VC1113 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC1113 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC1113 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC1113 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC1113 VOLTCRAFT
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
a) Symbolen die voorkomen in de gebruiksaanwijzing Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. Het pictogram met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die in ieder geval nageleefd moeten worden. U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. 94b) Symbolen op het product Symbool Betekenis Dit symbool geeft aan dat dit product volgens veiligheidsklasse II is op- gebouwd. Hij heeft versterkte of dubbele isolatie tussen stroomcircuit en uitgangsspanning. Aardpotentiaal Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. Wisselspanning Gelijkspanning Akoestische signalen aan/uit Diode Symbool voor het capaciteitsmeetbereik Een symbool met een vierkant staat het meten van de stroom aan niet-ge- isoleerde, gevaarlijk-actieve stroomkabels toe en waarschuwt voor de mogelijke gevaren. U dient gebruik te maken van een persoonlijke veilig- heidsuitrusting. Dit apparaat is CE-conform en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen. CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die met behulp van een stekker direct zijn aangesloten op het elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Meetcategorie III voor metingen aan installaties in gebouwen (bijv. stop- contacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere cate- gorieën (bijvoorbeeld CAT II voor metingen aan elektrische apparaten). Het uitvoeren van metingen in CAT III is alleen toegestaan met behulp van meetpennen met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpennen met afdekdoppen. Polariteitsmarkering (pluspool) voor gelijkstroommeting. De symbolen ge- ven de stroomrichting weer om te kunnen meten met de juiste polariteit. Positiemarkeringen voor de stroomgeleider voor juiste stroommetingen.
953. Doelmatig gebruik
Stroomtang voor het meten en weergeven van de elektrische parameters in het bereik van over- spanningscategorie CAT II tot max. 1000 V en CAT III tot max. 600 V tegen aardingspotentieel, volgens EN 61010-1, EN 61010-2-032, EN 61010-2-033 en alle lagere categorieën. - Meten van gelijk- en wisselspanningen tot max. 1000 V/ DC, 750 V/ AC - Meten van gelijk- en wisselstroom tot max. 200 A - Meten van weerstanden - Doorgangstest (<10 Ω akoestisch) - Diodetest - Capaciteitsmetingen tot 6 mF - Contactloze wisselspanningscontrole (NCV) ≥ 100 V rms afstand ≤ 10 mm - ≥ 100 - 600 V/AC en ≤ 15 mm afstand - De spanning in de stroommeetkring mag in cat. II niet groter zijn dan 1000 V en moet in cat. III onder de 600 V blijven. Metingen onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omgevingsom- standigheden zijn: - Vocht of een hoge luchtvochtigheid - Stof en brandbare gassen - Dampen of oplosmiddelen - Onweer dan wel onweersomstandigheden zoals sterke elektrostatische velden etc. Gebruik om te meten alleen meetkabels die afgestemd zijn op de specicaties van het meet- apparaat. Gebruik het apparaat alleen met het aangegeven batterijtype. Het meetapparaat mag niet gebruikt worden in geopende toestand, met geopend batterijvak of met ontbrekende batterijvakdeksel. Het product is alleen bedoeld voor gebruik in gesloten ruimtes, dus gebruik buitenshuis is niet toegestaan. Contact met vocht, bijv. in badkamers e.d. dient absoluut te worden vermeden. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product beschadigd raken. Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaar- lijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schok etc. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. 96Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
- Gebruiksaanwijzing 1Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website.
5. Eigenschappen en functies
- Metingen in Cat. II 1000V, cat. III 600V
- True RMS (Meting effectieve waarde)
- Automatische keuze van het meetbereik
- Achtergrondverlichting
- Weergave van de overschrijding van het meetbereik "OL"
- Functie om de meetwaarde vast te houden
976. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor het daardoor ontstane persoonlijke letsel of schade aan voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemeen
- Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huis- dieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct invallend zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, dampen en oplos- middelen.
- Als een veilige werking niet meer mogelijk is, het product niet langer gebruiken en beschermen tegen onbedoeld gebruik. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen of - onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde belastingen.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een gerin- ge hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een specialist of in een erkend servicecentrum.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere specialisten. 98b) Aangesloten apparaten
- Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en gebruiksaanwijzingen in acht van de overige apparaten, waarop het product wordt aangesloten. c) Batterijen
- Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen.
- Verwijder batterijen als u het apparaat langere tijd niet gebruikt om beschadiging door lekken te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruik daarom veiligheids- handschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken.
- Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslinge- ren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren ze inslikken.
- Alle batterijen dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen in het apparaat kan leiden tot batterij- lekkage en beschadiging van het apparaat.
- Batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar! d) Personen en product
- Gebruik het product nooit meteen nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. De condens die hierbij ontstaat, kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat u het aansluit en gebruikt. Dit kan eventueel enkele uren duren.
- Giet nooit vloeistoffen uit over elektrische apparaten en zet er ook geen met vloei- stof gevulde voorwerpen naast.
- Gebruik het product niet wanneer het product zelf of de meetkabels beschadigd zijn of als u vermoedt dat het product niet naar behoren werkt. Let in het bijzonder op de isolatie. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd is (gescheurd, losgetrokken, etc.). Vervang de meetkabel als deze beschadigd is.
- De draaischakelaar moet voor het meten op de juiste positie worden ingesteld.
- Gebruik voor de metingen alleen de meegeleverde meetkabels. Deze zijn op de specicaties van het meetapparaat afgestemd.
- In scholen en opleidingsinstellingen, hobby- en werkplaatsen moet werken met meetapparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel. 99• Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht.
- Het product is alleen geschikt voor gebruik in een droge omgeving. Het product mag niet vochtig of nat worden. Pak om beschadigingen te voorkomen het pro- duct nooit vast met natte handen.
- Controleer vóór elke meting uw meetapparaat en de meetkabels op beschadi- gingen.
- Stel het meetapparaat voor iedere meting in op de gewenste eenheid. Een foutie- ve meting kan het product vernielen!
- De spanning tussen de aansluitpunten mag de vermelde spanning niet overschrij- den.
- Verwijder de meetkabels altijd van het meetobject voordat u het meetbereik wij- zigt.
- Wees met name voorzichtig bij de omgang met wisselspanningen (AC) groter dan 33 V resp. gelijkspanningen (DC) groter dan 42 V! Bij deze spanningen kunt u in geval van contact met een elektrische kabel een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen.
- Om een elektrische schok te vermijden dient u erop te letten dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt.
- Tijdens het meten mag u de meetpennen niet voorbij de voelbare handgreepmar- keringen (ook aan de apparaatzijde) vastpakken.
- Gebruik het product niet in de directe nabijheid van: - Sterke magnetische of elektromagnetische velden - Zendmasten of RF-generatoren.
- Let er bij iedere meting op dat door de stroomtangsensor geen voorwerpen zoals bijv. kabels plat worden gedrukt.
- Zorg er bij het aansluiten van de meetkabels altijd voor dat de polariteit juist is. (Rood = pluspool, zwart = minpool).
- Lees voor elke meting de beschrijving van de afbeeldingen in de gebruiksaanwij- zing. Een foutieve meting kan het product vernielen!
- Verwijder voor het aansluiten van de meetkabels de stofkappen op de connecto- ren. Plaats de doppen na iedere meting terug om te voorkomen dat de aanslui- tingen vuil worden.
- Neem ook de veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
- Gebruik het meetapparaat nooit zonder de afdekkingen aan de achterkant of het van het batterijvak. Doet u dat niet dan bestaat er kans op een elektrische schok! 1007. Bedieningselementen en symbolen a) Stroomtang
1 Stroomtang 2 Zaklampknop 3 Draaischakelaar om de gewenste meetfunctie te kiezen 4 Knop HOLD/ 5 Lcd-display 6 V-meetbus ( V Ω) 7 COM-meetbus 8 Knop REL ZERO 9 Knop SELECT 10 Batterijvak (achterkant) 11 NCV-signaalaanduiding 101b) Symbolen op het lcd-display
Ohm (eenheid van elektrische weerstand) Kilo-ohm (exp.3), mega-ohm (exp.6) Hertz (eenheid van elektrische frequentie) Millivolt (exp.–3) Milliampère (exp.–3), Microampère (exp.–6) Nanofarad (exp–9; eenheid van elektrische capaciteit) Microfarad (exp.–6) Millifarad (exp.-3) B V A Volt (eenheid van elektrische spanning) Ampère (eenheid voor elektrische stroom) C - Meetwaarde-weergave D Capaciteit batterij E Automatische uitschakeling F NCV Contactloze herkenning wisselspanning G Symbool voor capaciteit H Symbool voor de diodetest I Symbool voor akoestische continuïteitscontrole J Auto Automatische meetbereikkeuze is actief 102Nr. Symbool Verklaring K Bliksemsymbool voor spanningsmeting L + - Weergave van het voorteken van de meetwaarde M DC Gelijkspanning/-stroom N AC Wisselspanning/-stroom O HOLD-functie is actief als het symbool wordt weergegeven P Relatieve meting is ingesteld Q Nulinstelling
8. Plaatsen/vervangen van de batterijen
a) Batterijen plaatsen Bij levering bevat het product normaalgesproken geen batterijen. Gebruik van accu's wordt in verband met hun lagere spanning afgeraden. Volg de hierna beschreven stappen om het product in gebruik te nemen.
1. Zet de draaischakelaar (3) op stand OFF. Verbreek de verbinding van de stroomtang met
elk mogelijk meetobject.
2. Leg het product op zijn kop op een zacht oppervlak om te voorkomen dat er krassen kunnen
3. Maak met een geschikte kruiskopschroevendraaier de schroef van het batterijklepje (10)
los. Verwijder het batterijklepje.
4. Verwijder de verbruikte batterijen en gooi die op milieuvriendelijke wijze weg. Lees daarvoor
ook hoofdstuk 13. Verwijdering.
5. Plaats twee nieuwe 1,5 V batterijen van het type AA, met inachtneming van de opgedrukte
polariteitsgegevens, in de batterijhouder (2 x AA batterijen worden meegeleverd met dit product).
6. Plaats het batterijklepje weer terug (let op het lipje) en maak het weer vast met de schroef.
Gebruik niet teveel kracht bij het vastdraaien van de schroef. 103Afb. 1 b) Batterijen vervangen Het vervangen van de batterij is noodzakelijk als op het lcd-display (5) het symbool (D) oplicht of de achtergrondverlichting nog zwak of helemaal niet meer brandt. Vervang de batterijen zo snel mogelijk als beschreven in paragraaf a) Batterijen plaatsen. Ziet u bij het aanzetten alleen het symbool , vervang de batterijen dan onmiddellijk.
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of delen daarvan aan als daar hogere spanningen dan 33 V/Acrms of 42 V/DC op kunnen staan! Levensgevaar! De maximale toegestane spanning in de te meten stroomkring ten opzichte van het aardpotentiaal mag de 1000 V in CAT II of 600 V in CAT III niet overschrijden. Controleer vóór begin van elke meting alle verbonden meetkabels op schade, bijvoorbeeld scheuren, barsten of knikken. Defecte meetkabels mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaar! Pak de meetpennen tijdens het meten niet vast boven de voelbare handgreepmarkeringen. Verbind alleen de twee meetkabels met het meetapparaat die voor het meten nodig zijn. Ontkoppel wanneer u stroommetingen uitvoert uit veiligheidsoverwegingen alle meetkabels die u niet nodig heeft, van het meetapparaat . 104Het meten van stroomkringen > 33 V/AC en > 42 V/DC mag alleen worden uitgevoerd door een vakman en door personen die vertrouwd zijn met de geldende voorschriften en alle daaruit voortvloeiende mogelijke gevaren. Houd voor uw eigen veiligheid rekening met alle relevante veiligheidsinstructies, voorschriften en veiligheidsmaatregelen. De meetwaarden worden weergegeven op het lcd-display (5) van de stroomtang. De polariteit wordt bij negatieve meetwaarden automatisch met het teken (-) weergegeven. Verschijnt < OL > (voor Overload) in het lcd-display (5), dan heeft u het meetbereik overschreden. Transportbeveiligingskappen bevinden zich op de stekkers van de meegeleverde meetkabels. Verwijder deze voordat u de stekkers van de meetsnoeren in de bussen steekt. a) Aan-/uitzetten / meetfunctie kiezen
- Zet de draaischakelaar (3) uit de stand OFF op een meet- functie. Het meetapparaat schakelt zich zelf in. Er klinkt een bevestigingstoon.
- Het apparaat is uitgezet als de draaischakelaar (3) in stand OFF staat. Schakel het apparaat na de meting uit.
- Kies de aparte meetfuncties met behulp van de draaischake- laar uit. De automatische bereikskeuze is bij een aantal meet- functies actief. Hierbij wordt altijd het desbetreffende geschikte meetbereik ingesteld. In het lcd-display ( 5) verschijnt "auto" (J).
- Sommige meetfuncties moeten met behulp van de knop SELECT (9) worden ingesteld. Lees hiervoor in de betreffende hoofdstukken. Belangrijk! Zorg er voor iedere meting voor dat u de juiste meetfunctie hebt ingesteld.
- Bij het indrukken van een knop of de draaischakelaar klinkt een pieptoon. Bij een ongeldige werking geeft de zoemer twee tonen af. Afb. 2
105b) Relatieve meting U kunt meetwaarden absoluut meten (normale meetmodus) of een waarde in verhouding tot de voorgaande meten.
- Om een actueel gemeten meetwaarde als uitgangswaarde (nulwaarde) over te nemen, drukt u in de normale meetmodus tijdens een meting op de knop REL ZERO (8). De dis- playweergave schakelt over naar "000". "REL" en (P) worden op het lcd-display (5) weergegeven.
- Om terug te schakelen naar de normale meetmodus, drukt u opnieuw op de knop REL ZERO (8). Als u de draaischakelaar (3) op een andere meetfunctie zet, keert het meetappa- raat ook terug naar de normale meetmodus.
- U kunt de HOLD-functie op dezelfde manier bij relatieve metingen gebruiken. Een actie- ve HOLD-functie wordt uitgeschakeld wanneer u van de relatieve meting naar de normale modus schakelt. c) Stroommeting "A" De multimeter is voorzien van een stroomtang (1) voor contactloze stroommetingen. De sen- soren in de stroomtang detecteren het magnetisch veld rond de geleiders waar een stroom doorheen loopt. Zorg dat de geleider zich altijd in het midden van de tang bevindt (let op de pijlmarkeringen). Klem de stroomtang altijd alleen om één stroomgeleider. 106Meten van wisselstroom A
- Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik "A" . Het product is in het meetbereik voor wisselstroom en in het lcd-display (5) verschijnt "AC" en "A".
- Het wisselstroommeetbereik wordt door het meetapparaat automatisch gekozen.
- Leid de afzonderlijke stroomgeleider die moet worden gemeten. Plaats de stroomgeleider langs de beide richtingslijnen aan het onderste uiteinde van de u-vormige stroomtang.
- De gemeten wisselstroom wordt weergegeven op het lcd-display. Meet geen stromen van meer dan 200 A. Bij het overschrijden van het meetbereik (200 A) klinken continu pieptonen.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. Meten van gelijkstroom A met nulinstelling Door de hoge gevoeligheid en het omringend magnetisch veld (i.e. het magnetisch veld van de aarde, etc.) wordt in het gelijkstroom-meetbereik, zelfs als de tang gesloten is, altijd een lage stroomsterkte op het display aangegeven. Zet direct voor iedere meting of wanneer van stroom- kabel wordt gewisseld, de weergave handmatig op nul. Ga voor de nulinstelling als volgt te werk:
- Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik A . Het product is in het meetbereik voor wisselstroom en in het lcd-display (5) verschijnt "AC" en "A".
- Druk op de knop SELECT (9) om het meetbereik voor gelijkstroom te kiezen. Op het lcd- display verschijnt "DC" en "A".
- Voer een nulinstelling uit zonder de geleider en met de tang gesloten. Druk daartoe kort op knop REL ZERO (8). U hoort een pieptoon en het lcd-display bevestigt de nulinstelling.
- Iedere keer als u op knop REL ZERO drukt, wordt een nieuwe nulinstelling uitgevoerd. Om deze functie te deactiveren moet u de knop REL ZERO ca. 2 seconden lang ingedrukt houden. Het display geeft niet langer het ZERO symbool weer. Het apparaat bevindt zich dan weer in de normale meetmodus zonder nulinstelling. 107• Na een succesvolle nulinstelling voert u de afzonderlijke stroomgeleider, die moet worden gemeten, in de stroomtang in. Plaats de stroomgeleider langs de beide richtingslijnen aan het onderste uiteinde van de u-vormige stroomtang.
- De gemeten wisselstroom wordt weergegeven op het lcd-display.
- Overeenkomstig de inlegrichting wordt een positief of negatief teken voor de weergavewaarde weergegeven. Zodra bij het meten van gelijkstroom een minteken "-" voor de gemeten waarde verschijnt, loopt de stroom in tegengestelde richting (of is de stroomtang omgedraaid).
- Meet geen stromen van meer dan 200 A. Bij het overschrijden van het meetbereik (200 A) klinken continu pieptonen.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. 108d) Spanningsmeting "V" Meting van wisselspanningen "AC" (V )
- Schakel het product met behulp van de draaischakelaar (3) in en kies het meetbereik V . In de weergave verschijnt "AC" en "V".
- Steek de rode meetkabel in de V-meetbus (6) en de zwarte meetkabel in de COM-meetbus (7).
- Verbind dan de meetpennen met het meetobject (generator, netspanning etc.).
- De meetwaarde wordt in het lcd-display (5) weergegeven.
- Meet geen spanningen van meer dan 750 V/AC. Bij het overschrijden van het meetbereik (750 V/AC) hoort u geluidssignalen. Bij het overschrijden van een spanning van 30 V/AC geeft het lcd-display een visuele hoogspanningswaarschuwing weer om te waarschuwen voor het gevaar van elektrische schokken.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. 109Meting van gelijkspanningen "DC" (V )
- Schakel het product met behulp van de draaischakelaar (3) in en kies het meetbereik V . Druk op de knop SELECT (9) om het gelijkstroombereik te kiezen. Op het lcd-display verschijnt "DC" en "V"
- Steek de rode meetkabel in de V-meetbus (6) en de zwarte meetkabel in de COM-meetbus (7).
- Verbind dan de meetpennen met het meetobject (batterij, stroomkring, etc.). Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool. Bij het overschrijden van een spanning van 42 V/DC geeft het lcd-display een visuele hoogspanningswaarschuwing weer om te waarschuwen voor het gevaar van elektrische schokken.
- De actuele meetwaarde wordt samen met de desbetreffende polariteit weergegeven op het display. Wanneer er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een "-" (min)-teken verschijnt, is de gemeten spanning negatief (of de meetkabels zijn verwisseld).
- Meet geen spanningen van meer dan 1000 V/DC. Bij het overschrijden van het meetbereik (1000 V/DC) hoort u geluidssignalen.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. 110e) Meten van de weerstand Controleer of alle te meten onderdelen van de schakeling, schakelingen en componenten evenals andere te meten objecten volledig spanningsloos en ontladen zijn.
- Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik . Op het lcd-display verschijnt "Ω" en "V".
- Steek de rode meetkabel in de V-meetbus (6) en de zwarte meetkabel in de COM-meetbus (7). Houd voor het meten in het meetbereik van 600 Ω de meetpennen samen om ze kort te sluiten. Druk op de knop REL ZERO (8), om de waarde terug te zetten. Dit compenseert de invloed van de weerstand van de meetpennen.
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het te meten object (batterij, schakeling enz.). Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool.
- De actuele meetwaarde wordt samen met de desbetreffende polariteit weergegeven op het display.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. Bij het meten van weerstand moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetpennen in contact komen vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars en dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat beïnvloeden. f) Continuïteitstest Controleer of alle te meten onderdelen van de schakeling, schakelingen en componenten evenals andere te meten objecten (bijv. condensatoren) volledig spanningsloos en ontladen zijn. 111• Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik .
- Druk op de knop SELECT (9) om het meetbereik voor continuïteitstest te kiezen. Op het lcd-display verschijnt .
- Steek de rode meetkabel in de V-meetbus (6) en de zwarte meetkabel in de COM-meetbus (7).
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het te meten object (batterij, schakeling enz.). Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool.
- Als de gemeten weerstandswaarde minder dan 10 ohm bedraagt, klinkt er continu een akoestische melding, als deze tussen 10 en 100 ohm klinkt, klinkt er mogelijk een geluid, of ook niet. Bij meer dan 1000 ohm wordt geen akoestische melding weergegeven.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. 112g) Diodetest Controleer of alle te meten onderdelen van de schakeling, schakelingen en componenten evenals andere te meten objecten (bijv. condensatoren) volledig spanningsloos en ontladen zijn.
- Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik .
- Druk op de knop SELECT (9) om het meetbereik voor de diodetest te kiezen. Op het lcd-display verschijnt
- Sluit nu de beide meetpennen aan op het te meten object (batterij, schakeling enz.). Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool. Let op de polariteit.
- Een positieve spanning wordt op het lcd-display (5) weergegeven. Als u de polariteit van de meetpunten hebt verwisseld, verschijnt de weergave "OL".
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. Om de nauwkeurigste meetresultaten te verkrijgen, is het raadzaam onderdelen uit de schakelingen te verwijderen. h) Capaciteitsmeting Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Houd bij elektrolytische condensatoren absoluut rekening met de juiste polariteit. Bij capaciteitsmetingen in het bereik van 60 nF wordt een nulinstelling aanbevolen om de weer- stand van de meetkabels te compenseren. Druk daartoe kort op de knop REL ZERO (8). 113• Schakel het meetapparaat in met behulp van de draaischakelaar (3) en selecteer het meetbereik .
- Druk op de knop SELECT (9) om het meetbereik voor de capaciteitsmeting te kiezen. Op het lcd-display verschijnt .
- Steek de rode meetkabel in de V-meetbus (6) en de zwarte meetkabel in de COM-meetbus (7).
- Sluit de beide meetpennen aan op de te meten condensator. Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool. Let op de polariteit. Het display geeft na een korte periode de capaciteit weer. Wacht totdat de waarde op het display zich heeft gestabiliseerd.
- Wanneer < OL > (voor overload) in het lcd-display verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. Vanwege de hoge gevoeligheid van de meetingang, kan het in geval van "open" meetkabels enige tijd duren voordat de waarde op het lcd-display verschijnt.
i) Contactloze wisselspanningsdetectie "NCV”
De spanningsdectector is alleen bedoeld voor snelle tests en vervangt in geen geval een spanningscontrole met contact. Deze methode is niet toegestaan voor het vaststellen van spanningsloosheid zodat bepaald werk uitgevoerd kan worden. De NCV-functie (Non-Contact-Voltage-Detection = contactloze spanningsdetectie) wordt ge- bruikt om contactloos te bepalen of er wisselspanning op geleiders staat. De NCV-sensor is aangebracht aan de punt van de stroomtang. Test de NCV-functie eerst op een bekende AC-spanningsbron om foutieve metingen te vermijden. Bij een foutieve detectie bestaat het risico op een elektrische schok. 114Ga als volgt te werk:
- Schakel het product met de draaischakelaar (3) in en zet de draaischakelaar (3) op stand NCV.
- Leid de magneetveld-(NCV)-sensor aan de rechterkant van de stroomtang zo dicht mogelijk bij een geleider. De afstand moet tot ca. 10 mm bedragen. - Zolang er geen wisselspanning wordt herkend, wordt "EF" op het lcd-display weergegeven. - Als een wisselspanning van ≥ 100 V/AC rms bij een meetafstand van <10 mm wordt herkend, beginnen alarmtonen te klinken en begint de NCV- signaalweergave (11) snel te ikkeren. - Overeenkomstig de gedetecteerde wisselspanning wordt de sterkte van de gedetecteerde spanning via 4 lijnsymbolen weergegeven "―", "――", "―――" of "――――". De sterkte van de gedetecteerde spanning stijgt met het aantal streepjes.
- Verwijder na het afsluiten van de meting de stroomtang van het meetobject en schakel het product uit. Door de grote gevoeligheid van de NCV-sensor kan de NCV-signaalaanduiding (11) ook bij statische ladingen verschijnen. Dit is normaal en geen defect.
a) Automatische uitschakeling
- Het meetapparaat schakelt zich na 15 minuten automatisch uit, als geen knop of draaischakelaar wordt bediend. Deze functie beschermt en spaart de batterijen en verlengt de gebruiksduur. Voor het opnieuw inschakelen, drukt u op een knop van het apparaat of zet u de draaischakelaar in de stand OFF en selecteert u vervolgens opnieuw de gewenste meetfunctie. 115b) Verlichting
- Voor een betere leesbaarheid van het lcd-display (5) is de stroomtang voorzien van een achtergrondverlichting.
- Schakel de achtergrondverlichting in door op de knop HOLD/ (4) te drukken en gedurende ca. 2 seconden vast te houden om in de verlichting met lage intensiteit te schakelen.
- Druk nogmaals op de knop HOLD/ om verder te schakelen naar de verlichting met een hoge lichtsterkte.
- Druk de knop HOLD HOLD/ een derde keer in en houd deze ingedrukt om de verlichting weer uit te schakelen. De schakelcyclus van de verlichting is beëindigd. c) HOLD-functie
- De HOLD-functie houdt de huidige meetwaarde op het lcd-display (5) vast om deze rustig te kunnen aezen of verwerken.
- Voor het inschakelen van de HOLD-functie drukt u op de knop HOLD/ (4); een geluidssignaal bevestigt de actie en op het display verschijnt (O).
- Om de HOLD-functie uit te schakelen, drukt u opnieuw op de knop HOLD/ of draait u de draaischakelaar (3) of wisselt u de meetfunctie door op de knop SELECT (9) te drukken. d) Zaklampfunctie De zaklampfunctie werkt alleen als het meetapparaat is ingeschakeld.
- Druk op de knop (2) om de led-zaklamp aan de achterkant van het meetapparaat in te schakelen.
- Druk op de knop (2) om de led-zaklamp aan de achterkant van het meetapparaat uit te schakelen. 11611. Onderhoud
- De stroomtang is, afgezien van een regelmatige reiniging en het vervangen van de batterij, onderhoudsvrij.
- In het product bevinden zich geen onderdelen die door u onderhouden moeten worden, open het dus nooit (met uitzondering van de in deze gebruiksaanwijzing beschreven procedure voor het plaatsen/vervangen van de batterijen).
- Alleen een specialist of vakkundige service-werkplaats mag het apparaat onderhouden of repareren. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetkabels, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de draden.
12. Onderhoud en reiniging
Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsinstructies in acht te nemen: Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen, schoonmaakalcohol of andere chemische oplossingen, aangezien die de behuizing kunnen aantasten of de goede werking kunnen schaden. Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalve als dit met de hand mogelijk is, kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden. Voor een reiniging of reparatie moeten de aangesloten kabels van de meetapparatuur en van alle meetobjecten worden gescheiden. Schakel de stroomtang uit.
- Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijke. Dit beschadigt het oppervlak. Gebruik voor het schoonmaken ook geen werktuigen met scherpe kanten, schroevendraaiers of metalen borstels.
- Reinig de stroomtang en de meetkabels altijd met een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige doek. Laat het apparaat volledig drogen voordat u het voor de volgende meting gaat gebruiken. 11713. Verwijdering a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Verwijder de eventueel geplaatste batterijen en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen in te leveren; weggooien met het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batterijen worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Notice-Facile