accu hiervoor ongeveer 15 min. langer in de lader zitten.Maatregel:Neem de accu uit de lader. Isoeleer de lader van het net.
Knippert UitAanpassingsladingDe lader bevindt zich in de modus behoedzame lading.Hierbij worden de accu om veiligheidsredenen langzamer geladen, hetgeenmeerijd vergrt. Dit kan de volgende orzaken hebben:- De accu werk zeer langeijd Nieteer geladen.- De accutemperatuur ligt Niet in het ideale bereik.Maatregel:Wacht tot het laadproces is afgesloten, de accu kan niettermin verderrwen geladen.
Knippert Knippert FoutLaadproces is Niet meer mogelijk. De accu is defect.Maatregel:Een defecte accu mag Niet meer worden opgeladen.Neem de accu uit de lader.
Aan Aan TemperaturstoringDe accu is te warm (bijv. direct instralend zonlicht) of te koud (onder 0 °C).Maatregel:Neem de accu de lader uit en bewaar hem 1 dag bij kamertemporatuur(ca. 20 °C).

NL

Service-informatie

Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zich genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialien te uwer beschikking.

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zich aan een slijtage door gebruik of een natururlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zich als verbruiksmaterialien.

Categorie Voorbeeld
Slijtstukken* Accu
Verbruiksmaterialial/verbruiksstukken* Klingen
Ontbrekende onderdelen
  • nicht verpflicht bij de leveringsomvang begrepen!

Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.Einhell-Service.com. Gelingte te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de bout en waar bij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:

  • Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
    Is uiets opgevallen voordat het defect zich Voordeed (symptom voor het defect)?
  • Welke foulieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptom)? Beschrijf deze foulieve werkwijze.

NL

Garantiebewijs

Geache klant.

onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit Niet maar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerste en vragen u zich te wenden tot once servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag Telefonisch tot uw Dienst via het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met hetrecht garantie geldt het volgende:

  1. Deze garantievooraarden zijn uitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z.atuurlijke personen die dit product nicht in het kader van hun ambachtelijk noch van een andere zelfstandige activiteit wilnen gebruiken. Deze garantievooraarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zich nuwe apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijk garantie. Uw wettelijk garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
  2. De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht zichew apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een materiaal- of productiefout, en is maar once keuze beperkt tot het verhelppen van zulke gebreken aan het apparaat of de verranging ervan.

Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun bestemming nicht ontworpen zich voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen spreke, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciele, ambachtelijkde industrielle bedrijven werden ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werk blootgesteld.

3. Van onsze garantie zijn uitgesloten:

  • Schade aan het apparaat als gevolg van Niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installment, als gevolg van Niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of Niet-inachtneming van de onderhouds- eneiligheidsvoerschoten, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

  • Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassenen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van Niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vremeinde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).

  • Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natururlijke slijtage.

  • De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dieren voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellten van het defect geldend te worden gemaakt. Het indieren van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of verranging van het apparaat leidt nicht tot een verlenging van de garantieperiode noch worden door deze prestatie een neue garantieperiode voor het apparaat of voor eventuele ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het terplaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

  • Gelseve om een garantieclaim in te dieren het defecte apparaat aan te melden onder: www.Einhell-Service.com. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het nieuwe apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennenuitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen once garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of nuw apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te verhopen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.

Voor slijtstukken, verbruiksmaterial en ontbrekende onderdelen worden verwezenaar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding.

E

Índice de Contents

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : FREELEXO 750 LCD BT+

Categorie : Robotmaaier