BiLight 100 SE - Verlichting Tesy - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BiLight 100 SE Tesy in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BiLight 100 SE Tesy
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verlichting in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BiLight 100 SE - Tesy en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BiLight 100 SE van het merk Tesy.
GEBRUIKSAANWIJZING BiLight 100 SE Tesy
Soojuskandja maksimaalne temperatuur [^ C] - Tmax.
- Deze technische omschrijving en gebruikshandleiding is bedoeld om u vertrouwd te make n het product en met de gebruik en installmentie voorwaarden. De instructies zijn ook bestemd voor de vakkundige technici, die het toestel zullen installeren, demonteren en eventuele storingen verhelpen.
- De fabrikant kan op geen enkele manier aansprakelijk worden gesteld voor schade,veroorzaakt door expoataie en/of installmentie, die Niet aan de instructies in deze handleiding voldoen.
- De elektrische boiler voldoet aan de eisen van EN 60335-1, EN 60335-2-21.
- Dit toestel is bestemd voor exploitatione door kinderen ouder dan 3aar en personen met verminderde lichamelijk, zintuiglijke en geestelijkveermogens of doormensen metgeenervaring of kennis, indienze ondertoezicht+zijn of geinstructeerd werden overeenkomstig de zekere exploitatione van het toestel en indien ze de maybeige gevaren verstaan.
- Kinderen moeten met het toestel Niet laten spleen.
- Kinderen van 3 tot 8aar moen alleen de kraan bedienen die op de boiler is aangesloten.
- De reiniging en de bediening van het toestel moet door Niet onder toezicht zijnde kinderen Niet uitgevoerd worden.

WAARSCHUWING! ONJUISTE INSTALLATIE EN AANSLUITING VAN HET APPARAAT KAN ERNSTIGE GEVOLGEN VOOR DE GEZONDHEID VEROORZAKEN EN
LEIDEN TOT DE DOOD VAN DE GEBRUIKERS. DAT KAN OOK SCHADE AAN EIGENDOMMEN OF PEROONLUK LETSEL VEROORZAKEN ALS GEVOLG VAN
OVERSTROMING, EXPLOSIE OF BRAND. Installatie, aansluiting op het waternet en aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd door
gekwalificeerde technici. Een gekwalificeerde technicus is iemand die over de juiste competencies in overeenstemming met de voorschriften van het betreffende land beschikt.

Alle wijzigingen en reconstructies van de constructie en het elektrische schema van de boiler zijn verboden. Bij het vaststellen hiervan worden de garantie
geannuleerd. Onder wijzigingen en reconstructies wordt verstaan iedere verwijdering van de door de fabrikant ingebouwdde elementen, inbouwen van bijkomende
componenten in de boiler, verrangen van elementen met analogische elementen die door de fabrikant Niet goedgekeurd worden.
Installatie
- De boiler monteren alleen in ruimtes met normale brandveiligigheid.
- Bij installmentie in de badkamer要去 op zo'n plaat gesemonteerd zich, dat hij Niet door water wordt overgoten.
- Het is bedoeld voor gebruik in gesloten en verwarmde ruimtes, waar de tempeartuur nicht lager is dan 4^ en is Niet geschikt voor continu werkken in een "stromend water modus".
- Bij montage aan de wand wordt de boiler opgehangen aan de speciale beugel aan de behuizing met behulp van de twee in de wand deugdelijk gestoken (min. 0 10 mm) ankerhoeken (niet meegeleverd).
Aansluiting van de boiler op watertoevoer
- Het toestel is bedoeld om huishoudelijkke objecten van warm water te voorzien en dient te worden aangesloten op een waterleidingnet met een waterdruk van ten hoogste 6 bar (0.6 MPa).
- De montage van de veiligheidsklep (meegeleverd) is verplicht. Zet hem aan de koudwater-ingang, in de richting van de pijl op de boilerbehuzing, die de richting van het watertoevoer aangeeft.
Uitzondering: Als de nationale verorderingen (normen) een andere veiligheids-/terugslagklep ofinrichting vereisen (in overeenstemming met EN 1487 of EN 1489), dient die bijvoeglijk te worden aangeschaft. Voor toestellen conform EN 1487 mag de maximale werkdruk 0.7 MPa+zijn. Voor andere veiligskleppen mag de teogestane druk met 0.1 MPa lager+zijn dan de aangegeven druk op de typeplaat. In deze gevaln mag de meegeleverde terugslagklep Niet worden gebruikt
3. De terugslagklep en de leiding tot de boiler moeten worden beschermd gegen vorst. Bij gebruik van een uitlaatbuis moet het losse einde altijd open blijven (niet onderdompeld). Ook de buis要去 gegen vorst beschermd worden.
4. Voor het veilig functioneren van de boiler dient de veilgeidsklep regelmatig gereinigd te worden evenals de functonatiteit van het ventiel gecontroleerd te worden. In "hard-water"gebieden moet de klep ontkalkt worden. Deze Dienst valt nicht onder de garantietedekking. 5. Om materiele schades terplaatse of bij (derde) personen te voorkomen als gevolg van eventuèle storingen aan de warmwatervoorzieening, moet de boiler enkel in lokalen worden geinstalleerd met een deugdelijke waterdichting van de vloeren alsmede met een drainage (waterafvoer aan het riool). In geen geval mag de boiler op voorwerpen rusten die gevoelig zich voor vocht. Indien de boiler zich in een onbeschemde ruimte moet bevinden, dan is het noodzakelijk om een carter onder de boiler teplaatsen, met een waterafvoergoot aan het rioolnet
6. Bij opwarming van het water is het normaal dat water uit de uitlaatbuis van het veiligheidsventiel doorsijpelt. Die uitlaatbuis dient altd open te blijven. Het is noodzakelijk om de uitgelaten hoeveelheid water af te voeren of te verzamelen om schades te voorkomen.
7. Als er een möglichkeid bestaat om de temperatuur in de ruimte onder 0^ te calen, moet men de boiler weglopen.
Als aftappenoodzakelijk is, schakel eerst de stroomtoevoer aan de boileruit. Stop de toevoer van koud wateraar het toestel.Zet de warmwaterkraan open. Open de kraan 7 (fig. 3) om het water van de boiler af te tappen. Indien er een aftapinrichting afwezig is, de boiler kan afgetapt worden direct via de inlaatbuis, waarvoor moet hij van het waterleidingnet losgekoppeld worden
- De voorligende handleiding is ook voor boiler met warmtewisselaar - alinea VII. Deze toestellen zijn voorzien van warmtewisselaar en ze zijn bestemd voor aansluiting op een verwarmingssysteme met hoogste temperatuur van de warmtedrager 80^
Elektrische aansluiting
- Zorg ervoor, dat het apparaat met water is gemuld, voordat u het inschakelt en in werkig stelt.
- Bij elektrische aansluiting van de boiler要去 de veiligheidsdraad juist aangesloten zijn (bij modellen zonder snoer met stekker).
- Waterverwarmers zonder elektriciteitsnoer - Het apparaat moet worden aangesloten op een aparte stroomkring van het elektriciteitsnet. De stroomkring moet voorzien zijn van een beveiligingsschakkelaar en van een ingebouwde inrichting met een contactscheiding in alle polen voor een volledige onderbreking volgens overspanningscategorie III
- Als het snoer (bij de modellen met een snoer) kapot is,要去 die verwangen worden door een geautoriseerde servicedienst of een vakman met desbetreffende kwalifikatie om risico's te voorkomen.
- Tijdens de verwarming kan er een piepend geluid waardeembaar zichn (van kokend water). Dat is normal en signaleert geen schade. Het geluid wordt sterker met de tijd en de oorzaak is de kalkaaanslag.
Geachte klant,
Geachte klant het TESY feliciteert u met uw aanschaf. We hopen, dat het nieuwe toestel aan de comfortverbetering in uw wonig za bijdragen.
- Nominale inhoud, liter - zie type-plaat
- Nominale spanning - zie type-plaat
- Nominal vermogen - zie type-plaat
- Nominate werkdruk -zie type-plaat

Het betreft geen druk in pijpleidingen. De druk voor het toestel is aangegeven en voldoet aan de eisen met betrekking tot de zekerheid.
- Boiler type: gesloten accumulatorende waterverwarmer, voorzien van warmte-isolatie
Voor modellen zonder warmtewisselaar (serpentine)
- Dagelijke energieverbruik -zie Bijlage I
- Aangegeven laadprofiel - zie Bijlage I
- Hoeveelheid gemengd water bij temperatuur 40^ V40 (liters) - zie Bijlage I
- Hoogste temperatuur van dethermostat - zie Bijlage I
- Door de fabrikant gezette temperatuurinstellenen - zie Bijlage I
- Energie-efficientre bij de waterverwarming -zie Bijlage I
Voor modellen met warmtewisselaar (serpentine)
- Warmteaccumulerend inhoud (liters) -zie Bijlage II
- Warmteverlies bij nulvracht - zie Bijlage II.
III. BESCHRIJVING EN WERKING
Het toestel bestaat uit behuizing, flens in het onderste deel /bij boilers met verticale uitvoering/ of aan de zijkant /bij boilers met horizontale uitvoering/, plastic veiligheidspaneel en veiligheidsklep.
- De behuizing bestaat uit stalen reservoir (watertank) en boilercoat (buitenomhulsel) met warmte-isolatie tussen de watertank en de boilercoat van milieuvuiriendijke ditke polyurethaan en twee schroefdraadverbindingspijpen G 1 / 2 voor de inlaat van koude water (met blauwe ring) en voor de uiltaat van warm water (met rode ring).
Afhankelijk van het model kan de binnentank twee soorten zijn:
Van zwart staal beschermd met special glaskeramische of emailen coating
Van roestvrij staal
De verticale boilers können een geintgrede warmtwisselsaar (spiraalvormige buis) bezitten. De uit- en ingang van de wartmewisselaar is aan de zijkant geplaatst en dat zijn buizen met schroefdraad G 34^ . - Op de flens staat er een elektrische verwarmer gemonteerd. Bij de boilers met glasceramische coating is eveneens een magnesumanode ingebouwd.
De elektrische verwarmer dient voor verwarming van het water in de tank en worden door de thermostat bediend, die automatisch de vooraf ingestelde temperatuur regelt. Het toestel is van een ingebouwdbeveiligingsinrichting voorzien, die de boiler gegen oververhitting beschermt (thermoschakelaar) door de verwarmer van het stroomnet af te koppelen, als de watertemperatuur te hove waarden bereikt. - De veiligheidsklep werkkt als terugslagventiel, d.w.z. voorkomt de gehele lediging van het toestel bij geen toevoer van koud water UIT het waterleidingnet. Hij beschermt de boiler van tegen overdruk bij een eventuele oververhitting (bij verwarming neemt het volume van het water toe en dat leidt tot hogere druk) door de overvloedige hoeveelheid door de uitlaatbuis af te voeren.

De veiligheitsklep kan de boiler nicht beschemmen bij overduk in de waterleiding.
IV.MONTAGE EN INSCHAKELING

WAARSCHUWING! ONJUISTE INSTALLATIE EN AANSLUITING VAN HET APPARAAT KAN ERNSTIGE GEVOLGEN VOOR DE
GEZONDHEID VEROORZAKEN EN LEIDEN TOT DE DOOD VAN DE GEBRUIKERS. DAT KAN OOK SCHADE AAN EIGENDOMMEN OF PERSOONLIJK LETSEL VEROORZAKEN ALS GEVOLG VAN OVERSTROMING, EXPLOSIE OF BRAND. Installatie, aansluiting op het waternet en aansluiting op het elektricteitsnet要去 worden uitgevoerd door gekwalificierde technici. Een gekwalificierde technicus is如何去 de over de juiste competencies in overeenstemming met de voorschriften van het betreffende land beschikt.
1.Installatie
Het is raadzaam om de boiler zo:dicht mogelijk teplaatsen bij de verbruiker van het te verwarmen water, om warmteverliezen in leidingen voor zover mogelijk te verminderen. Bij installmentie in de badkamer要去 Hij op zo'n plaats gemonteerd zijn, dat hij Niet door water worden overgoten.
Bij montage aan de wand wordt de boiler opgehagen aan de speciale beugel aan de behuizing met behulp van de twee in de wand deugdelijk gestoken (min. 0 10 mm) ankerhoeken (niet meegeleverd). De constructie van de dragende plank van de boilers voor verticale montage is universeel en LAST de afstandussen de haken van 220 tot 310mm te zich (afbeelding 1a). Bij de boilers voor horizontale montage zich de afstandenussen de haken verschillend voor de verschillende inhouden en deze zich in tabel 6
van afbeelding 1d, 1e vermeld.
Bij modellen voor vloermontage kan de grep op de vloer worden vastgeschroefd. De afstand:tussen de grijpers voor de verschillende volumes worden getoond in Tabel 9 van Figuur 1h, 1g.
Om materiele schades ter plaatse of bij (derde) personen te voorkomen als gevolg van eventuele storingen aan de warmwatervoorziening, moet de boiler enkel in lokalen worden geinstalleerd met een deugdelijke waterdichting van de vloeren alsmede met een drainage (waterafvoer maar het rool). In geen geval mag de boiler op voorwerpen rusten die gevoelig zijn voor vocht. Indien de boiler zich in een onbeschemme ruimte moet bevinden, dan is hetoodzekelijk om een carter onder de boiler teplaatsen, met een waterafvoergoot maar het roolnet
Opmerking: de boven aanbevolen carter worden nicht meegeverd.
2. Aansluiting van de boiler op watertoevoer
Fig. 3; waar: 1 - koudwater-verbindingsbuis; 2 - veiligeheids-/ terugslagklep; 3 - drukreduceerventiel (bij druk in de waterleiding boven 0.6MPa); 4 - aflsuitkraan; 5 - afvoerkanaal maar het riool; 6 - buis; 7 - aftapkraan.
Bij de aansluiting van de boiler op watertoevoer moet er rekening gehonden worden met de kleur van de verwijstekens /ringen/ op de buizen: blauw - voor het koude /toevoer-/ water, rood - voor de warme /afvoer-/ water.
De montage van de veiligheidsklep (meegeleverd) is verplicht. Zet hem aan de koudwater-ingang, in de richting van de pijp op de boilerbehuzing, die de richting van het watertoevoer aangeeft.
Uitzondering: Als de nationale verordenen (normen) een andere veiligheids-/terugslagklop of inrichting vereisen (in overeenstemming met EN 1487 of EN 1489), dient die bijvoeglijk te worden aangeschäft. Voor toestellen conform EN 1487 mag de maximale werkdruk 0.7MPa zich. Voor andere veiligskleppen mag de toegestane druk met 0.1MPa lager zich dan de aangegeven druk op de typeplaat. In deze gezallen mag de meegeleverde terugslagklop Niet worden gebruikt.

Een andere aflsuitinrichting:tussen de terugslagklep (veiligheidsventiel) en het toestel mag Niet worden geplaatst.

Het gebruik van andere (oude) terugslagkleppen kan uw apparaat een schade toebrengen en die moeten worden verwijderd.

Voor het inschroeven van de klep mogen schroefdraden langer dan 10mm nicht gebrukt worden, anders kan de klep beschadign, wat onveilig is voor uw toestel.

Bij boilers met verticale uilvoering要去 de veiligheids/terugslagklep aan de toevoerbuis bij afgenomen plastic paneel van het toestel lst worden.

De terugslagklep en de leiding tot de boiler要去en worden beschermd gegen vorst. Bij gebruik van een uiltaatbuis要去 het einde aktid open blijven (niet onderdompeld). Ook de buis要去vorst beschermd worden.
Om het toestel met water te vullen, draait u eerst de warmwaterkraan aan de menginrichting open. Daarna draait u de koudwaterkraan open. Zodra de boiler volledig bevuld is, komt er wateruit de mengkraan te lopen met een ononderbroken straal. Sluitervolgens de warmwaterkraan af.
Als aftappenoodzakelijk is, schakel eerst de stroomtoevoer maar de boiler uit. Stop de toevoer van koud wateraar het toestel.Zet de warmwaterkraan open.Open de kraan 7 (fig.3) om het water van de boiler af te tappen.Indien er een aftapinrichting afwezig is, de boiler kan afgetapt worden direct via de inlaatbuis, waaroor moet hij van het waterleidingnet losgekoppeld worden.
Bij wegemen van de flens is het normal dat het resterende water in de tank (eenaar liter) uitloopt.

Om schades te voorkomenijdens het aftappen moeten er veiligheidsmaatregelen getroffen worden.
Als de werkdruk in het waterleidingnet hoger is dan de aangegeven in alinea I, dan要去 u een passend drukreduceervientiel inbouwen, anders za de boiler net maar behoren geexploiteerd worden. De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor schades die te wijten aan incorrecte inbedrijfstelling.
3. Elektrische aansluiting.

Zorg ervoor dat het apparatus met water is gezuld, voordat u het inschakelt en in werkung stelt.
3.1. Modellen, geleverd met een elektriciteitssnoer met stekker, worden aangesloten door de stekker in het stopcontact te steken.
De ontkoppeling van de boiler van het stroomnet gebeurt door de
stekker uij het stopcontact te trekken.
! Het stopcontact moet juist aangelsloten zich aan een aparte stroomkring, beschermd met een beveiligingsschakelaar. Het moet een aardleiding hebben.
3.2. Waterverwarmers geleverd met elektriciteitssnoer zonder stekker
Het apparaat moet worden aangesloten op een aparte stroomkring van het elektriciteitsnet, beschermd met een beveiligingsschakelaar met nominale stroom 16A (20A voor vermogen >3700W ). De stroomaansluiting moet vast zijn - zonder stekker-aansluitingen. De stroomkring moet voorzien zijn van een beveiligingsschakkelaar en van een ingebouwde inrichting met een contactscheiding in alle polen voor een volledige onderbreking volgens overspanningscategorie III. De draden van het elektriciteitsnoer要去en zoals volgt worden aangesloten:
-
draad met bruine isolatie - met de fasedraad van de elektrische installment (L)
-
draad met blauwe isolatie - met de nuldraad van de elektriciteitsinstalaltie (N)
-
draad met geel-groene isolatie - met de aarddraad van de elektrische installmentie
3.3. Waterverwarmers zonder elektriciteitssnoer
Het apparatus moet worden aangesloten op een aparte stroomkring van het elektriciteitsnet, beschermd met een beveiligingsschakelaar met nominale stroom 16A (20A voor vermogen >3700W ). Voor de aansluiting worden koperen eendradige (harde) leidingen gebruikt - installmentiekabel 3× 2.5mm^2 voor totaalvermogen 3000W (installatiekabel 3× 4.0mm^2 voor vermogen >3700W ).
Om de boiler op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moet de plastic manteldeksel afgenomen worden (fig. 2 a).
De aansluiting van de elektriciteitsdraden volgt de aanwijzingen op de klemmen:
-
Fasedraad moet verbonden worden met symbol A of A1 of L1
-
Nuldraad - met symbol N (B of B1 of N1)
-
De aarddraad moet verplicht verbonden zijn door een schroefaansluiting met symbool
Na de montage worden de plastic deksel opnieuw geplaatst op de bolier!
Toelichting aan afbeelding 2:
TS - thermoschakelaar; TR - thermoregelaar; S - schakelaar; R - verwarmer; IL - signaallampje; F - flens; KL - kroonsteentjes.
V.IN GEBRUK NEMEN VAN HETTOESTEL
1. Het toestel inschakelen
Vór het aanvankelijkke inschakenen van het toestel moet men ervoor zorgen dat de boiler op de juiste wijze in het elektrische netwerk ingeschakeld en vol met water is. Het inschakenen van de boiler geschietd door middel van de in de elektrische installmentie ingebouwde installmentie, omgeschreiben in onder 3.3 van paragraaf IV of door de stekker in het stopcontact te plaatsen (indien het model voorzien van een kabel met stekker is.
Opmerking: De modellen haben een ingebouwde boiler en je要去 hem inschaken. De elektrische sleutel van het apparatus is voorzien van een reliief en is gemarkeerd met een merkteken ①
2. Boilers met elektrische en mechanische bediening
Afbeelding 2a, 2b. Legenda:
1-Termoregelaar
2-Vermogensschakelaar
3 - Handvat voor temperatuurregelaar (alleen voor temperatuurgeregde modellen)
-
Om de hoofdschakelaar in te schakelen, drukt u op de knop totdatdezestoot en laat u hem los. De knop blijft ingedrukt, wat betekent dat hij aanstaat. De LED's lichten ook op.
-
Als u de sleutelschakelaar wilt uitschakelen, drukt u op de knop totdat deze stoot en LAST u hem cervolgens los. De knop moet opvallen, wat betekent dat hij uit staat. De LED's gaan ook uit.
Ze lichten rood - het apparaat bevindt zich in de verwarmingsmodus; Ze lichten blauw - het water in het apparaat worden verwarmd en de thermostat schakelt de verwarming uit.
de elektrische schakelaar van het apparaat is uitgeschakeld, of er worden geen elektrische stroom maar het apparaat geleverd, of de temperatuurbbeveiliging van het apparaat is uitgeschakeld - zie punt 4 hieronder.
2.2. Temperatuur instellen
Met deze functie kurz u de gewenste temperatuur selecteren. Om uw keuze te make, draait u de handgreep op het paneel door de markings in de juiste positie te plaatsen (Fig. 2). Om de temperatuur te verhogen, rechtsom draieren.
Waarschuwing! Maandelijks plaats van de handgreep in een positie van maxime temperatur gedurende een dag (tenzij het apparaat steeds in deze mode werk) - zie supplement I. Maximale temperatur van de thermostat. Dit zorgt voor een hogere hygène van het verwarmde water
Opmerking: voor modellen die geen thermostatkop hebben, is de instelling van de automatische watertemperatuurinsteling in de fabrik ingesteld -zie Bijlage 1, Fabrieksttemperatuurinstellenen".
- Bij dit régime zal de watertemperatuur in het toestel rond 60^ liggen.
Op deze wijze worden het warmteverlies verminderd.
3. Antivriesmodus
Zet de handgreep in de stand „Antivriesmodus“ volgens figuur 2. Met deze instelling houdt het apparaat een temperatuur aan, die voorkomt dat het water bevriest.
Waarschuwing! De stroomtoevoer maar het apparaat moet+zijn ingeschaken. De ingebouwde waterverwarmer moet ook�n ingeschaken. Het veiligheidsventiel en de pijpleiding van de waterverwarmeraar maar het apparaat moet worden beveiligd gegen vorst
4. Bescherming maar temperatuur (geldig voor alle modellen)
Het toestel is voorzien van een speciale installmentie (thermoschakelaar) bestemd voor bescherming tegen te hove waterverwarming die de verwärmer van het elektrische netwerk uitschakelt, wanner de temperatuur te hove waarden bereikt.
Nadat这让 installation in gang is gezet zal deze zich nicht herstellen en het toestel zal nicht werken. Om het probleem op te lossen moet men zich tot een erkende service diestverflener of een bevoegde technicusRCTien.
VI. MODELLEN VOORZIEN VAN WARMTEWISSELAAR (SERPENTINE)
Deze toestellen zijn voorzien van warmtewisselaar en ze zijn bestemd voor aansluiting op een verwarmingssystem met hoogste temperatuur van de warmetdrager 80^ . De bediening van de stroom door de warmtewisselaar betreft de oplossing van de bepaalde installment en de keuze van de bediening hiervan要去 bij het ontwerpen van de installment gemaatk worden (bijvoorbeeld: buitenthermostaat die de temperatuur in het waterreservoir meet en circulatiepomp of magneetventiel bedient). De boilers voorzien van warmtewisselaar makeen mogelijk het water verwarmd als volgt te worden:
-
Door middel van een warmtewisselaar (serpentine). Dit is een belangrijke wijze om het water te verwarmen.
-
Door middel van een elektrische hulpverwarmer voorzien van automatische bediening die in het toestel ingebouwd is. Deze worden gebruikt als het nodig is om het water extra te verwarmen of in geval van renovatie van het systeme van de warmtewisselaar (serpentine). Het aansluiten op de elektrische installmente en hoe het toestel werkt zijn vermeld in de vorige paragrafen.
Montage
Naast de hierboven beschreiben montagewijze, is het bijzondere bij deze modellen dat het Niet nodig is om de warmtewisselaar op de verwarmingsinstallatie aan te sluiuten, door het volgen van de richtingen van de op afbeelding 1d, afbeelding 1e en afbeelding 1f aangegeven pijlen. Wij bevelen u aan stopventielen op de ingang en deuitgang van de warmtewisselaar te monteren. Bij het stoppen van de stroom van de warmth drager door middel van het onderste (stop) ventiel zult de ongewenste circulatie hiervijden in de perioden waarin u slechts een elektrische verwarmer gebruikt.
Tijdens demontage van uw warmtewisselaar要去en de twee ventselen gesloten�.
Bij het aansluiten van de warmtewisselaar op een installmentie van koperpijpen要去en dielektrische klemmen gebruikt worden.
Omde corrosie te beperken moet in de installmentie pijpen met beperktgeaas diffusie gebruikt worden.
VII. PERIODIEK ONDERHOUD
Bij normaal werk van de boiler, onder de invloed van de hoge temperatuur verzamelt zich op de oppervlak van de verwarmer kalk /ketelsteen/. Dat verslechtert de warmte-uitwisselingussen de verwarmer en het water. De temperatuur op de oppervlak van en rond het verwarmingselement stijgt. Er onstaat een specieiek geluid/van kokend water/. De warmteregeelaar begint zich vaker in- en uit te schakenen. Een "false" activatie van de beveiligingsschakelaar is möglichk. Daarom advisert de fabrikant periodiek onderhoud van uw boiler elk tweedeJAar door een geauthoriseerd servicecentrum of servicdienst, wat Niet door de garantie worden gedekt. Bij dit onderhoud moet de kalkaanslag verwijderd worden en (bij boilers met glaskeramische coating) zo nodig de anode worden verrangen.
Reinig het toestel met een vochtige doek. Gebruik geen schuurmiddelen of reinigingsmiddelen.
De fabricant accepteert geen aansprakelijkheid voor schade onstaan door het Niet opvolgen van de instructies in deze handleiding.

Milieubescherming
De oude elektrische toestelen bevatten elementen die hergebruikt kuren worden,.daar gumoo het product Niet met de huisvuil weg! We vragen u om actief bij te dragen aan de milieubeschemming en het toestel af te gehen bij een inamelpunt van oude elektrische of elektronische apparaten (indien aanwezig).
1 12-EN 60335,1-EN 60335.3
4 4
Jg j
.5
aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag aag
a
U
.1
.2
()j 10
U
a aai iiaaii iiaai iiaai iiaai
80 80
Sall jol 1000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000
. ( ( 2ab) ^2 - a^2) ( 1 + a) ^2 = a^2 .
yLs aayal Lg 100
.10d1j 1