YT-82781 - Boor Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-82781 Yato in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur YT-82781 Yato
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-82781 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-82781 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-82781 Yato
Het symbool wijst op de selectieve inzameling van oude elektrische en elektronische apparatuur. Verbruikte elektrische apparaten kunnen worden gerecycled. Het is verbo- den dit bij het huishoudelijk afval te gooien aangezien dit stoffen bevat die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid en voor het milieu! Wij vragen u actief bij te dragen de economische natuurlijke hulpbronnen te besparen en het milieu te beschermen door deze gebruikte apparaten in te leveren bij een speciaal punt dat hiervoor is bestemd. Om de verwijdering van afvalstoffen te verminderen is hergebruik, recycling of het op een andere wijze herstellen noodzakelijk.
De boorschroevendraaier is een universieel, mobiel toestel dat door een externe voedingsbron niet hoeft te worden geladen. Het is bestemd voor klusjesmannen die boorgaten willen maken in allerlei materialen (bvb. hout en materialen op houtbasis, metalen) alsook voor indraaien en uitdraaien van vijzen en schroeven. Zijn specifieke voordelen zullen door klusjesmannen die allerlei montage- en afwerkingswerkzaamheden uitvoeren, worden gewaardeerd. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het elektrotoestel is afhankelijk van correct gebruik, daarom: Lees de volledige instructie en bewaar deze voordat het product in gebruik wordt genomen. De leverancier is niet aansprakelijk voor schade en letsels ontstaan uit gebruik dat niet overeenstemt met de bestemming van het product, niet naleving van veiligheidsvoorschriften en de in deze instructie vermelde aanbevelingen. UITRUSTING Het product wordt compleet geleverd en vereist geen montage. Samen met het product worden meegeleverd: accu en een laadstation (lader). Opgelet! Producten met de volgende catalogusnummers: YT-82781, YT-82783 werden met een accu en een laadstation niet uitgerust. TECHNISCHE PARAMETERS Parameter Maateenheid Waarde Catalogusnummer YT-82780, YT-82781 YT-82782, YT-82783 YT-82784 Werkspanning [V] 18 DC 18 DC 18 DC Toerental (stationair) [min
± K (met / zonder klop) [m/s
- enkel in modellen uitgerust met accu en lader ** opgegeven laadtijd betreft enkel de accu met capaciteit zoals vermeld in de tabel ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN OPGELET! Lees alle benedenvermelde instructies. Niet-naleving kan elektrocutie, brand of lichaamletsels veroorzaken. Het begrip „elektrisch toestel” zoals gebruik in de instructies betreft alle toestellen die aangedreven worden met elektrische stroom, zowel vaste als draadloze toestellen.
Werkplaats De werkplaats dient altijd goed belicht te worden en proper te zijn. Wanorde en slechte belichting kunnen opgevallen vero- orzaken. Gebruik van elektrische toestellen in milieu van verhoogde explosiegevaar met brandbare vloeistoffen, gassen of dam- pen is verboden. Elektrische toestellen genereren vonken, die brand kunnen veroorzaken wanneer ze met brandbare gassen of dampen in contact komen. Kinderen en omstanders op de werkplaats zijn niet toegelaten. Concentratieverlies kan verlies van controle over het toestel veroorzaken. Elektrische veiligheid De stekker van het elektrische snoer moet in het stopcontact passen. Probeer de stekker niet aan te passen. Gebruik geen adapters om de stekker aan het stopcontact aan te passen. Een stekker die in het stopcontact past, vermindert het risico van elektrocutie. Vermijd contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, verwarmingstoestellen en koelkasten. Een geaard lichaam ver- hoogd het risico op een elektrische schok. Elektrische toestellen niet blootstellen aan neerslag of vocht. Water en vocht, die binnen het elektrische toestellen raken, verhogen het risico op een elektriche schok. Overbelast het netsnoer niet. Gebruik het netsnoer niet om de stekker van het stopcontact te dragen, te verbinden en los te koppelen. Vermijd contact van het netsnoer met warmte, oliën, scherpe randen en beweegbare elementen. Beschadi- ging van het netsnoer vergroot het risico op elektrische schokken. Bij werking buiten gesloten ruimtes dienen de daarvoor bestemde verlengsnoeren te worden gebruikt. Gebruikt van het daarvoor bestemde verlengsnoer vermindert het risico op elektrische schokken. Persoonlijke veiligheid Vang het werk in goede fysische en psychische conditie aan. Vestig aandacht op wat er gedaan wordt. Gebruik het to- estel niet bij vermoeidheid of onder invloed van geneesmiddelen of alcohol. Zelfs een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik kan tot ernstige letsels leiden. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Gebruik altijd veiligheidsbrillen. Gebruik van persoonlijke beschermingsmid- delen zoals stofmaskers, veiligheidsschoenen, helmen en gehoorbeschermers verminderen het risico voor ernstige letsels. Vermijd toevallig gebruik van het toestel. Zorg ervoor dat de elektrische schakelaar zich in positie „uitgeschakeld” be- vindt voordat het toestel met stroom verbonden wordt. Het toestel vasthouden met vinger op de schakelaar of aansluiting van het elektrische toestel wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ernstige letsels leiden. Voor het aansluiten van het elektrische toestel, verwijder alle sleutels en andere gereedschappen die voor zijn afstelling werden gebruikt. Achtergelaten sleutel op roterende elementen van het toestel kan tot ernstige letsels leiden. Behoud het evenwicht. Neem voortdurend de juiste houding aan. Dit zal toelaten om het toestel beter te controleren in geval van onverwachte situaties tijdens het gebruik. Gebruik beschermende kledij. Draag geen losse kleren of juwelen. Zorg ervoor dat het haar, kleren en handschoenen zich niet in de nabijheid van de beweegbare onderdelen van het toestel bevinden. Losse kleren, juwelen of lang haar kunnen verwikkeld raken in beweegbare onderdelen van het toestel. Gebruik stofafzuigers of stofmanden indien het toestel ermee is uitgerust. Zorg ervoor, dat ze juist worden aangesloten. Gebruik van een stofafzuiger vermindert het risico van ernstige lichaamsletsels. Gebruik van het elektrische toestel Overbelast het elektrische toestel niet. Gebruik voor gegeven werk het daarvoor bestemde toestel. De juiste keuze van het gereedschap gerandeert efficiënt en veilig werk. Indien de stroomschakelaar niet werkt, gebruik het elektrische toestel niet. Het toestel dat zich niet laat controleren door een stroomschakelaar is gevaarlijk en dient te worden hersteld. Ontkoppel de stekker vóór de afstelling, vervanging van accessoires of opslag van het toestel. Dit zal een toevallige inschakeling van het toestel verhinderen. Bewaar het toestel op een plaats die ontoegankelijk is voor kinderen. Personen die niet opgeleid zijn, mogen het toestel niet gebruiken. Het elektrische toestel kan gevaarlijk zijn in de handen van onbevoegd personeel. Zorg ervoor dat het toestel op een juiste manier onderhouden wordt. Controleer het toestel op het gebied van onregel- matigheden en losse onderdelen. Controleer of om het even welk onderdeel niet werd beschadigd. In geval van defecten, dient het toestel te worden hersteld vóór het gebruik ervan. Vele ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het toestel. Snijgereedschap dient schoon en scherpgeslepen te worden gehouden. Juist onderhouden snijgereedschap is makkelijker te controleren tijdens de werking. Gebruik het elektrische gereedschap en accessiores overeenkomstig met de bovenvermelde instructies. Gebruik het gereedschap overeenkomstig met zijn bestemming rekening houdend met het soort en de arbeidsomstandigheden. Toepassing van het gereedschap voor andere bestemming kan het risico voor het ontstaan van gevaarlijke situaties vergroten.86 OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
Voorzichtigheid in gebruik van het elektrische toestel Voordat de batterijen worden ingestoken, zorg ervoor dat de schakelaar zich in positie „uitgeschakeld” bevindt. Insteken van batterijen wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ongevallen leiden. Gebruik enkel een lader aanbevolen door de producent. Gebruik van de lader van één type om batterijen van een ander type op te laden, kan brand veroorzaken. Gebruik enkel accubatterijen aanbevolen door de producent. Gebruik van een ander accubatterij kan letsels of brand vero- orzaken. Wanneer de batterij niet wordt gebruikt, dient ze ver van metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, spijkers, schro- even of andere metalen elementen die klemmen kunnen sluiten, te worden bewaard. Sluiting van de accuklemmen kan brandwonden of brand veroorzaken. In ongunstige omstandigheden kan de accu dampen vrijlaten; vermijd contact met deze dampen. Indien er toevallig contact is met de dampen, gebruik water om te spoelen. Zoek medisch hulp indien dampen in contact met de ogen komen. Vrijkomende dampen kunnen irritaties of brandwonden veroorzaken. Houd het toestel vast met behulp van isolerende handgrepen om jezelf in geval van contact van het ingeschakelde toestel met een verborgen kabel onder spanning te beschermen. De metalen onderdelen van het toestel kunnen onder spanning komen en elektrocutie van de operator veroorzaken. Herstellingen Laat het toestel enkel bij een geautoriseerde service, die enkel originele vervangstukken gebruikt, herstellen. Dit zal de juiste en veilige werking van het toestel verzekeren. VOORBEREIDING OPGELET! Alle hieronder vermelde handelingen dienen te worden uitgevoerd bij een uitgeschakelde spanningsbron – de accu dient van het toestel te worden ontkoppeld! Veiligheidsinstructies betreffende het laden van de accu Opgelet! Vooraleer te beginnen met laden, controleer of het corpus van de voeding, het netsnoer en de stekker geen barsten of beschadigingen vertonen. Het is verboden om een defecte od beschadigde laadstation of voeding te gebruiken. Om accu te laden, mogen enkel de meegeleverde laadstation en voeding worden gebruikt. Gebruik van een andere voeding kan brand of beschadiging veroorzaken. Het laden mag enkel plaatsvinden in een gesloten, droge ruimte waarvan de toegang tot beveiligd is tegen onbevoegden, vooral kinderen. Het is verboden om de lader en de voeding te gebruiken zonder toezicht van een volwas- sene! Indien het nodig is om de ruimte, waarin het opladen plaatsvindt, te verlaten, dan dient de stekker van de stroom te worden ontkoppeld. In geval er rook of een verdachte geur enz. uit de lader vrijkomt, dan dient de stekker uit het stopcontact onmiddellijk te worden uitgetrokken! De boorschroevendraaier wordt met een lege accu meegeleverd, daarom alvorens met het werk te beginnen, dient ze te worden opgeladen met behulp van de meegeleverde lader en voeding volgens de hieronder vermelde procedure. Accu`s van het type Li-ion (lithium – ion) vertonen geen zogenaamde „geheugeneffect” wat toelaat om ze op het even welk moment op te laden. Het is echter raadzaam om de accu volledig te ontladen tijdens de normale werking en vervolgens haar volledig op te laden. Indien zulke gebru- ikswijze van de accu niet altijd mogelijk is wegens de aard van de te verrichten werkzaamheden, dient de accu op deze wijze ten minste 1 keer per enkele of tientallen cycli te worden gebruikt. In geen geval mogen de accu`s te worden ontladen waarbij elektroden met elkaar worden verbonden, omdat dit onomkeerbare schade zal veroorzaken! Het is ook verboden de oplaadstatus van de accu te controleren door elektroden te verbinden of vonkontsteking te checken. Opslag van accu Om de levensduur van de accu te verlengen, dient ze op een plaats met geschikte omstandigheden te worden opgeslagen. De accu heeft een levensduur van ongeveer 500 „laden – ontladen”-cycli. De accu dient in een temperatuur van 0 tot 30 graden Celsius bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% te worden bewaard. Om de accu gedurende een lange periode op te slagen, dient ze te worden opgeladen tot ongeveer 70 % van haar capaciteit. In geval van opslag gedurende een langere periode, dient de accu ten minste 1 keer per jaar te worden opgeladen. Het is raadzaam om de accu buitensporig niet te ontladen, omdat dat haar levenduur verkort en onomkeerbare schade kan veroorzaken. Tijdens de opslag zal de accu zich geleidelijk ontladen wegens lekkage. Het ontladingsproces is afhankelijk van de opslagtempe- ratuur, hoe hoger de temperatuur hoe sneller de accu zich zal ontladen. In geval van slechte accuopslag kan dit leiden tot lekkage van elektrolyt. In geval van elektrolytlekkage dient het lek met behulp van een neutraliserend middel te worden beveiligd. In geval dat de elektrolyt in contact met de ogen komt, dienen ze uitvoerig met water te worden gespoeld en vervolgens geconsulteerd te worden met de arts. Het is verboden het toestel met een beschadigde accu te gebruiken. Wanneer de accu verbruikt is, dient deze naar een containerpark voor afvalverwerking te worden gebracht. Transport van accu`s Lithium-ionenaccu`s worden volgens de wetgeving als gevaarlijke metarialen beschouwd. De gebruiker van het toestel mag het87 OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
toestel met de accu alsook enkel de accu`s zelf over land transporteren. Dan hoeven de bijkomende voorwaarden niet te worden vervuld. In geval het transport wordt uitgevoerd via derden (bvb. zending via koerier) dan dient de wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke materialen te worden opgevolgd. Alvorens de zending wordt uitgevoerd dient in deze kwestie contact te worden opgenomen met een daarvoor opgeleide persoon. Het is verboden om beschadigde accu`s te vervoeren. Vóór het transport dienen de gedemonteerde accu`s uit het toestel te wor- den verwijderd en de blootliggende contacten te worden beveiligd, bvb. beveiligen door middel van isolatietape. De accu`s dienen op zulke wijze in de verpakking te worden beveiligd zodat ze zich niet verplaatsen tijdens het transport. De nationale wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke materialen dient ook te worden nageleefd. Opladen van de accu Opgelet! Alvorens met laden te beginnen, dient de voeding van de laadstation van de netwerkstroom te worden ontkoppeld. Trek hiervoor de stekker van de voeding uit het stopcontact. Bovendien dienen de accu en zijn klemmen te worden gekuist van vuil en stof met behulp van een zachte, droge vod. De accu heeft een ingebouwde laadindicator. Door het indrukken van de knop worden de diodes (II) belicht, hoe meer diodes belicht zijn, hoe meer de accu is opgeladen. Indien de diodes na het indrukken van de knop niet belicht zijn, dan geeft dit aan dat de accu leeg is. Ontkoppel de accu van het toestel. Plaats de accu in de lader (II). Sluit de lader aan het stopcontact van de stroomvoorziening aan. Een rode diode, dat het laden aangeeft, begint te branden. Nadat de accu is opgeladen zal de rode diode uitgaan en een groene diode die aangeeft dat de accu is opgeladen, zal branden. Trek de stekker van de voeding uit het stopcontact van de stroomvoorziening. Neem de accu uit het laadstation terwijl de knop van de accuvergrendeling wordt ingedrukt. Opgelet! Indien na het aansluiten van de lader in het stopcontact van de stroomvoorziening de groene diode brandt, wil dit zeg- gen dat de accu volledig is opgeladen. In dit geval zal de lader met het laadproces niet beginnen. Afstelling van de toerentalsnelheid en de keuze van het koppel Het toestel heeft twee mechanisch geschakelde versnellingen (III). Afhankelijk van het gekozen maximale toetental, dient er één versnelling te worden gekozen. De versnelling die gekenmerkt wordt door een lager toerental, wordt aanbevolen voor het in en uitdraaien van de schroeven. De versnelling die gekenmerkt wordt door een hoger toerental, wordt aanbevolen voor het boren. Het koppel wordt afgesteld met behulp van een ring die achter de boorkop is geplaatst (IV). Hoe groter de instelling, hoe hoger het koppel dat het toestel aanbiedt. Het is raadzaam om het koppel niet hoger in te stellen dan het nodig is voor de juiste werking, anders kunnen de schroefdraden worden vernield. In geval dat de schroeven rechtstreeks in het materiaal worden gedraaid, dient het juiste koppel proefondervindelijk te worden gekozen. De proef kan op afvalmateriaal worden uitgevoerd. Indien het maximale koppel, dat veilig is voor een gegeven verbinding, niet gekend is, dient de kleinste waarde te worden ingesteld. Deze kleinste waarde dient gradueel te worden vehoogd totdat de juiste waarde voor het werk wordt bereikt. Indien het toestel het maximaal instelbare koppel bereikt, zal een veiligheidskoppeling om de overbelasting te verhinderen, in werking treden. Stop vervolgens met het indraaien. Indien het product reeds uitgerust werd met een slagfunctie, beschikt het dan over een hamersymbool dat zichtbaar is op de ringinstelling. Instelling van de ring op het hamersymbool zal het slagmechanisme inschakelen. Boren met slagfunctie dient te worden gebruikt om in het beton te boren en mag niet worden gebruikt om in hout of kunststof te boren. Om gaten met het toestel te boren, dient de ring op het boor- of hamersymbool te worden ingesteld waardoor de veiligheidskop- peling ontkoppeld wordt en waarna op de boor het maximale koppel zal worden overgedragen. Opgelet! Gebruik om te boren geen instellingen die met cijfers worden aangegeven. De inwerkingtreding van de veligheidskoppe- ling tijdens het boren kan de vernieling van het materiaal of de boor veroorzaken en het risico op letsels verhogen. Vastmaken van boren in de boorkop Gebruik een voor het werk geschikte boor met een cilindrische houder. Plaats de boor in de houder. Draai manueel de boorkop totdat de boor goed vast zit (V) Stel het maximale koppel in. Stel het koppel op het boor- of hamersymbool in. Afstelling van toerentalrichting Stel de schakelaar van de toerentalrichting in op de gewenste positie. De toerentalrichting werd aangegeven met een pijltje (VI). Opgelet! De toerentalrichting kan enkel worden veranderd wanneer de stroom uitgeschakeld is! Het is verboden om de toeren- talrichting te veranderen tijdens de werking van het toestel! Vastmaken van schroefuiteinden in de boorkop Plaats de uiteindenhouder in de opening van de boorkop en vervolgens het voor het werk gepaste uiteinde of bevestig het uiteinde88 OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
rechtstreeks in de houder. (VII) Voorbereidende handelingen Alvorens met werk te beginnen: Bevestig het verwerkte materiaal in de bankschroef of met behulp van de daarvoor bestemde klemmen. Gebruik het juiste werkgereedschap voor uit te voeren werk. Zorg ervoor dat ze scherp en in goede staat zijn. Draag werkkledij en beschermingsmiddelen voor de ogen en het gehoor. Neem het toestel met beide handen vast (VIII). Neem een zekere en een stabiele houding aan. Schakel de elektrische schakelaar van het toestel met je vinger in. Opgelet! Indien er verdacht lawaai, knallen of stank worden opgemerkt, schakel het toestel onmiddelijk uit en neem de accu eruit. GEBRUIKSAANWIJZING Opgelet! Draag altijd oorbeschermers tijdens de werking van het toestel! Gebruik van rechtse of linkse toerental Pas rechtse toeren toe tijdens het boren met de gebruikelijke rechtsdraaiende boren. Pas linkse toerental toe in geval dat de rechtsdraaiende boor in het materiaal en bij het uidraaien van de schroeven vast komt te zitten. In geval van uitdraaien van schroeven pas het minimale toerental toe. Boren in hout Vooraleer gaten te boren is het raadzaam om het te verwerken materiaal eerst in klemmen of in bankschroef vast te maken en vervolgens met de puntbeitel of nagel de plaats van boren te bepalen. Plaats de juiste boor in de boorkop, bepaal het toerental, sluit de stroomvoeding aan en begin te boren. In geval van uitvoering van gaten „volledig door het materiaal” in het raadzaam om een houten element eronder te leggen, waar- door de openingsrand geen scheuren zal vertonen. In geval er gaten met grote diameters geboord worden, is het raadzaam om eerst een kleiner gat te boren. Boren in metalen Vooraleer gaten te boren is het raadzaam om het te verwerken materiaal eerst in klemmen of in bankschroef vast te maken en vervolgens met de puntbeitel of nagel de plaats van boren te bepalen. Plaats de juiste boor in de boorkop, bepaal het toerental, sluit de stroomvoeding aan en begin te boren. Gebruik boren voor staal. In geval dat er geboord wordt in witte gietijzer is het raadzaam om boren met uiteinden van gecemen- teerde carbide te gebruiken. In geval er gaten met grote diameters geboord worden, is het raadzaam om eerst een kleiner gat te boren. Bij boren in staal, gebruik machineolie om de boor af te koelen. Voor aluminium pas als koelmiddel terpentine of parafinę toe. Bij boren in geelkoper, koper of gietijzer dienen geen koelmiddelen te worden gebruikt. Neem de boor vaak uit het materiaal om deze te laten afkoelen. Boren in cermische materialen Boren in harde en vaste materialen (beton, harde baksteen, steen, marmer enz.) Van toepassing enkel voor toestellen met slagfunctie. Maak eerste een kleine gat vooraleer de eigenlijke gat te boren met de slagfunctie. Gebruik boren van gecementeerde carbide, die in goede staat zijn. Boren in glazuur, zachte baksteen, gips enz. Gebruik hiervoor slagboren. Gebruik de slagfunctie niet (indien beschikbaar in de boormachine). Zet veel kracht op het toestel tijdens het boren. Neem de boor af en toe uit het geboorde gat om stof en resten te verwijderen. Gebruik van het toestel om schroeven in en uit te draaien. Hiervoor is het raadzaam om: zo laag mogelijke toerental en de juiste uiteinden te gebruiken. De uiteinden kunnen rechtstreeks in de boorkop te worden bevestigd of met behulp van een speciaal magnetische houder. Om de schroef uit te draaien het linkse toerental (L) door middel van de schakelaar te worden ingesteld. Gebruik van aanvullend gereedschap Het is verboden het toestel tot aandrijving van aanvullende elementen te gebruiken.89 OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
Aanvullende opmerkingen Om het toestel en zijn delen niet te beschadigen, oefen een niet te grote druk uit op het te verwerken materiaal tijdens de uitvo- ering en voer geen plotse bewegingen uit. Maak regelmatige pauzes tijdens het werk. Veroorzaak geen overbelasting van het toestel – de temperatur van externe oppervlakken mag 60
C nooit overschrijden. Zodra het werk beëindigd is, schakel de boormachine uit, trek de stekker uit het stopcontact en voer een routine onderhoud van het toestel uit. Kijk of het toestel in orde is. De opgegeven, volledige waarde van de trillingen wordt gemeten met behulp van de standard onderzoeksmethode en kan ter vergelijking van het ene toestel met het andere te worden gebruikt. De opgegeven, volledige waarde van de trillingen kan gebruikt worden voor een voorlopige beoordeling van de blootstelling. Opgelet! De ontstane trillingen van het toestel tijdens het werk kunnen verschillen van de opgegeven waarden, afhankelijk van hoe het toestel wordt gebruikt Opgelet! De beschermingsmiddelen van de operator, gebaseerd op de beoordeling van het risico in werkelijke gebruiksomstan- digheden (inclusief alle werkcycli, zoals bvb. tijd waarop het toestel is uitgeschakeld of waarop het zich in stationaire werking bevindt alsook de activatietijd), dienen te worden bepaald.
ONDERHOUD EN INSPECTIES
OPGELET! Vóór aanvang van de afstelling, technisch onderhoud of onderhoud dient de stekker uit het stopcontact te worden uitgetrokken. Controleer de technische staat van het product na zijn werking door middel van een externe inspectie en een evaluatie van: behuizing en handgreep, elektrisch snoer met stekker, werking van de elektrische schakelaar en doorlaatbaarheid van ventilatieroosters, vonken van borstel, geluidsniveau van lagers en tandwieltjes, opstart en werkinguniformiteit. Tijdens de garantieperiode mag de gebruiker aanvullende elektrotoestellen niet monteren of componenten of bestanddelen vervangen, omdat dit tot garantieverlies zal leiden. Alle bij de inspectie of de werking geobserveerde onregelmatigheden zijn een signaal om het toestel bij de service te laten herstellen. Na beëindiging van de werkzaamheden dienen de behuizing, ventilatieroosters, schakelaars, aanvullende handgreep en covers te worden schoongemaakt bvb. met een luchtstroom (met een druk die niet groter is dan 0,3 MPa), penseel of droge vod zonder gebruik van chemische middelen en schoonmaakvloeistoffen. Gereedschap en houders dienen met een droge, propere vod te worden schoongemaakt.90 ΑΡΧΙΚΕΣ ΟΔΗΓΙΕΣ
SimpelGids