Fekabox 200 - Waterpomp DAB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fekabox 200 DAB in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fekabox 200 - DAB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fekabox 200 van het merk DAB.
GEBRUIKSAANWIJZING Fekabox 200 DAB
Lees deze documentatie en de informatie uit de handleidingen van de pomp en het schakelpaneel aandachtig door alvorens over te gaan tot de installatie. De elektrische en hydraulische aansluitingen mogen uitsluitend worden aangelegd door gekwalificeerd personeel, dat beschikt over de technische kwalificaties die worden vereist door de veiligheidsvoorschriften inzake het ontwerp, de installatie en het onderhoud van technische installaties die van kracht zijn in het land waar het product wordt geïnstalleerd. Het veronachtzamen van de veiligheidsvoorschriften kan letsel aan personen en schade aan de apparatuur tot gevolg hebben en doet bovendien de garantie vervallen.
Onder gekwalificeerd personeel verstaat men personen die op grond van hun vorming, ervaring en opleiding en op grond van hun kennis van de betreffende normen, voorschriften, maatregelen voor het voorkomen van ongevallen en van de bedrijfsomstandigheden, door de verantwoordelijke voor de veiligheid van de installatie zijn geautoriseerd om alle noodzakelijke werkzaamheden te verrichten en die bij het uitvoeren van deze werkzaamheden elk gevaar weten te herkennen en vermijden (definitie technisch personeel IEC 364). Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met beperkte lichamelijke, sensoriële of mentale vermogens, of die onvoldoende ervaring of kennis ervan hebben, tenzij zij bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van of geïnstrueerd worden door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in het oog gehouden worden om erop toe te zien dat ze niet met het apparaat spelen
Controleer of het systeem tijdens het transport en de opslag niet is beschadigd. Controleer met name of de externe verpakking onbeschadigd en in perfecte staat is; controleer of alle onderdelen van de bak goed werken en vervang zo nodig de onderdelen die gebreken vertonen.
Gebruik geen ontvlambare of sterk corrosieve vloeistoffen, of vloeistoffen die afwijken van de bepalingen van de norm EN 12050-1
Als het product binnen wordt geïnstalleerd, moet een goede afvoer worden verzekerd voor als de tank zou lekken
Volg voor een correcte installatie de aanwijzingen in de onderstaande hoofdstukken 3-4-5. Als installatie van de opvoertanks Fekabox – Fekafos buitenshuis gewenst wordt, moet er zeer goed op worden gelet dat de maximaal toegestane belasting van het deksel 100 kg bedraagt (zie ook de symbolen op het deksel).
De fabrikant is niet aansprakelijk voor de goede werking van de machine of eventuele schade die hierdoor wordt veroorzaakt, indien zij onklaar gemaakt of gewijzigd wordt en/of als zij gebruikt wordt buiten het aanbevolen werkveld of in strijd met andere voorschriften die in deze handleiding worden gegeven.
Alle producten moeten op een overdekte, droge plaats met een liefst constante luchtvochtigheid, trilling- en stofvrij, opgeslagen worden. Zij worden in hun oorspronkelijke verpakking geleverd, waar ze in moeten blijven tot het moment van installatie.
Vermijden de producten aan onnodig stoten en botsen te onderwerpen. Om de tank op te tillen en te transporteren hefmachines en de (indien voorzien) standaard bijgeleverde pallet gebruiken.NEDERLANDS
FEKABOX-FEKAFOS zijn voorgemonteerde systemen die rechtstreeks kunnen worden geplaatst. Ze behoeven geen regelingen, en zijn ideaal voor de opvang en verwerking van vervuild afvalwater en van afgevoerd water in huis uit souterrains die gesitueerd zijn onder het niveau van de riolering. Om te voldoen aan de normen voor ongevallenpreventie mogen de FEKABOX-FEKAFOS-apparaten niet worden gebruikt voor de afvoer van ontvlambare of explosieve vloeistoffen zoals benzine, diesel, gasolie, stookolie, oplosmiddelen enz.
1 - Kogelafsluitklep met schuif 5 - Voedingskabel
2 - Toevoer 6 - Verzamelbuis
3 - Sifon 7 - Terugslagklep
4 - Ventilatie 8 - Bedieningspaneel e-box (alleen voor Fekafos-
4.1 Afmetingen en gewichten
Op de sticker op de verpakking is het totale gewicht van het systeem vermeld. De hieronder aangegeven afmetingen zijn in millimeters.
Verklaring van de symbolen
Aansluiting persbuis of nooduitlaat Aansluiting ventilatiebuis Ingang verzamelbuis Recyclebaar materiaal Uitgang voedingskabels en vlotterkabels
De opvoerstations van de serie Fekabox – Fekafos hebben verschillende mogelijkheden voor de in- en uitgang van de buizen. Afhankelijk van het type installatie en de geldende plaatselijke normen, kan het zijn dat er een sifon of een terugslagklep op de verbindingsbuis met de openbare/particuliere riolering of op andere leidingen moet worden gemonteerd. Neem altijd de verordeningen, wetten, plaatselijke en/of nationale normen die van kracht zijn in acht. Geadviseerd wordt om hoe dan ook terugslagkleppen en afsluitkleppen voor en na het station te plaatsen. In hoofdstuk 4 wordt een installatievoorbeeld gegeven. Alle leidingen moeten zodanig worden geïnstalleerd dat ze niet worden belast. De leidingen mogen geen belastingen uitoefenen op het station. Controleer of de elektropomp goed is vastgezet aan de buizen en of alle hydraulische verbindingen goed vast zitten en dicht zijn. Zorg waar nodig voor geschikte middelen om overdracht van trillingen te voorkomen, en bescherm de buizen tegen ijsvorming.
5.1 Plaatsing van de tank in het gebouw
De bak kan op de vloer worden geplaatst, worden ingegraven of in een put van metselwerk worden geïnstalleerd. Afb. 2, Afb. 3 In elk geval moet de ondergrond waarop de bak wordt geplaatst perfect horizontaal zijn en dient men ervoor te zorgen dat de bodem op het hele oppervlak rust. Bij de Fekabox 200 liter, Fekabox 280 en Fekafos 550 Double liter kan over het deksel van het bassin worder gelopen (max. gewicht 100 kg, zie afb. 1). Bij installatie binnenshuis (garage, kelder, technische ruimte) moet de tank aan de grond worden vastgezet in de hiervoor bestemde openingen, om te voorkomen dat hij kan draaien, zoals wordt aangegeven op afbeelding 4
Laat minstens 60 cm ruimte vrij rondom en boven het station, voor installatie en onderhoud.
5.2 Plaatsing van de tank buiten het gebouw
Als de tank niet ingegraven wordt, is het om schade aan de tank en de afdichtingen te voorkomen wenselijk hem niet rechtstreeks bloot te stellen aan warmtebronnen, zoals bijvoorbeeld zonnestralen in bepaalde periodes van het jaar. Plaats het opvoerstation niet rechtstreeks op de grond. Het gekozen terrein mag geen grondwater bevatten en mag niet onder water kunnen lopen. Veranker het station goed genoeg om rotaties en drijven te voorkomen. U kunt hiervoor de uitsparingen aan de onderkant van de tank gebruiken. Er moet een horizontale basis aanwezig zijn die geschikt is om het gewicht van het station tijdens de werking ervan te verdragen. Afhankelijk van de kenmerken van het terrein kan het nodig zijn om muren te bouwen van bakstenen of geprefabriceerde componenten of beton. Vul de ruimte tussen de put en het station op met zand en duw dit voldoende aan. Bescherm het station voldoende tegen vorst. Afb. 4 ZET DE TANK VOOR HET GEBRUIK AAN
Gebruik TE M8 schroeven met bijbehorende pluggen, gebruik specifieke ringen voor zachte materialen ISO 7093NEDERLANDS
Rijd niet met motorvoertuigen over het deksel (zie afb. 3). Fekabox / Fekafos: het reservoir kan doorgaande belastingen verdragen van 100 kg, als het in de grond is geïnstalleerd. De put kan worden gesloten met een deksel (putdeksel) of ander middel om onderhoud naderhand te vergemakkelijken. Zorg voor geschikte borden die de aanwezigheid van het station signaleren, om mogelijke onverwacht veroorzaakte schade te vermijden. Verzeker dat er voldoende ruimte voor de installatie en het onderhoud aanwezig is rondom en boven het opvoerstation.
Plaats de eventuele condensatorhouder en/of het schakelpaneel op een plaats waar ze beschermd zijn tegen weersinvloeden. Nadat de hydraulische en elektrische aansluiting tot stand zijn gebracht, wordt geadviseerd schoon zand rondom de tank te storten om eventuele bewegingen die worden veroorzaakt door de installatie en/of het omliggende terrein te reduceren.
5.3 Boringen voor de opvang- en ventilatiebuizen
Kies de buisingang die al is voorbereid voor de inlaatbuis, zodat de arriverende vloeistof de werking van de vlotters niet hindert (zowel die van de pomp als van de tank, indien aanwezig). De Fekabox-Fekafos tanks hebben meerdere inlaten, die elk zijn gemarkeerd door een symbool Boor gaten in de tank in de hiervoor vastgestelde gebieden, die worden aangegeven door de symbolen erboven. Gebruik voor het boren een gatenboor, zoals is weergegeven op afbeelding 5 (deze geldt slechts bij benadering) met een correcte diameter, afhankelijk van de diameter van de ingangsleiding.
5.4 Verlijming van de verzamel- en ventilatiebuizen
Vóór het verlijmen moet de PVC-buis ontbraamd en schoongemaakt worden met een geschikt oplosmiddel over het hele oppervlak waarop de lijm wordt aangebracht. Voor een goede grip van de verlijming, moet de lijm worden aangebracht over de hele omtrek van het zojuist ontbraamde oppervlak. Let op: gebruik lijm die geschikt is voor het verlijmen van PVC-materialen aan PE (zoals bv. Simson ISR 70-03). Controleer bovendien de droogtijden die worden vermeld in de specifieke aanwijzingen van de gebruikte lijm. Gebruik voor de 2″PP (Fekabox 200) afvoerbuis de nylon multivezelafdichting Loctite 55, de polymeriserende GEI afdichting Loctite 5331 of teflon. Gebruik voor de stalen znb-buis van 2″ (Fekabox 200, Fekafos 280, Fekafos 280 Double, Fekafos 550 Double) en de andere inlaatverbindingen de lijm die het meest geschikt is volgens de voorschriften die gelden op de plaatselijke markt.
5.5 Verbinding van de persleiding met de riolering
De tanks Fekabox 200, Fekafos 280 en Fekafos 550 hebben als uitgang een verbinding van 2″ GAS. Om een perfecte afdichting te waarborgen wordt geadviseerd om teflon of eventueel geschikte lijm te gebruiken, afhankelijk daarvan of er kunststof materiaal (PP of PVS) of metaal moet worden verlijmd.
5.6 Verbinding van de ventilatiebuis
Denk eraan om een ventilatiebuis aan te brengen, om te voorkomen dat er ontvlambare, explosieve of giftige mengsels kunnen ontstaan. Zoek op het station de plaats voor de ventilatieopening op, die wordt gemarkeerd door het symbool . Boor de opening zoals aangegeven in punt 5.3 en verbind de ventilatiebuis zodanig dat eventueel condensaat uit het station kan worden afgevoerd. Controleer of de verbinding hermetisch gesloten is. De verschillende nationale normen kunnen verschillende verhoudingen tussen de diameter van de uitlaatbuis en die van de ontluchtingsbuis voorschrijven. Zorg dat de buisuitgang zich buiten bevindt (bijvoorbeeld boven de nok van het dak, als het station in een gebouw is geïnstalleerd) en dat de uitlaatgassen niet in andere ruimten, zoals gebouwen, kamers en dergelijke, kunnen binnendringen. De ventilatiebuis mag geen horizontale delen hebben.
5.7 Sluiting van het deksel
Controleer of de afdichting van het deksel op de bodem van zijn behuizing zit en niet gedraaid is, alvorens het deksel op de tank vast te schroeven.Wanneer de tank verzonden wordt is de afdichting al onder het deksel gemonteerd. Controleer of de afdichting tijdens het vastschroeven niet in het schroefdraad glijdt. Als het station in een gebouw wordt geïnstalleerd, moet het deksel helemaal worden vastgeschroefd totdat de zitting met schroefdraad te zien is in de uitsparing die op de afbeelding wordt aangegeven, om een hermetische afdichting van het station voor vloeistoffen en gassen te waarborgen. Alvorens het deksel van de tank vast te draaien moeten het schroefdraad en de O-ring worden gesmeerd met zeephoudende vloeistoffen of met smeermiddelen voor kunststof leidingen/verbindingen.
Om opening van het deksel door onbevoegden te verhinderen, wordt aanbevolen het deksel aan het station te bevestigen met de meegeleverde schroef en metalen beugel (zie afb. 6B). De schroef moet door de uitsparing in de buitenrand van het deksel heen worden gestoken, en moet worden aangehaald in de hiervoor bestemde opening in de tank. In het deksel zitten twee cilindervormige behuizingen die kunnen worden gebruikt om het deksel gemakkelijker te sluiten, door oplichten met geschikte instrumenten (zie afb. 6A).
5.8 Voorbereiding voor nooddrainage
Beneden aan de achterkant van het station is een aansluiting voorbereid voor een noodaftapsysteem. Deze wordt gemarkeerd door het symbool . U kunt de aansluiting gebruiken om een secundaire pomp te verbinden (bijvoorbeeld een handmembraampomp), waarvan de afvoerbuis onafhankelijk moet zijn van de elektropomp in het station. Zoek op de bodem van het station de doorgang voor de buis, open de doorgang en sluit de noodaftapbuis aan. Controleer of de verbinding hermetisch gesloten is.
Monteer een terugslagklep in de verbindingsbuis met de openbare/particuliere riolering. Op deze manier wordt voorkomen dat er vloeistof kan terugstromen. Plaats de klep op een afstand van minstens 1 meter van het opvoerstation, zodat de vloeistofstroom die door de pomp in beweging wordt gebracht de klepsluiter kan openen (tenzij anders aangegeven door de fabrikant). Neem altijd de verordeningen, wetten, plaatselijke en/of nationale normen die van kracht zijn in acht. De terugslagkleppen zijn verkrijgbaar als accessoirekits.
5.10 Afsluitklep met schuif
Monteer een afsluitklep zowel in de inlaatbuis alsook in de persleiding (verbinding met de openbare/particuliere riolering. Op deze manier zijn onderhoudswerkzaamheden mogelijk zonder dat het hele systeem hoeft te worden geleegd. Er kunnen schuifkleppen of kogelkleppen worden gebruikt. De afsluitkleppen zijn verkrijgbaar als accessoirekits. Zie het installatievoorbeeld in hoofdstuk 4.NEDERLANDS
Niet van toepassing op de modellen Fekabox 200 – Fekafos 280 – Fekafos 550, hierop is de pomp namelijk al inwendig gemonteerd.
Verzeker u ervan dat het niveauverschil tussen de pomp en het riool compatibel is met de prestaties van de pomp Fekabox van 200 l: zie voor referenties van de onderdelen het schema op pag. 73 Het Fekabox assortiment heeft een daalinrichting van polypropyleen van 2″ en 1″1/4 met een anti- rotatiebeugel en is dus geschikt voor één automatische monofasepomp met vlotter ≤ 20Kg. A. Demonteer het tankdeksel. B. Haal de slede, (3) van de verbindingsvoet (5) C. Voor FEKA 600: schroef het speciale verbindingsstuk 2”F-1”1/4 M (2.1) op de opvoerslede (3) en aan de pomp (zie afb. 7) D. Voor FEKA VS-VX schroef de slede (3) aan het pomphuis (zie afb. 7) Verwijder de schroef (1) van het pomphuis. Assembleer de anti-rotatiebeugel (2) op de slede, en draai daarna de schroef (1) vervolgens vast controleer of de lengte van de pompvlotter 250 mm is (zie pag. 73 afb 8A). E. Plaats het samenstel slede/pomp terug op de voet (5) die al bevestigd is in de tank
Fekafos 280 - Fekafos 280 Double - Fekafos 550 Double: Zie voor details het schema op pag. 76-77 Het Fekafos assortiment heeft een gietijzeren daalinrichting van 2″ en is dus voorbereid voor het gebruik van een of twee (Double modellen) niet-automatische monofasepompen of driefasepompen zonder vlotter, die moeten worden geïnstalleerd in combinatie met een bedieningspaneel. A. Demonteer het deksel van de tank. B. FEKA VS-VX: controleer of de lengte van de pompvlotter 250 mm is (zie pag. 75 Afb. 8A). Verwijder de bovenste schroef van de flens aan perszijde (1). Assembleer de antirotatie-beugel (2). Plaats de schroef (1) terug. Trek de slede van de verbindings voet (5) en verbind hem met de persopening van de pomp. Bevestig de slede met behulp van de schroef (6) en de moer (4) aan de pomp, zoals op de afbeelding 9 is aangegeven. C. GRINDER 1400-1800 Trek de slede van de verbindings voet (5) en verbind hem met de persopening van de pomp: bevestig de slede met behulp van de schroef (6) M10X25 D. ANDERE POMPEN (lijst van de tabel op pag. 76-77) Haal de slede (3) uit de verbindingsvoet (5) en verbind hem met de persopening door middel van de flens met schroefdraad die bij de pomp geleverd is. E. Plaats het samenstel slede/pomp terug op de voet (5).
7.1 Keuze van het elektrische bedieningspaneel
Hieronder vindt u de aanwijzingen voor het kiezen van een bedieningspaneel, alleen voor de modellen Fekafos 280 en 280 Double en Fekafos 550 Double, aangezien de pomp van de Fekabox automatisch is. Het station moet naar behoren zijn beschermd tegen overbelastingen en kortsluiting.
Controleer of de elektrische kenmerken van het paneel en de elektropomp compatibel met elkaar zijn. Als ze niet compatibel zijn, kunnen er storingen worden veroorzaakt en wordt de bescherming van de elektromotor niet gewaarborgd. Raadpleeg altijd de handleiding van de elektropomp en de instructies die bij het schakelpaneel zijn geleverd De elektrische aansluiting mag uitsluitend door gekwalificeerd personeel en overeenkomstig de geldende plaatselijke veiligheidsvoorschriften tot stand worden gebracht.
Inbedrijfstelling Lees deze gebruikshandleiding, de handleiding van de elektropomp en die van het schakelpaneel door voor de inbedrijfstelling. Bewaar de handleidingen zorgvuldig. De inbedrijfstelling mag uitsluitend worden verricht door ervaren, gekwalificeerd personeel, in overeenstemming met de geldende normen. Raadpleeg altijd de verordeningen, wetten, plaatselijke en/of nationale normen die van kracht zijn. Geadviseerd wordt om voor de inbedrijfstelling contact op te nemen met de Dab assistentiedienst. Het wordt aanbevolen voor de aansluiting van het systeem uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen schakelpanelen ED, E-BOX te gebruiken; deze worden compleet met gedetailleerde instructies voor de elektrische aansluitingen en het gebruik geleverd:
7.2 Elektrische verbindingen
De pompen zijn voorzien van een kabel met aarding; verzeker u ervan dat het aardingssysteem goed werkt. Alvorens het systeem op het elektriciteitsnet aan te sluiten, dient u te controleren of de netspanning overeenkomt met de spanning die vermeld is op het typeplaatje van de pomp en of het systeem goed geaard kan worden. Het wordt aanbevolen het typeplaatje van de pomp (naast het plaatje dat reeds door de fabrikant op de pomp is aangebracht, zit er nog een typeplaatje los in de verpakking) op een goed zichtbaar punt op de bak te bevestigen, of op de bedieningscentrale. De aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd: Pomp: Voer de pompkabel door de kabelwartel die voorgemonteerd is op de tank, en herkenbaar aan het symbool , draai de ringmoer vast en verbind de kabel met het paneel, zoals aangegeven in de handleiding. Voor Dab pompen en elke andere pomp met een kabel met een doorsnede van 4G1,5 mm2 of groter, moet het rubber dat hierin voorgemonteerd is worden vervangen door het rubber dat meegeleverd is in de kit van de tank, om te waarborgen dat de overgang en de dichtheid van de kabeldoorgangen geschikt is. Ter verwijzingen naar de onderdelen geeft afbeelding 10 een voorbeeld van de vervanging van het rubber op de Fekafos 280 tank.NEDERLANDS
FEKABOX 200 1 FEKAFOS 280 4 FEKAFOS 280 DOUBLE 6 FEKAFOS 550 DOUBLE 6 Vlotters: De vlotters (twee voor FEKAFOS 280 l drie voor FEKAFOS 280-550 DOUBLE) zijn al gemonteerd en in hoogte afgesteld in de tank. Voer de kabels van de vlotters door de reeds op de bak gemonteerde kabelwartels (detail 7, afb 10), draai de ring vast en sluit de kabels aan op het paneel zoals in het betreffende handboek wordt beschreven, en let er hierbij op de correspondentie tussen de klemmen van het paneel en de bijbehorende kabels van de vlotters.
BLAUW NIET GEBRUIKTBLAUW NIET GEBRUIKT BLAUW NIET GEBRUIKT BLAUW NIET GEBRUIKT BLAUW NIET GEBRUIKT Afb. 10 Voor Fekafos 280/280D voor kabels met een doorsnede ≥ 4G1,5mm2 7NEDERLANDS
Elke afzonderlijke kabel van de vlotters bestaat uit drie kabeltjes: ZWART-BRUIN-BLAUW. Het BLAUWE kabeltje mag niet worden gebruikt en moet door de gebruiker worden geïsoleerd.
8. VOORBEREIDING VAN HET ALARMSYSTEEM VOOR FEKAFOS 280 EN 280 DOUBLE
(ALLEEN GELEVERD OP BESTELLING VOOR FEKABOX 200 ) De voorbereiding bestaat uit een vlottersteun, bestaande uit een PP-buis, afb.11. Voor Fekabox 200 moet de lengte worden verminderd tot 184 mm.
Neem de lengten die op de afbeelding worden aangegeven nauwgezet in aanmerking. Laat de vlotterkabel uit de tank komen door de voorgemonteerde kabelklem , haal de ringmoer aan en verbind de kabel met de besturingseenheid. Voor de Fekabox 200 zit er in de kit die samen met de alarmvlotterdrager wordt overhandigd een extra kabeldoorgang die nodig is om de kabel uit de vlotter te laten komen. Alvorens de tank te vullen moet de vlotter met de hand worden bewogen om te controleren of het alarmsysteem goed functioneert. Test het volledige systeem met schoon water en ga na of het alarmsysteem alleen ingrijpt bij een probleem met de pomp of als er geen netstroom is. Doe hiervoor het volgende:
1. Vul de tank tot het interventieniveau van de pomp, en schakel de pompvoeding uit. Het alarmsysteem
hoort in deze situatie niet in te grijpen.
2. Ga door met het vullen van de tank totdat het alarmsysteem geactiveerd wordt. Controleer of in deze
conditie het waterniveau enkele centimeters onder het MAX noodniveau van 510 mm staat voor Fekabox 200, en van 680 mm voor Fekafos 280-280D. Is deze conditie niet aanwezig, dan moet de kabel tussen de kabelklem en de veiligheidsvlotter worden ingekort. Het alarmvlottersysteem voor het maximale niveau kan zowel worden beheerd vanaf de panelen van de familie ED, E2D, E-BOX als door Control AS1. Laatstgenoemde is een elektronische besturingseenheid met een ladingreserve die al een vlotter heeft.
Verkort de buis voor Fekabox
Controleer voordat u de elektropomp start of er geen residuen of ander materiaal in het tanksysteem aanwezig zijn waardoor de juiste werking van het systeem kan worden beïnvloed. In deze fase kan de afsluitklep in de inlaatbuis dicht worden gelaten en het opvoerstation worden gevuld met schoon water. Open de afsluitklep in de persleiding en controleer of de buizen goed vastzitten en perfect dicht zijn. Controleer tevens of de elektropomp correct functioneert. Ga verder na of de elektropomp vooraangezogen is. Open de afsluitklep in de inlaatbuis en controleer of het station goed functioneert. De vloeistofstroom die afkomstig is van de diverse gebruikspunten mag geen obstakel vormen voor de juiste werking van de vlotters in de tank. Controleer bij systemen met driefasige elektropompen of de waaier in de juiste richting draait. Controleer ook de handleiding van de elektropomp. Ga na of de interventieniveaus van de vlotters correct zijn, en regel deze eventueel bij naar behoefte van het systeem. Wanneer er twee elektropompen zijn, moeten de vlotters zo worden geregeld dat de tweede elektropomp start na de eerste, en alleen wanneer deze niet in staat is om net zoveel vloeistof naar de riolering te stuwen als er arriveert van de diverse gebruikspunten. Zorg dat de vooraanzuiging van de elektropomp niet kan wegvallen tijdens de werking. Controleer of het aantal starts per uur compatibel is met de kenmerken van de componenten van het systeem. Controleer of het systeem goed functioneert, en stel het in werking. Sluit de deksel(s) van het station door hem/hen op zijn plaats vast te schroeven. Zet indien nodig het deksel op zijn plaats vast om opening van het deksel door onbevoegden te voorkomen (zie hoofdstuk 5.7).
Gewaarborgd moet worden dat de vloeistofsnelheid in de persleiding gelijk is aan minstens 0,7 m/s, en lager dan 2,3 m/s.
Wanneer de vloeistof in de tank het niveau bereikt waarbij het contact van de bedieningsvlotter van de elektropomp wordt gesloten, start deze pomp zodat de tank geleidelijk aan wordt geleegd. De elektropomp stopt wanneer de vloeistof het minimumpeil bereikt, hetgeen overeenstemt met opening van het vlottercontact. Wanneer er twee elektropompen zijn, start de tweede elektropomp na de eerste, maar alleen wanneer deze niet in staat is net zoveel vloeistof naar de riolering te stuwen als er arriveert van de diverse gebruikspunten. Een van vlotters kan hoger zitten dan de andere in het pompstation, deze dient om een al te sterk afwijkend vloeistofniveau in de tank te signaleren.
Nadat u het systeem gestart heeft, is het raadzaam het iedere drie maanden te inspecteren en schoon te maken; dit geldt met name voor de terugslagklep. Dit mag iets minder vaak gebeuren indien de eerste inspecties allemaal een positief resultaat opleverden. Maak de pomp zorgvuldig schoon en verwijder alle deeltjes die vastzitten op het aanzuigrooster en controleer of de vlotter vrij kan bewegen. Haal de pomp zo nodig uit de bak. Het is raadzaam het systeem tenminste eens per jaar schoon te maken met schoon water en de pomp hierbij herhaaldelijk te laten draaien.NEDERLANDS
1. Er stroomt water uit de
bak en de pomp is in werking. (In deze situatie hoort het alarmsysteem, indien geïnstalleerd, in werking te treden. Als dit niet gebeurt, dient u de installatie- instructies van het alarmsysteem te controleren.) A. Persleiding verstopt. B. De pomp is niet correct aangesloten op de persleiding.
C. Terugslagklep geblokkeerd. D. Afsluiter gesloten. E. Pompkarakteristieken onvoldoende. F. Het aanzuigrooster van de pomp is verstopt. G. De waaier is versleten of wordt geblokkeerd door vreemde voorwerpen. A. Elimineer de verstopping. B. Controleer of de slede waarop de pomp gemonteerd is zich aan het einde van de slag bevindt. (alleen voor bakken van 280 l ) C. Maak de klep schoon. D. Open de afsluiter. F. Elimineer de verstopping. G. Elimineer de verstopping.
2. Het alarmsysteem,
indien geïnstalleerd, treedt in werking, terwijl het systeem normaal functioneert. A. Controleer de exacte positie van de alarmvlotter. A. Herhaal de controles en installatiewerkzaamheden.
De inzameling van dit product, of van een deel van dit product, moet als volgt uitgevoerd worden:
Notice-Facile