GRUNDIG GEKW19400DX - Oven

GEKW19400DX - Oven GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GEKW19400DX GRUNDIG in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GRUNDIG GEKW19400DX - page 52
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GEKW19400DX - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GEKW19400DX van het merk GRUNDIG.

GEBRUIKSAANWIJZING GEKW19400DX GRUNDIG

  • La porte du four est peut-être ouverte. >>> Assurez-vous que la porte du four est complètement fermée. Contactez le ser- vice agréé si le problème persiste.NL / 52 Welkom! Beste klant, Hartelijk dan voor uw keuze van het Grundig product. Wij willen dat uw product, vervaardigd met hoogwaardige technologie, u een optimale efficiëntie biedt. Lees hiervoor deze handlei- ding en alle andere documentatie zorgvuldig voor u het product in gebruik neemt. Houd de informatie en waarschuwingen vermeld in de handleiding in gedachten. Zo be- schermt u zichzelf en uw product tegen eventuele gevaren. Bewaar de handleiding. Als u het product doorgeeft aan iemand anders mag u niet vergeten ook de handleiding mee te geven. De garantievoorwaarden, het gebruik en de probleemop- lossingsmethoden voor uw product worden vermeld in deze handleiding. De symbolen en hun beschrijvingen in de handleiding: Gevaar dat fataal kan aflopen of resulteren in letsels. Belangrijke informatie of handige tips. Lees de handleiding. Waarschuwing voor heet oppervlak. OPMER- KING Gevaar dat kan resulteren in materiële schade aan het product of de omgeving.NL / 53 Inhoudsopgave 1 Veiligheidsinstructies.................... 54

1.1 Beoogd gebruik............................ 54

1.2 Veiligheid van kinderen, kwetsbare

personen en huisdieren ................

1.5 Veiligheid tijdens het transport ...... 62

1.6 Veiligheid tijdens de installatie ....... 63

1.7 Veiligheid tijdens gebruik............... 63

1.8 Temperatuur waarschuwingen...... 64

1.9 Het gebruik van de accessoires.... 64

1.10 Veiligheid tijdens de bereiding....... 64

1.11 Veiligheid tijdens het onderhoud

2.1.1 Conformiteit met de AEEA richt-

2.3 Aanbevelingen voor energiebespa-

3.1 Inleiding van het product............... 68

3.2 Inleiding en gebruik van het bedie-

ningspaneel van het product.........

3.2.2 Introductie van het bedienings-

paneel van de magnetron..........

3.3 Bedieningsfuncties van de oven.... 70

3.4 Productaccessoires...................... 71

3.5 Het gebruik van de accessoires

van het product ............................

5 Het gebruik van de oven............... 77

5.1 Algemene informatie over het ge-

5.2 Bediening van het oven bedie-

6 Algemene informatie bij het bak- ken ...................................................

6.1 Algemene waarschuwingen over

het bakken in de oven....................

6.2 Algemene waarschuwingen over

7 Onderhoud en reiniging ................. 94

7.3 Het bedieningspaneel reinigen ....... 96

7.4 De binnenzijde van de oven reini-

NLNL / 54 1 Veiligheidsinstructies

  • Dit hoofdstuk omvat de nodige veiligheidsinstructies om het ri- sico van persoonlijke letsels of materiële schade te voorko- men.
  • Als het product wordt over- handigd aan iemand anders voor persoonlijk gebruik of tweedehands doeleinden moeten de handleiding, de productlabels en andere rele- vante documenten ook wor- den overhandigd.
  • Ons bedrijf kan niet aanspra- kelijk worden geteld voor schade die kan optreden als deze instructies niet worden nageleefd.
  • Het niet naleven van deze in- structies resulteert in de nietig- verklaring van de garantie.
  • De installatie en alle reparaties moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, de geautori- seerde dienst of een persoon die wordt aangeduid door de importeur.
  • Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen en acces- soires.
  • U mag geen enkel onderdeel van het product repareren of vervangen tenzij dit duidelijk wordt aangegeven in de hand- leiding.
  • Voer geen technische wijzigin- gen uit aan het product.
  • Dit product is uitsluitend ont- worpen voor gebruik bij u thuis. Het is niet geschikt voor commercieel gebruik.
  • Gebruik het product niet in de tuin, op een balkon of andere buitenomgevingen. Dit pro- duct is bedoeld voor huishou- delijk gebruik of in personeels- keukens of winkels, op kan- toor en andere werkomgevin- gen.
  • WAARSCHUWING! Dit pro- duct mag enkel worden ge- bruikt om etenswaren te berei- den. Het mag niet worden ge- bruikt voor andere doeleinden zoals het opwarmen van een ruimte.
  • De oven kan worden gebruikt om etenswaren te ontdooien, bakken, braden en te rooste- ren.NL / 55
  • Dit product mag niet worden gebruikt voor verwarming, het opwarmen van borden of om handdoeken of kleding op te hangen aan het handvat om deze te laten drogen.

1.2 Veiligheid van kin-

deren, kwetsbare personen en huis- dieren

  • Dit product mag worden ge- bruikt door kinderen van 8 jaar en ouder, net als personen met een onderontwikkelde fy- sieke, gevoelsmatige of men- tale vaardigheden, of perso- nen met een gebruik aan erva- ring en kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan van of zijn opgeleid over het veilige gebruik en de gevaren van het product.
  • Kinderen mogen niet spelen met het product. De reiniging en het onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kin- deren tenzij ze onder toezicht staan.
  • Dit product mag niet worden gebruikt door personen met een beperkte fysiek, gevoels- matig of mentaal vermogen (inclusief kinderen), tenzij zijn onder toezicht staan of de no- dige instructies hebben ont- vangen.
  • Kinderen moeten onder toe- zicht staan om zeker te zijn dat ze niet spelen met dit pro- duct.
  • Elektrische producten zijn ge- vaarlijk voor kinderen en huis- dieren. Kinderen en huisdieren mogen niet spelen met, klim- men op of binnendringen in het product.
  • Plaats geen voorwerpen op het product binnen het bereik van kinderen.
  • WAARSCHUWING! De toe- gankelijke oppervlakken van het product worden heet tij- dens het gebruik. Houd kinde- ren uit de buurt van het pro- duct.
  • Houd het verpakkingsmateri- aal buiten het bereik van kin- deren. Er bestaat een risico van letsels en verstikking.
  • Als de deur open is, mag u geen zware voorwerpen op de deur plaatsen en kinderen mo- gen er niet op zitten. Dit kan de oven doen kantelen of de scharnieren beschadigen.
  • Uit veiligheidsoverwegingen voor kinderen moet u de stek- ker loskoppelen en het pro- duct onbruikbaar maken voor u het verwijdert.
  • Sluit het product aan op een geaard stopcontact beveiligd met een zekering die overeen- stemt met de nominale stroom vermeld op het typeplaatje. De aarding moet worden uitge- voerd door een gekwalificeer- de elektricien. Gebruik het product niet zonder aarding in overeenstemming met de lo- kale / nationale regelgeving.
  • De stekker of de elektrische aansluiting van het product moet gemakkelijk toegankelijk zijn (waar ze niet worden beïn- vloed door de vlam van de kookplaat). Als dit niet mogelijk is, moet er een mechanisme zijn (zekering, schakelaar, sleutelschakelaar, etc.) op de elektrische installatie waar het product op is aangesloten, conform de elektrische regel- geving en met afscheiding van alle polen van het netwerk.
  • Het product mag niet in het stopcontact zitten tijdens de installatie, reparatiewerken en het transport.
  • Voer de stekker van het pro- duct in een stopcontact dat voldoet aan de spanning en frequentiewaarden vermeld op het typeplaatje.
  • Als uw product geen netsnoer heeft mag u enkel het net- snoer gebruiken dat wordt be- schreven in het hoofdstuk “Technische specificaties”.
  • Het netsnoer mag niet worden geklemd onder of achter het product. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Het netsnoer mag niet worden gebogen, geklemd of in con- tact komen met een warmte- bron.
  • Het achterste oppervlak van de oven wordt heet tijdens het gebruik. Het netsnoer mag niet in contact komen met de achterwand want dit kan de aansluitingen beschadigen.
  • Klem de elektrische kabels niet in de ovendeur en leid ze niet over hete oppervlakken. Zo niet zal de kabelisolatieNL / 57 smelten en brand veroorzaken als resultaat van een kortslui- ting.
  • Gebruik uitsluitend de originele kabels. Gebruik geen bescha- digde kabels of verlengsnoe- ren.
  • Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervan- gen door een fabrikant, een geautoriseerde dienst of een persoon aangewezen door de importeur om eventuele scha- de te voorkomen.
  • WAARSCHUWING! Voor de ovenlamp vervangt, moet u het product loskoppelen van het elektrisch net om het risico op elektrische schokken te voorkomen. Verwijder de stek- ker van het product uit het stopcontact of schakel de ze- kering uit in de zekeringen- kast. Als uw product is voorzien van een netsnoer en stekker:
  • Voer de stekker van het pro- duct niet in een stopcontact dat los zit, uit het contact is gekomen, stuk is, vuil, vet, met risico van contact met water (bijv. water dat van het aanrecht kan lekken).
  • Raak de stekker nooit aan met natte handen! U mag nooit trekken aan de stekker bij de kabel. U moet altijd aan de stekker zelf trekken.
  • Zorg ervoor dat de stekker van het product stevig in het stop- contact zit om vonken te voor- komen.
  • Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en gelijk- aardige toepassingen zoals: – personeelskeuken in win- kels, kantoren en andere professionele omgevingen; – boerderijen; – voor klanten in hotels, mo- tels en andere residentiële omgevingen; – Voor bed and breakfast om- gevingen.
  • Kinderen mogen de oven en- kel gebruiken zonder toezicht als ze voldoende instructies hebben ontvangen zodat het kind de oven veilig kan gebrui- ken en de gevaren van een in- correct gebruikt begrijpt.
  • Als het apparaat wordt be- diend in de combinatiemodus mogen kinderen de oven enkel

NLNL / 58 gebruiken onder toezicht van een volwassene vanwege de gegenereerde temperatuur.

  • De blootgestelde onderdelen van het product worden heet tijdens en nadat het product wordt gebruikt.
  • Inspecteer de oven op scha- de, zoals een slecht uitgelijnde of gebogen deur, beschadigde deurafdichtingen en het op- pervlak van de afdichting, ge- broken of losse scharnieren en sluitingen en deuken in de hol- te of op de deur. Als u schade vaststelt, mag u de oven niet bedienen en moet u contact opnemen met een geautori- seerde onderhoudstechnicus.
  • Als de deur of afdichtingen van de deur beschadigd zijn, mag u de oven niet gebruiken. U moet hem laten repareren door een bevoegde persoon of een geautoriseerde service agent.
  • Voor u de oven in gebruik neemt, moet u ervoor zorgen dat de deur correct is geslo- ten. Een veiligheidsmechanis- me in de deurvergrendeling zorgt ervoor dat uw apparaat niet kan werken als de deur open is. De bereiding wordt gestopt als u de deur opent. U mag niet knoeien met de deur- vergrendeling of dit systeem proberen overbruggen. Als het deurvergrendelingsysteem wordt overbrugd, bestaat het risico van blootstelling aan mi- crogolven als het apparaat met een open deur wordt ge- bruikt.
  • Plaats geen voorwerpen tus- sen de voorzijde van de mag- netron en de deur. U mag uw oven niet bedienen als er voor- werpen zoals keukenpapier of servetten beletten dat de deur wordt gesloten.
  • Radiofrequentie storing: Plaats de magnetron op ten minste 2 meter afstand van Tv’s, ra- dio’s, draadloze modems, toe- gangspunten en antennes. Zo niet kan dit radiofrequentie storingen veroorzaken.
  • Bereid uw maaltijden niet met een overmatig hoog ingestelde bereidingstijd en magnetron vermogen. Te lang koken kan delen van de maaltijd uitdro- gen, verbranden of ontsteken.
  • Gebruik nooit gereedschap van aluminiumfolie voor berei- dingen in de magnetron.NL / 59
  • Gebruik geen metalen voor- werpen dichter dan 3 cm van de ovendeur tijdens bereidin- gen met de magnetron.
  • Plaats geen corrosieve chemi- caliën of materiaal met corro- sieve dampen in de magne- tron. Als een dergelijke storing optreedt, kan deze worden verminderd of verwijderd door de volgende maatrege- len te nemen:
  • Reinig de deur en afdichtings- oppervlak van de magnetron.
  • Heroriënteer de ontvangende antenne of radio of televisie.
  • Verplaats de magnetron in ver- houding met de ontvanger.
  • Verwijder de magnetron uit de buurt van de ontvanger.
  • Steek de stekker van de mag- netron in een ander stopcon- tact zodat de magnetron en de ontvanger op verschillende circuits zijn aangesloten.
  • Plaats de magnetron uit de buurt van verwarmingstoestel- len en vermijd het gebruik in omgevingen met damp of stoom.
  • Het is gevaarlijk voor iemand die niet beschikt over de nodi- ge vaardigen of de Geautori- seerde onderhoudstechnicus om een onderhoud of repara- tie uit te voeren waarbij een af- dekking moet worden verwij- derd die bescherming biedt tegen blootstelling aan mag- netron energie.
  • Dit product is een Groep 2 klasse B ISM apparaat. De de- finitie van Groep 2 bevat alle ISM (Industrieel, Wetenschap- pelijk en Medisch) apparaat waarin radiofrequentie energie opzettelijk wordt gegenereerd en/of gebruikt in de vorm van elektromagnetische straling voor de behandeling van ma- teriaal en vonkerosie apparaat. Voor Klasse B apparatuur is apparatuur geschikt voor huis- houdelijk gebruik en voor ge- bruik in vestigingen die recht- streeks zijn verbonden met een laagspanningsnetwerk dat gebouwen van stroom voor- ziet voor huishoudelijk gebruik.
  • De magnetron is bedoeld om etenswaren en drank op te warmen. Etenswaren of kle- ding drogen en verwarmings- kussen, slippers, sponzen, vochtige doeken of iets gelijk- aardig opwarmen, kan resulte- ren in het risico van letsels, ontsteking of brand.
  • Uw magnetron is niet ontwor- pen om een levend wezen te drogen.
  • U mag uw magnetron niet be- dienen als deze leeg is. Dit kan de magnetron beschadigen. Als u de magnetron wilt tes- ten, kunt u een glas water in de magnetron plaatsen. Het water zal de energie van de microgolven absorberen en de magnetron zal geen schade ondervinden.
  • Gebruik dus uitsluitend ge- reedschap dat geschikt is voor de magnetron.
  • Gebruik geen aardewerk con- tainers voor bereidingen in de magnetron. Vocht in het aar- dewerk kan uitzetten en bar- sten veroorzaken in uw contai- ner. Het risico van brand vermin- deren in de magnetron:
  • Als u etenswaren opwarmt in papieren of plastic containers moet u de ogen in het oog houden en opletten voor een mogelijke ontbranding. Als u rook opmerkt, moet u het ap- paraat uitschakelen of de stek- ker uit het stopcontact verwij- deren en de deur gesloten houden om eventuele vlam- men te smoren.
  • Verwijder draadsluitingen van papier of plastic zakken voor u deze in de magnetron plaatst.
  • Gebruik de magnetron niet om zaken te bewaren. Laat geen papieren producten, kookma- teriaal of voedsel in de magne- tron staan als u deze niet ge- bruikt.
  • Als u materiaal gebruikt zoals papier, hout of plastic voor uw bereidingen in uw magnetron mag u de oven niet zonder toezicht laten. Papier, hout en gelijkaardig materiaal in brand kan schieten, terwijl plastic materiaal kan smelten. Ge- bruik geen containers voor een ventilator oven, grillen en gemengde bereidingen.
  • De inhoud van zuigflessen en babyvoeding moeten worden geschud of gemengd en de temperatuur moet worden ge- controleerd voor verbruik om brandwonden te vermijden.
  • Vloeistoffen en andere etens- waren mogen niet worden op- gewarmd in afgesloten contai- ners aangezien ze kunnen ont- ploffen.NL / 61
  • Het opwarmen van dranken in de magnetron kan resulteren in een uitgesteld eruptief ko- ken. Om die reden dient men voorzichtig te zijn bij het han- teren van de container.
  • Eieren in de schaal en hardge- kookte eieren mogen niet wor- den opgewarmd in de magne- tron want ze kunnen ontplof- fen, zelfs nadat ze zijn opge- warmd in de magnetron.
  • Gebruik de oven niet om kool- zuurhoudende dranken of etenswaren op te warmen in luchtdichte containers zoals blik. Dit zal de druk doen oplo- pen in de magnetron en dit kan resulteren in schade of ex- plosies als de deur wordt geo- pend.
  • Gebruik uw magnetron niet voor de bereiding of het her- opwarmen van niet-geklopte eieren, al of niet in de schaal. U moet de schil van aardap- pelen, appels, kastanjes of ge- lijkaardig fruit en groenten doorboren voor de bereiding.
  • Gebruik geen porselein dat metaal bevat (zilver, goud, etc.). Zorg ervoor dat u alle metalen sluitingen verwijdert van verpakkingen. Metaal in de magnetron kan bogen ver- oorzaken en dit kan resulteren in ernstige schade.
  • Gebruik uw magnetron niet om etenswaren te frituren aan- gezien u de temperatuur van de olie niet kunt regelen.
  • Gebruik de magnetron niet om olie of drankjes op te warmen met een hoog alcoholgehalte.
  • Plaats de magnetron niet waar warmte, vocht of een hoge vochtigheidsgraad worden ge- genereerd, of in de buurt van brandbaar materiaal.
  • Gebruik de magnetron niet om zaken te bewaren.
  • Als de inhoud van de magne- tron in brand zou schieten, of als u rook zou vaststellen, moet u de deur gesloten hou- den. Schakel de magnetron uit en verwijder de stekker uit het stopcontact, of verwijder de zekeringen van uw woning of schakel ze uit.
  • U mag niet leunen op of kinde- ren laten spelen met de deur van de magnetron. Dit kan de deur vervormen en beletten dat ze correct sluit.
  • Plaats een metalen theelepel of glazen buisje in de container wanneer u vloeistoffen op- warmt. Dit zal beletten dat de

NLNL / 62 vloeistof kan overkoken en plots overstromen wanneer de container wordt verplaatst.

  • Gebruik de magnetron niet, als: – De deur niet correct is ge- sloten; – De deurscharnieren zijn be- schadigd; – De contactoppervlakken tussen de deur en de voor- zijde van de magnetron zijn beschadigd. – Het venster in de deur is be- schadigd. – Er treedt een elektrische boog op in de magnetron hoewel er geen metalen voorwerp in het kookseg- ment zit.
  • Het is van essentieel belang geen lange tijdsduur te selec- teren of extreme hoge berei- dingsniveaus als u kleine hoe- veelheden etenswaren bereidt om oververhitting of het ver- branden van uw maaltijd te voorkomen. Een sneetje brood kan bijvoorbeeld verbranden na 3 minuten als een zeer hoog vermogensniveau wordt geselecteerd.
  • Gebruik de magnetron niet om te frituren aangezien het niet mogelijk is de temperatuur van de olie te regelen in de mag- netron.
  • Contactoppervlakken van de deur (voorzijde van het interne segment en de binnenzijde van de deuren) moeten schoon worden gehouden om de correcte werking van de magnetron te garanderen.

1.5 Veiligheid tijdens

  • Ontkoppel het product van het elektrisch net voor u het pro- duct verplaatst.
  • Het product is zwaar. U moet het dus met ten minste twee personen dragen.
  • Gebruik de deur en/of het handvat niet om het product te verplaatsen.
  • Plaats geen andere items op het product en draag het pro- duct rechtop.
  • Als u het product moet ver- plaatsen, moet u het wikkelen in bubbelplastic verpakkings- materiaal of dik karton en ta- pe. Bevestig het product ste- vig met tape om de verwijder- bare of bewegende onderde-NL / 63 len van het product en het product zelf te beschermen te- gen schade.
  • Inspecteer het algemene uiter- lijk van het product op schade die mogelijk is opgetreden tij- dens het transport.

1.6 Veiligheid tijdens

  • Voor het product wordt geïn- stalleerd, moet u het product inspecteren op schade. Als het product is beschadigd, mag u het niet installeren.
  • Installeer het product niet in de buurt van warmtebronnen (ra- diatoren, fornuizen, etc.).
  • Houd de omgeving van alle ventilatieopeningen van het product open.
  • Om oververhitting te voorko- men, mag het product niet worden geïnstalleerd achter decoratieve deuren.

1.7 Veiligheid tijdens

  • Zorg ervoor dat het product is uitgeschakeld na elk gebruik.
  • Als u het product niet gebruikt gedurende een langere perio- de moet u de stekker uit het stopcontact verwijderen of het apparaat uitschakelen met de zekering in de zekeringkast.
  • U mag nooit een defect of be- schadigd product bedienen. Indien aanwezig moet u de elektrische/gasleidingen los- koppelen van het product en de geautoriseerde dienst bel- len.
  • Gebruik het product niet als de glazen deur vooraan is ver- wijderd of gebarsten.
  • Klim nooit op het product om iets te bereiken of voor welke reden dan ook.
  • Gebruik het product nooit als uw beoordelingsvermogen of coördinatie is verminderd of als u alcohol en/of drugs hebt gebruikt.
  • Brandbare voorwerpen die in de kookzone worden be- waard, kunnen in brand schie- ten. Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de kookzone.
  • Het handvat van de magne- tron mag niet worden gebruikt om handdoeken te drogen. U mag tijdens het gebruik van dit product geen handdoeken, handschoenen of gelijkaardig textiel ophangen bij het hand- vat.
  • De scharnieren van de deur van het product verschuiven tijdens het openen en sluiten van de deur en kunnen ge-

NLNL / 64 blokkeerd raken. U mag het onderdeel niet vasthouden bij de scharnieren wanneer de deur wordt geopend/gesloten.

1.8 Temperatuur waar-

  • WAARSCHUWING! De toe- gankelijke onderdelen van het product wordt warm tijdens de gebruik. Men dient er zorg voor te dragen het product en de verwarmingselementen niet aan te raken. Kinderen van minder dan 8 jaar mogen het product niet benaderen tenzij ze onder toezicht staan van een volwassene.
  • Plaats geen brandbaar / ex- plosief materiaal in de buurt van het product want de ran- den worden heet tijdens de werking.
  • Aangezien stoom kan vrijko- men, moet u de magnetron- deur voorzichtig openen. De stoom kan uw handen, gezicht en/of ogen verbranden.
  • Het toestel warmt op tijdens gebruik. Men dient er zorg voor te dragen de hete onder- delen, de binnenzijde van de magnetron en de verwar- mingselementen niet aan te raken.
  • Gebruik altijd hittebestendige ovenwanten wanneer u etens- waren in de warme magnetron plaatst, of wanneer u etens- waren verwijdert uit de mag- netron, etc.

1.9 Het gebruik van de

  • Het draadrooster en de scho- tel moeten correct op het rooster worden geplaatst. Raadpleeg het hoofdstuk “Het gebruik van de accessoi- res” voor meer gedetailleerde informatie
  • Accessoires kunnen het glas van de deur beschadigen wanneer de deur wordt geslo- ten. Duw de accessoires altijd tot het einde van de kookzo- ne.

1.10 Veiligheid tijdens

  • Wees voorzichtig met het ge- bruik van alcoholische dranken in uw vaat. Alcohol verdampt aan hoge temperaturen en kan brand veroorzaken aangezien het kan ontvlammen wanneer het in contact komt met hete oppervlakken.NL / 65
  • Afval van etenswaren, olie, etc. in de kookzone kunnen in brand schieten. Verwijder ruw vul voor de bereiding.
  • Gevaar van voedselvergifti- ging: Bewaar etenswaren nooit in de oven gedurende meer dan een uur voor of na de bereiding. Zo niet kan dit voedselvergiftiging of ziekten veroorzaken.
  • U mag geen afgesloten blikken of glazen potten opwarmen in de magnetron. De druk die kan opbouwen in het blik/de pot kan deze doen barsten.
  • Plaats het bakpapier in een schotel of een magnetron ac- cessoire (lade, rooster, etc.) met etenswaren en plaats ze in de voorverwarmde magne- tron. Verwijder alle overtollige stukken bakpapier die over het accessoire of de container hangen om het risico van con- tact met de oven te voorko- men. Gebruik nooit bakpapier bij een hogere magnetrontem- peratuur dan de maximale ge- bruikt temperatuur zoals ge- specificeerd op het bakpapier dat u gebruikt. Plaats nooit bakpapier op de bodem van de magnetron.
  • Plaats geen bakplaten, scho- tels of aluminiumfolie recht- streeks op de bodem van de oven. De verzamelde hitte kan het bodemoppervlak van de oven beschadigen.
  • Sluit de oven tijdens het gril- len. Hete oppervlakken kun- nen brandwonden veroorza- ken!
  • Etenswaren die niet geschikt zijn voor het grillen houden een brandrisico in. Grill enkel etenswaren die geschikt zijn voor een groot grill vuur. Plaats ook geen etenswaren te ver achteraan in de oven. Dit is de warmte zone en vette etenswaren kunnen in brand schieten.

1.11 Veiligheid tijdens

het onderhoud en de reiniging

  • Wacht tot het product is afge- koeld voor u het product rei- nigt. Hete oppervlakken kun- nen brandwonden veroorza- ken!
  • Was het product nooit door er water op te spuiten of te gie- ten! Er bestaat een risico van elektrische schokken!
  • Gebruik geen stoomreinigers om het product te reinigen want dit kan elektrische schokken veroorzaken.
  • Gebruik geen harde schuren- de reinigingsmiddelen, meta- len krabbers, draadwol of bleekmiddel om de het glas vooraan van de oven / (indien aanwezig) glas van de boven- ste deur te reinigen. Dit mate- riaal kan krassen of barsten veroorzaken op de glazen op- pervlakken.
  • Houd het bedieningspaneel al- tijd schoon en droog. Een vochtig en vuil oppervlak kan problemen veroorzaken in de bediening van de functies. 2 Milieurichtlijnen

2.1.1 Conformiteit met de AEEA

richtlijn betreffende afge- dankte elektrische en elek- tronische apparatuur: Dit product is conform met de EU WEEE- richtlijn (2012/19/EU). Dit product draagt een classificatiesymbool voor afval elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Dit product werd vervaardigd met kwalitatief hoogstaande on- derdelen en materialen die op- nieuw kunnen worden gebruikt en die geschikt zijn voor recy- cling. Om die reden mag u het afvalproduct niet weggooien met normaal huishoudelijk of ander afval aan het einde van de levensduur. Neem het naar een inzamelcentrum voor de recyclage van elektrische en elektronische apparatuur. U kunt ook uw lokale administratie informatie vragen over deze inzamelpunten. De correc- te verwijdering van de apparatuur helpt ne- gatieve gevolgen voor het milieu en de volks- gezondheid te voorkomen. Naleving van de RoHS-richtlijn: Het product dat u hebt gekocht is conform met de Europese RoHS-richtlijn (2011/65/ EU). Het bevat geen schadelijk en verboden materiaal zoals gespecificeerd in de richtlijn.

2.2 Informatie over de verpakking

Het verpakkingsmateriaal van het product is gefabriceerd van recyclebaar materiaal in overeenstemming met onze Nationale Milieu- wetgeving. Gooi het verpakkingsmateriaal niet weg bij het normale huisvuil of ander af- val. Lever het in bij een door de overheid aangewezen inzamelpunt voor verpakkings- materiaal.

2.3 Aanbevelingen voor energiebe-

sparing In overeenstemming met EU 66/2014 is het product voorzien van informatie over ener- gie-efficiëntie op het ontvangstbewijs dat wordt meegeleverd met het product. De volgende suggesties helpen u het pro- duct te gebruiken op een ecologische en energie-efficiënte wijze.

  • Ontdooi ingevroren etenswaren voor de bereiding.
  • Gebruik donkere of email containers in de oven die de warmte beter overdragen.NL / 67
  • U moet de oven altijd voorverwarmen als die wordt aangegeven in het recept of de handleiding. U mag de ovendeur niet te vaak openen tijdens de bereiding.
  • Schakel het product 5 of 10 minuten voor het einde van de Bakken uit in het geval van een langdurige bereiding. Zo kunt u tot 20% elektriciteit besparen door rest- warmte te gebruiken.
  • Probeer meer dan één schotel tegelijkertijd te bereiden in de oven. U kunt gelijktijdig koken door twee kooktoestellen op het rooster te plaatsen. Bovendien, als u uw maaltijden na elkaar bereidt, zal dit energie besparen omdat de oven zijn warmte niet verliest.
  • Open de deur van de magnetron niet tij- dens het bakken in de “Eco ventilator ver- warming” bedieningsfunctie. Als de deur niet wordt geopend, is de interne tempera- tuur optimaal om energie te besparen in de “Eco ventilator verwarming” bedie- ningsfunctie. Deze temperatuur kan ver- schillen van de waarde die wordt weerge- geven op het scherm.

3.1 Inleiding van het product

1 Bedieningspaneel 2 Ventilatieopeningen 3 Draadroosters 4 Ventilatormotor (achter de stalen plaat) 5 Deur 6 Handvat 7 Onderste verwarmingselement (onder de stalen plaat) 8 Legplank posities 9 Lamp 10 Bovenste verwarmingselement 11 Stoom uitlaatopening: Stoom wordt hier afgevoerd tijdens de werking van de magnetron. Er kan condensatie op- treden op de omliggende oppervlak- ken.

  • Varieert naargelang het model. Uw product is mogelijk niet uitgerust met een lamp, of het type en de locatie van de lamp kunnen ver- schillen van de afbeelding. ** Varieert naargelang het model. Uw product is mogelijk niet uitgerust met een draadrooster In de afbeelding wordt een product met draadrooster weergegeven als voorbeeld.NL / 69

3.2 Inleiding en gebruik van het be-

dieningspaneel van het product In deze sectie vindt u een overzicht en het basisgebruik van het bedieningspaneel van het product. De afbeeldingen en bepaalde functies kunnen verschillen naargelang het producttype.

3.2.1 Bedieningspaneel

Als u uw product bedient met een knop of knoppen is het in bepaalde modellen moge- lijk dat deze knop(pen) naar buiten komen wanneer ze worden ingedrukt. Als u instellin- gen wilt uitvoeren met deze knoppen, moet u eerst de relevante knop indrukken en de knop uittrekken. Nadat u de instelling hebt uitgevoerd, drukt u de knop opnieuw in.

3.2.2 Introductie van het bedie-

ningspaneel van de magne- tron Oven bedieningsknop U kunt de instellingen controleren op de ti- mer/klok-indicator en temperatuurindicator- zone met de oven bedieningsknop. U kunt bladeren in deze instellingen door de oven bedieningsknop naar links of rechts te draai- en en ze toepassen door de knop in te druk- ken. Oven interne temperatuurindicator U kunt de interne temperatuur van de oven aflezen met het interne temperatuursymbool op het scherm. Bij de start van de bereiding verschijnt het symbool op het scherm en wanneer de interne temperatuur van de oven de ingestelde temperatuur bereikt. Elk niveau van het symbool licht op. Bedieningseenheid Toetsen : 1 : Aan/Uit-toets 2 : Toetsvergrendeling toets 3 : Alarmtoets 4 : Verlagen en vooruitgang toets 5 : Verhogen en vooruitgang toets 6 : Tijd en instellingen toets 7 : Temperatuur/Vermogentoets 8 : Bakken start/stop-toets Indicatorzones: : 9 : Temperatuur indicatiezone 10 : Timer/duur indicatorveld 11 : Functiescherm Weergavesymbolen : : Baktijd symbool : Minuten symbool : Seconden symbool : Alarmsymbool : Bak symbool : Temperatuur in-de-oven symbool : Snel verwarmen (booster) symbool : Instellingen symbool : Toetsvergrendeling symbool : Functienummer : Ontdooien symbool

  • Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model.

3.3 Bedieningsfuncties van de oven

In de functietabel, de bedieningsfuncties die u kunt gebruiken in uw oven en de hoogste en laagste temperaturen die kunnen worden ingesteld voor deze functies worden weerge- geven. De volgorde van de operationele mo- di die hier worden weergegeven verschillen van de rangschikking op uw product. De bedieningsfuncties van uw oven werken volgens 3 principes, nl. enkel magnetron- functie, enkel ovenfunctie, en de gecombi- neerde modus. Bedieningsmodus Specificaties Magnetron Als u enkel in de magnetronmodus werkt, straalt de oven de warmte naar de binnenzijde van de etenswaren. U kunt de magnetron gebruiken om voorbereide maaltijden op te warmen en voor drankjes, om etenswaren te ontdooien en voor bereidingen. Een maal- tijd kan worden bereid in de magnetronmodus, maar het is niet mogelijk te roosteren. Ovenfunctie Als u enkel de ovenbranders gebruikt, wordt uw bereiding gegaard door ze op te war- men. U kunt de oven gebruiken voor al uw bereidingen en om te ontdooien. In de oven- functie worden uw etenswaren zowel bereid als geroosterd. Gecombineerde modus In de gecombineerde modus werken zowel de oven verwarmingselementen als de mi- crogolven gelijktijdig. Uw gerecht wordt sneller bereid en geroosterd in de gecombineer- de modus. Ovenfuncties Functie- symbool Functiebeschrijving Temperatuur- bereik (°C) Beschrijving en gebruik Bovenste en onderste verwarmingselement 40-280 De etenswaren worden gelijktijdig opgewarmd van boven en on- der. Geschikt voor cakes, gebak en stoofpotjes in bakvormen. De bereiding wordt uitgevoerd in een enkele schotel. Onderste verwarmings- element 40-220 Enkel het onderste verwarmingselement is ingeschakeld. Het is geschikt voor etenswaren die bovenaan moeten bruinen. Ventilator verwarming 40-280 De hete lucht die wordt opgewarmd door de ventilator verwar- ming wordt gelijkmatig en snel verspreid in de oven via de venti- lator. Dit is geschikt voor bereidingen op meerdere platen op ver- schillende niveaus. Pizzafunctie 40-280 Het onderste verwarmingselement en de ventilator verwarming werken. Deze functie is geschikt om pizza te bakken. "3D" functie 40-280 Het onderste en bovenste verwarmingselement en de ventilator verwarming werken. Elke zijde van het product worden gelijkma- tig en snel bereid. De bereiding wordt uitgevoerd in een enkele schotel. Laag rooster 40-280 De kleine grill op de bovenzijde van de oven werkt. Dit is ge- schikt om kleinere hoeveelheden te grillen.NL / 71 Volledige grill 40-280 De grote grill op de bovenzijde van de oven werkt. Dit is geschikt om grote hoeveelheden te grillen. Ventilator ondersteund volledig rooster 40-280 De hete lucht die wordt opgewarmd door de grote grill wordt snel verspreid in de oven via de ventilator. Dit is geschikt om gro- te hoeveelheden te grillen. Warmhouden 40-100 Dit wordt gebruikt om de etenswaren aan een temperatuur te houden voor een lange periode. Magnetron en gecombineerde modus Functie- symbool Functiebeschrijving Temperatuur- bereik (°C) Vermo- gensbe- reik (W) Beschrijving en gebruik Magnetron -

Werkt enkel als magnetron. Dit kan worden gebruikt om voorbereide maaltijden en drankjes op te warmen en om maaltijden te bereiden. Maaltijden bereid zon- der te roosteren Magnetron + Ventilator ondersteund volledig rooster 40-280

De hete lucht die wordt opgewarmd door de grote grill wordt snel verspreid in de oven via de ventilator. Dit is geschikt om grote hoeveelheden te grillen. Magnetron + Werkend met ventilator

De magnetron en enkel de ventilator (op de achter- wand) werken. Dit is geschikt om diepgevroren etenswaren te ontdooien bij kamertemperatuur en om de bereide maaltijden af te koelen. Magnetron + Ventilator verwarming 40-280

Het verwarmingselement achteraan in de oven werkt met de magnetron. De hete lucht die wordt opge- warmd door het verwarmingselement achteraan wordt gelijkmatig en snel verspreid in de oven via de ventilator. U kunt de etenswaren sneller bereiden ter- wijl ze ook worden geroosterd. Magnetron + Bovenste en onderste verwar- mingselement 40-280

De etenswaren worden gelijktijdig opgewarmd van boven en onder. Geschikt voor cakes, gebak en stoofpotjes in bakvormen. De bereiding wordt uitge- voerd in een enkele schotel. Magnetron + Pizza 40-280

Het verwarmingselement onderaan en de ventilator verwarming werken samen met de magnetron. Deze functie is geschikt om pizza te bakken.

3.4 Productaccessoires

Uw product is voorzien van verschillende ac- cessoires. In dit hoofdstuk vindt u de be- schrijving van de accessoires en de beschrij- vingen van het correcte gebruik. Het gelever- de accessoire varieert naargelang het pro- ductmodel. Het is mogelijk dat niet alle ac- cessoires beschreven in de handleiding be- schikbaar zijn in uw product. De schotels in uw apparaat kunnen vervormd raken door het effect van de verhitting. Dit heeft geen effect op de werking. De vervorming verdwijnt als de schotel afkoelt. Standaard plaat Dit wordt gebruikt voor gebak, ingevroren etenswaren en om grote stukken te braden.

NLNL / 72 Draadrooster Dit wordt gebruikt om te braden of om de etenswaren die u wilt bakken, braden en stoven op de gewenste plaat te plaatsen. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : Draadrooster in plaat Door ze in een schotel te plaatsen (indien geleverd) bent u zeker dat de olie en het vet, dat vrijkomt tijdens het braden, wordt opge- vangen in de schotel en dit voorkomt dus vervuiling van de oven. Het draadrooster in de schaal is niet ge- schikt voor gebruik in een diepe schaal.

3.5 Het gebruik van de accessoires

van het product Kookplaten Er zijn 3 niveaus voor de platen in de berei- dingszone. U kunt de volgorde van de platen zien op basis van de cijfers vooraan op het frame van de oven. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : “0 ladepositie” is de bodem van de oven. Gebruik dit product uitsluitend als magnetron. Het draadrooster op de kookplaten plaatsen Het is van essentieel belang dat het draad- rooster correct wordt aangebracht op de rooster zijplaten. Wanneer men het draad- rooster op de gewenste plaat plaatst moet de open sectie vooraan zitten. Voor een be- tere bereiding moet het draadrooster worden bevestigd met de stopper op het draadroos- ter. Het mag dit punt niet overschrijden en in contact komen met de achterwand van de oven.NL / 73 Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : Het is van essentieel belang dat het draad- rooster correct wordt aangebracht op de zij- platen. Het draadrooster heeft een richting bij de plaatsing op de plaat. Wanneer men het draadrooster op de gewenste plaat plaatst moet de open sectie vooraan zitten. De schotel op de kookplaten plaatsen Het is van essentieel belang dat de schotels draadrooster correct worden aangebracht op de zijplaten. Wanneer men de schotel op de gewenste plaat aanbrengt; moet de zijde die is ontworpen voor de bevestiging voor- aan zitten. Voor een betere bereiding moet de schotel worden bevestigd met de stop- punt op het draadrooster. Het mag dit punt niet overschrijden en in contact komen met de achterwand van de oven. De stopfunctie van het draadrooster Er is een stopfunctie om te voorkomen dat het draadrooster uit het draadrooster zou schieten. Met deze functie kunt u uw etens- waren gemakkelijk en veilig verwijderen. Wanneer u het draadrooster verwijdert, kunt u het naar voor trekken tot aan het stoppunt. U moet het over de stopper trekken om het volledig te verwijderen. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : Schaal stopfunctie Er is ook een stopfunctie om te voorkomen dat de schaal uit het draadrooster zou schie- ten. Wanneer u de schaal verwijdert, moet u deze los maken van de vergrendeling achter- aan en naar u toe trekken tot vooraan. U moet het over dit stoppunt trekken om het volledig te verwijderen.

NLNL / 74 De correcte plaatsing van het draad- rooster en schaal op de telescopische rails - Op modellen met draadplanken en telescopische modellen Dankzij de telescopische rails kunnen de schotels of het draadrooster gemakkelijk worden aangebracht en verwijderd. Als men schotels en draadroosters gebruikt met de telescopische rails dient men ervoor te zor- gen dat de pinnen, vooraan en achteraan op de telescopische tegen de randen van het rooster en de schotel rusten (weergegeven in de afbeelding).NL / 75

3.6 Technische specificaties

Algemene specificaties Externe afmetingen van het product (hoogte/breedte/diep- te)(mm) 455 /594 /567 Installatie-afmetingen van de oven (hoogte/breedte/diepte) (mm)

450 - 460 /560 /min. 550

Spanning/Frequentie 220-240 V ~; 50 Hz Type kabel en sectie die wordt gebruikt / geschikt is voor het gebruik in het product min. H05VV-FG 3 x 1,5 mm2 Totaal stroomverbruik (kW) 2,7 Oventype Multifunctionele oven Magnetron functies Nettovolume 48 lt Magnetron vermogen max. 800 W Magnetron frequentie 2465 MHz Basis: Informatie over het energielabel van huishoudelijke elektrische ovens wordt vermeld in overeenstemming met de EN 60350-1 / IEC 60350-1 norm. De waarden worden bepaald in Bovenste en onderste verwarmingselement of (indien aanwezig) Ventilator ondersteund bovenste en onderste verwarmingselement functies met de standaard belasting. De energie efficiëntieklasse wordt bepaald in overeeenstemming met de volgende prioriteiten, afhankelijk van het feit of de relevante functies al of niet aanwezig zijn op het product. 1-Eco ventilator verwarming , 2-Ventilator verwarming , 3- Ventilator ondersteund laag rooster , 4-Bovenste en onderste verwarmingselement. De technische specificaties kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisge- ving om de kwaliteit van het product te verbeteren. De afbeeldingen in deze gebruikshandleiding zijn schematisch en stemmen mogelijk niet exact overeen met uw product. De waarden vermeld op de productlabels of in begeleidende de documentatie zijn verkregen in laboratoriumomstandigheden conform de relevante normen. Afhankelijk van de operationele en omgevingsomstandigheden van het product kunnen deze waarden variëren.

NLNL / 76 4 Eerste gebruik Voor u uw product in gebruik neemt, is het aanbevolen de volgende stappen uit te voe- ren in de onderstaande secties respectieve- lijk.

4.1 Eerst timer instelling

Stel het tijdstip van de dag altijd in voor u uw oven in gebruik neemt. Als u dit niet instelt, kunt u in sommi- ge modellen geen bereidingen uit- voeren. a. Wanneer de oven de eerste maal wordt gestart, verschijnt het ingestelde tijdstip van de dag op het scherm. b. Met het oven uitgeschakeld (terwijl het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm), raak de aan gedurende 3 se- conden om het instellingenmenu te ope- nen. c. Raak de / toetsen aan tot het symbool verschijnt op het scherm. d. Raak de toets aan om het timerveld in te schakelen. ð Het timerveld en het symbool knipperen op het scherm. e. Stel het tijdstip van de dag in door de / toetsen aan te raken en schakel het minutenveld in door de toets opnieuw aan te raken. ð Het minutenveld en het symbool knipperen op het scherm. f. Raak de / toetsen aan om de minu- ten in te stellen. Bevestig de instelling door de toets aan te raken. ð Het tijdstip van de dag wordt inge- steld en het symbool blijft onon- derbroken opgelicht. Als de eerste tijdstip instelling niet wordt uitgevoerd, begint het tijdstip van de dag om 12:00. U kunt het tijdstip van de dag later wijzigen zo- als beschreven in het hoofdstuk “In- stellingen”. In het geval van een lange stroomuit- val wordt het tijdstip van de dag ge- annuleerd. Het moet opnieuw wor- den ingesteld.

4.2 Eerste reiniging

a. Verwijder alle verpakkingsmateriaal. b. Verwijder alle accessoires die zijn meege- leverd met het product uit de oven. c. Schakel het product in gedurende 30 mi- nuten en schakel het daarna uit. Zo wor- den resten en laagjes die mogelijk in de oven zijn achtergebleven tijdens de berei- ding verbrand en gereinigd. d. Wanneer u het product bedient, moet u de hoogste temperatuur en de functie se- lecteren zodat alle branders van uw pro- duct worden ingeschakeld. Raadpleeg “Bedieningsfuncties van de oven [}70]”NL / 77 In het volgende hoofdstuk vindt u meer informatie over de bediening van de oven. e. Wacht tot de oven is afgekoeld. f. Neem de oppervlakken van het product af met een natte doek of spons en droog ze met een doek. Voor u de accessoires in gebruik neemt: Reinig de accessoires die u uit de oven ver- wijdert met wasmiddel en een zachte spons. OPMERKING: Bepaalde wasmiddelen of reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak be- schadigen. Gebruik geen schurende was- middelen, waspoeders, reinigende crèmes of scherpe voorwerpen tijdens de reiniging. OPMERKING: Tijdens het eerste gebruik kunt u rook en geurtjes vaststellen geduren- de meerdere uren. Dit is normaal en u heeft enkel een goede ventilatie nodig om deze te verwijderen. Vermijd een directe inhalering van de rook en geurtjes. 5 Het gebruik van de oven

5.1 Algemene informatie over het

gebruik van de oven Koelventilator ( Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model. ) Uw product is voorzien van een koelventila- tor. De koelventilator wordt automatisch in- geschakeld indien nodig en koelt zowel de voorzijde van het product af als het meubel. Hij wordt automatisch gedeactiveerd aan het einde van het koeproces. Er ontsnapt warme lucht over de ovendeur. U mag deze ventila- tieopeningen nooit afdekken. Zo niet kan de oven oververhitten. De koelventilator blijft werken wanneer de oven in werking is of na- dat de oven is uitgeschakeld (ca. 20-30 mi- nuten). Als u etenswaren bereidt door de oven timer te programmeren, schakelt de koelventilator uit met alle functies aan het einde van de bereidingstijd. De looptijd van de koelventilator kan niet worden bepaald door de gebruikt. Hij schakelt automatisch in en uit. Dit is geen fout. Oven verlichting De ovenlamp schakelt in wanneer de oven wordt ingeschakeld. Bij sommige modellen schakelt de lamp in tijdens de bereiding, ter- wijl in andere modellen de lamp uitschakelt na een bepaalde periode. Als de deur van het product wordt geopend terwijl de oven is ingeschakeld of gesloten is, schakelt Licht automatisch in.

5.2 Bediening van het oven bedie-

ningspaneel Het gebruik van de magnetron modus a. Schakel de oven in door de toets aan te raken. b. Selecteer de "Magnetron” bedienings- functie met de functie selectieknop. c. Draai de temperatuur/vermogen knop naar rechts/links om het vermogensni- veau van de magnetron te wijzigen. d. Raak de toets één maal aan voor de baktijd. ð Het symbool knippert op het scherm. e. Stel de baktijd in met de / toetsen.

NLNL / 78 f. Bevestig de baktijd door de toets aan te raken. Het maximale vermogen van de magnetron is beperkt tot 600W als de geselecteerde baktijd in de mag- netronmodus meer is dan 12 minu- ten. Het vermogen van de magne- tron wordt automatisch ingesteld op 600W als de geselecteerde baktijd meer is dan 12 minuten. De baktijd intervallen worden auto- matisch bepaald op basis van het vermogen van de magnetron dat u hebt ingesteld en dit kan niet wor- den gewijzigd. De 800 W/1 minuut en 30 seconden instellingen worden weergegeven als een voorbeeld in de afbeeldingen. g. Raak de toets aan om te beginnen bakken. ð Uw oven zal onmiddellijk beginnen werken in de magnetronfunctie en het vermogen. De ingestelde baktijd begint af te tellen. De en sym- bolen worden weergegeven. Aan het einde van de baktijd verschijnt de tekst “End” op het scherm, wordt een hoorbare melding weer- gegeven en stopt de bereiding. h. De hoorbare melding weerklinkt geduren- de een minuut. Als u de toets aan- raakt terwijl de hoorbare melding weer- klinkt en de “End” tekst wordt weerge- geven op het scherm blijft de oven nog een minuut verder werken. Schakel de oven uit door de toets aan te raken. Als een andere toets wordt ingedrukt, stopt de hoorbare melding. Het gebruik van de combi-modus (oven en magnetron samen) a. Schakel de oven in door de toets aan te raken. b. Selecteer de combi-functie die u wilt ge- bruiken tijdens uw bereiding met de func- tieselectieknop. (bijv. Magnetron + Bo- venste en onderste verwarmingselement) c. De voorgedefinieerde temperatuur voor de bedieningsfunctie die u hebt geselec- teerd, verschijnt op het scherm. Stel de temperatuur in die u wilt gebruiken met de temperatuur/vermogen knop als u de- ze temperatuur wilt wijzigen. d. Raak de aan en draai de temperatuur/ vermogen knop naar rechts/links om het vermogensniveau van de magnetron te wijzigen. e. Raak de toets één maal aan voor de baktijd. ð Het symbool knippert op het scherm. f. Stel de baktijd in met de / toetsen. g. Bevestig de baktijd door de toets aan te raken.NL / 79 Wanneer u bakt in de combi-modus is het maximale vermogen van de magnetron beperkt tot 600W en de- ze is niet afhankelijk van de geselec- teerde baktijd. De baktijd intervallen worden auto- matisch bepaald op basis van het vermogen van de magnetron dat u hebt ingesteld en dit kan niet wor- den gewijzigd. De 300 W/3 minuten instelling wordt weergegeven als een voorbeeld in de afbeeldingen. h. Raak de toets aan om te beginnen bakken. ð Uw oven zal onmiddellijk beginnen werken met de geselecteerde com- bi-functie, temperatuur en magne- tron vermogen. De ingestelde bak- tijd begint af te tellen. De en symbo- len worden weergegeven op het scherm. Aan het einde van de bak- tijd verschijnt de tekst “End” op het scherm, wordt een hoorbare mel- ding weergegeven en stopt de be- reiding.

i. De hoorbare melding weerklinkt geduren-

de een minuut. Als u de toets aanraakt terwijl de hoorbare melding weerklinkt en de “End” tekst wordt weergegeven op het scherm blijft de oven nog een minuut verder werken en als de toets wordt aan- geraakt, schakelt de oven uit. Als een an- dere toets wordt ingedrukt, stopt de hoorbare melding.

De 3-2-1 aftelling verschijnt op het scherm in de menu’s of instellingen die moeten worden ingeschakeld door ze aan te raken gedurende een lange periode. Aan het einde van af- telling wordt het relevante menu of de instelling ingeschakeld. De toetsenvergrendeling inschakelen Dankzij de toetsvergrendeling kunt u de ti- mer beschermen tegen storingen van de be- dieningseenheid. a. Raak de toets aan tot het symbool verschijnt op het scherm. ð Het symbool verschijnt op het scherm en de toetsvergrendeling wordt inge- schakeld. Als een toets wordt aange- raakt wanneer de toetsvergrendeling is ingesteld, geeft de timer een hoorbaar signaal weer en het symbool knippert. Als de toetsenvergrendeling is inge- schakeld, kunnen de toetsen van de bedieningseenheid niet worden ge- bruikt. De toetsvergrendeling wordt geannuleerd in het geval van een stroomuitval. De toetsvergrendeling uitschakelen a. Raak de toets aan tot het symbool verdwijnt van het scherm. Het symbool verdwijnt van het scherm en de toetsvergrendeling wordt uitgeschakeld. Het alarm instellen U kunt de de bedieningseenheid van het product ook gebruiken voor elke andere waarschuwing of herinnering dan de berei- ding. De alarmklok heeft geen effect op de bedie- ningsfuncties van de oven. Hij wordt gebruikt om waarschuwingen weer te geven. U kunt

NLNL / 80 de alarmklok bijvoorbeeld gebruiken wan- neer u de oven wilt inschakelen op een spe- cifiek tijdstip. Zodra het tijdstip dat u hebt in- gesteld is verstreken, geeft de timer een hoorbaar alarm weer. De maximale alarmtijd die u kunt in- stellen is 23 uur en 59 minuten. a. Raak de toets aan om de alarmperiode in te stellen. ð Het symbool begint te knipperen op het scherm. b. Stel de alarmtijd in met de / toetsen. Raak de toets aan om de instelling te be- vestigen. ð Het symbool licht ononderbroken op en de alarmtijd begint af te tellen op het scherm. Als de alarm- en be- reidingstijd op hetzelfde moment zijn ingesteld, wordt de kortere tijd weergegeven op het weergegeven. c. Aan het einde van de alarmtijd begint het symbool te knipperen en weerklinkt een hoorbare waarschuwing. Het alarm uitschakelen a. Aan het einde van de alarmperiode weer- klinkt het alarm gedurende twee minuten. Raak een van de toetsen aan om het hoorbare alarm te stoppen. ð Het hoorbare alarm wordt stopgezet. Als u het alarm wilt annuleren; a. Raak de toets aan om de alarmperiode opnieuw in te stellen. Raak de toets aan tot het "00:00” symbool verschijnt op het scherm. b. U kunt het alarm ook annuleren door de toets langdurig in te drukken. Het volume instellen U kunt het volume van de de bedieningseen- heid instellen. Uw oven moet uitgeschakeld zijn voor deze instelling. a. Met het oven uitgeschakeld (terwijl het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm), raak de aan gedurende 3 se- conden om het instellingenmenu te ope- nen. b. Raak de / toetsen aan tot b-1 or b-2 verschijnt op het scherm. c. Schakel de volume-instelling in door de toets opnieuw aan te raken. (b-1, b-2) d. Stel de gewenste toon in met de / toetsen. ð De geselecteerde volumeniveau instel- ling wordt onmiddellijk bevestigd. Raak de toets opnieuw aan om terug te keren naar het instellingenmenu. De helderheid van het scherm instellen U kunt de helderheid van het scherm van de bedieningseenheid instellen. Uw oven moet uitgeschakeld zijn voor deze instelling. a. Met het oven uitgeschakeld (terwijl het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm), raak de aan gedurende 3 se- conden om het instellingenmenu te ope- nen. b. Raak de / toetsen aan tot d-1, d-2 or d-3 verschijnt op het scherm. c. Schakel de helderheid instelling in door de toets opnieuw aan te raken. d. Stel de gewenste helderheid in met de / toetsen. (d-1, d-2, d-3)NL / 81 ð De geselecteerde helderheidsinstelling wordt onmiddellijk bevestigd. Raak de toets opnieuw aan om terug te keren naar het instellingenmenu. De snel voorverwarmen (Booster) func- tie instellen U kunt het bakken op uw product automa- tisch bedienen met de snel voorverwarmen functie. Hiervoor moet u de snel voorverwar- men instelling inschakelen. Uw oven moet uitgeschakeld zijn voor deze instelling. a. Met het oven uitgeschakeld (terwijl het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm), raak de aan gedurende 3 se- conden om het instellingenmenu te ope- nen. b. Raak de / toetsen aan tot het symbool verschijnt op het scherm. c. Schakel de snel verwarmen (booster) in- stelling in door de toets opnieuw aan te raken. d. / met / toetsen schakel de “OFF” in- stelling op “ON” op het scherm. ð De geselecteerde snel voorverwarmen instelling wordt onmiddellijk bevestigd. Raak de toets opnieuw aan om terug te keren naar het instellingenmenu. U kunt de snel voorverwarmen in- stelling uitschakelen door dezelfde procedure te volgen. Door de instel- ling “OFF” te schakelen, kunt u de snel voorverwarmen instellen annule- ren. Het tijdstip van de dag wijzigen Om het tijdstip van de dag wijzigen dat u eerder hebt ingesteld. a. Met het oven uitgeschakeld (terwijl het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm), raak de aan gedurende 3 se- conden om het instellingenmenu te ope- nen. b. Raak de / toetsen aan tot het symbool verschijnt op het scherm. c. Raak de toets aan om het timerveld in te schakelen. ð Het timerveld en het symbool knipperen op het scherm. d. Stel het tijdstip van de dag in door de / toetsen aan te raken en schakel het minutenveld in door de toets opnieuw aan te raken. ð Het minutenveld en het symbool knipperen op het scherm. e. Raak de / toetsen aan om de minu- ten in te stellen. Bevestig de instelling door de toets aan te raken. ð Het aangepaste tijdstip van de dag wordt onmiddellijk bevestigd. Raak de toets opnieuw aan om terug te keren naar het instellingenmenu. 6 Algemene informatie bij het bakken Dit hoofdstuk bevat tips voor de bereiding en het koken van etenswaren. Plus, dit hoofdstuk beschrijft een aantal van de etenswaren die zijn getest en de optimale instellingen voor deze etenswaren. De ge-

NLNL / 82 schikte instellingen van de oven en accessoi- res voor deze etenswaren worden hier ook aangegeven.

6.1 Algemene waarschuwingen

over het bakken in de oven Om overstromingen te voorkomen tijdens het opwarmen van water of andere vloeistof- fen in de magnetron:

  • Gebruik geen afgesloten of smalle contai- ners met een deksel.
  • Let op voor oververhitting.
  • Voor u de container in de magnetron plaatst, moet u de etenswaren roeren met een lepel en het deksel openen, daarna in het midden van de bereiding opnieuw roe- ren. Laat geen lepel in de magnetron wan- neer deze is ingeschakeld.
  • Tijdens het opwarmen van vloeistoffen zo- als soep en sauzen kunnen deze vloeistof- fen borrelen en onverwacht overstromen voor het koken. Tijdens het opwarmen van dergelijke vloeistoffen mag u de magne- tron niet zonder toezicht laten.
  • Tijdens het opwarmen van babyvoeding of drank in een babyfles, voor u deze aan de baby geeft, moet u schudden en de tem- peratuur controleren. Verwijder het deksel en het mondstuk voor het opwarmen.
  • Verwijder de etenswaren uit de plastic ver- pakking voor de bereiding of het ontdooi- en. In bepaalde uitzonderlijke gevallen moet de etenswaren mogelijk afdekken met een speciale nylon flexibele folie.
  • Tenzij u speciaal ontworpen zakken ge- bruikt voor magnetrons mag u uw appa- raat niet gebruiken voor popcorn.
  • Snoepgoed met chocolade en gebakken goederen met een laag vloeistofgehalte moeten voorzichtig worden opgewarmd.
  • Eieren in de schaal en hardgekookte eie- ren mogen niet worden opgewarmd in de magnetron want ze kunnen ontploffen, zelfs nadat ze zijn opgewarmd in de mag- netron. Voordelen van de magnetron
  • In traditionele ovens wordt de warmte in het apparaat verspreid door elektrische elementen en gas kookplaten die de etenswaren doordringen. Hierdoor ging heel wat energie verloren als warmte in de lucht, de onderdelen van de oven en de voedselcontainers.
  • In de magnetron wordt warmte gecreëerd door het eten zelf en de warmtegolven be- wegen van binnen naar buiten. Er gaat geen warmte verloren aan de interne wan- den van de magnetron of de containers (als ze van het correcte materiaal zijn voor gebruik in de magnetron). Met andere woorden, enkel de etenswaren worden opgewarmd.
  • Magnetrons verlagen de bereidingstijd aanzienlijk. Bereidingen in de magnetron vereisen ongeveer de helft tot een-derde van de tijd die nodig is in normale ovens. Dit hangt af van de dichtheid, warmte en hoeveelheid etenswaren die u wilt berei- den.
  • U kunt de etenswaren in hun eigen sap- pen bereiden zonder te veel of amper krui- den toe te moeten voegen en de natuurlij- ke smaak behouden.
  • Magnetrons verspillen minder energie De energie wordt enkel gebruikt voor de be- reiding. Er gaan geen energie verloren in een magnetron.
  • U hoeft zich geen zorgen te maken of vlees al of niet wordt ontdooid. Magne- trons ontdooien ingevroren etenswaren op een korte tijd en u kunt de bereiding dus onmiddellijk starten. Dit beperkt het risico van bacteriële groei.
  • Vanwege de kortere bereidingstijd blijven de voedingswaarden van de etenswaren goed bewaard.
  • Het maakt de reiniging gemakkelijker dan conventionele ovens. De theorie van de magnetron
  • Microgolven zijn een vorm van energie die gelijkt op radio- en televisiegolven. De magnetronbuis in uw magnetron creëert microgolfenergie. Microgolfenergie ver-NL / 83 spreidt zich in alle richtingen in de magne- tron en wordt weerspiegeld van de zijwan- den en doordringen de etenswaren gelijk- matig. Microgolven doen de moleculen in de etenswaren snel trillen. De trillingen cre- ëren de warmte die de etenswaren opwar- men.
  • Microgolven dringen niet door de metalen wanden van de magnetron. Microgolven kunnen door materiaal zoals keramiek, glas of papier dringen. Waarom worden de etenswaren warm?
  • De meeste etenswaren bevatten water, en watermoleculen trillen wanneer ze worden blootgesteld aan microgolven. De wrijving tussen de moleculen creëert de warmte die etenswaren opwarmt, ingevroren etenswaren ontdooit, bereidt of de warmte behoudt. Vanwege de stijgende warmte in de etenswaren
  • Etenswaren kunnen zonder of met slechts een kleine hoeveelheid olie worden bereid;
  • Ontdooien, opwarmen of bereiden gaat veel sneller in een magnetron dan in tradi- tionele ovens;
  • De vitamines, mineralen en voedingsstof- fen blijven behouden in de etenswaren.
  • De natuurlijke kleur en smaken van de etenswaren veranderen niet. Geschikte containers voor de magne- tron Microgolven kunnen door porselein, glas, karton of plastic dringen, maar niet door me- taal. Om die reden mogen metalen contai- ners of containers met metalen onderdelen niet worden gebruikt in de magnetron. Microgolven worden weerspiegeld door me- taal... ... maar ze dringen niet door glas of porse- lein... ... en ze worden geabsorbeerd door etens- waren. Brandrisico! Plaats nooit metalen containers of containers met een metalen coating in de magnetron.
  • Microgolven kunnen geen metaal door- dringen. Microgolven worden weerspie- geld door metalen voorwerpen in de mag- netron en dit veroorzaakt gevaarlijke elek- trische bogen. De meeste hittebestendige niet-metalen containers zijn geschikt voor gebruik in een magnetron. Sommige con- tainers kunnen echter materiaal bevatten dat niet is geschikt voor gebruik in de magnetron. Om te bepalen of een contai- ner geschikt is voor een magnetron kunt u de volgende test gebruiken.
  • Plaats de lege container die u wilt testen samen met een andere container gevuld met water in de magnetron.
  • Schakel de magnetron in gedurende een minuut aan een hoog vermogen. Als het water warm is en de container die u test koud is, betekent dit dat de container ge- schikt is voor de magnetron.
  • Anderzijds, als het water koud is en de container ernaast warm is geworden, be- tekent dit dat de microgolven zijn geabsor- beerd door de container en dat deze dus niet is geschikt voor gebruik in de magne- tron.
  • Gebruik geen dunne glazen of loden kristal containers. Hittebestendige containers zijn geschikt voor gebruik in de magnetron. Gebruik echter geen broze glazen contai- ners zoals water- en wijnglazen, of materi- aal dat kan breken wanneer het opwarmt, in de magnetron. Plastic containers
  • Laat geen containers en schotels van plas- tic of melamine te lang in de magnetron. Dit geldt ook voor de plastic zakken die worden gebruikt voor ingevroren etenswa- ren. De reden hiervoor is dat de warmte van een warme maaltijd dit materiaal uit- eindelijk zal doen smelten en vervormen. Gebruik dit type materiaal in de magnetron slechts gedurende een korte tijd. Kookzakken
  • Kookzakken kunnen worden gebruikt in de magnetron op voorwaarde dat ze zijn ont- worpen voor gebruik in de keuken. Ver- geet de zakken niet te doorboren om stoom te laten ontsnappen. Gebruik geen normale plastic zakken bij een bereiding aangezien deze zullen smelten en openen. Papier
  • Gebruik geen papier voor langdurige be- reidingen. Dit zal het papier in brand doen schieten. Papieren borden zijn enkel goed voor olierijke of droge etenswaren die niet veel tijd nodig hebben in de magnetron.
  • Gebruik geen gerecycled papier. Dit papier kan molecules bevatten die bogen kunnen veroorzaken. Hout en rieten containers
  • Grote houten containers mogen niet wor- den gebruikt aangezien de magnetron de houten structuur doet uitdrogen en bar- sten. Porselein containers
  • Containers van dit type materiaal kunnen doorgaans worden gebruikt in de magne- tron, maar u moet dit uiteraard eerst tes- ten. Metalen containers
  • Metalen containers weerspiegelen micro- golven weg van de etenswaren. U mag deze dus niet gebruiken. Bepaald kookgerei met een hoog ij- zer- of loodgehalte is niet geschikt voor gebruik in de magnetron. Ver- geet niet te controleren of uw contai- ners kunnen worden gebruikt in de magnetron. Kookpotten/pannen Magnetron Laag rooster Bovenste en onder- ste verwarmingsele- ment Gecombineerde mo-
  • Gebruik uitsluitend metalen schaal die wordt meegeleverd met de magnetron.NL / 85 Plaatsing van de etenswaren
  • Spreid de etenswaren gelijkmatig over de container voor een optimaal resultaat. De- ze methode kan op uiteenlopende manie- ren worden toegepast met bevredigende resultaten.
  • U kunt grote hoeveelheden gelijkaardige etenswaren samen bereiden (bijv. aardap- pelen). De bereiding zal beter verlopen als u ze in cirkels van gelijke grootte in de magnetron plaatst. Zorg ervoor de etens- waren niet de overlappen.
  • Tijdens de bereiding van schotels van uit- eenlopende vormen en dikten moet u de dikkere delen in het midden van de schaal plaatsen aangezien magnetrons een ster- ker effect hebben op de buitenste lagen van deze etenswaren. Om die reden zullen ze dus ook sneller garen.
  • Plaats vis en andere ongelijkmatige etens- waren met de staart naar de rand van de schaal.
  • U kunt dun gesneden stukjes bovenop el- kaar stapelen. Dikkere etenswaren zoals worst en stukken vlees moeten naast el- kaar worden geplaatst.
  • Warm de bouillon en sauzen in een andere schotel. Nauwe en diepe borden zijn beter hiervoor dan brede en ondiepe borden. Wanneer u bouillon, saus of soep op- warmt, mogen de containers niet meer dan 2/3 vol zijn.
  • Als u een volledige vis wilt bereiden, moet u er gaten in prikken zodat de buis niet barst.
  • Als u een folie, zakken of bakpapier ge- bruikt, moet u gaten prikken of een ope- ning laten om stoom te laten ontsnappen.
  • De bereiding van kleine etenswaren gaat sneller dan grote stukken, gelijke stukken zullen sneller koken dan ongelijke stukken. Voor een beter resultaat moet u uw etens- waren in porties verdelen van gelijke groot- te. Hoogte van de etenswaren
  • De bereiding van zeer dikke etenswaren (vaak geroosterd vlees) gaat sneller op de bodem. Dit betekent dat u ze vaak moet omdraaien.
  • Dikke of verdichte onderdelen kunnen op een hogere positie worden geplaatst zodat de microgolven ook de onderzijde en het middelste deel van de etenswaren kan be- reiken. Bereidingstips Factoren die de magnetron bereidings- tijd beïnvloeden:
  • De bereidingstijd in de magnetron hangt af van een aantal factoren. De warmte van de ingrediënten die worden gebruikt in het recept kunnen de vereiste bereidingstijd aanzienlijk beïnvloeden. Zo kan het bakken van een cake van ijskoude boter, melk en eieren langer duren dan een cake gemaakt van ingrediënten aan kamertemperatuur.
  • Bepaalde recepten met brood, cake en roomsauzen raden aan ze uit de magne- tron te halen voor het einde van de berei- ding. Wanneer dergelijke schotels dan af- gesloten buiten de magnetron worden ge- houden, zullen de etenswaren blijven ga- ren aangezien de warmte van buiten naar binnen blijft stralen.
  • Als u de etenswaren in de magnetron laat tot ze volledig gaar zijn, bestaat het risico de buitenste laag te verbranden. U zult na verloop van tijd perfect weten bij welke maaltijden u moet wachten tot het einde van de bereidingstijd en welke uit de moe- ten worden verwijderd.
  • Laat de etenswaren niet zonder toezicht tijdens de bereiding. Het licht van de mag- netron zal automatisch inschakelen als de- ze is ingeschakeld en zo kunt u de status van de bereide etenswaren controleren. Ontdooien:
  • De ontdooitijd kan verschillen naargelang de grootte van de verpakking. Ondiepe, rechthoekige verpakkingen ontdooien sneller dan diepe containers.
  • Spreid de etenswaren die beginnen ont- dooien open. Zo zullen ze sneller ontdooi- en.
  • Naarmate de hoeveelheid etenswaren die u bereidt toeneemt, zal ook de nodige tijd verhogen. Etenswaren die twee maal zo groot zijn, zal ca. tweemaal zoveel tijd vra-

NLNL / 86 gen. Als het vier minuten duurt om een aardappel te bereiden, zal het ca. zeven minuten duren om twee aardappelen te bereiden. Ongeacht hoeveel etenswaren u in de magnetron plaatst, de hoeveelheid microgolven dat wordt gecreëerd blijft het- zelfde. Met andere woorden, hoe meer etenswaren u in de magnetron plaatst, hoe lang de bereiding zal duren. Vloeibare inhoud

  • Aangezien microgolven gevoelig zijn aan vloeistoffen, zal vloeibare inhoud de berei- dingstijd beïnvloeden. Maaltijden met na- tuurlijk vloeibare ingrediënten (bijv. Groen- ten, vis en gevogelte) zullen sneller en een- voudiger worden bereid. Het is raadzaam water toe te voegen als u droge etenswa- ren bereidt zoals rijdt en peulvruchten.
  • Dient te worden opgemerkt dat de micro- golven vocht verwijderen. Voor u drogere etenswaren bereidt, bijv. bepaalde groen- ten, moet u deze laten weken in een beet- je water of ze zodanig wikkelen dat ze wa- ter kunnen behouden.
  • Tijdens de bereiding van etenswaren die zeer weinig water bevatten (zoals het ont- dooien van brood, om popcorn te maken) treedt verdamping zeer snel op. In dit ge- val werkt de magnetron alsof hij leeg is kunnen de etenswaren verbranden. In dit geval kunnen de magnetron en de contai- ner worden beschadigd. Om die reden mag u enkel de vereiste bereidingstijd in- stellen en de magnetron in de gaten hou- den tijdens de bereiding. Stoom
  • Vocht in etenswaren kunnen soms stoom veroorzaken in de magnetron tijdens de werking. Dit is normaal. Suiker
  • Volg de aanbevelingen in de het magne- tron kookboek wanneer u schotels bereidt met een hoog suikergehalte, zoals pud- ding en taarten. Als u de aanbevolen be- reidingstijd overtreft, kunnen de etenswa- ren verbranden en kan de magnetron wor- den beschadigd. Dichtheid van de etenswaren
  • De bereiding van lichtere, poreuze etens- waren zoals brood en cake gaat sneller dan zware, dichte etenswaren zoals ge- roosterd vlees en stoofpotjes. Wees voor- zichtig tijdens het opwarmen van poreuze etenswaren zonder een hard, droog op- pervlak in de magnetron. Been en vetgehalte
  • Beenderen dragen de warmte over en het vet kookt sneller dan het vlees. Tijdens de bereiding van stukken vlees met been en vet moet u ervoor zorgen dat deze gelijk- matig zijn verspreid en niet te veel worden gebakken. Kleur van de schotel
  • Vlees of gevogelte dat is bereid gedurende vijftien minuten of langer wordt iets don- kerder door het eigen vet. Om snel-bereid vlees te bereiden dat er smakelijk en lekker uitziet, kunt u het coaten met bbq- of soja- saus. Als u een kleine hoeveelheid van de- ze saus gebruikt, zal dit de smaak van de etenswaren niet beïnvloeden. De interne druk van etenswaren vermin- deren
  • De meeste etenswaren zijn bedekt met een vel. Tijdens de bereiding neemt de druk toe in de etenswaren en dit kan ze doen barsten. Om dit te voorkomen, moet dit vel worden doorboord met een vork of mes. U kunt dit doen met aardappelen, kippenlever, mosselen, eigeel, wordt en bepaalde fruit en groenten. Etenswaren draaien en roeren tijdens de bereiding
  • Roeren is belangrijk bij bereidingen in de magnetron. Wanneer men etenswaren be- reidt op de traditionele manier, moeten etenswaren worden geroerd om er voor te zorgen dat ze niet samenkleven. Tijdens bereidingen in een magnetron, anderzijds, moeten de etenswaren worden geroerd om ervoor te zorgen dat de warmte gelijk- matig wordt verspreid. Aangezien de bui-NL / 87 tenlaag sneller opwarmt dan de binnenzij- de moet u altijd roeren van buiten naar binnen.
  • Grote, lange stukken zoals geroosterd vlees en volledig gevogelte moeten wor- den omgedraaid om een gelijkmatige be- reiding boven- en onderaan te garanderen. U moet gesneden vlees en kip dus ook omdraaien.
  • Draaien en roeren van etenswaren tijdens de bereiding is belangrijk om ervoor te zor- gen dat ze gelijkmatig worden bereid. Verschillende bereidingstijden
  • U moet aanvankelijk altijd de minimale be- reidingstijd proberen en controleren of de bereiding klaar is. De aangegeven berei- dingstijden in deze handleiding zijn nauw- keurige schattingen. De bereidingstijd kan variëren naargelang de grootte en het type etenswaren en de container. Wachttijd
  • Laat de etenswaren even rusten nadat u ze uit de magnetron hebt gehaald. Tijdens het ontdooien, bereiden en heropwarmen zult u betere resultaten bereiken als u de etenswaren even laat rusten. Dit is te wij- ten aan het feit dat de warmte gelijkmatig wordt verspreid in de etenswaren.
  • In de magnetron worden de etenswaren nog steeds gekookt, zelfs als de magne- tron is uitgeschakeld. De wachttijd zal de temperatuur verhogen van de etenswaren tussen 3°C en 8°C. Dit proces wordt niet uitgevoerd door de magnetron, maar door de warmte in te etenswaren. De wachttijd varieert naargelang het type etenswaren. Soms kan deze tijd zo kort zijn als nodig is om de etenswaren uit de magnetron te halen en ze op tafel te zetten. Of het kan tot 10 minuten duren voor grote etenswa- ren.
  • Verwijder de etenswaren uit de plastic ver- pakking voor de bereiding of het ontdooi- en. In bepaalde uitzonderlijke gevallen moet de etenswaren mogelijk afdekken met een speciale nylon flexibele folie.
  • Het is speciaal aanbevolen dat bepaalde schotels zoals vlees, kip, brood, cakes en roomsauzen uit de magnetron worden ge- haald voor het einde van de bereiding en dat men deze laat rusten tot ze volledig gaar zijn.

6.2 Algemene waarschuwingen

over de bereiding van etenswa- ren in de oven

  • Wanneer de ovendeur wordt geopend tij- dens of na de bereiding, kan hete, bran- dende stoom ontsnappen. De stoom kan uw handen, gezicht en/of ogen verbran- den. Blijf uit de buurt wanneer de oven- deur wordt geopend.
  • Intense stoom gegenereerd tijdens het bakken kan condenswaterdruppels vor- men op de binnen- en buitenzijde van de oven en op de bovenste delen van het meubel vanwege het temperatuurverschil. Dit is normaal en een fysieke gebeurtenis.
  • De bereidingstemperatuur en tijdwaarden die worden opgegeven voor de etenswa- ren kunnen variëren naargelang het recept en de hoeveelheid. Om die reden worden deze waarden vermeld als een bereik.
  • U moet accessoires die u niet gebruikt al- tijd verwijderen uit de oven voor u de be- reiding start. Accessoires die in de oven blijven, kunnen de correcte bereiding be- letten van uw etenswaren aan de correcte waarden.
  • Voor etenswaren die u bereidt op basis van uw eigen recept, kunt gelijkaardige etenswaren raadplegen in de bereidingsta- bellen.
  • Als u de geleverde accessoires gebruikt, biedt dit de beste garantie voor een opti- male bereiding. U moet de waarschuwin- gen en informatie van de fabrikant altijd naleven voor het externe keukengerei dat u zult gebruiken.
  • Snijd het bakpapier dat u wilt gebruiken in uw bereiding in geschikte afmetingen voor de container die u wilt gebruiken. Bakpa- pier dat over de container uitsteekt kan een brandrisico inhouden en de kwaliteit van uw bakken beïnvloeden. Gebruik het bakpapier dat u wilt gebruiken binnen het gespecificeerde temperatuurbereik:.
  • Voor een goede bakprestatie moet u uw etenswaren op de aanbevolen plaat plaat- sen. U mag de positie van de plaat niet wijzigen tijdens de bereiding.
  • Wij raden aan de accessoires van het pro- duct te gebruiken voor een optimaal resul- taat. Als u extern keukengerei wilt gebrui- ken, moet u de voorkeur geven aan don- ker, anti-aanbak en hittebestendig keuken- gerei.
  • Als de bereidingstabel de aanbeveling geeft de oven voor te verwarmen, moet u ervoor zorgen dat er geen etenswaren aanwezig zijn in de oven.
  • Als u van plan bent te koken op het roos- ter moet u uw keukengerei in het midden van het rooster plaatsen, niet dicht bij de achterwand.
  • Al het materiaal dat u gebruikt om gebak te maken moet vers zijn en aan kamertem- peratuur.
  • De bereidingsstatus van de etenswaren kan variëren naargelang de hoeveelheid etenswaren en de grootte van het keuken- gerei.
  • Metalen, keramische en glazen vormen verlengen de bereidingstijd en de bo- demoppervlakken van gebak bruinen niet gelijkmatig.
  • Als u bakpapier gebruikt, kan men een lichte bruining vaststellen op het bo- demoppervlak van de etenswaren. In dit geval moet u uw bereidingstijd verlengen met ca. 10 minuten.
  • De waarden gespecificeerd in de berei- dingstabellen worden bepaald als resultaat van de tests die worden uitgevoerd in on- ze laboratoria. De waarden die geschikt zijn voor u kunnen variëren naargelang de- ze waarden.
  • Plaats uw etenswaren op de gepaste plaat zoals wordt aanbevolen in de bereidings- tabel. Noem de onderste plaat van de oven plaat 1. Tips om cakes te bereiden.
  • Als de cake te droog is, kunt u de tempe- ratuur met 10°C verhogen en de berei- dingstijd inkorten.
  • Als de cake te vochtig is, moet u een klei- ne hoeveelheid vloeistof gebruiken of de temperatuur verminderen met 10°C.
  • Als de top van de cake verbrand is moet u hem op de onderste plaat plaatsen, de temperatuur verlagen en de bereidingstijd verhogen.
  • Als de binnenzijde van de cake gaar is, maar de buitenkant is plakkerig moet u minder vloeistof gebruiken, de tempera- tuur verlagen en de bereidingstijd verho- gen. Tips voor gebak
  • Als het gebak te droog is, kunt u de tem- peratuur met 10°C verhogen en de berei- dingstijd inkorten. Maak de deegbladen nat met een saus van melk, olie, eieren en yoghurt mengsel.
  • Als het gebak langzaam wordt gebakken, moet u ervoor zorgen dat de dikte van het gebak dat u hebt bereid niet overstroomt over de lade.
  • Als het gebak bruin is bovenaan maar de bodem is niet gaar moet u ervoor zorgen dat de hoeveelheid saus die u gebruikt voor het gebak niet te veel onderaan in het gebak zit. Voor een gelijkmatig bruinen moet u proberen de saus gelijkmatig te verdelen tussen de deegbladen en het ge- bak.
  • Bak uw gebak in de gepaste positie en temperatuur volgens de aanbevelingen van de bereidingstabel. Als de bodem nog steeds onvoldoende bruin is, moet u het op de onderste plaat plaatsen bij de vol- gende bereiding.NL / 89 Bereidingstabel voor gebak en oven etenswaren Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunc- tie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Cake op de schaal Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 20 - 30 Kleine cakes Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 150 25 - 35 Kleine cakes Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 1 150 - 160 35 - 50 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draad- rooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 160 30 - 40 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draad- rooster ** Ventilator verwar- ming 1 160 35 - 45 Koekje Gebak plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 170 25 - 35 Koekje Gebak plaat * Ventilator verwar- ming 1 170 30 - 40 Gebak Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 35 - 45 Broodje Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 20 - 30 Broodje Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 1 180 20 - 30 Volledig brood Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 30 - 40 Volledig brood Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 1 200 30 - 40 Lasagne Glazen / metalen rechthoekige con- tainer op draad- rooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 1 of 2 200 30 - 40 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 50 - 60 Pizza Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 - 220 10 - 20 Pizza Standaard plaat * Pizzafunctie 2 200 - 220 10 - 15 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires.

NLNL / 90 Bereidingstabel met bedieningsfunctie “Eco ventilator verwarming”

  • U mag de temperatuurinstelling niet wijzi- gen na de start van de bereiding in de “Eco ventilator verwarming” bedienings- functie.
  • Open de ovendeur niet tijdens een berei- ding in de “Eco ventilator verwarming” be- dieningsfunctie. Als de deur niet wordt ge- opend, is de interne temperatuur optimaal om energie te besparen en deze tempera- tuur kan verschillen van de waarde die wordt weergegeven op het scherm.
  • U mag niet voorverwarmen in de “Eco ventilator verwarming” bedieningsfunctie. Etenswaren Te gebruiken acces- soire Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (bena- dering) Kleine cakes Standaard plaat * 2 160 30 - 40 Koekje Standaard plaat * 2 180 30 - 40 Gebak Standaard plaat * 2 200 45 - 55 Broodje Standaard plaat * 2 200 35 - 45
  • Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product.

6.2.2 Vlees, vis en gevogelte

De belangrijke punten bij het grillen

  • Kruiden met citroensap en peper voor u een volledige kip, kalkoen en grote stuk- ken vlees bereidt, zal de kookprestatie ver- beteren.
  • Het duur 15 tot 30 minuten langer om vlees met een been te braden dan een fi- let.
  • U moet ca. 4 tot 5 minuten bereidingstijd berekenen per centimeter dikte van het vlees.
  • Aan het einde van de bereiding moet u het vlees in de oven laten gedurende ca. 10 minuten. Het sap van het vlees wordt be- ter verspreid over het gebraden vlees en ontsnapt niet wanneer het vlees wordt ge- sneden.
  • Vis moet op een hittebestendige plaat op een gemiddeld of laag niveau worden ge- plaatst.
  • Bereid de schotels die worden aanbevolen in de bereidingstabel in één enkele schaal. Bereidingstabel voor vlees, vis en gevogelte Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunc- tie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Steak (volledig) / Geroosterd (1 kg) Standaard plaat * "3D" functie 1 15 min. 250/max, na 180 … 190

Lamsschenkel (1,5-2 kg) Standaard plaat * "3D" functie 1 170 85 - 110 Gebakken kip (1,8-2 kg) Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. "3D" functie 1 15 min. 250/max, na 190

Kalkoen (5.5 kg) Standaard plaat * "3D" functie 1 25 min. 250/max, na 180 … 190

Vis Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. "3D" functie 1 200 20 - 30NL / 91 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires.

Rood vlees, vis en gevogelte worden snel bruin tijdens het braden. Ze krijgen een mooi korstje en drogen niet uit. Filets van vlees, spiesjes, worsten en sappige groenten (to- maten, uiten, etc.) zijn zeer goed geschikt voor het grillen. Algemene waarschuwingen

  • Etenswaren die niet geschikt zijn voor het grillen houden een brandrisico in. Grill en- kel etenswaren die geschikt zijn voor een groot grill vuur. Plaats ook geen etenswa- ren te ver achteraan in de oven. Dit is de warmte zone en vette etenswaren kunnen in brand schieten.
  • Sluit de oven tijdens het grillen. Grill nooit met de ovendeur open. Hete op- pervlakken kunnen brandwonden ver- oorzaken! De belangrijke punten bij het grillen
  • Bereid zoveel mogelijk etenswaren voor van een gelijkaardige dikte en gewicht voor de grill.
  • Plaats de stukken die u wilt grillen op het rooster of grill plaat. Verspreid ze gelijkma- tig zonder de afmetingen van de oven te overschrijden.
  • Afhankelijk van de dikte van de stukken die u wilt grillen, kan de bereidingstijd ver- meld in de tabel variëren.
  • Schuif het rooster of de grill plaat op het gewenste niveau van de oven. Als u etens- waren bereidt op het rooster, moet u de ovenlade onderaan plaatsen in de oven om olie op te vangen. De ovenschaal die u wilt verschuiven, moet voldoende groot zijn om de volledige grillzone te bedekken. Deze schaal is mogelijk niet meegeleverd met het product. Plaats een beetje water op de ovenlade voor een gemakkelijke rei- niging. Grill tabel Etenswaren Te gebruiken acces- soire Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (bena- dering) Vis Draadrooster 2 250 20 - 25 Stukjes kip Draadrooster 2 250 25 - 35 Gehaktbal (kalfsvlees) - 12 hoeveelheid Draadrooster 2 250 20 - 30 Lamskotelet Draadrooster 2 250 20 - 25 Steak - (vleesblokjes) Draadrooster 2 250 25 - 30 Kalfskotelet Draadrooster 2 250 25 - 30 Groentengratin Draadrooster 2 220 20 - 30 Geroosterd brood Draadrooster 2 250 3 - 5 Het is aanbevolen de oven 5 minuten voor te verwarmen voor alle gegrilde etenswaren. Draai de stukken etenswaren na 1/2 van de totale grill bereidingstijd.

6.2.4 Test etenswaren

  • Etenswaren in deze bereidingstabel wor- den bereid in overeenstemming met de EN 60350-1 norm om het testen van het pro- duct mogelijk te maken voor controle-in- stanties.

NLNL / 92 Bereidingstabel voor testmaaltijden Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunc- tie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Shortbread (zoet koekje) Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 140 20 - 30 Shortbread (zoet koekje) Standaard plaat * Ventilator verwar- ming

Kleine cakes Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 150 25 - 35 Kleine cakes Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 1 150 - 160 35 - 50 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draad- rooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 160 30 - 40 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draad- rooster ** Ventilator verwar- ming 1 160 35 - 45 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 50 - 60 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires. Grill Etenswaren Te gebruiken acces- soire Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (bena- dering) Gehaktbal (kalfsvlees) - 12 hoeveelheid Draadrooster 2 250 20 - 30 Geroosterd brood Draadrooster 2 250 3 - 5 Het is aanbevolen de oven 5 minuten voor te verwarmen voor alle gegrilde etenswaren. Draai de stukken etenswaren na 1/2 van de totale grill bereidingstijd.

  • “0 ladepositie” is de bodem van de oven. Gebruik dit product uitsluitend als magne- tron.
  • Het is raadzaam bereidingen uit te voeren in de magnetron in de “Ladepositie 0”. Voor andere toepassingen dan “Ladeposi- tie 0”, zie Bereiden.
  • Voorverwarmen moet worden uitgevoerd met de magnetron bereidingsmodi.NL / 93 Bereidingstabel voor magnetron en combi-modi Etenswaren Bedienings- functie Gewicht (

Standaard plaat * 15 min. 230 /

Standaard plaat * 230 200 10 - 15 Kalkoenbout (vlees met been) Magnetron + Ventilator on- dersteund volledig roos- ter

Standaard plaat * 230 300 28 - 32 Kalkoenbout (vlees met been) Magnetron + Ventilator ver- warming

Ronde springvorm pan met een diameter van 20 cm op een stan- daard schaal* 180 600 25 - 30 Dalyan ge- haktballen Magnetron + Ventilator ver- warming

Standaard plaat * 250 600 8 - 14 Gepaneerde vissticks Magnetron + Ventilator ver- warming

Standaard plaat * 230 300 10 - 15 Saus gehakt- ballen met aardappelen Magnetron + Ventilator ver- warming

Standaard plaat * 210 200 32 - 40 Klaar-om-op- te-dienen etenswaren (kikkererwten met vlees) Magnetron 400 1 Standaard plaat * - 600 3 - 5 Rijstschotel Magnetron 400 1 Standaard plaat * - 600 3 - 5 Verse maïs (80 g , 17 g olie , 3 g zout ) Magnetron 80 0 Boraat glazen deksel over de glazen schaal ** - 800 8 - 11 Panklare ver- pakte maïs Magnetron 100 2 Glazen schaal

NLNL / 94 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires. Magnetron + Werkend met ventilator - Tabel Etenswaren Gewicht

Legplank positie Te gebrui- ken acces- soire Magnetron vermogen (W) Ontdooitijd (min) (benade- ring) Wachttijd (min.) Suggestie Volledig rood vlees

Standaard plaat * 200 8 - 10 10 Omdraaien in de helft van de tijd

Standaard plaat * 200 12 - 16 10 Omdraaien in de helft van de tijd Gemalen vlees

Standaard plaat * 100 7 - 11 10 -

Standaard plaat * 200 5 - 10 10 -

Standaard plaat * 200 8 - 10 10 Omdraaien in de helft van de tijd Volledige kip 1500 1 Standaard plaat * 200 25 - 30 10 Omdraaien in de helft van de tijd Kippenpoot 750 1 Standaard plaat * 300 6 - 10 10 - Kippenbout

Standaard plaat * 300 6 - 10 10 -

Standaard plaat * 600 6 - 10 10 - Vis

Omdraaien in de helft van de tijd

Standaard plaat * 200 10 - 15 5 Omdraaien in de helft van de tijd Worst 300 1 Standaard plaat * 200 5 - 10 5 -

  • Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. 7 Onderhoud en reiniging

7.1 Algemene reinigingsinformatie

Algemene waarschuwingen

  • Wacht tot het product is afgekoeld voor u het product reinigt. Hete oppervlakken kunnen brandwonden veroorzaken!
  • U mag de reinigingsmiddelen niet recht- streeks aanbrengen op de warme opper- vlakken. Dit kan permanente vlekken ver- oorzaken.
  • Het product moet grondig worden gerei- nigd en gedroogd na elk gebruik. Voedsel- resten kunnen dus gemakkelijk worden gereinigd en zodat deze resten niet in brand kunnen schieten wanneer het pro- duct de volgende keer wordt gebruikt. Dit resulteert in een langere levensduur van het apparaat en een vermindering van vaak voorkomende problemen.
  • Gebruik geen stoomreinigers voor de reini- ging.
  • Bepaalde wasmiddelen of reinigingsmid- delen kunnen het oppervlak beschadigen. Niet-geschikte reinigingsmiddelen zijn: bleekmiddel, reinigingsmiddelen met am- moniak, zuur of chloor, stoomreinigende producten, ontkalkingsmiddelen, vlekken- en roestverwijderaar, schurende reini-NL / 95 gingsmiddelen (crème reinigingsmiddelen, schurend poeder of crème, schurende en krassende schrobber, draad, sponzen, rei- nigingsdoeken met vuil en oplosmiddel resten).
  • Er is geen speciaal reinigingsmateriaal no- dig voor de reiniging na elk gebruik. Reinig het apparaat met een vaatwasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • U moet alle resterende vloeistof afdrogen na de reiniging en alle eventuele voedsel- resten onmiddellijk reinigen tijdens de be- reiding.
  • Was geen van de onderdelen van uw ap- paraat in de vaatwasmachine. Roestvrij stalen oppervlakken
  • Gebruik geen reinigingsmiddelen met zuur of chloor om roestvrij stalen oppervlakken en handvaten te reinigen.
  • De kleur van het roestvrij stalen oppervlak kan veranderen na verloop van tijd. Dit is normaal. U moet na elk gebruik reinigen met een wasmiddel dat geschikt is voor roestvrij stalen oppervlakken.
  • Reinig met een doek in een zeepsopje en vloeibaar (niet-krassend) wasmiddel ge- schikt voor roestvrij stalen oppervlakken en zorg ervoor dat u in een richting blijft wrijven.
  • Verwijder kalk, olie, zetmeel, melk en eiwit- vlekken onmiddellijk van de glazen en roestvrij stalen oppervlakken zonder te wachten. Vlekken kunnen na een lange tijd beginnen roesten.
  • Reinigingsmiddelen die op het oppervlak worden verstoven/aangebracht moeten onmiddellijk worden gereinigd. Als men schurende reinigingsmiddelen achterlaat op het oppervlak, kan dit wit worden. Email oppervlakken
  • Reinig de email oppervlakken na elk ge- bruik met vaatwasmiddel, warm water en een zachte doek of spons en droog het met een droge doek.
  • Voor hardnekkige vlekken kunt u een oven en rooster reinigingsmiddel gebruiken dat wordt aanbevolen op de website van uw productmerk en een niet-krassend schuur- sponsje. Gebruik geen externe ovenreini- ger.
  • De oven moet afkoelen voor de kookzone wordt gereinigd. Reinigen op hete opper- vlakken zal zowel toets brandgevaar: en schade veroorzaken op email oppervlak- ken. Katalytische oppervlakken
  • De zijwanden in de kookzone kunnen en- kel worden afgedekt met email of katalyti- sche wanden. Dit varieert volgens model.
  • De katalytische wanden hebben een licht mat en poreus oppervlak. De katalytische wanden van de oven hoeven niet te wor- den gereinigd.
  • Katalytische oppervlakken absorberen olie dankzij de poreuze structuur en beginnen te blinken wanneer het oppervlak is verza- digd met olie. In dit geval is het aanbevo- len de onderdelen te vervangen. Glazen oppervlakken
  • Tijdens de reiniging van glazen oppervlak- ken mag u geen harde metalen krabbers en schurende reinigingsmiddelen gebrui- ken. Deze kunnen de glazen oppervlakken beschadigen.
  • Reinig het apparaat met een vaatwasmid- del, warm water en een microvezel doek specifiek voor glazen oppervlakken en droog het met een droge doek.
  • Als er wasmiddel achterblijft na de reini- ging moet u dit afnemen met koud water en het drogen met een schone microvezel doek. Resterende wasmiddel resten kun- nen het glazen oppervlak de volgende keer beschadigen.
  • Opgedroogde resten op het glas mogen in geen geval worden verwijderd met een zaagmes, draadwol of gelijkaardig kras- send gereedschap.
  • U kunt de kalkvlekken (gele vlekken) op het glazen oppervlak verwijderen met een commercieel beschikbaar ontkalkingsmid- del met azijn of citroensap.
  • Als het oppervlak zeer vuil is, kunt u het reinigingsmiddel aanbrengen op de vlek met een spons en moet u het product la-

NLNL / 96 ten inwerken om het correct te reinigen. Reinig het glazen oppervlak met een natte doek.

  • Verkleuringen en vlekken op het glazen oppervlak zijn normaal en geen defecten. Plastic onderdelen en geverfde opper- vlakken
  • Reinig de plastic onderdelen en geverfde oppervlakken met vaatwasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • Gebruik geen harde metalen krabbers en schurende reinigingsmiddelen. Dit kan de oppervlakken beschadigen.
  • Zorg ervoor dat de verbindingsstukken van de onderdelen van het product niet voch- tig en met wasmiddel worden achtergela- ten. Zo niet kan corrosie optreden op deze verbindingen.

7.2 Accessoires reinigen

Plaats het product niet in een vaatwasmachi- ne tenzij anders vermeld in de gebruikers- handleiding.

7.3 Het bedieningspaneel reinigen

  • Als u de panelen met knoppen reinigt, moet u het paneel en de knoppen afne- men met een vochtige, zachte doek en af- drogen met een droge doek. Verwijder de knoppen en pakkingen onderaan niet om het paneel te reinigen. Het bedieningspa- neel en de knoppen kunnen worden be- schadigd.
  • Tijdens het reinigen van de roestvrij stalen panelen met knoppen mag u geen reini- gingsmiddel voor roestvrij staal gebruiken. De indicatoren rond de knop kunnen wor- den gewist.
  • Reinig het touch bedieningspaneel met een vochtige, zachte doek en droog het met een droge doek. Als uw product voor- zien is van een toetsvergrendeling moet u deze vergrendeling instellingen voor u het bedieningspaneel begint te reinigen. Zo niet kan een incorrecte detectie optreden in de toetsen.

7.4 De binnenzijde van de oven rei-

nigen (bereidingszone) Volg de reinigingsprocedure beschreven in het hoofdstuk “Algemene reinigingsinforma- tie” [}94] naargelang het type oppervlak in uw oven. De binnenwanden van de oven reinigen De zijwanden in de kookzone kunnen enkel worden afgedekt met email of katalytische wanden. Dit varieert volgens model. Als er een katalytische wand is, verwijzen wij u naar het hoofdstuk “Katalytische wanden” [}95] voor meer informatie. Als uw product een model is met draadroos- ters moet u deze draadroosters verwijderen voor u de zijwanden begint te reinigen. Vol- tooi daarna de reinigingsprocedure zoals be- schreven in het hoofdstuk “Algemene reini- gingsinformatie” [}94] naargelang het type oppervlak van de zijwand. De draadroosters aan de zijkanten ver- wijderen: a. Houd de lade van de draadroosters on- deraan vast. Trek deze omlaag en verwij- der ze uit de onderste sleuven. b. Trek de lade van de draadroosters in de tegenovergestelde richting van de zijde- wand. c. Verwijder de lade van de draadroosters volledig door deze omhoog te trekken.

7.5 De ovenlamp reinigen

Als de glazen deur van de ovenlamp in de kookzone vuil is, kunt u ze reinigen met was- middel, warm water en een zachte doek ofNL / 97 spons en drogen met een droge doek. Als de ovenlamp defect is, kunt u ze vervangen via de onderstaande procedure. De ovenlamp vervangen Algemene waarschuwingen

  • Om het risico van elektrische schokken te voorkomen wanneer u de ovenlamp ver- vangt, moet u het product loskoppelen en wachten tot de oven is afgekoeld. Hete oppervlakken kunnen brandwonden ver- oorzaken!
  • Deze oven wordt aangedreven door een gloeilamp van minder dan 40 W, minder dan 60 mm hoog, een diameter van min- der dan 30 mm, of een halogeenlamp met G9 sleuven met minder dan 60 W vermo- gen. De lampen zijn geschikt voor een werking bij temperaturen van meer dan 300 °C. De ovenlampen zijn beschikbaar bij de geautoriseerde diensten of gelicenti- eerde technici. Dit product bevat een G- energieklasse lamp.
  • De positie van de lamp kunnen verschillen van die aangegeven in de afbeelding.
  • De lamp die wordt gebruikt in dit product is niet geschikt voor gebruik in de verlich- ting van ruimten in uw woning. Het doel van deze lamp is u te helpen uw etenswa- ren beter te zien.
  • De lampen die worden gebruikt in dit pro- duct moeten bestand zijn tegen extreme fysieke omstandigheden, zoals temperatu- ren van meer dan 50°C. Als uw oven een ronde lamp heeft, a. Ontkoppel het product van het elektrisch net. b. Verwijder het glazen deksel door het linksom te draaien. c. Als uw ovenlamp van type (A) is zoals weergegeven in de onderstaande afbeel- ding moet u de ovenlamp draaien zoals aangetoond in de afbeelding en ze ver- vangen met een nieuwe lamp. Als het een type (B) model is, moet u dit verwijderen zoals aangetoond in de afbeelding en vervangen met een nieuwe lamp. d. Breng het glazen deksel opnieuw aan. Als uw oven een vierkante lamp heeft, a. Ontkoppel het product van het elektrisch net. b. Verwijder de roosters in overeenstem- ming met de beschrijving. c. Til het beschermende glazen deksel van de lamp omhoog met een schroeven- draaier. d. Als uw ovenlamp van type (A) is zoals weergegeven in de onderstaande afbeel- ding moet u de ovenlamp draaien zoals aangetoond in de afbeelding en ze ver- vangen met een nieuwe lamp. Als het een type (B) model is, moet u dit verwijderen zoals aangetoond in de afbeelding en vervangen met een nieuwe lamp.

NLNL / 98 e. Breng het glazen deksel en roosters op- nieuw aan. 8 Probleemoplossing Als het probleem aanhoudt nadat de instruc- ties in dit hoofdstuk werden nageleefd, kunt u contact opnemen met uw verkoper of een geautoriseerde dienst. Probeer nooit een de- fect product zelf te repareren. Er ontsnapt stoom uit de oven tijdens de werking.

  • Het is normaal dat er damp ontsnapt tij- dens de bereiding. >>> Dit is geen fout. Er verschijnen waterdruppels tijdens de bereiding
  • De stoom die vrijkomt tijdens de bereiding condenseert wanneer deze in contact komt met koude oppervlakken buiten het product en kan waterdruppels vormen. >>> Dit is geen fout. Er weerklinken metaalgeluiden tijdens de opwarming en afkoeling van het pro- duct.
  • Metalen onderdelen kunnen uitbreiden en geluiden maken wanneer ze opwarmen. >>> Dit is geen fout. Het product werkt niet.
  • De zekering kan defect of gesprongen zijn. >>> Controleer de zekeringen in de zeke- ringenkast. Vervang ze indien nodig, of schakel ze opnieuw in.
  • Het apparaat is mogelijk niet aangesloten op een geaard stopcontact. >>> Contro- leer of de stekker van het apparaat correct is ingevoerd.
  • (Als uw apparaat voorzien is van een timer) De toetsen op het bedieningspaneel wer- ken niet. >>> Als uw product voorzien is van een toetsenvergrendeling is deze mo- gelijk ingeschakeld. Schakel de toetsen- vergrendeling uit. Het ovenlampje is niet ingeschakeld.
  • Het ovenlampje is mogelijk defect. >>> Vervang het ovenlampje.
  • Geen elektriciteit. >>> Zorg ervoor dat het elektrisch net werkt en controleer de zeke- ringen in de zekeringenkast. Vervang de zekeringen indien nodig, of schakel ze op- nieuw in. De oven warmt niet op.
  • De oven is mogelijk niet ingesteld op een specifieke bereidingsfunctie en/of tempe- ratuur. >>> Stel de oven in op een speci- fieke bereidingsfunctie en/of temperatuur.
  • Voor modellen met een timer is de timer niet ingesteld. >>> Stel de tijd in.
  • Geen elektriciteit. >>> Zorg ervoor dat het elektrisch net werkt en controleer de zeke- ringen in de zekeringenkast. Vervang de zekeringen indien nodig, of schakel ze op- nieuw in. (Voor modellen met timer) Het timer- scherm knippert of het timersymbool is open gelaten.
  • Er is een stroomstoring opgetreden. >>> Stel de tijd in / Draai aan de functieknop- pen van het product en schakel het op- nieuw op de gewenste positie. De magnetron werkt niet.
  • De stekker zit niet correct in het stopcon- tact. >>> Steek de stekker in het stopcon- tact.
  • Er kan een obstakel zijn tussen de deur en de magnetron. >>> Verwijder dit obstakel en sluit het deksel volledig.NL / 99 De magnetron maakt vreemde geluiden tijdens de werking.
  • Er is een elektrische boog in de magnetron veroorzaakt door een metalen voorwerp in de magnetron. >>> Verwijder het metalen voorwerp uit de magnetron.
  • De hardware van de magnetron komt in contact met de muur. >>> Zorg ervoor dat de magnetron niet in contact komt met de oven.
  • Er zit een los vork, mes of keukengerei in de magnetron. >>> Verwijder het losse vork, mes of keukengerei uit de magne- tron.. De maaltijd warmt niet of te langzaam op.
  • De correcte bereidingstijd en/of vermo- gensniveau werd(en) niet gekozen. >>> Kies het correcte vermogen en tijdsduur voor het type maaltijd dat u wilt opwar- men.
  • De hoeveelheid voedsel is mogelijk te veel of te koud. >>> Stel een langere berei- dingstijd in. Controleer de maaltijd voort- durend om ervoor te zorgen dat ze niet kan aanbranden.
  • Er zit een los vork, mes of keukengerei in de magnetron. >>> Verwijder het losse vork, mes of keukengerei uit de magne- tron.. De maaltijd is te heet, droog of ver- brand.
  • De correcte bereidingstijd en/of vermo- gensniveau werd(en) niet gekozen. >>> Controleer of u het correcte vermogen en tijdsduur hebt gekozen voor het type maaltijd dat u wilt opwarmen. Bel de geau- toriseerde dienst als uw apparaat is be- schadigd. De magnetron maakt vreemde geluiden aan het einde van de bereidingstijd.
  • De koelventilator is mogelijk ingeschakeld. >>> Dit is geen fout. De koelventilator blijft werken nadat de magnetron is uitgescha- keld. Als de magnetron voldoende is afge- koeld, schakelt de ventilator automatisch uit. Na de start van de bereiding knippert het symbool op het scherm en er is geen hoorbare melding.
  • De deur van de magnetron is mogelijk open. >>> Zorg ervoor dat de deur van de magnetron volledig uit gesloten. Neem contact op met de geautoriseerde service als de fout aanhoudt.
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GRUNDIG

Model : GEKW19400DX

Categorie : Oven