EOC6H76Z - Oven ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EOC6H76Z ELECTROLUX in PDF-formaat.

📄 52 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ELECTROLUX EOC6H76Z - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ELECTROLUX

Model : EOC6H76Z

Categorie : Oven

Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EOC6H76Z - ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EOC6H76Z van het merk ELECTROLUX.

GEBRUIKSAANWIJZING EOC6H76Z ELECTROLUX

+-1 4x25 2xWelkom bij Electrolux! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www.electrolux.com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE

Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.

1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare

  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van NEDERLANDS 3het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
  • Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
  • Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
  • WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
  • Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
  • Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.

1.2 Algemene veiligheid

  • Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
  • Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
  • Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
  • Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen.
  • Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
  • Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren.
  • Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon 4 NEDERLANDSdeze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen.
  • WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
  • WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlak van de apparaatruimte niet aanraakt.
  • Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.
  • Gebruik alleen de voedselsensor (kerntemperatuursensor) die voor dit apparaat wordt aangeraden.
  • Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
  • Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
  • Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.

WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.

  • Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
  • Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
  • Volg de installatie-instructies die op onze website staan.
  • Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
  • Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats.
  • Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie- eisen voldoet.
  • Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
  • Controleer, voordat je het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opent.
  • Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding. NEDERLANDS 52.2 Elektrische aansluiting WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
  • Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
  • Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
  • Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
  • Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
  • Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
  • Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
  • Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is.
  • De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
  • Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
  • Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
  • Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
  • Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
  • De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
  • Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer. Kabeltypes die van toepassing zijn op de installatie of vervanging voor Europa: H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RRF, H05 VV-F, H05 V2V2-F (T90), H05 BB-F Raadpleeg voor het gedeelte van de kabel het totale vermogen op het typeplaatje. U kunt ook de tabel raadplegen: Totaal vermogen (W) Sectie van de kabel (mm²) maximaal 1380 3x0.75 maximaal 2300 3x1 maximaal 3680 3x1.5 De aardedraad (groen/gele draad) moet 2 cm langer zijn dan de bruine fase- en blauwe neutrale draden.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie.

  • De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
  • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
  • Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
  • Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
  • Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen.
  • Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
  • Oefen geen druk uit op de open deur.
  • Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
  • Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken. 6 NEDERLANDS• Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent.
  • Gebruik altijd glas en potten die zijn goedgekeurd voor conserveringsdoeleinden.
  • Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
  • Om schade of verkleuring van het email te voorkomen: – plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat. – leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat. – plaats geen water direct in het hete apparaat. – bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires.
  • Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
  • Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn.
  • Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten.
  • Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.

2.4 Onderhoud en reinigen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, vuur of schade aan het apparaat.

  • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
  • Zorg ervoor dat het apparaat koud is. Het risico bestaat dat de glasplaten breken.
  • Vervang de glasplaten van de deur onmiddellijk als ze beschadigd zijn. Neem contact op met de erkende servicedienst.
  • Wees voorzichtig wanneer u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar!
  • Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
  • Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
  • Volg als u een ovenspray gebruikt de veiligheidsinstructies op de verpakking.

2.5 Bereiding met stoom

WAARSCHUWING! Gevaar voor brandwonden en schade aan het apparaat.

  • Vrijgekomen stoom kan brandwonden veroorzaken: – De deur van het apparaat niet openen tijdens de bereiding met stoom. – De deur van het apparaat voorzichtig openen na de bereiding met stoom.

2.6 Binnenverlichting

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken.

  • Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
  • Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G. NEDERLANDS 7• Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
  • Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
  • Gebruik alleen originele reserveonderdelen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.

  • Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
  • Haal de stekker uit het stopcontact.
  • Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.

3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

3.1 Algemeen overzicht

Knop voor verwarmingsfuncties

Opening voor de voedselsensor

Uitholling reliëf - Aqua-reinigingscontainer

Inschuifrails, verwijderbaar

  • Bakplaat Voor vochtige taarten, gebakken producten, brood, grote braadstukken, bevroren maaltijden en om druppelende vloeistoffen op te vangen, bijv. vet bij het roosteren van voedsel op het bakrooster.
  • Grill-/braadpan Om te bakken en braden of als pan om vet in op te vangen.
  • Voedselsensor Om het koken te regelen op basis van de temperatuur in het voedsel.
  • Telescopische geleiders Om platen en roosters gemakkelijker in te voeren en te verwijderen. 8 NEDERLANDS4. BEDIENINGSPANEEL

4.1 Het apparaat in- en uitschakelen

Het apparaat inschakelen:

1. Druk op de knoppen. De knoppen komen

2. Draai aan de knop om de

verwarmingsfuncties te selecteren.

3. Draai de regelknop om het in te stellen.

Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen .

4.2 Overzicht bedieningspaneel

Druk op de knop om timerfuncties in te stellen. Houd ingedrukt om de functie in te stellen: Snel opwarmen. Druk op de knop om het lampje van het apparaat in en uit te schakelen. Druk om de kerntemperatuur van het voedsel in te stellen met: Voedselsen‐ sor Druk op om de selectie te bevestigen.

4.3 Indicatielampjes op de display

Display met toetsfuncties. Het apparaat is vergrendeld. Submenu: Kook- En Bakassistent. Submenu: Reinigen. Submenu: Instellingen Snel opwarmen is ingeschakeld. Het waterreservoir is leeg. Vul het re‐ servoir bij. Het waterreservoir is halfvol. Het waterreservoir is vol. Voedselsensor is ingeschakeld. Kookwekker is ingeschakeld. Kooktijd is ingeschakeld. Tijd uitgestelde start is ingeschakeld. Uptimer is ingeschakeld. Voortgangsbalk - geeft visueel aan wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt of wanneer de be‐ reidingstijd ten einde is.

5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Wacht bij eerste aansluiting op de stroom totdat het display het volgende weergeeft: "00:00".

1. Draai aan de regelknop om de tijd in te

5.2 Eerste keer voorverwarmen en

reinigen Warm het lege apparaat voor voordat u het voor de eerste keer gebruikt en voordat het NEDERLANDS 9met etenswaren in contact komt. Het apparaat kan een onaangename geur en rook afgeven. Ventileer de kamer tijdens het voorverwarmen.

1. Haal alle accessoires en verwijderbare

inschuifrails uit het apparaat.

2. Stel de functie in. Stel de

maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 1 u werken.

3. Stel de functie in. Stel de

maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.

4. Schakel het apparaat uit en wacht tot het

5. Reinig het apparaat en de accessoires

uitsluitend met een microvezeldoek, warm water en een mild reinigingsmiddel.

6. Plaats de accessoires en de

verwijderbare inschuifrails terug in hun oorspronkelijke positie.

6. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

6.1 Verwarmingsfuncties

Hetelucht Voor het braden van vlees en het bakken van cakes. Stel een lagere temperatuur in dan bij koken met boven + onderwarmte, omdat de ventilator de warmte gelijkmatig verdeelt in de oven. Boven + onderwarmte / Reiniging met wa‐ ter (Aqua Clean) Voor het bakken en roosteren op één ovenni‐ veau. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging" voor meer informatie over: Aqua Clean. Stoomfunctie: Lage vochtigheid De functie is geschikt voor vlees, gevogelte, ovengerechten en stoofschotels. Dankzij de combinatie van stoom en warmte wordt het vlees mals en sappig met een krokant korstje. Bevroren gerechten Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aard‐ appelpartjes of loempia's) krokant te maken. Pizza-functie Om pizza en andere gerechten te bakken die van onderaf meer warmte nodig hebben. Onderwarmte Om een bruine en krokante bodem te maken. Gebruik de eerste rekstand. Warmelucht (vochtig) Deze functie is ontworpen om tijdens de be‐ reiding energie te besparen. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in het apparaat verschillen van de ingestelde tem‐ peratuur. De restwarmte wordt gebruikt. Het verwarmingsvermogen kan worden vermin‐ derd. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk "Dagelijks gebruik", opmerkingen op: Warmelucht (vochtig). Grillen Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren. Circulatiegrill Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor grati‐ neren en bruinen. De lamp kan tijdens sommige verwarmingsfuncties automatisch uitschakelen als de temperatuur onder de 80 °C komt.

6.2 Notities over: Warmelucht

(vochtig) Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de energie-efficiëntieklasse en ecodesign-vereisten (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1. De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt 10 NEDERLANDSonderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie. Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit. Zie voor bereidingsinstructies het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips', Warmelucht (vochtig). Kijk voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing in het hoofdstuk 'Energie- efficiëntie', Energiebesparingstips.

6.3 Instellen: Verwarmingsfuncties

1. Draai aan de knop van de

verwarmingsfuncties om een verwarmingsfunctie te selecteren.

2. Draai aan de regelknop om de

temperatuur in te stellen.

6.4 Instelling: Lage vochtigheid -

Koken met stoom Gebruik alleen water. Gebruik geen gefilterd (gedemineraliseerd) of gedestilleerd water. Gebruik geen andere vloeistoffen. Plaats geen ontvlambare of alcoholische vloeistoffen in de watertank.

1. Druk op de afdekking van de watertank

2. Vul de watertank tot het maximale niveau

met koud water (ongeveer 900 ml).

3. Druk de watertank in de oorspronkelijke

4. Plaats het voedsel in het apparaat.

5. Draai aan de knop van de

verwarmingsfuncties om een verwarmingsfunctie te selecteren.

6. Draai aan de regelknop om de

temperatuur in te stellen. Vul het waterreservoir bij tijdens het koken, indien nodig.

7. Wanneer het bereiden klaar is, draait u

aan de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om de oven uit te schakelen. Open de deur voorzichtig. Vrijgekomen vocht kan brandwonden veroorzaken.

8. Leeg het waterreservoir na elke

stoomkooksessie om kalksteenresten te voorkomen. Wacht na elk gebruik ten minste 60 min om te voorkomen dat er heet water uit de waterafvoerklep komt. WAARSCHUWING! Het apparaat staat aan. Er bestaat gevaar voor brandwonden. Wees voorzichtig als u het waterreservoir ledigt.

Indicatielampje waterreservoir Het reservoir is vol. Het reservoir is halfvol. Het reservoir is leeg. Vul het reservoir bij. Indien u te veel water in het reservoir schenkt, leidt de veiligheidsafvoer het overtollige water naar de bodem van de ovenruimte.

1. Schakel het apparaat uit. Laat de

ovendeur open en wacht tot het apparaat is afgekoeld.

2. Sluit de afvoerpijp

aan op de outlet valve via de connector .

3. Houd het uiteinde van de leiding onder

het niveau van en druk herhaaldelijk om het resterende water op te vangen.

4. Koppel en los en droog de

binnenkant van de oven met een zachte spons. Gebruik het afgevoerde water niet om het waterreservoir opnieuw mee te vullen. NEDERLANDS 116.6 Invoeren: Menu Open het menu om toegang te krijgen tot de kookassistentiegerechten en -instellingen.

1. Draai aan de knop voor de

verwarmingsfuncties om . Op het display verschijnt , , .

2. Draai aan de bedieningsknop en

selecteer het pictogram om het submenu te openen. Druk op

Kook- En Bakassistent submenu bestaat uit programma's die zijn ontworpen voor speciale gerechten. Programma's beginnen met een geschikte instelling. U kunt de tijd en de temperatuur tijdens het koken aanpassen.

1. Draai aan de knop voor de

verwarmingsfuncties .

2. Draai aan de bedieningsknop om te

selecteren . En druk op .

3. Draai aan de regelknop om een gerecht

te selecteren (P1 - P...). Druk op .

4. Plaats het voedsel in het apparaat. Druk

5. Als de functie is afgelopen, controleert u

of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig. Submenu: Kook- En Bakassistent Legenda De voedselsensor moet worden aangesloten om de functie te kunnen gebruiken. Raad‐ pleeg het hoofdstuk 'De accessoires gebrui‐ ken'. Vul het waterreservoir met water om stoom te gebruiken. Verwarm het apparaat voor voordat je begint met koken. Lagerniveau. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'. Het display toont P en een nummer van het gerecht dat u in de tabel kunt controleren. Gerecht Gewicht Schapniveau/accessoire

dikke stukken 2; bakplaat Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.

Biefstuk, medium 180 - 220 g per stuk; 3 cm dikke plakken 3; braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.

2 braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Vloei‐ stof toevoegen. Plaats in het apparaat.

Biefstuk, rauw (lang‐ zaam koken)

1 - 1.5 kg; 4 - 5 cm

dikke stukken 2; bakplaat Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.

Biefstuk, medium (langzaam koken)

Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur ga‐ ren) 0,5 - 1,5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken 2; bakplaat Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. P10 Filet, gemiddeld (lage temperatuur garen) P11 Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur ga‐ ren) P12 Geroosterd kalfs‐ vlees (bijv. schouder)

dikke stukken 2 braadschaal op bakrooster Voeg vloeistof toe. Geroosterd bedekt. P13 Geroosterde var‐ kenshals of schou‐ der

1; braadschaal op bakrooster Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. P14 Aangetrokken var‐ kensvlees (lage tem‐ peratuur garen)

2; bakplaat Draai het vlees na halverwege de bereidingstijd, om een gelijkmatige bruining te krijgen. P15 Varkenslende, vers 1 - 1.5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken 2; braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. P16 Reserveribben var‐ kensvlees

rauwe, 2 - 3 cm dunne spare ribs 3; diepe pan Voeg vloeistof toe om de bodem van een schaal te be‐ dekken. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. P17 Lambeen met botten 1.5 - 2 kg; 7 - 9 cm dikke stukken 2; braadschaal op bakplaat Vloeistof toevoegen. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. P18 Hele kip 1 - 1.5 kg; vers 2; stoofschotel op bakplaat Draai de kip halverwege de bereidingstijd om voor een gelijkmatige bruining. P19 Halve kip 0.5 - 0.8 kg 3; bakplaat P20 Kippenborst 180 - 200 g per stuk 2 stoofschotel op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. P21 Kippenpoten, vers - 3; bakplaat Als u eerst kippenpoten hebt gemarineerd, stel dan een lagere temperatuur in en kook ze langer. P22 Hele eend 2 - 3 kg 2 braadschaal op bakrooster Leg het vlees op de braadschaal. Draai halverwege de bereidingstijd de eend om. P23 Gans, heel 4 - 5 kg 2; diepe pan Leg het vlees op een diepe bakplaat. Draai halverwege de bereidingstijd de gans om. NEDERLANDS 13Gerecht Gewicht Schapniveau/accessoire P24 Vleesbrood 1 kg 2; bakrooster P25 Hele vis, gegrild 0.5 - 1 kg per vis 2; bakplaat Vul de vis met boter, kruiden en specerijen. P26 Visfilet - 3; stoofschotel op bakrooster P27 Cheesecake - 2; springvorm van 28 cm op bakrooster P28 Appelcake - 3; bakplaat P29 Appeltaart - 2; taartvorm op bakrooster P30 Appeltaart - 1; 22 cm taartvorm op bakrooster P31 Brownies 2 kg van deeg 3; diepe pan P32 Muffins - 3 muffinbakplaat op bakrooster P33 Broodcake - 2; broodvorm op bakrooster P34 Gebakken aardappe‐ len 1 kg 2; bakplaat Leg de gesneden aardappelen met huid op de bakplaat. P35 Aardappelpartjes 1 kg 3; bakplaat bedekt met bakpapier Snijd aardappelen in stukken. P36 Gegrilde gemengde groenten

3; bakplaat bedekt met bakpapier Snijd de groenten in stukken. P37 Aardappelkroketjes, bevroren

3; bakplaat P38 Patat, bevroren 0.75 kg 3; bakplaat P39 Vlees-/groentelasag‐ ne met droge pasta‐ bladen

1 stoofschotel op bakrooster Draai het gerecht na de helft van de bereidingstijd. P41 Verse pizza, dun

2; bakplaat bedekt met bakpapier P42 Verse pizza, dik

2; bakplaat bedekt met bakpapier P43 Quiche - 2; bakblik op bakrooster P44 Stokbrood / ciabatta / witbrood

2; bakplaat bedekt met bakpapier Meer tijd nodig voor witbrood. P45 Volkoren / rogge / bruin brood 1 kg 2; bakplaat bedekt met bakpapier / bakrooster 14 NEDERLANDS6.8 Wijzigen: Instellingen

1. Draai aan de knop voor de

verwarmingsfuncties .

2. Draai aan de bedieningsknop om te

selecteren . En druk op .

3. Draai aan de controleknop om de

instelling te selecteren. Druk op .

4. Draai aan de regelknop om de waarde

aan te passen. Druk op .

5. Draai de knop voor de

verwarmingsfuncties naar de uit-stand om Menu af te sluiten. Submenu: Instellingen Instellingen Waarde

Toetstonen 1 - Piep, 2 - Klik, 3 - Geluid uit

Voedselsensor Actie 1 - Alarm en stop, 2 - Alarm

Binnenverlichting Aan/uit

Snel opwarmen Aan/uit

Demofunctie Activeringscode:

Terug naar fabrieksin‐ stellingen Ja / Nee

Deze functie voorkomt dat de functie van het apparaat per ongeluk wordt gewijzigd. Wanneer het apparaat wordt geactiveerd terwijl het in gebruik is, vergrendelt het het bedieningspaneel, zodat de huidige kookinstellingen ononderbroken blijven. Als het apparaat wordt ingeschakeld terwijl het uit staat, blijft het bedieningspaneel vergrendeld, zodat het apparaat niet onbedoeld wordt ingeschakeld. – houd ingedrukt om de functie in te schakelen. een geluidssignaal. - knippert 3 keer wanneer de vergrendeling wordt ingeschakeld. – houd ingedrukt om de functie uit te schakelen.

7.2 Automatische uitschakeling

Als de verwarmingsfunctie actief is en er geen instellingen worden gewijzigd, wordt het apparaat om veiligheidsredenen na een bepaalde periode automatisch uitgeschakeld. (°C) (u)

Als je van plan bent een verwarmingsfunctie te gebruiken voor een duur die langer is dan de automatische uitschakeltijd, stel dan de kooktijd in. Zie het hoofdstuk 'Klokfuncties'. De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Voedselsensor, Tijd uitgestelde start.

Als het apparaat in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te houden. Als je het apparaat uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat het apparaat is afgekoeld. NEDERLANDS 158. KLOKFUNCTIES

8.1 Omschrijving timerfuncties

Kookwek‐ ker Om een afteltijd in te stellen. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een ge‐ luidssignaal. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het appa‐ raat en kan op elk moment worden in‐ gesteld. Kooktijd Om de bereidingsduur in te stellen. Wanneer de timer stopt, klinkt het sig‐ naal en stopt de verwarmingsfunctie automatisch. Tijd uitge‐ stelde start Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen. Uptimer Om aan te geven hoe lang het appa‐ raat in werking is. Maximum is 23 u 59 min. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat en kan op elk moment worden ingesteld.

Op het display verschijnt: 0:00 en

2. Draai de regelknop om het Kookwekker in

. De timer begint onmiddellijk af te tellen.

8.3 Instellen: Kooktijd

1. Draai aan de knoppen om de

verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.

2. Druk op totdat op het display

verschijnt: 0:00 en .

3. Draai de regelknop om het Kooktijd in te

4. Druk op . De timer begint onmiddellijk

5. Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op

en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.

8.4 Instellen: Tijd uitgestelde start

1. Draai aan de knoppen om de

verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.

2. Druk op totdat op het display

3. Draai aan de knop om de starttijd in te

Op het display verschijnt: --:-- .

5. Draai de regelknop om het in te stellen.

De timer begint af te tellen op een ingestelde starttijd.

7. Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op

en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.

8.5 Instellen: Uptimer

1. Draai aan de knop voor de

verwarmingsfuncties om te openen Menu.

2. Draai aan de bedieningsknop om

Uptimer te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.

in en uit te schakelen.

8.6 Instellen: Dagtijd

1. Draai aan de knop voor de

verwarmingsfuncties om te openen Menu.

2. Draai aan de bedieningsknop om /

Dagtijd te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

9.1 Accessoires plaatsen

Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. De inkepingen zijn ook anti- kantelmechanismen. De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt. Bakrooster Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de roostersteun en zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan. Zorg ervoor dat het rooster de achterkant van de binnenkant van de oven raakt. Bakplaat / Diepe schaal Schuif de plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail. Plaats de bakplaat met de helling naar de achterkant van de binnenkant van de oven.

Het meet de temperatuur binnenin het voedsel. Er moeten twee temperaturen worden ingesteld:

  • - de temperatuur in het apparaat. Het moet ten minste 25 °C hoger zijn dan de kerntemperatuur van het voedsel.
  • - de kerntemperatuur van het voedsel. Voor de beste kookresultaten:
  • Ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
  • Niet gebruiken voor vloeibare gerechten.
  • Tijdens het koken moet de naald van de voedselsensor volledig in het gerecht worden gestoken. Koken met: Voedselsensor WAARSCHUWING! Er bestaat een risico op brandwonden als de voedselsensor en de inschuifrails heet worden. Raak de handgreep van de voedselsensor niet met blote handen aan. Gebruik altijd ovenhandschoenen.

1. Het apparaat inschakelen.

2. Selecteer de verwarmfunctie en, indien

nodig, de oventemperatuur.

3. Plaats voedselsensor in de schaal:

Vlees, gevogelte en vis Steek de hele naald van de voedselsensor in het midden van het vlees of de vis op het dikste gedeelte. NEDERLANDS 17Stoofschotel Plaats de punt van de voedselsensor precies in het midden van de ovenschotel. De voedselsensor moet tijdens het bakken op één plaats worden gestabiliseerd. Gebruik een solide ingrediënt om dit voor elkaar te krijgen. Gebruik de rand van de bakplaat om het siliconen handvat van de voedselsensor te ondersteunen. De punt van de voedselsensor mag de bodem van de bakplaat niet raken.

4. Steek de voedselsensor in het

stopcontact in het apparaat. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'. Het display toont de huidige temperatuur van de voedselsensor.

5. - druk om de kerntemperatuur van de

sensor in te stellen.

6. Draai aan de regelknop om de

temperatuur in te stellen.

8. Als het voedsel de ingestelde

temperatuur bereikt, klinkt er een geluidssignaal. Controleer of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.

9. Haal de stekker van de voedselsensor uit

het stopcontact en haal het gerecht uit het apparaat.

10. AANWIJZINGEN EN TIPS

De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten. Je apparaat kan anders bakken of roosteren dan het apparaat dat je tot nu toe gebruikt hebt. De onderstaande hints tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel. Tel de rekniveaus vanaf de bodem van de oven. Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept. Zie het hoofdstuk "Energie-efficiëntie" voor energiebesparingstips. Symbolen gebruikt in de tabellen: Soort voedsel Verwarmingsfunctie Temperatuur Accessoire Inzetniveau Kooktijd (min)

10.2 Warmelucht (vochtig) –

aanbevolen accessoires Gebruik donkere en niet-reflecterende bakjes en schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en reflecterend servies.

  • Pizzapan - donker, niet-reflecterend, diameter 28cm
  • Bakschaal - donker, niet-reflecterend, diameter 26cm

Volg voor de beste resultaten de volgende aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan. 18 NEDERLANDSZoete broodjes, 16 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 Broodjes, 9 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 30 - 40 Pizza, bevroren, 0,35

bakrooster 220 2 10 - 15 Biscuitrol bakplaat of lekschaal 170 2 25 - 35 Brownie bakplaat of lekschaal 175 3 25 - 30 Soufflé, 6 stuks keramieken vormpjes op roos‐ ter 200 3 25 - 30 Luchtige flanbodem flanvorm op rooster 180 2 15 - 25 Victoriataart met jam‐ vulling ovenschaal op rooster 170 2 40 - 50 Gepocheerde vis, 0,3

bakplaat of lekschaal 180 3 20 - 25 Hele vis, 0,2 kg bakplaat of lekschaal 180 3 25 - 35 Visfilet, 0,3 kg pizzavorm op rooster 180 3 25 - 30 Gepocheerd vlees, 0,25 kg bakplaat of lekschaal 200 3 35 - 45 Sjasliek, 0,5 kg bakplaat of lekschaal 200 3 25 - 30 Koekjes, 16 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 Bitterkoekjes, 24 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 35 Muffins, 12 stuks bakplaat of lekschaal 170 2 30 - 40 Hartig gebak, 20 stuks bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 30 Zandkoekjes, 20 stuks bakplaat of lekschaal 150 2 25 - 35 Taartjes, 8 stuks bakplaat of lekschaal 170 2 20 - 30 Groenten, gepo‐ cheerd, 0,4 kg bakplaat of lekschaal 180 3 35 - 45 Vegetarisch omelet pizzavorm op rooster 200 3 25 - 30 Mediterrane groenten, 0,7 kg bakplaat of lekschaal 180 4 25 - 30

10.4 Informatie voor testinstituten

Testen in overeenstemming met IEC 60350-1. NEDERLANDS 19Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Boven + onderwarmte Bakplaat 3 170 20 - 35 Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Hetelucht Bakplaat 3 150 - 160 20 - 35 Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat Hetelucht Bakplaat 2 en 4 150 - 160 20 - 35 Appeltaart, 2 blikken Ø20

Hetelucht Bakrooster 2 en 4 160 40 - 60 Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 3 140 - 150 20 - 40 Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 2 en 4 140 - 150 25 - 45 Zandtaartdeeg Boven + onderwarmte Bakplaat 3 140 - 150 25 - 45 Toast

Warm het apparaat 10 minuten voor.

11. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

  • Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel. Reinig en controleer de deurpakking rond het frame van de uitsparing.
  • Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
  • Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. Dagelijks gebruik
  • Reinig na elk gebruik de binnenkant van het apparaat. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
  • Vocht kan in de oven of op de glazen deurpanelen condenseren. Om de condens te verminderen, dien je het apparaat gedurende 10 minuten te laten werken voordat je er iets in plaatst. Bewaar voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de binnenkant van het apparaat na elk gebruik alleen met een microvezeldoek. Accessoires
  • Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen. 20 NEDERLANDS• Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen.

11.2 Verwijderbare inschuifrails

Verwijder de inschuifrails om het apparaat te reinigen.

1. Schakel het apparaat uit en wacht tot het

2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de

3. Trek de geleider bij de achterkant uit de

zijwand en verwijder het.

4. Plaats de inschuifrails in omgekeerde

volgorde. De borgpennen op de telescopische geleiders moeten naar voren wijzen.

11.3 Reiniging met water (Aqua

Clean) Deze reinigingsprocedure maakt gebruik van vocht om achtergebleven vet en voedselresten uit het apparaat te verwijderen.

1. Giet water in de uitsparing van de

Duur: 30 min Wanneer de reiniging eindigt, klinkt er een geluidssignaal. Schakelt het apparaat uit.

4. Wacht totdat het apparaat koud is. Maak

de opening droog met een zachte doek.

11.4 Reinig het waterreservoir.

1. Schakel het apparaat uit.

2. Plaats een diepe pan onder de

citroenzuur toe: 5 theelepels. Wacht op 60 min.

4. Schakel he apparaat in en stel de functie

in: Lage vochtigheid. Stel de temperatuur in op 230 °C.

5. Schakel het apparaat uit en wacht

25 min tot het is afgekoeld.

6. Schakel he apparaat in en stel de functie

in: Lage vochtigheid. Stel de temperatuur in tussen de 130 en 230 °C.

7. Schakel het apparaat na 10 min uit en

wacht tot het is afgekoeld.

8. Maak het waterreservoir leeg. Raadpleeg

in ‘Dagelijks gebruik’ het hoofdstuk ‘Legen van het waterreservoir’.

9. Spoel het waterreservoir af en reinig de

resterende kalkresten met een zachte doek.

10. Reinig de afvoerpijp met warm water en

een mild reinigingsmiddel. Neem contact op met uw waterleverancier om het waterhardheidsniveau te controleren. Waterclassificatie: Het waterreservoir reinigen om de: zacht 75 cycli - 2,5 maand gematigd hard 50 cycli - 2 maanden hard 40 cycli - 1,5 maand zeer hard 30 cycli - 1 maand

11.5 De deur verwijderen en

installeren De ovendeur beschikt over drie glasplaten. Je kunt de ovendeur en de interne glasplaat verwijderen om het schoon te maken. Lees de volledige instructie 'Verwijderen van installatiedeur' voordat u de glasplaten verwijdert. LET OP! Gebruik het apparaat nooit zonder de glasplaten.

openingsstand. Til hem daarna op en trek hem naar voren, verwijder hem dan van zijn plek.

4. Plaats de deur op een zachte doek op

een stabiele ondergrond.

5. Pak de deurafdekking aan de

bovenkant van de deur aan beide kanten vast en druk deze naar binnen om de klemsluiting te ontgrendelen.

6. Trek de deurlijst naar voren om hem te

7. Houd de glasplaten van de deur bij de

bovenkant vast en trek ze er voorzichtig een voor een uit. Begin bij de bovenste plaat. Zorg dat het glas volledig uit de geleiders schuift.

8. Reinig de glasplaten met een sopje.

Droog de glazen panelen zorgvuldig. Reinig de glasplaten niet in de vaatwasser.

9. Installeer na het reinigen de glasplaten en

de ovendeur. Als de deur correct is geïnstalleerd, hoor je een klik bij het sluiten van de vergrendelingen. Zorg ervoor dat u de glasplaten ( , en ) weer in de juiste volgorde terugplaatst. Controleer op het symbool / opdruk op de zijkant van het glaspaneel. Elk van de glasplaten ziet er anders uit om demontage en montage gemakkelijker te maken. Als de deur correct wordt geïnstalleerd, klikt de rand van de deur. A B Zorg dat u de middelste glasplaat correct in de zittingen plaatst.

22 NEDERLANDS11.6 Het lampje vervangen WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.

1. Schakel het apparaat uit en wacht tot het

2. Haal de stekker uit het stopcontact.

3. Leg de doek op de vloer van de oven.

LET OP! Houd de halogeenlamp altijd vast met een doek om te voorkomen dat vetresten op de lamp branden. Achterlamp

3. Vervang de lamp door een geschikte 300

°C hittebestendige lamp.

4. Installeer het glazen deksel.

12. PROBLEEMOPLOSSING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

12.1 Wat te doen als...

Probleem Controleer of… U kunt het apparaat niet inschakelen of bedienen. Het apparaat is op de juiste manier op een elektrische toevoer aangesloten. Het apparaat warmt niet op. De automatische uitschakeling is gedeactiveerd. Het apparaat warmt niet op. De zekering is niet doorgeslagen. Het apparaat warmt niet op. Blokkering is gedeactiveerd. De lamp is uit. Warmelucht (vochtig) - is geactiveerd. De verlichting werkt niet. De lamp is opgebrand. De Voedselsensor werkt niet. De stekker van de Voedselsensor is volledig in het stopcontact gestoken. De deurpakking is beschadigd. Gebruik het apparaat niet. Neem contact op met de servicedienst. Op het display verschijnt 00:00. Er was een stroomstoring. Stel het tijdstip van de dag in. Er is water in het binnenste van de oven. Er zit niet te veel water in het waterreservoir. - indicatielampje is uit. Er zit genoeg water in het waterreservoir. Als er water in de oven begint te lekken, terwijl het indicatielampje nog steeds niet brandt, neemt u contact op met een er‐ kend servicecentrum. NEDERLANDS 23Probleem Controleer of… indicatielampje brandt. Er zit genoeg water in het reservoir. Als het reservoir vol is en het indicatielampje nog steeds brandt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum. De bereiding met stoom werkt niet. Er is geen kalkresidu in de stoomtoevoeropening. De bereiding met stoom werkt niet. Er zit water in het waterreservoir. Het duurt meer dan drie minuten om het waterreservoir te legen, of het water lekt uit de stoomtoevoeropening. Er is geen kalkresidu in de stoomtoevoeropening. Rei‐ nig het waterreservoir. Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.

12.2 Service-informatie

Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van het apparaat. Het is zichtbaar wanneer u de deur opent. Verwijder het typeplaatje niet uit het apparaat. Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren: Model (MOD.) : Productnummer (PNC): Serienummer (S.N.):

13. ENERGIEZUINIGHEID

13.1 Productinformatie en productinformatieblad volgens de EU-

voorschriften voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering Naam leverancier Electrolux Modelnummer

Energie-efficiëntie-index 81.2 Energie-efficiëntieklasse A+ Energieverbruik met een standaard belading, conventionele modus 0.93 kWh/cyclus Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus 0.69 kWh/cyclus Aantal holtes 1 Warmtebron Elektriciteit Volume 72 l Soort oven Inbouwoven 24 NEDERLANDSMassa EOC6H76X 33.2 kg EOC6H76Z 33.0 kg LOC6H76Z 32.7 kg IEC/EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties.

13.2 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de

toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken Stroomverbruik in stand-by 0.8 W De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken 20 min

13.3 Energiebesparende tips

De onderstaande tips helpen u energie te besparen bij het gebruik van uw apparaat. Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit. Gebruik metalen kookgerei en donkere, niet- reflecterende blikken en containers om energie te besparen Verwarm het apparaat niet voor voordat u gaat koken, tenzij specifiek aanbevolen. Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt. Koken met hete lucht Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen. Restwarmte Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken. Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of andere gerechten op te warmen. Wanneer je de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan. Eten warm houden Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en het voedsel warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display. Koken met de verlichting uitgeschakeld Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt. Warmelucht (vochtig) Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Als je deze functie gebruikt, gaat de verlichting na 30 sec. automatisch uit. Je kunt de verlichting weer inschakelen, maar deze handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.

14. MILIEUBESCHERMING

Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool NEDERLANDS 25niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. 26 NEDERLANDSBienvenue chez Electrolux ! Nous vous remercions d’avoir choisi l’un de nos appareils. Obtenir des conseils d’utilisation, des brochures, un dépanneur, des informations surle service et les réparations :www.electrolux.com/supportSous réserve de modifications.