T16FTN1L0 - Fornuis NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis T16FTN1L0 NEFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over T16FTN1L0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T16FTN1L0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T16FTN1L0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING T16FTN1L0 NEFF
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies 46
T16BT70N., T16FTN1L
T16BT70N., T16FTN1L.

text_image
Ø 17/26,5 Ø 14,5 Ø 14,5 Ø 21/12Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.

Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.... 46
2 Materiële schade voorkomen 48
3 Milieubescherming en besparing.... 48
4 Uw apparaat leren kennen.... 50
5 Twist pad met twistknop.... 51
6 De Bediening in essentie.... 52
7 Kinderslot 53
8 Tijdfuncties.... 53
9 Automatische uitschakeling.... 54
10 Warmhoudfunctie.... 55
11 Weergave energieverbruik 55
12 Basisinstellingen 55
13 Reiniging en onderhoud.... 56
14 Storingen verhelpen 56
15 Afvoeren 58
16 Servicedienst.... 58
17 MONTAGEHANDLEIDING.... 58
17.1 Veilige montage 58

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de apparaatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om voedsel en dranken te bereiden.
■ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
■ met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren.
Het apparaat wordt heet.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
▶ Dek de kookplaat niet af.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
▶ Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
De grepen van het kookgerei kunnen tijdens het gebruik heet worden. Als de grepen bo- ven de verwarmingszone komen te liggen, kunnen de grepen bijzonder heet worden.
- Altijd de volledige verwarmingszone met het kookgereik afdekken.
▶ Een pannenlap gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Is het oppervlak gescheurd, dan het apparaat uitschakelen om een mogelijke elektrische schok te vermijden. Hiervoor het apparaat niet aan de hoofdschakelaar, maar via de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst.
→ Pagina 58
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar: magnetisme!
Het afneembare bedieningselement is magnetisch en kan elektronische implantaten, bijv. pacemakers of insulinepompen, beïnvloeden.
- Personen met elektronische implantaten moeten een afstand van minimaal 10 cm tot het apparaat aanhouden. Nooit het bedieningselement in de zakken van kleding dragen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Materiële schade voorkomen
LET OP!
Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen op de glaskeramiek.
Door droogkoken kan het kookgerei of het apparaat beschadigd raken.
- Nooit pannen zonder inhoud op een hete kookzone zetten of laten droogkoken.
Verkeerd geplaatst kookgerei kan tot oververhitting van het apparaat leiden.
- Nooit hete kook- of bakpannen op de bedienings-elementen of de kookplaatrand zetten.
Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kook- plaat vallen, kan deze beschadigd raken.
- Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Hittegevoelige materialen smelten op de hete kookzones.
- Geen beschermingsfolie op de kookplaat gebruiken.
- Geen aluminiumfolie of kunststof vormen gebruiken.
2.1 Overzicht van de meest voorkomende schade
Hier vindt u de meest voorkomende schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
| Vlekken Overgelopen etenswaar | Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Schade Oorzaak Maatregel | ||
| Vlekken | Ongeschikte reinigingsmiddelen | Gebruik alleen reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. |
| Krassen | Zout, suiker of zand | Gebruik de kookplaat niet als werkblad of plateau om iets neer te zetten. |
| Krassen | Ruwe bodems van pannen | Het kookgerei controle-ren. |
| Verkleu-ring | Ongeschikte reinigingsmiddelen | Gebruik alleen reinigings-middelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. |
| Verkleu-ring | Slijtage van pannen, bijv. aluminium | Pannen optillen om ze te verplaatsen. |
| Schelp-vormige beschadiging van het oppervlak | Suiker of sterk suikerhoudend voedsel | Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
- Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
■ Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
■ Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
■ Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
- Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
■ Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
■ Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
■ Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
De restwarmte van de kookplaat gebruiken. Bij lange-re bereidingstijden de kookzone 5-10 minuten vóór het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- Onbenutte restwarmte verhoogt het energieverbruik.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de productpagina van uw apparaat.
4 Uw apparaat leren kennen
De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende kookplaten. De afmetingen van de kookplaten vindt u in het typeoverzicht. → Pagina 2
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

De indicaties geven de ingestelde waarden en functies aan.
Indicatie Naam
| 1 - 9Kookstanden | |
| 0 | Bedrijfstoestand |
| H / HRestwarmte | |
| L Warmhoudfunctie | |
| 8 8Timer | |
4.3 Touchvelden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
| Touch-veld | Naam |
| 1 | Hoofdschakelaar |
| L | Warmhoudfunctie |
| ◎ | Bijschakeling van kook- of braadzones |
| ◎ | Stopwatch-functie |
| I→I | Timer |
| ♀ | Kookwekker/kinderslot |
Opmerkingen
■ Houd het bedieningspaneel altijd droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
■ Zorg dat er geen pannen in de buurt van indicaties en touchvelden komen. De elektronica kan oververhit raken.
4.4 Kookzones
Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijschakelingen van de kookzones.
Wanneer u de bijschakelingen activeert, branden de bijbehorende indicaties.
Wanneer u een kookzone inschakelt, wordt deze in de laatst ingestelde grootte ingeschakeld.
| Kookplaat Bijschakelen en uitschake- len | ||
| ○ | Kookzone met één ring | |
| ◎ | Kookzone met twee ringen | Kookzone kiezen. Tik op ◎ |
| CO | Braadzone Kookzone kiezen. ◎ selecteren. | |
Opmerkingen
- Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzone hebben een technische oorzaak. Ze zijn niet van invloed op de werking van de kookzone.
- De kookzone regelt de temperatuur door de verwarming in en uit te schakelen. Ook bij het hoogste vermogen kan de verwarming inschakelen en uitschakelen.
-
Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de verwarmingen van de binnenste ringen en de verwarming van de bijgeschakelde ringen op verschillende tijdstippen worden ingeschakeld en uitgeschakeld.
-
Gevoelige onderdelen worden daarmee beschermd tegen oververhitting.
- Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische overbelasting.
- Er worden betere kookresultaten behaald.
4.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie met twee standen. De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indicatie brandt.
| Indicatie Betekenis | |
| H | De kookplaat is zo heet dat u kleine ge-rechten kunt warmhouden of couvertu-res kunt smelten. |
| h | De kookzone is heet. |
5 Twist pad met twistknop
Het twist pad is het instelgebied waarin u met de twist-knop kookzones kunt kiezen en kookstanden kunt in-stellen. De Twist-knop is magnetisch. Als u de twist-knop in het gebied van het twist pad plaatst, wordt deze automatisch gecentreerd.

text_image
8 8 8 8Houd de twist-knop altijd goed schoon. Als de knop vuil is, werkt hij mogelijk niet naar behoren.
5.1 Bedienen met de twist-knop
- De twist-knop in het gebied van de betreffende mar- kering aanraken om een kookzone te activeren.
- De twist-knop draaien om een kookstand in te stellen.
5.2 Twist-knop verwijderen
Om de kookplaat te reinigen of een ongewenste bedie- ning te voorkomen, kunt u de twist-knop verwijderen.
Als u de twist-knop bij ingeschakeld apparaat verwijdert, wordt de wrijfbeveiligingsfunctie geactiveerd. Het instelgebied is geblokkeerd. U kunt het instelbereik reinigen.
De wrijfbeveiligingsfunctie blijft 35 seconden actief. Als u de twist-knop niet binnen deze tijd terugplaatst en draait, wordt het apparaat uitgeschakeld.
De hoofdschakelaar is uitgezonderd van de wrijfbeveiligingsfunctie. U kunt de kookplaat op elk moment uitschakelen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Als u een metalen voorwerp op het twist-pad legt, kan de kookplaat verder opwarmen.
- Daarom de kookplaat altijd met de hoofdschakelaar uitschakelen.
5.3 Twist-knop opbergen
Neem de volgende aanwijzingen in acht wanneer u de twist-knop van de kookplaat neemt en op een andere plaats opbergt.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar: magnetisme!
De twist-knop is magnetisch en kan elektronische implantaten zoals pacemakers of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten mogen het bedieningselement nooit in de zakken van kleding dragen.
- Tot pacemakers minimaal een afstand van 10 cm aanhouden.
LET OP!
Metalen deeltjes die zich aan de magnetische onderkant hechten, kunnen krassen op het glaskeramiek veroorzaken.
▶ Twist-knop schoon houden.
- Metalen deeltjes aan de onderzijde volledig verwijderen.
De magneet in de twist-knop kan andere apparaten beinvloeden en de inhoud van magnetische gegevensdragers beschadigen.
- De twist-knop uit de buurt houden van magnetische gegevensdragers zoals videocassettes, diskettes, creditcards en kaarten met magneetstroken.
- De twist-knop uit de buurt houden van televisietoe-stellen en monitors.
5.4 Bedienen zonder de twist-knop
Wanneer u de twist-knop niet kunt vinden, kunt u de kookplaat ook zonder twist-knop bedienen. U kunt kookzones kiezen en kookstanden instellen.
- De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen.
- ☑ en ⚫ tegelijkertijd 4 seconden ingedrukt houden.
Er klinkt een signaal. - Net zo vaak ⚙selecteren tot de indicatie van de gewenste kookzone verlicht is.
- Met Q-) en |(→) de gewenste kookstand instellen.
√ De kookzone is ingeschakeld. - U kunt de twist-knop altijd weer aanbrengen.
6 De Bediening in essentie
6.1 Kookplaat inschakelen of uitschakelen
U schakelt de kookplaat met de hoofdschakelaar in en uit.
Wanneer u de kookplaat binnen de eerste 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt hij in werking met de vorige instellingen.
6.2 Kookplaat inschakelen
▶ Op Ⓤippen.
√ Het indicatielampje boven ^① brandt.
√ De indicaties branden.
√ De kookplaat is klaar voor gebruik.
6.3 Kookplaat uitschakelen
Wanneer alle kookzones een bepaalde tijd (10-60 seconden) uitgeschakeld zijn, wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
▶ Op Ⓤtippen.
√ Het indicatielampje boven ^1 gaat uit.
√ De indicaties verdwijnen.
√ Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
- De restwarmte-indicatie blijft verlicht totdat de kookzones voldoende zijn afgekoeld.
6.4 Kookstanden instellen
Vereiste: De kookplaat is ingeschakeld.
- Voor het selecteren van de kookzone de twist-knop in het gebied van de gewenste kookzone aanraken.

text_image
0 0 0.· 0 5.· 0 0 0- In de volgende 10 seconden met de twist-knop de gewenste kookstand instellen.
6.5 Kookzones instellen
Om een kookzone te kunnen instellen moet deze zijn gekozen.
Voor elke kookzone stelt u met de twist-knop de gewenste kookstanden in.
Kook- stand
| 1 laagste stand |
| 9 hoogste stand |
| . Elke kookstand heeft een tussenstand, bijv. 4. |
6.6 Kookstanden wijzigen
- De kookzone kiezen.
- Met de twist-knop de gewenste kookstand instellen.
6.7 Kookzone uitschakelen
Als u de kookzone hebt uitgeschakeld, verschijnt na ongeveer 10 seconden de restwarmte-indicatie.
- De kookzone kiezen.
- De kookstand met de twist-knop op 0 instellen.
6.8 Aanbevolen instellingen om te koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden.
De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan.
Aanwijzingen voor de bereiding
■ Voor het aan de kook brengen kookstand 9 gebruiken.
■ Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren.
■ Levensmiddelen die snel en heet worden aangebraden of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof vrijkomt, in kleine porties aanbraden.
■ Tips voor energiebesparend koken. → Pagina 48
Smelten
| Gerecht Door- | kook-stand | Door-kookduur in minu-ten |
| Chocolade, couverture 1-1. - | ||
| Boter, honing, gelatine 1-2 - |
Verwarmen of warmthouden
| Eenpansgerecht, bijv. linzen-schotel | 1-2 - |
| Melk^1 | 1.-2. - |
| Worstjes in water ^1 | 3-4 - |
| ^1 Bereid het gerecht zonder deksel. | |
Ontdooien en opwarmen
| Spinazie, diepvries 2.-3. 10-20 |
| Goulash, diepvries 2.-3. 20-30 |
Gaarstoven of zachtjes laten koken
| Knoedels, balletjes ^1,2 | 4.-5. 20-30 |
| Vis ^1,2 | 4-5 10-15 |
| Witte saus, bijv. bechamelsaus | 1-2 3-6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnai-sesaus of hollandaisesaus | 3-4 8-12 |
^1 Het water met afgesloten deksel aan de kook brengen.
^2 Kook het gerecht verder zonder deksel.
Koken, stomen of stoven
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2-3 15-30 |
| Rijstepap 1.-2. 35-45 | |
| Aardappelen in schil 4-5 25-30 | |
| Gekookte aardappelen 4-5 15-25 | |
| Deegwaren, pasta ^1,2 | 6-7 6-10 |
| Eenpansgerecht, soep 3.-4. 15-60 | |
| Groente, vers 2.-3. 10-20 | |
| Groente, diepvries 3.-4. 10-20 | |
| Voedsel in de snelkookpan 4-5 - | |
| ^1 Het water met afgesloten deksel aan de kook brengen. ^2 Kook het gerecht verder zonder deksel. | |
Sudderen
| Rollades 4-5 50-60 |
| Stoofvlees 4-5 60-100 |
| Goulash 2.-3. 50-60 |
Braden met weinig olie
| De gerechten zonder deksel braden. | |
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6-7 6-10 |
| Schnitzel, diepvries 6-7 8-12 | |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd ^1 | 6-7 8-12 |
| Steak, 3 cm dik 7-8 8-12 | |
| Frikadel, 3 cm dik ^1 | 4.-5. 30-40 |
| Hamburger, 2 cm dik ^1 | 6-7 10-20 |
| ^1 Het gerecht meerdere malen keren. | |
| Borst van gevogete, 2 cm dik1 | 5-6 10-20 |
| Borst van gevogete, diepvries1 | 5-6 10-30 |
| Vis of visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20 | |
| Vis of visfilet, gepaneerd 6-7 8-20 | |
| Vis of visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6-7 8-12 |
| Scampi, garnalen | 7-8 4-10 |
| Groente of paddestoelen vers, sauteren | 7-8 10-20 |
| Groente of vlees in reepjes op Aziatische wijze | 7.-8. 15-20 |
| Pangerechten, diepvries | 6-7 6-10 |
| Pannenkoeken | 6-7 ononder-broken |
| Omelet | 3.-4. ononder-broken |
| Spiegeleieren | 5-6 3-6 |
| 1 Het gerecht meerdere malen keren. | |
Frituren
De levensmiddelen in porties van 150-200 g in 1-2 l olie frituren. De gerechten zonder deksel bereiden.
| Diepvriesproducten, bijv. frites of chicken nuggets | 8-9 - |
| Kroketten, diepvries | 7-8 - |
| Vlees, bijv. kip | 6-7 - |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 5-6 - |
| Groente of paddestoelen, gepa- neerd of in bierdeeg Tempura | 5-6 - |
| Klein gebak, bijv. beignets of Berlinerbollen, fruit in bierdeeg | 4-5 - |
7 Kinderslot
Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
7.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld.
ca. 4 seconden ingedrukt houden.
√ is 10 seconden lang verlicht.
√ De kookplaat is geblokkeerd.
7.2 Kinderslot uitschakelen
ca. 4 seconden ingedrukt houden.
√ De blokkering is opgeheven.
7.3 Automatisch kinderslot
Met deze functie wordt het kinderslot automatisch ingeschakeld wanneer u de kookplaat uitschakelt.
Het automatische kinderslot kunt u in de basisinstellingen activeren. → Pagina 55
8 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u een tijdsduur of een timer kunt instellen.
8.1 Tijdsduur
Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit.
U kunt een tijdsduur tot 99 minuten instellen.
Tijdsduur instellen
Vereiste: De kookzone is ingeschakeld.
-
Kies met de twist-knop de kookzone.
-
Het touchveld I→selecteren.

- boven het touchveld klippert.
√ In de timerindicatie is 00verticht. - Binnen de volgende 10 seconden met de twist-knop de gewenste tijdsduur instellen.

text_image
38 min . 8 ○ |→| ○√ De tijdsduur loopt af. Wanneer u voor meerdere kookzones een tijdsduur hebt ingesteld, wordt de tijdsduur van de gekozen kookzone weergegeven.
- Na afloop van de ingestelde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er klinkt een signaal en in de kookzone-indicatie is Overlicht. In de timerindicatie knippert Gedurende één minuut. De indicatie I→I knippert.
Opmerking: Als u een willekeurig touchveld selecteert, verdwijnen de indicaties en het geluidssignaal.
Tijdsduur corrigeren of wissen
- Kies met de twist-knop de kookzone.
- |→| selecteren en de tijdsduur wijzigen of op 05zetten.
Automatische timer
Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kookzone loopt steeds de vooraf ingestelde tijdsduur af. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit.
De automatische timer schakelt u in de basisinstellingen in. → Pagina 55
Tip: De automatische timer geldt voor alle kookzones. Voor een afzonderlijke kookzone kunt u de tijdsduur verkleinen of wissen. → Pagina 53
8.2 Kookwekker
U kunt een tijd tot 99 minuten vastleggen na afloop waarvan een signaal klinkt. De kookwekker is onafhankelijk van alle andere instellingen.
Kookwekker instellen
-
♘ selecteren.
-
boven het touchveld knippert.
√ In de timer-indicatie is 00 mierlicht. - Met de twist-knop de tijdsduur instellen.
√ Na enkele seconden loopt de tijd af. - Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een signaal. In de timerindicatie knippert ☐☐ boven het touchveld ☐is helder verlicht.
√ Na één minuut verdwijnt de indicatie.
Wekkersignaal uitschakelen
U kunt het signaal handmatig uitschakelen.
- Op een willekeurig touchveld tippen.
√ De indicatie gaat uit en het geluidssignaal stopt.
Tijd corrigeren
- Het touchveld Selecteren en met de twist-knop de tijd veranderen.
8.3 Stopwatch-functie
De stopwatch-functie geeft de tijd aan die na activering van de functie is verstreken.
De stopwatch-functie werkt alleen als de kookplaat is ingeschakeld. Wanneer de kookplaat wordt uitgeschakeld, wordt ook de stopwatch-functie uitgeschakeld.
Stopwatch-functie inschakelen
▶ Ⓤ selecteren.
√ In de timer-indicatie verschijnt00
√ Tijdopname begint.
√ Tijdens de eerste minuut worden seconden weergegeven, daarna minuten.
Stopwatch-functie uitschakelen
▶ Opnieuw ⚙selecteren.
√ De timer-indicatie verdwijnt.
9 Automatische uitschakeling
Als u de instellingen van een kookzone lange tijd niet wijzigt, wordt de automatische uitschakeling actief.
Het tijdstip waarop de kookzone wordt uitgeschakeld, wordt bepaald door de ingestelde kookstand (1 tot 10 uur).
Het verwarmen van de kookzone wordt uitgeschakeld. In de kookzone-indicatie knipperen afwisselend F8n de restwarmte-indicatie Hb
9.1 Na automatische uitschakeling verdergaan met koken
- Op een willekeurig touchveld tippen.
√ De indicatie verdwijnt. - Opnieuw instellen.
10 Warmhoudfunctie
Met de warmhoudfunctie kunt u chocolade of boter smelten en voedsel en servies warmhouden.
10.1 Warmhoudfunctie inschakelen
- De kookzone kiezen.
- Symbol L selecteren.
√ In de kookstandindicatie is verlicht.
10.2 Warmhoudfunctie uitschakelen
- De kookzone kiezen.
- Symbool L selecteren.
√ In de kookstandindicatie is verlicht.
11 Weergave energieverbruik
De functie toont het totale energieverbruik tussen het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat. Na het uitschakelen wordt gedurende 10 seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. 1,08 kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet. De indicatie kunt u in de basisinstellingen activeren. → Pagina 55
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basisinstellingen en de vooraf ingestelde fabriekswaarden.
| Indica-tie | Keuze |
| c1 | Automatisch kinderslot 0 - Uitgeschakeld^1 1 - Ingeschakeld 2 - Handmatig en automatisch kinderslot zijn uitgeschakeld. |
| c2 | Geluidssignaal 0 - Bevestigingssignaal en het signaal verkeerde bediening zijn uitgeschakeld. Het hoofdschakelaarsignaal blijft ingeschakeld. 1 - Alleen het signaal verkeerde bediening is ingeschakeld. 2 - Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. 3 - Bevestigingssignaal en het signaal Verkeerde bediening zijn ingeschakeld.^1 |
| c3 | Indicatie energieverbruikVraag de netspanning op bij uw elektriciteitsmaatschappij. 0 - Verbruiksindicatie is uitgeschakeld.^1 1 - Verbruiksindicatie bij netspanning 230 V. 2 - Verbruiksindicatie bij netspanning 400 V. 3 - Verbruiksindicatie bij netspanning 220 V. 4 - Verbruiksindicatie bij netspanning 240 V. |
| c5 | Automatische timer 00 - Uitgeschakeld.^1 1-99 Tijdsduur waarna de kookzones worden uitgeschakeld. |
^1 Fabrieksinstelling
| Indica-tie | Keuze |
| c6 | Tijdsduur van het signaal timer-einde 1 - 10 seconden. 2 - 30 seconden. 3 - 1 minuut. ^1 |
| c7 | Bijschakeling van verwarmingselementen 0 - Uitgeschakeld^1 1 - Ingeschakeld 2 - De laatste instelling voor het uitschakelen van de kookzone. |
| c9 | Keuzetijd van de kookzones 0 - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone altijd instellen, zonder deze op-nieuw te hoeven selecteren. ^1 1 - U kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na het selecteren instellen. Daarna moet u de kookzone opnieuw selec-teren om deze in te stellen. |
| c0 | Resetten naar de fabrieksinstelling 0 - Uitgeschakeld^1 1 - Ingeschakeld |
| ^1 Fabrieksinstelling | |
12.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld.
- De kookplaat inschakelen.
nl Reiniging en onderhoud
- In de volgende 10 seconden ⚡4 seconden ingedrukt houden.

√ clverschijnt.
√ In de kookzone-indicatie is verlicht.
3. Net zo vaak op Tippen tot de gewenste indicatie verschijnt.
- Met de twist-knop de gewenste waarde instellen.

text_image
3 0 c 5 ○ |→| ♡- ♘ 4 seconden ingedrukt houden.
√ De instelling is geactiveerd.
Tip: Om de basisinstellingen af te sluiten de kookplaat uitschakelen met ①De kookplaat weer inschakelen en opnieuw instellen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-dienst, in de online-shop of in de vakhandel.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
■ Onverdund afwasmiddel
■ Reinigingsmiddelen voor de vaatwasser
■ Schuurmiddelen
■ Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
■ Krassende sponzen
■ Hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten
13.2 Glaskeramiek reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik om te voorkomen dat kookresten inbranden.
Opmerking: Neem de informatie over de ongeschikte reinigingsmiddelen in acht. → Pagina 56
Vereiste: De kookplaat is afgekoeld.
-
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
-
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek. Houd u aan de reinigingsinstructies die op de verpakking van het reinigingsmiddel staan. Tip: Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
13.3 Kookplaatrand reinigen
Reinig de kookplaatrand na het gebruik, als er vuil of vlekken op zitten.
Opmerkingen
■ Neem de informatie over ongeschikte reinigingsmiddelen in acht. → Pagina 56
■ Niet de schraper voor vitrokeramische kookplaat gebruiken.
1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
2. Met een zachte doek nadrogen.
13.4 Twist-knop reinigen
Reinig de twist-knop indien nodig.
▶ Veeg de twist-knop met lauwwarm zeepsop af.
- Neem de informatie over de ongeschikte reinigingsmiddelen in acht. → Pagina 56
- De twist-knop is niet geschikt voor de vaatwas-machine.
- De twist-knop niet in het afwaswater onderdompelen.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel- pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 58
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet
▶ Schakel de zekering in de meterkast uit.
▶ Neem contact op met de klantenservice.
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
▶ Schakel de zekering in de meterkast uit.
▶ Neem contact op met de klantenservice.
14.1 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Geen Stroomvoorziening is uitgevallen. | |
| 1. Controleer in de meterkast de zekering voor het apparaat.2. Controleer aan de hand van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomuitval. | |
| Alle indicaties knippen- ren | Bedieningspaneel is nat of er liggen voorwerpen op.► Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| F2 | Op meerdere kookzones is gedurende langere tijd op een hoge stand gekookt. Ter bescherming van de elektronica is de kookplaat uitgeschakeld.1. Wacht enige tijd.2. Tik op een willekeurig touchveld.✓ Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. |
| F4 | Ondanks de uitschakeling met is de elektronica nogheter geworden. Daarom zijn alle kookzones uitgeschakeld.1. Wacht enige tijd.2. Tik op een willekeurig touchveld.✓ Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. |
| F5 | en de kookstand knippen afwisse- lend. Er klinkt een ge- luidssignaal. Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt oververhit te ra- ken.► Neem de pan weg.✓ De indicatie verdwijnt even later. |
| F5 | en geluidssignaal Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld.1. Neem de pan weg.2. Wacht enige tijd.3. Tik op een willekeurig touchveld.✓ Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. |
| F8 | De kookzone is te lang in gebruik geweest en is automatisch uitgeschakeld.U kunt de kookzone direct weer inschakelen. |
| dE | en kookzones worden niet warm Demomodus is geactiveerd.1. Haal de stroom gedurende 30 seconden van het apparaat door de zekering in de meter- kast uit te schakelen.2. Tik binnen de daaropvolgende 3 minuten op een willekeurig touchveld. |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Melding met "E" verschijnt in het display, bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
- Schakel het apparaat uit en weer in.
- Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
- Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→ "Servicedienst", Pagina 58
15 Afvoeren
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
■ op de apparaatpas.
■ aan de onderkant van de kookplaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

17.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
■ Elektrische aansluiting: alleen door een erkend vakman. In geval van een verkeerde aansluiting komt de garantie te vervallen.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. Bij schade als gevolg van een niet-deskundige inbouw is de monteur aansprakelijk.
17.2 Onderbouw
Geen koelapparaten, vaatwasmachines, ovens zonder ventilatie en wasmachines onderbouwen.
- Als u een oven onderbouwt, moet de werkbladdikte minstens 20 mm bedragen, in sommige gevallen ook meer. Neem de aanwijzingen in de installatiehandleiding bij de oven in acht.
- Let erop dat uitstekende delen, zoals de behuizing of het snoer van de netaansluiting, niet in botsing komen met bijvoorbeeld een lade.
17.3 Tussenbodem
Wanneer de onderkant van de kookplaat kan worden aangeraakt, moet er een tussenschot worden gemonteerd.
17.4 Meubel voorbereiden
Het werkblad dient egaal, waterpas en stabiel te zijn.
■ De inbouwmeubelen inclusief wandafsluitstrips moeten minstens 90°C hittebestendig zijn.
■ Een nisbekleding binnen 50 mm afstand tot de achterwand mag niet brandbaar zijn (bijv. tegels, steen).
■ Informeer in de vakhandel of er een tussenschot als accessoire verkrijgbaar is.
■ Wanneer u een eigen tussenschot gebruikt, moet de minimale afstand tot de netaansluiting van het apparaat 10 mm zijn.
■ De snijvlakken hittebestendig afdichten om te voorkomen dat het werkblad door vocht uitzet.

text_image
min. 16 560+2 R 3+2 min. 90 min. 50 Z 490+2 W = = W | Z 585 min. 35 ⋮⋮ >= 600 min. 50 x4 Ø6 90°17.5 Montage bevestigingsrails
Bij werkbladen van steenmateriaal de bevestigingsrails verlijmen.
■ De kookplaat kan ook in een voorhanden 500 mm diep uitsparing worden ingebouwd.

text_image
90° x4 Ø3 490/50017.6 Elektrische aansluiting
Ter bescherming het apparaat eerst uit de piepschuimverpakking halen, wanneer u het apparaat in de uitsparing drukt. Plaats het apparaat niet rechtop op een zijkant van het apparaat.
- Controleer de elektrische installatie van de woning vóórdat u het apparaat aansluit.
-
Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
-
De geïnstalleerde elektrische installatie dient volgens de opbouwvoorschriften in de fasen te worden voorzien van een separator.
- Als op het display van het apparaat uva schijnt, is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat van het net, controleer de aansluiting.
Aansluiting zonder voorgemonteerde kabel
Sluit de kookplaat alleen aan volgens het aansluitschema.
■ Bouw indien nodig de meegeleverde koperbruggen in.
■ De hoofdleiding moet van het type H05 VV-F of hoger zijn.
- De draaddiameter moet overeenkomstig de stroombelasting worden bepaald. Niet toegestaan is een diameter < 1,5 mm ^2 .
Aansluiting met voorgemonteerde 5-aderige aansluitleiding
Alleen geschoold servicepersoneel mag de aansluitleiding verwisselen.
17.7 Kookplaat inbrengen
Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet beklemd raakt en niet over scherpe randen wordt geleid.
- Is er een oven onder de kookplaat geplaatst, dan de leiding via de achterste hoeken van de oven naar de aansluitdoos leiden.
■ De kookplaat in de uitsparing drukken.
- Is er een oven onder de kookplaat geplaatst, dan de leiding via de achterste hoeken van de oven naar de aansluitdoos leiden. - De kookplaat in de uitsparing drukken.

17.8 Uitbouw van de kookplaat
- Maak het apparaat spanningsloos.
- De kookplaat er van onderaf uitdrukken.