EC4406126 - Weerstation Eurochron - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EC4406126 Eurochron in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EC4406126 Eurochron
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EC4406126 - Eurochron en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EC4406126 van het merk Eurochron.
GEBRUIKSAANWIJZING EC4406126 Eurochron
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Omditzotehoudeneneenveiliggebruiktegaranderen,dientualsgebruikerdeaanwijzingenindezegebruiksaan- wijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikna- me en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiks- aanwijzing daarom voor later gebruik! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. Het symbool met een uitroepteken in een driehoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaan- wijzing die beslist opgevolgd moeten worden. U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. Het product mag alleen binnenshuis in droge, gesloten ruimtes worden gebruikt. Het product mag niet vochtig of nat worden, er bestaat levensgevaar door een elektrische schok! Dit symbool geeft aan dat dit product volgens beschermingsklasse II is opgebouwd. Het heeft een versterk- te of dubbele isolatie tussen stroomcircuit en uitgangsspanning. DitapparaatisCE-goedgekeurdenvoldoetaandebetrokkenEuropeserichtlijnen. Ditsymboolgeeftaandatditproductvoldoetaandeeisenvandeenergie-efciëntiestandaardenvoorde Klasse VI voldoet.45
3. Doelmatig gebruik
Dit product wordt gebruikt om diverse meetwaarden weer te geven, zoals binnentemperatuur en buitentemperatuur, luchtvochtigheid binnen/buiten, neerslag, windsnelheid en windrichting. De meetgegevens van de buitensensor wor- den draadloos naar het weerstation verzonden. Het product slaat de gemeten maximum/minimumwaarden van elke dag op. Deze meetgegevens kunnen worden afgeroepen. De omgevingsluchtdruk wordt gemeten en weergegeven door middel van een interne luchtdruksensor en wordt ook als luchtdruktrend weergegeven door middel van luchtdruktrendindicatoren. Het weerstation berekent ook een weers- voorspelling en registreert veranderingen in de luchtdruk. De weersvoorspelling wordt op het display weergegeven doormiddelvangraschesymbolen.TijdendatumkunnenautomatischwordeningesteldviahetNetworkTime Protocol (NTP). Een handmatige instelling is echter ook mogelijk, bijvoorbeeld in geval van verbindingsproblemen. Het weerstation kan worden ingesteld via een HTTP-interface. Het weerstation moet via WLAN met het internet ver- bonden zijn. Een lijst met alle kenmerken en eigenschappen van het product vindt u in hoofdstuk 5. "Eigenschappen en functies". Het weerstation wordt aangesloten op een externe netspanningsadapter (bij de levering inbegrepen) en heefteenCR2032-knoopcelalsreservebatterij.DebuitensensorwordtgevoeddoordrieAA/mignon-batterijen.Het weerstationmagalleenbinnenshuiswordengebruikt,nietbuiten.Contactmetvocht,bijvoorbeeldindebadkamer enz.moetabsoluutwordenvermeden.Debuitensensorwordtbuitengebruikt(IPX4).Hetmeetapparaatisgeschikt voor de meest uiteenlopende toepassingen in fabrieken, scholen, kantoren en thuis. Het product is niet geschikt voor commerciëleofmedischetoepassingen. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product beschadigd raken. Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schokken enzovoort. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voor- behouden.
- Schroevenset (voor de klem 4x schroef, 4x ring, 4x moer, 2x rubber pads) (voor de buishouder 2x schroef, 2x moer)
- Gebruiksaanwijzing 1Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeeldeQR-Code.Volgdeinstructiesopdewebsite.46
5. Eigenschappen en functies
- Update de weergegevens rond uw huis op elke plaats
- 5,7 inch kleurendisplay
- Upload van lokale weerberichten op een openbaar weerplatform (Weather-Underground & Weathercloud)
- Instellen van het contrastniveau van het lcd-display voor verschillende kijkhoeken
- Weergave van tijd en weekdag
- Weergave van de binnentemperatuur en luchtvochtigheid
- Weergave van buitentemperatuur en luchtvochtigheid
- Weergave van windrichting en windsnelheid (vlagen of gemiddelde windsnelheid)
- Realtime & dominante windrichting (16-voudige richtingsindicator)
- Weergave van de neerslag (per uur, per dag, per week, per maand en totaal)
- Weerindex voor waargenomen weer zoals een hitte-index, de gevoelstemperatuur en de dauwpunttemperatuur (binnen)
- Geheugen voor maximum- en minimumwaarde (met tijd en datum van optreden van het maximum/minimum)
- Weersverwachtingvoordekomende12uurviagraschesymbolen
- Comfortindicatorvooreendroog,vochtigofoptimaalruimteklimaat
- Registratie van de weergegevens van de laatste 24 uur
- Weergave van de huidige maanstand
- Meetwaarde-alarmfunctie (alarmsignaal bij overschrijden/vervallen onder instelbare grenswaarden) Hi/lo-alarminstelling (binnen- en buitentemperatuur en luchtvochtigheid), hi/lo-alarminstelling (windsnelheid, da- gelijkse neerslag & drukverlies)
- Waarschuwingsindicator voor hi/lo-alarm
- Firmware-upgrade mogelijk
- Tafelmontage mogelijk via bijgeleverde standaard of wandmontage
- Weergave van de weekdag in 7 talen (EN / DE / FR / ES / IT / NL / RU)
- Alarmfunctie met sluimerstand ("Snooze") en met vorstwaarschuwingsfunctie
- Temperatuurweergave-eenheidomschakelbaartussen°C(gradenCelsius)en°F(gradenFahrenheit)47
6. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan personen of voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemeen
- Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spe- lende kinderen.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, zware schokken, hoge vochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
- Als het niet langer mogelijk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is bewaard of - onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde belastingen.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een specialist of in een servicecen- trum.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere specialisten. b) Aangesloten apparaten
- Neem ook de veiligheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die met het product zijn verbonden.48 c) Batterijen/accu’s
- Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterij/accu.
- De batterijen/accu’s dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/ accu’s kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruik daarom veilig- heidshandschoenen bij de omgang met beschadigde batterijen/accu’s.
- Bewaar batterijen/accu’s buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen/accu’s niet rondslingeren omdat deze door kinderen en/of huisdieren ingeslikt kunnen worden.
- Batterijen/accu’s mogen niet uit elkaar worden gehaald, worden kortgesloten of worden verbrand. Pro- beer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar!
- Alle batterijen/accu’s moeten op hetzelfde moment worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu’s in het apparaat kan leiden tot het uitvallen van de batterijen/accu's en beschadiging van het apparaat. d) Personen en product
- Dek terwijl de rotor draait de luchtinlaat niet af en steek er geen voorwerpen in.
- Blokkeer de ventilatieopeningen van het product niet op een andere manier. Niet afdekken.
- Neem ook de veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
- Het product is alleen bedoeld voor privégebruik. Het is niet geschikt voor medische doeleinden of voor publiekeinformatie.Hetproductisnietbestemdvoorcommerciëleofindustriëletoepassingen.Erwordt geenaansprakelijkheidaanvaardvoorgebruikvanhetapparaatincommerciëleofindustriëlebedrijven of bij gebruik onder vergelijkbare omstandigheden.
- Gebruik het product niet in ziekenhuizen of medische instellingen. Hoewel de buitensensor slechts re- latief zwakke radiosignalen uitzendt, kunnen deze toch leiden tot storing van levensondersteunende systemen. Hetzelfde geldt eventueel ook op andere plaatsen.
- In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van dit apparaat.
- De producent is niet verantwoordelijk voor onjuiste meldingen, meetwaarden of weersvoorspellingen en de gevolgen daarvan.
- Het weerstation is alleen geschikt voor gebruik in droge, afgesloten binnenruimtes. Stel het product nooit bloot aan direct zonlicht, zeer hoge of lage temperaturen, vochtigheid of nattigheid; dit leidt tot beschadigingen.
- De buitensensor is geschikt voor gebruik buitenshuis. Het product mag echter niet in of onder water gebruikt worden. Dit zal de sensor onherstelbaar beschadigen.
- Dit product bevat kleine onderdelen en batterijen die kunnen worden ingeslikt.
- Gebruikgeenreserveonderdelenofandereonderdelendienietdoordefabrikantzijngespeciceerd.
- Zorg dat kinderen niet met de onderdelen kunnen spelen.
- Gebruik het product alleen in een gematigd klimaat, niet in een tropisch klimaat.
- Plaats het weerstation niet op kwetsbare meubeloppervlakken (zoals hout) zonder geschikte bescher- ming. Anders kunnen er krassen, drukplekken of verkleuringen ontstaan.49
- Plaats het weerstation op minstens 20 cm afstand van mensen.
- Dit apparaat is alleen geschikt voor montage op een hoogte van minder dan 2 m. e) Elektrische veiligheid
- De netvoedingsadapter behoort tot veiligheidsklasse II.
- Zorg ervoor dat elektrische apparaten nooit met vloeistof in contact komen en zet geen met vloeistof gevulde voorwerpen naast het apparaat. Mocht er toch vloeistof of een voorwerp in het apparaat terecht zijn gekomen, schakel dan het betreffende stopcontact stroomloos (zet bijv. de aardlekschakelaar uit) en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. Het product mag daarna niet meer worden gebruikt; breng het naar een servicecentrum.
- Gebruik het product nooit meteen nadat het vanuit een koude naar een warme ruimte werd overgebracht. De condens die hierbij ontstaat kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat u het aansluit en gebruikt. Dit kan eventueel enkele uren duren.
- Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en gemakkelijk bereikbaar zijn.
- Gebruik als spanningsbron naast de batterijen uitsluitend de meegeleverde netvoedingsadapter.
- Als spanningsbron voor de netvoedingsadapter mag uitsluitend een goedgekeurd stopcontact van het openbareelektriciteitsnetwordengebruikt.Controleervoorhetaansluitenvandenetvoedingsadapterop het stopcontact of de op de netvoedingsadapter aangegeven spanning overeenkomt met de spanning van uw stroomleverancier.
- De netspanningsadapter mag nooit met natte handen in het stopcontact gestoken of eruit getrokken worden.
- Trek de netspanningsadapter nooit aan de stroomkabel uit het stopcontact, maar trek deze altijd aan de daarvoor bestemde greepvlakken uit het stopcontact.
- Wanneer u het product installeert, zorg er dan voor dat de kabels niet worden platgedrukt, geknikt of door scherpe randen worden beschadigd.
- Plaats kabels altijd zo, dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat risico op verwondingen.
- Haal de netvoedingsadapter om veiligheidsredenen bij onweer altijd uit het stopcontact.
- Trek de stekker uit het stopcontact als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
- Raak de netvoedingsadapter niet aan wanneer deze beschadigingen vertoont; levensgevaar door een elektrische schok! Schakel eerst de netspanning van het stopcontact uit, waarop de netvoedingsadapter is aangesloten (door de bijbehorende hoofdzekering uit te schakelen of eruit te draaien, aangesloten FI-aardlekschakelaar uit te schakelen, zodat het stopcontact van alle polen van de netspanning ontkop- peld is). Trek daarna pas de stekker van de netvoedingsadapter uit het stopcontact. Zorg ervoor dat een beschadigde netvoedingsadapter milieuvriendelijk wordt afgevoerd, gebruik het niet meer. Vervang de netvoedingsadapter door een identiek exemplaar.
- Er mogen zich geen apparaten met sterke elektrische of magnetische velden in de nabijheid van het product bevinden, zoals transformatoren, motoren, draadloze telefoons, radioapparatuur, etc. omdat ze het product kunnen beïnvloeden.50
1 Standaard 2 Knop SNOOZE 3 Knop CHANNEL 4 Knop HISTORY 5 Knop MAX / MIN 6 Windknop 7 Indexknop 8 Luchtdrukknop 9 Regenknop 10 Lcd-display 11 Tijdinstelknop 12 Alarmknop 13 Ophangopeningen 14 Waarschuwingsknop 15 Omlaag-knop 16 Omhoog-knop 17 Aansluitkabel voor de netvoedingsadapter (met laagspanningsbus) 18 Instelknop tijdmodus 12/24 19 Schuifschakelaar °C / °F 20 Omschakel-knopBARO UNIT 21 Omschakel-knopSENSOR / WI-FI 22 Refresh-knop REFRESH 23 Batterijvakdeksel 24 Schuifschakelaar OFF/LO/HI 25 Resetknop RESET51 b) Indicaties op het lcd-display
1.1 Temperatuur en vochtigheid (binnen)
1.2 Weersvoorspellingssymbolen
1.3 Dag van de week / maanfasen / tijd / datum
1.4 Windwaarden (richting/sterkte)
1.5 Temperatuur en luchtvochtigheid (buiten)
1.6 Luchtdrukweergave
1.7 Weergave van de neerslaghoeveelheid
1.8 Weerindex (bijv. de waargenomen waarden)
c) Indicatorsymbolen op het display 1Weergavebereik voor luchtvochtigheid/temperatuur binnenshuis, comfortindicator, grenswaar- den (1.1) "IN" voor binnensensor Symbool "HI AL" voor de bovenste grenswaarde Symbool " " voor ingeschakelde meetwaarde-alarmfunctie Symbool"LOAL"vooronderstegrenswaarde Binnentemperatuur Luchtvochtigheid binnen Comfortindicator Trendindicator (pijl)52 2Weergavebereik voor de weersverwachting (1.2)
"FORECAST"voorvoorspelling Graschesymbolenvoordeweersverwachtingvoordekomende12tot24uur (berekend op basis van de luchtdrukhistorie van de laatste uren) 4Weergavebereik voor de dag van de week, maanfase, tijd en datum (1.3) "MO"voordeeerstetweelettersvandenaamvandeweekdag(volgensdetaalkeuze) Maanfaseweergave (zie ook hoofdstuk 12 "Weergave en bediening", paragraaf h) "Maanfasen") "PM"-symbool voor 's middags in de 12-uurs tijdsaanduiding ("AM" voor 's morgens) Weergave van de tijd in cijfers - uren en minuten AP Toegangspuntmodus Het"SYNC"-symboolgeeftaandathettijdsignaalmetsuccesviahetinternetisontvangen. Het symbool geeft een bestaande WLAN-verbinding met de router aan. Het knippert tijdens het opzetten van de verbinding. Het belsymbool geeft de status van het alarm aan (zwart=alarm ingeschakeld, grijs=alarm uitgescha- keld). DST Symbool "DST" zomertijd Het vlokkensymbool geeft samen met het belsymbool aan dat het vorstalarm is geactiveerd. 5Weergavebereik voor windwaarden (richting/sterkte) (1.4) Weergavebereik "WIND" voor windsensor Actuele windrichting Windrichting voor de laatste 5 minuten Gemiddelde windsnelheid ("AVERAGE") of vlaagsnelheid ("GUST") Aanduiding van de windrichting door middel van de kompasafkorting (bijv. "SW" = "Zuidwest") Eenheden "mph", "m/s", "km/h" of "knopen" voor windsnelheid, om- schakelbaar53 6Weergavebereik voor luchtvochtigheid/temperatuur buiten, draadloze ontvangst- en regenval- grenswaarden (1.5) Weergavebereik"OUT"voorbuitensensor Symbool voor de draadloze ontvangst van de meetwaarden van de buiten- sensor Laag/zwak batterijsymbool voor de buitensensor (als er meer dan één buiten- sensor is, verschijnt dit symbool voor elk kanaal afzonderlijk) Signaalontvangstindicator Symbool"HIAL"voordebovenstegrenswaarde/Symbool"LOAL"voorde onderste grenswaarde Symbool " " voor ingeschakelde meetwaarde-alarmfunctie Trendweergave voor buitentemperatuur en buitenluchtvochtigheid (stijgend, constant, dalend) Weergavewaarde van de buitentemperatuur Weergavewaarde van de buitenluchtvochtigheid 7Weergavebereik voor luchtdruk (1.6) Weergavebereik"BARO"voorluchtdruksensor "ABSOLUTE"-symbool voor absolute luchtdruk, "RELATIVE"-symbool voor relatieve luchtdruk Weergavewaarde van de luchtdruk Eenheden "hPa", "inHg" of "mmHg" voor de luchtdruk, omschakelbaar 8Weergavebereik voor de neerslaghoeveelheid (1,7) Weergavebereik "RAIN" voor neerslagwaarden Neerslaghoeveelheid van de laatste uren (24 seconden verversingsinterval) Weergavewaarde van de neerslaghoeveelheid Symbool"HIAL"of"LOAL"voordebovensteofonderstegrenswaarde Symbool voor de ingeschakelde meetwaarde-alarmfunctie mm/u Eenheden "in" (inches) of "mm" (millimeters) per uur voor de hoeveelheid neer- slag, omschakelbaar54 9Weergavebereik voor de weerindex (1,8) Deze bevat onder andere de gevoelstemperatuur, de warmte-index en de dauwpunttemperatuur. Symbolenvoor"WINDCHILL","INDEX","FEELSLIKE"en"DEWPOINT". geeft het subjectieve gevoel van de temperatuur aan Weergavewaarde d) Buitensensor
8. Voorbereidingen voor het opstellen en monteren
Kies een geschikte installatieplaats. Neem de volgende punten/criteria in acht. a) Bereik van het draadloze signaal Het bereik van het draadloze signaal tussen de buitensensor en het weerstation is tot 150 m onder optimale om- standigheden.Dezebereikspecicatie geldtechterin het"vrijeveld". Dezeidealeopstelling (bijv. weerstationen buitensensor op een gladde, vlakke weide zonder bomen, huizen etc.) komt men in de praktijk echter zelden. Normaal gesproken wordt het weerstation binnen geplaatst en de buitensensor bij een carport, op de garage of in de tuin. Door deverschillendeinvloedenopderadiotransmissiekangeenspeciekbereikwordengegarandeerd.Normaalgespro- ken is het gebruik in een eengezinswoning echter zonder problemen mogelijk. Als het weerstation geen gegevens van de buitensensor ontvangt (ondanks nieuwe batterijen), verklein dan de afstand tussen het weerstation en de buitensensor. Het bereik kan aanzienlijk gereduceerd worden door:
- Muren, plafonds van gewapend beton
- Nabijheid van metalen & geleidende voorwerpen (bijv. radiatoren)
- De nabijheid van een menselijk lichaam
- Breedbandinterferentie,bijvoorbeeldinwoonwijken(DECT-telefoons,mobieletelefoons,draadlozehoofdtelefoons en draadloze luidsprekers, andere weerstations die op dezelfde frequentie werken, babyfoonsystemen, enz.)
- Nabijheid van slecht afgeschermde of opengestelde computers of andere elektrische apparatuur
- Andere apparaten die werken op dezelfde uitzendfrequentie (868 MHz). De volgende waarden moeten u helpen om te beoordelen hoe de materialen van bepaalde obstakels de radiosignalen dempen. Denk bij het opstellen aan obstakels in het directe gezichtsveld. Blokkerend obstakel Verzwakking van het radiosignaal (in %) Glas (eenvoudig, geen draadglas of gemetalliseerd) 5 - 15 % Kunststof 10 - 15 % Hout 10 - 40 % Baksteen 10 - 40 % Beton 40 - 80 % Metalen 90 - 100 % Kies de montageplaats van de buitensensor die de neerslaghoeveelheid kan meten. Directe neerslag op de buitensensor is nodig om de neerslaghoeveelheid nauwkeurig te meten. De sensor moet vrijstaand worden opgesteld. De wind moet van alle kanten ongehinderd de windsensor kunnen raken om een nauw- keurige meting te garanderen. Plaatsen met turbulentie, zoals achter schoorstenen tussen daken die dicht bij elkaar liggen, moeten indien mogelijk worden vermeden. b) Installatie-instructies Metalen objecten en bouwwerken boven de omgeving uitsteken, lopen het risico op blikseminslag. Instal- leer de buitensensor nooit tijdens onweersbuien, maar op een droge dag zonder kans op onweer. Gebruik bij de installatie van de buitensensor valbeveiligingen zoals een veiligheidsharnas als u: - werkt boven water waarin u kunt vallen, bijv. tuinvijver, ongeacht de hoogte - Vanaf1mhoogte:Opwerkplekken,bijbouwwerkzaamhedenenbijtrappenhuizenenmuuropeningen. - Vanaf 3 m hoogte: Werk- en verkeersroutes op daken. - Opalleanderewerkplekkenenverkeersroutesmeteenvalhoogtevanmeerdan2m.
- Beveilig openingen in vloeren, plafonds, dakoppervlakken met vaste beveiligingen voor de gehele duur van uw werkzaamheden!
- Beveilig materiaal en gereedschap tegen vallen!56
- Tijdens de montage- en servicewerkzaamheden moet het gebied onder de montagelocatie worden afgezet.
- Markeer de gevarenzone onder de montageplaats met waarschuwingsborden zoals "Voorzichtig, werkzaamheden" of blokkeer deze zonodig en beveilig deze met waarschuwingssignalen.
- In het geval van installatie op grotere hoogte moeten de te monteren onderdelen met een onafhankelijk veiligheids- systeem worden beveiligd teven vallen. Let erop dat tijdens het boren van de montagegaten resp. tijdens het vastschroeven geen kabels of leidingen (ook waterleidingen) worden beschadigd.
9. Installatie en montage
a) Weerstation Het weerstation kan binnenshuis worden geplaatst op een horizontaal, stabiel, voldoende groot oppervlak met de standaard (1). Gebruik in geval van kwestbare meubeloppervlakken een geschikte onderlaag om krassporen te ver- mijden. Als alternatief kan de standaard worden opgehangen met behulp van de ophangopeningen (13). Voor een goede ontvangst moet het weerstation niet naast andere elektronische apparatuur, kabels, me- talen onderdelen, enz. worden geplaatst. Installeer het weerstation en de sensor op circa 2 m van even- tuele storingsbronnen. Hindernissen, die de draadloze verbinding tussen beide verhinderen, zoals bijv. gebouwen, dienen eveneens te worden vermeden. De reikwijdte van het draadloos signaal in het vrije veld bedraagt ca. 150 m. Door de aanwezigheid van hindernissen wordt dit minder. b) Buitensensor De buitensensor combineert meerdere afzonderlijke sensors in één apparaat. De buitensensor kan met behulp van de buishouder (H) op een horizontaal oppervlak worden gemonteerd of, als de buitensensor uitsteekt, op een verticaal oppervlak, bijv. een wandeinde op een verticaal oppervlak. Gebruik in het eerste geval geschikte schroeven en indien nodig pluggen (niet bij de levering inbegrepen). Als alternatief kan de buitensensor op een geschikte buis worden gemonteerd met behulp van de buishouder(H) en de klem (I). Masthouders voor satellietantennes zijn ook geschikt voor dit doel. Gebruik beide beugelonderdelen voor de buismontage (met buishouder (H), de klem (I)) en gebruik de bijgeleverde schroeven (M) om de buitensensor aan de buiseinden of andere geschikte houder bevestigen. De buishouder en de klem zijn geschikt voor een buisdiameter van ca. Ø 30 mm. Bevestig de buitensensor altijd op een geschikte plaats! Laat het niet los of ongemonteerd staan. Voor een goede draadloze ontvangst mag de buitensensor niet naast andere elektronische apparaten, kabels, meta- len onderdelen enz. worden geïnstalleerd. Monteer de buitensensor in verticale positie (buis). Wij raden u aan om voorafgaand aan de installatie de batterijen in de buitensensor te plaatsen en een functietest uit te voeren (zie hoofdstuk 11 "Bediening" in paragraaf b) "Het testen van het weerstation en de buitensensor"). Aan de bovenzijde bevindt zich een kleine ronde waterpas (B) voor het horizontaal uitlijnen van de buiten- sensor. Monteer de buitensensor zo dat de kleine luchtbel in de waterpas in het midden van de cirkelmar- kering staat.57 1Montage van de buis en de buishouder
2. Zorg ervoor dat de pijlmarkeringen van de montagebuis en het bovenste deel van de
sensor correct zijn uitgelijnd.
3. Steek de meegeleverde moer in het zeshoekige gat van de sensor. Plaats de schroef
aan de andere kant en draai deze vast met een geschikte schroevendraaier.
4. Steek de andere kant van de montagebuis in het vierkante gat van de plastic stan-
daard. Zorg ervoor dat de pijlmarkeringen op de montagebuis en de buishouder (H) correct zijn uitgelijnd.
5. Steek de meegeleverde moer in het zeskantgat van de buishouder. Plaats de schroef
aan de andere kant en draai deze vast met een geschikte schroevendraaier. 2Opstellen van de buitensensor (mastmontage) en uitlijnen Op het noordelijk halfrond Rubbe- ren pads Noorden 1,5 m tot de grond
1. Plaats de buitensensor op een vrije plaats waar de wind vrij toegang heeft,
zonder enige hinder van bijv. luifels en dergelijke. Hierdoor kunt u nauwkeu- rige regen- en windsnelheidsmetingen uitvoeren.
2. De windvaan en de rotor van de buitensensor moeten naar het noorden "N"
wijzen. Lijn de windvaan (G) van de buitensensor uit met het noorden.
3. Bevestig de buitensensor met de buishouder (H) en de klem (I) aan een
geschikte ronde buis met een diameter tot ca. Ø 30 mm.
4. Steek de rubberen pads in de klem voordat u de klem vastdraait.
5. De windvaan moet ten minste 1,5 m boven de grond worden gemonteerd.
6. Bevestig de meegeleverde buishouder (ronde buis) verticaal buiten op een
geschikte plaats, bijv. op een verticale mast. Lees in hoofdstuk 8 "Voorberei- ding voor opstelling en montage" hoe een juiste montageplaats kunt kiezen en welke speciale veiligheidsinstructies bij de montage in acht moeten wor- den genomen.
7. De waterpas (B) wordt gebruikt voor de horizontale uitlijning van de buiten-
sensor. Let op dat de luchtbel precies in het midden van de centreercirkel moet staan, zodat de buitensensor precies horizontaal is uitgelijnd.58 Bovenop de behuizing van de buitensensor bevindt zich een markering "N" tussen de regentrechter (A) en de windsnelheidssensor (D) en een pijl voor de richting "Noorden". Monteer de buitensensor zo dat de "N"-markering precies naar het noorden wijst. Een magnetisch kompas kan worden gebruikt om het noorden te bepalen. Sommige smartphones hebben een kompas geïntegreerd als app. Als u geen kompas heeft, kunt u misschien een kaart of kaartmateriaal op het internet gebruiken om u te helpen bij het vinden vanhetnoorden(bijbenadering).Houderbijhetuitlijnenrekeningmeedatdemagnetischeengeogra- sche noordpool niet helemaal overeenkomen. U kunt deze zogenaamde "declinatie" overwegen. De lokale declinaties worden genoteerd in isogonale of luchtvaartkaarten en kunnen u helpen om uw sensor precies volgensuwgeograschelocatieuittelijnen. Alsaldezeinstructiesnietwordenopgevolgdendeoriëntatievandepijlnietnaarhetnoordenis,isde weergave van de windrichting in het weerstation niet correct. Als u de markeringen dus niet precies op uw geograschelocatieaandehandvandepuntenvanhetkompasuitlijnt,ontstaatereenpermanentefout bij de bepaling van de windrichting door de buitensensor en het weerstation. 3Op het zuidelijk halfrond Voor een maximale nauwkeurigheid is de buitensensor zo gekalibreerd dat hij normaal gesproken naar het noorden is gericht. Installatie/montage op het zuidelijk halfrond van de aarde is echter mogelijk. Er moet dan een buitensensor worden geïnstalleerd met de windvaan naar het zuiden gericht. Installeer de buitensensor met de vaan (G) naar het zuidengericht.Letopdeinstallatie-aanwijzingen.Volgdezelfdestappenalsbijdenoord-oriëntatie,maarverander allesnaardezuid-oriëntatie.Uvindtdezeinstructiesindeparagraaf"Op het noordelijk halfrond". Omdeweergavevanhetweerstationtewijzigennaareenlocatieophetzuidelijkhalfrond,volgtudeonderstaande stappen:
1. Houd in de normale modus de indexknop (7) gedurende 10 seconden ingedrukt om de sensoruitlijningsmodus
te openen. Het "N"-symbool wordt in de linker benedenhoek van het lcd-scherm (10) weergegeven.
2. Druk op de omlaag-knop (15) of op de omhoog-knop (16) om de instelling te wijzigen naar het zuidelijk
3. Druk op de indexknop om uw keuze te bevestigen en het menu te verlaten.
Als u de instelling van de hemisfeer wijzigt, wordt de aanduiding van de maanstand op het lcd-display automatisch gewijzigd. Zie hoofdstuk 12 "Weergave en bediening", paragraaf h) "Maanfasen" voor de weergavesymbolen van de maanfasen.
Neem eerst de buitensensor in gebruik en daarna het weerstation. a) Batterijen plaatsen 1Batterijen in de buitensensor plaatsen Plaats de batterijen in een buitensensor. Het weerstation en de buitensensor(s) moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Breng de buitensensor en het weerstation indien nodig dicht bij elkaar. Houd het weersta- tion altijd uit de buurt van water, dus neem het niet mee naar buiten in regenachtige of natte omstandighe- den. Als u meerdere buitensensors gebruikt, wacht dan tot de signalen van alle sensors zijn ontvangen.59 Als de ledindicator (J) niet brandt of continu brandt, controleer dan of de batterijen met de juiste polariteit zijn geplaatst. Het plaatsen van de batterijen met de verkeerde polariteit kan de buitensensor permanent beschadigen.
- Openhetbatterijvakdeksel(L)aandebovenzijdevandebuishouder (H) van de buitensensor. Draai hiervoor de enkele schroef van het batterijvakdeksel los en draai de schroef met een geschikte schroevendraaier los.
- Plaats drie AA/mignon-batterijen (batterijen zijn niet bij de levering inbegrepen) met de juiste polariteit in het batterijvakje (let op plus/+ en min/-).
- Na het plaatsen van de batterijen zal de ledindicator (J) beginnen te knipperen. De ledindicator knippert daarna om de 12 seconden. Het draadloze signaal voor de windgegevens wordt om de 12 seconden uitgezonden. De overdracht van nieuwe temperatuur-, vochtigheids- en neerslagdata gebeurt na elke 24 seconden.
- Als de ledindicator (J) niet oplicht, controleer dan of de batterijen functioneren en correct zijn geplaatst.
- Sluit het batterijvakdeksel weer. Zorg ervoor dat de afdichtring correct is geplaatst. Dit is nodig om het batterijcompartiment waterdicht te maken, anders kan er vocht in de sensor komen.
- Schroef het batterijcompartiment weer dicht. Het is mogelijk om het weerstation en/of de buitensensor te gebruiken met oplaadbare batterijen. Door de lagere spanning (batterij = 1,5 V, oplaadbare batterij = 1,2 V) zal de bedrijfstijd en het weergavecontrast echter aanzienlijk afnemen. Bovendien zijn oplaadbare batterijen zeer temperatuurgevoelig, wat de wer- kingstijd van de buitensensor bij lage omgevingstemperaturen nog verder verkort. Wij raden daarom aan alleen hoogwaardige alkalinebatterijen te gebruiken voor zowel het weerstation als de buitensensor en geen oplaadbare batterijen. Bij gebruik van de buitensensor in een kouder klimaat moeten niet-oplaadbare lithiumbatterijen worden gebruikt,omdatdezemindergevoeligzijnvoorkoude.Ondernormaleklimatologischeomstandigheden zijn alkalinebatterijen echter voldoende. 2De batterij in het weerstation plaatsen - Verwijder de standaard (1) van het weerstation. - Draai de bevestigingsschroef van het klepje van het batterijvak los (23). - Openhetklepjevanhetbatterijvak(23)aandeachterkantvanhetweerstation.
- PlaatseenCR2032-batterij(meegeleverd)inhetbatterijvakenletopdejuistepolariteit(plus/+enmin/-).
- De positieve pool (+) van de batterij moet naar buiten gericht zijn. Het gebruik van de back-upbatterij zorgt ervoor dat er een back-up kan worden gemaakt van de gegevens, zelfs als er geen stroomvoorziening is van de netvoedingsadapter. De batterij van het weerstation wordt gebruikt om verschillende functies te voeden wanneer de netvoedingsadapter niet is aangesloten. Zo wor- den bijvoorbeeld de tijd en datum, de maximale en minimale temperatuurwaarden en de weergegevens van een of meer sensorkanalen van de afgelopen 24 uur in het interne geheugen opgeslagen. Alarmin- stellingen, offsets van weerdata en kanaalinformatie van de sensors worden ook door de batterijvoeding in stand gehouden. Routerinformatie en weerserverinstellingen worden opgeslagen in het geheugen van het apparaat.60 CR2032 Bevestigingsschroef - Sluit het klepje van het batterijvak. - Schroef het weer vast met de bevestigingsschroef. b) Aansluiting van het weerstation op de netvoedingsadapter
- Sluit de laagspanningsstekker aan de voedingskabel (17) van de netvoedingsadapter aan op achterzijde van het weerstation. Als er geen aanwijzingen zijn op het lcd-display (10), druk dan op de reset-knop RESET (25) met een puntig voorwerp om het weerstation te resetten. Alle weergave-elementen gaan kortstondig branden op het lcd-display. Er klinkt een korte pieptoon.
- Druk op de omlaag-knop (15) of de omhoog-knop (16) om de kijkhoek van het lcd-scherm aan te passen aan de installatie- of montagesituatie voor een optimale weergave. Als u het weerstation op de netvoedingsadapter aansluit wanneer de batterij correct is geplaatst, zal het weerstation alleen worden gevoed door de stroom van de netvoedingsadapter. Het heeft prioriteit over de batterij. c) Batterijen vervangen 1De batterijen van de buitensensor vervangen
- Als het batterijsymbool inhet"OUT"-of"CH"-displaygedeeltevanhetlcd-display (10) verschijnt, is de batterijspanning van de buitensensor op het betreffende kanaal, te laag. De batterijen van de buitensensor moeten worden vervangen. U moet alle batterijen in de huidige sensor tegelijkertijd vervangen.
- Omde batterijente vervangen,gaat ute werkzoals beschrevenin deparagraaf "Batterijen in de buitensensor plaatsen". Verwijder de gebruikte batterijen voordat u nieuwe plaatst. Telkens wanneer u de batterijen van een buitensensor heeft vervangen, moet de draadloze verbinding met het weer- station handmatig tot stand worden gebracht. Anders wordt de buitensensor niet automatisch door het weerstation gevonden. Ga als volgt te werk:
1. Wanneer u alle batterijen in een buitensensor heeft vervangen door nieuwe, druk dan op de omschakel-knop
SENSOR / WI-FI (21) op het weerstation.
2. Druk kort daarna op de reset-knop RESET (K) op de buitensensor.61
2Vervang de batterij van het weerstation
- Als het lcd-display (10) van het weerstation zwakker wordt, is de batterijspanning van het weerstation te laag. De CR2032-batterijmoetwordenvervangen.
- Omdebatterijtevervangen,gaatutewerkzoalsbeschrevenindeparagraaf"Debatterijinhetweerstation plaatsen". Verwijder de gebruikte batterij voordat u deze opnieuw plaatst.
a) Sluit het weerstation draadloos aan op de buitensensor. De zender voor draadloze transmissie van alle meetgegevens is geïntegreerd in de buitensensor. Het weerstation begint automatisch te zoeken naar actieve buitensensors en verbindt deze draadloos wanneer de batterij is geplaatst. Het ontvangstsymbool knippert. Dit geeft aan dat het weerstation op zoek is naar het draadloze signaal van de buitensensor. Als de verbinding succesvol is, worden het ontvangstsymbool en de buitentemperatuur, luchtvoch- tigheid, windsnelheid, windrichting en neerslag permanent op het lcd-display (10) weergegeven. 1Draadloze ontvangstindicator De signaalsterkte voor de draadloze verbinding tussen het weerstation en de buitensensor(s) wordt op het lcd-display (10) van het weerstation weergegeven zoals in de volgende tabel: geen signaal zwak signaal goed signaal Als het signaal eenmaal is onderbroken en niet binnen 15 minuten weer wordt ontvangen, verdwijnt het ontvangst- symbool van het lcd-display. Als het signaal niet binnen de komende 48 uur weer wordt ontvangen, wordt er een permanente foutmelding weergegeven. De weergave voor temperatuur en vochtigheid (buiten) in het lcd-display (10) tonen dan de foutmelding "Er" voor het betreffende kanaal.
- Omeennieuweverbindingaantemaken,moetudebatterijenuithetapparaatnemen.
- Druk vervolgens op de omschakel-knop SENSOR / WI-FI (21) om de buitensensor weer aan te sluiten op het weerstation. 2Aansluiten van extra buitensensors
- Druk op de omschakel-knop SENSOR / WI-FI (21) om handmatig te zoeken naar de buitensensor van het mo- menteel weergegeven kanaal. Zodra het sensorsignaal is gevonden, worden de signaalsterkte van de sensor en de weergegevens van de buitensensor op het lcd-display (10) weergegeven.
- Herhaal deze procedure voor maximaal zeven kanalen. Bij de levering van dit product is slechts één buitensensor inbegrepen. Extra draadloze sensors zijn niet inbegrepen. Dit weerstation ondersteunt ook andere soorten buitensensors zoals bodemvochtsensors en zwembadsensors. Vraag uw dealer voor meer informatie.62 b) Het testen van het weerstation en de buitensensor U kunt de functie van het weerstation en de buitensensor testen voordat u de buitensensor permanent installeert. Het weerstation en de buitensensor mogen niet meer dan 1,7 tot 3,3 m van elkaar verwijderd zijn wanneer u voor het eerst probeert te synchroniseren.
- Stel de voeding van het weerstation en de buitensensor in zoals beschreven in hoofdstuk 10. "Ingebruikname".
- Wacht zo nodig enige tijd tot alle signalen van de afzonderlijke sensors met succes zijn ontvangen. U kunt wind simuleren door de windsnelheidssensor (D) te draaien en regen door water in de regentrechter (A) te gieten om de eerste metingen van alle sensors te krijgen. c) WLAN-verbinding tot stand brengen tussen het weerstation en de router
1. Wanneer het weerstation voor het eerst in gebruik wordt genomen, houdt u de omschakel-knop SENSOR / WI-
FI (21) 6 seconden lang ingedrukt. In de normale modus verschijnen het "AP"-symbool en het symbool . Het geeft aan dat het weerstation in de zogenaamde AP-modus (Access Point) staat en klaar is voor de draadloze instellingen.
2. Sluit uw smartphone, tablet of computer aan op het weerstation via een draadloos netwerk.
3. SelecteerdeWLAN-netwerkinstellingenopdepcofselecteerWLANonderAndroid/iOS-instelling→WLANom
deSSIDintestellen:KiesPWS-XXXXXXuitdelijst.Hetduurtenkelesecondenomdeverbindingtotstandte brengen. PWS-XXXXXX PWS-XXXXXX 1PC WLAN-netwerkinterface 2Android WLAN-netwerkinterface63 d) Tijdweergave en tijdinstelling 1Automatische tijdsinstelling (status van de internettijdserververbinding) Na de verbinding met het internet zal het weerstation proberen verbinding te maken met de internettijdserver om de UTC-tijdtesynchroniseren.Zodradeverbindingmetsuccestotstandisgebrachtendetijdsynchronisatieisvoltooid, verschijnt het symbool "SYNC" permanent. Tijdzone:Omdetijdvooruwtijdzoneweertegeven,wijzigtudetijdzonevan'00'(standaardinstelling)naaruwtijdzo- neindeinstelmodusvandeklok(bijv.01voorMidden-Europaof08voorChina).
1. Houd de tijdinstelknop (11) gedurende 2 seconden ingedrukt om de tijdinstelmodus te openen.
2. Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om uw tijdzone te selecteren.
3. Houd vervolgens de tijdinstelknop ingedrukt om uw instelling te bevestigen en af te sluiten. Voor meer informa-
tie, zie de paragraaf "De tijd en datum handmatig instellen". De tijd wordt elke dag automatisch gesynchroniseerd via de internettijdserver om 12:00 en 24:00 uur. Als u de internettijd handmatig wilt synchroniseren, kunt u op de refresh-knop REFRESH (22) drukken. De tijdsyn- chronisatie moet binnen ongeveer 1 minuut voltooid zijn. 2Handmatig instellen van de tijd en datum Handmatige tijd- en kalenderinstelling is alleen nodig als het weerstation geen toegang heeft tot het inter- net of als u het zonder internet- en WLAN-verbinding wilt gebruiken. Dit weerstation krijgt normaal gesproken zijn tijdinstelling door synchronisatie met de toegewezen internettijdserver. Alsuhetofinewiltgebruiken,kuntudetijdendatumhandmatiginstellen.
1. Houd na de eerste keer inschakelen de omschakel-knop SENSOR / WI-FI (21) gedurende 6 seconden ingedrukt.
Het weerstation schakelt over naar de normale modus.
2. Houd de tijdinstelknop (11) gedurende 2 seconden ingedrukt om een instelling in te voeren.
3. Deinstelvolgordebegintenisalsvolgt:TimeZone→DSTON/OFF→Hour→Minute→12/24hourformat
- Year→Month→Day→M-D/D-Mformat→TimesyncON/OFF→weekdayLanguage.(DitzijnTijdzone→ ZomertijdAAN/UIT→Uur→Minuut→12/24-uur-formaat→Jaar→Maand→Dag→M-D/D-M-formaat→ tijdsynchronisatieAAN/UIT→taalvandeweekdag)
4. Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om een waarde te wijzigen. Houd elke knop ingedrukt
om snel door de cijfers te bladeren.
5. Druk op de tijdinstelknop om de instelling op te slaan en de instelvolgorde aan het einde van de instelvolgorde
6. Houd tijdens het instellen de tijdinstelknop gedurende 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale
7. Als er gedurende 60 seconden geen knop wordt ingedrukt, keert het weerstation automatisch terug naar de nor-
male weergave en worden de instellingen geannuleerd. In de normale modus houdt u de tijdinstelknop ingedrukt om te schakelen tussen jaar- en datumweerga- ve.64
8. Druk op de instelknop voor het instellen van de tijdmodus 12/24 (18) om de tijdweergave te wijzigen tussen het
12-uurs- en 24-uursformaat. e) Instellen van het alarm en de alarmtijd Het weerstation heeft een wekalarm dat wordt geactiveerd of ingesteld en geschakeld afhankelijk van de tijd.
- Houd de alarmknop (12) ongeveer 2 seconden ingedrukt. De uuraanduiding van de alarmtijd begint te knipperen.
- Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om de uurinstelling van het alarm te wijzigen. Bevestig de instelling door op de alarmknop (12) te drukken. De minuutaanduiding knippert.
- Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om de instelling van de minuten te wijzigen. Bevestig de instelling door op de alarmknop te drukken.
- De alarmfunctie wordt automatisch geactiveerd zodra u de alarmtijd hebt ingesteld. Het symbool " " verschijnt op het lcd-display. 1Weergave van de alarmtijd en het in-/uitschakelen van het alarm
- Druk eenmaal kort op de alarmknop (12). De ingestelde alarmtijd wordt gedurende ca. 5 seconden weergegeven.
- Druk gedurende deze tijd op de alarmknop om het alarm te activeren met de ingestelde alarmtijd.
- Als het alarm is geactiveerd, drukt u op de alarmknop om het alarm uit te schakelen. Het symbool " " verdwijnt van het lcd-display (10). 2Activeren/deactiveren van een geactiveerd wekalarm Wanneer de tijd de ingestelde alarmtijd bereikt, klinkt het alarm. Het kan als volgt worden gestopt: - Als er geen handeling wordt verricht, stopt de alarmtoon automatisch na 2 minuten. Het alarm wordt de volgen- de dag weer geactiveerd. - Druk op de knop SNOOZE (2) om de sluimerfunctie in te schakelen. De alarmtoon gaat uit en klinkt dan na 5 minuten weer. Terwijl de sluimerfunctie is ingeschakeld, knippert het alarmsymbool " ". De sluimerfunctie kan binnen 24 uur steeds weer worden ingeschakeld. - Houd de knop SNOOZE gedurende 2 seconden ingedrukt om het alarm uit te schakelen. Het zal de volgende dag weer klinken. f) Activeren en instellen van waarschuwingsalarmen Het weerstation kan ook visuele en akoestische waarschuwingen geven wanneer bepaalde meetwaarden worden overschreden of niet worden bereikt. Ze kunnen individueel worden ingesteld. Wanneer de ingestelde meetwaarde is bereikt, wordt het waarschuwingsalarm geactiveerd. 1Vorstalarm activeren/deactiveren
1. Druk kort op de alarmknop (12). De ingestelde alarmtijd wordt gedurende ca. 5 seconden weergegeven.
2. Druk gedurende deze tijd twee keer achter elkaar op de alarmknop om het vorstwaarschuwingsalarm te ac-
tiveren. Het vorstalarmsymbool (sneeuwvlok) verschijnt op het lcd-display (10) wanneer het is geactiveerd.
3. Als het vorstalarm is geactiveerd, klinkt er een akoestisch alarmtoon en knippert het vorstalarmsymbool op het
lcd-display (10) als vorst wordt gemeten.65 Wanneer het vorstalarm is geactiveerd, begint het vorstalarmsymbool (sneeuwvlok) 30 minuten voor de waarschuwingstoonteknipperenalsdebuitentemperatuurlagerisdan-3°C. 2Instellen en weergeven van waarschuwingsalarmen Waarschuwingsalarmen voor temperatuur (binnen en buiten), vochtigheid (binnen en buiten), windsnelheid, luchtdruk en neerslaghoeveelheid zijn instelbaar.
1. Druk op de waarschuwingsknop (14) om de gewenste alarmwaarde en de instelwaarden in de volgende volgor-
deweertegeven.Desymbolen"HIAL"of"LOAL"wordeninhetlcd-display(10)weergegeven. Waarschuwing Instelbereik Weergavebereik Basisinstelling Binnentemperatuur hoog (actuele kanaal) -40tot+80°C Binnen/CH temperatuur en luchtvochtigheid +40°C Binnentemperatuur laag (actuele kanaal) 0°C Luchtvochtigheid hoog (actuele kanaal) 1 - 99 % 80 % Luchtvochtigheid (actuele kanaal) 40 % Buitentemperatuur hoog -40tot+80°C Buitentemperatuur en luchtvochtigheid +40°C Buitentemperatuur laag 0°C Buitenluchtvochtigheid hoog 1 - 99 % 80 % Buitenluchtvochtigheid laag 40 % Gemiddelde windsnelheid 0,1 - 50 m/s Windsnelheid 17,2 mm/u Druk 1 - 10 hPa Druk 3 hPa Neerslag per uur 1 - 1000 mm Neerslag 100 mm
2. Houd in de actuele alarmweergave de waarschuwingsknop (14) gedurende 2 seconden ingedrukt om de in te
stellen alarmwaarde weer te geven. Het huidige opgeroepen alarmweergave knippert.
3. Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om de waarde aan te passen, of houd de betreffende
knop ingedrukt om de waarde snel te veranderen. Druk op de waarschuwingsknop om de huidige waarde in te stellen en te bevestigen.
4. Druk op de waarschuwingsknop omhetbijbehorendealarminofuitteschakelen("On""Off").
5. Druk op de waarschuwingsknop om naar de volgende alarminstelling van de lus te gaan.
Alarm"HIAL"en"LOAL"aan Alarmenuit.
6. Druk op een willekeurige knop op het frontpaneel om de alarm aan/uit-status op te slaan en terug te keren naar
de normale stand. Anders keert het weerstation na 30 seconden automatisch terug naar de normale toestand als er niet op een knop wordt gedrukt. Waarschuwingsalarmen hebben een instelbare maximum- en minimumwaarde. De symbolen "HI AL" en "LOAL"wordenophetlcd-display(10)weergegeven.66 g) Uitschakelen geactiveerd waarschuwingsalarm Als er een waarschuwingsalarm wordt gegeven, klinkt de alarmtoon. Het kan als volgt worden gestopt: - Als er geen handeling wordt uitgevoerd, stopt de waarschuwingstoon automatisch na 2 minuten. De displays en symbolen blijven knipperen totdat de meetwaarden/displaywaarden weer buiten de ingestelde waarden van de alarminstelling vallen. - Druk op de knop SNOOZE (2) om handmatig een waarschuwingsalarm uit te schakelen. De indicatoren en symbolen blijven knipperen. Een waarschuwingsalarm wordt opnieuw geactiveerd wanneer de waarden terugkeren naar het ingestelde waarschuwingsbereik. h) De achtergrondverlichting instellen Deachtergrondverlichtingzalbrandenwanneerhetweerstationwordtgevoeddoordenetvoedingsadapter.Omener- gie te besparen is het niet beschikbaar bij gebruik op batterijen. Het kan worden aangepast in drie helderheidsniveaus.
- Omdehelderheidvandeachtergrondverlichtingvanhetlcd-display(10)tewijzigen,zetudeschuifschakelaar OFF/LO/HI(24)indestand"OFF","LO"of"HI".Deindividuelepositieszijnalsvolgt: - "UIT" = Achtergrondverlichting uit - "LO"=Achtergrondverlichtingzwak - "HI" = Achtergrondverlichting helder
12. Weergaven en betekenissen
a) Weergave van temperatuur en vochtigheid De huidige temperaturen en vochtigheid worden weergegeven op het lcd-display (10). 1Weergave van de temperatuur- en vochtigheidsontwikkeling De temperatuur- en vochtigheidsweergave wordt binnen enkele minuten opnieuw gemeten/bijgewerkt. De weergege- ven trend is enkele minuten geldig tot de volgende verversing. Trendpijl Trend stijgend onveranderd dalend 2Selecteer de temperatuureenheid °C/°F Opdeachterkantvanhetweerstationbevindtzichdeschuifschakelaar°C / °F (19) voor de temperatuureenheid van hetdisplay.Hiermeekuntudetemperatuureenheidvoordeweergaveschakelentussen°C(gradenCelsius)en°F (graden Fahrenheit).67 b) Luchtdrukeenheid en luchtdrukweergave De atmosferische druk is de druk op elk punt van de aarde die wordt veroorzaakt door het gewicht van de luchtkolom erboven. Een atmosferische druk verwijst naar de gemiddelde druk en neemt geleidelijk af met toenemende hoogte. Meteorologenmetendeluchtdrukmetbehulpvanbarometers.Omdatdeveranderinginluchtdruksterkafhankelijkis van het weer, is het mogelijk om het weer te voorspellen door de drukveranderingen te meten. 1Instellen van de luchtdrukeenheid Druk in de normale modus op de omschakel-knop BARO UNIT (20) om de barometereenheid in een lus te verande- ren:hPa→inHg→mmHg
3Schakelen tussen absolute en relatieve luchtdruk Druk in de normale modus op de luchtdrukknop (8) om te wisselen tussen de absolute en relatieve luchtdrukme- ting.Deaanduiding"ABSOLUTE"of"RELATIVE"wordtweergegeven. c) Weerindex-weergave van FEELS LIKE → HEAT INDEX → WIND CHILL → DEWPOINT
- Druk op de indexknop (7) om de ingebouwde weerindexen voor buitenshuis in de volgende volgorde weer te geven:"FEELSLIKE","HEATINDEX","WINDCHILL"en"DEWPOINT".Druknogmaalsopdezelfdeknopom terug te keren naar het beginscherm.
- DeGEVOELSTEMPERATUUR→deWARMTE-INDEX→deWINDCILL→hetDAUWPUNTwordenineenlus weergegeven, samen met de bijbehorende temperatuur. 1"FEELS LIKE" (gevoelstemperatuur)
- De waargenomen temperatuurindex bepaalt hoe mensen zich eigenlijk, subjectief, buitenshuis voelen. 2"HEAT INDEX" (Warmteindex) De warmte-index wordt bepaald aan de hand van de temperatuur- en vochtigheidsgegevens van de buitensensor wanneerdetemperatuurtussen27°Cen50°Cligt. Warmte-index Waarschuwing Verklaring 27°Ctot32°C Let op: Mogelijkheid van warmte-uitputting 33°Ctot40°C Extreme voorzichtigheid Mogelijkheid tot hitte-uitdroging 41°Ctot54°C Let op: Warmte-uitputting waarschijnlijk ≥55°C(≥130°F) groot gevaar hoog risico op uitdroging en hitteberoerte68 3"WIND CHILL" Een combinatie van de temperatuur- en windsnelheidsgegevens van de buitensensor bepaalt de huidige gevoels- temperatuurfactor. 4"DEWPOINT" (Dauwpunt)
- Het dauwpunt is de temperatuur waaronder de waterdamp in de lucht bij een constante luchtdruk condenseert tot vloeibaar water met dezelfde snelheid waarmee het verdampt. Het gecondenseerde water wordt dauw genoemd als het zich op een vast oppervlak vormt.
- De dauwpunttemperatuur wordt bepaald door de temperatuur- en vochtigheidsgegevens van de buitensensor. d) Neerslagmeting In het weergavegebied "RAIN" wordt de neerslaginformatie weergegeven. De eenheden van de neerslagmeting zijn instelbaar. 1Instellen van de eenheid van de neerslag
1. Houd de regenknop (9) gedurende 2 seconden ingedrukt om de instelmodus van het apparaat te openen.
2. Druk op de omhoog-knop (16) of de omlaag-knop (15) om de hoeveelheid neerslag te wisselen tussen "mm"
2De neerslagweergavemodus selecteren Druk op de regenknop omdevolgendeweergaveoptiestedoorlopen."HOURLY","DAILY","WEEKLY","MONTHLY, "TOTAL"en"RATE"wordensamenmetdecorresponderendeneerslagwaardeweergegeven. De verschillende afkortingen op het display hebben de volgende betekenis. "HOURLY" Deze waarde geeft de totale hoeveelheid neerslag aan die in het laatste uur is gemeten. "DAILY" Deze neerslagwaarde komt overeen met de neerslag van een hele dag van 24 uur. De meetperi- ode is van 00:00 tot 24:00 uur, wat als een dag wordt beschouwd. "WEEKLY" Deze neerslagwaarde meet de cumulatieve neerslag van een hele week van 7 dagen. De meetperiode is van zondag tot zaterdag van de volgende week en wordt als een hele week geëvalueerd. "MONTHLY" Deze neerslagwaarde is het resultaat van de cumulatieve neerslaghoeveelheid van de gehele lopende kalendermaand met het bijbehorende aantal dagen. De meetperiode is van het begin van de maand tot het einde van de maand van elke kalender- maand, ongeacht het aantal dagen.69 "TOTAL" Deze neerslagwaarde registreert de cumulatieve neerslag sinds de laatste herstart van het weerstation of elke keer dat de knop HISTORY (4) wordt ingedrukt en gedurende 2 seconden wordt vastgehouden. "RATE" Deze weergegeven neerslagwaarde komt overeen met de verwachte neerslag van een uur. Het wordt elke 24 seconden geüpdatet. 3Resetten van de gemeten totale neerslaghoeveelheid In de normale modus houdt u de knop HISTORY (4) gedurende 2 seconden ingedrukt om alle regenvalgegevens te resetten. Omerzekervantezijndatdegegevenscorrectzijn,resetualleregenvalgegevenswanneerudebuiten- sensor op een andere locatie installeert. e) Weergave van windsnelheid en windrichting 1Ingestelde eenheid van windsnelheid
1. Houd in de normale modus de windknop (6) gedurende 2 seconden ingedrukt om de windsnelheidsmodus te
openen. Het display van het apparaat zal knipperen.
2. Druk op de omhoog-knop (16) of omlaag-knop (15) om de eenheid voor de windsnelheid te veranderen in
eenlusindevolgendevolgorde:m/s→km/h→knopen→mph
3. Druk nogmaals op de windknop om terug te keren naar de normale modus.
2Kiezen van de windweergavemodus U kunt schakelen tussen het weergeven van de windsnelheid van vlagen en de gemiddelde snelheid.
- Druk eenmaal op de windknop (6) in de normale modus om de windsnelheid van vlagen "GUST" weer te geven in de ingestelde eenheid op het lcd-display (10). "GUST" wordt weergegeven.
- Druk tweemaal op de windknop om de gemiddelde windsnelheid "AVERAGE" op het lcd-display weer te geven. De weergave van de windsnelheid verschijnt in de ingestelde eenheid. 3Het aezen van de windrichting Lees de actuele windrichting af met behulp van de richtingsaanwijzerdriehoek. Het geeft de windrichting weer samen met de richtingsstrepen rond de kompascirkel. De windrichting van de afgelopen 5 minuten wordt aangegeven door de richtingsstrepen. Lees ook paragraaf c) "Weergave van symbolen in het display", "Weergavebereik voor windwaar- den (richting/sterkte)" (1.4).70 f) Weergave van de gecumuleerde MAX-/MIN-waarden van de weergegevens U kunt verschillende maximum- en minimumwaarden van de weergegevens uit het geheugen oproepen en deze op het lcd-display (10) weergeven. Druk in de normale modus op de knop MAX / MIN (5)omdeMAX/MINgegevensrecordsweertegeven.Elkedruk op de knop gaat een stap vooruit in de lus. De weergavevolgorde is als volgt: Binnen(ofactuelekanaal)MAX.Temperatuur→Binnen(ofactuelekanaal)MIN.Temperatuur→Binnen(ofactuele kanaal)MAX.Vochtigheid→Binnen(ofactuelekanaal)MIN.Vochtigheid→BuitenMAX.Temperatuur→Buiten MIN.Temperatuur→BuitenMAX.Vochtigheid→MIN.Luchtvochtigheidbuiten→MAX.Gemiddeldewindsnelheid
- Houd de knop MAX / MIN (5)2secondeningedruktomdeMAX/MIN-gegevensvanhethuidigeweerdisplay-bereik te resetten. Het lcd-display toont het " " symbool samen met de tijd en datum van de gegevens.
- De buitensensor moet opnieuw worden gecontacteerd als er nieuwe waarden moeten worden weergegeven. 2Weergegevens van de afgelopen 24 uur Het weerstation slaat de weergegevens van de afgelopen 24 uur automatisch op.
1. Druk op de knop HISTORY (4) om de weergegevens van het huidige uur weer te geven, bijv. de huidige tijd is 8
maart, 7:25 uur. Het display toont de gegevens "8 maart, 7:00".
2. Druk herhaaldelijk op de knop HISTORY (4) om oudere meetwaarden van de laatste 24 uur weer te geven, bijv.
6:00 (8 maart), 5:00 (8 maart), ..., 10:00 (7 maart), 9:00 (7 maart), 8:00 (7 maart), enz.
3. Het lcd-display (10) toont het symbool " " samen met de tijd en datum van de gegevens.
g) Meetwaarden buiten het meetbereik
- Alsdebinnentemperatuurlagerisdan-40°C,geefthetlcd-display(10)"Lo"aan.Alsdetemperatuurhogerisdan 70°Ctoonthetlcd-display"HI".
- Alsdebuitentemperatuurlagerisdan-40°C,geefthetlcd-display(10)"Lo"aan.Alsdetemperatuurhogerisdan 80°Ctoonthetlcd-display"HI".
- Als de luchtvochtigheid lager is dan 1 %, geeft het lcd-display (10) "Lo" aan. Als de luchtvochtigheid hoger is dan 99 %, geeft het lcd-display "HI" aan. h) Maanfasen De maanfasen worden weergegeven op basis van kalenderinformatie, tijdzone, datum en tijd. De maanfaseweergave geeft schematisch de natuurlijke fasevolgorde van de maan en haar verschijning weer. De maanfasesymbolen zijn verschillend voor het noordelijk en zuidelijk halfrond.
- Zorg ervoor dat de hemisfeerinstelling correct is ingesteld voor het gebied waar het weerstation zal worden gebruikt (vergelijk paragraaf d) "Tijdsweergave en tijdinstelling" in hoofdstuk 11 "Bediening".71
- Lees voor de betekenis van de afzonderlijke maanstandsymbolen het volgende overzicht Noordelijk halfrond Maanfase Zuidelijk halfrond Nieuwe maan Wassende maan Eerste kwartier Toenemende driekwart maan Volle maan Afnemende driekwart maan Derde kwartier afnemende maan
i) Weersvoorspelling en weersverwachtingssymbolen
- Het weerstation berekent een weersverwachting voor de nabije toekomst op basis van de vorige barometrische druktendens (barometer) en geeft de bijbehorende weersverwachtingsiconen weer. De voorspellingsgegevens hebben betrekking op de komende 12 tot 24 uur en gelden voor een gebied binnen een straal van 30 tot 50 km rond de locatie van het weerstation/de buitensensor. Toenemende luchtdruk duidt meestal op zonniger weer. zonnig gedeeltelijk be- wolkt bewolkt regen regen en storm sneeuw De nauwkeurigheid van deze algemene, op luchtdruk gebaseerde weersverwachting ligt tussen 70 % en 75 %. De weersvoorspelling geeft de weersituatie voor de komende 12 tot 24 uur weer. Het beschrijft niet noodzakelijkerwijs de actuele situatie. De weersverwachting met betrekking tot de sneeuwval is echter niet gebaseerd op de luchtdruk, maar op debuitentemperatuur.Alsdetemperatuurlagerisdan-3°C,wordthetweersymboolvoorsneeuwvalop het lcd-display (10) weergegeven.72 j) Comfortweergave De comfortweergave is een visuele weergave op basis van de gemeten temperatuur en vochtigheid van de binnen- lucht. Dit bepaalt het comfortniveau. te koud aangenaam te heet Deweergavevanhetcomfortniveaukanvariërenafhankelijkvandeluchtvochtigheidbijdezelfdetempe- ratuur.Bijtemperaturenonder0°Cofboven60°Cgeefthetweerstationgeencomfortsymbolenweer. k) Weergave van weergegevens van verschillende buitensensors Dit weerstation ondersteunt één multifunctionele buitensensor en maximaal 7 extra draadloze thermo-hygro buiten- sensors.
- Als u 2 of meer sensors heeft en deze zijn aangesloten, druk dan op de knop CHANNEL (3) om te schakelen tussen de gegevens van de verschillende buitensensors/radiokanalen.
- Houd de CHANNEL (3) knop gedurende 2 seconden ingedrukt om naar de automatische cyclische modus over te schakelen. Het lcd-display (10) van het weerstation toont dan de gegevens van alle aangesloten kanalen in een eindeloze lus met tussenpozen van 4 seconden.
- IndeAutoCycle-modusdruktuopdeknopCHANNELomdeAutoCycle-modustestoppenendeinformatievan hetmomenteelweergegevenkanaalophetlcd-display(10)tekrijgen.Omdegegevensvananderebuitensensors te bekijken, moet u met de knop CHANNEL weer handmatig omschakelen.
13. Http-interface (web) van het weerstation
U hebt een Android- of Apple
computer- of tablet nodig en toegang tot een router met WLAN om de internetfuncties van het weerstation te kunnen gebruiken. Zodra u een WLAN-verbinding tussen het weerstation en de router tot standhebtgebracht,kuntudeinstellingenvanhetweerstationviaeenHTTP-webinterfacecongureren.Hoeudeze WLAN-verbinding kunt instellen, leest u in hoofdstuk 11. "Bediening", paragraaf c) "WLAN-verbinding tussen weersta- tion en router tot stand brengen". Ga als volgt te werk om de webinterface op te roepen:
- Voer na het tot stand brengen van de verbinding in de adresbalk van uw internetbrowser het volgende IP-adres in om toegang te krijgen tot de webinterface van het weerstation: http://192.168.1.1
- U hebt nu toegang tot verschillende functies van het weerstation als u zich op hetzelfde netwerk als het weerstation bevindt. Sommige internetbrowsers behandelen 192.168.1.1 als een zoekopdracht. Zorg er dus voor dat u ook http://invoert.AanbevolenbrowserszijndenieuwsteversievanChrome,Safari,Edge,FirefoxofOpera. a) Instelpagina van het weerstation Voerdevolgendeinformatieinopdevolgendepaginavande"SETUP"-webinterface.OmWunderground.comof Weathercloud.net te gebruiken, selecteert u de selectievakjes. Laat de selectievakjes uitvinken als u de service van deze websites niet nodig heeft.73 Function firmware version: 1.00 WiFi firmware version: 1.00 nist.time.govServer URL: Time server setup WiFi Router setup SETUP ADVANCED WundergroundStation ID:WDw124
IPACIR23Wc Weather server setup Station key:Router:Add RouterSearchSecurity type:Router Password: WAP2 ROUTER_AApplyLanguage: EnglishWeathercloudStation ID:Station key: Mac address 00:0E:C6:00:07:10 "SETUP"-pagina Router zoeken handmatige routerinstelling Wachtwoord (in- dien toegewezen) Identicatievan het weerstation (in- dien beschikbaar) Identicatievanhet weerstation (indien beschikbaar) WLAN-router (SSID) Voer SSID handmatig in Veiligheidsprotocol (meestal WAP2) Routerwachtwoord (kan leeg blijven als het niet beveiligd is) Gegevens uploaden (Wunderground) Identicatievanhetweerstation(zo- als toegewezen door de weerwebsite) Gegevens uploaden (Weathercloud) Identicatievanhetweerstation(zoals toegewezen door de weerwebsite) Internettijdserver Bevestig de instellingen Basisinstellingen
- Wanneer de draadloze setup is voltooid, zal uw pc of mobiele telefoon uw standaard draadloze verbinding her- vatten.
- In de AP-modus kunt u de omschakel-knop SENSOR / WI-FI (21) 6 seconden ingedrukt houden om het proces te beëindigen.DeAP-modusendeconsolezullenuwvorigeinstellingenherstellen. 1Status van de WLAN-verbinding Hieronder wordt de status van het WLAN-symbool op het lcd-display van het weerstation weergegeven. WLAN-verbinding met de router knipperen: Verbindingsopbouw knipperen: Het weerstation bevindt zich momenteel in de Access Point (AP)-modus. b) Geavanceerde instellingen van de webinterface Klikopdeknop"ADVANCED"inderechterbovenhoekvandewebinterfaceomdepaginametgeavanceerdeinstel- lingenteopenen.Opdezepaginakuntudekalibratiegegevensvanhetweerstationinstellenenbekijken.Ukunthier ookdermwareupdaten(alleenbeschikbaarophetpc-platform).74 -800 ~ 800hpa / -23.62 ~ 23.62inHg / -601.5 ~ 601.5mmHgSetting Range: SETUP ADVANCED Language: English Temperature
Range: 0.5 ~ 1.5(Default: 1.00)Current gain: 0.85Current offset: 2 Current gain: 0.75Function firmware version: 1.00 WiFi firmware version: 1.00 Selecteer de temperatuureenheid Kalibreer de temperatuur Kalibreer de luchtdruk Kalibreer de neerslag Kalibreer de wind Geavanceerde instellingen Kalibreer de luchtvochtigheid Selecteer lucht- drukeenheid Geavanceerde instellingen c) Kalibratie U kunt offset en gain voor verschillende meetparameters invoeren of wijzigen, terwijl de huidige offset- en gainwaar- den naast de overeenkomstige velden worden weergegeven. De huidige offsetwaarde geeft de eerder ingevoerde waarde weer. Als u het wilt veranderen, voert u de nieuwe waarde in. Wanneer u klaar bent, drukt u op "Apply" (toe- passen) op de pagina "SETUP". De nieuwe waarde is geldig. Kalibratie van de meeste parameters is niet nodig, behalve de relatieve druk, die op zeeniveau moet wor- den gekalibreerd om rekening te houden met hoogte-effecten. d) Firmware bijwerken HetweerstationondersteunthetupdatenvandeOTA-rmware.Dermwarekanwordengeüpdatetmetbehulpvan een pc met een WLAN-verbinding en internettoegang. Gebruik een willekeurige webbrowser. De update-functie is echternietbeschikbaarvanafmobieleapparaten.Erzijntweesoortenrmware-updatesbeschikbaar,functie-rmwa- reensysteemWLAN-rmware.DeupdatesstaanonderaandepaginaADVANCED.75 Current Function firmware version Current WI-FI firmware version Huidigeversievandefunctie-rmware Upload30% ...BrowseC:\download\PWS_SYS.binUploadBrowseFunction firmware version: 1.00 WiFi firmware version: 1.00
1. Downloaddelaatstermwareversie(functie-ofWLAN-rmware)naaruwpc.
2. Schakel hiervoor het weerstation in de AP-modus (Access Point) en verbind de pc met het weerstation (zie hoofd-
4. Zodra het weerstation het (de) softwarebestand(en) heeft ontvangen, voert het de update automatisch uit zoals
aangegeven. De voortgang van de update wordt weergegeven (d.w.z. 100 % is voltooid).
5. Het weerstation zal herstarten zodra een update is voltooid.
FunctieenWLAN-rmwarekunnenniettegelijkertijdwordenbijgewerkt.Umoetzeeenvooreenupdaten.
- Zorgervoordatutijdensdermware-updatedenetvoedingsadapteraangeslotenlaat.
- Zorg ervoor dat de WLAN-verbinding van uw pc stabiel is.
- Bedien de pc en het weerstation niet terwijl het updateproces aan de gang is.
- Tijdensdermware-updatestopthetweerstationmethetuploadenvangegevens.Deverbindingmetuwdraad- loze router wordt hersteld nadat de update met succes is voltooid en de gegevens worden opnieuw geüpload.
- Als het weerstation echter geen verbinding kan maken met uw router, sluit u de SETUP-pagina af en voert u het SETUP-proces opnieuw uit.
- Nadermware-updatesmoetuwellichtdeWeatherUnderground-IDenhetwachtwoordopnieuwinvoeren. HuidigeversievandeWLAN-rmware76
14. Weer-webpagina's
U kunt uw weerstation verbinden met 2 websites om uw weergegevens weer te geven. Selecteer een website uit de twee webadressen. Selecteer de gewenste server door de link in de adresbalk van uw webbrowser in te voeren, of start de applicatie met de link. https://www.wunderground.com/ https://weathercloud.net/ Maak een account aan en volg de instructies voor het inloggen en het gebruik van de website.
15. Problemen oplossen
Met het weerstation heeft u een product aangeschaft dat volgens de laatste stand van de techniek is gebouwd en betrouwbaar is in gebruik. Toch kunnen er problemen en storingen optreden. Daarom willen we hier beschrijven hoe u mogelijke storingen kunt verhelpen. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Geen ontvangst van het signaal van de buitensensor De afstand tussen het weerstation en de buitensensor kan te groot zijn. Objectenofafschermingsmateri- aal (gemetalliseerde ramen met dubbele beglazing, gewapend beton, enz.) kunnen de draad- loze ontvangst belemmeren. Het weerstation staat te dicht bij andere elektronische apparatuur (tv, computer). Een andere zender op dezelfde of een aangrenzende frequentie stoort het radiosignaal van de buitensensor. Verander de locatie van het weer- station en/of de buitensensor. Verklein de afstand tussen het weerstation en de buitensensor indien nodig. Voer dan een handmatige sensorzoekactie uit. Zie hoofdstuk 10 "Ingebruikname", paragraaf c) "Vervanging van de batterijen", "Vervanging van de batterijen van de buitensensor". De buitensensor werkt niet (ledin- dicator (J) knippert niet elke 12 seconden). Er zijn geen batterijen geplaatst. De batterijen van de buitensensor zijn leeg of bijna leeg. Probeer nieuwe batterijen in de buitensensor te plaatsen. Let op het paragraaf c) "Batterijen in de buitensensor plaatsen" in hoofdstuk 10 "Ingebruikname". De juiste tijd wordt niet automatisch ingesteld. Het weerstation heeft geen toegang tot tijdsynchronisatie via het internet. Stel indien nodig de tijd handmatig in als de automatische instelling niet werkt.77
16. Verzorging en reiniging
Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische oplossingen, omdat dit de behuizing kan aantasten of zelfs de functie ervan kan aantasten.
- Verbreek voor iedere reiniging de verbinding met de stroomvoorziening. Haal hiervoor de batterij uit het apparaat.
- Dompel het product niet onder in water.
- Gebruik een droog, pluisvrij doekje voor de reiniging van het product.
2. Verwijder de regentrechter voorzichtig.
3. Reinig en verwijder vuil of insecten uit de trechter.
4. Installeer de trechter als deze schoon en volledig
droog is. b) Reinigen van de buitenvoeler thermo-hygro-sensormodule
1. Verwijder de 2 schroeven aan de onderkant van de afscherming (F).
2. Trek de afscherming los.
3. Verwijder voorzichtig vuil of insecten uit de sensorbehuizing. Laat de sensors
4. Reinig de afscherming met water om vuil of insecten te verwijderen.
5. Monteer alle onderdelen weer in omgekeerde volgorde als ze schoon en vol-
ledig droog zijn. Vergrendeld los78
18. Conformiteitsverklaring (DOC)
HiermeeverklaartConradElectronicSE,Klaus-Conrad-Straße1,D-92240Hirschaudathetproductvoldoetaan richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is als download via het volgende internetadres be- schikbaar: www.conrad.com/downloads Kies een taal door op een vlagsymbool te klikken en voer het bestelnummer van het product in het zoek- veld in; aansluitend kunt u de EU-conformiteitsverklaring downloaden in pdf-formaat.
a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebaar en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Haal een evt. geplaatste batterij/accu eruit en voer deze gescheiden van het product af. b) Batterijen/accu’s UbentalseindverbruikervolgensdeKCA-voorschriftenwettelijkverplichtallelegebatterijenenaccu’sin te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mo- gen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd=cadmium,Hg=kwik,Pb=lood(deaanduidingstaatopdebatterijen/accu’sbijv.onderhetlinks afgebeelde vuilnisbaksymbool). Ukuntverbruiktebatterijen/accu’sgratisbijdeverzamelpuntenvanuwgemeente,onzelialenofoveralwaarbatte- rijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.79
SimpelGids