GMP 200 4T - Waterpomp Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMP 200 4T Güde in PDF-formaat.
| Producttype | Benzinemotor waterpomp |
| Merk | Güde |
| Model | GMP 200 4T |
| Motortype | 4-takt, luchtgekoeld |
| Cilinderinhoud | 196 cm³ |
| Motorvermogen | 3,8 kW (5,2 pk) |
| Maximaal debiet | 48.000 l/u |
| Maximale druk | 3,0 bar |
| Maximale zuighoogte | 6 m |
| Maximale pershoogte | 30 m |
| Aansluitdiameter (zuig/pers) | 3" (73,5 mm) |
| Brandstoftankinhoud | 3,6 l |
| Aanbevolen brandstof | Loodvrije benzine |
| Motorolie | 15W-40, 0,8 L |
| Maximale watertemperatuur | +40°C |
| Geluidsniveau | 103 dB (LWA) |
| Gewicht | 26,8 kg |
| Afmetingen (L × B × H) | 550 × 430 × 490 mm |
| Garantie | 12 maanden (professioneel gebruik), 24 maanden (particulier) |
| Veiligheidsfunctie | Automatische stop bij oliegebrek (Auto Stop) |
| Aanzuiging | Automatisch (eerste vulling van de pomp) |
| Gebruik | Schoon of licht vervuild water |
| Inbegrepen accessoires | 2 slangkoppelingen, 2 pakkingen, 3 klemmen, bougiesleutel, voetklep |
| Onderhoud luchtfilter | Elke 3 maanden of 50 bedrijfsuren |
| Onderhoud bougie | Elke 6 maanden of 100 bedrijfsuren |
Veelgestelde vragen - GMP 200 4T Güde
Gebruikersvragen over GMP 200 4T Güde
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMP 200 4T - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMP 200 4T van het merk Güde.
GEBRUIKSAANWIJZING GMP 200 4T Güde
Vertaling van de originele gebruiksaanw ijzing MOTORPOM P
Italiano I 40
In het kader van een continue productontwikkeling behouden wij ons het recht voor technische wijzigingen aan te brengen.
Dit document betreft de originele gebruiksaanwijzing.
Aanduiding:
Waarschuwingen/Verboden:

| MAZ MIN → AUTO STOP → | HIGH LOW |
| Sensor voor lage oliestand (zie gebruiksaanw ijzing) | Instelling voor gashendel |
|  |  |
| Algemene w aarschuw ingen | Uitsluitend in open lucht gebruiken, giftige uitlaatgassen |

Productveiligheid:
| CE | |
| Het product is conform de desbetreffende normen en richtlijnen van de Europese Gemeenschap |
Milieubescherming:
![]() | ![]() |
| Afval niet in het milieu, maar vakkundig verw ijderen | Verpakkingsmateriaal van karton bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen inleveren |
![]() | |
| Beschadigde en/of te verw ijderen elektrische of elektronische apparaten bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen inleveren |
![]() | ![]() | |||
| Motorvermogen Slagvolume | ||||
![]() | ![]() | |||
| opbrengst Aanzuighoogte | ||||
![]() | ![]() | |||
| Opvoerhoogte Gewicht | ||||
![]() | ||||
| Opgave geluidsniveau | ||||
Beschrijving van het apparaat (afb. A)
- Tank
- Tankdop
- Uitlaat
- Frame
- Aanzuigaansluiting
- Rubbervoet
- Oliestandcontrole
- Olieaftapplug
- Sensor voor lage oliestand
- Aan/uit-schakelaar
- Startkoord
- Gashendel
- Vuldop
- Afvoeraansluiting
- Choke
- Luchtfilterbehuizing
- Carburateur
- Wateraftapplug
- Benzinekraan
Accessoires (afb. B)
- 2 x slangaansluiting
- 2 x slangdichting
- 3 x slangklemmen
- 1 x bougiesleutel
- 1x voetventiel (zuigkorf)'
Garantie
De garantieperiode is 12 maanden bij commercieel gebruik en 24 maanden voor eindgebruikers en begint met de datum van aankoop van het apparaat.
De garantie heeft uitsluitend betrekking op onvolkomenheden die op materiaal- en/of productiefouten zijn terug te voeren. Bij een claim betreffende een onvolkomenheid, in de zin van garantie, dient de aankoopfactuur - die de verkoopdatum bew ijsst - met de aankoopdatum bijgesloten te worden.
Uitgesloten van garantie zijn verkeerd gebruik, zoals bijv. overbelasting van het apparaat, gebruik van gew eld, beschadigingen door vreemde invloeden of vreemde voorw erpen evenals het niet naleven van gebruiks- en montageaanw ijzingen en normale slijtage.
| Motortype (luchtgekoeld) | viertaktmotor |
| Slagvolume | 196 ccm |
| Motorvermogen | 3,8 kW - 5,2 PS |
| Max. opvoerhoeveelheid | 48.000 l/h |
| Max. w aterdrukleiding | 3,0 bar |
| Max. aanzuighoogte | 6 m |
| Max. opvoerhoogte | 30 m |
| ∅ druk-/zuigaansluiting | ca. 73,5 mm |
| Tankinhoud | 3,6 l |
| Aansluiting drukleiding | 3" AG |
| Brandstof | loodvrije benzine |
| Motorolie | 15W-40/0,8 L |
| Max. w atertemperatuur | tot + 40 °C |
| Geluidsniveau | LWA 103 dB |
| Gew icht | 26,8 kg |
| Afmetingen LxBxH | 550x430x490 mm |
Algemene veiligheidsinstructies
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en maakt u zich met de bedieningselementen en het juiste gebruik van dit product vertrouwd. Wij zijn niet voor schaden aansprakelijk die als gevolg van het veronachtzamen van aanwijzingen en voorschriften in deze gebruiksaanwijzing zijn veroorzaakt. Schaden als gevolg van een veronachtzaming van aanwijzingen en voorschriften in deze gebruiksaanwijzing vallen niet onder garanties. Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en sluit deze bij overdracht van het apparaat bij.
Kinderen en de met de inhoud van deze gebruiksaanw ijzing niet vertrouw de personen mogen dit apparaat niet gebruiken. Op kinderen moet gelet w orden om vast te stellen dat zij niet met het apparaat spelen. In verschillende landen geldende voorschriften begrenzen mogelijk de leeftijd van de gebruikers en dienen beslist opgevolgd te w orden.
Personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke bekw aamheden mogen dit apparaat niet gebruiken met uitzondering daarvan dat zij, voor hun eigen veiligheid, door een bevoegde persoon w orden gecontroleerd of van deze persoon betreffende instructies krijgen hoe het apparaat gebruikt dient te w orden..
Volg beslist de in de verschillende hoofdstukken van deze gebruiksaanw ijzing genoemde speciale veiligheidsinstructies op.
In het bijzonder dienen de instructies en aanw ijzingen met de volgende symbolen opgevolgd te w orden:
Veronachtzaming van deze aanwijzing is verboden wegens het gevaar van persoonlijke en/of materiele schade!
Controleer het apparaat op transport beschadigingen. In het geval van schade dient de detailhandelaar onmiddellijk op de hoogte gesteld te w orden.
De pomp is niet geschikt voor het verpompen van zoutwater, fecaliën, brandbare, bijtende, explosieve of andere gevaarlijke vloeistoffen. Evenzo is de pomp niet geschikt voor het verpompen van drinkwater en andere levensmiddelen.
De te verpompen vloeistof mag de bij de technische gegevens genoemde maximale, resp. minimale temperatuur niet overschrijden, resp. er onder dalen.
Handelswijze in noodgeval
Wegens het eventueel plaatsvinden van een ongeval zou altijd een verbandtrommel, volgens DIN 13164, op de werkplek bij de hand moeten zijn. Het uit de verbandtrommel genomen materiaal dient onmiddellijk aangevuld te w orden.
Indien u hulp vraagt, geef dan de volgende gegevens door:
Plaats van het ongeval Soort van het ongeval Aantal gew onde mensen Soort verwondingen
Tref de noodzakelijke maatregelen om éerste hulp te verlenen, die aan het letsel beantw oordt en vraag zo snel mogelijk gekw alificeerde medische hulp aan.
Bescherm gew onde personen voor overig letsel en stel ze gerust.
Gebruik volgens de bepalingen
Benzinemotorpomp voor het verpompen van schoon tot licht vervuild w ater. Ieder ander gebruik geldt als niet volgens deze gebruiksregels. De producent is voor de eventuele hieruit ontstane schades niet aansprakelijk. Let er op dat onze apparaten niet voor commercieel gebruik zijn bestemd.
Gebruiksdoeleinden
Het apparaat is voor het verpompen van schoon tot licht vervuild water bestemd.
Het model is met zijn hoge prestatievermogen ook voor industrieel- en landbouw gebruik inzetbaar.
Tot de typische inzetgebieden van de benzinemotorpomp behoren:
■ Waterverzorging op bouw plaatsen.
- Besproeiing van tuinen, bloemperken en velden evenals irrigaties.
■ Water verpompen uit putten, waterreservoirs, beken, enz.
■ Het aftappen en vullen van vijvers, zw embaden, enz.
Verwijdering
De verw ijderinginstructies zijn met pictogrammen aangegeven die op het apparaat, resp. op de verpakking, te vinden zijn. Een beschrijving van de afzonderlijke betekenissen is in het hoofdstuk "Aanduiding" te vinden.
Verwijdering van de transportverpakking
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschades. De verpakkingsmaterialen zijn meestal volgens milieuvriendelijke en verw ijderingtechnische standpunten gekozen en derhalve recyclebaar. Het retour brengen van de verpakking in de materiaalomloop spaart grondstoffen en verlaagt de afvalhoeveelheden.
Verpakkingsdelen (bijv. folies, styropor) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Er bestaat verstikkingsgevaar! Bew aan de verpakking buiten het bereik van kinderen en verw ijder deze zo snel mogelijk.
Eisen aan de bedienende persoon
De bedienende persoon moet, vóór ingebruikname van het apparaat, de gebruiksaanw ijzing goed gelezen hebben.
Kw alificatie
Behalve een uitvoerige instructie door vakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kw alificatie voor het gebruik van het apparaat nodig.
Minimale leeftijd
Het apparaat mag enkel door personen gebruikt w orden van 18 jaar of ouder en deze moeten met de omgang en de w erkwijze bekend zijn. Voor jeugdigen tussen 16 en 18 jaar is het w erken met het apparaat onder toezicht van een volw assen persoon toegestaan.
Uitzondering hierop is het gebruik door jeugdige personen bij een beroepsopleiding ter verkrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een instructeur plaats vindt.
Scholing
Voor het gebruik van het apparaat is passend onderricht voldoende. Een speciale scholing is niet noodzakelijk.
Transport en opslag
- Bij een langdurige opslag moet het apparaat vooraf grondig gereinigd en niet toegankelijk voor onbevoegde personen opgeslagen w orden.
• Borg het apparaat voor ieder transport tegen omvallen.
Montage / éérste inbedrijfstelling
De benzinemotorpomp is in een stabiele stalen buizenkooi met vibratiedemper gemonteerd. Deze voorzieningen mogen tijdens het gebruik niet gedemonteerd w orden omdat deze voor een veilige stand zorgen en vibraties reduceren.
Algemene instructies voor installatie

Alle aansluitleidingen moeten absoluut dicht zijn.
Ondichte leidingen kunnen de prestatie van de pomp beïnvloeden en aanzienlijke schaden veroorzaken.

Tijdens de gehele installatie mag het apparaat niet ruik zijn.
Alle aansluitleidingen moeten absoluut dicht zijn, omdat ondichte leidingen de prestatie van de pomp beïnvloeden en aanzienlijke schaden kunnen veroorzaken. Dicht derhalve noodzakelijkerw ijs de schroefdraaddelen van de leidingen aan w eerszijden en de verbindingen met de pomp met teflonband af. Enkel het gebruik van dichtingsmateriaal zoals teflonband maakt het zeker dat de montage luchtdicht plaatsvindt.
Vermijd bij het aandraaien van schroefverbindingen overmatige kracht die tot beschadigingen kan leiden. Let er bij het verplaatsen van aansluitleidingen op dat er geen gewicht evenals geen schommelingen of spanningen op de pomp inw erken.
Installatie van de aanzuigleiding

De ingang van de aanzuigleiding moet van een filter en zijn w aardoor de in het water aanw ezige grovere uitjes, die de pomp zouden kunnen verstoppen of indigen, worden weggehouden.
De aanzuigleiding pompt de vloeistof, die verpompt moet w orden, naar de pomp. Gebruik een aanzuigleiding die dezelfde diameter heeft als de zuigaansluiting van de pomp. Bij een aanzuighoogte – hoogteverschil tussen de pomp en oppervlakte van de verpompte vloeistof – van meer dan 4 m w ordt trouw ens het gebruik van een 14 grotere diameter aanbevolen.
De ingang van de aanzuigleiding moet van een filter voorzien zijn w aardoor de in het water aanw ezige grovere vuildeeltjes, die de pomp zouden kunnen verstoppen of beschadigen, worden weggehouden.
Een aanrader is bovendien de installatie van een terugslagklep die het ontsnappen van de druk na het uitschakelen van de pomp voorkomt en het apparaat tegen schade door drukstoten beschermt. De terugslagklep kan naar keuze direct aangesloten w orden aan de zuigaansluiting van de pomp of aan de ingang van de aanzuigleiding. Het beste is deze te monteren bij de ingang van de aanzuigleiding. Daardoor laat zich de aanzuigleiding door het vullen met water eenvoudig ontluchten.
De ingang van de aanzuigleiding moet zich altijd minimaal 0,3 m onder het oppervlak van de te verpompen vloeistof bevinden om ervoor te zorgen dat er geen lucht w ordt aangezogen. Bovendien moet op voldoende afstand van de aanzuigleiding tot de bodem en oevers van beken, rivieren, vijvers, enz. gelet w orden om het aanzuigen van stenen, planten, e.d. te voorkomen.
Installatie van de drukleiding
De drukleiding pompt de vloeistof, die verpompt moet w orden, van de pomp naar het aftappunt. Om stromingsverliezen te voorkomen is het raadzaam een drukleiding te gebruiken, die ten minste dezelfde diameter heeft als de drukaansluiting van de pomp.
Vaste installatie
Voor een vaste installatie moet de benzinemotorpomp op een geschikt stabiel oppervlak gemonteerd w orden. Om trillingen te reduceren, is het aanbevolen een antivibratie materiaal – bijv. een laag rubber – tussen de pomp en het dragende oppervlak in te voegen.
Inbedrijfstelling
Opstelling en visuele controle

De uitlaatgassen van de benzinemotorpomp bevatten reukloze koolmonoxide dat tot ernstige gevolgen voor de lheid kan leiden door inademing en in extreme gevallen dood. Voor de bescherming van mensen en dieren de apparaten daarom niet op slecht geventileerde en in geen geval in gesloten ruimten gebruikt w orden. D altijd het inademen van de uitlaatgassen.

Onderwerp de benzinemotorpomp voor ieder gebruik en veiligheidscontrole. Een beschadigd apparaat mag niet t w orden.

De benzinemotorpomp mag enkel in omingsveilige gebieden gebruikt w orden.
Voor iedere inbedrijfstelling moet er zorgvuldig op gelet w orden dat de pomp veilig en stabiel opgesteld is. Zorg altijd voor een vlakke ondergrond, anders zou de beveiliging voor lage oliestand geactiveerd kunnen w orden die het starten onmogelijk maakt. De benzinemotorpomp mag enkel in overstromingsveilige gebieden gebruikt w orden.
Kies de opstelplaats zodanig dat eventueel lekkende brandstof of motorolie geen schade kan veroorzaken. Bij gebruik in vijvers, zw embaden, sloten, beken en of dergelijke plaatsen dient de pomp tegen het gevaar van omvallen geborgd te w orden.
Onderwerp de benzinemotorpomp voor iedere inbedrijfstelling aan een visuele controle. Let op juiste plaatsing van alle schroeven en de perfecte staat van alle aansluitingen. Een beschadigd apparaat mag niet gebruikt worden.
Brandstof en tanken/motorolie

De benzinemotorpomp wordt met benzine dreven. Gebruik uitsluitend de brandstofsoort die bij nische gegevens genoemd is.

Tijdens het tanken mag niet gerookt w orden en uur mag niet in de buurt zijn. Adem de dampen niet

Benzine en motorolie zijn giftige stoffen. Slik geen e of motorolie in en adem de dampen niet in. Vermijd ect contact van benzine of motorolie met de huid, en uw kleding.
Vul geen brandstof bij een draaiende motor. Zet voor het tanken de pomp altijd uit en laat het apparaat minimaal vijf minuten afkoelen. Bij het tanken moet het apparaat zich op een vlakke ondergrond en in verticale positie bevinden om morsen of lekkage van brandstof te voorkomen. Tank in een goed geventileerde omgeving. Neem de eventueel gemorste benzine volledig af voordat de motor wordt gestart.
Tijdens het tanken mag niet gerookt w orden en open vuur mag niet in de buurt zijn. Adem de dampen niet in.

Controleer voor iedere inbedrijfstelling de and (zie „Olievervanging en oliecontrole“)
Vullen van de pomp met water, resp. ontluchting van het systeem
Vul het pompuis door de vulopening met w ater. Controleer dat er geen doorsijpelingsverliezen optreden. Sluit de vulopening weer luchtdicht af. Aanbevelingswaard – niet absoluut noodzakelijk – is bovendien het vullen van de aanzuigleiding met w ater.
De benzinemotorpomp is zelfaanzuigend. Dit betekent dat voor de inbedrijfstelling alleen het pompuis en niet absoluut ook de aanzuigleiding met w ater gevuld moet w orden. Bovendien w ordt de pomp in dat geval enkele minuten langer gebruikt om de te verpompen vloeistof aan te zuigen. De aanvullende vulling van de aanzuigleiding vergemakkelijkt en versnelt de eerste aanzuiging aanzienlijk. Als de aanzuigleiding niet met vloeistof w ordt gevuld, zal het mogelijk nodig zijn tijdens de inbedrijfstelling het pompuis meerdere malen te vullen. Dit is afhankelijk van de lengte en de diameter van de aanzuigleiding.
Open een eventueel aanw ezige vergrendelvoorzieningen in de drukleiding (bijv. w aterkraan), zodat de lucht bij de aanzuiging kan ontsnappen.
Starten van de motor
Voor het starten van de motor moet de benzinekraan (afb. A/19) geopend w orden. Stel de ontstekingsonderbreker (afb. A/10) op ON, de chokehendel (afb. A/15) op de startpositie en de keuzehendel voor prestatie (afb. A/12) op volgas. Aansluitend moet meermaals krachtig aan het startkoord (afb. A/11) getrokken w orden, tot de motor start. Stel vervolgens de chokehendel (afb. A/15) langzaam in de gebruikspositie. Zodra de motor loopt, begint de aanzuiging. Laat tijdens deze voortgang de keuzehendel voor prestatie (afb. A/12) op volgas ingesteld. Als de vloeistof gelijkmatig en zonder luchtbellen w ordt verpompt, is de aanzuiging afgesloten en het systeem ontlucht. De keuzeregelaar voor prestatie (afb. A/12) kan nu aan de individuele behoeften aangepast w orden.
Gebruik

De benzinemotorpomp mag niet met een gesloten unt gebruikt w orden.

De pomp mag niet duurzaam zonder w ater gebruikt n. Bij zo genoemd drooglopen – gebruik van de pomp w ater te verpompen – kunnen aanzienlijke schaden aan paraat ontstaan.

De benzinemotorpomp en het gehele leidingsysteem voor vorst en w eersinvloeden beschermd te w orden.

Brandbare stoffen en voorwerpen, licht ontvlambare of eve vloeistoffen dienen tijdens het gebruik ver van de gehouden te worden. Plaats geen voorwerpen op de

Bij draaiende motor mag geen brandstof of motorolieeld w orden. Schakel voor het tanken de pomp uit.

Tijdens het gebruik w orden onderdelen van de emotorpomp – bijvoorbeeld de uitlaat en zijn afdekking – arm. Om verw ondingen door verbranding te voorkomen et apparaat tijdens het gebruik en na het uitschakelen tot toeling alleen op speciaal daarvoor aangew ezen plaatsen s bij schakelaars of handgrepen – aangeraakt worden.
In de eerste 20 bedrijfsuren van een nieuw apparaat, moet de motor niet op volle capaciteit gebruikt w orden. Aanbevolen tijdens deze tijd is het gebruik met tw eederde van het mogelijke toerental. Volgas gebruik is in deze inloopperiode uitsluitend kortstondig tot maximaal 10 minuten toegelaten – zoals bij de inbedrijfstelling betreffende de aanzuiging.
Uitschakelen van de motor
Stel de keuzeregelaar voor prestatie (afb. A/12) op stand gas en aansluitend de onstekingsonderbreker (afb. A/10) op OFF.. De inlaat van de pomp is met een klep uitgerust, die na het uitschakelen van de pomp voorkomt dat water uit het pomphuis w eg loopt. Deze terugstroomklep zorgt voor een verkorte aanzuigtijd bij de volgende start. Bovendien hoeft daardoor bij een nieuw e start van de pomp geen water in het pomphuis aangevuld te w orden.
Beëindiging van het gebruik

Transport van de pomp met een gevulde brandstoftank toegestaan.
Na elk gebruik moet het in de pomp aanw ezige w ater door de overeenkomstige opening afgetapt w orden. Laat het pomplichaam goed drogen om schaden door roestvorming te voorkomen. Bij vorst kan het in de pomp achtergebleven w ater door bevriezing aanzienlijke beschadigingen veroorzaken.
Indien het apparaat na zijn gebruik getransporteerd w ordt, dient de brandstof volledig afgetapt te w orden. Transport van de pomp met een gevulde brandstoftank is niet toegestaan.
Onderhoud en verzorging

Schakel zo mogelijk voor
onderhoudsw erkzaamheden de motor uit, neem de bougiestekker uit en laat de motor afkoelen. Als de motor voor bepaalde onderhoudsw erkzaamheden moet draaien, zorg dan voor voldoende ventilatie omdat de uitlaatgassen gif tig zijn.
Regelmatig onderhoud en een goede zorg verminderen het risico van mogelijke storingen en helpen om de levensduur van uw apparaat te verlengen. Motoren hebben een complexe techniek en bevatten een groot aantal bew egende onderdelen die aan hoge mechanische, thermische en chemische effecten door het milieu en het verbrandingsproces blootgesteld zijn. Het gebruik van juiste, hoogwaardige en verse middelen – brandstoffen en motorolie – helpt bij het voorkomen van schade aan de motor en onderbreking tijdens het gebruik.
Schurende materialen in de te verpompen vloeistof – zoals zand – versnellen de slijtage en verminderen de prestaties. Bij het verpompen van vloeistoffen met dergelijke stoffen is raadzaam een voorfilter in te bouw en. Dit aanbevelingsw aardige onderdeel filtreert efficiënt zand en dergelijke deeltjes uit de vloeistof, minimaliseert daardoor de slijtage en verlengt de levensduur van de pomp.
Olieverversing en oliecontrole

Controleer voor iedere inbedrijfstelling de oliestand.
Minimaal eenmaal per jaar moet de olie ververst w orden. De motorolie verliest binnen deze periode aanzienlijk aan kw aliteit ook als het apparaat nauw elijks gebruikt wordt. Tap de oude olie voor het uitvoeren van de olieverversing af en vul de nieuw e olie via de vulopening in de olietank (oliesoort en de oliehoeveelheid, zie "Technische gegevens"). Ook een te grote hoeveelheid olie is schadelijk (vulhoeveelheid – zie „Technische gegevens“).
Tot een zorgvuldig onderhoud en verzorging behoort de controle van de oliestand voor iedere inbedrijfstelling. Voer de controle enkel met de hiervoor aanw ezige oliepijlstok uit. Het apparaat dient daarbij w aterpas te staan, uitgeschakeld en afgekoeld te zijn. Geef veel aandacht aan de oliehoeveelheid en zorg er voor dat deze de minimale of maximale stand niet overschrijdt. (Oliesoort en oliehoeveelheid – zie "Technische gegevens")
Volg de betreffende plaatselijke voorschriften op voor de verwijdering van oude olie.

Vul geen motorolie bij draaiende motor bij. Zet voor en met motorolie de pomp altijd uit en laat het at minimaal 5 minuten afkoelen. Bij het vullen met je moet het apparaat zich op een vlakke ondergrond verticale positie bevinden om morsen of lekkage van je te voorkomen. Neem de eventueel gemorste je volledig af voordat de motor wordt gestart.

Tijdens het vullen van motorolie mag niet kt worden en open vuur mag niet in de buurt zijn. de dampen niet in.
Automatische activering van Auto Stop (beveiliging voor lage oliestand) bij lage oliestand.
Deze comfortabele techniek activeert de automatische uitschakeling van de motor, indien de motorolie onder de voorgeschreven minimale stand daalt. De motor kan pas
opnieuw gestart worden als de motorolie in voldoende hoeveelheid w erd bijgevuld. Volg bij het vullen van olie noodzakelijkerw ijs alle in deze handleiding genoemde instructies betreffende de motorolie en oliecontrole op.
Bougie
Het schoonmaken van de bougie en indien nodig, een correctie van de elektrodeafstand, moet elke zes maanden, resp. 100 bedrijfsuren plaatsvinden. Neem voor het onderhoud van de bougie eerst de bougiestekker uit. Schroef aansluitend de bougie met een bougiesleutel uit. Voor het w aarborgen van een probleemloze w erking dient de bougie vrij van verbrandingsresten en droog te zijn en een elektrodeafstand van 0,6-0,7 mm te hebben.
Maak bij behoefte de bougie schoon. Voor het verw ijderen van verbrandingsresten w ordt een fijne draadborstel aanbevolen. Corrigeer eventueel de elektrodeafstand door het voorzichtig buigen van de elektrode. Bij een te dikke afzetting of versleten elektroden wordt het gebruik van een nieuw e bougie aanbevolen.
Schroef de gecontroleerde, schoongemaakte of eventueel een nieuw e bougie met de hand tot de aanslag in. Draai aansluitend de bougie met een bougiesleutel voorzichtig vast. Vermijd daarbij overmatige kracht zodat de bougie door forceren niet beschadigd wordt. Plaats vervolgens de bougiestekker weer op de bougie.
Luchtfilter

Gebruik voor het reinigen van het luchtfilter in geen enzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt ge het daarmee verbonden brand- en explosiegevaar.
Bij een vuil luchtf ilter is de luchtstroom naar de carburateur verhinderd. Om een onjuiste w erking van de carburateur te voorkomen dient derhalve het luchtfilter regelmatig gecontroleerd te w orden en eventueel gereinigd of vervangen te w orden.
Algemeen wordt een controle van het luchtfilter op vervuilingen voor ieder gebruik aanbevolen. Schoonmaken is uiterlijk elke drie maande, resp. na 50 bedrijfsuren noodzakelijk. Bij het w erken in een extreem vervuilde of stoffige omgeving moet het schoonmaken met kortere tussenpozen na tien bedrijfsuren plaatsvinden. Elke zes maanden, resp. na 300 bedrijfsuren, moet een nieuw luchtfilter geplaatst worden.
Open voor het onderhoud het luchtfilterhuis en verw ijder het luchtfilter. Was eventueel het luchtfilter in een niet brandbaar oplosmiddel, bijvoorbeeld afw asmiddel. Gebruik voor het schoonmaken in geen geval benzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt vanw ege het daarmee verbonden brand- en explosiegevaar. Laat het luchtfilter na het schoonmaken drogen.
Plaats het gecontroleerde, schoongemaakte of eventueel nieuw e luchtfilter en sluit het w eer.
Gebruik de pomp nooit zonder luchtfilter omdat het de motorslijtage verhoogt.
Vervangen van de glijringpakking
De glijringpakking dicht het pomplichaam met de motoras af. Deze behoort tot de onderdelen die aan een natuurlijke slijtage zijn onderw orpen.
Bij een defecte glijringpakking lekt tussen de motor en het pompenlichaam w ater. Ter vervanging van de glijringpakking dienen achtereenvolgens het pompuis, de handstartinrichting en het pomploopw iel gedemonteerd te w orden. Daarna kan de glijringpakking vervangen worden. Aansluitend moeten het pomploopw iel, de handstartinrichting en het pompuis w eer zorgvuldig gemonteerd w orden.
Verwijderen van vreemde voorwerpen uit de pomp
Grovere deeltjes in de verpompte vloeistof kunnen het pomplichaam en pomploopw iel blokkeren. In dit geval kan het
pomphuis gedemonteerd w orden om de onzuiverheden uit het pomplichaam en pomploopw iel te verw ijderen.
Ops lag
Indien het apparaat een langere tijd niet gebruikt w ordt, dient het in de pomp aanw ezige w ater volledig afgetapt te w orden. Laat de pomp goed drogen om roestvorming te voorkomen. Maak ook de brandstoftank en de carburateur leeg. Voor opslag is het zorgvuldig schoonmaken en eventueel een conservering van het apparaat aanbevolen. Let er op dat de opslagplaats droog en vorstvrije is.
Storingen
Aangrijpen van het apparaat. Let er op dat geen water in de onderdelen van het apparaat indringt.

Wij nemen geen aansprakelijkheid voor schaden ontstaan als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie. Schaden als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie leiden tot het vervallen van alle aanspraken op garantie.
Alle genoemde maatregelen voor het oplossen van storingen mogen niet met draaiende motor uitgevoerd w orden.
De volgende lijst beschrijft een aantal mogelijke storingen aan het apparaat, mogelijke oorzaken en tips voor het oplossen daarvan. Alle genoemde maatregelen mogen niet met draaiende motor uitgevoerd worden. Als een storing niet zelf opgelost kan worden, kunt u contact opnemen met de klantenservice of uw verkooppunt. Meer uitgebreide reparaties mogen uitsluitend door vakpersoneel uitgevoerd w orden. Let er beslist op dat bij schaden als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie alle garantieaanspraken vervallen en w ij niet aansprakelijk zijn voor enige schade die hieruit voortvloeit.
Controleer eerst bij functiestoringen, of een bedieningsfout of een andere oorzaak aanw ezig is, die niet is te w ijten aan een defect in het apparaat – zoals bijvoorbeeld brandstoftekort.
Onderhoudstabel
| STORING | MOGEL LIKE OORZAKEN | OPLOSSINGEN |
| Pomp verpompt geen of te w einig vloeistof, motor draait | 1. Te w einig vloeistof in de pomp.2. Aanzuigleiding ondicht.3. Gekozen motorprestatie te laag.4. Filter aan de ingang van de aanzuigleiding verstopt.5. Aanzuigleiding is verstopt. | 1. Pomphuis via de vulopening met vloeistof vullen.2. Aanzuigleiding en verbindingspun t van de aanzuigleiding met teflonband afdichten.Aanzuigleiding vervangen, indien deze niet repareerbare beschadiging vertoont.3. Motorprestatie verhogen.4. Schoonmaken van het filter.5. Schoonmaken van de |
| 6. Pomploopw iel door onzuiverheden geblokkeerd.7. Aanzuighoogte en/of opvoerhoogte te groot.8. Glijringpakking defect.9. Pomploopw iel niet correct geplaatst.10. Pomploopw iel beschadigd.11. Motor draait onregelmatig. | aanzuigleiding.6. Verwijder onzuiverheden.7. Verandering van de installatie zodat aanzuighoogte en/of opvoerhoogte de maximale w aarde niet overschrijden.8. Glijringpakking vervangen.9. Pomploopw iel correct plaatsen.10. Pomploopw iel vervangen.11. Deklantendienst benaderen. | |
| Vibraties of sterke geluidsontw ikkeling tijdens gebruik | 1. Aanzuighoogte en/of opvoerhoogte te groot.2. Vreemd voorw erp blokkeert aanzuigleiding en/of pomploopw iel.3. Onstabiele installatie.4. Onstabiele opstelling van het apparaat:5. Pomploopw iel beschadigd.6. Ander technisch defect. | 1. Verandering van de installatie zodanig dat de aanzuighoogte en/of opvoerhoogte de maximale w aarde niet overschrijden.2. Vreemd voorw erp verw ijderen.3. Satbiliseren van de installatie.4. Voor stabiele opstelling van het apparaat zorgen.5. Pomploopw iel vervangen.6. Deklantendienst benaderen. |
| Motor start niet of stopt tijdens het gebruik | 1. Brandstoftekort.2. Geen ontstekingsvonk.3. Carburateur verstopt.4. Luchtfilter verstopt.5. Auto Stop is geactiveerd omdat het olieniveau onder de benodigde minimale hoeveelheid ligt.6. Ander technisch defect. | 1. Benzinekraan openen en/of brandstof vullen.2. Contactschakel aan controleren. Eventueel bougies controleren.3. Carburateur schoonmaken.4. Luchtfilter schoonmaken.5. Motorolie bijvullen.6. Deklantendienst benaderen. |
Premessa
Hiermede verklaren wij, dat de genoemde machine, op grond van zijn ontwerp en bouwwijze, evenals de door ons in omloop gebrachte uitvoeringen, aan de desbetreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidverordeningen van de EG-richtlijnen voldoen. Bij een niet met ons overeengekomen wijziging aan het apparaat verliest deze verklaring haar geldigheid.









