VC292 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC292 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC292 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC292 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC292 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC292 VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
VC292 Digitale Multimeter
Bestelnr. 2576863 Pagina 166 - 219
17.2 Stromzangenwandler CLA60
2 Inleiding 168
3 Leveringsomvang 168
4 Meest recente gebruiksaanwijzing....168
5 Beschrijving van de symbolen 169
6 Beoogd gebruik....170
7 Veiligheidsinstructies ....172
7.1 Batterij/accu's 174
7.2 Aangesloten apparatuur....175
7.3 Led-licht 175
8 Productbeschrijving 176
9 Productoverzicht....177
10 Draaiknop ....178
11 Display-elementen en symbolen....179
11.1 Elementen....179
11.2 Symbolen....180
12 Metingen uitvoeren 182
12.1 De multimeter in- en uitschakelen 183
12.2 Waarschuwing incorrecte meetpoort ....184
12.3 AC-spanning meten "V"....185
12.4 mV/AC-spanning meten "mV" 186
12.5 DC-spanning meten ("V")....187
12.6 mV/DC-spanning meten ("mV")....188
12.7 LoZ-spanningsmodus ....188
12.8 Contactloze stroomtangmeting "A" 189
12.9 Contactstroommeting tot 600 mA....193
12.10 Frequentiemeting....196
12.11 Meting van pulsduur in %....197
12.12 Weerstandsmeting 198
12.13 Diodetest....199
12.14 Continuïteitstest ......200
12.15 Capaciteitsmeting 201
12.16 Contactloze AC-spanningstest "NCV"....202
13 Aanvullende functies....203
13.1 SEL-functie ....203
13.2 Zaklantaarn....203
13.3 REL-functie....203
13.4 HOLD-functie 204
13.5 Automatische uitschakelfunctie....204
14 Reiniging en onderhoud....205
14.1 Algemene informatie....205
14.2 Reiniging....205
14.3 Het batterij-/zekeringvak openen....206
14.4 Batterij plaatsen/vervangen 207
15 Verwijdering....209
15.1 Product 209
15.2 Batterijen/accu's 209
16 Probleemoplossing 211
Hartelijk dank voor de aankoop van dit product.

Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
3 Leveringsomvang
Digitale multimeter
CLA60 stroomtang
2x veiligheidstestkabels met CAT III beschermdoppen
5x AAA 1,5 V batterijen
Gebruiksaanwijzingen
4 Meest recente gebruiksaanwijzing
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code.
Volg de aanwijzingen op de website.

5 Beschrijving van de symbolen

Dit symbool waarschuwt voor gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden.

Dit symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning die kan leiden tot persoonlijk letsel door elektrische schokken.

Dit symbool geeft speciale informatie en advies over het gebruik van het product aan.

Dit product is getest volgens de CE-standaarden en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen.

Dit apparaat is geëvalueerd op conformiteit in het Verenigd Koninkrijk en voldoet aan de toepasselijke richtlijnen van Groot-Brittannië.

Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie)
CAT II
Het apparaat wordt gebruikt op test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn aangesloten op elektrische verbruikspunten (stopcontacten en soortgelijke punten) van de laagspanning-netinstallatie.
CAT III
Het is van toepassing op test- en meetcircuits die zijn aangesloten op het distributiegedeelte van de laagspanning-netinstallatie van het gebouw.
CAT IV
Meetcategorie IV: Voor het meten aan de basis van een laagspannings-installatie (bijv. tafelcontactdoos, ingangspunten van de stroom in het huis door het energiebedrijf) en buitenshuis (bijv. als u werkzaamheden uitvoert aan kabels onder de grond of boven het hoofd). Deze categorie bevat eveneens alle lagere categorieën. Meetactiviteiten in CAT III zijn alleen toegestaan met testsondes met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekdoppen boven de testsondes.

Aardpotentiaal
Gelijkstroom
Wisselstroom
6 Beoogd gebruik
Meten en weergeven van elektrische parameters in meetcategorie CAT III (tot 600 V).
In overeenstemming met de normen EN 61010-1 en EN 61010-2-033 en alle lagere categorieën.
De multimeter mag niet worden gebruikt in de meetcategorie CAT IV.
Meet gelijk- en wisselspanningen tot 600 V
Directe meting van gelijk- en wisselstromen tot 600 mA
Contactloze meting van gelijk- en wisselstromen tot 60 A met een CLA60 stroomtang
Meet frequentie van 10 Hz tot 10 MHz (max. 20 Vrms)
Meet capaciteit tot 60 mF
Meet weerstand tot 60 MΩ
Continuïteitstests (<10 Ω akoestisch)
Diodetests
De meetmodi worden geselecteerd met de draaiknop. In veel meetbereiken wordt de selectie van het meetbereik automatisch uitgevoerd (behalve voor continuiteits-tests, diodetests en stroommeetbereiken).
Effectieve (true RMS) metingen worden weergegeven als AC spanningen/stroomsterkte met een frequentie van tot wel 400 Hz worden gemeten. Dit zorgt ervoor dat sinusvormige en niet-sinusvormige spanning/stromen nauwkeurig worden gemeten.
Negatieve polariteitsmetingen worden aangegeven met het teken (-).
U kunt de lage-impedantiemodus (LoZ) gebruiken voor spanningsmetingen met verlaagde interne weerstand. Op deze manier worden fantoomspanningen onderdrukt die zouden kunnen optreden bij metingen met hoge impedantie. Metingen met verlaagde impedantie zijn alleen toegestaan in meetcircuits tot 250 V en gedurende maximaal 3 s.
De twee stroommeetingangen zijn beschermd tegen overbelasting. De spanning in het meetcircuit mag niet hoger zijn dan 600 V.
De stroomtang-meetingang is voorzien van 2x onderhoudsvrije, zelfherstellende PTC-zekering en één keramische buiszekering.
De mA/μA meetingang is voorzien van een onderhoudsvrije zelfherstellende PTC-zekering en één keramische buiszekering, die kunnen worden gebruikt bij conventionele overbelastingsfouten van minder dan ongeveer 5A, de stroom wordt beperkt en de meter wordt goed beschermd. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
De multimeter wordt van stroom voorzien door 3x standaard AAA 1,5 V batterijen. De stroomtang vereist twee standaard microbatterijen (AAA, LR3 of gelijksoortig). Het apparaat mag alleen worden gebruikt met de aangegeven batterijen. Wegens hun lage capaciteit en deels lagere celspanning, mogen er geen oplaadbare batterijen worden gebruikt.
Het apparaat gaat automatisch na 15 minuten uit als er geen knop wordt gedrukt. Dit voorkomt dat de batterij leeg raakt. Deze automatische uitschakelfunctie kan worden gedeactiveerd.
Er zit een uitklapbare steun aan de achterzijde van het apparaat. Hiermee kan de multimeter worden neergezet voor een optimale leesbaarheid.
Gebruik de multimeter en stroomtang niet wanneer het batterijvak open is of wanneer de klep van het batterijvak ontbreekt.
Meet niet in mogelijk explosieve omgevingen, vochtige ruimtes of nadelige omgevingsfactoren. Nadelige factoren zijn onder andere: Vocht of een hoge vochtigheid, stof en ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen, onweer en sterke magnetische velden.
Gebruik om veiligheidsredenen uitsluitend testkabels of accessoires die overeenkomen met de specificaties van de multimeter.
De multimeter mag alleen worden gebruikt door personen die bekend zijn met de relevante voorschriften en alle mogelijke gevaren begrijpen. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting wordt aanbevolen.
7 Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie.
Dit apparaat werd op een veilige manier verstuurd.
Neem altijd alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen in deze handleiding in acht om een veilige werking te garanderen en schade aan het apparaat te voorkomen.
De onbevoegde verandering en/of aanpassing van het apparaat is vanuit veiligheidstechnisch oogpunt en vanwege goedkeuring niet toegestaan.
Controleer of het meetinstrument correct functioneert met een bekende bron voorafgaand aan gebruik.
Raadpleeg een technicus als u niet zeker weet hoe u het apparaat moet gebruiken of aansluiten.
Meetinstrumenten en hun accessoires zijn geen speelgoed en moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
Houd u altijd aan de ongevallenpreventievoorschriften voor elektrische appara- tuur wanneer u het product in commerciële faciliteiten gebruikt.
In scholen, opleidingsinstituten en hobby- en DIY-workshops moeten digitale multimeters worden gebruikt onder verantwoordelijk toezicht van gekwalificeerd personeel. Hetzelfde geldt wanneer de multimeter wordt gebruikt door personen met verminderde fysieke en mentale capaciteiten.
Voor elke meting dient u ervoor te zorgen dat de meter is ingesteld op de juiste meetmodus.
Als u meetsonden zonder beschermende doppen gebruikt, mogen de metingen tussen de multimeter en het aardingspotentieel niet groter zijn dan de CAT II meetcategorie.
Bij het uitvoeren van CAT III-metingen moeten de beschermdoppen op de son-depunten worden geplaatst (max. leng-te van de blootgestelde contacten = 4 mm) om onbedoelde kortsluiting te voorkomen. Deze zijn meegeleverd met het product.

text_image
CAT II CAT III CAT IVVerwijder altijd de meetsondes van het meetobject voordat u het meetbereik verandert.
De spanning tussen het aansluitpunt van de multimeter en aarding mag in CAT III nooit 600 V DC/AC overschrijden.
Wees met name voorzichtig bij het werken met spanningen hoger dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Het aanraken van elektrische geleiders met deze spanningswaarden kan een dodelijke elektrische schok veroorzaken.
Om een elektrische schok te voorkomen, mag u de aansluitinge/meetpunten niet aanraken als u metingen uitvoert, niet direct noch indirect. Raak bij het meten geen blootgestelde delen aan buiten de greepmarkeringen op de meetsondes en de stroomtang.
Controleer de multimeter en testkabels op beschadigingen vóór elke meting. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.). De meetkabels worden geleverd met een slijtage-indicator. Als een kabel beschadigd is, wordt een tweede isolatielaag zichtbaar (de tweede isolatielaag heeft een andere kleur). Als dit gebeurt, mag u het meetacessoire niet meer gebruiken en dient u het te vervangen.
Gebruik de multimeter niet net vóór, tijdens of direct na onweer (elektrische schok/krachtige overspanning!). Zorg ervoor dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, het circuit en de circuitcomponenten droog zijn.
Vermijd het gebruik van het apparaat in de directe omgeving van:
Deze kunnen de metingen vertekenen.
Als u vermoedt dat veilig gebruik niet langer mogelijk is, stop dan onmiddellijk met het gebruik en zorg ervoor om onbevoegd gebruik te voorkomen. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als:
– Er tekenen van schade zijn
- Het apparaat niet naar behoren werkt
- Het apparaat langdurig onder nadelige omstandigheden werd opgeborgen
- Het apparaat onderhevig is geweest aan ruwe hantering tijdens het transport
Schakel het apparaat nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condensatie die ontstaat kan het product permanent beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld en laat het zich aanpassen aan de kamertemperatuur.
Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren, aangezien dit voor kinderen gevaarlijk speelgoed kan worden.
Neem de veiligheidsinformatie in elke sectie in acht.
Controleer vóór elk gebruik of de tester goed werkt door een bekende spanning te meten.
7.1 Batterij/accu's
Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen/accu's.
De batterijen/accu's dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/accu's kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen/accu's aan te pakken.
Batterijen/accu's moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen/accu's niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
Alle batterijen/accu's dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu's in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
Batterijen/accu's mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Laad nooit niet-oplaadbare batterijen op. Er bestaat explosiegevaar!
7.2 Aangesloten apparatuur
Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aangesloten in acht.
7.3 Led-licht
Let op, led-licht:
Niet rechtstreeks in het led-licht kijken!
Niet direct of met optische instrumenten in de lichtstraal kijken!
8 Productbeschrijving
De multimeter (DMM) toont metingen op een digitale display. De multimeter heeft 6000 tellingen (telling = kleinste displaywaarde). De juiste poorttoewijzing wordt weergegeven volgens de geselecteerde meetmodus. Een verkeerde poorttoewijzing wordt aangegeven door een waarschuwingsgeluid en een waarschuwingsindicator. Dit verhoogt de operationele veiligheid van de multimeter voor de gebruiker.
De DMM kan worden gebruikt voor het uitvoeren van metingen tot CAT III 600 V. Het is geschikt voor gebruik in zowel hobby- als professionele toepassingen.
Het is met deze multimeter niet langer nodig om vaak een zekering te vervangen die per ongeluk is geactiveerd in het mA/μA-meetbereik. De ingebouwde PTC-beveiligingselementen beperken de doorvoer van stroom bij overbelasting en beschermen zo de multimeter en het stroomcircuit. De PTC-beveiligingselementen resetten zichzelf na activering en een korte afkoelperiode. Hiervoor hoeft het stroommeetcircuit slechts kort te worden onderbroken.
Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
Met een externe stroomtang kunnen gelijk- en wisselstromen tot 60 A contactloos worden gemeten zonder het stroomcircuit te onderbreken. De meetingang is voorzien van een onderhoudsvrij PTC-beveiligingselement ter beveiliging tegen overbelasting.
Het batterij- en zekeringvak kan alleen worden geopend wanneer alle testkabels zijn verwijderd van de multimeter. Als het batterij- en zekeringvak open is, kunnen de testkabels niet in de meetpoorten worden gestoken. Dit is een ingebouwde veiligheidsfunctie, ontworpen om de gebruiker te beschermen.
9 Productoverzicht
9.1 Multimeter

text_image
A B C D E F G H I J K VOLTCAFT VC 292 Tissue ▲ WtO/Temp/Off °C P % ◎ AC DC Auto Lx -Cr n-1 HCV SATT △Connect terminal 6008 Counts True RMS Digital Multimeter POWER NCL LoZ mVx Ha# Am Vm mA- V- An OFF Cn-1 NCV I J KA. Contactloze spanningssensor
B. Driekleurige indicatie-led
C. Display
D. HOLD/REL-toets
E. Draaiknop voor het selecteren van de meetmodus
F. mAμA-meetpoort
G. metpoort voor stroomtang (+)
H. LoZ Lage impedantie 400 kΩ-toets om de impedantie te veranderen
I. SEL/ -toets

J. COM-meetpoort (referentiepotentiaal, "negatief")
K. -meeport ("positieve potentiaal" voor ge- lijkspanningen)
L. Led-licht
M. Schroefdraad voor aansluiting van de steun
N. Schroef van batterijvak
O. Batterijvak
P. Zelfherstellende PTC- en keramische buiszekering-beschermings-elementen voor de "mAμA"-meet-
ingang
9.2 Klem

R. Stroomtangsensor
S. Versteller voor DC-nulkablibratie
T. Batterijvak (achterzijde)
U. Tastbare greepbereikmarkering
V. Openingspal van tang
W. Bedrijfsschakelaar
X. Veiligheidsaansluitstekker
10 Draaiknop
Gebruik de draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus.
De automatische bereikselectie ("Auto-range") is ingeschakeld en het bereik zal automatisch worden geselecteerd.
→ De meetbereiken moeten handmatig worden geselecteerd.
→ Begin altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik.
De draaiknop is voorzien van een functietoets.
→ Gebruik de SEL/☐-toets om van submodus te wisselen wanneer de meetmodus meerdere functies heeft
Schakel de multimeter uit door de draaiknop naar de stand OFF te draaien. Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt.

text_image
mV≡ Ω Hz% μA≡ mA≡ V= θ- V~ OFF SEL NCV11 Display-elementen en symbolen
De volgende symbolen en letters verschijnen op het apparaat/display. Er kunnen andere symbolen op de display verschijnen (schermtest), maar deze hebben geen functie.
11.1 Elementen
| Element Beschrijving | |
| TRMS | Echte RMS-meting |
![]() | Delta-symbol voor relatieve meting (= referentiemeting) |
| M Mega-symbol (exp. 6) | |
| k Kilo-symbol (exp. 3) | |
![]() | |
| HZ Hertz (eenheid van de frequentie) | |
![]() | |
![]() | |
![]() | |
![]() | |
![]() | |
![]() | |
| % | Weergave van de pulsduur van de positieve halve golf in pro-centen (puls-pauze-verhouding) |
![]() | Automatische uitschakeling is geactiveerd |
![]() | Diodetest-symbol |
![]() | Akoestische continuïteitstester-symbool |
| LoZ Lage impedantie-symbool | |
ΔConn ![]() | Indicator correcte poorttoewijzing |
| Auto Automatische selectie van het meetbereik is ingeschakeld | |
![]() | Indicator voor vervanging van de batterij |
![]() | Houd-functie is ingeschakeld |
| DC Gelijkstroom-symbool ( ) --- | |
![]() | Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (negatieve klem) |
| AC Wisselstroom-symbool ( ) ~ | |
![]() | Waarschuwingssymbool voor gevaarlijke spanning |
![]() | Symbool voor stroommeting met stroomtang |
11.2 Symbolen
| Symbool Beschrijving | |
| REL Relatieve meettoets (= referentiemeting) | |
| SELECT Schakelen op submodus | |
| HOLD Bevriest de huidige meting | |
| OL Overbelasting = Het meetbereik was overschreden | |
| LEAd Waarschuwing “incorrecte poort” | |
| OFF Schakelaarstand “Multimeter UIT” | |
| ON Schakelaarstand “Multimeter AAN” | |
![]() | Diodetest-symbool |
| [kcgg] | Akoestische continuitteitstester-symbool |
![]() | Meetbereik capaciteit-symbool |
![]() | Wisselstroom-symbool |
![]() | Gelijkstroom-symbool |
| COM Aansluiting voor referentiepotentiaal | |
| mV Millivolt-modus (exp. -3) | |
| V Spanningsmodus (Volt = eenheid van elektrische spanning) | |
| A Stroommodus (Ampère = eenheid van elektrische stroom) | |
| mA Milliamp-modus (exp. -3) | |
| μA Microamp-modus (exp. -6) | |
| Hz Frequentiemodus (Hertz = eenheid van frequentie) | |
| Ω Weerstandsmodus (Ohm = eenheid van elektrische weerstand) | |
| TRMS Meting echt kwadratisch gemiddelde | |
| + | Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (positieve klem) |
| - | Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (negatieve klem) |
| [158Y] | Symbool voor stroommeting met stroomtang |
COM Aansluiting voor referentiepotentiaal
TRMS Meting echt kwadratisch gemiddelde
12 Metingen uitvoeren


Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V! Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
Metingen kunnen alleen worden uitgevoerd wanneer het batterij- en zekeringvak gesloten is. Kabels kunnen niet worden aangesloten wanneer het vak is geopend.
Controleer de testkabels vóór de meting op schade, zoals sneden, slijtage en knikken. Gebruik nooit beschadigde meetkabels aangezien deze een fatale elektrische schok tot gevolg kunnen hebben!
Raak bij het uitvoeren van metingen geen enkel deel aan buiten de greepmarkeringen op de testsondes/testkabels.
Sluit alleen de twee testkabels aan die u nodig hebt om metingen uit te voeren. Vanwege de veiligheid dient u alle onnodige testkabels te verwijderen voordat u een meting uitvoert.
Metingen in circuits met een nominale waarde van AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd en opgeleid personeel dat bekend is met de relevante voorschriften en de bijbehorende gevaren.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
De display toont de juiste volgorde voor de aansluiting van de meetpoor- ten voor elke meetmodus. Houd hier rekening mee wanneer u de testka- bels aansluit op de multimeter.
12.1 De multimeter in- en uitschakelen
Multimeter
- Gebruik de draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus.
→ Het optische meetbereik wordt automatisch geselecteerd (behalve in de stroommodus).
→ Begin bij het meten van een stroom altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik.
→ Koppel de testkabels altijd los van de multimeter voordat u overschakelt op een andere modus.
- Schakel de multimeter uit door de draaiknop naar de stand OFF te draaien.
→ Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt. - Voordat u de multimeter opbergt, dient u de testkabels in de klemmen met hoge impedantie te steken (COM en 10 ) helpt fouten bij het uitvoeren van volgende metingen te voorkomen.

De batterij moet worden geïnstalleerd voordat u de multimeter kunt gebruiken. Zie "Reiniging en onderhoud" voor instructies voor het veranderen/vervangen van de batterij.
Stroomtang
Gebruik de schuifschakelaar om de stroomtang in/uit te schakelen. Schuif de schakelaar naar de stand ON om de stroomtang in te schakelen. Operationele gereedheid wordt aangegeven door een rood brandende schakelaar.
Schuif de schakelaar naar de stand OFF om uit te schakelen. Schakel de stroomtang altijd uit wanneer deze niet wordt gebruikt.

Installeer de batterijen voordat u de multimeter en stroomtang gebruikt. Zie "Reiniging en onderhoud" voor meer informatie over het plaatsen/vervangen van de batterijen.

12.2 Waarschuwing incorrecte meetpoort
De DMM heeft een geïntegreerde controle van de meetpoorten. Als de testkabels op de verkeerde poorten zijn aangesloten (wat gevaarlijk kan zijn voor de gebruiker en de DMM kan beschadigen), activeert de DMM een akoestisch en optisch alarm.
Zodra de testkabels in de stroommeetpoorten zijn gestoken en een andere meetmodus (behalve de stroommeting) wordt geselecteerd, laat de DMM een doordringend waarschuwingsgeluid horen. Dit gebeurt ook als de meetingang tussen de stroomtangpoort en mAμA poort wordt omgewisseld.
Als het alarm wordt geactiveerd en "LEAd" op de display verschijnt, controleer dan of de kabels zijn aangesloten op de juiste poorten en of u de juiste meetmodus hebt geselecteerd.
De multimeter activeert het alarm wanneer de poorten als volgt worden aangesloten:
| Meetmodus | V/mV/Ω/Hz/→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→→ | mA/μA | A |
| Aangesloten poorten | mA/μA/A | mA/μA |

U dient de testinstelling in het geval van een alarm onmiddellijk te onderbreken en te controleren of de juiste meetmodus/meetaansluiting is geselecteerd. De display toont ook de juiste meetpoorten die voor elk meetbereik moeten worden gebruikt.
12.3 AC-spanning meten "V\~
Ga als volgt te werk om "V/AC"-spanningen te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de V meetmodus. "AC" en "V" verschijnen op de display.
→ Selecteer het meetbere mV \~ voor lagere span-ningen tot max. 600 mV.
- Steek de rode kabel in de V-poort en de zwarte kabel in de COM-poort.
- Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
→ De meting zal op de display worden weergegeven.

- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

Het spanningsmeetbereik "V/AC" heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Hierdoor wordt (vrijwel geheel) een belasting op het circuit voorkomen.
12.4 mV/AC-spanning meten "mV"\~
Ga als volgt te werk om "mV/AC"-spanningen te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de modus mV. "DC" en "mV" zullen op de display worden weergegeven.
- Druk op de toets SEL/ op de draaiknop om de "AC"-modus te selecteren.
→ "AC", "TRMS" en "mV" zullen op de display worden weergegeven.
- Steek de rode kabel in de V-poort en de zwarte kabel in de COM-poort.
- Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
→ De meting zal op de display worden weergegeven.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
Het spanningsmeetbereik "mV/AC" heeft een ingangsweerstand van ≥100 MΩ. Hierdoor wordt (vrijwel geheel) een belasting op het circuit voorkomen.

text_image
F5100CRAFT VE 252 V~ 9000 Cuads True RMS Digital METER Line V~ OFF mA mA mA DC VOUT VOUT VOUT VOUT VOUT12.5 DC-spanning meten ("V=")
Ga als volgt te werk om "DC"-gelijkspanningen te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de V=meetmodus. "DC" en "V" verschijnen op het display.
→ Selecteer het meetbere mV=voor lagere span-ningen tot max. 600 mV.
- Steek de rode kabel in de V-poort en de zwarte kabel in de COM-poort.
- Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. batterij of circuit). Sluit de rode meetsonde aan op de positieve klem en de zwarte meetsonde op de negatieve klem.

text_image
VOLTCAFFT WC 202 3000 Circuits Trans-Film Egress Multimeter VCC 1.4Ω VCC HAC HAC OFF RAGA COM 1-HAC RAGA V- V-→ De polariteit van de meting wordt aangegeven op de display.
Als “-” voor een gelijkspanningsmeting verschijnt, betekent dit dat de gemeten spanning negatief is (of dat de meetsondes omgekeerd zijn aangesloten).
Het "V/DC"-bereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Hierdoor wordt (vrijwel geheel) een belasting op het circuit voorkomen.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.6 mV/DC-spanning meten ("mV=")
Ga als volgt te werk om "mV/DC"-gelijkspanningen te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de mV-meetmodus. "DC" en "mV" zullen op de display worden weergegeven.
- Steek de rode kabel in de V -poort en de zwarte kabel in de COM-poort.
- Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. batterij of circuit).
→ De meting zal op de display worden weergegeven.

text_image
MULTICRAFT VL 2022 VCCD Cuors Test RMS Slight/No Interfer V- OFF DC mA mA mA DCM VOUT VOUT V... ay- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

Het "mV/DC"-spanningsmeetbereik heeft een weerstand van ≥100 MΩ. Hierdoor wordt (vrijwel geheel) een belasting op het circuit voorkomen.
12.7 LoZ-spanningsmodus
U kunt de LoZ-modus gebruiken om DC- en AC-spanningen te meten met een lage impedantie (ong. 400 kΩ). In deze modus verlaagt de multimeter de interne weerstand om fantoomspanningsmetingen te voorkomen. Als resultaat wordt het circuit zwaarder belast dan bij de standaard meetmodus.
- Om de LoZ-meetmodus te gebruiken, drukt u op de toetsLoZ tijdens de spanningsmeting. De gemeten impedantie wordt verlaagd voor zolang de toets ingedrukt blijft.
- "LoZ" zal op de display worden weergegeven.

De LoZ-meetmodus mag alleen worden gebruikt tot een maximale spanning van 250 V. De duur van de LoZ-meting moet worden beperkt tot maximaal 3 s. Deze modus is niet beschikbaar in het mV-meetbereik.
Na het gebruik van de LoZ-modus, dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt.
12.8 Contactloze stroomtangmeting


Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Dit is levensgevaarlijk!
De spanning in het gemeten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V.
Let voor uw eigen veiligheid op de noodzakelijke veiligheidsinformatie, wetgevingen en beschermende maatregelen.
Het meetbereik "stroomtangmeting" is een bereik met een hoge impedantie en mag alleen worden gebruikt met de stroomtang "CLA60". Directe meting is niet toegestaan.
De DMM maakt via een stroomtang het meten van gelijk- en wisselstromen tot 60 A mogelijk. De meting verloopt contactloos met een uitklapbare stroomtang. Het stroomcircuit hoeft voor metingen met een stroomtang niet te worden losgekoppeld.
De sensoren van de stroomtang detecteren het magnetische veld dat door de stroomgeleidende conductoren wordt gegenereerd. U kunt metingen uitvoeren op geïsoleerde en niet geïsoleerde conductoren. Zorg ervoor dat de conductor altijd in het midden van de stroomtang loopt (let op de pijlmarkeringen) en dat de tang is gesloten.
De stroomtang kan worden gebruikt voor zowel gelijk- als wisselstroommetingen. Bij de uitgang wordt 10 mV per gemeten ampère afgegeven.
De meting wordt in ampère op de display weergegeven. Conversie zoals bij conventionele adapters is niet nodig.

Gebruik de stroomtang niet om meer dan één conductor te omsluiten. Als de inkomende en uitgaande conductoren (bijv. L en N) worden gemeten, heffen de beide stromen elkaar op en verschijnt er geen meting op de display. Als meerdere inkomende conductoren (bijv. L1 en L2) worden gemeten, worden de twee stromen bij elkaar opgeteld.

Bij een lage stroom kan de geleider om één kant van de tang worden gedraaid om de totaal gemeten stroom te verhogen. Deel de gemeten stroom door het aantal spoelen. U krijgt dan de juiste stroomwaarde.

De schuifschakelaar van de stroomtang werkt ook als indicator voor het vervangen van de batterij. Als de schakelaar knippert in de "ON"-stand of helemaal niet oplicht, dan moeten de batterijen onmiddellijk worden vervangen, anders kunnen er meetfouten optreden.
12.8.1 Wisselstroom meten tot max. 60 A ---
- Schakel de DMM in en selecteer de modus A: "A" en "DC" zullen worden weergegeven.
- Steek de rode testkabel van de stroomtang in de meetpoort "van de DMM. Steek de zwarte testkabel in de COM-meetpoort.
- Schakel de stroomtang in bij de bedieningsschakelaar.
→ De stroomtang wordt ingeschakeld in schakelaarstand ON. De schakelaar zal rood oplichten.

text_image
0 - 60 A 800 Vmax ge-→ De stand OFF betekent uitgeschakeld.
- Stel de display vóór elke DC-meting in op nul. Draai hirtoe aan de "DC ZE-RO"-draaiknop met de tang gesloten totdat de display zo dicht mogelijk bij nul is (<0,050 A). De stroomtang is erg gevoelig dankzij de geïntegreerde Hall-sensor en moet na elke opening van de stroomsensor opnieuw worden gekalibreerd.
→ Het is mogelijk dat externe invloeden ervoor zorgen dat de exacte nulstand niet kan worden ingesteld (bijv. 0,038 A enz.). In dit geval blijft de afwijkfout lineair over het hele meetbereik en kan deze van de meting worden afgetrokken. Dit zal de meting niet belemmeren.
- Om de stroomtangsensor te openen, drukt u op de openingspal van de tang en klemt u de meetadapter met de juiste polariteit over de te meten kabel.
→ Zorg altijd voor de juiste polariteit van de stroomtang voor gelijkstroommetingen. De polariteitsymbolen staan op de voor- en achterzijde van de stroomtang. De kabel van de stroombron (+) moet van voren door de stroomtang naar de belasting lopen.
- Omsluit de geleider die u wilt meten en sluit de stroomtang. Plaats de geleider in het midden tussen de twee positiesymbolen op de tang. Zorg er bij het omsluiten van een geleider voor dat de stroomtang goed is gesloten, anders kunnen er meetfouten optreden.
→ De meting zal op de display worden weergegeven.
→ Een minteken "-" voor de meting geeft aan dat de stroom in de tegenover-gestelde richting loopt (of dat de meetsnoeren of stroomsensor met de ver-keerde polariteit zijn aangesloten).
- Verwijder de stroomtang na de meting van het gemeten object en schakel beide apparaten uit.
12.8.2 Wisselstroom meten tot max. 60 A

- Schakel de DMM in en selecteer de modus A. "A" en "DC" zullen worden weergegeven.
- Druk op SEL/om de AC-modus te openen. "AC" en "TRMS" zullen op de display worden weergegeven.
→ De display wordt automa
tisch op nul ingesteld wanneer de stroomtang in het wisselstroommeetbereik wordt gesloten. De draai-knop heeft hier geen functie. Het kan gebeuren dat externe invloeden (zoals een

sterk magnetisch veld in de buurt) voorkomt dat een exacte nulstand kan worden bereikt. In dit geval blijft de afwijkfout lineair over het hele meetbereik en kan deze van de meting worden afgetrokken. Dit zal de meting niet belemmeren.
- Druk op de openingspal om de stroomtang te openen. In de AC-modus hoeft geen rekening te worden gehouden met de stroomrichting omdat er een wisselveld aanwezig is.
- Omsluit de geleider die u wilt meten en sluit de stroomtang. Plaats de geleider in het midden tussen de twee positiesymbolen op de tang.
→ De gemeten wisselstroom wordt weergegeven op de display
- Verwijder de stroomtang na de meting van het gemeten object en schakel beide apparaten uit.
12.9 Contactstroommeting tot 600 mA

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Dit is levensgevaarlijk!
De spanning in het gemeten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V.
Begin de contactstroommeting altijd met het hoogste meetbereik en schakel indien nodig naar een lager bereik. Voordat u de multimeter inschakelt en voordat u het meetbereik wijzigt, moet het circuit altijd stroomloos worden gemaakt. Alle stroommeetbereiken zijn voorzien van zekeringen en dus beschermd tegen overbelasting.
Meet nooit stromen boven 600 mA in het mA/μA-bereik, omdat hierdoor de PTC-beveiligingselementen worden geactiveerd.
De μA/mA-meetingang heeft een zelfherstellende PTC-zekering, waardoor u bij overbelasting de zekering niet hoeft te vervangen.

Voer de stroommeting in het mAμA-meetbereik zo snel mogelijk uit. Continue metingen moeten worden vermeden. De PTC-technologie verwarmt de beschermende componenten in het meetcircuit met toenemende stroomsterkte of tijdsduur van de meting. Als een gevolg neemt de interne weerstand toe en wordt de doorvoer van stroom beperkt. Houd hier a.u.b. meer rekening wanneer u een serie metingen uitvoert.
Wanneer het meetbereik wordt overschreden, wordt er een optisch en akoestisch alarm geactiveerd.
Als de PTC-zekering is geactiveerd (gestaag afnemende meetindicator, "OL" of alarm), stop dan de meting en schakel de DMM uit (OFF). Wacht ongeveer 5 minuten. De zelfherstellende zekering zal afkoelen en vervolgens weer functioneren.
Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
12.9.1 Gelijkstroom meten (mA/μA)
- Schakel de DMM in en selecteer de modus mA of μA.
→ De tabel toont de verschillende modi en potentiële meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de corresponderende meetpoorten.
| Meetmodus Meetbereik Meetpoorten | |
| A 0 - 6000 A COM + mA A | |
| mA 6000 A - 600 mA COM + mA A |
- Steek de rode testkabel in de mAμA-meetpoort. Steek de zwarte testkabel in de COM-meetpoort.
- Houd de twee meetsondes (stroomloos) in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een accu of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
- Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
- Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van het gemeten voorwerp. Schakel de DMM uit.

text_image
AC/DC RL ~ RL BEEC Counter Test RMS Digital Wallimeter W: 2402 AC/DC RL ~ AC/DC BEEC Counter Test RMS Digital Wallimeter W: 2402 AC/DC RL ~ AC/DC BEEC Counter Test RMS Digital Wallimeter
→ "AC" en "TRMS" zullen op de display worden weergegeven.
→ De tabel toont de verschillende modi en potentiële meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de corresponderende meetpoorten.
| Meetmodus Meetbereik Meetpoorten | |
| μA 0 - 6000 μA COM + mAμA | |
| mA 6000 μA - 600 mA COM + mAμA |
- Steek de rode testkabel in de mAμA-meetpoort. Steek de zwarte testkabel in de COM-meetpoort.
- Houd de twee meetsondes (stroomloos) in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een accu, generator of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
- Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
- Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van het gemeten voorwerp. Schakel de DMM uit.

text_image
AC/DC RL ~ RL AC/DC VCC 202 Auto 4.10 ACV 36 4.20 Ground Current AC OFF VCC VCC VCC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC A10000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000
De DMM kan worden gebruikt om de frequentie van een signaalspanning te meten (frequencies van 10 Hz tot 10 MHz worden ondersteund). De maximale ingang is 20 Vrms. Deze modus is niet geschikt voor het maken van metingen op de netspanning. Neem de ingangsspecificaties in de technische specificaties in acht.
Ga als volgt te werk om de frequentie te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de modus Hz. "Hz" verschijnt op de display.

text_image
PULTCRAFT VC 293 V-100 V- OFF mA mA mA DCB 400A 400A AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A-
Steek de rode testkabel in de Hz-meetpoort en de zwarte testkabel in de COM-meetpoort.
-
Houd de twee meetsondes tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
→ De frequentie en de corresponderende eenheid zullen worden weergegeven.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.11 Meting van pulsduur in %
De DMM kan worden gebruikt om de verhouding van de pulsduur van de positieve halve golf van een wisselspanningssignaal te meten als een percentage van de gehele periode. De maximale ingang is 20 Vrms. Deze modus is niet geschikt voor het maken van metingen op de netspanning. Neem de ingangsspecificaties in de technische specificaties in acht.
Ga als volgt te werk om een pulsfrequentiemeting uit te voeren:
- Schakel de DMM in en selecteer het Hz-meetbereik. "Hz" verschijnt op de display.
- Druk op de toets SEL/ - de draaiknop. “%” zal op de display worden weergegeven.
- Steek de rode testkabel in de Hz-meetpoort en de zwarte test-kabel in de COM-meetpoort.
- Houd de twee meetsondes te- gen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).

text_image
VOLTRRAFT VC 250 T### HND mg/WC A AC DC Add MC CO - RCV MT Electronic Dams 1.0Ω DC AC DC AC DC DC AC DC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC AC 1.0Ω→ De pulsduur van de positieve halve golf wordt weergegeven op de display als een percentagewaarde.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.12 Weerstandsmeting

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
Ga als volgt te werk om de weerstand te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de Ω-meetmodus.
- Steek de rode testkabel in de Ω-meetpoort en de zwarte testkabel in de COM-meetpoort.
- Controleer de testkabels op continuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar te houden. De multi-meter dient vervolgens ongeveer 0 - 0,5 Ω weer te geven (inherente weerstand van de testkabels).
→ Voor lage-impedantiemetingen
van <600 Ω houdt u de toets
REL ongeveer één seconde

text_image
POLIGRAFT VC 252 6000 Counter True PMI Digital Multimeter R eningedrukt wanneer de meetsondes zijn kortgesloten. Dit zorgt ervoor dat de inherente weerstand van de testkabels de weerstandsmeting niet aantast. De display dient 0 Ω weer te geven. Het automatische bereik wordt daarbij uitgeschakeld.
- Houd de twee testsondes tegen het te meten object. De meting wordt aangegeven op het display (voorwaarde hiervoor is dat het voorwerp dat u meet geen te hoge weerstand heeft of niet is aangesloten). Wacht totdat de display stabiliseert. Dit kan enkele seconden duren bij weerstanden die groter zijn dan 1 MΩ.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u ervoor te zorgen dat de punten die u met de uiteinden van de meetsondes aanraakt geen vuil, olie, soldeer of dergelijke stoffen bevatten. Deze substanties kunnen de meting vertekenen.
De REL-toets werkt alleen wanneer er een meting wordt weergegeven.
Deze kan niet worden gebruikt als er "OL" op de display verschijnt.
12.13 Diodetest

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
-
Schakel de DMM in en selecteer de modus.
-
Druk 2x op SEL/ 2x om op de diodetestmodus te schakelen.
→ Het diodesymbool en verschijnen op de display.
-
Druk nogmaals op de toets om op de volgende modus te schakelen.
-
Steek de rode testkabel in de Ω-meetpoort en de zwarte test-kabel in de COM-meetpoort.
-
Controleer de testkabels op con- tinuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar te houden. Een waarde van ongeveer 0.000 V zou moeten verschijnen.
-
Houd de twee meetsondes nu tegen het object dat u wilt meten (diode). Sluit de rode testkabel aan op de anode (+) en de zwarte testkabel op de kathode (-).
De normale voorwaartse spanning van de PN-junctie wordt weergegeven in volt (V). "OL" geeft aan dat de diode in sperrichting zit of defect is. Probeer de meting opnieuw uit te voeren met de tegenovergestelde polariteit.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

text_image
WLTGRAFT MC 250 True MRC Auto Lst <5 -80 KCV M Δ(Demsept) Iarmi rel 1000 Counter True PMR Digital Motor Lst2 mV nV OFF DC mV CCM +100% KCV-412.14 Continuïteitstest

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
- Schakel de DMM in en selecteer de modus .→)
- Druk eenmaal op de toets SEL/ om op de modus te schakelen.
→ Het continuïteitstestsymbool en Ω-symbool zullen op de display verschijnen.
-
Druk nogmaals op de toets SEL/ om over te schakelen naar de volgende modus.
-
Steek de rode testkabel in de Ω-meetpoort en de zwarte test-kabel in de COM-meetpoort.
→ Als de gemeten weerstand gelijk aan of lager is dan 10 Ω, laat de multimeter een piepgeluid horen om de continuïteit aan te geven. Er is geen pieptoon meer vanaf >100 Ω. De continuïteits- test meet weerstanden tot 600 Ω.

text_image
VLTGRAFT VC 292 10000 LoZ V V- OFF mA mA mA AC mAout CDBE +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV +100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -100kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150kV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV -150nV→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.15 Capaciteitsmeting

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
Let altijd op de polariteit als u elektrolytische condensatoren gebruikt.

- Schakel de DMM in en selecteer het meetbereik
- Druk 3x op de toets SEL/ om op de capaciteitsmodus te schakelen.
- Steek de rode kabel in de V-poort en de zwarte kabel in de COM-poort.
→ "nF" zal op de display worden weergegeven.
→ Wegens de gevoelige meetingang, kan de display zelfs met "open" testkabels een uitlezing weergeven.
→ Druk op de toets REL om kleinere capaciteiten (<600 nF) te meten. De indicator wordt
vervolgens op "0" ingesteld. Het automatische bereik wordt daarbij uitgeschakeld.

text_image
HVCTGRAFT VC 2502 Tamm△HHD○Ongus#o#o#o#o A AD HO Auto Ld +/- + - MCV SMT △(Standard) Iarm#o#o 8000 Cyclic Tron PMR Digital Multimeter DC mHzA COM +/-+ - MCV +/-+ -- Houd de twee meetsondes (rood = positief, zwart = negatief) tegen het object dat u wilt meten (condensator). De capaciteit wordt na een paar seconden weergegeven op de display. Wacht totdat de display stabiliseert. Dit kan enkele seconden duren bij capaciteiten die groter zijn dan 60 μF.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.16 Contactloze AC-spanningstest "NCV"

Zorg ervoor alle meetpoorten onbezet zijn. Verwijder alle meetkabels en adapters van het meetinstrument.
Deze functie dient slechts als een hulpmiddel. Voordat u aan deze kabels begint te werken, moet u contactmetingen uitvoeren om te controleren of er geen spanning aanwezig is.
Test deze functie vooraf op een bekende wisselspanningsbron.
- Stel de functieknop in op NCV, "EF" en "NCV" zullen op de display worden weergegeven.
- Richt het contactloze spanningssensorpunt op de testplek (max. 5 mm). Voor getwiste kabels wordt het aanbevolen om de kabel aan te raken met het uiteinde van de contactloze spanningssensor.
→ Als er wisselstroom wordt waargenomen, begint de driekleurige indicator-led te branden en klinkt de zoemer.
→ Hoe hoger de spanning, hoe hoger de frequentie waarop de zoemer zal piepen.
→ De driekleurige indicator-led verandert van groen in geel in rood naargelang de spanning verhoogt.
- Schakel het apparaat UIT nadat u alle metingen hebt uitgevoerd.

text_image
MFCRAFT VC 292 MCC Coordinate Tree RMS Slight Motor DC LoZ de ntie13 Aanvullende functies
U kunt de functieknop gebruiken om een serie verschillende functies in te schakelen. De multimeter laat een pieptoon horen telkens wanneer u op de knop drukt.
13.1 SEL-functie
Sommige meetmodi hebben extra submodi. De subfuncties zijn grijs gemarkeerd in het draaigedeelte. Druk kort (<2 s) op de toets SEL/☐ om op een submodus te schakelen. Druk nogmaals op de toets SEL/☐ om over te schakelen naar de volgende submodus.
13.2 Zaklantaarn
Druk lang op de toets SEL/om-de zaklantaarn AAN/UIT te schakelen.
13.3 REL-functie
U kunt de REL-functie gebruiken om een referentiemeting uit te voeren en mogelijke lijnverliezen te voorkomen (bijv. tijdens weerstandsmetingen). De huidig weergegeven waarde wordt voor dit doel ingesteld op nul. Een nieuwe referentiewaarde wordt ingesteld.
- Schakel deze functie in door de toets REL ongeveer 2 s ingedrukt te houden. De display zal “Δ” weergeven en de meetindicator wordt op nul ingesteld. De automatische selectie van het meetbereik wordt hierbij uitgeschakeld.
- Schakel deze functie uit door van meetmodus te wisselen of door de toets REL ongeveer 2 s ingedrukt te houden.

De REL-functie is niet beschikbaar in de volgende modi: Frequentietest, diodetest en continuïteitstest.
De REL-toets werkt alleen wanneer er een meting wordt weergegeven. Deze kan niet worden gebruikt als er "OL" op de display verschijnt.
13.4 HOLD-functie
Deze functie bevriest de huidige meting op de display, zodat u deze kunt noteren voor toekomstig gebruik.

Als u spanningvoerende draden test, zorg er dan voor dat deze functie is uitgeschakeld voordat u begint met de meting. Er wordt anders een vals meetresultaat gesimuleerd!
- Druk op de toets HOLD om deze functie in te schakelen en H zal worden weergegeven.
- Schakel de houdfunctie uit door op de toets HOLD te drukken of door van meetmodus te wisselen.
13.5 Automatische uitschakelfunctie
De DMM schakelt automatisch uit nadat er 15 minuten lang geen toetsen worden ingedrukt. Deze functie bespaart batterijvermogen en verlengt de levensduur van het apparaat. Het -symbool verschijnt als de automatische uitschakelfunctie actief is.
De DMM zal gedurende ongeveer 1 minuut verschillende pieptonen laten horen alvorens uit te schakelen. Als u gedurende deze tijd op de toets REL/HOLD of SEL/☐-drukt om het uitschakelen te annuleren, klinkt het volgende uitschakelsignaal na nog eens 15 minuten. U hoort een lang piepgeluid als de multimeter wordt uitgeschakeld.
Schakel de DMM weer in door de draaiknop naar de stand "OFF" te draaien of door op de toets REL/HOLD of SEL/te drukken.
De automatische uitschakelfunctie kan handmatig worden gedeactiveerd.
Ga als volgt te werk om de automatische uitschakelfunctie te deactiveren:
- Schakel de multimeter uit (OFF).
- Houd de toets SEL/☐- ingedrukt en schakel de DMM in met de draaiknop. Het “☐- symbool zal niet langer zichtbaar zijn op de display. De automatische uitschakelfunctie blijft gedeactiveerd totdat de multimeter wordt uitgeschakeld met behulp van de draaiknop.

De CLA60 stroomtang heeft geen automatische uitschakelfunctie. Schakel deze na het meten altijd uit via de bedieningsschakelaar.
14 Reiniging en onderhoud
14.1 Algemene informatie
De multimeter dient eens per jaar te worden gekalibreerd om ervoor te zorgen dat de metingen nauwkeurig blijven.
De multimeter vereist geen onderhoud (behalve af en toe schoonmaken en vervangen van batterijen/zekeringen).
Raadpleeg de volgende paragrafen voor instructies over het vervangen van de zekering en batterij.

Controleer het apparaat en de testkabels regelmatig op tekenen van beschadiging.
14.2 Reiniging
Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat reinigt:

Het openen van afdekkingen van het product of het verwijderen van onderdelen, tenzij dit handmatig mogelijk is, kan stroomgeleidende onderdelen blootleggen.
Voor het reinigen of repareren van het apparaat dient u alle kabels van de multimeter en het gemeten voorwerp te verwijderen en de multimeter uit te schakelen.
Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke chemische middelen om het apparaat te reinigen. Deze kunnen het oppervlak van de multimeter corroderen. Bovendien zijn de dampen van deze stoffen explosief en schadelijk voor uw gezondheid. Gebruik geen scherpe gereedschappen, schroevendraaiers of metalen borstels om het apparaat te reinigen.
Gebruik een schone, vochtige, pluisvrije en antistatische doek om de multimeter, de display en de meetkabels te reinigen. Laat de multimeter voordat u het opnieuw gaat gebruiken, voldoende opdrogen.
14.3 Het batterij-/zekeringvak openen
Het batterij-/zekeringvak kan niet worden geopend wan- neer de kabels zijn aangesloten op de klemmen.
Alle klemmen worden automatisch vergrendeld wanneer het batterij-/zekeringvak wordt geopend om te voorkomen dat er kabels in worden gestoken.
Ga als volgt te werk om het batterij-/zekeringvak te openen:
- Koppel alle testkabels los van de multimeter en schakel de multimeter uit.
- Draai de schroef van het batterijvak aan de achterzijde van de multimeter los.
- Klap de uitklapbare steun uit en schuif het deksel van het batterij-/zekeringvak van de onderkant van de multimeter af.

text_image
POTATO 10 1 1→ U dient nu toegang te hebben tot de zekeringen en batterij.

text_image
VOL16R4F VOL16R4F- Herhaal de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde om het deksel van het batterij-/zekeringvak terug te plaatsen en schroef deze vervolgens op zijn plek vast.
→ De multimeter is nu gereed voor gebruik.
14.4 Batterij plaatsen/vervangen
- Koppel de multimeter en testkabels los van alle circuits en koppel vervolgens alle testkabels los van de multimeter.
- Schakel de multimeter uit.
- Verwijder het deksel van het batterij-/zekeringvak (zie "Het batterij-/zekeringvak openen").
- Installeer nieuwe batterijen met dezelfde specificaties.
→ Let op de polariteitsmarkeringen in het batterijvak.
- Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.

Gebruik de multimeter nooit wanneer het batterij-/zekeringvak is geopend. !RISICO OP FATAAL LETSEL!
Laat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs lekvaste batterijen kunnen het apparaat aantasten en vernietigen of chemicaliën vrijgeven die schadelijk zijn voor uw gezondheid.
Laat batterijen niet onbeheerd achter, aangezien deze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Roep onmiddellijk medische hulp in als een batterij is ingeslikt.
Als u van plan bent de multimeter langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de batterij om te voorkomen dat deze begint te lekken. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als deze met uw huid in contact komen. Draag altijd beschermende handschoenen als u omgaat met lekkende of beschadigde batterijen.
Batterijen mogen niet worden kortgesloten of in vuur worden gegooid!
Probeer niet-oplaadbare batterijen nooit op te laden of te demonteren, omdat dit een ontploffing kan veroorzaken.

De stroomtang vereist twee 1,5 V microbatterijen (bijv. AAA of LR3). Installeer twee nieuwe en volledig opgeladen batterijen wanneer u het instrument voor het eerst in gebruik neemt of wanneer het bedrijfslampje op de schuifschakelaar knippert.
- Koppel de meetadapter los van het gemeten object en de aangesloten testkabels van uw multimeter.
- Schakel de adapter UIT.
- Open het batterijvak op de achterzijde met een geschikte schroevendraaier en verwijder de klep van het batterijvak.
- Vervang de verbruikte batterijen door nieuwe van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak. Let op de polariteitsmarkeringen in het batterijvak.
- Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.

text_image
AAA + AAA +15 Verwijdering
15.1 Product

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt wordt gebracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die niet bij het oude apparaat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve manier uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermogelijkheden (meer informatie op onze website):
in onze Conrad-filialen
in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kunnen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
15.2 Batterijen/accu's
Verwijder eventueel geplaatste batterijen/accu's en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle gebruikte batterijen/accu's in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu's, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
U kunt verbruikte batterijen/accu's gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu's leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
16 Probleemoplossing
De multimeter is ontworpen met behulp van de nieuwste technologie en is veilig in gebruik. Problemen en storingen kunnen echter nog altijd optreden.
Deze paragraaf beschrijft hoe u mogelijke problemen kunt oplossen:

Neem altijd de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing in acht.
| Probleem Mogelijke opzaak Aanbevolen oplossing | ||
| De multimeter werkt niet. | Is de batterij leeg? Controleer het batterijvermo-gen en vervang indien nodig. | |
| De gemeten waarde verandert niet. | Hebt u de verkeerde meetmodus (AC/DC) geselecteerd? | Controleer de display (AC/ DC) en selecteer indien nodig een andere modus. |
| Hebt u de verkeerde meetpoorten gebruikt? | Controleer of de testkabels zijn aangesloten op de juiste klemmen. | |
| Is de houd-functie ingeschakeld? | Schakel de houd-functie uit. | |
| Geen meting mogelijk met de stroomtang | Is de stroomtang inge-schakeld? | Controleer de bedrijfsindi-cator.Vervang de batterijen. |
| Was de verkeerde modus (AC/DC) geselecteerd op de multimeter? | Controleer de instellingen op de multimeter. | |
| De multimeter kan geen metingen uitvoeren in het mA/ μA-bereik. | De F2-zekering is doorgebrand. | Vervang de F2-zekering door een nieuwe. |

Alle reparaties anders dan die hierboven beschreven, moeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus. Mocht u vragen hebben over de multimeter, kunt u contact opnemen met onze technische helpdesk.
Meetsnelheid ....ong. 2 - 3 metingen/seconde
AC-meetmethode ....Echte RMS, AC-gekoppeld
Testkabellengte....ong. 90 cm
Meetimpedantie ....≥10 MΩ (mV: ≥100MΩ)
Afstand meetpoorten 19 mm (COM-V)
Indicator lage batterij ....Batterijspanning <3,6 ±0,2 V
"Gevaarlijke spanning"-indicator......≥30 V/AC-DC
"Bereik overschreden"-alarm ≥600 V/AC-DC,>60 A/AC-DC
"OL"-alarm (overbelasting) ≥610 V/AC-DC, ≥60,10 A/AC-DC of meting >6000 tellingen
Automatische uitschakeling ...... na ongeveer 15 minuten
(kan handmatig worden gedeactiveerd)
Stroomverbruik (automatisch uit)....<50 μA
Bedrijfsspanning....3x AAA 1,5 V batterijen
Bedrijfsomstandigheden....0 tot +40 °C (<75% RV)
Bedrijfshoogte....max. 2000 m boven zeeniveau
Opslagtemperatuur....-10 tot +50 °C
Bedrijfsomgeving......gebruik binnenshuis
Veiligheidsvoorschriften ......EN 61010-1 en EN61010-2-033
F2-ZEKERING....Φ5×20 mm, FF 2,5 A, H 700 V,
breekcapaciteit: min. 300 A
17.2 CLA60 stroomtang
Meetfunctie ....DC, AC echte RMS
Uitgang 10 mV/A
Testkabellengte....ong. 120 cm
Stroomvoorziening....2x AAA 1,5 V batterijen
Bedrijfsomstandigheden....0 tot +40 °C (<75% RV)
Bedrijfshoogte....max. 2000 m boven zeeniveau
Opslagtemperatuur....-10 tot +50 °C
Veiligheidsvoorschriften......conform EN 61010-1
Meettoleranties
Nauwkeurigheid in ± (% van lezing + weergavefout in tellingen (= aantal kleinste punten)). Deze nauwkeurige metingen zijn gedurende een jaar geldig bij een temperatuur van +23 °C (± 5 °C) en een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75 % (niet condenserend). Als de multimeter buitenshuis wordt gebruikt of buiten het temperatuurbereik, dient u de volgende coëfficiënt te gebruiken om de nauwkeurigheid te berekenen. +0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C
De nauwkeurigheid van metingen kan worden aangetast wanneer de multimeter wordt gebruikt in een elektromagnetisch veld met hoge frequentie.
Gelijkspanning (V/DC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 60,00 mV* 0,01 mV ±(1,2% + 8) | |
| 600,0 mV* 0,1 mV ±(0,9% + 8) | |
| 6,000 V 0,001 V | |
| 60,00 V 0,01 V | |
| 600,0 V 0,1 V | |
| *Alleen beschikbaar in modus “mV”Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100% van het meetbereik600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≥100 MΩ)De multimeter kan ≤5 tellingen weergeven als een meetingang wordt kortgesloten. | |
Gelijkspanning (V/DC) LoZ
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 6,000 V 0,001 V | |
| 600,0 V 0,1 V | |
| Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100% van het meetbereik600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 400 kΩ (max. 250 V, 3 sec.)De multimeter kan ≤5 tellingen weergeven als een meetingang wordt kortgesloten.Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt. | |
Wisselspanning (V/AC)
| Bereik Resolutie N | Nauwkeurigheid | |
| 60,00 mV* 0,01 mV | ±(1,4% + 5) | |
| 600,0 mV* 0,1 mV | ||
| 6,000 V 0,001 V | ±(1,3% + 4) | |
| 60,00 V 0,01 V | ||
| 600,0 V 0,1 V | ||
| *Alleen beschikbaar in modus “mV”Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100% van het meetbereikFrequentiebereik: 45 - 400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ)De multimeter kan 5 tellingen weergeven als een meetingang wordt kortgesloten. | ||
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% | ||
Wisselspanning (V/AC) LoZ
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 6,000 V 0,001 V | |
| 600,0 V 0,1 V |
| Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100% van het meetbereikFrequentiebereik: 45 - 400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 400 kΩ (max. 250 V, 3 sec.)De multimeter kan 5 tellingen weergeven als een meetingang wordt kortgesloten.Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt. |
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% |
Gelijkstroom (A/DC)
| Bereik Resolutie | Nauwkeurigheid | |
| 600,0 μA 0,1 μA | ±(0,9% + 7) | |
| 6000 μA 1 μA | ||
| 60,00 mA 0,01 mA | ||
| 600,0 mA 0,1 mA | ||
| 6,000 A 0,001 A ±(3,2% + 27) | ||
| 60,00 A 0,01 A ±(3,2% + 5) | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingZekeringen: μA/mA = 2x 0.55 A/240 V resetbaar, 1x F2 2.5 A/700 V keramisch, interne weerstand ong. <10 Ω60 A stroomtangingang: 10 mV/A, max. 600 mV, overbelastingsbescherming door PTCGespecificeerd meetbereik met een stroomtang: 0,6 - 60 ADe multimeter kan 3 tellingen weergeven als een meetingang open is | ||
Wisselstroom (A/AC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,0 μA 0,1 μA | ±(1,3% + 4) | |
| 6000 μA 1 μA | ||
| 60,00 mA 0,01 mA | ||
| 600,0 mA 0,1 mA | ||
| 6,000 A 0,001 A ±(3,2% + 27) | ||
| 60,00 A 0,01 A ±(3,2% + 5) | ||
| Overbelastingsbescherming 600 V; frequentiebereik 45 - 400 HzZekeringen: μA/mA = 2x 0.55 A/240 V resetbaar, 1x F2 2.5 A/700 V keramisch, interne weerstand ong. <10 Ω60 A stroomtangingang: 10 mV/A, max. 600 mV, overbelastingsbescherming door PTCGespecificeerd meetbereik mA/μA: 5 - 100% van het meetbereikGespecificeerd meetbereik met een stroomtang: 0,6 - 60 ADe multimeter kan 3 tellingen weergeven als een meetingang open is | ||
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF over het gehele bereikTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% | ||
Weerstand
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 600,0 Ω* 0,1 Ω ±(1,3% + 4) | ||
| 6,000 KΩ 0,001 kΩ | ±(1,2% + 7)60,00 KΩ 0,01 kΩ | |
| 600,0 KΩ 0,1 KΩ | ||
| 6,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,5% + 4) | ||
| 60,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,7% + 7) | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingMeetspanning: Ong. 1,0 V, meetstroom ong. 0,7 mA*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤600 Ω was berekend na aftrek van de kabel-weerstand van de REL-functie | ||
Capaciteit
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 6,000 nF* 0,001 nF ±(4,4% + 9) | ||
| 60,00 nF* 0,01 nF ±(3,2% + 9) | ||
| 600,0 nF* 0,1 nF | ±(3,2% + 5) | |
| 6,000 μF 0,001 μF | ||
| 60,00 μF 0,01 μF | ||
| 600,0 μF 0,1 μF | ||
| 6,000 mF 0,001 mF | ±(4,4% + 5) | |
| 60,00 mF 0,01 mF | ±(7,0% + 5) | |
| 600 V overbelastingsbescherming*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤600 nF geldt alleen bij gebruik van de REL-functie | ||
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| ≤9,999 Hz* 0,001 Hz Niet gespecificeerd | ||
| 10,00 - 99,99 Hz 0,01 Hz | ±(0,2% + 7) | |
| 100,0 - 999,9 Hz 0,1 Hz | ||
| 1,000 - 9,999 kHz 0,001 kHz | ||
| 10,00 - 99,99 kHz 0,01 kHz | ||
| 100,0 - 999,9 kHz 0,1 kHz | ||
| 1,000 - 9,999 MHz 0,001 MHz | ||
| >10,00 MHz* 0,01 MHz Niet gespecificeerd | ||
| *Het gespecificeerde frequentiebreik is 10,00 Hz - 10 MHzSignaalniveau (zonder gelijkspanningscomponent):≤100 kHz: 200 mVrms - 20 Vrms>100 kHz tot 1 MHz: 600 mVrms - 20 Vrms>1 ~ 5 MHz: 500 mVrms - 20Vrms>5 ~ 10 MHz: 900 mVrms - 20 Vrms600 V overbelastingsbescherming | ||
Pulsbreedte/pulsverhouding (bedrijfscyclus)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 0,1 - 99,9 % 0,1 % ±(2,3%) | ||
| Overbelastingsbescherming: 600 VSignaalniveau (zonder gelijkspanningscomponent):≤100 kHz: 1 mVrms - 20 VrmsPulsbreedte frequentiebereik: ≤100 kHz | ||
Diodetest
| Testspanning Resolutie | |
| Ong. 3,0 V/DC 0,001 V | |
| Overbelastingsbescherming: 600 V; Testspanning: 2 mA typ. | |
Akoestische continuïteitstester
| Meetbereik Resolutie | |
| 600 Ω 0,1 Ω | |
| ≤10 Ω continue toon; ≥100 Ω geen toonOverbelastingsbescherming: 600 VTestspanning ong. 1 VTeststroom <1,5 mA | |

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden groter dan AC 30Vr.m.s, 42,4Vpiek of DC 60V! Levensgevaarlijk!
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu'elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l'éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
NL Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.




















