ThermoSystem - Cv-ketel BULEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ThermoSystem BULEX in PDF-formaat.
| Producttype | Gascondensatieketel |
| Merk | Bulex |
| Model | ThermoSystem (TS 80/3, TS 120/3, TS 160/3, TS 200/3, TS 240/3, TS 280/3) |
| Categorie | Centrale verwarmingsketel |
| Brandstoftoevoer | Gas (type volgens typeplaatje) |
| Aanbevolen vuldruk | 0,23 tot 0,25 MPa (2,3 tot 2,5 bar) koud |
| Display | Multifunctioneel display (aanvoertemperatuur, druk, status-/foutcodes) |
| Bediening | Hoofdschakelaar, +/- toetsen, informatietoets (I), Reset-toets |
| Controlelampjes | Groen (warmwaterproductie), Geel (brander in werking), Rood (storing) |
| Hoofdfuncties | Centrale verwarming, productie van sanitair warm water (met boiler), antivriesbeveiliging, zomerfunctie |
| Antivriesbeveiliging | Ingebouwde functie: automatische start als aanvoertemperatuur < 5°C |
| Storingen | Foutcodes weergegeven (F.22, F.28, F.29, F.32); reset via Reset-toets |
| Veiligheid | Druksensor, stopinrichtingen, beveiliging tegen gaslekken, brandervergrendeling |
| Onderhoud | Jaarlijks door erkende installateur; controle van condensaatafvoer |
| Garantie | Conform de wettelijke regelgeving; installatie door een professional vereist |
| Bestemmingsland | België (adres: Steenweg op Bergen 1425, 1070 Brussel) |
| Onderdelen | Neem contact op met erkende installateur of Bulex-klantendienst |
| Recycling | Apparaat en verpakking recyclebaar; niet bij het huishoudelijk afval gooien |
Veelgestelde vragen - ThermoSystem BULEX
Gebruikersvragen over ThermoSystem BULEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ThermoSystem - BULEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ThermoSystem van het merk BULEX.
GEBRUIKSAANWIJZING ThermoSystem BULEX
1 Aanwijzingen bij de documentatie 3
1.1 Documenten bewaren 3
1.2 Gebruike symbolen 3
1.3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing 3
1.4 Typeplaatje 3
1.5 CE-merkteken 3
2 Veiligheid. 4
2.1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 4
2.1.1 Classificatie van de waarschuwingen bij handelingen. 4
2.1.2 Opbouw van waarschuwingen 4
2.2 Gebruik volgens de voorschriften 4
2.3 Algemene veiligheidsinstructies 4
3 Aanwijzingen voor het gebruik. 6
3.1 Eisen aan de standplaats 6
3.2 Mantel reinigen.. 6
3.3 Recycling en afvoer 6
3.4 Wenken voor energiebesparing 6
4 Bediening 8
4.1 Overzicht van de bedieningselementen 8
4.2 Multifunctionele weergave 8
4.3 Maatregelen voor inbedrijfstelling... 8
4.3.1 Afsluitvoorzieningen openen 8
4.3.2 Systeemdruk controleren.. 9
4.4 Inbedrijfstelling.. 9
4.5 Warmwaterbereiding. 10
4.5.1 Warmwaterafname 10
4.6 Buitenbedrijftelling 10
4.7 Statusweergaven 10
4.8 Verhelsen van storingen 11
4.8.1 Storingen wegens watergebrek 11
4.8.2 Storingen bij de ontsteking 11
4.8.3 Storingen in het verbrandingslucht-/ rookgastraject. 12
4.9 Toestel/CV-installatie vullen.. 12
4.10 Vorstbeveiliging. 12
4.10.1 Vorstbeveiligingsfunctie 12
4.10.2 Vorstbeveiliging door leegmaken 12
4.11 Installateur-meting. 13
5 Onderhoud en serviceteam. 14
5.11.1 Regelmatig onderhoud 14
5.1 Oproepcentra voor Dienst na-verkoop 14
6 Fabrieksgarantie 15
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De Bulex ThermoSystem-toestellen zijn HR-gasketels.
Lees deze instructies en volg ze nauwkeurig op voor veilig en efficienct gebruik van uw apparaat. Vergeet Niet de hoofdstukken "Veiligkeit" en "Garantie" te lezen. Hier vindt u belangrijke informatie voor uw veiligheid.
In geen geval worden aansprakelijkheid aanvaard voor beschadiging die voortvloeit uit het Niet naleven van de richtlijnen in deze begruikshandleiding.
Aanvullend geldende documenten in acht nemen
Neem absolut去goednota van alle gebruiksaanwijzingendie bij andere componenten van uw installment worden meegeleverd.
1.1 Documenten bewaren
Deze handleidingen vormen een vast onderdeel van het toestel en moeten aan de eindgebruiker na de installmentie volgens de actuel geldende voorschriften overhandigd worden.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend geldende documenten goed, zodat u en elke volgende gebruiker er indien nodig over konnen beschikkken.
Neem deze handleiding zorgvuldig door en neem de aanwijzingen erin voor een veilig en efficient gebruik van het toestel inucht.
1.2 Gebruikte symbolen
Hieronder worden de in de tekst gebruekte symbolen verklaard.

Symbool voor een nuttige aanwijzing en informatie
1.3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing geldtuitsluitend voor toestellen met de volgende artikelnummers:
| Geräteotyp Artikelnummer | |
| TS 80/3 0010014394 | |
| TS 120/3 0010014395 | |
| TS 160/3 0010014396 | |
| TS 200/3 0010014397 | |
| TS 240/3 0010014398 | |
| TS 280/3 0010014399 |
1.1 Type-aanduldingen en artikelnummers
Het 10-cijferige artikelnummer van het toestel vindt u op het typeplaatje ( hfdst.1.4).
1.4 Typeplaatje
Het typeplaatje van de Bulex ThermoSystem is op de城县kant van de ketel aangebracht.
Het typeplaatje bevat de volgende gegevens:
- Fabricagenr
- Typebenaming
-Toegelaten rookgasafvoer - Landen van bestemming, toegelaten gascategory
- Technische gegevens van het toestel
- CE-markering
Het zevende tot 16e cijfer van het seriENUMmer op het typeplaatje vormen het artikelnummer.
1.5 CE-merkteken

Met de CE-markering worden aangegeven dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamentele vereisten van de richtlijnen voldoen.
2 Veiligheid
2.1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Neem bij de bediening goednota van de algemene veiligheidsaanwijzingen en de waarschuwingen die voor elke handeling staan vermeld.
2.1.1 Classificatie van de waarschuwingen bij handelingen
De waarschuwingen bij handelingen zijn als volgt door waarschuwingstkens en signaalwoorden aangaande de ernst van het potentièle gevaar ingedeeld:
| Waarschu- wingsteken | SIGNAL- woord | Toellchting |
| Gevaar! | Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel | |
| Gevaar! | Levensgevaar door elektrische schok | |
| Waarschu- wing! | Gevaar voorlicht lichamelijk let- sel | |
| Attentle! | Risico op materièle schade of schade voor het milieu |
2.1.2 Opbouw van waarschuwingen
Waarschuwingen herkent u aan eenhaarlijk boven en onder. Ze zich volgens het onderstaande principe opgebouwd:

Signaalwoord! Soort en bron van het gevaar!
Toelichting op soort en bron van het gevaar
Maatregelen voor het afwenden van gevaar
2.2 Gebruik volgens de voorschriften
De Bulex HR-gasketel ThermoSystem is volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften gebouwd. Toch können er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gezaren voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp. beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is nicht bedoeld om door Personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijkke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zich onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veilighed of die hen in het gebruik van het toestel geinstruendum het. Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat bij met het toestel spelen.
Het toestel is een warmteopwekker voor gesloten CV-installaties.
Een ander gebruik dan het in deze handleiding beschreiben gebruik of een gebruik dat van het hier beschreiben gebruik afwijk, geldt als Niet reglementair. Als Niet-beoogd gebruik geldt ook ieder direct commercieel of industrieel gebruik.
De fabrikant/leverancier is Niet aansprakelijk voor vorstschade, voortkomend uit Niet-reglementair gebruik. Het risico draagt alleen de gebruiker.
Het reglementaire gebruik houdt in:
- het naleven van de bijgevoegde gebruiks-, installment- en onderhoudsandleidingen van het Bulex ThermoSystemproduct en van andere onderdelen en componenten van de installmentie
- de installment en montage conform de toestel- en sys- teemvergunning
- het naleven van alle in de handleidingen vermelde inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.

Attentie!
Elk oneigenlijk gekruik is verboden.
2.3 Algemene veiligheidsinstructies
Installatie, inspectie, onderhoud en reparatie van het toestel alsook wijzigingen van de ingestelde hoeveelheid gas mogen alleen door een erkende installmenteur uitgevoerd worden. Hierbij moet hij de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen in acht nemen. Alleen met een PI en PO Certificaat (Periodieke Inspectie en Periodiek Onderhoud) mag de erkende installmenteur het toestel inbedrijfstellen.
Gedrag bij gaslucht in gebouwen
Vermijd ruimtes met gaslucht.
Doe, indien möglichk, deuren en ramen wijd open en zorg voor,tocht.
Vermijd open vuur (bv. aansteker, lucifer).
Niet roken.
Bedien geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geen deurbellen, geen telefoons en andere communicatorssystemen in扣除.
Sluit de gasteller-afsluitkraan of de hoofdkraan.
Sluit, indien möglichk, de gaskraan op het toestel.
- Waarschuw andere huisbewoners door te roepen of aan te kloppen.
Verlaat het gebouw.
Verlaat bij hoorbaar uitstromen van gas onmiddelijk het gebouw en voorkom dat derden het gebouw betreden.
Waarschuw brandweer en politicte buiten het gebouw.
Neem contact op met de storingsdienst van het energiebedrijf vanaf een telefoonaansluiting buiten hetuis.
Explosieve enlicht ontvlambare stoffen
Explosieve of licht ontvlambare stoffen (bijv. benzine, papier, verf, enz.) nicht in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan.
Corrosieschade door ongeschikte verbrandings- en kamerlucht
Sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm, ammoniakverbindingen enz. können onder ongunstige omstandigheden tot corrosie aan de warmteopwekker en in de VLT/VGA leiden.
Zorg ervoor dat de verbrandingsluchttoevoer algijd vrij is van chemische stoffen.
Op de opstellingsplaats van de warmteopwekker geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmidellen, verf, lijm, ammoniakverbindingen enz. gebruiken en opslaan.
Kastachtige mantel
Als u een kastachtige mantel voor uw toestel wenst, neem dan contact op met uw erkend installmenteur. Breng in geen geval zich een ommanteling aan uw toestel aan.
Een kastachtige mantel van het toestel valt onder de geldende uitvoeringsvoorschriften.
Waterpeil controlleren
Controller regelmatig het waterpeil van de installatione (-hfdst.4.3.2.)
Voorkom schade door vorst
Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in afzonderlijke vertrekken kan nicht worden uitgesloten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden.
Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode afwezig bent, de CV-installatie in werkung blijft en de kamers voldoende op temperatuur worden gehonden.
Houd u absolut aan de aanwijzingen voor vorstbeveilig ing in hfdst.4.10.
Ook als vertrekken of de hele woningijdelijk nicht gebrukt worden, moet de verwarming in gebruik blijven!
Attentie!
De vorstbeveiliging en bewakingsnrichtingen zijn alleen actief als het toestel van stroom voorzien worden. De netschakelaar van het toestel要去 op stand "I" staan. Het toestel要去 op de stroomvoorziening aangesloten�.
Attentie!
Verrijk het verwarmingswater in geen geval met anti- vriesmiddelen (of andere additieven, zoals bijv. afldicht-middelen, anticorrosiemiddelen enz.)!
Anders kuren beschadigingen aan afdichtingen en membranen alsook geluiden in de CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventuele schade die hierdoor ontstaat, kan Bulex ThermoSystem Niet aansprakelijk worden gesteld.
Een andere möglichkeid van vorstbeveiliging bestaat erin de CV-installatie en het toestel leeg te make. Daar bij moet u er zeker van zichn dat de installatione en het toestel volledig zichn leeggemaakt.
Laat u hierover adviseren door een erkend installmenter.
Wijzigingen in de omgeving van de CV-ketel
Aan de volgende zaken moot geen wijzigingen worden uitgevoerd:
- aan de CV-ketel
- aan de leidingen voor gas, verbrandingslucht, water en stroom
- aan de rookgasleiding
- aan de condensafvoerleiding
- aan het verilgheidsventiel voor het verwarmingswater
- aan bouwconstructies die de gebruiksveiligheid van het toestel+kunnen beinvloeden
Zorg ervoor dat bijv. afdekkingen van de openings bij de werkzaamheden aan de buitengevel opnieuw verwijderd worden.
Noodstroomaggregaat
Uw installmenteur heeft uw CV-toestel bij installmentie aangeslo- ten op het elektriciteitsnet.
Als u het toestel bij een stroomstoring operationeel wilt houden met een moodstroomaggregaat,要去 dit qua technische waarden (frequentie, spanning, aarding) overeenstemmen met die van het elektriciteitsnet en minimaal voldoen aan de vermogensopname van uw toestel. Laat u hier-over adviseren door een erkend installmenter.
3 Aanwijzingen voor het gebruik
3.1 Eisen aan de standplaats
De Bulex HR-gasketels ThermoSystem moeten in een verwarmingsruimte geinstalleerd worden.
Vraag uw installmenter welke geldende nationale voorschriften inucht genomen要去en worden.
De standplaats moet permanent vorstvrij zich. Als u dit nicht garanderen, neem dan de in hfdst. 2 vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.

Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. waarbrandbare onderdelen is Niet vereist,ompdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max.toegestane temperatuur van 85^
Omwille van de toegankelijkheid bij onderhoudswerkzaamheden moeten de in de installment- en onderhoudshandleiding aanbevolen minimumafstanden bij deplaatsing in achtgenomen worden.
3.2 Mantel reinigen
Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doeken een beetje zeep. Gebruik geen schurende middelen ofreinigingsmiddelen die de mantel, de armaturen debedieningselementen van kunststof zouden+kunnen beschadigen.
3.3 Recycling en afvoer
Het apparaat bestaat hoofdzakelijk uit recycleerbare materialen.
Toestel
De Bulex HR-gasketel ThermoSystem en de toebehoren horen nichtouis bij het gewone huisvuil. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventueel aanwezigte toebehoren op een correcte manier worden afgevoerd.
Verpakking
We raden u aan de verpakking van dit apparaat op een verantwoorde manier te recyclen.

Neem de geldende nationale wettelijk voorschriften in acht.
3.4 Wenken voor energiebesparing
Inbouw van een weersafhankelijk cv-regeling
Weersafhankelijke cv-regelingen regelen op basis van de desbetreffende buitentemperatuur de cv aanvoertemperatuur.
Er worden nicht更是 warmte opgewekt dan op het desbetreffende moment nodig is. Hiervoor要去 op de weersafhanke- lijke thermostaat de cv-aanvoertemperatuur worden ingesteld, die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag Niet hoger zich dan voor de cv-installatieoodzakelijk.Normaal voert uw installateur de juiste instellenen uit.
Door geintegreerdeijdprogramma's worden de gewenste verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) automatisch in- en uitgeschakeld. Weersafhankelijkke cv-regelingen vormen in combinatie met (thermostatisch) radiatorkranen de meest efficiente vom van cv-regeling.
Afkoeling van de cv-installatie
Verlaag de kamertemporatuur tijdens de nachtrust en als u Niet,thisis bent.Dit kunt u gemakkelijk en betrouwbaar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's.Stel de kamertemporatuur tijdens de afkoeltijd ca. 5^ lager in dan tijdens de maximale verwarmingsperiode.Met een afkoeling vaneer dan 5^ bespaart uietmeer energie,aangezien dan voor de vol-gende maximale verwarmingsperiodeeen hogere verwarmingscapaciteit nodig is.Alleen als u gedurende langere tijd afwezig bent, bijv.tijdensvakanties,is het de moeite waard om de temperaturen verder te verlagen.Let er echter wel op,dat er in de winter voor voldoende vorstbeveiliging gezorgd worden.
Kamertemperatuur
Stel de kamertemporatuur zo in, dat het net voldoende is om het behaaglijk warm te hebben. Ledere graadaarboven betekent een hoger energieverbruik van onceveeer 6% . Houd bij het instellen van de kamertemporatuur ook rekening met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoorbeeld normalaal gesproken Niet nodig slaapkamers of weinig gebruekte kamers op 20^ te verwarmen.
Instellen van de bedrijfsfunctie
In het warme jaargetijde, als de woning Niet hoeft te orden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie te zetten. De cv-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installmentatie blijft in bedrijf voor de warmwaterfunctie.
Gelijkmatig verwarmen
Vaak worden in een woning met centrale verwarming slechts een kamer verwarmd. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, plafond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers oncecontroleerd meeverwarmd, d.w.z. er gaat onbedoeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene verwarmde kamer is voor een dergelijk gebruikATURELijk nicht meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer neteer moedvoelt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en Niet of beperkt verwarmde kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer net behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en een meer efficien gebruik worden bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nudelig worden beinvloed als delen van het pand Niet of onvoldoende worden verwarmd.
(Thermostatische) radiatorkranen en kamer (klok) thermostaten
Het zou vandaag de dag vanzelfsprekend要去en om op alle radiatoren (thermostatische) radiatorkranen teplaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemporatuur exact worden aangehouden. Met behulp van (thermostatische) radiatorkranen in combinatie met een kamer(klok thermostat (of een weersafhankelijkke regeling) kurz u de kamertemporatuur maar individuele behoefte aanpassen en bent u verzekerd van een efficien gebruik van uw cv-installatie. Laat in de kamer, waarin zich de kamer(klok)thermostat tebindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aangezien de beiden regelingen elkaar anders over en weer beinvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt. Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstasteerd: als het in de kamer te warm worden de (thermostatische) radiatorkranen dichtgodraaid (of de kamer(klok)thermostat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje weer te koud worden, worden de (thermostatische) radiatorkraan werden opengedraaid. Dit is Niet nodig aangezien de temperatuurregulering worden overgenomen door de (thermostatische) radiatorkraan zich. Als de kamertemporatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, worden de (thermostatische) radiatorkraan automatisch gesloten; bij het dalen onder de ingestelde waarde worden dezeeer geopend.
Zorg ervoor dat uwthermostatiet Niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De circulerende kamerlucht moet ongehinder+kunnen worden gedeteerd. Afgedekte (thermostatische) radiatorkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werkken.
Geschekte warmwatertemperatuur
Het warme water dient slechts zo ver opgewarmd te worden als voor gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen vaneer dan 60^ verooorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag.
Bewuste omgang met water
Door bewust om te gaan met water kuren de verbruiks-kosten aanzienlijk calen. Bijvoorbeeld douchen in plaats van een bad nemen: terwijl voor een badkuip ca. 150 liter water nodig is, verbruikt een met moderne, waterbesparende armaturen uitergeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid.
Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water peraar. Daarentegen kost een neue pakking slechts een paur eurocent.
Circulatiepompen alleen indien nodig laten draaien
Circulatiepompen zorgen voor een voortduren die circulatie van warmwater in het leidingsystem, zodate ook bij veraf gelegen aftappunten meteen warm water ter beschikking staat. Deze verhogen ongetwijfeld het comfort bij de warmwaterbereiding. Maar ze verbruiken ook stroom. En circulerend warmwater dat Niet worden gezruikt, koelt op+zijn weg door de pijpledingen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circulatiepompen要去en.daarom alleen dan gezruikt worden, wanner daadwerkelijk warmwater nodig is.Met behulp van tijdschakelklokken waarmee de meeste circulatiepompen uitergerust resp.uitgebrecht+kennen worden, kennen individuèle tijdprogramma's ingesteld worden.Vaak bieden ook weersafhankelijkthermostaten via extra functies de mogelijkheid circulatiepompen tijdsafhankelijk te regelen.Vraag dit aan uw installmenter.
Ventileren van de woning
Open tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ventilieren en Niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurrende korte tijd—helemaal openzetten is effectiever en bespaart更是nergie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij, de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle (thermostatische) radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamer(klok) thermostat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (bijv. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).
4 Bediening
4 Bediening
4.1 Overzicht van de bedieningselementen

4.1 Bedieningselementen ThermoSystem
De bedieningselementen haben de volgende functies:
1 Display voor weergave van de actuèle CV-aanvoertemperatuur of bepaalde extra informatie
2 Toets, I' voor oproepen van informatie.
3 Aan/uit-schakelaar voor in- en uitschakelen van toe-stel
4 Toets +' voor verder bladeren in de displayweergave
5 Toets " " voor terugbladeren in de displayweergave
6 Toets „Reset" voor terugzetten van bepaalde storingen.
4.2 Multifunctionele weergave

4.2 Multifunctionele weergave ThermoSystem
De ThermoSystem-toestellen zich uitgerust met een multifunctionele weergave. Wanner de aan/uit-schakelaar ingeschakeld is en het toestel normal functioneert, geeft de weergave de actuèle CV-aanvoertemperatuur aan (in het voorbeeld 45^
1 Weergave van de actuele CV-aanvoertemperatuur, de waterdruk van de CV-installatie of weergave van een status- of storingscode
2 Groene signaallamp warmwaterbereiding (alleen met warmwaterboiler)
permanent aan: boilerlading is ingeschakeld
uit: geen behoefte aan boilerlading
knippert: boilerlading brander aan
3 Gele signaallamp
permanent aan: brander aan
4 Rode signaallamp
permanent aan: er is spreake van een storing, een storingscode worden weergegeven
4.3 Maatregelen voor inbedrijfstelling
4.3.1 Afsluitvoorzieningen openen

De aflsuitvoorzieningen zichniet bij de levering van uw toestel inbegrepen. Ze worden apart door de installment geinstalleerd. Vraag hem om informatatie over positie en bediening van deze onderdelen.
4.3.2 Systeemdruk controlleren

4.3 Waterdruk van de CV-Installatie controlleren
Controleer bij de inbedrijfstelling de waterdruk van het systeme. Hiervoor drukt u op de toets, ^ (2). Gedurende ca. 5 sec. worden in plaats van de actuele aanvoertemperatuur de systeemdruk weergegeven. Voor een goede werkung van de CV-installatie moet bij een koude installmentie de waterdruk tussen 0,23 en 0,25MPa (2,3 en 2,5 bar) liggen. Als de druk lager is, moet voor de inbedrijfstelling water bijgevuld worden (zie hoofdstuk 4.8.1).

Wanneer het toestel in bedrijf is, kut u de nauwkeurige drukwaarde op het display latent zien. Activeer de drukaanduiding door het indrukken van de toets ^ (2). Na 5 sec. worden op het display waar de CV-aanvoertemperatuur weergegeven. U kut ook permanent omschaken tussen temperatuur- of drukaanduiding in het display door de toets ^ ca. 5 seconden ingedrukt te houden.

Om de werkung van de installmentie met een tekleine hoeveelheid water te voorkomen en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt het toestel over een waterdukr sensor. Deze signaleert bij onserschrijding van 0,06 MPa (0,6 bar) het druktekort als op het display de drukwaarde knipperend worden weergegeven. Als de waarde beneden een druk van 0,03MPa (0,3 bar) komt, verschijnt de storingsmeling F.22 (watergebrek) en de brander worden geblokkeerd. Bij O MPa (Obar) of onserschrijding van 0,45 MPa (4,5 bar) (=voeler defect) worden het moodloopprogramma geactiveerd. Het vermogen en de maximaal möglichke aanvoertemperatuur worden begrensd. De status 40 worden afwisseIend met F.22 (watergebrek) aangegeven. Laat in dit geval het systemeeer vullen door uwinstallateur.
Als de CV-installatie zich over meertere etagesuitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatione nodig+zijn. Vraag hiervoor raad bij uw installmenteur.
4.4 Inbedrijfstelling

4.4 Toestel inschakelen
Met de aan/uit-schakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen.
1: "AAN"
0: "UIT"
Als u het toestel inschakelt, verschijnt op het display (2) de actuèle CV-aanvoertemperatuur.
Lees voor de instelling van het toestel volgens uw behoef- ten de hfdst.4.4 en 4.5, waarin de instelmogelijkheden voor de warmwaterbereiding en de CV-functie worden beschreven.

Opgelet!
Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zich alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is.
Koppel het toestel nooit los van het stroomnet.
Zet de hoofdschakelaar van het toestel op de stand "I".
Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw HR-gasketel met dethermostat in- en uitscha-kelen (informatie waarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).
Hoe u uw HR-gasketel helemaal buiten werkinq kunt zetten, leest u in hfdst. 4.6.

Direct na het inschakelen verschijnt op het display de weergave „Functiemenu“ Het functiemenu stelt de installmenteur in staat de functiecontrole van afzonderlijke actoren uit te voeren (zie hoofdstuk). Na een wachtijd van ca. 5 sec. of indrukken van de toets „-“ schakelt de toestelelektronica waar de normale modus.
4.5 Warmwaterbereiding
Voor de warmwaterbereiding要去en warmwaterboiler op het CV-toestel aangesloten zich.
4.5.1 Warmwaterafname
Bij het openen van een warmwaterkraan bij een aftappunt (wasbak, douche, bad, enz.) worden warm water uit de aangesloten boiler getapt.
Komt de boilertemperatuur beneden de ingestelde waarde, dan treedt het toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Bij bereiken van de gewenste boilertemperatuur schakelt het toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.
4.6 Buitenbedrijfstelling

4.5 Toestel uitschakelen
Om uw HR-gasketel volledig buiten bedrijf te stellen, moet u de aan/uit-schakelaar (1) op stand _·0^ zetten.

Opgelet!
Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsnrichtingen zijn alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is.
Koppel het toestel nooit los van het stroomnet.
Zet de hoofdschakelaar van het toestel op de stand "I".
Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven,要去uwHR-gasketel tijdens de normale bedrijfsfunctie alleen met dethermostat in- en uitschakelen (informatie waarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).

Bij langere buitenbedrijftstellung (bijv. vakantie) moet u bovendien de gaskraan sluiten.
Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in hfdst.4.10.

De afsluitvoorzieningen worden nicht meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door deinstallateur geinstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en bediening van deze onder-delen.
4.7 Statusweergaven

4.6 Statusweergaven
De statusaanduidingen geben informatatie over de bedrijfs-toestand van het toestel.
Activeer de statusweergaven door toets „i" (2) in te drukken.
Op het display (1) verschijnt nu een weergave van de betreffende statuscode, bijv. "S. 4" voor branderfunctie. De betekenis van de belangrijkke statuscodes vindt u in de onderstaande tabel.
Tijdens omschakelfases, bijv. na herstart door het uitblijven van de vlam, worden kort de statusmelding „s.” weergegeven.
Schakel het display door nogmaals indrukken van de toets, (2) wee in de normale modus terug.
4.1 Statuscodes en hun betekenis (keuze)
| Weergave Betekenis | |
| Weergaveijdens CV-functie | |
| S. 0 CV geen warmtevraag | |
| S. 1 CV-functie ventilator start | |
| S. 2 CV-functie pomp voorloop | |
| S. 3 CV-functie ontsteking | |
| S. 4 CV-functie brander aan | |
| S. 6 CV-functie ventilator naloop | |
| S. 7 CV-functie pomp naloop | |
| S. 8 CV wachtijd xx min | |
| S.31 Geen warmtevraag zomermodus | |
| S.34 CV-functie vorstbeeil. | |
| Weergaven bij bollerlaadfunctie | |
| S.20 Warmwatervraag | |
| S.22 Warmwaterfunctie pomp voorloop | |
| S.24 Warmwaterfunctie brander aan | |
4.8 Verhelpen van storingen
Alsijdens de werkking van de HR-gasketel problemen optrenden kunt u de volgende punten zich controleren.
Geen warm water, verwarming blijft koud; toestel gaat Niet in bedrijf:
Zijn de gasafsluitklep aan de kant van het gebouw in de aanvoerleiding en de gasafsluitklep bij het toestel geopend ( hfdst.4.3.1)?
Is de stroomvoorziening van het gebouw ingeschakeld?
Is de aan/uit-schakelaar op de HR-gasketel ingeschakeld ( hfdst.4.4)?
Is de waterdruk van de CV-installatie voldoende ( hfdst.4.3.2)?
ZiterluchtindeCV-installatie?
Is er sprinkle van een storing bij het ontsteken ( hfdst.4.8.2)?
Warmwaterfunctie storingsvrij; CV gaat Niet in bedrijf:
Is er een warmtevraag door de externethermostat aanwezig?

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Als de HR-gasketel na de contrôle van de hierboven genoemde punten nicht functioneert, let dan op het volgende:
Probeer nooit zichre reparaties aan de HRgasketel uit te voeren.
Laat u hierover adviseren door een erkend installmenteur.
Zodra de systeemdruk onder een grenswaarde daalt, verschijnt op het display een storingsmelding. Voor zover de installmenteur voldoende water heeft bijgevuld, verdwijnt de weergave na ca. 20 seconden vanzelf/automatisch. Bij daling van de druk onder de 0,03MPa (0,3bar) schakelt de brander uit. Op het display verschijnt de storingsmelding
,F.22". Om het toestel waar maar normale modus te breden, moet de installerateur eerst het systeme met water bijvullen. Bij een defect van de sensor dat een CV-functionie met geringer vermogen en een lage maximumtemperatuur可想而知 waer geringe 40 afgewisseld met 73 of 74^ ) wordt het noodloopprogramma geactiveerd.
Als de druk vaker daalt,要去 de oorzaak voor het verlies van CV-water worden vastgesteld en verholpen. Neem hiervoor contact op met een erkende installmenter.
4.8.2 Storingen bij de ontsteking

4.7 Reset
Als na vrij ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel Niet in en schakelt waar
",Storing". Dit wordt aangegeven door weergave van de storingscodes „F.28" of „F.29" op het display.
Bovendien gaat de rode signaallamp branden (1).
Een neue automatische ontsteking vindt pas na een handmatige reset plaats.
Druk in dit geval op de resetknop (2) en houd deze ca. een seconde lang ingedrukt.

Opgelet!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Als de HR-gasketel na de derde ontstoringspoging nog altojd nicht in werkung treedt, dien u het volgende in acht te nemen:
Probeer nooit zich reparaties aan de HR-gasketel uit te voeren.
Laat u hierover adviseren door een erkend installmenter.
4.8.3 Storingen in het verbrandingslucht-/ rookgastraject
De toestellen zich uitergerust met een ventilator. Als de ventilator Niet goed werkt schakelt het toestel de ventilatoruit. Op het display verschijnt dan de storingsmelding,F.32".

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Bij de fouitmelding "F.32" dient u het vol-gende in ache te nemen:
Probeer nooit om zichre reparaties aan de HR-gasketel uit te voeren.
Laat u hierover adviseren door uw instal-. lateeur.
4.9 Toestel/CV-installatie vullen
Voor een goede werkung van de CV-installatie moet de waterdruk bij een koude installmentatie tussen 0,23 en 0,25 MPa (2,3 en 2,5 bar) liggen (-hfdst.4.3.2). Is deze lager, maar dan door uw installateur water bijvullen.
Als de CV-installatie zich over meertere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatione nodig�n. Vraag dit aan uw installmenteur.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Bij de fouitmelding "F.32" dient u het vol-gende in acht te nemen:
Probeer nooit om zich reparaties aan de HR-gasketel uit te voeren.
Laat u hierover adviseren door uw instal-. lateeur.
4.10 Vorstbeveiliging
De CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende gegen vorst beschermd, als de CV-installatieijdens een vorstperiode ook in werkung blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven.

Opgelet!
Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is.
Koppel het toestel nooit los van het stroomnet.
Zet de hoofdschakelaar van het toestel op "I".

Opgelet!
Materielle schade door antivriesmiddel in het primaire CV-circuit!
Een verrijking van het verwarmingswater met antivriesmiddelen kan tot veranderingen aan afdichtingen en membranen en tot geluiden bij het CV-bedrijf leiden.
Hiervoor en voor eventuele schade die hier-door ontstaat, kan Bulex Niet aansprakelijk worden gesteld.
Verrijk het CV-water nooit met antivirusies-of anticorrosiemiddelen.
4.10.1 Vorstbeveiligingsfunctie
De ketel is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie: als de CV-aanvoertemperatuur bij een ingeschakelde aan/ ult-schakelaar onder 5^ zakt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het warmteopwekkercircuit tot ca. 30^

Opgelet!
Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installmentie!
De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie nicht worden gewaarborgd.
Neem de vorstbeveiligingsfunctie van de thermostat in acht.
4.10.2 Vorstbeveiliging door leegmaken
Een andere möglichkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel leeg te make. Daar bij moet u er zeker van zich, dat de installmentie en het toestel volledig zich leeggemaakt.
Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en in het toestel要去en ook worden leeggemaakt.
Laat u hierover adviseren door een erkend installmenter.
4.11 Installateur-meting

De in dit hoofdstuk beschreiben controlewerkzaamheden worden alleen door uw installeuruitgevoerd.

4.8 Installaurmodus inschakelen
Voor het uitvoeren van de metingen gaat u als volgt te werk:
Activeer het installeur-bedrijf door tegelijkertijd de toeeten ^+ en ^- van het Digitaal Informatie- en Analysesystem (DIA-system) in te drukken.
Voer de metingen op z^ vroegt na een gebruiksduur van 2 minutes van het toestel UIT.
Schroef de afsluitkappen van de testopeningen af.
Voer de metingen in het rookgastraject en verbrandingsluchttraject uit bij de teststomp.
Door de toetsen ^一 + 一 en ^一 - 一 tegelijkkertijd in te drukken kunt u de meetmodus weever verlaten.
De meetmodus worden ook beeindigd, wanner 15 minutes lang geen toets bediend worden.
Schroef de afsluitkappen weeer op de testopeningen.
5 Onderhoud en serviceteam
5.11.1 Regelmatig onderhoud
Voorwaarde voor de continue inzetbaarheid en bedrijfsveiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een Jaarlijke inspectie/onderhoudsbeurt van het toestel door een installmenter of de Bulex service.

Gevaar!
Letsel en materiaïele schade als gevolg van ondeskundig onderhoud en reparatie!
Niet of oneskundig uitgevoerd onderhoud kan de bedrijfszekerheid van de toestellen verminderen.
Probeer nooit zich onderhoudswerkzaam-heden of reparaties aan de HR-gasketeluit te voeren.
Geef daartoe opdracht aan een erkend installerateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten.
Regelmatig onderhoud van het apparaat is belangrijk voor langdurig, veilig en efficien gebruik van uw apparaat.
Condensafvoerleiding en afvoertrechter controleren
Condensafvoerleiding en afvoertrechter要去en altijd doorlaatbaar zich.
Controleer regelmatig condensafvoerleiding en afvoertrechter op gebreken, vooral op verstoppeningen. In de condensafvoerleiding en afvoertrechter mogen geen hindernissen te zien of te voelen zich.
Als u gebreken vaststelt,That deze dan door een erkend installateur verhelpen.
5.1 Oproepcentra voor dienst na-verkoop
Brussel
Tel 02 555 13 33 - Fax 02 555 13 34
Antwerpen
Tel. 03 237 56 39 - Fax 03 237 22 72
Gent
Tel 09 231 12 92 - Fax 09 232 20 67
Hasselt
Tel 011 22 33 55 - Fax 011 23 11 20
Luik
Tel 043658000-Fax 043655608
Namen
Tel 081 22 43 12 - Fax 081 22 43 41
Roeselare
Tel 051228055-Fax 051246533
6 Fabrieksgarantie
Garantie overeenkomstig de telkens geldende wettelijk regelingen.
De bovenstaande gedetailleerde garantiebepalingen zich van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- Het apparatus is geinstalleerd door een bevoegde techni-cus overeenkomstig de installmentevoorschriften.
- Het apparaat worden gebruikt voor normalaal huishoudelijk gebruik en in overeenkomst met de bedienings- en onderhoudsinstructies van de fabrikant.
- Tijdens de garantieperiode worden werk aan het apparaat, service, onderhoud, reparatie en demontage alleen uitgevoerd door een bevoegde technicus.
- De garantieperiode worden nicht verlengd door reparatie of verranging van onderden tijdens de garantieperiode.
De fabrikant heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor beschadiging die voortvloeit UIT:
- Defecten of beschadigingen als gevolg van onjuiste of ontoreikende installmentie, ongeschikte service of slechte afstelling van het gebruikte gas of water.
- Defecten in het systeem waarop het apparaat is aangesloten.
- Defecten veroorzaakt door ongeschichte vorstbescherming.
- Slijtage of slechte afstelling na wijzigingen in de aard of de druk van het gebruike gas of water, of na wijziging van de kenmerken van de elektrische toevoerspanning.
Zie Bepalingen en voorwaarden voor meer details.

Waarschuwing!
Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor installmentie in de landen die+zijn vermeld op het typeplaatje.
FürdenBetreiber
Betriebsanleitung
ThermoSystem TS
TS 80/3
TS 120/3
TS 160/3
TS 200/3
TS 240/3
TS 280/3