EC4406124 - Weerstation Eurochron - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EC4406124 Eurochron in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EC4406124 Eurochron
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EC4406124 - Eurochron en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EC4406124 van het merk Eurochron.
GEBRUIKSAANWIJZING EC4406124 Eurochron
NL Gebruiksaanwijzing
Draadloos weerstation
Bestelnr. 2203062 Page 42 - 80
Istruzioni
- Inleiding 44
- Verklaring van de symbolen 44
3.Doelmatig gebruik 45 - Leveringsomvang 45
- Eigenschappen en functies 46
- Veiligheidsinstructies 47
a) Algemeen 47
b) Aangesloten apparaten 47
c) Batterijen/accu's 48
d)Personen en product 48
e) Elektrische verilgheit 49
- Bedieningselementen 50
a) Weerstation 50
b) Buitensensor. 51
c) Aanduidingen op hetLCD-display (1.x) 52
d) Weergavesymbolen op het display 52
- Voorbereidingen voor het opstellen en monteren 56
a) Bereik van het draadloze signal. 56
b) Installatie-instructies 57
- Installatie en montage 57
a) Weerstation 57
b) Buitensensor 58
- Ingebruikname 60
a) Batterijenplaatsen 60
b) Aansluiting van het weerstation op de netvoedingsadapter 62
c) Batterijen verrangen 62
- Bediening 63
a) Sluit het weerstation draadloos aan op de buitensensor. 63
b) DCF-ontvangst 63
c) Het testen van het weerstation en de buitensensor 64
d) Tijdweergave en tijdinstelling 64
e) Instellen van het alarm en de alarmtijd 65
f) Activeren en instellen van waarschuwingsalarmen 66
g) Utschakelen geactiveerd waarschuwingsalarm 67
h) De hintergrundverlichting instellen 68
12. Aanduidingen en betekenis 68
a) Weergave van temperatuur en luchtvochtigheid 68
b) Luchtdrukeenheid en luchtdrukweergave 68
c) Weerindex-weergave van FEELS LIKE HEAT INDEX WIND CHILL DEWPOINT 69
d) Neerslagmeting 70
e) Weergave van windsnelheid en windrichting. 71
f) Weergegevens van de agelopen 24 ur. 72
g) Weergave van de gecumuleerde MAX-/MIN-waarden van de weergegevens 72
h) Meetwaarden buren het meetbereik 73
i) Maanfasen 73
j) Weersvoorspelling en weersverwachtingssymbolen 74
k) Comfortweergave 74
1)Alle gegevens terugzetten/wissen. 74
14. Onderhoud en reiniging 77
15. Onderhoud 78
a) Regentrechter reinigen 78
b) Reinigen van de buitenvoeler thermo-hydro-sensormodule 78
16. Conformiteitsverklaring (DOC) 78
17. Verwijdering 79
a) Product 79
b) Batterijen/accu's 79
Hartelijk dank voor de aankoop van dit product.
Het product voldoet aan alle wettelijkke, nationale en Europese normen.
Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen.

Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing waarom voor later gebruik!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot unsere helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen

Het symbol met een bliksemschicht in een driehoek worden gebrukt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken.

Het symbol met een uitroepteken in een drihoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd要去en worden.

U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven.

Het product mag alleen binnenshuis in droge, gesloten ruimtes worden gebruikt. Het product mag nicht vochtig of nat worden, er bestaat levensgevaar door een elektrische schok!

Dit symbool geeft aan dat dit product volgens verilgheidsklasse II is opgebouwd. Het heeft een versterkte of dubbele isolatie:tussen stroomcircuit en uitgangsspanning.

Dit symbol geeft de efficienziestandaard aan. De netvoedingsadapter voldoet aan de eisen van het efficientieniveau VI.

Dit apparatus is CE-conform en voldoet aan deoodzakelijkke nationale en Europese richtlijnen.
Dit product worden gebruikt om diverse meetwaarden weir te given, zoals binnentemperatuur en buitentemperatuur, luchtvochtigheid binnen/buten, neerslag, windsnelheid en windrichting. De meetgegevens van de buitensensor worden draadloos over een afstand van maximaal 150m (in het vrij veld) maar het werkstation overgedragen. Het product slaat de gemeten maximum/minimumwaarden van elke dag op. Het dag- en datumstempel worden aan de overeenkomstige maximum- en minimumregistraties van bepaalde weergegevens toegevoegd. De meetwaarden können worden opgeroepen. Het product beschikt over geavanceerde functies, zoals het Hi/Lo-alarm, dat u waarschuwt wanneer bepaalde grenswaarden worden overschreden. Het systeme biedt een overzichtelijk weergave van de metingen. Neerslagwaarden worden opgeslagen in verhouding tot de huidige regen, als dagwaarden en als wekelijks en maandelijks samengetelde waarden. Ze kunnen individuelen worden afgeroepen. De windsnelheid worden in verschillende meeteenheden (ook volgens de Beaufortschaal) weergegeven. Verschillende nuttige meetwaarden zoals windchill-temperatuur, warmte-index, dauwpunttemperatuur en comfortindicator zijn eveneens möglichk. De omgevingsluchtdruk worden met behulp van een interne luchtduksensor gemeten en weergegeven. Het werkstation berekent ook een weersvoorspelling en registreert veranderingen in de luchtdruk. De weersvoorspelling worden op het display weergegeven door middel van grafische symbolen. De tijd en de datum worden via radiogolveren ontvangen (DCF) en telkens automatisch ingesteld en gecorrigeerd. Een handmatige instilling isECHTER ook möglichk, bijvoorbèeld in geval van verbindingsproblemen. Een lijst met alle kenmerken en eigenschappen van het product vindt u in hoofdstuk 5 "Eigenschappen en functies". Het werkstation heeft een externe netvoedingsadapter (meegeleverd) en beschikt over drie 1,5 V AAA-batterijen als back-upbatterijen (niet inbegrepen). De buitensensor heeft drie batterijen van het type AA/mignon nodig (niet inbegrepen). Het werkstation mag alleen binnenshuis worden gebruikt, Niet buiten. Contact met vocht, bijv. in badkamers e.d. dient absolut te worden vermeden. De buitensensor worden buten gebruikt (IPX4). Het product is Niet geschikt voor commerciele of medische toepasseningen.
In verband met veiligheid en normering�n geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreiben doeleinden, kan het product beschadigd raken. Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schok etc. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden.
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehonden.
4. Leveringsomvang
Weerstation
- Buitensensor (5-voudige sensor)
- Bevestigingsbuis
- Buishouder met klem
2 schroeven (klein), 2 moeren (klein) (voor staaf en onderstuk) 4 schroeven, 4 ringen, 4 moeren, 2 rubberen pads (voor buishouder en klem)
- Netvoedingsadapter
- Gebruiksaanwijzing
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website.

5. Eigenschappen en functies
- Kleurendisplay metijd en weerinformatie
- Draadloze overdracht van gegevens tussen buitensensor en weerstation in het 868 MHz-gebied
- Weergave vanijd metweekdag en maanfase
- Weergave van de binnentemperatuur en luchtvochtigheid
- Weergave van de buitentemperatuur en luchtvochtigheid
Weergave van de windrichting en windsnelheid (windstoten of gemiddelde windsnelheid) in mph, m/s, km/h, knopen, realtime en de windrichting (16 richtingen), weergave ook in de Beaufortschaal - Tijdinstelling via radio (DCF) en met automatische zomertijdomschakeling
- Neerslaginformatie (dagelijks, wekelijks, maandelijks in/mm)
Balkweergave voor neerslag van de)[-5 dagen en luchtdruk van de)[-1, 3, 6, 12, 24]ur
Weergegevens van de)[-sta]24 uur - Zonnecel voor de automatische aanpassing van de helderheid van de displayverlichting
- Kan opgesteld worden of aan een wand gemonteerd worden
- Relatieve en absolute luchtdrukmeting in hPa, inHg, mmHg
- Weerindex voor waargenomen waar zoals een warmte-index, de windchill-temperatuur en de dauwpunttemperatuur (binnen)
- Geheugen voor maximum- en minimumwaarde (met dearende datum van het maximum/minimum)
- Weersvoorspelling met grafische symbolen
- Comfortindicator voor een droog, vochtig of optimaal ruimteklimaat
- Meetwaarde-alarmfunctie (alarmsignaal bij overschrijden/onderschrijden van instelbare grenswaarden)
- Hi/Lo-alarinstelling (binnen-/buitentemperatuur en luchtvochtigheid), Hi-alarinstelling (windsnelheid, dagelijkse neerslag)
- Knipperende waarschuwingssymbolen voor Hi-/Lo-alarm
- 2 helderheden beschikbaar en automatische holderheidsaanpassing HI / LO / AUTO
Weergave van de weekday in 5 talen (EN / DE / FR / ES / IT) - Alarmfungtie met sluimerstand ("Snoopze") en met vorstwaarschuwingsfunctie
- Temperatuurweergave-eenheid omschakelbaar tussen ^ C (graden Celsius) en ^ F (graden Fahrenheit)
6. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de verilgheidsinstructies. Als u de verilgheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing Niet opvolgt,+kennen wij net aansprakelijk worden gesteld voor het daardoor ontstane persoonlijke letsel of schade aan voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijk gevallen de aansprakelijkheid/ garantie.
a) Algemeen
- Het product is geen spelelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmaterialien nicht achteeloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk spelgoed worden.
- Bescherm het product gegen extreme temperatures, direct zonlicht, zware schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Stel het product Niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
-
Als het nicht langer möglichk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan nicht langer worden gegardeerd wanneer het product:
-
zichtbaar is beschadigd,
- nicht meer waar behoren werkkt,
- gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of
-
onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde belastingen.
-
Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zichs vallen vanaf een geringe hoogte konnen het product beschadenig.
- Raadpleeg een vakman wonneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veriligheid of het aansluten van het product.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparations alleen uitvoeren door een specialist of in een erkend servicecentrum.
- Als u nog vragen heeft die nicht door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met unsere technische Dienst of andere specialisten.
b) Aangesloten apparaten
- Neem ook de verilgheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die met het product zijn verbonden.

c) Batterijen/accu's
- Let op de juiste polariteit bij hetplaatsen van de batterijen/accu's.
- De batterijen/accu's dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanner het gedurende langere tijt Niet worden gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/ accu's konnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruikaarom veiligheidshandschoenen bij de omgang met beschadigde batterijen/accu's.
Bewaar batterijen/accu's buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen/accu's Niet rondslingeren omdat deze door kinderen en/of huisdieren ingeslikt hunnen worden. - Batterijen/accu's mogen Niet uit elkaar worden gehaald, worden kortgesloten of worden verbrand. Probeer nooit Niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar!
- Alle batterijen/accu's要去 op hetzelfde moment worden verrangen. Het door elkaar gebruiken van oude en neue batterijen/accu's in het apparaat kan leiden tot het uitvallen van de batterijen/accu's en beschadiging van het apparaat.
d) Personen en product
- Dek verwiel de rotor draait de luchtinlaat Niet af en stek er geen voorwerpen in.
- Blokker de ventilatieopeningen van het product Niet op een andere manier. Niet afdekken.
- Neem ook de veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
- Het product is alleen bedoeld voor privégebruik. Het is Niet geschikt voor medische doeleinden of voor publicieke informatie. Het product is Niet bestemd voor commerciele of industrièle toepassingen. Er worden geen aansprakelijkheid aanvaard voor gebruik van het apparaat in commerciele of industrièle bedrijven of bij gebruik onder vergelijkbare omstandigheden.
- Gebruik het product Niet in ziekenhuizen of andere medische instellungen. Hoewel de buitensor slechts relatief zwakke radiosignalen uitzendt, können denen noch leiden tot storing van levensondersteunende systemen. Hetzelfde geldt eventueel ook op andereplaatsen.
In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen要去 door geschoold personeel voloende toezicht worden gehonden op de bediening van dit apparatus. - De producent is Niet verantwoordelijk voor onjuiste meldingen,meetwaarden of weersvoorspellingen en de gevolgenvan.
- Het werkstation is alleen geschikt voor gebruik in droge, afgesloten binnenruimtes. Stel het product nooit bloot aan direct zonlicht, zeer hoge of lage temperaturen, vochtigheid of nattigheid; dit leidt tot beschadigingen.
- De buitensensor is geschikt voor gebruik buitenshuis. Het product magECHter Niet in of onder water gebruikt worden. Dit za de sensor onherstelbaar beschadigden.
- Dit product bevatkleine onderdelennen baterijden die kunnen worden ingeslikt.
- Gebruik geen reserveonderdelen of andere onderdelen die Niet door de fabrikant zich gespecifieerd.
Zorgdat kinderen Niet met de onderden konnen spelen. - Gebruik het product alleen in een gematigd klimaat, Niet in een tropisch klimaat.
- Plaats het weerstation Niet op kwetsbare meubeloppervlakken (zoals hout) zonder geschikte bescherming. Anders können er krassen, drukplekken of verkleuringen ontstaan.
- Plaats het weerstation op minstens 20 cm afstand yan mensen.
- De netvoedingsadapter behoort tot veiligheidsklasse II.
- Zorg ervoor dat elektrische apparaten nooit met vloeistof in contact komen en zet geen met vloeistof gezulde voorwerpen naast het apparaat. Mocht er toch vloeistof een voorwerp in het apparaatterecht zijn gekomen, schakel dan het betreffende stopcontact stroomloos (zet bijv. de aardlekschakelaar uit) en trek cervolgens de stekker uit het stopcontact. Het product mag daarna Niet meer worden gebruikt; breng het maar een servicecentrum.
- Gebruik het product nooit meteen nadat het vanuit een koude maar een warme ruimte werden overgebracht. De condens die hierbij ontstaat, kan in bepaalde geallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat u het aansluit en gebruikt. Dit kan möglichn enkele uren duren.
- Het stopcontact要去 in de buurt van het product bevinden en gemakkelijk toegankelijk�k.
- Gebruik als spanningsbron naast de batterijen uitsluitend de meegeleverde netvoedingsadapter.
- Als spanningsbron voor de netvoedingsadapter mag uitsluitend een goedgekeurd stopcontact van het openbare elektriciteitsnet worden gezrukt. Controlleroor het aansluien van de netvoedingsadapter op het stopcontact of de op de netvoedingsadapter aangegeven spanning overeenkomt met de spanning van uw stroomleverancier.
- Netvoedingsadapters mogen nooit met natte handen in het stopcontact gestoken of eruit getrokken worden.
- Trek de netvoedingsadapter nooit aan de stroomkabel uit het stopcontact, maar trek deze algijd aan de waar voor bestemde greepvlakken uit het stopcontact.
- Wonneer u het product installeert, zorg er dan voor dat de kabels nicht worden platgedrukt, geknikt of door scherpe randen worden beschadigd.
- Plaats kabels alkijd zo, dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat letselgevaar.
- Haal de netvoedingsadapter om veiligheidsredenen bij onweer altijd uit het stopcontact.
- Trek de stekker uit het stopcontact als u het apparaat langere vrij nicht gebruikt.
- Raak de netvoedingsadapter het aan wanner deze beschadigingen vertoont; levensgevaar door een elektrische schok! Schakel eerst de netspanning van het stopcontact uit waarop de netvoedingsadapter is aangesloten (door de bijbehorende hoofdzekering uit te schakelen of eruit te draaien en/of de aangesloten Fl-aardlekschakelaar uit te schakelen, zodate het stopcontact van alle polen van de netspanning ontkoppeld is). Trek daarna pas de stekker van de netvoedingsadapter uit het stopcontact. Zorg ervoor dat een beschadigde netvoedingsadapter milieuvriendelijk worden afgevoerd, gebruik hem nicht meer. Vervang de netvoedingsadapter door een identiek exemplaar.
- Er mankind zogen sich geen apparaten met sterke elektrische of magnetische velden in de nabijheid van het product bevinden, zoals transformatoren, motoren, draadloze telefoons, radioapparatuur, etc. omdat ze het product konnen beinvloeden.
7. Bedieningselementen

a) Weerstation



1 Knop BARO
2 Knop WIND
3 Knop RAIN
4 Knop ALARM/SNOOZE
5 Knop MAX / MIN
6 Knop HISTORY
7 Knop INDEX
8 Lcd-display
9 Batterijvakdeksel en batterijyak
10 Laagspanningsaansluiting (met geintegreerde temperatuursensor)
11 Ophangopening
12 Knop ALERT
13 Knop ALARM
14 Knop TIME SET
15 Schuifschakelaar HI/LO/AUTO
16 Schuifschakelaar ^ / ^
17 Knop SENSOR
18 Knop RCC
19 Resetknop RESET
20 Omhoog-knop A
21 Omlaag-knop V
22 Ophangbeugel (uittrekbaar)

b) Buitensorson
A Regentrechter
B Waterpas
C Antenne
D Windsnelheidssensor (anemometer)
E Bevestigingsbuis
F Afscherming
G Windvaan
H Buishouder
1 Buisklemmen
J Led-indicator (draadloos signaal)
K Terugstelknop RESET (verzonken)
L Batterijvakdeksel
M Schroeven (4x)

Details buitensensor
A1 Regentrechter
A2 Kieplepel
A3 Afvoeropening
A4 Neerslagsensor
F1 Afscherming
F2 Temperatur-en vochtigheidssensor
D1 Anemometer
D2 Windvaan
c) Aanduidingen op hetLCD-display (1.x)

1.1 Weekdag/tijd
1.2 Weersvoorspellingssymbolen
1.3 Luchtdrukweergave (met verloopweergave van LaTeX 24研究成果)
1.4 Maanfase
1.5 Datum
1.6 Temperatuur en luchtvochtigheid (binnen)
1.7 Temperatuur en luchtvochtigheid (buiten)
de1.8 Windwaarden (windrichting boven/windkracht onder) met Beaufortschaal
1.9 Weerindex (bijv. gevoelstemperatuur)
d) Weergavesymbolen op het display
Weergavebereik voor de dag van de week, maanfase,ijd en datum (2.x)

2.1 "TUE" voor de eerste twee of drie letters van de naam van de weekday (volgens de taalkeuze)
2.2 Batterijniveau-indicator van het weerstation
2.3 Weergave van de tijd in uren, minutes en seconden
2.4 Het symbol "DST" geegt aan dat de zomertijd op hetLCD-display worden weergegeven.
2.5 Het symbol geeft de signalsterkte van het DCF-siignaal aan. Het knippertijdens het opzetten van de verbinding.
2.6 Het belsymbol geeft de status van het alarm aan. Het verschijnt als het alarm worden geactiveerd en verdwijnt bij deactivering.
2.7 Het vlokkensymbol geeft aan dat er een vorstwaarschuwing is (alarm).
2.8 Maanfase-weergave (zie hiervoor ook hoofdstuk 12 "Aanduidingen en betekenis", paragraaf i) "Maanfasen")
2.9 In ditLCD-gebied worden de ingestelde datum weergegeven.
Weergavebereik voor luchtvochtigheid/-temperatuur binnen, comfortindicator, grenswaarden (3.x)

3.1 Weergavebereik "INDOOR" voor de binnensorson
3.2 Comfortindicatoren bijv.
3.3 Symbol "HI AL" voor bovenste grenswaarde, symbol "LOW AL" voor onderste grenswaarde, symbol "(d) Voor ingeschakelde alarmfunctie voor de grenswaarde
3.4 Luchtvochtigheid binnen
3.5 Binnentemperatuur
Weergavebereik voor luchtvochtigheid/temperatuur buiten, draadloze ontvangst en grenswaarden (4.x)

4.1 Weergavebereik "OUTDOOR" voor buitensensor
4.2 Batterijniveau-symbool voor lege/zwakke batterijen in de buitensensor
4.3 Symbool voor de draadloze ontvangst van de meetwaarden van de buitensensor
4.4 Symbol "HI AL" voor bovenste grenswaarde, symbol "LO AL" voor onderste grenswaarde, symbol "()oor ingeschakelde alarmfunctie voor de grenswaarde
4.5 Weergavewaarde van de buitenluchtvochitigheid
4.6 Weergavewaarde van de buitentemperatuur
Weergavebereik voor luchtdruk (5.x)

5.1 Weergavebereik "BARO" voor luchtduksen sensor
5.2 Weergavewaarde van de luchtdruk
5.3 Luchtdrukverloop van de laatste 24研究成果
5.4 "ABSOLUTE"-symbool voor absolute luchtdruk, "RELATIVE"-symbool voor relatieve luchtdruk
5.5 Eenheden "hPa", "inHg" of "mmHg" voor de luchtdruk, omschakelbaar
5.6 Weergave van de laatste uren (van -1 tot -24uur)
Weergavebereik voor de neerslaghoeveelheid (6.x)

6.1 Weergavebereik "RAINFALL" voor neerslagwaarden
6.2 Tijdindicator
6.3 Dagindicator
6.4 Weergave van de neerslaghoeveelheid van de LASTeragen
6.5 Symbool "HI AL" voor bovenste grenswaarde, () symbol voor de ingeschakelde meetwaarde-alarm-functie
6.6 Weergave van de neerslaghoeveelheid in "in" en "mm"
6.7 Eenheden "in" (inches) of "mm" (millimeters) per uur voor de hoeveelheid neerslag, omschakelbaar
Weergavebereik voor de windrichting (7.x)

7.1 Weergavebereik "WIND DIRECTION" voor windsensor
7.2 Indicator van de actuèle windrichting
7.3 Windrichtingen voor hetaaSste uur
7.4 Weergave van de huidige windrichting
Weergavebereik voor windsnelheid/-dikte (8.x)

8.1 Weergave "WINDSPEED" voor de windsnelheid
8.2 Windsnelheid, verbaal uitgedrukt "STORM", "STRONG", "MODERATE", "LIGHT" ("storm", "Sterk", "Matig", "Zwak")
8.3 Windkracht volgens de Beaufortschaal
8.4 Symbolen "FEELS LIKE" / "WIND CHILL" / "HEAT INDEX" / "DEW POINT"
Weergave voor gevoelstemperatuur, windchill-temperatuur, warmte-index en dauwpunttemperatuur. Het geeft het subjectief gevoel van de temperatuur aan.
8.5 Symbool "HI AL" voor bovenste grenswaarde, symbol () voor de ingeschakelde meetwaarde-alarm-functie
8.6 Weergavesymbolen "AVERAGE" / "GUST" ("Gemiddeld" / "Windvlaag")
8.7 Eenheid windsnelheid ("mph", "m/s", "km/h" of "knot")
Eenheden "mph", "m/s", "km/h" of "knopen" voor windsnelheid, oomschakelbaar
8.8 Weergave van de huidige windsnelheid
8.9 Temperatuurwaarde
8. Voorbereidingen voor het opstellen en monteren
Kies een geschikte installmentieplaats. Neem de volgende punten/criteria in acht.
a) Bereik van het draadloze signaal
Het bereik van het draadloze signaltussen de buitensensor en het werkstation is tot 150 m onder optimale omstandigheden. Deze bereiksificatie geldtECHter in het "vrije veld".Deze ideale opstelling (bijv. werkstation en buitensensor op een gladde,vlakke weide zonder bomen,huizen etc.)komt men in de praktijk echter zelden.Normaal gesproken wordt het werkstation binnen geplaatst en de buitensensor bij een carport, op de garage of in de tuin. Door de verschillende invloeden op de radiotransmissie kan geen specifiek bereik worden gegarandeerd. Normaal gesproken is het gebruik in een eengezinswoningECHter zonder problemen mogelijk. Als het werkstation geen gegevens van de buitensensor ontvangt (ondanks neue batterijen), verklein dan de afstand tussen het werkstation en de buitensensor. Het bereik kan aanzienlijk gereduceerd worden door:
- Muren, plafonds van gewapend beton
- Gecoat isoleerglas, aluminiumvensters, etc.
Voertuigen
Bomen, struiken, aarde, rotsen - Nabijheid van metalen & geleidende voorwerpen (bijv. radiatoren)
- De nabijheid van een menselijk lichaam
- Breedbandinterferentie, bijvoorbeeld in woonwijken (DECT-telefoons, mobiele telefoons, draadloze hooftelefoons en draadloze luidsprekers, andere weerstations die opdezelfde frequentie werken, babyfoonsystemen, enz.)
- Nabijheid van elektromotoren, transformatoren, netvoedingsadapters
- Nabijheid van stopcontacten, stroomkabels
- Nabijheid van slecht afgeschermde of opengestelde computers of andere elektrische apparatuur
- Andere apparaten die werken op bezelfde uitzendfrequentie (868 MHz)
De volgende waarden要去en u helpen om te beordelen hoe de materialen van bepaalde obstakels de radiosignalen dampen. Denk bij het opstellen aan obstakels in het directe gezichtsveld.
| Blokkerend obstakte Verzwakking van het radiosignaal (in %) | |
| Glas (eenvoudig, geen draadglas of gemetalliseerd) 5 - 15% | |
| Kunststof 10 - 15% | |
| Hout 10 - 40% | |
| Baksteen 10 - 40% | |
| Beton 40 - 80% | |
| Metalen 90 - 100% |

Kies de montageplaat van de buitensensor die de neerslaghoeveelheid kan meten. Direte neerslag op de buitensensor is nodig om de neerslaghoeveelheid nauwkeurig te meten. De sensor要去 vrijstaand worden opgesteld. De wind要去 van alle kanten ongehinder de windsensor können raken om een nauwkeurige meting te garanderen. Plaatsen met turbulentie, zoals acheer schoorstenen zusammen daken die zich bij elkaar liggen,要去 indien möglich worden vermeden.
b) Installatie-instructies

Metalen objcten en bouwwerken boven de omgeving uitsteken, lopen het risico op blikseminslag. Insta- leer de buitensensor nooitijdens onweersbuien, maar op een droge dag zonder kans op onweer.

Gebruik bij de installmentie van de buitensensor valbveiligingen zoals een veiligheidsharnas als u:
-
werkdt boven water waarin u kunt vallen, bijv. tuinvijver, ongeacht de hoogte
-
Vanaf 1 m hoogte: Op werkplekken, bij bouwwerkzaamheden en bij trappenhuizen en muuropingen.
-
Vanaf 3 m hoogte: Werk- en verkeersroutes op[Daken.
-
Op alle andere werkplekken en verkeersroutes met een valhoogte vaneer dan 2 m.
-
Beveilig openings in vloeren, plafonds, dakoppervlakken met vaste beveiligingen voor de gehele durun van uw werkzaamheden!
- Beveilig materiaal en gereedschap gegen vallen!
- Tijdens de montage- en servicewerkzaamheden要去 het gebied onder de montagelocatie worden afgezet.
- Markee de gezarenzone onder de montageplaat met waarschuwingsborden zoals "Voorlichtig, werkzaamheden" of blokkee derze zonodig en beevilig deze met waarschuwingssignalen.
- In het geval van installmentie op grotere hoogte要去en de te monteren onderdelen met een onafhankelijk veiligheidssystem worden beveiligd gegen vallen.

Let erop dat tijdens het boren van de montagegaten resp. tijdens het vastschroeven geen kabels of leidingen (ook waterleidingen) worden beschadigd.
9. Installatie en montage
a) Weerstation
Het weerstation kan met de uitklapbare pootjes binnenshuis worden geplaatst op een horizontaal, stabel, voldoende groot oppervlak. Gebruik in geval van kwestbare meubeloppervlakken een geschikte onderlaag om krassporen te vermijden. Als alternatif kan het weerstation worden opgehangen met behulp van de ophangopeningen (11).

Voor een goede ontvangst moet het weerstation Niet naast andere elektronische apparatuur, kabels, metalen onderdelen, enz. worden geplaatst. Installer het weerstation en de sensor op circa 2 m van eventuele storingsbronnen. Hindernissen, die de draadloze verbinding:tussen beiden verhinderen, zoals bijv. gebouwen, dienen eveneens te worden vermeden. De reikwijdte van het draadloos signal in het vrij veld bedraagt ca. 150m Door de aanwezigheid van hindernissen worden dit minder.
b) Buitensorson
De buitensensor combineert meerere afzonderlijke sensors in een apparaat. De buitensensor kan met behulp van de buishouder (H) op een horizontaal oppervlak worden gemonteerd of, als de buitensensor uitsteekt, op een verticaal oppervlak, bijv. een wandeinde op een verticaal oppervlak. Gebruik in het eerste geval geschikte schroeven en indien nodig pluggen (niet bij de levering inbegrepen). Als alternatif kan de buitensensor op een geschikte buis worden gemonteerd met behulp van de buishouder(H) en de klem (I). Masthoulders voor satellantennes zijn ook geschikt voor dit doel. Gebruik beiden beugelonderdelen voor de buismontage (met buishouder (H), de klem (I)) en gebruik de bijgeleverde schroeven (M) om de buitensensor aan de buiseinden of andere geschikte houder bevestigen. De buishouder en de klem�zem geschikt voor een buisdiameter van ca. 25 - 33 mm.

Bevestig de buitensensor altijd op een geschikte plaats! Laat het Niet los of ongemonteerd staan.
Voor een goede draadloze ontvangst mag de buitensensor Niet naast andere elektronische apparaten, kabels, meta-len onderdelen enz. worden geinstalleerd. Monteer de buitensensor in verticale positie (buis).

Wij raden u aan om voorafgaand aan de installmentie de batterijen in de buitensensor teplaatsen en een functietest uit te voeren (zie hoofdstuk 11 Bediening in paragraaf b) Het testen van het weerstation en de buitensensor).

Aan de bovenzijde bevindt zich eenkleine ronde waterpas (B) voor het horizontaal uitlijnen van de buitensensor. Monteer de buitensensor zo dat dekleine luchtbel in de waterpas in het midden van de cirkelmarkering staat.
Bevestigingsbuis en buisholder monteren

- Steek de bovenkant van de bevestigingsbuis (E) in de vierkante opening van de weersensor.
- Zorg ervoor dat de pijlmarkeringen van de bevestigingsbuis en het bovenste deel van de sensor correct zijn uitgelijnd.
- Steek de meegeleverde moer in het zeshoekige gat van de sensor. Plaats de schroef aan de andere kant en draai deze vast met een geschikte schroevendraier.
- Steek de andere kant van de bevestigingsbuis in het vierkante gat van de plastic standard. Zorg ervoor dat de pijlmarkeringen op de bevestigingsbuis (E) en de buishouder (H) correct�uiuigjnd.
- Steek de meegeleverde moer in het zeskantgat van de buishouder. Plaats de schroef aan de andere kant en draai deze vast met een geschikte schroevendraaier.


Opstellen van de buitensor (mastmontage) en uitlijnen
Op het noordelijk halfrond

- Plaats de buitensensor op een vrij plaat waar de wind vrij toegang hebft,
en zonder enige hinder van bijv. luifels en dergelijkke. Hierdoor kunt u nauwkeurige
regen- en windsnelheidsmetingen uityoeren. - De windvaan en de rotor van de buitensensor要去enaar het noorden "N" wijzen.Lijn de windvaan (G) van de buitensensor uitt met het noorden.
- Bevestig de buitensensor met de buishouder (H) en de klem (I) aan een geschikte ronde buis met een diameter van ca. 25 - 33 mm.
- Steek de rubberen pads in de klem voordat u de klem vastdraait.
- De windvaan moet ten minste 1,5 m boven de grond worden gemonteerd.
- Bevestig de meegeleverde buishouder (ronde buis) verticaal buiten op een geschikte plaats, bijv. op een verticale mast. Lees in hoofdstuk 8 "Voorbereiding voor opstelling en montage" hoe een juiste montageplaats kut kiezen en welke speciale veiligheidsinstrumenties bij de montage in acht moeten worden genomen.
- De waterpas (B) worden gebruikt voor de horizontale uitlijning van de buitensensor. Let op dat de luchtbel precies in het midden van de centreercirkel要去 aan, zodate de buitensensor precies horizontaal is uitgelijnd.

Bovenop de behuizing van de buitensensor bevindt zich een markings "N" tussen de regentrechtier (A) en de windsnelheidssensor (D) en een pijl voor de richting "Noorden". Monteer de buitensensor zo dat de "N"-markering preciesaar het noorden wijst. Een kompas kan worden gebruikt om het noorden te bepalen. Sommige smartphones hebben een kompas geintegreerd als app. Als u geen kompas heeft, kut u misschien een kaart of kaartmaterial op het internet gebruiken om u te helpen bij het vinden van het noorden (bij benadering). Houd er bij het uitlijnen rekening mee dat de magnetische en geografische noordpool Niet hebmaal overeenkomen. U kutnde zogenaamde "declinatie" overwegen. De lokale declinations worden genoteerd in isogonale of luchtvaartkaarten en konnen u helpen om uw sensor precies volgens uw geografische locatie uit te lijnen.

Als al deutsche instructies nicht worden opgevolgd en de orientatie van de pijl Niet maar het noorden is, is de weergave van de windrichting in het werkstation Niet correct. Als u de markeringen dus Niet precies op uw geografische locatie aan de hand van de punten van het kompas uitlijnt, ontstaat er een permanente fout bij de bepaling van de windrichting door de buitensensor en het werkstation.


Buisbevestiging Bevestiging aan leuningen
Op het zuidelijk halffrond
Voor een maximale nauwkeurigheid is de buitensensor zo gekalibreerd dat hij normala gesprokenaar het noorden is gericht. Installatie/montage op het zuidelijk halfrond van de aarde isECHter ook maybe. Er moet dan een buitensensor worden geinstalleerd met de windvaanaar het ziden gericht.Installerer de buitensensor met de vaan (G)aar het ziden gericht. Let op de installmentie-aanwijzingen.Volg bezelfde stappen als bij de noord-orientatie,maar verander allesaar de zuidorientatie.U vindt deze instructies in de paragraaf "Op het noordelijk halfrond".
Om de weergave van het werkstation te wijzigen maar een locatie op het zuidelijk halfrond, volgt u de onderstaande stappen:
- Houd in de normale modus de knop WIND (2) gedurende 8 seconden ingedrukt om de sensoruiitlijningsmodus te openen. De uitlijning worden met behulp van de pijlen van de windrichting in hetLCD-display (8) weergegeven.
- De bovenste pijlen gehen aan dat deinstelling voor de noord-uitlijning is ingesteld. De buitensensor moet hier noorden worden gericht.
- De onderste pijlen gehen aan dat deinstelling voor de Zuid-uitlijning is ingesteld. De buitensensor要去aar het zuiden worden gericht.
- Druk op de omlaag-knop V (21) of op de omhoog-knop A (20) om de instelling te wijzigen in het zuidelijk halfrond of het noordelijk halfrond.
- Druk op de knop WIND om uw keuze te bevestigen en het menu te verlaten.

Als u de instelling van de hemisfeer wijzigt, worden de aanduiding van de maanstand op hetLCD-display automatisch gewijzigd. Lees hiervoor hoofdstuk 12 "Aanduidingen en betekenis", paragraaf i) "Maanfasen" over de symbolen van de maanfasen.
10. Ingebruikname

Neem eerst de buitensensor in gebruik en daarna het weerstation.
a) Batterijenplaatsen
Batterijen in de buitensor supraaten

Plaats de batterijen in de buitensensor. Het weerstation en de buitensensor要去 zo zich möglich bij elkaar liggen. Breng de buitensensor en het weerstation indien nodig zich bij elkaar. Houd het weerstation.altijd uit de buurt van water, dus neem het Niet mee maar buiten in regenachtige of natte omstandigheden.

Als de led-indicator (J) Niet brandt of continu brandt, controller dan of de batterijen met de juiste polariteit zich geplaatst. Hetplaatsen van de batterijen met de verkeerde polariteit kan de buitensensor permanent beschadigen.

- Open het batterijvakdeksel (L) aan de boenzijde van de buishouder (H) van de buitensensor. Draai hiervoor de enkele schroef van het batterijvakdeksel los en draai de schroef met een geschikte schroevendraaier los.
- Plaats drie AA/mignon-batterijen (batterijen zich nicht bij de levering inbegren) met de juiste polariteit in het batterijvakje (let op plus/+ en min/-).
- Na hetplaatsen van de batterijen zal de led-indicator (J) beginnen te knipperen. De overdracht van(APe weergegevens wordt na telkens 12 seconden uitgevoerd.
- Als de led-indicator (J) Niet oplicht, controlleren dan of de batterijen functioneren en correct zich geplaatst.
- Sluit het batterijvakdeksel weeer. Zorg ervoor dat de afdichtring correct is geplaatst. Dit is nodig om het batterijcompartment waterdicht te makesen, anders kan er vocht in de sensor komen.
- Schroef het batterijcompartment weer zich.
Het is möglichk om het weerstation en/of de buitensensor te gebruiken met oplaadbare batterijen. Door de lagere spanning (batterij = 1,5 V, oplaadbare batterij = 1,2 V) zal de bedrijfstijd en het weergavecontrastECHTER aanzienlijk afnemen. Bovendien zijn oplaadbare batterijen zeer temperatuurgevoelig, wat de werkstijd van de buitensensor bij lage omgevingstemperaturen nog verder verkort. Wij raden aanrom aan alleen hoogwaardige alkalinebatterijen te gebruiken voor zowel het weerstation als de buitensensor en geen oplaadbare batterijen.
Bij gebruik van de buitensensor in een kouder klimaat要去en lithiumbatterijen worden gebruikt, waar deze minder gevoelig zijn voor koude. Onder normale klimatologische omstandigheden zijn alkalinebatterijenECHTER VOLDOENDE.
Batterijen in het weerstationplaatsen
- Open het batterijvakdeksel (9) aan de achterkant van het weerstation.
- Plaats drie batterijen van het type AAA (niet inbegrepen) in overeenstemming met de pooltekens (plus/+ en min/)- in het batterijvak.
Het gebruik van de back-upbatterijen zorgt ervoor dat de gegevens behouden blijven, zichs als er geen stroomvoorziening is van de netvoedingsadapter. De batterijen van het weerstation worden gebruikt om verschillende functies te voeden wanner de netvoedingsadapter Niet is aangesloten. Zo worden bijvoorbeeld deijd en datum, de maximale en minimale temperatuurwaarden en de weergegevens van de buitensor van de afgelopen 24 uur in het interne geheugen opgeslagen. Alarinstellenen en de kanaalinformatie van de buitensorblijven ook behouden als de netvoeding Niet beschikkaar is. Let wel op dat de batterijen van het weerstation bij gebruik op batterijen zeer sleeg十几年 (ca. 1 week).
- Na hetplaatsen van de batterijen worden op hetLCD-display alle displayelementen kort weergegeven.
- Sluit de deksel van de batterijhouser.
- Het weerstation begint na ca. 8 seconden het tijsignaal (DCF) te zoeken.

Het kan voorkomen dat door atmosferische storingen geen DCF-signaal kan worden ontvangen. Als er geen aanwijzingen zijn op hetLCD-display (8), druk dan op de reset-knop RESET (19) met een puntig voorworp om het weerstation te resetten. Alle weergave-elementen gaan kortstondig branden op hetLCD-display (8). Twee korte pieptonen zijn te horen.
- Als het DCF-sigmaal is ontvangen, worden het symbol in het betreffende bereik van het Icd-display weergegeven.
b) Aansluiting van het werkstation op de netvoedingsadapter
- Sluit de laagspanningsstekker aan de voedingskabel (10) van de netvoedingsadapter aan op zichje van het weerstation. Er klinkt een bevestigingstoon.

Als u het werkstation op de netvoedingsadapter aansluit wonneer de batterijen correct+zijn geplaatst, za het werkstation alleen worden gevoed door de stroom van de netvoedingsadapter. Het heeft prioriteit over de batterijen. De batterijen dienen als back-up.
c) Batterijen verrangen
De batterijen van de buitensor sensor verrangen
- Als de batterijspanning van de buitensensor te laag is, moeten de batterijen van de buitensensor worden verrangen. U要去 alle batterijen in de sensor tegelijkkertijd verrangen.
- Om de batterijen te verrangen, gaat u te werk zoals beschreiben in de paragraaf "Batterijen in de buitensorplaatsen". Verwijder de gebruekte batterijen voordat u十几年e staat.
Telkens wanner u de batterijen van een buitensor heeft verrangen, moet de draadloze verbinding met het weerstation weeer tot stand worden gebracht. Anders wordt de buitensor niet automatisch door het weerstation gezonden. Ga als volgt te werk:
- Wonneer u alle batterijen in een buitensensor heeft verrangen, druk dan op de knop SENSOR (17) op het weerstation.
- Druk kort daarna op de reset-knop RESET (K) op de buitensensor. De buitensensor genereert dan een neue verbindingscode, die voor de nieuwe verbinding kan worden gebruikt.
Vervangen van de batterijen van het weerstation
- Als hetLCD-display (8) van het weerstation zwakker worden, is de batterijspanning van het weerstation te laag. De batterijnen要去en verwangen. De batterijstatus van het weerstation geeft een laag batterijniveau aan.
- Om de batterij te verrangen, gaat u te werk zoals beschreven in de paragraaf "De batterijen in het weerstation plaatsen". Verwijder de gebruekte batterijen voordat u deze opnieuw plaatst.
11. Bediening
a) Sluit het weerstation draadloos aan op de buitensor
De zender voor draadloze transmissie van alle meetgegevens is geintegreerd in de buitensensor. Het weerstation begint automatisch te zoeken aan actieve buitensensors en verbindt deze draadloos wanner de batterijen zijn geplaatst. Het ontvangstsymbool Kertpert. Dit geeft aan dat het weerstation op zoek is maar het draadloze signal van de buitensensor. Als de verbinding succesvol is, worden het ontvangstsymbool Buidtebuitentemperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid, windrichting en neerslag permanent op hetLCD-display (8) weergegeven.
Wacht een tijdje. Het kan voorkomen dat het signaal om verschillende redenen, zoals atmosferische of andere storingen, Niet direct worden ontvangen.
Als na het plaatsen van de batterijen geen weergave in hetLCD-display (8) verschijnt, drukt u met een puntingoorwerp op de resetknop RESET (K) op de buitensensor.
Indicator draadloos signal
De buitensensor kan gegevens draadloos over een bereik van ongeveer 150m (zichtlijk) overdragen. Af en toe kan het signalaal door fysiieke obstkels of andere omgevingsstoringen worden verzwakt of verloren gaan. Als het sensor-signal volledig verloren gaat, moet u het werkstation (het hoofdapparaat) of de buitensensor opnieuw positioneren.
| Y. | Y. | Y. | Y. | |
| Geen signalaal Zoeken aan een signalaal | Sterk signalaal ontvangen | Zwak signalaal ontvangen | Signaal verloren | |
b) DCF-ontvangst
De synchronisatie met de DCF-tijd worden dagelijks automatischuitgevoerd. Dit is voldoende om de afwijking van minder dan een seconde per dag te honden.
Het DCF-signaal worden door een zender in Mainflingen (in de buurt van Frankfurt am Main) uit gezonden. De reikwijdtde ervan bedraagt 1500~km , onder ideale ontvangstondities zichs 2000~km . H DCF-signaal bevat onder meer de exacteijd (afwijking theoretisch een seconde in een miljoenJAr!) en de datum. Uiteraard omslachtige handmatige instellen van zomer- en wintertijd ook nicht meer nodig.

- Het herkennen van het DCF-signaal en de uitlezing ervan duurt enkele Minutes. Beweeg het weerstation in deze tijd Niet. Raak geen knappen of schakelaars aan!
- Plaats het weerstation op minstens 1 m van de netvoedingsadapter.
- De ontvangst van het signalaal kan door de constructie in de omgeving en de exacte geografische positie worden beinvloed.
-
U kunt een slechte DCF-ontvangst verwachten bijv. bij ramen die+zijn voorzien van thermisch isolerend glas met een opgedampte metaallaag, constructies van gewapend beton, special bekleed behang, in de buurt van elektronische apparatuur of in kelders.
-
Tijdens de DCF-ontvangst worden hetLCD-display (8) donkerder.
- Als er geen actueleijd worden weergegeven, wijzigt u de positie van het weerstation en probeert u opnieuw het DCF-signaal te ontvangen.
Draadloze ontvangstweergave DCF
De signalsterkte van het tijsignaal worden op het Icd-display (8) van het weerstation weergegeven zoals in de vol-gende tabel:
| Geen golven bij het symbool of alleen | |||
| geen signaal redelijk | signaal ontvangen zwak signalaal ontvangen goed signalaal ontvangen | ||
c) Het testen van het weerstation en de buitensor
U kunt de functie van het weerstation en de buitensensor testen voordat u de buitensensor permanent installeert. Het weerstation en de buitensensor mogen Nieteer dan 1,7 tot 3,3 m van elkaar verwijderd zichn wonneur u voor het eerst probeert te synchroniseren.
Stel de voeding van het weerstation en de buitensensor in zoals beschreven in hoofdstuk 10 "Ingebruikname".
Wacht zo nodig enigeijd tot het signal van de buitensensor met succes is ontvangen. U kunt wind simuleren door de windsnelheidssensor (D) te draaien en regen door water in de regentrechtier (A) te gieten om de eerste metingen van alle sensors te krijgen.

Na de installmentie en het testen van de functie wist u alle opgenomen gevevens om te voorkomen dat bij latere, normale werking foutieve gevevens van de neerslag en de wind worden gemeten.
- Druk op de knop HISTORY (6) en houd deze 10 seconden lang ingedrukt. Hierdoor worden alle erder opgenomen gegevens gewist.

De tijd en de verbinding met de buitensensor (koppeling) worden hierdoor nicht beinvloed. Een neue instelling van deijd resp. de koppeling van weerstation en buitensensor hoeft nicht opnieuw te worden uitgevoerd.
d) Tijdweergave enijdinstelling
Automatischeijdinstelling uit-/inschakelen
Het apparaat stelt de tijd automatisch in volgens het ontvangen DCF-radiosignaal. Om de tijd en de kalender handmatig in te stellen,要去e erst de DCF-ontvangst uitschakelen.
- Druk op de knop RCC (18) en houd deze 8 seconden lang ingedrukt. Een pieptoon bevestigt het uitschakelen. Het symbool "OFF" geeft aan dat de automatische DCF-ontvangst is uitgeschakeld.
- Houd de knop RCC (18) 8 seconden ingedrukt om de automatische DCF-ontvangst wee ter activeren. Een pieptoon klinkt als bevestiging. Het symbol "ON" geeft aan dat de automatische tijdontvangst is geactiveerd.
On
OFF
Tijd en datum/tijdzone handmatig instellen

Een handmatigeijd- en kalenderinstelling is alleen nodig als het weerstation geen DCF-signaal hebft ontvangen.
Bij dit werkstation(Int) u de tijd en datum handmatig instellen. Ga als volgt te werk:
- Houd de knop TIME SET(14) gedurende 2 seconden ingedrukt om deijdinstellingsmodus te activeren. Het symbol van de 12- of 24-uurs weergave knippert als eerste.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om een instelling te selecteren. De actuèle instilling knippert.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om een instelling te wijzigen. Houd de knop ingedrukt om snel door de waarden te bladeren.
- Druk op de knop TIME SET om de instelling te bevestigen.
- De instelvolgorde begint met het uurformaat en is als volgt: 12/24 hour format Hour Minute Second Year Date (Month Day) Hour offset Language DST AUTO/OFF (dat is: 12/24aar formaat Uur Minuit Seconde Jaar Datum (Maand Dag) Tijdzone Taal Zomertijd aan/uit). De omschakeling van de tijdzone vindt plaats als uurverschuiving. Er kan een offset on -23 en +23 eer worden ingesteld.
- De omschakeling op de zomertijd (DST) is ingesteld op "AUTO" (fabrieksinstalling). Deijdweergave schakelt dan automatisch over op de zomertijd als het DCF-signal worden gewijzigd. U kunt deze omschakeling deactiveren door DST op "OFF" in te stellen.
- Als er gedurende 60 seconden geen knop worden ingedrukt, keert het weerstation automatischtering maar de normale weergave en worden de instelleningen geannuleerd.

Het jaartal kan alleen bij het instellen worden weergegeven. Een Jaaraanduiding is tijdens het gebruik Niet möglich. Alleen de datum en de tijd verschijnen continu op het LCD-display (8).
e) Instellen van het alarm en de alarmehtiij
Het weerstation heeft een wekalarm dat wordt geactiveerd of ingesteld en geschakeld afhankelijk van de tijd.
- Druk en houd de knop ALARM (13) circa 2 seconden ingedrukt. De uuraanduiding van de alarmtijd begint te knipperen.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om de uurinstelling van het alarm te wijzigen. Bevestig de instelling met de knop ALARM (13). De minuutaanduiding knippert.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om de instelling van de minuten te wijzigen. Bevestig de instelling door op de knop ALARM te drukken.
- De alarmfunctie worden automatisch geactiveerd zodia u de alarmtijd hebts ingesteld. Het symbol "Q" verschijnt op hetLCD-display.
Weergave van de alarmtijd en het in-/uitschakelen van het alarm
- Druk kort op de knop ALARM (13). De ingestelde alarmtijd worden gedurende ca. 5 seconden weergegeven.
- Druk gedurende deze tijd op de knop ALARM om het alarm te activeren met de ingestelde alarmtijd.
- Als het alarm is geactiveerd, drukt u op de knop ALARM om het alarm uit te schakelen. Het symbol "Q" verdwijnt van het LCD-display (8).
Activeren/deactiveren van een geactiveerd wekalarm
Wanneer deijd de ingestelde alarmtijd bereikt, klinkt het alarm. Het kan als volgt worden gestopt:
- Als er geen handleding worden verricht, stopt de alarmtoon automatisch na 2 minutes. Het alarm worden de volgen-de dag waar geactiveerd.
- Druk binnen de 2 minuten op de knop ALARM (13) om het alarm uit te schakelen. Het alarm worden de volgende dag waar geactiveerd.
- Druk op de knop ALARM/SNOOZE (4) om de sluimerfunctie in te schakelen. De alarmtoon gaat uit en klinkt dan na 5 minuten weeer. Terwijl de sluimerfunctie is ingeschakeld, knippert het alarmsymbol "". De sluimerfunctie kan binnen 24 uur steeds weeer worden ingeschakeld.
- Houd de knop ALARM/SNOOZE gedurende 2 seconden ingedrukt om het alarm uit te schakelen. Het zal de volgende dag waar klinken.
f) Activeren en instellen van waarschuwingsalarmen
Het werkstation kan ook visuele en akoestische waarschuwingen geben wanner bepaalde meetwaarden worden overschreten of nicht worden bereikt. Ze können individueleel worden ingesteld. Wanner de ingestelde meetwaarde is bereikt, worden het waarschuwingsalarm geactiveerd.
Vorstalarm activeren/deactiveren
- Druk kort op de knop ALARM (13). De ingestelde alarmtijd worden gedurende ca. 5 seconden weergegeven.
- Druk gedurende deze tijd twee koer acheer elkaar op de knop ALARM (13) om het vorstwaarschuwingsalarm te activeren. Het vorstalarmsymbol (sneeuwvlok) verschijnt op het lcd-display (8) wonneer het is geactiveerd.
- Als het vorstalarm is geactiveerd, klinkt er een akoestisch alarmtoon en knippert het vorstalarmsymbol op het LCD-display (8) als vorst worden gemeten.

Wanner het vorstalarm is geactiveerd, begint het vorstalarmsymbolbool 串 (sneeuwvlok) 30 minutes voor de waarschuwingstoeknipperen als de buitentemperatuurlagerisdan- 3^
Instellen en weergeven van waarschuwingsalarmen
Waarschuwingsalarmen voor temperatuur (binnen en buiten), luchtvochtigheid (binnen en buiten), windsnelheid, luchtdruk en neerslaghoeveelheidঀn instelbaar. U kunt de grenswaarden waar bij een alarm wordt geactiveerd, afzonderlijk instellen.
- Druk zolang op de knop ALERT (12) tot de gewenste alarmwaarde worden weergegeven. De symbolen "HI AL" of "LO AL" worden in het Icd-display (8) weergegeven. De volgorde van weergave is als volgt:
Waarschuwing Weergavebereik
Buitentemperatuur hoog Buitentemperatuur/-luchtvochtigheid
Buitentemperatuur laag
Buitenluchtvochtigheid hoog
Binnentemperatuur hoog Binnentemperatuur/-luchtvochtigheid
Binnentemperatuur laag
Luchtvochtigkeit binnen hoop
Luchtvochtigheid binnen laag
Windsnelheid Windsnelheid
Neerslag van de dag (sinds middernacht) Neerslag
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om de waarde aan te passen, of houd de betreffende knob ingedrukt om de waarde snel te veranderen. Het huidige alarm knippert gedurende het instelproces. Druk op de knob ALERT om de gekozen waarde te bevestigen.
Waarschuwingsalarm activeren of deactiveren
- Druk op de knop ALERT (12) tot het betreffende alarm is geselecteerd.
- Druk dan op de knop ALARM (13) om het alarm aan of UIT te zetten.
- Druk op de knop ALERT om maar de volgende alarminstelling van de lus te gaan.
- Stel dit volgende alarm dan opdezelfde manier in als hierboven beschreiben.
HIL
Geen weergave van de symbolen Alarmuit
- Dru op een willekeurige knop op het frontpaneel om de alarm aan/uit-status op te slaan en terug te keren naar de normale stand.
- Het weerstation verlaat deze instelmodus na 5 seconden automatisch, als u binnen dezeijd geen knop hoeft in te drukken.

Waarschuwingsalarmen haben een instelbare maximum- en minimumwaarde. De symbolen "HI AL" en "LO AL" worden op hetLCD-display (8) weergegeven.
g) Uitschakelen geactiveerd waarschuwingsalarm
Als er een waarschuwingsalarm worden gegeven, klinkt de alarmtoon. Het kan als volgt worden gestopt:
- Als er geen handleding worden uitgevoerd, stopt de waarschuwingstoon automatisch na 2 minutes. De displays en symbolen blijven knipperen totdat de meetwaarden/displaywaarden waar buiten de ingestelde waarden van de alarminstelling vallen.
- Druk op de knop ALARM / SNOOZE (4) of ALARM (12) om handmatig een waarschuwingsalarm uit te schake- len. De individatoren en symbolen blijven knipperen.

Een waarschuwingsalarm worden opnieuw geactiveerd wonneer de waarden terugkeren maar het ingestelde waarschuwingsbereik.
h) De hintergrondverlichting instellen
De darüberverlichtung zal branden wanner het weerstation wordt gevoed door de netvoedingsadapter. Om energie te besparen is het Niet continu beschikbaar bij gebruik op batterijen.
- Druk op de knop ALARM/SNOOZE (4) om bij uitsluitend batterijgebruik de achtergrondverlichting gedurende ca. vijf seconden in te schakelen.
- Om de helderheid van de achtergrondverlichting van hetLCD-display (8) te wijzigen,zet u de schuifschakelaar HI/ LO/AUTO (15) in de stand "AUTO", "LO" of "HI". De achtergrondverlichting kan worden aangepast in drie helderheidsniveauaus. De individuele posities zich als volgt:
- "AUTO" = anschegrondverlichting automatisch (de helderheid van het display past zich automatisch aan de omgevingshelderheid aan)
- "LO" = Achtergrundverlichting zwak
- "HI" = Achtergrondverlichting helder
12. Aanduidingen en betekenis
a) Weergave van temperatuur en luchtvochtigheid
De huidige temperatures en luchtvochtigheid worden weergegeven op hetLCD-display (8).
Selecteer de temperatuurenheid ^ C / ^
Op de weiterkant van het weerstation bevindt zich de schuifschakelaar ^ / ^ (16) voor de temperatuurenheid van het display. Hiermee(Int u de temperatuurenheid voor de weergave schakelen tussen ^ C (graden Celsius) en ^ (graden Fahrenheit).
b) Luchtdrukeenheid en luchtdrukweergave
De atmosferische druk is de druk op elk punt van de aarde die wordt veroorzaakt door het gewicht van de luchtkolom erboven. Een atmosferische druk verwijst maar de gemiddelde druk en neemt geleidelijk af met toenemende hoogte. Meteorologen meten de luchtdruk met behulp van barometers. Omdat de verandering in luchtdruk sterk afhankelijk is van het wee, is het möglichk om het wee te voorsellen door de drukveranderingen te meten.
Instellen van de luchtdrukeenheid
- Druk op de knop BARO (1) als de luchtdrukwaarden worden weergegeven, om maar de instelmodus van de luchtdruk te gaan. U kunt de eenheid van de luchtdruk in Ius in de volgende volgorde wijzigen: HPa → inHg → mmHg
- Druk op de knop BARO (1) om uw keuze te bevestigen.
Weergave omschakelen tussen absolute en relatieve luchtdruk
U kurz de luchtdrukweergave omschakelen tussen weergave van absolute of relatieve druk. De atmosferische druk van uw locatie is de absolute luchtdruk zoals gemeten. De relatieve luchtdruk is de atmosferische druk op zeiniveau omgezet. Voor het omschakelen gaat u als volgt te werk:
- Houd de knop BARO (1) 2 seconden ingedrukt om:tussen absolute en relatieve luchtdrukmeting te wisselen. De aanuiding "ABSOLUTE" of "RELATIVE" wordt weergegeven.
Offsetwaarde van de relatieve luchtdruk instellen.
- Houd de knop BARO (1) 2 seconden ingedrukt tot het symbol "ABSOLUTE" of "RELATIVE" knippert. De actuèle instelling knippert.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om de weergave voor relatieve luchtdruk te wijzigen.
- Druk opniew op de knop BARO tot het cijfer van de relatieve luchtdruk knippert.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om een instelling te wijzigen. Houd de knop ingedrukt om snel door de waarden te bladeren.
- Druk op de knop BARO (1) om de instellingen op te slaan en de instellingenmodus te verlaten.
De relativie luchtdruk is vooraf ingesteld op 1013 hPa (29,91 inHg). Als u de offsetwaarde van de relatieve luchtdruk wijzigt, veranderen ook de daarmee overeenkomstige weeraanduidingen. De relativie luchtdruk is gebaseerd op de hoogte van de zeespiegel (normaal-nul). De relativie druk verandert na de absolute drukveranderingen, zodra het werkstation/buitensor sensor gedurende ca. 1uur in gebruikt is.
c) Weerindex-weergave van FEELS LIKE HEAT INDEX WIND CHILL DEWPOINT
- Druk op de knop INDEX (7)om de ingebouwde weirindexen voor buitenshuis in de volgende volgorde waar te gezven: "FEELS LIKE", "WIND CHILL", "HEAT INDEX" EN "DEWPOINT". Druk nogmaals op bezelfde knop om terug te keren maar het beginschem.
- De GEVOELSTEMPERATUUR → de WARMTE-INDEX → de WINDCHILL → het DAUWPUNT worden in een lus weergegeven, samen met de bijbehorende temperatuur.
"FEELS LIKE" (gevoelstemperatuur)
- De gevoeltemperatuurindex bepaalt hoe mensen zich eigenenk, subjectief, buitenshuis voelen. Het is een combinatie van windchill-factor (18 °C of minder) en warmte-index (26 °C of hoger). Bij temperaturen in het bereikCUSen 18,1 °C en 25,9 °C, waar bij zowel de wind als de luchtvochtigheid de gevoeltemperatuur minder sterk beinvloeden, geeft het apparaat de werkelijk gemeten buitentemperatuur als gevoeltemperatuur aan.

"HEAT INDEX" (warmte-index)
De warmte-index worden bepaald aan de hand van de temperatuur- en luchtvochtigheidsgegevens van de buitensensor wonneer de temperatuur zusammen 27^ en 50^ ligt.
Warmte-index Waarschuwing Verklaring
27 tot 32^ (80 tot 90 F) Let op Mogelijkheid van vermoeidheid door große hitte
33 tot 40^ (91 tot 105 F)
Extreme
voorzich-
Mogelijkheid van dehydratie door de hitte
tigheid
40 tot 54^ (106 tot 129^ ) Gevaar Uitputting door grote hitte waarschijnlijk
≥ 55^ (≥ 130^) Groot gevaar hoog risico op uitdroging en hitteberoerte
Een combinatie van de temperatuur- en windsnelheidsgegevens van de buitensensor bepaalt de huidige windchill-temperatuur.
"DEWPOINT" (dauwpunttemperatuur)
- Het dauwpunt is de temperatuur waaronder de waterdamp in de lucht bij een constante luchtdruk condenseert tot vloeijaar water metdezelfde snugheid waarmee het verdampt. Het gecondenseerde water wordt dauw genoemd als het zich op een vast oppervlak vomt.
- De dauwpunttemperatuur worden bepaald door de temperatuur- en vochtigheidsgeevens van de buitensensor.
d) Neerslagmeting
De neerslaginformatie worden in het displaybereik voor de luchtdruk (6.x) weergegeven. De aanduiding "RAINFALL" verschijnt op hetLCD-display (8), de luchtdrukaanduidingen verdwijnen bij het omschaken. De eenheden van de neerslagmeting zijn instelbaar. Het apparaat geeft aan hoeveel mm/inch regen zich in eenperiode (bijv. van een uur etc.) heeft verzameld.
De neerslagweergavemodus selecteren
- Druk op de knop RAIN (3) om de volgende weergaveopties te doorlopen. De lus begint met de basisinstelling zonder het weergavesymbol. De volgende stappen zijn "DAILY" "WEEKLY" en "MONTHLY". De actuèle waarde van de neerslagwaarde worden met het betreffende symbol weergegeven.




De verschillende afkortingen op het display hebben de volgende betekenis.
| Waarde zonder weer-gavesymbol | Deze weergegeven neerslagwaarde komt overeen met de verwachte neerslag van een uur. Het worden elke 12 seconden bijgewerkt. |
| "DAILY" | Deze neerslagwaarde kommt overeen met de neerslag van een hele dag van 24 uur. De meetperi-ode is van 00:00 tot 24:00 uur, wat als een dag worden beschouwd. |
| "WEEKLY" | Deze neerslagwaarde meet de cumulatieve neerslag van de actuele week van 7ragen. Demeetperiode is van zondag tot zaterdag van de volgende week en worden als een hele week geëvalueerd. |
| "MONTHLY" | Deze neerslagwaarde is het resultaat van de cumulatieve neerslaghoeveelheid van de gehelelopende kalendermaand met het bijbehorende,aantalagen. Demeetperiode is van het begin van de maand tot het einde van de maand van elke kalender-maand, ongeacht het aanal階段en. |
De weergavewaarden van de neerslag worden om de 6 minuten bijgewerkt. Beginnend met het volle uur is dat elke 6e, 12de, 18e, 24e, 30e, 36e, 42e, 48e en 54e minuut.
Instellen van de eenheid van de neerslag
- Houd de knop RAIN (3) 2 seconden ingedrukt om de instelmodus voor de eenheid op te roepen.
- Druk op de omhoog-knop (20) of de omlaag-knop V (21) om de hoeveelheid neerslag te wisselen:tussen "mm" en "in".
- Druk op de knop RAIN om de instelling te bevestigen en af te sluiten.
Resetten van de gemeten totale neerslaghoeveelheid
In de normale modus houdt u de knop HISTORY (6) gedurende 10 seconden ingedrukt om alle regenvalgegevens te resetten.
Omer zeker van teল dat de gegevens correctল,reset u alle regenvalgegevens wonneer u de buiten-sensor op een andere locatie installeert.
e) Weergave van windsnelheid en windrichting
Het aflezen van de windrichting
Lees de actuèle windrichting af met behulp van de richtingswijzer. De gemulde richtingspijl geegt de actuèle windrichting samen met het kompasroos wee. In het voorbeeld onder waait de wind vanuit de westelijkke richting. De windrichting van de afgelopen 5 minuten worden aangegeven door de richtingspijl Er kuren max. 6 richtaanduidingen voor de LASTe 5 minuten worden weergegeven. In het voorbeeld onder waait de wind uit wisselende zuid-westelijkke richtingen (3x richtingsverandering).

Windweergavemoduskiezen
U kunt schakelen:tussen het weergeven van de windsnelheid van vlagen en de gemiddelde snelheid. De gemiddelde windsnelheid "AVERAGE" wordt berekend aan de hand van de afzonderlijk gameten snelheidswaarden van de laatste 30 seconden. De windvlaagsnelheid "GUST" is de hoogste LAST gameten waarde van de windsnelheid.

- Druk eenmaal op de knop WIND (2) in de normale modus om de windsnelheid van windvlagen "GUST" waar te geven in de ingestelde eenheid op hetLCD-display (8). "GUST" worden weergegeven.
- Druk tweemaal op de knop WIND (2) om de gemiddelde windsterkte waar te gehen. "AVERAGE" verschijnt in hetLCD-display. De weergave van de windsnelheid verschijnt in de ingestelde eenheid.
Ingestelde eenheid van windsnelheid
- Houd in de normale modus de knop WIND (2) gedurende 2 seconden ingedrukt om de windsnelheidsmodus te openen. Het display van het apparaat za knipperen.
- Druk op de omhoog-knop (20) of omlaag-knop V (21) om de eenheid voor de windsnelheid te veranderen in een Ius in de volgende volgorde: mph m/s km/u knopen
- Druk normals op de knop WIND (2) om uw instelling te bevestigen en terug te keren maar de normale modus.
f) Weergegevens van de afgelopen 24研究成果
Het werkstation slaat de weergegevens van de afgelopen 24 uur automatisch op. Dit omvat de gemeten binnen- en buitentemperaturen en de bijbehorende relatieve luchtvochtigkeit, de luchtdruk, de windchill-factor, de windsnelheid en de neerslaggegevens.
- Druk op de knop HISTORY (6) om de weergegevens van het huidige uur wee ter te given, bijv. de huidigeijd is 8 maart, 7:00 uur. Het display toont de gegevens "8 maart, 6:00".
- Druk op knop HISTORY (6) om meetwaarden van twee uur wee te geven, bijv. 5:00 uur (8 maart).
- Druk nog een keer op de knop HISTORY (6) omoudere meetwaarden van de laatste 24 uur (1, 2, 3, 4,... tot 24 uur geleden) wee ter given, bijv. 4:00 uur (8 maart), 3:00 uur (8 maart), 2:00 uur (8 maart), 1:00 uur (7 maart), 0:00 uur (7 maart), enz.

Het Icd-display toont het "HISTORY"-symbool samen met de tijd en datum van de gegevens.
- De weergave op hetLCD-display springt na korteijd van zichzelf terug maar de normale weergave, als de knop HISTORY Niet verder worden ingedrukt.
g) Weergave van de gecumuleerde MAX-/MIN-waarden van de weergegevens
U kunt verschillende maximum- en minimumwaarden van de weergegevens uit het geheugen oproepen en deze op het Icd-display (8) weergeven. De meettijden worden voor elke max- of min-waarde weergegeven.
- Druk in de normale modus op de knop MAX / MIN (5) om de MAX / MIN geveensrecords waar te gehen. Elke druk op de knop.gaat een stap vooruit in de Ius. De weergavevolgorde is als volgt:
MAX. TEMPERATURE (OUTDOOR) MIN. TEMPERATURE (OUTDOOR) MAX. HUMIDITY (OUTDOOR) MIN. HUMIDITY (OUTDOOR) MAX. TEMPERATURE (INDOOR) MIN. TEMPERATURE (INDOOR) MAX. HUMIDITY (INDOOR) MIN. HUMIDITY (INDOOR) MAX: FEELS LIKE --- MIN. FEELS LIKE MAX. Wind chill MIN. Wind chill MAX. HEATINDEX MIN. HEATINDEX MAX. DEWPOINT MIN. DEWPOINT MAX. PRESSURE MIN. PRESSURE MAX. AVERAGE MAX. GUST MAX. RAIN
MAX. Temperatuur (buiten) MIN. Temperatuur (buiten) MAX. Luchtvochtigheid (buiten) MIN. Luchtvochtigheid (buiten) MAX. Temperatuur (binnen) MIN. Temperatuur (binnen) MAX. Luchtvochtigheid (binnen) MIN. Luchtvochtigheid (binnen) Max. voelt als -- Min. voelt als MAX. Windchill MIN. Windchill MAX. Warmte-index MIN. Warmte-index MAX. Dauwpunt MIN. Dauwpunt MAX. Luchtdruk MIN. Luchtdruk MAX. Gemiddelde MAX. Windvlaag MAX. Neerslag
Wissen MAX/MIN-waarden
- Houd de knop MAX / MIN (5) 2 seconden ingedrukt om de MAX/MIN-gegevens te resetten. De cijferaanduidingen verdwijnen en u hoog twee korte pieptonen.
- Nieuwe waarden worden weergegeven zodia door de buitensensorijke waarden zijn ontvangen.
h) Meetwaarden buiten het meetbereik
- Als de binnentemperatuur lager is dan -40 °C, geeft het lcd-display (8) "Lo" aan. Als de temperatuur hoger is dan 70 °C toont het lcd-display "Hi".
- Als de buitentemperatuur lager is dan -40^ , geeft het lcd-display (8) "Lo" aan. Als de temperatuur hoger is dan 80^ toont het lcd-display "Hi".
- Als de luchtvochtigheid binnen lager is dan 20% , geeft het Icd-display (8) "Lo" aan. Als de luchtvochtigheid hoger is dan 90% , geeft het Icd-display "Hi" aan.
- Opijden waarin de binnentemperatuur lager is dan 0^ of hoger dan 60^ , geeft hetLCD-display (8) geen waarde voor de luchtvochtigheid aan. Er verschijnt "- - " inplaats van een luchtvochtigheidswaarde.
- Als de luchtvochtigheid buiten bij 0% ligt, geeft hetLCD-display (8) "Lo" aan. Als de luchtvochtigheid bij 100% ligt, geeft hetLCD-display "Hi" aan.
i) Maanfasen
Het maanfasepictogram geeft de natuurlijke fasevolgorde van de maan en zich uiterlijk schematisch wee. De maanfasesymbolen zich verzschillend voor het noordelijk en zuidelijk halfrond.
- Zorg ervoor dat de hemisfeerinstelling correct is ingesteld voor het gebied waar het weerstation zal worden gebruikt (vergelijk paragraaf d) "Tijdsweergave en tijdinstelling" in hoofdstuk 11 "Bediening").
- Lees voor de betekenis van de afzonderlijke maanstandsymbolen het volgende overzicht:
| Noordelijk halfrond Maanfase Zuidelijk halfrond | |
| MOON PHASE | Nieuwe maan |
| MOON PHASE | Wassende maan |
| MOON PHASE | Eerste kwartier |
| MOON PHASE | Toenemende driekwart maan |
| MOON PHASE | Volle maan |
| MOON PHASE | Afnemende driekwart maan |
| MOON PHASE | Derde kwartier | MOON PHASE |
| MOON PHASE | Afnemende maan | MOON PHASE |
j) Weersvoorspelling en weersverwachtingssymbolen
- Het werkstation berekent een weersverwachting voor de nabijte toekomst op basis van de vorige barometrische druktendens (barometer) en geeft de bijbehorende weersverwachtingsiconen wee. De voorspellingsgeevens hebben betrekking op de komende 12 tot 24 uur en gelden voor een gebied binnen een straal van 30 tot 50 km rond de locatie van het werkstation/de buitensor sensor. Toenemende luchtdruk duidt meestal op zonniger wee.

Het regenwolkensymbol knippert wanner regen met storm worden voerspeld.
| zonnig gedeeltelijk be- wolkt | bewolkt regen regen en storm sneeuw | ||||
| FORECAST | FORECAST | FORECAST | FORECAST | FORECAST | FORECAST |

De nauwkeurigheid van deze algemene, op luchtdruk gebaseerde weersverwachting ligtussen 70% en 75% . De weersvoorspelling geeft de weersituatie voor de komende 12 eer wee. Het beschrijft nichtoodzakelijkkerwijs de actuèle situatie.

De weersverwachting met betrekking tot de sneeuwval isECHTER NIT gebaseerd op de luchtdruk, Maar op de buitentemperatuur. Als de temperatuur lager is dan -3 ^ C , wordt het weersymbol voor sneeuwval op hetLCD-display (8) weergegeven.
k) Comfortweergave
De comfortweergave is een visuèle weergave op basis van de gemeten temperatuur en luchtvochtigheid van de binnenlucht. Dit bepaalt het comfortsniveau.
| te koud aangenaam te | heet |

De weergave van het comfortniveau kan variieren afhankelijk van de luchtvochtigheid bij bezelfde temperatuur. Bij temperaturen onder 0^ of boven 60^ geeft het werkstation geen comfortsymbolen weeer.
I) Alle gegevens terugzetten/wissen
- Druk op de knop HISTORY (6) en houd deze 10 seconden lang ingedrukt. Hierdoor worden alle erder opgenomen gegevens gewist.
13. De schaal van Beaufort
De schaal van Beaufort is een empirische schaal voor het beschrijven en inschatten van de windkracht zonder meetinstrumenten, gebaseerd op de invloeden op zichbare objecten bijv. beweging van bomen of golven in het water. Het is vernoemd maar Sir Francis Beaufort. De windkracht boven land en op zee worden verschillend bepaald. De windmeter geeft metingen op de schaal van Beaufort aan als balkdiagram van 1-12. Een omrekentabel voor het bij benadering omrekenen maar andere eenheden is hieronder afgebeeld.
| Schaal van Beaufort | |||||||
| m/s kts mph km/h | ft/min Omstandigheden aan land | ||||||
| 0 Windstil 0 - 0,2 0 - 1 0 - 1 0 - 1 0 - 58 Rust. Rook stijgt vertical op. | |||||||
| 1 | Stille bries | 0,3 - 1,5 | 1 - 3 | 1 - 3 | 1 - 5 | 59 - 314 | Rookrichting geeft de windrichting aan. Bladeren en vlaggen bewegen nicht. |
| 2 | Lichte bries | 1,6 - 3,3 | 4 - 6 | 4 - 7 | 6 - 11 | 315 - 668 | Wind wordt op een blootgestelde huid voelbaar. Bladeren ritselen. Vlaggen beginnen te bewegen. |
| 3 | Zwakke bries | 3,4 - 5,4 | 7 - 10 | 8 - 12 | 12 - 19 | 669 - 1082 | Bladeren enkleine takken bewegen voortdurend, lichte vlaggen waaien gemakkelijk in de windrichting. |
| 4 | Matige bries | 5,5 - 7,9 | 11 - 16 | 13 - 18 | 20 - 28 | 1083 - 1574 | Stof en los papier worden wegewaaid. Kleine takken beginnen te bewegen. |
| 5 | Frisse bries | 8,0 - 10,7 | 17 - 21 | 19 - 24 | 29 - 38 | 1575 - 2125 | Takken van gemiddelde grootte bewegen. Kleine bomen met bladeren beginnen te bewegen. |
| 6 | Sterke wind | 10,8 - 13,8 | 22 - 27 | 25 - 31 | 39 - 49 | 2126 - 2735 | Grote takken komen in beweging. Fluiten in bovenleidingen worden hoorbaar. Het gebruik van parapluswordt moeilijk. Lege plastic bekers vallen om. |
| 7 | Harde wind | 13,9 - 17,1 | 28 - 33 | 32 - 38 | 50 - 61 | 2736 - 3385 | Hele bomen komen in beweging. U要去eil moeite doeon om gegen de wind te gaan. |
| 8 Stormachtige wind | 17,2 - 20,7 | 34 - 40 | 39 - 46 | 62 - 74 | 3386 - 4093 | Takken breken van bomen. Auto's kuren van de weg worden geblazen. Lopen worden moeilijk. |
| 9 Storm 20,8 - | 24,4 | 41 - 47 | 47 - 54 | 75 - 88 | 4094 - 4822 | Sommige takken breken van bomen af. Kleinere bomen, bouwconstruc-ties en borden vallen om. |
| 10 Zware storm 24,5 - | 28,4 | 48 - 55 | 55 - 63 | 89 - 102 | Bomen waaien om of worden ontworteld, schade aan bouwwerken worden waarschijnlijk. | |
| 11 Orkaanachti-ge storm | 28,5 - 32,6 | 56 - 63 | 64 - 72 | 103 - 117 | Er is waarschijnlijk spreke van aan-zienlijke schade aan de vegetatie en de structuur van de gebouwen. | |
| 12 Orkaan | 32,6 | >63 | >72 | >117 | >6417 |
Problemen oplossen
Met het weerstation heeft u een product aangeschaft dat volgens de LASTE stand van de techniek is gebouwd en betrouwbaar is in gebruik. Toch kuren er problemen en storingen optreden. Daarom wilnen we hier beschrijven hoe u möglichke storingen kurz verhelpen.
| Probleem Mogelijk oorzaak/oplossing Oplossing | ||
| Geen ontvangst van het signal van de buitensorson | De afstandussen het weerstation en de buitensensor kan te groot়. Objecten of afschemingsmateri-aal (gemetalliseerde ramen met dubbele beglazing, gewapend beton, enz.) kunnen de draad-loze ontvangst belemmeren. Het weerstation staat te zich bij andere elektronische apparatuur (tv, computer). Een andere zender opdezelfde of een aangrenzende frequentie stoort het radiosignal van de buitensorson. | Verander de locatie van het weer-station en/of de buitensensor. Verklein de afstandussen het weerstation en de buitensensor indien nodig. Voer dan een handmatige sensor-zoekactie uit. Lees hiervoor hoofd-stuk 10 "Ingebruikname", paragraaf c) "Vervanging van de batterijen", "Vervanging van de batterijen van de buitensensor". |
| Probleem Mogelijk oorzaak/oplossing | Oplossing | |
| De buitensensor werkt nicht (led-in-dicator (J) knippert nicht elke 12 se-conden). | Er zijn geen batterijen geplaatst. De batterijen van de buitensensor leeg of bijna leeg. | Probeerijke batterijen in de bui-zijtensensor te plaatsen. Raadpleeg hiervoordhoofdstuk 10 "Ingebruikna-me", paragraaf c) "Vervang van de batterijen", "Vervang van de batterijen van de buitensensor". |
| Meting van de neerslaghoeveelheid werkt slecht of hebmaal Niet. | 1. Controller de afvoeropening in de regentrechtter (A).2. Controller de uitlijning van de trechter met waterpas (B). | |
| Temperatuur- en luchtvochtigheids-meting werkt slecht of hebmaal Niet. | 1. Controller de afscherming (F).2. Controller de sensorbehuzing. | |
| De meting van de windsnelheid en de richting werkt slecht of hebmaal Niet. | 1. Controller de anemometer (D).2. Controller de windvaan (G). | |
| Yen - - - | Het weerstation heeft gedurrende 15 minuten geen signal van de buitensensormeer ontvangen. | 1. Breng het weerstation en de bui-tensensorDICHTER bij elkaar.2. Zorg ervoor dat er geen storingen optreden van andere elektrische apparaten, zoals tv's, computers, magnetrons).3. Helpt dit alles nicht, reset het weer-station en de buitensensor en pro-beer de signalontvangst opnieuw. |
| Yen Er | Het weerstation� hengedurrende 60 minuten geen signal van de buitensensormeer ontvangen. | |
14. Onderhoud en reiniging

Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische producten odomat de behuizing dan beschadigd of de werkig zelfs belemmerd kan worden.
- Verbreek voor eachere reiniging de verbinding met de stroomvoorziening. Verwijder hiervoord be batterijen of koppel het weerstation los van het stopcontact.
Dompel het product Niet onder in water. - Gebruik een droog, pluisvrij doeke voor de reiniging van het product.
15. Onderhoud
a) Regentrechter reinigen

- Schroef de regentrechter 30^ gegen de klok in los.
- Verwijder de regentrechter voorzichtig.
- Reinig en verwijder vuil of insecten uit de trechter.
- Installee der regentrechte als deze schoon en volledig droog is.
b) Reinigen van de buitenvoeler thermo-hygro-sensormodule

- Verwijder de 2 schroeven aan de onderkant van de beschemkap (F).
- Verwijder de beschemkap.
- Verwijder voorzichtig vuil of insecten uit de sensorbehuizing. Laat de binnenste sensors Niet nat worden.
- Reinig de beschermkap met water om vuil of insecten te verwijderen.
- Monteer alle onderdelen wee in omgeekerde volgorde als ze schoon en volledig droog+zijn.
Vergrendeld los
16. Conformiteitsverklaring (DOC)
Hiermee verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau dat het product voldoet aan richtlijn 2014/53/EU.

De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is als download via het volgende internetadres beschikbaar:
Kies een taal door op een vlagsymbol te klikken en voer het bestelnummer van het product in het zoekveld in; aansluitend(Int, de EU-conformiteitsverklaring downloads in pdf-formaat.
17. Verwijdering
a) Product

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt worden gebracht, moet met dit symbool zichen gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van+zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten geschaden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zich verplicht oude batterijen en accu's die Niet bij het oude apparaat+zijn ingesloten,evenals lampen die op een Niet-destructieve manier uit het oude toestel+kennen verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende Gratis inlevermöglichheden (meer informatie op unsere website):
- in once Conrad-filialen
- in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
- in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die zich ingering door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
Voor het verwijderen van personsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen können gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
b) Batterijen/accu's
Verwijder eventuele geplaatste batterijen/accu's en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle gebruikte batterijen/accu's in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, zich gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mo- gen Niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zich: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu's, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
U kunt verbruike batterijen/accu's gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, once filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijkke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu's leeg zich, kan de rest-energie die zich bevatten gevaarlijk zich in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
Stroomvoorziening (batterijen) 3 x 1,5 V/DC AAA (niet inbegrepen)
Levensduur batterij...ca. 5 maanden (zonder aangesloten netvoedingsadapter)
Draadloze signaloverdracht. 868 - 868,6 Mhz (buitensensor/weerstation)
Bereik 150 m
Signaalsterkte max. 6 dBm
Formaat Icd-display (B x H) 165 x 90 mm
Talen. Weekdagen in 5 talen (EN/FR/DEU/ES/IT)
Bedrijfsconditions -5 tot +50^ 10-90% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
-20 tot +60 °C, 10 - 90 % relatieve luchtvochtigkeit (niet condenserend)
Afmetingen (b x h x d) 202 X 138 x 38 mm
Gewicht. 518 g (zonder batterij)
b) Buitensorson
Stroomvoorziening. 3 x 1,5 V/DC AA-batterij (niet meegeverd)
Levensduur batterij. ca. 2,2aar (met alkalinebatterijen)
Bereik 150 m
Beschermingsgraad. IPX4
Sensorcomponenten ........Meting van temperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid, windrichting, hoeveelheid neerslag
Bedrijfsconditions -40 tot +60^ 1-90% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
Opslagconditions. 40 tot +60^ 1 - 90% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
Afmetingen (b x h x d) 344 x 394 x 136 mm
Gewicht. 656 g (met houder en voet)
c) Netvoedingsadapter
Ingangsspanning/-stroom 100 - 240 V/AC, 50/60 Hz, max. 0,3 A
Uitgangsspanning/-stroom. .5 V/DC, 0,6 A
Uitgangsvermogen 3 W
Pagina
NL Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegren, voorbehonden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingssapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgeber. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.