MD 37020 - Airconditioning MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 37020 MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MD 37020 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 37020 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 37020 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 37020 MEDION
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing 99
1.1. Betekenis van de symbolen ....99
FR
2. Beoogd gebruik
NL
3. Veiligheidsvoorschriften
3.1. Personen die het apparaat niet mogen gebruiken ....102
ES
3.2. Stroomvoorziening 10
1C
3.3. Aanwijzingen voor het koelmiddel ....105 IT
IT
3.4. Productspecifieke gevaren 10:
3.5. Geluidsemissie 108
3.6. Opslag en transport 108
3.7. Omgang met batterijen 109
4. Inhoud van de levering 111
5. Overzicht van het apparaat 112
5.1. Voorkant....112
5.2. Achterkant....113
5.3. Bedieningspaneel 114
5.4. Afstandsbediening 116
5.5. Raamafdichting 117
6. Apparaat voorbereiden/opstellen
6.1. Condensaatafvoerslang monteren 118
6.2. Luchtafvoerslang monteren 11
6.3. Raamafdichting monteren 12
6.4. Lamellen op de luchtafvoer instellen ....123
6.5. Batterijen in de afstandsbediening plaatsen 123
7. Bediening 12
7.1. Apparaat in-/uitschakelen
7.2. Bedrijfsmodus instellen
7.3. Timer instellen....126
7.4. Toetsblokkering 127
7.5. Wateropvangreservoir leegmaken
8. Probleemoplossing 12
9. Reiniging 13
10. Buiten gebruik stellen en opbergen 134
- Afvalverwerking 135
- Technische gegevens.... 136
- Conformiteitsinformatie 137
- Service-informatie.... 137
- Impressum.... 139
- Algemene garantievoorwaarden 140
16.1. Algemeen....140
16.2. Bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of vervanging op locatie....141
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat.
Lees de veiligheidsvoorschriften aandachtig door voordat u het product in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht.
Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Als u het apparaat verkoopt of doorgeeft, geef dan ook deze gebruiksaanwijzing mee omdat deze een wezenlijk onderdeel is van het product.
1.1. Betekenis van de symbolen

GEVAAR!
Waarschuwing voor direct levensgevaar

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel

VOORZICHTIG!
Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig en/of licht letsel

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor gevaar door brandgevaarlijke en/of licht ontvlambare stoffen

LET OP!
Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen.

Meer informatie over het gebruik van het apparaat

Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht.

Neem de onderhoudsaanwijzingen in acht.
Opsommingsteken/informatie over gebeurtenissen die zich tijdens de bediening kunnen voordoen
Instructie voor een uit te voeren handeling
■ Veiligheidsvoorschriften die in acht moeten worden genomen
Veiligheidsklasse I
Elektrische apparaten van veiligheidsklasse I zijn elektrische apparaten die in hun geheel

minimaal zijn voorzien van een basisisolatie en daarnaast een geaarde apparaatstekker of een geaard vast netsnoer hebben. Elektrische apparaten van veiligheidsklasse I kunnen onderdelen hebben met een dubbele of versterkte isolatie of onderdelen die werken op een zeer lage veiligheidsspanning.

Verklaring van overeenstemming (zie hoofdstuk „Konformitätsinformation“). Producten die zijn gemarkeerd met dit symbool, voldoen aan de Europese richtlijnen.

Milieuvriendelijke afvoer
Apparaten met dit symbool moeten op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd.

Milieuvriendelijke afvoer
Batterijen moeten op een milieuvriendelijke manier worden wegge- gooid.

Dit symbool duidt op gescheiden afvalverwerking van de gebruikte verpakkingsmaterialen. Maak gebruik van uw lokale afvalverwerkingsdiensten.
2. Beoogd gebruik
Dit apparaat is dient voor luchtkoeling in afgesloten ruimtes binnenshuis. Gebruik het apparaat niet in de openlucht.
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.
Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt:
■ Bouw het apparaat niet om zonder onze toestemming. Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde aanbouwapparaten.
■ Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
■ Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houdt u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. Elke andere bediening geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade.
3. Veiligheidsvoorschriften
3.1. Personen die het apparaat niet mogen gebruiken

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Gevaar voor letsel bij kinderen en personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking (zoals personen met een handicap en ouderen met een lichamelijke en verstandelijke beperking) of met gebrek aan kennis en ervaring (zoals oudere kinderen).
■ Bewaar het apparaat en de accessoires buiten het bereik van kinderen.
■ Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits iemand toezicht op hen houdt of hen instructie heeft gegeven hoe ze het apparaat veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich meebrengt.
■ Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
■ Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen.
■ Kinderen kunnen de risico's die bij het gebruik van elektrische apparaten kunnen optreden niet goed inschatten. Wees voor-al voorzichtig bij gebruik van het apparaat als er kinderen in de buurt zijn.
■ Kinderen jonger dan 8 jaar moetende buurt van het apparaat en het netsnoer worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking.
■ Bewaar al het gebruikte verpakkingsmateriaal (folie, zakken, stukken polystyreen enz.) buiten het bereik van kinderen.
■ Laat kinderen niet met de verpakking spelen.
3.2. Stroomvoorziening

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken/kortsluiting!
Er bestaat gevaar voor een elektrische schok of kortsluiting door onderdelen die onder spanning staan.
■ Het apparaat mag niet worden ondergedompeld in water of een andere vloeistof en niet onder stromend water worden gehouden, omdat dit een elektrische schok tot gevolg kan hebben.
■ Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd en goed bereikbaar stopcontact in de buurt van het apparaat. De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat.
■ Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat, zo nodig, snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
■ Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact wanneer u
– het apparaat gaat reinigen;
– het apparaat niet meer gebruikt;
- het apparaat niet in de gaten kunt houden.
■ Trek altijd aan de stekker, nooit aan het netsnoer.
■ Plaats het apparaat niet in de buurt van een wasbak en stel het niet bloot aan druip- en spatwater.
■ Gebruik het apparaat uitsluitend binnenshuis.
■ Gebruik het apparaat niet buitenshuis
■ Let op dat het netsnoer niet in contact komt met hete voor-werpen of oppervlakken (bijv. kookplaten).
■ Gebruik het apparaat niet als het apparaat zelf of het netsnoer zichtbaar is beschadigd of het apparaat is gevallen.
■ Apparaten die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet, kunnen bij onweer beschadigd raken. Trek daarom bij onweer altijd de stekker uit het stopcontact.
■ Controleer het apparaat en het netsnoer vóór het eerste gebruik en altijd na gebruik op beschadigingen.
■ Wikkel het netsnoer helemaal af.
■ Zorg ervoor dat er geen knikken in het netsnoer komen en dat het snoer nergens klem zit.
■ Neem bij transportschade onmiddellijk contact op met het Service Center.
■ Breng in geen geval op eigen initiatief veranderingen aan het apparaat aan en probeer niet om een onderdeel van het apparaat zelf te openen en/of te repareren.
■ Laat het netsnoer uitsluitend repareren bij een professioneel reparatiebedrijf of neem contact op met het Service Center om gevaarlijke situaties te voorkomen.
■ Raak de stekker niet aan met natte handen.
■ Stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandigheden. Vermijd:
– hoge luchtvochtigheid of vocht;
– extreem hoge en lage temperaturen;
- direct zonlicht;
- open vuur;
– mechanische trillingen of schokken;
– overmatige blootstelling aan stof;
- ontbrekende ventilatie, zoals in een kast of boekenrek.
■ Controleer of het apparaat uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
■ Trek de stekker nooit uit het stopcontact als het apparaat ingeschakeld is.
■ Gebruik geen meervoudige stekkerdoos.
■ Gebruik geen verlengsnoer.
■ Schakel het apparaat onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact als u een onaangename geur (brandlucht) ruikt.
■ Gebruik geen water om het apparaat te reinigen.
■ Gebruik geen brandbare reinigingsmiddelen.
■ Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen middelen voor het versnellen van het ontdooiproces of voor de reiniging.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door onachtzaam gebruik.
■ Laat het apparaat nooit ingeschakeld als er niemand bij is.
■ Zorg ervoor dat er niemand over het netsnoer kan struikelen. Gebruik geen verlengsnoeren.
■ Plaats het apparaat rechtop op een stabiele, vlakke ondergrond.
■ Plaats het apparaat alleen op de vloer.

LET OP!
Mogelijke materiële schade!
Het apparaat kan door verkeerd gebruik beschadigd ra- ken.
■ Gebruik het apparaat niet zonder dat de filterzeef is geplaatst.
3.3. Aanwijzingen voor het koelmiddel
Het in dit apparaat gebruikte koelmiddel R290 heeft geen schadelijke invloed op de ozonlaag (ODP), een verwaarloosbaar broeikaseffect (GWP) en is wereldwijd beschikbaar. Vanwege zijn efficiënte energetische eigenschappen is R290 uitermate geschikt als koelmiddel voor deze toepassing. Vanwege de hoge ontvlambaarheid van het koelmiddel moeten bijzondere voor-zorgsmaatregelen in acht worden genomen.

WAARSCHUWING!
Brandgevaar!
Het koelsysteem van het apparaat bevat het natuurlijke koelmiddel propaan R290.
■ Het koelmiddelcircuit mag niet beschadigd raken.
■ Om bij beschadiging van het koelsysteem voor voldoende lucht te zorgen, moet de ruimte voor gebruik, opslag en installatie minimaal 7 m² groot zijn.
■ Ventileer de ruimte als het koelsysteem toch beschadigd is geraakt. Evacueer de ruimte. Vermijd open vuur en ontstekingsbronnen. Laat het apparaat door een professional repareren voordat u het weer in gebruik neemt.
■ Aanpassingen aan het koelmiddelcircuit zijn niet toegestaan en hebben tot gevolg dat de garantie komt te vervallen.
■ Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen middelen voor het versnellen van het ontdooiproces of voor de reiniging.
■ Extreem ontvlambaar gas: vermijd open vuur, vonken en ontstekingsbronnen tijdens gebruik, onderhoud en afvoer van het apparaat.
■ Bevat gas onder druk, kan bij opwarming exploderen.
■ Bij brand van uitstromend gas blust u niet voordat de lekkage zonder gevaar kan worden verholpen.
- Bij reparatie- en onderhoudswerkzaamheden (bijv. bij werken met warmte en hitte aan het apparaat): Houd voor noodgevallen een brandblusser met poeder of CO ^2 in de buurt.
■ Bewaar het apparaat op een goed geventileerde plaats die is beschermd tegen zonlicht.
■ Verwijder geen veiligheidstekens, stickers of etiketten van het apparaat en zorg dat deze leesbaar blijven.
■ De nationale gasvoorschriften moeten in acht worden genomen.
■ Gebruik het apparaat alleen met het voorgeschreven koel-middel R290.

Laat onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het koelmiddelcircuit alleen uitvoeren door een vakman en volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Neem voor reparatie-instructies contact op met de serviceafdeling. Componenten mogen alleen door identieke reparatieonderdelen worden vervangen.
3.4. Productspecifi eke gevaren
■ Steek geen vingers of andere voorwerpen in de luchtafvoeropeningen.
■ Gebruik het apparaat niet in een ruimte waarin mogelijk brandbare gassen kunnen vrijkomen.
■ Gebruik het apparaat niet in de badkamer of andere vochtige omgevingen.
■ Voorzichtig met lang haar: Lang haar kan door de lucht-stroom worden ingezogen.
■ Plaats en vervoer het apparaat altijd rechtop. Gebruik het apparaat nooit als het schuin staat.
■ Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat.
■ Dek de luchtinlaat en luchtuitlaat nooit af.
■ Gebruik het apparaat alleen in ruimten die groter zijn dan 7 m².
■ Houd minimaal 50 cm afstand tot de wanden van de ruimte.
■ Als de condensaatafvoerslang is aangesloten op de condensaatafvoeropening, moet deze volgens de aanwijzingen ge-monteerd zijn en niet vervormd of gebogen zijn.
■ Let erop dat er in de directe omgeving van het apparaat geen stoffen, zoals gordijnen, hangen of liggen. Deze stoffen kunnen worden aangezogen en in het apparaat vast komen te zitten.
■ Gebruik het apparaat niet op een ongelijke ondergrond of in de buurt van een trap. Voorkom dat het apparaat tijdens het gebruik kan kantelen (bijvoorbeeld door randen op de vloer).
■ Gebruik het apparaat niet in de directe omgeving van warmtebronnen zoals radiatoren, warmtereservoirs, ovens of andere apparaten die warmte afgeven.
■ Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, maakt u het wateropvangreservoir leeg, reinigt u het apparaat zoals is beschreven bij "Reiniging" en trekt u de stekker uit het stopcontact.
■ Gevaar voor de gezondheid! Drink het condensaat niet.
■ Zorg ervoor dat het apparaat stevig staat.
■ Controleer alle schroefverbindingen en stekkers regelmatig.
■ Draai losse schroeven aan en zorg dat stekkers stevig zijn aangesloten.
■ Draag het apparaat niet terwijl het in gebruik is.
■ Plaats of leg geen voorwerpen op het apparaat.
■ Klim en zit niet op het apparaat.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen waar gevaar voor explosie bestaat. Hiertoe behoren bijvoorbeeld tankinstalla- ties, opslagplaatsen voor brandstof en ruimtes waar oplos- middelen worden verwerkt. Ook in omgevingen waar veel fijnstof voorkomt (bijvoorbeeld meel- of houtstof) mag dit apparaat niet worden gebruikt.
3.5. Geluidsemissie
■ Het geluidsniveau van het apparaat is minder dan 66 dB(A).
3.6. Opslag en transport
■ Transporteer het apparaat indien mogelijk altijd rechtop. Na transport wacht u 24 uur voordat u het apparaat aansluit op het elektriciteitsnet en inschakelt, zodat het koelmiddelcircuit na het transport tot rust kan komen.
■ Maak vóór opslag en transport altijd het wateropvangreservoir en de condensaatafvoerslang leeg.
3.7. Omgang met batterijen
De afstandsbediening werkt op batterijen. Neem hiervoor de volgende aanwijzingen in acht:
■ Vermijd contact met batterijzuur. Spoel bij contact met de huid, de ogen of de slijmvliezen de betreffende lichaamsdelen met overvloedig schoon water en raadpleeg onmiddellijk een arts.
■ Houd nieuwe en gebruikte batterijen uit de buurt van kinderen.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brandwonden!
In de afstandsbediening zitten twee batterijen. Bij in-slikken van deze batterij kunnen er binnen 2 uur ernstige inwendige brandwonden ontstaan die de dood tot gevolg kunnen hebben.
■ Als u vermoedt dat een batterij is ingeslikt of ergens in het lichaam terecht is gekomen, moet u onmiddellijk medische hulp inroepen.
■ Slik batterijen niet in, er bestaat gevaar voor chemische verbranding.
■ Gebruik de afstandsbediening niet meer als het batterijvak niet goed sluit en houd de afstandsbediening buiten het bereik van kinderen.

WAARSCHUWING!
Explosiegevaar!
Als de batterijen niet op de juiste manier worden vervangen, bestaat er explosiegevaar!
■ Vervang batterijen alleen door batterijen van hetzelfde of een gelijkwaardig type.
■ Probeer nooit batterijen opnieuw op te laden. Er bestaat explosiegevaar!
■ Stel batterijen nooit bloot aan overmatige warmte (zoals zonlicht, vuur en dergelijke).
■ Bewaar batterijen op een koele, droge plaats. Door directe invloed van hevige warmte kunnen de batterijen beschadigd raken. Stel het apparaat daarom niet bloot aan sterke warmte-bronnen.
■ Voorkom kortsluiting van de batterijen.
■ Gooi batterijen niet in het vuur.
■ Haal lekkende batterijen direct uit het apparaat. Reinig de contacten voordat u nieuwe batterijen plaatst. Er bestaat gevaar voor verbranding door batterijzuur.
■ Haal ook lege batterijen uit het apparaat.
■ Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, haal de batterijen er dan uit.
■ Controleer vóór het plaatsen van de batterijen of de contacten in het apparaat en op de batterijen schoon zijn en reinig ze zo nodig.
■ Plaats uitsluitend nieuwe batterijen van hetzelfde type. Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen door elkaar.
■ Let bij het plaatsen van de batterijen op de polariteit (+/-).
4. Inhoud van de levering

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of inademen van kleine onderdelen of folie.
■ Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinde-IT ren.
Haal het product uit de verpakking en verwijder al het verpakkingsmateriaal.
- Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aankoop als de levering niet compleet is.
De airco moet telkens vóór gebruik worden gecontroleerd op beschadigingen.
Het door u gekochte pakket moet het volgende bevatten:
- Airco MD 37020
- Zwenkwieltjes (4 stuks, vooraf gemonteerd)
• Luchtafvoerslang, ca. 1,5 m - Adapter voor luchtafvoerslang
• Condensaatafvoerslang - Raamafdichting
- Adapter voor raamafdichting
- Afstandsbediening incl. 2 microbatterijen, type AAA LR03 1,5 V
- Gebruiksaanwijzing
5. Overzicht van het apparaat
5.1. Voorkant

1) Bedieningspaneel
2) Handgreep
3) Luchtafvoer met handmatig instelbare lamellen
4) Wieltjes
5.2. Achterkant

text_image
5 6 7 85) Bovenste aanzuigopening met filterzeef
6) Luchtafvoeropening
7) Onderste aanzuigopening met filterzeef
8) Opening condensaatafvoer
5.3. Bedieningspaneel

text_image
12 45 78 LOCK SLEEP TIMER LE DOWN SPEED MODE POWER| Bedieningstoetsen op airco | ||
![]() | Lock 1) | Toetsblokkering in-/uitschakelen |
![]() | Sleep 2) | Slaapmodus in-/uitschakelen |
![]() | Timer 3) | Timer instellen (automatisch starten/stoppen) |
![]() | Up 4) | Temperatuur/timertijd verhogen |
| 5) Display | ||
![]() | Down 6) | Temperatuur/timertijd verlagen |
![]() | Speed 7) | Ventilatorsnelheid instellen |
![]() | Mode 8) | Bedrijfsmodus instellen |
![]() | Power 9) | Apparaat in-/uitschakelen |
5.3.1. Display

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
G --> H["8"]
H --> I["9"]
DE
FR
NL
ES
IT
| Indicaties op het display | |
| 1) Display | |
![]() | 2) Toetsblokkering geactiveerd |
![]() | 3) Slaapmodus geactiveerd |
![]() | 4) Ventilatiemodus geactiveerd |
![]() | 5) Koelmodus geactiveerd |
![]() | 6) Ontvochtigingsmodus geactiveerd |
![]() | 7) Timer geactiveerd |
![]() | 8) Lage ventilatorsnelheid geactiveerd |
![]() | 9) Hoge ventilatorsnelheid geactiveerd |
5.4. Afstandsbediening

text_image
1 2 3 4 5 6 High Up Cool Down Dry Low Fan See p °C / °F Timer Power 7 8 9 10 11 MEDIONBedieningstoetsen op afstandsbediening
![]() | 1) Temperatuur/timertijd verhogen |
![]() | 2) Hoge ventilatorsnelheid instellen |
![]() | 3) Temperatuur/timertijd verlagen |
![]() | 4) Lage ventilatorsnelheid instellen |
![]() | 5) Slaapmodus inschakelen |
![]() | 6) Timer inschakelen |
![]() | 7) Koelmodus inschakelen |
![]() | 8) Ontvochtigingsmodus inschakelen |
![]() | 9) Ventilatiemodus inschakelen |
![]() | 10) Weergave wijzigen (°C of °F) |
![]() | 11) Apparaat in-/uitschakelen |
5.5. Raamafdichting

text_image
1 2 3 49) Ritssluiting
1) Textielen afdichting
2) Rand van klittenband (niet weergegeven, aan rand van de textielen afdichting)
3) Klittenband
6. Apparaat voorbereiden/opstellen
Verwijder al het verpakkingsmateriaal en controleer het apparaat op eventuele beschadigingen voordat u het in gebruik neemt.

Waarschuwing! Brandgevaar!
Het koelsysteem van het apparaat bevat het natuurlijke koelmiddel propaan R-290.
■ Om bij beschadiging van het koelsysteem voor voldoende lucht te zorgen, moet de ruimte voor gebruik, opslag en installatie minimaal 7 m² groot zijn.
■ Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die staan vermeld bij "Aanwijzingen voor koelmiddel".
Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke ondergrond met minstens 50 cm vrije
ruimte rondom het apparaat, zodat er een goede luchtcirculatie is.
▶ Laat het apparaat minimaal 24 uur rechtop staan voordat u het inschakelt.
- Gebruik het apparaat alleen bij een omgevingstemperatuur tussen 5 °C en 35 °C.
Neem de aanwijzingen in acht die staan vermeld bij "Productspecifieke gevaren".

6.1. Condensaatafvoerslang monteren
Het condenswater kan automatisch in een geschikt reservoir of in een afvoer worden geleid.
▶ Verwijder de sluiting van de condensaatafvoeropening.
Sluit de condensaatafvoerslang goed aan volgens de aanwijzingen en zorg ervoor dat de slang niet is geknikt en vrij is van obstakels.
Leg de uitlaat van de condensafvoerslang in een afvoer of reservoir en zorg ervoor dat het water ongehinderd uit het apparaat kan stromen.
Dompel het uiteinde van de slang niet in water, omdat anders een 'luchtsluis' in de slang kan ontstaan.
- Om lekken van water te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de slang een verval heeft van minstens 20 %.
Maak de slang vast bij de afvoer of het reservoir om ongecontroleerd wegstro-men van het water te voorkomen omdat de waterdruk vrij hoog is en de slang kan bewegen.
6.2. Luchtafvoerslang monteren
De lucht die uit de airco komt, moet worden afgevoerd naar buiten, zodat de af-
voerlucht de ruimte verlaat.
Vervang of verleng de luchtafvoerslang niet omdat dit kan leiden tot lagere prestaties of uitschakeling van het apparaat vanwege de lage tegendruk.
Monteer de adapter van de luchtafvoerslang op het uiteinde van de luchtafvoerslang.

Monteer de adapter voor de raamaf-dichting op het andere uiteinde van de luchtafvoerslang.

Stel de raamafdichting af op de grootte van uw raam. U kunt de raamafdichting monteren aan een kiepraam of dakraam. Meer informatie vindt u bij "6.3 Raamafdichting monteren".
Leid de luchtafvoerslang inclusief de adapter voor de raamafdichting door de opening met ritssluiting in de raamafdichting.
▶ Sluit daarna de ritssluiting zo ver mogelijk.
▶ Sluit het raam om de raamafdichting aan het raam te bevestigen.
Maak de raamafdichting vast met klittenband, indien nodig. Voor maximale efficiëntie raden we aan de kier tussen de adapter en de zijkant van het raam dicht te maken.
Plaats het apparaat in de buurt van een raam of deur. Trek eventueel de luchtafvoerslang voorzichtig naar buiten. We raden aan de lengte van de slang zo kort mogelijk te houden.
▶ Schuif de luchtafvoerslang op de luchtafvoeropening op de airco.

Pas de lengte van de flexibele luchtafvoerslang aan. Vermijd buigingen in de slang.
▶ Stel de lamellen in de luchtuitlaat af.
▶ Schakel het apparaat in.
6.3. Raamafdichting monteren
Monteer de raamafdichting zoals hieronder is beschreven.

U kunt het apparaat ook zonder raamafdichting gebruiken. Hang in dat geval de luchtafvoerslang uit het raam en sluit het raam zo veel mogelijk, zodat er geen warme lucht kan terugkomen.
6.3.1. Gebruik van de raamafdichting bij een kiepraam
Breng de raamafdichting aan op het raam om te voorkomen dat buitenlucht of af- voerlucht van de airco naar binnen komt.

▶ Open het raam.
▶ Markeer het midden (M) van de textielen raamafdichting.
▶ Markeer het midden van het raamkozijn.
Plak het klittenband op het raamkozijn van het kiepraam (aan de binnenkant, aan de kant van de raamgreep), op ca. 1 cm van de rand.
Bevestig het klittenband eerst volledig aan zijde (A) en daarna aan zijde (B), en begin in het midden. Bij de bevestiging moet punt (A) zich precies tegen over punt (B) bevinden.
Zorg dat bij het sluiten van het raam de textielen afdichting niet wordt ingeklemd tussen de raamvleugel en het raamkozijn.
Open de ritssluiting, bij voorkeur op de plek die is aangeduid met "S" en bevestig daar de luchtafvoerslang.
Zorg ervoor dat luchtafvoerslang in een zo recht mogelijke lijn loopt.
Zorg ervoor dat de luchtafvoerslang niet geknikt is.
6.3.2. Gebruik van de raamafdichting bij een dakraam
Breng de raamafdichting aan op het raam om te voorkomen dat buitenlucht of af-voerlucht van de airco naar binnen komt.

▶ Open het raam.
▶ Markeer het midden (M) van de raamafdichting.
▶ Markeer het midden van het raamkozijn.
Plak het klittenband op het raamkozijn van het dakraam (aan de binnenkant, aan de kant van de raamgreep), op ca. 1 cm van de rand.
Bevestig het klittenband eerst volledig aan zijde (A) en daarna aan zijde (B), en begin in het midden. Bij de bevestiging moet punt (A) zich precies tegen over punt (B) bevinden.
Zorg dat bij het sluiten van het raam de textielen afdichting niet wordt ingeklemd tussen de raamvleugel en het raamkozijn.
Open de ritssluiting, bij voorkeur op de plek die is aangegeven met "S"
en bevestig daar de luchtafvoerslang.
Zorg ervoor dat luchtafvoerslang in een zo recht mogelijke lijn loopt.
Zorg ervoor dat de luchtafvoerslang niet geknikt is.
6.4. Lamellen op de luchtafvoer instellen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Gevaar voor snijwonden door roterende bladen.
■ Steek geen vingers of voorwerpen door het beschermrooster in de behuizing.
■ Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u de lamellen instelt.
Pak de greep op de onderste lamel vast en beweeg deze omhoog of omlaag om de lamellen in de gewenste positie te zetten.
6.5. Batterijen in de afstandsbediening plaatsen
In de afstandsbediening zijn twee microbatterijen geplaatst van type AAA, LR03, 1,5 V.
Als het apparaat niet of slecht op de afstandsbediening reageert, moeten de batterijen worden vervangen. Ga hiervoor als volgt te werk:
Druk op de vergrendeling op de achterzijde van de afstandsbediening en verwijder de klep van het batterijvak.
▶ Verwijder beide batterijen uit het batterijvak.
▶ Voer de oude batterijen af volgens de wettelijke voorschriften.
Doe twee nieuwe microbatterijen van het type AAA, LR03, 1,5 V in het batterijvak. Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit.
▶ Schuif de klep weer volledig in de afstandsbediening.

text_image
LR03/AAA Micro LR03/AAA VAA3L7 Micro7. Bediening
▶ Steek de netstekker in een geschikt stopcontact.

Nadat u de stekker hebt aangesloten, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat staat nu in de stand-bymodus.
7.1. Apparaat in-/uitschakelen
Druk op de toets of APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat in te schakelen.
Druk terwijl het apparaat is ingeschakeld nogmaals op de toets of AP- PARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat uit te schakelen.
Wacht na het uitschakelen van het apparaat ca. 3 minuten voordat u het apparaat weer inschakelt.
7.2. Bedrijfsmodus instellen
Druk op de airco op de toets BEDRIJFSMODUS INSTELLEN om te wisselen tussen de bedrijfsmodi. Het controlelampje wisselt tussen de verschillende bedrijfsmodi.
U kunt de gewenste bedrijfsmodus ook selecteren met de afstandsbediening. De volgende bedrijfsmodi zijn beschikbaar:
- KOELMODUS ACTIVEREN
- VENTILATIEMODUS ACTIVEREN
- ONTVOCHTIGINGSMODUS ACTIVEREN
7.2.1. Koelmodus
Deze bedrijfsmodus is bedoeld voor het koelen van de ruimte.
Kies de koelmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt.
Druk op de toets ▲ TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERHOGEN om de temperatuur te verhogen.
Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERLAGEN om de temperatuur te verlagen.
Druk op de toets VENTILATORSNELHEID INSTELLEN om een hoge of lage ventilatorsnelheid in te stellen.
Bij hoge ventilatorsnelheid brandt het controlelampje Bij lage ventilatorsnelheid brandt het controlelampje
U kunt de ventilatorsnelheid ook instellen met de afstandsbediening. De volgende ventilatorsnelheden zijn beschikbaar:
De koelmodus wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de temperatuur in de ruimte lager is dan de ingestelde temperatuur. Het apparaat gaat dan ventileren. Als de temperatuur in de ruimte stijgt, wordt de koelmodus weer geactiveerd.
7.2.2. Ventilatiemodus
In deze bedrijfsmodus wordt de lucht in de ruimte rondgeblazen, maar niet ge- koeld.
Kies de ventilatiemodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controle-lampje brandt.
Druk op de toets VENTILATORSNELHEID INSTELLEN om een hoge of lage ventilatorsnelheid in te stellen.
Bij hoge ventilatorsnelheid brandt het controlelampje.
Bij lage ventilatorsnelheid brandt het controlelampje
U kunt de ventilatorsnelheid ook instellen met de afstandsbediening. De volgende ventilatorsnelheden zijn beschikbaar:
In de ventilatiemodus kunt u de temperatuur en de slaapmodus niet instellen.
7.2.3. Ontvochtigingsmodus
In deze bedrijfsmodus wordt de luchtvochtigheid in de ruimte verlaagd.
Kies de ontvochtigingsmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt.
▶ Voor een betere ontvochtiging houdt u deuren en ramen gesloten.

De temperatuur, de slaapmodus en de ventilatorsnelheid kunt u in de ontvochtigingsmodus niet instellen.
7.2.4. Slaapmodus

In de slaapmodus wordt de ventilatorsnelheid verlaagd en worden de indicatielampjes uitgeschakeld.
De slaapmodus kan alleen vanuit de koelmodus worden geactiveerd.
Kies de koelmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt.
Druk op de toets of SLAAPMODUS ACTIVEREN om de slaapmodus te activeren. Het controlelampje brandt.
7.3. Timer instellen
In de stand-bymodus kunt u de periode instellen waarna het apparaat automatisch inschakelt.
Druk op de toets of om de gewenste periode (1 tot 24 uur) in te stellen waarna het apparaat automatisch inschakelt.
Het controlelampje brandt en op het display knippert "01" (=1 uur).
Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERHOGEN om de timertijd te verhogen.
Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERLAGEN om de ti- mertijd te verlagen.
Wanneer de weergave van de uren niet meer knippert, is de instelling bevestigd. Het apparaat wordt automatisch ingeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken.
Druk nogmaals op de toets of om de timer uit te schakelen. Het controlelampje brandt.
7.3.2. Automatisch uitschakelen
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u de periode instellen waarna het apparaat automatisch uitschakelt.
Druk op de toets of om de gewenste periode (1 tot 24 uur) in te stellen. Het controlelampje brandt en op het display knippert "01" (=1 uur).
Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERHOGEN om de timertijd te verhogen.
Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMERTIJD VERLAGEN om de ti- mertijd te verlagen.
Wanneer de weergave van de uren niet meer knippert, is de instelling bevestigd. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken.
Druk nogmaals op de toets om de timer uit te schakelen.
Het controlelampje brandt.
7.4. Toetsblokkering
Houd de toets gedurende circa 3 seconden ingedrukt om de toetsblokke-ring in of uit te schakelen.
Het controlelampje bandt als de toetsblokkering geactiveerd is.
De toetsen kunnen niet worden bediend.
7.5. Wateropvangreservoir leegmaken
Bij koelen, de ontvochtigingsmodus en bij hoge luchtvochtigheid wordt er water opgevangen in de airco. U moet het wateropvangreservoir regelmatig controleren en, indien nodig, leegmaken.
Bij continubedrijf en bij gebruik van de airco voor ontvochtigen of koelen als er niemand bij is, moet de meegeleverde condensaatafvoerslang worden aangesloten.

LET OP!
Materiële schade!
Als er condenswater uit het apparaat komt, kan er materiële schade ontstaan.
■ Laat het apparaat niet onbeheerd achter wanneer u het wateropvangreservoir leegmaakt.
▶ Schakel het apparaat uit.
▶ Verwijder de sluiting van de condensaatafvoeropening.
Sluit de condensaatafvoerslang aan volgens de aanwijzingen en let daarbij op dat deze niet geknikt is en vrij is van obstakels (niet verstopt).
Leg het uiteinde van de condensaatafvoerslang in een afvoer of in een geschikt reservoir (bijvoorbeeld een emmer).
Zorg ervoor dat het condenswater ongehinderd uit het apparaat kan stromen.
Dompel het uiteinde van de condensaatafvoerslang niet in water omdat anders een 'luchtsluis' in de slang kan ontstaan.
Doe het volgende om te voorkomen dat condenswater uit het apparaat komt:
Doordat er een grote onderdruk is in het condensaatopvangreservoir van de air-co, kantelt u de condensaatafvoerslang omlaag richting de vloer (ca. 20° verval).
Zorg dat de condensaatafvoerslang recht ligt om een zwanenhals in de slang te voorkomen.
VEILIGHEIDSFUNCTIONS
Bij een lage temperatuur in de ruimte kan er tijdens gebruik ijsvorming ontstaan bij de verdamper. Het apparaat start automatisch met ontdooien en het controlelampje POWER knippert.
- Wanneer het apparaat in de koelmodus of ontvochtigingsmodus wordt gebruikt, merkt de sensor voor de omgevingstemperatuur dat de temperatuur van de verdamperspoel lager is dan -1 °C. Nadat de compressor 10 minuten lang in bedrijf is geweest of de temperatuur van de spoel is gestegen tot 7 °C, start het apparaat weer in de koelmodus.
- Wanneer het apparaat wordt gebruikt in de ontvochtigingsmodus, de temperatuursensor merkt dat de temperatuur van de verdamper lager is dan 40 °C en het verschil tussen de temperatuur in het apparaat en de temperatuur van de ruimte minder is dan 19 °C, begint het apparaat na 20 minuten met 5 minuten ontdooien en knippert het controlelampje POWER.
Beveiliging tegen overbelasting
Bij een stroomuitval is er voor bescherming van de compressor een vertraging van 3 minuten tot de compressor weer wordt gestart.
8. Probleemoplossing
Ga bij een storing van het apparaat eerst na of u het probleem aan de hand van het onderstaande overzicht zelf kunt oplossen.
Probeer in geen geval het apparaat zelf te repareren. Neem als een reparatie nodig is contact op met ons Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf.

Laat onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het koelmiddelcircuit alleen uitvoeren door een vakman en volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Neem voor reparatie-instructies contact op met de serviceafdeling. Componenten mogen alleen door identieke reparatieonderdelen worden vervangen.
| Probleem Mogelijke oorzaak Probleemoplossing | ||
| Het apparaat werkt niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Trek de netstekker uit het stopcontact en steek hem opnieuw in het stopcontact. |
| Het stopcontact is defect. | Controleer het geaarde stopcontact door er een ander apparaat op aan te sluiten. | |
| De temperatuur in de ruimte is te laag of te hoog. | De temperatuur in de ruimte moet tussen 5 en 35 °C zijn. | |
| De temperatuur in de ruimte is lager dan de ingestelde koeltemperatuur. | Wijzig de ingestelde temperatuur. | |
| De temperatuur in de ruimte is te laag voor de ontvochtigingsmodus. | Voor de ontvochtigingsmodus moet de temperatuur van de ruimte hoger zijn dan 17 °C. | |
| De afstandsbedie-ning werkt niet. | Zijn de batterijen op de juiste manier ge-plaatst? | Plaats de batterijen op de juiste manier. |
| Bevindt u zich op een afstand van meer dan 5 meter van het apparaat? | Ga dichter bij het apparaat staan. | |
| Is de ruimte tussen de afstandsbediening en de infraroodsensor vrij van obstakels? | Verwijder het obstakel. | |
| Is de afstandsbedie-ning op de sensor ge-richt? | Richt de afstandsbediening goed uit. | |
| De batterijen zijn leeg. Vervang de batterijen. | ||
| Het apparaat koelt niet goed. | Zijn er ramen of deuren geopend, waardoor er warme lucht de ruimte in kan komen? | Sluit ramen en deuren. |
| De filters zijn erg vuil. | Reinig de filters zoals is beschreven bij "Filters reinigen". | |
| De luchtuitlaatopening is geblokkeerd. | Houd rondom het apparaat 50 cm vrije ruimte voor voldoende ventilatie. | |
| De bedrijfsmodus en de temperatuur zijn niet juist ingesteld. | Stel de bedrijfsmodus en de temperatuur in op de juiste waarden. | |
| De luchtafvoerslang is niet juist gemonteerd. | Monteer de luchtafvoerslang volgens de aanwijzingen. | |
| Er komt water uit het apparaat. | Het apparaat stroomt over bij beweging. | Maak het waterreservoir leeg voordat u het apparaat vervoert. |
| Condensaatafvoerslang is geknikt. | Leg de condensaatafvoerslang recht. | |
| Het apparaat maakt veel geluid. | Het apparaat staat op een niet-vlakke ondergrond. | Plaats het apparaat op een harde, vlakke ondergrond. |
| Er zijn losse, trillende onderdelen. | Maak de onderdelen vast. | |
| Het geluid klinkt als stromend water. | Het geluid ontstaat door stromend koelmiddel. Dat is normaal. | |
| De compressor werkt niet. | De beveiliging van de koelmodus is geactiveerd. | Schakel het apparaat uit en wacht 3 minuten voordat u het weer inschakelt. |
| De beveiliging tegen oververhitting is geactiveerd. | ||
| Storingsindicator E0 | Communicatiefout tussen de hoofdprintplaat en de printplaat van het display. | Controleer de kabel op beschadigingen. |
| Storingsindicator E1 | De sensor voor de omgevingstemperatuur is uitgevallen. | Controleer de aansluiting. Reinig of vervang de temperatuursensor. Neem eventueel contact op met de serviceafdeling. |
| Storingsindicator E2 | De sensor voor de spoeltemperatuur is uitgevallen. | Controleer de aansluiting. Reinig of vervang de temperatuursensor. Neem eventueel contact op met de serviceafdeling. |
| Storingsindicator Ft | Niveau van condenswater is te hoog. | Maak het geïntegreerde opvangreservoir leeg door de sluiting op de condensaatafvoer-opening te verwijderen en het condenswater te laten weglopen in een geschikt wateropvangreservoir. |
9. Reiniging

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schok!
Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door onderdelen die onder spanning staan.
■ Het apparaat mag niet worden ondergedompeld in water of een andere vloeistof en niet onder stromend water worden gehouden, omdat dit een elektrische schok tot gevolg kan hebben.
■ Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.
■ Voorkom dat er vloeistof in het apparaat terechtkomt.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat snijgevaar door contact met de scherpe ran- den van de rotorbladen binnen in de behuizing.
■ Haal het apparaat niet uit elkaar om de rotorbladen te reinigen.

LET OP!
Schade aan het apparaat!
Door verkeerd gebruik van reinigingsmiddelen bij het schoonmaken van het apparaat kan het oppervlak beschadigd raken.
■ Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.
■ Gebruik geen agressieve, chemische of schurende reinigingsmiddelen en geen harde spons.
Druk op de toets om het apparaat uit te schakelen.
▶ Trek de stekker uit het stopcontact.
▶ Reinig de behuizing alleen met een zachte, vochtige doek of een zachte, dunne theedoek.
Maak de doek vochtig met een mild sopje om hardnekkig vuil te verwijderen.
Droog de behuizing zorgvuldig voordat u het apparaat inschakelt.
FILTERZEEF REINIGEN

LET OP!
Schade aan het apparaat!
In de filterzeef hoopt zich stof op, waardoor de lucht-circulatie wordt beperkt. Door de lagere luchtcirculatie neemt de efficiëntie van het apparaat af. Bij overmatige stofafzetting kan het filter geblokkeerd raken, waardoor er materiële schade aan het apparaat ontstaat.
■ Reinig de filterzeef regelmatig (minstens elke 2 we-ken), zoals verderop is beschreven.
- Gebruik het apparaat nooit zonder dat de filterzeef is geplaatst omdat hierdoor de verdamper in het apparaat vuil kan worden.
Druk op de toets om het apparaat uit te schakelen.
▶ Trek de stekker uit het stopcontact.
▶ Verwijder de bovenste en onderste filterzeef uit het apparaat.
Gebruik een stofzuiger om stof uit de filterzeef te zuigen.

Draai de filterzeef om en spoel de filterzeef schoon onder stromend water. Laat het water in tegengestelde richting van de luchtstroom door de filterzeef stromen.

Leg de filterzeef neer en laat deze volledig drogen aan de lucht.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Bij het plaatsen van de filterzeef bestaat risico op snij- wonden door contact met de scherpe randen van de verdamper.
■ Raak de scherpe randen van de verdamper niet aan met blote handen.
Plaats de gedroogde filterzeef weer in het apparaat.
10. Buiten gebruik stellen en opbergen
Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moet het schoon en volledig droog zijn.

LET OP!
Schade aan het apparaat!
De verdamper in het apparaat moet vóór het opslaan worden gedroogd om schade aan de onderdelen of schimmelvorming te voorkomen.
■ Schakel het apparaat uit, haal de stekker uit het stopcontact en plaats het apparaat enkele dagen op een droge, goed geventileerde plaats zodat het kan drogen. U kunt het apparaat ook laten drogen door het een paar uur te gebruiken in de ventilatiemodus tot de condensaatafvoer droog is.
Druk op de toets of APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat in te schakelen.
Kies de ventilatiemodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controle-lampje brandt.
Laat het apparaat enkele uren werken in de ventilatiemodus, zodat het van binnen volledig droogt.
Druk op de toets Apparaat IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat uit te schakelen.
▶ Haal de stekker uit het stopcontact.
▶ Verwijder de luchtafvoerslang en de raamafdichting.
▶ Verwijder en reinig de filterzeef en laat deze daarna volledig drogen.
Plaats de filterzeef weer in het daarvoor bestemde frame in de behuizing.
▶ Haal de batterijen uit de afstandsbediening.
Bewaar het apparaat en de accessoires indien mogelijk in de originele verpakking en in een donkere, geventileerde, droge en vorstvrije binnenruimte.
Plaats het apparaat in een ruimte zonder continu werkende warmtebron (bijvoorbeeld open vuur, gasapparaat of elektrische verwarming).
11. Afvalverwerking

VERPAKKING
Het apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn gemaakt van materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled.

APPARAAT
Gebruikte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.
Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd.
Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gere- cycled, zodat belasting van het milieu wordt voorkomen.
Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum. Haal eerst de batterijen uit het apparaat en lever deze apart in bij een inzamelpunt voor lege batterijen.
Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente.

BATTERIJEN
Lege batterijen horen niet bij het huishoudelijk afval. Batterijen moeten op de correcte manier worden weggegooid. Hiervoor zijn er bij winkels die batterijen verkopen en bij lokale inzamelpunten bakken aanwezig waarin batterijen kunnen worden gedeponeerd. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale afvalverwerkingsbedrijf of uw gemeente.
Bij de verkoop van batterijen en bij de levering van apparaten die batterijen bevatten, zijn wij verplicht om u te wijzen op het volgende:
Als consument bent u wettelijk verplicht om gebruikte batterijen/accu's in te leveren.
Met het symbool met de doorgekruiste afvalbak wordt aangegeven dat de batterij niet bij het huishoudelijke afval mag worden gedaan.
- Technische gegevens
| Airco | |
| Model MD 37020 | |
| Distributeur | MEDION AGAm Zehnthof 7745307 EssenDuitsland |
| Handelsregisternummer HRB 13274 | |
| Voeding AC 220 - 240 V ~ 50 Hz | |
| Nominaal opgenomen vermogen 780 watt | |
| Zekering 3,5 A | |
| Koelvermogen 2050 watt | |
| Koelmiddel R290 | |
| Koelmiddelhoeveelheid 120 g | |
| Vermogensstanden 2 | |
| Maximale ruimte ca. 10-12 m^2 | |
| Luchtstroom 350 m^3/u | |
| Ontvochtigingscapaciteit ca. 1 l/u | |
| Afmetingen (b x h x d) 31,5 x 69,8 x 31 cm | |
| Gewicht | ca. 20 kg |
| Geluidsniveau tijdens gebruik | <66 dB(A) |
| Afstandsbediening | 2 x microbatterij, type AAA, LR03, 1,5 V (meegeleverd)Bereik: ca. 6 m |
13. Conformiteitsinformatie

Hierbij verklaart MEDION AG dat dit product in overeenstemming is met de fundamentele eisen en de overige toepasselijke voorschriften:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
- Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG (en Ecodesignverordening 2019/1782)
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU
• Verordening (EG) nr. 1935/2004
14. Service-informatie
Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In onze Service Community vindt u andere gebruikers en onze medewerkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen.
U vindt onze Service Community onder community.medion.com.
- U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de hotline of per post ter beschikking.
| Nederland | |
| Openingstijden Hotline Klantenservice | |
| Ma - vr: 07.00 - 23.00 uurZa - zo: 10.00 - 18:00 uur | 0900 - 2352534 |
| Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde gebruik maken van onze voicemaildienst met terugbeloptie. | |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |
| België | |
| Openingstijden Service Hotline | |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 | 1 02 - 200 61 98 |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |
| Luxemburg | |
| Openingstijden Klantenservice | |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 | 1 34 - 20 808 664 |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |
Nederland

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal
Daar vindt u ook drivers en andere software voor verschillende apparaten.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
België

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal
Daar vindt u ook drivers en andere software voor verschillende apparaten.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
Luxemburg

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medion.com/lu/fr/.
Daar vindt u ook drivers en andere software voor verschillende apparaten.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
15. Impressum
Copyright © 2020
Laatst gewijzigd op: 23.12.2020
Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Duplicatie in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
MEDION AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Het bovenstaande adres is geen retouradres. Neem eerst contact op met onze klantenservice.
16. Algemene garantievoorwaarden
16.1. Algemeen
De looptijd van de garantie bedraagt 24 maanden en gaat in op de dag van aan- koop van het product. De garantie heeft betrekking op alle materiaal- en fabricage- fouten die bij normaal gebruik kunnen optreden.
Bewaar het originele aankoopbewijs goed. De garantieverlener behoudt zich het recht voor om een reparatie onder garantie of een bevestiging van de garantie te weigeren, indien dit bewijs niet kan worden overgelegd.
Zorg ervoor dat uw apparaat wanneer het moet worden opgestuurd, transportveilig is verpakt. Tenzij anders is aangegeven, komen de verzendkosten voor uw rekening en draagt u het transportrisico. Voor aanvullend opgestuurde materialen die geen deel uitmaken van de oorspronkelijke levering van het product, aanvaardt de garantieverlener geen aansprakelijkheid.
Stuur met het apparaat een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van het probleem mee. Neem voordat u een garantieclaim indient of het apparaat opstuurt contact op met de hotline van de garantieverlener of met het serviceportaal. Daar wordt u geïnformeerd wat u verder moet doen.
Deze garantie heeft geen invloed op uw wettelijke recht op garantie. Op deze garantie is het recht van toepassing van het land waar het product in eerste instantie door een eindgebruiker is aangeschaft.
16.1.1. Omvang
In geval van een door deze garantie gedekt defect aan het product garandeert de garantieverlener met deze garantie de reparatie of vervanging van het product. De beslissing of een apparaat wordt gerepareerd of vervangen, wordt genomen door de garantieverlener. Met betrekking hiertoe kan de garantieverlener naar eigen inzicht besluiten om een onder de garantie vallend apparaat dat ter reparatie is opgestuurd te vervangen door een volledig gereviseerd apparaat van dezelfde kwaliteit.
Op batterijen en accu's wordt geen garantie gegeven. Ditzelfde geldt voor verbruiksmaterialen, dat wil zeggen voor onderdelen die tijdens het gebruik van het apparaat regelmatig moeten worden vervangen, zoals de projectielamp in een be- amer.
Een pixelfout (een permanent gekleurd, licht of donker beeldpunt) kan niet zonder meer worden aangemerkt als een defect. Het exacte aantal toegestane defecte pixels wordt beschreven in de gebruiksaanwijzing van het betreffende product.
Voor ingebrande beelden op plasma- en lcd-schermen die zijn ontstaan door een verkeerd gebruik van het apparaat, is de garantieverlener niet aansprakelijk. Hoe u uw plasma- of lcd-scherm precies moet gebruiken, wordt beschreven in de gebruiksaanwijzing van het betreffende product.
De garantie geldt niet voor afspeelfouten door gegevensdragers met een niet-compatibel formaat en afspeelfouten die berusten op het gebruik van ongeschikte software.
Wanneer tijdens de reparatie wordt vastgesteld dat er sprake is van een fout of storing die niet door de garantie wordt gedekt, behoudt de garantieverlener zich het recht voor om de ontstane kosten in de vorm van een vast bedrag aan verwerkingskosten en de reparatiekosten (materiaal en arbeidsloon) na overlegging van een kostenraming aan de klant in rekening te brengen. Hierover wordt u als klant vooraf geïnformeerd. Het is aan u of u hiermee al dan niet akkoord gaat.
16.1.2. Uitsluiting
Voor gebreken en schade die ontstaan door inwerking van buitenaf, onopzettelijke beschadiging, verkeerd gebruik, aan het product aangebrachte veranderingen, ombouw, uitbreidingen, gebruik van onderdelen van derden, nalatigheid, virussen of softwarefouten, verkeerd transport, ongeschikte verpakking of verlies bij retourzending van het product kan de garantieverlener niet aansprakelijk worden gesteld.
De garantie vervalt indien de fout of storing in het product is ontstaan door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet zijn uitgevoerd door een door de garantieverlener geautoriseerde servicepartner, maar door iemand anders. De garantie vervalt ook indien stickers of serienummers van het apparaat of een onderdeel van het apparaat zijn gewijzigd of onleesbaar zijn gemaakt.
16.1.3. Servicehotline
Voordat u het apparaat opstuurt naar de garantieverlener, moet u via de servicehotline of het serviceportaal contact met ons opnemen. U krijgt dan nadere informatie over wat u moet doen om gebruik te maken van uw recht op garantie.
Voor het bellen met de hotline worden mogelijk kosten in rekening gebracht.
De servicehotline dient in geen geval ter vervanging van een gebruikerstraining voor software of hardware, het raadplegen van de gebruiksaanwijzing of voor het bieden van ondersteuning bij het gebruik van producten van derden.
16.2. Bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of vervanging op locatie
Indien u recht hebt op reparatie of vervanging op locatie, gelden voor uw product de bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of vervanging op locatie.
Voor de uitvoering van een reparatie of vervanging op locatie moet door u het volgende worden gewaarborgd:
- Aan medewerkers van de garantieverlener die zich voor het bovenstaande doel bij u melden, dient onbeperkte, veilige en onmiddellijke toegang tot de apparaten te worden verleend.
- Telecommunicatievoorzieningen die deze medewerkers nodig hebben voor het naar behoren uitvoeren van hun opdracht, voor test- en diagnosedoeleinden en voor het verhelpen van problemen, moeten door u op eigen kosten ter beschikking worden gesteld.
-
Na gebruikmaking van de diensten van de garantieverlener bent u zelf verantwoordelijk voor het herstel van uw eigen applicaties.
-
Na gebruikmaking van de diensten van de garantieverlener bent u zelf verantwoordelijk voor de configuratie en aansluiting van eventueel aanwezige externe apparaten.
- Afspraken voor reparatie of vervanging op locatie kunnen tot maximaal 48 uur van tevoren kosteloos worden afgezegd. Daarna zijn wij genoodzaakt om de kosten die wij moeten maken door het te laat of niet afzeggen van de afspraak bij u in rekening te brengen.


























