BMV700 - Batterij VICTRON ENERGY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BMV700 VICTRON ENERGY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BMV700 VICTRON ENERGY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterij in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BMV700 - VICTRON ENERGY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BMV700 van het merk VICTRON ENERGY.
GEBRUIKSAANWIJZING BMV700 VICTRON ENERGY
1.2 Hulpingangen (alleen bij BMV-702 en BMV-712 Smart)
1.3 Belangrijke gecombineerde knopfuncties
2 NORMALE BEDRIJFSMODUS
2.1 Weergave-overzicht
2.2 Synchronisatie van de BMV
2.3 Vaak voorkomende problemen
3 EIGENSCHAPPEN EN FUNCTIONALITEIT
3.1 Eigenschappen van de drie BMV-modellen
3.2 Waarom moet ik mijn accu in de gaten houden?
3.3 Hoe werkt de BMV?
3.3.1. Over het accuvermogen en de ontlaadsnelheid
3.3.2 Over de laadefficiëntie (CEF)
3.4 Meerdere weergaveopties voor de laadtoestand van de accu
3.6 Gebruik van andere shunts
3.7 Automatische detectie van de nominale systeemspanning
3.9.2 Groot display en bewaking op afstand
3.9.3 Aangepaste integratie (programmering vereist)
3.10 Extra functionaliteiten van de BMV-702 en BMV-712 Smart
3.10.1 Bewaking van de reserve accu
3.10.2 Bewaking van de accutemperatuur
3.10.3 Bewaking van de middelpuntspanning
3.11 Aanvullende functionaliteit van de BMV-712 Smart
3.11.1 Automatisch bladeren door status-items
4.1 Gebruik van de menu's
4.2 Functieoverzicht
4.2.3 Alarmzoemerinstellingen
Veiligheidsmaatregelen
- Werken in de buurt van een loodzuuraccu is gevaarlijk. Accu’s kunnen, wanneer ze in bedrijf zijn, explosieve gassen produceren. Rook nooit in de buurt van een accu en voorkom vonken of open vuur in de buurt van een accu. Zorg voor voldoende ventilatie rondom de accu.
- Draag bescherming voor ogen en kleding. Raak de ogen niet aan als u in de buurt van accu’s werkt. Was uw handen als u klaar bent.
- Als accuzuur in contact is gekomen met de huid of kleding, moeten deze onmiddellijk met water en zeep worden gewassen. Als het zuur in het oog terecht is gekomen, spoel dan onmiddellijk en gedurende minstens 15 minuten overvloedig met koud, stromend water en raadpleeg onmiddellijk een arts.
- Wees voorzichtig als u met metalen gereedschap in de buurt van accu’s werkt. Als metalen gereedschap op de accu valt, kan dit kortsluiting in de accu en een explosie veroorzaken.
- Draag geen persoonlijke metalen voorwerpen zoals ringen, armbanden, kettingen en horloges als u met een accu werkt. Een accu kan een kortsluitstroom produceren die hoog genoeg is om voorwerpen, zoals ringen, te laten smelten en, waardoor ernstige brandwonden kunnen ontstaan. Transport en opslag
- Bewaar het product in een droge omgeving.
- Bewaar temperatuur: -40 °C to +60 °C3 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix 1 SNELSTARTGIDS Deze snelstartgids gaat er vanuit dat de BMV voor de eerste keer wordt geïnstalleerd of dat de fabrieksinstellingen zijn hersteld. Bekijk de bijlage aan het einde van deze handleiding voor bedradingssuggesties. De fabrieksinstellingen zijn geschikt voor een gemiddelde loodzwavelzuuraccu: nat, GEL of AGM. De BMV detecteert direct na het voltooien van de setup-wizard automatisch de nominale spanning van het accusysteem (zie voor details en beperkingen van de automatische detectie van de nominale spanning paragraaf 3.8). Daarom hoeven alleen de accu-capaciteit (BMV-700 en BMV-700H) en de functionaliteit van de hulpingangen (BMV-702 en BMV-712) te worden ingesteld. Zorg ervoor dat de BMV volgens de beknopte installatiehandleiding is geïnstalleerd. Nadat de zekering in de positieve voedingskabel naar de hoofdaccu is geplaatst, start de BMV automatisch de setup-wizard. De onderstaande setup-wizard moet zijn voltooid voordat de overige instellingen kunnen worden gedaan. Gebruik anders de VictronConnect app en een smartphone. Opmerkingen: a) In het geval van toepassing van zonnepanelen of lithium-ionaccu's is het mogelijk dat er meerdere instellingen moeten worden veranderd. Zie hiervoor paragraaf 2.3 resp. paragraaf 6. De onderstaande setup-wizard moet zijn voltooid voordat de overige instellingen kunnen worden gedaan. b) Als u een andere dan de met de BMV meegeleverde shunt gebruikt, zie dan paragraaf 3.6. De onderstaande setup-wizard moet zijn voltooid voordat de overige instellingen kunnen worden gedaan. c) Bluetooth Gebruik een apparaat met Bluetooth Smart (smartphone of tablet) voor een gemakkelijke en snelle eerste set-up, om de instellingen te wijzigen en om alles live in de gaten te kunnen houden. BMV-700 of -702: 'VE.Direct Bluetooth Smart dongle' vereist.4 BMV-712 Smart: Bluetooth ingeschakeld, geen dongle vereist. Uiterst laag stroomverbruik.
Bluetooth: VE.Direct Bluetooth Smart dongle: zie de handleiding op onze website VE.Direct Bluetooth Smart dongle BMV-712 Smart: Download de VictronConnect app (zie Downloads op onze website) VictronConnect-handleiding Pairing-procedure: de standaard-pincode is 000000 Nadat verbinding is gemaakt, kan de pincode worden gewijzigd door op de knop (i) rechtsboven in de app te drukken. Als de dongle-pincode verloren is gegaan, reset u deze naar 000000 door de knop PIN ingedrukt te houden tot het blauwe Bluetoothlampje kort gaat knipperen.5 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix Set-up-wizard (of gebruik de VictronConnect app en een smartphone):
1.1 Accucapaciteit (gebruik bij voorkeur de 20-uurs nominale
capaciteit (C 20)) a) Nadat de zekering is geplaatst, toont het display de scrollende tekst
Als deze tekst niet wordt weergegeven, druk dan 3 seconden lang tegelijkertijd op SETUP en SELECT om de fabrieksinstellingen te herstellen of ga naar hoofdstuk 4 voor een volledige beschrijving van de setup (instelling 64, Lock setup, moet op OFF staan om de fabrieksinstellingen te herstellen, zie paragraaf 4.2.5). b) Druk op een willekeurige knop om het scrollen te stoppen en de standaardfabriekswaarde Ah verschijnt in de bewerkingsmodus: het eerste cijfer knippert. Voer de gewenste waarde in met de knoppen + en –. c) Druk op SELECT om het volgende cijfer op dezelfde manier in te stellen. Herhaal deze procedure tot de gewenste accucapaciteit wordt weergegeven. De capaciteit wordt automatisch opgeslagen in het non-vluchtige geheugen als het laatste cijfer is ingesteld door op SELECT te drukken. Dit wordt aangegeven met een korte pieptoon. Als er een correctie moet worden doorgevoerd, druk dan nogmaals op SELECT en herhaal de procedure. d) BMV-700 en -700H: druk op SETUP of + of – om de setup wizard te verlaten en terug te keren naar de normale bedrijfsmodus. BMV-702: druk op SETUP of + of – om naar de instellingen voor de hulpingangen te gaan.6
1.2 Hulpingangen (alleen bij BMV-702 en -712)
a) Het display toont scrollend
b) Druk op SELECT om het scrollen te stoppen en het display zal het volgende weergeven:
Gebruik de knoppen + of – om de gewenste functie van de hulpingang te kiezen: voor het bewaken van de spanning van de startaccu. voor het bewaken van de middelpuntspanning van een accubank. voor het gebruik van een optionele temperatuursensor. Druk op SELECT om de instelling te bevestigen. De bevestiging wordt aangegeven met een korte pieptoon. c) Druk op SETUP of + of – om de setup wizard te verlaten en terug te keren naar de normale bedrijfsmodus. De BMV is nu bedrijfsklaar. Wanneer de BMV voor de eerste keer wordt ingeschakeld, wordt standaard 100 % laadstatus weergegeven. Zie paragraaf 4.2.1, instelling 70 om dit gedrag te veranderen. In de normale bedrijfsmodus wordt de achtergrondverlichting van de BMV uitgeschakeld als 60 seconden lang niet op een knop is gedrukt. Druk op een willekeurige knop om de achtergrondverlichting weer in te schakelen. De kabel met de geïntegreerde temperatuursensor dient apart te worden besteld (artikelnr.: ASS000100000). Deze temperatuursensor is niet uitwisselbaar met andere Victron-temperatuursensoren die worden gebruikt bij Multi's/Quattro's of acculaders.
1.3 Belangrijke gecombineerde knopfuncties
(zie ook paragraaf 4.1: Gebruik van de menu's) a) Fabrieksinstellingen herstellen Houd SETUP en SELECT tegelijk 3 seconden b) Handmatige synchronisatie. Houd de omhoog- en omlaag-knop 3 seconden lang ingedrukt c) Akoestisch alarm stoppen7 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix Een alarm wordt bevestigd door op een willekeurige knop te drukken. Het alarmsymbool wordt echter zolang weergegeven als de alarmsituatie blijft bestaan.
1.4 Real time-gegevensweergave op een smartphone
Met de 'VE.Direct Bluetooth Smart dongle kunnen real time-gegevens en alarmen worden weergegeven op Apple- en Android-smartphones, - tablets en andere apparaten. Opmerking: Een VE.Direct Bluetooth Smart dongle is niet vereist voor BMV-712, aangezien het beschikt over een geïntegreerde Bluetooth.8 2 NORMALE BEDRIJFSMODUS
2.1 Weergave-overzicht
In de normale bedrijfsmodus geeft de BMV een overzicht van de belangrijke parameters weer. Met de selectieknoppen + en – worden de verschillende waarden toegankelijk: Accuspanning
Hulpaccuspanning alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op START.
Stroom De daadwerkelijke stroom die uit de accu (minusteken) of de accu in stroomt (geen teken). Vermogen Het vermogen dat door de accu (minusteken) wordt afgegeven of naar de accu vloeit (geen teken).9 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix Verbruikte ampère-uur De hoeveelheid door de accu verbruikte Ah Voorbeeld: Als gedurende 3 uur een stroom van 12 A van een volledig opgeladen accu wordt ontladen, wordt er - 36,0 Ah weergegeven. (-12 x 3 = -36) Opmerking: Drie streepjes ‘---’ zullen worden weergegeven wanneer de BMV is gestart in niet-gesynchroniseerde status. Zie paragraaf 4.2.1, instelling
Laadstatus Bij een volledig opgeladen accu wordt de waarde 100,0 % weergegeven. Bij een volledig ontladen accu wordt de waarde 0,0 % weergegeven. Opmerking: Drie streepjes ‘---’ zullen worden weergegeven wanneer de BMV is gestart in niet-gesynchroniseerde status. Zie paragraaf 4.2.1, instelling
Resterende tijd Dit is een schatting van de tijd die de accu de huidige belasting nog in stand kan houden voordat deze weer moet worden opgeladen. De weergegeven resterende tijd is de tijd tot volledige ontlading is bereikt. Zie 4.2.2, instelling nr. 16. Opmerking: Drie streepjes ‘---’ zullen worden weergegeven wanneer de BMV is gestart in niet-gesynchroniseerde status. Zie paragraaf 4.2.1, instelling
Accutemperatuur Alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op TEMP De waarde kan worden weergegeven in graden Celsius of graden Fahrenheit. Zie paragraaf 4.2.5.10 Spanning bovenste deel accubank Alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op MID. Vergelijk deze waarde met de spanning van het onderste deel om het evenwicht in de accu te controleren. Zie voor meer informatie over bewaking van de middelpuntspanning van de accu paragraaf 5.2. Spanning onderste deel accubank Alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op MID. Vergelijk deze waarde met de spanning van het bovenste deel om het evenwicht in de accu te controleren. Middelpuntafwijking accubank Alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op MID. Dit is de afwijking in procenten van de gemeten middelpuntspanning. Middelpuntspanningsafwijking accubank Alleen bij BMV-702 en -712, als de hulpingang is ingesteld op MID. Dit is de afwijking in volt van de middelpuntspanning.
2.2 Synchronisatie van de BMV
Voor een betrouwbare waardeweergave moet de laadstatus die wordt weergegeven door de accumonitor regelmatig worden gesynchroniseerd met de werkelijke laadstatus van de accu. Dit wordt bereikt door de accu volledig op te laden. In het geval van een 12 V-accu wordt de BMV opnieuw ingesteld op ‘volledig opgeladen’ als wordt voldaan aan de volgende ‘laadparameters’: de spanning overschrijdt 13,2 V en tegelijkertijd bedraagt de (staart-) laadstroom gedurende 3 minuten minder dan 4,0 % van de totale accucapaciteit (bv. 8 A voor een 200 Ah accu).11 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix De BMV kan indien nodig ook handmatig worden gesynchroniseerd (d.w.z. op ‘accu volledig opgeladen’ worden gezet). Dit kan worden bereikt in de normale bedrijfsmodus door de knoppen + en – tegelijkertijd 3 seconden lang ingedrukt te houden, of in de instelmodus door de optie SYNC (zie paragraaf 4.2.1, instelling nr. 10). Standaard is de BMV geconfigureerd om in een niet-gesynchroniseerde status op te starten en wordt een laadstatus van 100 % aangeduid. Dit gedrag kan worden gewijzigd: zie paragraaf 4.2.1, instelling 70. Als de BMV niet automatisch wordt gesynchroniseerd, moeten de laadspanning, de staartstroom en/of de oplaadtijd eventueel worden aangepast. Als de voeding van de BMV is onderbroken, moet de accumonitor opnieuw worden gesynchroniseerd om juist te kunnen werken. Na de eerste synchronisatie (automatisch of handmatig), zal de BMV het aantal automatische synchronisaties bijhouden: zie sectie 4.3. Itemgeschiedenis SYNCHRONISATIONS.
2.3 Vaak voorkomende problemen
Geen tekenen van leven op de display De BMV is waarschijnlijk niet goed aangesloten. De UTP-kabel moet aan beide uiteinden goed worden ingestoken, de shunt moet worden aangesloten op de minpool van de accu en de positieve voedingskabel moet met geïnstalleerde zekering worden aangesloten op de pluspool van de accu. De temperatuursensor (indien van toepassing) moet worden aangesloten op de pluspool van de accu bank (één van de twee draden van de sensor fungeert als voedingsdraad). De laadstroom en ontlaadstroom zijn omgekeerd De laadstroom moet worden weergegeven met een positieve waarde. Bijvoorbeeld: 1,45 A. De ontlaadstroom moet worden weergegeven met een negatieve waarde. Bijvoorbeeld: -1,45 A. Als de laadstroom en de ontlaadstroom omgekeerd zijn, moeten de voedingskabels op de shunt worden omgewisseld: zie de beknopte installatiehandleiding.12 De BMV wordt niet automatisch gesynchroniseerd Een mogelijkheid is dat de accu nooit volledig wordt opgeladen. De andere mogelijkheid is dat de instelling voor de laadspanning moet worden verlaagd en/of de staartstroom moet worden verhoogd. Zie paragraaf 4.2.1. De BMV synchroniseert te vroeg In zonnesystemen of andere toepassingen met schommelende laadstromen kunnen de volgende maatregelen worden getroffen om de kans te verkleinen dat de BMV voortijdig naar een laadstatus van 100 % gaat resetten: c) Verhoog de “geladen” spanning naar slechts iets onder de absorptielaadspanning (bijvoorbeeld: 14,2 V in geval van een 14,4 V absorptielaadspanning). d) Verhoog de “geladen” detectietijd en/of verlaag de staartstroom om een voortijdige reset door passerende wolken te voorkomen. Zie paragraaf 4.2.1. voor set-up-aanwijzingen.
De symbolen synchronisatie en accu knipperen Dit betekent dat de accu niet synchroniseert. Laad de accu's op en de BMV zou dan automatisch moeten synchroniseren. Als dat niet werkt, controleer dan de synchronisatie-instellingen. Of als u weet dat de accu volledig is opgeladen, maar u niet wilt wachten tot de BMV synchroniseert: houd dan de knoppen omhoog en omlaag tegelijkertijd ingedrukt tot u een pieptoon hoort. Zie paragraaf 4.2.1.13 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
3 EIGENSCHAPPEN EN FUNCTIONALITEIT
3.1 Eigenschappen van de vier BMV-modellen
De BMV is beschikbaar in 4 modellen, die elk voor verschillende set van vereisten dienen:
Uitgebreide bewaking van een enkele accu
2 Basisbewaking van een hulpaccu
Bewaking van de accutemperatuur
Bewaking van de middelpuntspanning van een accubank
5 Gebruik van andere shunts
Automatische detectie van de nominale systeemspanning
Geschikt voor hoogspanningssystemen
8 Meerdere interfaceopties
Opmerking 1: De eigenschappen 2, 3 en 4 zijn onderling exclusief. Opmerking 2: De kabel met de geïntegreerde temperatuursensor dient apart te worden besteld (artikelnr.: ASS000100000). Deze temperatuursensor is niet uitwisselbaar met andere Victron-temperatuursensoren die worden gebruikt bij Multi's of acculaders.
3.2 Waarom moet ik mijn accu in de gaten houden?
Accu’s worden in vele toepassingen gebruikt, meestal voor het opslaan van energie om later te gebruiken. Maar hoe weet u nu hoeveel energie er in uw accu is opgeslagen? Dat is niet te zien met het blote oog.14 De levensduur van accu's hangt af van vele factoren. De levensduur van de accu kan worden verkort door onderlading, overlading, te diepe ontlading, een te grote laad- of ontlaadstroom en een te hoge omgevingstemperatuur. Door de accu met een geavanceerde accumonitor te bewaken, krijgt de gebruiker belangrijke informatie om, indien nodig, maatregelen te treffen. Hierdoor wordt de levensduur van de accu verlengd en betaald zich de investering van de BMV snel terug.
3.3 Hoe werkt de BMV?
De voornaamste functie van de BMV is het volgen en aangeven van de laadstatus van een accu, in het bijzonder om een onverwachte volledige ontlading te voorkomen. De BMV meet voortdurend de inkomende en uitgaande stroom van de accu. De integratie van deze stroom gedurende bepaalde tijd (dat, als de stroom een vast aantal ampère is, neerkomt op de vermenigvuldiging van de stroom en de tijd) resulteert in het erbij gekomen of verloren gegane netto aantal Ah. Bijvoorbeeld: een ontlaadstroom van 10 A gedurende 2 uur neemt 10 x 2 = 20 Ah af van de batterij. Om het wat ingewikkelder te maken, hangt het werkelijke accuvermogen af van de ontlaadsnelheid en, in mindere mate, van de temperatuur. En om het nog ingewikkelder te maken: bij het laden van een accu moet meer Ah in de accu worden ‘gepompt’ dan kan worden gebruikt bij de volgende ontlading. Met andere woorden: de laadefficiëntie is minder dan 100 %.
3.3.1. Over het accuvermogen en de ontlaadsnelheid
Het vermogen van een accu wordt aangegeven in ampère-uur (Ah). Bijvoorbeeld: een loodzuuraccu die een stroom van 5 A gedurende 20 uur kan leveren, heeft een vermogen van C 20 = 100 Ah (5 x 20 = 100). Als dezelfde accu van 100 Ah volledig wordt ontladen in twee uur, kan deze slechts C 2 = 56 Ah geven (door de hogere ontlaadsnelheid). De BMV houdt rekening met dit verschijnsel aan de hand van de formule van Peukert: zie paragraaf 5.1.15 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
3.3.2 Over de laadefficiëntie (CEF)
De laadefficiëntie van een loodzuuraccu is bijna 100 % zolang er geen gasvorming plaatsvindt. Gasvorming betekent dat een deel van de laadstroom niet wordt omgezet in chemische energie die wordt opgeslagen in de accuplaten, maar wordt gebruikt om water om te zetten in zuurstof en waterstofgas (uiterst explosief!). De in de platen opgeslagen ‘ampère-uren’ kunnen bij de volgende ontlading worden gebruikt, terwijl de ‘ampère-uren’ die worden gebruikt om water om te zetten, verloren gaan. Gasvorming kan eenvoudig worden vastgesteld bij natte accu's. Houd er rekening mee dat als de laadfase van een verzegelde (VRLA) gel- en AGM-accu eindigt in ‘enkel zuurstof’, dit de laadefficiëntie ook vermindert. Een laadefficiëntie van 95 % betekent dat er 10 Ah naar de accu moet worden overgebracht om 9,5 Ah daadwerkelijk in de accu opgeslagen te verkrijgen. De laadefficiëntie van een accu is afhankelijk van het type, de leeftijd en het gebruik van de accu. De BMV houdt rekening met dit verschijnsel via de laadefficiëntiefactor: zie paragraaf 4.2.2, instelling nr. 06.
3.4 Meerdere weergaveopties voor de laadtoestand van de accu
De BMV kan zowel de verloren ampère-uren (waarde ‘consumed Amp- hours’, enkel gecompenseerd voor de laadefficiëntie) als ook de daadwerkelijke laadstatus in procenten weergeven (waarde ‘state of charge’, gecompenseerd voor de laadefficiëntie en Peukert-efficiëntie). De laadstatus aflezen is de beste manier om de accu te bewaken. De BMV schat tevens hoe lang de accu de huidige belasting kan uithouden: de waarde ‘time-to-go’ (resterende tijd). Dit is de daadwerkelijk resterende tijd tot de accu volledig is ontladen. Af fabriek is de ontlaadbodem ingesteld op 50 % (zie 4.2.2, instelling nr. 16). Als de accubelasting erg schommelt, vertrouwt dan niet te veel op deze waarde, aangezien het een kortstondige uitlezing betreft en enkel als richtlijn mag worden gebruikt. Wij adviseren altijd de laadstatus te gebruiken voor een nauwkeurige accubewaking. De laadtoestand-indicator van de accu (zie hoofdstuk 7 "Display") schalen tussen de geconfigureerde ontladingsvloer en 100 % ladingstoestand en weerspiegelt de effectieve ladingstoestand.16
De BMV slaat gebeurtenissen op die later gebruikt kunnen worden om gebruikspatronen en de toestand van de accu te evalueren. Kies het menu geschiedenis door in de normale bedrijfsmodus op ENTER te drukken (zie paragraaf 4.3). 3.6. Gebruik van andere shunts De BMV wordt geleverd met een 500 A/50 mV shunt. Voor de meeste toepassingen is deze shunt geschikt; de BMV kan echter worden geconfigureerd voor een groot aantal verschillende shunts. Shunts tot 9999 A en/of 75 mV kunnen worden gebruikt. Als u een andere dan de met de BMV meegeleverde shunt gebruikt, ga dan als volgt te werk:
1. Schroef de PCB los van de geleverde shunt.
2. Monteer de PCB op de nieuwe shunt en zorg ervoor dat er
voldoende elektrisch contact is tussen de PCB en de shunt.
3. Verbind de shunt en de BMV zoals weergegeven in de
beknopte installatiehandleiding.
en shuntspanning in volgens paragraaf 4.2.5, instelling nr.65 en
6. Als de BMV geen nulstroom aangeeft, zelfs als er geen
belasting is en de accu niet wordt opgeladen: kalibreer dan de nulstroom (zie paragraaf 4.2.1, instelling nr. 09).
3.7 Automatische detectie van de nominale systeemspanning
De BMV past zich direct na het voltooien van de setup wizard automatisch aan aan de nominale spanning van de accubank. De volgende tabel geeft aan hoe de nominale spanning wordt bepaald en hoe de laadspanningsparameter (zie paragraaf 2.2) dienovereenkomstig wordt aangepast.
52,8 BMV-700H Nominale standaardspanning: 144 V Standaard: 158,4 V17 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix In geval van een andere nominale spanning van de accubank (bijvoorbeeld 32 V), moet de laadspanning handmatig worden ingesteld: zie paragraaf 4.2.1, instelling 02. Aanbevolen instellingen: Nominale accuspanning Aanbevolen instelling voor laadspanning 12 V 13,2 V 24 V 26,4 V 36 V 39,6 V 48 V 52,8 V 60 V 66 V 120 V 132 V 144 V 158,4 V 288 V 316,8 V
3.8 Alarm, zoemer en relais
Bij de meeste waardes van de BMV kan een alarm worden afgegeven als de waarde een ingestelde drempel bereikt. Als het alarm actief wordt, begint de zoemer te piepen, gaat de achtergrondverlichting knipperen en verschijnt het alarm-symbool in het display samen met de huidige waarde. Het betreffende gedeelte knippert eveneens. AUX als een startalarm optreedt. MAIN, MID of TEMP voor het betreffende alarm. (Als u zich in het menu setup bevindt en er een alarm optreedt, zal de waarde die het alarm veroorzaakt niet zichtbaar zijn.) Een alarm wordt bevestigd door op een willekeurige knop te drukken. Het alarmsymbool wordt echter zolang weergegeven als de alarmsituatie blijft bestaan. Het is ook mogelijk om het relais te activeren als zich een alarmsituatie voordoet. BMV-700 en -702 Het relaiscontact is open als de spanning van de spoel wordt gehaald (GEEN contact) en sluit zich als er weer spanning op het relais wordt gezet. Standaard fabrieksinstelling: het relais wordt gestuurd door de laadstatus van de accubank. Het relais wordt weer onder spanning gezet als de laadstatus naar minder dan 50 % (de 'ontlaadbodem') daalt en de18 spanning wordt er weer af gehaald als de accu weer is opgeladen tot 90 %. Zie paragraaf 4.2.2. De relaisfunctie kan worden omgedraaid: spanning weghalen wordt dan onder spanning zetten en omgekeerd. Zie paragraaf 4.2.2. Als het relais onder spanning wordt gezet, stijgt de door de BMV verbruikte stroom iets: zie technische gegevens. BMV 712 Smart De BMV 712 is ontworpen om het stroomverbruik tot een minimum te beperken. Het alarmrelais is daarom een bistabiel relais en het stroomverbruik blijft laag ongeacht de positie of het relais.
Verbind de BMV met de pc via de “VE.Direct naar USB”-interfacekabel (ASS030530010) en download de bijbehorende software. VictronConnect-handleiding
3.9.2 Groot display en bewaking op afstand
De Color Control GX, met een 4,3" kleurendisplay, biedt intuïtieve besturing en bewaking voor alle aangesloten producten. De lijst met Victron-producten die aangesloten kunnen worden, is eindeloos: omvormers, Multi's, Quattro's, MPPT-zonneladers, BMV, Skylla-i, Lynx Ion en nog veel meer. De BMV kan via een VE.Direct kabel worden verbonden met de Color Control GX. Het is tevens mogelijk om deze via de VE.Direct to USB interface te verbinden. Naast lokale besturing en bewaking met de Color Control GX wordt de informatie tevens doorgestuurd naar onze gratis website voor bewaking op afstand: het VRM Online Portal. Zie voor meer informatie de documentatie van de Color Control GX op onze website.
3.9.3 Aangepaste integratie (programmering vereist)
De VE.Direct communicatiepoort kan worden gebruikt om data te lezen en instellingen te wijzigen. Het VE.Direct protocol kan heel eenvoudig worden geïmplementeerd. De overdracht van gegevens naar de BMV is voor eenvoudige toepassingen niet nodig: de BMV stuurt elke seconde automatisch alle waarden door. Alle details worden uitgelegd in het document: Data communication with Victron Energy products19 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
3.10 Extra functionaliteiten van de BMV-702 en -712
Naast de uitgebreide bewaking van het hoofdaccusysteem, biedt de BMV-702 en -712 een tweede bewakingsingang. Wanneer ingeschakeld, heeft deze secundaire ingang drie configureerbare opties, hier beneden beschreven.
3.10.1 Bewaking van de hulpaccu
Zie voor het bedradingsschema de beknopte installatiehandleiding. Afb. 3 De configuratie biedt een primaire bewaking van een tweede accu door weergave van de spanning van deze accu. Dit is handig voor systemen met een afzonderlijke startaccu.
3.10.2 Bewaking van de accutemperatuur
Zie voor het bedradingsschema de beknopte installatiehandleiding. Afb. 4 De kabel met de geïntegreerde temperatuursensor dient apart te worden besteld (artikelnr.: ASS000100000). Deze temperatuursensor is niet uitwisselbaar met andere Victron-temperatuursensoren die bijvoorbeeld met de Multi's of acculaders worden meegeleverd. De temperatuursensor moet worden aangesloten op de pluspool van de accubank (één van de twee draden van de sensor fungeert als de voedingsdraad). De temperatuur kan worden weergegeven in graden Celsius of graden Fahrenheit, zie paragraaf 4.2.5, instelling nr. 67. De temperatuurmeting kan ook worden gebruikt om de accucapaciteit aan de temperatuur aan te passen, zie paragraaf 4.2.5, instelling nr. 68. De beschikbare accucapaciteit neemt af naarmate de temperatuur daalt. De afname in vergelijking met de capaciteit bij 20 °C is 18 % bij 0 °C en 40 % bij -20 °C.
3.10.3 Bewaking van de middelpuntspanning
Zie voor het bedradingsschema de beknopte installatiehandleiding. Afb. 5
Door één slechte cel of één slechte accu kan een grote, dure accubank defect raken. Een kortsluiting of hoge interne lekstroom in één cel bijvoorbeeld kan leiden tot onderlading van die cel en overlading van de overige cellen. Evenzo kan door één slechte accu in een 24 V- of 48 V-bank van meerdere in serie of parallel aangesloten 12 V-accu's de hele bank defect raken. Daarnaast moeten cellen of accu's die in serie zijn aangesloten allemaal dezelfde beginlaadtoestand hebben. Kleine verschillen worden tijdens de absorptie- of egalisatielading gecompenseerd, maar grote verschillen20 leiden tot beschadiging tijdens het opladen als gevolg van overmatige gasvorming in de cellen of accu's met de hoogste beginlaadtoestand. Een tijdig alarm kan worden afgegeven door bewaking van het middelpunt van de accubank. Zie voor meer informatie paragraaf 5.1.
3.11 Aanvullende functionaliteit van de BMV-712 Smart
3.11.1 Automatisch bladeren door status-items
De BMV-712 kan worden geïnstrueerd om de status-items automatisch te doorlopen door de min-knop gedurende 3 seconden ingedrukt te houden. Hierdoor kan men de status van zijn systeem in de controleren zonder de BMV-712 te hoeven bedienen. Het automatisch bladeren door statusitems wordt uitgeschakeld door de min knop 3 seconden ingedrukt te houden of door de setup knop 2 seconden ingedrukt te houden (dit zal de setup-modus inschakelen).
3.11.2 Bluetooth In-/Uitschakelen
De geïntegreerde Bluetooth-module van de BMV-712 kan via het instellingenmenu worden in- of uitgeschakeld. Zie paragraaf 4.2.1, instelling 71.21 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix 4 INSTELLINGEN
4.1 Gebruik van de menu's
(gebruik anders de VictronConnect app en een smartphone) De BMV wordt met vier knoppen bestuurd. De functie van de knoppen hangt af van de modus, waarin de BMV zich bevindt. Knop Functie In de normale modus In de setup-modus Als de achtergrondverlichting uit is, druk dan op een willekeurige knop om de achtergrondverlichting in te schakelen SETUP Twee seconden lang ingedrukt houden om naar de setupmodus te wisselen. Het display geeft scrollend het nummer en de beschrijving van de geselecteerde parameter weer. Druk op elk gewenst moment op SETUP om terug te keren naar de scrollende tekst en druk nogmaals op deze knop om terug te keren naar de normale modus. Als u op de knop SETUP drukt terwijl een parameter zich buiten het bereik bevindt, dan knippert het display 5 keer en wordt de dichtstbijzijnde geldige waarde weergegeven. SELECT Druk op deze knop om naar het menu geschiedenis te wisselen. Druk op deze knop om het scrollen te stoppen en de waarde te laten weergeven. Druk nogmaals op deze knop om terug te keren naar de normale modus. - Druk op deze knop om het scrollen te stoppen als u zich door op de knop SETUP te drukken in de setupmodus bevindt. - Na het instellen van het laatste cijfer drukt u op deze knop om het instellen af te sluiten. De waarde wordt automatisch opgeslagen. Dit wordt bevestigd door een korte pieptoon. - Druk, indien nodig, nogmaals op deze knop om weer een instelling te doen. SETUP/ SELECT Houd de knoppen SETUP en SELECT tegelijkertijd drie seconden lang ingedrukt om de fabrieksinstellingen te herstellen (uitgeschakeld als instelling 64, vergrendelingssetup, aan is, zie paragraaf 4.2.5)
+ Omhoog gaan Als u geen wijzigingen doorvoert, drukt u op deze knop om omhoog naar de vorige parameter te gaan. Als wijzigingen doorvoert, verhoogt u met deze knop de waarde van het geselecteerde cijfer.
Omlaag gaan Als u geen wijzigingen doorvoert, drukt u op deze knop om omlaag naar de volgende parameter te gaan. Als wijzigingen doorvoert, verlaagt u met deze knop de waarde van het geselecteerde cijfer. Alleen BMV-712: Houd drie seconden ingedrukt (tot de bevestigingstoon) om het automatisch door statusitems bladeren te starten of te stoppen.
Houd beide knoppen gelijktijdig drie seconden lang ingedrukt om de BMV handmatig te synchroniseren.22 Als de BMV de eerste keer in bedrijf wordt gesteld of als de fabrieksinstellingen zijn hersteld, start de BMV de snelle setup-wizard: zie hoofdstuk 1. Daarna start de BMV als deze wordt ingeschakeld in de normale modus: zie hoofdstuk 2.
4.2 Functieoverzicht
Het volgende overzicht beschrijft alle parameters van de BMV. - Druk twee seconden lang op de knop SETUP om toegang tot deze functies te krijgen en gebruik de knoppen + en – om door de functies te bladeren. - Druk op de knop SELECT om toegang tot de gewenste parameter te krijgen. - Gebruik de knoppen SELECT en + en – om de parameter in te stellen. Een korte pieptoon bevestigt de instelling. - Druk op elk gewenst moment op SETUP om terug te keren naar de scrollende tekst en druk nogmaals op deze knop om terug te keren naar de normale modus.
De accucapaciteit in ampère-uur Standaard Bereik Stapgrootte 200 Ah 1 – 9999 Ah 1 Ah
De geladen spanning. De accu wordt als volledig geladen beschouwd als de accuspanning hoger is dan deze spanningswaarde. De parameter 'Geladen spanning' dient altijd iets onder de eindlaadspanning van de acculader te liggen (meestal 0,2 V of 0,3 V onder de 'druppelladings'-spanning van de acculader). Zie paragraaf 3.7 voor de aanbevolen instellingen. BMV-700 / BMV-702 / BMV-712 Smart Standaard Bereik Stapgrootte Zie tabel, par. 3,7 0 – 95 V 0,1 V BMV-700H Standaard Bereik Stapgrootte 158,4 V 0 – 384 V 0,1 V23 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
De staartstroom. Zodra de laadstroom onder de ingestelde staartstroom is gedaald (uitgedrukt als een percentage van de accucapaciteit), wordt de accu beschouwd als volledig opgeladen. Opmerking: Sommige acculaders stoppen met opladen als de stroom onder de ingestelde drempelwaarde daalt. De staartstroom moet hoger worden ingesteld dan deze drempelwaarde. Standaard Bereik Stapgrootte 4 % 0,5 – 10 % 0,1 %
De detectietijd opgeladen. Dit is de tijd, waarin aan de parameters (Charged Voltage en Tail Current) moet worden voldaan om de accu als volledig opgeladen te kunnen beschouwen.
Standaard Bereik Stapgrootte 3 minuten 1 – 50 minuten 1 minuut
De Peukert-exponent. Indien onbekend, wordt aanbevolen om deze waarde op 1.25 (standaard) te houden voor loodzwavelzuuraccu's en te wijzigen naar 1.05 voor lithium- ionaccu's. Een waarde van 1.00 schakelt de Peukert-compensatie uit.
Standaard Bereik Stapgrootte 1,25 1 – 1,5 0,01
De laadefficiëntiefactor. De laadefficiëntiefactor compenseert de verloren Ah tijdens het laden. 100 % betekent geen verlies.
De stroomdrempelwaarde. Als de gemeten stroom onder deze waarde daalt, wordt deze als nul beschouwd. De stroomdrempelwaarde wordt gebruikt om zeer lage stroomwaarden te compenseren die op de lange termijn de uitlezing van de laadstatus negatief kunnen beïnvloeden in omgevingen met veel stoorsignalen. Als bijvoorbeeld de daadwerkelijke lange-termijn-stroom 0.0 A bedraagt en als gevolg van stoorsignalen of kleine compensaties de accumonitor 0.05 A meet, dan is de BMV op de lange termijn niet in staat om op het juiste moment aan te geven dat de accu moet worden opgeladen. Als de stroomdrempelwaard in dit voorbeeld wordt ingesteld op 0.1 A rekent de BMV met 0.0 A, zodat fouten worden uitgesloten. Een waarde van 0.0 A schakelt deze functie uit. Standaard Bereik Stapgrootte 0,1 A 0 – 2 A 0,01 A24
De gemiddelde resterende tijd. Deze geeft het tijdsinterval (in minuten) weer, waarmee het voortschrijdend gemiddeldefilter werkt. Een waarde van 0 schakelt het filter uit en geeft direct een (real-time) waarde weer; de weergegeven waarde kan echter behoorlijk schommelen. Door de hoogste tijdswaarde (12 minuten) te selecteren, waarborgt u dat bij het berekenen van de resterende tijd enkel rekening wordt gehouden met belastingschommelingen op de lange termijn. Standaard Bereik Stapgrootte 3 minuten 0 – 12 minuten 1 minuut
De nulstroomkalibratie. Als de BMV een andere stroom dan nulstroom weergeeft, zelfs als er geen belasting is en de accu niet wordt geladen, kan deze optie worden gebruikt om de nulwaarde te kalibreren. Zorg ervoor dat er echt geen stroom de accu in of uit gaat (koppel de kabel tussen de belasting en de shunt los), druk daarna op SELECT.
Synchroniseren: Deze optie kan worden gebruikt om de BMV handmatig te synchroniseren. Druk op SELECT om te synchroniseren. De BMV kan tevens worden gesynchroniseerd als deze zich in de normale bedrijfsmodus bevindt door de knoppen + en – tegelijkertijd 3 seconden lang ingedrukt te houden.
Opmerking: De drempelwaarden zijn uitgeschakeld als deze op 0 worden ingesteld.
DFLT Standaardmodus van het relais. De relaisdrempelwaarden nr. 16 tot 31 kunnen worden gebruikt om het relais te besturen. CHRG Oplaadmodus van het relais. Het relais sluit zich als de laadstatus onder instelling 16 (ontlaadbodem) daalt of als de accuspanning onder instelling 18 (lage spanning relais) daalt. Het relais gaat open als de laadstatus hoger is dan instelling 17 (laadstatus relais wissen) en de accuspanning hoger is dan instelling 19 (lage spanning relais wissen). Toepassingsvoorbeeld: start en stop de besturing van een generator, samen met instelling 14 en 15. REM Afstandsmodus. De relais kan geregeld worden via de VE.Direct interface. Relais instellingen 12 en 14 tot 31 worden genegeerd daar de relais volledig geregeld wordt door het toestel verbonden via de VE.Direct interface.
Het relais omkeren. Deze functie maakt het mogelijk om te wisselen tussen een normaal niet onder spanning staand (open contact) of een normaal onder spanning staand (gesloten contact) relais. Als het relais is omgekeerd worden de open en gesloten toestand zoals beschreven in instelling 11 (DFLT en CHRG), en instelling 14 tot 31 omgekeerd. De normaal onder spanning staande instelling zal de voedingsstroom in de normale bedrijfsmodus iets verhogen. Standaard Bereik OFF: Niet onder spanning OFF: Niet onder spanning / ON: onder spanning25 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
De relaisstatus. Deze geeft aan of het relais open of gesloten (CLSD) is (niet onder spanning of onder spanning staat). Bereik OPEN/CLSD
De minimale sluitingstijd van het relais. Deze geeft de minimale hoeveelheid tijd aan die de toestand CLOSED aanhoudt nadat het relais onder spanning is gezet. (wisselt naar OPEN en niet onder spanning als de relaisfunctie is omgekeerd) Toepassingsvoorbeeld: stel een minimale generatorlooptijd in (relais in CHRG-modus).
De vertraging voor het uitschakelen van het relais. Deze geeft de hoeveelheid tijd aan die de toestand 'relais spanningsloos' moet hebben aangestaan voordat het relais open gaat. Toepassingsvoorbeeld: laat een generator een tijdje lopen om de accu beter op te laden (relais in CHRG- modus). Standaard Bereik Stapgrootte 0 minuten 0 – 500 minuten 1 minuut
(Discharge floor) Laadstatus van het relais (ontlaadbodem). Als het percentage van de laadstatus onder deze waarde is gedaald, wordt het relais gesloten. De weergegeven resterende tijd is de tijd tot volledige ontlading (ontlaadbodem) is bereikt. Standaard Bereik Stapgrootte 50 % 0 – 99 % 1 %
Laadstatus van het relais wissen. Als het percentage van de laadstatus boven deze waarde komt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet groter zijn dan de vorige parameterinstelling. Als de waarde gelijk is aan de vorige parameter zal het percentage van de laadstatus er niet voor zorgen dat het relais wordt gesloten. Standaard Bereik Stapgrootte 90 % 0 – 99 % 1 %
Lage spanning relais. Als de accuspanning meer dan 10 seconden onder deze waarde daalt, dan wordt het relais gesloten.
Lage spanning relais wissen. Als de accuspanning boven deze waarde komt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
Hoge spanning relais. Als de accuspanning meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het relais gesloten.26
Hoge spanning relais wissen. Als de accuspanning onder deze waarde daalt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. BMV-700 / BMV-702 / BMV 712 Smart Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 95 V 0,1 V BMV-700H Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 384 V 0,1 V
22. Low starter voltage relay - alleen bij 702 en -712
Lage startspanning relais. Als de hulpspanning (bv. startaccu) meer dan 10 seconden onder deze waarde daalt, wordt het relais geactiveerd.
23. Clear low starter voltage relay - alleen bij 702 en -712
Lage startspanning relais wissen. Als de hulpspanning boven deze waarde komt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
24. High starter voltage relay - alleen bij 702 en -712
Hoge startspanning relais. Als de hulpspanning (bv. startaccu) meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het relais geactiveerd.
25. Clear high starter voltage relay - alleen bij 702 en -712
Hoge startspanning relais wissen. Als de hulpspanning onder deze waarde daalt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 95 V 0,1 V
26. High temperature relay - alleen bij 702 en -712
Hoge temperatuur relais. Als de accutemperatuur meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het relais geactiveerd.
27. Clear high temperature relay - alleen bij 702 en -712
Hoge temperatuur relais wissen. Als de temperatuur onder deze waarde daalt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
28. Low temperature relay - alleen bij 702 en -712
Lage temperatuur relais. Als de temperatuur meer dan 10 seconden onder deze waarde blijft, wordt het relais geactiveerd.27 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
29. Clear low temperature relay - alleen bij 702 en -712
Lage temperatuur relais wissen. Als de temperatuur boven deze waarde komt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en/of 15). Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Zie instelling 67 om te kiezen tussen °C en °F. Standaard Bereik Stapgrootte 0 °C -40 – 99 °C 1 °C 0 °F -40 – 210 °F 1 °F
30. Mid voltage relay - alleen bij 702 en -712
Middelpuntspanning relais. Als de afwijking van de middelpuntspanning meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het relais geactiveerd. Zie paragraaf 5.2 voor meer informatie over de middelpuntspanning.
31. Clear mid voltage relay - alleen bij 702 en -712
Middelpuntspanning relais wissen. Als de afwijking van de middelpuntspanning onder deze waarde daalt, gaat het relais open (na een vertraging, afhankelijk van instelling 14 en /of 15). Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Standaard Bereik Stapgrootte 0 % 0 – 99 % 0,1 %
4.2.3 Alarmzoemerinstellingen
Opmerking: De drempelwaarden zijn uitgeschakeld als deze op 0 worden ingesteld.
Als deze is ingeschakeld, geeft de zoemer een alarmsignaal af. Het geluid kan worden stopgezet door op een willekeurige knop te drukken. Indien uitgeschakeld, klinkt de zoemer niet in geval van alarm. Standaard Bereik
Als de laadstatus meer dan 10 seconden onder deze waarde blijft, wordt het alarm 'Lage laadstatus' geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
Als de laadstatus boven deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Standaard Bereik Stapgrootte 0 % 0 – 99 % 1 %28
Als de accuspanning meer dan 10 seconden onder deze waarde blijft, wordt het alarm 'Spanning laag' geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
Als de accuspanning boven deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
Als de accuspanning meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het alarm 'Hoge spanning' geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
Als de accuspanning onder deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. BMV-700 / BMV-702 / BMV-712 Smart Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 95 V 0,1 V BMV-700H Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 384 V 0,1 V
alleen bij 702 en -712 Als de hulpspanning (bv. startaccu) meer dan 10 seconden onder deze waarde blijft, wordt het alarm geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
bij 702 en -712 Als de hulpspanning boven deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
alleen bij 702 en -712 Als de hulpspanning (bv. startaccu) meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het alarm geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
alleen bij 702 en -712 Als de hulpspanning onder deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Standaard Bereik Stapgrootte 0 V 0 – 95 V 0,1 V29 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix
43. High temperature alarm (alarm hoge temperatuur) - alleen bij 702 en -712
Als de accutemperatuur meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het alarm geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
bij 702 en -712 Als de temperatuur onder deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter.
45. Low temperature alarm (alarm lage temperatuur) - alleen bij 702 en -712
Als de temperatuur meer dan 10 seconden onder deze waarde blijft, wordt het alarm geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet.
46. Clear low temperature alarm (alarm lage temperatuur stoppen) - alleen bij
702 en -712 Als de temperatuur boven deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Zie parameter 67 om te kiezen tussen °C en °F. Standaard Bereik Stapgrootte 0 °C -40 – 99 °C 1 °C 0 °F -40 – 210 °F 1 °F
47. Mid voltage alarm (alarm middelpuntspanning) - alleen bij 702 en -712
Als de afwijking van de middelpuntspanning meer dan 10 seconden boven deze waarde blijft, wordt het alarm geactiveerd. Dit is een zichtbaar en hoorbaar alarm. Hierdoor wordt het relais niet onder spanning gezet. Zie paragraaf 5.2 voor meer informatie over de middelpuntspanning. Standaard Bereik Stapgrootte 2 % 0 – 99 % 0,1 %
48. Clear mid voltage alarm (alarm middelpuntspanning stoppen) - alleen bij
702 en -712 Als de afwijking van de middelpuntspanning onder deze waarde komt, wordt het alarm uitgeschakeld. Deze waarde moet lager zijn dan of gelijk zijn aan de vorige parameter. Standaard Bereik Stapgrootte 1,5 % 0 – 99 % 0,1 %
49. Backlight intensity (intensiteit achtergrondverlichting)
De intensiteit van de achtergrondverlichting met een bereik van 0 (altijd uit) tot 9 (maximale intensiteit). Standaard Bereik Stapgrootte 5 0 – 9 130
50. Backlight always on (achtergrondverlichting altijd aan)
Als deze functie is ingeschakeld, wordt de achtergrondverlichting niet automatisch uitgeschakeld na 60 seconden inactiviteit. Standaard Bereik
De scroll-snelheid van het display met een bereik van 1 (heel langzaam) tot 5 (heel snel). Standaard Bereik Stapgrootte 2 1 – 5 1
52. Main voltage display (weergave hoofdspanning)
Deze instelling moet op ON (ingeschakeld) staan, om de spanning van de hoofdaccu in het bewakingsmenu te laten weergeven.
Deze instelling moet op ON staan om de stroom in het bewakingsmenu te laten weergeven.
Deze instelling moet op ON staan om het vermogen in het bewakingsmenu te laten weergeven.
55. Consumed Ah display (weergave verbruikte Ah)
Deze instelling moet op ON staan om de verbruikte Ah in het bewakingsmenu te laten weergeven.
Deze instelling moet op ON staan om de laadstatus in het bewakingsmenu te laten weergeven.
57. Time-to-go display (weergave resterende tijd)
Deze instelling moet op ON staan om de resterende tijd in het bewakingsmenu weer te geven.
58 Starter voltage display (weergave startspanning) - alleen bij 702 en -712 Deze instelling moet op ON staan om de hulpspanning in het bewakingsmenu te laten weergeven.
59. Temperature display (weergave temperatuur) - alleen bij 702 en -712
Deze instelling moet op AAN staan om de temperatuur in het bewakingsmenu te laten weergeven.
alleen bij 702 en -712 Deze instelling moet op AAN staan om de middelpuntspanning in het bewakingsmenu te laten weergeven. Standaard Bereik
Reset alle instellingen naar de standaardfabrieksinstellingen door op SELECT te drukken. In de normale bedrijfsmodus kunnen de fabrieksinstellingen worden hersteld door tegelijkertijd 3 seconden lang op SETUP en SELECT te drukken (alleen als instelling 64, Lock setup, is uitgeschakeld).
Wis de complete geschiedenis door op SELECT te drukken.
Indien deze instelling op ON staat, zijn alle instellingen (behalve deze) vergrendeld en kunnen niet worden gewijzigd. Standaard Bereik
Als u een andere shunt gebruikt dan de bij de BMV geleverde shunt, stel deze waarde dan in op de nominale stroom van de shunt. Standaard Bereik Stapgrootte 500 A 1 – 9999 A 1 A
Als u een andere shunt gebruikt dan de bij de BMV geleverde shunt, stel deze waarde dan in op de nominale spanning van de shunt. Standaard Bereik Stapgrootte 50 mV 1 mV– 75 mV 1 mV
CELC geeft de temperatuur weer in °C. FAHR geeft de temperatuur weer in °F. Standaard Bereik
68. Temperature coefficient (temperatuurcoëfficiënt)
Dit is het percentage, waarmee de accucapaciteit wijzigt samen met de temperatuur, als de temperatuur daalt naar minder dan 20 °C (boven 20 °C is de invloed van de temperatuur op de capaciteit relatief klein en kan buiten beschouwing worden gelaten). De eenheid van deze waarde is ‘ %cap/°C’ of procent capaciteit per graden Celsius. De typische waarde (onder 20 °C) is 1 %cap/°C voor loodzwavelzuuraccu's, en 0,5 %cap/°C voor lithium-ijzerfosfaataccu's. Standaard Bereik Stapgrootte 0 %cap/°C 0 – 2 %cap/°C 0,1 %cap/°C32
Stelt de functie van de hulpingang in: NONE Schakelt de aux-ingang uit (standaard) START Hulpspanning, bv. van een startaccu. MID Middelpuntspanning. TEMP Accu temperatuur. De kabel met de geïntegreerde temperatuursensor dient apart te worden besteld (artikelnr.: ASS000100000). Deze temperatuursensor is niet uitwisselbaar met andere Victron- temperatuursensoren die worden gebruikt bij Multi's of acculaders.
70. Start gesynchroniseerd
Wanneer INGESCHAKELD, zal de BMV zichzelf als gesynchroniseerd beschouwen als ingeschakeld, wat resulteert in een laadtoestand van 100 % Wanneer ingesteld op UITGESCHAKELD, zal de BMV het niet-gesynchroniseerd beschouwen wanneer het wordt ingeschakeld, wat resulteert in een laadtoestand die onbekend is tot de eerste werkelijke synchronisatie. Standaard Bereik
Bepaalt of Bluetooth wordt ingeschakeld. Indien uitgeschakeld met behulp van de VictronConnect app, wordt de Bluetooth-functie niet uitgeschakeld totdat losgekoppeld van de BMV. Houd er rekening mee dat deze instelling alleen beschikbaar is als de firmware van de ingebouwde Bluetooth-module deze functie ondersteunt. Standaard Bereik
De BMV slaat een groot aantal parameters betreffende de status van de accu op, die gebruikt kunnen worden om gebruikspatronen en de toestand van de accu te evalueren. Ga naar de geschiedenis door op de knop SELECT in de normale modus te drukken. Druk op + of – om door de verschillende parameters te bladeren. Druk nogmaals op SELECT om het scrollen te stoppen en de waarde te laten weergeven. Druk op + of – om door de verschillende waarden te bladeren. Druk nogmaals op SELECT om het menu geschiedenis te verlaten en terug te keren naar de normale bedrijfsmodus. De geschiedenis wordt opgeslagen in het niet-vluchtige geheugen en gaat niet verloren als de stroomvoorziening naar de BMV wordt onderbroken. Parameter Beschrijving
De hoogst geregistreerde waarde voor verbruikte Ah sinds de laatste synchronisatie.
Gemiddelde ontladingsdiepte
Het aantal oplaadcyclussen. Een oplaadcyclus wordt elke keer geteld als de laadstatus onder 65 % daalt en vervolgens boven 90 % komt.
Het aantal volledige ontladingen. Er wordt een volledige ontlading geteld als de laadstatus 0 % bereikt.
De cumulatieve hoeveelheid Ampère-uren ontladen aan de accu.
De hoogste accuspanning.
Het aantal dagen sinds de laatste keer dat de accu volledig is geladen.
Het aantal automatische synchronisaties. Elke keer dat de laadstatus onder de 90 % komt, voordat er een synchronisatie plaatsvindt, wordt er een synchronisatie geteld
Het aantal alarmen lage spanning.
Het aantal alarmen hoge spanning.
De hoogste hulpaccuspanning.
De totale hoeveelheid aan de accu onttrokken energie in (k)Wh
De totale hoeveelheid door de accu opgenomen energie in (k)Wh
- alleen bij BMV-702 en -71234
5.1 De Peukert-exponent: accucapaciteit en ontlaadsnelheid
De waarde die in de formule van Peukert kan worden aangepast is de exponent n: zie de onderstaande formule. De exponent van Peukert kan voor de BMV worden ingesteld van 1,00 tot 1,50. Hoe hoger de exponent van Peukert, des te sneller het effectieve vermogen ‘afneemt’ en de ontlaadsnelheid toeneemt. Een ideale (theoretische) accu heeft een Peukert-exponent van 1,00 en heeft een vaste capaciteit; ongeacht de grootte van de ontlaadstroom. De standaardinstelling voor de Peukert-exponent is 1,25. Dit is een aanvaardbare gemiddelde waarde voor de meeste loodzwavelzuuraccu's. De Peukert-vergelijking luidt als volgt:
waarbij de Peukert-exponent n =
De accuspecificaties die nodig zijn voor de berekening van de Peukert- exponent zijn de nominale accucapaciteit (meestal de 20-uurs ontlaadsnelheid
) en bijvoorbeeld een 5-uurs ontlaadsnelheid
Onderstaand vindt u een voorbeeld voor het berekenen van de Peukert- exponent aan de hand van deze twee specificaties. 5-uurs snelheid
Opmerking: Het nominale accuvermogen kan ook een ontlaadsnelheid van 10 uur of zelfs van 5 uur hebben.
Een ontlaadsnelheid van 5 uur in dit voorbeeld is slechts willekeurig. Zorg ervoor dat behalve de nominale waarde C 20 (lage ontlaadstroom) een tweede nominale waarde met een aanzienlijk hogere ontlaadstroom wordt gekozen.
U vindt een Peukert-calculator op Downloads Opmerking: De Peukert-formule is slechts een ruwe benadering van de werkelijkheid en accu's leveren bij erg hoge stroom zelfs een lager vermogen dan voorspeld op basis van een vaste exponent. Aanbevolen wordt om de standaardwaarde in de BMV niet te wijzigen, behalve in het geval van lithium-ionaccu's: Zie hoofdstuk 6.
5.2 Bewaking van de middelpuntspanning
Zie voor het bedradingsschema de beknopte installatiehandleiding. Afb. 5-12 Door één slechte cel of één slechte accu kan een grote, dure accubank defect raken. Een kortsluiting of hoge interne lekstroom in één cel bijvoorbeeld kan leiden tot onderlading van die cel en overlading van de overige cellen. Evenzo kan door één slechte accu in een 24 V- of 48 V-bank van meerdere in serie of parallel aangesloten 12 V-accu's de hele bank defect raken. Daarnaast moeten, als nieuwe cellen of accu's in serie worden aangesloten, allemaal dezelfde beginlaadtoestand hebben. Kleine verschillen worden tijdens de absorptie- of egalisatielading gecompenseerd, maar grote verschillen leiden tot beschadiging tijdens het opladen als gevolg van overmatige gasvorming in de cellen of accu's met de hoogste beginlaadtoestand.
5log15log 5log20log exponent,Peukert n36 Een tijdig alarm kan worden afgegeven door bewaking van het middelpunt van de accubank (d.w.z. door de seriespanning in tweeën te delen en de twee seriespanningshelften met elkaar te vergelijken). Opmerking: De middelpuntafwijking is klein als de accubank zich in de ruststand bevindt en zal toenemen: a) aan het einde van de bulkladingsfase tijdens het opladen (de spanning van goed opgeladen cellen zal snel toenemen terwijl slecht onderhouden cellen meer oplading behoeven), b) als de accubank wordt ontladen tot de spanning van de zwakste cellen snel afneemt, en c) met hoge oplaad- en ontlaadsnelheden.
5.2.1 Hoe het percentage van de middelpunt wordt berekend
d ( %) = 100*(Vt – Vb) / V waarbij: d de afwijking is % Vt is de hoogste seriespanning Vb is de laagste seriespanning V is de spanning van de accu (V = Vt + Vb)
5.2.2 Instellen van het alarmniveau:
In geval van VRLA- (gel- of AGM-) accu's kan gasvorming als gevolg van overlading het elektrolyt uitdrogen, waardoor de interne weerstand toeneemt en de accu uiteindelijk onherstelbaar beschadigd raakt. Vlakke- plaat-VRLA-accu's gaan water verliezen als de laadspanning 15 V (12 V- accu) nadert. Rekening houdend met een veiligheidsmarge dient tijdens het opladen de middelpuntafwijking daarom onder 2 % te blijven. Als bijvoorbeeld een 24 V-accubank wordt opgeladen met een absorptiespanning van 28,8 V, dan resulteert een middelpuntafwijking van 2 % in: Vt = V*d/100* + Vb = V*d/100 + V – Vt Daarom: Vt = (V*(1+d/100) / 2 = 28,8*1,02 / 2 ≈ 14,7 V En: Vb = (V*(1-d/100) / 2 = 28,8*0,98 / 2 ≈ 14,1 V Een middelpuntafwijking van meer dan 2 % resulteert dus klaarblijkelijk in overlading van de bovenste accu en onderlading van de onderste accu. Twee goede redenen om het middelpuntalarmniveau op niet meer dan d = 2 % in te stellen.37 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix Dit zelfde percentage kan worden toegepast op een 12 V-accu met een middelpunt van 6 V. In geval van een 48 V-accubank bestaande uit in serie geschakelde 12 V- accu's wordt het invloed- % van één accu op het middelpunt met de helft gereduceerd. Het middelpuntalarmniveau kan daarom op een lager niveau worden ingesteld.
5.2.3 Alarmvertraging
Om te voorkomen dat een alarm optreedt als gevolg van kortstondige afwijkingen die de accu niet kunnen beschadigen, moet de afwijking de ingestelde waarde gedurende 5 minuten overschrijden voordat het alarm afgaat. Een afwijking die de ingestelde waarde met factor 2 of meer overschrijdt, laat het alarm na 10 seconden afgaan.
5.2.4 Wat te doen als tijdens het opladen een alarm afgaat
In geval van een nieuwe accubank is het alarm waarschijnlijk het gevolg van verschillen in de initiële laadstatus. Als d naar meer dan 3 % stijgt: stop dan met opladen en laad eerst de accu's of cellen afzonderlijk op of verlaag de laadstroom aanzienlijk en laat de accu's een tijdje egaliseren. Als het probleem na meerdere cyclussen van opladen en ontladen blijft bestaan: a) In geval van parallel in serie geschakelde accu's: koppel de parallelle middelpuntkabel los en meet de afzonderlijke middelpuntspanningen tijdens het absorptieladen om de accu's of cellen te kunnen isoleren die extra moeten worden opgeladen. b) Laad de accu's op en test daarna alle accu's of cellen afzonderlijk. In geval van een oudere accubank die in het verleden goed heeft gepresteerd, kan het probleem het gevolg zijn van: a) systematisch onderladen, opladen is vaker nodig of egalisatieladen is vereist (natte, deep cycle-, vlakke-plaat- of OpzS-accu's). Beter en regelmatig opladen zal het probleem verhelpen. b) Eén of meer defecte cellen: ga te werk zoals geadviseerd onder a) of b).38
5.2.5 Wat te doen als tijdens het ontladen een alarm afgaat
De afzonderlijke accu's of cellen of een accubank zijn niet identiek en als een accubank volledig wordt ontladen, zal de spanning van sommige cellen eerder gaan dalen dan van andere. Het middelpuntalarm zal daarom bijna altijd afgaan aan het eind van een diepe ontlading. Als het middelpuntalarm veel eerder afgaat (en niet tijdens het opladen), kan het zijn dat sommige accu's of cellen capaciteit hebben verloren of een grotere interne weerstand hebben ontwikkeld dan andere. De accubank kan het einde van de levensduur hebben bereikt of één of meer cellen of accu's hebben een defect: a) In geval van parallel in serie geschakelde accu's: koppel de parallelle middelpuntkabel los en meet de afzonderlijke middelpuntspanningen tijdens het ontladen om de defecte accu's of cellen te kunnen isoleren. b) Laad de accu's op en test daarna alle accu's of cellen afzonderlijk.
De Battery Balancer egaliseert de laadstatus van twee in serie aangesloten 12 V-accu's of van meerdere parallelle sets van in serie aangesloten accu's. Als de laadspanning van een 24 V-accusysteem naar meer dan 27,3 V stijgt, wordt de Battery Balancer ingeschakeld en vergelijkt deze de spanning van de twee in serie aangesloten accu's. De Battery Balancer verbruikt een stroom van tot 0,7 A van de accu (of van parallel geschakelde accu's) met de hoogste spanning. Het hierdoor ontstane laadstroomverschil zorgt ervoor dat alle accu's naar dezelfde laadstatus overgaan. Indien nodig, kunnen meerdere Battery Balancers parallel worden geschakeld. Een 48 V-accubank kan bijvoorbeeld met drie Battery Balancers in evenwicht worden gebracht.39 NL FR DE ES SE IT PT EN NL FR DE ES SE Appendix 6 LITHIUM-IJZERFOSFAATACCU'S (LiFePO
is de meest gebruikte samenstelling voor lithium-ionaccu's. De fabrieksinstelling ‘charged parameters’ is over het algemeen ook van toepassing op LiFePO
-accu's. Sommige acculaders stoppen met opladen als de stroom onder de ingestelde drempelwaarde daalt. De staartstroom moet hoger worden ingesteld dan deze drempelwaarde. De laadefficiëntie van lithium-ionaccu's is veel hoger dan die van loodzwavelzuuraccu's: Wij adviseren om de laadefficiëntie in te stellen op 99 %. In het geval van hoge ontlaadsnelheden presteren LiFePO
-accu's veel beter dan loodzwavelzuuraccu's. Indien niet anders door de leverancier van de accu is aangegeven, adviseren wij om de Peukert-exponent in te stellen op 1,05. Belangrijke waarschuwing Lithium-ionaccu's zijn duur en kunnen onherstelbaar beschadigd raken door te diepe ontlading of overlading. Beschadiging als gevolg van te diepe ontlading kan optreden als lage belastingen (zoals: alarmsystemen, relais, stand-by-stroom van bepaalde belastingen, retourstroomverbruik van acculaders of ladingsregelaars) langzaam de accu ontladen als het systeem niet in gebruik is. In geval van twijfel over mogelijke resterende stroomopname isoleert u de accu door de accuschakelaar te openen, de accuzekering uit te nemen of door de pluspool van de accu los te koppelen als het systeem niet in gebruik is. Een restontlaadstroom is vooral gevaarlijk als het systeem volledig is ontladen en door een te lage celspanning is uitgeschakeld. Na een uitschakeling door een te lage celspanning resteert een reservecapaciteit van ongeveer 1 Ah per 100 Ah accucapaciteit in de lithium-ionaccu. De accu zal beschadigd raken als de resterende reservecapaciteit aan de accu wordt onttrokken. Een reststroom van 4 mA bijvoorbeeld kan een 100 Ah-accu beschadigen als het systeem gedurende meer dan 10 dagen (4 mA x 24 h x 10 dagen = 0,96 Ah) in ontladen toestand verkeert. Een BMV 700 of 702 verbruikt 4 mA van een 12 V-accu (dit loopt op naar 15 mA als het alarmrelais is geactiveerd). De positieve voeding moet daarom worden onderbroken als een systeem met lithium-ionaccu's zolang onbeheerd wordt gelaten dat de BMV de accu volledig zou kunnen leegtrekken.
Wij adviseren daarom met klem om de BMV-712 Smart te gebruiken. Deze heeft een stroomverbruik van slechts 1 mA (12 V-accu), ongeacht de positie van het alarmrelais.40 7 DISPLAY Overzicht van het display van de BMV.
De waarde van het geselecteerde item wordt weergegeven met deze cijfers
Symbool hoofdaccuspanning
Symbool middelpuntspanning
Menu geschiedenis actief
De accu moet worden opgeladen (vast) of de BMV synchroniseert niet (knippert, samen met K)
Aanduiding laadstatus accu (knippert als niet wordt gesynchroniseerd)
Eenheid van het geselecteerde item. bv. W, kW, kWh, h, V, %, A, Ah, °C, °F
Scroll-tekst De BMV heeft een scroll-mechanisme voor lange teksten. De scroll- snelheid kan worden gewijzigd door de instelling ‘scroll speed’ in het menu instellingen aan te passen. Zie paragraaf 4.2.4. parameter 51
SimpelGids