SC6000 - Stofzuiger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SC6000 NILFISK in PDF-formaat.
| Producttype | Zitvloerwasmachine voor commercieel gebruik |
| Merk | Nilfisk |
| Model | SC6000 |
| Afmetingen (L x B x H) | 178 x 99/117 x 158 cm (afhankelijk van versie) |
| Brutogewicht | 1070 kg (inclusief batterijen, volle oplossingentank, operator 75 kg) |
| Transportgewicht | 810 kg (lege tanks, zonder operator) |
| Batterijspanning | 36 V |
| Batterijcapaciteit (max) | 320 Ah C5 |
| Batterijtype | Lood/zuur of VRLA (droog/AGM) |
| Ingebouwde lader | Optioneel |
| Inhoud oplossingentank | 190 L |
| Inhoud terugwinningstank | 190 L |
| Maximale voorwaartse transportsnelheid | 9,0 km/u |
| Wasmbreedte | 91,4 cm (model 910C), 86,3 cm (860D), 101,6 cm (1050D) |
| Borstelsysteem | Schijfborstels (diameter 43 of 51 cm) of cilindrische borstels (lengte 90,4 cm) |
| Reinigingsmiddelsysteem | EcoFlex (geselecteerde modellen) – instelbare dosering |
| Hoofdfuncties | Wassen, zuigen, reinigingsmiddel, noodstop, SmartKey-sleutel |
| Veiligheid | Elektromagnetische rem, optionele mechanische rem, noodstop, botsingsdetectie |
| Regelmatig onderhoud | Reiniging van rakel en borstels, legen van tanks, controle van batterijwater, smering |
| Onderdelen | Verkrijgbaar bij de erkende Nilfisk-dealer |
Veelgestelde vragen - SC6000 NILFISK
Gebruikersvragen over SC6000 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC6000 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC6000 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SC6000 NILFISK
Aandachtspunten en waarschuwingen 6 - 9
Ken uw machine 10 - 11
Bedieningspaneel 12 – 13
Weergave informatiemenu 14 – 15
Magnetische SmartKey 16
Machine gebruiksklaar maken
Loodaccu's 16 – 17
Installatie loodzwavelzuuraccu 16
De borstels installeren (Schijfsysteem) 18
De borstels bevestigen (bij cilindrische systemen) 19
De oplosmiddeltank vullen 20
Indicatielampje oplosmiddeltank 20
Afsluitklep voor oplosmiddel 20
De zuigmond bevestigen 21
Voorbereiding reinigingsmiddelsysteem (alleen EcoFlex-modellen) ....22 – 23
Het reinigingspatroon vullen 22
Reinigingsmiddelsysteem schoonspoelen (alleen EcoFlex-modellen) ....23
Gebruik van het reinigingsmiddelsysteem (EcoFlex) 24 – 25
De machine bedienen 27 - 29
De machine starten ....27
De machine stoppen 27
Schrobben 28
Nat zuigen 29
Na gebruik 30
Onderhoud
Onderhoudsschema 30
Procedure voor het reinigen van het DustGuard-mondstuk ....30
De machine smeren 31
Elektromagnetische rem ....31
Natte loodzuuraccu's opladen 32
Het vloeistofpeil van de accu controleren 32
GEL/AGM (VRLA) accu's opladen 33
Laden van andere soorten accu's 33
Onderhoud zuigmond 34 - 35
Zuigmond bijstellen 34 - 35
Onderhoud zijwisser 36 - 37
Hoogte zijwisser bijstellen 36
Druk zijwisser bijstellen 36
Dubbele borstelstand 36
Probleemoplossing 38
Algemene probleemoplossing van de machine 39
Weergave foutcodes 39-40
Geschiedenis foutcode 41
Specifi caties
Opties voor accessoires 42
Debiet oplosmiddeltoevoer 42
Technische specificaties zonder mechanische rem....43
Technische specificaties met mechanische rem....44
IDENTIFICATIE VAN DE MECHANISCHE REMSTATUS
Deze handleiding heeft betrekking op zowel machines met als zonder mechanische rem. Raadpleeg onderstaande afbeelding en observer uw machine om te bepalen of uw machine is uitgerust met de mechanische rem. Aanwezigheid van het rempedaal (37) geeft aan dat de mechanische rem is geïnstalleerd. Houd hier rekening mee wanneer u deze handleiding gebruikt en raadpleeg de juiste delen voor uw machine, hierna aangeduid als machines "zonder mechanische rem" of "met mechanische rem".

flowchart
graph TD
A["Zonder mechanische rem"] --> B["Voor machines vóór SN 3510224200761 en '56118292 Achterwielremset' niet geïnstalleerd"]
C["Met mechanische rem"] --> D["Voor alle machines na SN 3510224200761 of oudere machines met '56118292 Achterwielremset' geïnstalleerd"]
E["SN 3510224200761"] --> F["Motor with two motors"]
G["③7"] --> H["Motor with one motor"]
SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN VOOR MACHINES ZONDER MECHANISCHE REM
LET OP!
- Wees uiterst VOORZICHTIG wanneer u deze machine bedient. Zorg dat u alle bedieningsinstructies goed kent voordat u de machine gaat gebruiken. Neem bij vragen contact op met uw supervisor of met uw lokale Nilfisk Industrial-dealer.
- Als het apparaat een storing vertoont, probeer het probleem dan niet op te lossen, tenzij uw supervisor u hierom vraagt. Laat de benodigde aanpassingen aan de machine uitvoeren door een bevoegde monteur binnen uw bedrijf of een monteur van een erkende Nilfi sk-dealer.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u aan deze machine werkt. Loshangende kleding, lang haar en sieraden kunnen in de bewegende delen verstrikt raken. Schakel de aan-/uitknop UIT en verwijder de magneetsleutel voordat u onderhoud aan de machine uitvoert. Gebruik uw gezond verstand, neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen en let op de gele plaatjes op de machine.
- Rijd langzaam op hellingen met deze machine. Rijd op een helling recht naar boven of beneden; maak IN GEEN geval bochten.
- De maximale helling voor schrobben is 7% (4°). De maximale helling tijdens verplaatsing is 7% (4°).
SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN VOOR MACHINES MET MECHANISCHE REM
LET OP!
- Wees uiterst VOORZICHTIG wanneer u deze machine bedient. Zorg dat u alle bedieningsinstructies goed kent voordat u de machine gaat gebruiken. Neem bij vragen contact op met uw supervisor of met uw lokale Advance Industrial-dealer.
- Als het apparaat een storing vertoont, probeer het probleem dan niet op te lossen, tenzij uw supervisor u hierom vraagt. Laat de benodigde aanpassingen aan de machine uitvoeren door een bevoegde monteur binnen uw bedrijf of een monteur van een erkende Nilfi sk-dealer.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u aan deze machine werkt. Loshangende kleding, lang haar en sieraden kunnen in de bewegende delen verstrikt raken. Schakel de aan-/uitknop UIT en verwijder de magneetsleutel voordat u onderhoud aan de machine uitvoert. Gebruik uw gezond verstand, neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen en let op de gele plaatjes op de machine.
- Rijd langzaam op hellingen met deze machine. Gebruik het rempedaal (37) om de snelheid van de machine te controleren wanneer u van hellingen rijdt. Rijd op een helling recht naar boven of beneden; maak IN GEEN geval bochten.
- De maximale helling tijdens schrobben is 12,2% (7°). De maximale helling tijdens verplaatsen is 18,5% (10,5°).
INLEIDING
Deze gebruiksaanwijzing is een praktisch hulpmiddel om de mogelijkheden van uw Nilfisk berijdbare schrobmachine zo veel mogelijk te kunnen benutten. Lees de handleiding aandachtig door voordat u de machine in gebruik neemt.
Opmerking: De vetgedrukte nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen op pagina's 10 – 13.
Deze machine is uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.
ONDERDELEN EN SERVICE
Eventuele reparaties dienen te worden uitgevoerd door een erkende Nilfisk-servicedienst die met speciaal daarvoor opgeleide technici werkt en originele vervangingsonderdelen en accessoires van Nilfi sk gebruikt.
Bel de hieronder vermelde NILFISK DEALER voor onderdelen of onderhoud. Vermeld het model- en serienummer van uw machine wanneer u over uw machine praat.
AANPASSINGEN
Aanpassingen op en toevoegingen aan de reinigingsmachine die invloed hebben op de capaciteit en veilige bediening, mogen niet door de klant of gebruiker zelf worden uitgevoerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nilfisk A/S. Bij niet-goedgekeurde aanpassingen vervalt de garantie van de machine en is de klant aansprakelijk voor alle resulterende ongevallen.
TYPEPLAATJE
Het modelnummer (ook wel onderdeelnummer) en serienummer van uw machine kunt u terugvinden op het typeplaatje, dat zich op de stuurkolom van de machine bevindt. Deze gegevens heeft u nodig wanneer u reparatieonderdelen voor uw machine bestelt. Noteer hieronder het onderdeel- en serienummer van uw machine, zodat u dit altijd bij de hand heeft.
ONDERDEELNR.
SERIENUMMER
DE MACHINE UITPAKKEN
Controleer bij ontvangst zorgvuldig of de verpakking en de machine niet beschadigd zijn. Als u toch schade vaststelt, dient u alle delen van de verpakking te bewaren (indien van toepassing) zodat ze kunnen worden onderzocht. Neem bij constatering van schade onmiddellijk contact op met de afdeling Klantenservice van Nilfisk om een schadeclaim in te dienen. Raadpleeg de bij de machine geleverde uitpakinstructies om de machine van de pallet te halen.
DE MACHINE VERVOEREN
LET OP!
Voordat u de machine op een open vrachtwagen of aanhangwagen vervoert, dient u ervoor te zorgen dat: . .
- Alle tanks leeg zijn.
- Alle toegangspanelen zijn stevig vergrendeld.
- De machine stevig is vastgesnoerd - zie Aansnoerpunten (25).
- De elektromagnetische rem van de machine is ingeschakeld (niet handmatig uitgeschakeld).
- Laat het schrobdek en de zuigmond zakken en druk de noodstopknop (U) in of ontkoppel de accu's om te voorkomen dat ze omhoog komen als de machine wordt uitgeschakeld.
- De machine is uitgeschakeld en de magnetische SmartKey™ is verwijderd.
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN VOOR MACHINES ZONDER MECHANISCHE REM SYMBOLEN
Nilfisk maakt gebruik van de volgende symbolen om potentieel gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig en neem de juiste voorzorgsmaatregelen om personeel en eigendommen te beschermen.
Deze machine is uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels en kantoren en dus niet voor gewoon huishoudelijk gebruik.

GEVAAR!
Wordt gebruikt bij direct gevaar op ernstig persoonlijk letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.

LET OP!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die kleine verwondingen of schade aan de machine of andere voorwerpen kan veroorzaken.

Lees alle aanwijzingen voordat u de machine gaat gebruiken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij 'Waarschuwing!' en 'Let op!' wordt u gewaarschuwd voor situaties die letsel of schade aan de machine kunnen veroorzaken.

WAARSCHUWING!
- Deze machine mag alleen worden bediend door juist opgeleide en bevoegde personen.
- Deze machine is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, om zeker te zijn dat ze niet met de machine spelen.
- Voorzichtigheid is vereist bij gebruik in de buurt van kinderen.
- Stop niet abrupt op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snelheid als u een helling afrijdt.
- Houd de accu's uit de buurt van vonken, vlammen en rokende materialen. Bij normaal gebruik komen explosieve gassen vrij.
- Bij het opladen van de accu's komt zeer explosief waterstofgas vrij. Het opladen van de accu's moet altijd in een goed geventileerde ruimte plaatsvinden, uit de buurt van open vuur. Het is verboden te roken tijdens het opladen van de accu's.
- Draag geen sieraden wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen moet werken.
- Zet de aan-/uitknop uit, verwijder de magneetsleutel en ontkoppel de accu's voordat u onderhoud verricht aan elektrische onderdelen.
- Werk nooit onder de machine zonder dat deze op veiligheidsblokken of steunen is geplaatst.
- Gebruik geen ontvlambare reinigingsmiddelen en gebruik de machine niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in een ruimte waar dergelijke vloeistoffen aanwezig zijn.
- Het bedieningspaneel, de stroomonderbreker of de accu's niet onder druk reinigen.
- Gebruik alleen de borstels die bij het apparaat zijn geleverd of die zijn gespecificeerd in de handleiding. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.
- Houd rekening met het brutogewicht van het voertuig bij het laden, rijden, omhoog tillen of ondersteunen van de machine.
- Gebruik de machine niet zonder een constructie ter beveiliging tegen vallende voorwerpen (FOPS) in gebieden waar het waarschijnlijk is dat de bestuurder door vallende objecten wordt geraakt.
- Laat de machine niet onbeheerd achter zonder er zeker van te zijn dat deze niet zelfstandig kan bewegen.
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN VOOR MACHINES ZONDER MECHANISCHE REM - VERVOLG
⚠ WAARSCHUWING!
- De MACHINE NIET GEBRUIKEN onder de onderstaande omstandigheden.
$$ \mathrm{L} = / > 15 \mathrm{m} + \mathrm{A} = / > 7 \% (4 ^ {\circ}) + \boxed {100 \%} $$

text_image
L ALET OP!
- Deze machine is niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
- Deze machine mag niet worden gebruikt voor het opvegen van gevaarlijk stof.
- Gebruik geen harde schijven of slijpstenen. Nilfisk kan niet aansprakelijk worden gehouden voor schade aan het vloeroppervlak door harde schijven of slijpstenen (die ook het borstelaandrijfsysteem kunnen beschadigen).
- Let er bij het gebruik van deze machine op dat anderen, met name kinderen, geen gevaar lopen.
- Lees voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren altijd eerst aandachtig alle aanwijzingen met betrekking tot de betreffende werkzaamheden.
- Laat de machine niet onbeheerd achter zonder eerst de aan-/uitknop uit te schakelen en de magneetsleutel te verwijderen.
- Schakel de aan-/uitknop uit en verwijder de magneetsleutel voordat u de borstels vervangt en voordat u toegangspanelen opent.
- Neem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden of loshangende kleding in de bewegende delen van de machine verstrikt raken.
- Wees voorzichtig wanneer u deze machine verplaatst bij temperaturen onder het vriespunt. Water dat zich in de oplosmiddeltank, de vuilwatertank of de slangen bevindt, kan bevriezen, waardoor kleppen en nippels beschadigd kunnen raken. Spoel de tanks en slangen met ruitensproeiervloeistof.
- De accu's moeten uit de machine worden gehaald wanneer de machine definitief buiten dienst wordt gesteld. De accu's moeten op een veilige manier en in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften worden afgedankt.
- Gebruik de machine niet op oppervlakken met een helling die de op de machine aangegeven maximale hellingshoek overschrijdt.
- Voordat u met de machine aan het werk gaat, moeten alle deuren en afsluitpanelen in de stand staan die is aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
- De magnetische smartkey van de machine heeft een ingebouwde magneet. Plaats geen voorwerpen met magnetische strips (zoals creditcards, elektronische sleutels, telefoonkaarten) in de buurt van de sleutel. De ingebouwde magneet kan de op de magnetische strips opgeslagen gegevens beschadigen of verwijderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN VOOR MACHINES MET MECHANISCHE REM SYMBOLEN
Nilfisk maakt gebruik van de volgende symbolen om potentieel gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig en neem de juiste voorzorgsmaatregelen om personeel en eigendommen te beschermen.
Deze machine is uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels en kantoren en dus niet voor gewoon huishoudelijk gebruik.

GEVAAR!
Wordt gebruikt bij direct gevaar op ernstig persoonlijk letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.

LET OP!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die kleine verwondingen of schade aan de machine of andere voorwerpen kan veroorzaken.

Lees alle aanwijzingen voordat u de machine gaat gebruiken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij 'Waarschuwing!' en 'Let op!' wordt u gewaarschuwd voor situaties die letsel of schade aan de machine kunnen veroorzaken.

WAARSCHUWING!
- Deze machine mag alleen worden bediend door juist opgeleide en bevoegde personen.
- Deze machine is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, om zeker te zijn dat ze niet met de machine spelen.
- Voorzichtigheid is vereist bij gebruik in de buurt van kinderen.
- Stop niet abrupt op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snelheid als u een helling afrijdt.
- Houd de accu's uit de buurt van vonken, vlammen en rokende materialen. Bij normaal gebruik komen explosieve gassen vrij.
- Bij het opladen van de accu's komt zeer explosief waterstofgas vrij. Het opladen van de accu's moet altijd in een goed geventileerde ruimte plaatsvinden, uit de buurt van open vuur. Het is verboden te roken tijdens het opladen van de accu's.
- Draag geen sieraden wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen moet werken.
- Zet de aan-/uitknop uit, verwijder de magneetsleutel en ontkoppel de accu's voordat u onderhoud verricht aan elektrische onderdelen.
- Werk nooit onder de machine zonder dat deze op veiligheidsblokken of steunen is geplaatst.
- Gebruik geen ontvlambare reinigingsmiddelen en gebruik de machine niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in een ruimte waar dergelijke vloeistoffen aanwezig zijn.
- Het bedieningspaneel, de stroomonderbreker of de accu's niet onder druk reinigen.
- Gebruik alleen de borstels die bij het apparaat zijn geleverd of die zijn gespecificeerd in de handleiding. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.
- Houd rekening met het brutogewicht van het voertuig bij het laden, rijden, omhoog tillen of ondersteunen van de machine.
- Gebruik de machine niet zonder een constructie ter beveiliging tegen vallende voorwerpen (FOPS) in gebieden waar het waarschijnlijk is dat de bestuurder door vallende objecten wordt geraakt.
- Laat de machine niet onbeheerd achter zonder er zeker van te zijn dat deze niet zelfstandig kan bewegen.
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN VOOR MACHINES MET MECHANISCHE REM - VERVOLG
LET OP!
- Deze machine is niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
- Deze machine mag niet worden gebruikt voor het opvegen van gevaarlijk stof.
- Gebruik geen harde schijven of slijpstenen. Nilfisk kan niet aansprakelijk worden gehouden voor schade aan het vloeroppervlak door harde schijven of slijpstenen (die ook het borstelaandrijfsysteem kunnen beschadigen).
- Let er bij het gebruik van deze machine op dat anderen, met name kinderen, geen gevaar lopen.
- Lees voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren altijd eerst aandachtig alle aanwijzingen met betrekking tot de betreffende werkzaamheden.
- Laat de machine niet onbeheerd achter zonder eerst de aan-/uitknop uit te schakelen en de magneetsleutel te verwijderen.
- Schakel de aan-/uitknop uit en verwijder de magneetsleutel voordat u de borstels vervangt en voordat u toegangspanelen opent.
- Neem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden of loshangende kleding in de bewegende delen van de machine verstrikt raken.
- Wees voorzichtig wanneer u deze machine verplaatst bij temperaturen onder het vriespunt. Water dat zich in de oplosmiddeltank, de vuilwatertank of de slangen bevindt, kan bevriezen, waardoor kleppen en nippels beschadigd kunnen raken. Spoel de tanks en slangen met ruitensproeiervloeistof.
- De accu's moeten uit de machine worden gehaald wanneer de machine definitief buiten dienst wordt gesteld. De accu's moeten op een veilige manier en in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften worden afgedankt.
- Gebruik de machine niet op oppervlakken met een helling die de op de machine aangegeven maximale hellingshoek overschrijdt.
- Voordat u met de machine aan het werk gaat, moeten alle deuren en afsluitpanelen in de stand staan die is aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
- De magnetische smartkey van de machine heeft een ingebouwde magneet. Plaats geen voorwerpen met magnetische strips (zoals creditcards, elektronische sleutels, telefoonkaarten) in de buurt van de sleutel. De ingebouwde magneet kan de op de magnetische strips opgeslagen gegevens beschadigen of verwijderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
KEN UW MACHINE
Bij het lezen van deze handleiding komt u geregeld vetgedrukte nummers en letters tussen haakjes tegen, bijvoorbeeld: (2). Deze nummers verwijzen naar een onderdeel dat op deze pagina's staat afgebeeld, tenzij anders vermeld. Raadpleeg deze pagina's wanneer u de precieze locatie wilt terugvinden van een onderdeel dat in de tekst wordt vermeld. OPMERKING: Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor een gedetailleerde beschrijving van alle onderdelen die op de 4 volgende pagina's staan afgebeeld.
1 Deksel van de vuilwatertank
2 Bestuurdersstoel (verstelbaar)
3 Gaspedaal, richting/snelheid
4 Aandrijf- en stuurwiel
5 Achterwiel
6 Accucompartiment
7 Afvalbak
8 Reinigingspatroon (alleen EcoFlex-modellen)
10 Aansluitpunt accu's
11 Koplampen (optioneel)
12 Ingebouwde acculader (optioneel)
13 Bekerhouder
14 Bescherming zekeringhouder (hoofdzekering 150 Amp)
15 Zijpaneel schrobdek
34 Handvat toegang linkerzijde
35 Stap
9 Steunstang stoel

15 Zijpaneel schrobdek
16 Hellingshoek stuurkolom afstellen
17 Vuilwaterfi Iter en schermafdekking
18 Opvanglade vuil
19 Knop vuilwatertank vol
20 Afvoerslang vuilwatertank
21 Knop verwijderen zuigmond
22 Instelknop hellingshoek zuigmond
23 Knop voor afstellen van de hoogte van de zuigmond
24 Zuigmond
25 Aansnoerpunt
26 Hopper (alleen cilindrisch)
27 Schrobdek
28 Bedieningspaneel
29 Oplosmiddelfi Iter
30 Afsluitklep voor oplosmiddel
31 Afvoerslang oplosmiddeltank
32 Vulopening oplosmiddeltank
33 Zuigmondslang
36 Zuigmondhaak
37 Rempedaal (zie pagina 3)

A SmartKey™-lezer
B Aan-/uitknop
C Scherm
D Informatieknop en navigatieknoppen
E Knop voor One-Touch™ schrob
F Schakelaar voor verhogen van de schrobdruk
G Schakelaar voor verlaging schrobdruk
H Knop oplosmiddel
J Knop voor verhoging van toevoer oplosmiddel
K Knop voor verlaging van toevoer oplosmiddel
L Zuig-/zuigbuisknop
M Koplampenknop (optioneel)
N Schakelaar snelheidsbegrenzer
O Schakelaar voor borstel installeren
P Dust Guard™ knop (optioneel)
Q Schakelaar reinigingsmiddel
R Getimede oplosmiddeltoevoer
S EcoFlex peddel
T Claxon
U Noodstopknop
V Regeling stroomonderbreker
W Magnetische SmartKey™
-Blauw = gebruiker
-Geel = supervisor

C2 Actieve foutcodes
C3 Acculampje
C4 Indicatielampje voor niveau oplosmiddeltank
C5 Snelheidsmeter (kilometer per uur)
C6 Indicatielampje reinigingsmiddel (waar aanwezig)
C7 Lampje percentage reinigingsmiddel
C8 Aantal balkjes reinigingsmiddel
EERSTE = Minimale concentratie reinigingsmiddel
TWEEDE = Maximale concentratie reinigingsmiddel
GEEN = Uit
C9 Indicatielampje oplosmiddeltoevoer
C10 Aantal balkjes oplosmiddeltoevoer
EEN = Laag
TWEE = Medium
DRIE = Hoog
VIERDE = Extreem
GEEN = Uit
C11 Indicatielampje schrobdruk
C12 Aantal balkjes schrobdruk
EEN = Normaal
TWEE = Veel
DERDE = Extreem
GEEN = Uit
C13 Indicatielampje vuilwatertank vol
C14 Indicatielampje voor bijna lege accu
C15 EcoFlex-indicator (alleen EcoFlex-modellen)
C16 Indicatielampje zuigsysteem
C17 Zuigbuislampje
C18 Lampje voor borstel installeren
C19 Indicatielampje spoelen (alleen EcoFlex-modellen)
C20 Indicatielampje noodstop geactiveerd
C21 Indicatielampje geen sleutel
C22 Indicatielampje voor leesfout sleutel (zie Probleemoplossing)
C23 Indicatielampje voor beperkt gebruik sleutel (zie Probleemoplossing)
C24 Indicatielampje kritieke storing
C25 Foutcode (kritiek)
C26 Indicatielampje botsvergrendeling (zie pagina 11)

text_image
C11 C12 C9 C10 C6 0.25% C7 C8 C5 0024.0 0-000 C1 C2 C3 C4 KPH C26
text_image
C25 C24 0-0000 0024.0

C13
C14C15C21

[NO TEXT]


O

C22
C16C17C18C19C20


O

O

O


C23
WEERGAVE INFORMATIEMENU
Menuweergave
Door op de informatieknop (D) te drukken, wordt onderstaand menu weergegeven waarin de bestuurder machine-instellingen kan wijzigen en machinegegevens kan verzamelen. Gebruik de vier pijltjes (D1) (omhoog, omlaag, links en rechts) om door het menu te bladeren en de informatieknop om het menu te sluiten.

text_image
Menu → Hours Faults Keys Options i E x i t↔Select D1 D i D1| Menuniveau | Opmerkingen | |
| 1 | 2 | |
| Uren | Geeft verschillende systeemuren weer | |
| Aan tijd | Geeft aantal uren AAN weer | |
| Rijtijd | Geeft aantal rijuren (niet-neutraal) weer | |
| Schrobtijd | Geeft aantal uren schrobben/borstelen AAN weer | |
| Hersteltijd | Geeft aantal uren herstel/zuigen AAN weer | |
| Fouten** | ||
| Actieve fouten | Geeft lijst met actieve fouten met tijd en beschrijving weer | |
| Foutgeschiedenis | Geeft lijst met foutgeschiedenis met tijd en beschrijving weer | |
| Sleutels | ||
| Sleutel lezen | Lees serie-, reeks- en typenummer van sleutel die in houder is geplaatst - indien gebruikersleutel, sta supervisor toe om toe te voegen aan lijst met sleutels | |
| Lijst met sleutels | De huidige goedgekeurde gebruikersleutellijst weergeven. De supervisor kan de geselecteerde sleutel ook uit de lijst verwijderen | |
** Zie Weergave foutcodes
| Menuniveau | Opmerkingen | ||
| 1 | 2 | 3 | |
| Opties | Door de gebruiker te selecteren opties | ||
| Taal | English*ItalianoDeutschPortugueseFrançaisEspañol | Weergavetaal menu | |
| Verdieping | Standaard*Glad | Soort ondergrond | |
| Schrobben bij starten | LichtZwaarExtreemLaatste* | Schrobniveau bij start | |
| Schrob max | LichtZwaarExtreem* | Maximaal toegestaan schrobniveau | |
*Standaardinstelling
WEERGAVE INFORMATIEMENU - VERVOLG
| Menuniveau | Opmerkingen | ||
| 1 | 2 | 3 | |
| Opties | Door de gebruiker te selecteren opties | ||
| Oplosmiddel | Proportioneel*VastVK | Oplosmiddelmodus; Proportioneel - oplosmiddeltoevoer neem evenredig met de snelheid van de machine toe. Vaste hoeveelheid- Oplosmiddeltoevoerblijft gelijk ongeacht de snelheid van de machine. VK (Verenigd Koninkrijk)- oplosmiddeltoevoerwordt verlaagd om water te besparen. | |
| Oplosmiddel bij achteruit | Nee*Ja | Oplosmiddel blijven toevoeren in achteruit? | |
| Reinigingsmiddel vergrendelen | Nee*Ja | Aanpassen percentage reinigingsmiddel voor gebruiker vergrendelen? | |
| Koplamp | Aan*Uit | Koplamp aan/uit bij starten | |
| Extra vermogen (s) | min = 60*max = 300stap = 60 | Duur extra vermogen (BOP) (seconden) EcoFlex | |
| Maximale snelheid vooruit (%) | min = 50max = 100*stap = 10 | Maximale snelheid vooruit als percentage van de maximaal beschikbare snelheid | |
| Snelheidsbegrenzing vergrendelen | Nee*Ja | Snelheidsbegrenzing voor schrobben voor gebruiker vergrendelen? | |
| Inactieve tijd (min.) | min = 1max = 30stap = 1standaard = 15 | Inactieve tijd voordat de machine in de slaapstand wordt gezet (minuten) | |
| Botsdetectie | Uit*LoggenUitsluiting | Status botsdetectieLoggen - Botsing wordt opgeslagenUitsluiting - Botsing wordt opgeslagen en gebruiker kan schrobfuncties niet meer gebruiken (Scherm geeft (C26)) weer tot de machine gereset wordt met een supervisorsleutel. | |
| Botsingsniveau | Hoog*Laag | Gevoeligheidsniveau botsdetectie. Als de machine ongewild wordt uitgeschakeld (bijvoorbeeld als er over een drempel wordt gereden), zet de instelling dan op 'laaq'. | |
| Systeem | |||
| Firmware | Geef huidige fi rmwareversie weer | ||
| Serienummer | Geef PCB-serienummer van fabriek weer | ||
| Botsingenlogboek | Geef een lijst met botsingen weer met max. waarde, tijd en gebruikers-ID (alleen indien ingeschakeld)- enkelvoudige itemweergave toont max. waarden voor iedere as (x.y.z) | ||
*Standaardinstelling
MAGNETISCHE SmartKey™
Het gebruik van een magnetische SmartKey (W) is vereist om deze machine te bedienen. Als er op de aan-/uitknop wordt gedrukt zonder dat er een sleutel is geplaatst in de SmartKey-lezer (A), wordt de machine tijdelijk ingeschakeld en brandt het indicatielampje Geen sleutel (C21) voordat de machine wordt uitgeschakeld.
Er zijn twee verschillende magnetische SmartKeys (W).
- De sleutel voor de "Gebruiker" (blauw) biedt toegang tot het informatiemenu op standaardniveau (druk op informatieknop (D)).
- De gele "supervisor" sleutel biedt een hoger toegangsniveau. In het servicemenu kunnen operationele en gebruikersparameters worden ingesteld. In het configuratiemenu kunnen machine-instellingen worden aangepast. Zie de onderhoudshandleiding voor meer informatie.

text_image
D A WMACHINE GEBRUIKSKLAAR MAKEN
LOODZUURACCU'S
Als de accu's zijn geïnstalleerd bij levering van de machine, doet u het volgende:
- Controleer of alle accu's zijn aangesloten op de machine.
- Zet de aan-/uitknop (B)aan en controleer het acculampje (C3). Als de meter helemaal vol is, zijn de accu's klaar voor gebruik. Als de meter niet helemaal vol is, moeten de accu's worden opgeladen voordat ze worden gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk "Accu's opladen".
- BELANGRIJK! INDIEN UW MACHINE EEN GEINTEGREERDE ACCULADER HEEFT, MOET U DE OEM-PRODUCTHANDLEIDING RAADPLEGEN VOOR INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT HET INSTELLEN VAN DE LADER VOOR HET SPECIFIEKE ACCUTYPE.
Als de accu's niet zijn geïnstalleerd bij levering van de machine, doet u het volgende:
• Vraag een erkende Nilfisk dealer welke accu's aanbevolen zijn.
- Installeer de accu's aan de hand van de onderstaande instructies.
- BELANGRIJK! INDIEN UW MACHINE EEN GEINTEGREERDE ACCULADER HEEFT, MOET U DE OEM-PRODUCTHANDLEIDING RAADPLEGEN VOOR INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT HET INSTELLEN VAN DE LADER VOOR HET SPECIFIEKE ACCUTYPE.
INSTALLATIE LOODZWAVELZUURACCU
⚠ WAARSCHUWING!
Wees uiterst voorzichtig wanneer u met accu's werkt. Het zwavelzuur in de accu's kan ernstige verwondingen veroorzaken wanneer het in contact komt met uw huid of ogen. Door ontluchtingsgaten in de accudoppen ontsnapt er explosief waterstofgas uit de accu's. Dit gas kan ontbranden door elektrische ontlading, vonken of vlammen. Installeer loodzwavelzuuraccu's nooit in een afgesloten container of ruimte. Waterstofgas als gevolg van overbelasting moet kunnen ontsnappen.
Bij het onderhoud van accu's...
- Draag geen sieraden
- Rook niet
- Draag een veiligheidsbril, rubber handschoenen en een rubber schort
- Werk in een goed geventileerde ruimte
- Laat uw gereedschap niet met meerdere accupolen tegelijk in aanraking komen
• Koppel ALTIJD eerst de negatieve (aardings)kabel los wanneer u accu's vervangt, om vonken te voorkomen. - Sluit ALTIJD als laatste de negatieve kabel aan wanneer u accu's installeert.
LOODACCU'S - VERVOLG
LET OP!
De elektrische onderdelen van deze machine kunnen ernstig beschadigd raken als de accu's niet correct worden geïnstalleerd en niet juist worden aangesloten. De accu's dienen te worden aangesloten door uw Nilfisk dealer of een gekwalifi ceerde elektricien.
1 Haal de accu's uit de verpakking en controleer zorgvuldig op scheurtjes of andere beschadigingen. Als u schade vaststelt, moet u contact opnemen met de vervoerder of de fabrikant van de accu's om een schadeclaim in te dienen.
2 Schakel de aan-/uitknop (B) UIT en verwijder de magnetische sleutel.
3 Breng de stuurkolom helemaal omhoog. Druk de stoel naar voor en gebruik de steunstang van de stoel (9).
4 Verwijder de dwarsstang en, indien geïnstalleerd, ook de bovenbeschermkap.
5 Haal de vuilwatertank uit de machine. OPMERKING: Maak de bedrading van de schakelaar van de vuilwatertank en de bedrading van de zuigmotor los en til de tank recht omhoog en uit de machine.
6 Uw machine wordt af fabriek met voldoende accukabels geleverd om zes accu's van 6 volt aan te kunnen sluiten. Zet de accu's met minstens (2) personen en met een daarvoor geschikte hijsstrop voorzichtig in het accucompartiment en plaats ze precies zoals wordt weergegeven op AFBEELDING 1. Zet de accu's zo dicht mogelijk tegen de voorzijde en rechterzijde van de machine vast. Gebruik een accutussenstuk zodat accu's niet verplaatst worden. Gebruik een bovenloopkraan wanneer u een monoblokaccu installeert (de steunbeugel van de stoel moet tijdelijk verwijderd worden om een monoblokaccu te kunnen installeren).
7 Plaats de accukabels zoals getoond. Plaats de kabels zodanig dat de accudoppen tijdens onderhoud eenvoudig verwijderd kunnen worden.
BELANGRIJK! De met de accu's geleverde beschermdoppen moeten blijven zitten of weer geplaatst worden om dat gedeelte van de accupolen te bedekken dat niet beschermd wordt door beschermingen van de accupoolkabels die met de accukabels zijn meegeleverd. Dit geldt ook voor de bescherming van de geïntegreerde zekeringhouder.
8 Draai de moer van elke accupool voorzichtig vast totdat de accupolen niet meer op hun pennen kunnen draaien. Draai de accupolen nooit al te stevig vast, want anders zijn ze later weer moeilijk los te krijgen.
9 Bespuit de accupolen met speciale coating voor accupolen (verkrijgbaar bij de meeste handelaren in auto-onderdelen).
10 Doe over elk van de polen een van de zwarte rubberen beschermingen en sluit het aansluitpunt van de accu's (10) aan.
11 Zorg ervoor dat de bescherming zekeringhouder (14) de zekeringhouder, het kabeluiteinde van het aansluitpunt van de accu's (10) en zoveel mogelijk van de accupool bedekt. Laat de beschermkappen die bij de accu's zijn geleverd op hun plaats of gebruik ze opnieuw om de poolgebieden af te dekken die niet worden beschermd door de afdekhoezen voor de aansluitingen.
Om schade aan de accu te voorkomen, neemt u bij het vervangen van de accu's of de oplader contact op met uw plaatselijke bevoegde servicedienst voor de juiste instellingen voor accu, oplader en machine.
AFBEELDING 1

DE BORSTELS INSTALLEREN (SCHIJFSYSTEEM)
LET OP!
Schakel de machine UIT met de aan-/uitknop voordat u de borstels vervangt of voordat u een van de toegangspanelen opent.
1 Zorg ervoor dat het schrobdek OMHOOG staat. Zorg ervoor dat de aan-/uitknop (B) is uitgeschakeld.
2 Ontgrendel en klap de zijpanelen van het schrobdek (15)open.
3 Zie afbeelding 2. Verwijder beide zijplaten (AA). OPMERKING: De platen worden door een grote knop (BB) op hun plaats gehouden. Draai deze knop los en schuif de platen (AA) een beetje naar voren en vervolgens van het schrobdek af.
4a De borstels handmatig installeren:
Breng de borstels (DD) (of padhouders) omhoog en breng de lipjes op de borstel op gelijke hoogte met de gaatjes in de montageplaat en draai totdat ze op hun plaats vallen (draai de buitenste rand van de borstel in de richting van de voorkant van de machine zoals getoond door pijltje (EE)).
4b De functie voor automatisch borstel installeren gebruiken:
i. Druk de geleidestang (CC) naar voren en plaats de borstel onder de plaat en stop als de borstel contact maakt met beide pootjes van de geleidestang.
Herhaal dit voor de borstel aan de andere kant van de plaat. OPMERKING: Duw de eerste borstel niet uit positie met de tweede borstel.
ii. Zet de machine aan met de aan-/uitknop (B). (HET SCHROBSYSTEEM MOET UITGESCHAKELD zijn en MACHINE IN DE NEUTRAALSTAND)
LET OP!
Plaats uw handen en voeten niet onder de plaat. Neem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden of loshangende kleding in de bewegende delen van de machine verstrikt raken.
iii. Druk op de knop voor het installeren van de borstel (O), het lampje voor het installeren van de borstel (C18) brandt op het display en wacht vervolgens tot de borstel geïnstalleerd is.
5 Plaats de zijplaten terug en sluit de zijpanelen van het dek. OPMERKING: Tijdens het schrobben draaien de borstels zoals weergegeven door de pijl (FF).
AFBEELDING 2

Schakel de machine UIT met de aan-/uitknop voordat u de borstels vervangt of voordat u een van de toegangspanelen opent.
1 Zorg ervoor dat het schrobdek OMHOOG staat. Zorg ervoor dat de aan-/uitknop (B) is uitgeschakeld.
2 Ontgrendel en klap de zijpanelen van het schrobdek (15)open.
3 Zie afbeelding 3. Ontgrendel en open beide zijplaten (AA).
4 Maak de grendel (AB) op de draagarm-units (AC) los en verwijder deze.
5 Schuif de borstel in de behuizing, doe hem iets omhoog, druk en draai totdat de klemmen op de aandrijfhub in de groeven van de borstel klikken.
OPMERKING: De draagarm past precies in de borstel om trillingen te voorkomen. Bevestig de draagarm-units (AC) opnieuw en zorg ervoor dat de klemmen op de draagarm in het lasonderdeel klikken (zie afbeelding 3). Zet vast met grendel (AB). Sluit en vergrendel beide platen (AA) en schrobdekpanelen (15).
AFBEELDING 3

Zie afbeelding 4. Vul de oplosmiddeltank met maximaal 50 gallon (190 liter) reinigingsoplossing. Vul de tank niet hoger dan 5 cm (2 inch) onder de rand van de vulopening (32). De oplossing moet bestaan uit een mengsel van water en het juiste reinigingsmiddel voor de taak. Volg altijd de aanwijzingen voor de mengverhouding op het etiket van het reinigingsmiddel.
OPMERKING: EcoFlex-machines kunnen gewoon worden gebruikt met reinigingsmiddel gemengd in de tank of ze kunnen met het reinigingsmiddeldoseersysteem werken. Wanneer er met het reinigingsmiddeldoseersysteem wordt gewerkt, meng dan geen reinigingsmiddel in de tank, maar gebruik gewoon water.
LET OP!
Gebruik alleen laagschuimende, niet-ontvlambare vloeibare reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor machinaal schrobben. De temperatuur van het water mag niet hoger zijn dan 130°Fahrenheit (54,4°Celsius).

Zie afbeelding 5-1. De oplosmiddeltank heeft een peilsensor met vier meetpunten. De peilaanduiding van de oplosmiddeltank (C4) toont het niveau (1-4) van het schone water in de tank. Als de tank leeg is, zal het indicatielampje voor lege oplosmiddeltank (C26) op het scherm knipperen.
AFBEELDING 5-1

text_image
0024.0 C4 0.25% 0.0 KPH 0.25% 0024.0 C26AFSLUITKLEP VOOR OPLOSMIDDEL
Zie afbeelding 5-2. Een bidirectionele afsluitklep (30) maakt het mogelijk de vloeistofstroom af te sluiten, naar het schrobdek te leiden of naar de afvoerslang te leiden. Er is geen debiet als de handgreep loodrecht tegenover het lichaam staat. Wanneer het handvat volledig in de aangegeven richting wordt gedraaid (pijl 'A'), wordt de toevoer van de oplossing naar het oplosmiddelfilter (29) en het schrobdek geleid.
AFBEELDING 5-2

text_image
30 A 29DE ZUIGMOND BEVESTIGEN
1 Zie afbeelding 6. Zorg ervoor dat de afdichting van de zuigmond (AA) schoon en op de zuigmond (24) bevestigd is. Til de zuigmond omhoog aan de handvatten (AB) en schuif hem in de ophangplaat (AC) en draai de vleugelmoeren (21) van de ophangplaat aan.
2 Sluit de vuilwaterslang (33) aan op de zuigmondophanging (AC).
3 Laat de zuigmond zakken en rijd de machine iets naar voren. Controleer of de achterste zuigstrip de vloer gelijkmatig raakt over zijn gehele breedte, en licht gebogen is zoals wordt weergegeven in de dwarsdoorsnede van de zuigmond (AD). Stel de achterste zuigmond indien nodig in op de juiste hoogte en hoek door de stappen te volgen in het deel "Zuigmond afstellen".
AFBEELDING 6

Volg altijd de aanwijzingen op de etiketten van het reinigingspatroon bij het gebruiken van reinigingsmiddel voor het schoonmaken van vloeren. Draag de gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen en oogbescherming tijdens het hanteren van reinigingsmiddelen voor vloeren.
Volg bij het morsen van reinigingsmiddel deze vier stappen:
- Meld de gevaarlijke situatie. Waarschuw onmiddellijk anderen die in het gebied werken en eventueel toezichthoudend personeel over het gevaar en evacueer het gebied als de situatie dit rechtvaardigt.
- Houd de lek binnen de perken. Zorg ervoor dat de lek niet erger wordt.
- Beperk het gevaar.
- Ruim de lek en eventuele schade veilig op.
Het reinigingspatroon (8) bevindt zich onder de bestuurdersplaats. Vul het reinigingspatroon met maximaal 1 gallon (4 liter) reinigingsoplossing. ONDERHOUDSADVIES: Haal het reinigingspatroon uit de machine voordat u het gaat vullen, om te voorkomen dat u reinigingsmiddel op de machine morst.
Het is aanbevolen een afzonderlijk patroon te gebruiken voor elk reinigingsmiddel dat u van plan bent te gebruiken. Op de reinigingspatronen zit een witte sticker zodat u de naam van het reinigingsmiddel op elk patroon kunt schrijven, ter verduidelijking. Wanneer u een nieuw patroon installeert, verwijdert u de fabrieksdop (AA) en plaatst u het patroon in de machine. Installeer de dry break-dop (BB) zoals wordt weergegeven op Afbeelding 7-1.
Het oude reinigingsmiddel moet uit het systeem worden gespoeld bij het overschakelen op een ander reinigingsmiddel (zie "Het systeem schoonspoelen wanneer op een ander reinigingsmiddel wordt overgeschakeld").
AFBEELDING 7-1

text_image
BB AA 8REINIGINGSMIDDELSYSTEEM SCHOONSPOELEN (ALLEEN ECOFLEX-MODELLEN)
Het systeem schoonspoelen wanneer op een ander reinigingsmiddel wordt overgeschakeld (SCHROB- EN OPLOSMIDDELSYSTEEM MOETEN UITGESCHAKELD ZIJN):
ONDERHOUDSADVIES: Plaats de machine boven een afvoer in de vloer voordat u de machine schoonspoelt, omdat er tijdens het schoonspoelen een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel vrijkomt.
1 Maak het reinigingspatroon los en verwijder het (8).
2 Plaats de magnetische SmartKey (W) op de SmartKey-lezer (A). Zie afbeelding 7-2. Druk op de aan-/uitknop (B) om de machine aan te zetten. Wacht een paar seconden totdat de opstartfase is beëindigd.
3 Houd de oplosmiddeltoevoerknop (H) en de schakelaar reinigingsmiddel (Q) 2 seconden ingedrukt. Laat de knoppen los als het lampje voor reinigingsmiddel spoelen (C19) wordt weergegeven op het display (het lampje van deschakelaar reinigingsmiddel (Q1) en het lampje van deoplosmiddelknop (H1) zijn aan). OPMERKING: Het schoonmaken duurt ongeveer 20 seconden. Druk (H) en (Q) opnieuw 20 seconden in om het spoelen te annuleren. Normaal volstaat één spoelcyclus om het systeem schoon te spoelen.
Wekelijks schoonspoelen (SCHROB- EN OPLOSMIDDELSYSTEEM MOETEN UITGESCHAKELD ZIJN):
1 Maak het reinigingspatroon los en verwijder het. Installeer een met warm, schoon water gevuld patroon en sluit dit aan.
2 Volg stap 2 en 3 van 'Het systeem schoonspoelen wanneer op een ander reinigingsmiddel wordt overgeschakeld'.
Wanneer het peil van het reinigingsmiddel de onderkant van het patroon nadert, is het tijd om het patroon bij te vullen of te vervangen. ONDERHOUDSADVIES: Volg de instructies voor 'Wekelijks schoonspoelen' hierboven als de machine langere tijd niet wordt gebruikt.
AFBEELDING 7-2

text_image
Schoonspoelen Houd (H) en (Q) 2 seconden ingedrukt om te spoelen. C19 20 0.0 MPH A B C E H1 H Q Q1 S WGEBRUIK VAN HET REINIGINGSMIDDELSYSTEEM (ECOFLEX)
Reinigingsmiddelpercentage (SCHROBSYSTEEM MOET ingeschakeld zijn): Zie afbeelding 7-3.
Er wordt geen reinigingsmiddel afgegeven totdat het schrob- en het reinigingsmiddelsysteem ingeschakeld worden en het voor- en achteruitpedaal (3) naar voren wordt gedrukt.
- Het indicatielampje reinigingsmiddel (C6) wordt weergegeven in de schrobstand als het systeem een reinigingsmiddelsysteem heeft.
- Het lampje voor het reinigingsmiddelpercentage (C7) geeft het geselecteerde percentage weer als het reinigingsmiddelsysteem is ingeschakeld.
Er zijn 4 modellen voor EcoFlex-bediening:
1A. Modus reinigen met gewoon water - Tijdens het schrobben kan het reinigingsmiddelsysteem op elk moment worden stopgezet door de schakelaar reinigingsmiddel (Q) in te drukken, zodat er alleen met water wordt geschrobd. Het indicatielampje voor het reinigingsmiddelpercentage (C7) brandt niet en de streepjes van het indicatielampje reinigingsmiddel (C8) zijn allemaal leeg. Het indicatielampje reinigingsmiddel (Q1) is uit.
2A. Stand minimale concentratie reinigingsmiddel – Wordt geactiveerd door de schakelaar reinigingsmiddel (Q) in te drukken als reinigingsmiddel is uitgeschakeld (herhaaldelijk drukken brengt u naar maximale stand, uit en terug naar minimale stand). Het indicatielampje voor het reinigingsmiddelpercentage (C7) geeft het huidige minimale reinigingsmiddelniveau weer en het eerste balkje van de streepjes voor het reinigingsmiddel (C8) is gevuld. Het indicatielampje reinigingsmiddel (Q1) is aan. Raadpleeg onderstaande stappen voor "Het minimale reinigingsmiddelniveau instellen".
3A. Modus maximale concentratie reinigingsmiddel – Wordt geactiveerd door de schakelaar reinigingsmiddel (Q) in te drukken als het reinigingsmiddel in minimale stand staat (herhaaldelijk drukken brengt u naar minimale stand, uit en terug naar maximale stand). Het indicatielampje voor het reinigingsmiddelpercentage (C7) geeft het huidige maximale reinigingsmiddelniveau weer en het linker en rechter balkje van de balkindicator voor het reinigingsmiddel (C8) zijn gevuld. Het indicatielampje reinigingsmiddel (Q1) is aan. Raadpleeg onderstaande stappen voor “Het maximale reinigingsmiddelniveau instellen”. Gebruik geen concentratie die hoger is dan de door de fabrikant van het reinigingsmiddel aanbevolen concentratie.
4A. EcoFlex reinigingsmodus – Schakel de EcoFlex-peddel (S) in om het reinigingsmiddelpercentage een minuut lang te verhogen naar het voorgeprogrammeerde reinigingsmiddelniveau 'maximale concentratie' (zoals aangegeven in onderstaande programmeerinstructies). Het reinigingsmiddelsysteem wordt ingeschakeld op het reinigingsmiddelniveau "minimale concentratie" als het was uitgeschakeld. Hierdoor nemen ook de stromingssnelheid van het schone water en de schrobdruk toe tot het volgende niveau. Het EcoFlex-indicatielampje (C15) knippert een minuut op het display en er wordt een timer van 60 seconden weergegeven. Schakel plaat (S) binnen deze 60 seconden nogmaals in om EcoFlex te annuleren. De tijd dat EcoFlex (extra vermogen) wordt uitgevoerd kan worden ingesteld (zie 'Weergave informatiemenu' submenu 'Opties').
De maximale concentratie reinigingsmiddelniveau instellen
- Druk op de OneTouch™ schrobknop (E) om het schrobsysteem te activeren.
- Druk de schakelaar reinigingsmiddel (Q) in en laat los als u de maximale concentratie reinigingsmiddelstand (C8) heeft ingevoerd (linker en rechter balkjes zijn gevuld).
- Houd de schakelaar reinigingsmiddel (Q) ongeveer 2 seconden ingedrukt totdat het lampje voor het percentage (C7) knippert.
- Als het percentage knippert, kunt u door de schakelaar reinigingsmiddel in te drukken de beschikbare percentages bekijken (0,25%, 0,3%, 0,4%, 0,5%, 0,66%, 0,8%, 1%, 1,5%, 2%, 3%).
- Zodra het gewenste percentage weergegeven wordt op het scherm, stopt u en wordt de instelling na 3 seconden opgeslagen.
- Als de reinigingsmiddelstand met maximale concentratie is ingesteld op een lagere concentratie dan de huidige minimale geprogrammeerde concentratie-instelling, is de standaardinstelling met minimale concentratie gelijk aan de maximale concentratie-instelling tot dit door de bestuurder wordt aangepast.
De minimale concentratie reinigingsmiddel instellen
- Druk op de OneTouch™ schrobknop (E) om het schrobsysteem te activeren.
- Druk de schakelaar reinigingsmiddel (Q) in en laat los als u de stand minimale concentratie reinigingsmiddelstand (C8) hebt ingevoerd (linker balkje is gevuld).
- Houd de schakelaar reinigingsmiddel (Q) ongeveer 2 seconden ingedrukt totdat het indicatielampje voor het percentage (C7) knippert.
- Als het percentage knippert, kunt u door de schakelaar reinigingsmiddel in te drukken de beschikbare percentages bekijken (Opmerking: er zijn alleen percentages beschikbaar die een hogere concentratie hebben of gelijk zijn aan de minimale reinigingsmiddelinstelling.
- Zodra het gewenste percentage weergegeven wordt op het scherm, stopt u en wordt de instelling na 3 seconden opgeslagen.
Indien ingesteld, neemt het debiet van het reinigingsmiddel automatisch toe en neemt deze af met het debiet van de oplossing, maar het percentage reinigingsmiddel blijft gelijk.
GEBRUIK VAN REINIGINGSMIDDEL (ALLEEN ECOFLEX-MODELLEN) AFBEELDING 7-3

text_image
C6 C8 1A 0.0 KPHStand reinigen met gewoon water / Reinigingsmiddel uitgeschakeld

text_image
C7 C8 2A 0.25% KPHStand minimale hoeveelheid reinigingsmiddel

text_image
C7 C8 3A 1.5% 0.0 KPHStand maximale hoeveelheid reinigingsmiddel

text_image
C15 6.0 4A 1.5%EcoFlex-reinigingsmodus

Deze pagina is bewust blanco gelaten
DE MACHINE BEDIENEN
⚠ WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat u de bedieningsknoppen en hun werking begrijpt.
Stop niet abrupt op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snelheid als u een helling afrijdt.
DE MACHINE STARTEN
1 Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk 'Machine gebruiksklaar maken' van deze handleiding en controleer het volgende;
- De accu's zijn volledig opgeladen.
- De buitenkant van de machine is niet beschadigd. Meld alle beschadigingen aan uw supervisor.
- Dit punt geldt alleen voor machines met mechanische rem. Controleer het rempedaal (37). Het pedaal moet stevig aanvoelen. Als het rempedaal tijdens het indrukken het einde van de slag in de gleuf bereikt, mag u DE MACHINE NIET GEBRUIKEN. Meld alle eventuele gebreken onmiddellijk aan het servicepersoneel.
- De juiste borstels zijn correct geplaatst.
- De zuigmond is geïnstalleerd.
- De oplosmiddeltank is vol.
- De vuilwatertank is leeg.
- Zorg ervoor dat het te schrobben gebied vrij is van obstakels die niet vastzitten, zoals slangen, emmers of vaten, dozen, elektrische kabels, wagentjes, pallets, enz.
⚠ WAARSCHUWING!
Gebruik geen ontvlambare reinigingsmiddelen en gebruik de machine niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in een ruimte waar dergelijke vloeistoffen aanwezig zijn.
2 Zie afbeelding 8-2. Stel het stuur met behulp van de instelknoppen op de hoekafstelling van de bestuurdersplaats en het stuur (16)op een voor u comfortabele stand in terwijl u op de bestuurdersstoel zit.
3 Plaats de magnetische SmartKey (W) op de SmartKey-lezer (A). Druk op de aan-/uitknop (B). Het display (C) wordt ingeschakeld.
4 Controleer het acculampje (C3) en de urenteller (C1) voordat u verdergaat.
5 Om de machine naar de werkplek te rijden, oefent u met uw voet een gelijkmatige druk uit op het voorste deel van het voorste deel van het gaspedaal (3) om vooruit te gaan of op het achterste deel van het pedaal om achteruit te gaan.
6 Pas de machinesnelheid aan door de druk op het gaspedaal (3) te variëren.
DE MACHINE STOPPEN
1 Stop de machine door het gaspedaal (3) los te laten.
2 Deze stap geldt alleen voor machines met mechanische rem. Nadat het gaspedaal is losgelaten, kan het rempedaal (37) worden ingedrukt om de machine te helpen stoppen.
OPMERKING: Het rempedaal bedient het mechanische remsysteem dat zich op de achterwielen bevindt.
3 ALLEEN IN GEVAL VAN NOOD!
Om alle machinefuncties onmiddellijk te stoppen, drukt u op de noodstop (U).
- Het scherm zal het indicatielampje noodstop geactiveerd (C20) weergegeven.
- Draai, om de machinefuncties te resetten, de noodstop rechtsom.
AFBEELDING 8-1

Zorg ervoor dat u de bedieningsknoppen en hun werking begrijpt.
Vermijd het met een volle machine abrupt stoppen op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten.
Matig uw snelheid als u hellingen afrijdt.
Schrobben...
Volg de instructies in het hoofdstuk "De machine starten" en breng de machine naar het beginpunt voor het schoonmaken.
1 Houd de oplosmiddeltoevoerknop (H) 5 seconden ingedrukt om de vloer vooraf nat te maken. OPMERKING: Hierdoor bestaat er minder kans dat de vloer beschadigd raakt wanneer u begint te schrobben als de borstels nog droog zijn. Dit moet u doen voordat u de One-Touch-schrobknop (E) indrukt.
2 Druk een keer op de One-Touch-schrobknop (E) voor standaard schrobben. Druk een keer op de knop voor het verhogen van de schrobdruk (F) voor zwaar schrobben of twee keer voor extreem zwaar schrobben. De oplosmiddeltoevoer heeft instellingen die overeenkomen met de schrobdruk; de oplosmiddeltoevoer wordt automatisch aangepast aan de schrobdruk.
OPMERKING: Het debiet van de oplosmiddeltoevoer kan ook onafhankelijk van de schrobdruk verhoogd of verlaagd worden door op de knop voor verhoging (J)of verlaging (K)van toevoer oplosmiddel te klikken. Let op de balkjes van de oplosmiddeltoevoer (C10) (zie Bedieningspaneel). Eventuele latere aanpassingen van de schrobdruk zullen de stroomsnelheid terugzetten naar de standaardwaarde.
3 Als de One-Touch-schrobknop (E) is ingeschakeld, worden de borstels en zuigmond automatisch omlaag gebracht. Het schrobsysteem, oplosmiddeltoevoersysteem, zuigsysteem en reinigingsmiddelsysteem (EcoFlex-modellen) worden allemaal automatisch gestart als het voor- en achteruitpedaal (3) wordt geactiveerd. De verschillende individuele systemen kunnen IN of weer UIT worden geschakeld door tijdens het schrobben de overeenkomstige regelaar in te drukken.
OPMERKING: Wanneer de machine achteruit gaat, komt de zuigmond automatisch omhoog.
4 Begin met schrobben door de machine stapvoets in een rechte lijn vooruit te rijden. Overlap elke baan met 50-75 mm (2-3 inch). Stel de snelheid van de machine en de toevoer van oplosmiddel zo nodig al naargelang de gesteldheid van de vloer af. Schakel de getimede oplosmiddeltoevoer (R) in voordat u een bocht maakt om de oplosmiddeltoevoer tijdelijk te stoppen. De streepjes van de oplosmiddeltoevoer (C10) worden vervangen door een timer van 5 seconden die aangeeft hoe lang de oplosmiddelstroom duurt. Trek opnieuw aan de peddel voordat timer afloopt om oplosmiddel te annuleren.
OPMERKING: Tijdens schrobben kan de maximale machinesnelheid ingesteld worden door op de knop van de snelheidsbegrenzer (N) te drukken. Stel de machine in op de gewenste snelheid met het voor- en achteruitpedaal (3) en druk op de knop van de snelheidsbegrenzer (N). De bestuurder kan het pedaal nu helemaal naar voren drukken zonder de snelheid van de machine te verhogen en de bestuurder raakt dus minder vermoeid. De snelheid van de machine (C5) wordt weergegeven op het display.
LET OP!
Om beschadiging van de vloer te voorkomen, moet u de machine in beweging houden terwijl de borstels draaien.
5 Kijk tijdens het schrobben af en toe achterom, om te zien of al het vuile water goed wordt opgezogen. Als er water achterblijft, brengt u misschien te veel oplosmiddel aan, is de vuilwatertank mogelijk vol of moet de zuigmond worden bijgesteld.
6 De machine wordt automatisch in de laatst gebruikte reinigingsmodus gezet, namelijk minimale of maximale concentratie reinigingsmiddel (indien er reinigingsmiddel aanwezig en geactiveerd is). Trek aan de EcoFlex-peddel (S) om de huidige reinigingsmodus op te heffen en de schrobdruk, oplosmiddeltoevoeren, indien geïnstalleerd, het percentage tijdelijk te verhogen (tenzij in maximale concentratie). Hierdoor worden het EcoFlex-indicatielampje (C15) en een timer een minuut lang weergegeven, het debiet van de oplosmiddeltoevoer neemt toe tot het volgende niveau, de borsteldruk neemt toe tot het volgende niveau en het percentage reinigingsmiddel gaat naar het niveau maximale concentratie (het reinigingsmiddelsysteem wordt ingeschakeld op het minimale concentratieniveau indien dit uitgeschakeld was).
OPMERKING: Als u de schakelaar reinigingsmiddel (Q) meerdere keren indrukt, wordt er geschakeld tussen minimale concentratie, maximale concentratie en reinigingsmiddel uitgeschakeld. Het EcoFlex-systeem functioneert alleen indien het schrobsysteem (E) is ingeschakeld.
7 Bij zeer vuile vloeren is het mogelijk dat 'enkel' schrobben niet voldoende is en kan 'dubbel' schrobben vereist zijn. Dubbel schrobben werkt hetzelfde als enkel schrobben, maar bij de eerste keer staan de zuigmond en het schrobdek omhoog (druk op de zuig-/zuigbuisknop (L) om de zuigmond omhoog te zetten). Open beide zijpanelen van het schrobdek (15) en trap de omhoog-/omlaaghendel (AA) in om de zijplaten omhoog te brengen. Zo kan het reinigingsmiddel langer op de vloer inwerken. De tweede keer gaat u met de zuigmond en zijplaten omlaag over hetzelfde oppervlak heen (trap hendel (AA) nogmaals in om omlaag te brengen), zodat de opgehoopte oplossing wordt opgezogen.
8 De vuilwatertank heeft een tank vol-schakelaar (19) die ALLE systemen behalve het rijsysteem uitschakelt wanneer de vuilwatertank vol is. Wanneer deze schakelaar wordt geactiveerd, moet de vuilwatertank worden leeggemaakt. De machine zal geen water opzuigen en niet schrobben wanneer de schakelaar geactiveerd is.
OPMERKING: Indicatielampjes voor schrobben, oplossing en reinigingsmiddel gaan uit en het indicatielampje vuilwatertank vol (C13) verschijnt op het weergavepaneel wanneer de knop wordt geactiveerd.
9 Als u wilt stoppen met schrobben of als de vuilwatertank vol is, drukt u eenmaal op de One-Touch-schrobknop (E). Hierdoor worden de borstels en de oplosmiddeltoevoer automatisch gestopt en gaat het schrobdek omhoog. Even later komt de zuigmond omhoog en stopt het zuigsysteem (zodat eventueel overgebleven water nog kan worden opgezogen zonder het zuigsysteem weer in te schakelen).
10 Rijd de machine naar een aangewezen "AFVOERPLEK" voor afvalwater en maak de vuilwatertank leeg. Om de vuilwatertank leeg te maken, trekt u de afvoerslang van de vuilwatertank (20) uit de opbergplek achterin en haalt u de stop eruit (houd het uiteinde van de slang boven het waterpeil van de tank om te voorkomen dat er plotseling ongecontroleerd vuil water uit stroomt). Daarna vult u de oplosmiddeltank opnieuw en kunt u doorgaan met schrobben.
OPMERKING: Zorg dat het deksel van de vuilwatertank (1) en de stop van de afvoerslang van de vuilwatertank (20) goed op hun plaats zitten, anders zuigt de machine het water niet goed op.
Wanneer de accu's moeten worden opgeladen gaat het lampje voor bijna lege accu's (C14) branden, stoppen de schrobborstels en de oplosmiddeltoevoeren komt de schrobdek omhoog. Iets later komt de zuigmond omhoog en nog iets later stopt het zuigsysteem. Rijd de machine naar een onderhoudszone en laad de accu's op overeenkomstig de instructies in het hoofdstuk Accu's van deze handleiding.
NAT ZUIGEN
Stappen voor het op de machine bevestigen van de optionele hulpstukken voor nat zuigen:
1 Maak de slang van de vuilwatertank (33) los van de ophanging van de zuigmond. Sluit het koppelstuk en de slang van de zuigbuisset aan op de slang van de vuilwatertank.
2 Bevestig de desbetreffende hulpstukken voor nat zuigen op de slang. (Bij Nilfisk is een optionele VAC-zuigbuisset PN56116355 verkrijgbaar).
3 Plaats de magnetische sleutel op de SmartKey-lezer (A) en druk op de aan-/uitknop (B). Druk, als u naast de machine staat (niet op de bestuurdersstoel), op de zuig-/zuigbuisknop (L). De zuigmotor en de pomp blijven werken tot u opnieuw op deze knop drukt om ze UIT te zetten. Het zuigbuislampje (C17) wordt weergegeven. OPMERKING: Als u de zuig-/zuigbuisknop (L) indrukt als u op de machine zit, wordt de zuigmond omlaag gebracht en worden de zuigmotor(en) ingeschakeld als de machine naar voren rijdt. Het indicatielampje voor het zuigsysteem (C16) wordt weergegeven.
ONDERHOUDSADVIES: Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor gedetailleerde functionele beschrijvingen van alle besturingselementen en programmeeropties.
AFBEELDING 8-2

1 Druk op de One-Touch-schrobknop (E) wanneer u klaar bent met schrobben. Dan worden alle systemen van de machine (borstels, zuigmond, zuigsysteem, oplosmiddeltoevoeren reinigingsmiddel (EcoFlex-modellen)) automatisch omhoog gebracht, ingetrokken en stopgezet. Rijd de machine vervolgens naar een geschikte plaats voor dagelijks onderhoud en controleer de machine op eventueel benodigd onderhoud.
2 Om de oplosmiddeltank leeg te maken, opent u het linker schrobdek en trekt u de afvoerslang van de oplosmiddeltank (31) uit de opbergklem. Leid de slang naar een daarvoor geschikte "AFVOERPUT" en haal de stop eruit. Spoel de tank met schoon water uit.
3 Om de vuilwatertank te legen, haalt u de afvoerslang van de vuilwatertank (20) uit de opbergplek. Leid de slang naar een daartoe aangewezen AFVOERPLEK en verwijder de plug (houd het uiteinde van de slang boven het waterpeil van de tank om een plotseling, ongecontroleerd lozen van afvalwater te voorkomen). U kunt de afvoerslang van de vuilwatertank ook dichtknijpen om de afvoer van het water te regelen. Spoel de vuilwatertank met schoon water uit. Controleer de afvoerslang van de vuilwatertank en de zuigslang en vervang ze als ze geknikt of beschadigd zijn.
4 Verwijder de borstels of padhouders. Spoel de borstels of padhouders met warm water af en laat ze hangend drogen.
5 Verwijder de zuigmond, spoel hem af met warm water en plaats hem weer terug op de bevestiging, of hang hem aan de achterkant van de vuilwatertank.
6 Bij cilindrische systemen verwijdert u de hopper en reinigt u deze grondig. Haal de hopper er aan beide kanten van de machine uit door het paneel van het schrobdek te openen, de zijplaat te ontgrendelen en open te doen en de hopper weg van de behuizing omhoog te kantelen en er daarna uit te trekken.
7 Controleer onderstaand onderhoudsschema en voer eventueel benodigd onderhoud uit voordat u de machine wegzet.
8 Zet de machine binnenshuis, op een schone, droge plaats weg. De machine mag niet bevriezen. Laat de tanks open om ze te luchten.
9 Schakel de machine uit door de aan-/uitknop (B) in te drukken en verwijder de magnetische sleutel.
10 De accu's zijn de duurste vervangingsonderdelen van deze machine. Om uw investering te beschermen en om de accu's maximaal te benutten, moet u het volgende in de gaten houden:
- Accu's gaan langer mee als ze volledig zijn opgeladen.
- Acculaders mogen accu's niet te veel of te weinig opladen.
- Accu's houden er eerder mee op als ze in een niet-opgeladen toestand worden opgeslagen.
- ledere dag moet na gebruik de acculader worden aangesloten en de lader moet een volledig oplaadcyclus doorlopen om de accu's volledig op te kunnen laden.
ONDERHOUDSSCHEMA
| ONDERHOUDSPUNT Dagelijks Wekelijks Maandelijks Jaarlijks | ||||
| Accu's opladen X | ||||
| Tanks en slangen controleren/reinigen X | ||||
| Borstels of padhouders controleren/reinigen/omkeren X | ||||
| Zuigmond controleren/reinigen X | ||||
| Vuilopvanglade in vuilwatertank legen/reinigen X | ||||
| Schuimfi Iter van zuigmotor(en) controleren/reinigen X | ||||
| Hopper reinigen (bij cilindrische systemen) X | ||||
| De sproeikoppen van het DustGuard-systeem reinigen X | ||||
| *Controleer de mechanische rem (indien aanwezig) X | ||||
| Controleer het waterpeil van alle accucellen X | ||||
| Inspecteer de wissers van de borstelbehuizing X | ||||
| Reinigen en controleren van het oplosmiddelfi Iter X | ||||
| Oplosmiddeltank reinigen (bij cilindrische systemen) X | ||||
| Reinigingsmiddelsysteem (alleen EcoFlex) spoelen X | ||||
| Smeren - zie "De machine smeren" X | ||||
| ** Koolborstels controleren | X | |||
*Het rempedaal moet stevig aanvoelen. Als het rempedaal tijdens het indrukken het einde van de slag in de gleuf bereikt, mag u DE MACHINE NIET GEBRUIKEN. Meld alle eventuele gebreken onmiddellijk aan het servicepersoneel.
** Laat Nilfisk de koolborstels van de zuigmotor na 1200 hersteluren controleren (vervang de motor na 2000 hersteluren).
OPMERKING: Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor een nadere omschrijving van de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden.
PROCEDURE VOOR HET REINIGEN VAN HET DUSTGUARD-MONDSTUK
Om het vastlopen van de sproeikop te voorkomen, verwijdert u de sproeikop(pen) na elk dagelijks gebruik en dompelt u ze 's nachts in schoonmaakazijn of een geschikte kalkverwijderaar. Om de machinestilstand te voorkomen is het raadzaam reserve sproeikop(pen) aan te schaffen en de gebruikte exemplaren te vervangen door gereinigde exemplaren. Vervang sproeikoppen die niet naar behoren kunnen worden gereinigd.
AFBEELDING 9

text_image
NG 9 De spro het Dust reinigenDE MACHINE SMEREN
Spuit een keer per maand een kleine hoeveelheid vet in alle smeernippels van de machine totdat het vet er rond de lagers uit begint te sijpelen. Zie afbeelding 10.
Smeer invetpunten (of breng wat vet aan op) (AA):
- As en scharnierpunt van het zuigmondzwenkwiel
- Universele koppeling van de stuurwielas
Stuurketting - Schroefdraad van de stelknop van de zuigmond
Smeer (AB) eenmaal per maand met lichte machineolie of synthetisch smeermiddel in sprayvorm:
- Zijplaat omlaag stop afstellen schroefdraad
AFBEELDING 10

text_image
TROMAGNETISCHE REM LET OP!ELEKTROMAGNETISCHE REM
LET OP!
Om ongecontroleerd rijden van de machine te voorkomen, blokkeert u de wielen en zorgt u ervoor dat de machine op een vlakke ondergrond staat voordat u de elektromagnetische rem inschakelt.
Zie afbeelding 11. Het aandrijfwiel (4) heeft een ingebouwde elektromagnetische rem die telkens geactiveerd wordt wanneer de machine is UITGESCHAKELD of als het gaspedaal (3) niet wordt ingedrukt, de machine in de neutrale stand. Deze remfunctie kan indien nodig handmatig worden opgeheven door een middelgrote of grote schroevendraaier achter het armstuk (AC) te plaatsen, zoals weergegeven. Dit mag uitsluitend worden gedaan wanneer u de machine moet verder duwen of trekken.
AFBEELDING 11

text_image
AC 4NATTE LOOD/ZUUR-ACCU'S OPLADEN
Laad de accu's op telkens als u de machine heeft gebruikt of als het lampje voor het ladingsniveau van de accu (C3) aangeeft dat de accu's bijna leeg zijn.
⚠ WAARSCHUWING!
Vul de accu's nooit voordat u ze gaat opladen. Controleer of alleen de platen zijn bedekt.
Laad de accu's op in een goed geventileerde ruimte. Als accuzuur met uw huid in contact komt, moet u de huid 5 minuten lang met water spoelen en een arts raadplegen. AFBEELDING 12
Rook niet tijdens onderhoud aan de accu's.
Bij het onderhoud van accu's...
* Draag geen sieraden
* Rook niet
* Draag een veiligheidsbril, rubber handschoenen en een rubber schort
* Werk in een goed geventileerde ruimte
* Laat uw gereedschap niet met meerdere accupolen tegelijk in aanraking komen
* Koppel ALTIJD eerst de negatieve (aardings)kabel los wanneer u accu's vervangt, om vonken te voorkomen.
* Sluit ALTIJD als laatste de negatieve kabel aan wanneer u accu's installeert.
Als uw machine wordt geleverd met geïntegreerde acculader, doet u het volgende:
1 Schakel de machine uit met de aan-/uitknop (B).
2 Zie afbeelding 12. Breng de stuurkolom helemaal omhoog.
Zet de stoel naar voor en bedien de steunstang van de bestuurdersstoel (9) voor toegang tot de accu en lader en voor goede ventilatie.
3 Rol het elektrisch snoer van de geïntegreerde lader af en sluit het aan op een correct geaard stopcontact. Raadpleeg de OEM-producthandleiding voor meer gedetailleerde instructies over hoe u te werk moet gaan. Terwijl de ingebouwde lader wisselstroom ontvangt, zijn alle machinefuncties uitgeschakeld.
4 Het lampje voor de oplaadstatus van de accu (C19) geeft de oplaadstatus van de accu weer. Dit betekent dat de
oplaadcyclus is begonnen. Gedurende de oplaadcyclus wordt het oplaadniveau van de accu ingevuld.
5 Als het lampje voor de oplaadstatus (C19) helemaal gevuld is, constateert de machine dat de accu's volledig zijn opgeladen, maar kan het oplaadproces nog niet voltooid zijn. Vertrouw op de statuslampjes op de lader (12) (en de OEM-handleiding) om te controleren of de accu's volledig zijn opgeladen. Dit kan een aantal uren duren, afhankelijk van de toestand van de accu's voorafgaand aan het opladen.
6 Als de accu's zijn opgeladen, ontkoppelt u de lader en rolt u snoer (12A)op. Wacht minstens 10 seconden voordat u de machine inschakelt na het ontkoppelen van de lader.
Als uw machine wordt geleverd zonder geïntegreerde acculader, doet u het volgende:
1 Schakel de machine uit met de aan-/uitknop (B).
2 Zie afbeelding 12. Breng de stuurkolom helemaal omhoog. Zet de stoel naar voor en bedien de steunstang van de bestuurdersstoel (9) voor toegang tot de accu en voor goede ventilatie.
3 Ontkoppel de accu's van de machine en plaats de aansluiting van de lader in het aansluitpunt van de accu's (10). Volg de aanwijzingen op de acculader. ONDERHOUDSADVIES: Zorg ervoor dat u de acculader in de aansluiting plaatst die op de accu's is aangesloten.
LET OP!
Om beschadiging van de vloer te voorkomen, moet u na het opladen water en zuur van de bovenkant van de accu's afvegen.
De accu te weinig of te veel opladen beperkt de levensduur en de prestaties van de accu. Zorg ervoor dat u DE JUISTE OPLAADINSTRUCTIES VOLGT.
HET WATERNIVEAU VAN DE ACCU CONTROLEREN
Controleer na het opladen minstens eenmaal per week het waterpeil van de accu's.
Verwijder de accudoppen en controleer het waterpeil in iedere accucel. Vul elke cel met gedestilleerd of demiwater in een speciaal flesje met vloeistof voor accu's (verkrijgbaar bij de meeste handelaren in auto-onderdelen) tot aan het maatstreepje (of tot 39 inch / 10 mm boven de rand van de scheidingslijnen). Vul de accu's NOOIT te veel! Installeer de ventilatiedoppen opnieuw.
LET OP!
Als de accu's te veel worden gevuld, kan er accuzuur op de vloer terechtkomen.
Draai de accudoppen vast. Was de bovenkant van de accu's met een oplossing van soda en water (2 eetlepels soda op 1 liter water).

Laad de accu's op telkens als u de machine heeft gebruikt of als het lampje voor het ladingsniveau van de accu (C3) aangeeft dat de accu's bijna leeg zijn.
⚠ WAARSCHUWING!
Laad de accu's op in een goed geventileerde ruimte. Als accuzuur met uw huid in contact komt, moet u de huid 5 minuten lang met water spoelen en een arts raadplegen.
Rook niet tijdens onderhoud aan de accu's.
Bij het onderhoud van accu's...
* Draag geen sieraden
* Rook niet
* Draag een veiligheidsbril, rubber handschoenen en een rubber schort
* Werk in een goed geventileerde ruimte
* Laat uw gereedschap niet met meerdere accupolen tegelijk in aanraking komen
* Koppel ALTIJD eerst de negatieve (aardings)kabel los wanneer u accu's vervangt, om vonken te voorkomen.
* Sluit ALTIJD als laatste de negatieve kabel aan wanneer u accu's installeert.
LET OP!
Uw klepgestuurde loodzuuraccu (VRLA-accu) levert de beste prestaties en gaat het langst mee WANNEER DEZE CORRECT WORDT OPGELADEN! De accu te weinig of te veel opladen beperkt de levensduur en de prestaties van de accu. Zorg ervoor dat u DE JUISTE OPLAADINSTRUCTIES VOLGT. PROBEER DEZE ACCU NOOIT OPEN TE MAKEN! Als een VRLA-accu wordt geopend, gaat de druk verloren en worden de platen aangetast door zuurstof. DE GARANTIE VERVALT ALS DE ACCU GEOPEND WORDT.
AFBEELDING 12

text_image
12 12A 10 9
Als uw machine wordt geleverd met geïntegreerde acculader, doet u het volgende:
1 Schakel de machine uit met de aan-/uitknop (B).
2 Zie afbeelding 12. Breng de stuurkolom helemaal omhoog. Zet de stoel naar voor en bedien de steunstang van de bestuurdersstoel (9) voor toegang tot de accu en lader en voor goede ventilatie.
3 Rol het elektrisch snoer van de geïntegreerde lader af en sluit het aan op een correct geaard stopcontact. Raadpleeg de OEM-producthandleiding voor meer gedetailleerde instructies over hoe u te werk moet gaan. Terwijl de ingebouwde lader wisselstroom ontvangt, zijn alle machinefuncties uitgeschakeld.
4 Het lampje voor de oplaadstatus van de accu (C19) geeft de oplaadstatus van de accu weer. Dit betekent dat de oplaadcyclus is begonnen. Gedurende de oplaadcyclus wordt het oplaadniveau van de accu ingevuld.
5 Als het lampje voor de oplaadstatus (C19) helemaal gevuld is, constateert de machine dat de accu's volledig zijn opgeladen, maar kan het oplaadproces nog niet voltooid zijn. Vertrouw op de statuslampjes op de lader (12) (en de OEM-handleiding) om te controleren of de accu's volledig zijn opgeladen. Dit kan een aantal uren duren, afhankelijk van de toestand van de accu's voorafgaand aan het opladen.
6 Als de accu's zijn opgeladen, ontkoppelt u de lader en rolt u snoer (12A)op. Wacht minstens 10 seconden voordat u de machine inschakelt na het ontkoppelen van de lader.
Als uw machine wordt geleverd zonder geïntegreerde acculader, doet u het volgende:
1 Schakel de machine uit met de aan-/uitknop (B).
2 Zie afbeelding 12. Breng de stuurkolom helemaal omhoog. Zet de stoel naar voor en bedien de steunstang van de bestuurdersstoel (9) voor toegang tot de accu en voor goede ventilatie.
3 Ontkoppel de accu's van de machine en plaats de aansluiting van de lader in het aansluitpunt van de accu's (10). Volg de aanwijzingen op de acculader. ONDERHOUDSADVIES: Zorg ervoor dat u de acculader in de aansluiting plaatst die op de accu's is aangesloten.
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat u over een geschikte lader beschikt voor het opladen van gelcelaccu's. Gebruik alleen "spanningsgeregelde" of "spanningsbeperkte" laders. Standaardladers met constante stroom of wisselende stroom MOGEN NIET worden gebruikt. Een lader met temperatuursensor wordt aanbevolen, omdat handmatige bijstellingen nooit helemaal accuraat zijn en de VRLA-accu kunnen beschadigen.
LADEN VAN ANDERE SOORTEN ACCU'S
Zie afzonderlijke gebruiksaanwijzing voor elk accutype dat niet in dit document genoemd wordt.
ONDERHOUD ZUIGMOND
Als de zuigmond smalle strepen water achterlaat, zijn de strips misschien vuil of beschadigd. Verwijder de zuigmond, spoel deze met warm water af en controleer de strips. De wissers moeten omgekeerd of vervangen worden als ze gekrast, gescheurd, gekreukeld of afgesleten zijn.
De achterste zuigmond omkeren of vervangen...
1 Zie afbeelding 13. Breng de zuigmond omhoog van de vloer en trek daarna de grendel van de zuigmond (AA) los.
2 Verwijder de spanriem (AB).
3 Schuif de achterste wisser van de pennen af.
4 De zuigstrip heeft 4 randen zoals hieronder getoond. Draai de wisser zodat er een schone, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Vervang de strip als alle 4 de randen zijn ingekerfd, gescheurd of tot een grote straal zijn afgesleten.
5 Monteer de wisser door de stappen in de omgekeerde volgorde uit te voeren en de kanteling van de zuigmond aan te passen.
De voorste zuigstrip omkeren of vervangen...
1 Breng de zuigmond omhoog van de vloer en draai daarna de 2 vleugelmoeren (21) bovenop de zuigmond los en haal de zuigmond uit de montageplaat.
2 Draai de vleugelmoer voor het verwijderen van de voorste zuigmond (AC) los, en verwijder vervolgens de spanband (AD) en het voorste zuigrubber
3 De zuigstrip heeft 4 randen zoals hieronder getoond. Draai de wisser zodat er een schone, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Vervang de strip als alle 4 de randen zijn ingekerfd, gescheurd of tot een grote straal zijn afgesleten.
4 Monteer de wisser door de stappen in de omgekeerde volgorde uit te voeren en de kanteling van de zuigmond aan te passen.
ZUIGMOND BIJSTELLEN
De zuigmond kan op twee manieren worden afgesteld, op hoek en hoogte.
Telkens wanneer er een wisser omgekeerd of vervangen wordt of als de zuigmond de vloer niet goed droog zuigt, moet de hoek van de zuigmond opnieuw worden afgesteld.
1 Parkeer de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
2 Laat de zuigmond zakken, rijd de machine een beetje vooruit en regel de hellingshoek en de hoogte van de zuigmond met de instelknop voor de hellingshoek (22) en de instelknoppen voor de hoogte (23), zodat de achterste zuigmond de vloer gelijkmatig raakt over zijn volledige breedte en lichtjes gebogen is zoals wordt weergegeven op de dwarsdoorsnede van de zuigmond.
3 De hoogte van de zuigmond is af fabriek ingesteld, maar moet regelmatig aangepast worden omdat de zwenkwieltjes slijten. Voor een juiste hoogte van de zuigmond moet de voorste zuigrubber de vloer raken maar niet buigen.
a. Draai de knop voor het instellen van de hoogte los (23).
b. Draai het zwenkwiel (AE) omhoog of omlaag om de juiste hoogte in te stellen en zorg ervoor dat de rubber van links naar rechts hetzelfde is gepositioneerd.
c. Draai de zwenkwielstop (AF) tegen de ophanging van zuigmond (AG).
d. Draai de instelknop voor de hoogte (23) tegen de ophanging van de zuigmond om de instelling te vergrendelen.
4 De instelknop voor de hellingshoek (22) wordt gebruikt om de hoek aan te passen voor gelijk contact van het midden tot aan het puntje van de plaat.
a. Draai de afstelknop voor de hellingshoek (AH) los.
b. Draai naar wens aan de afstelknop voor de hellingshoek.
c. Draai de afstelknop voor de hellingshoek (AH) tegen de ophanging van de zuigmond om afstelling te vergrendelen.
ONDERHOUD ZUIGMOND
AFBEELDING 13

text_image
BEELDING 13 21 23 21 23 AG AH 22 AF AE AC 1 2 4 3 AA ABONDERHOUD ZIJWISSER
Zijwissers dienen om vuil water naar de zuigmond te leiden, zodat het water beter binnen het reinigingstraject van de machine blijft. Bij normaal gebruik zullen de wissers uiteindelijk slijten. U zult zien dat er dan een beetje water van onder de zijwissers lekt. U kunt ze heel eenvoudig bijstellen door de wissers lager te zetten, zodat al het water door de zuigmond kan worden opgenomen.
De zijwisser(s) van het schrobsysteem omkeren of vervangen...
1 Ontgrendel en open de zijpanelen van het schrobdek (15).
2 Zie afbeelding 14-1. Ontgrendel de snoerband (AA) en verwijder het snoer en de wisser.
3 De hoofdzijwisser heeft 4 randen zoals hieronder getoond. Draai de wisser zo dat er een schone, onbeschadigde rand naar et midden van de machine. Wissel de rechter en linker zijwissers om de resterende twee randen te gebruiken. Vervang alle wissers als de randen zo gekrast, gescheurd of erg afgesleten zijn dat ze niet meer kunnen worden bijgesteld.
4 Bevestig de wisser weer op het wissereenheid en zet vast door de snoerband (AA) te vergrendelen. Stel de wisser af voor juist contact met de vloer als het schrobdek in de schrobstand staat.
HOOGTE ZIJWISSER BIJSTELLEN
1 De neerwaartse stop kan afgesteld worden op de zijwissers om slijtage van de wisser te compenseren.
2 Zorg ervoor dat de machine op een vlakke ondergrond staat.
3 Laat de schrobdek zakken door de One-Touch-schrobknop (E) in te drukken en rijd de machine een stukje naar voor zodat de wissers ombuigen.
4 Open de zijpanelen van het schrobdek (15) en let op het buigen van de wisser.
5 Draai de vergrendelknop van de zijwisser (AB) los om af te stellen. Draai de stopknop omlaag (AC)) (omhoog of omlaag) tot het punt waar de wissers voldoende omgebogen worden, zodat al het vuil water tijdens het schrobben binnen de het dek blijft. OPMERKING: Stel ze zodanig in dat de wissers goed werken. Laat de wissers niet al te ver zakken tot op een punt waar ze te ver gebogen worden en de wissers onnodig zullen slijten. Zet de vergrendelknop voor de zijwisser (AB) vast om de afstelling door te voeren.
1 De zijwissers van het schrobdek hebben twee instellingen voor neerwaartse druk.
2 Zie afbeelding 14-2. Stand 1 (AE) is normale veegdruk, het wordt aanbevolen om met deze instelling te beginnen. Stand 2 (AF) is zware veegdruk, deze instelling kan gebruikt worden als het veegresultaat onvoldoende is. OPMERKING: In stand 2 slijten de borstels sneller.
3 Trek aan de beugel (AG) om te schakelen tussen de twee standen. Gebruik dezelfde stand aan beide kanten van het schrobdek.
DUBBELE BORSTELSTAND
1 Zie afbeelding 14-3. Trap de hendel om de wisser te verhogen/verlagen (AH) in om de wisser omhoog te brengen. OPMERKING: Deze stand kan ook worden gebruikt voor het installeren/verwijderen van borstels.
2 Als u klaar bent met het schrobben met twee borstels, trapt u hendel (AH) opnieuw in of trekt u aan de ontgrendelbeugel (AJ) om de zijwisser opnieuw te laten zakken naar de normale bedrijfstand.
ONDERHOUD ZIJWISSER
AFBEELDING 14-1

| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Water wordt slecht opgezogen | Versleten of gescheurde zuigstrips Omkeren of vervangen | |
| Zuigmond niet goed afgesteld | Stel zodanig af dat de strips de vloer gelijkmatig over de gehele breedte raken | |
| Vuilwatertank vol Vuilwatertank legen | ||
| Lek in afvoerslang vuilwatertank Afsluitdop afvoerslang vastzetten of vervangen | ||
| Lek in pakking deksel van de vuilwatertank Pakking vervangen/deksel juist plaatsen | ||
| Vuildeeltjes in zuigmond Zuigmond reinigen | ||
| Zuigmondafdichting verstopt of ontbreekt Zuigmondafdichting reinigen of vervangen | ||
| Zuigslang verstopt Vuil verwijderen | ||
| Te veel toevoer van oplosmiddel | Verminder toevoer met oplosmiddelknop op het bedieningspaneel | |
| Deksel schuimfiiter niet juist geplaatst Deksel juist plaatsen | ||
| Schrobt slecht | Versleten borstels of pads | Borstels omkeren of vervangen |
| Verkeerde borstel of pad | Neem contact op met een bevoegde servicedienst van Nilfisk | |
| Verkeerd reinigingsmiddel | Neem contact op met een bevoegde servicedienst van Nilfisk | |
| Machine rijdt te hard | Rijd langzamer | |
| Niet voldoende toevoer van oplosmiddel | Verhoog toevoer met oplosmiddelknop op het bedieningspaneel | |
| Onvoldoende oplosmiddeltoevoer of geen oplosmiddel | Oplosmiddeltank leeg | Vul de oplosmiddeltank |
| Oplosmiddelleidingen, kleppen, filter of tank verstopt | Leidingen, tank doorspoelen en oplosmiddelfilter reinigen | |
| Reinigingsmiddel staat UIT | Activeer toevoer via de oplosmiddelknop op het bedieningspaneel | |
| Magneetklep voor oplosmiddel verstopt of defect | Klep reinigen of vervangen(neem contact op met een bevoegde servicedienst van Nilfisk) | |
| Machine wordt niet ingeschakeld | Accu-aansluiting machine (10) losgekoppeld | Noodstopknop resettenSluit de accu-aansluitingen weer aan |
| 10 Amp (CB1) stroomonderbreker geactiveerd (V) | Controleer op kortsluiting en stel opnieuw in | |
| Doorgebrande hoofdzekering van 150 ampère (14) | Vervang de hoofdzekering van 150 ampère | |
| Geen wielaandrijving vooruit/achteruit | Snelheidsregelaar aandrijfsysteem | Controleer op foutcodes(neem contact op met een bevoegde servicedienst van Nilfisk) |
| Noodstopknop (U) geactiveerd, noodstoplampje geactiveerd (C20)wordt op display weergegeven. | Noodstopknop resetten | |
| Rem(men) vergrendeld, indien aanwezig | Neem contact op met een bevoegde servicedienst van Nilfisk | |
| Slechte veegprestaties (cilindrisch systeem) | Hopper vol | Hopper legen en reinigen |
| Versleten borstels | Borstels vervangen | |
| Borstelhaar is wat ingedeukt | Borstels omkeren | |
| Geen reinigingsmiddeltoevoer (alleen bij EcoFlex-modellen) | Reinigingspatroon is leeg | Vul het reinigingspatroon |
| Toevoerleiding reinigingsmiddel verstopt of geknikt | Spoel het systeem, trek leidingen strak om knikken te verwijderen | |
| Afsluitdop op reinigingspatroon niet afgesloten | Draai de afsluitdop weer vast | |
| Reinigingsmiddelpomp | Controleer pomp, bedrading en leidingen | |
| Fouten magnetische SmartKey | Indicatielampje Geen sleutel (C21).-Er is geen magnetische SmartKey geplaatst op de SmartKey-lezer (A). | Plaats de juiste SmartKey op de SmartKey-lezer. |
| Indicatielampje leesfout sleutel (C22).- De magnetische SmartKey op de SmartKey-lezer (A) kan niet gelezen worden. | Reinig zowel de SmartKey als de SmartKey-lezer met een schone doek. Druk de SmartKey tussen uw duim en wijsvinger in zodat de magneet vrij kan bewegen. | |
| Indicatielampje beperkt gebruik sleutel (C23).- De Magnetische SmartKey op de SmartKey-lezer (A) is niet geprogrammeerd voor gebruik met deze machine. | Plaats een SmartKey op de SmartKey-lezer die geprogrammeerd is voor gebruik met deze machine. | |
Eventuele foutcodes die door de regelaars worden gedetecteerd, worden op het display van het bedieningspaneel weergegeven op het moment dat ze zich voordoen. Als er meer dan één fout is, geeft het display alle foutcodes 1 seconde lang weer. De fout wordt weergegeven als een sleutelpictogram gevolgd door een viercijferige code.
Foutcodes worden weergegeven als X-YYY, waarbij X = systeemnummer (1: hoofdplaat, 2: aan-/uit module, 3: aandrijfcontroller) YYY = foutcodenummer
1-101 is bijvoorbeeld 'Magneetklep voor oplosmiddel - kortsluiting'.
C2 Actieve foutcode
C24 Indicatielampje kritieke storing
C25 Foutcode (kritiek)

text_image
C24 C25 0-000 0024.0 0-000 C2| Foutcode Beschrijving | |
| E2 fouten hoofdregelaar | |
| 1-001 Open | kring K1 spoel |
| 1-002 Kortsluiting | K1 spoel |
| 1-003 K1 lasnaad contact | |
| 1-010 CAN bus 0 | |
| 1-011 CAN bus 1 | |
| 1-101 L1 kortsluiting | |
| 1-102 L2 kortsluiting | |
| 1-103 H2 kortsluiting | |
| 1-104 LP1,2 kortsluiting | |
| 1-105 H1 kortsluiting | |
| 1-106 | M8 kortsluiting |
| 1-107 | M9 kortsluiting |
| 1-201 Peilsensor | |
| 1-560 | EEPROM-configuratie |
| 1-561 | EEPROM-opties |
| 1-562 | EEPROM-systeemwaarden |
| 1-563 | EEPROM-foutenlogboek |
| 1-564 | EEPROM-lijst metgebruikerssleutels |
| 1-565 | EEPROM-impactlogboek |
| Foutcode Beschrijving | |
| E3 fouten aan-/uitmodus | |
| 2-001 | E3 time-out |
| 2-011 | Voorladen mislukt |
| 2-012 | K2 overbelasting |
| 2-013 K2 lasnaad contact | |
| 2-014 | K2 contact open |
| 2-017 | Overspanning cutoff |
| 2-018 | Onderspanning cutoff |
| 2-021 | M1 open |
| 2-022 | M2 open |
| 2-023 | M3 open |
| 2-024 | M4 open |
| 2-025 | M5 open |
| 2-026 | M6 open |
| 2-027 | M7 open |
| 2-028 | M10 open |
| 2-031 M1 overbelasting | |
| 2-032 M2 overbelast | |
| 2-033 M3 overbelast | |
| 2-034 M4 overbelast | |
| 2-035 M5 overbelast | |
| 2-036 M6 overbelast | |
| 2-037 M7 overbelast | |
| 2-038 | M10 overbelast |
| 2-041 | M1 te hoge stroom |
| 2-042 | M2 te hoge stroom |
| 2-043 | M3 te hoge stroom |
| Foutcode Beschrijving | |
| E3 fouten aan-/uitmodus - vervolg | |
| 2-044 M4 te hoge stroom | |
| 2-045 M5 te hoge stroom | |
| 2-046 M6 te hoge stroom | |
| 2-047 M7 te hoge stroom | |
| 2-048 M10 te hoge stroom | |
| 2-051 M1 kortsluiting mosfet | |
| 2-052 M2 kortsluiting mosfet | |
| 2-053 M3 kortsluiting mosfet | |
| 2-054 M4 kortsluiting mosfet | |
| 2-055 M5 kortsluiting mosfet | |
| 2-056 M6 kortsluiting mosfet | |
| 2-057 M7 kortsluiting mosfet | |
| 2-058 M10 kortsluiting mosfet | |
| 2-061 M1 stroomsensor | |
| 2-062 M2 stroomsensor | |
| 2-063 M3 stroomsensor | |
| 2-064 M4 stroomsensor | |
| 2-065 M5 stroomsensor | |
| 2-066 | Uitschakeling te hoge temperatuur |
| 2-067 | Uitschakeling te lage temperatuur |
| 2-071 M1 overbelasting trip | |
| 2-072 M2 overbelasting trip | |
| 2-073 M3 overbelasting trip | |
| 2-074 M4 overbelasting trip | |
| 2-075 M5 overbelasting trip | |
| 2-076 M6 afgeslagen | |
| 2-077 M7 afgeslagen | |
| 2-078 M10 afgeslagen | |
| 2-081 EEPROM-fout | |
| 2-082 PDO time-out | |
| 2-083 | CAN-bus |
| 2-084 | Time-out aandrijving |
| 2-086 | Te hoge temperatuur verminderen |
| 2-087 | Te lage temperatuur verminderen |
| 2-088 Open kring K2 spoel | |
| 2-091 | M1 hardwarefout |
| 2-092 | M2 hardwarefout |
| 2-093 | M3 hardwarefout |
| 2-094 | M4 hardwarefout |
| 2-095 | M5 hardwarefout |
| 2-096 | Parameter veranderd |
| 2-097 M6 stroomsensor | |
| 2-098 M7 stroomsensor | |
| 2-101 M10 stroomsensor | |
| 2-102 | Warmtesensor |
| 2-103 Kortsluiting K2 spoel | |
| Foutcode Beschrijving | |
| E4 fouten aandrijfregelaar | |
| 3-001 | E4 time-out |
| 3-012 | Te hoge stroom regeling |
| 3-013 | Stroomsensor |
| 3-014 | Voorladen mislukt |
| 3-015 | Veel te lage temperatuur |
| 3-016 | Veel te hoge temperatuur |
| 3-017 | Ernstige onderspanning |
| 3-018 | Ernstige overspanning |
| 3-022 | Te hoge temperatuur verminderen |
| 3-023 | Onderspanning verminderen |
| 3-024 | Overspanning verminderen |
| 3-025 | 5V voeding buiten bereik |
| 3-028 | Motor heet verminderen |
| 3-029 | Sensor motortemperatuur |
| 3-031 | Fout K3 spoel |
| 3-032 | EM remfout |
| 3-036 | Encoderfout |
| 3-037 | Motor open |
| 3-038 | Lasnaad K3 |
| 3-039 | K3 contact open |
| 3-041 | Pedaal open |
| 3-042 | Pedaal kortsluiting |
| 3-045 | lets te hoge stroom potentiometer |
| 3-046 EEPROM-fout | |
| 3-047 | HPD fout |
| 3-049 | Parameter veranderd |
| 3-051 Pedaal uitschakelen | |
| 3-056 | Lage BDI |
| 3-057 | EM remtype |
| 3-068 | VCL fout |
| 3-069 | Toevoerfout |
| 3-071 OS algemeen | |
| 3-072 PDO time-out | |
| 3-073 | Afgeslagen |
| 3-077 | Supervisorfout |
| 3-078 | Supervisor incompatibel |
| 3-087 Motoreigenschappen | |
| 3-088 | Encoderpulsfout |
| 3-089 | Motortype |
| 3-091 | VCL/OS passen niet bij elkaar |
| 3-092 EM rem niet ingesteld | |
| 3-093 Encoder LOS | |
GESCHIEDENIS FOUTCODE
Elke foutcode die zich voordoet, wordt door de machine geregistreerd en in een geschiedenislogbestand bewaard. Zie afbeeldingen 15A-15D. Om de foutgeschiedenis te bekijken, drukt u op de informatieknop (D) om het informatiemenu te openen. Gebruik de vier pijltjes (D1) (omhoog, omlaag, links en rechts) om door het menu te bladeren en de informatieknop om het menu te sluiten.
Blader naar beneden naar fouten, rechter pijltje om te selecteren.
Menu [Menu]
Uren [Hours]
Fouten [Faults]
Sleutels [Keys]
Options [Options]
Afsluiten [i Exit]

Selecteren [Select]

text_image
AFBEELDING 15A Menu Hours Faults Keys Options i E x i t ➕ Select D1 D i D1Blader naar beneden naar foutgeschiedenis, rechter pijltje om te selecteren.
▶ Fouten [Faults]
Actieve fouten [Active Faults]
Fougeschiedenis [Fault History]

ug [Back]


[Select]
AFBEELDING 15B

Er wordt een lijst met alle fouten en de bijbehorende tijden weergegeven, blader omhoog of omlaag naar een individuele fout, klik op het rechter pijltje voor meer informatie.
▶▶ Foutgeschiedenis [Fault History]
Fourcode
Bedrijfsuren

Terug [Back]

cterer [Select]
AFBEELDING 15C

De fout wordt samen met de tijd en een beschrijving weergegeven. Gebruik de pijltjes omhoog en omlaag om door de lijst met fouten te bladeren.
▶▶▶▶ Foutgeschiedenis [Fault History]
Foutcode
Bedrijfsuren
Beschrijving foutcode

ug [Back]

I [Scroll]
AFBEELDING 15D

text_image
FaultHistory (1/5) 1-0030007.7 K1ContactWeld ◄Back ◆ScrollACCESSOIRES / OPTIES
Naast de standaard componenten kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires/opties, in overeenstemming met het specifieke gebruik van de machine:
| Borstels met hardere of zachtere borstelharen Voetbeveiligingsset bestuurder | |
| Zuigmond en zijwissers van verschillend materiaal Set voor achteruitrijalarm | |
| Dubbele zuigmotorset Zuigbuisset | |
| Set voor zwaallicht Koplampset | |
| Set voor luxe bestuurdersstoel Set voor zuigmondbescherming | |
| Sets voor bovenbeschermkappen Set voor Dust Guard | |
| Veiligheidsgordelset Set voor meten reinigingsmiddel | |
| Accuvloeistofset Set voor zware voorbumper | |
| Set voor wasslang Zwabberhouderset | |
| Gewichtenset USB-set | |
| TrackClean-set | Zijveegset |
| Automatische vulset oplosmiddel | Geïntegreerde oplaadset |
Voor meer informatie over bovengenoemde accessoires, kunt u contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
DEBIETEN OPLOSMIDDELTOEVOER
| Standaard debietwaarden* | Debiet opheffen** | |||
| 1 bar | 2 bar | 3 bar | 4 bar | |
| 910 cilindrisch | 0,70 GPM / 2,6 liter/minuut | 0,84 GPM / 3,1 liter/minuut | 1,00 GPM / 3,7 liter/minuut | 2,50 GPM / 9,4 liter/minuut |
| 860 schijf | 0,70 GPM / 2,6 liter/minuut | 0,84 GPM / 3,1 liter/minuut | 1,00 GPM / 3,7 liter/minuut | 2,50 GPM / 9,4 liter/minuut |
| 1050 schijf | 0,84 GPM / 3,1 liter/minuut | 1,00 GPM / 3,7 liter/minuut | 1,50 GPM / 5,6 liter/minuut | 2,50 GPM / 9,4 liter/minuut |
*De waarden gelden voor de vaste debietmodus met een volle oplosmiddeltank.
**Dit zijn maximale waarden met een volle oplosmiddeltank.
TECHNISCHE SPECIFICATIES (ZOALS OP DE EENHEID GEÏNSTALLEERD EN GETEST) VOOR MACHINES ZONDER MECHANISCHE REM
| Model SC6000 910C SC6000 860D SC6000 1050D | |||||
| Modelnr . | 56116003 56116005 | 5611600456116012 | |||
| Voltage, accu's V 36V 36V 36V | |||||
| Accuvermogen (max) Ah C5 320 320 | 320 | ||||
| Beschermingsgraad, operationeel | Klasse 3 | Klasse 3 | Klasse 3 | ||
| Beschermingsgraad, laden | Klasse 1 | Klasse 1 | Klasse 1 | ||
| GeluidsdrukniveauIEC 60335-2-72: 2002 Amend. 1:2005, ISO 11203, ISO 3744 | dB(A)/20μPa | 69 | 69 | 69 | |
| Geluidsdrukniveau - KpA(IEC 60335-2-72, ISO 11203) Onzekerheid | dB(A) | 3,0 | 3,0 3,0 | ||
| Brutogewicht voertuig* | Ibs/kg | 2359 / 1070 | 2359 / 1070 | 2359 / 1070 | |
| Transportgewicht** | Ibs/kg | 1784 / 810 | 1784 / 810 | 1784 / 810 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (middenvoor) | psi/kg/cm2 | 120 / 8,43 | 104 / 7,31 | 120 / 8,43 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (rechtsachter) | psi/kg/cm2 | 128 / 8,99 | 121 / 8,50 | 128 / 8,99 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (linksachter) | psi/kg/cm2 | 110 / 7,73 | 109 / 7,66 110 / 7,73 | ||
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | |
| Trillingen op bestuurdersstoel (EN 1032) | m/s2 | <0,04 | <0,02 | <0,02 | |
| Stijgvermogen verplaatsing met gewichtenset | 7% (4°) | 7% (4°) | 7% (4°) | ||
| Stijgvermogen verplaatsing zonder gewichtenset | 7% (4°) | 7% (4°) | 7% (4°) | ||
| Stijgvermogen reiniging met gewichtenset | 7% (4°) | 7% (4°) | 7% (4°) | ||
| Stijgvermogen reiniging zonder gewichtenset | 7% (4°) | 7% (4°) | 7% (4°) | ||
| Lengte machine | inch / cm | 70 / 178 | |||
| Hoogte machine | inch / cm 62,3 / 158 | ||||
| Hoogte machine (met bovenbeschermkap) | inch / cm | 82 / 208 | |||
| Hoogt machine (met korte bovenbeschermkap) | inch / cm | 79 / 200 | |||
| Machinebreedte | inch / cm | 46 / 117 | 39 / 99 | 46 / 117 | |
| Machinebreedte met zuigmond | inch / cm | 48,5 / 123 “K” | 43 / 109 “J” | 48,5 / 123 “K” | |
| Minimale draaicirkel | inch / cm 79,5 / 202 | ||||
| Inhoud oplosmiddeltank | Gallon / L | 50 / 190 | |||
| Inhoud vuilwatertank | Gallon / L | 50 / 190 | |||
| Transportsnelheid (vooruit maximaal) | mph / kph | 5,6 / 9,0 | |||
| Transportsnelheid (achteruit maximaal) | mph / kph | 2,6 / 4,2 | |||
| Afmetingen accucompartiment (bij benadering) | |||||
| Hoogte (maximaal) | inch / cm | 17,25 /43,8 | |||
| Breedte (maximaal) | inch / cm | 22 / 55,9 | |||
| Lengte (maximaal) | inch / cm | 24 / 61 | |||
| Afmeting schrobborstel | |||||
| Omtrek schrobborstel - cilindrisch(binnenkern is 3,5 in / 8,9 cm) | inch / cm | 7,1 / 18 | — | — | |
| Lengte schrobborstel - cilindrisch(twee borstels per machine) | inch / cm | 35,58 / 90,4 | — | — | |
| Borsteldiameter - schijf | inch / cm | — | (2 stuks) bij 17 / 43 | (2 stuks) bij 20 / 51 | |
| Snelheidschrobborstel | Cilindrisch | RPM | 760 | — | — |
| Schijf | RPM | — | 250 | 250 | |
| Hopperinhoud - cilindrisch | in3 / L | 744 / 12,2 | — | — | |
| Breedte reinigingsbaan (schrobpad) | inch / cm | 36 / 91,4 | 34 / 86,3 | 40 / 101,6 | |
| Veegwerkvlak met optionele zijbezem -cilindrisch | inch / cm | 43 / 109 | — | — | |
*Brutogewicht voertuig: Standaard machine zonder opties, volle oplosmiddeltank en lege vuilwatertank, met verwijderbare schrobborstels, geïnstalleerde accu's en een bestuurder van 75 kg.
**Transportgewicht: Standaard machine zonder opties, lege oplosmiddeltank en vuilwatertanks, met accu's geïnstalleerd en geen bestuurder.
TECHNISCHE SPECIFICATIES (ZOALS OP DE EENHEID GEINSTALLEERD EN GETEST) VOOR MACHINES MET MECHANISCHE REM
| Model SC6000 910C SC6000 860D SC6000 1050D | |||||
| Modelnr. | 56116003 56116005 | 56116013 | 5611600456116012 | ||
| Voltage, accu's V 36V 36V 36V | |||||
| Accuvermogen (max) Ah C5 320 320 | 320 | ||||
| Beschermingsgraad, operationeel | Klasse 3 | Klasse 3 | Klasse 3 | ||
| Beschermingsgraad, laden | Klasse 1 | Klasse 1 | Klasse 1 | ||
| GeluidsdrukniveauIEC 60335-2-72: 2002 Amend. 1:2005, ISO 11203, ISO 3744 | dB(A)/20μPa | 69 | 69 | 69 | |
| Geluidsdrukniveau - KpA(IEC 60335-2-72, ISO 11203) Onzekerheid | dB(A) | 3,0 | 3,0 3,0 | ||
| Brutogewicht voertuig* | Ibs/kg | 2359 / 1070 | 2359 / 1070 | 2359 / 1070 | |
| Transportgewicht** | Ibs/kg | 1784 / 810 | 1784 / 810 | 1784 / 810 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (middenvoor) | psi/kg/cm2 | 120 / 8,43 | 104 / 7,31 | 120 / 8,43 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (rechtsachter) | psi/kg/cm2 | 128 / 8,99 | 121 / 8,50 | 128 / 8,99 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (linksachter) | psi/kg/cm2 | 110 / 7,73 | 109 / 7,66 110 / 7,73 | ||
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | |
| Trillingen op bestuurdersstoel (EN 1032) | m/s2 | <0,04 | <0,02 | <0,02 | |
| Stijgvermogen verplaatsing met gewichtenset | 20,9% (11,8°) | 20,9% (11,8°) | 20,9% (11,8°) | ||
| Stijgvermogen verplaatsing zonder gewichtenset | 18,5% (10,5°) | 18,5% (10,5°) | 18,5% (10,5°) | ||
| Stijgvermogen reiniging met gewichtenset | 16,9% (9,6°) | 16,9% (9,6°) | 16,9% (9,6°) | ||
| Stijgvermogen reiniging zonder gewichtenset | 12,2% (7°) | 12,2% (7°) | 12,2% (7°) | ||
| Lengte machine | inch / cm | 70 / 178 | |||
| Hoogte machine | inch / cm 62,3 / 158 | ||||
| Hoogte machine (met bovenbeschermkap) | inch / cm | 82 / 208 | |||
| Hoogt machine (met korte bovenbeschermkap) | inch / cm | 79 / 200 | |||
| Machinebreedte | inch / cm | 46 / 117 | 39 / 99 | 46 / 117 | |
| Machinebreedte met zuigmond | inch / cm | 48,5 / 123 “K” | 43 / 109 “J” | 48,5 / 123 “K” | |
| Minimale draaicirkel | inch / cm 79,5 / 202 | ||||
| Inhoud oplosmiddeltank | Gallon / L | 50 / 190 | |||
| Inhoud vuilwatertank | Gallon / L | 50 / 190 | |||
| Transportsnelheid (vooruit maximaal) | mph / kph | 5,6 / 9,0 | |||
| Transportsnelheid (achteruit maximaal) | mph / kph | 2,6 / 4,2 | |||
| Afmetingen accucompartiment (bij benadering) | |||||
| Hoogte (maximaal) | inch / cm | 17,25 /43,8 | |||
| Breedte (maximaal) | inch / cm | 22 / 55,9 | |||
| Lengte (maximaal) | inch / cm | 24 / 61 | |||
| Afmeting schrobborstel | |||||
| Omtrek schrobborstel - cilindrisch(binnenkern is 3,5 in / 8,9 cm) | inch / cm | 7,1 / 18 | — | — | |
| Lengte schrobborstel - cilindrisch(twee borstels per machine) | inch / cm | 35,58 / 90,4 | — | — | |
| Borsteldiameter - schijf | inch / cm | — | (2 stuks) bij 17 / 43 | (2 stuks) bij 20 / 51 | |
| Snelheidschrobborstel | Cilindrisch | RPM | 760 | — | — |
| Schijf | RPM | — | 250 | 250 | |
| Hopperinhoud - cilindrisch | in3 / L | 744 / 12,2 | — | — | |
| Breedte reinigingsbaan (schrobpad) | inch / cm | 36 / 91,4 | 34 / 86,3 | 40 / 101,6 | |
| Veegwerkvlak met optionele zijbezem -cilindrisch | inch / cm | 43 / 109 | — | — | |
*Brutogewicht voertuig: Standaard machine zonder opties, volle oplosmiddeltank en lege vuilwatertank, met verwijderbare schrobborstels, geïnstalleerde accu's en een bestuurder van 75 kg.
**Transportgewicht: Standaard machine zonder opties, lege oplosmiddeltank en vuilwatertanks, met accu's geïnstalleerd en geen bestuurder.
СОДЕРЖАНИЕ
страница
Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduceerd zijn in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standaards. Het technische bestand is door de fabrikant samengesteld.
