4234DT - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 4234DT BROTHER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 4234DT BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 4234DT - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 4234DT van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING 4234DT BROTHER
Ga naar http://solutions.brother.com voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).

- Voor vervanging van de stekkerzekering gebruikt u een zekering goedgekeurd door ASTA tot BS 1362, dat wil zeggen, met het symbool ASA, van de sterkte die is aangegeven op de stekker.
- Plaats altijd het zekeringdeksel terug. Gebruik nooit een stekker zonder zekeringdeksel.
- Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker van deze machine, neemt u contact op met uw offi ciële dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
MERCI D'AVOIR CHOISI CETTE SURJETEUSE COMPACTE
Bij het gebruik van de naaimachine moeten altijd de standaardveiligheidsinstructies in acht genomen worden, inclusief het volgende
Lees alle instructies vóór gebruik van deze machine.
GEVAAR
Het risico van een elektrische schok verminderen
De naaimachine moet nooit onbeheerd worden gelaten als ze op het stopcontact is aangesloten. Haal de stekker altijd onmiddellijk na gebruik en vóór het reinigen uit het stopcontact.
WAARSCHUWING
Het risico van brandwonden, brand, een elektrische schok of letsel verminderen.
- Zorg ervoor dat de machine niet als speelgoed gebruikt wordt. Grote oplettendheid is geboden als de naaimachine wordt gebruikt door of in de nabijheid van kinderen.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de doeleinden die in deze handleiding beschreven worden. Gebruik alleen accessoires die in deze handleiding door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik de naaimachine nooit als de kabel of de stekker beschadigd is, als ze niet goed werkt, als ze gevallen of beschadigd is of als ze in water is gevallen. Breng de naaimachine terug naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum voor inspectie, reparatie of elektrische of mechanische afstelling.
- Gebruik de naaimachine nooit als een ventilatieopening afgesloten is. Zorg ervoor dat zich vóór de ventilatieopeningen van de naaimachine en het pedaal geen pluizen en stof ophopen en dat er zich geen losse stukjes stof bevinden.
- Zorg ervoor dat er nooit een voorwerp in een opening valt of geplaatst wordt.
- Gebruik de machine niet buiten.
- Gebruik de machine niet op plaatsen waar spuitbusproducten (sprays) gebruikt worden of waar zuurstof wordt toegediend.
- Als u de machine wilt uitschakelen, draai dan de hoofdschakelaar in de stand "O" (= "UIT") en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
- Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Pak de stekker vast, niet de kabel.
- Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let vooral goed op het gedeelte rondom de naaimachinenaald.
- Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Door een verkeerde plaat kan de naald breken.
- Gebruik geen verbogen naalden.
- Trek niet aan of duw niet tegen de stof tijdens het stikken. Hierdoor kan de naald doorbuigen, waardoor hij breekt
- Zet de naaimachine in de stand "O" wanneer u afstellingen uitvoert in de buurt van de naald, zoals het inrijgen, de naald vervangen, de persvoet vervangen etc.
- Haal de stekker altijd uit het stopcontact wanneer afdekkingen worden verwijderd, bij het smeren, of wanneer andere aanpassingen worden gedaan die in de bedieningshandleiding worden genoemd.
- Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen of ongeschikte personen zonder toezicht.
- Jonge kinderen moeten in de gaten gehouden om ervoor te zorgen dat ze niet met de naaimachine gaan spelen.
18.Neem de machine niet uit elkaar. - Als het LED-lampje (de lichtdiode) beschadigd is, mag alleen een bevoegd vaktechnicus of dealer het vervangen.
LET OP!
De machine veilig gebruiken
- (Alleen voor de VS)
Dit apparaat heeft een gepolariseerde stekker (de ene pen is breder dan de andere) om het risico van een elektrische schok te verminderen; deze stekker past slechts op één manier in een gepolariseerd stopcontact.
Als de stekker niet volledig in het stopcontact past, draai hem dan om. Als hij nog steeds niet past, laat u dan een bevoegd elektricien een geschikt stopcontact monteren.
Verander in geen geval zelf iets aan de stekker.
- Zorg ervoor dat u de naalden tijdens het naaien zorgvuldig in de gaten houdt. Raak het handwiel, de naalden, messen of andere bewegende delen niet aan.
- Schakel de aan-/uitschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact in de volgende situaties:
- als u de machine niet meer gebruikt;
- als u de naald of een ander onderdeel vervangt of verwijdert;
- in geval van stroomuitval terwijl u de machine gebruikt;
- als u de machine controleert of reinigt;
- als u de machine onbeheerd achterlaat.
- Laat niets op het pedaal liggen.
- Sluit de machine rechtstreeks op het wandstopcontact aan. Gebruik geen verlengkabels.
- Als de machine in aanraking komt met water, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.
- Plaats geen meubels op de kabel.
- Buig de kabel niet en trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Raak de kabel niet met natte handen aan.
- Plaats de machine in de buurt van het wandstopcontact.
- Plaats de machine niet op een wankel voorwerp.
- Doe de zachte hoes er niet overheen.
- Als u een abnormaal geluid of een abnormale situatie waarneemt, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.
Voor een langere levensduur van uw machine
- Stel deze machine niet bloot aan direct zonlicht of aan zeer vochtige omstandigheden. Gebruik of berg deze machine niet op in de buurt van een kachel, strijkijzer, halogeenlamp of ander heet voorwerp.
- Gebruik alleen milde zeep of oplosmiddelen om de behuizing te reinigen. Benzeen, thinner en schuurpoeder kunnen de behuizing en machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
- Laat de machine niet vallen en bescherm hem tegen stoten.
- Raadpleeg altijd deze handleiding alvorens u de persvoet, naald of andere onderdelen vervangt of aanbrengt, om er zeker van te zijn dat ze correct worden aangebracht.
Voor reparatie of afstelling van de machine
Als in uw machine een storing optreedt of als er afgesteld dient te worden, raadpleeg dan eerst de tabel "Problemen oplossen" om uw machine zelf te inspecteren en af te stellen. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
VOOR GEBRUIKERS BUITEN CENELEC:
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het apparaat spelen.
VOOR GEBRUIKERS BINNEN CENELEC:
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen.
LET OP!
Als u deze naaimachine onbeheerd achterlaat, moeten de aan-/uit- en lichtschakelaar van de machine worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact worden getrokken.
Bij onderhoudswerkzaamheden aan de naaimachine of wanneer afdekkingen worden verwijderd, dient u de stroomtoevoer naar de machine of het elektrische gedeelte te onderbreken door de stekker uit het stopcontact te trekken.

- Voor vervanging van de stekkerzekering gebruikt u een zekering goedgekeurd door ASTA tot BS 1362, dat wil zeggen, met het symbool A\$A, van de sterkte die is aangegeven op de stekker.
- Plaats altijd het zekeringdeksel terug. Gebruik nooit een stekker zonder zekeringdeksel.
- Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker van deze machine, neemt u contact op met uw offi ciële dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR DEZE COMPACTE OVERLOCKMACHINE
Dit is een handige machine van hoge kwaliteit. Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle functies, adviseren wij u dit boekje aandachtig te bestuderen.
Indien u meer informatie wenst over het gebruik van deze machine, dan kunt u te allen tijde contact opnemen met uw dichtstbijzijnde, erkende dealer.
Veel plezier!

LET OP!
Voor het inrijgen of vervangen van een naald schakelt u eerst de aan/uit- en lichtschakelaar van de machine uit, of trekt u de stekker uit het stopcontact.
Als de machine niet wordt gebruikt, adviseren wij u de stekker uit het stopcontact te verwijderen om eventuele gevaarlijke situaties te vermijden.
Opmerkingen over de motor
- De maximale naaisnelheid van deze naaimachine is 1300 steken per minuut, hetgeen zeer snel is, vergeleken met de normale snelheid van 300 tot 800 steken per minuut die een gemiddelde naaimachine haalt.
- De motorlagers zijn vervaardigd van een speciale gesinterde en met olie geïmpregneerde metaallegering, gewikkeld in in olie gedrenkte vilt, voor urenlang, ononderbroken gebruik.
- Door langdurig gebruik van de naaimachine kan het gebied rond de motor warm worden, maar nooit zodanig dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de prestaties.
Zorg dat de ventilatieopeningen aan de zij- en achterkant van de naaimachine altijd vrij blijven van stof en papier. - Wanneer de motor draait, zullen er vonken zichtbaar zijn door de ventilatieopeningen bij de motorsteun, tegenover het handwiel. Deze vonken worden veroorzaakt door de koolborstels en de collector en maken deel uit van de normale werking van de machine.
Inhoud
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ...... I
Inhoud 1
Hoofdstuk 1: Benamingen en functies van de onderdelen 2
Accessoires 3
De machine aansluiten 4
Draairichting van het handwiel 4
Voorklep openen / sluiten 4
Persvoet bevestigen/verwijderen 4
Opvangbakje 5
Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen) 5
Brede naaitafel 5
Mesje verwijderen 6
Steeklengte 6
Steekbreedte 6
Differentiaaltransporteur 7
Persvoetdruk instellen 7
Draadspanningsknop 8
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden) ...... 9
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden) 10
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, Eén naald (twee draden) 10
Naald 11
Naald verwijderen / aanbrengen 11
Hoofdstuk 2: Voorbereidingen voor het inrijgen 12
Draadgeleider 12
Het gebruik van het kloskapje 12
Het gebruik van het garennetje 12
Vóór het inrijgen 12
Hoofdstuk 3: Inrijgen 13
Draad voor twee naalden vierdraad overlocksteek 13
Draad voor één naald driedraad overlocksteek (rechternaald) 13
Draad voor één naald driedraad overlocksteek (linkernaald) 13
Draad voor één naald tweedraad overlocksteek (rechternaald) 14
Draad voor één naald tweedraad overlocksteek (linkernaald) 14
Onderste grijper inrijgen 14
Bovenste grijper inrijgen 16
Linkernaald inrijgen 17
Inrijgen van de rechter naald 17
Inrijgen van de naald (met de naaldrijger) 18
Hoofdstuk 4: Vergelijkingstabel voor naaimateriaal, draden en naalden....19
Hoofdstuk 5: Naaien....20
Steekselectie 20
Proeflapje naaien 20
Afwerken met kettingsteek 21
Beginnen met naaien 21
Stof verwijderen 21
De ketting vastzetten 22
Als de draad breekt tijdens het naaien 23
Dunne stoffen naaien 23
Gebruik van de steekpositievinger W 23
Tweedraad naaien 24
Smalle overlock/rolzoomsteek 25
Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek 26
Hoofdstuk 6: Problemen oplossen 27
Hoofdstuk 7: Onderhoud 28
Reinigen 28
Smeren 28
Hoofdstuk 8: Plaatsing van optionele voet 29
Blindzoomvoet 29
Elastiekvoet 31
Parelvoet 32
Pipingvoet 33
Plooivoet 34
Specifications 35
Specificaties 35
Instellingentabel ...... Binnenin het achterdeksel
HOOFDSTUK 1 BENAMINGEN EN FUNCTIES VAN DE ONDERDELEN

① Draadgeleider
② Stelschroef voor persvoetdruk
③ Klospen
④ Klossteun
⑤ Draadgever
⑥ Naalden
⑦ Platbodemhulpstuk
⑧ Persvoet
⑨ Dekplaat
⑩ Draadspanningsknop linkernaald
⑪ Draadspanningsknop rechternaald
⑫ Draadspanningsknop bovenste grijper
⑬ Draadspanningsknop onderste grijper
⑭ Voorklep
⑮ Persvoethendel
⑯ Aan/uit- en lichtschakelaar
⑰ Steeklengteknop
⑱ Handwiel
⑲ Instelknop differentiaalverhouding
⑳ Steekbreedteknop
②1 Draadgeleider
In de voorklep
② Inrijghendel onderste grijper
②3 Draadgever voor grijpers
⑳ Bovenste grijper
⑲ Bovenste mesje
⑳ Onderste grijper
⑳ Steekpositievinger
⑳ Hendel voor mesje
1 Voorklepcompartiment
De bijgeleverde accessoires kunt u in dit compartiment bewaren.
Draadwisselstuk,
2 Compartiment voor platbodem hulpstuk
De verwijderde steekpositievingers kunt u opbergen in dit compartiment. (Zie HOOFDSTUK 5 "Smalle overlock/rolzoomsteek".)
* Luchtopeningen (aan de achterkant)
Accessoires
Meegeleverde accessoires
① Zachte hoes: X77871000
② Opbergzakje voor accessoires: XB2297001
③ Pincet: XB1618001
④ Garennetje (4): X75904000
⑤ Kloskapje (4): X77260000
⑥ Reinigingsborsteltje: X75906001
⑦ Zeskantschroevendraaier: XB0393001
⑧ Naaldensetje (SCHMETZ 130/705H): X75917001
nr. 80: 2 stuks, nr. 90: 2 stuks
⑨ Pedaal: XC7359021 (gebieden met 120 V)
XB3112001 (gebieden met 230 V)
XB3134001 (Verenigd Koninkrijk)
XB3200001
(Argentinië)
XB3156001
(Korea)
XB3255001
(China)
XB3190001 (Australië, Nieuw-Zeeland)
XF2826001
(Brazilië)
⑩ Instructie-dvd: XB2007001 (NTSC) XB2014001 (PAL)
⑪ Draadwisselstuk:XB1991001
⑫ Opvangbakje:XB1958001
⑬ Steekpositievinger W:XB1902001
①

Meer informatie over de volgende artikelen vindt u in HOOFDSTUK 8.
⑭ Blindzoomvoet: X76590002

⑮ Plooivoet:
SA213 (VS, CANADA)
X77459001 (OVERIG)

⑯ Parelvoet:
SA211 (VS, CANADA)
X76670002 (OVERIG)

⑰ Pipingvoet:
SA210 (VS, CANADA)
XB0241101 (OVERIG)

⑱ Elastiekvoet:
SA212 (VS, CANADA)
X76663001 (OVERIG)

⑲ Brede naaitafel:
XB2023001
* In sommige gebieden is de brede naaitafel een bijgeleverde accessoire.

De brede naaitafel is ook te gebruiken als accessoire-opbergvak.
Afmetingen:
35 cm (B) × 25.5 cm (D)
De machine aansluiten
De machine inschakelen
- Steek de drie-pins stekker in de aansluiting aan de rechter onderkant van de machine. Steek vervolgens de stekker in een stopcontact.
- Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar in de stand "I" (voor uitschakelen in de stand "O").

Werking
Wanneer het pedaal iets wordt ingetrapt, begint de machine langzaam te lopen. Hoe dieper het pedaal wordt ingetrapt, des te sneller gaat de machine lopen. Als het pedaal wordt losgelaten, stopt de machine.

OPMERKING (alleen voor de VS):
Pedaal: Model KD-1902
Dit pedaal kan alleen worden gebruikt voor het naaimachinemodel 884-B01.Dit modelnummer staat vermeld op het naamplaatje van de naaimachine.
Draairichting van het handwiel
De naalden bewegen naar hun hoogste stand als het handwiel zodanig wordt gedraaid dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.

Voorklep openen / sluiten
Bij het inrijgen van de draad in deze machine moet de voorklep worden geopend. Schuif hem naar rechts ① en open ② of sluit hem en schuif hem naar links.

LET OP!
Voor uw eigen veiligheid mag de machine nooit worden gebruikt als de voorklep geopend is.
Schakel de machine altijd uit voordat de voorklep wordt geopend.

Persvoet bevestigen/verwijderen
- Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar uit of trek de voedingsstekker uit het stopcontact.
- Beweeg de persvoethendel omhoog. ①
- Draai het handwiel ② zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel".)
- Druk op de knop op de persvoethouder zodat de standaardpersvoet vrijkomt. ③ ④
- Beweeg de persvoet verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog te duwen. Verwijder vervolgens de persvoet en bewaar hem op een veilige plaats.
- Beweeg de persvoet nogmaals verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog de duwen. Plaats vervolgens de persvoet net onder de persvoethouder , zodanig dat de groef in de onderkant van de persvoethouder in lijn staat met de pen bovenin de voet
en daaromheen grijpt. Beweeg vervolgens de persvoethendel omlaag om de persvoet vast te drukken. Druk daarbij op de knop op de persvoethendel.

text_image
< C >Opvangbakje
Het optionele opvangbakje vangt de tijdens het naaien afgeknipte stof en draad op.


Druk het opvangbakje naar binnen, totdat het de voorklep raakt.
OPMERKING:
Zorg dat de plaatsingsgeleider tegen die van de machine wordt geplaatst.
Verwijderen:
Trek het opvangbakje langzaam naar buiten.
OPMERKING:
Het optionele opvangbakje kan ook worden gebruikt als pedaalhouder.

Verwijder altijd het pedaal uit het opvangbakje voordat de machine wordt gedragen.
Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen)
Wanneer u met de vrije arm naait, kunt u gemakkelijk met pijpvormige stukken werken.
- Verwijder het platbodemhulpstuk .

OPMERKING:
Let op dat u het verwijderde platbodemhulpstuk niet kwijtraakt.
- Plaats de stof en begin met het naaien.
(Zie HOODFSTUK 5.)

De brede naaitafel vergemakkelijkt het naaien van grote stukken.
Installeren:
Bevestig de brede naaitafel door deze in de richting van de pijl te schuiven totdat de randstreep ① gelijk komt met streep ② van het platbodemhulpstuk .

text_image
① ②Verwijderen:
Om de brede naaitafel te verwijderen, tilt u de machine een klein eindje op en dan trekt u de brede naaitafel uit in de richting van de pijl.

Probeer niet de naaimachine te verplaatsen met de brede naaitafel er aan vast, want dat zou beschadigingen of verwondingen kunnen veroorzaken.
Mesje verwijderen
Om te naaien zonder dat de rand van de stof wordt afgesneden, kunt u het mesje als volgt verwijderen.

LET OP!
Raak het mesje niet aan.
Beweeg de hendel voor het mesje alleen als de naald op zijn laagste punt staat.
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het mesje verwijdert.
- Trek de hendel voor het mesje omhoog en vervolgens naar rechts.

- Beweeg het mesje omlaag.

- Trek het mesje geheel naar buiten en haal uw hand van de hendel.

De standaardinstelling voor de steeklengte is 3 mm. Om de steeklengte te wijzigen, draait u aan de steeklengteknop aan de rechterkant van de behuizing.

text_image
① ②① Steeklengte verkorten tot minimaal 2 mm.
② Steeklengte verlengen tot maximaal 4 mm.
Marketing
Steekbreedte
De normale steekbreedte-instelling voor de gewone overlocksteek is 5mm. Om de steekbreedte te wijzigen, draait u aan de steekbreedteknop.

① Steekbreedte vergroten tot maximaal 7 mm.
② Steekbreedte verkleinen tot minimaal 5 mm.
Marketing
Differentiaaltransporteur
Deze naaimachine is uitgerust met twee verschillende transporteurs onder de persvoet waarmee de stof door de machine wordt gevoerd. De differentiaaltransporteur regelt de beweging van de voorste en achterste transporteurs. Wordt deze knop ingesteld op 1, dan bewegen beide transporteurs met dezelfde snelheid (verhouding van 1:1). Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde kleiner dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs langzamer dan de achterste, zodat de stof tijdens het naaien wordt uitgerekt. Dit is handig bij lichte stoffen die snel rimpelen. Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde groter dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs sneller dan de achterste, waardoor de stof tijdens het naaien wordt geplooid. Hierdoor wordt het rimpelen van stretchstoffen voorkomen.
Instelling differentiaaltransporteur
| Trans-port-ver-houding | Hoofd-transporteur (achter) | Differenti-aaltrans-porteur (voor) | Effect | Toe-passing |
| 0.7 - 1.0 | ![]() | ![]() | Materiaal wordt strakge-trokken. | Voorkomt dat dun materiaal rimpelt of samentrekt |
| 1.0 | ![]() | ![]() | Zonder differenti-aaltrans-porteur. | Normaal naaien |
| 1.0 - 2.0 | ![]() | ![]() | Materiaal wordt geplooid of samenge-drukt. | Voorkomt dat stretchstoffen uitrekken of rimpelen |
De normale instelling van de instelknop voor de differentiaaltransporteur is 1,0.
Om de differentiaaltransporteur in te stellen, draait u aan de knop aan de rechteronderkant van de behuizing.

text_image
① ②① Groter dan 1,0 ② Kleiner dan 1,0 Markering
Een voorbeeld
Wanneer stretchstof wordt genaaid zonder gebruik van de differentiaaltransporteur, gaan de randen van de stof golven.

Door de transportverhouding van 1,0 te wijzigen in een waarde dichter bij 2,0, kunt u een gladdere afwerking krijgen.
(De beste transportverhouding is afhankelijk van de elasticiteit van de stof.)
Hoe elastischer de stof, hoe dichter bij 2,0 de instelling van de differentiaalverhouding moet zijn. Maak een proeflapje om de juiste instelling te vinden.

LET OP!
Bij het naaien van dikke, niet-elastische stof zoals bijvoorbeeld denim, mag de differentiaaltransporteur niet worden gebruikt, omdat dit de stof kan beschadigen.
Persvoetdruk instellen
Draai aan de stelschroef voor de persvoetdruk aan de linkerbovenkant van de machine. U kunt de juiste instelling vinden met behulp van de waarde op de schroef.
Er is een draadspanningsknop voor elk van de naalddraden en de bovenste en onderste grijperdraad. De instelling van de draadspanning is afhankelijk van de dikte van de stof en het gebruikte garen. Het kan dus nodig zijn de draadspanning aan te passen wanneer er van stof wordt veranderd.

① De gele draadspanningsschijf is voor de linkernaald.
② De met groen aangeduide draadspanningsschijf is voor de rechternaald.
③ De met roze aangeduide draadspanningsschijf is voor de bovenste grijper.
④ De blauwe draadspanningsschijf is voor de onderste grijper.
Draadspanningsregeling
In de meeste gevallen zult u met draadspanning "4" het gewenste resultaat behalen. (Standaard: SPAN 60/3Z) Indien de kwaliteit van de steken onvoldoende is, kiest u een andere instelling voor de draadspanning.

text_image
① ② ③ 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0Markering voor de draadspanning
① Voor hogere spanning: 4 tot 7
② Voor lagere spanning: 2 tot 4
③ Voor gemiddelde spanning: 5 tot 3
Als u de juiste spanning niet kunt vinden, raadpleeg dan de tabellen op de volgende pagina's.

LET OP!
Zorg dat het garen goed in de spanningsschijven is geplaatst.
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden)
A: Achterkant
B: Goede kant
C: Linker naalddraad
D: Rechter naalddraad
E: Draad van bovenste grijper
F: Draad van onderste grijper

flowchart
graph TD
A["Linker naalddraad is te los."] --> B["Zet linker naalddraad strakker. (geel)"]
C["Rechter naalddraad is te los."] --> D["Zet rechter naalddraad strakker. (groen)"]
E["Linker naalddraad is te strak."] --> F["Zet linker naalddraad losser. (geel)"]
G["Rechter naalddraad is te strak."] --> H["Zet rechter naalddraad losser (groen)."]
I["Bovenste grijperdraad is te strak."] --> J["Zet bovenste grijperdraad losser (roze)"]
K["Onderste grijperdraad is te los."] --> L["Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)"]
M["Bovenste grijperdraad is te los."] --> N["Zet bovenste grijperdraad strakker (roze)."]
O["Onderste grijperdraad is te strak."] --> P["Zet onderste grijperdraad losser (blauw)."]
Q["Bovenste grijperdraad is te los."] --> R["Zet bovenste grijperdraad strakker (roze)"]
S["Onderste grijperdraad is te los."] --> T["Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)."]
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden)

flowchart
graph TD
A["A: Achterkant"] --> B["C: Naalddraad"]
B --> C["B: Goede kant"]
C --> D["D: Draad van bovenste grijper"]
D --> E["E: Draad van onderste grijper"]
subgraph A
F1["A: Achterkant"] --> F2["B: Goede kant"]
F2 --> F3["C: Naalddraad"]
F3 --> F4["D: Draad van bovenste grijper"]
end
subgraph B
G1["C: Goede kant"] --> G2["B: Goede kant"]
G2 --> G3["C: Naalddraad"]
G3 --> G4["D: Draad van bovenste grijper"]
end
subgraph C
H1["C: Goede kant"] --> H2["B: Goede kant"]
H2 --> H3["C: Naalddraad"]
H3 --> H4["D: Draad van bovenste grijper"]
end
subgraph D
I1["C: Goede kant"] --> I2["B: Goede kant"]
I2 --> I3["C: Naalddraad"]
I3 --> I4["D: Draad van bovenste grijper"]
end
subgraph E
J1["C: Goede kant"] --> J2["B: Goede kant"]
J2 --> J3["C: Naalddraad"]
J3 --> J4["D: Draad van bovenste grijper"]
end
F1 --> G1
G1 --> H1
H1 --> I1
I1 --> J1
J1 --> K1
K1 --> L1
L1 --> M1
M1 --> N1
N1 --> O1
O1 --> P1
P1 --> Q1
Q1 --> R1
R1 --> S1
S1 --> T1
T1 --> U1
U1 --> V1
V1 --> W1
W1 --> X1
X1 --> Y1
Y1 --> Z1
Z1 --> AA1
AA1 --> AB1
AB1 --> AC1
AC1 --> AD1
AD1 --> AE1
AE1 --> AF1
AF1 --> AG1
AG1 --> AH1
AH1 --> AI1
AI1 --> AJ1
AJ1 --> AK1
AK1 --> AL1
AL1 --> AM1
AM1 --> AN1
AN1 --> AO1
AO1 --> AP1
AP1 --> AQ1
AQ1 --> AR1
AR1 --> AS1
AS1 --> AT1
AT1 --> AU1
AU1 --> AV1
AV1 --> AW1
AW1 --> AX1
AX1 --> AY1
AY1 --> AZ1
AZ1 --> BA1
BA1 --> BB1
BB1 --> BC1
BC1 --> DA1
DA1 --> AE1
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, Eén naald (twee draden)

flowchart
graph TD
A["A: Achterkant"] --> B["Naalddraad is te strak."]
B --> C["Onderste grijperdraad is te los."]
C --> D["Zet naalddraad losser. (geel of groen)"]
D --> E["A: Goede kant"]
D --> F["B: Goede kant"]
D --> G["C: Goede kant"]
D --> H["D: Goede kant"]
I["A: Goede kant"] --> J["Naalddraad is te los."]
J --> K["Onderste grijperdraad is te strak."]
K --> L["Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)"]
L --> M["A: Draad van onderste grijper"]
L --> N["B: Draad van onderste grijper"]
L --> O["C: Draad van onderste grijper"]
L --> P["D: Draad van onderste grijper"]
Naald
Voor deze machine kunt u naalden voor gewone huishoudelijke naaimachines gebruiken. De aanbevolen naald is SCHMETZ 130/705H (nr. 80 of nr. 90).
Naaldomschrijving
① Achterkant (platte kant)
② Voorkant
③ Groef

Naald controleren
④ Platte kant
⑤ Leg de naald met de platte kant op een vlakke ondergrond en controleer of de ruimte overal gelijk is.

Maatregelen tegen beschadiging van de stof .

Door de naald SCHIMETZ 130/705H SUK (nr. 90) BALLPOINT te gebruiken, kan beschadiging van de stof worden beperkt.
Naald verwijderen / aanbrengen
Linkernaald verwijderen/aanbrengen
Rechternaald verwijderen/aanbrengen

① Vastdraaien
② Losdraaien
Verwijderen:
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF).
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel".)
- Draai de desbetreffende naaldbevestigingsschroef los door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van ② in de afbeelding te draaien, en verwijder de naald.
Aanbrengen:
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF).
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.
- Neem de naald in de hand met de platte kant van u af en duw hem zo ver mogelijk in de naaldhouder naar boven.
- Draai de desbetreffende naaldbevestigingsschroef goed vast door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van ① in de afbeelding te draaien.
OPMERKING:
Zorg dat u de naalden insteekt tot helemaal boven in de naaldhouder.
Als de naalden goed zijn aangebracht, zit de rechternaald iets lager dan de linkernaald.

natural_image
Pure electrical connector diagram without any text, numbers, or symbolsLET OP!
Zet de naaimachine altijd uit voordat u de naald verwijdert/aanbrengt.
Laat de naald of naaldbevestigingsschroef niet in de machine vallen, omdat deze anders beschadigd kan raken.
HOOFDSTUK 2 VOORBEREIDINGEN VOOR HET INRIJGEN
Draadgeleider
Zet de telescoopstang van de draadgeleider in de hoogste stand. Zorg dat de draadgeleiders recht boven de klospennen staan, zoals aangegeven in de onderstaande illustratie.
① Draadhouder op de draadgeleider
② Klospen
③ Juiste positie

Het gebruik van het kloskapje
Bij gebruik van klosjes, moet het kloskapje worden gebruikt zoals hieronder staat afgebeeld. Zorg dat de inkeping op het klosje aan de onderkant zit.

① Kloskapje
Het gebruik van het garennetje
Wanneer u naait met los gewonden nylongaren, adviseren wij u het bij de machine geleverde netje om het klosje te trekken, om te voorkomen dat het garen van het klosje glijdt. Maak het netje precies passend voor het klosje.

Vóór het inrijgen
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar voor de veiligheid uit.

- Zet de persvoet omhoog met gebruik van de persvoethendel.

- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel".)

HOOFDSTUK 3 INRIJGEN
Draad voor twee naalden vierdraad
overlocksteek

Draad voor één naald driedraad
overlocksteek (rechternaald)

Draad voor één naald driedraad
overlocksteek (linkernaald)

Draad voor één naald tweedraad overlocksteek (rechternaald)

Draad voor één naald tweedraad overlocksteek (linkernaald)

Het inrijgen dient te worden gedaan in de onderstaande volgorde.
- Onderste grijper
- Bovenste grijper
- Linkernaald
- Rechternaald
Onderste grijper inrijgen
Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de blauwe kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Open de voorklep door hem naar rechts te schuiven en de bovenkant naar u toe te halen.
- Haal de draad van de klos af.Trek de draad meteen naar boven door de draadhouder ① en dan van voren naar achteren door de draadgeleider ②.
- Haal de draad door de juiste draadgeleider ③ aan de bovenkant van de machine.
-
Rijg de draad door de draadspanningsschijf ④ die zich in de draadgeleider naast de blauwe draadspanningsknop bevindt.
-
Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten ⑤⑥⑦⑧ naast de blauwe kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door beide draadgevers ⑦ wordt geleid.
Ga verder met "Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper".
Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper
- Schuif de inrijghendel voor de onderste grijper naar rechts.
De onderste grijper beweegt naar de positie zoals hieronder staat afgebeeld.


LET OP!
Schuif de inrijghefboom alleen in de richting die door de pijl wordt aangegeven. Als u de inrijghefboom krachtig in een andere richting beweegt, kan hij beschadigd raken.
Zorg dat de naald in de bovenste stand staat, voordat u de inrijghendel voor de onderste grijper verplaatst.
- Leid de draad zoals in de afbeelding.

- Leid de draad door het oog van de onderste grijper.

- Draai langzaam aan het handwiel en zorg dat de onderste grijper terugkeert in zijn oorspronkelijke stand.

OPMERKING:
Als de onderste grijperdraad breekt tijdens het naaien, moet de draad van beide naalden worden afgeknipt en verwijderd.
Bij het opnieuw inrijgen van de onderste grijper moet precies de in de afbeelding getoonde volgorde worden aangehouden. De machine werkt niet goed als de draad niet in de juiste volgorde is ingeregen.

LET OP!
De naalddraden mogen pas worden ingeregen nadat de onderste en bovenste grijper zijn ingeregen.
Bovenste grijper inrijgen
Volg voor het inrijgen de volgorde zoals getoond in de afbeelding, en volg de roze kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Open de voorklep door hem naar rechts te schuiven en de bovenkant naar u toe te halen.
- Haal de draad van de klos af.Trek de draad meteen naar boven door de draadhouder ① en dan van voren naar achteren door de draadgeleider ②.
- Haal de draad door de juiste draadgeleider ③ aan de bovenkant van de machine.
-
Rijg de draad door de draadspanningsschijf ④ die zich in de draadgeleider naast de roze draadspanningsknop bevindt.
-
Rijg de draad door de geleider en leid de draad door de inrijgpunten ⑤⑥⑦⑧ en volg de roze kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad alleen door de bovenste draadgever ⑦ wordt geleid.
- Leid de draad door het oog van de bovenste grijper ⑨.
OPMERKING:
Indien de bovenste grijperdraad tijdens het naaien breekt:
Dit kan gebeuren als de onderste grijperdraad vast komt te zitten aan de bovenste grijper. Als dit gebeurt, laat u de bovenste grijper zakken door het handwiel te draaien zodat u de onderste grijperdraad kunt losmaken van de bovenste grijper. Vervolgens dient de bovenste grijper ten minste vanaf de draadspanningsschijf opnieuw te worden ingeregen.

- Zet de machine voor het inrijgen uit voor de veiligheid.
- Draai het handwiel zo dat de markering op het handwiel tegenover het streepje op de naaimachine staat. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
Linkernaald inrijgen
- Schuif het omschakelknopje naar links totdat het tegenover het "L" teken op de naaimachine staat.

- Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de gele kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

text_image
twee naalden één naalda) Haal de draad van de klos af. Trek de draad meteen naar boven door de draadhouder ① en de draadhouder ② en dan van achteren naar voren door de draadgeleider.
b) Houd de draad vast met uw linker en rechterhand en rijg daarna de draad door de draadgeleider ③ en door de draadsspanningschijf ④ die zich in de geleider naast de gele draadspanningsknop bevindt.
c) Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten ⑤ ⑥ ⑦ naast de gele kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door de linkerkant van de separator loopt.
Inrijgen van de rechter naald
- Schuif het omschakelknopje naar rechts totdat het tegenover het "R" teken op de naaimachine staat.

- Volg voor het inrijgen de volgorde zoals hieronder getoond in de afbeelding, en volg de groene kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

text_image
twee naalden één naalda) Haal de draad van de klos af. Trek de draad meteen naar boven door de draadhouder ① en de draadhouder ② en dan van achteren naar voren door de draadgeleider.
b) Houd de draad vast met uw linker en rechterhand en rijg daarna de draad door de draadgeleider ③ en door de draadspanningsschijf ④ die zich in de geleider naast de groene draadspanningsknop bevindt.
c) Rijg de draad door de geleider en door de inrijgpunten ⑤ ⑥ en ⑦ en volg de groene kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door de rechterkant van de separator loopt.
Inrijgen van de naald (met de naaldrijger)
De naald is in één beweging in te rijgen, met behulp van de naaldrijger.
- Zet de persvoethefboom ① omlaag om de persvoet omlaag te zetten.

- Trek het uiteinde van de draad, die door de draadgeleider van de draadstang ② is gestoken, naar links, leid de draad door de inkeping van de naaldgeleider ③ en trek dan de draad vanaf de voorkant stevig aan en steek deze helemaal in de gleuf van de draadgeleideplaat ④.
OPMERKING:
Zorg ervoor dat het draad door de inkeping op de draadgeleider ③ geleidt.

- Snijd de draad met de draadsnijder ⑤ aan de linkerzijde van de machine.

- Breng de naaldgeleiderhefboom ⑥ aan de linkerzijde van de machine zoveel mogelijk.

De draad geleidt door het oog van de naald.
-
Laat de naaldgeleiderhefboom ⑥ los.
-
Trek voorzichtig de lus van de draad door het oog van de naald, om het draadeinde er uit te trekken.

- Zet de persvoethendel ① omhoog, leid het uiteinde van de draad door de persvoet en trek dan ongeveer 5 cm van de draad aan de achterkant van de naaimachine er uit.

text_image
5cmHOOFDSTUK 4
VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRAĐEN EN NAALDEN
| Materiaal | Steek | Steeklengte (mm) | Draad | Naald |
| Dunne stoffen:Crêpe georgetteBatistOrgandieTricot | Overlocksteek | 2,0 - 3,0 | Gewonden, nr. 80 - 90Katoen, nr. 100Draad, nr. 80 - 100 | SCHMETZ130/705Hnr. 80 |
| Dunne stoffen:Crêpe georgetteBatistOrgandieTricot | Smalleoverlock/rolzoomsteek | R - 2,0 | Naalddraad:Gewonden, nr. 80 - 90Draad, nr. 80 - 100Grijperdraad:Wollig nylongarenGewonden, nr. 80 - 90Draad, nr. 80 - 100 | SCHMETZ130/705Hnr. 80 |
| Middelzware stoffen:PopelineGabardineStretch | Overlocksteek | 2,5 - 3,5 | Gewonden, nr. 60 - 80Katoen, nr. 60 - 80Draad, nr. 60 - 80 | SCHMETZ130/705Hnr. 80nr. 90 |
| Middelzware stoffen:Popeline | Smalleoverlock/rolzoomsteek | R - 2,0 | Naalddraad:Gewonden, nr. 60 - 80Draad, nr. 60 - 80Grijperdraad:Wollig nylongarenGewonden, nr. 60 - 80Draad, nr. 60 - 80 | SCHMETZ130/705Hnr. 80nr. 90 |
| Dikke stoffen:TweedDenimGebreide | Overlocksteek | 3,0 - 4,0 | Katoen, nr. 50 - 60Gewonden, nr. 60Draad, nr. 50 - 60 | SCHMETZ130/705Hnr. 90 |
OPMERKING:
Voor naaien met sierdraad wordt geadviseerd de bovenste grijper te gebruiken.
HOOFDSTUK 5 NAAIEN
Steekselectie
Selecteer het steekpatroon voordat u begint te naaien. Met deze naaimachine kunnen vijf verschillende steken worden genaaid. Volg hiervoor eenvoudig de onderstaande stappen:
Vierdraads overlocksteek
Maak gebruik van alle vier draden en twee naalden voor het produceren van vierdraads overlocksteken.
Gebruik: Produceert een sterke naad. Ideaal voor het naaien van gebreide en geweven stoffen.

Driedraads overlocksteek 5 mm
Maak gebruik van drie draden en de linkernaald voor het produceren van naden van 5 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor middelzware tot zware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de rechternaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Driedraads overlocksteek 2,8 mm
Maak gebruik van drie draden en de rechternaald voor het produceren van naden van 2,8 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor lichte tot middelzware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de linkernaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Tweedraads overlocksteek 5 mm
Maak gebruik van twee draden en de linkernaald voor het produceren van naden van 5 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor middelzware tot zware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de rechternaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Tweedraads overlocksteek 2,8 mm
Maak gebruik van twee draden en de rechternaald voor het produceren van naden van 2,8 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor lichte tot middelzware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de linkernaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Smalle overlocksteek 2,0 mm en
Omgerolde overlocksteek 2,0 mm
Toepasbaar als decoratieve of afwerksteek. Raadpleeg voor meer gegevens "Smalle overlock/rolzoomsteek" in dit hoofdstuk.

OPMERKING:
Voor een nog grotere diversiteit aan steken kunt u de optionele accessoirevoet gebruiken. Zie voor meer gegevens HOOFDSTUK 8.
Proeflapje naaien
Maak een proeflapje voordat u begint met uw naaiwerk.
- Zet de draadspanning als volgt:
- Stel de draadspanning in op "4".
- Stel de naalddraadspanning in op "2".
- Stel de onderste grijperdraadspanning in op "6". (Zie voor nadere details het "Glijplaat voor stoffen (voor overlocksteek)" in dit hoofdstuk.)
- Breng de draden op de machine aan en trek alle draden circa 15 cm naar buiten achter de persvoet.

- Breng een overgebleven lapje stof onder de persvoet om een proeflapje te naaien.
OPMERKING:
Zorg altijd dat de persvoet omhoog staat voordat de stof eronder wordt gebracht. U kunt niet beginnen met het naaien als de stof onder de voet wordt geschoven zonder dat de persvoet omhoog wordt gebracht.

- Voordat u het pedaal gebruikt, draait u, terwijl u met uw linkerhand alle draden vasthoudt, het handwiel langzaam een paar slagen naar u toe om te zien of de draden worden ineengevlochten.

Afwerken met kettingsteek
Als het proeflapje gereed is, houdt u het pedaal iets ingetrapt en werkt u af met een kettingsteek van circa 10 cm. De draden zullen vanzelf in de vorm van een ketting worden ineengevlochten.

Als de draadspanning niet goed in balans is, zal het resultaat van het afwerken ongelijkmatig zijn. Trek lichtjes aan de draden als dit gebeurt. Controleer de inrijgvolgorde en stel de draadspanning af om een gelijkmatige ketting te verkrijgen. (Zie HOOFDSTUK 1, "Draadspanningsknop".)
Beginnen met naaien
- Rijg de draden op de machine in en trek alle draden circa 15 cm achter de persvoet naar buiten.

-
Beweeg de persvoet omhoog en breng de stof op de juiste manier onder de persvoet voordat u met het naaien begint. Naai langzaam een paar steken met behulp van het handwiel.
-
De stof wordt automatisch ingevoerd. U hoeft de stof alleen maar in de juiste richting te leiden.
-
Controleer de structuur van de steek (steekketting) om te zien of deze gelijkmatig is. Als de steek niet gelijkmatig is, controleert u opnieuw of het inrijgen op de juiste manier en in de juiste volgorde is uitgevoerd.
-
Volg de geleider voor evenwijdige naden om de naden van de stof gelijkmatig af te snijden. Met de steekbreedteknop op "5" wordt de schaalverdeling van de geleider voor evenwijdige naden 9,5, 12,7, 15,9 en 25,4 mm.

① Persvoet ② Bovenste mesje ③ Geleider voor evenwijdige naden
Stof verwijderen
Als de naad gereed is, laat u de machine op een lage snelheid draaien om de kettingsteek af te werken. Knip vervolgens de steken op 5 cm van het naaiwerk af. Als er te weinig werd getransporteerd om af te werken, trekt u zachtjes aan de draad.

Er zijn twee methoden om de ketting vast te zetten.
Methode 1
Zet de ketting met de machine vast aan het begin en aan het eind van een steek.
Aan het begin van een steek
- Naai nog een paar steken na het afwerken met een kettingsteek van 5cm.
- Stop de machine en breng de persvoet omhoog.
- Doe de ketting onder de persvoet en naai eroverheen terwijl u de ketting naar u toe trekt.
- Nadat u een paar steken genaaid heeft, snijdt u de overtollige ketting af zoals in de afbeelding wordt weergegeven.

Aan het eind van een steek
- Aan het eind van de naad naait u één steek buiten de stof voordat u de machine stopt.

- Breng de persvoet en naalden omhoog en draai vervolgens de stof om.

-
Laat de naalden en de persvoet op dezelfde positie zakken.
-
Naai over de naad en let daarbij op dat de aanwezige naad niet met een mes wordt doorgesneden.
- Nadat u enkele steken heeft genaaid, werkt u de stof af zoals in de afbeelding is weergegeven.

- Knip de draden af met een schaar.
Methode 2
Met deze methode kan de ketting aan het begin en aan het eind van een steek op dezelfde manier worden vastgezet.
- Leg een knoop in de draden van de ketting.

- Steek de ketting met behulp van een handnaald met een groot oog in het eind van de naad.

- Zet de ketting vast met een druppel stoflijm en knip de extra steken af nadat de lijm is gedroogd.

Als de draad breekt tijdens het naaien
Verwijder de stof en rijg de draden opnieuw in de juiste volgorde in: onderste grijper, bovenste grijper, linkernaald en rechternaald. (Zie voor het opnieuw inrijgen HOOFDSTUK 3 "Inrijgen".) Plaats het materiaal weer onder de persvoet en naai 3-5 cm over de vorige steken.

Laat geen rechte spelden in de stof achter bij het naaien, omdat hierdoor de naalden en mesjes worden beschadigd.
Dunne stoffen naaien
- Stel de druk van de persvoet zodanig af dat de stof niet rimpelt en er bochten kunnen worden genaaid. (Zie HOOFDSTUK 1 "Persvoetdruk instellen".)
- Zet de draadspanning losser, maar denk eraan dat bij een te lage spanning de draad kan breken en steken kunnen worden overgeslagen.
Gebruik van de steekpositievinger W
Bij het naaien van stretchmateriaal en rekbare stoffen kunt u met de bijgeleverde steekpositievinger W voorkomen dat de stof uitrekt, zonder de draadspanning bij te stellen.

text_image
"W"-teken WSteekpositievinger
Steekpositievinger W
Tweedraad naaien
Het instellen van het draadwisselstuk
OPMERKING:
Bevestig het draadwisselstuk pas aan de naaimachine nadat u het rijgen van de draad met de draadrijger hebt voltooid.(U kunt de draadrijger niet gebruiken zolang het draadwisselstuk aan de naaimachine is bevestigd.)
-
Zet de machine voor de veiligheid uit.
-
Draai het handwiel zo dat de markering op het handwiel tegenover het "TC" teken op de naaimachine staat.

text_image
TC- Houd het draadwisselstuk ① met uw vingertoppen stevig ingedrukt zodat er geen speling open blijft, zoals hieronder getoond.

- Houd het draadwisselstuk ① vast en schuif het met de opening vast op het bovenste uiteinde van de OL-schacht ②, zodat de OL-schacht door de opening steekt.

- Schuif het draadwisselstuk ① helemaal omlaag totdat de punt ③ van het draadwisselstuk precies in het oog van de bovenste grijper ④ valt.

text_image
Zorg ervoor dat het uiteinde zichZorg ervoor dat het uiteinde zich bevindt in de bovenste grijper.
Hiermee is het instellen van de grijper voltooid.
Glijplaat voor stoffen (voor overlocksteek)
| Steeklengte | 3 | |
| Steekbreedte | 5 - 7 | |
| Steekpositievinger | Installeren | |
| Draadspanning | Voor lichte stoffen | Voor gemiddelde stoffen |
| Draad van de linkernaald | 2 (1 - 3) | 2 (1 - 3) |
| Onderste grijperdraad | 6 (5 - 7) | 6 (5 - 7) |
| Draad van de rechternaald | 2 (1 - 3) | 2 (1 - 3) |
| Onderste grijperdraad | 6 (5 - 7) | 6 (5 - 7) |
Smalle overlock/rolzoomsteek
De smalle overlock/rolzoomsteek is een decoratieve afwerking voor lichte of middelzware stoffen. Ze wordt vaak gebruikt als afwerking voor de rand van de stof. Voor deze steek verwijdert u de linkernaald en past u de driedraads overlocksteek toe.
Instructies voor zowel smalle overlock- als rolzoomsteken

LET OP!
Zet de naaimachine uit voordat u een naald verwijdert of aanbrengt.
- Verwijder de linkernaald.

Zie HOOFDSTUK 4 "VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRAĐEN EN NAALDEN" voor de aanbevolen naald en draad.
- Rijg de machine in voor een driedraads overlock voor de rechternaald.
- Verwijder de steekpositievinger .
① Beweeg de persvoethendel omhoog.
② Trek alle draden naar de achterkant van de machine.
③ Controleer om er zeker van te zijn dat de draad niet meer om de steekpositievinger gedraaid zit.
④ Open de voorklep.
⑤ Draai aan het handwiel totdat de bovenste grijper in de laagste stand staat.
⑥ Trek de steekpositievinger naar rechts en verwijder hem.

- Berg de verwijderde steekpositievinger en/of steekpositievinger W op binnenin het platbodemhulpstuk.

OPMERKING:
Zorg dat u altijd een steekpositievinger installeert voor het naaien van regelmatige overlocksteken.
- Zet de steekbreedteknop omhoog naar de stand "R".

text_image
5R 6 7 < A >- Stel de steeklengte in.
Stel de steeklengteknop in van stand "R naar 2" (voor smalle overlocksteek: R naar 2, voor rolzoomsteek: R).

Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek
| Rolzoomsteek | Smalle overlocksteek | |
| Steekstijl | Onderkant van materiaal Bovenkant van materiaal | Onderkant van materiaal Bovenkant van materiaal |
| Materialen | Zie HOOFDSTUK 4“VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. | Zie HOOFDSTUK 4“VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. |
| Naalddraad | Zie HOOFDSTUK 4“VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. | Zie HOOFDSTUK 4 “VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. |
| Draad van bovenste grijper | Zie HOOFDSTUK 4“VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. | Zie HOOFDSTUK 4 “VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. |
| Draad van onderste grijper | Zie HOOFDSTUK 4“VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. | Zie HOOFDSTUK 4 “VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN”. |
| Steeklengte | R | R - 2,0 |
| Steekbreedte | R | R |
| Steekvinger | Verwijderd | Verwijderd |
| Draadspanning | Voor dunne stoffen Voor middelzware stoffen | Voor dunne stoffen Voor middelzware stoffen |
| Naalddraad | 4 (3 - 5) 5 (4 - 6) | 4 (3 - 5) 5 (4 - 6) |
| Draad van bovenste grijper | 5 (4 - 6) 5 (4 - 6) | 5 (4 - 6) 6 (5 - 7) |
| Draad van onderste grijper | 7 (6 - 8) 7 (6 - 8) | 5 (4 - 6) 6 (5 - 7) |
HOOFDSTUK 6 PROBLEMEN OPLOSSEN
Deze naaimachine is ontwikkeld voor probleemloos gebruik. In de onderstaande tabel worden echter problemen opgesomd die kunnen optreden als de standaardinstellingen niet correct worden uitgevoerd.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| 1. Geen transport | Persvoetdruk te laag | Draai de stelschroef voor de persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 7.) |
| 2. Naalden breken | 1. Verbogen naalden of stompe naaldpunt | Vervang door een nieuwe naald. (Zie pagina 11.) |
| 2. Verkeerd aangebrachte naalden | Breng naalden correct aan. (Zie pagina 11.) | |
| 3. Met te veel kracht aan de stof getrokken | Niet te hard tegen de stof duwen of eraan trekken tijdens het naaien. | |
| 3. Draden breken | 1. Verkeerd ingeregen | Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 13-18.) |
| 2. Draad in de knoop | Controleer klospen, draadhouders enz. en verwijder in de knoop geraakte draad. | |
| 3. Draadspanning te hoog | Pas de draadspanning aan. (Zie pagina 8-10.) | |
| 4. Verkeerd aangebrachte naalden | Breng naalden correct aan. (Zie pagina 11.) | |
| 5. Verkeerde naald | Gebruik correcte naaldSchmetz 130/705H - aanbevolen (zie pagina 11.) | |
| 6. Het uiteinde van het draadwisselstuk zit niet in het oog van de bovenste grijper. | Plaats het uiteinde van het draadwisselstuk in het oog van de bovenste grijper.(Zie pagina 24.) | |
| 4. Overgeslagen steken | 1. Verbogen naald of stompe naaldpunt | Vervang door een nieuwe naald. (Zie pagina 11.) |
| 2. Verkeerd aangebrachte naald | Breng naald correct aan. (Zie pagina 11.) | |
| 3. Verkeerde naald | Gebruik correcte naaldSchmetz 130/705H - aanbevolen (zie pagina 11.) | |
| 4. Verkeerd ingeregen | Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 13-18.) | |
| 5. Persvoetdruk te laag | Draai de stelschroef voor de persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 7.) | |
| 6. Het uiteinde van het draadwisselstuk zit niet in het oog van de bovenste grijper. | Plaats het uiteinde van het draadwisselstuk in het oog van de bovenste grijper.(Zie pagina 24.) | |
| 5. Geen gelijkmatige steken | Draadspanningen zijn niet correct ingesteld | Pas de draadspanning aan. (Zie pagina 8-10.) |
| 6. Stof trekt samen | 1. Draadspanning te hoog | Verlaag de draadspanning tijdens het naaien van lichte of dunne stof.(Zie pagina 8-10.) |
| 2. Verkeerd ingeregen of draad in de knoop | Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 13-18.) |
HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD
Reinigen

LET OP!
Schakel de machine vóór reiniging uit.
Draai het handwiel en beweeg de naalden naar beneden.
Verwijder regelmatig stof, afgeknipte stof en draad met het meegeleverde reinigingsborsteltje.

Om de machine soepel en geruisloos te laten werken, moeten de bewegende delen van de machine (met pijlen aangegeven) regelmatig worden gesmeerd.

LET OP!
Schakel de machine uit voordat de voorklep wordt geopend en met smeren wordt begonnen.

Zorg ervoor dat de machine vóór gebruik gesmeerd wordt.
Vóór het smeren altijd eerst zorgen dat de machine vrij is van stof en pluizen.
Bij gemiddeld gebruik moet de machine een tot twee keer per maand worden gesmeerd. Bij intensief gebruik moet de machine eenmaal per week worden gesmeerd.
HOOFDSTUK 8
Schakel de machine uit tijdens het vervangen van de persvoet.
Blindzoomvoet
Functions
Met de blindzoomvoet (multipurposevoet) kunt u tegelijkertijd blindzomen en overlocken. Dit is ideaal bij het naaien van manchetten, broeken, zakken, het zomen van rokken enz.
De steekgeleider op deze voet is ook nuttig bij het naaien van speciale steken zoals flatlock, pintuck en andere decoratieve steken.
Blindzomen
De blindzoomsteek wordt gebruikt voor het maken van een bijna onzichtbare zoom in kleding of voor interieurdecoratie. Gebruik hem om broeken, rokken of gordijnen te zomen.
Aanbevolen instellingen
- Steekbreedte: 5 mm
- Steeklengte: 3 - 4 mm
- Draadspanning naald: enigszins slap (0-2)
- Draadspanning bovenste grijper: enigszins strak (5-7)
- Draadspanning onderste grijper: enigszins slap (2-4)
Werkwijze
- Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden.
- Draai de stof met de verkeerde kant naar buiten, vouw de stof één keer en vouw daarna terug naar op de vereiste breedte, zoals in de afbeelding is weergegeven.

① Achterkant
② Naaldbaan
Het naaien gaat gemakkelijker als vóór het naaien een vouw wordt gestreken in de gevouwen stof.
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
-
Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde aan de linkerkant zodanig in dat de naald tijdens het naaien precies door de gevouwen zijde gaat.
-
Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde.
- Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodat de naald de vouw in de stof iets raakt. In dit geval vormt de dikte van de stof het uitgangspunt.
Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.

Om de positie van de stofgeleider in te stellen, moet een proeflapje van dezelfde stof worden genaaid.
- Naai, terwijl u de stof met de hand vouwt, op zo'n manier dat de naald de rand van de vouw precies raakt.
- Open de stof zoals in de afbeelding is weergegeven.

Gebruik voor het beste resultaat een fijne draad met een kleur die bij de stof past. De steek zal dan aan de goede zijde van de stof nauwelijks te zien zijn.
Flatlocksteken
De flatlocksteek wordt hoofdzakelijk gebruikt voor decoratieve afwerking. De afwerksteek kan eruit zien als een ladder of dunne evenwijdige lijnen als de stof strak wordt getrokken.
Aanbevolen instellingen
- Steekbreedte: 5 mm
- Steeklengte: 2 - 4 mm
- Draadspanning naald: 0-3
- Draadspanning bovenste grijper: 2-5
- Draadspanning onderste grijper: 6-9
Werkwijze
-
Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
-
Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden.
-
Vouw de stof zoals in de afbeelding is weergegeven.

⑪ Goede kant
-
Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
-
Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de vouw gaat.
-
Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stof-geleider in de richting van de gevouwen zijde.
-
Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodat de naald omlaag gaat naar een positie die 2,5 tot 3,0 mm binnen de gevouwen zijde van de stof ligt. Hierdoor komen sommige steken buiten de gevouwen zijde uit.

Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links. Om de positie van de stofgeleider in te stellen, kan een proeflapje van dezelfde stof worden genaaid.
-
Naai met een constante snelheid langs de vouw, terwijl u de stukken stof bij elkaar houdt.
-
Als het stikken gereed is, vouw dan de stof open (plat).

Beide afwerksteken kunnen gebruikt worden op de goede zijde van de stof. Als u naait met de verkeerde zijden tegen elkaar, versiert de bovenste grijperdraad de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen. Als u naait met de goede zijden tegen elkaar, versiert de naalddraadladder de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen.
OPMERKING:
Deze methode is niet geschikt voor dunne stoffen.
Pintucksteken
De pintucksteek gebruikt een omgerolde zijde om bij elke klus de stof vorm te geven en te decoreren. Draad in een contrasterende kleur in de bovenste grijper voegt een accent aan uw werkstuk toe.
Bij dunne stoffen kunt u beter een fijne draad kiezen, zodat het naaien soepel verloopt.
Werkwijze
-
Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
-
Stel de machine in op smalle overlocksteek. (Raadpleeg HOOFDSTUK 5 "Smalle overlock/rolzoomsteek".)
-
Trek met een stofpotlood op de stof lijnen op gelijke afstand als markering voor de pintucksteken Vouw de stof langs een van de lijnen en pers de vouw er licht in met een strijkijzer.

① Lijnen trekken ② In tweeën vouwen
-
Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
-
Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de gevouwen zijde gaat.
-
Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde.
-
Breng de geleider van de blindzoomvoet in lijn met de lijn op de rechterzijde van de steekpositievinger.
Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de steekgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.
- Breng de vouw in lijn met de geleider en voer de stof in tot aan de naaldpositie.

-
Leid de vouw in de stof zo dat halverwege de naald en het bovenste mesje kan worden genaaid.
-
Naai verder tot alle gemarkeerde lijnen zijn gemaakt.

Corrigeer kleine oneffenheden met de hand.
Elastiekvoet
Functions
Met de lint- en elastiekvoet kunt u zowel band als elastiek naaien en tegelijkertijd prachtig zomen.
- U kunt band of elastiek met een breedte van 6 mm tot maximaal 12 mm naaien.
- Het bevestigen van band is erg handig voor versterking van elastische stoffen zoals gebreide schouderstukken. Daarnaast is het aanbrengen van elastiek handig bij het naaien van manchetten, kragen enz.

Gebruik van het elastiek
Gebruik van het band
Machine-instelling (type steek):


- tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- éénnaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden kunnen worden gebruikt.)
De instelling van het elastiek/band

- Bevestig de elastiekvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Klap de bandgeleider ① open en zet de persstelknop ② op "0".
- Doe het band of het elastiek ⑤ door de opening ③.
- Doe het band of het elastiek ⑤ door de opening ③ zodat de rechterzijde van het band/elastiek langs de geleider ④ loopt.
- Klap de bandgeleider ① dicht zodat hij aan de linkerzijde van het band/elastiek zit.
Proeflapje naaien

- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Voer de stoffen in tot de rand het plaatje raakt.
- Beweeg de persvoethendel omlaag.
-
Stel de steekbreedteknop in op "5".
-
Stel de steekbreedtehendel in.
-
Band: tussen "3" en "4"
-
Elastiek: "4"
-
Stel de persstelknop ② in
-
op "0" bij het naaien met band.
- op het gewenste aantal plooien bij het naaien met elastiek.
OPMERKING:
De plooien nemen toe bij een groter aantal.
- Naai een proeflapje en stel de draadspanning in. Voorbeeld van een goede naainaad:

Goede kant
Band
OPMERKING:
Bij naaien met band zijn de draadspanningen dezelfde als die bij normaal afboorden.
Het wordt aanbevolen om voor een mooie afwerking een grotere spanning te hebben bij de onder- en bovengrijper.
Er wordt geadviseerd voor elke stof/draad een proeflapje te naaien vanwege de verschillende manier van plooien.
Parelvoet
Functions
Met de parelvoet kunt u stof met parels bestikken. Het is handig voor de versierde rand van een gordijn, tafelkleed, jurk enz. Met deze voet kunnen lamé en parels van 3 mm tot 5 mm worden genaaid.

- Verwijder het mesje (zie HOOFDSTUK 1 "Mesje verwijderen").
- Bevestig de parelvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie De rechnernaald moet verwijderd worden.
Machine controlleren
- Stel de steeklengte in zoals bij of . Een steeklengte van bijvoorbeeld 4 mm betekent 4 mm voor of .

- Stel de steekbreedte in op 3 tot 5 mm.
- Stel de draadspanning als volgt in: Naalddraad: iets lager Bovengrijperdraad: iets lager Ondergrijperdraad: iets lager
Stof en parel instellen


- Vouw de stof volgens de lijn voor parelbewerking.
- Voer de stof in op het punt waar de naald omlaag gaat, waarbij de gevouwen zijde zich tegen de geleider ① bevindt.
- Stel met de schroef ② de ruimte tussen de gevouwen zijde en de naald in, zodat deze 1 mm tot 1,5 mm wordt.
- Breng de parel via de geleider precies voor de geleidertunnel ③.
Proeflapje naaien
- Naai door met de hand aan het handwiel te draaien tot de parel uit de tunnel komt.
- Naai met lage snelheid, terwijl u de parels en de stof met de hand blijft leiden.
- Leg zowel aan het begin als aan het eind een knoop in de draad.
OPMERKING:
De draadspanning kan gemakkelijk losser worden, vooral bij kleine parels. Verwijder de verstelbare steektong voor betere steken.
Pipingvoet
Functies
Met de pipingvoet kunt u piping aanbrengen aan de rand van de stof. Piping is handig voor het versieren van de rand van kleding (pyjamas, sportkleding), meubelbekleding, kussens, tassen enz.
L.P
Voorbereiding
Bevestig de pipingvoet (zie HOOFDSTUK 1
"Persvoet bevestigen/verwijderen").
Machine-instelling (type steek):
- tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- éénnaalds, driedraads overlocksteek (de rechternaald moet verwijderd worden)
Machine controlleren
- Stel steeklengte in op 3 mm. (standaardpositie)
- Stel steekbreedte in op 5 tot 6 mm.
- Stel draadspanning in op normale overlocksteken (raadpleeg HOOFDSTUK 5 "Steekselectie").
3mm
3mm
5 \~ 6mm
5\~6mm
Stof en pipingband instellen
3cm

1 Goede kant 2 Achterkant
- Leg het pipingband tussen de twee stukken stof en positioneer beide zijden van de stof zoals in de afbeelding weergegeven. Houd 3 cm pipingband over aan de rand van de stof om gelijkmatig te kunnen naaien. (De goede zijde van de stof moet zich aan de binnenkant bevinden.)
- Breng de stof met het pipingband onder de persvoet en leg het pipingband in de groef van de pipingvoet en begin met naaien.
Met naaien beginnen
- De stof en het pipingband moeten tijdens het naaien met de hand geleid worden.
- Draai de stof na het naaien om.
OPMERKING:
Rijg voor het gemak de stof en het pipingband voordat u gaat naaien.
Het naaien van piping is moeilijk bij scherpe hoeken.
In het geval van breed pipingband moet u het band pas aanbrengen nadat u het overtollige band hebt verwijderd.
Plooivoet
Functions
U kunt prachtige plooien maken door de plooivoet bij verschillende toepassingen voor kledingstukken en interieurdecoraties te gebruiken.

Voorbereiding
Bevestig de plooivoet (zie HOOFDSTUK 1
"Persvoet bevestigen/verwijderen").
Machine-instelling (type steek):


- tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- éénnaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden kunnen worden gebruikt.)
Stof instellen

① Goede kant ② Achterkant
- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Breng het onderste gedeelte van de stof (de stof die geplooid ① wordt onder de geleider ③ precies onder de naald).
- Breng het bovenste gedeelte van de stof ② tussen de plooivoet en de geleider ③ boven op het onderste gedeelte van de stof ①.
- Beweeg de persvoethendel omlaag.
Proeflapje naaien

- Stel de steeklengte in op 3 mm.
- Stel de differentiaalverhouding in op 2.
-
Stel de steekbreedte in op 5 mm.
-
Stel de andere instellingen in op de waarden die bij normale overlocksteken worden gebruikt.
-
Naai terwijl de stof in lijn wordt gehouden met de stofgeleider ③.
-
Stel de grootte van de plooien in door de steeklengte tussen 2 mm en 5 mm in te stellen.
- Stel de hoeveelheid stof die geplooid moet worden, in door de differentiaalverhouding tussen 1,0 en 2,0 in te stellen.
OPMERKING:
Rek de stof niet uit of trek er niet aan.
SPECIFICATIES
Specifications
Gebruik
Lichte tot zware stoffen
Naaisnelheid
Maximaal 1300 steken per minuut
Steekbreedte
2,3 mm - 7 mm
Steeklengte (pitch)
2 mm - 4 mm
Naaldbeweging (slag)
25 mm
Persvoet
Geleed type
Persvoetbeweging
5 mm - 6 mm
Naald
SCHMETZ 130/705H
Aantal naalden en draden
Twee/drie/vier draden omschakelbaar
Twee naalden of één naald
Netto machinegewicht
6 kg.
Machine-afmetingen
33,5 cm (B) x 29,8 cm (H) x 27,9 cm (D)
Naaldenset SCHMETZ 130/705H.
nr. 80 (2)
nr. 90 (2)
NOTES DE RÉGLAGES / INSTELLINGENTABEL
| TISSU STOF | FIL DRAAD | AIGUILLE NAALD | TENSION DES FILS DRAADSPANNING | REMARQUES OPMERKING / MODELE DE POINT STEEKTYPE | |||
| aiguille gauche linker- naald | aiguille droite rechter- naald | boucleur supérieur bovenste grijper | boucleur inférieur onderste grijper | ||||






Bovenkant van materiaal
Bovenkant van materiaal