HRX 537C5 VK - Grasmaaier Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRX 537C5 VK Honda in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HRX 537C5 VK Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRX 537C5 VK - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRX 537C5 VK van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING HRX 537C5 VK Honda
Dank u voor de aanschaf van deze Honda gazonmaaier.
Deze handleiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van de Honda gazonmaaier, type HRX537HYE, HRX537HZE.
Wij willen u helpen uw nieuwe maaier veilig te bedienen met het beste resultaat. Deze handleiding bevat alle hiervoor noodzakelijke informatie; lees deze daarom zorvuldig door.
Deze handleiding is een integraal onderdeel van de gazonmaaier en moet worden bijgeleverd als u de maaier verkoopt.
Neem contact op met uw leverancier indien u problemen of vragen hebt met betrekking tot de maaier.
Wij raden u aan de garantiebepalingen te lezen, zodat u volledig op de hoogte bent van uw rechten en plichten. De garantiebepalingen worden door uw leverancier afzonderlijk bijgeleverd.
Honda Power Equipment Mfg., Inc. behoudt zich het recht voor om zonder aankondiging vooraf en zonder verdere verplichtingen produktspecificaties te wijzigen.
Niets uit deze publicatie mag, op welke wijze ook, vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID
Let vooral op waarschuwingen die als volgt zijn aangegeven:

GEVAAR
U WORDT GEDOOG of LOOPT ERNSTIG LETSEL OP als u de voorschiriften niet opvolgt.

WAARSCHUWING
Als u deze instructie niet opvolgt kan dat ERNSTIG LETSEL of LEVENSGEVAAR opleveren.

LET OP
Als u deze instructie niet opvolgt kunt u GEWOND raken.
Elke waarschuwing vermeldt het risico, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om de kans op letsel te voorkomen of te beperken.
OPMERKINGEN
Andere belangrijke opmerkingen om schade te voorkomen worden als volgt aangeduid:
OPMERKING
Als u deze instructie niet opvolgt kan schade ontstaan aan de gazonmaaier of andere voorwerpen.
Deze instructies dienen om schade aan de gazonmaaier, ander voorwerpen of het milieu te helpen voorkomen.
HONDA
INSTRUKTIEHANDLEIDING
(oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)
HRX537HYE • HRX537HZE
GAZONMAAIER

WAARSCHUWINGEN Het Belang van Onderhoud . . . 13
BETREFFENDE DE VEILIGHEID .1 Onderhoudsschema..... 13
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN .2 Motoronderhoud.... 14
Waarschuwingssticker....3 Koppelingskabels nastellen... 15
Produkt-Identifikatie-Plaatje....3 Mes Monteren En Demonteren 16
OVERZICHT VAN ONDERDELEN 3 Grasvangzak Reinigen
IN ELKAAR ZETTEN....4 En Vervangen....16
BEDIENING....5 De Accu Opladen (Hze-type) .. 17
Voorzorgsmaatregelen .....9
De Motor Starten....9 Honda Garantie Voorwaarden,
Gebruik Van Hendels.....10 EG-Verklaring van
De Motor Afzetten....11 Overeenstemming,
Tips Voor Veilig Maaien.....11 Honda De Adressen Van De Verdeler
Maaitips....12 Definitieve Pagina
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING
Voor een veilige bediening –

- Honda gazonmaaiers zijn ontworpen voor veilige en betrouwbare bediening indien gebruikt volgens deze voorschriften.
Lees deze Gebruiksaanwijzing voordat u de maaier gaat gebruiken. Als u dat niet doet, kunt u zichzelf verwonden of de machine beschadigen.
- Lees deze instructies zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
- Laat de gazonmaaier nooit bedienen door kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van deze voorschriften.
- Gebruik de gazonmaaier nooit als er mensen in de buurt zijn, en zeker niet met kinderen of huisdieren in de buurt.
- Onthoud dat wie de machine gebruikt wettelijk aansprakelijk is in geval van verwondingen met betrekking tot andere mensen of hun eigendom.
- Draag bij het maaien altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de machine niet zonder schoenen of op sandalen.
-
Verwijder voordat u gaat maaien alle voorwerpen van het gazon die door de machine kunnen worden weggeslingerd.
• Benzine is uiterst brandbaar: -
Bewaar benzine altijd in een daarvoor bestemde jerrycan.
- Vul de tank altijd buiten bij en rook niet als u de tank vult.
- Vul de tank voordat u de motor start. Verwijder nooit de dop van de tank en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of nog heet is.
- Als u tijdens het vullen benzine morst, verplaats de machine dan met de hand naar een veilige plaats en wacht met starten tot alle benzine verdampt is.
- Sluit de tankdop zorgvuldig.
- Vervang de uitlaat als die defect is.
- Controleer voordat u begint met maaien of het mes(stel), de mesbout(en) en de behuizing niet versleten of beschadigd zijn. Vervang mes(stel) en mesbout(en) altijd in paren om het maaiwerk in evenwicht te houden.
- Gebruik de machine niet in een gesloten ruimte waar zich koolmonoxide kan ophopen.
- Maai alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.
- Maai het gazon bij voorkeur niet als het gras nat is.
-
Let op bij het maaien van hellingen:
-
Kijk altijd uit waar u loopt.
- Maai altijd dwars op een helling en nooit van boven naar beneden of vice versa.
- Maai voorzichtig; loop langzaam.
- Wees uiterst voorzichtig als u op een helling van richting verandert.
-
Gebruik de gazonmaaier niet op steile hellingen.
-
Wees uiterst voorzichtig als u de machine naar zich toe trekt.
- Ontkoppel het mes(stel) als u de machine moet kantelen voor transport, wanneer u over ander terrein gaat dan het gazon of wanneer u de machine verplaatst van of naar het te maaien terrein.
- Gebruik de gazonmaaier nooit als onderdelen beschadigd zijn of als veiligheidsvoorzieningen (zoals deflectors en/of grasvangbak) ontbreken.
- Probeer niet de maaihoogte te veranderen terwijl de motor draait.
- Verstel niet zelf de toerenregelaar en voer de motor niet op.
- Ontkoppel het mes(stel) en de aandrijving voordat u de motor start.
- Volg nauwgezet de instructies voor het starten van de motor en zorg dat uw voeten op voldoende afstand van het mes(stel) staan.
-
Kantel de maaier niet tijdens het starten.
-
Houd handen en voeten weg van roterende onderdelen. Ga nooit voor de afvoeropening staan.
- Probeer een gazonmaaier nooit op te tillen of te dragen als de motor draait.
-
Zet de motor af en ontkoppel de bougiekabel:
-
Voordat u verstoppingen in de gazonmaaier verwijdert.
- Voordat u de gazonmaaier inspecteert, reinigt of er overige werkzaamheden aan verricht.
- Wanneer de maaier een vreemd voorwerp heeft geraakt. Controleer of de gazonmaaier is beschadigd en vervang beschadigde onderdelen voordat u de maaier opnieuw start en verder gaat met maaien.
- Als de gazonmaaier hevig begint te trillen. Controleer de maaier direct.
- Zet de motor af:
- Als u bij de gazonmaaier wegloopt.
- Voordat u de tank bijvult.
-
Voordat u de grasvangzak, de zijdelingse afvoertrechter of de molmplug verwijdert.
-
Zet de gashendel in de laagste stand voordat u de motor afzet en draai de benzinekraan dicht wanneer u klaar bent met maaien.
- Draai alle moeren, bouten en schroeven regelmatig aan om de machine steeds veilig te kunnen gebruiken.
- Stal de machine nooit met gevulde tank in afgesloten ruimte waar benzinedamp een vlam of vonk kan bereiken.
- Laat de machine afkoelen voordat u hem binnen zet.
- Voorkom brandgevaar door de motor, de uitlaat, de batterijbak (indien van toepassing) en de benzine-opslagplaats vrij te houden van gras, bladeren of overtollig vet.
- Controleer de grasvangzak regelmatig op slijtage of beschadiging.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor uw eigen veiligheid.
- Als de benzinetank moet worden afgetapt, doe dit dan altijd buiten.
• Draag oogbescherming. - Gebruik de machine nooit in het geval van vermoeidheid of ziekte van de gebruiker, of na consumptie van medicijnen, drugs, alcohol of gevaarlijke stoffen die invloed kunnen hebben op zijn/haar vermogen met betrekking tot reflexen en concentratie.
- Bij het gebruik van de machine altijd veiligheidsschoenen dragen die sterk en slipvast zijn en een lange broek. Gebruik de machine niet met blote voeten of open schoenen. Vermijd het dragen van kettingen, armbanden of loszittende kleding met losse onderdelen of veters of stropdassen. Lang haar moet naar achteren worden vastgemaakt. Draag altijd een anti-geluidshelm.
- Vergeet niet dat de operator of gebruiker verantwoordelijk is voor enige ongevallen of onverwachte gebeurtenissen die mogelijk kunnen optreden bij andere personen of aan hun eigendommen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om te controleren op mogelijke risico's vanwege de grond waarop wordt gewerkt en om alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen om te zorgen voor zijn/haar eigen veiligheid en die van anderen, in het bijzonder op een hellende ondergrond, op ruw, glad of onstabiel terrein of nabij gaten, greppels of oevers.
- MERK OP – De geluids- en trillingsniveaus die in dit informatieblad worden aangeduid, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet-gebalanceerde snijder, een te hoge bewegingssnelheid en een gebrek aan onderhoud hebben aanzienlijke gevolgen voor geluidsemissies en trillingen. Het is daarom noodzakelijk om preventieve voorzorgsmaatregelen te nemen voor het elimineren van alle mogelijke schade vanwege te hoge geluidsniveaus en spanningen vanwege trillingen. Zorg dat de machine goed wordt onderhouden, draag een anti-geluidshelm. Neem tijdens het werk pauzes.
Verwijdering
Om het milieu te beschermen, gooi dit product, de batterij, motorolie, enz. niet achteloos weg met het afval. Houd rekening met de plaatselijke wetten en reglementeringen, of raadpleeg uw bevoegde Honda dealer voor verwijdering.
Deze sticker waarschuwt u voor mogelijke risico's op ernstig letsel. Lees de sticker aandachtig. Als de sticker loskomt of onleesbaar wordt, dient u contact op te nemen met uw dealer en hem een nieuwe te vragen.
| Brief Aafbeelding | |
| A, D | 1. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt.2. Gevaar voor wegschietende voorwerpen. Houd overige personen uit de buurt tijdens het gebruik van deze maaier.3. Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes. Steek uw hand of voet niet in de maalkast. Neem de bougiekap van de bougie voor u onderhoud of reparaties aan de machine uitvoert.4. Niet gebruiken uitwerpkoker je of grasopvangbak.5. Geen vonken, vlammen, rook.6. Draag oogbescherming.7. Houd buiten bereik van kinderen.8. Corrosieve substantie – Kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken.9. Explosieve gassen – Bescherm uw ogen.10. Recycle – Bevat lood. |
| B | 11. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt.12. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien in een omsloten ruimte.13. Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Zet de motor uit en laat deze afkoelen voordat u brandstof bijvult. |
PRODUKT-IDENTIFIKATIE-PLAATJE
| Brief Afbbeelding | |
| c | ![]() |
| 1. Gewaardborgd geluidsvermogensniveau volgens EEC Richtlijn 2000/14/EC2. Overeenstemmingsmarkering volgens gewijzigde EEC3. Conformity mark optional4. Nominaal vermogen in kilowattsVelocità del motore consigliata in giri al minuto5. Maximaal motorsnelheid | 6. Maand en bouwjaar7. Gewicht in kilogram8. Serienummer9. Model10.Naam en adres van toegelaten vertegenwoordiger11.Naam en adres van fabrikant |
| Naam en het adres van de fabrikant en de toegelaten vertegenwoordiger zijn geschreven in de "EG Declaraton of Conformity" CONTENT OVERZICHT in deze handleiding. | |
Noteer de serienummers van het chassis en de motor hieronder. U zal deze serienummers nodig hebben bij het bestellen van onderdelen en wanneer u inlichtingen wenst betreffende technische gegevens of garantie.
Serienummerchassis: ____ - ____ Serienummermotor: ____ - ____ Aanschafdatum: ____ / ____ / ____
OVERZICHT VAN ONDERDELEN

text_image
[1] [2] [3] [4] A [STICKER] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] D [STICKER]
text_image
[16] [15] [14] [17] C [STICKER] [24] [18] HONDA [23] [22] [20] [21] B [STICKER] [19]| 1 | Schakelhendel |
| 2 G | ashendel 15 Meskoppelingshendel |
| 3 S | Stuurboom 16 Meskoppelingsknop |
| 4 | Achterwaartse uitworp guard |
| 5 | Dop benzinetank |
| 6 | Afvoerbeschermkap |
| 7 | Uitlaat |
| 8 | Elektrische starter(alleen HZE-type) |
| 9 | Olievuldop |
| 10 | Maaiselrichterknop |
| 11 | Aansluiting voor batterijlader(alleen HZE-type) |
| 12 | Startkoord |
| 13 | Sleutelschakelaar(alleen HZE-type) |
| 14 | Accubak (alleen HZE-type) |
| 17 | Aandrijfkoppelingshendel |
| 18 | Grasvangzak |
| 19 | Stuurboombout (2) |
| 20 | Brandstofkraan |
| 21 | Luchtfilter |
| 22 | Carburateur |
| 23 | Bougiekap |
| 24 | Maaihoogtehendels (4) |
IN ELKAAR ZETTEN
UITPAKKEN
Verwijder alle karton van de handgreep.
MONTEREN VAN DE HANDGREPEN
- Draai de afstelknoppen van de handgreep [1] 90 graden naar ontgrendelde stand [2].
- Beweeg de handgreep naar de maaistand zodat de fixeerpennen uitlijnen met ofwel de hoogste, of de middelste, of de laagste gaatjes in montagebeugels van de handgreep.
- Draai de afstelknoppen 90 graden naar de vergrendelstand [3] toe en de pennen zullen op hun plaats vastklikken in de gaten.

De motor van de maaimachine heeft een intern oplaadsysteem. Tijdens normaal gebruik is het niet nodig de accu op te laden of te onderhouden.
De maaier wordt vervoerd met de startsleutel in het zakje met onderdelen. Installeer de sleutel in de sleutelschakelaar.
GRASOPVANGEENHEID
Schuif het frame [1] van de graszak in de graszak [2] en monteer de plastic klemmen [3] zoals afgebeeld.

De maaimachine wordt ZONDER OLIE in de motor verscheept.
Vul dan genoeg SAE 10W-30 API olie van onderhoudscategorie SJ om het oliepeil tot tussen de bovengrens [2] en de ondergrensmarkeringen [3] op de peilstok [1] te brengen, zolas wordt afgebeeld.
Hoeveelheid bij te vullen: 0,35 \~ 0,40 ℓ
Doe niet te veel olie in de motor. Als de motor te vol is, kan overtollige olie worden overgebracht naar de luchtfilterbehuizing en het luchtfilter.

Raadpleeg bladzijde 7.
VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMEN
Alle operators van de maaimachine moeten vóór gebruik van de maaimachine de volgende hoofdstukken lezen:
• VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (bladzijde 2)
• BEDIENINGEN (bladzijde 5)
• CONTROLES VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMEN (bladzijde 6)
• GEBRUIK (bladzijde 9)
• ONDERHOUDSSCHEMA (bladzijde 13)
BEDIENING
BRANDSTOFKRAAN
Met de brandstofkraan [1] wordt de verbinding tussen de brandstoftank en de carburateur geopend en gesloten.

De gashendel [1] heeft de volgende standen:
| SNEL | Voor het opnieuw starten van een motor en voor het maaien. | ||
| LANGZAAM | Voor stationair draaien van de motor. | ||
| STOP | Om de motor af te zetten.(Draai bij typen HZE de sleutelschakela ar naar OFF om de motor te stoppen). |
MOTORSCHAKELAAR (HZE TYPE)
| ○ | OFF(uit) | Stopt de motor. | ![]() |
| I | ON(aan) | Bedrijfsstand (de sleutelschakelaar dient op de stand ON staan om de trekstarter te gebruiken). | |
| START | Bedient de elektrische starter. |
MESKOPPELINGSHENDEL
Met de meskoppelingsknop [1] en hendel [2] wordt de mesaandrijving gestart en gestopt.

De aandrijfkoppelingshendel [1] schakelt de wielaandrijving aan en uit.

Met de schakelhendel [1] schakelt u naar een andere versnelling over.
Wanneer de schakelhendel [1] helemaal naar achteren staat [A] en de aandrijfkoppelingshendel ingekoppeld is, zal de maaier niet of slechts langzaam rijden. Rijd langzaam wanneer u dik gras maait of in een kleine ruimte manoeuvreert.
Gebruik stand [B] voor maximale zelfrijdende snelheid in grote open ruimten en voor vervoer.

text_image
A B [1]MAAIHOOGTEHENDELS
De maaihoogte kan op zes niveaus worden ingesteld. Deze zijn hiernaast bij benadering aangegeven. De feitelijke maaihoogte is afhankelijk van de conditie van het gazon en de bodemgesteldheid.

text_image
19 mm 32 mm 45 mm 62 mm 75 mm 88 mm 101 mmElk wiel heeft een eigen maaihoogtehendel [1].

De maaiselrichterknop [1] regelt het opvangen in zak, mulchen, en afvoer aan de achterkant. De knop heeft tien instelmogelijkheden.

text_image
[1] BAG R32CNDraag beschermende kleding. Een lange broek en oogbescherming kunnen het risico op letsels veroorzaakt door weggeslingerde voorwerpen, verminderen. Draag schoeisel dat uw voeten beschermt en dat een stevige grip biedt op hellingen of oneffen terrein.
HET GAZON INSPECTEREN
Inspecteer voor uw eigen veiligheid en die van anderen altijd eerst het te maaien oppervlak.
Voorwerpen
Alles dat door een mes kan worden weggeslingerd is een mogelijk gevaar voor u en voor anderen. Verwijder stenen, takken, botten, staaldraad e.d. van het te maaien oppervlak.
Mensen en dieren
Mensen en dieren nabij het te maaien oppervlak kunnen in de baan van de gazonmaaier komen of in een positie waar ze geraakt kunnen worden door weggeslingerde voorwerpen. Zorg dat zich geen mensen, en vooral geen kinderen, of huisdieren in de buurt bevinden. Hun veiligheid is uw verantwoordelijkheid.
Gazon
Kijk hoe hoog het gras is en hoe het er bij staat om de maaihoogte en de snelheid te bepalen.
Maai het gras niet als het nat is. Niet alleen raakt het maaidek daardoor verstopt en klontert het gemaaide gras op het gazon, maar nat gras geeft ook weinig grip en vergroot het risico dat u uitglijdt.
DE MAAIER CONTROLEREN
Messen
-
Stop de motor.
HYE: Zet de gashendel in de STOP-stand (bladzijde 5).
HZE: Draai de sleutel naar de UIT-positie (bladzijde 5). -
Draai de brandstofkraan DICHT (bladzijde 5).
-
Maak de bougiekap los van de bougie (bladzijde 14).
-
Kantel de maaier om naar rechts zodat de brandstofdop naar boven is gericht. Zo help u lekken voorkomen, en vermijdt u dat er motorolie doorsijpelt in de luchtfilter en dat de motor moeilijk start.

Het mes is scherp en draait zeer snel rond.
Een ronddraaiend mes kan u ernstig verwonden en vingers en tenen amputeren.
• Draag beschermend schoeisel.
- Houd handen en voeten uit de buurt van het maaidek zolang de motor draait.
- Zet de motor altijd af voordat u instellingen verandert en inspectie of onderhoud uitvoert.
Een bot mes kan geslepen worden, maar een mes dat versleten, verbogen of gescheurd is moet vervangen worden. Afbrekende stukken van een versleten of beschadigd mes kunnen uit de maaier geslingerd worden.
Breng de gazonmaaier naar een geautoriseerde Honda-dealer om messen te laten slijpen of vervangen. Als u een momentsleutel hebt, kunt u zelf messen demonteren en monteren.
Controleer of de mesbouten [2] goed zijn aangedraaid (bladzijde 16).
Oliepeil
Zet de motor uit en plaats de maaier op een vlakke ondergrond als u het oliepeil gaat controleren.
Gebruik alleen olie voor viertaktmotoren met de aanduiding SH of vergelijkbare mengsels met een hoog detergensgehalte. Gebruik olie met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur.
SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Mengsels met een andere viscositeit zijn geschikt voor gebruik bij een gemiddelde buitentemperatuur zoals aangegeven in onderstaande grafiek.

0 20 40 60 80 100°F
-20 -10 0 10 20 30 40°C
OPMERKING
- Starten van de motor bij een laag oliepeil kan de motor beschadigen.
- Gebruik van olie met een laag detergensgehalte kan de levensduur van de motor verkorten, en gebruik van tweetaktmengsels kan de motor beschadigen.
- Neem de dop van de olietank [1] en verwijder de olie van de peilstok.
- Steek de oliepeilstok in de olietank, maar schroef de dop niet vast. Controleer het oliepeil op de peilstok.
- Als het oliepeil dicht bij het onderste merkteken [3] staat, vult u de olie bij tot aan het bovenste merkteken [2]. Vul niet teveel olie bij.
- Breng de dop van de olietank [1] weer aan en draai hem goed vast.
Benzine
Deze motor is gecertifieerd voor werking op loodvrije benzine, met een research-octaangetal van 91 of hoger.

We raden aan om na elk gebruik bij te tanken zodat er zo weinig mogelijk lucht in de brandstoftank aanwezig is.
Zorg dat de motor uit staat en dat er voldoende ventilatie is als u benzine bijvult. Als de motor heeft gelopen, laat u hem eerst afkoelen. Vul de benzine nooit bij in een ruimte waar benzinedampen kunnen ontbranden door open vuur of vonken.
U mag normale loodvrije benzine gebruiken met maximaal 10% ethanol (E10) of 5% methanol van de inhoud. Daarnaast moet methanol cosolvents en corrosievertragers bevatten. Gebruik van benzine met hogere percentages ethanol of methanol dan hier aangegeven, kunnen problemen veroorzaken met starten en/of de rijprestaties. Tevens kan het de metalen, rubber en plastic onderdelen van het brandstofsysteem beschadigen. Bovendien is ethanol hygroscopisch, dit betekent dat het water aantrekt en vasthoudt in het brandstofsysteem. Beschadiging van de motor en problemen met rijprestaties die het resultaat zijn van gebruik van benzine met een percentage ethanol of methanol dat groter is dan hier aangegeven, vallen niet onder de garantie.
Gelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis (meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 19), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof.
⚠ WAARSCHUWING
Benzine is licht ontvlambaar en explosief.
Bij het hanteren van brandstof is het risico van brandwonden of zwaar letsel zeer groot.
- Zet de motor af en houd hem buiten het bereik van hitte, vonken en open vuur.
• Hanteer brandstof uitsluitend buitenshuis.
• Dweil gemorste benzine onmiddelijk op.
Het is mogelijk dat de motor bij zware belasting licht "klopt" of "pingelt". Dit is geen reden tot zorg.
OPMERKING
Benzine tast verf en kunststof aan. Let erop dat u geen benzine morst als u de tank bijvult. Schade ontstaan door gemorste benzine valt niet onder de garantie.
Draai de dop van de benzinetank los en controleer het benzinepeil. Vul de tank bij als het benzinepeil laag is. Wees voorzichtig met bijvullen om morsen te voorkomen. Vul de tank niet te veel; het benzinepeil dient niet tot de hals van de tank [1] te reiken.

text_image
[1]Draai na het vullen de tankdop stevig vast.
Zet de maaimachine ten minste 3 meter uit de buurt van de brandstofbron en -locatie voordat u de motor start.
Brandstoftank
Sla uw brandstof in een nette, plastic, afgesloten container op die geschikt is voor brandstofopslag. Sluit het ventilatiegat af (indien voorzien) en stel de de tank niet bloot aan direct zonlicht. Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen.
Als u op het einde van het seizoen nog brandstof in uw opslagtank heeft, dan raadt het milieubeschermingsagentschap aan om deze benzine in de brandstoftank van uw auto te gieten.
Luchtfilter
Verwijder het deksel [1]. Zorg dat de luchtfilter [2] zuiver en in goede staat is. Een vuile luchtfilter beperkt de luchtdoorvoer naar de carburator, met verminderde motorprestaties als gevolg. Ga naar bladzijde 14 voor informatie over het onderhoud van de luchtfilter.

text_image
[2] [1]Stuurboom verstellen
Stel de hoogte van de stuurstang in op een comfortabele stand (bladzijde 4).
Grasvangzak
Een gazonmaaier werkt als een stofzuiger: hij blaast lucht in de zak, waardoor de afgemaaide grashalmen daar in worden opgevangen. Leeg de grasvangzak voordat hij helemaal vol raakt. Het
verzamelvermogen neemt af wanneer de zak voor ongeveer 90% vol is. Ook is de zak gemakkelijker te legen als hij niet propvol zit.
Controle
Bij een normaal gebruik is het materiaal van de graszak onderhevig aan verslechtering en slijtage.
OPMERKING
Controleer de grasvangzak op scheuren, gaten of versleten plekken. De grasvangzak slijt door normaal gebruik en moet te zijner tijd vervangen worden.
Raadpleeg (bladzijde 16) om de grasvangzak te vervangen door een nieuwe.
Aanbrengen
- Til de kap [1] op, pak de handgreep [3] vast en haak de grasvangzak [2] aan het maaidek.
- Laat de klep weer zakken om de grasvangzak vast te zetten.
Verwijderen
- Til de kap op, pak de grasvangzak bij de handgreep en verwijder hem.
- Laat de kap weer zakken.
- Als de grasvangzak van de klep los is, kunt u hem door de stuurboom tillen of achterlangs onder de stuurboom door verwijderen.
Maaihoogte
Controleer of de vier maaihoogtehendels [1] alle in dezelfde stand staan voor de gewenste maaihoogte.

U kunt de maaihoogte verstellen door elke hendel [1] naar het wiel te duwen om hem in een andere stand te zetten.
Als u twijfelt over de juiste maaihoogte, begint u met een hoge

text_image
[1] 19 mm 32 mm 45 mm 62 mm 75 mm 88 mm 101 mmstand. Maai een klein stukje en bekijk het resultaat. Stel de maaihoogte vervolgens naar wens lager in.
Achterbeschermplaat
Tijdens een normaal gebruik is de achterbeschermplaat [1] onderhevig aan beschadigingen en slijtage. Verwijder de graszak [2] en de afvoerkap [3] om de achterbeschermplaat te controleren op barsten of scheuren. Als de achterbeschermplaat overmatig versleten is, moet u ze laten vervangen door uw erkende dealer voor onderhoud en reparaties van Honda.

Stel voor het juiste maairesultaat de afstelknop [1] voor de maaiselrichting in op een van de tien standen.
Om de maaiselrichterknop af te stellen, dient u deze naar beneden te trekken in richting van de achterzijde van de maaimachine. De knop stelt een schuifdeur [2] in van de volledig geopende stand BAG tot de volledig gesloten stand MULCH.

text_image
[1] [2] (volledig gesloten)Als u veel weerstand bemerkt terwijl u de maaiselrichterknop van de ene naar de andere kant verschuift, kan er te veel gras zijn opgehoopt bovenop de schuifdeur.
De verzameling van een zekere hoeveelheid gras in de uitvoeropening is normaal als de maairesultaat de afstelknop volledig gesloten is. Om dit gras te verwijderen, moet u het afvoerscherm sluiten, de maairesultaat de afstelknop volledig openen, de motor starten en de Bladbedieningshendel verscheidene keren inschakelen.
Belangrijke Veiligheidsmaatregel
Zet de motor altijd af en trek de bougiedop eraf voordat u de afvoerbeschermkap omhoog haalt om rond de schuifdeur te inspecteren of schoon te maken. Zo voorkomt u contact met de draaiende messen en voorkomt u dat er voorwerpen het afvoergebied in worden geslingerd.
Stand schuifdeur
Door de plaatsing van de schuifdeur [2] kunnen er verschillende maairesultaten worden behaald. Als de voorkeursstand voor de schuifdeur onbekend is, monteer dan een graszak en begin het
maaien met de maaiselrichterknop [1] helemaal op stand BAG. Controleer hoe het gazon eruit ziet. Door de knop meer in richting van stand MULCH te schuiven, wordt er meer gras terug het gazon in gerecycled. Stel de maaiselrichterknop af tot het gewenste resultaat is bereikt.

Afvoer naar achteren
Om het afgeknipte gras naar achteren af te voeren, de graszak verwijderen en de maaiselrichterknop [1] in het bereik BAG plaatsen.

Maximale afvoer naar achteren vindt plaats als de maaiselrichterknop in de stand (BAG) helemaal links staat. Door de maaiselrichterknop meer naar rechts (MULCH) te schuiven, wordt er minder gras afgevoerd door de afvoerbeschermkap achter.

Lees VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (bladzijde 2) and VOORDAT U GAAT MAAIEN (bladzijde 6) voordat u de gazonmaaier de eerste keer gebruikt.
Ook al hebt u ervaring met andere maaiers, neem dan toch even de tijd om vertrouwd te raken met de werking van deze maaier. Probeer hem op een vlak en ruim stuk gazon, voordat u uw vaardigheden beproeft op de moeilijker delen van uw gazon.
Uit oogpunt van veiligheid dient u de motor niet te starten of te gebruiken in een gesloten ruimte, zoals een garage. De uitlaatgassen van de maaier bevatten het giftige koolmonoxide dat in een gesloten ruimte snel leidt tot ademnood, bewusteloosheid en de dood.
GEBRUIKSFREQUENTIE
Gelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis (meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 19), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof.
DE MOTOR STARTEN
- Draai de brandstofkraan [1] OPEN.

Trek het startkoord [1] langzaam uit tot u weerstand voelt, en start de motor dan met een flinke ruk. Laat het startkoord lanzaam terugwikkelen.
Zet de
aandrijfkoppelingshendel [3] voor het starten altijd in de vrijstand om te
voorkomen dat het/de mes(sen) gaat/gaan draaien en de maaier gaat rijden.

Draai de startsleutel schakelaar naar de START ( ) positie. Laat de sleutel terugkeren naar de AAN ( ) positie wanneer de motor is gestart.
De starter moet niet langer dan 5 seconden per keer gebruikt worden. Als de motor niet wil starten laat de schakelaar dan los en wacht 10 seconden alvorens de starter opnieuw te gebruiken.
Als de accu niet voldoende stroom heeft om de motor te starten, mogelijk vanwege een lange opslagperiode, gebruikt u de startmotor om de motor voor ten minste één maaisessie te starten. De accu zou genoeg stroom moeten hebben na een maaisessie (van ongeveer 1 uur).

Draai de sleutelschakelaar naar de stand ON.
Zet de gashendel in de juiste stand om te SNEL (◀).
Plaats uw voet op de trede van het maaidek. Trek licht aan de trekstarterhandgreep tot u weerstand voelt en trek vervolgens flink hard. Breng de trekstarterhandgreep langzaam terug

- Zodra de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen, zet u de gashendel [1] op SNEL (♠) om te gaan maaien of op LANGZAAM (♠) om de motor stationair te laten draaien.
Laat de motor minimaal drie minuten warmdraaien voordat u deze afzet om ervoor te zorgen dat het Auto Choke System makkelijk opnieuw kan worden gestart en optimaal presteert. Bij temperaturen lager dan 21°C moet u de motor langer laten warmdraaien.

Gebruik in de bergen
Op grote hoogte levert de standaard afstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel. Hierdoor vermindert het motorvermogen en stijgt het brandstofverbruik. Ook wordt de bougie vuil, hetgeen startproblemen geeft.
Bij gebruik in de bergen kan het motorvermogen verhoogd worden door enkele aanpassingen aan de carburateur. Als u de maaier alleen op een hoogte van meer dan 1500 m gebruikt, kunt u deze aanpassingen laten uitvoeren door de Honda-dealer.
Ondanks deze aanpassing vermindert het het motorvermogen met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging. De vermindering van motorvermogen zal nog groter zijn als de carburateur niet wordt aangepast.
OPMERKING
Als de carburateur is aangepast voor gebruik op grote hoogte, is het benzine/luchtmengsel te arm voor gebruik op een hoogte beneden 1500 m. Dit kan oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken. Laat de Honda-dealer de carburateur daarom eerst terugbrengen in de oorspronkelijke staat, voordat u de maaier beneden de 1800 m gebruikt.
GEBRUIK VAN HENDELS
Gashendel
Maai voor de beste resultaten altijd met de gashendel [1] op SNEL (♥). Als het mes met de vooraf ingestelde snelheid draait, ontstaat een sterke luchtstroom die het gras omhoog trekt zodat het efficiënter wordt gemaaid.
Probeer niet het bedrijfstoerental op te voeren, omdat het mes dan kan breken.

text_image
FAST [1]Meskoppelingshendel
De aandrijving van het mesblad wordt gestart wanneer u op de gele knop [1] boven op de meskoppelingshendel [2] drukt en de hendel vervolgens naar voren toe tegen de stuurboom aangedrukt houdt.
De aandrijving van het mes(stel) wordt ontkoppeld door de meskoppelingshendel [2] los te laten.

Bedien de hendel met een vlotte beweging over zijn volledige slag zodat de aandrijfkoppeling altijd volledig ingekoppeld of volledig uitgekoppeld is. Dat voorkomt afslaan van de motor en zal de levensduur van de meskoppeling verlengen.
Aandrijfkoppelingshendel
Duw de aandrijfkoppelingshendel [1] naar voren en houd deze tegen de handgreep om de maaimachine naar voren te bewegen.
Voor zelfrijdend maaien drukt u op de gele knop [2] aan de bovenzijde van de meskoppelingshendel [3]. Duw de meskoppelingshendel vervolgens naar voren toe tegen de stuurboom aan en duw daarna de aandrijvingskoppelingshendel [1] naar voren.
Laat de aandrijfhendel [1] los om de maaier tot stilstand te laten komen.

U kunt de rijsnelheid bepalen met de aandrijfhendel [1]. De maaier rijdt geleidelijk sneller naarmate u de hendel verder naar voren duwt. Als u de hendel helemaal tegen de stuurboom aangedrukt houdt, rijdt de maaier met de snelheid die wordt bepaald door de instelling van de schakelhendel.
Schakelhendel
Met de schakelhendel [1] stelt u de versnelling van de maaier in.
UGebruik niet de gashendel om de rijsnelheid te veranderen. De gashendel moet op SNEL blijven staan voor een goed maairesultaat. Als dit niet het geval is, zal de maaikwaliteit afnemenGebruik het lagere snelheidsbereik voor molmen en verzamelen, en het hogere snelheidsbereik voor verplaatsing.

text_image
[1] [2]Als de schakelhendel helemaal naar achteren staat en de aandrijfkoppelingshendel niet in de vrijstand, zal de maaier langzaam of helemaal niet rijden.
DE MOTOR AFZETTEN
-
Laat de aandrijfkoppelingshendel [1] en de meskoppelingshendel los.
-
Schuif bij typen HYE de gasklephendel [1] naar STOP (♂).

Draai bij typen HZE de sleutelschakelaar naar OFF (O).

text_image
OFF [2]-
Draai de brandstofkraan DICHT wanneer de maaier niet gebruikt wordt.
-
Als uw grasmachine gedurende 3 tot 4 weken niet zal worden gebruikt, dan raden we aan om de brandstop uit de carburator van de motor te verwijderen. U kunt dit doen door de brandstofklep in de stand OFF (Uit) te zetten, de motor opnieuw te starten en de resterende brandstof op te gebruiken. Als u de grasmaaier langer dan 4 weken niet gaat gebruiken, raadpleeg dan het hoofdstuk BERGING (bladzijde 18).

Houd voor uw eigen veiligheid alle vier wielen aan de grond en let op waar u loopt zodat u niet de controle over de maaier verliest. Houd de stuurboom stevig vast en loop altijd normaal, nooit hard, met de maaier. Wees voorzichtig als u een ongelijk of geaccidenteerd oppervlak maait.
Duw nooit met uw voet tegen de maaier als hij vast zit; gebruik alleen de stuurboom om de maaier te hanteren.
GEVAAR
Het mes is scherp en draait zeer snel rond.
Een ronddraaiend mes kan u ernstig verwonden en vingers en tenen amputeren.
• Draag beschermend schoeisel.
- Houd handen en voeten uit de buurt van het maaidek zolang de motor draait.
- Zet de motor altijd af voordat u instellingen verandert en inspectie of onderhoud uitvoert.
Hellingen
Maai een helling altijd dwars, niet van boven naar beneden. Maai geen steile hellingen (met een stijgings-percentage van meer dan 20°), en wees voorzichtig als u van richting verandert. Als u een helling maait met nat of vochtig gras kunt u uitglijden en de macht over de maaier verliezen.
Obstakels
Maai langs grote obstakels, zoals een hek of een muur, met de zijkant van de maaier.

Laat de aandrijfkoppelingshendel los om de aandrijving te ontkoppelen wanneer u rond een boom of een ander obstakel maait. In zulke gevallen kunt u de maaier beter sturen als u hem duwt. Wees voorzichtig als u over ingegraven obstakels heen maait, zoals sproeikoppen, tegels, boorders, enz. Maai nooit over dingen heen die boven het maaiveld uitsteken.
Als het mes iets heeft geraakt of als de maaier begint te trillen, zet dan de motor onmiddellijk af en controleer of er iets is beschadigd. Een obstakel kan het mes beschadigen, de krukas buigen en/of het maaidek of andere onderdelen breken. Trilling duidt meestal op een ernstig mankement.
WAARSCHUWING
Een versleten, gescheurd of beschadigd mes kan afbreken, waardoor stukken van het mes gevaarlijke projectielen kunnen worden.
Ook andere weggeslingerde objecten kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Inspecteer het mes daarom regelmatig en gebruik de maaier niet met een versleten of beschadigd mes.
Onderdelen die worden beschadigd door ongelukken of een botsing vallen niet onder de garantie.
Gravel en losse voorwerpen
Gravel, grind en ander materiaal voor het aanleggen van tuinen kan door de maaier worden opgepikt en meters ver weggeslingerd worden met voldoende kracht om ernstig lichamelijk letsel of materiële schade te veroorzaken. De beste manier om mogelijk letsel door weggeslingerde voorwerpen te voorkomen is door de meskoppelingshendel los te laten, zodat het mes stilvalt voordat u op terrein komt waarop gravel, grind of ander los materiaal ligt.
MAAITIPS
Wanneer maaien?
De meeste grassoorten moeten gemaaid worden als ze 1 tot 3 cm boven hun aanbevolen hoogte uitkomen.
Als u het gras molmt, dient u vaker te maaien dan wanneer u het verzamelt. Maai uw gazon in het groeiseizoen twee maal per week voor de beste resultaten.
Maaihoogte
Vraag een kwekerij of een tuincentrum bij u in de buurt om advies over de aanbevolen maaihoogte en verzorging voor specifieke grassoorten.

GOEDE LENGTE
Als u goed kijkt, ziet u dat de meeste grassoorten een steel en bladeren hebben.
Als u de grashalmen helemaal afmaait, scalpeert u het gazon. Geef het gras voldoende tijd om zich te herstellen tussen maaibeurten. Dan zal de maaier beter werken en uw gazon beter ogen.

TE KORT
Als het gras te lang wordt, maait u het eerst op de hoogste maaihoogte en twee of drie dagen later nogmaals. Maai niet meer dan één-derde van de totale lengte per keer om te voorkomen dat bruine plekken ontstaan.
De werking van de maaihoogtehendels wordt beschreven in het hoofdstuk BEDIENING (bladzijde 5).
Maaistroken
Voor een gelijkmatige gazon laat u de maaistroken elkaar overlappen (5–10 cm). Bij zeer lang of dik gras houdt u een bredere overlapping aan.
Messnelheid
Het mes moet zeer snel roteren om goed te maaien. Zet de gashendel bij het maaien altijd op snel en laat de motor met maximale toeren draaien.
Als het toerental vermindert, kan dit betekenen dat de motor overbelast wordt doordat het mes teveel gras moet maaien. Maai een smallere strook, maai langzamer of stel de maaihoogte hoger in.
Messcherpte
Een scherp mes maait scherp. Door een stomp mes scheuren de grashalmen, waardoor de uiteinden bruin worden. Als het mes niet meer scherp maait, laat u het slijpen of vervangen.
Droog gras
Als de grond te droog is kan er bij het maaien veel stof opwaaien. Behalve dat dit onprettig werkt, kan ook het luchtfilter verstopt raken door grote hoeveelheden stof.
Als stof problemen geeft, sproeit u uw gazon een dag voordat u het gaat maaien. Maai het wanneer het gras droog aanvoelt, maar de grond nog vochtig is.
Nat gras
Nat gras is glad waardoor u kunt uitglijden. Bovendien klontert nat gras samen in het maaidek en op het gazon. Wacht altijd met maaien totdat het gras droog is.
Gevallen bladeren
U kunt met uw maaier gevallen bladeren verzamelen om deze weg te gooien. Als u de maaimachine gebruikt om grote hoeveelheden bladeren te verzamelen en niet om te maaien, stel de snijhoogteafstelhendels dan zo in dat de voorzijde van het maaierde één of twee instellingen hoger staat dan de achterzijde. Om te beginnen zet u de maaiselrichterknop in stand #9 (niet helemaal volledig mulchen). Met deze instelling worden de bladeren gerecycled en fijngesneden totdat de deeltjes klein genoeg zijn om door de schuifopening de graszak in te gaan. Afhankelijk van de grootte, het soort en hoeveelheid water die de bladeren bevatten, kan het nodig zijn de schuifdeur te openen voor het beste resultaat bladopvang in de zak. Met het juiste gebruik van de schuifdeur wordt de graszak beter gevuld, waardoor deze minder vaak hoeft te worden geleegd. Zorg dat er geen obstakels zoals stenen zijn verstopt onder de bladeren.
Als u uw gazon met mulch van bladeren wilt bedekken, laat de laag bladeren dan niet te dik worden voor u begint. Het beste resultaat wordt bereikt als u begint uw gazon met mulch te bedekken terwijl u het gras nog door de laag bladeren kunt zien. Op plaatsen waar de gevallen bladeren het gras volkomen bedekken, dient u ze met een hark te verwijderen of de graszak te gebruiken, zodat uw maaimachine ze kan verzamelen voor opruiming. Zet de maaiselrichterknop op de stand MULCH.
Verstopt maaidek
Zet de motor af en draai de brandstofkraan DICHT voordat u het maaidek reinigt. Verwijder de kap van de bougie voordat u de maaier met de carburateur omhoog op zijn kant legt.
Verwijder aangekoekt gras altijd met een stuk hout, niet met uw handen.
Maairichting
De Honda-maaier werkt het best als u zoveel mogelijk maait in de richting zoals hieronder aangegeven. Het ontwerp van het maaidek en de machine, alsmede door de draairichting van het mes, geeft maaien in deze richting het beste resultaat.
Molmen
Maak een linksdraaiend maapatroon als de maaiselrichtingknop op de stand volledige MULCH staat. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, dient u het in delen op te delen waar u de linksdraaiende maapatronen kunt gebruiken.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Condition}
B -->|Yes| C["Action"]
B -->|No| D["End"]
C --> E["Car"]
D --> E
E --> F["End"]
MOLMEN
Opvangen in zak
Maak een linksdraaiend maaipatroon. Zo word de prestatie van de maaiselrichter en het opvangen in de zak het beste, waarbij er de minste hoeveelheid gemaaid gras op het gazon blijft.
Maaien met afvoer naar achteren
Verwijder de graszak en sluit de afvoerbeschermkap. Stel de

flowchart
graph TD
A["Top Vehicle"] --> B{Traffic Flow}
B --> C["Left Side"]
B --> D["Right Side"]
B --> E["Bottom Side"]
B --> F["Center"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
PATROON IN ZAK OPVANGEN EN ACHTER ONTLADEN
maaiselrichterknop in op de gewenste stand en begin met maaien in een rechtsdraaiend patroon. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, dient u het in delen op te delen.
ONDERHOUD
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Goed onderhoud is van wezenlijk belang voor veilige, zuinige en probleemloze werking van de maaier. Ook blijft luchtvervuiling hierdoor beperkt.
Voor een goed onderhoud van uw maaier bevatten de volgende pagina's een onderhoudsschema, standaard inspectie-procedures en eenvoudige onderhoudswerkzaamheden die u zelf kunt verrichten. Andere verrichtingen, die moeilijker zijn of speciaal gereedschap vereisen, kunt u het best overlaten aan de vakman en worden normaliter uitgevoerd bij de Honda-dealer.
Het onderhoudsschema is van toepassing op normale bedrijfsomstandigheden. Als u de maaier onder abnormale omstandigheden gebruikt, vraag dan de Honda-dealer om bijpassend advies.
Onthoud dat de Honda-dealer het best bekend is met de maaier en volledig is toegerust voor onderhoud en reparatie ervan.
Gebruik alleen nieuwe, originele Honda-onderdelen of onderdelen van vergelijkbare kwaliteit voor reparatie en vervanging, teneinde de hoogste betrouwbaarheid te waarborgen
⚠ WAARSCHUWING
Gebrekkig onderhoud of nalatigheid bij het verhelpen van een probleem voordat u de maaier gebruikt, kan storingen veroorzaken en ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Volg altijd de aanbevelingen op in deze gebruiks-aanwijzing voor inspectie en onderhoud.
LET OP UW VEILIGHEID
Hier volgen enkele van de belangrijkste veiligheidsvoorschriften. We kunnen u echter niet waarschuwen voor elk denkbaar risico bij het uitvoeren van onderhoud. Alleen u kunt bepalen of u een bepaalde taak al of niet zelf zou moeten uitvoeren.
⚠ WAARSCHUWING
Als u de onderhoudsinstructies en veiligheids voorschriften niet precies opvolgt kunt u ernstig of dodelijk gewond raken.
Volg altijd de aanbevelingen op in deze gebruiks-aanwijzing voor inspectie en onderhoud.
Veiligheidsvoorschriften
- Zorg ervoor dat de motor uit staat voordat u met onderhoud of reparatie begint. Hierdoor voorkomt u verscheidene risico's:
- Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen.
Zorg altijd voor voldoende ventilatie als u de motor moet laten draaien.
- Brandwonden door aanraking van hete machine-onderdelen. Laat de motor en de uitlaat afkoelen voordat u ze aanraakt.
- Letsel door bewegende onderdelen.
Laat de motor niet draaien, tenzij dat uitdrukkelijk wordt gevraagd.
- Lees de instructies voordat u begint en zorg ervoor dat u beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis.
- Beperk brand- en explosiegevaar tot een minimum door voorzichtig om te gaan met benzine. Gebruik alleen niet-ontvlambaar oplosmiddel en geen benzine voor het schoonmaken van onderdelen. Houd sigaretten, vonken, en open vuur uit de buurt van onderdelen die met brandstof te maken hebben..
ONDERHOUDSSCHEMA
Elk tijdvak uitvoeren of na het aantal aangegeven bedrijfsuren als dat eerder bereikt is (1).
| Servicetijdvak Actie Bladzijde | ||
| Voor Elk gebru Achter | beschermplaat: ControlerenMes en mesbouten: ControlerenBedieningshendel bedieningGrasvangzak: ControlerenMotorolie: ControlerenLuchtfilter: Controleren | bladzijde 8bladzijde 6bladzijde 5bladzijde 16bladzijde 6bladzijde 7 |
| 1ste maand of 5 uur | Motorolie: Verversen bladzijde 14 | |
| 1ste 25 uur Luchtfilter | Reinig ^1 Meskoppelings-kabel: Nastellen ^2 Aandrijfkoppelings-kabel: Nastellen ^2 | bladzijde 14bladzijde 15bladzijde 15 |
| Elke 50 uur Motorolie | Verversen ^1 Luchtfilter: Reinig ^1 | bladzijde 14bladzijde 14 |
| Elk 100 uur 6 mnd items | Bougie: Reinig./NastellVonkenvanger: Reinigen ^3 (iindien aanwezig)Meskoppeling: Controleren, Afstellen Gaskabel: Afstellen ^2 Pignon toestellen: Smeer ^2 Meskoppelings-kabel: Nastellen ^2 Aandrijfkoppelings-kabel: Nastellen ^2 Klepspeling: Afstellen ^2 Stationair toerental: Nastellen ^2 Benzinetank: Reinigen ^2 | bladzijde 14bladzijde 15bladzijde 5bladzijde 15bladzijde 15 |
| Elk 150 uur Per jaar items | Hierboven, plus:Luchtfilter: VervangBougie: VervangInspecteer-Smeer achterwieladjuster bus ^2 | bladzijde 14bladzijde 14 |
| Elk 2 jaar Benzineleiding: Vervangen ^2 | ||
- Vaker bij gebruik in stoffige omgeving.
- Door de dealer laten uitvoeren, tenzij u zelf beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis. Raadpleeg in dat geval het Honda werkplaatshandboek.
- In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd.
Nalaten dit onderhoudsschema op te volgen kan storingen tot gevolg hebben die niet door de garantie worden gedekt.
MOTORONDERHOUD
Olie verversen
Tap oude olie af als de motor nog warm is, omdat de olie dan het snelst en volledig wordt afgetapt.
-
Zet de gashendel op STOP en draai de brandstofkraan DICHT (HZE: draai de sleutel UIT). Hiermee beperkt u het risico van brandstoflekkage (bladzijde 5).
-
Veeg het gebied rond de vulopening schoon en verwijder de olievuldop.
-
Zet een opvangblik naast de maaier om de afgewerkte olie op te vangen en kantel de maaier naar rechts. De olie komt door de vulopening naar buiten. Laat alle olie eruit lopen.
Help grondwatervervuiling te voorkomen. Gooi afgewerkte olie niet zomaar weg, maar breng het in een oud blik naar een innamepunt voor afgewerkte olie. Gooi het niet in de vuilnisbak, in het riool of in de tuin.
- Vul het carter met het aanbevolen type olie (bladzijde 6) tot aan de bovenste streep op de oliepeilstok. Meet het oliepeil zoals beschreven op de volgende pagina.
Hoeveelheid bij te vullen: 0,35 \~ 0,40 L
- Als u de olie hebt ververst, zet u de maaier overeind om het oliepeil te controleren voordat u

a. Verwijder de olievuldop [1].
b. Veeg de oliepeilstok [1] schoon.
c. Plaats de oliepeilstok [1] terug zonder de dop vast te draaien. Controleer het oliepeil dat op de peilstok aangegeven wordt.
d. Als de olie onder het onderste streepje [2] op de peilstok staat vult u olie bij tot aan het bovenste streepje [3]. Vul niet teveel olie bij om te voorkomen dat olie in het luchtfilter terecht komt.
OPMERKING
Als u de motor laat draaien met een te laag oliepeil, kan motorschade optreden.
e. Draai de olievuldop stevig vast.

Een goed onderhouden luchtfilter zorgt ervoor dat er geen vuil in uw motor kan komen. Als er vuil in de carburator komt, dan kan dit in dit kanalen komen en ervoor zorgen dat de motor vroegtijdig verslijt. Deze kleine kanalen kunnen worden verstopt, wat werking- of startproblemen kan veroorzaken. Gebruik altijd een luchtfilter die geschikt is voor uw motor zodat u er zeker kunt zijn dat hij zoals bedoeld afdicht en werkt.
OPMERKING
Wanneer er zonder luchtfilter gewerkt wordt, of met een defecte luchtfilter, geraakt er vuil in de motor waardoor de motor sneller verslijt. Deze schade wordt niet gedekt door de Beperkte Garantie van de Verdeler.
- Druk de lipjes [1] van het deksel van de luchtfilter in en verwijder het deksel.
- Neem de filter [2] uit de behuizing [3].
- Controleer de filter en vervang indien beschadigd.
- Reinig de filter door er enkele keren mee op een harde ondergrond te tikken of blaas er lucht onder druk (niet meer dan 207 kPa) door via de binnenkant. Borstel vuil nooit af: borstelen doet het doordringen tot in de vezels.
- Veeg de binnenkant van de behuizing en het deksel schoon met een vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in het luchtkanaal naar de carburator terechtkomt.
- Monteer de filter en het deksel opnieuw.
Bougie
Aanbevolen bougies: NGK - BPR5ES
OPMERKING
Verkeerde bougies kunnen schade aan de motor veroorzaken.
Voor een goede werking moet de bougie [1] goed afgesteld en vrij van aanslag zijn.
- Verwijder de bougiekap [2] en verwijder aanslag.
- Draai de bougie los met een bougiesleutel.

- Inspecteer de bougie. Als de elektroden versleten zijn of als het isolerend gedeelte kapot is of gebarsten, vervangt u de bougie.

text_image
0,7 ~ 0,8 mm [3]-
Meet de afstand tussen de elektroden met een voelermaat. De juiste afstand is 0,7 \~ 0,8 mm. Met voorzichtig tikken kunt u een te grote afstand nastellen.
-
Schroef de bougie voorzichtig handvast in de cilinderkop.
-
Als de bougie is vastgeschroefd, draait u hem aan met een bougiesleutel zodat de afdichtingsring ingedrukt wordt.
Als u een oude bougie opnieuw gebruikt, trekt u hem 1/8 tot 1/4 slag aan.
Een nieuwe bougie moet een 1/2 slag aangetrokken worden zodat de afdichtingsring [3] ingedrukt wordt.
Boutmoment: 20 N·m
OPMERKING
Als een bougie te los zit kan hij te heet worden en de cilinderkop beschadigen. Als de bougie te vast wordt aangetrokken kan het schroefdraad in de cilinderkop beschadigd worden.
- Breng de bougiekap weer aan.
Vonkenvanger
In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd.
De vonkenvanger moet om de honderd uur een onderhoudsbeurt krijgen om zijn goede werking te behouden.
- Laat de motor afkoelen.
- Maak de twee lipjes op de rode kap [6] aan de uitlaatdemperzijde van de motor los en til de kap vervolgens iets op.
- Verwijder dan de drie bouten [1] van het dempschild [2] met een copsleutel van 10 mm.
- Verwijder het dempschild [2].
- Verwijder de schroef [4].
- Neem de vonkenvanger [3] uit de demper [5].
- Controleer de vonkenvanger [3] en de uitlaatpoort op koolstofafzettingen. Borstel de koolstofresten weg. Beschadig het scherm [3] van de vonkenvanger niet.
- Monteer de vonkenvanger in de demper.
- Monteer alle onderdelen van de demper op de motor en draai de drie bouten stevig aan.

text_image
[1] (3) [2] [3] [4] [6] [5] (rode deksel getoond verwijderd)KOPPELINGSKABELS NASTELLEN
Meskoppelingskabel
Meet de speling aan de bovenkant van de meskoppelingshendel [1], terwijl u de knop ingedrukt houdt [2]. Als de speling groter of kleiner is dan 10 \~ 15 mm:
- Draai de borgmoeren [3] los met een 10 mm sleutel en draai de stelmoer [4] zover dat de speling is opgenomen:

- Draai de borgmoeren vast en controleer de speling.
- Start de motor buitenshuis. Als dit niet het geval is terwijl u de kabelspeling hebt opgenomen, brengt u de machine naar de Honda-dealer voor reparatie.

text_image
[3] [4]Aandrijfkoppelingskabel nastellen
- Zet de motor af. Plaats de strips voor bevestiging van de koppelingskabel [1] als afgebeeld.
- Trek de schakelhendel helemaal naar achteren naar de neutrale stand.
- Start de motor en zet de gashendel in de stand SNEL.

- Koppel in door de aandrijfkoppelingshendel [2] naar voren te duwen en controleer of:
a. de maaier niet gaat rijden;
b. de maaier begint te rijden of langzaam naar voren beweegt wanneer de aandrijfkoppelingshend el iets naar voren wordt geduwd.

Ga verder naar stap 5 als de maaier niet op de hierboven beschreven wijze functioneert. Als de maaier wel op de hierboven beschreven wijze functioneert, hoeft er niets versteld te worden.
- Draai de bovenste [3] en onderste [4] borgmoer van de aandrijfkoppelingskabel los met een 10 mm sleutel. Draai de stelmoer [5] omhoog of omlaag zoals vereist totdat de maaier functioneert als beschreven in stap 4. Draai de borgmoeren weer vast.

Als u het messtel demonteert om te slijpen of te vervangen, hebt u een momentsleutel nodig voor de montage. Draag hierbij werkhandschoenen om uw handen te beschermen.
SLIJPEN: Laat het messtel slijpen door een vakman of bij de Honda-dealer om te voorkomen dat het verzwakt, zijn evenwicht verliest of slecht snijdt.
VERVANGEN: Vervang een versleten mes(stel) altijd door een nieuw, origineel Honda-messtel.
Demonteren
- Tipen HYE: Zet de gashendel op STOP sluiten. Tipen HZE: Draai bij typen HZE de sleutelschakelaar naar OFF om de motor te stoppen.
- Draai de brandstofklep UIT.
- Draai de brandstofkraan DICHT. Kantel de maaier om naar rechts zodat de brandstofdop naar boven is gericht. Zo help u lekken voorkomen, en vermijdt u dat er motorolie doorsijpelt in de luchtfilter en dat de motor moeilijk start.
- Zet het maairnes vast met een blok hout om te voorkomen dat het gaat draaien. Gebruik een pijpsleutel (14 mm) en verwijder de twee bouten [1] en de speciale ringetjes [2] van de aandrijfas [5].
- Verwijder het bovenste [4] en het onderste mes [3].

text_image
[3] [4] [1] (2) [2] (2) [5]Monteren
- Verwijder eventueel vuil en gras van de aandrijfas.
- Monteer het mes(stel) [3] [4] met de bouten [1] en de speciale ringetjes [2], zoals getoond in de illustratie.
⚠ WAARSCHUWING
Als deze maaier met slechts één snijblad gebruikt wordt, zal het blad niet goed vastzitten, en kan het uit de maaier geworpen worden. Dit kan leiden tot ernstige verwondingen of de dood van mensen.
Gebruik altijd beide snijbladen als een set.
Zorg ervoor dat u de specale ringetjes aanbrengt met de holle kant naar het mes(stel) toe en de bolle kant naar de kop van de bouten toe.
De bouten zijn speciaal ontworpen voor deze toepassing. Gebruik onder geen beding andere bouten.

text_image
[3] [4] [2] (2) [1] (2) [2]- Draai de bouten vast met een momentsleutel [7]. Zet het mes(stel) vast met een houten blok [6] om te voorkomen dat het gaat draaien.

Als u niet beschikt over een momentsleutel, laat dan uw Honda-dealer de bouten vastzetten voordat u de maaier gebruikt. Als de bouten te vast zijn aangehaald kunnen ze breken; als ze niet vast genoeg zijn aangehaald, kunnen ze lostrillen. In beide gevallen kan het mes(stel) los komen en weggeslingerd worden tijdens het gebruik van de maaier.
Blade montage bout inspectie
Inspecteer de mesbouten op tekenen van beschadiging of losheid. Als ze beschadigd zijn, moeten ze worden vervangen.
Als ze los lijken, moet een momentsleutel worden gebruikt om de bladbouten nauwkeurig aan te draaien tot het vereiste moment. Als u geen momentsleutel hebt, neemt u uw grasmaaier naar een erkende dealer om de bouten te laten vervangen of vast te zetten.
Gebruik alleen originele Honda-bouten en speciale onderlegringen, omdat ze speciaal voor dit doel zijn ontworpen. Vervangende onderdeelnummers staan op bladzijde 20.
Inspecteer sluitringen en boutkoppen op losheid en beschadiging.

Spuit de grasvangzak schoon met de tuinslang en laat hem goed drogen; een natte zak raakt snel verstopt.
Vervangen
Vervang een versleten of beschadigde grasvangzak door een originele Honda grasvangzak.
Verwijderen
- Haal de plastic randen [1] van de zak [2] los van het frame [3].
- Neem de zak [2] van het frame.

- Plaats het frame [3] in de zak [2], zoals in de bovenste illustratie.
- Bevestig de plastic randen [1] van de zak [2] aan het frame.

De motor van de maaimachine heeft een intern oplaadsysteem. Tijdens normaal gebruik is het niet nodig de accu op te laden of te onderhouden.
Als de maaiier niet wil starten of voor een langere periode in opslag heeft gestaan:
- Start de maaimachine handmatig door gebruik te maken van de startmotor voor één maaisessie. Hierdoor zou de accu voldoende moeten worden opgeladen om de elektrische starter te kunnen gebruiken.
- Als het uw voorkeur heeft bestaat er de optie van een acculader op netstroom die beschikbaar is bij uw Honda dealer (bladzijde 21).
- Als de maaimachine niet wil starten (na handmatig gestart te zijn voor één maaisessie) moet u kijken of er een zekering is gesprongen.
Als de machine nog steeds niet wil starten brengt u de maaimachine naar een bevoegde Honda service dealer.
OPTIONELE BATTERIJLADER
De optionele batterijlader is verkrijgbaar bij uw Honda-dealer.
Laad de batterij als volgt op:
OPMERKING
Gebruik alleen een originele Honda 12 volt lader of equivalent met een maximale nominale output van minder dan 1 ampère. Laad niet op met een standaard auto-lader.
- Ontkoppel de laadpoortconnector op de hendel, onder de greep van het startkoord.
- Neem de aansluitdraadboom van de batterijlader en sluit de draadboom aan op de laadpoortconnector die zich het dichtst bij de accu bevindt.
- Steek de connector op de Honda batterijlader in het andere einde van de aansluitdraadboom.
Sluit de oplader aan op een standaard 220 volt stopcontact en laat de batterij 20 - 24 uur opladen. De lader kan tijdens het opladen een beetje warm worden, dit is normaal.

text_image
BATTERIJLADER AANSLUITDRAADBOOMOPMERKING
Laad de batterij niet langer dan 24 uur op of de batterij is mogelijk beschadigd. Koppel de acculader los van de accu voordat u de grasmaaier opbergt.
Nadat de batterij is opgeladen, koppelt u de aansluitdraadboom los van de laadpoortconnector [1] en sluit u de laadpoortconnectors op de handgreep weer stevig op elkaar aan. De aansluitdraadboom van de adapter kan verbonden blijven met de batterijlader wanneer deze niet in gebruik is.

text_image
[1]- De batterij laadt niet goed op wanneer de handgreep is ingeklapt en de batterij ondersteboven is geplaatst.
EEN ZEKERING VERVANGEN
De elektrische stroomkring voor de startmotor en accu wordt beschermd door een zekering van 40 ampere [1] en 3 ampere [2]. Als de 40 amp zekering doorbrandt zal de elektrische starter niet werken en als de 3 amp zekering doorbrandt zal de accu niet opladen. De motor kan handmatig worden gestart als een van beide zekeringen doorbrandt.
- Verwijder het accudeksel door de drie montageschroeven op het deksel te verwijderen [3].
- Verwijder en inspecteer de zekeringen. Als die doorgebrand zijn [4] dienen ze vervangen te worden door de juiste zekering zoals getoond.
Gebruik nooit een zekering met een andere sterkte dan die getoond wordt. Dit kan leiden tot ernstige schade aan het elektrische systeem of tot brand.

Als er geregeld problemen met de zekering zijn duidt dit gewoonlijk op een kortsluiting of een overbelasting binnen het elektrisch systeem. Breng de maaimachine naar een erkend Honda onderhoudsdealer ter reparatie.
TRANSPORT
Alvorens in te laden
Als de motor heeft gedraaid, laat u hem ten minste 15 minuten afkoelen voordat u de maaier in de auto of op een aanhanger laadt. Aan een hete motor en uitlaat kunt u zich verbanden en ander materiaal kan vlam vatten.
Draai de brandstofkraan [1] DICHT. Dat zal verzuipen van de carburateur voorkomen en de kans op brandstoflekkage reduceren.

Stuurboom neerklappen
- Verwijder de grasvangzak, indien gemonteerd. Deze kunt u met de opening naar voren bovenop de motor leggen (bladzijde 7).
- Ontgrendel de afstelknoppen van de handgreep [1] en zwaai dan de handgreep naar voren [2].
Wanneer u de stuurboom omklapt, moet u er op letten dat de kabels daarbij niet geknikt of afgeknepen worden.

Plaats de maaier zodanig dat alle vier wielen op het laadvlak van het transportvoertuig staan. Blokkeer de vier wielen en sjor de maaier vast. Let op dat sjorringen niet op de bedieningshendels, kabels en de carburateur dragen.
OPMERKING
Rijd de maaier niet op de motor een laadplank op of af. Zo voorkomt u dat u de macht over de maaier verliest en schade veroorzaakt. Schakel nooit de aandrijfkoppeling in wanneer u de gazonmaaier achteruit rolt, om beschadiging van de koppeling te voorkomen.
- Stop de motor en laat de gashendel op STOP staan. Draai de brandstofkraan DICHT.
- Gebruik een laadplank die lang genoeg is om de maaier onder een hoek van maximaal 15° te kunnen in- of uitladen. Als u niet beschikt over een laadplank, moet de maaier door twee mensen
op of van het transportvoertuig getild worden, waarbij de machine rechtop gehouden wordt.

text_image
HONDA <15°BERGING
Juiste berging zorgt er voor dat uw maaier in goede conditie blijft. Onderstaande stappen helpen u de maaier te beschermen tegen roestvorming en bij de verzorging, zodat hij het volgende seizoen weer gemakkelijk start.
Schoonmaken
- Spuit de gazonmaaier schoon, inclusief de onderkant van het maaidek.
Motor
Was de motor met de hand en zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter komt.
OPMERKING
Als u de motor schoonspuit met een tuinslang of een hogedrukspuit kan er water in het luchtfilter binnendringen. Water wordt door de filteronderdelen geabsorbeerd en kan vervolgens in de carburateur of de cilinder terecht komen, met motorschade als gevolg.
Als er water in contact komt met een hete motor kan er schade optreden. Als de motor heeft gedraaid, laat u hem ten minste een half uur afkoelen voordat u hem schoonmaakt.
Maaidek
Als u een tuinslang of een hogedrukspuit gebruikt om het maaidek te reinigen, laat dan geen water in de bedieningshendels en kabels komen of in de buurt van het luchtfilter of de uitlaat.
Zorg ervoor dat u de gashendel op STOP hebt gezet en de brandstofkraan DICHT gedraaid is, voordat u de onderkant van het maaidek schoonmaakt. Kantel de maaier om naar rechts zodat de brandstofdop naar boven is gericht. Dit voorkomt brandstoflekkage en startproblemen door een verzopen carburateur. Draag werkhandschoenen om uw handen te beschermen tegen het mes(stel).
Grasvangzak
Demonteer de zak van de maaier en reinig deze met een tuinslang of een hogedrukspuit. Laat de zak goed drogen voordat u hem opbergt.
- Wrijf alle toegankelijke oppervlakken van de maaier na het schoonmaken droog.
- Zet de maaier rechtop en start de motor buitenshuis. Laat de motor warmdraaien om eventueel achtergebleven water te laten verdampen.
- Trek, terwijl de motor draait, vier of vijf keer aan de meskoppelingshendel om water van het meskoppelingsmechanisme te verwijderen. Laat het mes enkele minuten draaien, zodat er geen water kan achterblijven.
-
Zet de motor af en laat hem afkoelen.
-
Als de gazonmaaier schoon en droog is, kunt u eventueel kale plekken bijwerken en andere delen die kunnen roesten spaarzaam inoliën.
Brandstof
OPMERKING
Afhankelijk van de streek waar u uw apparaat gebruikt, kan de kwaliteit van de brandstofsamenstelling slechter zijn en kan deze sneller oxideren. Een kwaliteitsafname en oxidatie van de brandstof kan al na 30 dagen voorkomen, en kan schade toebrengen aan de carburator en /of het brandstofsysteem. Gelieve uw onderhoudsdealer te raadplegen voor lokale aanbevelingen in verband met de bewaring.
Benzine veroudert tijdens de opslag. Oude benzine veroorzaakt startproblemen harsafzetting waardoor de brandstoftoevoer verstopt raakt. Als de benzine in uw maaier tijdens de berging veroudert, moeten de carburateur en andere onderdelen van de brandstoftoevoer mogelijk gerepareerd of vervangen worden.
Hoe lang u benzine in de tank en de carburateur kunt laten zitten zonder dat dit motorstoring veroorzaakt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het type mengsel, de temperatuur in de berging en hoe vol de tank is. Door de lucht in een niet-volle tank veroudert de benzine eerder. Bij een hoge temperatuur in de berging zal de benzine sneller verouderen. Benzine kan al binnen enkele maanden verouderen, of nog eerder als u de tank met benzine had gevuld die niet vers was.
Als je een container voor het tanken van benzine, er zeker van zijn dat het alleen verse benzine bevat.
Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen
Kortstondige opslag (30-90 dagen):
Als uw grasmaaier gedurende 30 tot 90 dagen niet wordt gebruikt, dan raden we het volgende aan om brandstofgerelateerde problemen te vermijden:
- Voeg benzinestabilisator toe volgens de instructies van de fabrikant.
Bij het toevoegen van een benzinestabilisator, vul de brandstoftank met verse benzine. Indien slechts gedeeltelijk gevuld is, de lucht in de tank brandstof verslechtering tijdens de opslag te bevorderen.
Opmerking:
- Alle stabiliseringsmiddelen hebben een beperkte houdbaarheid en hun prestatie zal na verloop van tijd vervallen.
- Brandstofstabilizeringsmiddelen vervangen niet gewone brandstof.
- Na het toevoegen van een benzine stabilisator laat u de motor gedurende 10 minuten buiten draaien om te verzekeren dat de onbehandelde benzine in het brandstofsysteem is vervangen door de behandelde benzine.
- Draai de brandstofklep naar de DICHT-stand.
- Laat de motor draaien totdat deze stopt door gebrek aan brandstof in het brandstofreservoir van de carburateur. Laat de motor minder dan 3 minuten draaien.
Langdurige opslag (langer dan 90 dagen)
Start de motor en laat hem lang genoeg draaien totdat er geen benzine meer in het brandstofsysteem is (inclusief de brandstoftank). Laat geen benzine in de motor als u de machine langer dan 90 dagen niet gaat gebruiken.
Schade aan de brandstoftoevoer of problemen met de motor doordat u de berging niet zorgvuldig hebt voorbereid, vallen niet onder de garantie.
Olie
Ververs de olie (bladzijde 14).
Cilinder
Als de maaier langer dan 3 maanden niet wordt gebruikt, maakt u de bougie los (zie bladzijde 14) en giet u
5 \~ 10 cc schone olie in de cilinder [1]. Trek langzaam 2 à 3 keer aan het starterkoord om de olie te verspreiden en monteer de bougie.

Trek langzaam aan het
starterkoord totdat u weerstand voelt en breng de handgreep dan met de hand terug. Hierdoor worden de kleppen gesloten zodat er geen vocht in de cilinder kan komen.
De Maaier Opbergen
Als u de maaier in de berging zet terwijl er benzine in de tank en de carburateur zit, is het belangrijk te voorkomen dat benzinedampen kunnen ontbranden. Kies een goed geventileerde bergplaats waar geen apparaten staan die vonken of vuur gebruiken, zoals een geiser, of apparaten met een elektrische ontsteking.
Vermijd zo mogelijk een bergplaats met een hoge luchtvochtigheid waardoor roest en corrosie kunnen optreden.
Zet de maaier altijd met zijn wielen op een horizontaal vlak. Als hij scheef staat kan er benzine of olie uit lekken.
Om ruimte te besparen kunt u de stuurboom neerklappen (bladzijde 18).
Als de motor en de uitlaat zijn afgekoeld dekt u de maaier af tegen stof. Als de motor en de uitlaat heet zijn, kunnen sommige materialen smelten of vlam vatten. Gebruik geen plastic als afdekking; onder een niet-poreuze afdekking kan zich vocht ophopen waardoor roest en corrosie sneller kunnen optreden.
Uit De Berging Halen
Controleer de maaier zoals beschreven in het hoofdstuk VOORDAT U GAAT MAAIEN, eerder in deze gebruiksaanwijzing (bladzijde 6).
Als u olie in de cilinder heeft gegoten alvorens de maaier op te bergen, zal de motor na het starten even roken. Dat is normaal.
Type met elektrische start (HZE-type)
Laad aan het begin van het maaiseizoen de accu gedurende 20-24 uur alvorens u de elektrische starter gebruikt (bladzijde 17).
STORINGZOEKEN
MOTOR START NIET
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Brandstofkraan is DICHT Draai brandstofkraan OPEN (bladzijde 5). | |
| Gashendel in verkeerde stand | Zet gashendel op snel (bladzijde 10). |
| De starter draait langzaam of helemaal niet (HZE type) | • Gebruik de startmotor voor ten minste één maaisessie om de accu op te laten laden (bladzijde 9)• Controleer of de zekering is doorgebrand (bladzijde 17) |
| Benzine is op | Vul benzine bij (bladzijde 7). |
| Benzine is oud; maaier opgeborgen zonder benzine af te behandelen, of bijgetankt met oude benzine | Vul bij met nieuwe benzine (bladzijde 7). |
| Bougie kapot, vuil of te grote elektrode-afstand | Vervang, ontkool bougie of stel elektrode bij (bladzijde 14). |
| Bougie nat van benzine (verzopen carburateur) | Laat bougie eerst drogen, start motor met gas- hendel op snel. |
| Benzinefilter verstopt, carburateur defect, ontsteking defect, kleppen vast, enz. | Breng de maaier naar de Honda-dealer of raadpleeg werkplaats- handboek. |
VERMOGEN DAALT
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Gashendel staat niet op snel | Zet gashendel op snel (bladzijde 10). |
| Het gras is te lang voor de maaihoogte | Vermeerder maaihoogte (bladzijde 8), maai smallere strook (bladzijde 8), of maai vaker. Stel de maaiselrichterknop. |
| Maaidek verstopt | Reinig het maaidek deck (bladzijde 12). |
| Luchtfilter is verstopt Reinig of vervang de luchtfilter (bladzijde 14). | |
| Benzine is oud; maaier opgeborgen zonder benzine af te behandelen, of bijgetankt met oude benzine | Vul bij met nieuwe benzine (bladzijde 7). |
| Benzinefilter verstopt, carburateur defect, ontsteking defect, kleppen vast, enz. | Breng de maaier naar de Honda-dealer of raadpleeg werkplaats- handboek. |
OVERMATIGE TRILLING
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Gras en tuinafval onder het maaidek | Reinig het maaidek (bladzijde 12). |
| Mes(stel) los, verbogen, beschadigd, of uit evenwicht na slijpen | Draai losse mesbout(en) vast. Vervang beschadigd mes(stel) (bladzijde 16). |
| Mechanische schade, bijv. verbogen krukas | Breng de maaier naar de Honda-dealer of raadpleeg werkplaats- handboek. |
MAAI- EN VERZAMELPROBLEMEN
| Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Machinesnelheid te laag om goed te kunnen maaien. | Zet gashendel op snel (bladzijde 5). |
| Maaier gaat te snel voor de conditie van het gazon. | Schakel naar lagere versneling (bladzijde 11). |
| Maaihoogtehendels staan niet in dezelfde positie. | Stel alle hendels in op dezelfde maaihoogte (bladzijde 5). |
| Grasvangzak te vol of verstopt. Leeg graszak. Reinig graszak als deze vuil is (bladzijde 16). | |
| Maaidek verstopt | Reinig het maaidek (bladzijde 12). |
| Mes(stel) bot, versleten of beschadigd. | Slijp of vervang mes(stel) (bladzijde 16). |
| Verkeerd mes(stel) gemonteerd Monteer het juiste mes(stel). | |
ONDERDELEN
| Item Onderdeelnummers | |
| Luchtfilter | 17211-Z8B-901 |
| Bougie | 98079-55846 |
| Snijbladen | 72531-VH7-000 (bovenste)72511-VH7-000 (onderste) |
| Bladbout (2) | 90105-960-710 |
| Bout ringetjes (2) | 90502-VG3-000 |
SPECIFICATES
| MODEL | HRX537C5 | |
| TYPES | HYE HZE | |
| OMSCHRIJVINGSCODE | MAMA | |
| ALGEMEEN | ||
| Lengte | 1.665 mm | |
| Hoogte Stuurboom | 1.122 mm | |
| Gewicht (ISO5395) | 44,6 kg 48,3 kg | |
| Spoorbreedte (voor/achter) | 588 mm | |
| Maaibreedte | 530 mm | |
| Instelbare maaihoogtes | 19 mm, 32 mm, 46 mm, 62 mm, 75 mm, 88 mm, 101 mm | |
| Inhoud grasvangzak | 85 L | |
| Geluidsdruk op oorhoogte (overeen komstig EN ISO 5395-1:2013) | 85 dB(A) | |
| Onzekerheid | 1 dB(A) | |
| Gemeten geluidsvermogensniveau (overeen komstig de richtlijnen 2000/14/EC) | 96 dB(A) 96 dB(A) | |
| Onzekerheid 0 dB(A) 0 dB(A) | ||
| Gewaardborgd geluidsvermogensniveau (overeen komstig richtlijnen 2000/14/EC) | 98 dB(A) | |
| Trillingen doorgegeven (overeen komstig EN ISO 5395-1:2013) | 3.7 m/s ^2 | 3.7 m/s ^2 |
| Onzekerheid 1.8 m/s | ^2 | 1.9 m/s ^2 |
MOTOR
| Model | GCV200 |
| Type | Viertakt, éencilinder, verticale schacht, OHC |
| Cilinderinhoud | 201 cc |
| Boring x slag | 66 x 59 mm |
| Koeling | Lucht |
| Smering | Dompel/spatsmering |
| Compressieverhouding | 8,0:1 |
| Bedrijfstoerental | 2.850^+0_-10 min ^-1 |
| Stationair toerental | 1.700 ± 150 min ^-1 |
| Ontsteking | Transistor |
| Bougie | NGK: BPR5ES |
| Elektrodenafstand | 0,7 ~ 0,8 mm |
| Luchtfilter | Droogfiltratietype |
| Voorgeschreven brandstof | Octaangehalte 91 of hoger (liefst ongelood) |
| Inhoud benzinetank | 0,91 L |
| Aanbevolen smeerolie | SAE 10W-30, API SJ of soortgelijke |
| Carterinhoud | 0,40 L* Hoeveelheid bij te vullen: 0,35 ~ 0,40 L |
* Werkelijke hoeveelheid kan verschillen wegens resterende olie in de motor. Gebruik altijd de peilstok om het werkelijke oliepeil te bevestigen (bladzijde 4).
OVERBRENGING
| Type | Vloeistofoverbren-ging |
| Wielaandrijving | V-snaar |
| Hoofdkoppeling | Vloeistofkoppeling |
| Voorwaartse snelheid 0 – 1.61 m/s | |
| Aanbevolen vloeistof | Honda-vloeistof |
Honda Garantie Voorwaarden
Wij willen u bedanken voor het kopen van een Honda gazonmaaier.
Honda verleent 2 jaar garantie op uw nieuwe Honda gazonmaaier, gerekend vanaf de aankoopdatum (3 maanden bij professioneel gebruik). Deze garantie dekt de kostebze reparatie van alle voorkomende materiaal- en constructiefouten welke in deze periode aan het licht komen. Deze garantie is een toevoeging op de wettelijke rechten welke u als konsument heeft.
Neem, indien zich met uw maaier een probleem voordoet, kontakt op met het bedrijf waar u de maaier heeft gekocht. Hier kan men u adviseren betreffende de Honda garantievorwaarden en hoe verder te handelen. Breng voor reparatie onder garantie uw maaier naar een officiele Honda gazonmaaierdealer samen met de garantie kaart en het aankoopbewijs.
Er zijn een aantal voorwaarden: Het volgende wordt in ieder geval niet gedekt door de Honda garantie.
-
Enige schade als gevolg van het niet uitvoeren van onderhoud zoals voorgeschreven volgens het onderhoudsschema.
-
Enige schade als gevolg van een reparatie of onderhoud door een niet als Honda dealer aangesteld bedrijf.
-
Enige schade als het gevolg van onoordeelkundig gebruik of gebruik anders als dan aangegeven in de gebruikers handleiding.
-
Enige schade als gevolg van het gebruik van niet orginele onderdelen, het gebruik van niet aanbevolen vloeistoffen of smeermiddelen en niet door Honda goedgekeurde accessores.
-
Enige schade of achteruitgang als gevolg van de natuurlijke veroudering (verkleuring, verdroging enz).
-
Normale consumptie onderdelen: Honda Geeft geen garantie op normale slijtage. Onderstaande onderdelen worden niet gedekt door de garantie, tenzij ze deel uitmaken van een reparatie onder garantie.
- Onderdelen: Bougie, brandstofffilter, luchtfilter, remblokken, koppelingsplaten, banden, wielen, wiellagers, startkoord, kabels, snaren.
- Vloeistoffen: Olie, vet.
-
Reinigen, inspectie, afstellen en ander periodiek onderhoud (karburateur schoonmaken, olie verversen, messen slijpen, afstellen van kabels en V-snaren).
-
Niet door de garantie gedekte kosten, zoals:
- Kompensatie voor verloren tijd, commerciele verliezen of huur voor vervangende apparaten.
- Vervoerskosten van en naar de dealerwerkplaats.
Enige schade als gevolg van blootstelling aan roet of rook, chemische stoffen vogelpoep, zeewater of lucht, zout of enig ander natuurlijk verschijnsel.
11. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt.12. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien in een omsloten ruimte.13. Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Zet de motor uit en laat deze afkoelen voordat u brandstof bijvult.
