Fekabox 110 - Waterpomp DAB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fekabox 110 DAB in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fekabox 110 - DAB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fekabox 110 van het merk DAB.
GEBRUIKSAANWIJZING Fekabox 110 DAB
Lees deze documentatie en de informatie uit de handleidingen van de pomp en het schakelpaneel aandachtig door alvorens over te gaan tot de installatie. De elektrische en hydraulische aansluitingen mogen uitsluitend worden aangelegd door gekwalificeerd personeel, dat beschikt over de technische kwalificaties die worden vereist door de veiligheidsvoorschriften inzake het ontwerp, de installatie en het onderhoud van technische installaties die van kracht zijn in het land waar het product wordt geïnstalleerd. Het veronachtzamen van de veiligheidsvoorschriften kan letsel aan personen en schade aan de apparatuur tot gevolg hebben en doet bovendien de garantie vervallen.
Onder gekwalificeerd personeel verstaat men personen die op grond van hun vorming, ervaring en opleiding en op grond van hun kennis van de betreffende normen, voorschriften, maatregelen voor het voorkomen van ongevallen en van de bedrijfsomstandigheden, door de verantwoordelijke voor de veiligheid van de installatie zijn geautoriseerd om alle noodzakelijke werkzaamheden te verrichten en die bij het uitvoeren van deze werkzaamheden elk gevaar weten te herkennen en vermijden (definitie technisch personeel IEC 364). Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met beperkte lichamelijke, sensoriële of mentale vermogens, of die onvoldoende ervaring of kennis ervan hebben, tenzij zij bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van of geïnstrueerd worden door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in het oog gehouden worden om erop toe te zien dat ze niet met het apparaat spelen
Controleer of het systeem tijdens het transport en de opslag niet is beschadigd. Controleer met name of de externe verpakking onbeschadigd en in perfecte staat is; controleer of alle onderdelen van de bak goed werken en vervang zo nodig de onderdelen die gebreken vertonen.
Gebruik geen ontvlambare of sterk corrosieve vloeistoffen, of vloeistoffen die afwijken van de bepalingen van de norm EN 12050-2
Als het product binnen wordt geïnstalleerd, moet een goede afvoer worden verzekerd voor als de tank zou lekken
Volg voor een correcte installatie de aanwijzingen in de onderstaande hoofdstukken 3-4-5. Als installatie van de opvoertanks Fekabox buitenshuis gewenst wordt, moet er zeer goed op worden gelet dat de maximaal toegestane belasting van het deksel 100 kg bedraagt (zie ook de symbolen op het deksel).
De fabrikant is niet aansprakelijk voor de goede werking van de machine of eventuele schade die hierdoor wordt veroorzaakt, indien zij onklaar gemaakt of gewijzigd wordt en/of als zij gebruikt wordt buiten het aanbevolen werkveld of in strijd met andere voorschriften die in deze handleiding worden gegeven.
Alle producten moeten op een overdekte, droge plaats met een liefst constante luchtvochtigheid, trilling- en stofvrij, opgeslagen worden. Zij worden in hun oorspronkelijke verpakking geleverd, waar ze in moeten blijven tot het moment van installatie.
Vermijden de producten aan onnodig stoten en botsen te onderwerpen. Om de tank op te tillen en te transporteren hefmachines en de (indien voorzien) standaard bijgeleverde pallet gebruiken.NEDERLANDS
FEKABOX 110 zijn voorgemonteerde systemen die rechtstreeks kunnen worden geplaatst. Ze behoeven geen regelingen, en zijn ideaal voor de opvang en verwerking van vervuild afvalwater en van afgevoerd water in huis uit souterrains die gesitueerd zijn onder het niveau van de riolering. Om te voldoen aan de normen voor ongevallenpreventie mogen de FEKABOX 110 apparaten niet worden gebruikt voor de afvoer van ontvlambare of explosieve vloeistoffen zoals benzine, diesel, gasolie, stookolie, oplosmiddelen enz.
1 - Kogelafsluitklep met schuif 4 - Ventilatie
2 - Toevoer 5 - Verzamelbuis
4.1 Afmetingen en gewichten
Op de sticker op de verpakking is het totale gewicht van het systeem vermeld. De hieronder aangegeven afmetingen zijn in millimeters.
Verklaring van de symbolen
De opvoerstations van de serie Fekabox 110 hebben verschillende mogelijkheden voor de in- en uitgang van de buizen. Afhankelijk van het type installatie en de geldende plaatselijke normen, kan het zijn dat er een sifon of een terugslagklep op de verbindingsbuis met de openbare/particuliere riolering of op andere leidingen moet worden gemonteerd. Neem altijd de verordeningen, wetten, plaatselijke en/of nationale normen die van kracht zijn in acht. Geadviseerd wordt om hoe dan ook terugslagkleppen en afsluitkleppen voor en na het station te plaatsen. In hoofdstuk 4 wordt een installatievoorbeeld gegeven. Aansluiting persbuis of nooduitlaat Ingang verzamelbuis Uitgang voedingskabels en vlotterkabels Aansluiting ventilatiebuis Recyclebaar materiaal Fekabox 110 DN50/110 G2″ horizontale uitgang DN50/110 DN50/110 DN40 nooddrainage G2″ verticale uit
Alle leidingen moeten zodanig worden geïnstalleerd dat ze niet worden belast. De leidingen mogen geen belastingen uitoefenen op het station. Controleer of de elektropomp goed is vastgezet aan de buizen en of alle hydraulische verbindingen goed vast zitten en dicht zijn. Zorg waar nodig voor geschikte middelen om overdracht van trillingen te voorkomen, en bescherm de buizen tegen ijsvorming.
5.1 Plaatsing van de tank in het gebouw
De bak kan op de vloer worden geplaatst, worden ingegraven of in een put van metselwerk worden geïnstalleerd. Afb. 2, Afb. 3 In elk geval moet de ondergrond waarop de bak wordt geplaatst perfect horizontaal zijn en dient men ervoor te zorgen dat de bodem op het hele oppervlak rust. Bij de Fekabox 110 liter kan over het deksel van het bassin worder gelopen (max. gewicht 100 kg, zie afb. 1). Bij installatie binnenshuis (garage, kelder, technische ruimte) moet de tank aan de grond worden vastgezet in de hiervoor bestemde openingen, om te voorkomen dat hij kan draaien, zoals wordt aangegeven op afbeelding 4
Laat minstens 60 cm ruimte vrij rondom en boven het station, voor installatie en onderhoud.
5.2 Plaatsing van de tank buiten het gebouw
Als de tank niet ingegraven wordt, is het om schade aan de tank en de afdichtingen te voorkomen wenselijk hem niet rechtstreeks bloot te stellen aan warmtebronnen, zoals bijvoorbeeld zonnestralen in bepaalde periodes van het jaar. Plaats het opvoerstation niet rechtstreeks op de grond. Het gekozen terrein mag geen grondwater bevatten en mag niet onder water kunnen lopen. Veranker het station goed genoeg om rotaties en drijven te voorkomen. U kunt hiervoor de uitsparingen aan de onderkant van de tank gebruiken. Er moet een horizontale basis aanwezig zijn die geschikt is om het gewicht van het station tijdens de werking ervan te verdragen. Afhankelijk van de kenmerken van het terrein kan het nodig zijn om muren te bouwen van bakstenen of geprefabriceerde componenten of beton. Vul de ruimte tussen de put en het station op met zand en duw dit voldoende aan. Bescherm het station voldoende tegen vorst.
Rijd niet met motorvoertuigen over het deksel (zie afb. 3). De put kan worden gesloten met een deksel (putdeksel) of ander middel om onderhoud naderhand te vergemakkelijken. Zorg voor geschikte borden die de aanwezigheid van het station signaleren, om mogelijke onverwacht veroorzaakte schade te vermijden. Verzeker dat er voldoende ruimte voor de installatie en het onderhoud aanwezig is rondom en boven het opvoerstation.
Plaats de eventuele condensatorhouder en/of het schakelpaneel op een plaats waar ze beschermd zijn tegen weersinvloeden. Nadat de hydraulische en elektrische aansluiting tot stand zijn gebracht, wordt geadviseerd schoon zand rondom de tank te storten om eventuele bewegingen die worden veroorzaakt door de installatie en/of het omliggende terrein te reduceren.
5.3 Opening voor de opvang- en pers- ventilatiebuizen
Kies de buisingang die al is voorbereid voor de inlaatbuis, zodat de arriverende vloeistof de werking van de pompvlotter niet hindert. Afb. 4 ZET DE TANK VOOR HET GEBRUIK AAN
Gebruik TE M8 schroeven met bijbehorende pluggen, gebruik specifieke ringen voor zachte materialen ISO 7093NEDERLANDS
De Fekabox 110 tanks hebben meerdere inlaten, die elk zijn gemarkeerd door een symbool Boor gaten in de tank in de hiervoor vastgestelde gebieden, die worden aangegeven door de symbolen erboven. Gebruik voor het boren een gatenboor, zoals is weergegeven op afbeelding 5 (deze geldt slechts bij benadering)
5.4 Verlijming van de verzamel- en ventilatiebuizen
Vóór het verlijmen moet de PVC-buis ontbraamd en schoongemaakt worden met een geschikt oplosmiddel over het hele oppervlak dat in aanraking zal komen met de tank. Voor een goede grip van de verlijming, moet de lijm worden aangebracht over de hele omtrek van het zojuist ontbraamde oppervlak. Let op: gebruik lijm die geschikt is voor het verlijmen van PVC-materialen aan PE. Controleer bovendien de droogtijden die worden vermeld in de specifieke aanwijzingen van de gebruikte lijm. Gebruik voor de 2″PP (Fekabox 110) afvoerbuis de nylon multivezelafdichting Loctite 55, de polymeriserende GEI afdichting Loctite 5331 of teflon. Gebruik voor de stalen znb-buis van 2″ en de andere inlaatverbindingen de lijm die het meest geschikt is volgens de voorschriften die gelden op de plaatselijke markt.
5.5 Verbinding van de persleiding met de riolering
De tanks Fekabox 110 hebben als uitgang een verbinding van 2″ GAS. Hij moet worden gemonteerd zoals te zien is op afbeelding 6, na de gewenste uitgang te hebben geopend (zie par. 4.1 / 5.3). Om een perfecte afdichting te waarborgen wordt geadviseerd om teflon of eventueel geschikte lijm te gebruiken, afhankelijk daarvan of er kunststof materiaal (PP of PVS) of metaal moet worden verlijmd.
Denk eraan om een ventilatiebuis aan te brengen, om te voorkomen dat er ontvlambare, explosieve of giftige mengsels kunnen ontstaan. Zoek op het station de plaats voor de ventilatieopening op, die wordt Tankmodel Diameter inlaat Diameter ventilatie Diameter frees Diameter noodbuis Fekabox 110 DN50 DN50 DN 44 DN 40 DN110 - DN100 Afb. 5 Afb. 6 Afdichting Ringmoer KabeldoorgangNEDERLANDS
gemarkeerd door het symbool . Boor de opening zoals aangegeven in punt 5.3 en verbind de ventilatiebuis zodanig dat eventueel condensaat uit het station kan worden afgevoerd. Controleer of de verbinding hermetisch gesloten is. De verschillende nationale normen kunnen verschillende verhoudingen tussen de diameter van de uitlaatbuis en die van de ontluchtingsbuis voorschrijven. Zorg dat de buisuitgang zich buiten bevindt (bijvoorbeeld boven de nok van het dak, als het station in een gebouw is geïnstalleerd) en dat de uitlaatgassen niet in andere ruimten, zoals gebouwen, kamers en dergelijke, kunnen binnendringen. De ventilatiebuis mag geen horizontale delen hebben.
5.7 Sluiting van het deksel
Wanneer de tank verzonden wordt is er geen afdichting onder het deksel gemonteerd. Voorbereiden zoals op afbeelding 7B, na de folie te hebben verwijderd afb. 7A. Controleer of de afdichting van het deksel op de bodem van zijn behuizing zit en niet gedraaid is, alvorens het deksel op de tank vast te schroeven. Controleer of de afdichting tijdens het vastschroeven niet in het schroefdraad glijdt. Als het station in een gebouw wordt geïnstalleerd, moet het deksel helemaal worden vastgeschroefd, om een hermetische afdichting van het station voor vloeistoffen en gassen te waarborgen.
5.8 Voorbereiding voor nooddrainage
Beneden aan de achterkant van het station is een aansluiting voorbereid voor een noodaftapsysteem. Deze wordt gemarkeerd door het symbool . U kunt de aansluiting gebruiken om een secundaire pomp te verbinden (bijvoorbeeld een handmembraampomp), waarvan de afvoerbuis onafhankelijk moet zijn van de elektropomp in het station. Zoek op de bodem van het station de doorgang voor de buis, open de doorgang en sluit de noodaftapbuis aan. Controleer of de verbinding hermetisch gesloten is.
Monteer een terugslagklep in de verbindingsbuis met de openbare/particuliere riolering. Op deze manier wordt voorkomen dat er vloeistof kan terugstromen. Plaats de klep op een afstand van minstens 1 meter van het opvoerstation, zodat de vloeistofstroom die door de pomp in beweging wordt gebracht de klepsluiter kan openen (tenzij anders aangegeven door de fabrikant). Neem altijd de verordeningen, wetten, plaatselijke en/of nationale normen die van kracht zijn in acht. De terugslagkleppen zijn verkrijgbaar als accessoirekits.
5.10 Afsluitklep met schuif
Monteer een afsluitklep zowel in de inlaatbuis alsook in de persleiding (verbinding met de openbare/particuliere riolering. Op deze manier zijn onderhoudswerkzaamheden mogelijk zonder dat het hele systeem hoeft te worden geleegd. Er kunnen schuifkleppen of kogelkleppen worden gebruikt. De afsluitkleppen zijn verkrijgbaar als accessoirekits. Zie het installatievoorbeeld in hoofdstuk 4.
Niet van toepassing op de modellen Fekabox 110, hierop is de pomp namelijk al inwendig gemonteerd.
Verzeker u ervan dat het niveauverschil tussen de pomp en het riool compatibel is met de prestaties van de pomp Fekabox van 110 l: Bij het model Fekabox 110 wordt een installatiekit geleverd die de onderdelen van afbeelding 8 bevat, voor de installatie zowel van de verticale als de horizontale uitgang. Raadpleeg afbeelding 8 voor de montage van de kit
1. Reductor 2”F – 1”1/4M (niet nodig voor Feka VS-VX)
2. Gebogen slanghouder schroefdr. 2"x50 PP
3. Slangklem van AISI304 DIN 3017
4. Slangsegment rubber met textiel 57x50 l=350
5. Gebogen slanghouder 2”PP
6. Tankaansluiting 2”PP
Fig. 8 Feka 600 Horizontale uitgang Feka 600 verticale uitgang
Alvorens het systeem op het elektriciteitsnet aan te sluiten, dient u te controleren of de netspanning overeenkomt met de spanning die vermeld is op het typeplaatje van de pomp. Het wordt aanbevolen het typeplaatje van de pomp (naast het plaatje dat reeds door de fabrikant op de pomp is aangebracht, zit er nog een typeplaatje los in de verpakking) op een goed zichtbaar punt op de bak te bevestigen, of op de bedieningscentrale. De aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd: Pomp: Voer de kabel van de pomp door de kabelwartel die in de kit is meegeleverd. Assembleer de kabelwartel op het reservoir ter hoogte van het symbool , zoals weergegeven op afbeelding 10. Draai vervolgens de ring van de kabelwartel vanaf de binnenkant van het reservoir vast
Controleer voordat u de elektropomp start of er geen residuen of ander materiaal in het tanksysteem aanwezig zijn waardoor de juiste werking van het systeem kan worden beïnvloed. In deze fase kan de afsluitklep in de inlaatbuis dicht worden gelaten en het opvoerstation worden gevuld met schoon water. Open de afsluitklep in de persleiding en controleer of de buizen goed vastzitten en perfect dicht zijn. Controleer tevens of de elektropomp correct functioneert. Ga verder na of de elektropomp vooraangezogen is. Open de afsluitklep in de inlaatbuis en controleer of het station goed functioneert. De vloeistofstroom die afkomstig is van de diverse gebruikspunten mag geen obstakel vormen voor de juiste werking van de vlotters in de tank. Controleer bij systemen met driefasige elektropompen of de waaier in de juiste richting draait. Controleer ook de handleiding van de elektropomp. Ga na of de interventieniveaus van de vlotters correct zijn, en regel deze eventueel bij naar behoefte van het systeem. Wanneer er twee elektropompen zijn, moeten de vlotters zo worden geregeld dat de tweede elektropomp start na de eerste, en alleen wanneer deze niet in staat is om net zoveel vloeistof naar de riolering te stuwen als er arriveert van de diverse gebruikspunten. Zorg dat de vooraanzuiging van de elektropomp niet kan wegvallen tijdens de werking. Controleer of het aantal starts per uur compatibel is met de kenmerken van de componenten van het systeem. Controleer of het systeem goed functioneert, en stel het in werking. Sluit de deksel(s) van het station door hem/hen op zijn plaats vast te schroeven. Zet indien nodig het deksel op zijn plaats vast om opening van het deksel door onbevoegden te voorkomen (zie hoofdstuk 5.7).
Gewaarborgd moet worden dat de vloeistofsnelheid in de persleiding gelijk is aan minstens 0,7 m/s, en lager dan 2,3 m/s.
Wanneer de vloeistof in de tank het niveau bereikt waarbij het contact van de bedieningsvlotter van de elektropomp wordt gesloten, start deze pomp zodat de tank geleidelijk aan wordt geleegd. De elektropomp stopt wanneer de vloeistof het minimumpeil bereikt, hetgeen overeenstemt met opening van het vlottercontact. Wanneer er twee elektropompen zijn, start de tweede elektropomp na de eerste, maar alleen wanneer deze niet in staat is net zoveel vloeistof naar de riolering te stuwen als er arriveert van de diverse gebruikspunten. Een van vlotters kan hoger zitten dan de andere in het pompstation, deze dient om een al te sterk afwijkend vloeistofniveau in de tank te signaleren. Afb. 10NEDERLANDS
Nadat u het systeem gestart heeft, is het raadzaam het iedere drie maanden te inspecteren en schoon te maken; dit geldt met name voor de terugslagklep. Dit mag iets minder vaak gebeuren indien de eerste inspecties allemaal een positief resultaat opleverden. Maak de pomp zorgvuldig schoon en verwijder alle deeltjes die vastzitten op het aanzuigrooster en controleer of de vlotter vrij kan bewegen. Haal de pomp zo nodig uit de bak. Het is raadzaam het systeem tenminste eens per jaar schoon te maken met schoon water en de pomp hierbij herhaaldelijk te laten draaien.
1. Er stroomt water uit de
bak en de pomp is in werking. (In deze situatie hoort het alarmsysteem, indien geïnstalleerd, in werking te treden. Als dit niet gebeurt, dient u de installatie- instructies van het alarmsysteem te controleren.) A. Persleiding verstopt. B. De pomp is niet correct aangesloten op de persleiding.
C. Terugslagklep geblokkeerd. D. Afsluiter gesloten. E. Pompkarakteristieken onvoldoende. F. Het aanzuigrooster van de pomp is verstopt. G. De waaier is versleten of wordt geblokkeerd door vreemde voorwerpen. A. Elimineer de verstopping. B. Controleer of de slede waarop de pomp gemonteerd is zich aan het einde van de slag bevindt. (alleen voor bakken van 280 l ) C. Maak de klep schoon. D. Open de afsluiter. F. Elimineer de verstopping. G. Elimineer de verstopping.
2. Het alarmsysteem,
indien geïnstalleerd, treedt in werking, terwijl het systeem normaal functioneert. A. Controleer de exacte positie van de alarmvlotter. A. Herhaal de controles en installatiewerkzaamheden.
De inzameling van dit product, of van een deel van dit product, moet als volgt uitgevoerd worden:
Notice-Facile