DH127463 - Luchtzuiveraar Emerio - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DH127463 Emerio in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Luchtzuiveraar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH127463 - Emerio en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH127463 van het merk Emerio.
GEBRUIKSAANWIJZING DH127463 Emerio
1. Lees en bewaar deze gebruiksaanwijzing. Opgelet: de
afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn louter indicatief.
2. Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf de
leeftijd van 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan ervaring of kennis, indien zij onder het toezicht staan of gebruiksinstructies voor het veilig gebruik van dit toestel gekregen hebben en de mogelijke gevaren begrijpen.
3. Kinderen mogen niet met dit toestel spelen.
4. Kinderen die niet onder toezicht staan, mogen dit apparaat
niet reinigen of onderhouden.
5. Als het stroomsnoer beschadigd is, dan moet het
vervangen worden door de fabrikant, diens dealer of een gekwalificeerde technicus om risico’s te voorkomen.
6. Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, dient u te
controleren of de stroom en de frequentie overeen komen met de specificaties van het typeplaatje.
7. Als u gebruik maakt van een verlengkabel, dient dit geschikt
te zijn voor het stroomverbruik van het apparaat, anders kan oververhitting van de verlengkabel en/of stekker het gevolg zijn. Er is risico op letsel door het struikelen over het- 79 - verlengsnoer. Wees voorzichtig om gevaarlijke situaties te vermijden.
8. Trek de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet in
gebruik is en voordat u het apparaat reinigt.
9. Let op dat de stroomkabel niet over scherpe randen hangt
en niet in de buurt komt van hete voorwerpen en open vuur.
10. Dompel het apparaat of de stekker niet onder in water of
andere vloeistoffen. Er bestaat levensgevaar als gevolg van een elektrische schok!
11. Om de stekker uit het stopcontact te halen, dient u aan de
stekker zelf te trekken. Trek niet aan de stroomkabel.
12. Raak het apparaat niet aan als het in water is gevallen. Trek
de stekker uit het stopcontact, schakel het apparaat uit en breng het ter reparatie naar een geautoriseerd servicecenter.
13. Steek de stekker niet in het stopcontact en haal hem er niet
uit als u natte handen heeft.
14. Probeer nooit de behuizing van het apparaat te openen en
probeer nooit zelf het apparaat te repareren. Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
15. Dit apparaat werd niet ontworpen voor commercieel
gebruik. Alleen voor gebruik binnenshuis.
16. Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan het
17. Draai de kabel niet om het apparaat en buig hem niet.
18. Gebruik dit apparaat niet in de nabijheid van een raam,
regen kan een elektrische schok veroorzaken.
19. Haal de stekker uit het stopcontact als er een vreemd geluid,
geur of rook waarneembaar is.
20. Schakel het apparaat uit voordat u het verplaatst.
21. Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat.
22. Dek de inlaat- of uitlaatopening niet af met een doek of
23. Drink of gebruik het water dat uit het apparaat is afgevoerd
24. Haal het waterreservoir tijdens gebruik niet uit het
- Maak het waterreservoir leeg voordat u het apparaat verplaatst om gemors van water te voorkomen.
- Kantel het apparaat niet om gemors van het water en beschadiging van het apparaat te voorkomen.
- Steek geen vreemde voorwerpen in een opening, dit kan een elektrische schok, brand of beschadiging van het apparaat veroorzaken.
25. Plaats het apparaat niet in de buurt van
warmtegenererende apparaten of in de nabijheid van brandbare en gevaarlijke materialen.
26. Steek geen vingers of voorwerpen in de luchtinlaat of -
27. Gebruik de luchtontvochtiger niet in een afgesloten ruimte,
zoals in een kast, om brandgevaar te vermijden.
28. Installeer het apparaat in overeenstemming met de
nationale bedradingsvoorschriften.
29. Informatie over type en de classificatie van zekeringen:
30. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals
aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.
31. Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen
of reinigingsmiddelen, tenzij deze die door de fabrikant zijn aanbevolen.
32. Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu
werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).
33. Niet doorboren of verbranden.
34. Opgelet, bepaalde koudemiddelen zijn geurloos.
35. Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard
in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koudemiddel door een lek- 81 - wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koudemiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.
36. Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat
mechanische storing wordt vermeden.
37. Voor instructies voor het repareren van apparaten die
R290 bevatten, raadpleeg onderstaande paragrafen.
38. Om schade te voorkomen, zet het apparaat minstens 2 uur
rechtop voordat u het in gebruik neemt.
Waarschuwing: Brandgevaar / ontvlambare materialen. Lees de gebruikershandleidingen. Gebruiksaanwijzing; gebruiksinstructies. Service-indicator; lees de technische handleiding. Waarschuwing: Houd de ventilatieopeningen vrij. Waarschuwing: Berg het apparaat op in een goed geventileerde ruimte waarbij de grootte van de kamer overeenstemt met het oppervlak dat is aangegeven. De vrije ruimte rondom het toestel moet minstens 30 cm bedragen. Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 4 m
3. Luchtinlaat en filter
5. Luchtuitlaat (met een deksel)
Opmerking: Verwijder de slang en de verbindingsstukken voor het drogen van schoenen voor ingebruikname. Raadpleeg de sectie 'Het waterreservoir leegmaken' om te leren hoe het deksel van het waterreservoir te verwijderen. BEDIENINGSPANEEL
1. Aan/stand-by-knop
2. Instelknop voor vochtigheid/timer '-'
3. Instelknop voor vochtigheid/timer '+'
11. Ontdooifunctie-controlelampje
15. Temperatuur-controlelampje
16. Luchtvochtigheid-controlelampje
17. Gewenste luchtvochtigheid-controlelampje
18. Waterreservoir vol-controlelampje (brandt ook wanneer het waterreservoir niet goed is geplaatst.)
19. Stroom-controlelampje
ONTDOOIFUNCTIE De verdamper in de luchtontvochtiger kan automatisch ontdooien en het ontdooifunctie-controlelampje brandt. Het standaardprogramma is: Gedetecteerde kamertemperatuur ≥ 24 ℃: De ontdooifunctie werkt niet. 5 ℃ ≤ gedetecteerde kamertemperatuur ≤ 12 ℃: Tijdens het ontvochtigen schakelt het apparaat elke 8 minuten naar de ontdooimodus gedurende ongeveer 3 minuten. De compressor stopt met werken en de ventilator draait op hoge snelheid. 12 ℃ < gedetecteerde kamertemperatuur < 18 ℃: Tijdens het ontvochtigen schakelt het apparaat elke 25 minuten naar de ontdooimodus gedurende ongeveer 5 minuten. De compressor stopt met werken en de ventilator draait op hoge snelheid. 18 ℃ ≤ gedetecteerde kamertemperatuur < 24 ℃: Tijdens het ontvochtigen schakelt het apparaat elke 120 minuten over naar de ontdooimodus gedurende ongeveer 5 minuten. De compressor stopt met werken en de ventilator draait op hoge snelheid. De kamertemperatuur stijgt tijdens de werking. Deze luchtontvochtiger heeft geen koelfunctie. Het apparaat genereert warmte tijdens de werking en de kamertemperatuur neemt met 1 tot 4 ℃ toe. Deze temperatuurtoename kan in de kast of andere soortgelijke ruimtes sterk uiteenlopen. Bovendien kunnen de gesloten deur en ramen, andere apparaten in de kamer die warmte genereren en zonlicht de kamertemperatuur verhogen. Ontvochtigingscapaciteit Bij dezelfde kamertemperatuur is de ontvochtigingscapaciteit hoger bij een hogere relatieve luchtvochtigheid en is de ontvochtigingscapaciteit lager bij een lagere relatieve luchtvochtigheid. Bij dezelfde relatieve luchtvochtigheid is de ontvochtigingscapaciteit hoger bij hogere temperaturen en de ontvochtigingscapaciteit lager bij lagere temperaturen. Het apparaat is ontworpen om een onaangename vochtigheid in de kamer te verwijderen en om gewassen kleding binnenshuis sneller te drogen. Het is niet geschikt om de luchtvochtigheid zeer laag te houden. VOOR INGEBRUIKNAME
- Om schade te voorkomen, zet het apparaat minstens 2 uur rechtop voordat u het in gebruik neemt.
- Controleer na het verwijderen van de verpakking of het apparaat in een goede staat is.
- Laat kinderen niet met het verpakkingsmateriaal spelen, er bestaat verstikkingsgevaar. Installeer het apparaat op een vlakke ondergrond waar de luchtinlaat/-uitlaat niet belemmerd kan worden. Zorg voor een vrije ruimte van minstens 30 cm rondom het toestel. Om energie te besparen, houd ramen en deuren- 84 - dicht wanneer het apparaat in werking is. Opmerking: Als de luchtontvochtiger storing ondervindt van huishoudelijke apparaten, zoals een televisie en radiocassettespeler, houd het apparaat meer dan 70 cm uit de buurt van de luchtontvochtiger.
GEBRUIK Steek de stekker in het stopcontact. U hoort een geluidssignaal. Het apparaat staat in stand-by. Het aan/uit- controlelampje knippert. Aan/stand-by: Druk op de aan/stand-by-knop om het apparaat in te schakelen. Open het luchtuitlaatdeksel met de hand. Het aan/uit-controlelampje brandt continu. Het paneel toont de huidige luchtvochtigheid in de kamer. Druk opnieuw op de knop om het apparaat in stand-by te zetten. Vochtigheidsinstelling: druk op de instelknoppen voor de vochtigheid om uw gewenste vochtigheidsgraad tussen 30% en 80% in te stellen. Bij elke druk op de knop wordt de gewenste luchtvochtigheid met 5% gewijzigd en na 80% wordt de waarde opnieuw op 30% ingesteld voor een nieuwe cyclus. De 'CO'-modus wordt tevens op het scherm weergegeven. In de 'CO'-modus blijft het apparaat ontvochtigen, ongeacht de huidige luchtvochtigheid in de kamer. De instelling knippert meerdere keren in het paneel, waarna de huidige luchtvochtigheid in de kamer opnieuw wordt weergegeven. Wanneer de gewenste luchtvochtigheid is bereikt, brandt het gewenste luchtvochtigheid-controlelampje. Opmerkingen:
- De vochtigheidsinstelling werkt alleen in de automatische werkingsmodus.
- Wanneer het digitaal scherm stilstaat, druk eenmaal op de instelknop voor vochtigheid '+' of '-' en u ziet de gewenste vochtigheidswaarde. U kunt het apparaat terugzetten door op de instelknoppen voor vochtigheid te drukken.
- Houd de instelknop voor vochtigheid '+' 3 seconden ingedrukt, de huidige kamertemperatuur knippert op het digitaal scherm en het temperatuur-controlelampje brandt. De huidige luchtvochtigheid in de kamer wordt na enkele seconden op het digitaal scherm weergegeven en het temperatuur-controlelampje dooft.
- Wanneer de vochtigheidswaarde op het scherm wordt weergegeven, brandt het luchtvochtigheid- controlelampje. Ventilator: Druk op de ventilatorsnelheidsknop om een lage of hoge ventilatorsnelheid te selecteren. Het overeenkomstig controlelampje brandt. De ventilatorsnelheid kan in de kleding drogen-modus niet geselecteerd worden. Het apparaat werkt op de hoge ventilatorsnelheid. MODE (MODUS): Druk op de modusknop om de modus te selecteren: handmatige modus, luchtcirculatiemodus en kleding drogen-modus.
1. Handmatige modus: In deze modus brandt het handmatige modus-controlelampje. In deze modus kunnen
zowel de ventilatorsnelheid als de luchtvochtigheid aangepast worden. Het apparaat handhaaft automatisch de geselecteerde luchtvochtigheid.- 85 -
2. Luchtcirculatiemodus: In deze modus werkt het apparaat met de binnenventilator en kan de
luchtvochtigheid niet aangepast worden. De compressor werkt niet. De luchtvochtigheid in de kamer wordt op het paneel weergegeven.
3. Kleding drogen-modus: In deze modus werkt het apparaat op hoge ventilatorsnelheid bij om het even welke
luchtvochtigheid in de kamer en is het niet mogelijk om de luchtvochtigheid te wijzigen. De luchtvochtigheid in de kamer wordt op het paneel weergegeven. TIMER: Automatisch UIT-instelling - Als het apparaat AAN staat, druk op de timerknop en '00' knippert op het digitaal scherm. - Druk op de instelknop voor timer '+'/'-' om een gewenste automatische uitschakeltijd tussen 1 en 24 uur te selecteren. Het digitaal scherm knippert enkele seconden, waarna de timerinstelling is bevestigd. Het timer-controlelampje brandt. Het digitaal scherm keert terug naar de huidige luchtvochtigheid in de kamer. - Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken. Om de timer te wijzigen, druk op de timerknop en druk op de instelknop voor timer '+'/'-' om de waarde te wijzigen. Wanneer deze is ingesteld op 0 uur ('00'), dan is de timer geannuleerd en dooft het timer- controlelampje. OPMERKING:
1. Dit apparaat is uitgerust met een geheugenfunctie in geval van een stroomonderbreking, met uitzondering
van de timerfunctie.
Foutcode „E1” op het scherm: De temperatuur-/vochtigheidssensor is beschadigd; neem contact op met een professional voor inspectie en onderhoud.
HET OPGEVANGEN WATER AFVOEREN
Als het waterreservoir vol is, brandt het waterreservoir vol-controlelampje De werking stopt automatisch en de zoemer piept 20 keer om de gebruiker te waarschuwen dat het water uit het waterreservoir moet worden afgevoerd. Het waterreservoir leegmaken
1. Trek het waterreservoir voorzichtig uit door het holle gedeelte aan beide zijden vast te houden.
2. Giet het opgevangen water uit.
3. Plaats het waterreservoir terug door het horizontaal en voorzichtig in het apparaat te duwen. De handgreep
op het deksel van het waterreservoir moet plat liggen.
1. Hoe het deksel van het waterreservoir losmaken: Als u het deksel van het waterreservoir wilt verwijderen,
verwijder dan eerst de handgreep (H). Breng de gleuven op één lijn en maak eerst een verbinding van de handgreep los van de gleuf, en maak vervolgens de andere verbinding los om de handgreep te verwijderen. Trek het deksel van het waterreservoir naar boven om het te verwijderen.
2. Voordat u het waterreservoir opnieuw aanbrengt, installeer eerst het deksel en de handgreep van het- 86 -
3. Haal de vlotter niet uit het waterreservoir. De water vol-sensor kan het waterpeil niet langer juist detecteren
zonder de vlotter en er kan water uit het waterreservoir lekken. Continue waterafvoer Steek de inbegrepen kunststof slang in de continue afvoer en het condenswater wordt via deze uitlaat continu afgevoerd in plaats van het in het waterreservoir op te vangen. Zorg ervoor dat de slang naar beneden is geïnstalleerd, zodat het water ongehinderd en continu naar buiten kan stromen. SCHOENEN DROGEN-FUNCTIE
1. Verwijder de reserveonderdelen voor het drogen van schoenen. De slang en verbindingsstukken werden
tijdens het verpakken in het waterreservoir opgeslagen.
2. Breng de twee delen van de dekselbox op één lijn en maak ze aan elkaar vast.
3. Draai het slangverbindingsstuk aan één kant van de slang vast en draai het schoenverbindingsstuk aan de
andere kant van de slang vast.
4. Verbind de slang met de dekselbox met behulp van het slangverbindingsstuk. Vergeet niet om te draaien en
zorg dat het uitsteeksel in het buisverbindingsstuk vast komt te zitten.
5. Open het luchtuitlaatdeksel 90°. Installeer de dekselbox verticaal op de luchtuitlaat. Zorg dat het
luchtuitlaatdeksel door de overeenkomstige opening van de dekselbox gaat.
6. Stop het schoenverbindingsstuk in de schoenen die gedroogd moeten worden. Selecteer de kleding drogen-
modus voor het drogen van schoenen.
REINIGING EN ONDERHOUD
Maak het apparaat regelmatig schoon voor een lange levensduur en een juiste werking van het apparaat Waarschuwing: Voordat het apparaat wordt schoongemaakt, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact om het risico op elektrische schokken te vermijden. Gebruik geen heet water of chemische oplosmiddelen om het apparaat te reinigen.
1. Maak het waterreservoir regelmatig schoon met koud of warm water en veeg het droog met een zachte
doek om schimmelvorming te voorkomen.
2. Maak de buitenkant van het apparaat schoon met een vochtige doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen
of schuursponsjes om het beschadigen van de kunststof buitenkant te vermijden.
3. Maak de filter schoon zoals beschreven in de volgende sectie.
4. Wanneer u denkt het apparaat langere tijd niet te gebruiken:
1) Maak het waterreservoir leeg, veeg het droog en breng het opnieuw aan.
2) Reinig de filter.
3) Zet het apparaat rechtop en vermijd direct zonlicht.
Filter Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een filterset die regelmatig moet worden verwijderd en schoongemaakt. De ontvochtigingscapaciteit kan afnemen wanneer de filterset verstopt is.
- Trek aan het lipje (A) om de filterbehuizing (B) los te maken. Verwijder het filternet (C) en haal vervolgens de actieve koolstoffilter (D) eruit.
- De filterbehuizing en het filternet kunnen in water worden gewassen (temperatuur < 40 °C). Veeg ze grondig droog voordat ze opnieuw geïnstalleerd worden.
- De actieve koolstoffilter kan niet in water worden gewassen. U kunt een stofzuiger gebruiken om het stof te verwijderen. Het wordt aanbevolen om de actieve koolstoffilter elke 3 tot 6 maanden te vervangen (afhankelijk van het gebruik) om de optimale prestaties van het apparaat te behouden.
PROBLEEMOPLOSSING Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Apparaat werkt niet De stekker zit niet in het stopcontact. Steek de stekker in het stopcontact. Het waterreservoir is vol Maak het waterreservoir leeg. Het waterreservoir is niet juist geplaatst. Plaats het zoals het moet. Het luchtuitlaatdeksel is niet open. Open het luchtuitlaatdeksel.- 88 - Geringe ontvochtigingscapacit eit De filter is verstopt. Reinig de filter. De luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd. Verwijder de verstopping uit de luchtuitlaat of -inlaat. Veel lawaai Het apparaat is niet goed geplaatst. Plaats het apparaat op een vlakke en stabiele vloer. Stopt tijdens het ontvochtigingsproces De kamertemperatuur valt buiten het werkingsbereik van het apparaat. Het apparaat start opnieuw automatisch wanneer de kamertemperatuur terugkeert naar het werkingsbereik van 5 ℃ tot 32
De kleding wordt niet snel gedroogd. De kleding is niet blootgesteld aan de lucht die door het apparaat wordt afgegeven. Stel de natte kleding bloot aan de luchtstroom. De kamertemperatuur is te laag. Bij een lage temperatuur droogt de natte kleding minder snel. Verhoog de kamertemperatuur.
Er is niets mis met uw luchtontvochtiger indien een van de volgende fenomenen optreedt. Fenomeen Oorzaak Werking met tussenpozen Het apparaat wordt ontdooid. Geringe ontvochtigingscapaciteit De ontvochtigingscapaciteit neemt af met de kamertemperatuur en luchtvochtigheid. Het apparaat stopt met ontvochtigen wanneer de kamertemperatuur zich buiten het bereik van 5 ℃ - 32 ℃ bevindt. De luchtvochtigheid in de kamer kan niet worden verlaagd. De kamer is te groot. De deur of ramen van de kamer zijn niet dicht. Het apparaat werkt samen met een ander apparaat dat stoom afgeeft. Onaangename geur De geur kan afkomstig zijn van de muur, meubels of een ander voorwerp. Het apparaat maakt lawaai tijdens het gebruik. Het lawaai dat wordt geproduceerd door het stromen van het koelmiddel kan automatisch verdwijnen of afnemen wanneer het systeem stabiel werkt Er bevindt zich water in het reservoir. Gezien elk apparaat een bedrijfstest heeft ondergaan voordat het de fabriek heeft verlaten, blijft er wat water op de verdamper achter dat in het waterreservoir stroomt. De zoemer gaat af. De zoemer gaat af als het waterreservoir vol is of niet juist geplaatst is.
Vóór de levering worden onze apparaten streng gecontroleerd. Indien het toestel ondanks alle zorg bij de- 89 - productie of tijdens het transport beschadigd werd, moet u het naar de handelaar terugbrengen. Naast het wettelijke recht op waarborg heeft de klant recht op de volgende garantieclaim: Wij geven een garantie van 2 jaar op het toestel, te beginnen met de koopdatum. Indien u een defect product heeft, kunt u rechtstreeks terug gaan naar het aankooppunt. Gebreken die het gevolg zijn van ondeskundig gebruik van het toestel, fouten tijdens ingrepen en reparaties door derden of door de inbouw van vreemde onderdelen, vallen niet onder deze garantie. Bewaar altijd uw aankoopnota, zonder aankoopnota kunt u geen aanspraak maken op enige vorm van garantie. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing vervalt het recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat kunnen wij niet verantwoordelijk gehouden worden. Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zijn wij niet aansprakelijk. In dergelijke gevallen vervalt iedere aanspraak op garantie. Schade aan accessoires of onderdelen betekend niet dat het gehele apparaat zal worden vervangen. Afgebroken glazen of kunststof onderdelen of accessoires vallen niet onder de garantie en zullen tegen vergoeding vervangen kunnen worden. Defecten aan hulpstukken of aan slijtage onderhevige onderdelen, alsmede reiniging, onderhoud of de vervanging van slijtende delen vallen niet onder de garantie en zullen dus in rekening gebracht worden. MILIEUVRIENDELIJKE AFVALVERWERKING Recycling – Europese Richtlijn 2012/19/EU Deze markering betekent dat dit product niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden afgedankt. Om het milieu en de volksgezondheid niet in gevaar te brengen en het hergebruik van grondstoffen te bevorderen, moet dit product op verantwoordelijke wijze worden afgevoerd. Lever verbruikte apparatuur a.u.b. in bij de hiervoor bestemde inzamelpunten of bij de winkel waar het product was aangeschaft. Zij zullen dit product accepteren voor milieuvriendelijke afvalverwerking. Emerio B.V. Customer service: Kundeninformation: Klantenservice: Oudeweg 115 T: +31 (0) 23 3034369 T: +49 (0) 3222 1097 600 T: +31 (0) 23 3034369 2031 CC Haarlem www.emerio.eu/service www.emerio.eu/service www.emerio.eu/service The Netherlands Looking for spare parts? Have a look at www.spareparts.emerio.eu Sie brauchen Ersatzteile? Besuchen Sie www.ersatzteile.emerio.eu Onderdelen nodig? Kijk op www.onderdelen.emerio.eu- 90 - INSTRUCTIES VOOR HET REPAREREN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN
1) Controle van de bedrijfsruimte
Voordat er kan worden gewerkt aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, moeten er veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. De volgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen voordat er reparaties aan het koelsysteem kunnen worden uitgevoerd.
De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van een ontvlambaar gas of een ontvlambare damp tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.
3) Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle overige personen in de werkomgeving moeten worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimtes moeten worden voorkomen. Het gebied rond de werkomgeving moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat er veilig in de werkomgeving kan worden gewerkt door het te controleren op de aanwezigheid van ontvlambare stoffen.
4) Controleren op de aanwezigheid van koudemiddel
De omgeving moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een gepaste koudemiddeldetector, zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geschikt is voor detectie van ontvlambare koudemiddelen, d.w.z. geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moeten worden verricht, moet er geschikte blusapparatuur aanwezig zijn. Zorg dat er een CO₂- of poederblusser in de buurt van de werkomgeving aanwezig is.
6) Geen ontstekingsbronnen
Geen enkele persoon die aan een koelsysteem werkzaamheden verricht waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zo'n manier gebruiken dat deze een brand- of explosiegevaar vormt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten uit de buurt van de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd, gerepareerd, verwijderd of afgedankt worden gehouden aangezien ontvlambaar koudemiddel vrij kan komen. Vóór het begin van de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd op de aanwezigheid van ontbrandingsgevaren en ontstekingsrisico's. Er moeten borden worden geplaatst met de tekst "Niet roken".
7) Geventileerde omgeving
Zorg ervoor dat de werkomgeving in de buitenlucht is of voldoende wordt geventileerd, voordat het systeem wordt geopend of hete werkzaamheden worden verricht. Tijdens de werkzaamheden moet er voortdurend ventilatie zijn. De ventilatie moet ervoor zorgen dat vrijgekomen koudemiddel wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgegeven naar de buitenlucht.
8) Controle van de koelapparatuur
Bij het vervangen van elektrische componenten moeten componenten worden gebruikt die geschikt zijn voor het doel en die de juiste specificaties hebben. Volg altijd de onderhouds- en reparatierichtlijnen van de fabrikant. In geval van twijfel, neem contact op met de technische dienst van de fabrikant. Voer de volgende controles uit op installaties die brandbaar koudemiddel gebruiken: – De hoeveelheid koudemiddel moet in overeenstemming zijn met de omvang van de ruimte waarin de apparatuur met koudemiddel wordt geplaatst; – De ventilatieapparatuur en -uitlaten werken naar behoren en worden niet geblokkeerd; – Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, controleer het secundaire circuit op de aanwezigheid van koudemiddel;- 91 - – De markering op het apparaat moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en tekens die niet leesbaar zijn moeten worden vervangen; – Installeer koelleidingen of onderdelen van het koelcircuit in een positie waar ze niet blootgesteld kunnen worden aan stoffen die de onderdelen die het koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij deze onderdelen van een materiaal zijn gemaakt die corrosiebestendig zijn of gepast tegen corrosie zijn beschermd.
9) Controle van elektrische apparatuur
Als onderdeel van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten moeten vooraf veiligheidscontroles worden uitgevoerd en moeten de componenten worden geïnspecteerd. Als een defect wordt geconstateerd dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen stroomtoevoer op het circuit worden aangesloten, voordat het defect adequaat is verholpen. Als het defect niet direct kan worden verholpen, maar de bedrijfswerkzaamheden niet langer kunnen worden onderbroken, moet er een adequate en tijdelijke oplossing worden gevonden. Van deze tijdelijke oplossing moet melding worden gemaakt bij de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Tot de initiële veiligheidscontroles behoren: De condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om de mogelijkheid op vonken te voorkomen; Er mogen geen actieve elektrische componenten en draden blootliggen tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem; Het systeem moet continu geaard zijn.
2. Reparaties op de afgedichte onderdelen
1) Tijdens de reparatie van afgedichte componenten moet alle stroomtoevoer worden ontkoppeld van het
apparaat waaraan wordt gewerkt, voordat afdichtingen mogen worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens onderhoudswerkzaamheden stroomtoevoer naar het apparaat is, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt, zodat deze kan waarschuwen als er een gevaarlijke situatie optreedt.
2) Op de volgende punten moet bijzonder goed worden gelet om te voorkomen dat de behuizing van
elektrische componenten tijdens werkzaamheden zijn beschermende functie niet verliest. Hiertoe behoort schade aan kabels, te veel aansluitingen, terminals die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, niet goed passende wartels, enz. Zorg dat het apparaat op een juiste manier in elkaar is gezet. Zorg dat de afdichtingen of het afdichtingsmateriaal niet zijn versleten om indringing van brandbare stoffen te vermijden. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een silicone afdichtmiddel kan een impact hebben op de juiste werking van bepaalde lekdetectieapparatuur. Intrinsieke veilige onderdelen moeten niet eerst worden geïsoleerd alvorens er werkzaamheden op uit te voeren.
3. Reparatie van intrinsiek veilige componenten
Stel het circuit niet bloot aan permanente inductie- of condensatorbelasting zonder van tevoren te controleren of deze belasting de toegestane spanning en stroomsterkte van het apparaat niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan kan worden gewerkt als er stroom op staat en er ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn. Het testapparaat moet aan de specificaties voldoen. Vervang de componenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde componenten. Andere onderdelen kunnen het koudemiddel in brand steken wanneer er een lek aanwezig is.
Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige factoren in de bedrijfsomgeving. Houd tevens rekening met de effecten van veroudering en de continue trillingen van bronnen als compressors en ventilatoren.- 92 -
5. Detectie van ontvlambaar koudemiddel
Onder geen enkele omstandigheid mogen er ontstekingsbronnen worden gebruikt voor het zoeken naar of detecteren van lekkend koudemiddel. Er mogen geen lekzoeklampen (of andere detectoren met een open vlam) worden gebruikt.
6. Methoden voor lekdetectie
De volgende lekdetectiemethoden zijn geschikt bevonden voor systemen die ontvlambaar koudemiddel bevatten. Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koudemiddelen. De gevoeligheid kan echter ongepast zijn of herkalibratie kan nodig zijn. (Kalibreer de detectieapparatuur in een gebied zonder koudemiddel). Zorg dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en voor het gebruikte koudemiddel gepast is. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL van het koudemiddel en kalibreer het volgens het gebruikte koudemiddel en de gepaste gaspercentage (maximum 25%). Lekdetectievloeistoffen zijn gepast voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar gebruik geen detergenten die chloor bevatten. De chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen corroderen. Als een lek wordt vermoed, verwijder/ doof alle open vlammen. Als een koudemiddellek wordt gevonden en er gesoldeerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of met behulp van ventielen worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het solderen moet het systeem worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof.
7. Verwijderen en vacuüm zuigen
Er worden algemene procedures gehanteerd voor reparatie- of andere werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit. Houd met het oog op de ontvlambaarheid van koudemiddelen echter de volgende maatregelen in acht. Voer de volgende procedure uit:
- Verwijder het koudemiddel;
- Ontlucht het circuit met inert gas;
- Ontlucht opnieuw met inert gas;
- Open het circuit door het te snijden of te solderen. Het verwijderde koudemiddel moet worden opgevangen in de juiste verzamelingscilinders. Het systeem moet worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof om het systeem veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Hiervoor mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het doorspoelen gebeurt door het vacuüm in het systeem op te heffen met zuurstofvrije stikstof tot de bedrijfsdruk is bereikt, de stikstof te laten ontsnappen in de omgevingslucht en het systeem vervolgens opnieuw vacuüm te zuigen. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koudemiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer er voor het laatst zuurstofvrije stikstof is toegepast, moet dit worden vrijgegeven aan de omgevingslucht tot de omgevingsdruk is bereikt. Vervolgens kan er met de werkzaamheden worden begonnen. Deze procedure is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden op de leidingen dienen te gebeuren. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en er voldoende ventilatie aanwezig is.
Naast de algemene vulprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd. – Zorg ervoor dat er bij het gebruik van de vulapparatuur geen vermenging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koudemiddel tot een minimum te beperken. – De cilinders moeten rechtop staan. – Zorg ervoor dat het koudemiddelsysteem geaard is, voordat het systeem wordt gevuld met koudemiddel.- 93 - – Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gedaan). – Het is uiterst belangrijk dat het systeem niet overmatig gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet er een druktest met zuurstofvrije stikstof worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar vóór ingebruikname, worden getest op lekkage. Een tweede lektest moet worden uitgevoerd alvorens de locatie te verlaten.
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, moet de technicus volledig bekend zijn met het apparaat. Het wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Vóór het uitvoeren van de taak moet er een olie- en koudemiddelmonster worden genomen, voor het geval het opgevangen koudemiddel vóór hergebruik moet worden geanalyseerd. Het is essentieel dat er stroomtoevoer is vóór de werkzaamheden beginnen. a) Raak vertrouwd met het apparaat en zijn werking. b) Zorg voor gepaste elektrische isolatie van het systeem. c) Voordat u de procedure uitvoert:
- Indien nodig, zorg dat er mechanische uitrusting voor het behandelen van de bewaarflessen met koudemiddel aanwezig is;
- Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen en dat ze juist worden gebruikt;
- Zorg tijdens het terugwinningsproces voor een continu toezicht door een vakbekwame persoon.
- Zorg dat de gebruikte terugwinningsuitrusting en bewaarflessen in overeenstemming zijn met de gepaste normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg. e) Als gebruik van een vacuümpomp niet mogelijk is, moet een verdeelstuk worden gebruikt zodat het koudemiddel van verschillende onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het koudemiddel wordt opgevangen. g) Start de opvangmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te veel. (Niet meer dan 80% van het vloeistofvolume)
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het apparaat snel van de locatie worden verwijderd en moeten alle isolatieventielen op het apparaat worden afgesloten. k) Verzameld koudemiddel mag pas voor een ander koudemiddelsysteem worden gebruikt, als het is schoongemaakt en gecontroleerd.
Het apparaat moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat het apparaat is ontmanteld en dat het koudemiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de cilinders aanwezig zijn met vermelding dat de cilinders ontvlambaar koudemiddel bevatten.
Bij het opvangen van koudemiddel van een systeem, voor zowel onderhoud als ontmanteling, moeten alle koudemiddelen op een veilige manier worden verwijderd. Wanneer koudemiddel wordt opgevangen in cilinders mogen alleen geschikte cilinders voor koudemiddel worden gebruikt. Zorg dat u het nodige aantal cilinders hebt om alle koudemiddel te kunnen bewaren. Alle cilinders die worden gebruikt, zijn bestemd voor het opvangen van koudemiddel en moeten als zodanig worden gelabeld (d.w.z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn, met een overdrukventiel en afsluitventielen, en alle onderdelen moeten in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders moeten met een vacuümpomp worden geleegd en, indien mogelijk, worden gekoeld vóór het opvangen van het koudemiddel. De opvangapparatuur moet zich in een goede staat bevinden, voorzien zijn van instructies en geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koudemiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn die in goede staat- 94 - verkeert. Slangen moeten intact zijn, compleet met lekvrije en juist werkende koppelstukken. Controleer vóór gebruik of de opvangmachine in een goede staat verkeert, goed is onderhouden en dat alle elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval koudemiddel vrijkomt. In geval van twijfel, neem contact op met de fabrikant. Lever het teruggewonnen koudemiddel in bij uw leverancier van koudemiddel, in de juiste cilinder en voorzien van de relevante documentatie. Meng geen koudemiddelen in opvangunits en, in het bijzonder, niet in cilinders. Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgezogen met een vacuümpomp, zodat er geen ontvlambaar koudemiddel in de olie achterblijft. Het vacuümproces moet vóór retournering van de compressor aan de leverancier worden uitgevoerd. Om dit proces te versnellen mag de compressorbehuizing uitsluitend elektrisch worden verwarmd. Olie moet altijd voorzichtig uit een systeem worden verwijderd. Competentie van het onderhoudspersoneel Algemeen Speciale opleiding naast de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is nodig wanneer het apparatuur met ontvlambaar koudemiddel betreft. In vele landen wordt deze opleiding gegeven door nationale opleidingsorganisaties die geaccrediteerd zijn om de relevante nationale competentienormen, die wettelijk vastgelegd kunnen zijn, bij te brengen. De behaalde competentie moet in een certificaat zijn vastgelegd. Opleiding De opleiding moet het volgende bevatten: Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koudemiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn wanneer ze verkeerd worden behandeld. Informatie over mogelijke ontstekingsbronnen, in het bijzonder deze die niet vanzelfsprekend zijn, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische verwarmingstoestellen. Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd – De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. Het is echter mogelijk dat er lekkend koudemiddel in de behuizing ophoopt en er een ontvlambare atmosfeer bij het openen van de behuizing vrijkomt. Geventileerde behuizing – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Geventileerde ruimte – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen overeenkomstig IEC 60079 ‑15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Inbedrijfstelling
- Zorg dat het vloeroppervlak voldoende groot is voor het koudemiddel of dat de ventilatieslang op een juiste manier is aangebracht.
- Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. b) Onderhoud
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.- 95 -
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is. De standaardprocedure om de aansluitklemmen van condensatoren kort te sluiten veroorzaakt over het algemeen vonken.
- Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. c) Reparatie
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Als soldeerwerkzaamheden nodig zijn, voer de volgende procedures in de juiste volgorde uit: – Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. – Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. – Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. – Zuig het circuit opnieuw vacuüm. – Verwijder de te vervangen onderdelen door ze af te snijden, en niet met gebruik van een vlam. – Spoel het soldeerpunt met stikstof tijdens de soldeerprocedure. – Voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
- Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. d) Ontmanteling
- Als de veiligheid wordt aangetast tijdens het buiten dienst stellen van de apparatuur, verwijder het koudemiddel voordat u start met de ontmanteling.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de apparatuur zich bevindt.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
- Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
- Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
- Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
- Vul tot aan de atmosferische druk met stikstof.
- Breng een label op de apparatuur aan met de vermelding dat het koudemiddel is verwijderd. e) Verwijdering
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
- Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
- Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.- 96 -
- Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
- Snij de compressor uit en voer de olie af. Transport, markering en opslag van apparaten die ontvlambaar koudemiddel gebruiken Transport van apparatuur die ontvlambaar koudemiddel bevat Opgelet! Extra transportvoorschriften kunnen gelden voor wat betreft apparatuur die ontvlambaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de samenstelling van de apparatuur die samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de geldende transportvoorschriften. Markering van apparatuur met behulp van aanduidingen Aanduidingen voor gelijksoortige apparaten, die in een werkgebied worden gebruikt, worden over het algemeen bepaald door de lokale regelgeving en geven de minimum voorschriften inzake veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk aan. Alle vereiste aanduidingen moeten in een goede staat worden gehouden en de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de werknemers gepaste en voldoende instructies en opleiding krijgen over de betekenis van de gepaste veiligheidsaanduidingen en de uit te voeren handelingen die met deze aanduidingen verband houden. De doeltreffendheid van de aanduidingen mag niet afnemen door het aanbrengen van te veel aanduidingen op een bepaalde plaats. De gebruikte pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen essentiële details bevatten. Afdanking van apparatuur die ontvlambare koudemiddelen gebruiken. Zie de nationale wetgeving. Opslag van apparatuur De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De opslagverpakking moet zodanig worden beschermd dat mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking niet kan resulteren in lekkage van het koudemiddel. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale wetgeving.- 97 - Instrukcja obsługi – Polish
Notice-Facile