BM7200 - Microfoon Renkforce - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BM7200 Renkforce in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Microfoon in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BM7200 - Renkforce en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BM7200 van het merk Renkforce.
GEBRUIKSAANWIJZING BM7200 Renkforce
Zeer geachte klant, Wij danken u voor de aankoop van dit product. Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Gelieve deze gebruiksaanwijzing goed op te volgen om deze toestand te behouden en een gebruik zonder gevaren te waarborgen! Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over ingebruikname en gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan een derde. Bewaar daarom deze gebruiksaanwijzing na het doorlezen goed! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat, bijvoorbeeld door een elektrische schok. Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. Het product mag alleen in droge, afgesloten binnenruimten opgesteld en gebruikt worden. Het product mag niet vochtig of nat worden. Er is gevaar voor dodelijke elektrische schokken!61
De draadloze microfoonset dient voor het omzetten van akoestische signalen (geluidsgolven) in elektrische signalen en het overdragen van deze signalen over een draadloos traject. Het lage audio-uitgangssignaal van het ontvangststation mag alleen op een geschikte audio-ingang van een audioapparaat worden aangesloten. Het ontvangststation is alleen goedgekeurd voor aansluiting op 100 – 240 V/AC, 50/60 Hz wisselspanning via de meegeleverde netvoedingsadapter. Het product mag uitsluitend in gesloten ruimten worden gebruikt, dus niet in de open lucht. Contact met vocht, bijv. in de badkamer, moet absoluut worden voorkomen. Let bij het gebruik van dit product op de nationale regelgeving die in uw land geldt voor draadloze communicatie. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Indien het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hiervoor beschreven, kan het product worden beschadigd. Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schok enzovoort. Lees de gebruiksaanwijzing volledig door en gooi hem niet weg. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden ter beschikking worden gesteld. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
- Ontvangststation met antennes
- Gebruiksaanwijzing Geactualiseerde gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de koppeling www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.62
5. Kenmerken en functies
- Afzonderlijke volumeregeling voor de audiokanalen
- Afzonderlijke XLR-uitgangen voor de afzonderlijke microfoons
- Zoekfunctie voor kanalen
6. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan apparatuur of persoonlijk letsel. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de garantie. a) Algemeen
- Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, nattigheid, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Zet het product niet onder mechanische druk.
- Als het niet langer mogelijk is het product veilig te bedienen, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilige bediening kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet langer op juiste wijze werkt, - tijdens lange periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of - onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
- Behandel het product met zorg. Schokken, botsingen of zelfs een val van een beperkte hoogte kunnen het product beschadigen.
- Volg ook de veiligheidsinstructies en de gebruiksaanwijzing van alle andere apparaten die op het product zijn aangesloten.
- Laat het apparaat nooit zonder toezicht aanstaan.
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.63
- Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een expert of in een daartoe bevoegde winkel.
- Als u nog vragen hebt die niet door deze gebruiksaanwijzingen zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of ander technisch personeel. b) Elektrische apparaten
- Zorg dat elektrische apparaten niet met vloeistof in contact komen. Zet voorwerpen waar vloeistof in zit niet naast het apparaat. Indien er toch vloeistof of een voorwerp in het apparaat zou terechtkomen, schakel dan de bijbehorende contactdoos stroomvrij (bijv. automatische zekering uitschakelen) en trek vervolgens de netstekker uit de contactdoos. Het product mag daarna niet meer gebruikt worden: breng het naar een servicewerkplaats.
- Gebruik het product nooit meteen nadat het vanuit een koude naar een warme ruimte werd overgebracht. De condens die hierbij wordt gevormd, kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Bovendien bestaat er bij de netvoedingadapter levensgevaar door een elektrische schok! Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat het aangesloten en gebruikt wordt. Dit kan soms een aantal uur duren. c) Netvoedingadapter
- De netvoedingadapter behoort tot veiligheidsklasse II. Als spanningsbron mag alleen een geschikt stopcontact (100 - 240 V/AC, 50/60 Hz) van het openbare stroomnet worden gebruikt.
- Raak de netvoedingsadapter niet aan als deze beschadigd is: er bestaat levensgevaar door een elektrische schok! Schakel eerst het stopcontact waarop de netvoedingsadapter is aangesloten, stroomloos (d.w.z. betreffende zekeringautomaat uitschakelen of de stop eruit draaien, en vervolgens de differentieelschakelaar uitschakelen om het stopcontact op alle fasen los te koppelen). Trek pas dan de netvoedingsadapter uit het stopcontact. Gebruik de beschadigde netvoedingadapter niet meer en gooi deze op een milieuvriendelijke manier weg. Vervang de netvoedingadapter door een identiek exemplaar.
- De wandcontactdoos moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Gebruik als spanningsbron uitsluitend de meegeleverde netvoedingadapter.
- Gebruik als spanningsbron voor de netvoedingadapter uitsluitend een goedgekeurd stopcontact van het openbare elektriciteitsnet. Controleer vóór het insteken van de netvoedingsadapter of de daarop aangegeven spanning overeenkomt met de spanning van uw stroomleverancier.
- Haal de netvoedingsadapter na gebruik uit het stopcontact.
- Netvoedingadapters nooit met natte handen in de contactdoos steken of eruit trekken.
- Trek de netvoedingadapter nooit aan het netsnoer uit de contactdoos, trek deze altijd aan de daarvoor bestemde greepvlakken uit de contactdoos.
- Trek om veiligheidsredenen bij onweer altijd de netvoedingadapter uit de contactdoos.64 d) Opstelling
- Wanneer u het product installeert, zorg er dan voor dat de kabel niet doorgeprikt, geknikt of beschadigd is door scherpe randen.
- Plaats kabels altijd zo, dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat risico op verwonding.
- Zet geen brandende voorwerpen, zoals kaarsen, op of naast het apparaat.
- Gebruik het product alleen in een gematigd klimaat. Gebruik het niet in een tropisch klimaat.
- De luchtcirculatie rondom het product mag niet gehinderd worden door voorwerpen zoals tijdschriften, een tafelkleed, een gordijn, e.d. Dat verhindert de warmteafvoer van het product en kan tot oververhitting leiden (brandgevaar).
- Boor geen gaten voor bevestiging van het apparaat in de behuizing; daardoor kan het apparaat beschadigd en de veiligheid ervan verminderd worden.
- Let er bij de opstelling van apparaat op dat het veilig en op een stabiele ondergrond staat. Als het ontvangststation achterover valt, bestaat er gevaar dat personen gewond raken.
- Controleer het apparaat op schade voordat u het in gebruik neemt. Gebruik het niet in geval van schade maar neem dan contact op met een vakman of onze service.
- Alle personen die het product bedienen, installeren, opstellen, gebruiken of onderhouden, moeten daarvoorgetraindengekwaliceerdzijnendeaanwijzingenindezegebruiksaanwijzingvolgen. e) Batterijen
- Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen.
- De batterijen dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid verwondingen veroorzaken door brandend zuur. Draag daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen te hanteren.
- Batterijen moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
- Alle batterijen dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
- Batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit gewone batterijen te herladen. Er bestaat dan explosiegevaar! f) Geluidssterkte
- Luister niet te lang naar zeer hard afgespeelde muziek. Hierdoor kan uw gehoor beschadigd raken.65
1 Toets SET 2 Toets UP 3 Aan/uit-schakelaar POWER 4 Volumeregelaar VOLUME.A/ VOLUME.B 5 IR-sensor iR 6 Toets DOWN 7 LCD-beeldscherm 8 Antenne ANT-B 9 XLR-aansluiting CH.B 10 XLR-aansluiting CH.A 11 Klinkbus MIX OUTPUT 12 Voedingsaansluiting DC INPUT 13 Antenne ANT-A66 b) Radiomicrofoon
14 Batterijvak 15 Huls 16 Aan/uit-toets 17 IR-sensor IR 18 LCD-beeldscherm 19 Raster c) Pocketzender
20 Antenne 21 LCD-beeldscherm 22 Riemclip 23 Batterijvak 24 Deksel batterijvak 25 IR-sensor iR 26 Klinkbus 27 Volumeregelaar VOL 28 Aan/uit-schakelaar 29 Indicatorlampje67
8. Opstellen en montage in rek
Plaats het ontvangststation niet op een zachte ondergrond, bijvoorbeeld een tapijt of een bed enz. Er mogen zich in de onmiddellijke omgeving geen apparaten met een sterk elektrisch of magnetisch veld bevinden, bijvoorbeeld transformatoren, motoren, draadloze telefoons, radiocommunicatieapparaten, enz., omdat die het apparaat kunnen beïnvloeden. Het product kan ook beïnvloed worden door interferentie (instraling) van tuners, tv's, enz. Houd zoveel mogelijk afstand van zulke apparaten. Ook metalen oppervlakken, muren van gewapend beton enz. in het zendbereik kunnen het bereik verminderen. Plaats het apparaat nooit zonder afdoende bescherming op waardevolle of gevoelige meubelen. Let erop dat het ontvangststation in het ideale geval dient te worden opgesteld of geïnstalleerd met een vrije ruimte van minstens 100 cm in alle richtingen.
- Zet het apparaat op een stabiel, schoon, droog, vlak en horizontaal oppervlak.
- Voor rekmontage zijn bij de levering twee montagehoeken met montageschroeven meegeleverd. Schroef aan elke kant een hoek vast, zoals in de afbeelding hiernaast wordt getoond. - Indien nodig kan de hoek 180° gedraaid worden.
9. Aansluiting en voorbereidingen
a) Aansluiting van het ontvangststation Gebruik voor de aansluiting van de uitgangen uitsluitend hiervoor geschikte afgeschermde XLR- of klinkkabels. Het gebruik van andere kabels kan tot storingen leiden. Gebruik uitsluitende geschikte en passende kabels om geforceerd gebruik of verkeerde aanpassing te voorkomen. Het is belangrijk, dat u ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de aan te sluiten apparaten leest en opvolgt.
- Schakel het ontvangststation uit (aan/uit-schakelaar POWER (3) in positie 0) en haal de netvoedingsadapter uit het stopcontact.
- Schakel het audioapparaat (mengpaneel e.d.) waarop het ontvangststation aangesloten wordt uit, en haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
- Verbind de audio-ingang(en) van het audioapparaat met de audio-uitgangen van het ontvangststation: - Als het signaal van de beide zenders gescheiden moet worden overgedragen, verbindt u de XLR-aansluitingen CH.A (10) en CH.B (9) met twee ingangen van het audioapparaat (bijvoorbeeld mengpaneel). - Als het signaal van de beide zenders gemeenschappelijk moet worden overgedragen, verbindt u de 6,35 mm audiokabel met de klinkbus MIX OUTPUT (11) en een passende ingang op het audioapparaat.68 b) Netaansluiting De netvoedingsadapter moet in geval van een fout snel en eenvoudig van de voedingsbron gescheiden kunnen worden. Laat de kabel van de netvoedingsadapter niet met andere kabels in contact komen. Wees voorzichtig bij het omgaan met elektrische leidingen en aansluitingen. Elektrische spanning kan levensgevaarlijke elektrische schokken veroorzaken.
- Schakel het ontvangststation uit (aan/uit-schakelaar POWER in positie 0).
- Sluit de ronde stekker van het aansluitsnoer van de netvoedingsadapter aan op de voedingsaansluiting DC INPUT (12) op het ontvangststation.
- Sluit de netvoedingadapter aan op een stopcontact dat in goede staat verkeert. c) Pocketzender Het is mogelijk om een elektrische gitaar of een lavaliermicrofoon via een passende klinkkabel op de pocketzender (via klinkbus (26)) aan te sluiten. Let beslist op de informatie hierover in de gebruiksaanwijzing van de gitaar of lavaliermicrofoon.
- Als u de pocketzender met de meegeleverde headset wilt gebruiken, steek dan de klinkstekker van de aansluitkabel van de headset in de klinkbus (26) van de pocketzender. Draai de stekker in de bus om hem goed vast te zetten.
- De pocketzender kan met de riemclip (22) aan een riem bevestigd worden. d) Headset
- Draag de headset op uw hoofd. Let op de afbeeldingen hiernaast van een correcte en verkeerde draagpositie.
- De geluidssterkte van de headset kan direct op de pocketzender met de regelaar VOL (27) ingesteld worden.69
10. Batterijen plaatsen
Let bij het plaatsen van batterijen op de aanduiding voor de polariteit in het batterijvak. Vervang de batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type als het apparaat niet meer reageert of niet meer aangezet kan worden. Verwijder de batterijen uit het batterijvak als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt zal worden, om lekken van de batterijen te voorkomen. Het symbool wijst op lege batterijen in de radiomicrofoon of de pocketzender. Vervang de lege batterijen door nieuwe. a) Radiomicrofoon
- Draai de huls (15) tegen de wijzers van de klok in open om het batterijvak te openen.
- Plaats twee batterijen van het type AA in het batterijvak (14).
- Draai de huls er weer op en draai hem lichtjes vast. b) Pocketzender
- Het batterijvak (23) is ingebouwd in de voorkant van de zender.
- Druk de beide met gemarkeerde greepvlakken aan de zijkant van het deksel van het batterijvak (24) licht in en trek het deksel naar voren. Het batterijvak wordt geopend.
- Plaats twee batterijen van het type AA in het batterijvak. Onthoud de positie van de IR-sensor iR (25), die u later voor de verbinding nodig hebt.
- Sluit het deksel. Let erop dat het deksel correct op zijn plaats vast komt te zitten.
Draai de volumeregelaar van alle apparaten op nul voordat u het ontvangststation van stroom voorziet en aanzet. Als u deze aanwijzing niet opvolgt, kan er schade optreden.
- De weergave van de radiomicrofoon en de pocketzender (headset) kan gelijktijdig plaatsvinden: - Daarvoor zijn kanalen CH.A en CH.B nodig - De radiomicrofoon en de pocketzender krijgen daarbij twee verschillende kanalen toegewezen
- Audiokanalen CH.A en CH.B hebben een eigen volume-instelling.
- De radiomicrofoon en de pocketzender (met headset) worden via de IR-sensors iR met het ontvangststation gekoppeld. Voordat u de verbinding met audioapparaten verbreekt, dient u alle volumeregelaars op nul te zetten en het ontvangststation uit te schakelen.70 a) Ontvangststation
- Richt de antennes ANT-A (13) en ANT-B (8) loodrecht omhoog (90°). Afhankelijk van de positionering van het ontvangststation kan het raadzaam zijn om de antennes in een hoek te plaatsen om de ontvangst te verbeteren.
- Zet de aan/uit-schakelaar POWER in de positie I, om het station aan te zetten. Het LCD-beeldscherm (7) licht op. Het ontvangststation is gereed voor bedrijf.
- Zet de aan/uit-schakelaar POWER in de positie 0, om het ontvangststation uit te schakelen.
- Regel het volume van audiokanaal A (CH.A) en audiokanaal B (CH.B) met de betreffende volumeregelaar VOLUME.A (4) en VOLUME.B (4).
- Audiokanaal A en audiokanaal B kunnen onafhankelijk ingesteld worden. Let daarbij op de volgende beschrijving van het LCD-beeldscherm. LCD-beeldscherm: Audiokanaal A (links) Audiokanaal B (rechts) RF: Sterkte van radiosignaal AF: Sterkte van audiosignaal Frequentieaanduiding in MHz Kanaal en kanaalnummer Batterij-indicator van gekoppeld apparaat Identicatiesymboolvan een audiokanaal Verschijnt wanneer een zender gekoppeld is Zendvermogen laag (LO) / hoog (HI) Koppelingssymbool: Knippert tijdens het koppelen Functietoetsen geblokkeerd (voorkomt verkeerde invoer) Wordt getoond bij het zoeken naar vrije frequenties Toetsen blokkeren/deblokkeren:
- Houd de toets SET (1) ingedrukt tot knippert. Nu kunt u instellingen maken via de toetsen.
- De toetsen worden automatisch geblokkeerd als er gedurende ongeveer 6 seconden geen invoer plaatsvindt. - Het symbool in het LCD-beeldscherm licht op als de toetsen geblokkeerd zijn.71 Kanaal instellen:
- Houd de toets SET ingedrukt tot knippert.
- Stel met de toetsen UP (2) en DOWN (6) de gewenste frequentie in. Elke frequentie is aan een kanaal toegewezen. - Er zijn in totaal 21 kanalen voor elk audiokanaal beschikbaar. - Het is niet mogelijk twee apparaten met verschillende frequenties (toegewezen kanalen) tegelijkertijd via hetzelfde audiokanaal ( of ) te gebruiken.
- Het is mogelijk om dezelfde frequentie aan de radiomicrofoon (bijvoorbeeld op audiokanaal A) en de pocketzender (bijvoorbeeld op audiokanaal B) toe te wijzen. Voorbeeld: Radiomicrofoon op audiokanaal A: Kanaal 005, 863.40 MHz Pocketzender op audiokanaal B: Kanaal 005, 863.40 MHz Het is in dit voorbeeld echter niet mogelijk om de radiomicrofoon en de pocketzender tegelijk te gebruiken. Het kanaal wordt vrijgegeven aan het apparaat dat als eerste ingeschakeld wordt. Vrije kanalen zoeken:
- Via de functie voor het scannen van frequenties worden vrije kanalen gezocht.
- Houd de toets SET ingedrukt tot knippert.
- Druk zo vaak op de toets SET tot knippert.
- Druk op de toets UP of DOWN om het volgende vrije kanaal te zoeken.
- Het automatisch zoeken naar kanalen stopt bij de volgende vrije frequentie, en het kanaal en de frequentie worden in het LCD-beeldscherm getoond. Signaalsterkte vastleggen:
- Er staan twee signaalsterktes ter beschikking, (sterk), (zwakker) - Als microfoons tegelijkertijd gebruikt worden, kan de instelling interferenties verminderen.
- Houd de toets SET ingedrukt tot knippert.
- Druk zo vaak op de toets SET tot knippert.
- Schakel met de toetsen UP en DOWN om naar of . Als de instelling van de signaalsterkte veranderd wordt, dient die via de IR-sensor iR (5) opnieuw naar de radiomicrofoon of pocketzender overgedragen te worden. Bij het koppelen wordt de instelling van de signaalsterkte eveneens op de radiomicrofoon of de pocketzender overgedragen.72 b) Radiomicrofoon
- De aan/uit-toets (16) op de radiomicrofoon heeft de volgende functies: - Inschakelen: Drukken tot het LCD-beeldscherm (18) oplicht - Uitschakelen: Ingedrukt houden tot het LCD-beeldscherm 'Off' aangeeft
- Schakel de radiomicrofoon uit wanneer hij niet gebruikt wordt om het batterijverbruik te verminderen. LCD-beeldscherm: Kanaal en kanaalnummer Batterijlading Frequentieaanduiding in MHz c) Pocketzender
- De posities van de aan/uit-schakelaar (28) op de pocketzender hebben de volgende functies: - ON: Inschakelen (het LCD-beeldscherm (21) en het indicatorlampje (29) lichten op) - OFF: Uitschakelen (het LCD-beeldscherm en het indicatorlampje gaan uit) - Middenpositie (tussen ON en OFF): Pocketzender op stom schakelen
- Regel de geluidssterkte met de volumeregelaar VOL (27).
- Schakel de pocketzender uit wanneer hij niet gebruikt wordt om het batterijverbruik te verminderen. LCD-beeldscherm: Kanaalnummer Batterijlading Frequentieaanduiding in MHz Zender is op stom geschakeld. Zendvermogen laag (LO) / hoog (HI) Instelling wordt door ontvangststation uitgevoerd.73 d) De radiomicrofoon/pocketzender met het ontvangststation koppelen Draai alle volumeregelaars op nul voordat u het ontvangststation van stroom voorziet en aanzet. Als u deze aanwijzing niet opvolgt, kan er schade optreden.
- Zet het ontvangststation aan. Radiomicrofoon
- Zet de radiomicrofoon aan.
- Beslis of de radiomicrofoon moet communiceren op audiokanaal A (CH.A) (linker beeldschermzijde van het ontvangststation) of audiokanaal B (CH.B) (rechter beeldschermzijde van het ontvangststation).
- Houd de toets SET ingedrukt tot knippert.
- Kies het gewenste kanaal uit met de toetsen UP en DOWN.
- Houd de toets SET zo lang ingedrukt tot op het beeldscherm het ontvangststation oplicht en knippert. - De koppelingssignalen worden ongeveer 8 seconden uitgezonden; vervolgens dooft en moet het proces herhaald worden.
- Houd de IR-sensor IR (17) op de radiomicrofoon bij de IR-sensor iR (5) op het ontvangststation. Het kanaal wordt op de microfoon overgedragen.
- Controleer op de beeldschermen of de microfoon en het ontvangststation hetzelfde kanaal weergeven. - Indien ja is de koppeling voltooid. - Indien niet herhaalt u het proces.
- Na geslaagde koppeling brandt in het LCD-beeldscherm van het ontvangststation of .
- Als de microfoon en het ontvangststation uitgeschakeld worden, worden de apparaten na het opnieuw inschakelen automatisch gekoppeld. Daardoor staat het ontvangststation op hetzelfde kanaal als de microfoon. Pocketzender:
- Open het batterijvak om de afgedekte IR-sensor iR (25) vrij te leggen.
- Voer de koppeling van de pocketzender op dezelfde wijze uit als voor de radiomicrofoon. Meer compatibele microfoons kunnen gekoppeld worden. e) Audio weergeven
- Neem het aangesloten audioapparaat in gebruik.
- Stel de gewenste geluidssterkte in met de volumeregelaars VOLUME.A (4) en VOLUME.B (4) op het ontvangststation en de volumeregelaar op de aangesloten audioapparaten.
- Een gekoppelde radiomicrofoon draagt het signaal over naar het ontvangststation. Deze leidt het signaal verder naar het aangesloten audioapparaat. Let op de reikwijdte afhankelijk van de instelling van de signaalsterkte: - Instelling : max. 30 m, Instelling : max. 25 m
- Schakel na gebruik de radiomicrofoon en de pocketzender uit en zet de aan/uit-schakelaar POWER op het ontvangststation in de positie 0.74 Radiomicrofoon/pocketzender (met headset): Let op enkele aanwijzingen voor gebruik van de radiomicrofoon en de pocketzender (met headset): Houd de ingeschakelde microfoon niet bij een gekoppelde luidspreker om rondzingen door terugkoppeling te voorkomen.
- Houd de radiomicrofoon niet bij het raster (19) vast wanner hij aanstaat, maar houd uw hand om de huls (15).
- De afstand tot de mond dient bij de radiomicrofoon niet meer dan 15 cm te bedragen.
- Houd twee ingeschakelde microfoons niet tegen elkaar en breng ze niet dicht bij elkaar.
12. Probleemoplossing
Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing Er is geen functie nadat de aan/uit-schakelaar POWER op het ontvangststation ingeschakeld wordt. De netvoedingadapter is niet goed aangesloten op het stopcontact. Het aansluitsnoer van de netvoedingsadapter steekt niet correct in de voedingsaansluiting DC INPUT. Er staat geen spanning op het stopcontact. Controleer de aansluitingen en vergewis u ervan dat er spanning staat op het ontvangststation. Het ontvangststation is ingeschakeld maar er klinkt geen geluid. Het ontvangststation is niet correct met het later aangesloten audioapparaat verbonden. Op het later aangesloten audioapparaat is de verkeerde ingang gekozen. Controleer alle aansluitingen op een correctie verbinding en toewijzing. Verkeerde zenderkeuze op het ontvangstapparaat. Schakel een zender in. De geluidssterkte is verkeerd ingesteld. De geluidssterkte op het ontvangstapparaat of van andere volumeregelaars staat niet op nul. Stel de geluidssterkte correct in. Het geluid wordt vervormd. De signaalversterking op het aangesloten audioapparaat is verkeerd ingesteld. Stel de versterker of mixer correct in. Het geluid verdwijnt soms even. De ontvangst wordt gehinderd door een communicatieloze zone. Gebruik de microfoon niet op plaatsen waar dit optreedt. Ruisen/vervorming van het signaal Een ander radioapparaat stoort de overdracht. Vermijd het gebruik van andere apparaten op dezelfde frequentieband.75 De radiomicrofoon of pocketzender wordt niet ontvangen. De batterijen zijn leeg. Vervang de batterijen. Bij de radio-overdracht treden storingen op of er is geen ontvangst mogelijk. De antennes zijn niet optimaal gericht. Probeer de antennes anders te richten. De communicatieweg wordt gehinderd door een barrière voor radiogolven (metalen oppervlak, muur van gewapend beton, enz.). De reikwijdte van het systeem wordt overschreden. Er bevindt zich een storingsbron (radioapparaat, computer, sterke elektromotor, enz.) in de buurt van de zender of het ontvangststation. Verander uw positie of verklein de afstand tussen de zender en het ontvangststation.
13. Schoonmaken en onderhoud
Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen, schoonmaakalcohol of andere chemische oplosmiddelen omdat die de behuizing kunnen beschadigen of zelfs het functioneren kunnen beïnvloeden.
- Schakel het apparaat dat u gaat schoonmaken uit, en ontkoppel het van alle andere aangesloten apparaten en van de stroomvoorziening.
- Dompel de apparaten niet onder in water.
- De buitenkant van de apparaten mag alleen met een zachte, droge doek of kwast gereinigd worden.76
14. Verklaring van conformiteit (DOC)
Bij deze verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau, dat dit product voldoet aan de richtlijn 2014/53/EG. De volledige tekst van de EG-conformiteitsverklaring staat als download via het volgende internetadres ter beschikking: www.conrad.com/downloads Kies een taal door op een vlagsymbool te klikken en voer het bestelnummer van het product in het zoekveld in; aansluitend kunt u de EU-conformiteitsverklaring downloaden in pdf-indeling.
a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren. Verwijder de geplaatste batterijen/accu’s en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen/accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de betreffende zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). Ukuntgebruiktebatterijen/accu'skosteloosafgevenbijdeverzamelpuntenvanuwgemeente,onzelialenofoveral waar batterijen/accu's worden verkocht. Zo vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot de bescherming van het milieu.77
SimpelGids